CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Uitgangspunten Vernieuwen Omgevingsvisie

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Uitgangspunten vernieuwen Omgevingsvisie14.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

Wetterskip Fryslân en Provincie Fryslân (2023). Visie Fryslân Klimaatbestendig 2050+.

Pagina 39

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Meer water vasthouden en natuur verbinden in het zandgebied Het zandgebied bestaat uit de deelgebieden: hoogveenontginning (rond De Knipe, Bontebok en Jubbega), woudontginning (rond Nieuweschoot, Mildam, Katlijk, Oude/Nieuwehorne en Hoornsterzwaag), het beekdal van de Tjonger en heideontginningen. Visie Fryslân Klimaatbestendig 2050+ legt uit dat verdroging een steeds groter wordend probleem is in het zandgebied. Om minder kwetsbaar te zijn voor droge periodes wordt voorgesteld om de grondwaterstand in het zandgebied te verhogen. Een kenmerk van de deelgebieden hoogveenontginning en woudontginning is de afwisseling van bos, houtsingels en open gebied. Op sommige plekken zijn de kenmerkende houtsingels in de loop van de tijd verdwenen. We willen op deze plekken het natuurnetwerk versterken, waarbij we ruimte houden voor toekomstbestendige landbouw. Het beekdal van de Tjonger wordt natuurlijker ingericht, zodat water minder snel afgevoerd wordt en er meer verschillende soorten planten en dieren kunnen leven. Bij piekbuien moet de Tjonger buiten zijn oevers kunnen treden en in droge periodes moet de Tjonger een bron van water met een goede kwaliteit blijven. Het natuurlijkere beekdal wordt ook aantrekkelijker en beter beleefbaar voor recreanten, op het water of op de oever.

De Tjonger

Pagina 40

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Figuur 11 – Het buitengebied (uit: Omgevingsvisie Heerenveen 1.0, 2021)

Pagina 41

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

6.2 De gemeente voorbij 2050 Heerenveen en de Lelylijn Een ontwikkeling die voorbij 2050 speelt, maar waar nu al rekening mee gehouden moet worden is de Lelylijn. Onderzoeken naar de gevolgen van een nieuwe spoorverbinding tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden met een station in Heerenveen zijn nog in volle gang, maar wat we al weten is dat… • • • • •

…Heerenveen nog aantrekkelijker wordt als woon- en werkplek door de nog betere bereikbaarheid; …om optimaal te profiteren van de Lelylijn Heerenveen een schaalsprong moet maken, wat betekent dat Heerenveen meer een stad wordt, met hogere dichtheden, meer stadse voorzieningen, meer economische innovatie, minder afhankelijkheid van de auto en een woningvoorraad van betere kwaliteit; …de dorpen in de omliggende regio zullen meeprofiteren van de betere bereikbaarheid, voorzieningen en werkgelegenheid van Heerenveen, mits de verbindingen met de dorpen goed geregeld worden; …er in het omliggende buitengebied nog meer behoefte is aan aantrekkelijke uitloopgebieden, waar inwoners kunnen recreëren in een mooi agrarisch en natuurlijk landschap; …de inpassing van een nieuwe spoorlijn op geen elke manier eenvoudig is; o De variant “bundeling A6/A7” kruist veel infrastructuur (o.a. wegen, water, elektra). Verder wordt nog onderzocht hoe een nieuw station langs de A7 goed kan worden ingericht en ontsloten. o De variant “S-variant” vraagt om een verdubbeling van het spoor door Heerenveen, waarvoor op sommige plekken woningen gesloopt zullen moeten worden. Ook wordt bij deze variant onderzocht of het station op de huidige plek zou moeten blijven, of dat een andere plek bij het centrum logischer zou zijn (zoals ter hoogte van Koornbeursweg).

Anticiperen op de Lelylijn in beleid en projecten is lastig, omdat er nog zeer uiteenlopende varianten van de Lelylijn door Heerenveen onderzocht worden. Als uitgangspunten voor de nieuwe Omgevingsvisie nemen we mee: • •

We zetten ons ervoor in dat de mogelijkheden voor in elk geval de tracé-varianten “bundeling A6/A7” en “S-variant” blijven bestaan. We blijven open staan voor alternatieve tracé-varianten, mits die tenminste voldoen aan de voorwaarden: o Het tracé maak een direct verbinding tussen stations in Amsterdam, Heerenveen en Groningen mogelijk; o Het tracé voorziet in een gemakkelijke verbinding tussen het station en het centrum; o Het tracé gaat met respect om met het culturele en natuurlijke erfgoed in gemeente Heerenveen.

Zolang de onderzoeken van de projectorganisatie Lelylijn nog lopen, kunnen we nog geen concretere uitgangspunten over de Lelylijn opnemen dan bovenstaande punten.

Pagina 42

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

De Lelylijn en het dropje De keuze voor een tracé en een stationslocatie hebben gevolgen voor wat “logische” plekken zijn om nieuwe woon- en werkplekken toe te voegen. De kijk op Heerenveen als een drielaags dorpje geeft de flexibiliteit om met uiteenlopende varianten om te gaan. • Bij varianten met een station op de huidige locatie of elders bij het centrum ligt het station centraal in de middenzone, die gekenmerkt wordt door dichter bebouwde woonwijken en waar ook de meeste voorzieningen en kantoren te vinden zijn. Het ligt voor de hand om in deze situatie nieuwe inbreidingen en uitbreidingen op deze middenzone te richten. • Bij varianten met een station ter hoogte van de A7 ligt het station in een overgangsgebied van de middenzone naar de noordelijke zone, die vooral gekenmerkt wordt door de bedrijventerreinen. In die situatie zou de grens tussen de middenzone en de noordelijke zone meer naar het noorden kunnen verschuiven, bijvoorbeeld tot de A7. Dat zou betekenen dat het gebied ten zuiden van de A7 meer op wonen gericht zou worden en het gebied ten noorden van de A7 voornamelijk voor bedrijven bestemd blijft. De toekomst van Heerenveen met een Lelylijn is een van de onderwerpen die bij de uitwerking van de Uitgangspuntennotitie naar de nieuwe Omgevingsvisie veel aandacht zal krijgen.

