Bijlage 2.7 Eindrapportage Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Tekst van het document
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Hoog-Snel "Inno-Parkstad-Noord"
Duiding verhouding Lelylijn en nationaal niveau
DUS Groningen-Leeuwarden
DUS Zwolle DUS Amsterdam
DUS Rotterdam-Den Haag
DUS Eindhoven
Netwerkinfrastructuurkaart: in Noordelijk Nederland ontwikkelt zich een volwaardig Daily Urban System met een sterke (inter)nationale bereikbaarheid door de Lelylijn
polyfern i.s.m. dzh
46
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Inno-Parkstad-Noord Innovatie- & Kenniseconomie
MRA Diensten- & Kenniseconomie
Westland Glastuinbouw Food Valley Agrofood & Biotechnologie Port of Rotterdam Industrie & Logistiek
Port of Antwerp Industrie & Logistiek
Brainport Hightech & Design
Ruhrgebied Industrie & Logistiek
Brightlands Chemie
Overzicht van economische regio's in Nederland: Inno-Parkstad-Noord heeft een belangrijke (inter)nationale positie op het gebied van kennisuitwisseling en innovatie
47
Heat map van verstedelijking: bewoning en stedelijke groei verschuift naar klimaatrobuust gelegen gebieden en kernen
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Hoog-Snel "Inno-Parkstad-Noord"
Visualisatie van de Lelylijn als klimaat-as en landschapspark die het landschap verweeft met het stedelijk gebied
polyfern i.s.m. dzh
48
Legenda Bestaande woonkern
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Nieuw stedelijk gebied Stedelijk adres langs spoor Lelylijn als robuust lint Doorgroeimodel "Lelylijn-Loop" Station personenvervoer Bestaande spoorlijn Daily Urban System Zoet water Dijk met aanwas Zoetwaterlens Reguliere landbouwgebied Nat landbouwgebied Zilt landbouwgebied Loofbos op zandgrond Productiebos op zandgrond che matis Sche lisatie a u is v telijke t et ruim a v n h eeld in he en t b regio een exac . .G o eeld ari b n rt e a c s s ka precie
Nat natuurgebied Natura 2000 Vernat beekdal Innovatiecentra
49
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Stedelijke station en bestemmingen
Centrum en woongebieden
Rand van de stad/buitengebied
Het station plus de bestemmingen hebben zich ontwikkeld tot een hoogstedelijke centrum in de steden. Wonen, werken, natuur en mobiliteit komen hier samen. In het hoog-snel scenario zijn de stations en omliggende bestemmingen fijne leefomgevingen geworden. Veel groen en extreem goed bereikbaar.
Door de sterke autonome bevolkingsgroei in dit scenario hebben veel plekken in Noordelijk-Nederland een verstedelijkingsslag gemaakt. De komst van de Lelylijn is hier een extra katalysator in gebleken. In zowel het centrum als de woongebieden is stevig verdicht.
De overgang tussen stad en land is zacht. Op veel plekken wordt de natuur en het groen van het buitengebied de stad in getrokken. De perifere industrie heeft hier op veel plekken plaats gemaakt voor wonen en hightech / circulaire industrie. In het buitengebied zelf is een duurzame balans ontstaan tussen natuur, landbouw en recreatie.
Het station zelf is een echte overstapmachine waar lokaal, regionaal, nationaal én internationaal vervoer samenkomt. Reizigers komen en gaan in publieke of collectieve vervoersmiddelen. Private mobiliteit is hier zo goed als verdwenen (op de fiets na). Rond het station is een gemixte wijk ontstaan met veel voorzieningen, een sterke dienstensector en ook wonen. De dichtheid is relatief hoog en tegelijk is er voldoende ruimte gebleven om de bufferzone rond het station in te zetten om het landschap 'de stad in te trekken'. In het kader van circulariteit en flexibiliteit is er slechts in beperkte mate voor gekozen om complexe bouwwerken bovenop het station en de sporen te ontwikkelen. Deze 'technocratische' manier van stad maken ligt grotendeels achter ons in dit scenario.
polyfern i.s.m. dzh
50
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
polyfern i.s.m. dzh 51
polyfern i.s.m. dzh 52
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
•
Zie de Lelylijn niet als alleen een smalle spoorverbinding, maar als landschappelijke zone. Reserveer ruimte (fysiek en in het denken) in zowel de steden als het landelijk gebied om flexibiliteit te behouden voor koppelkansen. Zoek en benut kansen binnen deze zone voor natuurontwikkeling, stadsontwikkeling, en voor een klimaatrobuuste zone tussen de lijn en het (stedelijk) landschap. Benut hierbij groen-blauwe elementen die aanwezig zijn in het landschap voor een klimaatmitigerende werking die kan overvloeien in stedelijk weefsel.
•
Zorg met strategische plaatsing van nieuwe stations (mogelijk buiten bestaande kernen) voor een klimaat robuuste sturing van stedelijke ontwikkeling in Noordelijk Nederland. Er zijn al bestaande kernen die klimaatrobuust liggen én daarmee groeipotentie hebben.
•
Zet in op een volledig klimaatrobuuste lijn en vermijd kwetsbare gebieden (volledig water en bodem sturend). Robuust-gelegen kernen kunnen ontsloten worden door het uitbreiden van het traject. Durf hierbij af te wijken van de tracé-alternatieven die er nu liggen.
•
Zet in op het intensiveren van stationslocaties, met diverse voorzieningen in het omgevingsdomein. Zorg voor sterke verbinding met andere collectieve vervoersmiddelen. Benadruk en verken de rol van deze stations in het toekomstige spoornetwerk.
•
Beschouw de Lelylijn als een hoogwaardige internationale verbinding tussen de Randstad, de steden Almere en Lelystad, de grote kernen in Noordelijk Nederland, en de grote steden Brussel, Parijs, Hamburg en Kopenhagen. Denk verder dan alleen de lijn als onderdeel van het Nederlandse spoornetwerk.
•
Kijk naar mogelijkheden die zich ontvouwen na 2125. Nieuwe stedelijke ontwikkeling richting het Drents Plateau (Groningen-Assen) onderstreept het belang van de koppeling met de Nedersaksenlijn en biedt kansen om na 2125 het netwerk nog verder te versterken met een schakel tussen Assen - Wolvega ('Lelylijn-loop'). Neem dit in overweging bij ruimtereservering in het landelijk gebied.
Sfeerimpressie van de Lelylijn als klimaatrobuuste zone voor natuurontwikkeling, stadsontwikkeling en technologische innovatie
53
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lessons learned
Hoog - Vertraagd "Lint-Stad"
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Samenvatting: “In 2125 telt Noordelijk Nederland 2,2 miljoen inwoners, met groei geconcentreerd in bestaande grote stedelijke kernen langs de Lelylijn. De regio kampt met klimaatuitdagingen: veengebieden zijn door bodemdaling en het stopzetten van bemaling veranderd in diepe waterkommen voor aquacultuur, natte natuur en energieopwekking. Hoge zandgronden zijn verdroogd tot stuifzandvlaktes, langs de kust overheerst verzilte natuur. Economisch blijft de regio krachtig dankzij kennisintensieve diensten in de stedelijke corridor Lelystad-Emmeloord–Leeuwarden–Heerenveen–Drachten–Groningen. De Lelylijn is hier een vitale slagader voor nationaal en internationaal personenvervoer, met stations als poorten in verdichte stadscentra waar wonen, werken en reizen naadloos samenkomen.”
