CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. aanvraagformulier en bijlagen gecombineerd (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Jubbega, Schoterlandseweg 195, omgevingsvergunning – Verklaring van geen bedenkingen22.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning

Formulierversie 2020.01

Aanvraaggegevens Algemeen Aanvraagnummer

6317933

Aanvraagnaam

R. Nijholt

Uw referentiecode

21-191

Ingediend op

13-05-2022

Soort procedure

Onbekend

Projectomschrijving

Voor het splitsen van woonboerderij in twee wooneenheden.

Opmerking

-

Gefaseerd

Nee

Blokkerende onderdelen weglaten

Nee

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen

.

Bijlagen n.v.t. of al bekend

.

13 mei 2022

Geen

Bevoegd gezag

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Naam:

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Crackstraat 2 8441 ES Heerenveen

Postadres:

Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Telefoonnummer:

0513-617617

Faxnummer:

0513-617475

E-mailadres:

vergunningen@heerenveen.nl

Website:

www.heerenveen.nl

Contactpersoon:

Dienst Publiek en Veiligheid

Aanvraagnummer: 6317933

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 1 van 7

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijbehorend bouwwerk bouwen • Bouwen Bijlagen

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Aanvraagnummer: 6317933

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 2 van 7

Locatie 1

Adres

Postcode

8411ZE

Huisnummer

195

Huisletter

-

Huisnummertoevoeging

-

Straatnaam

Schoterlandseweg

Plaatsnaam

Jubbega

Geen

Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen?

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Aanvraagnummer: 6317933

Geen

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 3 van 7

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening 1

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Bestemmingsplan Beheersverordening Exploitatieplan Regels op grond van de provinciale verordening Regels op grond van een AMvB Regels van het voorbereidingsbesluit

Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

Men wil de woonboerderij opsplitsen in twee wooneenheden.

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Wonen.

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Wonen.

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

Men wil de woonboerderij opsplitsen in twee wooneenheden.

Is het beoogde gebruik tijdelijk van aard?

Ja Nee

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate is vastgelegd?

Ja Nee

Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Ja Nee

Aanvraagnummer: 6317933

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 4 van 7

Bouwen

Bijbehorend bouwwerk bouwen

1

Woning

Gaat het om de bouw van één of meer woningen? 2

Ja Nee

De bouwwerkzaamheden

Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting

Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst De woonboerderij wordt opgesplitst in 2 wooneenheden.

Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 3

Plaats van het bouwwerk

Waar gaat u bouwen? 4

Ja Nee

Hoofdgebouw

Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 5

Bruto inhoud bouwwerk

Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 6

8

Ja Nee

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor?

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Ja Nee

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden? 7

Ja Nee

Aanvraagnummer: 6317933

Wonen Overige gebruiksfuncties

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 5 van 7

Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken?

9

Wonen Overige gebruiksfuncties

Wat wordt de gebruiksoppervlakte van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat wordt de vloeroppervlakte van het verblijfsgebied van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels

Zie

Zie

- Plint gebouw

de

de

- Gevelbekleding

tekeningen

tekening

- Borstweringen

-

-

- Voegwerk

-

Kozijnen

-

- Ramen

-

- Deuren

-

- Luiken

-

Dakgoten en boeidelen

-

Dakbedekking

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

-

Geen

10 Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Aanvraagnummer: 6317933

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 6 van 7

Bijlagen Formele bijlagen

Datum aanvraag: 13 mei 2022

Naam bijlage

Bestandsnaam

Type

Datum ingediend

R_Nijholt_Jubbega_2022_01_pdf

R Nijholt Jubbega 2022 01.pdf

Overige gegevens veiligheid Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen Welstand Gezondheid Gegevens Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

13-05-2022

In behandeling

R_Nijholt_Jubbega_2022_02_pdf

R Nijholt Jubbega 2022 02.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen Installaties Constructieve veiligheid

13-05-2022

In behandeling

22KS019_statische_berekening_VA_pdf

22KS019 statische berekening VA.pdf

Constructieve veiligheid

13-05-2022

In behandeling

zoek_Schoterlandseweg_195_Jubbega_01_pdf

Bodemonderzoek Schoterlandseweg 195 Jubbega 01.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening

13-05-2022

In behandeling

Ruimtelijke_onderbouwing_01_pdf

Ruimtelijke onderbouwing 01.pdf

Anders Gegevens Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

13-05-2022

In behandeling

Aanvraagnummer: 6317933

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Status document 13 mei 2022

13 mei 2022

13 mei 2022

13 mei 2022

13 mei 2022

Pagina 7 van 7

Terpsterwei 1 9233 LJ Boelenslaan

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Schoterlandseweg 195, Jubbega

Opdrachtgever:

Opgesteld door: Datum: Versie:

Bouwkundig Teken- & Adviesburo J. de Vries Joldert de Vries Stekker 9, 8411 TS Jubbega

12-05-2022 gew: 17-03-2023 2

‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.3.1. 1.3.2. 1.3.3. 1.3.4. 1.4. 1.5.

