CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ontvangen zienswijzen

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen11.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de beleidsvoorbereiding en de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur. Gezien het feit dat de FUMO een gereviseerde omgevingsvergunning heeft opgesteld waarin slechts nauw naar de bedrijfsvoering heden ten dage en in de voorzienbare toekomst is gekeken en waarbij geen overweging besloten is omtrent de midelllange en lange termijn, noch dat er afwegingen gedaan zijn omtrent de verkiesbaarheid van die ontwikkelingen en de overige mogelijke oplossingen zoals verplaatsing van bedrijfsactiviteiten, sluitng van de stortplaats of andere wijzen van afvalverwerking laten duidelijk zien dat een dergelijke instrument niet de geëigende werkwijze of organisatie is. Zienswijze 26 FUMO kan wel controleren, maar controle geschiedt primair door bedrijf zelf Wat wel uitstekend gedaan kan worden door de FUMO is de controle en handhaving van de normeringen die gesteld zijn aan het in in bedrijf stellen en in stand houden van dergelijke complexe inrichtingen. Daartoe kunnen meetgegevens, data, normeringen, wijzigingen in verwerking en mogelijke klachten eenduidig, objectief en onbevooroordeeld beoordeeld worden. Maar nu blijkt dat deze controles door Omrin zelf worden uitgevoerd en dat slechts achteraf eventueel de FUMO daarbij betrokken wordt. Dat betekent dus dat de Omrin haar eigen comtroles uitvoer; een typisch geval van slager die zijn eigen vlees keurt.

Wij vinden dat een opmerkelijke keuze die niet pas bij modern bestuur. Zienswijze 27 Ruimtelijk kwalitatieve aspecten niet voldoende onderzocht De RCE beschouwt de Haskerveenpolder als een toonbeeld voor de wederopbouw in Nederland. (Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid en samenhang. Het werkstukje van Rho Adviseurs visualiseert de impact van de verhoging van de bult vanaf een beperkt aantal zichtpunten maar niet vanuit de juist kritische standpunten zoals het Heerenveens Kanaal vanuit het Deelsrak, de Rijksstraatweg in Haskerdijken, de A7, de Lange Ekers of de Meenscharweg. Want juist vanaf die punten is de bult duidelijk zichtbaar en manifesteert de ophoging zich als een vreemd en ontsierend element. Zienswijze 28 Landschappelijke inpassing ontoereikend Gelijktijdig met het produceren van de visualisaties voor de impact van de bult heeft Rho adviseurs een aanzet tot een landschappelijke inpassing gemaakt in de verwachting dat hiermee aan de eis van een volwaardige landschappelijke inpassing voldaan zou zijn. Daar kan hier geen sprake van zijn. Ten eerste is de nu voorzien uitbreiding gepland op het gebied wat de landschappelijke inpassing was ter grootte van 7,1 hA en dus dient de nieuwe landschappelijke inpassing minstens die maatvoering te kennen.

En daarbij wordt er van uitgegaan dat de huidige rij essen voldoet voor een volwaardige landschappelijke inpassing. Maar Essen zijn heden ten dage ten dode opgeschreven door de Essentaksterfte en als vervanging van uitval worden soorten aangereikt die noch de maat noch de kwaliteit hebben als volwaardige inpassing te volstaan. Een zuivere landschappelijke inpassing dient in maat en omvang minstens gelijk te zijn en gezien de nog beschikbare ruimte rond de inrichting aan de oost- en noordzijde is het ten ene male onmogelijk om nog te komen tot een landschappelijke inpassing. Zienswijze 28 Landschappelijke inpassing strookt niet met voormalige landschappelijke inpassing De eertijds opgestelde landschappelijke inpassing ging uit van een aantal principes die in de nieuwe inpassing niet meer gevolgd worden. Zo ging de oude landschappelijke inpassing uit van coulissen zo dicht als mogelijk bij de routes, doorzichten en beschouwingsposities als erven en verblijfsplekken. Maar veel van de eertijds aangehaalde plekken waar opgaande beplanting aangebracht zou worden zijn nu weer kaal

