CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ontvangen zienswijzen

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen11.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Provincie Fryslân WELLEWEG

1 0 OKT 2022

8467 SB VEGELINSOORD

VEGELINSOORD, 7 OKT. 2022

GEDEPUTEERDE STATEN POSTBUS 2012 8900 HM LEEUWARDEN

KENMERK: 2021-FUMO-0055029

GEACHTE MEVROUW/HEER

WIJ MAKEN BEZWAAR TEGEN DE OMGEVINGSVERGUNNING OMTRENT HET UITBREIDEN VAN HET TERREIN, MAAR VOORAL TEGEN HET VERHOGEN VAN DE BULT MET 5 MTR. OPTISCH GEZIEN KOMT HIJ STEEDS DICHTERBIJ. AL VANAF HET BEGIN HEBBEN WE OVERLAST VAN VOGELS, ZWERVUIL EN STANK. NU KOMT ER NOG WEER MEER AFVAL, DUS HOGERE CONCENTRATIES EN MEER LAWAAI. EERDERE AFSPRAKEN WORDEN NIET NAGEKOMEN WANT VOL=VOL WERD ER BELOOFD EN ER ZOU ALLEEN AFVAL UIT FRIESLAND KOMEN. WEL HEBBEN WE TOEN PLANSCHADE ONTVANGEN, DIT VRAGEN WE OOK NU AAN. MET VRIÉNDELIJKE GROET.

-''X2-22

803

5>'

U

^o'^o

Qûoo

(\j2CJiAVi<=U?cfc^ ZSSCC #K930K0X#00<^0000tt

Provincie FryGlän Welleweg

10 OKT 2022

8467SB Vegelinsoord

Vegelinsoord, 7 oktober 2022

ZIENSWIJZEN OP DE VOORGENOMEN OMGEVINGSVERGUNNING 2021 FUMO 0055029

Gedeputeerde Staten Provincie Friesland Postbus 20120 8900 HM Leeuwarden

Geachte mevrouw/heer, Hierbij willen wij onze zienswijze kenbaar maken over uw voornemen een Omgevingsvergunning te verienen aan Omrin aan de Doiten in Nijehaske. De vuilstort, De Wierde, is destijds met instemming van de dorpen gekomen op voorwaarde dat de stort niet hoger dan 20 meter zou worden en dat deze gesloten zou worden na 30 jaar. De overlast wordt gedoogd en besproken met De Wierde. De overlast gaat echter wel ten kosten van ons woongenot, onze nachtrust, gezondheid en waarde van ons onroerend goed. Wij maken dan ook bezwaar tegen de uitbreiding tegen deze Omgevingsvergunning. Buiten dat wij onze bezwaren wiilen uiten blijken er ook nog veei vragen en onduidelijkheden/manco s te zijn. Onderstaand maken wij onze bezwaren kenbaar, waarbij wij erbij aantekenen dat wij ons recht voorbehouden bij een bezwaarprocedure nieuwe bezwaren aan te voeren. 1. Afspraken uit het verleden worden niet nageleefd. Zoals aangegeven is de stort destijds met instemming aangelegd. Daarbij zijn afspraken gemaakt die nu geschonden worden. De stort zou na 30 jaar dicht en de bult had een maximale hoogte. Hiervan wordt nu afgeweken, waartegen wij bezwaar maken. Wij kunnen blijkbaar niet uitgaan van gemaakte afspraken. Daarmee is het bevoegd gezag onbetrouwbaar. 2.

is ophoging wei veilig?

Het verhogen van de maximale hoogte was nooit de bedoeling. Is de onderliggende laag hier wel op berekend? Er is niets beschreven over deze belasting en er wordt niets over bekend gemaakt. 3.

Een nog hogere bult geeft nog meer geluidsoverlast. Er zal op nog grotere hoogte worden gewerkt, waardoor de geluiden nog verder reiken. Ook zullen de geluiden die ons nu niet bereiken, wel de mogelijkheid hebben verder te dragen.

4. Geluidsoverlast Op dit moment is er al sprake van ernstige overlast. Hiervan wordt regelmatig melding gemaakt bij De Wierde, welke aangeeft er alles aan te doen. Hoewel wij dit aannemen, wordt de overlast echter niet minder. Er heeft bij ons in de tuin maanden meetapparatuur gestaan om het geluid te meten. Hier kwam inderdaad uit dat vooral het klappen van de containers overlast gaf. Het is niet gelukt om de medewerkers zover te krijgen dat zij de containers niet meer laten klappen. Elke vergadering van het omwonendenoverleg komt dit ter sprake, maar er is geen verandering op lange termijn. 5. Overlast ook op nu nog rustige momenten Voorben was het rustig s nachts en s morgens. Nu is het zelfs s nachts onrustig en is het s morgens vanaf 6 uur een herrie van jewelste. In de Omgevingsvergunning is nu ook de zondagsrust verdwenen. Het zou toch fijn zijn om in ieder geval één dag in de week rust te hebben. 6. Geluidsoverlast in combinatie met overige bedrijvigheid De geluidsoverlast is niet alleen afkomstig van De Wierde hoewel deze wel de hoofdtoon voert. Alle geluiden van alle bedrijven is er de oorzaak van dat ons woongenot de laatste jaren ernstig is aangetast. 7. Stankoverlast Hoewel dit onderwerp makkelijk van tafel wordt geveegd, omdat het moeilijk te meten is, wordt het door ons als erg vervelend ervaren.

Voor de komst van de KSI is dit en opzichte van jaren ervoor een stuk beter geworden. Nu deze fabriek in werking is, is de geuroverlast juist weer vele malen erger in frequentie. 8. Andere soorten overlast niet beschreven of beperkt Buiten de geur- en geluidsoverlast zijn er andere vormen van overlast niet beschreven in de Omgevingsvergunning. Opslag van afval trekken dieren aan, waaronder meeuwen, roeken en kraaien en vliegen. 9. Toenemende vervoersbewegingen Er is sprake van een vergroting van de verwerkingscapaciteit van 50.000 ton per jaar. Op welke manier deze ook aangevoerd gaat worden, dit resulteert in meer vervoersbewegingen. Gesproken wordt over vervoer over water. De grote schepen die het afval vervoeren maken een dermate grote golfslag dat onze boot in de haven van

Vegelinsoord ligt te klotsen tegen de kade of de naastgelegen boten. Tot nu toe hebben wij gelukkig hiervan geen schade opgelopen. 10. Uitzicht Hoewel er tegenwoordig geen recht meer is op uitzicht, is het wel zo dat deze door de verhoging van de stort nog minder fraai wordt. Hoewel wij zelf proberen met beplanting zoveel mogelijk te doen en ook De Wierde dit jaar beplanting heeft neergezet, is deze vooralsnog ruim onvoldoende om het uitzicht op de stort weg te nemen.

Wij menen hiermee een belangrijk aantal punten te hebben aangedragen om u ervan te overtuigen dat het verder doorzetten van de procedure zeer nadelig is voor de omwonenden. Graag ontvangen wij goede en duidelijke antwoorden op onze bezwaren.

Met vriendelijke groet,

*

Éi

Nederlan.i

m Meci',rlarci

2014

Rfi)

eczj <d)c:

Po^V'^^

20»20

iCD

ZS2CC #Z33ÜXDK#DÜttDÜÜCi#

AANGETEKEND Gedeputeerde Staten van Fryslân Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN

Datum Inzake Dossier Uw referentie Advocaat E-mail Telefoon

10 oktober 2022 Revisievergunning Ecopark De Wierde 220750 2021-FUMO-0055029 Mr. Vooraf per e-mail: bezwaar@fryslân.nl; waboloket@fumo.nl

Geacht college, Zienswijze In het Provinciaal blad van 26 augustus 2022 is, onder Nr. 10289, mededeling gedaan van het voornemen om (in ontwerp) een zogenoemde revisievergunning te verlenen ten behoeve van de inrichting van Omrin op het adres De Dolten 11 (8447 SB) te Heerenveen. Namens de heer en zijn echtgenote, mevrouw , hierna te noemen: belanghebbenden, maak ik hierbij gebruik van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen op het in de vorige alinea bedoelde ontwerp, met het verzoek om de inhoud daarvan in acht te nemen bij de definitieve beschikking. Inrichting De brief van de Omgevingsdienst Fryslân van 26 augustus 2022, met het in de aanhef genoemde kenmerk 2021-FUMO-0055029, is geadresseerd aan ‘Ecopark De Wierde’. Daarbij is tussen haakjes vermeld (Omrin). Omrin is – zoals bekend – één van de handelsnamen waarvan gebruik wordt gemaakt door de N.V. Fryslân Miljeu, statutair gevestigd te Leeuwarden, met als bestuurder Afvalsturing Friesland. Dit is naar de mening van belanghebbenden in juridische zin dan ook de ‘drijver’ van de inrichting in kwestie (in de zin van de Wet milieubeheer en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht).