55
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Essentie van het scenario Hoog-Vertraagd Klimaat en landschap De mondiale temperatuur is met ongeveer 2,7 graden gestegen. Door de vertraagde internationale klimaattransitie zijn de effecten van klimaatverandering in Noordelijk Nederland groot. De zeespiegel is met circa 40 tot 90 centimeter gestegen. Om het groeiende aantal inwoners en economische functies te beschermen, zijn grootschalige technische maatregelen genomen. Langs de kust zijn superdijken aangelegd en de Afsluitdijk is versterkt en uitgebreid met extra pompcapaciteit. Ook de dijken rondom het IJsselmeer en de Flevopolders zijn verhoogd om waterveiligheid en zoetwatervoorziening te waarborgen. In de veengebieden is jarenlang intensief bemalen om het land bruikbaar te houden voor landbouw. Dat leidde tot versnelde bodemdaling, waardoor steeds meer moest worden gepompt om de gebieden droog te houden. Uiteindelijk werd het systeem technisch en financieel onhoudbaar. De bemaling is stopgezet, waarna de diep gelegen veengebieden volliepen met water. Deze nieuwe waterrijke landschappen worden benut voor aquacultuur, natte natuur, recreatie en energieopwekking. Langs de kust overheerst verzilte natuur, met beperkte mogelijkheden voor zilte landbouw in overgangszones. De hoge zandgronden kampen met toenemende verdroging door veranderde neerslagpatronen en
polyfern i.s.m. dzh
het beperkte waterbergend vermogen van naaldbossen. Er kan minder water worden vastgehouden, waardoor delen van de bossen verdwijnen en open stuifzandvlaktes ontstaan. Dit legt tegelijk meer druk op het IJsselmeer als nationale zoetwatervoorziening. In de Flevopolders blijft landbouw grotendeels mogelijk op locaties waar geen bodemdaling of verzilting optreedt. In delen die wel kwetsbaar zijn ontstaan natte natuurgebieden en waterbuffers.
Economie De economie van Noordelijk Nederland groeit verder en richt zich steeds sterker op kennisintensieve diensten, onderwijs en onderzoek. De techsector van Innovatiecluster Drachten blijft een belangrijk onderdeel van de regionale economie. De groei concentreert zich in en rondom de bestaande stedelijke kernen van de corridor Lelystad, Emmeloord, Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Groningen, Assen. Bedrijven in deze steden ontwikkelen zich tot internationale spelers in technologie, digitalisering en watergerelateerde innovatie. De Lelylijn verbindt de regio direct met Parijs, Brussel en Amsterdam in het zuiden en met Duitsland en Scandinavië in het noorden. De steden langs deze lijn functioneren als recreatieve bestemmingen met internationale allure. Binnen en rondom de steden speelt recreatie een steeds grotere rol, zowel in de stedelijke leefkwaliteit als in toeristische voorzieningen voor bezoekers. De steden ontwikkelen zich tot iconische bestemmingen
56
met toonaangevende kennisinstituten, musea en vrijetijdseconomie. In het landelijk gebied is de economische structuur sterk veranderd. Alleen in delen die niet zijn verdroogd, verzilt of ondergelopen blijft traditionele landbouw kansrijk. De nadruk ligt daarnaast vooral op een aantrekkelijk landschap en een hoogwaardige leefomgeving voor recreatie. Zo ontstaat een regio waarin stedelijke kennis en leisure-landschappen elkaar versterken en samen de economische basis vormen van Noordelijk Nederland.
Mens en vestiging In 2125 telt Noordelijk Nederland 2,2 miljoen inwoners. De groei wordt vooral veroorzaakt door migratie van kenniswerkers en studenten, aangetrokken door de economische kansen in de stedelijke corridor. De bevolkingsgroei concentreert zich in de bestaande kernen van Lelystad, Emmeloord, Leeuwarden, Groningen, Drachten, Assen en Heerenveen, waar de woningbouwopgave van circa 205.000 woningen wordt gerealiseerd. De uitbreiding van deze steden vindt plaats door verdichting binnen de bestaande structuur en groei aan de randen (Groningen, Drachten, Heerenveen, Leeuwarden, Emmeloord), of naar het water zoals bij Lelystad. Buiten deze kernen blijft de verstedelijking gering. Rondom steden worden de nieuwe waterrijke zones benut voor recreatie, waterberging en innovatieve woonvormen zoals drijvende dorpen.
Water en bodem sturend zijn beperkt leidraad gebleken voor de ligging van de Lelylijn. Door de vertraagde klimaattransitie zijn veel gebieden kwetsbaar geworden en zijn de gevolgen dusdanig groot dat ruimtelijke ingrepen nodig zijn om de Lelylijn en steden te beschermen. Hier is de lijn voornamelijk een autonoom infrastructureel element. Technische ingepast met dijken, dammen of op palen. De Lelylijn fungeert voornamelijk als zone waarlangs stedelijke uitbreiding plaatsvindt ('lint-stad'). De ecologische en landschappelijke interactie tussen lijn en omgeving is beperkt.
Daily Urban System Noordelijk Nederland beschikt over een volwaardig DUS waarin wonen, werken en mobiliteit nauw met elkaar zijn verbonden. De Lelylijn vormt de centrale verbinding binnen dit netwerk en is essentieel voor regionaal, nationaal en internationaal personenvervoer. De lijn wordt intensief gebruikt door forensen, studenten, reizigers en toeristen en versterkt de samenhang tussen de steden in de corridor. Daarnaast verbindt zij Noordelijk Nederland rechtstreeks met de Randstad, Duitsland, Scandinavië en de Nedersaksenlijn. De Nedersaksenlijn versterkt het oostelijke deel van het DUS door Emmen, Groningen en Twente te verbinden. De bestaande Flevolijn en Hanzelijn zijn de schakels in het DUS van Lelystad in de MRA en als verbinding naar Zwolle.
Het vervoerssysteem bestaat uit een combinatie van autonome, collectieve en individuele mobiliteit. Trein en hoogwaardig openbaar vervoer vormt de basis van de dagelijkse verbindingen tussen steden en grotere kernen, terwijl individueel vervoer een belangrijke rol blijft spelen. Veel mensen beschikken over eigen autonome voertuigen en het gebruik van deelmobiliteit blijft beperkt. Daardoor is het systeem complex en minder efficiënt en duurzaam dan in het Hoog Snel scenario.
Ligging en functie van stations De Lelylijn vormt een sterk verbindingslint met enkele internationale steden rondom Nederland. Bestaande stedelijke gebieden met stations aan de Lelylijn zoals Groningen ontwikkelen zich tot cruciale knooppunten voor nationaal en internationaal treinverkeer. Als verdichte stadscentra met een mix van wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. Stations in deze knooppunten groeien uit tot plus- en megastations met een zeer hoog voorzieningenniveau. Ook Drachten breidt fors uit met een nieuw megastation. Lelystad is met een megastation een belangrijk overstappunt tussen de DUS-en van Metropool Regio Amsterdam, Regio Zwolle en Regio Groningen-Leeuwarden. Emmeloord krijgt een plusstation aan de Lelylijn, wat de verbinding tussen de Lelylijn en DUS Zwolle verder versterkt. De steden ervaren een sterke economische groei en ontwikkelen zich tot trekpleisters met levendige stadscentra voor recreatie, verblijf en toerisme. Er ontstaat een groter ruimtegebruik voor privaat-ver-
57
voer en functiemenging in het omgevingsdomein van de plus- en megastations. Doordat er minder aandacht is voor klimaatrobuust ontwikkelen, moeten deze kernen en stations met technische ingrepen worden beschermd tegen verdroging en overstroming.
Verhouding tot de Randstad In dit scenario blijft de economische en demografische groei in Nederland geconcentreerd in de Randstad, maar Noordelijk Nederland groeit mee in vergelijkbaar tempo. De regio profiteert van de sterke internationale oriëntatie en de hoogwaardige bereikbaarheid via de Lelylijn. De verhouding tussen beide regio’s is complementair: de Randstad blijft leidend in omvang en invloed, terwijl Noordelijk Nederland zich ontwikkelt tot een volwaardige kennis- en leefregio binnen het nationale stedelijke netwerk. Met een focus op kennisintensieve diensten in technologie, digitalisering, infrastructuur en energie. De Lelylijn maakt het mogelijk dat mensen in het noorden wonen en in de Randstad werken, terwijl de steden langs de lijn zich ontwikkelen tot aantrekkelijke woon- en kennislocaties. Daarnaast vormt het noorden een belangrijke toeristische bestemming voor bewoners van de Randstad en internationale bezoekers, waardoor de toeristische druk op de Randstad deels wordt verlicht. De kaarten op de volgende pagina illustreren de verhouding tussen Noordelijk Nederland en de overige regio's van Nederland.
