CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1f. bijlagen 2022-07-25 (anoniem) platgeslagen.pdf

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen37.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het bestaande luchtafzuigsysteem is eind 2020 vervangen door een nieuw systeem, waarbij de luchtafzuiging van de afzonderlijke machines (zifter scheidingsinstallatie en andere machines) en de ruimteluchtafzuiging in de scheidinghal wordt geleid naar een centrale luchtzuiveringsinstallatie. Hierbij wordt de afgezogen lucht via stoffilter dat voldoet aan BBT-GEN (BBT 25) en ventilator naar een actief-koolfiter BBT 31) geleid, dat op de grond naast de hal wordt geplaatst. Het afvoerdebiet bedraagt ca. 72.000 m³ per uur. De capaciteit van de ventilator is hierbij afgestemd op het verkrijgen van voldoende onderdruk in de hal, het effectief afzuigen van ruimtelucht en het afzuigen van lucht van de gesloten transportbanden van en naar de scheidinghal. Wijze van vaststelling geuremissie (milieubelasting geur) In het geuronderzoek voor deze aanvraag revisievergunning is voor de genoemde actief-koolfilters uitgegaan van bepaalde geuremissies (zie bijlage 13). Deze filters worden – naast andere relevante geurbronnen - meegenomen in het driejaarlijks geuronderzoek. Omdat de goede werking van de nieuwe filters te waarborgen, wordt ca. een maand na oplevering opleveringsmetingen uitgevoerd conform de geldende richtlijnen voor geurmetingen (NTA9065 en EN13725). De filters zijn dan geurende een maand op normale wijze belast geweest.

Mochten de filters na een maand niet goed blijken te functioneren, zal de leverancier aanpassingen doen aan de installatie. Ervan uitgaande dat de filters na een maand goed functioneren wordt na 6 maanden een tweede geurmeting uitgevoerd. Op basis van de resultaten wordt een inschatting gemaakt over de stand tijd van het actief-kool. Naast genoemde geurmetingen wordt de drukval over de filters gemeten. Dit vormt eveneens een indicatie over het functioneren van de filters. De nieuwe scheidingshal (Dano-hal) en de Dano-installatie worden voorzien van een ruimteluchtafzuiging. De afgezogen lucht wordt centraal afgevoerd en vervolgens aangeboden aan de luchtzuiveringsinstallatie. Hierbij wordt de afgezogen lucht via stoffilter dat voldoet aan BBTGEN (BBT 25) en ventilator naar een actief-koolfiter (BBT 31) geleid, dat op de grond naast de hal wordt geplaatst. Het afvoerdebiet bedraagt ca.62.000 m³ per uur. De capaciteit van de ventilator is

46 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

hierbij afgestemd op het verkrijgen van voldoende onderdruk in de hal, het effectief afzuigen van ruimtelucht en het afzuigen van lucht van de gesloten transportbanden van en naar de scheidinghal. Ter beperking van geuremissies in de vergistingsinstallatie zijn de volgende onderdelen op de centrale afzuiging aangesloten en de afgassen door een biofilter geleid: ONF buffer, proceswateropslagtanks, mengtrog, mengtanks en de ontwateringszeef en de zeefbandpersen in de ontwateringstraat. Daarnaast is de lucht vooraf behandeld met een scrubber voor de verwijdering van ammoniak. De breektank voor de opvang van het na te behandelen digestaat is aangesloten op het gasgedeelte van de reactoren, waardoor een dicht systeem ontstaat. De container belading van het ontwaterde fijn-digestaat is voorzien van een overkapping. Het ontwaterde digestaat wordt tijdelijk opgeslagen voordat het wordt afgevoerd. Dat gebeurt al jaren en heeft afgelopen jaren nooit relevante geuremissie gegeven. Het materiaal bevat weinig geurstoffen, omdat deze worden afgebroken tijdens de vergisting. De maximale opslag hoeveelheid neemt niet toe ten opzichte van de vergunde situatie. Jaarlijks komt er wel meer digestaat vrij. Dit zal extra beladingswerkzaamheden tot gevolg hebben. Van de extra beladingswerkzaamheden wordt eveneens geen relevante geuremissie verwacht.

De deuren van de vergistings-, scheidings- en Recyclinghal worden gesloten gehouden, tenzij dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering (zoals laad- en losbewegingen). Maatregelen ter beperking van stofemissies; Het bordes van de afvalbunker wordt dagelijks geveegd en zo nodig besproeid (BBT 14). Zoals aangegeven worden ) de deuren van de afvalbunker zoveel mogelijk gesloten houden. Ter beperking van stofemissies vinden de droge bewerkingen (voornamelijk scheidings- en danoinstallatie) plaats in een gebouw. Het stof dat ontstaat in de scheidingshal wordt zoveel mogelijk direct afgezogen bij de procesonderdelen, waarna de lucht uit de hal door een stoffilter (< 5 mg/m3) wordt geleid en via het genoemde actief-koolfilter afgevoerd (BBT 25 en 31). De stof in de ruimtelucht van de scheidingshal en de dano-hal wordt eveneens afgezogen en eveneens via stoffilters (< 5 mg/m3) geleid en via genoemde actief-koolfilters afgevoerd (BBT 25 en 31). Maatregelen ter beperking van geluidemissies; Ter beperking van geluidsemissies worden zoveel mogelijk de werkzaamheden inpandig uitgevoerd en zijn zo nodig geluidswerende voorzieningen op de installaties en gebouwen aangebracht. Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Op voortuigen zijn ‘achteruit-rij-flitslichten’ aangebracht die tussen 22.00 en 06.00 uur worden gebruikt i.p.v. achteruitrijpiepjes.