Namens hen verzoek ik uw college om dat gegeven bij het nemen van de definitieve beslissing op de voorliggende aanvraag duidelijker tot uitdrukking te brengen, omdat dit in de praktijk allerlei (in ieder geval: potentieel) lastige handhavingsvraagstukken kan voorkomen. Hetzelfde verzoek geldt daarnaast ook voor de omschrijving van de plaatsgebonden activiteiten. Deze beperken zich zoals bekend niet uitsluitend tot het adres De Dolten 11 te Heerenveen, maar strekken zich in plaats daarvan uit over meerdere adressen en kadastrale percelen.

Dommerholt Advocaten

T (0513) 43 34 33

De praktijk wordt gevoerd door Dommerholt Advocaten N.V.

Abe Lenstra Boulevard 44

F (0513) 43 34 21

(KVK nr.05081795). Onze algemene voorwaarden die zijn te

Postbus 225

heerenveen@dommerholt.nl

vinden op www.dommerholt.nl/av en deels afgedrukt op

8440 AE Heerenveen

www.dommerholt.nl

de achterzijde, zijn van toepassing op alle werkzaamheden.

Dit blijkt (immers) ook uit het gestelde op bladzijde 53/113 en volgende van de in ontwerp verleende vergunning (procedurele aspecten). Procedure Naar de mening van belanghebbenden staat niet onomstotelijk vast dat er ten behoeve van de (nu) aangevraagde activiteiten geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. Het is voor belanghebbenden onbegrijpelijk dat de effecten op de omgeving van De Wierde gelijk zouden blijven, of zelfs zouden kunnen leiden tot een gunstiger resultaat voor het milieu zoals wordt in het beoordelingsbesluit van uw college van (alweer) 29 juni 2021 (met het kenmerk 2020-FUMO-0041141). Die stelling is in de beleving van belanghebbenden niet geloofwaardig, nu de inzamelcapaciteit van het Ecopark van Omrin immers in belangrijke mate zal toenemen als gevolg van de voorgenomen vergunningverlening. In die zin neemt de omvang van het ‘project’ als bedoeld in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling dus ook toe en hetzelfde geldt voor de mate van verontreiniging en hinder die in de omgeving van de inrichting van Omrin redelijkerwijs valt te verwachten. Belanghebbenden vinden het niet redelijk dat alle – potentiële – effecten van de uitbreiding van de activiteiten waarvoor Omrin nu (deels: achteraf) een omgevingsvergunning aanvraagt, in ieder geval voor het oog allemaal zo gemakkelijk worden weggeschreven.

Waarom zouden de natuurlijke kwaliteiten van het landschap en de omgeving ter plaatse niet beschermd hoeven te worden tegen de zoveelste uitbreiding van het Ecopark De Wierde? En waar houdt dit op? Er lijkt maar geen einde aan te komen. Steeds opnieuw is er ‘grondhonger’ van Omrin (…). Belanghebbenden maken dan ook van de gelegenheid gebruik om alsnog achteraf bezwaar te maken tegen het genoemde beoordelingsbesluit van uw college d.d. 29 juni 2021. In verband met het vorenstaande betwisten belanghebbenden ook dat er, zoals op bladzijde 57/113 van de in ontwerp verleende vergunning geen digitale publicatie op internet plaats zou hoeven te vinden. Alleen al op deze grondslag kan de nu in ontwerp verleende vergunning niet in de definitieve vorm vergund worden. Er zal immers eerst alsnog een milieueffectrapportage opgesteld moeten worden. Uitbreiding “De voornaamste wijzigingen betreffen een uitbreiding van de inrichting aan de oostzijde van het terrein van Ecopark De Wierde met circa 4 ha, het verhogen van de stortplaats van 24 naar 29 meter en een uitbreiding van de doorzet van huishoudelijk afval van 230.000 naar 280.000 ton. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende, in de Wabo beschreven, activiteiten: • het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met de beheers-verordening (artikel 2.1, eerste lid onder c); • het veranderen en in werking hebben van een inrichting na die verandering (revisievergunning, artikel 2.1, eerste lid onder e juncto artikel 26 Wabo).

Pagina 2 van 10

Aldus het gestelde op de bladzijden 53/113 en 54/113 van de in ontwerp verleende vergunning. Bedrijfscultuur Uit de lijst met wijzigingen die is afgedrukt in de betreffende paragraaf is opgenomen, kan worden afgeleid hoe snel deze wijzigingen zich in de loop der tijd opvolgen. Klaarblijkelijk is het nagenoeg onmogelijk de representatieve bedrijfssituatie vast te leggen in één en hetzelfde document, waaraan zowel in praktische zin als ook in juridische zin door alle betrokkenen zekerheid kan worden ontleend (?). En het gaat maar door, want in het Provinciaal Blad van 30 september 2022 is, onder Nr. 11592, immers de zoveelste nieuwe wijziging gepubliceerd. Hierbij gaat het om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zogenoemde ‘Narrowcasting’ bij de toegangspoort van Ecopark De Wierde. Wat belanghebbenden daarvan begrijpen, is dat dit dus een (mogelijk zeer omvangrijke/ hoge) reclamemast betreft, met daarop mogelijkerwijs allerlei ‘flitsende’ c.q. ‘blinkende’ digitale teksten en vaak ook druk bewegende beelden. Op voorhand zien belanghebbenden dit als de zoveelste vorm van horizonvervuiling, maar uiteraard zullen zij eerst de stukken nog eens inzien die nu naar verluidt ter visie liggen alvorens daar inhoudelijk gemotiveerd op te reageren (en zo nodig ook opnieuw bezwaar te maken).

In dit verband leggen belanghebbenden ook nog graag de vinger bij hoe het gaat in de dagelijkse praktijk van Omrin, namelijk: ‘eerst doen, en dan pas vragen of het mag’. Dit is geen stemmingmakerij, want de onderhavige vergunningprocedure is – zoals bekend – pas geïnitieerd toen uit het periodieke overleg met de betrokken bewoners (en de begeleidingscommissie) bleek dat de opslaghoogte van de nu in geschil zijnde ‘bult’ al geruime tijd hoger was dan vergund. Alleen was dat inzicht nog niet doorgedrongen bij de handhavers van dienst (…). Die beweerden in eerste instantie aanvankelijk dan ook bij hoog en bij laag dat Omrin niets deed wat niet zou mogen. Maar later moesten zij erkennen dat zij het bij het verkeerde eind hadden. Helaas was het om zover te komen, noodzakelijk dat belanghebbenden opnieuw veel tijd, geld en energie moesten steken in de communicatie met onder andere de FUMO. Dit feit staat helaas niet op zich. Er is in de afgelopen jaren weliswaar enige verbetering opgetreden, maar het gaat nog allemaal bepaald niet vanzelf. Belanghebbenden verwijzen in dit verband kortheidshalve naar de verslagen van het periodieke (gecombineerde) overleg dat plaatsvindt met Omrin. Het laatste gepubliceerde verslag dat is gepubliceerd op internet dateert inmiddels overigens alweer van 29 maart 2021.

Daarin wordt onder andere gesproken over de voorgenomen uitbreiding (verhoging) van de bestaande stortplaats met 5 meter, waarbij namens Omrin is aangegeven dat deze met name zal worden gebruikt voor ‘niet reinigbare grond en bagger’. Maar dat laatste blijkt bijvoorbeeld weer niet uit de voorschriften die zijn verbonden aan de nu in ontwerp verleende vergunning. Het voorgenomen gebruiksdoel lijkt in juridische zin met andere woorden dus niet geborgd. Kortom: vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard… Ruimtelijke ordening “Op 7 juli 2022 hebben wij van de gemeenteraad van Heerenveen een ontwerpverklaring ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Deze verklaring bestaat uit een raadsbesluit. Er zijn geen voorschriften gegeven”.

