CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Concept Eindrapportage Zicht op de Lelylijn

Commissie Leefomgeving 10 oktober 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Eindrapport onderzoeken Lelylijn19.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Concept Eindrapportage MIRT- en NOVEX onderzoek Lelylijn 22 augustus 2024

Doel van deze Concept Eindrapportage is een overzicht te geven van de beslisinformatie voor het BO MIRT in november 2024 en stap voor stap te zorgen voor de invulling van de verschillende onderdelen. Concrete opdracht project Lelylijn Het project Lelylijn heeft als opdracht om eind 2024 een ontwikkelperspectief in het kader van de NOVEX Lelylijn op te leveren en een MIRT-onderzoek naar de Lelylijn ter besluitvorming aan te bieden. De besluitvorming zal onder meer gaan over het wel of niet starten van een MIRT-verkenning naar de Lelylijn. De benodigde beslisinformatie moet inzicht geven in welke mate de Lelylijn bijdraagt aan de projectdoelstellingen, wat de verwachte effecten zijn van de komst van de Lelylijn en in de geschatte kosten plus bijbehorende financiële middelen voor de aanleg van de Lelylijn. Op basis van deze inhoudsopgave kan bepaald worden wie welke informatie op gaat leveren en kunnen afspraken worden gemaakt met raakvlakken die inbreng moeten leveren (denk aan het onderzoek bestaand spoor). Eindproduct Wat is ons eindproduct? We maken allereerst een integrale eindrapportage. Dit document biedt een overzicht van alle benodigde en gevraagde informatie (zie ook MIRT spelregels) en biedt ook zicht op en aanbevelingen voor het vervolg. Het vervolg is een Startdocument Verkenning.

Dan moet er zicht zijn op (75% van) de financiering van de meest voor de hand liggende oplossing. Met dit document is nu nog geen start gemaakt. Wel worden in de Eindrapportage van het MIRT onderzoek LElylijn aanbevelingen gedaan voor het vervolg(onderzoek).

1

Inhoudsopgave Managementsamenvatting (max 10% van het aantal totaal pagina’s) 1. Inleiding (4 pagina’s) a. Waarom een Lelylijn onderzoek b. Historie c. Rijk – Regio aanpak d. MIRT-werkwijze e. Leeswijzer f. In kader: hoe hebben we dit project gedaan? (procesbeschrijving) 2. Opgave (11 pagina’s) a. Probleemanalyse i. Scheefgroei Randstad - regio ii. In kader: wat betekent brede welvaart? iii. Bereikbaarheid van Noordelijk Nederland onder druk iv. Ontbrekende schakel in nationaal spoornetwerk v. Vervoersarmoede vi. Economie onder druk vii. Duurzaamheidsopgave viii. Woningtekort/ bouwopgave b. Projectdoelstellingen en randvoorwaarden i. Projectdoelstellingen ii. Randvoorwaarden op basis van de PWE c. Raakvlakken i. Bestaand spoor ii. Nedersaksenlijn iii. Wunderline iv. Hoogspanningsverbinding 380 kV v. Nationaal Programma ruimte voor Defensie d. Context en relevante beleidsprogramma’s i. In kader: Deltaplan Noordelijk Nederland (Houtskoolschets/ Bouwstenen voor het Deltaplan) ii. In kader: Elke Regio Telt! iii. In kader: Nota Ruimte (Voorontwerp Nota Ruimte/ contourennotitie) iv. In kader: Provinciale puzzels (Groningen, Fryslân, Flevoland) v. In kader: Mobiliteitsvisie 2050 met Toekomstbeeld OV 2040 vi. In kader: Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation (RIS3) voor Noordelijk Nederland vii. In kader: Ny Begun viii. In kader: TEN-T ix.

In kader: Hoofdlijnenakkoord en Europa x. In Kader: Moties Tweede Kamer 3.

Oplossingsrichtingen: Lelylijn-alternatieven (12 pagina’s) a. De opzet van het Onderzoek Lelylijn-alternatieven i. In kader: Ontwerpproces 2

b.

c.

d.

e.

ii. De scope: 3 basisalternatieven iii. In kader: betrokkenheid van omgevingspartijen iv. In kader: belangrijke begrippen in dit hoofdstuk v. In kader: Vertrekpunten voor de vervoerwaardestudie vi. In kader: Kostenraming aanpak Bundelingsalternatief i. Beschrijving van het alternatief ii. Uitdagingen iii. Rijtijden en vervoerwaarde iv. kostenramingen Zuidelijk alternatief i. Beschrijving van het alternatief ii. Uitdagingen iii. Rijtijden en vervoerwaarde iv. kostenramingen Afsluitdijkalternatief i. Beschrijving van het alternatief ii. Uitdagingen iii. Rijtijden en vervoerwaarde iv. kostenramingen Conclusie i. In kader: Spoorinnovaties ii. In kader: Goederenvervoer iii. In kader: Onderliggend OV

4. Ontwikkelperspectief NOVEX-Lelylijn (6 pagina’s) In kader: Wat is het Ontwikkelperspectief Lelylijn? a. Het doel het Ontwikkelperspectief Lelylijn b. De kern van het Ontwikkelperspectief i. In kader: Betrokkenheid van omgevingspartijen ii. In kader: De Denkrichtingen voor het Ontwikkelperspectief (maart 2024) c. De vier pijlers van het Ontwikkelperspectief i. Pijler 1 ii. Pijler 2 iii. Pijler 3 iv. Pijler 4 v. In kader: Niet kiezen is ook een keuze 5. Brede Welvaart (11 pagina’s) a. Een bredere benadering voor de Lelylijn b. Definitie Brede Welvaart c. Onderzoeksaanpak i. Kwantitatief en kwalitatief onderzoek d. Resultaten i. Welzijn ii. Materiële welvaart iii. Gezondheid iv. Arbeid en vrije tijd 3

v. Wonen vi. Samenleving vii. Veiligheid viii. Milieu e. Doelgroepen 6. Lelylijn Internationaal (8 pagina’s) a. De grensregio’s in beeld b. De opbouw van het onderzoek i. Scenario A t/m C: situatie zonder Lelylijn ii. Scenario D t/m F: situatie met Lelylijn c. Resultaten i. Vervoerwaarden ii. Dienstregeling iii. Infrastructuur iv. Effecten op goederenvervoer v. Brede welvaartseffecten verbeteren internationale verbinding d. Conclusies i. In kader: De Wunderline als internationale schakel tussen Lelylijn/ NoordNederland en Bremen 7. Omgevingsmanagement / Inbreng omgeving (3 pagina’s, waarvan 1 plaat met cijfers) (Per groep bespreken we de activiteiten die zijn ondernomen en het draagvlak voor de Lelylijn) a. Wat hebben we gedaan? i. Participatie als eerste stap (PWE) ii. Jongeren iii. Adviesraad Lelylijn iv. Groen-blauw-landbouw b. Wat heeft het opgeleverd? c. Wat hebben wij ermee gedaan? 8. Conclusies (2-3 pagina’s) a. Conclusies onderzoeksresultaten b. Met een tabel/Multi criteria analyse oid 9. Besluitvorming/aanbevelingen voor vervolg (3 pagina’s) a. Initiatiefnemer, trekker voor de verkenning b. Rollen en bevoegdheden c. Bestuurlijke voorkeursalternatief en redelijke alternatieven d. Aanbevelingen vervolgonderzoek / processtappen 10. Bijlagen (vallen buiten het aantal pagina’s) a. Participatieve Waarde Evaluatie Lelylijn (Raadpleging Lelylijn, Populytics) b.

Onderzoek Lelylijn-alternatieven (Arcadis e.a.) i. Onderzoek spoorinnovaties ii. Omgevingseffecten iii. Vervoerwaardes 4

c.

d.

e. f. g. h. i.

iv. Kosten en…. v. Uitgangspunten vi. Verslag ontwerpateliers vii. Verslag legosteenateliers viii. Verslag Lelylijn games Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn (Studio Bereikbaar) i. Houtskoolschets ii. Denkrichtingen iii. Achtergrondrapport Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn Deelonderzoeken NOVEX: i. Wonen: Companen ii. Economie: Bureau Buiten iii. Natuur: RHDHV iv. Wabos: SWECO v. Landbouw: Elzinga & Oterdoom Lelylijn internationaal Amsterdam – Groningen – Bremen (RHDHV e.a.) Brede Welvaart onderzoek TNO Brede Welvaart onderzoek CMO STAMM en Planbureau Fryslân Participatie en omgevingsmanagement Kaartmateriaal (?)