Stationsgebied Heerenveen

Pagina 43

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

S-variant

Zuidelijke variant A6/A7variant

S-variant + Zuidelijke variant Figuur 12 – Drie varianten van de Lelylijn door Heerenveen (Stuurgroep Lelylijn, 202425). De zuidelijke variant voldoet niet aan bovengenoemde voorwaarden voor wenselijke varianten.

25

Stuurgroep Lelylijn (2024). Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn. Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050.

Pagina 44

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

7 Beleidsstructuur fysieke leefomgeving Uit de vijf V’s van de vernieuwing:  Versterken van de structuur in het beleid m.b.t. de fysieke leefomgeving

7.1 Het beleidshuis verstevigen Twee van de centrale ideeën achter de Omgevingswet zijn dat: • alle thema’s in de fysieke leefomgeving in samenhang benaderd worden; • het beleid en de regels over de fysieke leefomgeving overzichtelijker worden voor inwoners, ondernemers en overheden. Om deze samenhang en dit overzicht te creëren hebben gemeenten onder de Omgevingswet vier kerninstrumenten: • Omgevingsvisie – Strategische visie voor de fysieke leefomgeving, alle thema’s en de hele gemeente. Bevoegdheid van de gemeenteraad. • Omgevingsprogramma’s – Uitwerking van de Omgevingsvisie op een bepaald thema of een bepaald gebied. Ze bevatten maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Bevoegdheid van het college van B&W. • Omgevingsplan – De algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Bevoegdheid van de gemeenteraad. • Omgevingsvergunningen – Middel om toestemming te geven om activiteiten uit te voeren in de fysieke leefomgeving. Bevoegdheid van het college van B&W. De omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vormen samen het zogenaamde “beleidshuis”. Vanuit de Omgevingswet wordt gestimuleerd om beleid voor de fysieke leefomgeving op te nemen in de omgevingsvisie of het omgevingsprogramma.

Dit wordt gedaan om de onoverzichtelijke variatie aan soorten beleidsdocumenten (zoals beleidsbrieven, beleidsnota’s, verkenningen en visies) tegen te gaan.

Pagina 45

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Onder de Omgevingswet zijn deze andere soorten beleidsdocumenten niet verboden. Deze beleidsdocumenten zijn niet gebonden aan de eisen voor participatie en het bepalen van milieueffecten die de Omgevingswet aan de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s oplegt. Dit heeft als nadeel dat vervolgbesluiten niet altijd voldoende onderbouwd kunnen worden en dat de status van deze andersoortige beleidsdocumenten onduidelijk kan zijn. Een van de doelen van het vernieuwen van de Omgevingsvisie is om de structuur in het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving te versterken. Om dat doel te behalen volgen hieronder uitgangspunten voor de inrichting van het beleidshuis.

7.2 Uitgangspunten voor het verstevigen van het beleidshuis van de fysieke leefomgeving 1. In de Omgevingsvisie staan de strategische lange termijndoelen voor de leefomgeving, in Omgevingsprogramma’s staat hoe deze doelen uitgevoerd worden. In Omgevingsprogramma’s worden geen nieuwe strategische lange termijndoelen voor de leefomgeving opgenomen. 2. Een beleidsstuk dient tenminste als Omgevingsprogramma te worden opgesteld en gepubliceerd wanneer: a. Het gaat om een vanuit de Omgevingswet verplicht Omgevingsprogramma; of b. Het beleid als doel heeft een permanente wijziging in de fysieke leefomgeving te bewerkstelligen Wanneer bovenstaande niet het geval is kan er alsnog voor worden gekozen om het beleid als Omgevingsprogramma op te stellen. Indien er wordt gekozen voor een ander type beleidsdocument (zonder wettelijke grondslag vanuit de Omgevingswet) is er extra aandacht nodig voor de vindbaarheid en herleidbaarheid van deze documenten. 3. Wanneer een Omgevingsprogramma wordt opgesteld of een bestaand Omgevingsprogramma wordt gewijzigd moet bepaald worden of het nieuwe beleid passend is binnen de Omgevingsvisie.

Afhankelijk hiervan zijn er drie mogelijke uitkomsten: - Het Omgevingsprogramma past binnen de Omgevingsvisie - Er is een aanvulling/wijziging van de Omgevingsvisie nodig - Het Omgevingsprogramma moet zo gewijzigd worden zodat het wel binnen de Omgevingsvisie past Ook moet inzichtelijk worden gemaakt of er overlap is met de andere omgevingsprogramma’s. 4. Jaarlijks wordt de actualiteit van de onderdelen van het beleidshuis gecontroleerd. De omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan zijn levende documenten. Dat wil zeggen dat de documenten actief worden gebruikt in het dagelijkse werk van de ambtelijke organisatie en waar nodig worden bijgewerkt. De documenten worden jaarlijks door de ambtelijke organisatie gecontroleerd op hun actualiteit en op mogelijke tegenstrijdigheden tussen de beleidsstukken. De uitkomsten van deze jaarlijkse evaluatie worden aangeboden aan het college en de raad.

Pagina 46

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

5. Eigenaarschap van het “beleidshuis” is te allen tijde bestuurlijk en ambtelijk geborgd. De verantwoordelijkheid voor de samenhang tussen de beleidsdocumenten m.b.t. de fysieke leefomgeving ligt te allen tijde belegd bij een bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiger. De gemeenteraad toetst of (beleids)ontwikkelingen in de leefomgeving in lijn zijn met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, of dat daar beargumenteerd vanaf wordt geweken.

