CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp-Omgevingsvisie Heerenveen.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Heerenveen53.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Door klimaatverandering krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast en hittestress. Dit speelt met name ook in het centrumgebied van Heerenveen, waar relatief veel verharding voorkomt. Mede daarom is het groener en klimaatbestendiger maken van het centrum onderdeel van het centrumplan (groen vervangt grijs).

45

Omgevingsvisie Heerenveen 2040

6.2.2.5 Ambities en uitgangspunten  Met de opbrengst van de G1000 en de G20 is een visie uitgewerkt. Deze centrumvisie en een bijbehorend investeringsplan zijn in december 2019 door de raad vastgesteld. Verdere uitwerking en invulling vindt plaats in het kader van de gebiedsdeals met betrokken partijen;  De gezamenlijke ambitie voor ons centrum is te komen tot een sfeervol en gastvrij centrum voor bezoekers die langer blijven en vaker komen. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het realiseren van de drie opgaven van de centrumvisie: o Compact en Compleet o Ontvangen en Ontmoeten o Bruisen en Beleven  Winkelfuncties worden op termijn verder geconcentreerd in een kernwinkelgebied. In aanloopstraten werken we sneller mee aan functieverandering naar wonen, dienstverlening, kantoren of andere functies die passen in het gebied. In het nieuwe detailhandelsbeleid bakenen we de mogelijkheden en de begrenzing van de winkelgebieden verder af;  In het centrum besteden we extra aandacht aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

Voor een aantal bestaande structuren is een kwaliteitsimpuls nodig en op een aantal plaatsen versterking van de hoofdstructuur door het toevoegen van nieuwe structuren (zie nadere afbakening in Centrumvisie);  Ten aanzien van het parkeren hanteren wij de volgende uitgangspunten: o Bezoekers van het centrum (winkelend publiek) en bewoners van het centrum vinden gedurende de hele week een kwalitatief goede parkeerplaats op korte afstand van winkels en de woning. Op piekmomenten kan dit op een parkeervoorziening op loopafstand van het centrum zijn; o Bedrijven en werknemers van bedrijven parkeren altijd op redelijke loopafstand van het centrum; o We werken aan voldoende en kwalitatief goede fietsenstallingen;  Nieuwe woningen in het centrum vormen een kwalitatieve toevoeging aan de bestaande woningvoorraad. In een Addendum bij de Woonvisie is uitgewerkt wat we daar onder verstaan.

Kaartbeeld centrumvisie Heerenveen

46

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.2.3

Centrum van Akkrum

6.2.3.1 Ontstaansgeschiedenis Akkrum is ontstaan op en reeks terpen langs de Boorne. Het dorp is van oorsprong daarom ook georiënteerd op deze rivier. Maar later ook op de ontsluiting via het land (de route Ljouwerterdyk – Heechein – Buorren). De in Akkrum aanwezige voorzieningen zijn geconcentreerd aan de Buorren. Het dorp kent verschillende jachtverhuur-watersportbedrijven, hotels, café-restaurants en een uitgebreid winkelbestand.

6.2.3.2 Kernkwaliteiten  Goede bereikbaarheid via het spoor (station Akkrum);  Aanwezigheid monumenten en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;  Ook groene, openbaar toegankelijke monumenten in de kern (Welgelegen en Coopersburg);  Aanwezigheid van winkelvoorzieningen voor de omliggende dorpen;  Belangrijke recreatiekern (watersport).

6.2.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Het centrumgebied van Akkrum kent een grote diversiteit van functies. Naast wonen, detailhandel en horeca, gaat het om kantoren en maatschappelijke functies. Het onderstaande kaartbeeld geeft hiervan een indruk. De meeste winkels zijn op dit moment geconcentreerd in het gebied tussen het Heechein en de Himdyk. Ook de Kanadeeskestrjitte heeft een gemengd profiel (winkels, horeca en wonen). In de andere straten in het centrumgebied ligt het accent op wonen.

6.2.3.4 Ontwikkelingen en opgaven Ook uit het Leefbaarheidsonderzoek van Dorpsbelang Akkrum-Nes (2019) komt naar voren dat de uitstraling van de dorpskern/centrum beter kan. Het verbeteren van de openbare ruimte en het autoluw(er) maken van het centrum kan daar aan bij dragen. De randvoorwaarden hiervoor zijn aanwezig nu de rondweg via de UT-wei klaar is. Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen. Door klimaatverandering, krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast, een toenemende kans op (langere perioden van) droogte en hittestress. Zowel klimaatverandering als bodemdaling geven aanleiding om in Akkrum extra aandacht te besteden aan vergroening en manieren om water op te vangen en af te geven aan de omgeving (retentie).

  

Toekomstbestendig maken van het winkelgebied (fysieke omgeving, professionalisering ondernemerschap en marketing/profilering); Verbeteren ruimtelijke entrees en ontvangst van bezoekers in Akkrum; Uitbreiding van de supermarkt.

6.2.3.5 Ambities en uitgangspunten  In de centrumvisie voor Akkrum werken we samen met ondernemers en inwoners de ambities en uitgangspunten ten aanzien van de bovenstaande opgaven verder uit. De visie wordt in 2021 of 2022 vastgesteld;  In het nieuwe detailhandelsbeleid werken we het detailhandelsprofiel van Akkrum verder uit;  In de historische kern van Akkrum is een hierbij passende inrichting gewenst. Samen met inwoners en ondernemers wordt concreet invulling gegeven aan de inrichting rond de Tsjerkebleek;  Er wordt samen met het dorp een dorpsgerichte woonvisie gemaakt. Het doel daarvan is om in beeld te krijgen of het woningaanbod compleet is, en wat er nog nodig is, voor wie en waar.

Er wordt op verschillende fronten gewerkt aan het versterken van de vitaliteit van Akkrum. Vanuit het dorp zelf komen veel initiatieven en is een aantal projecten/processen opgestart. Op basis van deze initiatieven wordt gewerkt aan een visie voor het centrum van Akkrum. Relevante opgaven/ bouwstenen voor de centrumvisie zijn de volgende:  Ontwerp/herinrichting Tsjerkebleek, aanloopstraten en hoofdstraat;  Stedenbouwkundige visie / versterken van de identiteit van de historische dorpskern;

47

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.2.4

Centrum van Jubbega (Derde Sluis)

centrum van Jubbega. Relevante opgaven/ bouwstenen voor de visie zijn onder andere de volgende:  Logische verbinding tussen parkeerterrein en Jelle van Damweg;  Creëren van één of meerdere ontmoetings- en verblijfsplekken;  Versterken van de waterbeleving;  Versterken van de groenstructuur;  Uitstraling van een aantal plekken verbeteren  Beter benutten van de uitstraling van beeldbepalende panden; Verbeteren van de gevels langs de Jelle van Damweg.

6.2.4.1 Ontstaansgeschiedenis In 1720 bereikte de hoogveenontginning het punt waar zich nu de dorpskern van Jubbega bevindt. Door de aanwezigheid van verschillende sluizen in de Schoterlandse Compagnonsvaart, wordt de plek nog steeds wel aangeduid als Jubbega Derde Sluis. Op het gebied van dagelijkse boodschappen heeft Jubbega een functie voor het dorp en de directe omgeving. In Jubbega is daarnaast ook sprake van een aantal ondernemers die vanuit de regio veel mensen trekken (meubels en mode).

Aanwezige kwaliteiten

6.2.4.2 Kernkwaliteiten  Kenmerkende ontginningsstructuur die wordt gevormd door de Schoterlandse compagnonsvaart en de wijken;  Aanwezigheid monumenten en beeldbepalende panden langs de Compagnonsvaart;  Aanwezigheid van lokale voorzieningen.  Een aantal winkels met een bovenlokale functie.