5

Management samenvatting [apart document, later in te voegen]

6

1. Inleiding a. Waarom een Lelylijn onderzoek Al decennia is het een grote wens van Noordelijk Nederland om een nieuwe snelle spoorverbinding te realiseren tussen Groningen en Leeuwarden en de Randstad, via Drachten, Heerenveen, Emmeloord en Lelystad. Plannen voor een dergelijke spoorlijn zijn al meerdere malen ontwikkeld. Direct na de aanleg en drooglegging van de Noordoostpolder in 1948 werd al gesproken over een spoorlijn van Emmeloord naar Lemmer. In de jaren ’80 van de vorige eeuw en begin deze eeuw met het Zuiderzeelijn-onderzoek, zijn de mogelijkheden van een snellere en betere verbinding opnieuw onderzocht. Binnen 15 jaar na het afblazen van de Zuiderzeelijn is eind 2022 een nieuw Lelylijnonderzoek gestart, mede dankzij een betrokken groep inwoners uit Emmeloord en omgeving (Initiatiefgroep Lelylijn) en het Deltaplan voor Noordelijk Nederland met bestuurders vanuit de gehele Noordelijke regio. Het streven naar betere en betrouwbare spoorverbindingen naar Noordelijk Nederland blijft daarmee steeds terugkomen. Dit heeft in 2021 geleid tot opname van de Lelylijn in het Regeerakkoord van Rutte IV met een reservering van € 3 miljard. En tot opname van de Lelylijn in het Hoofdlijnenakkoord: “De aanleg van de Lelylijn wordt voortgezet”. De belangrijkste argumenten voor het nieuwe onderzoek zijn: -

-

de grote economische en sociale verschillen binnen Nederland (kansenongelijkheid); achterblijvende investeringen in de regio, waardoor de verschillen alleen maar groter worden; de grote ruimtelijke opgaven, qua wonen, werken, energie & mobiliteit; een spoornetwerk waarin Noordelijk Nederland onvoldoende aangehaakt is en dat bovendien onvoldoende robuust en betrouwbaar is (door de ‘flessenhals’ bij Meppel is een kwart van Nederland regelmatig in het geheel niet bereikbaar is per spoor); de grote auto-afhankelijkheid in Noordelijk Nederland, terwijl gemiddeld 26% 1 van de huishoudens niet beschikt over een auto en daarmee niet goed mee kan doen; de grote (psychologische) afstand tussen regio’s, die de samenhang en het oplossend vermogen tussen regio’s en binnen Nederland belemmert.

In het BO MIRT eind 2022 is de opdracht geformuleerd om een onderzoek te doen naar een nieuwe, snelle, rechtstreekse verbinding tussen Lelystad als poort naar de Randstad en Leeuwarden en Groningen als belangrijke bestemmingen in het Noorden: de Lelylijn als backbone voor de versterking van de economie van het Noorden, als ontsluiting van bestaande en nieuwe woningbouwgebieden en met de mogelijkheid bij te dragen aan betere internationale treinverbindingen. Het gezamenlijke MIRT onderzoek Lelylijn Rijk – Regio is hiervoor begin 2023 gestart. Eind 2024 worden de resultaten van dit onderzoek besproken tijdens het BO MIRT. b. Historie De Lelylijn, een spoorlijn die Lelystad met Groningen en Leeuwarden verbindt, is vernoemd naar Cornelis Lely, ingenieur en politicus, onder andere bekend van de Zuiderzeewerken. Het idee voor deze spoorlijn is niet nieuw, sinds de inpoldering zijn er diverse plannen geweest voor een snelle spoorverbinding naar het Noorden. Begin 2000 is er onderzoek gedaan naar de realisatie van de Zuiderzeelijn. In 2006 werd in de Structuurvisie Zuiderzeelijn geconcludeerd dat de Zuiderzeelijn onvoldoende zou bijdragen aan de 1

KIM, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2022

7

gestelde doelen, zoals het versterken van de economische structuur van Noord-Nederland. In 2007 kreeg het Noorden € 2 miljard Langmangelden ter compensatie van het niet doorgaan van de Zuiderzeelijn. Daarnaast werd de Hanzelijn tussen Lelystad en Zwolle aangelegd. De provincies Fryslân en Groningen hebben in de periode 2009-2012 nog wel een verkenning gedaan naar het traject Heerenveen-Groningen. Deze provincies hebben uiteindelijk afgezien van dit traject vanwege onvoldoende dekking. In 2019 kreeg de Lelylijn een nieuwe impuls. In het coalitieakkoord 2021-2025 ''Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst'' werden middelen gereserveerd om op termijn, met medefinanciering vanuit de regio en uit Europese fondsen, de Lelylijn aan te leggen. Als gevolg hiervan is voorliggend MIRT-onderzoek naar de Lelylijn uitgevoerd. c. Rijk – Regio aanpak Het project Lelylijn is een initiatief van Rijk en regio. Gezamenlijk zorgen zij voor de financiële middelen en bemensing van het project in deze fase. De Rijkspartijen bestaan uit de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Economische Zaken en Klimaat (EZK). De regio wordt vertegenwoordigd door de provincies Flevoland, Fryslân en Groningen, de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Noordoostpolder en de waterschappen door het Wetterskip Fryslân.

Deze Rijks- en regiopartijen maken allen deel uit van de stuurgroep en het ambtelijke directeurenoverleg. Daarnaast maken ProRail en Rijkswaterstaat deel uit van de ambtelijke begeleidingsgroep en het directeurenoverleg. Het project Lelylijn heeft als opdracht om eind 2024 een ontwikkelperspectief in het kader van de NOVEX Lelylijn op te leveren en een MIRT-onderzoek naar de Lelylijn ter besluitvorming aan te bieden zodat een afweging over het vervolg van de Lelylijn kan worden gemaakt. d. MIRT- en NOVEX werkwijze De aanleg van grote infrastructurele projecten door het Rijk verloopt in Nederland altijd via de MIRTsystematiek. Het project Lelylijn bevindt zich in de MIRT-onderzoeksfase. In het MIRT-onderzoek doen Rijk en regio gezamenlijk onderzoek naar mogelijke oplossingsrichtingen met een gebiedsgerichte aanpak. Meer informatie over de MIRT-systematiek en -spelregels via Rijksoverheid.nl. Daarnaast is de Lelylijn ook een NOVEX-onderzoek….aanvullen e. Leeswijzer De voorliggende Eindrapportage MIRT onderzoek Lelylijn bevat achtereenvolgens……PM De onderliggende onderzoeksrapporten zijn als bijlagen bij deze Eindrapportage opgenomen.

Hoe hebben we dit project aangepakt? Een MIRT onderzoek is in principe ‘vormvrij’ en dient om voldoende beslisinformatie op te leveren voor het bestuurlijk overleg MIRT dat jaarlijks plaatsvindt. In het onderzoek moet worden gekeken naar de integrale opgaven in een gebied en dat is bij het onderzoek naar de Lelylijn in de volgende vijf werksporen opgepakt. Werksporen

8

Het onderzoek naar de Lelylijn bestaat uit vier onderzoeken (werksporen) en daar omheen is het omgevingsmanagement georganiseerd als vijfde werkspoor. Uit al deze werksporen komt belangrijke informatie voor het MIRT-besluit in november 2024: 1. Onderzoek Lelylijn-alternatieven: Het onderzoek naar mogelijke Lelylijn alternatieven heeft drie basisalternatieven voor de Lelylijn op hoofdlijnen uitgewerkt. Het gaat hierbij om drie mogelijke tracés die samen de ‘hoeken van het speelveld’ laten zien. Van alle drie de mogelijke tracés worden de rijtijden, vervoerwaarde en kosten op hoofdlijnen in beeld gebracht. 2. NOVEX onderzoek: Het NOVEX onderzoek richt zich op de ruimtelijke kansen van de Lelylijn. Om de ruimtelijke kansen en ontwikkelingen goed in beeld te brengen is een Ontwikkelperspectief gemaakt, een gewenst en gedragen toekomstbeeld voor Noordelijk Nederland van het gebied rondom het hypothese tracé. Aan de basis van het Ontwikkelperspectief staan diverse deelonderzoeken, op het gebied van economie, wonen, landbouw, landschap en natuur en Wabos (water & bodem sturend). 3. Brede Welvaartsonderzoek: Het Brede Welvaartsonderzoek gaat over de duurzame ontwikkeling van Noordelijk Nederland en wat de bijdrage van de Lelylijn is.