Pagina 47

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

(Toekomstig) Verplichte instrumenten

*= Vastgesteld document

Vrijwillige instrumenten Omgevingsvisie Heerenveen*

Thematische Omgevingsprogramma’s Saneringsprogramma wegen onder beheer van de gemeente

Programma bij (dreigende) overschrijding omgevingswaarden

Warmteprogramma

Volkshuisvestingsprogramma

Programma Groenstructuren

Omgevingsprogramma Werkgebieden

Omgevingsprogramma Mobiliteit

Gebiedsgerichte Omgevingsprogramma’s Gebiedsvisie A32*

Programma Buitengebied

Omgevingsplan Heerenveen

Figuur 13 – Het beleidshuis van de Omgevingswet – vastgestelde documenten en omgevingsprogramma’s die in ontwikkeling zijn. Pagina 48

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

7.3

Toelichting bij de verplichte Omgevingsprogramma’s

Saneringsprogramma wegen onder beheer van de gemeente Het “Saneringsprogramma wegen onder beheer van de gemeente” is verplicht vanuit de Wet geluidhinder. Gemeenten moeten hierin maatregelen opnemen om de geluidbelasting terug te brengen bij gebouwen met een geluidbelasting boven de grenswaarde. Programma bij (dreigende) overschrijding omgevingswaarden Het “Programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden” is verplicht vanuit de Omgevingswet. Als aannemelijk is dat een omgevingswaarde niet wordt gehaald, moet het college van burgemeester en wethouders een programma opstellen met maatregelen die erop gericht zijn alsnog aan die waarde te voldoen. Het programma bevat concrete acties, zoals beleidsmaatregelen, fysieke ingrepen of afspraken, die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Warmteprogramma Een warmteprogramma is een beleidsdocument waarin gemeenten vastleggen hoe zij de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen in specifieke wijken en buurten willen realiseren. Het programma beschrijft onder meer welke gebieden wanneer van het aardgas afgaan, welke technieken worden ingezet (zoals warmtenetten of warmtepompen), en hoe bewoners en andere betrokkenen worden meegenomen in het proces. Het warmteprogramma is de opvolger van de transitievisie warmte en is een verplicht gemeentelijke omgevingsprogramma.

Deze verplichting vloeit voort uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), die vanaf 1 januari 2026 volledig in werking treedt. Deze wet geeft gemeenten onder andere de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het gasnet verdwijnt en stelt eisen aan de inhoud en het proces van het warmteprogramma. Het Warmteprogramma van gemeente Heerenveen kan naar verwachting in de tweede helft van 2026 door het college worden vastgesteld. Daarbij wordt gewerkt met de volgende uitgangspunten: 1. Betaalbaarheid staat centraal • Warmteoplossingen worden beoordeeld op zowel laagste maatschappelijke kosten als eindgebruikerskosten. • De keuze voor alternatieven stuurt op laagste totale kosten over de levensduur. • Bij gelijke kosten gaat onze voorkeur uit naar collectieve boven individuele oplossingen. 2. Duurzaamheid als leidraad • Ons doel is een fossielvrije warmtevoorziening uiterlijk in 2050. • We geven prioriteit aan buurten met snelle en substantiële CO₂-reductie. • Duurzame technieken met hoge CO₂-reductie krijgen voorrang, mits betaalbaar voor eindgebruikers. 3. Betrouwbare transitie • Iedereen krijgt een duidelijk handelingsperspectief richting aardgasvrij in 2050. • We onderzoeken collectieve oplossingen daar waar warmtevraag en dichtheid dit toelaten. • De gemeente voert regie en biedt duidelijkheid, de bestaande warmteuitvoeringsplannen blijven leidend.

Pagina 49

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

4. Gefaseerde aanpak • De gemeente wijst gebieden aan voor uitvoering in de komende 10 jaar. • We geven voorrang aan gebieden met beschikbare bron- en netcapaciteit. • Gebieden met herstructurering, nieuwbouw of samenwerking met maatschappelijke partners worden versneld opgepakt. 5. Ruimtegebruik als afwegingsfactor • Bij gelijke kosten telt ruimtegebruik mee in techniekkeuze. • Zowel onze openbare ruimte (boven- en ondergronds) als ruimte achter de voordeur wordt meegewogen in het alternatief voor het aardgas. 6. Inzet op draagvlak en inzetten van de aanwijsbevoegdheid • Gemeente neemt bewoners en energiecoöperaties actief mee in de warmteuitvoeringsplannen en zet in op maximaal draagvlak. • Gemeente benut de aanwijsbevoegdheid waar nodig om gebouweigenaren te activeren. Volkshuisvestingsprogramma Een volkshuisvestingsprogramma is een verplicht gemeentelijk beleidsdocument waarin staat hoe de gemeente zorgt voor voldoende en betaalbare woningen. De verplichting is vastgelegd in de Wet Versterking regie volkshuisvesting en gekoppeld aan de Omgevingswet. Het programma moet onder andere aantallen en typen woningen, locaties, fasering en aandacht voor specifieke doelgroepen bevatten. Ook moet het aansluiten bij regionale woondeals en afspraken met corporaties en zorgpartijen. Hiermee voert de gemeente regie op woningbouw, betaalbaarheid en leefbaarheid.

Pagina 50

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

8 Vervolg: van uitgangspunten naar nieuwe omgevingsvisie Uit de vijf V’s van de vernieuwing:  Vertalen van brede welvaart naar strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving  Verdiepen en concreter richting geven bij vraagstukken vanuit de transities en grote ruimtelijke ontwikkelingen  Verwerken van nieuw beleid  Verlengen van de tijdshorizon naar 2050  Versterken van de structuur in het beleid m.b.t. de fysieke leefomgeving

Na het vaststellen van deze Uitgangspuntennotitie, wordt deze verder uitgewerkt tot de vernieuwde Omgevingsvisie. Hieronder wordt nader toegelicht welke zaken er specifiek nog moeten worden uitgewerkt.

8.1 Uitwerking naar deelgebieden Net als in de Omgevingsvisie 1.0 wordt voor elk afzonderlijk deelgebied vastgelegd welke specifieke beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen er in dit deelgebied van toepassing zijn.