Het rollen/slepen van containers wordt zo veel mogelijk voorkomen. Maatregelen bij calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Ter bestrijding van brand zijn geschikte blusmiddelen in de gebouwen geplaatst. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan besproken. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan. Verder is een Explosie Veiligheidsdocument opgesteld, waarin de risico’s en maatregelen met betrekking tot explosiegevaar staan beschreven. 47 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.5

Gasopwerking

2.5.1

Algemeen

De bestaande gasproductie op Ecopark De Wierde bestaat uit twee gedeelten, namelijk de onttrekking van stortgas van de stortplaats en de productie van biogas in de vergistingsinstallatie. Naar verwachting zal de productie van biogas door optimalisatie van het vergistingsproces toenemen. De hoeveelheid stortgas dat vrijkomt, zal in de loop der jaren geleidelijk dalen.

Productie (miljoen m³) 16 14 12 10 8 6 4 2 0 2012

2013

2014

2015

2016

stortgas

2017

2018

2019

biogas

De globale samenstelling van beide gassen is 60% methaan en 40% koolstofdioxide. Het is dan nog niet geschikt om te worden benut. Eerst wordt het geproduceerde stort- en biogas gereinigd en daarna opgewerkt tot biomethaan. Dit vindt plaats in de gasopwerkingsinstallatie. Biomethaan gas wordt ingezet als brandstof voor het wagenpark op de Wierde. Een ander deel van het biomethaan wordt benut voor de productie van groen gas, welke op het openbare gasnet wordt geïnjecteerd. Het deel van het stort- en biogas wat niet wordt opgewerkt wordt benut in de 2 WKK’s en de stoomketel. 2.5.2

Beschrijving activiteiten en processen

Stortgasonttrekking Het stortgas wordt via verticaal, indien noodzakelijk horizontaal, aangebrachte gasonttrekkingsbronnen middels onderdruk uit het stort gezogen. De schachten worden tijdens het storten of na het storten aangelegd. Ter plekke van de geprojecteerde onttrekkingsbronnen wordt een stalen buis geplaatst. Hierin wordt een geperforeerde pijp aangebracht die wordt omhuld met grof grind.

48 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Wanneer de onttrekkingsbronnen tijdens het storten worden aangelegd, dan wordt de stalen pijp tijdens het storten mee omhoog getrokken en de geperforeerde pijp verlengd tot de vereiste storthoogte. Wanneer de bron na het storten wordt aangebracht, dan boort men een schacht in het afval tot de vereiste diepte. Het boren van de schacht geschiedt met een poliepgrijper. Daarna wordt de stalen pijp en geperforeerde buis aangebracht. Op de schacht wordt een gasopzetstuk geplaatst, waarop de zuigdruk geregeld kan worden. Tevens zijn er voorzieningen om de druk en gassamenstelling te meten. Wekelijks regelt een medewerker de stortgasonttrekking in, tevens controleert deze of er ook stortgas vrij komt en onderneemt zo nodig actie. De onttrekkingsbronnen worden vervolgens aangesloten op de ringleiding om het stort, waardoor het stortgas bij de gasopwerkingsinstallatie kan worden gebracht. Gasopwerkingsinstallatie Het onttrokken stortgas en het in de vergisting geproduceerde biogas worden via compressoren naar de gasopwerkingsinstallatie getransporteerd. De gasopwerkingsinstallatie (locatie M) is gesitueerd ten zuidoosten van de vergistingshal. Het onttrokken en geproduceerde biogas wordt gebufferd in een gasbuffer van ca. 4.900 m3.

De functie van de gasbuffer is het opvangen van fluctuaties in de productie, zodat het opwerkingsproces stabieler kan worden bedreven en een hoger percentage biogas kan worden opgewerkt tot aardgaskwaliteit. Door middel van een aantal processtappen, zoals wassing, koeling, gasreiniging (ontzwaveling) m.b.v. actief-kool wordt het gas voorbehandeld. Daarbij worden de meeste microverontreinigingen, H2S en siloxanen, uit het gas verwijderd. Een deel van de verontreinigingen wordt als condensaat afgevoerd naar de waterzuivering en een deel wordt via het actief-kool afgevoerd. In de opwerkingstap vindt de CO2-verwijdering plaats (extractie m.b.v. een glycoloplossing) en wordt vrijwel zuiver biomethaan geproduceerd. Bij de CO 2-extractie is er sprake van een kleine methaanslip. Daarom is er een regeneratieve thermische oxidatie (RTO) toegevoegd voor de verwijdering van het restant aanwezige koolwaterstoffen in het afgas uit de opwerking, waaronder ook geurcomponenten. Een deel van het geproduceerde biomethaan wordt op druk gebracht en ingevoed op ons tankstation als CBM (compressed biomethaan)18. Het grootste deel van het biomethaan wordt nadat het met stikstofgas op aardgaskwaliteit is gebracht (conditionering) en van een geurstof is voorzien, op druk gebracht en ingevoed op het openbaar gasnet. Niet al het biogas wordt opgewerkt tot biomethaan.

Indien omzetting van biogas in groengas, bijvoorbeeld om technische redenen, niet kan plaatsvinden of als er commerciële redenen zijn om het biogas op een andere manier te verwerken, zal het gereinigde biogas worden toegepast in de 2 WKK’s (2 motoren van 1,1 MW) en/of stoomketel. O.a. de concentratie H2S wordt continu gemeten. Wanneer de concentratie van bijvoorbeeld H2S te hoog is, wordt het gas niet naar de WKK’s en/of stoomketel geleid maar gaat het terug naar de gasbol om het reinigingsproces opnieuw te ondergaan. In geval van storing wordt er gas afgefakkeld.

18

Er wordt soms gesproken over CNG, dat staat voor compressed natural gas.

49 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Een en ander is schematisch weergegeven in onderstaande schema.