In het onderzoek zijn de effecten op een veelheid van indicatoren in kaart gebracht, niet alleen ‘harde’ cijfers als reistijden en toename van het aantal banen, maar ook inzicht in ‘zachtere’ indicatoren als kansengelijkheid. 4. Lelylijn Internationaal: Ook het onderzoek naar de mogelijke internationale positie van de Lelylijn heeft een plek gekregen in dit MIRT-onderzoek. Op bestuurlijk niveau is dit onderzoek onderdeel van een afspraak tussen het ministerie van IenW en Duitsland. Er is naar verschillende stappen gekeken qua ambitieniveau, variërend van de spoorlijn zoals die nu is tot een verbinding van 300 km/u. Daarnaast zijn de effecten hiervan op de Brede Welvaart in beeld gebracht. 5. Omgevingsmanagement en participatie: Vanuit omgevingsmanagement en participatie is meegewerkt aan de verschillende werksporen, vooral met de afstemming van de inhoudelijke werkzaamheden met de omgeving. Vele belanghebbenden zijn betrokken, op verschillende manieren. Onder bewoners hebben we gericht onderzoek gedaan met een online Lelylijn raadpleging (de participatieve waarde evaluatie) en door in focusgroepen met groepen bewoners in gesprek te gaan over de toekomstige effecten van de Lelylijn voor de Brede Welvaart. Daarnaast hebben we bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken via de Adviesraad Lelylijn, die inbreng levert voor de bestuurders in de Stuurgroep.

Gedurende het hele onderzoek zijn bestuurders en volksvertegenwoordigers uitgebreid geïnformeerd en om reactie gevraagd. Met alle inbreng en informatie die is opgehaald zijn onze producten verbeterd en hebben we in onze Eindrapportage kunnen aangeven waar draagvlak, kansen en zorgen zitten. Kwaliteitsborging Om de kwaliteit van de onderzoeksresultaten te borgen hebben we onze aanpak en (tussen-) resultaten voorgelegd aan een aantal onafhankelijke experts in het Wetenschappelijk Advies Team (WAT) en specifiek voor het onderzoek naar de Brede Welvaart aan de Klankbordgroep Brede Welvaart.

9

ADVIESRAAD BENOEMEN

Wetenschappelijk Adviesteam Het project kent een eigen Wetenschappelijk Adviesteam (WAT), dat vooral bedoeld is om tegenspraak te leveren op de producten van het project vanuit een wetenschappelijke invalshoek. De adviezen van het WAT zijn gedeeld met de stuurgroepleden. Naar aanleiding van de adviezen van het Wetenschappelijk Adviesteam zijn producten aangepast. De leden van het Wetenschappelijk Adviesteam zijn: ● Bert van Wee - TU Delft ● Ellen van Bueren - TU Delft ● Jouke van Dijk - RUG Klankbordgroep Brede Welvaart De klankbordgroep Brede Welvaart heeft het project Lelylijn advies gegeven bij het operationaliseren van het begrip Brede Welvaart. De klankbordgroep was samengesteld uit experts van instituten, wetenschappelijke instellingen en planbureaus en bestaat uit de volgende leden: ● Lauri de Boer/Marije Hamersma, Kennisinstituut Mobiliteit (KIM) ● Annet Weterings, Planbureau Leefomgeving ● Wouter Marchand, Fries Planbureau ● Aleid Brouwer, CMO STAMM Governance Het project is uitgevoerd door een projectorganisatie van Rijk en regio gezamenlijk met gezamenlijk opdrachtgeverschap door de ministeries van IenW en BZK en de provincies Groningen en Fryslân. Het project legde verantwoording af aan de Stuurgroep Lelylijn onder onafhankelijk voorzitterschap van de Commissaris van de Koning van Groningen, de heer Paas.

De leden van de Stuurgroep zijn: Of, De volgende organisaties zijn vertegenwoordigd in de Stuurgroep: (leden noemen of organisaties) ● Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ● Ministerie van Binnenlandse Zaken ● Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ● Provincie Groningen ● Provincie Fryslân ● Provincie Flevoland ● Gemeente Groningen ● Gemeente Leeuwarden ● Gemeente Noordoostpolder ● Wetterskip Fryslân

10

2. Opgave a. Probleemanalyse i. Scheefgroei Randstad – regio Niet iedereen profiteert van de brede welvaart die de Nederlandse economie creëert. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2023) blijkt dat brede welvaart ongelijk verdeeld is (zie figuur 5). Een belangrijke trend is de concentratie van economische kernen. In stedelijke gebieden zoals de Randstad leidt dit tot een groot aanbod van voorzieningen terwijl in minder stedelijke gebieden deze voorzieningen dreigen te verdwijnen. Hierdoor kunnen sociaaleconomische tekorten en gezondheidsachterstanden ontstaan. De gevolgen van de scheefgroei tussen de Randstad en regio zijn groot. Zo maken de regionale welvaartsverschillen het lastig om nationale opgaven overal in Nederland aan te pakken.

Figuur 1: Verdeling Brede Welvaart in Nederlandse gemeenten, 2019 (bron: PBL)

Wat betekent brede welvaart? Brede welvaart omvat de kwaliteit van leven in het hier en nu, de effecten op toekomstige generaties en de invloed op mensen op andere plekken. Brede welvaart wordt gemeten aan de hand van verschillende dimensies en indicatoren. In Nederland wordt dit vaak gedaan door de Monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Brede welvaart omvat thema's, zoals welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu om de brede welvaart te evalueren.

11

Voor het onderzoek naar de Lelylijn zijn ook deze thema's gebruikt. Zie voor meer informatie hoofdstuk 6 Onderzoek Brede Welvaart. ii. Bereikbaarheid van Noordelijk Nederland onder druk De ontwikkeling van Noordelijk Nederland is in de afgelopen decennia achtergebleven bij andere regio’s in Nederland (zie figuur 1). Dit zorgt ervoor dat inwoners minder keuze hebben in werk, opleidingsmogelijkheden en voorzieningen. Een goede verbinding met andere regio’s en met steden en kleinere plaatsen binnen Noordelijk-Nederland is nodig om de kansenkloof te dichten en te zorgen voor een betere spreiding van welvaart in Nederland. Noordelijk Nederland heeft een verspreide economische en ruimtelijke structuur. De stedelijkheid is relatief laag en economische kernen liggen op (te) grote afstand van elkaar, wat ervoor zorgt dat de potentie van Noordelijk Nederland niet volledig wordt benut (zie figuur 2). Een nieuwe spoorverbinding zorgt ervoor dat er meer economische kernen binnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen (wonen, werken, onderwijs, etc.) in Noordelijk Nederland en de Randstad vallen.

Figuur 3: Bereikbaarheid van het aantal FTE binnen 1,5 uur reizen met OV (bron: Houtskoolschets NOVEX)

iii. Ontbrekende schakel in nationaal spoornetwerk Het Nederlandse spoornetwerk heeft op dit moment maar één toegangspoort naar Noordelijk Nederland, de route via Zwolle-Meppel. De kwetsbaarheid op het traject Zwolle-Meppel is groot: er is gemiddeld 5 uur vertraging en uitval per week (los van periodes met werkzaamheden), waarbij voor reizigers geen alternatief beschikbaar is per trein. Dat vraagt om een robuuster spoornetwerk. Met de Lelylijn kan een tweede toegangspoort worden gecreëerd. Als directe verbinding kan de lijn van Lelystad, via Emmeloord, Heerenveen naar Leeuwarden en Drachten-Groningen. Zo kan de

12

Lelylijn ervoor zorgen dat plaatsen als Emmeloord en Drachten onderdeel gaan uitmaken van het Nederlandse spoornetwerk. iv. Vervoersarmoede Bereikbaarheid gaat ook over keuzemogelijkheden om je te verplaatsen. Is het een vereiste om zelf een eigen vervoermiddel te hebben of is er een goed openbaar vervoersysteem aanwezig? Een (te) klein aanbod van vervoermiddelen kan leiden tot vervoersarmoede. Bij vervoersarmoede kost het meer moeite (tijd en geld) om basisvoorzieningen te bereiken zoals werk, school, ziekenhuis, sportaccommodatie of winkel (zie figuren 3 en 4). Een nieuwe treinverbinding geeft inwoners meer mogelijkheden en verkleint het risico op vervoersarmoede. Bovendien bezit een deel van de inwoners geen auto en is daarom, voor de wat langere afstanden, aangewezen op bus of trein.