8.2 Omgevingseffecten bepalen De keuzes die in de nieuwe Omgevingsvisie worden gemaakt moeten volgens de Omgevingswet onderbouwd worden aan de hand van een milieueffectrapportage (MER). Net als veel andere overheden kiezen we ervoor om niet alleen de milieueffecten te onderzoeken, maar zo breed mogelijk de effecten van keuzes in kaart te brengen. We willen dat de keuzes die we maken optimaal bijdragen aan de brede welvaart van onszelf, de wereld en toekomstige generaties. Het instrument om dit zo goed mogelijk te onderzoeken heet de Omgevingseffectrapportage (OER).

Pagina 51

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Tegelijk met de ontwerp-Omgevingsvisie zullen de uitkomsten van de OER worden aangeboden. Om dat voor elkaar te krijgen zullen de volgende stappen worden gezet: • In een Leefomgevingsfoto wordt de huidige staat van de leefomgeving in beeld gebracht. • In een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt vastgesteld hoe de mogelijke effecten van de vernieuwde Omgevingsvisie worden onderzocht in de op te stellen OER. Hierin staat ook welke beleidsalternatieven met elkaar worden vergeleken in de beoordeling. Deze Uitgangspuntennotitie en het ambtelijk onderzoek Contourenschets Vernieuwen Omgevingsvisie vormen hier de basis voor. • In de Omgevingseffectrapportage wordt getoond wat de omgevingseffecten zijn van de beleidsalternatieven, welk voorkeursalternatief hieruit naar voren komt en welke maatregelen genomen kunnen worden om negatieve effecten te mitigeren en/of compenseren.

8.3 Afstemming met (vernieuwde) kaders Rijk en Provincie In dezelfde periode dat de Heerenveense Omgevingsvisie vernieuwd wordt, zijn ook het Rijk en provincie Fryslân bezig met het vernieuwen van hun Omgevingsvisies. Hoewel de omgevingsvisie alleen bindend is voor het bestuursorgaan dat het vaststelt, dient de Heerenveense Omgevingsvisie wel rekening te houden met de kaders vanuit het Rijk en de Provincie. Daarom houden we de ontwikkeling van de nieuwe landelijke en provinciale omgevingsvisie goed in de gaten. Nota Ruimte Het Rijk werkt aan de Nota Ruimte, die de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020 gaat vervangen als landelijke omgevingsvisie. Eind september 2025 heeft het demissionaire kabinet de Ontwerp-Nota Ruimte ter inzage gelegd voor zienswijzen. In 2026 zal de nieuwe Nota Ruimte worden vastgesteld. De belangrijkste (beoogde) wijzigingen in de Nota Ruimte ten opzichte van de oude NOVI zijn: • Sterkere nationale regie/sturing op ruimtelijke ordening • Meer aandacht voor het water- en bodemsysteem • Meer aandacht voor defensie Omgevingsvisie Fryslân Provincie Fryslân is bezig met het vernieuwen van de Omgevingsvisie Fryslân uit 2020. In juni 2025 heeft het college van Gedeputeerde Staten het richtinggevende kader voor de nieuwe Omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. Volgens planning zou de OntwerpOmgevingsvisie Fryslân eind 2025 klaar moeten zijn.

De belangrijkste beoogde wijzigingen in de nieuwe Omgevingsvisie Fryslân ten opzichte van de versie uit 2020 zijn: • Afwegen en ruimtelijk vertalen van de maatregelen uit Fryslân Klimaatbestendig 2050+ • Ruimtelijk vertalen van een fossielvrij energiesysteem in 2050 • Ontwikkelen van een integrale regionale bouwstrategie, gekoppeld aan Fries Stedelijk Netwerk

Pagina 52

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

8.4 Tweede dialoogronde De eerste serie gesprekken met de ambtelijke organisatie, college van B&W, raad, medeoverheden, maatschappelijke partners, ondernemers en dorps- en wijkbelangen stond in het teken van de vraag: “wat vind je het belangrijkste voor de toekomst van de leefomgeving van gemeente Heerenveen?”. De inzichten uit deze gesprekken (zie bijlage II) zijn verwerkt in de Uitgangspuntennotitie en zullen verder uitgewerkt worden in de concept Omgevingsvisie. Een tweede serie gesprekken met dezelfde groepen is nodig om te controleren of hetgeen tijdens de eerste serie gesprekken is opgehaald voldoende terugkomt in de concept Omgevingsvisie. Bovendien zal de tweede dialoogronde plaatsvinden tijdens de volgende raadsperiode, waardoor de inbreng van het nieuwe college en de nieuwe raad kan worden opgehaald.

8.5 Digitale raadpleegbaarheid Omgevingsdocumenten zoals de Omgevingsvisie dienen ingevoerd te worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, zodat de documenten te raadplegen zijn via het Omgevingsloket (Regels op de Kaart). Door te klikken op een kaart, krijgen inwoners en ondernemers de informatie die van toepassing is op een bepaald gebied. Om de Omgevingsvisie goed leesbaar te maken via het Omgevingsloket dient het Omgevingsvisie aan publicatiestandaarden te voldoen. Deze versie is de juridisch leidende versie van de Omgevingsvisie.

8.6 Uitvoeringshoofdstuk Net als de Omgevingsvisie 1.0 zal de vernieuwde Omgevingsvisie eindigen met een hoofdstuk gericht op de concrete maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen uit de Omgevingsvisie waar te maken. Het gaat in ieder geval om: • De doorwerking van de Omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan (zie hoofdstuk 6). • De doorwerking naar mogelijke nieuwe projecten. • De doorwerking naar toezicht en handhaving. • De financiële doorwerking. • Het systeem van monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie.