Knelpunten en kansen

6.2.4.3 Functionele gebiedsomschrijving In centrumgebied van Jubbega komen verschillende functies naast elkaar voor. Naast detailhandel, horeca en maatschappelijke functies gaat het om wonen en dienstverlening. Aanwezige functies 6.2.4.4 Ontwikkelingen en opgaven Door vergrijzing, afname van het aantal jongeren en trends als internetaankopen en opvolgingsproblematiek staan voorzieningen in het dorp onder druk. Daarbij is het van belang dat Jubbega op korte afstand is gelegen van Gorredijk en voor verschillende voorzieningen ook op dit dorp is georiënteerd. De openbare ruimte in het centrum van Jubbega kan op verschillende plekken worden verbeterd. Er wordt het komende jaar gewerkt aan een visie voor het

6.2.4.5 Ambities en uitgangspunten  In de centrumvisie voor Jubbega werken we samen met ondernemers en inwoners onze ambities en uitgangspunten ten aanzien van de bovenstaande opgaven verder uit. Naar verwachting wordt de visie in 2021 of 2022 vastgesteld;  In het nieuwe detailhandelsbeleid werken we detailhandelsprofiel van Jubbega verder uit;  Voor de openbare ruimte in de historische kern van Jubbega is een hierbij passende inrichting gewenst. Dit wordt meegenomen in de centrumvisie van Jubbega.

48

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.2.5

Centrum van Aldeboarn (beschermd dorpsgezicht)

6.2.5.1 Ontstaansgeschiedenis Aldeboarn is ontstaan als agrarische nederzetting bestaande uit een reeks huisterpen, gelegen op de aan weerszijden van de Boorn liggende kleibanen. Verdichting vond aanvankelijk nog plaats op de oorspronkelijke dorpsterp (Tsjerkebuorren). Rond het jaar 1200 groeit Aldeboarn uit tot het belangrijkste handels- en bestuurscentrum van de regio. Vanaf dat moment gaat de bebouwing zich steeds meer op de Boorn richten en ontstaat zowel op de noordelijke als de zuidelijke oever een waterfront. Dit gebied is later aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

6.2.5.2 Kernkwaliteiten Vanwege de kenmerkende ruimtelijke structuur is de dorpskern van Aldeboarn door de Rijksoverheid aangewezen als Beschermd Dorpsgezicht. In het aanwijzigingsbesluit zijn de volgende kernkwaliteiten benoemd:  De historisch intacte waterloop van de Boorn (onderdeel van de bevaarbare Turfroute),  De gesloten bebouwingswanden van Tsjerkebuorren, Andringastrjitte en de pleinvormige ruimte van het Doelhof met als bijzondere bebouwingselementen de kerk en Andringahuis met bijbehorend kerkhof en tuin;  De op het water georiënteerde gesloten bebouwingswanden van Westein, Weaze en Eastein in hun traditionele bochtige verloop;  De eveneens op het water georiënteerde bebouwing ten zuiden van de Boorn in een overwegend gesloten, maar plaatselijk onderbroken en verspringende bebouwingswand;  Een loodrecht op de ontsluiting staande verkaveling bij Westein, Weaze, Eastein, Achterom, Brittenburg, Andringastrjitte en Tsjerkebuorren;  De stegen tussen de Boorn en de Andringastrjitte/- Tsjerkebuorren met een smal, veelal door bebouwing begeleid profiel; en  De drie bruggen over de Boorn in hun historische situering, de belangrijke ondersteuning van de structuur van water, wegen, paden en bebouwing

door beplanting langs de Boorne, rond het kerkhof, langs de Skoallereed en het Lycklama's Leantsje. Een aantal panden binnen het beschermde dorpsgezicht met de status van monument.

Voor Aldeboarn is een woonanalyse gemaakt. Het doel daarvan is om in beeld te krijgen of het woningaanbod compleet is, wat er nog nodig is, voor wie en waar.

6.2.5.3 Functionele gebiedsomschrijving Het centrumgebied van Aldeboarn kent van oudsher een grote diversiteit aan functies. Naast de woonfunctie, zijn er diverse maatschappelijke functies, horeca en (in beperktere mate) detailhandel.

6.2.5.4 Ontwikkelingen en opgaven Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen. Door klimaatverandering, krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast, een toenemende kans op (langere perioden van) droogte en hittestress. Dit is met name aan de orde in gebieden, straten, wijken en dorpen waar veel verharding aanwezig is, zoals het dorpscentrum van Aldeboarn. De openbare ruimte in Aldeboarn verdient op verschillende plekken een opwaardering. Er bestaat daarom de wens om het Doelhofplein opnieuw in te richten. Ook de Doelhofbrêge moet worden gerenoveerd. Zowel klimaatverandering als bodemdaling geven aanleiding om in Aldeboarn extra aandacht te besteden aan vergroening en manieren om water op te vangen en af te geven aan de omgeving (retentie). Vergroening van versteende straten en pleinen draagt bij aan de leefbaarheid. Met het project geveltuintjes wordt hier al aan gewerkt.

6.2.5.5 Ambities en uitgangspunten  In het kader van een dorpsontwikkelingsmaatschappij (DOM) werken we samen met het dorp aan de ontwikkeling van Aldeboarn;  Bij ontwikkelingen geldt behoud en versterking van het cultuurhistorisch erfgoed als een belangrijke voorwaarde. De kernkwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht geven de richting aan voor nieuwe ontwikkelingen;  Voor de historische kern van Aldeboarn is een hierbij passende inrichting gewenst. Hieraan wordt de komende jaren invulling gegeven door de herinrichting van het Doelhofplein. Ook is de komende jaren renovatie van de Doelhofbrêge aan de orde;  In het nieuwe detailhandelsbeleid werken we dit profiel van Aldeboarn verder uit.

Met de cultuurhistorische kwaliteiten als basis, liggen er kansen om toerisme en recreatie in Aldeboarn en de omgeving een impuls te geven. Bijvoorbeeld door het erfgoed in de kern meer beleefbaar te maken en de dorpskern beter te verbinden met De Deelen en het omliggende gebied.

49

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.3 Gemengde gebieden met een bovenlokale functie 6.3.1

Beschrijving en algemene uitgangspunten gemengde gebieden

6.3.1.1 Algemeen Er zijn een aantal gebieden met een gemengd karakter die een bovenlokale of zelfs een (boven)regionale functie hebben, door de aanwezigheid van één of meer regionale voorzieningen. Voorbeelden zijn de sportgebieden bij Sportstad en Thialf, het stationsgebied van Heerenveen en het ziekenhuis Tjongerschans. In deze gebieden zijn functies aanwezig, waar inwoners uit de hele regio gebruik van maken. Het gaat om functies met een grote publieksaantrekkende werking, waarbij de bereikbaarheid belangrijk is.

deze gebieden erg belangrijk. Wanneer de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls nodig heeft, combineren we de werkzaamheden. Opgaven op het gebied van verkeersleefbaarheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie worden daarbij zoveel mogelijk in samenhang aangepakt; Omdat de gebieden een functie vervullen voor inwoners uit een groter gebied is het van belang dat de bereikbaarheid van deze gebieden met de fiets, OV en auto gewaarborgd is. Daarbij horen ook voldoende parkeervoorzieningen en fietsenstallingen.

6.3.2

6.3.2.3 Functionele gebiedsomschrijving Tegenwoordig wordt het station dagelijks gebruikt door vele inwoners, forenzen en bezoekers van Heerenveen en vormt daarmee een hoofdentree voor onze hoofdplaats. Het stationsgebied wordt gekenmerkt door de verkeersfunctie van het treinstation en het busstation. Hierbij horen ook de parkeerfaciliteiten voor fietsers en auto’s aan de westzijde van het station. Daarnaast zijn er vooral publieksintensieve functies aanwezig zoals kantoren, maatschappelijke- en dienstverlenende organisaties. In mindere mate komen er ook woonfuncties voor.

Stationsgebied

6.3.2.1 Ontstaansgeschiedenis In 1868 werd in Heerenveen een station geopend aan de spoorlijn LeeuwardenArnhem. Het oorspronkelijke stationsgebouw werd gesloopt en in 1983 vervangen door een nieuw gebouw.

