Bijlage 2 - Zienswijzen Deel 2
Tekst van het document
-met
daarbij behorende parkeervoorzieningen , waaronder
parkeergarage.
61.
bvo;
bvo; een halfverdiepte
MgelHajema heeft gelet hierop evident verkeerde invoergegevens gebruikt. Ook heeft BgelHajema een onderbouwing achterwege gelaten voor de gehanteerde uitgangspunten die aan de berekende verkeersgeneratie ten grondslag liggen. Cliënten betwisten deze uitgangspunten. Ter toelichting strekt het volgende.
62.
Voor de restaurant- en barfunctie heeft BgelHajema gerekend met een aandeel van 500 m2 bvo (inclusief bar) voor hotelgasten en een aandeel van 500 m2 bvo (inclusief bar) voor passanten. In de planregels is een dergelijke verdeling evenwel niet gemaakt. BgelHajema is dus niet uitgegaan van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden en heeft hiermee voor de restaurant- en barfunctie de verkeersgeneratie onderschat.
63.
Voor de congresruimte heeft BgelHajema wederom rekening gehouden met een gebruik van 500 m2 bvo voor hotelgasten en S00 m2 bvo voor daggasten. Ook hiervoor geldt dat niet is onderbouwd waarop BgelHajema deze verdeling heeft gebaseerd. Het bestreden ontwerp-omgevingsplan staat er niet aan in de weg dat de volledige congresruimte wordt gebruikt voor niet-hotelgasten. Daar heeft BgelHajema geen rekening mee gehouden. Ook hiervoor geldt dus dat de verkeersgeneratie fors is onderschat.
64.
Gelet op het voorgaande is de berekende verkeersgeneratie , namelijk een aantal van 787 ritten/etmaal dan ook evident onjuist en niet gebaseerd op een maximale invulling van de planologische mogelijkheden. De berekende verkeersgeneratie is aldus onderschat. Dit heeft ook gevolgen voor de andere onderzoeken die aan het bestreden ontwerp-omgevingsplan ten grondslag liggen , waaronder het stikstofonderzoek (zie verderop in paragraaf 10 van deze zienswijzen).
4111296/1
i-lekke11 ni a Pagina
19/26
65.
Ook is in de berekende verkeersgeneratie geen rekening gehouden met bijvoorbeeld aan- en afrijdend verkeer ten behoeve van de bevoorrading van het hotel en de bijbehorende functies , waaronder het restaurant , de bar en de zalenverhuur. Een onderbouwing hiervoor is ook niet gegeven.
66.
Tot slot wijzen cliënten erop dat zowel uit de Verkeersnotitie zelf , alsook uit paragraaf 5. 11. 2 van de plantoelichting blijkt dat wat betreft de verkeersgeneratie gebruik is gemaakt van de parkeerbalans van P. A. M. Teunesen Architectenburo BV van 30 juni 2021 (Bijlage 18 bij de plantoelichting). In paragraaf 8 van deze zienswijzen is reeds ingegaan op de onnavolgbaarheid van deze parkeerbalans. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor de berekende verkeersgeneratie.
9. 2.
Huidige wegenstructuur ongeschikt voor toename
67.
Nog los van het gegeven dat de verkeersgeneratie van het bestreden ontwerpomgevingsplan (fors) is onderschat , zoals hiervoor reeds is toegelicht , ontbeert het bestreden ontwerp-omgevingsplan een gedegen analyse van de geschiktheid van de huidige wegenstructuur voor de verkeersafwikkeling van de voorgenomen hotelontwikkeling. Cliënten betwisten dat de Oranje Nassaulaan voldoende in staat zou zijn om de toename van het verkeer ten gevolge van het hotel te kunnen verwerken.
verkeersbewegingen
Zij vrezen juist voor capaciteitsproblemen op de rotonde Oranje
Nassaulaan/Cissy van Marxveldtlaan. In de huidige situatie is de wegenstructuur ter plaatse al niet geschikt om het aantal verkeersbewegingen in de spits op te vangen. Er is gewoonweg geen restcapaciteit beschikbaar om eventuele pieken of een groei van verkeer op te vangen. Verder zijn cliënten van oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de veiligheid van het fietsverkeer ter plaatse als gevolg van de bestreden hotelontwikkeling. 68.
Daarbij wijzen cliënten
op dat de gemeente
Heerenveen reeds bekend is met de vrees vanuit de lokale bevolking naar aanleiding van de (extra) verkeersaantrekkende werking van het voorgenomen hotel. Cliënten wijzen hiervoor op de volgende passage uit het gebiedsperspectief Statig & Stadich. Strategisch gebiedsperspectief voor Parklandschap Oranjewoud , opgesteld door Ginder in opdracht van de gemeente Heerenveen (december 2023): " 4. 2
er bovendien
Sorteer voor op het voorkomen van mogelijke extra bezoekersdruk
(nabije) toekomst (. . . )
nu en in de
Subopgave: Beperk de extra drukte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in of nabij het parklandschap:
Mogelijke maatregelen:
Beperk extra autoverkeer in parklandschap door komst Van der Valk. In het onderzoek viel het Ginder tijdens de interviews op dat de komst van het hotel een gevoelig punt in de samenleving is. Dit is logisch omdat het hotel op de beoogde locatie (afrit A32 oost , Oranje Nassaulaan) kan leiden tot toename van extra bezoek aan het parklandschap , vooral op piekmomenten. Ginder schat namelijk in dat de komst van het hotel met ca.
4111296/1
mangy Pagina
20/26 140 kamers leidt tot een bezoekerstoename van ca. 150-200 bezoekers per dag op piekmomenten (in weekenden). Dit is uiteraard wel sterk afhankelijk van de conceptuele invulling van het hotel , de aanwezige voorzieningen en de aantrekkingskracht op leisuredoelgroepen. Aangezien het heroverwegen van de locatiekeuze juridisch/ planologisch niet meer mogelijk is , adviseren we Van der Valk om het autogebruik van haar gasten naar het parklandschap te ontmoedigen door bijvoorbeeld gratis leenfietsen beschikbaar te stellen aan gasten.1" 3
69.
Cliënten vinden het opmerkelijk dat in een gebiedsperspectief voor Oranjewoud dat (nota bene!) is opgesteld in opdracht van de gemeente Heerenveen reeds als een gebiedsopgave is geformuleerd dat extra verkeersdrukte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in of nabij het parklandschap - waarbij het nieuwe Van der Valk-hotel bovendien expliciet wordt aangehaald - dient te worden beperkt , maar dat hier vervolgens in het kader van de voorbereiding van het voorliggende bestreden ontwerp-omgevingsplan niets mee is gedaan.
70.
Bovendien wijzen cliënten erop dat op p. 22 van het behoefteonderzoek van Horwath HTL wordt aangegeven dat de voorgenomen hotellocatie een WalkScore van 45 heeft. Deze bereikbaarheidsscore gaat over de bereikbaarheid van voorzieningen binnen 5 tot 30 minuten loopafstand. Een score van 45 geeft aan dat voor veel voorzieningen een auto (of OV) nodig is , aldus Horwath HTL. Wij citeren: hotellocatie heeft een WalkScore van 45. Deze bereikbaarheidsscore gaat over de bereikbaarheid van voorzieningen (restaurants , bars , supermarkten , parken , scholen , winkels , en entertainment) binnen 5 tot 30 minuten loopafstand. Wanneer er veel voorzieningen in de buurt zijn kan de score maximaal 100 zijn. Een score van 45 geeft aan dat voor veel voorzieningen een auto (of OV) nodig is. Museum Belvédère en het Museumpark Landgoed Oranjewoud liggen op circa 17, kilometer (circa 5 minuten per fiets of circa 20 minuten lopen). ." " De
71.
Overigens komen de verkeerstoenamecijfers van Ginder , namelijk een bezoekersaantal van ca. 150-200 bezoekers per dag op piekmomenten , op geen enkele wijze overeen met de door BgelHajema berekende verkeersgeneratie (zie de vorige deelparagraaf). Een verklaring voor dit (forse) verschil is niet gegeven.