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Functie lijn en omliggend landschap
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Hoog-Vertraagd "Lint-Stad"
Duiding verhouding Lelylijn en nationaal niveau
DUS Groningen-Leeuwarden
DUS Zwolle DUS Amsterdam
DUS Rotterdam-Den Haag
DUS Eindhoven
Netwerkinfrastructuurkaart: in Noordelijk Nederland ontwikkelt zich een sterk Daily Urban System met een sterke (inter)nationale bereikbaarheid door de Lelylijn
polyfern i.s.m. dzh
58
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lint-Stad Diensten-, Kennis- en Recreatie-economie MRA Diensten- & Kenniseconomie
Westland Glastuinbouw Food Valley Agrofood & Biotechnologie Port of Rotterdam Industrie & Logistiek
Port of Antwerp Industrie & Logistiek
Brainport Hightech & Design
Ruhrgebied Industrie & Logistiek
Brightlands Chemie
Overzicht van economische regio's in Nederland: Lint-Stad heeft een belangrijke (inter)nationale positie op het gebied van kennisuitwisseling en recreatie
59
Heat map van verstedelijking: bewoning en stedelijke groei centreert zich in en rondom grote kernen langs de Lelylijn of met andere hoogwaardige infrastructuur
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Hoog-Vertraagd "Lint-stad"
Visualisatie van een technisch ingepaste Lelylijn die grote kernen binnen Noordelijk-Nederland en internationaal verbindt
polyfern i.s.m. dzh
60
Legenda Bestaande woonkern
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Nieuw stedelijk gebied Stedelijk adres langs spoor Lelylijn voor stedelijke groei Station personenvervoer Bestaande spoorlijn Daily Urban System Zoet water Dijkversterking Regulier landbouwgebied Zilt landbouwgebied Extensieve veeteelt Naaldbos op zandgrond Nat natuurgebied Zilt natuurgebied Natura 2000 che matis Sche lisatie a u is v telijke t et ruim a v n h eeld in he en t b regio een exac . .G o eeld ari b n rt e a c s s ka precie
Stuifzandvlaktes Verdroogd beekdal
61
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Stedelijke station en bestemmingen
Centrum en woongebieden
Rand van de stad/buitengebied
In dit scenario hebben stations en omliggende gebieden zich ontwikkeld tot (extreem) hoogstedelijke gebieden. Het zwaartepunt ligt op het sterk houden van de economische slagkracht van de regio. Daarom is er focus op het verbinden van grote en economisch sterke regio's en is er relatief weinig lokaal en regionaal georiënteerd publiek vervoer. Inwoners stappen over van private vervoersmiddelen over op de trein.
Ook in de woongebieden en centra is de druk op de ruimte groot en wordt verdicht met veel hoogbouw. Er is extra ruimte nodig om parkeerhubs te ontwikkelen om individueel vervoer te faciliteren. Tegelijk ontstaan binnen het stedelijk gebied gebouwen met verticale landbouw, ter compensatie van het oorspronkelijke landbouwlandschap wat te maken kreeg met sterke vernatting en verzilting in dit scenario.
Aan de randen van de stad ligt de focus op innovatie en campusontwikkeling. Zo behoud en versterkt Noordelijk-Nederland haar sterke onderwijssector en concurrentiekracht. In het buitengebied heeft landbouw op veel plekken plaats gemaakt voor ruige natuur- en recreatiegebieden. Waarbij de recreatie een groeiende economische motor vormt.
De bevolking in Noordelijk-Nederland is sterk gegroeid en de leefbaarheid van het buitengebied staat door klimaatverandering onder druk. Daardoor is de druk op de ruimte in de stad hoog. Mede als gevolg hiervan zijn de stations en haar omliggende bestemmingen gebieden met hoge dichtheid geworden. De bufferzone rond het station is ingezet als ventiel tegen die druk, ook hier is veel gebouwd. De druk op de ruimte heeft ook geresulteerd in het benutten van ruimte bovenop het station en boven de sporen. Technisch vernuftige bouwwerken zorgen voor complexe en ruimtelijk uiterst efficiënte stations(gebieden).
polyfern i.s.m. dzh
62
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
polyfern i.s.m. dzh 63
polyfern i.s.m. dzh 64
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
•
Ontwikkel een sterk vestigingsklimaat voor elke grote kern met aantrekkelijke bestemmingen, iconen en voorzieningen van internationale allure. Waarbij elke stad z'n eigen Unique Selling Points heeft. Gezien in dit scenario de nadruk op het stedelijk weefsel ligt, is het ontwikkelen van een aantrekkelijke leefomgeving in verdichtend gebied een grote opgave.
•
Richt het landschap direct rond de stad in voor recreatie en stedelijk uitloopgebied. Hier liggen grote kansen voor een nieuwe vrijetijdseconomie, gericht op recreatie en toerisme.
•
Zet in op het intensiveren van stationslocaties, met diverse functies in het omgevingsdomein. Zorg aanvullend voor voldoende overstapmogelijkheden naar zowel collectieve en (autonome) individuele vervoersmiddelen via hubs.
•
Focus op robuuste en toekomstbestendige inpassing van de lijn in een kwetsbaar landschap, met dijken en civiele constructies. Verken hoe de Lelylijn niet alleen landschappelijk goed ingepast kan worden maar ook een aanvullende functie kan krijgen als deltawerk binnen de waterveiligheid van de regio.
•
Focus op het optimaal verbinden en ontsluiten van de bestaande stedelijke centra. Bescherm woonkernen net als de lijn met technische ingrepen. Onderzoek hoe de Lelylijn een klimaatbestendige functie op zich kan nemen voor de stadscentra.
•
Ontwikkel de lijn als optimale en snelle verbinding tussen de Randstad, de bestaande economische kernen van Noordelijk Nederland, en grotere internationale kernen. Onderzoek hoe een Daily Urban System op de Lelylijn kan aansluiten en hoe deze efficiënt kan worden vormgegeven met zowel bestaande als nieuwe verbindingen.
•
Bereid voor op forse ingrepen die infrastructuur en bereikbaarheid weerbaar moeten houden tegen klimaateffecten. Dit geldt voor zowel de Lelylijn als overige verbindingen zoals (bestaande) wegen en spoorlijnen. Waar mogelijk dienen robuuste gronden en hoogtes zoveel mogelijk te worden benut.
Sfeerimpressie van de Lelylijn als hoogstedelijk lint door een recreatief landschap
65
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lessons learned
Laag - Snel "Circular Valley"
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Samenvatting: “In 2125 telt Noordelijk Nederland 1,85 miljoen inwoners. Na een lichte groei richting 2060 is dit terug op het niveau van 2025, maar met een landschap dat robuust en toekomstbestendig is heringericht. Dorpen en steden langs de Lelylijn-corridor floreren, terwijl buiten deze robuuste gebieden dorpen zich transformeren in groene, multifunctionele landschappen. Veengebieden zijn omgevormd tot natte teeltgebieden, met biobased bouwmaterialen en kleinschalige energieproductie. Hoge zandgronden herbergen uitgestrekte loofbossen die water vasthouden, biodiversiteit bevorderen en ruimte bieden voor recreatie. De regionale economie draait op innovatieve agro-industrie en lokale voedselketens. De Lelylijn verbindt het geheel als een groen-blauwe corridor die water buffert, bio-based productiemilieus verbindt en tegelijk personen- en goederenstromen faciliteert. Stations functioneren als agriports en OV-hubs, centrale schakels die de verspreid gelegen gemeenschappen verbinden en het dunbevolkte landschap vitaal houden.”