Pagina 3 van 10

Aldus het bepaalde op bladzijde 63/113 van de in ontwerp verleende vergunning. Geprojecteerde uitbreiding:

De op het hierboven afgedrukte kaartfragment (dat afkomstig is uit een door Omrin zelf opgestelde nieuwsbrief d.d. juni 2022) aangeduide afvalopslag lijkt zich op deze manier uit te strekken tot het plangebied dat is opgenomen in twee verschillende beheers-verordeningen, namelijk in de eerste plaats de beheers-verordening Kanaal West van de gemeente Heerenveen en daarnaast ook over het plangebied dat onder het toepassingsbereik valt van de beheers-verordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied van Joure. Wat mist in de motivering van de in ontwerp door de gemeenteraad van Heerenveen verleende verklaring van geen bedenkingen, is een concrete beschrijving van de stedenbouwkundige uitgangspunten de destijds leidend zijn geweest bij de vaststelling van de geldende hoogtenorm. Wat was (is) daarvan de achterliggende gedachte? En waarom speelt dat nu eventueel niet meer? Wat is er – fundamenteel – veranderd, dat de voorgestelde afwijking met maar liefst 5 m in objectieve zin zou kunnen rechtvaardigen? Belanghebbenden begrijpen dat zonder nadere toelichting niet en vinden deze beslissing mede om die reden ook niet redelijk. Ruimtelijke onderbouwing In de door de gemeente Heerenveen opgestelde ruimtelijke onderbouwing wordt om te beginnen de stelling geponeerd dat er sprake zou zijn aan een ‘behoefte’ van Omrin.

Dit wordt als volgt gemotiveerd (bladzijde 2/7, laatste alinea):

Pagina 4 van 10

“Door de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie neemt het terreinoppervlak voor de reguliere activiteiten af. Tot nu toe konden deze activiteiten vanwege de niet volledige ingebruikneming van de stortplaats hier plaatsvinden. Omdat er minder ruimte beschikbaar is, is een verhoging van de afvalberging nodig”. Deze redenering bevreemdt belanghebbenden. Daarbij speelt een rol dat er kennelijk een onderscheid gemaakt moet worden tussen ‘reguliere’ en ‘niet reguliere’ activiteiten van Omrin, waarbij nu klaarblijkelijk de reguliere werkzaamheden in het gedrang komen door de overige (eerstbedoelde) activiteiten. Maar waarom zou Omrin eigenlijk de gelegenheid moeten krijgen om ‘niet reguliere’ activiteiten te blijven uitoefenen? Belanghebbenden zien de redelijkheid daarvan op voorhand niet in (en dat in ieder geval ook niet zonder nadere toelichting, die ontbreekt). Alternatieven Verder is het natuurlijk de vraag of er – echt – geen andere oplossingen bestaan, zoals het verhogen van de ‘doorlooptijd’ van de in geschil zijnde afvalstoffen. Hierdoor zou de capaciteit die nodig is voor de opslag op het terrein van Omrin uiteraard kunnen afnemen, hetgeen zou resulteert in een minder grote ‘behoefte’ aan opslagmogelijkheden. In die situatie hoeft de ‘bult’ uiteraard ook niet zo extreem hoog meer te worden (!).

Hinder Nog los van de visuele hinder die de (= alle) omwonenden zouden (zullen) gaan ondervinden van de nu helaas voorgenomen verhoging van de opslaghoogte van de in geschil zijnde bult en waarmee belanghebbenden zich (ook) niet kunnen verenigen, vrezen zij door deze uitbreiding opnieuw ook extra overlast in de vorm van overwaaiend (zwerf-)afval, een toename van stanken geuroverlast en extra geluidhinder in verband met de toenemende bewerkingen op een grotere hoogte dan waarvan tot op heden sprake is. Verder ligt het naar de mening van belanghebbenden voor de hand dat het bestrijden van een brand in een bult van 24 meter gemakkelijker is dan bij een bult van 29 meter. Een dergelijke (hogere) zal mogelijkerwijs eerst uit elkaar moeten worden gehaald alvorens het vuur in de verschillende onderdelen te kunnen doven. Tenslotte zijn belanghebbenden eigenlijk ook wel nieuwsgierig naar de effecten van de toenemende druk op de bodem. Dat wil zeggen: de ondergrond van de stortplaats in kwestie. Deze is juist ter voorkoming van een verontreiniging van de bodem en het grondwater ter plaatse afgedekt met een folie dan wel gelijkwaardige voorziening, maar blijft deze voorziening ook op een adequate wijze in stand als de druk hierop steeds maar toeneemt? Dit is voor zover belanghebbenden dat kunnen overzien, niet gegarandeerd.

In dit verband is naar de mening van belanghebbenden relevant dat uit het gestelde op bladzijde 111/113 kan worden afgeleid dat uw college ook zelf rekening houdt met het inklinken van de bodem met (maar liefst) enkele meters (van 29 naar 26 meter). Dat liegt er met andere woorden niet om, zodat belanghebbenden menen dat hun vrees gegrond is. Wet Natuurbescherming Op bladzijde 64/113 van de in ontwerp verleende vergunning wordt gerefereerd aan de zogenoemde positieve weigering van 1 april 2021. Hieruit zou blijken dat de kennelijk reeds gedeeltelijk in de praktijk doorgevoerde (…) wijzigingen in de aanvraag om een revisievergunning ten behoeve van Omrin niet zouden leiden tot een verhoogde stikstofdepositie.

Pagina 5 van 10

Namens belanghebbende verwijs naar de annotatie van mr. M. Kaajan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021: 175 (vergunningplicht bij intern salderen). Zij stelt daarin wat belanghebbenden betreft terecht dat een zogenoemde positieve weigering in juridische zin geen enkele vorm van rechtszekerheid biedt. Daarbij is tevens van belang dat naar aanleiding van een dergelijk besluit geen bezwaar kan worden gemaakt en later dus ook geen beroep kan worden ingesteld, zodat uiteindelijk pas in een handhavingsprocedure zal blijken of het oordeel van het betrokken bestuursorgaan (dat er geen sprake zou zijn van een verplichting om een vergunning aan te vragen in de zin van de Wet Natuurbescherming) al dan niet terecht is. Belanghebbenden betwisten derhalve dat in dit geval geen verplichting zou bestaan om een vergunning aan te vragen voor de voorgenomen – en gedeeltelijk al gerealiseerde – uitbreiding te legaliseren. Er vanuit gaande dat deze verplichting wel bestaat, dan heeft dat zoals bekend verder ook gevolgen voor het hiervoor aan de orde gestelde beoordelingsbesluit in het kader van de vraag of een milieueffectrapportage noodzakelijk is ja/ nee. En dat heeft tenslotte ook weer gevolgen voor de procedure (zie hiervoor: de inleiding).

Voorschriften Tenslotte plaatsen belanghebbenden nog graag een aantal kritische kanttekeningen bij de voorschriften die aan de in ontwerp verleende vergunning van Omrin zijn verboden. (i) “De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren”. Aldus het bepaalde onder 1.1.3 van de Algemene Voorschriften. Naar de mening van belanghebbenden is dit (veel) te vaag omschreven. Zij zouden dan ook graag zien dat er in plaats van deze formulering gekozen zou worden voor één of meer concrete aanwijzingen waaraan de vergunninghouder te allen tijde dient te voldoen en waar zij in voorkomende gevallen ook rechtstreeks een beroep op zouden kunnen doen. Het dient met andere woorden te gaan om voorschriften die niet alleen een voldoende juridisch bindende grondslag kunnen vormen voor een aanschrijving (last onder dwangsom dan wel een last onder bestuursdwang), maar ook in praktische zin handhaafbaar zijn. Dergelijke voorschriften worden op dit moment naar de mening van belanghebbenden node gemist. (ii) Daarnaast zouden belanghebbenden ook graag zien dat er niet alleen een verplichting wordt opgenomen om de in voorschrift 1.1.4 bedoelde onderdelen van de inrichting van de (beoogde) vergunninghouder te ontdoen van zwerfaval, maar ook en evenzeer de omgeving daarvan.

De huidige praktijk is namelijk dat dit afval zich verspreid in een wijde straal rondom de inrichting van Omrin, waaronder op het erf en de landerijen van belanghebbenden. Overigens is het belanghebbenden bekend dat het bepaalde in voorschrift 2.1.1 daarin beoogt te voorzien, maar dat werkt in de praktijk niet dan wel (volstrekt) onvoldoende. In plaats van dit over te laten aan Omrin (‘conform de wijze als beschreven in de vergunningaanvraag’), verzoeken belanghebbenden uw college dan ook om hier meer (afval)sturend in op te treden.