Pagina 53

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Bijlagen Bijlage I – Totstandkoming Stap 1 – Start Evaluatie De zomer van 2024 stond in het teken van het evalueren van de Omgevingsvisie 1.0. De evaluatie gebeurde tijdens vier bijeenkomsten binnen de ambtelijke organisatie, een voor elke kernopgave. De uitkomsten van de evaluatie hebben geleid tot de vijf belangrijkste doelen voor het vernieuwen van de Omgevingsvisie. Resultaat: Startnotitie Samen met wijkmanagement en communicatie is de aanpak van de participatie, in de vorm van twee dialoogrondes. Op 24 oktober 2024 heeft de gemeenteraad de Startnotitie Vernieuwen Omgevingsvisie vastgesteld. De Startnotitie beschrijft de doelen van de vernieuwing en de processtappen die tijdens de vernieuwing worden doorlopen.

Stap 2 – Beeldvormen Ateliers Gedurende de winter 2024/2025 hebben er drie “ateliers” plaatsgevonden met de ambtelijke organisatie waarin stapsgewijs in beeld is gebracht wat de grote (toekomstige) ruimtevragers zijn in de gemeente. Ook zijn er tijdens de ateliers denkrichtingen ontwikkeld voor de toekomst van Heerenveen en omgeving. De inzichten uit de ateliers zijn gebundeld in de Contourenschets.

Resultaat: Contourenschets De Contourenschets is een ambtelijk onderzoek geworden dat verschillende doelen vervult: 1. Een naslagwerk waarin is verzameld welke ontwikkelingen er spelen in Heerenveen en omgeving en hoe deze een plek zouden kunnen krijgen. 2. Een gespreksdocument, dat gebruikt kan worden om te achterhalen hoe belanghebbenden kijken naar de toekomst van Heerenveen en omgeving. In de Contourenschets zijn drie denkrichtingen uitgewerkt voor de toekomst van de kern Heerenveen en omgeving, alle drie gebaseerd op een van de bestaande kwaliteiten van de kern Heerenveen: 1. Compacte Stad 2. Tuinstad 3. Knooppunt Stad Er is voor gekozen om in de Contourenschets te focussen op de kern Heerenveen en de dorpen en gebieden die daar direct omheen liggen. Dit is gedaan omdat bleek dat in dit gedeelte van de gemeente verreweg de meeste ontwikkelingen plaatsvinden. Dat zorgt ervoor dat het in dit gebied extra lastig is om alle “puzzelstukjes” goed op hun plek te leggen. Door in deze fase extra aandacht te besteden aan dit gebied voorkomen we dat hier in latere stappen moeilijkheden ondervinden. Alle denkrichtingen zijn uitgesplitst in een variant met de Lelylijn en een variant zonder de Lelylijn, om te laten zien hoe de Lelylijn in elke denkrichting te integreren valt.

Pagina 54

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Stap 3 – Oordeelsvormen Dialoogronde 1 Van april tot en met juli 2025 hebben er gesprekken plaatsgevonden naar aanleiding van de Contourenschets. Er zijn gesprekken gevoerd met het college van B&W, de gemeenteraad (dialoogsessie), Friese gemeenten, provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân, maatschappelijke partners (zoals Accolade, Landschapsbeheer Fryslân, Samenwerkende Heerenveense Energie Coöperatie en Historisch Heerenveen). In oktober heeft er een gesprek plaatsgevonden met de plaatselijk belangen en wijkbelangen van gemeente Heerenveen. Ook hebben er verdiepende gesprekken plaatsgevonden met specialisten per thema uit de ambtelijke organisatie. De insteek van de gesprekken was overal in grote lijnen hetzelfde. De centrale vraag was: welke van de ideeën uit de drie denkrichtingen die staan beschreven in de Contourenschets spreken het meeste aan, en welke het minste? Het was nadrukkelijk niet de bedoeling om voor een van de denkrichtingen, want dat zou suggereren dat de drie denkrichtingen de enige keuzeopties zijn. Resultaat: Uitgangspuntennotitie De uitkomsten van de dialoogronde hebben geleid tot de Uitgangspuntennotitie die voor u ligt. De conceptversie van de Uitgangspuntennotitie is tijdens een brede bijeenkomst in de ambtelijke organisatie gepresenteerd en besproken.

Pagina 55

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Bijlage II – Verslag gesprekken dialoogronde 1 College van B&W Wat gebeurde er? Op 15 april 2025 presenteerde de ambtelijke kerngroep omgevingsvisie de Contourenschets aan het college van B&W. Het voltallige college was aanwezig. Naast een presentatie over de Contourenschets was er tijd voor vragen en reacties. Welke inzichten leverde het op? • De visuele presentatievorm spreekt erg aan. • Kijk bij voorhand niet te beperkt naar mogelijkheden voor zowel verdichting (incl. hoger bouwen) als ook verdere uitbreiding in de toekomst. • Maak in het vervolg duidelijk in hoeverre denkrichtingen voldoen aan brede welvaart en beleidsdoelen zoals aantallen woningen. • De ideeën voor gecombineerde ontwikkelingen in en rond het Tjongerdal spreken in het bijzonder aan.

Gemeenteraad Wat gebeurde er? Op 12 mei 2025 vond de eerste dialoogsessie “Vernieuwen Omgevingsvisie” plaats. Er waren 17 raads- en fractieleden aanwezig van bijna alle fracties. De sessie startte met een presentatie over de Contourenschets, waarna de gesprekken plaatsvonden. Op de drie tafels waren achtereenvolgens het noordelijke deel, het middelste deel en het zuidelijke deel van het ingetekende gebied te zien. Hier was voor gekozen om de verschillen tussen de drie denkrichtingen voor een kleiner gebied te kunnen vergelijken. Elke groep werd begeleid door twee ambtenaren vanuit Stedenbouw en RO-beleid.