67
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Essentie van het scenario Laag-Snel Klimaat en landschap De mondiale opwarming bedraagt circa 1,8 graden. De gevolgen van klimaatverandering zijn merkbaar, maar dankzij tijdige aanpassing is Noordelijk Nederland goed bestand tegen extreme weersomstandigheden. De zeespiegel is gestegen met ongeveer 30 tot 70 centimeter, maar door het aanleggen van vooroevers langs de Waddenkust en Flevolandse kust, in combinatie met zorgvuldig waterbeheer, is de veiligheid geborgd. In veengebieden is de ontwatering sterk beperkt, waardoor bodemdaling en veenoxidatie zijn afgeremd. Het waterpeil is verhoogd en de gebieden zijn vernat. De traditionele landbouw heeft plaatsgemaakt voor natte teelten, aquacultuur en biobased bouwmaterialen. De combinatie van natte natuur en circulaire landbouw heeft geleid tot een stabiel en veerkrachtig watersysteem. Op de hoge zandgronden zijn naaldbossen omgevormd tot loofbossen die meer water vasthouden. Beekdalen zijn hersteld en het waterpeil in lage polders is verhoogd om wegzijging te beperken. Door deze maatregelen is verdroging afgenomen en is ruimte ontstaan voor natuur, agroforestry en houtproductie. Het zoetwater dat hier wordt vastgehouden levert een wezenlijke bijdrage aan de regionale watervoorraad en vermindert de druk op het IJsselmeer als nationale watervoorraad.
polyfern i.s.m. dzh
In kustgebieden is verzilting beperkt gebleven door het vernatten van zones langs dijken, waardoor zoetwaterlenzen zijn ontstaan die zoute kwel tegengaan. Waar verzilting optreedt wordt zilte landbouw toegepast. De Flevopolders zijn als ‘voorbeeldpolders’ in dit scenario het toonbeeld van innovatie op het gebied van de landbouwtransitie. Bestaande en nieuwe proefboerderijen worden slimme agrarische kennishubs waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe teelten en technieken. De Flevopolders blijven belangrijk voor landbouw, met robuuste teelten op stabiele delen en natte of zilte teelten waar bodemdaling of verzilting merkbaar is.
Economie Economisch is dit een 'post-growth' scenario. De economie van Noordelijk Nederland is gebaseerd op een sterke agro industrie, circulariteit en een innovatief regionaal productiesysteem. De nadruk ligt op voedselproductie, biobased bouwmaterialen, circulaire grondstoffen en lokale energieopwekking. De regio is minder gericht op internationale handel en meer op zelfvoorzienendheid en korte ketens. Bedrijven zijn kleinschaliger en sterk verbonden met hun omgeving. Bestaande industrieclusters vinden zichzelf opnieuw uit als circulaire iconen, bijvoorbeeld met de slib-economie rond de Eemshaven. Het cluster van groene chemie in Delfzijl, Emmen en Heerenveen ontwikkelt zich mee als producent van biobased stoffen en verwerker van regionale reststromen. Distributieclusters in Flevoland (bv. Lelystad) werken in verbin-
68
ding met de landbouwproductie in de polders en worden circulaire distributiehubs. Ze sluiten aan op de circulaire ketens van landbouw, biomassa en energie. De techsector binnen Innovatiecluster Drachten blijft actief met toepassingen die circulariteit en regionale productie ondersteunen, zoals sensoren, recyclingtechniek en digitale systemen voor efficiënt gebruik van grondstoffen. De regionale economie is stabiel, kleinschalig en sterk verweven met het landschap.
Mens en vestiging In 2125 telt Noordelijk Nederland 1,85 miljoen inwoners. Na een lichte groei tot 2060 is het bevolkingsaantal weer terug op het niveau van 2025. Demografische ontwikkelingen en anticiperen op klimaatverandering hebben ertoe geleid dat inwoners van kwetsbare naar robuuste gebieden verplaatsen. Bewoning concentreert zich hierdoor voornamelijk in en rond de steden en dorpen langs de Lelylijn. Hier stabiliseert het aantal inwoners of vindt lichte groei plaats. In dorpen buiten deze robuuste zones, met name in laaggelegen of verdrogende gebieden, ontstaat een transitie-opgave naar zelfvoorzienende en autarkische gemeenschappen. Er is geen grootschalige woningbouwopgave; de nadruk ligt op het hergebruiken, vernieuwen en verduurzamen van de bestaande voorraad. Deze vernieuwing is circulair en maakt gebruik van herbruikbare materialen. De leefomgeving is aantrekkelijk en groen, met ruimte
Functie lijn en omliggend landschap Klimaatrobuuste gebieden bepalen de ligging van de Lelylijn. Een traject over hoge en droge gebieden maakt de lijn bestendig tegen overstroming, bodemdaling en verzakking. De Lelylijn trekt hierdoor als een klimaatrobuust lint door droge en natte gronden met uiteenlopende circulaire productiemilieus. Doordat het aantal inwoners per saldo niet stijgt, wordt de functie van de lijn verbreed. De lijn heeft naast de functie voor personenvervoer, ook betekenis als transportas voor goederen. Langs de lijn liggen haltes en agri-railports waar agrarische producten en biobased bouwmaterialen worden verzameld, verwerkt en vervoerd. De productiemilieus liggen in de beboste gebieden in Drenthe, de zilte en natte landbouwgronden in het noorden van Fryslân en Groningen en in de robuuste percelen van de Flevopolders. De lijn is naast logistieke drager ook een groenblauwe corridor die water buffert en zoetwater levert in droge periodes.
Daily Urban System Daily Rural System Noordelijk Nederland kent in dit scenario geen volledig ontwikkeld stedelijk systeem, maar een netwerk van lokaal georiënteerde kernen met een sterke rurale component. Dat komt voornamelijk door de beperk-
te bevolkingsgroei. De Lelylijn vormt de hoofdverbinding voor goederen- en personenvervoer en verbindt de regio met de Randstad en de rest van het land. Rond de Lelylijn ontstaan een aantal kleinere systemen van vervoer en verbinding (zowel lokaal als bv. de Nedersaksenlijn) die als losse netwerken en satellieten aangetakt zijn op de Lelylijn (Daily Rural System). In de stedelijke gebieden is het vervoer een mix van autonome collectieve en individuele mobiliteit, terwijl buiten de steden vooral individueel autonoom vervoer de norm is. Eigenaarschap van vervoermiddelen is grotendeels gebaseerd op gedeeld gebruik, waardoor het systeem efficiënt blijft ondanks de lagere bevolkingsdichtheid. Deze netwerken vormen samen een Daily Rural System waarin mensen wonen, werken en recreëren binnen een kleinschalig, zelfvoorzienend landschap. Door bevolkingskrimp in kwetsbare gebieden neemt de nabijheid van voorzieningen af, waardoor bewoners vaker zijn aangewezen op de grotere kernen en knooppunten langs de Lelylijn.
Ligging en functie van stations Doordat de regio een circulaire productie-economie heeft, ontstaat in dit scenario een tweepoligheid van stations rond de grote kernen in Noordelijk Nederland. Aan de rand van steden als Groningen, Emmeloord, Lelystad en Drachten ontstaan nieuwe agri-railports die goederen en stoffen verzamelen uit de productiemilieus en transporteren naar steden en bv. de Randstad. Door deze stations te plaatsen in klimaatrobuuste gebieden buiten de stad, worden de verschillende vervoersstromen van personen en
69
goederen gescheiden. Rondom de agri-railports vindt gebiedsontwikkeling plaats ter behoeve van bedrijvigheid en verwerking van bio-based goederen en producten. De agri-railports zijn secundair ook overstappunten voor personenvervoer. De binnenstedelijke stations veranderen in compactere haltes voor personenvervoer. Deze kleine stations worden voorzieningsclusters en overstappunten in de Daily Rural Systems voor inwoners in de omgeving. Andere steden die voorheen niet beschikten over een station, zoals Drachten en Emmeloord, worden ontsloten door agri-railports aan de rand van de stad, met kleinschaliger aaneengeschakeld personenvervoer richting het stadscentrum.