Figuur 3 Bereikbaarheid ziekenhuizen per vervoerswijze binnen 45 minuten reistijd (Elke Regio Telt, 2023) Figuur 4 Bereikbaarheid havo/vwo binnen 30 minuten reistijd, 2017-2021 (Elke Regio Telt, 2023)

v. Economie onder druk Het innovatievermogen is niet overal in Nederland gelijk. In Noordelijk Nederland ligt het innovatievermogen lager dan in de rest van Nederland. Hoewel Groningen door de aanwezigheid van verschillende hogescholen en een universiteit een bovengemiddeld innovatievermogen heeft, hebben andere Noordelijke provincies een relatief laag innovatievermogen. Mogelijk oorzaken zijn het geringe aanbod aan hoger onderwijs, de beperkte omvang van investeringen in innovatie en beperkte bedrijvendynamiek. Bovendien neemt, net zoals in heel Nederland, de beroepsbevolking af in Noordelijk Nederland. Hierdoor stijgt de vraag naar arbeid, omdat veel ouderen met pensioen gaan. Dit is ongunstig voor de arbeidsproductiviteit. De robuustheid van de Nederlandse economie is daarom geen vaststaand feit. vi. Duurzaamheidsopgave Nederland heeft internationale afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. Het openbaar vervoer speelt hierbij een grote rol. Hoewel het openbaar vervoer in Nederland al heel duurzaam is, kan het nog schoner door gebruik te maken van andere brandstoffen, duurzame infrastructuur en duurzame materialen. Op deze manier blijft het openbaar vervoer de meest duurzame manier om van A naar B te reizen. Daarnaast houdt duurzame mobiliteit niet op bij de Nederlandse grens.

Met verschillende partijen wordt onderzocht hoe duurzaam internationaal reizen bevorderd kan worden. Het doel hiervan is het verbeteren van internationale treinverbindingen zodat het vliegtuig kan worden vervangen door de trein en bus. De Lelylijn kan dit mogelijk maken als nieuwe verbinding naar Duitsland. vii.

Woningtekort/bouwopgave 13

Nederland heeft te maken met een nationale woningbouwopgave. Dit komt door een groeiende bevolking, langdurige bouwprocessen en een gebrek aan bouwgrond. Deze schaarste is niet alleen een probleem in de Randstad maar speelt in heel Nederland. Vooral jongeren zijn hiervan de dupe en kunnen niet (zelfstandig) wonen waar ze willen. Tot 2030 moeten er één miljoen extra woningen worden gebouwd. Noordelijk Nederland biedt ruimte voor een gedeelte van deze woningbouw en heeft hiervoor een aanbod gedaan. Voorwaarde is wel dat deze woningbouw op een duurzame wijze wordt ontsloten. b. Projectdoelstellingen en randvoorwaarden Bij het besluit om een MIRT onderzoek te starten zijn meerdere doelstellingen vastgesteld voor de Lelylijn. Tijdens het daaropvolgende Bestuurlijk Overleg Deltaplan op 07 december 2022 is dit vertaald in de volgende opdracht: ‘Met het MIRT-onderzoek Lelylijn beogen de partijen een belangrijke stap te zetten in een nieuwe, snelle, rechtstreekse spoorverbinding tussen Lelystad als poort naar de randstad en Leeuwarden en Groningen als belangrijke bestemmingen in het noorden. In het onderzoek wordt de internationale betekenis van de Lelylijn als schakel in de verbinding naar Duitsland en verder, betrokken.

De effecten voor de brede welvaart, de bijdrage aan de landelijke woonopgave en de economische structuur van het noorden van Nederland belangrijke criteria zijn in het afwegingskader.’

Betrokkenheid van inwoners De projectdoelstellingen zijn vervolgens uitgebreid en verder aangescherpt op basis van de resultaten van de online Lelylijn raadpleging, de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze raadpleging is begin 2023 uitgevoerd onder een grote groep inwoners van Nederland. Er hebben ruim 11.000 mensen meegedaan aan deze raadpleging. Aan de deelnemers van de PWE werd gevraagd aan welke doelen zij het meeste waarde hechten. De volgende doelen werden het meest belangrijk gevonden: -

Natuur, milieu en een korte reistijd zijn voor alle deelnemers zeer belangrijke waarden bij keuzes over de Lelylijn. In het Noorden wordt daarnaast veel waarde gehecht aan een fijne baan, goede bereikbaarheid en een sterke economie. Inwoners uit de rest van Nederland vinden het belangrijk de trein te stimuleren boven auto en vliegtuig (milieu).

i. Projectdoelstellingen Alles bij elkaar genomen leidt dit tot de volgende doelstellingen voor het project Lelylijn: - Backbone van de versterking van de economie van het Noorden; - Een snelle en rechtstreekse betrouwbare spoorverbinding tussen Noordelijk Nederland en de Randstad (Groningen/ Leeuwarden – Lelystad), waarbij de bereikbaarheid in de Noordelijke regio’s verbetert en een betere verbinding met Duitsland mogelijk wordt gemaakt; - Betere ontsluiting van de huidige woningbouw en verwachte groei van de woningbouw die gepaard kan gaan met realisatie van de Lelylijn; - Draagt bij aan het dichter bij elkaar brengen van de regio's in Nederland;

14

-

Draagt bij aan het bevorderen van een duurzame vervoerswijze en daarmee de klimaatdoelen.

ii. Randvoorwaarden op basis van de uitkomsten van de PWE Naast de aangescherpte projectdoelstellingen zijn een tweetal randvoorwaarden opgenomen naar aanleiding van de uitkomsten van de PWE: - Het project Lelylijn houdt rekening met een optimale natuurinpassing van de Lelylijn; - Het behouden van voldoende rust en open ruimte is een randvoorwaarde bij de aanleg van de Lelylijn. c. Raakvlakken De Lelylijn kent verschillende belangrijke raakvlakken, zoals andere spoorprojecten, nieuwe energieinfrastructuur en defensie. Twee spoorse raakvlakken zijn het onderzoek naar het verbeteren van het bestaande spoor en het onderzoek naar de Nedersaksenlijn, die beide gelijktijdig met het onderzoek naar de Lelylijn zijn uitgevoerd. De drie spoorprojecten gezamenlijk zijn verenigd onder de vlag van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland. Dit plan zet in op een structurele impuls in de toekomst van Noordelijk Nederland. In dat kader onderzoeken Rijk en regio de haalbaarheid en potentiële toegevoegde waarde van de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en de verbetering van het bestaande spoor. De resultaten van deze onderzoeken worden eind 2024 geagendeerd in het BO MIRT.

Als oplegger bij de besluitvorming over deze drie onderzoeken wordt een ‘Perspectief 2050’ ontwikkeld: een overkoepelend toekomstbeeld, waarin wordt geschetst hoe de brede welvaart in Noordelijk Nederland mee kan groeien met de rest van Nederland, met behoud van identiteit en landschap. Daarnaast werken Rijk en regio nog gezamenlijk aan het project de Wunderline. Andere projecten die overlappen met het project Lelylijn zijn de hoogspanningsverbinding 380 kV en het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. i. Bestaand spoor Het bestaande spoor is een belangrijk raakvlak van de Lelylijn: de Lelylijn maakt op onderdelen gebruik van het bestaande spoor, bijvoorbeeld bij bestaande stations, de Lelylijn maakt daarnaast gebruik van het bestaande spoor voor het doorkoppelen van treindiensten, en tot slot zullen reizigers op het bestaande spoor na de aanleg van de Lelylijn mogelijk hun routes wijzigen waardoor het aantal reizigers dat gebruik maakt van bestaande treindiensten verandert. In het onderzoek naar de Lelylijn komt de rol van bestaand spoor aan bod in meerdere werksporen. Daarnaast vindt een apart onderzoek naar verbetering van het bestaande spoor plaats binnen het Deltaplan voor Noordelijk Nederland. ii.

Nedersaksenlijn

De Nedersaksenlijn is een voorgestelde treinverbinding tussen Enschede en Groningen, via Emmen. Daarvoor moet er nieuw spoor worden aangelegd tussen Veendam, Stadskanaal, Musselkanaal, Ter Apel en Emmen. De resultaten van het onderzoek naar de Nedersaksenlijn worden gelijktijdig met de resultaten van het onderzoek naar de Lelylijn naar het BO-MIRT gebracht. iii.