6.3.2.4 Ontwikkelingen en opgave In het stationsgebied zijn verschillende verbeteringen gewenst. In het gebied rondom het station van Heerenveen liggen diverse locaties die beter kunnen worden benut. Hiervoor zijn ook voorstellen ingediend in het kader van het G1000-proces. Aan de (noord)westzijde van het station liggen mogelijkheden om in de toekomst andere functies toe te voegen en de stalling van fietsen op een andere manier te regelen. Op de korte termijn ligt de focus op ingrepen rondom het (bus)station om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren. Voor de ontwikkeling op langere termijn is een visie voor het stationsgebied als geheel wenselijk. Zodra de nieuwe concessiebeheerder van het busvervoer bekend is, wordt hierover verder gesproken met verschillende stakeholders (2021/2022).

6.3.1.2 Opgaven en ontwikkelingen De gemengde gebieden bevatten functies die veel publiek aantrekken. Het waarborgen van de bereikbaarheid en de parkeerfunctie is daarom een belangrijke opgave. Vooral in het geval van pieksituaties of evenementen. De kwaliteit van de openbare ruimte is wisselend. Op sommige plekken is erg veel verharding aanwezig en weinig groen, waardoor de verblijfskwaliteit te wensen over laat en de gebieden nog onvoldoende berekend zijn op de gevolgen van klimaatverandering (o.a. hittestress en wateroverlast). 6.3.1.3 Algemene uitgangspunten gemengde gebieden Voor gemengde gebieden met een bovenlokale betekenis zijn de volgende algemene uitgangspunten van belang:  Deze gebieden zijn bepalend voor de beleving en identiteit van de gemeente;  Ze worden vaak gebruikt als verblijfsgebied, voor ontmoeting en/of ontspanning. Een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte is in

6.3.2.2 Kernkwaliteiten  Uitstekende bereikbaarheid via openbaar vervoer (intercitytrein en diverse regionale busverbindingen);  Ruim van opzet; veel groen.

6.3.2.5 Ambities en uitgangspunten  Met een visie voor het stationsgebied bepalen we waar onze prioriteiten liggen en welke projecten we samen met partners en belanghebbenden willen uitvoeren;  Rondom het stationsgebied blijft ruimte voor ontwikkeling van nieuwe kantoor-, maatschappelijke- en dienstverlenende functies. Ook het toevoegen van woonfuncties nabij het station is een mogelijkheid. De inpasbaarheid (programmatisch en milieutechnisch) wordt nader onderzocht in het kader van de visievorming voor het stationsgebied;  In het stationsgebied besteden we extra aandacht aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het doel is om de verblijfskwaliteit en de gebruiksvriendelijkheid daarbij te vergroten.

50

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.3.3

Sportstadgebied

6.3.3.1 Ontstaansgeschiedenis In 1994 werd in het gebied het Abe Lenstrastadion gerealiseerd. In het begin van de 21ste eeuw werden er plannen gemaakt voor een multifunctioneel gebied rondom het voetbalstadion. In 2003 werd gestart met de bouw.

Het Friesland College verzorgt hier opleidingen op mbo-niveau. Verder staan in het gebied kantoren van diverse bedrijven in de zakelijke dienstverlening en gezondheidsfuncties zoals een dependance van ziekenhuis Tjongerschans.

6.3.3.4 Ontwikkelingen en opgave Het sportstadgebied maakt onderdeel uit van de integrale gebiedsontwikkeling A32-zone. In het gebied spelen verschillende ideeën en ontwikkelingen die elkaar onderling beïnvloeden. In de komende jaren wordt ten oosten van de A32 een hotel gerealiseerd. Daarnaast zijn er wensen voor uitbreiding van de huidige sportvoorzieningen rondom Sportstad, maar liggen er ook mogelijkheden om woningbouw of commerciële functies toe te voegen. Voor het gebied wordt een gebiedsprogramma gemaakt.

6.3.3.2 Kernkwaliteiten  Aantrekkingskracht door aanwezigheid van landelijk bekende (top)sportfuncties;  Uitstekende bereikbaarheid en zichtbaar vanaf de snelweg;  Gebied met een grote diversiteit aan functies en een belangrijke functie voor de werkgelegenheid. 6.3.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Er is sprake van een gemengd gebied met onder andere (top)sport, onderwijs, kantoren en maatschappelijke- en dienstverlenende functies. In het Abe Lenstrastadion vindt gemiddeld tweewekelijks een voetbalwedstrijd plaats. De thuisploeg trekt supporters vanuit heel Friesland, waardoor het stadion een regionale functie heeft. Naast het Abe Lenstra Stadion ligt Sportstad Heerenveen waar sportonderwijs wordt gegeven en (top)sportactiviteiten plaatsvinden. Het zwembad vormt een belangrijke sportvoorziening voor de inwoners van Heerenveen.

6.3.3.5 Ambities en uitgangspunten  Waar mogelijk breiden we het aanbod van (top)sportfuncties uit en vergroten we de onderlinge samenwerking;  In het Sportstadgebied blijft ruimte voor ontwikkeling van nieuwe kantoorfuncties;  Woningbouwontwikkeling en overige commerciële functies in het Sportstadgebied zijn aanvullend op de ontwikkeling van het centrum. Op het gebied van wonen worden vanaf 2022 het beleid, het programma en de fasering van de woningbouwplannen in het Stadiongebied verder uitgewerkt. Het ontwikkeltempo wordt daarbij afgestemd op de woningbouwplannen in het centrum;  In het sportstadgebied besteden we extra aandacht aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Verbetering van de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan concrete bouwactiviteiten. 6.3.4

Thialf-gebied

6.3.4.1 Ontstaansgeschiedenis Oorspronkelijk lag de ijsbaan Thialf in Heerenveen-Noord. Deze ijsbaan werd in 1892 aangelegd en de Thialfweg aldaar herinnert nog aan de locatie. In 1967 werd het ijsstadion in Heerenveen-Zuid geopend. In 1986 werd de baan als tweede ter wereld overdekt. In het IJsstadion Thialf worden internationale schaatswedstrijden georganiseerd. Vanuit het hele land (en daarbuiten) komen dan bezoekers naar Heerenveen, die gebruik maken van de faciliteiten in de omgeving.

6.3.4.2 Kernkwaliteiten  Goede bereikbaarheid via snelweg en openbaar vervoer;  Aantrekkingskracht door aanwezigheid van landelijk bekende (top)sportfuncties;  Groene structuren langs o.a. de Heremaweg, de Blauwsingel en de spoorlijn.

6.3.4.3

Functionele gebiedsomschrijving

Topsportcampus Thialf heeft drie functionaliteiten: een topsport trainingscentrum, een plek voor breedtesport en een evenementencentrum. Direct rondom het ijsstadion en de ijshockeyhal liggen diverse leisure-functies zoals een kartbaan, trampolinepark, bowling en partycentrum en een overdekt speelcentrum. In de bredere gebiedscontext liggen verschillende functies waaronder (woon)zorgvoorzieningen, verschillende horecafuncties, bedrijventerrein Heerenveen-Zuid en een golfbaan. Het gebied wordt gekenmerkt als een gemengd gebied met diverse (top)sport, leisure- en dienstverlenende functies. Het ijsstadion en de ijshoceyhal hebben in geval van evenementen een sterke publiek aantrekkende functie. 6.3.4.4 Ontwikkelingen en opgaven De campus vraagt om een upgrade/transitie. De exploitatie van het ijsstadion staat onder druk en de ijshockeyhal is aan vervanging toe. Daarnaast liggen er in het gebied mogelijkheden om het multifunctionele gebruik en het aanbod te

51

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 versterken. Het gebied kent een eigen evenementenstation Heerenveen – IJsstadion, maar dat is sinds 2015 niet meer in gebruik. Door klimaatverandering krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast en hittestress. Dit speelt met name in gebieden met veel verharding en kan dus ook aan de orde zijn bij het grote parkeerterrein voor Thialf.