Pagina 6 van 10

(iii) Op bladzijde 58/113 gaat het over uitgebrachte adviezen die zouden zijn op het voorkomen, dan wel in voldoende mate beperken, van overlast door vogels. Daarbij gaat het voornamelijk om meeuwen. Maar in de dagelijkse praktijk ervaren belanghebbenden juist ook veel overlast van kraaien en kraaiachtigen. Die komen namelijk af op het (zwerf)afval dat zich verspreid over de landerijen van belanghebbenden. Dit gaat zelfs zover dat deze agrarische gronden de beschermde natuurstatus onlangs verloren hebben, die zij jarenlang hadden. In verband daarmee is de subsidie die belanghebbenden jaarlijks ontvingen in verband met het duurzame beheer van de betreffende gronden bovendien ook ingetrokken (!). Met andere woorden: belanghebbenden ervaren niet alleen overlast door de genoemde vogels, maar lijden in financiële zin ook concreet schade. Dit toont naar hun mening de noodzaak aan om niet alleen voorschriften aan Omrin op te leggen in verband met de bestrijding van meeuwen, maar ook van kraaien en kraaiachtigen. (iv) Belanghebbenden zouden graag zien dat de termijn voor het opslaan van afvalstoffen binnen de inrichting van Omrin zo kort mogelijk wordt. Dit voorkomt immers aanzienlijk de kans op verwaaien en dergelijke. Voorschrift 2.1.4 dient daar dan ook op aangepast te worden.

(v) “Wij zijn met ILT van mening dat vanwege de grote hoeveelheid aan euralcodes de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het AV-beleid (Afvalregister, beslisboom, Acceptatie- en verwerkingsbeleid en de niet-technische-samenvatting) naar onze mening niet voor alle codes helemaal sluitend is. Hierdoor is niet altijd duidelijk op welke manier de afvalstoffen worden verwerkt. Onder het hoofdstuk A&V-beleid en AO/IC gaan wij hier verder op in”. Aldus het gestelde op bladzijde 63/113 van de in ontwerp verleende vergunning. Hiermee is de in ontwerp verleende vergunning voor belanghebbenden in ieder geval ook wat dit onderdeel betreft een ‘zoekplaatje’ geworden. Waar moeten zij immers verder lezen? In dit verband is van belang dat het document waarop gereageerd kan/ moet worden, in totaal bestaat uit 113 pagina’s met verwijzing naar verschillende documenten die deel uitmaken van de aanvraag, als bedoeld in bijlage 1. Uit deze bijlage blijkt dat het opnieuw om bijna 50 rapporten en dergelijke gaat (…). Belanghebbenden zijn eerlijk gezegd dan ook gestopt met lezen en betwisten kortheidshalve dat er adequaat zou zijn gereageerd op de inspraakreactie van ILT. De enkele verwijzing (op bladzijde 87/113 naar ‘de voorschriften’) weerlegt de kritiek van belanghebbenden (en de ILT) op dit onderdeel overigens uiteraard niet.

(vi) Belanghebbenden vragen zich af in hoeverre de voorschriften die zijn opgenomen in paragraaf 2.2 (Acceptatie van afvalstoffen) nog handhaafbaar zijn, nadat de in ontwerp verleende toestemming voor het verhogen van de opslag van afvalstoffen aan de oostzijde van het terrein van de inrichting eenmaal definitief zou zijn geworden. Dit geldt bijvoorbeeld specifiek voor de voorschriften 2.3.5 en 2.3.6.

Pagina 7 van 10

(vii) Op bladzijde 59/113 van de in ontwerp verleende vergunning wordt gesteld dat de Brandweer Fryslân zich (geheel) zouden kunnen verenigen met het aangepaste bedrijfsnoodplan. Dit advies maakt, voor zover belanghebbenden dat kunnen beoordelen, geen deel uit van de in ontwerp verleende vergunning en is voor zover zij hebben kunnen nagaan ook niet op enigerlei andere wijze openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor het bedrijfsnoodplan van Omrin. Bij gebrek aan wetenschap betwisten belanghebbenden daarom vooreerst dat het verhogen van de opslaghoogte, die nu in ontwerp is vergund, in de praktijk niet tot problemen zou kunnen leiden als het gaat om de bestrijding van een eventuele brand. Het lijkt een kwestie van gezond boerenverstand om niet iedere willekeurige opslaghoogte toe te staan. In het verleden is in dat verband een hele duidelijke maximale hoogte genoemd. Dat zal niet toevallig zijn gebeurd. Zeer waarschijnlijk heeft daarbij ook de mogelijkheid van het bestrijden van een eventuele brand een rol gespeeld. Voor belanghebbenden onttrekt zich hierbij aan hun waarnemingen waarom deze afweging nu anders uit zou kunnen vallen, terwijl de omstandigheden verder in het geheel niet zijn gewijzigd. Althans, niet in positieve zin. In negatieve zin valt de laatste jaren op dat er veel vaker dan voorheen allerlei ‘afvalbulten’ brand vatten.

Naar verluidt wordt dit veroorzaakt doordat consumenten vaker dan voorheen zaken als bijvoorbeeld lithium-batterijen in allerlei speelgoed en afgedankte huishoudelijke apparaten laten zitten alvorens dit in de restafvalcontainer te deponeren, die zij vervolgens aanbieden aan de aangewezen gemeentelijke inzameldiensten (en die dus bij Omrin op het terrein terechtkomen). Ook vanwege het aspect van brandveiligheid lijkt het belanghebbenden dus niet verstandig om een vergunning te verlenen voor het vergroten van de bestaande (vergunde) opslaghoogte(s). (viii) Belanghebbenden vragen zich af waarom de geluidbelasting op hun woning gemeten wordt op een hoogte van maar liefst vijf (5) meter op het in voorschrift 4.1.2 bedoelde beoordelingspunt. Dat zou in hun beleving redelijkerwijs op het niveau van de gevel van hun woning moeten zijn. Daarnaast ontbreken naar de mening van belanghebbenden ten onrechte geluidnormen die zien op de gemiddelde geluidbelasting die op hun woning en percelen aan de orde mogen zijn als gevolg van de activiteiten die in verband staan met de bedrijfsvoering van Omrin. In verband hiermee dient redelijkerwijs uiteraard ook alsnog een monitoringsysteem c.q. enige vorm van monitoring/ controle, dwingend voorgeschreven te worden (naar analogie van hetgeen met betrekking tot geurhinder is bepaald in paragraaf 5.3 van de ontwerp-voorschriften).

Overigens moet het belanghebbenden uiteraard ook van het hart dat zij van mening zijn dat uw college zich er, blijkens het gestelde op bladzijde 92/113 en 93/113 van de in ontwerp verleende vergunning, wel erg gemakkelijk vanaf maken door eenvoudigweg te stellen dat de aan de orde zijnde overschrijding van het referentieniveau ter plaatse aanvaardbaar zou zijn omdat het hier nu eenmaal om ‘een bestaande’ situatie zou gaan. Deze overschrijding is reeds vastgesteld in 2009 en als er opnieuw zou worden gemeten, zou dat (ook volgens uw college) alleen maar leiden tot de vaststelling van nog hogere waarden c.q. ruimere overschrijdingen.

Pagina 8 van 10

Maar toch zou hier niets meer aan gedaan hoeven te worden? Uw college motiveert dit op bladzijde 92/113 van de in ontwerp verleende vergunning als volgt: “Uit het akoestisch rapport blijkt dat er veel maatregelen worden getroffen en dat BBT wordt toegepast. Verder is het redelijkerwijs niet mogelijk om verdergaande maatregelen te treffen om de geluidbelasting merkbaar terug te dringen. Wij achten de aangevraagde activiteiten derhalve vergunbaar. In de voorschriften nemen wij de berekende waarden op zoals gepresenteerd in het akoestisch onderzoek”. Waarom zou bijvoorbeeld niet dwingend een nieuwe inrichting van het terrein van Omrin kunnen en mogen worden voorgeschreven? Zoals hiervoor in de inleiding is opgemerkt, volgen de ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering van het Ecopark De Wierde zich de laatste jaren (tot op de dag van vandaag) in een snel tempo op. En het einde is nog (lang) niet in zicht, zoals ook blijkt uit de beschrijving op bladzijde 110/113 van de in ontwerp verleende vergunning (en daarnaast ook uit de meest recente publicatie uit het Provinciaal Blad van 30 september 2022).