10.
Ontoereikend
natuur-
en stikstofonderzoek
10. 1. Natuurtoets achterhaald en onbruikbaar 72.
In paragraaf 5. 10. 2 van de plantoelichting is ingegaan op de verrichte natuurtoets. Opvallend is de passage waarin wordt aangegeven dat een 'beknopte natuurtoets' is uitgevoerd om na te gaan of aanvullend onderzoek " in het kader van de Wet natuurbescherming of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid " noodzakelijk is:
Ginder , 'Statig & Stadich. Strategisch gebiedsperspectief voor Parklandschap Oranjewoud' , december 2023 , p. 22.
13
4111296/1
Aekkel mark Pagina
21/26 " 5. 10. 2
Onderzoek
Beknopte natuurtoets Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen , is een beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de beknopte natuurtoets op 8 november 2021 bezocht door een ecoloog. De beknopte natuurtoets is als Bijlage 14
bijgevoegd.
Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens is een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren.. " 73.
Cliënten stellen vast dat `Beknopte natuurtoets Van der Va/k hotel Heerenveen' , d. d. 6 december 2021 , opgesteld door BgelHajema (hierna: 'de natuurtoets') is gebaseerd op inmiddels achterhaalde wet- en regelgeving. Immers , de Wet natuurbescherming geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer.
74.
Wij wijzen verder op de volgende passage uit p. 8 van de natuurtoets waaruit eveneens blijkt dat BgelHajema zich baseert op een volstrekt achterhaald juridisch kader:
" TOETSING
Het plangebied ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebied 'Deelen'. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied , de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan , kan een toename van verstoring door geluid , verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering vrijgesteld van vergunningplicht. Dat geldt niet voor eventuele toename in de gebruiksfase. Over deze afstand kan in potentie sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0. 00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. . "
75.
In de notitie wordt er nog vanuit gegaan dat een toename van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase is vrijgesteld van de natuurvergunningplicht (de zogenoemde partiële bouwvrijstelling). Dit benadrukt - wederom - dat de natuurtoets sterk achterhaald en daarmee betekenisloos is voor de voorliggende procedure , omdat deze partiële bouwvrijstelling al met de zogenoemde Porthosuitspraak van de Afdeling van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) van tafel is.
76.
Buiten kijf staat dan ook dat deze natuurtoets niet bruikbaar is voor het bestreden ontwerp-omgevingsplan. Er dient een nieuw , gedegen natuuronderzoek te worden verricht , waarbij aan het relevante toetsingskader onder de vigeur van de Omgevingswet dient te worden getoetst (zie hierover verderop in deelparagraaf 10. 3 van deze zienswijzen).
4111296/1
Pagina
22/26 77.
Overigens , een bestudering van deze notitie wijst erop dat er ten behoeve van deze natuurtoets (berhaupt) géén AERIUS-berekeningen zijn gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase sprake is van stikstofdepositie boven de 00, 0 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van omliggende Natura 2000gebieden. De natuurtoets is - naast het verkeerde toetsingskader - ook om die reden onbruikbaar en nietszeggend voor de voorliggende procedure.
10. 2. AERIUS-berekening 78.
van 2 december
2024 onnavolgbaar
In paragraaf 5. 10. 2 van de plantoelichting is toegelicht dat er op 2 december 2024 (alsnog) een AERIUS-berekening is uitgevoerd. Deze berekening is in paragraaf 5. 10. 2 van de plantoelichting als volgt (en slechts zeer summier) toegelicht: " Stikstof
berekening van de stikstofuitstoot van het planvoornemen moet uitwijzen of effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn , zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. Op 2 december 2024 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd (Bijlage 16). De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 00, 0 mol N/ha/jaar. Een AERIUSer negatieve
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de onder de Omgevingswet) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.. "
79.
De AERIUS-berekening van 2 december 2024 is onderdeel van het rapport 'Berekening stikstofdepositie Van der Valk Heerenveen' , d. d. 2 december 2024 , opgesteld door BgelHajema (hierna: Rapport stikstofberekening'). 14 Cliënten bestrijden de conclusies uit dit rapport. Ter toelichting strekt het volgende.
80.
Cliënten wijzen op de eerste plaats op p. 4 van het Rapport stikstofberekening , waarin (o. a. ) is uiteengezet over het toetsingskader voor het planspoor:
14
Aangehecht als Bijlage 16 bij het bestreden ontwerp-omgevingsplan.
4111296/1
mark Pagina
23/26 " Ondanks dat bij een wijziging van het omgevingsplan onder de Omgevingswet het niet langer noodzakelijk is om de uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen , moet wel onderzocht worden of ontwikkeling op de betrokken locatie in beginsel mogelijk is."
81.
Hiermee hanteert BLigelHajema een verkeerd toetsingskader. Het bestreden ontwerp-omgevingsplan moet juist , gelet op de maximale mogelijkheden van het plan , volledig getoetst worden aan het gebiedsbeschermingsrecht. In de plantoets heeft als referentiesituatie te gelden , de feitelijke , planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. 15 Onduidelijk is welke rol de referentiesituatie heeft gespeeld in de stikstofbeoordeling. Dit betreft een essentieel punt , waar duidelijkheid over moet komen.
82.
In paragraaf 4. 1 van het Rapport stikstofdepositie wordt ingegaan op de aanlegfase. Daarbij wordt ingegaan op de invoergegevens van de mobiele werktuigen , het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) en wordt aangegeven dat deze gegevens " door de opdrachtgever zijn verstrekt. " Dit geldt ook voor de aantallen ritten per jaar voor het werkverkeer. Cliënten stellen evenwel vast dat niet is nagegaan , dan wel onderbouwd dat dit reële en aannemelijke uitgangspunten zijn die bij de beoordeling van de stikstofdepositie gebruikt konden worden. Bovendien ontbreekt er relevante informatie; er is bijvoorbeeld geheel geen informatie verschaft over hoelang de aanlegfase zal duren.
83.
In paragraaf 4. 2 van het Rapport stikstofdepositie wordt vervolgens ingegaan op de gebruiksfase. Daaruit blijkt dat voor het bepalen van de verkeersgeneratie rekening is gehouden met het verkeersonderzoek van BgelHajema dat aan het ontwerpomgevingsplan ten grondslag ligt. Op basis van dit onderzoek is bij de AERIUSberekening voor de gebruiksfase rekening gehouden met 787 lichte voertuigbewegingen per etmaal. In paragraaf 9 van deze zienswijzen hebben cliënten reeds kritische kanttekeningen geplaatst bij de berekende verkeersgeneratie en dit aantal voertuigbewegingen. Cliënten betwisten gelet daarop ook de juistheid van de gehanteerde invoergegevens voor de gebruiksfase. Dit betekent dat de stikstofberekeningen de conclusie niet kunnen dragen dat met het voorliggende ontwerp-omgevingsplan geen negatieve effecten optreden in het kader van de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden.
10. 3. Passende beoordeling en plan-MER 84.
ontbreken
Artikel 16. 53c lid 1 van de Ow bepaalt dat voor een plan als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied moet worden gemaakt door het bestuursorgaan dat het plan vaststelt: " Voor een plan of een project als bedoeld in artikel 6 , derde lid , van de habitatrichtlijn maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt , de aanvrager van de betrokken
Zie bijvoorbeeld uitspraken van de Afdeling van 22 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1110) oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2439) en 27 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2145). 15
4111296/1
, 14
Pagina
24/26 omgevingsvergunning , of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6 , derde lid , van die richtlijn , van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.. " 85.
Een plan zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn betreft een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000gebied , maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Om te beoordelen of sprake is van een plan of project zoals bedoeld in artikel 16. 53c lid 1 van de Ow en artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn is dus relevant of het gaat om een plan dat 'significante gevolgen kan hebben'. Deze beoordeling vindt in de eerste instantie plaats in de voortoets. Wanneer in de voortoets significante gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten , moet een passende beoordeling worden verricht. Het plan mag alleen worden vastgesteld worden wanneer uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.