Welke inzichten leverde het op? • Let erop dat de kaarten voor iedereen goed leesbaar blijven. • Kijk naar de gemeente als onderdeel van het Fries Stedelijk Netwerk. • Let erop dat ontwikkelingen ten noorden van de bedrijventerreinen niet onevenredig veel impact hebben op dorpen als Tjalleberd. • Streef naar een betere evenwicht tussen het aantal banen en aantal woningen. • Heb voldoende aandacht voor onderwerpen als hittestress op de bedrijventerreinen. • Verder verdichten en hoger bouwen is nodig, maar er moet wel ruimte blijven voor groen en sport in de wijken. • Het ondertunnelen van snel- en spoorwegen is altijd wenselijk. • Nieuwe natuurontwikkeling rond Oranjewoud is een goed idee, maar meer verspreide woningbouw mogelijk maken gaat ten koste van het parklandschap. • Voorkom nieuwe mobiliteitsproblemen door nieuwe woon- en werklocaties. • Laat sport nadrukkelijker terugkomen. • Groot denken is goed, maar de gemeente moet het wel kunnen betalen. • De (gedeeltelijke) transformatie van bedrijventerrein Heerenveen-Zuid is op den duur logisch, maar maak wel duidelijk waar de bedrijven naartoe kunnen. • Gebiedsontwikkelingen ten zuiden van Nieuweschoot samen met een natuurlijker Tjongerdal zijn een mooie kans. • Kijk ook naar combinaties van wonen en waterberging.

Pagina 56

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Welke inzichten leverde het op? • Zet een duidelijk verbindend verhaal neer waar je de keuzes aan kan ophangen. • Maak inzichtelijk op welke vlakken de “ruimtelijke puzzel” wel of niet past – kun je alle ruimtevragers een plek geven? • Begin op tijd met het MER/OER-traject. • Blijf redeneren vanuit de kwaliteiten die we willen nastreven. • Kijk goed naar de randvoorwaardelijke zaken die toekomstige ontwikkelingen kunnen belemmeren (zoals nutsvoorzieningen). • Probeer “zachtere” ruimtevragers (zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit) op eenzelfde manier uit te drukken als bijvoorbeeld wonen, werken en energie. • Maak duidelijk welke prioriteiten er worden gegeven bij het bepalen van omgevingseffecten.

De dialoogsessie, 12 mei 2025 Medeoverheden Wat gebeurde er? Op 4 juni 2025 kwamen ambtenaren van provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en gemeenten Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Súdwest-Fryslân en Weststellingwerf op bezoek. Gemeenten Smallingerland en De Fryske Marren waren ook uitgenodigd, maar waren helaas verhinderd. Met beide gemeenten is er echter regelmatig (mail)contact. Daarnaast heeft er tijdens het opstellen van de Contourenschets op 19 maart 2025 al een apart gesprek met De Fryske Marren plaatsgevonden. Ook deze bijeenkomst startte met een presentatie over de Contourenschets. Vervolgens konden de deelnemers hun vragen en reacties delen. Er waren ook vragen richting de deelnemers voorbereid, maar daar was door alle vragen en reacties van de deelnemers geen tijd meer voor. Aangezien deze groep in hun dagelijkse werk veel met soortgelijke processen te maken heeft, ging het gesprek naast de inhoudelijke keuzes ook veel over het proces.

Maatschappelijke partners Wat gebeurde er? Op 25 juni 2025 was het de beurt aan medewerkers en vrijwilligers van diverse maatschappelijke partners om langs te komen. Aanwezig waren: Accolade, ANWB, Fietsersbond, HBV Heerenveen, Historisch Heerenveen, Huurdersbelang Fryslân, Landschapsbeheer Fryslân, NS, Ondernemerskring Heerenveen, Samenwerkende Heerenveense Energie Coöperatie en Vitens. Nog vele andere organisaties hadden de uitnodiging ontvangen. Na de presentatie was er weer gelegenheid voor vragen en reacties. Ook zijn er vragen voorgelegd aan de groep. Welke inzichten leverde het op? • Denk na hoe je de verhaallijn voor Heerenveen en omgeving doortrekt naar de rest van de gemeente. • Anticipeer vroegtijdig op gebiedsontwikkelingen met je grondbeleid. • Geef recreatie & toerisme een prominentere plek in het stuk.

Pagina 57

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

• • • • • • • • •

Denk direct na over mobiliteit bij het ontwikkelen van nieuwe wijken. Maak duidelijk welke basisprincipes terug moeten komen in al je denkrichtingen. Let op de potentie van het gebied rond station IJsstadion. Kijk hoe je zoveel mogelijk multifunctioneel om kan gaan met de ruimte. Bedenk of het verstandig is om energieopwek zoveel mogelijk op een plek te concentreren of het juist te verspreiden. Zorg ervoor dat nieuwe ontwikkelingen passen bij de identiteit van Heerenveen. Pas op voor de landschappelijke impact van bouwen rond Oranjewoud en het Tjongerdal. Stel de leefbaarheid en gezondheid van inwoners centraal bij het inrichten van de openbare ruimte. Stem vroegtijdig af met de nutsbedrijven.

Een van de vragen aan de deelnemers was om een rapportcijfer te geven aan de drie denkrichtingen. Gemiddeld genomen scoorde de Tuinstad het hoogste. Wat opvalt is dat de Compacte Stad door een deel van de groep erg positief wordt gezien (kans om barrières weg te halen, past bij de toename van kleine huishoudens), maar door een ander deel juist als erg negatief wordt gezien (past niet bij identiteit Heerenveen, heeft veel gevolgen voor de sociale binding in de wijk). De Knooppunt Stad scoorde over het algemeen wat lager.

