CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Integrale detailhandelsvisie 2011

Raadsvergadering 26 oktober 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verzoek herziening bestemmingsplan 2e en 3e fase Skoatterwâld voor Domela Nieuwenhuisweg 1 Heerenveen19.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19

iets lager, in Nederland iets hoger (bron: CBS 2008). De gemiddelde huishoudensgrootte in Heerenveen ligt met 2,23 personen marginaal onder het Nederlands gemiddeld (2,24). In Friesland ligt het met 2,29 ietsje hoger. Vastgoedtrend Al enkele decennia is er, vanuit de wens tot schaalvergroting van diverse winkelformules, sprake van de ontwikkeling van nieuw commercieel vastgoed met grotere oppervlaktematen. Vooral panden van 400 m² en groter, in en tegen centra aan, zijn zeer gewild, zowel bij gebruikers als beleggers. De waarde van commercieel vastgoed op de A-locaties in binnensteden is de laatste decennia eveneens fors toegenomen. De verwachting is dat commercieel vastgoed op A-niveau in binnensteden een zeer gewild beleggingsobject blijft. Het grote nieuwe winkelaanbod dat in Nederland wordt ontwikkeld, in combinatie met de huidige moeizame economische periode, geeft vooral in aanloopgebieden de nodige problemen. Economische crisis Door de economische crisis is momenteel sprake van veel onzekerheid in de markt, en vooral in de vastgoedmarkt. Onder meer het verkrijgen van financiering voor nieuwe ontwikkelingen is lastiger geworden. Het is onduidelijk hoelang deze crisis zal aanhouden, en wat en hoe groot de uiteindelijke gevolgen zullen zijn, maar het heeft zeker effect op diverse vastgoedactiviteiten.

6. Visie op de gewenste ontwikkelingen 6.1 Algemeen Een goede toekomstvisie op de detailhandel is voor een gemeente van groot belang. Zowel als basis voor de integrale ontwikkeling van verschillende gebieden als voor de beantwoording van vragen van marktpartijen. Bezoekmotief en koopgedrag zijn bepalend voor de eisen die de consument aan de winkelgebieden stelt en voor de afstand die men voor een bezoek wil afleggen. Voor dagelijkse boodschappen zijn vooral gemak, efficiency en bereikbaarheid belangrijke aspecten. Bij recreatief winkelen zijn de attractiviteit en de diversiteit van het aanbod belangrijk en de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals horeca, leisure en beleving. Bij doelgerichte aankopen in bijvoorbeeld meubelzaken, bouwmarkten en tuincentra komt combinatiebezoek met andere winkels weinig voor. Winkelcentra moeten hun aanbod in overeenstemming brengen met de bezoekmotieven van de consumenten. Dat betekent dat buurt- en wijkwinkelcentra en kleine dorpscentra zich voornamelijk moeten richten op dagelijkse boodschappen. De stads(deel)centra zijn vooral geschikt voor het recreatief winkelen, voor (doel)gerichte aankopen gaat de consument naar goed bereikbare perifere locaties. Winkelgebieden zijn complementair aan elkaar; ieder winkelgebied heeft zijn eigen functie. De doelen van het Heerenveense detailhandelsbeleid zijn de volgende:

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

20

het versterken van de aantrekkingskracht en het economisch functioneren van het centrum van Heerenveen instandhouden van het verzorgingsnivo in de wijken

een passend verzorgingsnivo in de dorpen en het buitengebied

versterken PDV clusters

actief volgen en afstemmen

•meer bezoekers en meer bestedingen •bezoekers blijven langer en komen vaker terug •opzetten centrummanagement en centrumpromotie •kwaliteit gaat voor kwantiteit

•naar aard en schaal ruimte bieden aan het versterken van de supermarktformules/dagelijkse sector

•in Jubbega en Nieuwehorne indien mogelijk clustering versterken •in buitengebied kansen voor specialisten en gericht op toeristisch profiel •voorkomen van versnippering •vasthouden van kwaliteitseisen automotivecluster op IBF •verbetering openbare ruimte cluster woninginrichting en DHZ (BPF/NIjehaske) •kansen voor conceptontwikkeling Sportstadgebied •inzicht in koopstromen, monitoren van ontwikkelingen •afstemming grootschalige ontwikkelingen in regionaal verband •opzetten centrummanagement en centrumpromotie •stimuleren van innovatie en MVO

In deze paragraaf werken we een aantal zaken uit die in zijn algemeenheid voor een positieve ontwikkeling van de detailhandel van belang zijn. In de volgende paragrafen gaan we per gebied in op de gewenste ontwikkelingen. Herijking detailhandelsbeleid De dynamiek in de detailhandel is op dit moment fors, zie de beschreven trends in hoofdstuk 5. De retailsector ziet er over 10 jaar totaal anders uit, als we de voorspellingen van HBD en CBW-Mitex mogen geloven. Deze integrale detailhandelsvisie 2011 kan voor een periode van circa 6 tot 9 jaar worden gebruikt als basis. Aanbevolen wordt om daarna in ieder geval een herijking uit te voeren en te oordelen of het noodzakelijk is een nieuwe detailhandelsvisie op te stellen. Inzicht in koopstromen De Kamer van Koophandel heeft in 2007 het initiatief genomen voor een provinciaal Koopstromenonderzoek. De daaruit voortkomende gegevens zijn erg belangrijk gebleken voor het formuleren van nieuw beleid voor detailhandel in het centrum van Heerenveen. Wij vinden het van belang dat het Koopstromenonderzoek regelmatig, bijvoorbeeld elke vijf jaar, op een zo groot mogelijke schaal wordt herhaald. Daarvoor is gemeentelijk budget benodigd (eerste inschatting € 10.000). Wanneer het aan de orde is zal een verzoek om de benodigde middelen aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Dan zullen we ook de raad voorstellen doen voor welke gebieden het onderzoek wenselijk is (in 2007 is alleen het centrum van Heerenveen meegenomen). Verder zullen we in regionaal en provinciaal verband de wens om in 2011/2012 het koopstromenonderzoek te actualiseren uitdragen. Afstemming of regie op regionaal niveau In het kader van de nota Ruimte is de verantwoordelijkheid voor detailhandelsbeleid gedecentraliseerd. Gemeenten formuleren (al dan niet) hun eigen detailhandelsbeleid en er is nauwelijks sprake van overleg en afstemming. In de praktijk echter hebben (grote) nieuwbouwprojecten effecten die de gemeentegrenzen ver overschrijden (bijvoorbeeld de eventuele komst van Famila naar Leeuwarden of een nieuwe omvangrijke PDVontwikkeling). Meer afstemming, dan wel regie, is noodzakelijk. Er moeten op regionaal niveau heldere keuzes worden gemaakt over de functie en omvang van winkelgebieden

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

21

en over welke nieuwe initiatieven wel of niet passen in de vastgestelde structuur. Er moet worden getoetst op de toegevoegde waarde voor de structuur als geheel. In het kader van de ontwerpverordening Romte hebben we richting de provincie aangegeven dat (regionale) afstemming op het gebied van detailhandel wenselijk is. Onder regie van de provincie zou bijvoorbeeld in F4 verband afgestemd kunnen worden. De eerste contacten in F4 verband zijn zeer recent (januari 2011) gelegd. Centrummanagement Overheden, ondernemers, ontwikkelaars en beleggers hebben allemaal belang bij een attractief winkellandschap. Deze partijen moeten voortdurend blijven investeren in wederzijds vertrouwen en in de kwaliteit van het winkellandschap. Een lichte structuur voor centrummanagement kan daarbij behulpzaam zijn. Optimaal zou zijn als er vanuit de ondernemers een centrummanager kan worden aangesteld, die goed boven de partijen staat en voor draagvlak kan zorgen. Maar om een dergelijke werkstructuur op gang te helpen zou eerst in onze ambtelijke organisatie één aanspreekpunt kunnen worden benoemd als kwartiermaker/centrummanager, met daarbij een lichte organisatiestructuur waaraan de belangrijkste partijen deelnemen. Dit geldt bij uitstek op het schaalniveau van het centrum van Heerenveen.