omwille van ecologische oevers, het niet actief handhaven van beplanting of eisen aan de spoorwegen. Of simpelweg door kap omwille van uitbreiding van de inrichting. Wij pleiten voor het opnieuw in ogenschouw nemen van de uitgangspunten van de toenmalige landschappelijke inpassing en het handhaven van het destijds opgestelde beplantingsplan met daarbij een extra plus ter compensatie van de verhoogde stortplaats. Daarnaast verwachten we dat de eertijds gemaakte landschappelijke inpassing onverminderd overeind blijft of ruimschoots gecompenseerd en juridisch vastgelegd wordt. Dat daarbij de werking en ruimtelijke beperking van de huidige omgevingsvergunning overschreden wordt is duidelijk. Wat wij graag willen zien is dat alle elementen van de destijds voorgestelde landschappelijke inpassing ook daadwerkelijk gerealiseerd, beschermd en gehandhaafd worden. Dat vereist meer dan een gereviseerde omgevingsvergunning, dat resulteert eerder in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Zienswijze 29 Noodzaak voor nieuwe MER In de gereviseerde omgevingsvergunning wordt gesteld dat het plan niet m.e.r-plichtig is. Er wordt niet aangegeven op basis waarvan deze overweging en de beslissing genomen wordt.

Gezien de schaal van de inrichting en de extra activiteiten die uitgeoefend worden lijkt het ons niet meer dan logisch dat opnieuw gerapporteerd wordt in hoeverre hier effecten op het omliggende milieu plaatsvind. Naast de verhoging en veranderingen in activiteiten op, aan en bij de de huidige stortplaats is ook sprake van een nieuwe stort- en opslagplaats aan de oostzijde. Het is ons onduidelijk waarom voor deze uitbreiding geen MER behoeft en feitelijk verwachten we dat deze wel wordt opgesteld voor de uitbreiding of opgesteld had dienen te zijn toen de voorbereidingen en ingebruikname plaatsvonden in 2021 en 2022, zoals op obliek- en satellietopnames zichtbaar zijn. In ieder geval wijzen wij ter ondersteuning van onze zienswijze naar art. 7.13 van de wet milieubeheer. Zienswijze 30 Milieuaspecten: risico op waterverontreiniging zeer reëel. Zoals eerder gesteld is de opbouw van de stortplaats bij aanleg gedimensioneerd en bepaald en is de onderafdichting daarop afgestemd. Verhoging van de bult kan leiden tot verzakking, extra druk op onderliggende drainage (die, gezien de tussentijds rapportage, al gebrekkig is en op sommige plekken verstopt was of nog is) en daarmee is de kans op lekkage van percolaat naar de ondergrond belangrijk verhoogd. Daarbij komt het feit dat het waterschap van zins is om de waterstanden in de Haskerveenpolder te verhogen.

Deze twee ontwikkelingen leiden tot de vrees dat in de toekomst direct contact tussen grondwater en stort onontkomelijk zal zijn. Daarbij is ook bij aanvang van de stort gerekend met een drainage en hemelwaterafvoer welke gedimensioneerd was op de toenmalige standaard voor neerslag. Deze standaardneerslagsom is echter behoorlijk veranderd en daarmee ook de intensiteit en frequentie van de neerslag. Kort gesteld kan geconcludeerd worden dat de kans op het niet toereikend zijn van de waterafvoer vadaag de dag en in de toekomst aanzienlijk groter is. Het overtollige water zal dan direct op oppervlaktewater geloosd worden wat leidt tot vervuiling. Daarbij is het van belang op te merken dat het Heerenveens Kanaal onderdeel uitmaakt van de Ecologische hoofdstructuur van de provincie. Zienswijze 31 Ontbreken van Watervergunning Het wateraspect samen met het gegeven dat er in vaarwater een vergrote loskade wordt aangelegd brengt ons tot de overweging dat feitelijk een watervergunning benodigd is. Daar is geen sprake van en dus is onze zienswijze dat deze vergunning niet afgegeven kan worden vooralsnog een watervergunning aangevraagd of afgegeven is. In ieder geval de effecten van mogelijke overstort van percolaat dient onderzocht en beoordeeld te worden