2.

Planbeschrijving ........................................................................................................................................... 8 2.1. 2.2. 2.3. 2.3.1. 2.3.2. 2.3.3. 2.3.4. 2.3.5.

3.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 4 Ligging van het projectgebied .......................................................................................................... 4 Huidig planologisch regime ............................................................................................................. 4 Algemeen ......................................................................................................................................... 4 Facet bestemmingsplannen: ............................................................................................................. 4 Beschrijving bestemmingen ............................................................................................................. 6 Strijdigheid ....................................................................................................................................... 6 Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing ......................................................................................... 6 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 7

Huidige situatie projectgebied.......................................................................................................... 8 Gewenste situatie ............................................................................................................................. 9 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................... 10 Algemeen ....................................................................................................................................... 10 Uitgangspunten .............................................................................................................................. 10 Parkeren.......................................................................................................................................... 10 Verkeer ........................................................................................................................................... 10 Conclusie ........................................................................................................................................ 11

BELEIDSKADER ...................................................................................................................................... 12 3.1. Rijksbeleid...................................................................................................................................... 12 3.1.1. Nationale omgevingsvisie .............................................................................................................. 12 3.1.1.1. Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................................................... 12 3.1.1.2. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid ......................................... 13 3.1.2. Conclusie ........................................................................................................................................ 13 3.2. Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 13 3.2.1. Streekplan Fryslân 2007 ................................................................................................................. 13 3.2.1.1. Algemeen................................................................................................................................... 13 3.2.1.2.

Toetsing van het initiatief aan het streekplan Fryslân 2007 ...................................................... 14 3.2.2. Verordening Romte Fryslân 2014 .................................................................................................. 14 3.2.2.1. Algemeen................................................................................................................................... 14 3.2.2.2. Toetsing van het initiatief aan de Verordening Romte Fryslân 2014........................................ 15 3.2.3. Omgevingsvisie provincie Fryslân, De Romte Diele ..................................................................... 15 3.2.3.1. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie provincie Fryslân, De Romte Diele .......... 15 3.2.4. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid ................................................................................ 15 3.3. Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 16 3.3.1. Woonvisie Heerenveen 2015-2020 ................................................................................................ 16 3.3.1.1. Algemeen................................................................................................................................... 16 3.3.1.2.

Hoofdoel, subdoelen en ambities .............................................................................................. 16 3.3.1.3. Nieuwbouwprogramma ............................................................................................................. 17 3.3.1.4. Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Heerenveen 2015-2020 ...................................... 17 3.3.2. Addendum Woonvisie.................................................................................................................... 17 3.3.2.1. Algemeen................................................................................................................................... 17 3.3.2.2. Beleidslijnen .............................................................................................................................. 18 3.3.2.3. Consequenties............................................................................................................................ 18 3.3.2.4. Toetsing van het initiatief aan het Addendum Woonvisie ........................................................ 19 3.3.3. Startnotitie woonvisie Heerenveen 2022 ....................................................................................... 19 3.3.4. Welstandsnota 2016 .......................................................................................................................

19 3.3.4.1. Algemeen................................................................................................................................... 19 3.3.4.2. Toetsing aan de Welstandsnota 2016 ........................................................................................ 19

2 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

4.

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................................... 20 4.1. Geluid ............................................................................................................................................. 20 4.1.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 20 4.1.2. Situatie projectgebied ..................................................................................................................... 20 4.1.2.1. Wegverkeerslawaai ................................................................................................................... 20 4.1.2.2. Spoorwegen en industrielawaai ................................................................................................. 21 4.1.3. Conclusie ........................................................................................................................................ 21 4.2. Bodem ............................................................................................................................................ 21 4.2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 21 4.2.2.

Conclusie ........................................................................................................................................ 22 4.3. Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 22 4.3.1. Beoordelingskader.......................................................................................................................... 22 4.3.2. Conclusie ........................................................................................................................................ 22 4.4. Externe veiligheid .......................................................................................................................... 22 4.4.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 22 4.4.2. Conclusie ........................................................................................................................................ 23 4.5. Milieuzonering ............................................................................................................................... 23 4.5.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 23 4.5.2.

Geur ................................................................................................................................................ 25 4.5.3. Conclusie ........................................................................................................................................ 27 4.6. Ecologie.......................................................................................................................................... 27 4.6.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 27 4.6.2. Gebiedsbescherming ...................................................................................................................... 27 4.6.2.1. Ecologie ..................................................................................................................................... 27 4.6.2.2. Natura 2000-gebieden ............................................................................................................... 28 4.6.2.3. Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................................................. 28 4.6.3. Conclusie ........................................................................................................................................ 29 4.7.

Archeologie .................................................................................................................................... 29 4.7.1. Archeologie .................................................................................................................................... 29 4.7.2. Conclusie ........................................................................................................................................ 30 4.8. Wateraspecten ................................................................................................................................ 30 4.8.1. Conclusie ........................................................................................................................................ 30

5.

Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 31

6.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 32

7.

Bijlagen ........................................................................................................................................................ 33 Bijlage 1: Verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN 5740+A1 SIGMA bouw en milieu, projectnummer 22-M10199 d.d. 28-02-2022. .............................................................................................. 33 Bijlage 2: Verklaring van geen bezwaar 14-03-2023............................................................................ 33 Bijlage 3: Stikstofberekening 10-03-2023 ............................................................................................ 33 Bijlage 4: Watertoets ............................................................................................................................. 33

3 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op het perceel aan de Schoterlandseweg 195 te Jubbega. Ter plaatse is een voormalige boerderij met vrijstaand bijgebouwen aanwezig. De boerderij bestaat uit een voorhuis en achterhuis. Het voorhuis (inclusief 3 slaapkamers) wordt momenteel bewoond. Initiatiefnemer is voornemens in de boerderij een extra woning toe te voegen. Hierbij wordt het achterhuis ingericht als extra woning. Voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend met een omgevingsvergunning volgens artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2. Ligging van het projectgebied Het projectgebied ligt aan de Schoterlandseweg 195 te Jubbega. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Mildam sectie 02K, nummer 721. In onderstaande afbeelding 1 is de ligging van het projectgebied (rode pijl en rode onderbroken omlijning) ten opzichte van de kern Jubbega en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

1.3. Huidig planologisch regime 1.3.1. Algemeen Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’ zoals dit op 25 juni 2007 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Heerenveen. Het projectgebied is met een rode stippellijn weergegeven.

1.3.2. Facet bestemmingsplannen: Naast het bestemmingsplan Buitengebied 2007 zijn en blijven de volgende facetbestemmingsplannen van toepassing op de planlocatie. -

Partiele aanvraag een diverse wetgevingen (opheffingen ca); Thematisch bestemmingsplan Gebouwen bij woningen en beroepsuitoefening-aan-huis; Correctieve beschrijving van het bestemmingsplan 2007; Gedeeltelijke beschrijvingen parkeren; Partiële goedkeuringen kamerverhuur; Voorbereidingsbesluit;

4 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Afbeelding 1 Locatie Schoterlandseweg 195 Jubbega (PDOK-viewer.nl, 2022)

Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’ opgenomen.

Afbeelding 2 Uitsnede uit bestemmingsplankaart (www.ruimtelijkeplannen.nl, 2022)

5 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

1.3.3. Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het projectgebied zijn voorzien van de enkelbestemming 'wonen lll’. De op de kaart voor Woondoeleinden III aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in bijlage 1; 2. kleinschalige bedrijven, die zijn genoemd in bijlage 3, b. indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “kleinschalige bedrijven toegestaan”; c. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; met daaraan ondergeschikt: d. wegen en paden; e. water; met de daar bijbehorende: e. tuinen, erven en terreinen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.3.4. Strijdigheid Het mogelijk maken van de gewenste 2e woning binnen het projectgebied is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’, omdat er binnen de bestemming sprake is van 1 woning op de locatie. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken kan via een omgevingsvergunning worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4. Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. een verantwoording van de gemaakte keuzen; 2. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; 3. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; 4. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden;

6 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

5. 6.

een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen. Zie daarnaast ook hoofdstuk 6; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hiernavolgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 1. 2. 3.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

1.5. Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Friesland en de gemeente Heerenveen beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 gaat in op het vooroverleg.

7 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

2. Planbeschrijving 2.1. Huidige situatie projectgebied Het projectgebied ligt in het bebouwingslint langs de Schoterlandseweg. Het lint betreft de belangrijkste structuurdrager van de omgeving en is aan weerszijden van de weg tamelijk dicht bebouwd, waarbij grote bouwvolumes van (voormalige) boerderijen voor komen. In het lint komt een verscheidenheid aan functies voor, waaronder maatschappelijke- en agrarische functies, detailhandel, woonpercelen. Binnen het projectgebied bevindt zich een voormalige boerderij met een voor- en achterhuis en een afzonderlijk bijgebouw. De overige gronden zijn in gebruik als tuin of erfverharding. Aan de westkant van het gebied wordt de woning ontsloten via de Groeneboomsreed, die naast de woning aantakt op de Schoterlandseweg. In afbeelding 3 is een luchtfoto van het projectgebied opgenomen. Het projectgebied is hierin met een rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 3 Luchtfoto ligging projectgebied ten opzichte van de directe omgeving (www.Ruimtelijkeplannen.nl, 2022)

8 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Afbeelding 4 Straatbeeldfoto huidige situatie projectgebied (https://www.google.nl/maps, 2021)

2.2. Gewenste situatie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een 2e woning binnen de contouren van de voormalige boerderij. Op het erf zijn voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, om de parkeerbehoefte van de bestaande en de nieuwe woning op te vangen. Een impressie van de gewenste situatie is in afbeelding 5 opgenomen.