Verhouding tot de Randstad De economische en demografische groei van Nederland blijft grotendeels in de Randstad geconcentreerd. Noordelijk Nederland groeit niet mee in tempo, maar behoudt eigenheid en betekenis als productieve en duurzame regio. De regio levert biobased grondstoffen en voedsel en speelt een belangrijke rol in het nationale watersysteem. Door de groen-blauwe corridor en de logistieke functie van de Lelylijn blijft het noorden goed verbonden met de Randstad en vormt het een essentieel onderdeel van de circulaire economie van heel Nederland. De verhouding tussen beide regio’s is aanvullend: de Randstad blijft het economische centrum, terwijl Noordelijk Nederland voorziet in grondstoffen, voedsel en water. De kaarten op de volgende pagina illustreren de verhouding tussen Noordelijk Nederland en de overige regio's van Nederland.
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
voor water, natuur en lokale productie. Rondom steden fungeren de waterrijke gebieden als recreatie en uitloopzones met tegelijk ruimte voor natte teelten, moerassen en waterberging.
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Laag-Snel "Circular Valley"
Duiding verhouding Lelylijn en nationaal niveau
DRS Groningen DRS Leeuwarden
DRS Drachten DRS Heerenveen
DRS Emmeloord
DUS Zwolle DUS Amsterdam
DUS Rotterdam-Den Haag
DUS Eindhoven
Netwerkinfrastructuurkaart: in Noordelijk Nederland ontwikkelen zich diverse Daily Rural Systems met een goede nationale bereikbaarheid door de Lelylijn
polyfern i.s.m. dzh
70
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Circular Valley Agrarische & Circulaire economie
MRA Diensten- & Kenniseconomie
Westland Glastuinbouw Food Valley Agrofood & Biotechnologie Port of Rotterdam Industrie & Logistiek
Port of Antwerp Industrie & Logistiek
Brainport Hightech & Design
Ruhrgebied Industrie & Logistiek
Brightlands Chemie
Overzicht van economische regio's in Nederland: Circular Valley is dé productieregio voor biobased goederen en materialen die worden gebruikt in de Randstad en de rest van Nederland
71
Heat map van verstedelijking: bewoning verschuift naar klimaatrobuust gelegen gebieden, waarbij kleine kernen lichte krimp ervaren en grote kernen lichte groei
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Laag-Snel "Circular Valley"
Visualisatie van de Lelylijn als stoffen en stromenlijn en onderdeel van het circulaire regionale productiesysteem met agri-railports en productiemilieus
polyfern i.s.m. dzh
72
Legenda Bestaande woonkern
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lelylijn als transportzone Station personenvervoer Agri-railport Agrihub voor goederen Hub infrastructuur Bestaande spoorlijn Daily Rural System Zoet water Dijk met aanwas Zoetwaterlens Reguliere landbouwgebied Nat landbouwgebied Zilt landbouwgebied Loofbos op zandgrond Productiebos op zandgrond che matis Sche lisatie a u is v telijke t et ruim a v n h eeld in he en t b regio een exac . .G o eeld ari b n rt e a c s s ka precie
Nat natuurgebied Natura 2000 Vernat beekdal
73
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Stedelijke station en bestemmingen
Rand van de stad/buitengebied
Het stationsgebied en het station zelf zijn van essentieel belang voor het voorzieningenniveau in de regio. De komst van de Lelylijn is mede verantwoordelijk voor krimp van dorpen in het buitengebied die relatief ver van de lijn af liggen. Het is mede het gevolg van de aanzuigende kracht van een spoorlijn. Als oplossing hiervoor is het station, de best bereikbare plek van de stad, ontwikkeld tot voorzieningencluster die dient voor zowel de stad als het landelijk gebied.
De landbouwsector is voor een groot deel omgeschakeld naar de productie van circulaire bouwmaterialen. Het is de nieuwe economische drager van Noordelijk-Nederland. Bedrijventerreinen en overslagplaatsen zijn van groot strategisch belang voor het verwerken en vervoeren van deze materialen. Doordat in dit scenario goederenvervoer een grotere rol speelt heeft de grote stationsontwikkeling plaats gevonden aan de rand van de stad, in de vorm van
Er is een grote groene en laagstedelijke ruimte ontstaan in de stad. Het station is in dit scenario geen grote overstapmachine. Het is ontwikkeld tot een kleine in- en uitstap plaats. Vanuit hier reist men eerst naar een groter station dat net buiten de stad ligt om vervolgens richting eindbestemming te gaan. Er is weinig privaat vervoer, wel zijn er autonome collectieve systemen.
Centrum en woongebieden Na een periode van bevolkingsgroei tot ongeveer 2060 is de bevolking in Noordelijk-Nederland weer gekrompen. Hieruit volgende een grote transformatieopgave voor woon- en centrum gebieden van de stad. Na een periode van groei en verdichting is er ruimte ontstaan voor vergroening, klimaatadaptatie en wonen in lagere dichtheden.
polyfern i.s.m. dzh
74
nieuwe agri-railports. Het direct gevolg hiervan is dat het stationgbied in het stedelijk gebied relatief klein is gebleven en zich kenmerkt als halte.
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
polyfern i.s.m. dzh 75
polyfern i.s.m. dzh 76
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
•
Ook in dit post-growth scenario ontstaat een regio die kwalitatief aantrekkelijk is, met een bloeiende circulaire economie en hoge kwaliteit van landschap en leven.
•
Stimuleer biobased goederenproductie in Noordelijk Nederland. Het ontwikkelen tot circulaire productieregio vraagt om strategische economische keuzes op nationaal niveau. Vervoer van goederen vraagt bijvoorbeeld om ruimte op en langs het bestaande spoornetwerk voor het ontwikkelen van agri-railports en het aanwijzen van productiegebieden.
•
Maak onderscheid tussen de functies van de stations aan de lijn. Ontwikkel personenstations (haltes) tot zorg- en voorzieningenclusters voor inwoners in de omgeving en plaats agri-railports nabij industrie- en productiegebieden. Bepaal ook de rol van deze agri-railports voor personenvervoer: voor kleine kernen is de agri-railport kansrijk als een simpele opstaphalte voor de Lelylijn.
•
Door de concentratie van zorg en voorzieningen rond de grotere kernen, ontstaat het risico dat deze kernen meer inwoners, werknemers en bezoekers aantrekken, waardoor gebieden die niet nabij de Lelylijn liggen verder achterop raken. Hierdoor kan de krimp in deze kwetsbare gebieden verergeren en komt de leefbaarheid verder onder druk te staan. Stimuleer daarom het ontwikkelen van kleine kernen tot zelfvoorzienende en autarkische gemeenschappen.
•
Zie de Lelylijn niet als alleen een smalle spoorverbinding, maar als landschappelijke zone. Reserveer ruimte (fysiek en in het denken) om flexibiliteit te behouden voor de aanleg van de lijn. Zoek en benut kansen binnen deze zone voor natuurontwikkeling, circulariteit en voor een klimaatrobuuste zone tussen de lijn en het (stedelijk) landschap. Benut hierbij groen-blauwe elementen aanwezig in het landschap voor een klimaatmitigerende werking.
Sfeerimpressie van de Lelylijn in een landschappelijke zone met natuurontwikkeling, circulariteit, productie en klimaatrobuustheid 77
•
Plaats nieuwe agri-railports aan de stadsranden op klimaatrobuuste gronden om de nieuwe circulaire productiemilieus te ontsluiten. Stuur aan dat bedrijven zich vestigen rond deze agri-railports buiten de stad. Zet in op een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor circulaire bedrijvigheid en ontwikkel nieuwe ketens.
•
Verbreed de betekenis en functie van de lijn. Maak ruimte voor zowel goederentransport als personenvervoer op de Lelylijn, die goed verbonden is met de Randstad. Faciliteer een efficiënte verbinding tussen de agri-railports langs de lijn en de productiemilieus in het buitengebied.
•
Ontwikkel een hoogwaardig en betekenisvol alternatief voor een Daily Urban System. Wanneer dit niet tot ontwikkeling komt, is een kwalitatief sterk ‘Daily Rural System' de opgave. In deze studie vatten we dit op als een netwerk van lokaal georiënteerde kernen met een sterke rurale component. De Lelylijn vormt de hoofdverbinding voor goederen- en personenvervoer en verbindt de regio met de Randstad en de rest van het land. Rond de lijn ontstaan een aantal kleinere systemen van (collectief) autonoom vervoer die als losse satellieten aangetakt zijn op de Lelylijn.