De vertaling van de afkortingen in het schema is als volgt: • BHKW (Blockheizkraftwerk) : warmtekrachtkoppeling (WKK) • Boiler : stoomketel • Fermenter : vergistingsreactor • Deponie : stortplaats • Energiemessung : energiemeting • O2-Messung : zuurstofmeting • Wäscher : wasser • Kaltwassersatz : koeler • O2 Erzeugung : zuurstof productie • Aktivkohleadsorber : actief-koolfilter • Fackel : fakkel • BGAA (Biogasaufbereitungsanlage) : CO2-extractie • RNV : regeneratieve thermische oxidatie • Trocknung : droging • O2-Entfernung : zuurstofverwijdering • Verdichteranlage : compressor • Konditionerung : Conditionering • BGEA (Biomethaneinspeiseanlage) : groengasinvoedingsinstallatie • Odoranlage : odorisatiesysteem • CNG Tankstelle : CNG tankstation • N2-Container : stikstof-container tbv conditionering 2.5.3

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor de gasopwerking zijn voorzien. • maatregelen te bescherming van de bodem; • maatregelen ter beperking van wateremissies; • maatregelen ter beperking van geuremissies;

50 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

• •

maatregelen ter beperking van geluidsemissies; maatregelen ter beperking van calamiteiten.

Maatregelen te bescherming van de bodem Vanwege de CO2-extractie met behulp van een glycol-oplossing is de gehele installatie opgesteld op een vloeistofdichte betonplaat die vloeistofdicht is aangelegd. Het risico op bodemverontreiniging is daardoor verwaarloosbaar klein. Regenwater wordt middels de regenwaterafvoer naar het riool afgevoerd. In de installatie worden verder geen chemicaliën gebruikt anders dan de dosering van THT (tetrahydrothiofeen, geurstof voor aardgas) voor het geven van de specifieke aardgasgeur aan het opgewerkte biogas. Maatregelen ter beperking van wateremissies Eventueel condenswater uit de gasbuffer wordt met het biogas via de gasleiding naar de condensaatput van de gasopwerking afgevoerd. Bij het koelproces van het ruwe biogas komt een condensaatstroom van ca. 50 l/h en een stroom waswater van 10 l/h vrij welke in de lokale waterzuivering verwerkt zal worden. Samenstelling van dit water is vergelijkbaar aan percolaatwater vanuit het stort. Maatregelen ter beperking van geuremissies Wekelijks regelt een medewerker de stortgasbronnen in, om een optimale onttrekking van het gas te realiseren tevens controleert deze of er ook stortgas vrij komt en onderneemt zo nodig actie. Om geuremissies van biogas of stortgas te voorkomen kan het gas in noodgevallen door middel van een fakkel worden afgefakkeld.

Bij de CO2-extractie is er sprake van een kleine methaanslip. Hierin kunnen zich geurcomponenten bevinden. Deze afgasstroom wordt behandeld d.m.v. regeneratieve thermische oxidatie (RTO). Dit is een energieneutraal proces. Bij het opstarten van de installatie wordt de RTO opgewarmd met elektrische energie tot circa 840 °C. Het afgas dat naar de RTO gaat bevat 0,3 tot 0,8 vol% methaan. Dit leidt tot een autotherme oxidatie van aanwezige koolwaterstoffen. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De belangrijkste geluidsbronnen bij de gasopwerking zijn de compressoren. Deze zijn ondergebracht in een container en de condensorunits staan op de container. Hiermee is rekening gehouden in het akoestisch onderzoek. De WKK’s zijn voorzien van geluiddempende omkasting.

Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Maatregelen ter beperking van calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

51 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.6

2.6.1

Bewerken veegvuil, grondachtige stromen en RKG-slib

Algemeen

Veegvuil, grondachtige stromen en RKG-slib bestaan hoofdzakelijk uit zandig materiaal met verontreinigingen en een relatief laag droge stof gehalte. De verontreinigingen bestaan meestal uit straatvuil (papier, blik, kunststof verpakkingen), organisch afval (bladeren, takken) en chemische verontreinigingen. De chemische verontreinigingen zijn met name de gevolgen van verkeersactiviteiten: minerale olie en polyaromatische koolwaterstoffen (PAK’s) afkomstig van slijtage van autobanden en lekkage van motorbrandstoffen en carterolie. Op Ecopark De Wierde wordt dit materiaal aangevoerd door (gemeentelijke) inzameldiensten en aannemingsbedrijven in vloeistofdichte containers en gelost op een geasfalteerde terrein voor recyclingactiviteiten. 2.6.2

Beschrijving activiteiten en processen

Op de bewerkingslocatie vindt in eerste instantie ontwatering plaats over een periode van ca. 6 maanden. In deze fase vindt de eerste afbraak van minerale olie en PAK’s plaats en neemt het droge stof gehalte toe van ca. 50% naar ca. 75%. Na de drogingsperiode is het materiaal geschikt voor zeving. Hierbij worden de niet bodembestanddelen (zeefoverloop) verwijderd (ca. 10%), die vervolgens definitief worden verwijderd. Na de zeving wordt de partij gekeurd volgens het Besluit bodemkwaliteit en in opslag genomen als bouwstof (grond). Indien het materiaal niet voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit dan vindt verdere bewerking plaats. Deze verdere bewerking bestaat uit het beluchten door het omzetten van de partij met een shovel (welke reeds op locatie aanwezig is) of door het materiaal af te voeren naar een derde, zoals een extractieve reiniger. Middels biologische afbraak c.q. wassing (extern) kunnen de gehalten van de verontreinigingen weer voldoen aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Het bewerkte materiaal kan na goedkeuring in zowel werken binnen als buiten Ecopark De Wierde worden hergebruikt. Massabalans Input

Output

Veegvuil en grondachtige materialen

Component Bouwstof Rest Vocht

Bestemming % 81 % 3% 16 %

Hergebruik Verwijdering door verbranding Verdwijnt door indrogen van het materiaal

Situering en ruimtebeslag Op jaarbasis wordt in totaal maximaal 25.000 ton materiaal ingezameld voor bewerking. De opslag en bewerking vindt plaats op een vloeistofdichte vloer. 2.6.3

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor deze activiteit worden voorzien: - maatregelen ter bescherming van de bodem; - maatregelen ter beperking van stofemissies; - maatregelen ter beperking van geurhinder; - maatregelen ter beperking van geluidsemissies;

52 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

-

maatregelen ter voorkoming van calamiteiten.

Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem is het opslag- en bewerkingsterrein vloeistofdicht aangelegd, geïnspecteerd en voorzien van een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening (VVV) op basis van AS 6700. Het risico op bodemverontreiniging is daardoor verwaarloosbaar klein. Het hemelwater van het opslagterrein wordt opgevangen en door een olieafscheider en slibvanger geleid voor afvoer naar de RWZI te Heerenveen. Maatregelen ter beperking van stofemissies Stofemissies bij de aanvoer worden niet verwacht als gevolg van het lage droge stof gehalte (max. 65%). Indien nodig zal tijdens de opslag van het materiaal het omliggende terrein met behulp van de aanwezige veeg- en sproeiwagen worden geveegd en gesproeid (BBT 14). Maatregelen ter beperking van geurhinder Omdat de bijdrage van het bewerken van veegvuil en kolkenslib aan de totale geuremissie nihil is, is het treffen van maatregelen niet noodzakelijk. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De voertuigen voor de bewerking van veegvuil/kolkenslib worden voorzien van geluidsdempers. Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Maatregelen bij calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd.

De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

53 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.7

2.7.1

Baggerslibbewerking

Algemeen

Dit betreft enkel nog de opslag en ontwatering van baggerslib. Daarnaast kan het baggerslib ontdaan worden van eventuele stoorstoffen zoals puin. 2.7.2

Beschrijving activiteiten en processen

Partijen baggerslib worden ontvangen in een ontvangstbuffer van voldoende grootte. Het baggerslib wordt vervolgens in een naastgelegen depot in een dunne laag verspreid. Het aanwezige water zal door de drainage (ongeveer 40% vocht) en verdamping worden afgevoerd. De baggerslib wordt verder ingedroogd door middel van omzetten met een shovel. Het aantal malen omzetten van partijen wordt beïnvloed door weersomstandigheden en het vochtpercentage van het inkomend materiaal. . Na indrogen zal na partijkeuring op basis van de geldende wet- en regelgeving de kwaliteit worden bepaald en indien mogelijk nuttig worden toegepast op de afvalberging of elders gereinigd of gestort op de eigen afvalberging. Situering en ruimtebeslag Voor de baggerslibbewerking en de opslag is een geasfalteerd terrein voor recyclingactiviteiten ingericht. Niet-reinigbaar baggerslib met verontreinigingen boven de EURAL grens worden zoals nu al het geval is ontvangen op de deponie voor gevaarlijk afval, de actieve ontwatering zal daar eveneens plaatsvinden. Hierbij worden de uitloogwaarden van de bijlage van de Regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsen en het organische stofgehalte niet overschreden. 2.7.3

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die t.b.v. de bewerking van baggerslib zullen worden genomen. Het hierbij om de volgende maatregelen: - maatregelen ter bescherming van de bodem; - maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem is het terrein ten behoeve van de baggerslibbewerking vloeistofdicht aangelegd. Het risico op bodemverontreiniging is daardoor verwaarloosbaar klein. Maatregelen ter voorkoming van calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

54 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.8

2.8.1

Grondreiniging en verwerking inerte stromen

Algemeen

Grondreiniging wordt op Ecopark de Wierde alleen biologisch uitgevoerd. Als voorbehandeling van de te reinigen grond is het soms noodzakelijk de grond te zeven om grove materialen (stenen, hout, metalen delen e.d.) te verwijderen. De biologische grondreiniging betreft geen chemische behandeling. Biologische reiniging mag alleen plaatsvinden onder de BRL 7500, zonder certificering voor deze activiteiten is opslag toegestaan van deze stromen en vindt de reiniging bij een gecertificeerde verwerker plaats. Het betreft 50.000 ton aan zowel gevaarlijk als niet gevaarlijk afval op basis van de Eural. De volgende interne stromen van SBI kunnen worden gereinigd: zand en inerte afvalstoffen. Situering en ruimtebeslag Grondreiniging in algemene zin vindt in voorkomende gevallen plaats ten westen van de afvalberging. Het terrein voor de reiniging van grond is voorzien van een vloeistofdichte asfaltverharding. 2.8.2

Voorbehandeling door zeven

Ten behoeve van de afscheiding van met grove delen verontreinigde grond en inerte stromen, zoals puin, asfalt, asbestplaatjes, hout e.d. kunnen partijen worden gezeefd. De partij wordt daarvoor m.b.v. een shovel of mobiele kraan in de mobiele zeefinstallatie gebracht en afgezeefd. Indien het gezeefde materiaal voldoet aan de toepassingseisen van de geldende wet- en regelgeving zal het nuttig worden toegepast. Indien dit nog niet het geval is, dan zal het materiaal biologisch of extractief worden gereinigd (gewassen) met behulp van een wasinstallatie. De overloop van de zeef (zeefrest) zal afhankelijk van de samenstelling verder worden bewerkt (bv. gewassen of gebroken) of gestort. Indien de zeefrest is verontreinigd met asbest, dan zal de zeefrest gecontroleerd worden gestort op Ecopark De Wierde. 2.8.3

Biologisch reinigen

De biologische reiniging van grond wordt in de buitenlucht uitgevoerd, waarbij de grond in ruggen is gestort. Met behulp van een mobiele kraan worden de grondverzetwerkzaamheden en laadactiviteiten verricht. Het biologische reinigen kan in de vorm van landfarming plaatsvinden en door het toevoegen van speciale entmaterialen aan de grond om zodoende een versnelling van het reinigingsproces te verkrijgen en/of een afbraak van moeilijker afbreekbare verontreinigingen. Bij landfarming wordt de verontreinigde grond in ruggen opgeslagen en wordt de grond regelmatig omgezet om op natuurlijke wijze de verontreinigingen af te breken. Ten behoeve van de reiniging van de met olie verontreinigde grond met behulp van entmaterialen kunnen speciaal gekweekte mengsels van niet pathogene bacteriën en enzymen aan het bodemmateriaal toegevoegd. De toe te voegen hoeveelheden mengsels bacteriën en enzymen worden samengesteld op basis van de onderzoeksresultaten van de verontreiniging. Deze zijn derhalve uniek voor alle soorten verontreiniging.