Sommige aanbevelingen in deze detailhandelsvisie (evenals in de Structuurvisie Centrum Breed) kunnen alleen maar worden opgepakt als er een vorm van collectieve betrokkenheid en gezamenlijke “sturing” wordt opgezet. Onderstaande elementen moeten in het kader van centrummanagement integraal worden opgepakt. In bijlage 7 wordt een voorzet gegeven voor mogelijke aandachtspunten.

beheer en onderhoud

veiligheid

citymar -keting

Centrum managem ent

vastgoed ontwikkeling en invulling

evenementen

Zolang er nog geen structuur voor centrummanagement is gebruiken we de bestaande netwerken om aan de slag te gaan met diverse onderwerpen. Citymarketing/Centrumpromotie Marketing van winkelgebieden (branding), en citymarketing worden belangrijker dan omvang van het winkelgebied. De relatie doelgroep-winkelgebied is breder dan alleen het winkelaanbod. Het onderscheidend vermogen van winkelgebieden wordt belangrijker: de ondernemers in een winkelgebied moeten samen bepalen welke doelgroepen zij willen aanspreken. De functie van een centrum/winkelgebied moet onderscheidend zijn in een marktgebied. Als onderdeel van het centrummanagement moet een aanpak voor citymarketing worden uitgewerkt. Hoe wil Heerenveen zich profileren, en welke evenementen passen daarbij? Hoe kan er een betere afstemming komen tussen de diverse activiteiten en hoe kunnen de evenementen beter worden gepromoot? Uit een praktijkstudie van Berenschot blijkt overigens dat het belangrijk is dat gemeenten wel het initiatief nemen om te komen tot citymarketing (op de inhoud), maar dat het goed is om de uitvoering daarna los te laten en in handen te geven van een extern regisseur. Het opstarten van centrumpromotie kan een quick win zijn. We starten met een strategische denktank waarin mensen met een brede blik vertegenwoordigd zijn.

Deze Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

22

denktank zorgt voor een overall beeld, samenhang en draagvlak. Een slagvaardige werkgroep met marketingdeskundigheid gaat praktisch aan de slag. De gemeente initieert dit vooralsnog, maar de ondernemers hebben ook hier een cruciale rol die in belang zal moeten toenemen. Evenementenbeleid Het bestaande evenementenbeleid uit 2004 wordt op dit moment herzien. Het beleid geeft goede randvoorwaarden voor het verlenen van vergunningen en handhaving. Het beleid is vooral regulerend van aard, en minder stimulerend en richtinggevend. Wat verder moet worden uitgewerkt is een meer kwalitatieve visie op evenementen die aansluit bij centrumpromotie/citymarketing. Hoe wil Heerenveen zich profileren, en welke evenementen passen daarbij? Welke plekken in het centrum kunnen zich op welk wijze (thema danwel doelgroep) profileren? Het uitwerken van een dergelijk kader kan stimulerend werken en kan meer onderbouwing geven aan het toekennen van middelen vanuit het evenementenbudget van het ondernemersfonds. In de buitengebieden hebben de evenementen een eigen karakter. We focussen ons derhalve op het centrum van Heerenveen. Innovatie Innovatie en creativiteit zijn van belang voor een aantrekkelijk winkelgebied, maar ook voor een ondernemer zelf. Vanuit de branche-organisaties wordt dit aspect ook sterk benadrukt, vanuit de gemeente hebben we hier minder directe invloed op.

Wel kunnen we faciliteren en verbindingen leggen. Voorwaardenscheppend om te komen tot innovatie zou de aanwezigheid van een breedbandnetwerk kunnen zijn. We onderzoeken samen met de HOV hiertoe de mogelijkheden. 6.2 Centrum Heerenveen Aangezien het centrum van Heerenveen kwantitatief gezien al relatief veel meters tot haar beschikking heeft is een uitbreiding van de winkelmeters niet gewenst. Voeg daarbij nog de trend dat binnen nu en 10 jaar de retail zich totaal anders zal moeten manifesteren. In bijlage 4 en 6 wordt een indicatieve berekening gegeven van de distributieve ruimte (kern Heerenveen), op basis van traditionele uitgangspunten. Daaruit blijkt dat in de dagelijkse sector (dat zijn de supermarkten, winkels in levensmiddelen en winkels met artikelen voor de persoonlijke verzorging zoals drogisterijen) op het niveau van de kern Heerenveen nu en in de toekomst nog ruimte is voor 4000 m2 extra, en dat er in de niet-dagelijkse sector ook bij toenemende toevloeiing en koopkrachtbinding geen distributieve ruimte is. Mogelijkheden voor kwalitatieve impulsen zijn aanwezig en gewenst. Op onderstaande kaart zijn het kernwinkelgebied (paars), de aanloopstraten (geel), de belangrijkste (te ontwikkelen) trekkers (oranje ster) en de belangrijkste bronpunten (parkeerplaatsen gekoppeld aan trekker, ook bestaand en in ontwikkeling) aangegeven.

De focus moet gericht zijn op het versterken van de winkelfunctie van het kernwinkelgebied, de winkelacht. Dit is altijd een sterk punt geweest van Heerenveen. Tegelijkertijd is het nodig om blijvende dynamiek te scheppen en ruimte te zoeken voor nieuwe formules en combinatiemogelijkheden van detailhandel, horeca, cultuur en ontspanning. Daarbij geldt dus als randvoorwaarde dat de kwantitatieve uitbreidingsruimte voor detailhandel beperkt is en dat die ruimte daarom met voorrang in het kernwinkelgebied ingezet moet worden om kwalitatieve verbeteringen in het detailhandelsvoorzieningenniveau van Heerenveen mogelijk te maken. De nadruk komt dus nog meer te liggen op een kwalitatieve ontwikkeling in het recreatieve aanbod, waardoor de aantrekkingskracht van het centrum verder toeneemt. Met het positioneren van de belangrijkste winkeltrekkers (in zowel de dagelijkse als de niet-dagelijkse sector) op de goede plek kan de kracht van het centrum verder versterkt worden. De aanpak van de noordoostlus/ Lindegrachtcarré en het Molenplein hebben prioriteit. De ontwikkeling van de noordoostlus is van belang om te zorgen voor een evenwichtige verdeling van het aanbod in het centrum; het gevaar is aanwezig, dat anders het Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

23

zwaartepunt te sterk aan de zuidkant komt te liggen. De ontwikkeling van het Molenplein met twee elkaar aanvullende supermarkten (Jumbo met Aldi) betekent een goede ontwikkeling van een belangrijk bronpunt voor het centrum. Een discount supermarkt wordt zo weer aan het centrum gekoppeld.

Naast de afbakening en versterking van het kernwinkelgebied en de visie op de diverse onderdelen van het centrum is een aantal overige factoren bij de verdere ontwikkeling van het centrum mede bepalend voor het toekomstig functioneren van de winkels in het centrum. Deze factoren zijn: Logische aanrijroutes en geen verkeersopstoppingen; Voldoende parkeerplaatsen; Kwalitatief hoogwaardige parkeervoorzieningen met logische stijgpunten gekoppeld aan de winkelroutes; Heldere profilering van het centrum; Actieve marketingstrategie met voldoende interessante activiteiten; Verlevendiging van de openbare ruimte, met name op pleinen. Vooral daghoreca kan hierin een belangrijke aanvullende rol vervullen. In de Structuurvisie Centrum Breed zijn vooral de ruimtelijke/fysieke aspecten verder uitgewerkt. 6.2.1. Supermarkten Supermarkten trekken veel bezoekers en maken daarom deel uit van het netwerk van trekkers in het centrum van Heerenveen. Door de ligging van een supermarkt in of aan de rand van het centrum wordt een bezoek aan het winkelcentrum gestimuleerd. De supermarkten genereren zo bezoekers voor het centrum en functioneren daarmee, in combinatie met parkeervoorzieningen, als bronpunt. Uit het koopstromenonderzoek (2007) bleek dat combinatiebezoek een belangrijke reden voor winkelen in Heerenveen was.