9 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Afbeelding 5 Impressie gewenste herindeling van de bestaande boerderij (in het rode gebied) (Joldert-de-Vries)

2.3. Verkeer en parkeren 2.3.1. Algemeen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling.

2.3.2. Uitgangspunten De ontwikkeling behelst het realiseren van een extra woning op de locatie Schoterlandseweg 195 te Jubbega.

2.3.3. Parkeren Voor de extra woning zullen 2 al bestaande parkeerplaatsen op eigen terrein worden gebruikt.

2.3.4. Verkeer De ontsluiting van de woning vindt plaats via de bestaande inrit, die op een veilige en overzichtelijke wijze via de Groeneboomsreed is ontsloten op de Schoterlandseweg. Deze reed en weg zijn van voldoende omvang om de toekomstige verkeersgeneratie afdoende te kunnen afwikkelen. Het is aannemelijk dat voorliggend voornemen planologisch gezien tot een verwaarloosbare toename in verkeersbewegingen zal leiden.

10 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

2.3.5. Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling.

11 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

3. BELEIDSKADER Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale omgevingsvisie

De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder Wet ruimtelijke ordening. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.

In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: - ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - een duurzaam en economisch groeipotentieel; - sterke en gezonde steden en regio's; - toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Relatie met het plangebied Het voorliggende initiatief conflicteert niet met de nationale belangen, zoals benoemd in de NOVI.

3.1.1.1.

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de NOVI is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.

12 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ŕ uimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ́ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

3.1.1.2.

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Voor wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing, aangezien binnen het voornemen niet meer dan 11 woningen worden toegevoegd.

3.1.2. Conclusie Het rijksbeleid staat de in deze onderbouwing beschreven ontwikkeling niet in de weg.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Streekplan Fryslân 2007 3.2.1.1. Algemeen Op 13 december 2006 is het Streekplan Fryslân 2007 vastgesteld door de Provinciale Staten. In het streekplan staan de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen de komende tien jaar kunnen plaatsvinden. Binnen deze kaders hebben gemeenten en andere initiatiefnemers ruim de mogelijkheid om ontwikkelingen tot stand te brengen, waarbij de kernkwaliteiten van Fryslân voor de

13 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

toekomst in stand gehouden en versterkt worden. Daarbij stuurt de provincie op bovenlokale belangen, met als leidende gedachte: lokaal wat kan en provinciaal wat moet. De provincie Fryslân zet met een passend hergebruik van vrijkomende (agrarische) bebouwing in op het instandhouden van beeldbepalende gebouwen in het landschap, het verwijderen van beeldverstorende bebouwing, het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van bebouwing en omgeving en het behoud van de sociaal-economische vitaliteit van het platteland. De beoordeling van de verschillende hergebruikvormen wordt primair beschouwd als een gemeentelijke taak. Wel worden een aantal criteria gehanteerd voor functies, bebouwing en sloop. Functies Wonen, recreëren, functies in de sfeer van natuur- en landschapsbeheer, cultuur/kunst, educatie, ‘zachte’ horeca (zoals een theeschenkerij, restaurant en/of logies), zorg en ontspanning zijn geschikt als vervangende functie.

3.2.1.2.

Toetsing van het initiatief aan het streekplan Fryslân 2007

Bij de ontwikkeling wordt een bestaande voormalige boerderij benut en wordt volledig gebruik gemaakt van de hier al aanwezige bebouwing. Hierdoor is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en blijven de kernkwaliteiten ter plaatse behouden. Ook worden de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde in stand gehouden (ruimtelijke kwaliteit). Dit komt voort uit het feit dat het perceel met bestaande bebouwing kan voorzien in een bestaande vraag, zonder dat de belevingswaarde wordt aangetast. Het perceel met de bebouwing krijgt daarmee een meer toekomstbestendige functie. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het Streekplan Fryslân.

3.2.2. Verordening Romte Fryslân 2014 3.2.2.1. Algemeen Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 25 juni 2014 de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het gaat met name om beleid in het Streekplan Fryslân 2007, het Derde provinciale Waterhuishoudingsplan 2010-2015 en het Provinciaal Verkeeren Vervoerplan. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Wat elders al goed geregeld is (in de AMvB Ruimte of in andere wet- en regelgeving) hoeft niet over te worden gedaan. Verder is bij de wijze van regeling rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. 1.

2.

3.

In afwijking van artikel 1.1.1, eerste lid kunnen nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied worden toegestaan indien sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen, met dien verstande dat op de omzetting van de bestemming van recreatiewoningen naar een woonbestemming voor permanente bewoning de artikelen 5.8.1 en 5.8.2 van toepassing zijn. Bij hergebruik als bedoeld in het eerste lid kunnen op het perceel de volgende functies worden toegestaan: a. wonen en zorg, met dien verstande dat woningen - voor zover deze geen verband houden met zorgverlening - slechts zijn toegestaan in de voormalige bedrijfswoning en in aanwezige karakteristieke gebouwen; Aan hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen en aanvullende nieuwbouw worden in een ruimtelijk plan voor landelijk gebied zodanige regels gesteld, dat: a. bestaande karakteristieke en monumentale gebouwen behouden blijven; b. de plaatsing, omvang, vorm en het gebruik van gebouwen passen in de karakteristiek van de omgeving; c. geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving.