55 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Het organische stof gehalte wordt verhoogd en de structuur in en van de grond wordt verbeterd door de grond te mengen met een kleine hoeveelheid speciaal daarvoor ontwikkelde en toe te passen voedingsstoffen. Om een acceptabele hoeveelheid organisch materiaal in de te reinigen grond te verkrijgen is de toevoeging met maximaal 10% van deze voedingsstoffen in de regel voldoende. Deze opmenging vindt plaats door middel van het laagsgewijs aanbrengen van de voedingsstof (ca. 0,3 – 0,5 m). De grond wordt regelmatig omgezet om op natuurlijke wijze de verontreinigingen af te breken. Het depot ligt in de buitenlucht, zodat door de neerslag in het algemeen voldoende vocht in de grond aanwezig is. Vrijkomend percolaat wordt opgevangen in de DWA-riolering met buffer. Afvoer van de gereinigde grond zal plaatsvinden, nadat uit monstername en analyse op basis van de geldende wet- en regelgeving is gebleken dat de grond geschikt is voor hergebruik. De gereinigde partijen zullen zowel intern als extern worden toegepast en worden na weging per as of per schip afgevoerd. Input

Output

Verontreinigde grond

Component Gereinigde grond Niet reinigbare grond (slibrest) en zeefrest

Bestemming % ca. 90 ca. 10

Hergebruik Storten

Biologische reiniging mag alleen plaatsvinden onder de BRL 7500, zonder certificering voor deze activiteiten is opslag toegestaan van deze stromen en vindt de reiniging bij een gecertificeerde verwerker plaats. 2.8.4

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die t.g.v. de grondreiniging, zullen worden genomen. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: - maatregelen ter bescherming van de bodem; - maatregelen ter beperking van stofemissies; - maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem is het terrein voor de reiniging van grond voorzien van een vloeistofdichte asfaltverharding, hiervoor is een vloeistofdichtheidsverklaring afgegeven. Maatregelen ter beperking van stofemissies Ter beperking van stofemissies wordt de opgeslagen grond zonodig besproeid en wordt het terrein zo nodig regelmatig geveegd en/of besproeid. (BBT 14). Maatregelen ter beperking van luchtemissies Bij biologische reiniging van grond kunnen eventuele aanwezige vluchtige stoffen vrijkomen. Bij de extensieve manier van biologisch reinigen die wordt toegepast, worden geen emissies van betekenis verwacht. Indien uit waarnemingen en metingen blijkt dat sprake is van te hoge emissies van vluchtige stoffen kan de grond worden afgedekt en afgezogen lucht worden behandeld.

56 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Maatregelen ter voorkoming van calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

57 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.9

2.9.1

Recyclingactiviteiten (Op- en overslag en shredderen)

Algemeen

Onder recyclingactiviteiten wordt op- en overslag en shredderen van te recyclen stromen verstaan. Op - en overslagslag van afvalstoffen vindt plaats op verschillende locaties op het terrein, waaronder de GFT-bunker en de Recyclinghal. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de afvalstoffen welke worden op- en overgeslagen c.q. worden geshredderd op Ecopark De Wierde. In totaal wordt 77.900 ton aangevraagd. Dit is exclusief de tonnages op- en overslag van: • partijen grond en puin in afwachting van keuring (deze hoeveelheden zijn meegenomen in paragrafen 2.2, 2.3 en 2.6); • AEEA (paragraaf 2.10); • bouw- en sloopafval en grofhuishoudelijk afval (zie paragraaf 2.11); • brandbaar afval en kunststoffen (paragraaf 2.16). Soort afvalstof1

Hoeveelheid (in tonnen) 15.000 15.000 15.000

Voorraad (in tonnen) 250 ton 500 ton 200 ton

Activiteit

GFT2 Op- en overslag Papier en karton Op- en overslag Glas (wit, groen, bruin Op- en overslag en bont) Vlakglas 500 50 ton Op- en overslag Gips 1.500 25 ton Op- en overslag B-hout 20.000 200 ton Op- en overslag C-hout 4.000 50 ton Op- en overslag Gemengd Tapijt 1.000 50 ton Op- en overslag Autobanden 400 50 ton Op- en overslag Snoeiafval 1.000 250 ton Shredderen Houtsnippers 3.000 1.100 Op- en overslag Dakleer 1.500 25 Op- en overslag 1 Afvalstoffen zijn onder andere afkomstig van milieustraten, bedrijven, instellingen en dergelijke. Ecopark De Wierde wordt gebruikt als tussenopslag, locatie ten behoeve van (uit)sorteren van afvalstromen in verband met hergebruik. Verder kunnen afvalstoffen worden opgeslagen ten behoeve van bewerking (bijvoorbeeld het shredderen van snoeiafval in een houtshredder). 2 GFT is het afval dat door Omrin zelf in de directe omgeving wordt ingezameld. Het GFT-afval wordt op Ecopark De Wierde op- en overgeslagen in een afgesloten GFT-bunker, dit om de geuremissie van het GFT-afval tot een minimum te beperken. 2.9.2

Beschrijving activiteiten en processen

De recyclingactiviteiten leveren secundaire bouwstoffen op die geschikt zijn voor afzet in de markt. Het tijdstip waarop deze afzet kan plaatsvinden is echter afhankelijk van de marktvraag. Omdat afstemming van de productie op de marktvraag niet mogelijk is (de afvalstoffen worden immers continu geproduceerd), is opslag van maximaal drie jaar noodzakelijk bij een vorm van nuttige toepassing en één jaar in geval van verwijdering.