De aanwezigheid van supermarkten in of aan de rand van het centrum is dus belangrijk voor het functioneren van de winkelacht in Heerenveen. Het uitgangspunt blijft dan ook dat supermarktontwikkeling direct gekoppeld moet worden aan de winkelacht in het centrum. Een kwantitatieve en kwalitatieve versterking van de supermarktformules, in combinatie met het verbeteren van de parkeervoorzieningen zal de aantrekkingskracht van de supermarkten verbeteren. Daarmee wint ook het totale centrum aan kracht; zowel voor de eigen inwoners als voor de regiobewoners is dit een belangrijk pluspunt van Heerenveen. Voor het centrumgebied is het van belang, dat hier 2 full-service supermarkten gevestigd zijn, aangevuld met een discounter. Dit maakt het totaalaanbod compleet. De aanwezigheid van full-service supermarkten, gekoppeld aan parkeervoorzieningen aan zowel de oostzijde van het centrum (Gashoudersplein /Burgemeester Kuperusplein) als Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

24

aan de zuidwest zijde (Molenplein), is nu en in de toekomst van groot belang voor het centrum. Zo fungeren zij optimaal als bronpunten voor het kernwinkelgebied. Discounters maken deel uit van de verzorgingsstructuur. Zij voegen kwalitatief iets toe en maken de structuur compleet. Bij voorkeur bevinden de service supermarkt en de discounter zich in hetzelfde winkelcentrum. Discounters kennen over het algemeen een geringere oppervlakte dan de servicesupermarkten aangezien het assortiment bij hen kleiner is. Aldi is momenteel tijdelijk gevestigd aan de oostzijde van Heerenveen; een verhuizing naar een locatie direct grenzend aan het centrum (het Molenplein) zorgt voor meer keus in formules in het centrum en leidt daarmee tot versterking van het totale aanbod. Voor een plaats als Heerenveen met een sterke centrumfunctie kan een supermarkt van grotere omvang (boven de 3.000 m²) een kwalitatief goede aanvulling op het aanbod zijn. Vanuit de indicatieve berekening (bijlage 4) van de distributieve ruimte en het bestaande aanbod is deze mogelijkheid aanwezig. Kwantitatief gezien is nog ruimte in de markt aanwezig voor uitbreiding, namelijk circa 4.000 m2 (zie bijlage 4, distributieve ruimte voor de dagelijkse sector en bijlage 5, overzicht supermarkten en dagelijkse sector).

Dit dient gerealiseerd te worden door een vergroting van de bestaande supermarkten, en niet door de toevoeging van nieuwe supermarktformules. In het kader van de ontwikkeling Centrum Breed zal een aantal supermarkten worden vergroot en verplaatst. In totaal zullen de supermarkten in het centrum naar verwachting 2.000 tot maximaal 2.500 m² wvo van de berekende distributieve ruimte voor hun rekening nemen. Aan deze aanpassingen geven wij prioriteit. Uitgaande van deze vergrotingen resteert nog ruimte voor enige verdere uitbreiding in de wijken rondom het centrum. Deze “restruimte” zou dan verdeeld moeten worden over De Akkers en De Greiden (zie paragraaf 6.3) plus enkele incidentele ontwikkelingen in Oudeschoot en eventueel Skoatterwâld. 6.2.2. Kernwinkelgebied Het is van belang om de positie van de Dracht als modisch-recreatieve winkelstraat verder uit te bouwen. Alhoewel de laatste jaren door diverse pandeigenaren al het nodige is gedaan, kunnen op individueel pandniveau verdere verbeteringen worden doorgevoerd en ook het algemene sfeerbeeld kan worden verbeterd. Hierbij gaat het vooral om initiatieven uit de markt die gestimuleerd en gefaciliteerd zullen worden door de gemeente. In het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan voor het centrum wordt een toetsingskader opgesteld voor de inrichting en detaillering van de openbare ruimte en voor het opwaarderen van de bebouwing.

De bedoeling van het beeldkwaliteitsplan is nader uitgewerkt in de Structuurvisie Centrum Breed. De afzonderlijke winkels binnen het ABC-complex voldoen aan de eisen van de huidige tijd en fungeren als belangrijke (sub)trekkers in het winkelcentrum. Onder meer in verband met de voorgenomen ontwikkelingen in het centrum en de beoogde versterking van de positie van Heerenveen als stedelijk centrum verwacht de gemeente dat op termijn ingrepen nodig zullen zijn om deze winkels blijvend te laten voldoen aan de nieuwste eisen qua ruimte(-indeling), bevoorrading en dergelijke. Hierdoor kan een verbouwing van het ABC-complex aan de orde zijn. Uitgangspunt is wel dat er altijd een geschikte locatie in het winkelcentrum moet zijn voor de winkels die nu gevestigd zijn in het ABC-complex. Daarvoor kunnen verschillende varianten worden bedacht. Bij alle opties zou de supermarktfunctie in het bestaande kernwinkelgebied moeten blijven. Verder is het van belang dat dit deelgebied van het winkelcentrum ook in de toekomst zijn sterke functie in het centrum behoudt. Voor het functioneren van de Sieversstraat is het van belang dat er (qua formules) voldoende aantrekkelijke winkels in de straat aanwezig zijn.

De winkels aan De Passage, de Wettertoer en de hoek Gemeenteplein/Van Harenspad kunnen architectonisch verder Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

25

worden versterkt door de arcades dicht te bouwen en de winkels naar voren te trekken. Uitvoering is afhankelijk van initiatieven van eigenaren/winkeliers. Vanuit een organisatie voor centrummanagement kan dit worden gestimuleerd. De ontwikkeling van de noordoostlus van de winkelacht (Lindegracht/zuidzijde Geerts Willigenplein) is van belang om te zorgen voor een evenwichtige verdeling van het aanbod in het centrum. De Lindegracht kent reeds een hoogwaardig modisch aanbod. Het huidige aanbod is nog niet voldoende sterk om de Lindegracht als volwaardig onderdeel van de winkelrouting te beschouwen. Het gebied heeft wel volop potentie, op basis van de ruimtelijke kwaliteit en de nabijheid van de parkeergarage Geerts Willigen als bronpunt van publiek. Het is mogelijk om het modisch aanbod verder te versterken, of een trekker toe te voegen, gebruik makend van de intrinsieke kwaliteit van panden en de ligging aan het water. De verbetering van de looproute naar de parkeergarage aan het Geerts Willigenplein kan bijdragen aan de versterking van de Lindegracht. De Schoolsteeg kan hiervoor ingevuld worden met winkelfuncties en de steeg kan bovendien waar mogelijk optisch verbreed worden. Ook de uitstraling van de panden aan de zuidzijde van het Geerts Willigenplein heeft aandacht nodig. Aan de Pleinweg liggen kansen om de noordwand te versterken.

Met de huidige gesloten bebouwing wordt onvoldoende geprofiteerd van één van de drukste verbindingsstraten in de winkelacht. Uitvoering is afhankelijk van initiatieven van de eigenaren/winkeliers. Door een betere en kleinere verkavelingstructuur kunnen ook aan de kant van de Pleinweg winkelunits ontwikkeld worden. Tevens kan door de herontwikkeling de architectonische kwaliteit van deze panden worden verbeterd. De Minckelersstraat ligt in het verlengde van een nieuw aan te leggen route naar het Sportstadgebied via de Vlinderbuurt. Hierdoor zal vooral het gedeelte ten oosten van de Sieversstraat in betekenis toenemen. Door de voorgestelde aanpak van de winkelacht kan bovendien de positie van deze centrale verbindingsroute tussen de Sieversstraat en de Dracht verder worden versterkt. Het westelijk deel van het Van Harenspad blijft in de winkelacht als noordelijke verbindingsroute tussen het Gemeenteplein en de Dracht functioneren. De ruimtelijke en functionele invulling kan versterkt worden, waarbij vooral gekeken moet worden naar sfeerverbetering en het verbeteren van de zichtlijnen. Het Molenplein wordt bebouwd met op de begane grond een full-service supermarkt met daarboven een gebouwde parkeervoorziening van twee verdiepingen en een klein aantal woningen (appartementen).