6.3.5

Ziekenhuis Tjongerschans en omgeving

6.3.5.1 Ontstaansgeschiedenis Rond 1900 leiden verschillende particuliere initiatieven tot de stichting van een ziekenhuis. In 1929 kreeg dit ziekenhuis haar huidige locatie aan de Thialfweg en werd het uitgebouwd tot een modern uitgerust, ziekenhuiscomplex. In de omgeving van het ziekenhuis zijn diverse zorgfuncties gevestigd.

Voor de toekomst is het belangrijk dat het ziekenhuis kan inspelen op ontwikkelingen in de zorg. Daarbij kunnen uitbreidingen of aanpassingen van het ziekenhuis aan de orde zijn. Een groene inrichting om het ziekenhuis is gewenst. Uit onderzoek blijkt dat dit een positief effect heeft op de gezondheid en het herstel. Daarnaast zorgt klimaatverandering voor extra wateroverlast en hittestress waar veel verharding is of grote gebouwen zijn.

6.3.5.5 Ambities en uitgangspunten  Heerenveen wil de (kwalitatieve) ontwikkeling van het ziekenhuis waarborgen, zodat deze belangrijke regionale voorziening ook op de lange termijn blijft. Bij uitbreiding van het ziekenhuis wordt steeds een balans gezocht met het woon- en leefklimaat van omwonenden;  Bij de OV-concessie van de Provincie maakt de gemeente zich sterk voor een goede OV-verbinding met het ziekenhuis, zodat deze voorziening optimaal toegankelijk is voor iedereen;  Groen levert een positieve bijdrage aan welzijn, gezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Samen met eigenaren zetten we daarom in op een groenere inrichting van het terrein en het gebied rondom het ziekenhuis.

6.3.4.5 Ambities en uitgangspunten  Met de relevante stakeholders in het gebied - NOC-NSF, KNSB, ISU en Provincie Fryslân - onderzoeken we de mogelijkheden om de exploitatie van Thialf te verbeteren en het aanbod uit te breiden met ijsgerelateerde sporten (curling, ijsdansen, etc). In dit kader kijken we ook naar de mogelijkheden om een multifunctionele ijshockeyhal te realiseren;  Nieuwe (commerciële) functies in het gebied zijn ondersteunend aan het profiel met (top)sport, evenementen en leisure. Ze vormen daardoor een aanvulling op de ontwikkeling van het centrum van Heerenveen;  Langs de Heremaweg zien we mogelijkheden voor transformatie van de bestaande detailhandels- en bedrijfsfuncties. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan functies die passen in het profiel van het gebied: (top)sport, evenementen en leisure. Daarnaast zijn kleinschalige combinaties van werken en wonen mogelijk. Waar mogelijk wordt daarbij het groene karakter van de Heremaweg versterkt. Voor de locatie Jongbloed zijn al plannen in ontwikkeling;  We onderzoeken de mogelijkheden om het parkeerterrein multifunctioneel te benutten in het kader van duurzaamheid.

6.3.5.2 Kernkwaliteiten  Aanwezigheid ziekenhuis als belangrijke regionale voorziening;  Grootste werkgever van Heerenveen. 6.3.5.3 Functionele gebiedsomschrijving Het ziekenhuis zelf is een publieksintensieve functie, waar de hele dag en nacht activiteiten plaatsvinden. In de directe omgeving van het ziekenhuis liggen meerdere maatschappelijk functies en gezondheidsfuncties die (deels) ook gerelateerd zijn aan het ziekenhuis. Daarmee wordt de directe omgeving gekenmerkt als een gemengd gebied. In de bredere gebiedscontext ligt het ziekenhuis in de woonwijk Heerenveen-Noord. 6.3.5.4 Ontwikkelingen en opgave Door de ligging in een woongebied is de bereikbaarheid van en de parkeervoorziening rondom het ziekenhuis een opgave. Op dit moment wordt er gewerkt aan uitbreiding van de parkeervoorzieningen.

52

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.4 Groene gebieden met een bovenlokale betekenis 6.4.1

Beschrijving en algemene uitgangspunten groene gebieden

6.4.1.1 Algemeen In de gemeente zijn een aantal gebieden met een bovenlokale functie en een groen karakter. Dit zijn Landgoederenlandschap Het Oranjewoud, Museum en Landschapspark Belvédère, en recreatiegebied de Heide. Alle gebieden vervullen (mede) een toeristisch-recreatieve rol voor Heerenveen en omgeving. Bij de Heide is recreatie zelfs de hoofdfunctie. Landgoederenlandschap Het Oranjewoud is vooral bijzonder vanwege de cultuurhistorische waarden en het landgoederenkarakter en daarom aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Ook in deze gebieden zien we ruimte voor evenementen, zolang die passen bij de locatie. Daarbij wordt altijd een balans gezocht met het woonklimaat en de natuurwaarden in deze gebieden.

6.4.2

Recreatiegebied de Heide

6.4.2.1 Ontstaansgeschiedenis Recreatiegebied de Heide is in de jaren ‘80 ontstaan rondom een voormalige zandwinput. Het gebied wordt gebruikt voor dagrecreatie door inwoners van Heerenveen en uit de wijde omgeving. Kortom; het is een recreatiegebied met een bovenlokale betekenis.

6.4.2.3 Functionele gebiedsomschrijving De Heide is voornamelijk bestemd voor verschillende vormen van dagrecreatie (zie ook kernkwaliteiten). Ook zijn er jaarlijks een paar evenementen.

6.4.1.2

6.4.2.4 Ontwikkelingen en opgaven Er spelen een aantal ideeën om de recreatieve functie van de Heide verder te versterken. Deze ideeën worden uitgewerkt in een overkoepelend plan. Daarbij gaat het onder andere om de volgende wensen/opgaven:  Bereikbaarheid / parkeervoorziening verder verbeteren in combinatie met een toeristisch overstappunt (TOP) en camperplaatsen (toezicht op het parkeerterrein);  Voorzieningen voor waterrecreanten;  Een (permanente) horecavoorziening, al dan niet in combinatie met andere voorzieningen (sanitair, SUP-verhuur, etc.);  Toegankelijkheid waarborgen (ook voor minder validen);  Duidelijke verdeling gebruikersgroepen over het gebied en functiescheiding natuur en intensief gebruik (zonering);  Eén of twee evenementen, passend bij de locatie.

Opgaven en ontwikkelingen

Een opgave in deze gebieden is het bewaren van een balans tussen de recreatiefunctie e de bijzondere waarden die hier aanwezig zijn. 6.4.1.3  

Ambities en uitgangspunten bovenlokale gebieden met een groen karakter Deze gebieden zijn bepalend zijn voor de beleving en identiteit van de gemeente; Ze worden vaak gebruikt als verblijfsgebied, voor ontmoeting en/of ontspanning. Een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte is in deze gebieden erg belangrijk. Waar de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls nodig heeft, verbeteren we de ruimte door werkzaamheden te combineren. Opgaven op het gebied van verkeersleefbaarheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie worden waar mogelijk in samenhang aangepakt; Omdat de gebieden een functie vervullen voor inwoners uit een groter gebied is het van belang dat de bereikbaarheid van deze gebieden met de fiets, OV en auto gewaarborgd is. Daarbij horen ook voldoende parkeervoorzieningen en fietsenstallingen;

6.4.2.5

6.4.2.2 Kernkwaliteiten  Jaarrond mogelijkheden voor dagrecreatie (wandel- en fietspaden, zwemstrand, kleine waterrecreatie als kanoën en suppen, etc.);  Ligging aan de Turfroute (met aanlegmogelijkheden voor pleziervaart langs de Engelenvaart);  Goed bereikbaar via A32 en Rottumerweg;  Een diversiteit aan natuurwaarden door de aanwezigheid van water, rietkragen en opgaand groen.

Ambities en uitgangspunten

De komende tijd worden mogelijkheden om de Heide verder te ontwikkelen als recreatiegebied onderzocht. Dit moet leiden tot een aantal optimalisaties op de korte termijn en een toekomstvisie voor de langere termijn;

Nieuwe (recreatieve) ontwikkelingen in het gebied versterken de aanwezig kernkwaliteiten en gebruikswaarden van het gebied en houden rekening met het woon- en leefklimaat van de omliggende wijken.