58 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Als zodanig wordt in voorkomende gevallen het opslagterrein gebruikt voor de (tussen)opslag van bouw- en sloopafval, de tijdelijke opslag van secundaire bouwstoffen en licht verontreinigde grond en het veegvuil/RKG-slib. Situering en ruimtebeslag De opslag van secundaire bouwstoffen en afvalstoffen (zie bovenstaande tabel) vindt plaats op verschillende locaties van het terrein, in de GFT-bunker en in de Recyclinghal (zie bijlage 2). Deze locaties zijn waar nodig voorzien van een vloeistofdichte vloer. 2.9.3

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor deze activiteit worden voorzien: - maatregelen ter bescherming van de bodem; - maatregelen ter beperking van luchtemissies; - maatregelen ter beperking van geuremissies; - maatregelen ter beperking van geluidsemissies; - maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. De emissiebeperkende maatregelen die bij de proefprojecten van toepassing kunnen zijn zullen in de betreffende melding worden aangegeven. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem zijn de locaties op het terrein waar noodzakelijk vloeistofdicht aangelegd. Het risico op bodemverontreiniging is daardoor verwaarloosbaar klein. Het hemelwater van het opslagterrein wordt opgevangen en door een olie-afscheider en slibvanger geleid voor afvoer naar de RWZI te Heerenveen. Maatregelen ter beperking van luchtemissies Ter beperking van stofemissies worden in droge perioden de aanvoerwegen en opslagterreinen bevochtigd. Daarvoor zijn op de inrichting een mobiele sproei-installatie en vacuümtank aanwezig (BBT14). Stofemissies die direct worden veroorzaakt door de aard van het afval worden voorkomen door voor deze afvalstoffen overdekt transport verplicht te stellen in het acceptatiereglement. Bij een windsnelheid van 20 m/s (windkracht 8) worden mogelijk stofverspreidende activiteiten gestaakt.

Het terrein wordt regelmatig met behulp van een veegwagen geveegd. Maatregelen ter beperking van geuremissies Om de geurhinder te beperken wordt de op- en overslag van geurende stoffen overdekt opgeslagen (bijv. GFT-bunker). Geuremissies worden tegengegaan door middel van zoveel mogelijk gesloten houden van deuren. De Recyclinghal is voorzien van een automatische snelloopdeur, deze staat alleen bij in- en uitrijden open. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De voertuigen die worden gebruikt bij de op- en overslag van afvalstoffen en secundair materiaal worden voorzien van geluidsdempers en overbodige draaiuren worden vermeden. Daarnaast wordt de geluidsemissie beperkt door het feit dat de puinbreker en de houtshredder (snoeiafval) niet gelijktijdig in werking mogen zijn. Tevens staan de shredders in vakken deels omheind door 3 m hoge legoblokken (zie ook 2.11.4). Deze maatregelen zijn conform BBT 18.

59 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Maatregelen bij calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

60 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.10 Regionaal Sorteer Centrum voor AEEA

2.10.1 Algemeen De gescheiden inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) is sinds 1 januari 1999 verplicht voor gemeenten. Sinds medio 2006 verzorgt Omrin, in opdracht van de NVMP (Stichting Nederlandse Verwijdering Metaalektro Producten), het voortransport van AEEA vanaf milieustraten in Nederland naar het RSC (Regionaal Sorteer Centrum) op Ecopark De Wierde. Hier worden de AEEA gesorteerd en naar de diverse verwerkers getransporteerd. Middels deze vergunning wordt een capaciteit aangevraagd voor 20.000 ton per jaar. 2.10.2 Beschrijving activiteiten en processen De activiteiten van het RSC bestaan uit: • het lossen van in containers, boxpallets en IBC-bakken aangevoerde AEEA van milieustraten; • handmatig scheiden en verzamelen in containers, boxpallets en IBC-bakken; • met behulp van heftruck met witgoedklem lossen van containers en sorteren van groot witgoed, koel en vriesapparatuur in containers; • het afvoeren van volle containers en boxpallets per as. De AEEA worden gescheiden in vijf verschillende soorten AEEA: groot witgoed (wasmachines, wasdrogers e.d.), koel- en vriesapparatuur, bruingoed (TV, audio, video e.d.), ICT apparatuur (computers, telefoons e.d.) en overig (klein) wit- en bruin goed. Op Ecopark De Wierde wordt per jaar in het RSC ca. 20.000 ton AEEA overgeslagen en gesorteerd. Massabalans RSC Input Output

Ongesorteerde AEEA

Bestemming

Component Groot witgoed (GWG) Koel en Vriesapparatuur TV, audio en video ICT (computer, telefoons e.d.) Overig Wit- en Bruingoed

Ton 1.600 4.600 5.800 3.200 4.800

% 8 23 29 16 24

Demontage/ recycling Demontage/ recycling Demontage/ recycling Demontage/ recycling Demontage/ recycling

Totaal outputa) 20.000 100 a) De omvang van de outputstromen is afhankelijk van de verhouding in de samenstelling van de inputstroom. Vermelde hoeveelheden zijn indicatief en kunnen afwijken. 2.10.3 Situering en ruimtebeslag Het RSC is gesitueerd in een loods van Ca. 18 x 30 m op Ecopark De Wierde (gebouw G; zie bijlage 3). Het terrein van het RSC is ca. 0,65 ha groot. Op het RSC-terrein ten oosten van de loods wordt een tentvormige overkapping op containers geplaatst voor het overdekt kunnen uitsorteren van groot witgoed, koel- en vriesapparatuur.