In combinatie met de full-service supermarkt wordt de mogelijkheid gecreëerd voor een discount supermarkt. Het huidige supermarktpand aan het Molenplein zal worden ingevuld met andere (detailhandel)functies. Dat moet dan een sterke kwalitatieve toevoeging op het centrumaanbod zijn. Met een verbeterde verbinding tussen het Molenplein en omgeving en de Dracht ontstaat een sterker bronpunt voor het centrum. Van groot belang is dat de steeg die de verbinding gaat leggen tussen de nieuwe parkeervoorzieningen en de Dracht functioneel en aantrekkelijk ingevuld wordt. 6.2.3. Overige gebieden in het centrum Stegen: Schoolsteeg, Romkessteeg en Molenstraat De verbetering van de looproute naar de parkeergarage aan het Geerts Willigenplein is van belang om de Lindegracht (en de parkeergarage) beter te laten functioneren. Om dit te bereiken moet de Schoolsteeg aantrekkelijker worden gemaakt als voetgangersroute. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan invulling met winkelfuncties en waar mogelijk optische verbreding van de steeg. De uitstraling van de Romkessteeg en Molenstraat moet worden verbeterd, waarbij een sterkere oriëntatie van aanliggende functies op de steeg (vriendelijker vormgeving van de wanden) en een herinrichting van de loper Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

26

voorop staan. Uitgangspunt hierbij is dat de stegen een heldere en logische route gaan vormen tussen de parkeerlocaties aan de rand van het centrum en de winkelacht. Zuidwand Geerts Willigenplein Om de looproute tussen de Lindegracht en de parkeergarage op het Geerts Willigenplein te verbeteren en de kwaliteit van het Geerts Willigenplein te versterken, zou naast de Schoolsteeg ook de uitstraling van de (leegstaande) winkelpanden aan de zuidwand van het Geerts Willigenplein moeten worden verbeterd. Recent is er vanuit de markt al een initiatief gekomen dat hieraan bijdraagt. Aanloopstraten De aanloopstraten vallen buiten het kernwinkelgebied. Historisch gezien zijn in de aanloopstraten diverse functies aanwezig. Ze worden vaak gekenmerkt door verspreid liggende winkels, die in aantal toenemen naarmate de afstand tot het centrumgebied kleiner is. Ze vormen een soort kweekvijver voor de volgende stap naar het echte centrum. Ze zijn dus ook nodig voor een goed functionerend centrum, ze maken het aanbod compleet. Kwalitatief is het beeld van de winkels in aanloopstraten heel wisselend; zowel winkels die er perfect uitzien tot winkels die het niet gaan redden en geen geld beschikbaar hebben voor de gewenste commerciële uitstraling. Ook heeft niet elk aanloopgebied hetzelfde karakter.

Delen van de Gedempte Molenwijk hebben door de relatief grootschalige bebouwing een ander karakter dan de historische bebouwing en sfeer aan bijvoorbeeld de Lindegracht. Belangrijk is dat de winkels in aanloopstraten voornamelijk “doelgericht” worden bezocht. Dit in tegenstelling tot het kernwinkelgebied, waar het bezoekmotief veel meer recreatief winkelen/shoppen is. In de aanloopgebieden is het logisch en wenselijk, dat een gemengd beeld ontstaat van wonen, dienstverlening en (speciale vormen van) detailhandel, die bij voorbeeld minder verkeer aantrekken. Te denken valt aan doelgerichte detailhandelsbranches, waarbij geen of nauwelijks sprake is van combinatiebezoek (bijvoorbeeld muziekinstrumenten, klokkenmaker of bruidsmode). Voor deze detailhandel in aanloopgebieden geldt in het vigerende bestemmingsplan Heerenveen-Centrum een zeer beperkend regime, waardoor in de afgelopen decennia geen tot weinig ontwikkelingen mogelijk waren. Dat hing samen met de wens om het draagvlak voor detailhandel in het kernwinkelgebied zo sterk mogelijk te houden én met de beperkte mogelijkheden in de oude Wet Ruimtelijke Ordening om onderscheid te maken naar verschillende vormen van detailhandel. In de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is hiervoor iets meer ruimte gegeven, mits het gebeurt op basis van ruimtelijk relevante criteria.

Ruimtelijke relevant is bijvoorbeeld een lagere bezoekersfrequentie en daardoor een lagere parkeerdruk, ruimtelijke uitstraling, een evenwichtige spreiding van typen voorzieningen over het totale centrumgebied om een zo aantrekkelijk mogelijke binnenstad/winkelgebied te hebben en te houden. De nieuwe WRO geeft derhalve de mogelijkheid om voor detailhandel in de aanloopgebieden een nieuw planologisch regime op te stellen met behoud van de primaire positie van het kernwinkelgebied. Het is wenselijk om per aanloopstraat of gebied een gebiedsprofiel op te stellen. Deze gebiedsprofielen zijn uitgangspunt bij de uitwerking van deze detailhandelsvisie in de nota van uitgangspunten van nieuwe bestemmingsplannen. Een voorzet voor gebiedsprofielen: Molenplein heeft als aanloopgebied door de aanwezige bebouwing mogelijkheden voor relatief grootschalige units (meer dan 700 m2). Deze maatvoering sluit goed aan bij de voorgenomen vestiging van een supermarkt en versterkt de functie als bronpunt. De Lindegracht heeft door haar historische bebouwing een ander profiel. Dit gebied kan zicht juist versterken door het toestaan van relatief kleinschalige winkelunits, met een hoogwaardige uitstraling. In het bestemmingplan zal per aanloopgebied maatwerk moeten worden geleverd en worden bekeken welke insteek het meest wenselijk is.

In het kader van deregulering moet ervoor worden gewaakt niet op voorhand alles dicht te willen timmeren, maar ruimte te bieden voor wenselijke initiatieven, die bijdragen aan de functie van het

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

27

betreffende aanloopgebied en daarmee aan het functioneren van het hele centrum. Voor het nader reguleren kunnen de volgende aandachtspunten worden gebruikt. Om het aanloopgebied een gemengde functie te kunnen laten behouden en daarmee in ruimtelijk en visueel opzicht ook een onderscheid te houden met het kernwinkelgebied, kan ervoor worden gekozen om de beoogde detailhandelsvestiging/bestemming te koppelen aan een maximum percentage of oppervlakte van het totale aanloopgebied. Dit percentage kan ook worden gerelateerd aan de invloed van deze vorm van detailhandel op de parkeerdruk van het totale centrumgebied. Deze insteek is op bestemmingsplanniveau uit te werken. Ook, of daarnaast, kan op perceel-/pandniveau een maximum maat worden gehanteerd om te kunnen regelen dat het in bepaalde aanloopgebieden moet gaan om kleinschalige detailhandelsvestigingen. Deze insteek is het meest eenvoudig te verwerken in een bestemmingsplan, eventueel aangevuld met een afwijkingsmogelijkheid gekoppeld aan enkele criteria. Uitsluiting van bepaalde vormen van detailhandel of branches in een bepaald aanloopgebied, omdat deze de verzorgende functie van het centrum (te veel) aantasten of anders gezegd de versterking van het centrum in de weg staan.

Het toelaten van een trekker in het aanloopgebied zou immers tot gevolg kunnen hebben dat het kernwinkelgebied feitelijk wordt verplaatst of uitgebreid, wat niet wenselijk is vanuit de routinggedachte van de winkelacht. Ook vormen van perifere detailhandel moeten worden uitgesloten. Voor de motivering van deze keuze kan ook de parkeerdruk op het centrum een rol spelen. Ook deze insteek is naar verwachting lastig te verwerken op bestemmingsplanniveau, maar kan wel als richtinggevend worden meegegeven. Het toelaten in het aanloopgebied van branches voor een specifieke doelgroep. Geen type winkel dat veel wordt bezocht als onderdeel van “het winkelen” maar juist gericht op een specifieke doelgroep. Het aanloopgebied van het centrum is bij uitstek geschikt voor doelgericht aankopen doen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een bruidsmodezaak, een klokkenmaker enzovoort. In iedere branche is wellicht wel een vorm denkbaar voor een specifieke doelgroep, zodat een limitatieve opsomming daarvan niet mogelijk danwel niet wenselijk is. Deze insteek is naar verwachting lastig te verwerken op bestemmingsplanniveau, maar kan wel als richtinggevend aan eventuele initiatiefnemers worden meegegeven. Aan de Gedempte Molenwijk (noordelijk deel) wordt in de eerste plaats gedacht aan kleinschalige bedrijvigheid zoals die ook een plaats gekregen heeft in de gerestaureerde voormalige leerlooierij.