86.
Het ontoereikende natuuronderzoek dat aan het bestreden ontwerp-omgevingsplan ten grondslag ligt (zoals is uiteengezet in de voorgaande deelparagrafen) kan niet de conclusie dragen dat in het voorliggende geval een passende beoordeling ex artikel 16. 53c lid 1 van de Ow achterwege kon blijven. Er is dus ten onrechte afgezien van het verrichten van een passende beoordeling. Dit is een substantieel gebrek in de voorbereiding van het bestreden ontwerp-omgevingsplan , dat aan de vaststelling van het omgevingsplan in de weg staat.
87.
Dat een passende beoordeling nodig is voor de vaststelling van het omgevingsplan betekent ook dat er ook nog een plan-m. e. r. -(beoordelings)plicht geldt. Dat volgt uit artikel 16. 34 lid 1 en artikel 16. 36 van de Ow. Een dergelijk plan-m. e. r. (beoordelings)besluit is niet genomen , waarbij ook de plan-m. e. r. (beoordelings)procedure ten onrechte niet is toegepast.
11.
Geluidonderbouwing
88.
In paragraaf
16
achterhaald
5. 4. 2 van de plantoelichting wordt aangegeven dat ervoor is gekozen de om " zolang VNG-publicatie 'Milieuzonering nieuwe stijl' nog niet definitief is , vooralsnog gebruik te maken van de huidige VNG handreiking 'Bedrijven en milieuzonering. " Deze informatie is achterhaald. Sterker nog , de VNG-handreiking 'Milieuzonering nieuwe stijl' was ruim vóór de terinzagelegging van het bestreden omgevingsplan - namelijk al op 17 oktober 2024 (!) - gepubliceerd. 16 Deze handreiking heeft de (oude) handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 vervangen. Verder geldt dat de systematiek in de handreiking 'Milieuzonering nieuwe stijl' wezenlijk anders is dan de systematiek in de (oude) handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'. Gelet hierop is de geluidonderbouwing die aan het ontwerp-omgevingsplan ten grondslag ligt volledig achterhaald en (ook) niet in
Raadpleegbaar via: https://vng. nl/nieuws/nieuw-vng-handreiking-activiteiten-en-milieuzonering.
4111296/1
,
Hekkelman
Advocaten
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)Nijmegen |
NV.
Postbus 1094 ssorc (geanonimiseerd) T 024 - 582 85 BA advocatuur @hekkelman.nl
MN
www. hekkelman. nl
Hekkel
Pagina
2e
Mm a
KI
advocaten
en inpassing overeenstemming met het beoordelingskader voor de toelaatbaarheid van milieuhinderlijke activiteiten onder de Omgevingswet. Er dient een volledig nieuw en gedegen geluidonderbouwing te worden opgesteld. Daarbij moet in ieder geval ook de geluidhinder als gevolg van de toename van de verkeersbewegingen
worden
meegenomen.
m. e. r. -beoordeling
12.
Ontoereikende
89 ,
Ten
90.
Zoals bovendien in paragraaf 10 van deze zienswijzen is toegelicht , geldt er voor het bestreden ontwerp-omgevingsplan een plan-m. e. r. -(beoordelings)plicht ex artikel 16. 34 lid 1 en artikel 1636 , van de Ow. Een dergelijk plan-m. e. r. (beoordelings)besluit is niet genomen , waarbij ook de plan-m. e. r. — (beoordelings)procedure ten onrechte niet is toegepast. Gelet op deze fundamentele gebreken kan de gemeenteraad niet in redelijkheid overgaan tot de vaststelling van het omgevingsplan.
13.
Conclusie
91.
Gelet
92 ,
Cliënten verzoeken de gemeenteraad om de inhoud van deze zienswijzen te betrekken in de besluitvorming over (de vaststelling van) het omgevingsplan.
Met
vriendelijke groet ,
ontwerp-omgevingsplan heeft BügelHajema een project-m. e. r-beoordeling uitgevoerd. Cliënten wijzen op de notitie ‘Project-merbeoordeling’ , d. d. 14 maart 2024. In de voorgaande paragrafen van deze zienswijzen hebben wij namens cliënten reeds toegelicht dat ten aanzien van (in ieder geval) de aspecten parkeren , verkeer en natuur/stikstof en geluid ondeugdelijk onderzoek is verricht. Gelet hierop betwisten cliënten ook de conclusie dat uitgesloten is dat het bestreden ontwerp-omgevingsplan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu met zich mee zal brengen en dat er geen redenen zouden zijn die het doorlopen van een m. e. r. -procedure zinvol zouden maken. behoeve
van
en
het voorliggende
afsluiting
op het voorgaande concluderen cliënten dat het bestreden ontwerpomgevingsplan niet in overeenstemming is met het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeenteraad kan niet in redelijkheid overgaan tot de vaststelling van het omgevingsplan.
(geanonimiseerd) ac
enhad!
Advocaat
17
Aangehecht
Hekkelman Hekkelman
als
advocaten Notarissen
eper2oëyr beperking van
(geanonimiseerd) Yasemin Demirci Advocaat
Bijlage 19 bij het bestreden ontwerp-omgevingsplan. en
is de handelsnaam waaronder Hekkelman Advocaten NV. (KvK nr. 09170462) en 09170507) , beide statutair gevestigd te Nijmegen , ieder voor eigen rekening werken. toepassing de algemene voorwaarden (zie www. hekkelman. nl) waarin onder andere een
notarissen
NV. (KvK
nr.
verlening zijn van de aansprakelijkheid
is opgenomen.
| notarissen
Irlekkd M ) Pagina
26/26
Bijlagen: 5 Lijst met bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.
Kennisgeving terinzagelegging d. d. 30 januari 2025; Kennisgeving terinzagelegging d. d. 6 februari 2025;
Notitie Hekkelman Advocaten N. V. d. d. 10 april 2024; Notitie Hekkelman Advocaten N. V. d. d. 19 november 2024; Brief Matser Beheer B. V. d. d. 6 maart 2025.
4111296/1
core
f.
Nr. 38591 30 Januari
ERENVEEN
2025 Officiële uitgave
Ontwerp
van
de gemeente Heerenveen
TAM-Omgevingsplan
Hotel Oranje
Nassaulaan
ter
inzage
Burgemeester en wethouders van Heerenveen maken bekend dat met ingang van vrijdag 31 januari 2025 het ontwerp-besluit TAM-omgevingsplan Hotel Oranje Nassaulaan voor een periode van zes weken ter inzage ligt. Dit (ontwerp)plan ziet op wijziging van het omgevingsplan. Dit ontwerp-besluit heeft de vorm van een TAM-omgevingsplan. Dat wil zeggen dat de IMRO-standaarden zijn toegepast. Een TAMomgevingsplan wijzigt het omgevingsplan juridisch , maar de regels worden niet zichtbaar in het omgevingsplan verwerkt. Om de wijzigingen in het omgevingsplan te kunnen zien , moet zowel het omgevingsplan als het ontwerp-besluit tot wijziging worden bekeken. Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de Oranje Nassaulaan ter hoogte van sportcomplex de v. v. Heerenveen. Initiatiefnemer is van plan om op deze locatie een hotel te realiseren.
van
Inzage Het ontwerp-besluit tot wijziging van het omgevingsplan kan worden gezien op de website www. ruimtelijkeplannen. nl. Bij het openen van deze website krijgt u de vraag of u naar het omgevingsloket wil gaan of naar www. ruimtelijkeplannen. nl , U kiest hier voor www. ruimtelijkeplannen. nl. u het tabblad ‘Bestemmingsplannen’ , waarna u de mogelijkheid heeft het ontwerp-besluit op te roepen via het invullen van de locatie , de naam of het planlD-nummer NL. IMRO. 0074. TAM22CoranjenaslHV-OWO1 van het ontwerp-besluit. Het ontwerp-besluit kan gedurende de hiervoor genoemde termijn , tijdens openingsuren , op afspraak EE of 14 0513) , ook worden ingezien bij de receptie van het gemeentehuis , (geanonimiseerd) (geanonimiserd) te (geanonimiseerd)
Op deze website selecteert
nn
eg
Hoe dient
u een
Gedurende
de
mondeling)
een
zienswijze in termijn dat het ontwerp-besluit ter inzage ligt , kan iedereen (schriftelijk , digitaal of zienswijze indienen op het ontwerp-besluit.