Zienswijze 32 Milieuaspecten: Stof, fijnstof en veranderende inzichten Samenhangend met het veranderende klimaat is de stofoverlast. Het wijzigende weerbeeld zorgt voor langere periodes zonder neerslag gepaard gaande met hogere temperaturen. Dat werkt uitdroging in de hand en door de droogte is stofvorming een groter probleem. Dat gaat gepaard met toenemende windsnelheden en dus een grotere verspreiding van stof. Opvallend is dat in de gereviseerde omgevingsvergunning deze aspecten niet meegenomen worden noch dat er gekeken is naar de ultrafijnstof (PM2,5) die conform nieuwere inzichten een zeer belangrijk gezondheidsrisico herbergt, Alleen al om die reden is een nieuwe MER van belang, En alleen al om die reden verwachten wij dat de omgevingsvergunning ontoereikend zal zijn voor de veranderingen en de uitbreiding van de inrichting. Zienswijze 33 Veiligheidsaspecten: brand en de omliggende bedrijvigheid In het verleden zijn er op het bedrijfsterrein rond de inrichting meermaals incidenten geweest met betrekking tot de brandveiligheid. Daarnaast wordt nu meer oostwaarts brandbaar afval opgeslagen (nota bene op de plek waar de bufferzone bedacht was). Bovendien is sinds kort een activiteit toegevoegd waarmee middels pyrolyse kunststoffen worden omgezet in brandstoffen geschikt voor diesel motoren.

En dat alles op het deel van het bedrijventerrein wat het meest ver af gelegen is van de meest nabij gelegen brandweerkazernes. En dus het meest dicht bij de woongebieden waar onze dorpen gelegen zijn. Eventuele calamiteiten zullen direct weerslag hebben op de veiligheid en gezondheid van onze inwoners. Zienswijze 34 Onderzoeksgegevens onbekend en naar vermoed ouder dan twee jaar Ter onderbouwing van de Omgevingsvergunning dienen onderzoeken te worden verricht naar milieuaspecten, verkeersaspecten, omgevingsaspecten en veiligheidsaspecten. De onderliggende onderzoeken zijn niet gepubliceerd en dus niet controleerbaar. Daarnaast hebben we het vermoeden dat enkele onderzoeken of gegevens verkregen uit onderzoeken niet meer actueel zijn. In dat kader wijzen wij op art. 3.1a WABO die stelt dat gegevens en onderzoeken die zijn gebruikt voor het afgeven van een omgevingsvergunning niet ouder zijn dan twee jaar. Naast deze zienswijze dat we geen inzicht hebben roepen we u als bevoegd gezag dan ook op om de onderliggende onderzoeken en gegevens verkregen uit onderzoeken bekend te maken. Zienswijze 35 Evaluaties op basis van eerdere beschikkingen niet voorhanden Idem geldt dit voor de evaluaties welke op reguliere intervallen zouden zijn gedaan.

Uw College heeft de verplichting minimaal eenmaal jaarlijks een algehele evaluatie te doen met betrekking tot de omgevingsvergunningen en de oprichting, bedrijfsvoering en beëindiging van de inrichting. Specifiek doelen we dan op de evaluatie welke , conform de beschikking van 19 maart 1992 na zeven jaar gedaan zou worden, Maar ook latere omgevingsvergunningen laten blijken dat er evaluaties werden gedaan die al dan niet zouden leiden tot sluiting van de inrichting. Deze evaluaties en de daaruit voortvloeiende aanwijzingen, beslissingen en overwegingen zijn ons niet bekend. Wij hebben dus ook geen inzicht in eerder geuite bedenkingen of conclusies ten aanzien van de bedrijfsvoering uwerzijds. Deze zienswijze is dus feitelijk ook een verzoek deze gegevens ons te doen laten toekomen of, indien de evaluaties nog niet openbaar zijn gepubliceerd, te laten gelden als een WOO-verzoek om openbaarmaking.