53

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.4.3

Landgoederenlandschap Het Oranjewoud (beschermd dorpsgezicht)

6.4.3.1 Ontstaansgeschiedenis Het gebied in de omgeving van het Oranjewoud wordt al in de 11 e eeuw bewoond en wordt in het midden van de 16e eeuw vermeld onder de naam Schoterwold of Wold. Het landgoed Oranjewoud is in 1676 gesticht door Albertine Agnes van Oranje. Het daaruit groeiende landgoederenlandschap Het Oranjewoud ligt ten zuidoosten van Heerenveen en omvat een concentratie van buitenplaatsen met daarbij behorende dienstwoningen en boerderijen. Aan het begin van de 20ste eeuw kwam het gebied in trek bij de gegoede burgerij, die ten westen ervan villa’s bouwde. Voor veel adellijke families werd het steeds moeilijker om de landgoederen in stand te houden, onder meer door gestegen kosten. Verschillende landhuizen, tuinhuizen en koepels verdwenen in die periode. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van landgoederen, lanen, bossen en agrarische gebieden. Het gebied is dusdanig waardevol dat het in 2012 door het Rijk is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Dwars door het gebied ligt de Prinsenwijk die de afwatering van de Schoterlandse Compagnonsvaart verzorgt naar de Tjonger toe.

6.4.3.2 Kernkwaliteiten Kenmerkende kwaliteiten in het landgoederenlandschap die we willen behouden en versterken (op Basis van het aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht):  De afwisseling tussen visueel open en gesloten gebieden;  De scherpe overgangen tussen open en gesloten gebieden;  De waardevolle laanbeplantingen;  De buitenplaatsen, met bebouwing en tuinen;  De recreatie-elementen;  Natuurwaarden in het bosgebied;  Gedeeltes van het bos waar weinig recreanten komen; rust en stilte.

6.4.3.4 Ontwikkelingen en opgaven Het Oranjewoud is een bijzonder en waardevol gebied. Op het gebied van beheer en onderhoud liggen er diverse uitdagingen die moeten worden opgepakt om de waarden in het gebied ook in de toekomst te behouden. Als gevolg van verlaging van de waterstand in de loop der tijd is een knelpunt ontstaan ten aanzien van het behoud van de lanen en landgoederen. Door klimaatverandering en de daling van de bodem in het veengebied, neemt de verdroging in de hoger gelegen zandgebieden toe. In de Regiodeal ZuidoostFriesland is dan ook een (pilot)project opgenomen om zoveel mogelijk water vast te houden in het gebied. In dit project wordt samengewerkt met Wetterskip Fryslân.

Waarderingskaart Het Oranjewoud (bron: aanwijzingsbesluit Beschermd Dorpsgezicht) Achteruitgang van de lanen vraagt om een visie en uitvoeringsplan. Er wordt daarom gewerkt aan een lanenplan. PB Oranjewoud is trekker, in samenwerking met de gemeente, SBB en enkele particulieren. Ook de provincie en Wetterksip Fryslân zijn aangehaakt. Het doel van dit plan is het behouden van de waardevolle lanenstructuren. De prioriteiten worden bepaald op basis van een historische en kwalitatieve waardering.

6.4.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Het gebied vormt een cultuurhistorisch waardevol woon- en recreatielandschap dat voor een groot deel bestaat uit bossen en (voormalige) landgoederen. De bossen vervullen meerdere functies. Naast de natuur- en recreatiefunctie, is er sprake van bosbeheer (houtproductie).

54

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 functie zonder meer inpasbaar is. Enige terughoudendheid en aandacht voor de kernkwaliteiten is op z’n plaats.

Het onderhoud en de exploitatie van landgoederen brengt kosten met zich mee voor de eigenaren in het gebied. Het realiseren van nieuwe ontwikkelingen kan bijdragen aan het onderhouden van het landschap. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Ontwikkelvisie Het Oranjewoud. Daarnaast is de agrarische functie vrijwel verdwenen uit het gebied. Dit levert de vraag op hoe de open gebieden behouden kunnen worden.

6.4.3.5 Ambities en uitgangspunten  Bij bouwplannen moet rekening worden gehouden met de kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht en het geldende welstandsbeleid;  Omdat een afwisseling van open ruimtes en bosgebieden wordt gezien als kernkwaliteit, is de inpassing van zonneparken is in dit gebied niet aan de orde;  Voor nieuwe recreatieve functies wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Een uitzondering voor nieuwe recreatieve bebouwing wordt gemaakt toegevoegd wanneer dit een verrijking vormt voor het landschap en bijdraagt aan de spreiding van recreanten in het gebied of er sprake wanneer er van een bijzondere toevoeging aan het bestaande toeristisch-recreatieve aanbod;  Bij bouwplannen en ontwikkelingen in dit deelgebied streven we zoveel mogelijk naar het laten wegzakken (infiltreren) en vasthouden van water in de bodem; Bij het aanplanten van nieuwe bomen in het gebied wordt rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht (o.a. lanenstructuur en afwisseling open/gesloten). 6.4.4

Museum en landschapspark Belvédère

6.4.4.1 Ontstaansgeschiedenis In 2004 werden de deuren van Museum Belvédère geopend. Dit eerste museum voor moderne en hedendaagse kunst in Friesland heeft onder andere een collectie kunstwerken van belangrijke Friese schilders. Het museum heeft een café en een winkel en ligt te midden van het Museum Landgoed Oranjewoud, ontworpen door landschapsarchitect Michael van Gessel. Een uniek landschapspark dat voortbouwt op de oorspronkelijke barokke as van huize Oranjewoud en op prachtige ingetogen wijze het lommerrijke Oranjewoud verbind met de openheid van veenlandschap rondom De Knipe. 6.4.4.2 Kernkwaliteiten  Aanwezigheid museum als (boven)regionale publiekstrekker;  De ligging nabij het landschapspark Oranjewoud;  Uniek en ingetogen landschapsontwerp als schakel tussen Skoatterwâld, Oranjewoud en De Knip.

Het gebied Oranjewoud is een populaire bestemming voor recreanten uit een ruime omgeving. Op sommige momenten kan het op bepaalde plaatsen druk zijn. Een goede spreiding van de recreatiedruk over het gebied is gewenst. Daarom zijn in het verleden diverse plekken verkeersluw gemaakt. Nieuwe functies, het scheiden van doelgroepen en het gericht toevoegen van een Toeristisch Overstappunt (TOP) kunnen bijdragen aan spreiding van de recreatiedruk. Tegelijkertijd is dit een gebied waar niet elke recreatieve

6.4.4.3 Kernkwaliteiten  Aanwezigheid museum als (boven)regionale publiekstrekker;  De ligging nabij het landschapspark Oranjewoud;  Uniek en ingetogen landschapsontwerp als schakel tussen Skoatterwâld, Oranjewoud en De Knip.

55

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.4.4.4 Ontwikkelingen en opgaven Het oorspronkelijk ontwerp van het Museum Landgoed Oranjewoud (MLO) strekte zich uit van Overtuin in het zuiden, tot De Knipe in het noorden. Het destijds uitgevoerde ontwerp eindigt op dit moment ter hoogte van de zuidzijde van de Woudsterweg. In de Ontwikkelstrategie Skoatterwâld (2017) is het voornemen uitgesproken om het MLO uit te breiden tot aan De Knipe. Hiermee wordt het oorspronkelijk plan in grote lijnen voltooid. Er ontstaat een volwaardig parkgebied dat fungeert als groene buffer tussen Skoatterwâld en de Woudsterweg en bovendien een extra impuls geeft aan de kwaliteit van het noordelijk deel van Skoatterwâld. De ontwikkeling van het noordelijk parkdeel is ook noodzakelijk voor het voltooien van het circulaire watersysteem in de wijk. Voor de aantrekkingskracht van het museum is het van belang dat de bereikbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gewaarborgd blijven. 6.4.4.5 Ambities en uitgangspunten  Bij de uitbreiding van het landschapspark wordt rekening gehouden met de ontwerpprincipes uit de Ontwikkelstrategie voor Skoatterwâld;

Grootschalige nieuwe ontwikkelingen worden in dit gebied niet verwacht. Bij het toevoegen van nieuwe bebouwing (ten dienste van het museum of het landschapspark) wordt rekening gehouden met de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

Impressie van de Ontwikkelstrategie Skoatterwâld

56

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5 Historische linten 6.5.1

Beschrijving en algemene uitgangspunten lintbebouwing

Duurzaamheidsprogramma is de wens opgenomen om de groenstructuur te verstevigen en groene gebieden beter met elkaar te verbinden (natuurnetwerk). Daardoor wordt het leefgebied van planten en dieren groter.