•
Zet in op een volledig klimaatrobuuste lijn en vermijd kwetsbare gebieden (volledig water en bodem sturend). Ontwikkel de Lelylijn in de basis langs de bestaande kernen maar zorg daarbinnen voor een tracé dat het meest water en bodem sturend is.
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lessons learned
Laag - Vertraagd "Energy-Valley 2.0"
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Samenvatting: “In 2125 leven 1,4 miljoen mensen in Noordelijk Nederland in een landschap dat zich volledig heeft heruitgevonden. Veenweiden transformeerden tot dynamische waterlandschappen voor aquacultuur en duurzame energieopwekking. Zandgronden ontvouwen zich als open vlaktes en de kust biedt ruimte aan zilte natuur die kust en land beschermt. Economische activiteit concentreert zich rond strategische hubs van industrie en energieproductie, terwijl de Lelylijn als ruggengraat van de regio energie en mobiliteit combineert. Verbonden met opweklocaties van energie en industriële clusters als de Eemshaven. Stations in stedelijke centra zijn veerkrachtige knooppunten die mensen, goederen en kennis verbinden, waardoor een krimpende regio toch levendig, verbonden en toekomstbestendig blijft.”
79
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Essentie van het scenario Laag-Vertraagd Klimaat De mondiale temperatuur is met ongeveer 2,7 graden gestegen. Door de vertraagde internationale klimaattransitie zijn de gevolgen van klimaatverandering groot. De zeespiegel is in de afgelopen eeuw met circa 40 tot 90 centimeter gestegen. Door bevolkingskrimp en de afnemende economische kracht van de kustgebieden zijn grootschalige dijkversterkingen niet langer uitgevoerd. In plaats daarvan is gekozen voor natuurlijke kustverdediging met wisselpolders. Hierbij is de huidige zeedijk op enkele plaatsen doorbroken, terwijl oude, landinwaarts gelegen dijken behouden blijven als primaire waterkering. In de zone tussen beide dijken heeft het getij de ruimte. Deze gebieden vangen golfenergie op, bevorderen sedimentaanwas en vormen een natuurlijke buffer tussen zee en land. Deze aanpak is minder kostbaar dan traditionele dijkversterkingen en past beter bij de veranderde ruimtelijke en economische omstandigheden van de regio in dit scenario. In de veengebieden is de bemaling uiteindelijk stopgezet. Door de voortdurende bodemdaling en de hoge onderhoudskosten was het drooghouden van het land niet langer houdbaar. Grote delen zijn volgelopen met water en veranderd in uitgestrekte waterlandschappen die nu worden gebruikt voor natte natuur, energieopwekking en de productie van
polyfern i.s.m. dzh
biobased materialen. Op de hoge zandgronden heeft verdroging geleid tot het verdwijnen van grote delen bos. Waar voorheen naaldbossen stonden, liggen nu open, droge vlaktes met heide en stuifzand. De druk op het IJsselmeer als nationale zoetwatervoorziening neemt hierdoor toe. Traditionele landbouw is omgezet in meer industriële vormen (gebouwgebonden). Langs de kust overheerst verzilte natuur, met slechts beperkte mogelijkheden voor zilte teelten in overgangszones. De Flevopolders blijven grotendeels bruikbaar voor landbouw op locaties waar de bodem stabiel is en verzilting beperkt blijft. In zones waar bodemdaling of verzilting toeneemt verschuift het landgebruik naar energieopwekking, zoals zon op water en drijvende installaties, en in aansluiting op bestaande energielandschappen. Langs de dijken aan het IJsselmeer worden extra gebieden ingezet voor energieproductie. Het landschap van Noordelijk Nederland verandert hiermee ingrijpend, en functioneert als een mozaïek van water, natuur en energie en deels landbouw.
Economie De economie van Noordelijk Nederland is ingrijpend veranderd en sterk geconcentreerd rond energie en industrie en agro-industrie. Energieproductie is de belangrijkste economische drager geworden. De Eemshaven en bestaande industriële zones functio-
80
neren als strategische energiehubs met veel economische activiteit. De techsector blijft aanwezig binnen Innovatiecluster Drachten, maar ontwikkelt zich vooral in dienst van de energiesector. De sector richt zich vooral op onderhoud, monitoring, levensduurverlenging en automatisering van bestaande systemen en installaties. Innovaties zijn functioneel en gericht op efficiëntie, niet op groei. De regionale economie is compact, functioneel en grotendeels zelfvoorzienend. Kleine agrarische enclaves bestaan nog op hogere zandgronden die niet zijn verdroogd of verzilt.
Mens en vestiging In 2125 telt Noordelijk Nederland circa 1,4 miljoen inwoners. De bevolking is sterk afgenomen, vooral in dorpen en steden buiten de robuuste zones langs de Lelylijn. In deze kwetsbare gebieden zijn voorzieningen verdwenen en is het aandeel leegstaand vastgoed toegenomen. De stedelijke kernen langs de Lelylijn blijven bewoond en functioneren als concentratiegebieden voor wonen, werken en voorzieningen. Hier stabiliseert het aantal inwoners door de aanwezigheid van onderwijs, zorg en energiegerelateerde bedrijvigheid. Verder van de lijn af hebben kleinere dorpen te maken met krimp, vooral in gebieden die niet klimaat-robuust zijn. Hoewel de totale woningvoorraad is teruggelopen, blijft vernieuwing en transformatie noodzakelijk door
Landschap en functie lijn Door de vertraagde klimaattransitie zijn water en bodem sturend niet bepalend gebleken voor de ligging van de Lelylijn. Om de lijn en het landschap te beschermen zijn technische ingrepen nodig, zoals dijken, dammen en verhoogd spoor op palen. In dit scenario fungeert de Lelylijn als brede energiecorridor die mobiliteit combineert met nabijgelegen energie-infrastructuren zoals de waterstof-backbone en het 380kV-hoogspanningsnetwerk. Langs het tracé liggen aansluitingen op lokale opweklocaties voor zon, wind en waterstofproductie. In de tussenliggende landschappen zijn natte natuur en energieproductie verweven. Hiermee wordt het tracé een bundeling van diverse stof- en stroominfrastructuren.
Daily Urban System Daily Rural System Noordelijk Nederland kent in dit scenario geen volledig ontwikkeld stedelijk systeem, maar een netwerk van lokaal georiënteerde kernen met een sterke rurale component. Vooral door bevolkingskrimp en de afnemende economische kracht. Rond de Lelylijn ontstaan een aantal kleinere systemen van vervoer en verbinding (zowel lokaal als bv. de Nedersaksenlijn) die als losse netwerken en satellieten aangetakt zijn op de Lelylijn (Daily Rural System).
De Lelylijn blijft relevant als verbinding voor personen-, goederen- en stoffenvervoer en combineert mobiliteit met energie- en logistieke infrastructuur. De lijn verbindt de grotere kernen met de energieproductiemilieus, met havens als Eemshaven, Lelystad en Harlingen, en met de Randstad. Rond de stations liggen compacte stadscentra met basisvoorzieningen voor zorg, onderwijs en dienstverlening. In de dorpen buiten de corridor zijn de vervoersmogelijkheden beperkt. Door de lage bevolkingsdichtheid en grotere afstanden zijn collectieve systemen nauwelijks rendabel. Het vervoer bestaat hier voornamelijk uit individueel verkeer, vaak met particulier eigendom en slechts beperkt deelgebruik. Alleen in de stedelijke kernen zijn nog collectieve vervoerssystemen aanwezig, vooral gericht op verbindingen langs de Lelylijn.