Creatieve bedrijvigheid, woon-werkcombinaties en dergelijke passen hier ook. Ook detailhandel die passend is in aanloopstraten is mogelijk, in aansluiting op de aanwezige detailhandelsfuncties van Intersport en het jaren „80-winkelcomplex. Het is niet noodzakelijk om op dit moment een actief (sanerings-)beleid te gaan voeren. Bij aanvragen tot vestiging of groei in een aanloopstraat zal altijd de vraag gesteld moeten worden of dit bijdraagt aan de kwaliteit van het gehele centrum. Vlinderbuurt-Zuid Een sterke positie van het kernwinkelgebied heeft de hoogste prioriteit. Daarnaast zou in het Sportstadgebied een ontwikkeling met een (boven)regionale uitstraling moeten worden ontwikkeld. De herontwikkeling van de Vlinderbuurt is pas aan de orde nadat de plannen voor de grootste ingrepen in het centrum en het Sportstadgebied opgepakt zijn. Op dat moment is beter zicht op een geschikte invulling van de voorgenomen commerciële ruimte in het gebied Vlinderbuurt-Zuid. Het zou zo kunnen zijn dat bepaalde winkelformules die thuishoren in het kernwinkelgebied een schaalgrootte vereisen, waar mogelijk geen geschikte locaties voor zijn gecreëerd of vrijgekomen in het Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

28

kernwinkelgebied. Een zeer zorgvuldige en beperkte toevoeging van dit soort detailhandel aan de zuidoostzijde van het centrum in de Vlinderbuurt (aan de zuidzijde van de allee van het Vlinderpark) is in dat geval eventueel mogelijk, in combinatie met de daar te realiseren gebouwde parkeervoorziening. Goede afstemming met de ruimtelijke en functionele invulling van het (winkel)centrum en van het Sportstadgebied is daarbij van belang. Randvoorwaarde is dat de functies in de Vlinderbuurt complementair zijn aan de detailhandelsstructuur en het aanbod in het centrum. 6.3 Buurt en wijkwinkelcentra Voor de toekomstige voorzieningenstructuur van Heerenveen is het aan te bevelen om uit te gaan van twee meer gelijkwaardige wijkcentra, één in De Greiden en één in De Akkers. Op basis van de berekening van de distributieve ruimte zou er voor de dagelijkse voorzieningen buiten het centrum nog zo‟n 1.500 m2 uitbreidingsruimte zijn. Zie voor de berekening bijlage 4 en voor de ontwikkelingen bijlage 5. Het winkelcentrum De Jister in de wijk De Greiden is een sterk winkelgebied met een wijkverzorgende functie. Er zitten twee fullservice-supermarkten. De combinatie van één fullservice supermarkt met een discounter zou een aantrekkelijker aanbod voor de bewoners opleveren (maximale maatvoering totaal 2.500 m2).

Daarvoor zou een verhuizing van één van de twee (Jumbo of C1000) naar een andere locatie nodig zijn. Initiatieven daarvoor zouden vooral van de supermarkten zelf moeten komen. De gemeente beschikt, behoudens wellicht de eventuele verkoop van gronden, niet over instrumenten om daarop te sturen. Een dergelijke verplaatsing lijkt op korte termijn niet aan de orde, beide supermarkten zijn bezig met verbouwplannen (binnen de huidige planologische kaders), en ook de overige voorzieningen zijn bezig met een optimalisatie. Een opschaling van de huidige formules tot een omvang waarop ze goed hun wijkfunctie kunnen vervullen is prima. Voor een evenwichtige verzorgingsstructuur in de context van de hele kern Heerenveen is het verstandig om de verzorgingsfunctie van het wijkcentrum niet nog verder te versterken. In het nieuwe bestemmingsplan voor “De Greiden” zal daarom de maximale oppervlakte van supermarkten worden begrensd op 2.500 m2, waarbij geen onderscheid kan worden gemaakt tussen full-service en discounter. Dit laat echter onverlet dat de gemeente zoveel mogelijk zal streven naar deze combinatie. Voor het Akkersplein in De Akkers geldt hetzelfde. De supermarkt van Lidl is momenteel te gering in oppervlakte om naar behoren een wijkverzorgingsfunctie te kunnen vervullen. Versterking van het dagelijkse aanbod is noodzakelijk.

Ook hier zou dezelfde combinatie van een vergrote discounter (1.000 m2) samen met een servicesupermarkt (1.500 m2) goed kunnen functioneren. Op deze wijze krijgen de inwoners van het zuidelijk deel van Heerenveen (circa 6500 inwoners) een beter alternatief aangeboden. Het aanbod hier wordt dan compleet. Aan de randvoorwaarden (voldoende parkeren, goede bereikbaarheid vanuit de diverse “windstreken”) zal aandacht besteed moeten worden. Door het versterken van de Akkers zal de druk op De Jister verminderd kunnen worden. Deze ambitie zal naar verwachting niet binnen enkele jaren kunnen worden gerealiseerd. Wel is al een eerste verbeterslag gemaakt door een voorgenomen vergroting van de Lidl, waarvan de realisatie in 2011 is voorzien. Net als bij de voorzieningen in de wijk De Greiden geldt hier dat realisering ervan afhankelijk is van concrete initiatieven vanuit de markt. Planologisch zal de maximale maat voor supermarkten worden bepaald op 2.500 m2, waarbij geen onderscheid kan worden gemaakt tussen full-service en discounter. Dit laat echter onverlet dat de gemeente zoveel mogelijk zal streven naar deze combinatie. Op basis van het aantal woningen en het te verwachten inwonertal is het distributief gezien aanvaardbaar om een buurt- of wijkvoorziening (in de dagelijkse sector) te creëren in de wijk Skoatterwâld.

De gemeente heeft daarom in het bestemmingsplan Skoatterwâld de mogelijkheid opgenomen voor een beperkte winkelvoorziening en aangegeven dat er geen initiatieven dienen te worden ontwikkeld die de kracht van het Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

29

centrum aantasten. Dit betekent in ieder geval dat de maatvoering van een te ontwikkelen winkelvoorziening in de dagelijkse sector zeer beperkt moet blijven. Een lastig rond te krijgen exploitatie van een dergelijke winkelvoorziening in Skoatterwâld mag geen reden zijn om meer ruimte (vvo) toe te kennen. Gezien het beperkte toekomstperspectief voor de traditionele buurtwinkels ligt het voor de hand om te zoeken naar alternatieve mogelijkheden voor een buurtwinkel (zoals bijvoorbeeld in Oudeschoot) en zoals gezegd geen uitbreiding van de maatvoering toe te staan. In Oudeschoot wordt in het kader van de leefbaarheid (ontmoetingsplek en instandhouding dorpscafé) en als werkgelegenheidsproject een zeer beperkte winkelvoorziening gecreëerd. Het gaat om een winkel van circa 200 m2 met beperkte openingstijden. Deze voorziening dient vooral als ontmoetingsplek en biedt “beschermde werkgelegenheid” en zal niet of nauwelijks concurrerend zijn voor andere winkelvoorzieningen. De behoefte van de bewoners komt overeen met de resultaten van een onderzoek van de Leeuwarder Courant (Krimpdossier 2010) dat aangeeft dorpsbewoners een supermarkt en een dorpscafé de belangrijkste voorzieningen vinden. Dit initiatief voor een buurtsuper draagt bij aan beide behoeftes en zou ook in andere dorpen mogelijk zijn zonder gevolgen voor de distributieve ruimte.