Schriftelijk Schriftelijke zienswijzen
BEN bevatten:
moeten
worden
(geanonimiseerd)oo , (geanonimiseerd) HEERENVEEN.
aon
gericht
aan de gemeenteraad van de gemeente Heerenveen , (geanonimiseerd)schriftelijke zienswijze dient de volgende informatie te B
zaaknummer (Z. 21. 344040) van het plan; van de zienswijze; Naam en adresgegevens van de indiener(s); Handtekening en adres van de indiener(s); Datum.
Titel
en
Reden(en)
Digitaal
Zienswijzen kunnen digitaal worden ingediend via www.heerenveen.nl , hiervoor is een DigiD benodigd. Mondeling mondelinge zienswijzen in te dienen kan tijdens kantooruren contact worden opgenomen (geanonimiseerd) via telefoonnummer: 14 0513 of (geanonimiseerd) BMhW e eerenve en. nl Om
En
1
Gemeenteblad 2025
nr. 38591
_ 30 januari 2025
met
cone)
Nr. 45087
ERENVEEN
6 februar! 2025 Officiële uitgave
van
de gemeente Heerenveen
Herplaatsing Ontwerp
TAM-Omgevingsplan
Hotel Oranje
Nassaulaan ,
Heerenveen Deze publicatie is eerder geplaatst in het Gemeenteblad van 30 januari 2025 (Nr. 38591). Omdat deze door technische problemen niet gelijktijdig in het plaatselijk verschijnend nieuwsblad is geplaatst , wordt nu deze publicatie nu opnieuw geplaatst , zowel in het Gemeenteblad als in het plaatselijk verschijnend nieuwsblad.
Ontwerp TAM-Omgevingsplan Hotel Oranje Nassaulaan
ter
inzage
Burgemeester
en wethouders van Heerenveen maken bekend dat met ingang van vrijdag 7 februari 2025 het ontwerp-besluit TAM-omgevingsplan Hotel Oranje Nassaulaan voor een periode van zes weken ter inzage ligt. Deze datum wijkt af van de data zoals genoemd in de informatiebrief die onder omwonenden is verspreid. Dit (ontwerp)plan ziet op wijziging van het omgevingsplan. Dit ontwerp-besluit heeft de vorm van een TAM-omgevingsplan. Dat wil zeggen dat de IMRO-standaarden zijn toegepast. Een TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan juridisch , maar de regels worden niet zichtbaar in het omgevingsplan verwerkt. Om de wijzigingen in het omgevingsplan te kunnen zien , moet zowel het omgevingsplan als het ontwerp-besluit tot wijziging worden bekeken.
Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de Oranje Nassaulaan ter hoogte van sportcomplex de v. v. Heerenveen. Initiatiefnemer is van plan om op deze locatie een hotel te realiseren.
van
Inzage Het ontwerp-besluit tot wijziging van het omgevingsplan kan worden gezien op de website www. ruimtelijkeplannen. nl. Bij het openen van deze website krijgt u de vraag of u naar het omgevingsloket wil gaan of naar www. ruimtelijkeplannen. nl . U kiest hier voor www. ruimtelijkeplannen. nl.
Op deze website selecteert
u het tabblad ‘Bestemmingsplannen’ , waarna u de mogelijkheid heeft het ontwerp-besluit op te roepen via het invullen van de locatie , de naam of het planlD-nummer NL. IMRO. 0074. TAM22CoranjenaslHV-OWO1 van het ontwerp-besluit.
Het
ontwerp-besluit kan gedurende de hiervoor genoemde termijn , tijdens openingsuren , op afspraak of 14 0513) , ook worden ingezien bij de receptie van het gemeentehuis , (geanonimiseerd) (geanonimiserd) te (geanonimiseerd)
nn
Ay
Hoe dient
u een
Gedurende
de
mondeling)
een
zienswijze in termijn dat het ontwerp-besluit ter inzage ligt , kan iedereen (schriftelijk , digitaal of zienswijze indienen op het ontwerp-besluit.
Schriftelijk moeten worden gericht aan de gemeenteraad van de gemeente Heerenveen , (geanonimiseerd) , (geanonimiseerd) HEERENVEEN. (geanonimise rd) schriftelijke zienswijze dient de volgende informatie te
Schriftelijke zienswijzen bevatten:
eon
Titel
zaaknummer (Z. 21. 344040) van het plan; van de zienswijze; Naam en adresgegevens van de indiener(s); Handtekening en adres van de indiener(s); Datum. en
Reden(en)
Digitaal Zienswijzen kunnen digitaal worden ingediend via www.heerenveen.nl , hiervoor is een DigiD benodigd. Mondeling Om
mondelinge
zienswijzen in te dienen kan tijdens kantooruren
contact worden
(geanonimiseerd) via telefoonnummer: 14 0513 of (geanonimiseerd) @heerenveen.nl ne
1
Gemeenteblad 2025
nr. 45007
_ 6 februari 2025
opgenomen
met
ill illiVOfdlell
BIJLAGE
3
(-11 Ilf)1111` , , `, CM I
mark
MEMO AAN VAN DATUM BETREFT
: 1 : Rachid Benhadi : 10 april 2024 : Van der Valk Heerenveen
Dag Ik heb begrepen dat er nog een aantal vragen leven rondom de hotelplannen van Van der Valk. Deze vragen zijn - kort samengevat - het volgende: • vraag 1: wat is een zwaarwegende reden om te stoppen met de verlening van de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk? • vraag 2: wat zijn de financiële gevolgen als de gemeente geen zwaarwegende reden heeft om te stoppen met de hotelplannen van Van der Valk? • vraag 3: wanneer kan Van der Valk proceskosten en/of omzetderving claimen bij de gemeente? • vraag 4: wat zijn de verschillende consequenties c. q. scenario's als de gemeente stopt met de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk? Bovenstaande vragen zal ik hierna beantwoorden. Vraag 1: Wat is een zwaarwegende reden om te stoppen 'net de verlening van de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk? Voor de door Van der Valk gewenste hotelontwikkeling dient een wijziging van het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan) door de gemeenteraad vastgesteld te worden. De gemeenteraad mag uitsluitend op grond van planologische gronden/milieuhygiënische gronden weigeren om een omgevingsplan vast te stellen.
Zo is bijvoorbeeld het gewijzigde inzicht bij de gemeenteraad dat de door Van der Valk beoogde hotelontwikkeling op een andere locatie (langs de A7) beter past , een planologisch argument dat de raad kan gebruiken om het omgevingsplan voor de hotelontwikkeling niet vast te stellen. Ook kan de milieubelasting (denk aan geluid etc) op de locatie langs de A32 een planologische reden zijn om geen medewerking te verlenen aan de hotelplannen van Van der Valk. De gemeenteraad heeft een grote mate van vrijheid om niet in te stemmen met een door een derde (in dit geval Van der Valk) gewenste herziening van het omgevingsplan , mits dit maar gebaseerd is op planologische argumenten. Nou kan de gedachte postvatten dat vanwege de met Van der Valk gesloten overeenkomst de gemeenteraad geen ruimte meer heeft om zijn medewerking te
iiekkel Pagina 2
weigeren. Dat gedachte klopt om twee redenen niet. Op eerste plaats merk ik op dat de gemeenteraad geen partij is bij de met Van der Valk gesloten overeenkomst. Op de tweede plaats volgt heel duidelijk uit de rechtspraak dat de gemeenteraad niet verplicht kan worden om medewerking te verlenen aan ontwikkelingen (ook al is daar een overeenkomst voor gesloten) die de gemeenteraad planologisch gezien niet meer wenselijk vindt. Vraag 2: Wat zijn de financiële gevolgen als de gemeente geen zwaarwegende reden heeft om te stoppen met de hotelplannen van Van der Valk? Zoals uit mijn antwoord bij vraag 1 blijkt , heeft de gemeenteraad vergaande mogelijkheden om geen medewerking te verlenen aan de hotelplannen van Van der Valk. De omstandigheid dat er een overeenkomst met Van der Valk is gesloten , verandert daar niets aan (zie ook mijn antwoord bij vraag 1). Kortom: de financiële gevolgen zijn te overzien als de gemeente op planologische gronden/argumenten stopt met de hotelplannen van Van der Valk. Overigens , anders clan de vragensteller suggereert , hoeft er geen sprake te zijn van een " zwaarwegende reden. " Zoals ik bij vraag 1 uiteen heb gezet , kunnen er verschillende planologische argumenten zijn op grond waarvan de gemeenteraad kan stellen dat de beoogde hotelontwikkeling niet langer meer wenselijk is.