Ambtelijke organisatie Wat gebeurde er? Op 8 en 9 juli 2025 hield de kerngroep “spreekuur”. Tijdens negen gesprekken is er met specialisten uit de ambtelijke organisatie verder ingezoomd op de thema’s economie & circulariteit, verkeer, buitengebied, energietransitie, sport, zorg, water & klimaatadaptatie, wonen en groen, landschap en spelen. Na de zomer kwam ook het thema recreatie & toerisme nog aan bod. De deelnemers werden gevraagd om te reflecteren op de drie denkrichtingen en om mee te geven wat er vanuit dit thema zeker in de uitgangspuntennotitie zou moeten terugkomen. Welke inzichten leverde het op? De algemene inzichten uit deze gesprekken zijn verwerkt in Hoofdstuk 4 Uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkeling Heerenveen - Thematische uitgangspunten. Daarnaast waren de inzichten over specifieke deelgebieden: • Energie vraagt om steeds meer ruimte op bedrijventerrein Haskerveen. • Businesspark Friesland en bedrijventerrein Heerenveen-Zuid hebben in elk geval theoretisch de potentie om te transformeren naar mixgebieden van wonen en werken. • Hemelwateropvang is een vraagstuk op het IBF. • Ook in dorpen als Akkrum en Jubbega is er genoeg ruimte nodig voor toekomstbestendig MKB. • Het zou wenselijk zijn om het centrum van Heerenveen minder aantrekkelijk te maken voor doorgaand verkeer. • De K.R. Poststraat zou in de toekomst meer een bus + fietsstraat kunnen worden.

• Om Heerenveen-West goed te ontwikkelen zijn veel fietsverbindingen nodig naar bestaand Heerenveen, bijvoorbeeld via de Oude Veenscheiding.

Pagina 58

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

• • • • • • • • • • • •

De regionale fietsverbindingen van Heerenveen naar Grou en Wolvega verdienen aandacht, maar bijvoorbeeld ook die van Jubbega naar Gorredijk en van Aldeboarn naar Heerenveen. De ruimte voor woningbouw in het buitengebied (incl. linten) moet maatwerk blijven. Het versterken van het elektriciteitsnet is het lastigste in de meest efficiënt ingerichte wijken, zoals Nes. Het station, Thialf en Sportstad zouden beter en duidelijk aan elkaar verboden moeten worden. De omgevingen van Thialf en Sportstad hebben potentie voor meer energieopwek en andere functies. Misschien zou je in de toekomst de “Omrin-berg” kunnen benutten voor sportdoeleinden. Ontmoetingsplekken zoals de Doarpskeamer in Akkrum, het MFA in Jubbega en De As in De Greiden zou je op meer plekken willen hebben. Het hoogwatercircuit rond De Streek is steeds moeilijker op peil te houden door wegsijpelend water. Zuidelijk van de Tjonger ligt een erg diep gebied, dit kan mogelijk een rol spelen bij het klimaatadaptiever maken van het beekdal. Laat in Heerenveen-West voldoende ruimte voor water en bodem. Richt je bij de uitbreiding van bosgebied Oranjewoud vooral op de oostkant van het parklandschap, niet de noordkant. Voor een optimale verbinding van Oranjewoud met De Heide zou een ecoduct over de A32 wenselijk zijn.

Dorps- & wijkbelangen Wat gebeurde er? Op 15 oktober 2025 kwamen dorps- en wijkbelangen langs in het MFA van Oudeschoot. Vooral het gebied dat in de Contourenschets staat ingetekend was goed vertegenwoordigd met de dorpen Haskerdijken-Nieuwbrug, De Knipe, Oranjewoud,

Oudeschoot, Aengwirden en Nieuweschoot en de wijken Midden, De Greiden, Noord, Skoatterwâld en De Heide. Daarnaast waren ook Akkrum-Nes en Aldeboarn aanwezig. Na de presentatie van het onderzoek en wat eerste vragen en opmerkingen gingen de gesprekken verder in drie roulerende groepjes, op eenzelfde manier als bij de dialoogsessie met de gemeenteraad gebeurde. Welke inzichten leverde het op? De deelnemers waren kritisch op het feit dat nog niet de hele gemeente stond ingetekend. Dit gaf hen het gevoel dat de kern Heerenveen belangrijker wordt gevonden dan de rest van de gemeente, wat uiteraard niet de bedoeling was. Tijdens de gesprekken aan de drie tafels waren de inzichten: • Versterk de natuur vooral in gebieden die het meest versteend zijn. • Realiseer woningtypen en woonomgevingen die passen bij het karakter van Heerenveen. • Woningen voor ouderen moeten aantrekkelijk zijn in prijs en kwaliteit, en dicht bij voorzieningen liggen. • Inbreiding altijd voor uitbreiding: liever op den duur transformeren van bedrijventerrein Heerenveen-Zuid dan uitbreiding onder Nieuweschoot. • Als je veel woningen toevoegt in Heerenveen-Zuid vraagt dat wel om nieuwe voorzieningen daar. • Het natuurlijker maken van het gebied rond de Tjonger zoals de Linde bij Wolvega is een grote kans voor het gebied.

• Toon genoeg ambitie: hoe zorgen de denkrichtingen voor een sterke plek in het Fries stedelijk netwerk? • Ook ten noorden van Heerenveen zijn recreatiegebieden belangrijk. Gebied Aldeboarn-De Deelen kan hier een belangrijke rol in spelen.

Pagina 59

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

• • • • • • • • • • • • • • • • •

Gebruik je ruimte efficiënt, maar laat wel ruimte voor groen. Laat zien hoe je infrastructuur meegroeit met extra woningen en banen. Bijvoorbeeld door afmaken ringweg. Liever op een plek goed uitbreiden in plaats van overal een beetje, want dan doet het overal pijn. Blijf in elk dorp zoeken naar kleinschalige inbreidingen (zoals transformatie leegstaande schoolgebouwen). Concentreer de grote bedrijven zoveel mogelijk op een plek (rond de A7). Dat scheelt elders overlast. De problemen met water en funderingen zijn nu al groot. Die moeten altijd voorrang hebben. Compact bouwen past niet goed bij het zuidelijk deel van Heerenveen, wel rond het centrum. Bouw geen woningen waar in de toekomst geen vraag meer naar is. Voorkom dat dorpen vastgroeien aan Heerenveen. Combineer wonen en werken meer op plekken – meervoudig ruimtegebruik bespaart landbouwgrond. Waarom hebben we zoveel industrie nodig? Hoeveel werkgelegenheid levert dat op? Let op dat zware bedrijven zo weinig mogelijk overlast veroorzaken. Bedrijventerreinen wil je compact, maar niet alleen vol steen hebben. Een te compacte stad gaat tegen de kwaliteiten van Heerenveen in. Kijk nog integraler: de hele gemeente en alle onderwerpen in samenhang. Sportvoorzieningen moeten dichtbij blijven. Denk aan nieuwe oplossingen mobiliteit: gratis pendelbussen tussen parkeerterreinen en stadion bij wedstrijden.