6.4 Perifere detailhandel op bedrijventerreinen Voor de perifere detailhandel is het terugdringen van versnippering in bepaalde branches het belangrijkste aandachtspunt. Gebiedsgerichte concentratie en een gezamenlijke uitstraling dragen dan bij aan de aantrekkingskracht van het aanbod. Het aanbod in de branche bouwmarkten/DHZ is goed vertegenwoordigd in de gemeente Heerenveen. Binnen de branche vindt een sterke verschuiving plaats van kleinere speciaalzaken naar grote bouwmarkten met een breed assortiment. Door een betere spreiding van het DHZ-aanbod, met een (beperkte) kwantitatieve groei kan het aanbod worden versterkt. Momenteel zijn er op BPF verschillende plannen in ontwikkeling voor een beperkte uitbreidingsruimte, van bestaande DHZ-bedrijven. De planologische ruimte in het bestemmingsplan is op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde PDVbeleid bepaald. Op de locatie Bos Tuin & Dier kan een nieuwe bouwmarkt de verzorgingsstructuur in de DHZ branche versterken. De branche woninginrichting is ruimschoots vertegenwoordigd in Heerenveen. De branche valt grofweg uiteen in de kwaliteitswinkels en de discountzaken. De kwaliteitswinkels hebben een bovenregionale functie en kunnen solitair functioneren. Op een goede locatie nabij een kernwinkelgebied kunnen een kwaliteitswinkel in woninginrichting en het kernwinkelgebied van elkaars nabijheid profiteren.

Wellicht dat op termijn verplaatsing van een meubelzaak (bv. Vesta) of andere kwalitatief hoogwaardige vestiging in de woninginrichting naar de Vlinderbuurt een sterker aanbod voor Heerenveen als totaal kan opleveren. Zoals al gezegd, hier zeer zorgvuldig omgaan met toevoegingen (paragraaf 6.2.3). De discountzaken zitten nu vooral op het BPF/Nijehaske. Deze winkels profiteren van elkaars nabijheid. Versnippering dient hier tegen gegaan te worden en concentratie verder bevorderd. Herinrichting van de openbare ruimte en aandacht voor het parkeren kunnen het gebied een betere uitstraling en routing geven. Ook hier gaat kwaliteit voor kwantiteit. Voor de subbranches keukens, tegels en vloeren geldt hetzelfde als voor de meubelzaken. De branche van de auto‟s, boten en caravans zijn bij uitstek perifeer gevestigd; ze hebben nagenoeg geen relatie met het kernwinkelapparaat. Voor autodealers geldt wel dat concentratie en clustering van aanbieders de aantrekkingskracht ten goede komt. De botenbranche heeft aan de noordkant van Heerenveen prima haar plek gevonden. Faciliteren volstaat hier. Caravanbedrijven ontbreken vooralsnog in Heerenveen. Bij initiatieven in deze richting ligt het voor de hand om aansluiting te zoeken bij het bedrijventerrein in Heerenveen-Zuid. Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

30

De motorenbranche is versnipperd aanwezig in Heerenveen. Nieuwe initiatieven of vergrotingen zouden primair hun plek moeten krijgen op het BPF (in aansluiting op de autobranche) of op de speciale bebouwingskamer op IBF. Merkdealers in de autobranche hebben baat bij een concentratie ofwel de nabijheid van collega merkdealers. In de huidige situatie hebben de merkdealers zich vooral gevestigd in de ontwikkeling langs de weg Businesspark Friesland West en meer versnipperd op het bedrijventerrein BPF. Verder zijn enkele gevestigd in Zuid en op de Kavels. Vestiging op méér dan twee locaties is niet gewenst. Met name de aanwezigheid van merkdealers in Zuid is niet logisch voor de toekomstige situatie. Het cluster in de zichtzone van IBF moet bij voorkeur als integraal concept met een hoge kwaliteit worden ontwikkeld. Op deze toplokatie kan middels het inzetten op volume, ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit en profilering een onderscheidende lokatie worden ontwikkeld. Met een dergelijke concentratie kan de trend worden gevolgd dat de koppeling tussen sales en aftersales minder belangrijk is en importeurs op termijn wellicht kiezen voor een netwerk van (boven)regionale autoshowrooms met een hoge ruimtelijke kwaliteit aangevuld met lokale vestigingen voor onderhoud- en reparatie. Vestiging van showroomfuncties op een zichtlocatie langs de A7 moet worden nagestreefd.

De aftersales (onderhoud en reparatie) kan binnen dezelfde bebouwingskamer op andere (niet-zicht)locaties worden gevestigd. De voorgestane concentratie zal een substantieel aantal automerken van verschillende importeurs moeten bevatten. De onafhankelijke autobedrijven zijn versnipperd over de bedrijventerreinen te vinden, maar de meeste zitten in Zuid. Verdere concentratie in Zuid, en dan met name het westelijk deel, is raadzaam. Een zichtlocatie langs het spoor is hierbij niet nodig. In de branche van de tuincentra is sprake van één grote vestiging, namelijk Bos Tuin & Dier. Kwantitatief is uitbreiding niet noodzakelijk. Consolidatie in deze branche ligt voor de hand. Naast de benoemde branches wordt in het Streekplan Fryslân ook over andere branches op perifere locaties gesproken, namelijk supermarkten, fietsen, brandbare of explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteiten van industrie en ambacht. De vestiging van laatstgenoemde twee categorieën op perifere locaties vinden wij niet verstorend voor de detailhandelsstructuur zijn en kunnen bij vrijstelling worden toegestaan. Wij vinden het vestigen van supermarkten op bedrijventerreinen in Heerenveen niet gewenst. Voor de fietsenbranche hanteren we de volgende beleidslijn.

In de markt is een tendens gaande dat de winkels steeds groter worden en ook in de fietsenbranche is beleven en ervaren van groot belang. Wij zijn van mening dat fietsenzaken met een oppervlakte tot 1.500 m2 nog passen in een centrum(rand)milieu. Op dit moment beslaat de oppervlakte aan rijwielzaken in Heerenveen ongeveer 850m2 en dat past bij de omvang van Heerenveen. Eventueel extra aanbod moet van toegevoegde waarde zijn op het bestaande aanbod en bijdragen aan het profiel van Heerenveen als Stad van Sport. In het kader van een verdere ontwikkeling en profilering van Heerenveen als Stad van Sport zien we op termijn wel mogelijkheden voor de ontwikkeling van een grootschalig concept (flagshipstore, megastore, minimaal 1.500m2). De beste plek daarvoor de is Noordplot van het sportstadgebied. Omdat zich in 2010 echter concrete vragen uit de markt aandienden en de ontwikkelingsmogelijkheden op de Noordplot er niet op korte termijn zijn, is er voor gekozen om nu al in Nijehaske, aansluitend bij het bestaande (en mogelijk te versterken) cluster PDV-bedrijven (publieksaantrekkend) de mogelijkheid voor (grootschalige) detailhandel in fietsen op te nemen. 6.5 Sportstadgebied Het Sportstadgebied (Noordplot) is in feite een bijzonder perifere lokatie.

Volgens het Streekplan mogen daar dus de reguliere perifere branches, zoals hierboven beschreven, Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

31

gevestigd worden. Wij vinden het niet wenselijk om deze bijzondere plek in te vullen als gewone perifere lokatie. De ontwikkeling van Sportstad Heerenveen, met specifieke vormen van detailhandel, kan Heerenveen verder op de kaart zetten. Uitgangspunt is dat de functies die worden ontwikkeld in dit gebied, gericht moeten zijn op de bovenregionale markt en niet concurrerend mogen zijn met het centrum. Er moet heel zorgvuldig worden omgegaan met het eventueel toevoegen van winkeloppervlak, het moet echt gaan om een kwalitatieve impuls, “een beleving”. Het leggen van een juiste (fysieke en functionele) relatie tussen Sportstad en het centrum kan Heerenveen als totaal verder versterken en bijdragen aan het „sport‟-imago van Heerenveen. Als onderdeel van de doorontwikkeling van het Sportstadgebied zullen in de zogenaamde „noordplot‟ verschillende commerciële ruimtes gerealiseerd worden. Deze commerciële ruimtes maken dan deel uit van de beoogde integrale gebiedsontwikkeling van het Sportstadgebied als geheel, waarbij ook een nieuw Thialf IJsstadion tot de mogelijkheden behoort1.