61 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.10.4 Emissiebeperkende maatregelen In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor deze activiteit worden voorzien: - maatregelen ter bescherming van de bodem; - maatregelen ter voorkoming van calamiteiten; - maatregelen ter voorkoming van geluidsemissies. Bodem De activiteiten die met het RSC samenhangen worden op een vloeistofkerende vloer uitgevoerd, zodat bodemverontreiniging wordt voorkomen. Maatregelen bij calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De voertuigen die worden gebruikt bij de aanvoer van AEEA in en de afvoer van gesorteerd AEEA uit het RSC worden voorzien van geluidsdempers en overbodige draaiuren worden vermeden. Verder zijn in de directe nabijheid van het RSC geluidswallen gesitueerd die de geluidsbelasting naar de dichtstbijzijnde woningen aan De Dolten en de Welleweg beperken. Deze maatregelen zijn conform BBT 18.

62 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.11 Bewerken van BSA, bedrijfsafval en residu GHA

2.11.1 Algemeen De activiteiten bewerken van bouw- en sloopafval (BSA), bedrijfsafval en en residu grof huishoudelijk afval (GHA) betreffen: opslaan, voorsorteren en bewerken. Op jaarbasis wordt maximaal 10.000 ton residu van grof huishoudelijk afval (GHA) verwerkt. Een deel van het residu GHA wordt op Ecopark De Wierde geshredderd ter hoogte van de Recyclinghal en vervolgens afgevoerd naar een verbrandingsinstallatie. In verband met de hiermee gepaard gaande geuremissie wordt de activiteit shredderen GHA beperkt tot 3,5 uur per week (180 uur per jaar) of wel 1 maand per jaar (4,5 week à 40 uur). Dit komt overeen met ca 2.250 ton residu GHA. De steen- en houtfractie vormen het hoofdbestanddeel van de stroom BSA. Om het hergebruik van de steen- en houtfractie te optimaliseren moet het worden gebroken resp. geshredderd. De hoeveelheden BSA, bedrijfsafval en residu GHA zijn weergegeven in onderstaande tabel. Overzicht te accepteren BSA, bedrijfsafval en residu GHA en opslagwijze Afvalstoffen Maximaal Locatie / opslagwijze geaccepteerd/jaar (ton) Bewerking bouw- en sloop 10.000 ton Opslagterrein/ (BSA) Vloeistofdichte voorziening Bedrijfsafval 20.000 ton Afvalbunker/Recyclinghal Vloeistofkerende voorziening (overdekt) Residu grofhuishoudelijk 10.000 ton Opslagterrein/ afval (GHA) Vloeistofdichte voorziening

Maximale opslaghoeveelheid 500 m3 500 m3

500 m3

2.11.2 Beschrijving activiteiten en processen Bewerking residu grof huishoudelijk afval Op Ecopark De Wierde is een mobiele shredderinstallatie aanwezig voor het shredderen van het residu van grof huishoudelijk afval. Bewerking van BSA De steen- en houtfractie zijn afkomstig van bouw- en sloopwerken. Na aankomst op het terrein van Ecopark De Wierde worden de steen- en houtfractie in een tijdelijk depot nabij de breekinstallatie opgeslagen, onderscheiden naar kwaliteit en soort. Grof betonpuin met betonijzer wordt met behulp van mobiele kraan met vergruizer verkleind. Het ijzer wordt zoveel mogelijk verwijderd. De restfractie van BSA wordt afgevoerd naar een verbrandingsinstallatie. Op jaarbasis wordt ca. 10.000 ton steenfractie en A-hout verwerkt in de puinbreekinstallatie resp. houtshredderinstallatie. Steenfractie De steenfracties bestaan uit schoon betonpuin, metselwerkpuin, mengpuin en kalkzandsteenpuin. De steenfractie wordt (al dan niet voorgebroken) op een aanvoerband gedeponeerd, voorgezeefd en naar de breker geleid. Het gebroken materiaal wordt gezeefd met een zeefdek van 40 mm. De

63 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

fractie >40 mm wordt naar de nabreker gevoerd. Afhankelijk van de vraag uit de markt kan het materiaal met een mobiele zeefinstallatie afgezeefd worden op verschillende fracties zoals 0/40, 0/4, 4/16, 4/32, 16/40 mm. Vanuit de breker of de zeef gaan de granulaten via transportbanden naar de opslagvakken voor gereed product, gesorteerd op korrelgrootte. Voor de afscheiding van verontreinigingen wordt na de breker een windzifter en een magneetband geïnstalleerd voor de verwijdering van licht materiaal (papier/ plastic ->afvoer naar de scheidinginstallatie) en respectievelijk ferro-metalen (hergebruik). Massabalans puinbreekinstallatie (steenfractie) Input Output Bestemming

Ongebroken steenfractie

Component Granulaten Metalen Rest

% 94 5 1

Hergebruik Metaalverwerkende industrie Sorteerinstallatie

Houtshredder De houtfractie wordt m.b.v. een mobiele kraan, eventueel na verkleinen met een knipschaar, in de trechter gebracht en naar de houtshredder geleid. Er wordt alleen A-hout geshredderd. De houtshredder wordt afhankelijk van de gevraagde deeltjesgrootte afgesteld. Het geshredderde hout word opgeslagen in opslagvakken of containers. De metalen kunnen door sortering of magneten worden afgescheiden. Massabalans houtshredder (houtfractie) Input Output

Hout

Component Houtsnippers Metalen Rest

% 97 1 2

Bestemming

Hergebruik Metaalverwerkende industrie Scheidinginstallatie

2.11.3 Situering en ruimtebeslag De activiteiten van de breekinstallaties incl. zeef- en wasinstallatie, de mobiele kraan met vergruizer en de shredders (houtshredder en shredder voor residu van grof huishoudelijk afval) en zijn gesitueerd op het opslagterrein voor recyclingactiviteiten (zie bijlage 1 en 2 bij de aanvraag). In eerste instantie is een opslagterrein gereserveerd van 1 ha met een uitbreidingsmogelijkheid tot ca. 4 ha. De granulaten worden in opslagvakken op korrelgrootte gesorteerd in afwachting van afzet. 2.11.4 Emissiebeperkende maatregelen In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor deze activiteit worden voorzien: maatregelen ter beperking van stofemissies; maatregelen ter beperking van geluidsemissies; maatregelen bij calamiteiten. Maatregelen ter beperking van stofemissies