Wunderline

Landelijke en regionale overheden van Nederland en Duitsland verbeteren in het project Wunderline de spoorverbinding tussen Groningen en Bremen. Het doel van het project is dat de reistijd per trein 15

tussen deze twee steden in 2030 met 30 minuten is verminderd. De Lelylijn als onderdeel van de internationale verbinding Amsterdam-Groningen-Bremen profiteert hiervan. Dit komt terug in hoofdstuk 5 Lelylijn Internationaal. iv.

Hoogspanningsverbinding 380 kV

De projecten Lelylijn en hoogspanningsverbinding 380 kV (deeltrajecten Ens Vierverlaten & Ens Diemen) zijn beide in voorbereiding. Het 380 kV-project (MIEK-verkenning, MIEK staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat) loopt planningstechnisch voor op de Lelylijn (MIRT-onderzoek). Binnen het 380 kV-project loopt Ens-Diemen een jaar vooruit op Ens-Vierverlaten. Zowel de projecten van de 380 KV als de Lelylijn beschouwen een bundeling met de bestaande rijkswegen A6/A7 als een mogelijke/kansrijke optie. Het Lelylijn project voert overleg met de projectorganisaties van beide delen van de 380 kV verbinding.

Figuur x: knelpunten Bundelingsalternatief Lelylijn en 380 kV (bron: quickscan?)

v. Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Veiligheid is niet langer een vanzelfsprekendheid. De oorlog in Oekraïne laat dat ook weer zien. Nederland investeert fors in de groei en modernisering van de Nederlandse krijgsmacht. Er komt meer materieel, personeel en moderne kazernes. Ook moet Defensie meer gaan oefenen, alleen en met bondgenoten. Voor deze ontwikkelingen heeft Defensie in Nederland meer ruimte nodig. Het gaat niet alleen om meer fysieke ruimte, maar ook om meer milieuruimte. Moderne oorlogsvoering vraagt om inzet van drones, nieuwe wapens, moderne voertuigen, informatiesystemen en nieuwe of gemoderniseerde kazernes. Meer ruimte is ook nodig door meer gezamenlijke oefeningen met andere landen en de toegenomen behoefte aan militaire mobiliteit die daarbij komt kijken. Denk aan verplaatsingen van militairen en materieel van bondgenoten door Nederland. Ruimte in Nederland is schaars. Zo is er een woningbouwopgave en vraagt de energietransitie ruimte. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) wordt de ruimtelijke opgave van

16

Defensie in kaart gebracht. Ook wordt gekeken hoe deze opgave het beste kan aansluiten bij andere nationale ruimtelijke belangen zoals wonen, energie, natuur en landbouw. d. Context, relevante beleidsprogramma’s Het onderzoek van de Lelylijn heeft een sterke relatie met ander nationaal beleid zoals vastgelegd in verschillende nationale beleidsnota’s, zoals Elke Regio Telt en de Nota Ruimte. In onderstaande kaders lichten we de belangrijkste hiervan toe, waarbij we ook de relatie met de Lelylijn benoemen. Ook het regionale rapport Bouwstenen voor het Deltaplan komt aan bod, net als de positie van de Lelylijn in het Europese TEN-T netwerk. Deltaplan Noordelijk Nederland (Houtskoolschets/ Bouwstenen voor het Deltaplan) De druk op de fysieke leefomgeving vraagt om het benutten van de kracht van heel Nederland, dat is de boodschap van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland. Het Deltaplan laat zien welke kansen Noordelijk Nederland kan bieden bij de nationale opgaven op ruimtelijk, economisch en maatschappelijk perspectief. Om de noordelijke bijdrage aan deze opgaven te kunnen realiseren, is (inter)nationale en (inter)regionale bereikbaarheid noodzakelijk. Hiervoor is een samenhangende investering in de Lelylijn, Nedersaksenlijn en verbetering van bestaand spoor essentieel.

Ruimtelijk perspectief De ruimtelijke kwaliteit van steden, dorpen en het land wordt verder verbeterd, met een toekomstbestendige landbouwsector en verduurzaming van wonen en werken. Water, bodem, de natuur en de waarde en identiteit van het landschap zijn kernkwaliteiten waarmee we zorgvuldig omgaan. De leidende principes zijn: - Water en bodem zijn sturend in ruimtelijke afwegingen - Behouden en versterken van de landschappelijke identiteit - Verbeteren ruimtelijke kwaliteit in bestaande kernen en nabij stations Economisch perspectief Noordelijk Nederland kent een rijke diversiteit aan clusters die samen bijdragen aan een sterke economie. De regio versterkt zijn goede positie op duurzame energie, circulaire economie en duurzame productieprocessen. Dit vraagt een goed verbonden netwerk van innovatie- en kennisclusters, niet alleen binnen het noorden, maar ook naar buiten. De leidende principes zijn: - Een samenhangende economische structuur, duurzaam en circulair - Investeren in innovatie, kennisinfrastructuur en samenwerking - Profiteren van snelle verbinding naar buiten, ook internationaal Maatschappelijk perspectief We verbeteren de brede welvaart in alle regio’s, met eerlijke kansen voor alle inwoners. Woningbouw en herstructurering van bestaande woongebieden dragen bij aan landelijke en regionale behoefte én zorgen voor behoud van voorzieningen in kernen.

Dit vraagt een goede bereikbaarheid van steden en dorpen, zowel (inter)regionaal als lokaal. De leidende principes zijn: - Versterken draagvlak voorzieningen in steden en centrumdorpen - Naar aard en schaal bijdragen aan woningbouwvraag - Regionale (OV-)bereikbaarheid verbetert mee, ook in achterland

17

Elke Regio Telt Regionale welvaartsverschillen nemen de laatste jaren steeds meer toe. In economische centrumgebieden zoals de Randstad en de regio Eindhoven bevindt zich een groot aanbod van werknemers, kennis en infrastructuur. De regio’s buiten deze economische centrumgebieden hebben hierdoor te maken met achterstanden op brede welvaartsaspecten door verdwijning van voorzieningen op het gebied van bereikbaarheid, zorg, onderwijs en cultuur. Dit leidt tot sociaaleconomische tekorten en gezondheidsachterstanden. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen problematisch voor die regio’s, maar ook voor Nederland als geheel. Dergelijk grote regionale welvaartsverschillen zijn niet te rechtvaardigen, omdat ze de kansen van mensen op een gezond leven en zinvolle deelname aan de samenleving ontnemen. Bovendien maken (grote) regionale welvaartsverschillen het complex om nationale opgaven, zoals de energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie overal in Nederland goed aan te pakken. Het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is daarom om een gelijkwaardige basis voor vitale regio’s te garanderen, hiervoor langjarig financiële ruimte te maken en de relatie tussen het Rijk en de regio’s te versterken.

Alleen dan kan er sprake zijn van een toekomst met brede welvaart in heel Nederland. Hierbij wordt verondersteld dat de Lelylijn zowel letterlijk als figuurlijk de afstand tussen regio’s kan verminderen: de Lelylijn verkleint de afstand tussen regio’s en gaat regionale verschillen tegen. Nota Ruimte (Voorontwerp Nota Ruimte/Contourennotitie) De ruimte in ons land is schaars en de omvang van ruimtelijke opgaven is groot. Eerlijke verdeling van ruimte is nodig om een hoge kwaliteit van leven te kunnen waarborgen voor toekomstige generaties. Zowel de contourennotitie als het voorontwerp Nota Ruimte gaan in op de ruimtelijke keuzes die gemaakt moeten worden voor Nederland. Qua woningbouw en infrastructuur, zoals de aanleg van de Lelylijn, maar ook qua ruimte voor bedrijvigheid, energie, defensie, landbouw en klimaatadaptatie. De Lelylijn is hierbij aangewezen als aandachtsgebied (NOVEX-gebied), een gebied waar meerdere opgaven samenkomen en in samenhang moeten worden bekeken. Beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland De Nederlandse bevolkingsgroei zal naar verwachting de komende jaren toenemen. De woningbouwopgave en vraag naar economische structuurversterking, zoals beschreven in Bouwstenen voor het Deltaplan, moeten hierom in symbiose worden aangepakt. Zonder deze koppeling bestaat er kans op een disbalans tussen wonen en werken.