En als in objectieve zin zou komen vast te staan dat het echt niet mogelijk is om het woon- en leefklimaat van belanghebbenden beter te beschermen dan nu, de laatste jaren, helaas het geval is, dan komt het moment toch ook in keer in zicht dat zij worden uitgekocht? De kruik gaat immers zolang te water tot zij breekt (…). (ix) Belanghebbenden kunnen zich er niet mee verenigen dat Omrin een termijn van twaalf (12) maanden gegund krijgt, die ook nog eens pas ingaat nadat de gevraagde revisievergunning in werking is getreden, om een zogenoemd ‘geurbeheersplan’ ter goedkeuring in te dienen bij uw college. Deze termijn zou in hun beleving redelijkerwijs veel korter kunnen en moeten worden gesteld. Dat geldt in algemene zin, maar in ieder geval waar het gaat om het in voorschrift 5.1.5 genoemde protocol voor de reactie op geconstateerde geurincidenten, waaronder bijvoorbeeld klachten. Daarnaast zouden belanghebbenden uiteraard graag inspraak willen hebben/ krijgen als het gaat om de inhoud van het in de vorige alinea bedoelde protocol. Dit zou bovendien bij voorkeur moeten worden opgesteld in overleg met alle omwonenden. Het reeds bestaande overleg tussen de begeleidingscommissie en omwonenden zou daar naar de mening van belanghebbenden een goed platform voor kunnen zijn.

Pagina 9 van 10

MET CONCLUSIE: Op grond van al het vorenstaande verzoek ik uw college om de door de N.V. Afvalsturing Fryslân (Omrin) gevraagde vergunning na heroverweging niet te verlenen en dat in ieder geval niet overeenkomstig het ontwerp zoals dat voor eenieder ter visie heeft gelegen. Met vriendelijke groet,

Pagina 10 van 10

Provincie Fryslân

0 7 OKT 2022

Gedeputeerde Staten van Fryslân Mevrouw M. Wijnia Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN

Leeuwarden, 6 oktober 2022 Kenmerk: 2021-FUMO-0055029 Onderwerp: Zienswijzen ontwerpbeschikking Ecopark De Wierde

Geacht college, geachte mevrouw Wijnia, Naar aanleiding van uw ontwerp revisievergunning voor Ecopark De Wierde aan De Dolten 11 te Heerenveen, door uw verzonden op 26 augustus 2022, dienen wij als vergunninghouder de volgende zienswijzen in. Voorschrift 2.3.1 Onder voorschrift 2.3.1 is een tabel opgenomen met de maximale hoeveelheid afvalstoffen per verwerkingsroute. De hoeveelheden zijn overgenomen uit de tabel in paragraaf 1.2 van het document AF_NV_Rapport_Aanvraag_revisie_2020_versie_25JuU_2022_definitief. In deze tabel zijn, in de regels Scheidingsinstallatie huishoudelijk afval en Vergistingsinstallatie, de voetnoten ^ en ^ opgenomen. Deze voetnoten staan voor: De aangegeven tonnages voor aanvoer van huishoudelijk af val, ONF derden en organische reststromen naar de scheidings- en vergistingsinstallatie zijn onderling uitwisselbaar. De vergunningaanvraag met bijlagen zijn dan ook op dit uitgangspunt gebaseerd. In dit voorschrift is deze flexibiliteit in de exploitatie van de scheidings- en vergistingsinstallatie niet overgenomen. Aangezien het uitwisselen van capaciteit niet leidt tot overschrijding van de milieubelasting, zoals in de aanvraag voorzien, is dit voorschrift onnodig beperkend.

Deze flexibiliteit is beoogd om bij wisselingen in hoeveelheid en samenstelling van het huishoudelijk afval, de bezetting van de scheidings- en vergistingsinstallatie optimaal te houden. Deze bezetting is wenselijk om het terugwinnen van grondstoffen en groengas te maximaliseren, waarmee de maatschappelijke kosten voor het verwerken van het huishoudelijke afval worden geminimaliseerd. Wij verzoeken u derhalve uitwisseling van capaciteiten tussen de in het voorschrift genoemde afvalbunker huishoudelijk afval, ONF derden en Organische reststromen expliciet toe te staan. Voorschrift 3.1.9 In voorschrift 3.1.9 wordt een jaarlijkse rapportage over ontwikkelingen op energiegebied voorgeschreven. De rapportage moet voor 1 februari worden ingediend. De overige voortgangsrapportages moeten per 1 juli worden ingediend. Omwille van een effectieve en efficiënte beheersing van deze voorschriften, verzoeken wij u voor te schrijven dat onderhavige rapportage voor 1 juli wordt gerapporteerd.

Omrin is handelsnaam van Afvalsturing Friesland N.V. Postbus 1622 I 8901 BX LEEUWARDEN 058 • 233 65 65 I info@omrin.nl KvK 01070263 I btw NL806350672B01 I NL78 RABO 0340 8001 00

Pagina 2 Voorschrift 6.1.2 In voorschrift 6.1.2 wordt een halfjaarlijkse meting van de stofemissies als omschreven in voorschrift 6.1.1 voorgeschreven, overeenkomstig de opgenomen meetmethoden. Voorschrift 6.1.4 schrijft voor dezelfde emissies een controleplan voor, dat ter goedkeuring moet worden overlegd. Het controleplan moet o.a. voorzien in welke meetfrequentie en meettechniek wordt toegepast om de werking van desbetreffende voorzieningen te controleren. Genoemde stofbronnen komen uit een continu proces, zodat variaties in emissies herleidbaar zullen zijn naar beheersing van de stofreducerende voorzieningen. De beheersing van de voorzieningen, zoals voorgeschreven in voorschrift 6.1.3 en 6.1.4, zal ertoe leiden dat herhaalde metingen leiden tot herhaalde uitkomsten. Om dit te borgen zijn genoemde ERP’s doelmatiger dan de emissiemetingen. Gezien bovenstaande stellen wij voor in het controleplan het uitwerken van een trendanalyse op te nemen, waarmee het verband tussen emissiemetingen en ERP’s wordt vastgesteld. Wanneer daartoe voldoende onderbouwing is verkregen, kan de frequentie van de emissiemetingen worden teruggebracht. Om dit mogelijk te maken verzoeken wij u voorschrift 6.1.2 te schrappen of hierin op te nemen dat in het controleplan een afwijkende frequentie overeengekomen kan worden.

Voorschrift 19.5.6 In voorschrift 19.5.6 onder a zijn incidenten opgenomen waarvoor een noodprocedure moet zijn opgesteld. De opgesomde incidenten omvatten een aantal dubbelingen. De omschrijvingen gasvoorraad, temperatuur, gasdruk, concentratie zwavelwaterstof, methaangehalte en gasdebiet intrede en uittrede zijn bovendien niet herkenbaar als incidenten. Daarnaast lijkt in de uitgebreide opsomming het incident overige afwijkingen van de normale bedrijfssituatie overbodig. Om discussie over de voorstelbare incidenten te voorkomen, verzoeken wij concreet te omschrijven welke incidenten in de noodprocedure moet worden voorzien. Alternatief hiervoor is te verwijzen naar de HAZOP die door vergunninghouder is uitgevoerd. Voorschrift 20.4.2 In voorschrift 20.4.2 wordt aanleg van een gasonttrekkingssysteem bij het opbouwen van een stortcompartiment voorgeschreven. Hierbij wordt voorbij gegaan aan de ontwikkeling van regelgeving omtrent stortplaatsen. De hoeveelheid organisch materiaal dat wordt gestort, is namelijk vergaand beperkt. In het document AF_NV_Rapport_Aanvraag_revisie_2020_versie_ 25_juli_2022_definitief is hierin ook voorzien (waar alleen storten van inert materiaal plaatsvindt, is geen stortgasontwikkeling nodig omdat er geen emissie van stortgas is).

Wij verzoeken u derhalve stortvakken waar uitsluitend inert materiaal wordt gestort uit te sluiten uit de reikwijdte van voorschrift 20.4.2. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met mijn collega Harrie Prinsen (06 5136 6242 of hprinsen@omrin.nl). Met vriendelijke groet.

Plaatselijke Belang Nieuwebrug-Haskerdijken namens de inwoners en de leden

Z I E N S W IJ Z E N O P V O O R G E N O M E N O M G E V I N G S V E R G U N N I N G 2021-FUMO-0055029.

Gedeputeerde Staten Provincie Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden.