Zienswijze 36 Vragen omtrent "goede ruimtelijke ordening" of afweging provinciaal belang. De WABO is helder in hetgeen al dan niet via een omgevingsvergunning geregeld kan worden. Maar daarnaast wordt in art 2.12 duidelijk gesteld dat voor deze verandering of de uitbreiding slechts een omgevingsvergunning kan worden verleend als sprake is van een goede ruimtelijke ordening én daarnaast met bepaalde voorwaarden. Op deze aanvullende voorwaarden zullen we later zeker nog terugkomen. In eerste instantie voeren we als zienswijze aan dat, gezien de voorliggende zienswijzen, de uit uw besluit voortvloeiende negatieve consequenties ten aanzien van milieu, de aantasting van onze belangen en de discrepantie tussen uw besluit en de visies van de gemeentes Heerenveen en de Fryske Marren en overwegingen van de RCE hier geen sprake kan zijn van goed ruimtelijke ordening. Een van de mogelijkheden is dan een goede ruimtelijke onderbouwing te geven maar ook die ontbeert. Een andere mogelijkheid is dat u als Provinciaal Bestuur zich beroept op provinciale belangen maar ook dat faalt omdat Omrin vandaag de dag geen provinciaal belang meer kent, maar eerder gemeentelijke en commerciële belangen dient.

Één van de belangen wat de provincie zou moeten dienen, namelijk het landschap en de ruimtelijke kwaliteit, wordt nu door deze uitbreiding en verhoging van de stortplaats in belangrijke mate onrecht aangedaan. Andere provinciale belangen, zoals natuur, ecologische hoofdstructuur en milieu worden grootschalig aangetast en desondanks niet onderbouwd in de omgevingsvergunning noch komt u met een afwegingskader waarin u de belangen afweegt en verheldert. Alles bij elkaar overziend menen wij genoeg zienswijzen aangevoerd te hebben u te overtuigen dat het verder doorzetten van de procedure zal leiden tot lange verwikkelingen en procedures. Nogmaals; wij zijn als dorpen niet tegen een uitbreiding van de inrichting en ook niet tegen de wens en ons aller belang om de kans te grijpen hier een goed functionerend circulair recyclecentrum op te richten. Maar niet op de nu voorgestelde wijze en niet zonder garanties dat we niet onevenredig geschaad worden in onze belangen We hopen dat u goede en afdoende antwoorden kan geven op deze voorlopige opsomming van onze grieven en bedenkingen, maar stellen wel dat we, indien noodzakelijk door ontberen van een juiste beantwoording of verdere argumentering, deze zienswijzen en nog verder aan te voeren bezwaren zullen doorzetten naar de daartoe bevoegde en aangewezen rechtsorganen.

Tegelijkertijd zijn wij altijd bereid om samen met u en de belanghebbenden van de inrichting te zoeken naar mogelijkheden om hier een werkelijk duurzaam en circulair afvalverwerkingscentrum in bedrijf te brengen. Echter; de voorgaande periode laat blijken dat deugdelijke afspraken en verwachtingen uiterst belangrijk zijn en dat we als plaatselijk belang moeten opkomen voor de individuele belangen van de inwoners van onze dorpen. Dit zijn ook inwoners van uw provincie en samen dienen we er voor te zorgen dat we ons aller belang dienen; een gezonde en duurzame leefomgeving. Vertrouwend op uw wijsheid en zuivere afweging in deze besluiten wij, namens alle inwoners van de dorpen Nieuwebrug en Haskerdijken, met hoogachting, Plaatselijk Belang Haskerdijken-Nieuwebrug,

voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=78db6885-c920-4feb-9f13-07d642afc3f8