Met het voorgaande wil ik dus aangeven dat je het als gemeente zelf in de hand hebt om het traject op een zorgvuldige manier met Van der Valk te stoppen. Als je dit goed doet , dan zijn de financiële gevolgen beperkt tot een vergoeding van de voorbereidingskosten die Van der Valk heeft moeten maken tot op heden (voor zover Van der Valk die kosten ook daadwerkelijk heeft gemaakt). En kom je dus ook niet in de situatie dat geconcludeerd wordt dat de gemeente geen zwaarwegende reden had om de samenwerking te stoppen. Overigens , zou ik het niet meer clan redelijk vinden dat die voorbereidende kosten (zoals kosten voor ingeschakelde adviseurs) - voor zover die ook daadwerkelijk zijn gemaakt , ook door de gemeente worden vergoed. Zoals ik al eerder heb aangegeven , schat ik in dat die voorbereidende kosten voor Van der Valk mogelijk enkele tienduizenden euro's zijn , afhankelijk van de vraag welke kosten Van der Valk zelf heeft gemaakt en welke kosten voor rekening waren van de gemeente. Vraag 3: Wanneer kan Van der Valk proceskosten en/of omzetderving claimen bij de gemeente? Zoals ik al bij vraag 2 opmerkte , zou ik het niet meer dan redelijk vinden dat Van der Valk bij het stopzetten van de hotelplannen een vergoeding krijgt voor de kosten die zijn gemaakt in verband met de hotelontwikkeling.
Denk hierbij aan kosten voor inwinnen van advies , de kosten voor het opstellen van onderzoeksrapporten etc. Deze kosten zullen niet hoog zijn. Wellicht enkele tienduizenden euro's. Ik krijg de indruk dat de meeste voorbereidende kosten voor rekening van de gemeente waren. Het kan dus best zo zijn dat het zelfs nog minder is dan de genoemde tienduizenden euro's. Ik denk dat de bij de hotelontwikkeling
m
e kkeI
Pagina 3
betrokken ambtenaren precies kunnen aangeven welke kosten Van der Valk tot nu toe heeft gemaakt , en welke kosten de gemeente heeft gemaakt. Van der Valk kan in ieder geval geen gederfde omzet claimen bij de gemeente. Immers , Van der Valk heeft geen enkele garantie gekregen van het college of de raad dat het bestemmingsplan ook daadwerkelijk vastgesteld zal worden en ook de eindstreep zal halen. Sterker nog: als het gaat om het omgevingsplan is de gemeenteraad het bestuursorgaan dat het laatste woord heeft over het omgevingsplan. En let wel , de raad is geen partij bij de tussen de gemeente en Van der Valk gesloten overeenkomst. En het staat de gemeenteraad ten allen tijde vrij om te weigeren een omgevingsplan vast te stellen , mits aan die weigering ruimtelijke argumenten ten grondslag liggen. De realisatie van het hotel op een andere betere plek is een dergelijk ruimtelijk argument. Vraag 4: Wat zijn de verschillende consequenties c. q. scenario's als de gemeente stopt met de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk? De belangrijkste scenario's zijn in hoofdzaak de volgende: a. burgemeester en wethouders krijgen de opdracht van de gemeenteraad om de ontwikkeling van de hotelplannen stop te zetten. Burgemeester en wethouders treden vervolgens in overleg met Van der Valk om de samenwerking te beëindigen; b.
de gemeenteraad wacht het formele moment af dat het bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. Pas dan weigert de gemeenteraad - op basis van gewijzigde planologische inzichten - om het bestemmingsplan te wijzigen. Het hoeft geen betoog dat optie a de voorkeur geniet. Immers , in dat scenario zijn de voorbereidingskosten (voor inschakeling deskundigen en opstellen milieurapporten) beperkt. Optie b betekent dat zowel gemeente als Van der Valk kosten gaan maken , terwijl duidelijk is dat de gemeenteraad de hotelontwikkeling niet wenselijk vindt op de locatie A32. Extra toelichting op bovenstaand antwoord: 1. Op 30 november 2023 is er een koop-/realisatieovereenkomst (hierna: `de ontwikkelovereenkomst') tot stand gekomen tussen de gemeente Heerenveen en Van der Valk Hotel Heerenveen BV (hierna: 'Van der Valk'). In deze overeenkomst is - voor zover relevant - het volgende vastgelegd. 2. Van der Valk bereidt een ontwerp-omgevingsplan dat voorziet in de realisatie van het hotel (artikel 2. 4 van de ontwikkelovereenkomst). Het college beoordeelt het ontwerp-omgevingsplan (artikel 2. 3 en 3. 1 van de
ontwikkelovereenkomst).
3. In de overeenkomst is expliciet vastgelegd dat het college vanuit haar publiekrechtelijke taak de uiteindelijke beslissing heeft over de
mirk Pagina 4
aanvaardbaarheid van het ontwerp-omgevingsplan dat Van der Valk aan het college voorlegt. Het college kan vanwege gewijzigde planologische inzichten , afzien van die goedkeuring. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het college - in navolging van de gemeenteraad - tot de conclusie komt dat realisatie van het hotel op een andere locatie wenselijker is. In dat geval is er sprake van een gewijzigd inzicht. Het betreffende artikel uit de ontwikkelovereenkomst waar ik op doel , betreft artikel 3. 3. Dit artikel luidt als volgt (belangrijkste zinsdelen heb ik onderstreept): der Valk erkent hierbij dat de Gemeente in het kader van de uitvoering van deze overeenkomst vanuit haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor een goede ruimtelijke ordening en volkshuisvesting binnen haar territoir , de uiteindelijke beslissing heeft omtrent de aanvaardbaarheid van de door , vanwege en/of tezamen met Van der Valk c. q. met haar verbonden partijen vervaardigde plannen , ontwerpen en overige voorstellen betreffende de realisatie en inrichting van de Kavel.
Ingeval van objectieve noodzaak - inhoudende een zodanige onvoorziene wijziging van volkshuisvestelijke en/of van planologische aard , dat ongewijzigde uitvoering van de in deze Koop-/Realisatieovereenkomst en de in de bijlagen vastgelegde afspraken en/of uitgangspunten redelijkerwijze niet van partijen of van een van hen kan worden verlangd - zullen de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten door de Gemeente na voorafgaand overleg met de Van der Valk in overeenstemming met de aard en ernst van de gebleken objectieve noodzaak kunnen worden aangepast en/of herzien , waarbij zij zoveel als redelijkerwijze mogelijk rekening zal houden met de gerechtvaardigde belangen van Van der Valk. " " Van
4.