Gegroet! Namens inwoners van onze dorpen Nieuwebrug en Haskerdijken willen we onze zienswijzen delen die wij hebben over uw voornemen een Omgevingsvergunning te verlenen aan Omrin te Nijehaske. Wij doen dit vooralsnog als Plaatselijk Belang maar we handelen namens alle inwoners van onze dorpen. Hiermee vestigen wij ook het recht dat onze inwoners en de leden van de verenging in het vervolg van de procedure de mogelijkheid hebben elke individueel bezwaar te maken. Deze zienswijze geldt dus tevens voor alle inwoners als individuele inbreng en kan dus aangehaald worden als hun zienswijze en vormt daarmee de juridische grondslag voor verdergaand bezwaar en beroep op uw beslissing. Enkele inwoners wonen minder dan 400m van het bedrijf. Het grootste deel van de dorpen ligt tussen de anderhalf en twee kilometer van het bedrijf af. De afvalberging is destijds met instemming van de dorpen gekomen op voorwaarde dat het een bult was van twintig meter hoog en dat deze uiteindelijk gesloten zou worden. De overlast die voortkomt uit de aanleg en het in bedrijf zijn van de stort wordt omwille van deze tijdelijkheid gedoogd door omwonenden en hierover is staand overleg met de huidige bedrijfsvoering; het bedrijf Omrin. Vooropgesteld dient te worden dat we als inwoners de koers van het bedrijf ondersteunen. Hergebruik van reststromen en circulariteit worden door ons ten zeerste onderschreven.

Maar in algemene zin kan en willen we niet dat dit ten koste gaat van onze gezondheid, leefomgeving, woongenot en waarde van onroerend goed. Wij zijn niet blij met de voorziene uitbreiding van de inrichting, de ophoging van de stortbult en de uitgebreide bedrijfsvoering en zullen dan ook bezwaar maken tegen de revisie van de Omgevingsvergunning. Onze bezwaren zijn velerlei en divers. Daarnaast zijn er nog veel vragen en open eindjes over de te verlenen Omgevingsvergunning. We zullen u nu alvast een aantal zienswijzen kenbaar maken. Maar tegelijkertijd willen we meteen het voorbehoud maken om het recht uit te oefenen om gaande het proces ook bezwaar te maken tegen nieuwe en nu nog niet bekend zijnde feiten, gevolgtrekkingen en resultaten We stellen dus dat deze zienswijzen niet uitputtend zijn en dat we ter zijner tijd in de bezwaarprocedure nieuwe bezwaren kunnen en mogen aanvoeren. Zienswijze 1. Afspraken gemaakt in het verleden worden geschonden Zoals in de aanhef al besproken; de bult is destijds door instemming van de omliggende dorpen en omwoners mogelijk geworden. Daartoe zijn destijds afspraken gemaakt en toezeggingen gedaan, er is zelfs sprake van een Herenakkoord die door toenmalig betrokkenen herinnerd wordt. Door het openhouden van

de stortplaats en een uitbreiding worden deze afspraken nu hard geschonden. De bult zou na dertig jaar dicht en de bult had een vooraf afgesproken maximale hoogte. Daar wordt nu van afgeweken. Wij maken daar bezwaar tegen. Het maakt dat het bevoegd gezag onbetrouwbaar is. We hebben geen garanties dat de bult op termijn opnieuw verhoogd wordt noch dat de bult uiteindelijk gesloten wordt en de rust wederkeert. De bevestiging van het gegeven dat het de bedoeling was de activiteiten op de stortplaats te beëindigen vloeit voort uit de verschillende documenten die we als plaatselijk belang in ons archief houden. Ter zijner tijd zullen we die overtuiging nader staven. Zienswijze 2 Ophoging is fase2 en die was bedoeld ten westen En feitelijk is de verhoging niet nodig, maar zou een verbreding van de bult meer voor de hand liggend zijn. In de initiële planning van het terrein was ten westen van de huidige bult een mogelijkheid ingebouwd hier in een tweede fase uit te breiden. Dit is nu niet meer mogelijk omdat hier andere bedrijven gehuisvest zijn. Maar ten zuiden van de bult is nog ruimte voor opslag en daar kan ook gebruik van gemaakt worden. Uit de aanvraag kunnen we niet opmaken waarom gekozen is voor ophoging in plaats van uitbreiding.

Zienswijze 3 Ophoging was nimmer voorzien en kan leiden tot nadelige effecten Naast de mogelijkheid om de bult uit te breiden naar het zuiden is ons ook niet duidelijk hoe de ophoging zich verhoudt met de destijds berekende en aangebrachte fundering van de stortplaats. Het onderliggende materiaal en de folies zijn toentertijd berekend op een maximale last en termijn. De consequenties van het overschrijden van de gebruikstermijn en de verhoogde belasting worden niet beschreven noch zijn deze bekend gemaakt. Zienswijze 4 Ophoging vergroot uitstralend effect overlast Met het verhogen van de bult ontstaat een nieuw probleem wat ook in de aanvankelijke medewerking van de dorpen niet bestond en wat in de vergunning ons inziens ook niet duidelijk wordt onderkend en dus niet tegengegaan wordt. Vervoersbewegingen, bewerking en al de daaruit voortkomende vormen van overlast zullen zich op een hoger platform voordoen en dus verder reiken. Weliswaar worden in Omgevingsvergunning geluidsniveaus aangehouden welke gelden op een hoogte van 5 meter op de meetpunten maar de overlast zal zich verder uitspreiden dan eerst. Zienswijze 5 Omgevingseffecten worden onvoldoende afgewogen Het geluidsoverlast is nu al problematisch en zal dus niet minder worden. En dat leidt tot een volgende zienswijze dat met de nieuwe omgevingsvergunning geen rekening gehouden wordt met nieuwe technieken en eisen.

Dit komt mede tot uitdrukking in art 2.30 eerste lid van de WABO. Nergens in de te verlenen vergunning wordt ingeboet aan het reeds vergunde of worden nieuwe eisen opgelegd die stroken met nieuwe technieken en mogelijkheden. De vergunning is feitelijk een verruiming van de mogelijkheden en bedrijfsvoering wordt niet gevergd rekening te houden met de omgeving. In generieke zin is deze vergunning eerder een ouderwetse milieuvergunning dan dat het een moderne Omgevingsvergunning is. De ruimtelijke effecten van het bedrijf en de bedrijfsvoering ten aanzien van de Omgeving worden onvoldoende beschreven en dus is het vergunde onvoldoende afgewogen.

Zienswijze 6 Geluidsoverlast is een serieus probleem en wordt niet verminderd Een duidelijk effect van het vergunde is het geluid. Zoals hiervoor al gesteld zal het geluid verder reiken. Op dit moment is er al sprake van overlast. Dat bestaat uit nachtelijk gebons, gepiep en geluid. Deze overlast is dusdanig langdurig gaande dat omwonenden onderhand al niet meer klagen en het lijdzaam ondergaan. Soms werd het bij bewonersbijeenkomsten weer te berde gebracht en werden er maatregelen getroffen, maar even herhaaldelijk werden de maatregelen, die zich hoofdzakelijk richtten op gedragsveranderingen bij de medewerkers, na verloop van tijd minder strikt gehandhaafd wat resulteerde in hernieuwde overlast. Onderhand zijn omwonenden gewend geraakt aan de overlast en klagen zij niet meer maar feitelijk is de overlast aanwezig en worden bewoners uit hun slaap gehaald door deze geluiden. Zienswijze 7 Geluidsoverlast ook op nu nog rustige momenten Er was tenminste een ochtend waarop er rust heerste en bewoners gegarandeerd waren van hun nachtrust. Echter, in de gereviseerde Omgevingsvergunning is de zondagsrust verdwenen. Dat feit op zich al roept weerstand op en zal zeker leiden tot bezwaar maar daarachter ligt nog een gekoppeld probleem wat niet in de Omgevingsvergunning is meegenomen.

Zienswijze 8 Verhoging geluidsbelasting niet verdisconteerd in langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Als ook de zondag meegenomen wordt in de maximale tijdsduur waarop geluidsnormering plaatsvindt en waarin een maximale geluidsbelasting kan plaatsvinden dan zal de toegestane gemiddelde geluidsbelastingen dienen af te nemen. Immers, de tijdspanne waarin het geluid geproduceerd kan worden neemt 14% toe (van 6 naar 7 dagen) en daaruit kan gededuceerd worden dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau dus ook 14 procent afneemt. Hier zal gerust een andere technische berekening achter schuilgaan maar een afname wordt niet zichtbaar als we de oude milieuvergunning raadplegen. Sterker nog; er is sprake van verhoging van het beoordelingsniveau op bepaalde punten met 1dB. Dat lijkt weinig maar is toch wel fors, zeker in een rustige, nachtelijke omgeving. Zienswijze 9 Meetpunten zijn vervallen Daarbij vervalt een meetpunt voor de geluidmeting die zeker voor Haskerdijken en Vegelinsoord van belang zijn.