6.5.1.1 Algemeen De bebouwingslinten langs de Schoterlandse weg, Compagnonsvaart en Aengwirderweg vormen de oorspronkelijke levensaders van de gemeente. Vanuit deze lange lijnen is het gebied ontgonnen en geschikt gemaakt voor landbouw (woud- en veenontginning). Een belangrijk deel van de bebouwing in de gemeente staat langs de structuren. In de 19e eeuw zijn Rijksstraatwegen aangelegd om grotere plaatsen met elkaar te verbinden. Namen als de Ljouwerterdyk, de Feansterdyk en de Wolvegaasterweg herinneren daaraan. De bebouwingskenmerken en het functieprofiel verschillen per lint en ook binnen een lint. Van origine komen er veel verschillende functies voor. Er zijn delen gelegen binnen de bebouwde kom waar de woonfunctie vaak dominant is. Daarnaast zijn er delen die meer een agrarische functie hebben of waar bedrijven voorkomen die verwant zijn aan de agrarische sector.

Voor de vrijkomende agrarische bedrijven aan de (oorspronkelijke) ontwikkellinten is een nieuwe en passende bestemming wenselijk. Daarmee stellen we het behoud (en het onderhoud) van karakteristieke en beeldbepalende gebouwen veilig.

6.5.1.2 Opgaven en ontwikkelingen Een aantrekkelijke en herkenbare hoofdstructuur is belangrijk voor de beleving en identiteit van locaties. Samen met een goede inrichting van de openbare ruimte zorgt het ervoor dat je je makkelijk kunt oriënteren en dat je jezelf veilig voelt. De historische structuren vormen nog steeds in belangrijke mate de levensaders van de gemeente, waarbij de verkeersontsluiting een uitdaging blijft. Het autoverkeer gaat ten koste van de beleving en de identiteit; op termijn is hier een meer aantrekkelijke inrichting gewenst waarbij het accent meer ligt op fietsers en voetgangers. De linten zijn in veel gevallen belangrijke dragers van de groenstructuur; bijvoorbeeld in de vorm van laanbeplanting. Daarnaast dragen de linten ook bij aan het verbinden van de bebouwde omgeving met omliggende natuurgebieden en het landschap. In het vastgestelde

6.5.1.3 Algemene uitgangspunten en ambities lintbebouwing  De focus in de linten ligt op een zorgvuldige ontwikkeling van de historisch gegroeide lintstructuur. Het behouden en versterken van de aanwezige kernkwaliteiten staat centraal;  Binnen dorpskernen en stedelijk gebied kunnen lege plekken in het lint worden ingevuld met woningen(inbreiding). Nieuwbouw past bij de schaal van de bebouwing in het lint;  Nieuwe woonerven of agrarische erven in de lintbebouwing buiten de dorpskom zijn mogelijk wanneer hiermee een bestaand (milieu)knelpunt wordt opgelost (bijvoorbeeld verplaatsing van een bedrijf). Ook het toevoegen van woningen in het kader van ruimte-voor-ruimte kan plaatsvinden in de linten. Bij het toevoegen van nieuwe erven blijven doorzichten naar het landschap behouden, wordt het bebouwingsritme van het lint gevolgd en de ontwikkelmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven gerespecteerd;  Uitbreidingen van bestaande percelen worden ingepast in de karakteristiek van het lint. Bij uitbreiding in ’volle’ linten, wordt bebouwing zoveel mogelijk toegevoegd aan de achterzijde van bestaande erven, zodat waardevolle doorzichten naar het achterliggende gebied behouden blijven.

Bij linten waar meer ruimte is, zijn er ook mogelijkheden voor perceeluitbreidingen naar de zijkant(en);  Vrijkomende agrarische bedrijven geven we een passende bestemming (zie paragraaf 5.5.5.3);

Het mengen van functies past in principe goed bij lintbebouwing. Voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijfsmatige functies gelden de volgende uitgangspunten: o Uitbreiding van bestaande bedrijfsfuncties is toegestaan, mits voldoende rekening wordt gehouden met het woon- en leefklimaat bij woningen. o Agrarische bedrijven zijn vaak aan hun plek in het lint gebonden. Zij behouden de op maat gesneden ontwikkelruimte die eerder is toegekend (notitie Geurhinder 2015). o Grootschalige niet-agrarische bedrijvigheid verwijzen we door naar bedrijventerreinen in de gemeente. Wel zien we mogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid en aan-huisverbonden beroepen, die zich goed verhouden met de woonfunctie. o Nieuwvestiging van detailhandel in de linten is in principe niet aan de orde, tenzij het gaat om detailhandel die kleinschalig is en ondergeschikt aan een bestaande hoofdfunctie; o Nieuwe horecafuncties zijn toegestaan mits deze een bijzondere (kwalitatieve) toevoeging op het bestaande aanbod vormen en geen afbreuk doen aan functies op de aangrenzende percelen; o Ontwikkeling van kleinschalige recreatieve functies wordt gestimuleerd.

In dit gebied bijvoorbeeld het toevoegen van rustpunten, bed & breakfast, kamperen bij de boer, gastaccommodaties of innovatieve concepten;  In de historische lintstructuur werken we aan een samenhangend en aantrekkelijk beeld van de openbare ruimte, passend bij het historische karakter. Waar de groenstructuur wordt onderbroken, kan deze worden aangevuld en versterkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de kansen voor biodiversiteit (gebiedseigen soorten, variatie in soorten). Plus het versterken van de veiligheid en de aantrekkelijkheid voor fietsers en voetgangers.

57

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.2

Historische lintstructuren Heerenveen

6.5.2.1 Ontstaansgeschiedenis Een aantal historische lintstructuren vormen de oorspronkelijke levensaders van Heerenveen. De veenontginning werd in de 16e eeuw gestart vanuit deze lijnelementen. Later werden daar nieuwe lijnen aan toegevoegd om Heerenveen te verbinden met andere kernen, zoals de Rijksstraatwegen. De historische lintstructuren zijn de volgende:  Breedpad - Lindegracht / van Harenspad – Heideburen – het Meer  De Dracht;  Gedempte Molenwijk  Leeuwarderweg - Schans / Fok – Herenwal;  Burgemeester Falkenaweg – Marktweg - Wolvegaasterweg  Koningin Julianaweg (Oranjewoud)  Koningin Wilhelminaweg (Oranjewoud)

6.5.2.3 Functionele gebiedsomschrijving In de meeste delen van de lintstructuur is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast woningen, zijn incidenteel lichte bedrijvigheid, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Nabij het centrum van Heereveen ligt het accent daarbij meer op horeca en detailhandel, terwijl op de plekken verder van het centrum, de woonfunctie dominant is.

6.5.2.4 Ontwikkelingen en opgaven Een aantrekkelijke en herkenbare hoofdstructuur draagt bij aan de beleving en identiteit van locaties. Een goede inrichting van de openbare ruimte zorgt ervoor dat je je makkelijk kunt oriënteren en dat je jezelf veilig voelt. Het maakt een plaats leefbaar en stimuleert bovendien het gebruik ervan. Een hierbij passende inrichting en beheer van de hoofdstructuur is daarom van belang voor het functioneren van de ruimtelijke structuur.