Uitgangspunten bij detailhandelsontwikkeling in het Sportstadgebied zijn als volgt: Het is gericht op de (boven)regionale markt en mag dus niet concurrerend zijn met het winkelaanbod in het centrum; Supermarkten worden in het Sportstadgebied niet toegestaan; Retail/winkels in het Sportstadgebied moeten deel uitmaken van de integrale ontwikkeling van dit gebied waarbij het thema „sport‟ centraal staat. Hierbij kan je denken aan bijvoorbeeld een Flagshipstore (van bijvoorbeeld Batavus), een kwalitatief goede sportwinkel met een plus op het gebied van “beleven”, iets met schaatsen, en dergelijke. 6.6 Dorpen en buitengebied Het draagvlak voor voorzieningen in de meeste dorpen is beperkt; het inwonertal van de meeste dorpen ligt onder de 2.000 inwoners. Bovendien is bij de meeste dorpen de afstand tot een grotere kern (Gorredijk of Heerenveen-kern) met een breder aanbod gering. Hierdoor beperkt het aanbod zich meestal tot het dagelijks benodigde en de vergeten boodschappen. Over het algemeen is het toekomstperspectief van deze kleine dorpen op het gebied van de detailhandel beperkt. Door onder meer de schaalvergroting, de gezinsverdunning en de toegenomen mobiliteit is de druk op kleine winkels in de kleine kernen steeds groter geworden. Deze trend zal zich de komende jaren onverminderd voortzetten, de overheid kan dat niet keren.

Verder is vaak te zien, dat vooral in kleinere kernen winkels gaan sluiten zodra de opvolging ter tafel komt. Overname of opvolging is veelal geen optie, zodat de winkel gaat sluiten. Dit neemt overigens niet weg, dat soms ook nieuwe initiatieven ontstaan, die op de leefbaarheid in de dorpen en het buitengebied een positieve uitwerking kunnen hebben. In de dorpen van geringe omvang dienen de verschillende functies zoveel mogelijk in elkaars nabijheid aanwezig te zijn om zo optimaal van elkaars nabijheid te profiteren en de mogelijkheid van combinatiebezoek te stimuleren. Op die manier kunnen de verschillende functies elkaar zoveel mogelijk versterken. Zowel Jubbega als Nieuwehorne heeft een regionale functie; concentratie van (nieuwe) winkels dient zoveel mogelijk in deze twee dorpen plaats te vinden, zodat het draagvlak voor de aanwezig voorzieningen verder kan worden versterkt. Het aangeven van de begrenzing van het winkelgebied kan hier een hulpmiddel voor concentratie zijn. Voor beide kernen is een kaartje opgenomen met de begrenzing van het winkelgebied. Nieuwe winkelvestigingen moeten in dit gebied een plaats vinden, daarbuiten wordt in principe geen toestemming verleend voor nieuwe detailhandelsfuncties. De al bestaande winkels buiten dit “kernwinkelgebied” blijven natuurlijk mogelijk. Voor de overige dorpen is het potentieel voor detailhandel uiterst gering.

In dit beleid wordt niet nader ingegaan op de 1

Bij de ontwikkeling van Thialf op de Noordplot is er zo‟n 5.000 tot 7.000 m2 aan commerciële ruimtes voorzien. Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

32

al dan niet aanwezige winkelvestigingen.

ontwikkelingsmogelijkheden

voor

deze

bestaande

Jubbega Het toekomstperspectief voor het centrum van Jubbega ziet er op dit moment goed uit, zolang de huidige niet-dagelijkse winkels hun klantenkring vast weten te houden. De leegstand is over het algemeen beperkt. Er is eind 2010 zelfs sprake van nieuwbouwontwikkeling van winkelunits aan de P.W. Janssenweg. De huidige inrichting van de openbare ruimte voldoet aan de normen van de tegenwoordige consument en de parkeergelegenheid van de supermarkt is voldoende. Zodra één van de grote panden in het centrum leeg komt te staan, kan dit wel erg verstorend werken op de kracht en eenheid van het centrumgebied. Verder is het spijtig, dat de supermarkt niet direct een relatie heeft met het centrale deel van Jubbega. Voor de toekomst is het belangrijk dat zoveel mogelijk de concentratie van het aanbod in de kern Jubbega in tact blijft. Voor de het gebied rondom de Welkoop is verdere uitbreiding met andere winkels niet aan te bevelen.

Winkelgebied Jelle van Damweg, Jubbega

Nieuwehorne De supermarkt in Nieuwehorne vervult een regiofunctie voor de dorpen in de nabije omgeving van Nieuwehorne, zoals Oudehorne en Katlijk. Hij telt 570 m2. De ligging is centraal in het dorp, waar de overige winkels (o.a. bloemenwinkel) en voorzieningen (o.a. bank) zich ook hebben gevestigd. Mede gezien het geringe inwonertal is verdere uitbreiding van het aantal winkels in de dagelijkse sector hier niet aan te bevelen. Bestaande winkels kan wel de mogelijkheid geboden worden voor doorgroei en het upto-date maken van hun winkel. Een (beperkte) uitbreiding kan hier deel van uit maken.

Winkelgebied Schoterlandseweg, Nieuwehorne

Buitengebied In het buitengebied ontstaan (o.a. als gevolg van de toeristische ontwikkeling) steeds meer kleinschalige bedrijfsmatige initiatieven die bijdragen aan de belevingswaarde van

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

33

het buitengebied. Daarnaast kunnen dergelijke initiatieven de continuïteit van de (overige) bedrijvigheid in het buitengebied waarborgen (verbreding van de inkomsten). Detailhandel in streekproducten en detailhandel in op toeristen/recreanten gerichte producten versterken de aantrekkingskracht van het gebied en worden dan ook in principe vanuit een positieve houding bejegend (beperkt in m2 en omzet, aanvullend op toeristisch aanbod, of streekeigen product). In de niet-dagelijkse sector moeten nieuwe initiatieven vooral in de winkelgebieden van Heerenveen, Jubbega en/of Nieuwehorne worden gevestigd. Heel specifieke segmenten in de doelgerichte sector (non food) kunnen - indien geen verstoring optreedt van de structuur - solitair in vrijkomende agrarische panden het buitengebied worden toegelaten (zoals bijvoorbeeld haarden). Hiervoor zal bij elk individueel geval een afweging moeten worden gemaakt. Bij het toelaten van detailhandel in het buitengebied dient in ieder geval een koppeling aanwezig te zijn met bestaande agrarische functies, hergebruik van vrijkomende (niet-)agrarische gebouwen of verbetering van bebouwingslinten en –clusters in het landelijk gebied.

7. Acties Zoals in de inleiding al gemeld is in deze visie integraal ingegaan op de gewenste detailhandelsontwikkeling. De aanbevelingen met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling zijn of worden voor een groot deel verwerkt in diverse ruimtelijke gebiedsgerichte plannen, zoals de structuurvisie centrum breed en diverse bestemmingsplannen. De ondernemersgerichte aspecten zijn in dit document voor het eerst in onderlinge samenhang verwoord. In dit hoofdstuk wordt een eerste voorzet gegeven voor acties die voortvloeien uit de ondernemersgerichte aanbevelingen, het opzetten van centrummanagement en de acties gericht op het monitoren van het beleid. Zolang er geen structuur voor centrummanagement is zal vanuit de bestaande netwerken een start worden gemaakt met diverse actiepunten.

Actief volgen en afstemmen Actie Deelname koopstromenonderzoek Opzetten centrummonitor Monitoren ontwikkeling Initiëren afstemming F4 Stimuleren innovatie en MVO Herijken detailhandelsbeleid

Trekker en partners gemeente gemeente (ism centrummanagement) gemeente (ism centrummanagement) gemeente ism KvK Centrummanagement ism gemeente gemeente

Wanneer 2011/2012 2012 Jaarlijks 2011 e.v. 2012 e.v. 2017

Het versterken van de aantrekkingskracht en het economisch functioneren van het centrum van Heerenveen Actie Onderzoeken wenselijkheid en haalbaarheid integraal opzetten centrummanagement Opzet centrumpromotie

Trekker en partners gemeente

Wanneer 2011/2012

gemeente ism ondernemers

2011

-strategische denktank en actieve werkgroep -doelgroepanalyse

gemeente

2011

werkgroep centrumpromotie

2011

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

34

-ontwikkelen toolkit -advisering en ondersteuning promotie -ontwikkelen gastheerschap bij ondernemers (VVV corners)

Evenementenbeleid gericht op kwalitatieve impuls Profiel aanloopstraten

werkgroep centrumpromotie werkgroep centrumpromotie

2011 2011 e.v.

plattelânsprojecten en gemeente

2011 e.v.

gemeente ism werkgroep centrumpromotie gemeente

2011/2012 2012/2013

Een passend verzorgingsniveau in dorpen en het buitengebied Actie Toeristisch profiel Friese Wouden -ondernemers (breed) actief meenemen in profielontwikkeling -ontwikkelen gastheerschap bij ondernemers -initiatieven aanhaken bij profielontwikkeling (ook PB) -versterken relatie retail, horeca en cultuur

Trekker en partners gemeente en plattelânsprojecten plattelânsprojecten en gemeente plattelânsprojecten en gemeente plattelânsprojecten en gemeente gemeente en plattelânsprojecten

Wanneer 2011 en verder 2011 e.v. 2011 e.v. 2011 e.v. 2012 e.v.