In de Omgevingsvergunning wordt niet aangegeven waarom dit is gebeurd, noch wat dit betekent voor de metingen noch hoe eventuele negatieve gevolgen worden bestreden Zienswijze 10 Geen beperking maximaal geluidsniveau richting wonen Naast het vervallen van dit meetpunt voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus wordt er voor de maximale geluidsniveau slechts beperkt voor drie van de zes meetpunten die juist verder van de inrichting afgelegen zijn (en dus minder snel belast worden door de maximale geluidsniveaus) . De meest nabijgelegen meetpunten (VP 5 en VP6) kennen geen beperking van de maximale geluidsniveaus en zijn juist gelegen in de richting van de bewoning van Nieuwebrug en de Leeuwarderstraatweg. Zienswijze 11 Overige vormen geluidsoverlast niet beperkt Naast de reguliere geluidsproductie volgend uit de verwerking van restproducten zijn er ook afleidende activiteiten die geluidsoverlast ten gevolge hebben. De opslag van restafval trekt dieren aan. Om vogels te

weren wordt daarbij ook gebruik gemaakt van gaskanonnen. Deze produceren luide knallen en worden rondom de inrichting, al dan niet op andermans grond, ingezet. Zienswijze 12 Geluidsoverlast vervoer niet meegenomen in afweging Evenzo geldt dit voor het aanvoerend transport. Een van de intenties van de veranderingen is het vestigen van een laad- en loskade. Dit zal gepaard gaan met vaartransporten. Deze vaartuigen komen vanuit noordelijke richting over het Heerenveens Kanaal. Het zijn grote schepen voortgestuwd door dieselturbines of dieselmotoren. Dit veroorzaakt een haast onhoorbaar maar zeker wel waarneembaar brommen en veroorzaakt trillingen. Dit is weliswaar van voorbijgaande aard maar in de gehele Omgevingsvergunning wordt dit effect niet voorzien noch worden er normeringen aan gesteld. Het is dan weliswaar minder schadelijk voor de omgeving en het milieu dan de aanvoer over de weg maar dit uitstralend effect van de vergroting van de inrichting is nog niet bekend en dus is de te verwachten overlast onvoldoende meegenomen in de afweging. Zienswijze 13 Geluidsoverlast is cumulatief met overige bedrijvigheid De geluidsoverlast die we ervaren in ons woongebied is dus niet alleen afkomstig van Omrin. Ook andere bedrijven en activiteiten veroorzaken geluid en trillingen. En juist daarin schuilt een groot bezwaar.

Want de cumulatieve effecten en de constante geluidsproductie maakt dat ons woongenot de laatste jaren is aangetast. Juist omdat onze dorpen grotendeels onder de wind van een industrieterrein ligt maakt dat we tegenwoordig 's nachts de ramen liever dicht doen, ook in de zomer, vanwege de nachtelijke onrust. Uitbreiding van activiteiten gecombineerd met de overige uitbreidingen en komst van bedrijven als SCT, Van Wijnen, PreZero, de Horne en Morssinkhof maken dat het geluidsplafond ons inziens nu al ruimschoots overschreden is. (zie ook zienswijze 5). Zienswijze 14 Bufferzone wordt opgeheven Om deze geluidsoverlast tegen te gaan was in het toenmalige bestemmingsplan een aantal regels opgenomen en waren er maatregelen genomen die de geluidsproductie en de overlast tegen gingen. Zo was specifiek in het toenmalige bestemmingsplan gesteld dat er geen toevoeging kon plaatsvinden van geluidshinderende objecten. Daarnaast werd aan de noordoostelijke hoek van het bestemmingsplan een bufferzone ingesteld. Deze bufferzone bestond uit opgaande beplanting en had een redelijke maat. In voorbereiding op de nieuwe activiteiten is deze bufferzone de afgelopen tijd gekapt. Dit heeft geleid tot een merkbare toename van geluidsoverlast. In de nieuwe plannen wordt deze bufferzone geschrapt en worden bedrijfsactiviteiten ontplooid in dit gebied.

Daarmee komen geluidshinderende activiteiten dichter naar onze dorpen. Als maatregel wordt een geluidswal voorgesteld van 4 meter hoog. Deze zal weliswaar het geluid direct achter de wal doen laten afnemen maar is geen garantie dat verder gelegen objecten vrij van geluidsoverlast zijn. Maar de overlast die we nu al ervaren en waarvan we bij de voorgenomen uitbreiding voorzien dat die toeneemt, bestaat niet alleen uit geluidsoverlast. Zienswijze 15 Stankoverlast is nu probleem en wordt niet minder Het gros van de klachten die we mochten horen van onze inwoners bestaat uit het waarnemen van stank.

Dit is zeer moeilijk te onderdrukken en daarnaast moeilijk te kwalificeren. Meetmethoden stellen weliswaar normen voor chemische verbindingen die als direct hinderlijk worden ervaren (H ₂S )maar wat de een als niet hinderlijk beschouwt kan door anderen als extreme stank worden aangemerkt. Hierbij is dus voor een belangrijke mate een subjectieve component aanwezig. Ondanks de pogingen objectieve maatstaven te hanteren en ondanks het feit dat uit luchtmetingen blijkt dat stank veroorzakende verbindingen niet de normen overstijgen hebben veel inwoners last van stank en wordt dit enkele malen per jaar ervaren. Het meest lastige is daarbij dat dit, net als geluid, afhankelijk is van windrichting en -sterkte, temperatuur en vochtigheid. En de bron is veelal niet direct vast te stellen. Metingen en verwachtingen uit 1997 maken duidelijk dat in noordelijke richting van Ecopark de Wierde al een overschrijding plaatsvond van de geuremissie. Met de uitbreiding die nu wordt voorgesteld en de veranderende opslag op een hoger niveau kunnen we verdere toename van geuroverlast niet uitsluiten. Zienswijze 16 Beter technieken worden niet toegepast ter voorkoming geuroverlast De geuremissie kan worden tegengegaan door gebruik van technieken.

Daarbij mag worden uitgegaan van de Beste Beschikbare Techniek (BBT of BAT) maar door deskundigen wordt nu al gesteld dat bepaalde filters welke gebruikt worden niet aan deze norm voldoen. Daarbij blijkt regelmatig dat werkinstructies met betrekking tot sluiting van emissiepunten, niet altijd gevolgd worden en dat er dus geuroverlast plaatsvindt. In een nieuwe vergunde situatie kan op basis van nieuwe technieken verwacht worden dat de geurcontour van 1ge/m3 als 98%-percentiel verkleind wordt. Daar is echter geen sprake van. Nogmaals wijzen we op het feit dat omwonenden akkoord zijn gegaan met een vuilstort onder de premisse dat deze eindig was. Nu dit dus niet de realiteit blijkt hangen we er aan dat bij openhouden van de inrichting bijzondere aandacht wordt besteed aan het gebruik van de best beschikbare technologie en dat er een verkleining van de geurcontour plaatsvindt. Zienswijze 17 Geuroverlast en emissie door vervoer niet beschreven Gelijk aan de overlast van geluid die buiten het meetbereik van de inrichting geschiedt is ook de aanvoer van rioolslib en reststromen per schip hinderlijk voor de omgeving en vindt deze overlast plaats langs het gehele traject van het Heerenveens Kanaal. De schepen passeren ons dorp op amper 100m en niet alleen de reststoffen maar ook de diesel- en rookgassen van de schepen wordt ervaren en heeft invloed op ons woongenot.

Hierover vinden we niks terug in de Omgevingsvergunning. Zienswijze 18 Ander vormen van overlast niet meegenomen noch beperkt Naast geur- en geluidsoverlast zijn er diverse andere vormen van overlast die niet beschreven zijn in de Omgevingsvergunning. Opslag van plastic verpakkingsmateriaal uit de voedingsindustrie en reststromen leiden tot toename van dieren die daarop gedijen en die daar op afkomen. Sinds drie jaar is er een duidelijk waarneembare toename aan bromvliegen. Toenemende temperatuur samen met verwerking en opslag van plastics verpakkingen en ander huishoudelijk afval leidt tot dit fenomeen (als voorbeeld het bedrijf N+P in de wijk Heijplaat te Rotterdam). En gelijk aan geuroverlast is het moeilijk om direct een bron aan te wijzen. Maar in de Omgevingsvergunning wordt hier niets over gesteld en worden er dus ook geen maatregelen getroffen om de overlast te bestrijden of te voorkomen. Want bromvliegen zijn grotendeels verantwoordelijk voor de overdracht van ziektekiemen wat leidt tot de volgende zienswijze.