14 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

3.2.2.2.

Toetsing van het initiatief aan de Verordening Romte Fryslân 2014

De verordening Romte Fryslân is door Provinciale staten vastgesteld op 25 juni 2014. Naderhand zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd, dit betreffen: -

1e partiële herziening Verordening Romte Fryslân 2014, gewijzigd op 18 februari 2015; Wijzigingsverordening Verordening Romte Fryslân 2014, gewijzigd op 21 februari 2018; Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (wind), gewijzigd op 1 juli 2020; Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (zon), gewijzigd op 25 november 2020; Aanpassing nummering artikel 10.1.1, eerste lid Verordening Romte Fryslân 2014 (algemene ontheffing), gewijzigd op 23 maart 2021:

Het voornemen betreft het toevoegen van een woning in een voormalige boerderij. Er is daardoor sprake van hergebruik en verbouw binnen de bestaande contouren. Dit sluit zowel kwantitatief als kwalitatief aan bij de lokale behoefte en het (gemeentelijk) woonbeleid. Voor een nadere toetsing hierop wordt verwezen naar de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1.1.1) en de toetsing aan het gemeentelijk woonbeleid (paragraaf 3.3.1).

3.2.3. Omgevingsvisie provincie Fryslân, De Romte Diele De omgevingsvisie “de Romte Diele” is vastgesteld door provinciale staten op 23 september 2020 . De hoofdambitie van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving is: “Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân”. Dat is de hoofdambitie van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Brede welvaart is alles wat de kwaliteit van leven in het hier en nu beïnvloedt en de mate waarin dat ten koste gaat van latere generaties of van mensen elders in de wereld (CBS 2019). Volgens artikel 5.5. van de Romte Diele is het beleid van de provincie Fryslân erop gericht om Fries erfgoed te behouden. Alhoewel de boerderij waar de extra woning in wordt gevestigd, geen monument betreft, is er wel sprake van voor de streek karakteristieke bebouwing. Door het initiatief wordt leegstand en verpaupering van karakteristieke bebouwing voorkomen. Hergebruik van vrijkomende boerderijen draagt bij aan behoud van Fries erfgoed en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Onder artikel 6.2 “Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar”, wordt aangegeven dat Dorpen vaak problemen ondervinden bij het kunnen bijbouwen van huisvesting voor de eigen jeugd of ouderen die in hun dorp willen blijven wonen. Met dit initiatief wordt een bijdrage geleverd om deze problemen te ondervangen.

3.2.3.1. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie provincie Fryslân, De Romte Diele Het voornemen betreft het toevoegen van een woning in een voormalige boerderij. Er is daardoor sprake van hergebruik en verbouw binnen de bestaande contouren. Een voormalige boerderij krijgt een nieuwe functie. Daardoor is er sprake van een grotendeels circulair project. Fries erfgoed wordt behouden. Verpaupering wordt voorkomen. Er wordt door het initiatief een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Het project draagt bij aan de kwaliteit van leven en heeft een heel beperkte invloed op de brede welvaart van latere generaties. Het initiatief levert een bijdrage aan de vitaliteit en kwaliteit van de leefomgeving.

3.2.4. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid De ontwikkeling past binnen het provinciaal beleid. In het plan is rekening gehouden met de provinciale belangen en regels.

15 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Woonvisie Heerenveen 2015-2020 3.3.1.1. Algemeen De woonvisie beschrijft het woonbeleid voor de periode 2015-2020 voor het gehele grondgebied van Heerenveen. De gemeenteraad heeft op 22 juni 2020 besloten in te stemmen met het verlengen van de woonvisie voor de periode van tenminste 2 jaar. Met het ‘Addendum’ zijn er een aantal beleidsregels en een actueel woningbouwprogramma toegevoegd aan de woonvisie. Hier wordt in paragraaf 3.3.2 verder ingegaan. De belangrijkste opgave voor de komende jaren is om in te spelen op de veranderende samenstelling en omvang van de bevolking, terwijl nieuwbouw beperkt blijft en de woningvoorraad met slechts 0,5 % per jaar toeneemt. Daarbij moet worden gezorgd dat de omvang en samenstelling van de voorraad gelijke tred houden met de bevolkingsontwikkeling. De betaalbaarheid van het wonen staat hoog op de agenda. Stijgende huren enerzijds en het lastig verkrijgen van financiering anderzijds, maken dat in zowel de huur- als koopsector de toegang tot een gewenste huur- of koopwoning soms onder druk staat. Het beleid is erop gericht om ervoor zorgen dat niemand buiten de boot of met te hoge woonlasten wordt geconfronteerd, en voor de middeninkomens ook voldoende aanbod te hebben in de vrije huur- of koopsector.