Ligging en functie van stations
Verhouding tot de Randstad De economische en demografische groei van Nederland blijft geconcentreerd in de Randstad. Noordelijk Nederland krimpt, maar behoudt zijn strategische betekenis als energie- en productieregio. De regio levert duurzame energie, biomassa en water en draagt bij aan de nationale transitie richting circulaire productie. Via de Lelylijn, de waterstofbackbone en het 380 kV-netwerk blijft Noordelijk Nederland goed verbonden met de Randstad en vormt het een cruciale schakel in de nationale energie- en grondstoffenvoorziening. De verhouding ten opzichte van de Randstad is complementair: de Randstad blijft het economische zwaartepunt, terwijl Noordelijk Nederland voorziet in energie en grondstoffen. De kaarten op de volgende pagina illustreren de verhouding tussen Noordelijk Nederland en de overige regio's van Nederland.
Noordelijk Nederland wordt steeds minder dichtbevolkt en de bereikbaarheid van plekken en voorzieningen wordt lastiger. Grote steden als Groningen, Leeuwarden en Lelystad behouden hun relatief grote station, terwijl de meeste overige kernen kleinere haltes of basisstations hebben. Stations fungeren niet alleen als overstappunten voor personenvervoer, maar ook als opvang voor voorzieningen die elders verdwijnen, zoals zorg en onderwijs.
81
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
veranderende huishoudens en de verduurzamingsopgave. Deze bouwopgave is circulair en gericht op hergebruik van materialen.
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Laag-Vertraagd "Energy Valley 2.0"
Duiding verhouding Lelylijn en nationaal niveau
DRS Groningen DRS Leeuwarden
DRS Drachten DRS Heerenveen
DRS Emmeloord
DUS Zwolle DUS Amsterdam
DUS Rotterdam-Den Haag
DUS Eindhoven
Netwerkinfrastructuurkaart: in Noordelijk Nederland ontwikkelen zich een paar Daily Rural Systems met een goede nationale bereikbaarheid door de Lelylijn
polyfern i.s.m. dzh
82
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Energy Valley 2.0 Energie & Energie-intensieve industrie
MRA Diensten- & Kenniseconomie
Westland Glastuinbouw Food Valley Agrofood & Biotechnologie Port of Rotterdam Industrie & Logistiek
Port of Antwerp Industrie & Logistiek
Brainport Hightech & Design
Ruhrgebied Industrie & Logistiek
Brightlands Chemie
Overzicht van economische regio's in Nederland: Energy Valley 2.0 als energielandschap voor heel Nederland
Heat map van verstedelijking: bewoning centreert zich voornamelijk binnen de Randstad en in enkele grote kernen, terwijl woonkernen in kwetsbare gebieden krimp ervaren
83
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Laag-Vertraagd "Energy-Valley 2.0"
Visualisatie van een technisch ingepaste Lelylijn gebundeld met stoffen- en energieinfrastructuren
polyfern i.s.m. dzh
84
Legenda Bestaande woonkern Lelylijn als energiebundel
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Station personenvervoer Bestaande spoorlijn Daily Rural System Energieopwekking Energiehub 380kV hoogspanning 380kV hoogspanning
(voorkeursvariant regio)
Waterstofbackbone Zoet water Dijkversterking Regulier landbouwgebied Zilt landbouwgebied Extensieve veeteelt Naaldbos op zandgrond Nat natuurgebied che matis Sche lisatie a u is v telijke t et ruim a v n h eeld in he en t b regio een exac . .G o eeld ari b n rt e a c s s ka precie
Zilt natuurgebied Natura 2000 Stuifzandvlaktes Verdroogd beekdal
85
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Stedelijke station en bestemmingen Het voorzieningenniveau in het landelijk gebied staat onder druk. En met het wegvallen van een groot gedeelte van de landbouwsector en de effecten van klimaatverandering is er nog meer krinmp dan in het Laag-Snel scenario. Stations en omliggende bestemmingen zijn van groot belang voor het op peil houden van het totale voorzieningenniveau in Noordelijk-Nederland. Door de mix van individueel en publiek vervoer zijn deze gebieden goed bereikbaar voor iedereen.
de landbouwsector in Noordelijk-Nederland. Om de economische kracht in de regio op peil te houden zijn energieproductie en zware industrie hiervoor in de plaats gekomen. Er wordt veel groene energie in de regio opgewekt. Om hier zo efficiënt mogelijk gebruik van te maken is er veel energie-intensieve industrie naar het noorden getrokken. De komst van deze sector wordt extra gefaciliteerd door het aanleggen van spoorverbindingen richting industrieterreinen.
Stations hebben geen internationale betekenis en zijn vooraal regionaal georiënteerd. Daarnaast is er veel ruimte voor individueel vervoer en zijn daarvoor ook parkeerfaciliteiten ontwikkeld.
Centrum en woongebieden Woongebieden en stads- en dorpscentra kennen een lage dichtheid. Krimp is in dit scenario snel gegaan waardoor de herstructureringsopgave in dit scenario nóg belangrijker is gebleken. Behoud van ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de stad is een grote opgave gebleken. Tegelijk is ook hier veel ruimte ontstaan voor groen en klimaatadaptatie.
Rand van de stad/buitengebied Klimaatverandering heeft in dit scenario geresulteerd in het wegvallen van een groot gedeelte van
polyfern i.s.m. dzh
86
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
polyfern i.s.m. dzh 87
polyfern i.s.m. dzh 88
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
•
Focus op robuuste en toekomstbestendige inpassing van de lijn in een kwetsbaar landschap, met dijken en technische constructies. Verken hoe de Lelylijn niet alleen landschappelijk goed ingepast kan worden maar ook een aanvullende functie kan krijgen als deltawerk binnen de waterveiligheid van de regio.
•
Reserveer voldoende ruimte langs het tracé om de lijn te koppelen met energie-infrastructuren en stoffentransport.
•
Ontwikkel bereikbare stationsgebieden die geschikt zijn om als zorg- en voorzieningencluster te functioneren, als opvang van verdwijnende basisvoorzieningen en krimp binnen de regio.
•
Ontwikkel een passende strategie in het omgaan met krimp. Door de concentratie van zorg en voorzieningen rond de grotere kernen langs de lijn, ontstaat het risico dat deze kernen meer inwoners, werknemers en bezoekers aantrekken. Hierdoor kunnen gebieden die niet nabij de Lelylijn liggen verder achterop raken. De krimp in deze kwetsbare gebieden kan verergeren en zet de leefbaarheid onder druk.
•
Investeer in klimaatrobuustheid van de algehele infrastructuur. Bereid voor op forse ingrepen om de Lelylijn weerbaar te houden tegen klimaateffecten. Waar mogelijk dienen robuuste gronden en hoogtes zoveel mogelijk te worden benut. Houd er tegelijk rekening mee dat behoud en kwaliteit van zowel de lijn als het hele infrastructuurnetwerk niet volledig gegarandeerd is in de toekomst.
•
Ontwikkel een hoogwaardig en betekenisvol alternatief voor een Daily Urban System. Wanneer dit niet tot ontwikkeling komt, is een kwalitatief sterk ‘Daily Rural System' de opgave. In deze studie vatten we dit op als een netwerk van lokaal georiënteerde kernen met een sterke rurale component. De Lelylijn vormt de hoofdverbinding voor stoffen- en personenvervoer en verbindt de regio met de Randstad en de rest van het land. Rond de lijn ontstaan een aantal kleinere systemen van vervoer en verbinding die als losse satellieten aangetakt zijn op de Lelylijn.