Zienswijze 19 Gezondheidsaspecten niet meegenomen in vergunning In het verleden is bij een schapenfokkerij ten noorden van de afvalverwerkingsinstallatie al een onverklaarbare toename geconstateerd van Streptokokken suis. Dit leidde tot vroeggeboortes, ontstekingen en meningitis. Dit fenomeen van verspreiding van bacteriologische en andere ziektekiemen is minder onbekend dan lijkt en wordt ook door andere afvalverwerkers onderkent. Het bedrijf Attero, een vergelijkbaar bedrijf als Omrin, raadt bezoekers aan bij bezoek aan hun terreinen lichaamsbedekkende kleding te dragen. Gezien het feit dat onze dorpen onder de preferente windrichting van de inrichting gelegen zijn en het feit dat er veelvuldig vliegen voorkomen en het feit dat de bult verhoogd wordt baart ons zorgen. In de Omgevingsvergunning wordt echter op geen enkele wijze dit risico van overdracht onderkent noch worden er maatregelen benoemt die een dergelijk risico teniet doet. Zienswijze 20 Omgevingsvergunning is niet passend bij huidige beheersverordening Dit leidt tot de volgende overweging en daaruit voortvloeiende zienswijze. De voorgestelde uitbreiding wordt middels een revisie van een bestaande Omgevingsvergunning voorgesteld. Echter, het bevoegd gezag in deze, i.c. de Gemeente Heerenveen heeft destijds omwille van de actualiseringsplicht een beheersverordening ingesteld.

Deze planvorm wordt gebruikt als men een bestaande situatie vastlegt en er geen wijzigingen in de situatie wordt voorzien. In de handreiking van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) adviseert men uit te gaan van de geldende regeling in beperkte zin. Alleen als er geen bestemmingsplan geldt kan men ook uitgaan van de feitelijke bestaande situatie. Alle mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan vertalen naar een beheersverordening, ook die welke nog niet gerealiseerd zijn, is niet in lijn met de bedoeling van de beheersverordening. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling nieuwe ontwikkelingen mee te nemen in een beheersverordening.. Desondanks zijn er tijdens de periode waarin de beheersverordening geldt wijzigingen doorgevoerd. Daar hebben we geen bezwaar tegen aangevoerd omdat we niet op de hoogte waren of omdat deze wijzigingen ons belang niet schaden. De uitbreiding naar het oosten inde zone welke aangeduid wordt als bufferzone is ons nu echter een stap te ver. Dit is niet passend inde beheersverordening en kan niet afgedaan worden middels een revisie van de bestaande Omgevingsvergunning. Nu wordt gekozen voor een Omgevingsvergunning opgesteld door de FUMO in opdracht van uw Gedeputeerde Staten. Dat is een bijzondere constructie die binnen de huidige RO-systematiek en wetgeving kritisch kan worden bekeken.

Immers, door deze constructie wordt de gemeente buiten spel gezet en kan er geen afweging plaatsvinden in de Gemeenteraad. In algemene zin is het bijzonder bevreemdend dat een beheersverordening, waarin feitelijk ontwikkelingen worden vastgelegd en die aansloot bij het voornemen de bult te sluiten, opgevolgd kan worden door een planfiguur die ineens een forse uitbreiding van de inrichting mogelijk maakt. Zienswijze 21 Participatie is ontoereikend geweest Een dergelijke uitgebreide omgevingsvergunning is in het nieuwe bestel van de Omgevingswet met een verwachte ingangsdatum van 1 januari 2023 wellicht mogelijk maar daarbij is dan ook de participatie geborgd. De participatie en mogelijkheden van inspraak is in dit proces onvoldoende geweest. Enkele inwoners zijn op de hoogte gebracht middels een brief maar het gros van de belanghebbende waren niet op de hoogte of waren niet actief betrokken bij de voorgenomen uitbreiding. Gezien de verregaande effecten op de omgeving en het belang van de omwonenden is het verbazend en ons inziens verwerpelijk dat de participatie zo afwezig was. Het feit dat het voornemen de Omgevingsvergunning te verlenen

gepubliceerd is tijdens de zomermaanden draagt bij aan het beeld dat betrokkenheid van omwonenden en belanghebbenden actief vermeden wordt. Zienswijze 22 Omgevingsvergunning strookt niet met beleid en Omgevingsvisie Daarnaast is in onze optiek een Omgevingsvergunning in plaats van een Bestemmingsplanherziening of een nieuw Omgevingsplan een te lichte procedure waarin niet voldoende gekeken wordt naar de ontwikkeling in algemene zin en de relatie met de omgeving. In de veranderingen zijn effecten voor het milieu en de veiligheid onvoldoende benoemd en afgewogen. En zeker niet de Omgevingsvergunning die nu voorligt en waarin in zeer beperkte mate een afweging plaatsvindt van de ontwikkeling. Want; in de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente is weliswaar voorzien in een Circulair cluster maar direct daarnaast is ook Watersport gedacht en is het gebied direct aansluitend op de Veenpolders waarin rust, natuur en recreatieve ontwikkelingen de boventoon voeren. Hoe deze tegenstrijdige functies kunnen samengaan wordt niet uitgelegd in de Omgevingsvergunning. Zienswijze 23 Omgevingsvergunning is geen Bestemmingsplan, noch Omgevingsplan of BOPA Het is in die zin eerder een verder uitgewerkte milieuvergunning dan een volwaardige opvolger voor de huidige beheersverordening.

En dan raken we hier een nieuw fenomeen wat vaker gebruikt wordt in deze tijden waarin de ruimtelijke ordening in Nederland tussen wal en schip bungelt. Feitelijk is op de lokatie een beheersverordening van kracht. Nieuwe uitbreidingen zullen dus een projectbesluit of middels een buitenplanse ontheffing moeten worden geregeld of middels een nieuw Omgevingsplan of oud Bestemmingsplan. Bij deze planvormen wordt een duidelijke afweging gemaakt ten opzichte van de effecten op de omgeving. Dergelijke aspecten worden in deze Omgevingsvergunning niet beschreven. Zienswijze 24 Vervoersaspecten zijn niet afgewogen of beoordeeld Zo is er sprake van een vergroting van de verwerkingscapaciteit van 50.000 ton per jaar. Dit is niet gegeven in de vergunning maar vormt onder andere de aanleiding voor het afgeven daarvan. Een dergelijke vergroting leidt tot extra vervoersbewegingen. Daarbij wordt onder andere voorgesteld dit over het water te laten geschieden, vandaar de mogelijkheid van een uitgebreide laad- en loskade.

Weliswaar hebt u als Gedeputeerde Staten laatstelijk een besluit herroepen om Klasse Va schepen niet toe te staan en is vooralsnog aanvoer over water een mogelijkheid maar gezien de bezwaren en het de ongewisheid van de uitkomst en de noodzaak van aanpassingen aan het vaarwater kan gesteld worden dat deze ontwikkeling niet gegarandeerd is en dat de realiseerbaarheid twijfelachtig is. Dat betekent dat de extra capaciteit over de weg dient plaats te vinden. Dit resulteert in minstens 3.300 extra vervoersbewegingen per jaar over de Nije Fjildwei. Alweer blijkt dat deze voorgestelde Omgevingsvergunning dergelijke omgevingseffecten niet beschrijft, noch weegt, noch geleidt. Zienswijze 25 FUMO is niet voor de hand liggend orgaan voor beleidskeuzes En dat is nog afgezien van de vraag in hoeverre een Uitvoeringsorganisatie als de FUMO beleid kan en mag ontwikkelen en in hoeverre deze organisatie daartoe behept is. Gezien de discussie hieromtrent, ook op het hoogste niveau van het Rijksbeleid, en de wens beleid realistischer te krijgen en uitvoeringsorganisaties te betrekken in de beleidsvoorbereidingen wordt algemeen nog steeds gesteld dat dergelijke uitvoeringsorganisaties niet de meest voor de hand liggende partijen zijn om dergelijke exercities toe te vertrouwen. Dit hangt mede samen met de betrokkenheid en participatie van burgers en omwonenden in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=78db6885-c920-4feb-9f13-07d642afc3f8