Zo zal woon-werkverkeer toenemen als op afstand van stedelijke gebieden woningen worden gebouwd zonder dat werkgelegenheid daar meegroeit. Om onnodige mobiliteit te voorkomen moeten wonen, werken, recreatie en voorzieningen voor iedereen bereikbaar zijn. OV-verbindingen tussen regio’s en stedelijke gebieden moeten hierdoor geïntensiveerd worden. De combinatie van regionale, economische ontwikkeling en woningbouw biedt verder de kans voor een mobiliteitstransitie. Door het creëren van nabijheid tussen wonen, werken, recreatie en voorzieningen ontstaat de vraag naar schone, gezonde en ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit. Mobiliteitsvisie 2050 met Toekomstbeeld OV 2040

18

Mobiliteit is overal om ons heen. Het is een kernactiviteit van ons maatschappelijk en economisch leven. Hoewel onze uitgangspositie goed is, is het voor toekomstige generaties van belang om het Nederlandse mobiliteitssysteem te blijven ontwikkelen. Mobiliteit levert namelijk een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart van mensen. Het stelt hen in staat onderwijs, zorg, wonen, werken, winkels, recreatie en sociale contacten te bereiken, wat een positieve effect kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Wanneer dit soort vitale voorzieningen niet in verbinding staan met elkaar is het lastiger om mee te doen in de samenleving. Iedereen heeft daarom recht op mobiliteit, zowel in de stad, als op het platteland, en in de grote verstedelijkte gebieden daartussen. Alle vervoermiddelen zijn daarbij nodig: meer individuele vervoermiddelen, zoals auto en (motor)fiets; collectieve vervoermiddelen, zoals trein en bus; en daartussen deelsystemen zoals de deelauto of -fiets. De Lelylijn kan als collectief vervoermiddel voor betere mobiliteit zorgen in Noordelijk Nederland. Hiermee wordt nabijheid gecreëerd, wat grote mobiliteitsbewegingen voorkomt. Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation (RIS3) voor Noordelijk Nederland Noordelijk Nederland heeft op verschillende terreinen een sterke kennispositie opgebouwd.

Het gaat om agrofood, circulaire economie, watertechnologie, high tech systems & materials (HTSM), digitalisering, chemie, zorg en energie. Ook bedrijven in de maritieme industrie, toerisme & recreatie en de creatieve industrie spelen een belangrijke rol. Wanneer deze regionale sterktes worden ingezet en met elkaar verbonden, kunnen ontwikkelkansen worden benut die horen bij vier grote transities: van een lineaire naar een circulaire economie, van fossiele naar hernieuwbare energie, van zorg naar (positieve) gezondheid en van analoog naar digitaal. Deze transities zijn geen doel op zich, maar bieden ontwikkelkansen voor een duurzame en brede welvaart in Noordelijk Nederland. Het lukt Noordelijk Nederland niet om deze ontwikkelkansen alleen te benutten. Het is daarom van belang om andere regio’s, zowel binnen als buiten Nederland, hierbij te betrekken. De Lelylijn kan hierin een rol spelen. Door Noordelijk Nederland met de Randstad te verbinden, wordt nabijheid gecreëerd. Door het verkleinen van de afstand kan Noordelijk Nederland beter worden aangesloten op het economische netwerk van de Randstad, wat ruimte biedt om te profiteren van elkaars kennisclusters. Dit komt de economische robuustheid van Nederland ten goede. Ny Begun In het kabinetsplan Ny Begun staan 50 maatregelen voor erkenning, herstel en perspectief voor de mensen in het gaswinningsgebied in Groningen.

Zo wordt er niet alleen gewerkt aan herstel van gebouwen, maar ook aan herstel van de sociale gevolgen van de gaswinning, aan meer leefbaarheid, kansengelijkheid, duurzame groei, en daarmee, uiteindelijk, aan herstel van vertrouwen. In het kader van de gemaakte afspraken van Ny Begun wordt ook ingezet op betere bereikbaarheid en mobiliteit in Groningen. Onder andere de Lelylijn is hierbij benoemd als belangrijke backbone voor de betere bereikbaarheid. Een betere verbinding met de Randstad is namelijk belangrijk voor het verdienvermogen van Groningen. Vervolgens wordt verwacht dat de Lelylijn bijdraagt aan meer leefbaarheid, kansengelijkheid en duurzame groei. TEN-T In Europa is er sprake van vrij verkeer van goederen en personen. Dit leidt tot grensoverschrijdende transportbewegingen. De Trans-Europese Transportnetwerken (TEN-T) 19

proberen alle transportbewegingen in Europa te harmoniseren en stellen hier bepaalde eisen aan. Een Trans-Europees Netwerk (TEN) bestaat uit nationaal verbonden netwerken zoals snelwegen, vaarwegen, spoorwegen of energienetten. Er zijn drie type netwerken: 1. Het kernnetwerk: dit netwerk moet in 2030 aan alle Europese eisen voldoen. 2. Het uitgebreide kernnetwerk: dit netwerk moet in 2040 aan alle Europese eisen voldoen. 3. Het uitgebreide netwerk: dit netwerk moet in 2050 aan alle Europese eisen voldoen. De Lelylijn is opgenomen in het uitgebreide TENT-T netwerk (3).

Hoofdlijnenakkoord en Europa Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 In het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 is de Lelylijn genoemd als project waarvan de aanleg wordt voortgezet, waarbij met de aanleg wordt gestart in Groningen indien dit uitvoeringstechnisch mogelijk is. In het vorige coalitieakkoord is een bedrag van € 3 miljard gereserveerd om de lijn aan te kunnen leggen. Ook de provincies Flevoland, Fryslân, Drenthe en Groningen en diverse gemeenten spreken zich uit in hun coalitieakkoorden en zetten zich actief in voor de realisatie van de Lelylijn. Uitgebreide kernnetwerk (TEN-T) Daarnaast wordt op Europees niveau over de Lelylijn gesproken. Op 18 december 2023 is in Brussel een akkoord bereikt over het toevoegen van de Lelylijn als belangrijke spoorverbinding op het Europese uitgebreide kernnetwerk (TEN-T netwerk). De instemming door het Europees Parlement is op 24 april 2024 formeel afgerond. Dit betekent dat het uitgebreide TEN-T netwerk, waar de Lelylijn nu onderdeel van is, in 2050 gereed moet zijn.

Moties Tweede Kamer Verschillende moties liggen ten grondslag aan het MIRT-onderzoek naar de Lelylijn. ● Door de motie van Amhaouch (7 december 2020) is in opdracht van provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland, gemeenten Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden in 2021 het document ‘Bouwstenen voor het Deltaplan, Noordelijk Nederland en het stedelijk netwerk Nederland beter verbonden’ opgesteld. ● Vervolgens werd de regering, per motie Minhas/ Van der Molen (19 april 2022), verzocht een integraal MIRT-onderzoek te starten voor de Lelylijn, waarmee de haalbaarheid en medefinanciering vanuit de regio in beeld worden gebracht. ● Ook werd de regering per motie gevraagd zich in Europees verband in te spannen voor opname van de Lelylijn in het TEN-T kernnetwerk en een plan uit te werken voor Europese cofinanciering (Van Ginniken/ Alkaya, 19 april 2022). ● Met de moties van De Hoop (22 april 2024) en Grinwis (22 april 2024) is de regering daarna verzocht om de reservering van € 3 miljard gereserveerd te houden en zich te blijven inspannen om de Lelylijn op te nemen in het (uitgebreide) kernnetwerk van TEN-T.

20

3. Oplossingsrichtingen: Onderzoek Lelylijn-alternatieven Eind 2022 is de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar een nieuwe, snelle en rechtstreekse spoorverbinding van Lelystad, als poort naar de Randstad, naar Leeuwarden en Groningen, als belangrijke bestemmingen in het noorden. En daarbij varianten mee te nemen die nodig zijn voor een financieel en maatschappelijk adequate keuze. In dit hoofdstuk wordt het onderzoek naar mogelijke Lelylijn alternatieven toegelicht [bijlage x], waarbij eerst vijf mogelijke alternatieven zijn geïdentificeerd, waarvan er in dit onderzoek drie verder zijn uitgewerkt. a. De opzet van het Onderzoek Lelylijn-alternatieven Ontwerpproces Het doel van het MIRT-onderzoek is om de reikwijdte van de oplossingen helder te krijgen: Welke oplossingen zijn er voor het sneller verbinden van Noordelijk Nederland met de Randstad en het verbeteren van de regionale bereikbaarheid? We onderzoeken daarom meerdere mogelijke verschillende alternatieven zodat een goed beeld ontstaat van wat een Lelylijn kan opleveren, qua vervoerwaarde, qua bijdrage aan brede welvaart, en hoeveel zou een Lelylijn gaan kosten. Er zijn in deze fase drie basisalternatieven op hoofdlijnen uitgewerkt, in nauwe afstemming en samenwerking met de regionale overheden.

i. De scope: 3 basisalternatieven In de eerste helft van 2023 zijn, als eerste stap in het onderzoek naar mogelijke Lelylijn-alternatieven, in een aantal ontwerpsessies samen met de stakeholders de hoeken van het speelveld geïnventariseerd. Deze sessies hebben vijf mogelijke alternatieven van de Lelylijn opgeleverd. Deze vijf alternatieven zijn gedeeld met de betrokken bestuurders en volksvertegenwoordigers. Vervolgens is er gekozen om drie alternatieven verder uit te werken. Aangezien het vanuit de MIRTsystematiek belangrijk is dat de te onderzoeken alternatieven de reikwijdte van de oplossingen weergeven (zowel geografisch als qua karakteristieken), zijn drie heel verschillende alternatieven gekozen als vertrekpunt voor het onderzoek: - het Bundelingsalternatief langs de A6/A7/A32; - het Zuidelijk alternatief via Emmeloord en Assen; - en het Afsluitdijkalternatief, via Noord-Holland.