Pagina 60

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

een zonnepark en bedrijventerrein op KNO en de uitvoering van de centrumvisie.

Bijlage III – Samenvatting Contourenschets 1. Inleiding Het doel van de contourenschets is drieledig: 1. De contourenschets brengt de transities en opgaven in beeld, met de betekenis hiervan voor de gemeente Heerenveen; 2. De contourenschets levert input aan het proces voor vernieuwen van de omgevingsvisie; 3. De contourenschets dient als input voor externe processen.

3. De denkrichtingen Heerenveen kent een stedenbouwkundige opbouw van drie kenmerkende lagen, met eigen kwaliteiten: een woonlaag een landschappelijke en een economische laag. In de denkrichtingen worden de kwaliteiten van deze lagen uitvergroot en doorgezet voor heel Heerenveen.

De contourenschets vormt het eindproduct van de stap “beeldvormen”. De focus van de contourenschets ligt op de kern Heerenveen en de directe omgeving ervan in 2050.

2. Ruimtevragers en uitgangspunten Vanuit gemeentelijk beleid, provinciaal beleid en behoefteramingen zijn er veel zaken bekend over onderwerpen die in de toekomst (meer) ruimte vragen. Voor wonen, werken en energie zijn doelen in cijfers vastgelegd. Daarnaast zal er in de toekomst meer ruimte nodig zijn voor onder andere klimaatadaptatie, mobiliteit, natuur en recreatie & toerisme. Bestaand beleid geeft focus aan de denkrichtingen die in het volgende hoofdstuk volgen, want ze zeggen iets over de bandbreedte waarbinnen denkrichtingen mogelijk zijn.

De drie denkrichtingen worden respectievelijk “Compacte Stad”, “Tuinstad” en “Knooppunt Stad” genoemd.

Naast deze beleidsuitgangspunten zijn er ook ruimtelijke ontwikkelingen gaande die als “autonoom” beschouwd kunnen worden, deze worden niet ter discussie gesteld bij de denkrichtingen. Het gaat om de woningbouwlocaties die in Heerenveen Groeit in kaart zijn gebracht, de ontwikkeling van

Pagina 61

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

1 - COMPACTE STAD •Heerenveen als plek voor alles binnen handbereik •Kwaliteit om op door te bouwen: Heerenveens prettige omvang en korte reisafstanden tot voorzieningen •Ruimtelijke uitwerking: Nieuwe woon- en werkplekken zoveel mogelijk toevoegen binnen bestaande bebouwingsgrenzen, door het sterk verdichten van woonwijken en bedrijventerreinen •Kanttekening: Ten koste van bestaand groen; parkeerproblemen en andere overlast •Sturing: Realiseren van herstructureringsprojecten en andere verdichting, beperken van bouwen in buitengebied

2 - TUINSTAD •Heerenveen als groene woonkern •Kwaliteit om op door te bouwen: Heerenveens wonen in een groene leefomgeving met hoogwaardige natuur dichtbij •Ruimtelijke uitwerking: Het landschap laten doorlopen door de kern. Nieuw groen en water toevoegen binnen de bebouwde omgeving, en nieuwe bebouwing toevoegen verspreid door het omliggende buitengebied

3 - KNOOPPUNT STAD •Heerenveen als bovenregionale economische motor •Kwaliteit om op door te bouwen: Heerenveens regiofunctie als economisch motor, ondernemend knooppunt met bovenregionale voorzieningen •Ruimtelijke uitwerking: Grootschalige uitbreidingen op het gebied van wonen, economie, energie en landschap

•Kanttekening: Transformatie van groot deel omliggende buitengebied van agrarisch naar woon- en vrijetijdslandschap.

•Kanttekening: Flinke toename ruimtebeslag Heerenveen (ten koste van voornamelijk agrarische grond); vastgroeien De Knipe en deel Aengwirden aan Heerenveen

•Sturing: Kleinschalige ontwikkelingen buitengebied, meer groen en water in woonwijken en bedrijventerreinen

•Sturing: Grootschalige uitleglocaties voor wonen, werken, energie, waterberging en natuurcompensatie

Pagina 62

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Denkrichtingen zonder Lelylijn

Pagina 63

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

Denkrichtingen + Lelylijn

Compacte Stad

Tuinstad

Pagina 64

Knooppunt Stad

Vernieuwen Omgevingsvisie - Uitgangspunten

4. Inzoomen op deelgebieden Voor een aantal deelgebieden zijn de drie denkrichtingen zeer verschillend uitgewerkt. We zoomen in op deze gebieden om te duiden wat voor verschillen dit zijn. Deze vergelijking is gemaakt voor de gebieden: • Centrum, stationsgebied en Sportstad. • A7-zone • Heerenveen-West • Heerenveen-Zuid en Tjongervallei • Omgeving Oranjewoud en De Knipe

5. Dialoogronde 1 Bespreekpunten tijdens de gesprekken die naar aanleiding van de Contourenschets georganiseerd zullen worden zijn: • Welke onderdelen uit de denkrichtingen spreken aan, welke niet? • Is het terecht dat sommige ruimtelijke keuzes in enige mate in alle denkrichtingen terugkomen? • Hoe werken de denkrichtingen door naar de andere dorpen en het buitengebied?

Pagina 65

Contactgegevens Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen gemeente@heerenveen.nl www.heerenveen.nl tel. 14 0513

Foto’s: beeldbank Omgevingsvisie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b6e19821-f3eb-4109-83cc-6350f3d6f8a4