Sfeerimpressie van de Lelylijn in een bundel van energie-infrastructuur en stoffentransport
89
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Lessons learned
4
Brede welvaart in 2125
Brede welvaart in 2125 Het ontwikkelen van een spoorlijn met stations is een groot ruimtelijk vraagstuk. De scenariostudie met kaartbeelden helpt ons te begrijpen op welke mogelijke manieren we dit zouden kunnen doen. Echter moeten we altijd blijven onthouden voor wie en waarom we de spoorlijn willen aanleggen. Dat doen we voor de inwoners van Nederland, en in het bijzonder die van Noordelijk Nederland. Naast het ruimtelijk deel van het vraagstuk kijken we daarom in deze studie ook naar brede welvaart. Op welke manier draagt de ontwikkeling van de regio en de Lelylijn bij aan de brede welvaart van Noordelijk Nederland in de verschillende scenario’s? In dit hoofdstuk leggen we elk scenario langs een meetlat om de effecten op brede welvaart inzichtelijk te maken.
polyfern i.s.m. dzh
Binnen deze studie is de Meetlat Brede Welvaart Lelylijn ontwikkeld. Om zo elk scenario op gelijke wijze beoordelen. De meetlat is opgebouwd uit zeven hoofdonderwerpen met elk drie tot vier indicatoren. Voor de hoofdonderwerpen is inspiratie opgedaan uit onder andere de Brede Welvaartsindicator van de Universiteit Utrecht en de Rabobank en de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. De indicatoren zijn vervolgens zo gespecificeerd dat ze aansluiten op de regio en op de opgave. Om te beginnen is het belangrijk om op te merken dat de algemene brede welvaart in een scenario niet alleen afhankelijk is van de komst van de Lelylijn. Tegelijk heeft deze studie wel als doel om specifiek de impact van de Lelylijn op de brede welvaart te beoordelen. Om dat concreet te maken is bij het beoordelen van elke indicator de volgende vraag gesteld: op welke manier beïnvloed de komst van de Lelylijn deze indicator in dit specifieke scenario?
92
Gezien de aard van de studie is de beoordeling gedaan op basis van expert-judgement door Polyfern en De Zwarte Hond, met aanvullende input vanuit de projectgroep. Elke indicator kan een score van één tot drie krijgen: 1. Geen effect door de Lelylijn 2. Klein positief effect door de Lelylijn 3. Groot positief effect door de Lelylijn De meetlat dient als geïnterpreteerd te worden als een inschatting van de impact van de Lelylijn op de brede welvaart in een bepaald scenario. Bedoeld om naast het ruimtelijk-economische spoor ook aandacht te hebben voor de impact van de Lelylijn op meer sociaal-maatschappelijke thema's.
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Meetlat Brede Welvaart Lelylijn met de indicatoren
93
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Meetlat brede welvaart | Hoog-Snel
t ct ec effe ff fe t ief ec itie osit s ff e po ot p en lein o e G K Gr De Lelylijn is ontwikkeld op de meest klimaatrobuuste wijze mogelijk en heeft daarmee een positieve of zelfs zeer positieve invloed op alle indicatoren. Het is een voorbeeldproject geworden voor klimaatrobuuste infra-ontwikkeling en draagt daarmee (indirect) bij aan opgaven op het gebied van water en bodem. Bijvoorbeeld doordat de lijn volledig op robuuste gronden is ontwikkeld.
Noordelijk Nederland is sterk verbonden, zowel intern als extern. Steden en dorpen als Heerenveen, Groningen, Drachten, Leeuwarden en Assen vormen de kern van het DUS-NN. Emmeloord en Lelystad zijn de steppingstones naar de MRA en DUS-Zwolle. Aan de oostflank sluit de Lelylijn aan op de Wunderline en de Nedersaksenlijn. De Lelylijn functioneert goed in een systeem waar collectieve mobiliteit de norm is. De lijn heeft zowel een internationale als nationale betekenis.
Door het reserveren van brede (groene) bufferzones rond de lijn wordt het landschap de stad in getrokken en ontstaan er kansen voor gebiedsontwikkeling en natuur en landschap. Omdat de groei in Noordelijk Nederland zo sterk is, kan niet alles binnenstedelijk worden opgelost. Extra bouwruimte in het buitengebied is nodig om dit op te vangen. Negatieve en positieve effecten op duurzame verstedelijking heffen elkaar op, maar dit blijft wel een aandachtspunt in dit scenario.
Stations zijn goed bereikbaar voor mensen die te voet of op de fiets komen. Stationsgebieden zijn hoogstedelijk met een gezonde combinatie van wonen, werken en groen. De leefbaarheid van Noordelijk Nederland is over het algemeen sterk en de Lelylijn draagt daaraan bij door goede bereikbaarheid en landschappelijke betekenis.
polyfern i.s.m. dzh
94
Het bouwen van woningen volgt de lijn en de plaatsing van stations. Omdat bij de aanleg van de lijn voor de meest klimaatrobuuste plek is gekozen, is dit sterk sturend voor het ontwikkelen van woningen op klimaatrobuuste plekken. Zowel het landelijk gebied als de grote kernen hebben veel voorzieningen en zijn goed verbonden met de lijn. Zo is er een passende woning en omgeving voor iedereen.
De kenniseconomie floreert. Tegelijk blijft het landelijk gebied ook productief en leefbaar. De Lelylijn is één van de slagaders in dit economische systeem. Noordelijk Nederland biedt een interessant alternatief voor de Randstad en andere overvolle delen van het land.
De Lelylijn verbindt kennisregio’s met elkaar op nationale en regionale schaal. Door goede verbindingen in heel Noordelijk Nederland is het niet meer nodig om onderwijs te clusteren op één plek. Hierdoor ontstaat er een spreiding van onderwijsinstellingen door de regio en kan koppeling met de praktijk makkelijker worden gemaakt. Toegankelijkheid van onderwijs wordt voor veel mensen verbeterd.
95
polyfern i.s.m. dzh
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
t ct ec effe ff fe ief ct itie osit e s eff po ot p en lein o e G K Gr
Toekomstverkenning Lelylijn 2125
Meetlat brede welvaart | Hoog-Vertraagd
t ct ec effe ff fe ief ct itie osit e s eff po ot p en lein o e G K Gr De Lelylijn is niet ontwikkeld langs de meest klimaatrobuuste corridor. Desalniettemin is er wél rekening gehouden met dalende veengronden, en is de Lelylijn al deels op palen ontwikkeld. Een voortzetting van een technocratische manier van het ontwikkelen van infrastructuur. Omdat de lijn voor grote gedeelten boven het maaiveld is ontwikkeld, ontstaan er minder koppelkansen ten aanzien van andere water en bodemgerelateerde thema’s.
In dit scenario komt de internationale betekenis van de Lelylijn sterk naar voren. Het verbindt met name plekken die ten tijde van de aanleg al sterk waren (Groningen, Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Emmeloord en Lelystad). Deze plekken zijn alleen maar harder gegroeid. Bereikbaarheid tussen deze plekken is ook sterk verbeterd en het DUS-NN heeft een vlucht genomen. Door het meer individualistische karakter van dit scenario, ontstaat een negatief effect op algehele transitie naar een publiek en collectief vervoerssysteem. Samenhangend met het onderwerp klimaat, water en bodem ontstaan er door de letterlijke loskoppeling van de lijn en haar ondergrond minder kansen op gebiedsontwikkelingen die direct met de lijn verbonden zijn. Bevolkingsgroei concentreert zich met name in de grote kernen. Deze kernen worden compacter omdat de uitbreidingsmogelijkheden door onder andere klimaatgevolgen op het landschap steeds moeilijker worden.
De Lelylijn is met name gekoppeld aan de grotere kernen. Tegelijk is de leefbaarheid van het landelijk gebied onder druk komen te staan door het wegvallen van een groot gedeelte van de landbouweconomie. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de Lelylijn vooral voor de grote kernen en kernen dichtbij de lijn leefbaarheid en vitaliteit brengt. Tegelijk is het onder druk komen te staan van de leefbaarheid in het landelijk gebied niet alleen toe te schrijven aan de ligging van de Lelylijn. De uitdaging in dit scenario is de leefbaarheid in de verdichtende steden, waar minder ruimte lijkt voor groen en water.
polyfern i.s.m. dzh
96
Zoals eerder benoemd is de ligging van de lijn en de plaatsing van de stations (mede) sturend voor de ontwikkeling van woningbouw. Gezien de lijn zelf niet langs de meest klimaatrobuuste plekken is gelegd stuurt dit grootschalige woningbouw richting plekken die vanuit het water en bodem sturend principe niet gunstig liggen. Ook zorgt de verdichting van de stad en het gevecht om de ruimte voor een minder divers woningaanbod in type en woonplaats. De lijn draagt op die manier niet per definitie bij aan een passende woning voor iedereen.