6.5.2.5 Ambities- en uitgangspunten  Zie algemene uitgangspunten voor de linten onder paragraaf 6.5.1;  Binnen stedelijk gebied is het invullen van lege plekken in het lint over het algemeen wenselijk en mogelijk (inbreiding). Bij het toevoegen van nieuwe bebouwing houden we rekening met de bestaande kenmerken en cultuurhistorische waarden binnen de lintstructuur. Het bebouwingsritme van het lint wordt zoveel mogelijk behouden en versterkt;  De Burgemeester Falkenaweg wordt comfortabeler en veiliger gemaakt voor fietsers.

De Burgemeester Falkenaweg is onderdeel van een belangrijke (regionale) fietsroute naar het centrum. Er wordt bekeken of deze fietsroute kan worden geoptimaliseerd. Ook op andere plekken kunnen fietsroutes worden verbeterd. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan fietsroutes met een regionale functie. Een aantal van deze routes zijn onderdeel van de Fietsagenda ZO-Friesland. 6.5.2.2 Kernkwaliteiten  Bepalend voor de identiteit en beleving van Heerenveen;  De historische structuren bevatten veel monumenten en karakteristieke gebouwen;  De historische linten vormen een belangrijk onderdeel van de groenstructuur. Op sommige delen is waardevolle (oudere) laanbeplanting aanwezig.

58

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.3

Lintbebouwing / dorpsentrees Akkrum

6.5.4.2 Kernkwaliteiten  Groene dorpsentree aan de Wjitteringswei;  Cultuurhistorische waarde: voormalig onderdeel van de ontwatweringsstructuur van het veengebied (Wjittering);  Gevarieerde lintbebouwing langs de Braksdyk. Daarbij gaat het deels om voormalige boerderijen op ruime (groene) percelen en deels om naoorlogse bebouwing. Doordat de bebouwing aan één kant van de weg zit, is er vrij zicht op het open landschap;  Langs een deel van de Braksdyk is laanbeplanting aanwezig;  De percelen langs de Wjitteringswei en de Braksdyk zijn georiënteerd op de openbare weg, maar grenzen aan de achterzijde ook aan Boarne.

6.5.3.1 Ontstaansgeschiedenis De dorpsentrees van Akkrum zijn de historische invalswegen Ljouwerterdyk, Feansterdyk en de Boarnsterdyk/Kanadeeskestrjitte. Ook de Galamaleane en de Grytmanswei zijn plekken met historische bebouwing, die een entree naar het dorp vormen (vanaf het NS-Station). Trigreppel is een bebouwingslint langs een historische waterstructuur.

6.5.3.5 Ambities en uitgangspunten  Bij de wens om dorpsentrees ruimtelijk te verbeteren, proberen we werkmet-werk te maken. Bijvoorbeeld wanneer er onderhoudswerkzaamheden gepland zijn voor het wegdek of de riolering. Daarbij nemen we ook het groener en klimaatbestendiger van de openbare ruimte mee. 6.5.4

6.5.3.2 Kernkwaliteiten  Divers en aantrekkelijk bebouwingsbeeld met (veelal) vooroorlogse bebouwing;  Langs een deel van de Ljouwerterdyk en de Boarnsterdyk zicht op de Boarne en het open landschap (bebouwing aan één kant van de weg);  Langs de Boarnsterdyk en Feansterdyk (deels): aanwezigheid van een groenstructuur met laanbeplanting;  Trigreppel: aantrekkelijk en kleinschalig bebouwingsbeeld langs een historische waterstructuur. 6.5.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Van origine is in de bebouwinglinten sprake van functiemenging (wonen, bedrijvigheid, maatschappelijke functies). Langs de Ljouwerterdyk en de Boarnsterdyk is tegenwoordig de woonfunctie dominant, terwijl langs de Feansterdyk de bedrijfsfuncties en woon-werkkavels van bedrijventerrein Spikerboor het beeld (ten westen) van deze dorpsentree bepalen. Langs Trigreppel, de Galamaleane en de Grytmanswei is de woonfunctie dominant.

Lintbebouwing / dorpsentrees Aldeboarn

6.5.4.1 Ontstaansgeschiedenis Dit gebied heeft betrekking op de lintbebouwing langs de Wjitteringswei, de dorpsentree bij Tsjerkebuorren en de lintbebouwing langs de Braksdyk / Easterboarn. De dorpsentree bij Tjerkebuorren is de afgelopen jaren veranderd door nieuwe bebouwing. 6.5.4.3 Opgaven en ontwikkelingen Er worden plannen gemaakt om de Wjitteringswei voor een deel opnieuw in te richten. Hierover worden gesprekken met het dorp gevoerd. 6.5.4.4 Ambities en uitgangspunten  Bij de herinrichting van de Wjitteringswei wordt cultuurhistorische waarde zoveel mogelijk gerespecteerd en zichtbaar gemaakt;  Zichtrelaties met het open veenweidelandschap wordt behouden en versterkt.

6.5.3.4 Opgaven en ontwikkelingen Uit het leefbaarheidsonderzoek Akkrum-Nes blijkt dat de dorpsentrees ruimtelijk verbeterd kunnen worden. Voorbeelden die genoemd zijn: bij de spoorovergang, het NS-station, de Feansterdyk, de Stringen en via het water: Dam Beton).

59

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.5

Schoterlandseweg (inclusief Nieuweschoot, Jubbega-Schurenga en Hoornsterzwaag)

Daarom is het belangrijk om in dit deelgebied zoveel mogelijk water vast te houden in de bodem.

6.5.5.1 Ontstaansgeschiedenis Langs de hoger gelegen verbindingsweg van Oudeschoot naar Donkerbroek, kwamen in de Middeleeuwen verschillende boerderijen en verspreid liggende bebouwing tot ontwikkeling. De weg die nu de Schoterlandseweg heet, werd vroeger de Binnenweg genoemd. Vanuit deze ontginningsas werd het gebied bewoond en geschikt gemaakt voor landbouw. Later groeiden verschillende delen van deze route uit tot dorpskernen (zie aparte paragrafen over Oudeschoot, Mildam en Nieuwehorne-Oudehorne). Op andere plekken bleef het alleen bij het dorpslint, zoals Nieuweschoot (139 inwoners) en Hoornsterzwaag (800 inwoners).

6.5.5.4 Ambities en uitgangspunten  De algemene uitgangspunten voor inpassing van nieuwe bebouwing en functies in het lint worden geschetst in paragraaf 6.5.1. Bij het toevoegen van bebouwing langs de Schoterlandse weg houden we daarnaast zoveel mogelijk rekening met de aanwezige houtsingelstructuren en de kleinschalige maat van de kavels in de woudontginning;  De Schoterlandse weg is een provinciale weg. In overleg met de provincie maken we de weg veiliger, waarbij de belangrijke verkeerfunctie gewaarborgd blijft;  Bij bouwplannen en ontwikkelingen in dit gebied streven we naar het laten wegzakken (infiltreren) en vasthouden van water in de bodem.

6.5.5.2 Kernkwaliteiten  Smalle strokenverkaveling dwars op de Schoterlandse weg;  Karakteristiek voor deze streek zijn woudhuisjes en kleine boerderijtjes. Verder veel vrijstaande woonhuizen, veelal georiënteerd op de openbare weg;  Aanwezigheid van Middeleeuwse kerken op diverse plekken langs de Schoterlandse weg;  De aanwezigheid van houtsingels, vaak in de kavelrichting. Deze bepalen het kleinschalige, besloten karakter langs het lint;  Doorzichten naar het achterliggende woudontginningslandschap;  Openbaar groen en laanbeplanting langs de Schoterlandse weg.

6.5.5.3 Functionele gebiedsomschrijving In de lintbebouwing is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast agrarische bedrijven en woningen, komen hier (incidenteel) nietagrarische bedrijven, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen voor. Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor de Schoterlandse weg is daarnaast de opgave van verdroging van belang. Als gevolg van klimaatverandering en de daling van de bodem in het veengebied, kan de verdroging in de hoger gelegen zandgebieden toenemen, wat gevolgen heeft voor de aanwezige bomen en vegetatie.