Rijk, provincie en gemeente willen de gestelde energie- en klimaatdoelstellingen halen door onder andere prioriteit te geven aan het verduurzamen van de woningvoorraad. Ook de woningcorporaties hebben duidelijke doelstellingen ten aanzien van verduurzaming van hun woningvoorraad. Tot slot ziet de gemeente zich gesteld voor de belangrijke demografische opgave van de vergrijzing en de scheiding tussen wonen en zorg met veel maatschappelijke consequenties. Tevens moeten ouderen en andere doelgroepen met een zorgbehoefte langer thuis blijven wonen. Dit moet worden opgevangen in combinatie met de daarmee samenhangende vraagstukken op het terrein van welzijn en zorg.

3.3.1.2.

Hoofdoel, subdoelen en ambities

Het hoofddoel van het woonbeleid luidt als volgt: Alle inwoners van de gemeente moeten binnen hun eigen financiële mogelijkheden hun woonwensen kunnen vervullen. Hierbij horen de volgende subdoelen: • • • • • • •

Een toekomstbestendige woningvoorraad die goed aansluit bij de behoefte van de inwoners. Gemengde, gevarieerde wijken en dorpen waar leefbaarheid en vitaliteit gewaarborgd zijn. Goede begeleiding van demografische ontwikkelingen, waaronder afnemende bevolkingsgroei en vergrijzing, in relatie tot de ontwikkeling van het woningaanbod en de leefbaarheid in wijken en dorpen. Een betaalbare huurwoningenvoorraad voor de lage inkomensgroepen. Speciale aandacht voor de groepen die vanwege gezondheid, sociaalpsychologische, financiële omstandigheden of als statushouders kwetsbaar zijn op de woningmarkt en die niet op eigen kracht in woonruimte kunnen voorzien. Ouderen faciliteren om zo lang mogelijk in hun eigen woonomgeving te kunnen blijven wonen. Een duurzame woningvoorraad waarbij bewoners zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en waarbij maximaal wordt bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente.

In de visie staan de volgende vier thema’s centraal, namelijk: • •

Match tussen vraag en aanbod: naar een optimale woningvoorraad; Goed wonen voor iedereen: betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen;

16 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

• •

Kwaliteit en Verduurzaming: naar een duurzame woningvoorraad; Wonen, zorg en welzijn: aandacht voor vergrijzing en kwetsbare groepen.

3.3.1.3.

Nieuwbouwprogramma

Het nieuwbouwprogramma tot 2020 wordt hieronder kort toegelicht: • • • • •

De gemeente maakt prestatieafspraken met de woningcorporaties en de huurdersorganisaties over investeringen in de bestaande woningvoorraad voor de periode tot 2020 (waarbij rekening moet worden gehouden met zowel de lange als de korte termijn). Uitbreiding met nieuwbouw (vooral koopwoningen) vindt alleen op bestaande uitbreidingslocaties plaats (Skoatterwâld en in Tjalleberd (De Eide) en Nieuwehorne (De Fjilden). Conform de vraag vindt inbreiding vooral plaats binnen Heerenveen, wel/niet als onderdeel van herstructurering door de woningcorporaties. Incidentele, kleinschalige inbreiding in de dorpen zal mogelijk zijn mits het voldoet aan specifieke, onderbouwde lokale behoefte die niet geaccommodeerd kan worden binnen de huidige voorraad. Nieuwbouw zal moeten voorzien in de huidige vraag: maar hierbij is het belangrijk dat we rekening houden met de gevolgen voor de lokale woningmarkt en voor de langere termijn wanneer de vraag verder zal afnemen. Nieuwbouw in de hogere prijsklassen wordt gestimuleerd ten gunste van de doorstroming in de woningmarkt.

3.3.1.4.

Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Heerenveen 2015-2020

Het voorliggend voornemen heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe zelfstandige reguliere woning te realiseren in de bestaande boerderij. Het voornemen wordt getoetst aan de gemeentelijke woonvisie. Het initiatief past in de vorm van een kleinschalige inbreiding in de dorpen binnen de woonvisie van de gemeente Heerenveen. Met het realiseren van de woning wordt invulling gegeven aan een plaatselijke behoefte. In voorliggend geval wordt gebruik gemaakt van een bestaand bebouwd perceel, waarbij de al aanwezige bebouwing wordt benut. De achterzijde van de bestaande boerderij wordt aangepast tot woning. Hierdoor is er sprake van een erg duurzame en voor het grootste deel circulaire woning. Tevens zal de gewenste woning niet worden voorzien van een gasaansluiting, maar wel van een warmtepomp, hetgeen eveneens bijdraagt ten aanzien van het thema duurzaamheid. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het hoofddoel en de subdoelen van de woonvisie, onder meer aangezien het zich richt op de reeds beschreven lokale behoefte en tevens bijdraagt aan gemengde en gevarieerde leefomgeving waar leefbaarheid en vitaliteit gewaarborgd zijn.