21

Figuur 3.1 De drie basisalternatieven van het Lelylijn onderzoek, Het Bundelingsalternatief en Zuidelijk alternatief voldoen beide aan de bestuurlijke opdracht uit het BO MIRT 2022 om Noordelijk Nederland via Lelystad met de Randstad te verbinden. Het Afsluitdijkalternatief is toegevoegd, omdat dit alternatief de meest noordelijke optie is en heel anders van opzet is dan de andere alternatieven (onder andere lang deel door dunbevolkt gebied dat de optie geeft om hier zeer snelle verbinding van te maken met weinig tussenstops). Het is één van de mogelijke alternatieven door het IJsselmeer. Het Zuidelijk alternatief is toegevoegd omdat het verschilt door een andere route vanuit Groningen te volgen en uiteindelijk wel bijvoorbeeld Emmeloord aan doet. Met deze drie basisalternatieven, met heel verschillende kenmerken, worden de uiterste ‘hoeken van het speelveld’ afgedekt. Het verbeteren van het bestaande spoor, dat als een van de mogelijke alternatieven werd gezien, wordt in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland apart uitgewerkt. Betrokkenheid van omgevingspartijen De drie basisalternatieven zijn onderzocht met behulp van een breed scala aan partners (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail).

Al deze partijen zijn achtereenvolgens betrokken bij een uitgangspuntensessie (november 2023), provinciale ontwerpateliers (november, december 2023), legosteenateliers (februari 2024) en Lelylijn games (april 2024). Tijdens deze sessies zijn (tussen)resultaten gedeeld en hebben deelnemers de informatie verrijkt en aandachtspunten en suggesties meegegeven. Naast de input van onze projectpartners zijn relevante opmerkingen uit de Participatieve Waarde Evaluatie meegenomen. Met alle informatie die is aangedragen zijn de drie basisalternatieven aangescherpt en aangepast en zijn variaties binnen deze alternatieven toegevoegd. Bovendien zijn de deelnemers meegenomen in de verschillende afwegingen die er spelen rond de basisalternatieven. De verslagen van de verschillende sessies zijn te lezen in de bijlagen van het Onderzoek Alternatieven. De basisalternatieven zijn ook besproken in de Adviesraad Lelylijn en met het Wetenschappelijk Adviesteam. [iets duiden?] 22

Per alternatief wordt hieronder een beknopte beschrijving gegeven van de mogelijke route(s), de uitdagingen, de rijtijden en vervoerwaarde en de kostenramingen. Daarna worden de rijtijden, vervoerwaarden en andere maatgevende kenmerken van de alternatieven met elkaar vergeleken. Belangrijke begrippen in dit hoofdstuk - Rijtijden: de tijd die de trein erover doet om van A naar B te rijden. Dit is een ideale situatie, zonder marge/ speling. De snelheid is gebaseerd op 200 km/h. - Reistijden: voor bestaande routes is gekeken naar de tijden die een passagier van een trein (of bus) volgens de huidige dienstregeling nodig heeft om van A naar B te komen. - Vervoerwaarde: het dagelijks gebruik van de Lelylijn. Dit getal laat het mogelijke aantal ritten in een etmaal zien op de Lelylijn. Dit kunnen ritten zijn van een paar kilometer of het hele tracé. Bijvoorbeeld: Groningen - Amsterdam Zuid is één rit, maar DrachtenHeerenveen ook. - Ritten: een rit is een enkele reis, van inchecken tot uitchecken. - Reizigers per dag: Een reiziger die op een dag gebruikmaakt van de trein. Deze kan op een dag meerdere ritten maken.

Vertrekpunten voor de vervoerwaardestudie Om de drie basisalternatieven te kunnen vergelijken zijn voor ieder alternatief de rijtijden en vervoerwaarde bepaald. Voor de vervoerwaardestudie is een aantal vertrekpunten vastgesteld: - Hoewel de Lelylijn na de aanleg onderdeel uit zal maken van het landelijke treinnetwerk, zijn in deze fase van het onderzoek geen wijzigingen in het verwachte landelijke treinnetwerk voor de toekomst gedaan. Vanwege de doorlooptijd en de fase van het onderzoek, is het te vroeg om de gehele spoorkaart inclusief dienstregeling voor heel Nederland te herzien. - De rijtijden zijn zonder marge/ speling: er is sprake van een ideale situatie. In werkelijkheid wordt er altijd wat ruimte ingebouwd om reizigers een goede overstap te bieden of om kleine vertragingen te kunnen inlopen. Omdat er nu geen echte dienstregeling is voor de Lelylijn is dit uitgangspunt gekozen. Het is daarbij goed mogelijk dat in de toekomst deze treinverbinding een hogere snelheid dan 200 km/u hanteert; daarmee zou dit de rijtijd weer verkorten/marge opvangen. - Om verschillende alternatieven te kunnen vergelijken is uitgegaan van een snelheid van 200km/u op nieuwe spoortrajecten. - Op het bestaande spoor wordt de huidige snelheid (veelal 130 km/h of 140 km/h) aangehouden.

De snelheid op het bestaande spoor verhogen geeft namelijk langdurig overlast omdat er geen treinen kunnen rijden en de reistijdwinst is beperkt.

Aanpak Ontwerpen en kostenraming Arcadis heeft voor alle drie de basisalternatieven een ontwerp gemaakt. Deze ontwerpen zijn volgens een aantal basisprincipes gemaakt, zoals het behouden van de stedelijke en landschappelijke ruimtelijke kwaliteit, versnippering zoveel mogelijk voorkomen, water en bodem sturend en sober en doelmatig ontwerpen. Daarbij wordt uitgegaan van een spoorlijn zonder overwegen. Doelmatig is ook het voorkomen van afwisselende snelheden langs het tracé, omdat dit bijvoorbeeld een hoger energiegebruik vraagt. Daarbij geldt ook dat een spoorverbinding 23

exploitabel moet zijn: het moet voor een vervoerder mogelijk zijn om een dienstregeling te rijden die redelijkerwijs uitvoerbaar is. Binnen de drie gekozen basisalternatieven is vanuit de gedachte om de hoeken van het speelveld te beschouwen, voor elk basisalternatief één variant beschouwd voor het maken van de SSK kostenramingen (Standaardsystematiek voor Kostenramingen). Op complexe punten zijn verschillende varianten geraamd. Het prijspeil van de kostenraming is 1 januari 2024. Voor elk van de alternatieven geldt een betrouwbaarheidspercentage van 70%; dat is gebruikelijk in deze fase van het onderzoek. Cost engineers van ProRail en Bureau Horvat hebben reviews uitgevoerd op de kostenramingen.

b. Bundelingsalternatief i. Beschrijving van het alternatief Het Bundelingsalternatief volgt de bestaande snelwegen (A6/ A7/ A32) zoveel mogelijk. Deze route is in het verleden meermaals onderzocht, onder andere als Zuiderzeelijn begin jaren 2000. Dit alternatief heeft de voorkeur van regionale bestuurders en is gebruikt als werkhypothese in de andere Lelylijn-onderzoeken (NOVEX en Brede Welvaart). In Flevoland volgt het alternatief de A6, waarbij het Ketelmeer met een zinktunnel gepasseerd wordt. Beweegbare bruggen zijn namelijk niet geschikt voor treinen met hogere snelheden en een vaste burg zou vanwege de scheepvaart te hoog worden. Het alternatief gaat vervolgens aan de oostkant langs Emmeloord, waar een station bij de snelweg is voorzien. In Fryslân doet de Lelylijn eerst Heerenveen aan. Hiervoor zijn drie varianten uitgewerkt. Eén variant volgt de A6/A7 en passeert Heerenveen aan de noordzijde. In een andere variant wordt minder strak gebundeld en wordt Heerenveen aan de zuidzijde gepasseerd. In beide gevallen is een boog vanaf de Lelylijn naar de bestaande spoorlijn Meppel-Leeuwarden voorzien. Tenslotte is er een variant die vanuit Groningen en Leeuwarden ook het bestaande station Heerenveen aandoet (S-variant). Vanaf Heerenveen volgt dan weer een bundeling van de Lelylijn met de A7 naar Drachten met een station aan de zuidkant.