Bij gewijzigde ruimtelijke inzichten bij het college (het hotel op de voorziene locatie is toch niet wenselijk omdat er een betere locatie voor handen is) , moet het college dus in overleg treden met Van der Valk. In het kader van
dat overleg kan het college wijzen op de veranderde inzichten (lees: bezwaren) van de raad bij de beoogde hotelontwikkeling. Als die ruimtelijke bezwaren van de raad kenbaar zijn , kan het college vervolgens - in het licht van artikel 3. 3 van de ontwikkelovereenkomst - aan Van der Valk te kennen geven dat het aanpassen van de hotelplannen weinig zin heeft omdat aangenomen mag worden dat de raad niet tot vaststelling zal beslissen. 5. In het kader van dat overleg kan ook de vraag aan de orde komen in hoeverre Van der Valk al kosten heeft gemaakt (denk bijvoorbeeld aan kosten voor de inschakeling van deskundigen) die voor vergoeding in aanmerking komen. I < krijg de indruk dat het tot nu toe vooral de gemeente Is die kosten heeft gemaakt , en in mindere mate Van der Valk. In het kader van het genoemde overleg kan het college nader bezien of en zo ja , in hoeverre die door Van der Valk gemaakte kosten - uit oogpunt van redelijkheid - voor vergoeding in aanmerking komen. Het zal hier gaan om
e) k ke Pagina 5
hooguit kosten van enkele tienduizenden euro's , voor zover Van der Valk die kosten al weet te specificeren. Afsluitend Tot slot: uiteraard ben ik graag bereid en beschikbaar voor overleg met de juristen van de gemeente.
)-lekkel m
MEMO AAN VAN DATUM BETREFT
Rachid Benhadi , Yasernin Dernirci & Anne van Wijk-Driessen 19 november 2024 Van der Valk Heerenveen; n. a. v. het ambtelijk advies uit de collegevergadering van 15 oktober 2024 en de raadsinformatiebrief d. d. 29 oktober 2024
Bestuurlijke
samenvatting
1. Op 30 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders namens de gemeente Heerenveen - een koop-/realisatieovereenkomst gesloten met Van der Valk. Die overeenkomst ziet op de realisatie van een hotel. 2. De vraag die nu op tafel ligt , betreft de vraag of de gemeenteraad nog kan besluiten om geen medewerking te verlenen aan de hotelontwikkeling van Van der Valk , zonder tegen grote schadeclaims aan te lopen die succesvol door Van der Valk bij de gemeente neergelegd kunnen worden. Om deze vraag te kunnen beantwoorden heeft het college adviezen ingewonnen bij twee advocatenkantoren (Bunder Advocaten en PlasBossinade). Vervolgens heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd over deze adviezen. Dit is gebeurd bij raadsbrief van 29 oktober 2024. 3. De raadsinformatiebrief is niet volledig en in die brief ontbreekt cruciale informatie. In de brief wordt namelijk onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de vraag wat de gemeente precies moet doen om de overeenkomst na te leven (het privaatrechtelijke spoor) en de vraag of de gemeenteraad verplicht is om het omgevingsplan vast te stellen (het publiekrechtelijke spoor). Kort samengevat is dit onderscheid om de volgende redenen relevant. 4.
Het college is op grond van de met Van der Valk gesloten overeenkomst verplicht om een ontwerp-omgevingsplan ter inzage te leggen. Tegen dit ontwerp-omgevingsplan kan eenieder zienswijzen/bezwaren indienen. Vervolgens moeten de zienswijzen beantwoord worden en gaat het omgevingsplan naar de gemeenteraad. Dat is het moment waarop de gemeenteraad kan besluiten om het omgevingsplan niet vast te stellen. De gemeenteraad moet daarbij rekening houden met de zienswijzen. Waaronder de ruimtelijke bezwaren die omwonenden hebben tegen de komst van het Van der Valk hotel.
5. De gemeenteraad kan namelijk uitsluitend op ruimtelijk relevante gronden besluiten om het omgevingsplan niet vast te stellen. Alleen dan kunnen succesvolle schadeclaims van Van der Valk worden afgewend. Dit
4003980/2
Pagina2
belangrijke gegeven ontbreekt in de raadsbrief die het college aan de gemeenteraad heeft gestuurd.
6. De wens om woningbouw in plaats van een hotelontwikkeling mogelijk te maken , is een gewijzigd ruimtelijk inzicht. Zo zijn de woningbouwopgave zoals deze volgt uit de 'Woonvisie Heerenveen 2023-2028' en het gegeven dat er voor de hotelontwikkeling (minstens) een alternatieve locatie voorhanden is (langs de A7) planologische/ruimtelijke argumenten die cie gemeenteraad kan gebruiken om het omgevingsplan niet vast te stellen. Deze omstandigheden zijn overigens niet betrokken in de door Bunder Advocaten en PlasBossinade uitgebrachte adviezen. 7. Mede gelet op het voorgaande kunnen de volgende conclusies worden getrokken: a. de met Van der Valk gesloten koop-/realisatieovereenkomst bevat geen verplichting voor cie gemeenteraad om de wijziging van het omgevingsplan (daadwerkelijk) vast te stellen. Er is geen resuitaatverplichting vastgesteld. De wet verzet zich tegen een resultaatsverplichting , omdat dat zou betekenen dat de gemeenteraad zijn bevoegdheid om een omgevingsplan wel of niet vast te stellen zou " wegcontracteren. " Dat kan niet. Ook omdat daarmee burgers en andere belanghebbenden op een zijspoor zouden worden gezet. Het indienen van zienswijzen en het organiseren van inspraak zou daarmee elke betekenis verliezen; b.
het is juridisch onjuist dat Bunder en PlasBossinade in hun memo's aan zouden geven dat er een gerede kans bestaat dat de rechter de gemeenteraad gebiedt dat het omgevingsplan alsnog vastgesteld moet worden. Deze conclusie volgt op de eerste plaats niet uit hun memo's. Op de tweede plaats is deze conclusie juridisch onhoudbaar: het is zowel civielrechtelijk alsook bestuursrechtelijk niet mogelijk dat de rechter de gemeenteraad gebiedt om een positief besluit te nemen en daarmee dus in te stemmen met de wijziging van het omgevingsplan; c. de wens om woningbouw in plaats van een hotelontwikkeling mogelijk te maken , is een gewijzigd ruimtelijk inzicht. Hetzelfde geldt voor het feit dat er een alternatieve hotellocatie langs de A7 beschikbaar is waartegen geen bezwaren bestaan; d weigert de gemeenteraad op ruimtelijk relevante gronden het omgevingsplan voor de hotelontwikkeling vast te stellen , dan kan Van der Valk geen aanspraak maken op vergoeding van schade.
4003980/2
)rilekkel m
Pagffia3
0.
Managementsamenvatting • Burgemeester en wethouders geven in de raadsinformatiebrief van 29 oktober 2024 geen juiste noch volledige weergave van (1) ons eerdere memo van 10 april 2024 , (2) de second opinion van PlasBossinade Advocaten N. V. (hierna: 'PlasBossinade') van 25 april 2024 en (3) het memo van Bunder Advocaten (hierna: 'Bunder') van 9 februari 2024. Als gevolg hiervan wordt de gemeenteraad niet volledig geïnformeerd en wordt cruciale informatie aan de raad onthouden; • burgemeester en wethouders miskennen het onderscheid tussen het privaatrechtelijke spoor (namelijk: vordering tot nakoming van de overeenkomst en/of tot vergoeding van schade) en het publiekrechtelijke spoor (namelijk: de bestuurlijke mogelijkheden tot de weigering van de wijziging van het omgevingsplan); • niet in geschil is dat burgemeester en wethouders op basis van de koop/realisatieovereenkomst van 30 november 2023 gehouden zijn (op basis van een inspanningsverplichting) om een wijziging van het omgevingsplan in procedure te brengen (het privaatrechtelijke spoor); • dat wil niet zeggen dat de gemeenteraad gehouden is om de wijziging van het omgevingsplan (daadwerkelijk) vast te stellen (het publiekrechtelijke
spoor);
•
•
•
•
•
1
het doorlopen c. q. in procedure brengen van een wijziging van het omgevingsplan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Dit is iets anders dan het (daadwerkelijk) vaststellen van een wijziging van liet omgevingsplan. Dit laatste is een bevoegdheid van de gemeenteraad; burgemeester en wethouders hebben Bunder gelet hierop een onjuiste c. q. onvolledige vraag gesteld. In essentie ligt de vraag voor of de gemeenteraad (op basis van de koop-/realisatieovereenkomst van 30 november 2023) verplicht is om de wijziging van het omgevingsplan (daadwerkelijk) vast te stellen; deze koop-/realisatieovereenkomst verplicht de gemeenteraad er niet toe om de wijziging van het omgevingsplan (daadwerkelijk) vast te stellen. Eris immers geen resuitaatverplichting vastgesteld'; het is feitelijk onjuist dat Bunder en PlasBossinade in hun memo's aan zouden geven dat er een gerede kans bestaat dat de rechter gebiedt dat het gewijzigde omgevingsplan alsnog vastgesteld moet worden. Deze conclusie volgt op de eerste plaats niet uit hun memo's. Op de tweede plaats is deze conclusie juridisch onhoudbaar: het is zowel civielrechtelijk alsook bestuursrechtelijk niet mogelijk dat de rechter de gemeenteraad gebiedt om een positief besluit te nemen en daarmee dus in te stemmen met de wijziging van het omgevingsplan; de gemeenteraad kan - ondanks de koop-/realisatieovereenkomst d. d.