3.3.2. Addendum Woonvisie 3.3.2.1. Algemeen De huidige Woonvisie loopt tot eind 2020. De gemeenteraad van Heerenveen heeft besloten in te stemmen met het verlengen van de Woonvisie 2015-2020 voor de periode van tenminste 2 jaar. Ter aanvulling op de woonvisie is er een aantal beleidsregels en een actueel woningbouwprogramma toegevoegd aan de woonvisie middels een addendum. De beleidslijnen vullen de woonvisie aan tot een actualisatie van de huidige woonvisie komt.

17 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

3.3.2.2.

Beleidslijnen

In het addendum zijn een aantal beleidslijnen als aanvulling op de woonvisie gemaakt. De beleidslijnen vullen de woonvisie aan tot er een actualisatie van de huidige woonvisie komt. De consequenties hiervan worden in paragraaf 3.3.2.3 toegelicht. Het addendum kent zes beleidslijnen, te weten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Focus op het centrum van Heerenveen; Focus op inbreiding en verbetering van het bestaande; Focus op toekomst gericht aanbod; Focus op kwaliteit; Focus op het afronden uitbreidingslocaties Jubbega, Nieuwehorne en Tjalleberd; Focus op goede regulering en spreiding van (zorg) doelgroepen.

3.3.2.3.

Consequenties

In voorliggend geval zijn, gezien de ligging van het projectgebied en de inhoud van het voornemen, met name de beleidslijnen 2,3 en 4 van belang. Focus op verbetering van het bestaande Voor nieuwe woningbouwinitiatieven worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • •

Incidentele, kleinschalige inbreiding in de dorpen is mogelijk als het voldoet aan specifieke, onderbouwde lokale behoefte. Centrumontwikkeling gaat voor op ontwikkeling buiten het centrum. Vervangende of compenserende (op een andere plek dan waar gesloopt) nieuwbouw gaat voor nieuwbouw/toevoeging op een nieuwe plek. Transitie (vernieuwen en passend maken van de woningvoorraad) en transformatie ter voorkoming van leegstand gaat voor op nieuwbouwprojecten buiten de bestaande nieuwbouwlocaties. Gewenste koppelkansen (versterken van een ander belang) worden positief meegewogen. Voorbeelden hiervan zijn: tegengaan van verpaupering of een herbestemming van een historisch pand. Er wordt meer gekeken naar inbreidingsplekken dan de voor de hand liggende woningbouwlocaties. Bijvoorbeeld in een bestaande wijk waar grond beschikbaar is met een andere bestemming. Dit soort locaties zijn overigens schaars. Focus op toekomstgericht woningaanbod

•

Minder bouwen vanuit de vraag van nu (korte termijn) en meer de vraag van de toekomst. Daarbij wordt de vraag gesteld of de woning die nu gebouwd worden ook passen bij de toekomstige vraag. Nieuwe kwaliteit (doelgroepen, typologieën, architectuur, stedenbouw) wordt gestimuleerd in plaats van meer toevoegen van hetzelfde.

•

Maatschappelijke ontwikkelingen en tendensen zoals kleiner en bewuster wonen wil de gemeente faciliteren. Er wordt vanaf 2020 meer gestuurd op kwaliteit met de leidraad voor nieuwe woningbouwinitiatieven. Initiatieven worden afgewogen en goed onderbouwd gehonoreerd of afgewezen. Een woning toevoegen aan of bij en bestaande woning wordt niet gehonoreerd tenzij er een duidelijke meerwaarde uit blijkt (bijvoorbeeld tegengaan verpaupering, opknappen rotte kiezen). Bij vervangende woningbouw worden geen hogere aantallen woningen teruggebouwd tenzij het een aanwijsbare toevoeging is op de bestaande voorraad.

• • •

18 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

3.3.2.4.

Toetsing van het initiatief aan het Addendum Woonvisie

Een incidentele, kleinschalige inbreiding is in dit geval mogelijk, aangezien wordt voldaan aan een specifieke, onderbouwde lokale behoefte. Er wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel. De achterzijde van de bestaande boerderij wordt ingevuld met een woning. Verpaupering wordt voorkomen. Hieruit kan worden opgemaakt dat het project overeenstemt met de beleidslijnen ‘focus op inbreiding en verbetering van het bestaande’, ‘focus op toekomstgericht woningaanbod’ en ‘focus op kwaliteit’.

3.3.3. Startnotitie woonvisie Heerenveen 2022

Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad de startnotitie voor de nieuwe woonvisie “hier wil je wonen!” vastgesteld. Door vaststelling van de startnotitie zijn de kaders voor de nieuwe woonvisie vastgesteld. Het initiatief om een woning te realiseren in de voormalige boerderij sluit naadloos aan bij het streven van de gemeente Heerenveen naar “Krachtige en Vitale kernen”. “Er ontstaan de komende jaren veel kansen voor het beter benutten van de bestaande voorraad, zoals leegstaande boerderijen, bedrijfsruimtes of woningen die niet meer passen bij het huishouden dat erin woont. We willen als gemeente zoveel mogelijk maatwerk hanteren voor onze kernen. De grootste behoefte ligt in de kernen die al veel voorzieningen hebben, zoals Heerenveen, Jubbega en Akkrum-Nes. We willen echter kleinschalige woningbouwinitiatieven die bijdragen aan de vitaliteit van andere kernen en buitengebieden ook mogelijk maken. Er is tevens sprake van verdichting van bestaande bebouwing, dit sluit eveneens aan bij bovengenoemde startnotitie. Vastgesteld kan worden dat het initiatief ook past binnen de kaders gesteld in de startnotitie voor de toekomstige woonvisie.