Daarna passeert de spoorlijn de natuurgebieden Van Oordt’s Mersken en in de provincie Groningen het Leekstermeer. Daarna volgt de binnenkomst in Groningen, hiervoor zijn ook meerdere varianten onderzocht, waarvan twee varianten het meest waarschijnlijk zijn. In de ene variant sluit de Lelylijn ten westen van Hoogkerk nabij het Hoendiep aan op bestaand spoor. De gemeente heeft hier ruimte vrijgehouden, in een volgende fase moet worden onderzocht of dit voldoende ruimte is. In de andere variant wordt Hoogkerk met een tunnel gepasseerd, waarna de Lelylijn ter hoogte van Groningen Suiker aansluit op bestaand spoor. Voor zowel Heerenveen als Groningen geldt dat de situatie complex is. Beide situaties moeten in een volgende fase uitgebreid onderzocht worden.

24

figuur 3.1 Bundelingsalternatief met varianten bij Heerenveen en Groningen (blauwe lijn is nieuw spoor, blauwe dubbele lijn is bestaand spoor)

ii. Complexe locaties Het inpassen van nieuwe infrastructuur is in Nederland over het algemeen niet makkelijk. Op sommige plekken vraagt dit extra aandacht vanwege natuurwaarden, dichte bebouwing of kruisingen met andere (hoofd)infrastructuur. Bij het Bundelingsalternatief zijn vooral de volgende locaties zeer complex: - Doorsnijden van het Tsjûkemar (NNN-gebied) - Doorsnijden van Van Oordt’s Mersken (Natura2000) - Doorsnijden van Leekstermeergebied (Natura2000) - Inpassing Heerenveen en Groningen, meerdere varianten. iii. Rijtijden en vervoerwaarde Het Bundelingsalternatief leidt tot een forse verbetering van de rijtijden, zowel tussen de regio en de Randstad (zie tabel) als binnen de regio (zie onderstaande kaartjes). Er zijn ca. 35.000 - 52.000 treinritten op het Bundelingsalternatief. Dit is een toename van 22.000 reizigers in het hele treinnetwerk. Het verschil is te verklaren, omdat van de bestaande spoorlijnen minder reizigers gebruikmaken.

Tabel 3.1 Rijtijden Bundelingsalternatief S-variant door Heerenveen

25

Tabel 3.1 Rrijtijden Bundelingsalternatief zuidelijk van Heerenveen

Tabel 3.1 Rijtijden Bundelingsalternatief ten noorden van Heerenveen

iv. Kostenramingen Het Bundelingsalternatief kost … … miljard met een bandbreedte van …… tot ….. miljard. c. Zuidelijk alternatief i.

Beschrijving van het alternatief

26

Het Zuidelijk alternatief is ontstaan door na Emmeloord meer af te buigen naar de hoge zandgronden vanuit het idee ‘water-bodem-sturend’. Dit leidt tot een goedkoper aan te leggen en snelle spoorlijn maar betekent ook dat er veel landschap wordt doorsneden terwijl er weinig potentiële stationslocaties zijn. Deze route volgt voor het deel Lelystad-Emmeloord het Bundelingsalternatief. Na Emmeloord is het alternatief gebaseerd op een route die ten noorden van het Nationaal Park Weerribben en het Nationaal Park Drents-Friese Wold langsgaat. Ten zuiden van Assen takt de Lelylijn in op het bestaande geëlektrificeerde dubbelspoor Meppel - Groningen. Daarnaast is ten zuiden van Wolvega een directe boog meegenomen naar Heerenveen/ Leeuwarden die intakt op de bestaande spoorlijn Meppel - Leeuwarden. Er zijn na Emmeloord geen nieuwe stations voorzien.

figuur 3.3 Zuidelijk alternatief (deels nieuw spoor (rose lijn), deels bestaand spoor (rose dubbele lijn))

ii. Complexe locaties Zoals eerder gesteld is het inpassen van nieuwe infrastructuur in Nederland over het algemeen niet makkelijk. Bij het Zuidelijk alternatief gaat het vooral om inpassing in natuur en landschap, waarbij een aantal plekken extra aandacht behoeft: - Dicht langs Nationaal Park Weerribben en Nationaal Park Drents-Friese Wold - Doorsnijding ruilverkavelingslandschap in de Kop van Overijssel - Doorsnijding beekdallandschap Fryslân iii. Rijtijden en vervoerwaarde Onderstaande rijtijden worden voorzien voor dit alternatief. De rijtijden tussen Noordelijk Nederland en de Randstad verbeteren. Rijtijden binnen Noordelijk Nederland verbeteren niet overal. In dit alternatief is het niet mogelijk om Drachten of andere plaatsen in Friesland of Groningen aan te doen. Er zijn ca. 28.000 treinritten op het Zuidelijk Alternatief, waarvan ongeveer 10.000 nieuwe ritten en 18.000 ritten die voorheen via de bestaande route reden.

27

Tabel 3.2 Rijtijden Zuidelijk alternatief Figuur 3.4 Rijtijden Zuidelijk alternatief inclusief rijtijden huidige busverbinding Heerenveen-Drachten-Groningen

iv. Kostenramingen Het Zuidelijk alternatief kost… miljard met een bandbreedte van … miljard tot … miljard. d. Afsluitdijkalternatief i. Beschrijving van het alternatief Het Afsluitdijkalternatief is in het verleden vaker onderzocht, er was zelfs jarenlang sprake van een ruimtereservering op de Afsluitdijk voor een spoorlijn. Deze ruimtereservering is niet meer beschikbaar als gevolg van de uitbreiding van de snelweg. De route via de Afsluitdijk is de meest noordelijke route die mogelijk is vanuit de Randstad naar Noordelijk Nederland. Voor de aanleg van de Lelylijn zal een extra dijklichaam nodig zijn. Het Afsluitdijkalternatief volgt in Noord-Holland het bestaande spoor tot Schagen en gaat dan richting de Afsluitdijk. Het alternatief loopt parallel aan de Afsluitdijk en passeert de spuisluizen aan beide zijden met een boortunnel, waar het verder van de A7 afloopt om een realistische passage langs de spuisluizen mogelijk te maken. In het IJsselmeer wordt de lijn zo dicht mogelijk naast de Afsluitdijk gelegd. Vanaf de Afsluitdijk gaat het alternatief verder naar station Leeuwarden. Hier zijn diverse mogelijkheden om in het tracé te variëren. Het alternatief is nu gebaseerd op een route die zo min mogelijk afbuigt en rekening houdt met doorsnijden van het landschap. Tussen Leeuwarden en Groningen maakt dit alternatief gebruik van het bestaande spoor.

28

Figuur 3.5 Afsluitdijkalternatief (oranje lijn is nieuw spoor, dubbele lijn bestaand spoor)

ii.

Complexe locaties

De nieuwe infrastructuur van het Afsluitdijkalternatief kent qua inpassing ook een aantal complexe situaties. Denk hierbij aan: - Doorsnijding IJsselmeer (Natura2000) - Toename treinen door de dorpen tussen Leeuwarden-Groningen en daarmee toename van geluid en trillingen - Lange buitendienststelling om het bestaande spoor tussen Leeuwarden-Groningen geschikt te maken voor meer treinverkeer - Onvoldoende ruimte op het spoor tussen Alkmaar en Amsterdam. iii. Rijtijden en vervoerwaarde Onderstaande rijtijden worden voorzien voor dit alternatief. Hierbij valt op dat vooral de rijtijd tussen Leeuwarden en Amsterdam Centraal flink verbetert. Voor Groningen is de verbetering kleiner. Er zijn ca. 17.000 treinritten op het Afsluitdijkalternatief, waarvan zo’n 7.000 nieuwe treinritten en 10.000 reizigers die voorheen via de bestaande verbinding reden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=5bcc3790-5983-41b2-af06-87727969cf88