30 november 2023 - op grond van ruimtelijk relevante motieven afzien van het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan. Gewijzigde ruimtelijke c. q. planologische inzichten bij de gemeenteraad
Vgl. AbRS 1 juni 2022 , ECLI:NL:RVS:2022:1543
4003980/2
, r. o.
5. 2.
iHekkeM
rk
Pagma4
ruimtelijke invulling van het plangebied alsook gewijzigde politiekbestuurlijke inzichten kunnen een reden zijn om een ruimtelijk plan (zoals een omgevingsplan) niet vast te stellen. In dat kader geldt volgens vaste over de
•
rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer dat: • een gesloten overeenkomst tussen een initiatiefnemer en de gemeente niet kan leiden tot een verplichting van de gemeenteraad om voor gronden een planregeling vast te stellen die de gemeenteraad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. 2 De omstandigheid dat tussen een initiatiefnemer en de gemeente een overeenkomst is gesloten , is een omstandigheid die de gemeenteraad bij de vaststelling van een ruimtelijk plan wel in zijn overwegingen dient te betrekken. Ook dienen bijvoorbeeld cie bedrijfseconomische belangen van de initiatiefnemer te worden afgewogen tegen de ruimtelijke aspecten van de beoogde ontwikkeling;3 o de definitieve beslissing over de vaststelling van een ruimtelijk plan is mede afhankelijk van alle in de loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen - waaronder ook de mogelijke belangen van derden - en kan om die reden anders uitvallen dan bij het sluiten van een gesloten overeenkomst tussen een initiatiefnemer en de gemeente is ingeschat of voorzien; 4 en o het is inherent aan het besluitvormingstraject voor een ruimtelijk plan en de daaraan voorafgaande voorbereiding dat ingenomen standpunten en geuite voornemens op grond van gewijzigde inzichten in de loop van de tijd kunnen veranderen.
5 de wens om woningbouw in plaats van een hotelontwikkeling mogelijk te maken , is een gewijzigd ruimtelijk inzicht. Zo zijn de woningbouwopgave zoals deze volgt uit de `Woonvisie Heerenveen 2023-2028' en het gegeven dat er voor de hotelontwikkeling (minstens) een alternatieve locatie voorhanden is (langs de A7) planologische/ruimtelijke argumenten die de gemeenteraad kan gebruiken om de wijziging van het omgevingsplan niet vast te stellen.
1.
Inleiding
1.
In het memo van 10 april 2024 hebben wij aantal vragen rondom de hotelplannen van Van der Valk in Heerenveen beantwoord. Naar aanleiding van dit memo hebben burgemeester en wethouders advocatenkantoor PlasBossinade Advocaten N. V. (hierna: 'PlasBossinade') verzocht om een
Vgl. AbRS 13 januari 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:30 , r. o. 6. 7. Vgl. AbRS 16 juli 2014 , ECLI:NL:RVS:2014:2690 , r. o. 3. 1. Vgl. AbRS 13 maart 2024 , ECLI:NL:RVS:2024:1067 , r. o. 6. 3. 5 Vgl. AbRS 13 januari 2016 , EGLI:NL:RVS:2016:30 en AbRS 23 december 2020 , ECLI:NL:RVS:2020:3071 , r. o. 11. 4. 2 3 1
4003980/2
)-lekkel Pagina 5
second opinion af te geven. Bij brief van 25 april 2024 heeft PlasBossinade deze second opinion gegeven. 2.
In de collegevergadering van 15 oktober 2024 hebben burgemeester en wethouders kennisgenomen van de verschillende juridische adviezen over de beoogde Van der Valk locatie in Heerenveen en op basis daarvan besloten de planologische procedure te vervolgen. Ook hebben burgemeester en wethouders in deze vergadering besloten om de gemeenteraad via een (bijbehorende) raadsinformatiebrief (gedateerd op 29 oktober 2024) te informeren over de laatste stand van zaken. Daarbij zit ook een ambtelijk advies.
3.
Uit de raadsinformatiebrief (d. d. 29 oktober 2024) blijkt (onder meer) dat burgemeester en wethouders zich eerder - en dus voorafgaand aan ons memo van 10 april 2024 - in verschillende stadia van de planvorming hebben laten adviseren door Bunder Advocaten (hierna: 'Bunder'). Bij de raadsinformatiebrief d. d. 29 oktober 2024 is een memo van Bunder van 9 februari 2024 gevoegd.
4.
Wij stellen vast dat burqemeester en wethouders in hun ambtelijk advies en in hun raadsinformatiebrief (d. d. 29 oktober 2024) geen juiste noch volledige weerqave geven van ons eerdere memo (d. d. 10 april 2024) , de second pinion van PlasBossinade (d. d. 25 april 2024) en het memo van Bunder (d. d. 9 februari 2024). Hiermee informeren burgemeester en wethouders
wijze. 2.
Samenvatting
de gemeenteraad
van het eerdere
op een onzorgvuldige memo
van
c. q. onvolledige
10 april 2O24
5.
In ons memo van 10 april 2024 hebben wij een aantal vragen rondom de hotelplannen van Van der Valk in Heerenveen beantwoord. De vragen die in het memo zijn behandeld , luiden als volgt: • vraag 1: wat is een zwaarwegende reden om te stoppen met de verlening van de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk? • vraag 2: wat zijn de financiële gevolgen als de gemeente geen zwaarwegende reden heeft om te stoppen met de hotelplannen van Van der Valk? • vraag 3: wanneer kan Van der Valk proceskosten en/of omzetderving claimen bij de gemeente? • vraag 4: wat zijn de verschillende consequenties c. q. scenario's als de gemeente stopt met de medewerking aan de hotelplannen van Van der Valk?
6.
Uit ons memo volgen , kort samengevat , de volgende conclusies: • de gemeenteraad mag uitsluitend op grond van planologische gronden/milieuhygiënische gronden weigeren om een omgevingsplan vast te stellen. De gemeenteraad heeft een grote mate van vrijheid om niet in
4003980/2
)-11e kkeI m
Pagina6
te stemmen • •
met een door een derde gewenste herziening van het omgevingsplan , mits dit is gebaseerd op planologische argumenten; de omstandigheid dat er een overeenkomst met Van der Valk is gesloten , verandert daar niets aan; in het publiekrechtelijke spoor zijn de financiële gevolgen te overzien als de gemeenteraad op planologische gronden/argumenten besluit om het omgevingsplan voor de hotelplannen van Van der Valk niet vast te stellen; en
•
het is niet meer dan redelijk dat Van der Valk bij het stopzetten van de hotelplannen een vergoeding krijgt voor de kosten die zijn gemaakt in verband met de hotelontwikkeling (zoals: kosten voor het inwinnen van advies , de kosten voor het opstellen van de onderzoeksrapporten etc. ).
3.
Onjuiste informatieverstrekking
7.
Wij stellen vast dat in de raadsinformatiebrief (gedateerd op 29 oktober 2. 024) en het bijbehorende ambtelijke advies een onjuiste voorstelling van zaken wordt gegeven. Dit lichten wij toe.