3.3.4. Welstandsnota 2016 3.3.4.1. Algemeen De ‘Welstandsnota 2016’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerenveen op 21 december 2015. De Welstandsnota bevat een gebiedsindeling, waarbij aan ieder gebied een ander welstandsniveau is toegekend. Dit niveau is toegekend om basis van de mate waarin de ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt bepaald door de bebouwing (welstand gaat immers over bouwen). In de welstandsnota wordt gewerkt met drie niveaus: 1. regulier; 2. licht; 3. luw (alleen excessen). Het projectgebied valt onder het gebied ‘Stedenbouwkundige hoofdlijnen; oude kernen en linten’ waar het welstandsniveau 1 (regulier) geldt. Binnen dit gebied zijn bebouwingstypologie en structuur in belangrijke mate bepalend. Kenmerk zijn individualiteit van de afzonderlijke panden en een bepaalde mate van openheid in de structuur, die in de dorpskernen verdicht. Veelal karakteristieke bebouwing, waarvan de architectonische details sterk medebepalend zijn.

3.3.4.2.

Toetsing aan de Welstandsnota 2016

Het bouwplan wordt voorgelegd aan de welstandscommissie, deze commissie controleert of het gebouw aan de welstandseisen voldoet.

19 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.

4.1. Geluid 4.1.1. Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai.

4.1.2. Situatie projectgebied 4.1.2.1. Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidzones, met uitzondering van wegen die tot een woonerf behoren en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van een geluidzone wordt bepaald door het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Als een ruimtelijk plan voorziet in nieuwe geluidgevoelige bebouwing binnen de zone, is akoestisch onderzoek noodzakelijk (bestaande woningen zijn cf. art. 76 lid 3 Wgh uitgesloten van onderzoek). Het plangebied ligt in buitenstedelijk gebied en valt binnen de zone van de Schoterlandseweg (2 rijstroken, 250 m). De maximale ontheffingswaarde voor woningen in buitenstedelijk gebied bedraagt volgens artikel 83 lid 7 Wgh 58 dB. Er is geen sprake van ingrijpende wijzigingen van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur, en er is geen wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. Hiermee wordt voldaan aan de leden a en b van voorgenoemd artikel.

20 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Afbeelding 6 Uitsnede uit de kaart geluid van wegverkeer Atlas leefomgeving

Volgens de atlas leefomgeving ligt de woning in het gebied waar het geluid van wegverkeer tussen de 51 en 55 dB zal bedragen. De nieuwe woning is dichter bij het gebied geprojecteerd waar het geluid van wegverkeer minder is dan 51 dB, dan bij het gebied waar de geluidsbelasting meer is dan 55 dB. Als gevolg van deze ligging mag geconcludeerd worden dat het geluid van wegverkeer minder is dan het gemiddelde van de genoemde waarden. De nieuwe woning wordt gerealiseerd in de bestaande boerderij ten opzichte van de Schoterlandseweg achter de bestaande woning. De bestaande woning vormt het geluidsscherm/dove gevel van de nieuwe woning. Op voorhand is daarom duidelijk dat het geluid als gevolg van het verkeer over de Schoterlandseweg ter plaatse van de nieuwe woning minder zal zijn dan 58 dB. Geluid als gevolg van verkeer over de Schoterlandseweg vormt qua ruimtelijk ordening geen belemmering voor het initiatief.

4.1.2.2.

Spoorwegen en industrielawaai

De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op een dusdanige afstand (ruim 14 kilometer) dat een nadere beschouwing van railverkeerlawaai achterwege kan blijven. Daarnaast ligt het projectgebied niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor wat betreft de invloed van individuele bedrijven op het nieuwe woongebouw wordt verwezen naar de paragraaf milieuzonering (4.5 van deze onderbouwing).

4.1.3. Conclusie Op grond van de Wet geluidhinder is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.2. Bodem 4.2.1. Algemeen Het Besluit Bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor

21 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet de vraag worden beantwoord of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Op de bodeminformatiekaart van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn binnen het plangebied geen bodemverontreinigingen of verdachte activiteiten gemeld. SIGMA bouw en milieu heeft een verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN 5740+A1 zie rapport projectnummer 22-M10199 d.d. 28-02-2022. (Bijlage 1) SIGMA concludeert: De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk verontreinigingen t.o.v. de achtergrondwaarde/streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=96d6c175-4c3d-4f09-86b5-67d74fb214eb