In bijlage 7 staat een aantal mogelijke aandachtspunten vermeld, die in het kader van centrummanagement kunnen worden uitgewerkt.

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

35

Bijlage 1 Verklarende woordenlijst Dagelijkse artikelen

Niet-dagelijkse artikelen Food Frequent benodigd food Modisch recreatief Overig recreatief

non-

Doelgericht non-food PDV

Overige detailhandel Koopkrachtbinding Koopkrachtafvloeiing Koopkrachttoevloeiing Vvo=verkoopvloeroppervlak Wvo=winkelvloeroppervlak Koopstromen Vloerproductiviteit

Levensmiddelen (food) en artikelen voor de persoonlijke verzorging. Meer concreet: supermarkten, winkels in levensmiddelen (onder andere groenteboer, toko, slijter, tabakszaak, delicatessen) en winkels met artikelen voor de persoonlijke verzorging (zoals drogisterijen, parfurmerie en apotheek) Alle artikelen die niet onder dagelijks vallen (o.a. kleding, elektronica, huishoudelijke artikelen, DHZartikelen, bruin- en witgoed, wonen, vrije tijdsartikelen) Voedings- en genotmiddelen Huishoudelijke artikelen, drogist, parfumerie Kleding, schoenen, lederwaren Warenhuis, juwelier, optiek, hobby, media, sport, antiek Doe-het-zelf, wonen, bruin- en witgoed, plant & dier, auto & fiets Perifere detailhandelsvestigingen (supermarkten, detailhandel in auto‟s, boten, caravans, fietsen en auto accessoires, keukens, meubelen, bouwmaterialen, plant en dier, en brandbare of explosiegevaarlijke stoffen) 2e hands artikelen, audicien, erotiek De mate waarin inwoners uit een bepaald gebied (kern of gemeente) hun bestedingen in dat betreffende gebied doen De mate waarin inwoners uit een bepaald gebied hun bestedingen buiten dat gebied doen Het aandeel van de bestedingen in het betreffende gebied afkomstig van inwoners van buiten dat gebied Winkelvloeroppervlak dat voor de consument toegankelijk is (dus exclusief kantoren, magazijn ed) Koopkrachtbewegingen tussen kernen, gemeenten of winkelgebieden

door binding, afvloeiing en toevloeiing van koopkracht Gemiddelde detailhandelsomzet per vierkante meter winkelvloeroppervlak

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

36

Bijlage 2 Achtergronddocumentatie Gemeentelijk -Visie op de detailhandelsstructuur voor de dagelijkse sector; werkdocument uit september 2008, gebruikt als basis voor structuurvisie Centrum Breed; -Actualisatie PDV-beleid; vastgesteld door de raad in mei 2009; -Uitwerking Doe-het-zelf-branche, werkdocument voor bestemmingsplan, juli 2009 -Visie op de detailhandelsstructuur voor de niet-dagelijkse sector; werkdocument juni 2009, gebruikt als basis voor structuurvisie Centrum Breed; -Visie op de detailhandelsstructuur voor de dorpen; werkdocument maart 2010. -provinciaal Koopstromenonderzoek en rapportage Heerenveen in opdracht van de Kamer van Koophandel en de Provincie, 2007 Algemeen -Dynamiek van winkelgebieden, van meer naar betere meters, NRW taskforce dynamische winkelgebieden, september 2010 -Trends binnenstad 2009, Detailhandel Nederland, 2009 -2020; vier scenario’s voor de toekomst van de detailhandel, HBD, 2007 -HBD Trendrapport 2009: Kleine vernieuwende winkels maken het verschil, HBD, 2009 -onderzoek Retail 2020; uitgevoerd in opdracht van CBW-MITEX en Hoofd Bedrijfschap Detailhandel, 2010 -Multichannel Monitor 2010, HBD en Thuiswinkel.org., september 2010 -Internetverkopen, HBD, 2010 -Handboek Centrummanagement 2010, HBD en Kamer van Koophandel, 2010 -Citymarketing, Berenschot, 2010

Integrale detailhandelsvisie gemeente Heerenveen 2011 Vastgesteld door gemeenteraad d.d. 2011-03-07

37

Bijlage 3 Ingekomen reacties op de concept integrale detailhandelsvisie Er zijn 3 officiële reacties binnengekomen. Verder is er (ambtelijk danwel bestuurlijk) gesproken met een delegatie van de besturen van de volgende ondernemersverenigingen: HOV, ONMKB, HNI Jubbega/Hoornsterzwaag, Ondernemersvereniging De Knipe. Naar aanleiding van de ingekomen reacties is de detailhandelsvisie op een aantal plekken beperkt aangepast. Onderstaand een kort overzicht van de reacties. HOV in een bestuurlijk overleg De HOV kan zich vinden in de visie. Zij vindt het van belang te benadrukken dat er geen uitbreidingsruimte in kwantitatieve zin is, en zien zich daarin ondersteund door de recente publicaties van CBW/Mitex en het HBD over de ontwikkelingen in de mode- en woninginrichtingsbranche. Het inzetten op innovatie (bijvoorbeeld breedband) is van groot belang voor de toekomst van bestaande ondernemers. HNI Jubbega/Hoornsterzwaag HNI vindt het van belang dat het mkb in het buitengebied zich kan blijven ontwikkelen en dat het kernwinkelgebied van Jubbega zo sterk mogelijk blijft. Ondernemersvereniging De Knipe De ondernemersvereniging heeft als doelstelling het behouden van de leefbaarheid in de Knipe. Een supermarkt zou daaraan kunnen bijdragen. De laatste supermarkt is in 1999 vertrokken. Het versterken van het centrum van Heerenveen is ook goed voor de Knipe.

De ONMKB De ONMKB wil zo min mogelijk belemmeringen voor bestaande ondernemers in het buitengebied. Kamer van Koophandel (informeel per mail) Vindt het een helder verhaal dat goed de kaders voor ontwikkelingen weergeeft. De Kamer hecht waarde aan het optimaal versterken van het bestaande centrum. Daarbij is samenwerking met de ondernemers van groot belang. Zienswijze Eurostore Design (per mail) Wil graag meer planologische ruimte voor perifere detailhandelsvestigingen aan de Jousterweg (BPF). De gemeentelijke insteek dat hier vooral de branche woninginrichting kan worden gevestigd vindt Eurostore te beperkend, hij zou aan de Jousterweg graag meer ruimte zien voor bijvoorbeeld de rijwielbranche, RTV (=witgoed), Blokker en Action. Gemeentelijke reactie op Eurostore Design Gemeentelijke insteek is de PDV-gebieden te versterken en samenhangend te ontwikkelen. Het aanwezige cluster woninginrichting (en bouwmarkten) kan worden versterkt. De fietsenbranche is ter plaatse toegestaan, maar wel in een forse maat die daadwerkelijk iets toevoegt aan “reguliere fietsenzaken” die in een centrum(rand)omgeving thuishoren. Witgoed is geen PDV, maar een centrumfunctie. Action is een trekker voor het centrumgebied, derhalve niet toestaan op bedrijventerrein. Hetzelfde geldt voor de reguliere Blokker. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=f71a7278-7f96-4873-8a1c-59467b06567a