8.
Op de eerste plaats volgt uit de raadsinformatiebrief dat burgemeester en wethouders naar aanleiding van ons memo (d. d. 10 april 2024) hebben besloten om een onafhankelijk advies bij PlasBossinade in te winnen. Wij citeren:
aan
de gemeenteraad
dit advies sterk afwijkt van het advies van Bunder advocaten , waar in verschillende stadia van de planvorming advies hebben ingewonnen , heeft we het college besloten bij een derde advocatenbureau , PlasBossinade advocaten , onafhankelijk advies in te winnen.. " " Aangezien
9.
De second opinion is afgegeven in opdracht van burgemeester en wethouders. Van een onafhankelijk advies kan alleen al om die reden geen sprake zijn.
10.
Op de tweede plaats zijn in cie raadsinformatiebrief de volgende conclusies uiteengezet naar aanleiding van ons memo (d. d. 10 april 2024) , de second opinion van PlasBossinade (d. d. 25 april 2024) en het memo van Bunder (d. d. 9 februari 2024): " Conclusies
Zowel Bunder als PlasBossinade zijn van mening dat er geen zwaarwegende redenen zijn de planologische procedure niet te starten. Dit in tegenstelling tot Hekkelman , die stelt dat de gemeenteraad niet verplicht kan worden medewerking te verlenen aan ontwikkelingen die de gemeenteraad planologisch niet meer wenselijk vindt. Hekkelman is van mening dat de financiële consequenties te overzien zijn , terwijl Bunder en PlasBossinade waarschuwen dat de gemeenteraad aanzienlijke risico's loopt als zij besluit de overeenkomst niet na te komen. De drie adviezen zijn als bijlage toegevoegd. Hieronder lichten wij belangrijkste twee punten toe.."
4003980/2
1-lekkel m
Pagina 7
11.
Deze conclusies zijn onjuist en bovendien niet herleidbaar naar de verschillende memo's. Daarover het volgende.
12.
Burgemeester en wethouders miskennen het onderscheid tussen het privaatrechtelijke spoor (namelijk: vordering tot nakoming van de overeenkomst en/of tot vergoeding van schade) en het publiekrechtelijke spoor (namelijk: de bestuurlijke mogelijkheden tot de weigering van de wijziging van het omgevingsplan).
13.
Niet in geschil is dat burgemeester en wethouders op basis van de koop/realisatieovereenkomst gehouden zijn om een wijziging van het omgevingsplan in procedure te brengen (het privaatrechtelijke spoor). Dat wil evenwel niet zeggen dat de gemeenteraad (ook) gehouden is om de wijziging van het omgevingsplan ook daadwerkelijk vast te stellen (het
publiekrechtelijke spoor).
14.
Het doorlopen c. q. in procedure brengen van een wijziging van het omgevingsplan (bevoegdheid van het college) is iets anders dan het (daadwerkelijk) vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan (bevoegdheid van de gemeenteraad). In het verlengde hiervan stellen wij vast dat de eerste twee conclusies van burgemeester en wethouders zich niet tot elkaar verhouden.
15.
In essentie ligt de vraag voor of de gemeenteraad (op basis van de overeenkomst) verplicht is om de wijziging van het omgevingsplan vast te stellen. Dat is niet het geval. De koop-/realisatieovereenkomst (d. d. 30 november 2023) verplicht er niet toe dat de gemeenteraad de voorgelegde wijziging van het omgevingsplan ook daadwerkelijk vaststelt. Dat is juridisch ook onhoudbaar. De gemeenteraad kan op grond van ruimtelijk relevante motieven (altijd) afzien van het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan. Gewijzigde ruimtelijke c. q. planologische inzichten bij de gemeenteraad over de ruimtelijke invulling van het plangebied alsook gewijzigde politiek-bestuurlijke inzichten kunnen een reden zijn om een ruimtelijk plan niet vast te stellen.
16.
In dat kader geldt volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: `de Afdeling') onder meer dat een gesloten overeenkomst tussen een initiatiefnemer en de gemeente niet kan leiden tot een verplichting van de gemeenteraad om voor gronden een planregeling vast te stellen die de gemeenteraad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. Wij wijzen bijvoorbeeld op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2024
(ECLI:NL:RVS:2024:1067):
Voor zover WVG Ontwikkeling B. V. erop wijst dat zij een anterieure overeenkomst heeft gesloten met het college van burgemeester en wethouders en dat deze overeenkomst ten onrechte terzijde wordt geschoven , merkt de " 6. 3.
4003980/2
Irlekkel
main1/4
Pagina 8
Afdeling het volgende op. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen , Is de raad de uitoefening van zijn bevoegdheid omtrent de vaststelling van een bestemniigg5plan niet aan de inzichten van het college gebonden (zie de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020 , ECLI:NL:RVS:2020:580 , onder 52, ). Nog daargelaten of de bewoordingen van een overeenkomst , voor zover het betreft het verlenen van planologische medewerking , een inspanningsverplichtinq inhouden , kan een overeenkomst niet leiden tot een verplichting van de raad aan gronden een bestemming te geven die de raad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. De definitieve beslissing over de vaststelling van het bestemmingsplan kan , mede afhankelijk van alle in de loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen - ook de mogelijke belangen van derden - , anders uitvallen clan bij het sluiten van de overeenkomst is ingeschat. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW9. 520 , onder 2. 7. 2. Dat een overeenkomst is gesloten , is wel een omstandigheid die de raad bij de vaststelling van het plan in zijn overwegingen dient te betrekken. Dat heeft de raad gedaan. In het bestreden besluit staat dat de (financiële) belangen van WVG Ontwikkeling B. V. worden geschaad in het geval de raad niet instemt met de voorgenomen ontwikkeling.
Op de zitting heeft de raad toegelicht dat hiermee wordt bedoeld dat de raad ook rekening houdt met de omstandigheid dat er een anterieure overeenkomst is gesloten tussen het college van burgemeester en wethouders en WVG Ontwikkeling B. V. " (onderstreping
onzerzijds , RB/YD). 17.
Wij wijzen ook op het bepaalde in artikel 3. 3 van de koop/realisatieovereenkomst (d. d. 30 november 2023) waarin is vastgelegd dat
Van der Valk erkent dat de gemeente in het kader van de uitvoering van de gesloten overeenkomst vanuit haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor een goede ruimtelijke ordening en volkshuisvesting binnen haar territoir , de uiteindelijke beslissing heeft omtrent de aanvaardbaarheid van de door , vanwege en/of tezamen met Van der Valk c. q. met haar verbonden partijen vervaardigde plannen , ontwerpen en overige voorstellen betreffende de realisatie en inrichting van de kavel: " 3. 3
4003980/2
(. . . )
Van der Valk erkent hierbij dat de Gemeente In het kader van de uitvoering van deze overeenkomst vanuit haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor een goede ruimtelijke ordening en volkshuisvesting binnen haar territoir , de uiteindelijke beslissing heeft omtrent de aanvaardbaarheid van de door , vanwege en/of tezamen met Van der Valk c. q. met haar verbonden partijen vervaardigde plannen , ontwerpen en overige voorstellen betreffende de realisatie en inrichting van de Kavel. Ingeval van objectieve noodzaak - inhoudende een zodanige onvoorziene wijziging van volkshuisvestelijke en/of van planologische aard , dat ongewijzigde uitvoering van de in deze Koop/Realisatieovereenkomst en de in de bijlagen vastgelegde afspraken en/of uitgangspunten redelijkerwijze niet van partijen of van een van hen kan worden verlangd - zullen de ruimtelijke en programmatische
m Pagina 9
uitgangspunten door de Gemeente na voorafgaand overleg met de Van der Valk in overeenstemming met de aard en ernst van de gebleken objectieve noodzaak kunnen worden aangepast en/of herzien , waarbij zij zoveel als redelijkerwijze mogelijk rekening zal houden met de gerechtvaardigde belangen van Van der Valk. " (onderstreping onzerzijds ,