60

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.6

Katlijk

6.5.6.1 Ontstaansgeschiedenis Katlijk is een streekdorp van verschillende streken dat in de late Middeleeuwen ten noorden van de Tjonger is ontstaan. Na het graven van de Schoterlandse Compagnonsvaart, is er sprake van drie buurten bij Katlijk. Nieuw Katlijk aan de Compagnonsvaart is als naam verdwenen; dit wordt al lange tijd Bontebok genoemd (sinds 1980 een zelfstandig dorp). De streken van Groot Katlijk -W.A. Nijenhuisweg en omgeving, ook wel de ‘boerenstreek’ genoemd - en Klein Katlijk -, Weversbuurt en omgeving - bestaan nog. Zuidelijker is er dan ook nog bebouwing te vinden aan de Schoterlandseweg. Later is het dorpslint aan de W.A. Nijenhuisweg uitgebreid met een klein woonwijkje. Katlijk heeft op dit moment ongeveer 600 inwoners. Het dorp is voor veel voorzieningen aangewezen op kernen in de omgeving.

6.5.6.5 Ambities en uitgangspunten  Voor het toevoegen van woningen kijken we in Katlijk naar de het functieverandering van bestaande bebouwing of het invullen van plekken binnen de lintbebouwing;  Het verbeteren van de verkeersveiligheid nemen we mee in de planning van verkeersmaatregelen. Waar mogelijk koppelen we dit aan andere onderhouds- of inrichtingsmaatregelen. 6.5.7

6.5.6.2 Kernkwaliteiten  Karakteristieke vooroorlogse bebouwing;  Rustig en mooi woondorp in een groene setting;  Aanwezigheid Thomaskerk met klokkestoel en begraafplaats;  Gelegen nabij landgoederenlandschap Oranjewoud, het Ketliker Schar, Ketliker Heide en beekdal van de Tjonger. 6.5.6.3 Functionele gebiedsomschrijving Het dorp Katlijk wordt omschreven als een rustige woonomgeving, met een beperkte mate van functiemenging in het dorpslint (W.A. Nijenhuisweg). 6.5.6.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Daarnaast speelt dat in de kleine kernen de vraag naar nieuwe woningen terugloopt. De focus ligt daardoor op het verbeteren van het bestaand bebouwd gebied.

Gersloot-Polder

6.5.7.1 Ontstaansgeschiedenis Na de inpoldering van de veendistricten, werd in dit gebied in het begin van de twintigste eeuw bebouwd. Gersloot-Polder viel vroeger onder het dorp Gersloot. In 2013 kreeg het eigen plaatsnaamborden. Omdat de bewoning in de kern aan de Tijnjeweg net niet dicht genoeg werd bevonden om het te duiden als een bebouwde kom besloot de gemeente witte borden neer te zetten in plaats van blauwe. Mede door de aanwezigheid van voorzieningen zoals de Doarpskeamer en een voetbalvereniging, heeft het lint een eigen identiteit.

6.5.7.2 Kernkwaliteiten  Smalle strokenverkaveling dwars op de Tijnjeweg;  Bebouwingsbeeld wordt bepaald door boerderijen uit het begin van de 20 e eeuw en later toegevoegde bebouwing;  Doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap;  Openbaar groen en laanbeplanting langs de Tijnjeweg;  Ligging nabij natuurgebied De Deelen.

6.5.7.3 Functionele gebiedsomschrijving In dit lint is vooral sprake van agrarische functies. Een deel van de boerderijen heeft de agrarische functie verloren en is ondertussen in gebruik als woonboerderij. Ook zijn er een aantal maatschappelijke functies toegevoegd. Gersloot-Polder wordt daarom gekenmerkt als een lint met een beperkte mate van functiemenging. 6.5.7.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor Gersloot-Polder zijn ook de volgende opgaven en ontwikkelingen aan de orde:  Vanwege de lage ligging is de berging van water in natte periodes een aandachtspunt in dit gebied. In verband met klimaatverandering gaan de veenpolders vaker een rol spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water;  Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.. 6.5.7.5 Ambities en uitgangspunten  De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing in het lint worden geschetst in paragraaf 6.5.1. Langs de Compagnonsvaart houden we zoveel mogelijk rekening met de doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap; Waar mogelijk wordt de bestaande (openbare) groenstructuur versterkt.

61

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.8

Aengwirden (Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot)

6.5.8.1 Ontstaansgeschiedenis De Aengwirderweg met daaraan de dorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot vormt een Middeleeuwse ontginningsas. Vanuit deze hoger gelegen rug werd het veengebied ontwaterd en geschikt gemaakt voor landbouw. De dorpen waren gedurende de 18de en 19de eeuw een centrum van de vervening. Omstreeks 1850 kwam dit tot een eind en hebben de verveningen een waterig onland achtergelaten. De landen werden ingepolderd en in cultuur gebracht. Deze dorpen zijn met het noordoostelijke gedeelte van Heerenveen in 1936 bij Schoterland gevoegd om de gemeente Heerenveen te vormen.

6.5.8.3 Functionele gebiedsomschrijving In de lintbebouwing is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast agrarische bedrijven en woningen, komen hier (incidenteel) nietagrarische bedrijven, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen voor.

De streekdorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd, en Gersloot vormen een vrijwel ononderbroken doorlopende bebouwing. In de dorpen wonen samen circa 1600 inwoners, waarbij Tjalleberd de grootse kern vormt met ca. 840 inwoners. Hier zijn dan ook de voorzieningen van de Streek geconcentreerd zoals MFA Aengwirden, een school en diverse sportverenigingen.

6.5.8.2 Kernkwaliteiten  Smalle strokenverkaveling dwars op de Aengwirderweg (kenmerkend voor veengebieden);  Afwisselende bebouwing van overwegend vrijstaande woningen en boerderijen;  Doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap;  Openbaar groen en laanbeplanting langs de Aengwirderweg;  Ligging nabij natuurgebied De Deelen.

6.5.8.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor de Aengwirderweg spelen ook de volgende opgaven en ontwikkelingen:  In 2019 is er samen met KAW onderzoek gedaan naar de woningbehoefte in Tjalleberd. Daarbij is geconstateerd dat de vraag naar woningbouw in kleinere kernen terugloopt. De focus ligt daarom op het verbeteren van het bestaand bebouwd gebied en het afronden van bestaande woningbouwlocaties. Daarbij moet goed worden gekeken naar de toekomstige behoefte in het dorp. In Tjalleberd worden deze conclusies meegewogen bij de verdere invulling van woningbouwlocatie de Eide;  Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.  Een veilige en eenduidige inrichting van de Aengwirderweg kan ook het gebruik door fietsers en voetgangers bevorderen.

6.5.8.5 Ambities en uitgangspunten  Woningbouwlocatie de Eide is de eerst aangewezen plek voor nieuwbouw van woningen in Aengwirden. Verder ligt het accent op het invullen of transformeren leegstaande gebouwen, zoals leegstaande schoolgebouwen of vrijkomende agrarische bedrijven;  De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing in het lint staan in paragraaf 6.5.1. Langs de Aengwirderweg houden we daarnaast specifiek rekening met de doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap;  Bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan de Aenwirderweg zorgen we er voor dat de weg veiliger wordt voor voetgangers en fietsers (werk-met-werk maken);  Na realisatie van de nieuwe school in Tjalleberd zijn de maatschappelijke functies op één plek geconcentreerd. Daarmee kan Aengwirden de komende jaren vooruit op het gebied van voorzieningen. 

62

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.9

Schoterlandse Compagnonsvaart (inclusief Bontebok)

6.5.9.5 Ambities en uitgangspunten  In Bontebok is nog een woningbouwlocatie beschikbaar die kan worden ingevuld. Verder zetten we in op het invullen van lege plekken in de lintbebouwing en functieverandering bij leegstaande (bedrijfs)gebouwen;  De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing van het in het lint staan in paragraaf 6.5.1. Daarnaast houden we langs de Compagnonsvaart rekening met de doorzichten naar het achterliggende hoogveenontginningslandschap en de herkenbaarheid van de wijkenstructuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=2b36be40-ffa9-427a-84cc-17812cf469f6