64 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Ter beperking van stofemissies is de mobiele puinbreekinstallatie uitgerust met een sproeiinstallatie. De puingranulaten worden zo nodig bevochtigd met de sproei-installatie. Ook bij hout shredderen worden stofemissies voorkomen m.b.v. een sproei-installatie. Het terrein zal met behulp van de aanwezige veeg- en sproeiwagen regelmatig worden geveegd en zo nodig gesproeid. Deze maatregelen zijn conform BBT 14. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De activiteiten buiten de hal, containertransport en laden en lossen, vinden voornamelijk plaats tussen de opslagvakken. De voertuigen worden voorzien van geluidsdempers. De puinbreekinstallatie en de houtshredder zijn uitgevoerd met geluidsisolerende voorzieningen. De installaties worden tussen de opslagvakken geplaatst om zo gebruik te kunnen maken van de geluidsreducerende werking van deze 3 meter hoge vakken. Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Daarnaast wordt de geluidsemissie beperkt door het feit dat de puinbreker (puin en hout) en de houtshredder (snoeiafval) niet gelijktijdig in werking mogen zijn. Tevens staan de shredders in vakken deels omheind door legoblokken. Maatregelen bij calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd.

Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan. Ter bestrijding van brand zijn voldoende geschikte blusmiddelen op de locatie geplaatst. Zeer zorgwekkende stoffen Er is een inventarisatie uitgevoerd naar zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afvalstoffen op Ecopark De Wierde. De inventarisatie is in de periode 2019-2020 ingediend bij Fumo (zie bijlage 8 en 9). Conform de toelichting is de werkelijke doorzet op jaarbasis worden aangegeven. Hierbij geldt de hoogste waarde van de afgelopen 3 jaar. Per van toepassing zijnde sectorplan is nagegaan wat de doorzet aan afvalstoffen was in 2018 (2018 is representatief voor 2016 en 2017). In deze periode is er geen sprake geweest van shredderen van gemengd BSA (sectorplan 28) of het breken van steenachtig materiaal (sectorplan 29) en B- en Chout. Deze stromen zijn in die periode wel gestort. Om de mogelijkheid open te houden om steenachtig materiaal en A- hout te shredderen of te breken, worden deze activiteiten (opnieuw) aangevraagd. Shredderen van B- en C-hout wordt niet aangevraagd. De ZZS-inventarisatie is hierop aangepast. Hierbij worden bovengenoemde maatregelen getroffen ter beperking van luchtemissies.

65 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.12 Regionale inzameldienst Omrin/Fryslân Miljeu Zuidoost NV

2.12.1 Algemeen Omrin/Fryslân Miljeu NV, bedrijvengroep Inzameling en Reiniging, is verantwoordelijk voor het inzamelen van zowel huishoudelijk- als bedrijfsafval en het uitvoeren van allerhande reinigingstaken en winterdiensten. Vanuit Ecopark De Wierde worden de reinigingstaken voor de regionale BV’s Fryslân Miljeu Zuidoost en Groningen georganiseerd. Er wordt ingezameld bij de gemeenten Heerenveen, Opsterland, Oostellingwerf, Bellingwedde (Gr) en de gemeente Westerveld (Dr). Tevens wordt vanuit Ecopark De Wierde de complete KCA/KGA inzameling voor zowel burgers als bedrijven in de provincie Fryslân georganiseerd. De medewerkers houden zich bezig met een scala aan inzamel- en reinigingstaken, zoals onder andere de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, het vegen van wegen en terreinen, het reinigen van rioolsystemen, ongediertebestrijding en gladheidsbestrijding. Op Ecopark De Wierde zijn voor de bedrijvengroep Inzameling & Reiniging de volgende voorzieningen gecreëerd: • Kantoor en werkplaats voertuigen (gebouw H); • een stalling c.q. uitrukpunt voor het inzamelmaterieel (gebouw I); • Romney-loods voor opslag van onderdelen; • buitenopslag voor nieuwe containers en milieuboxen (KCA/KGA emballage depot).

2.12.2 Beschrijving activiteiten en processen Kantoor en werkplaats voertuigen Het kantoor en de werkplaats voertuigen, vallend onder de bedrijvengroep Inzameling & Reiniging worden beschreven in paragraaf 2.13 Werkplaatsen en opslagruimten. Stalling en opslag De stalling van het materieel voor Fryslân Miljeu is ten noorden van de Recyclinghal en ten westen van het bedrijfsgebouw gesitueerd op een terrein van ca. 3.200 m 2. Het terrein heeft een eigen inrit tezamen met het aansluitende terrein van de werkplaats. De stalling bestaat in feite uit drie onderdelen: • een dichte, vorstvrije stalling voor kolkenzuigers/veegauto’s/inzamelvoertuigen van ca. 675 m2; • een overdekte stalling voor containers en milieuboxen van ca. 170 m²; • een parkeerplaats voor het overige materieel van ca. 600 m 2. De stalling fungeert als uitrukpunt voor de werkzaamheden van de regionale inzameldienst. Als zodanig vinden geen verdere werkzaamheden op het terrein plaats dan stalling en opslag van het materieel. 2.12.3 Emissiebeperkende maatregelen In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die voor deze activiteit zijn voorzien. • maatregelen te bescherming van de bodem; • maatregelen ter beperking van geluidsemissies; • maatregelen ter beperking van calamiteiten. 66 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem is het terrein ter plaatse van de (dichte) stalling, de parkeerplaats en de toe- en afvoerwegen verhard. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies Ter beperking van de geluidsemissies is het inzamelmaterieel voorzien van geluiddempers. Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Maatregelen ter voorkoming van calamiteiten De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

67 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.13 Werkplaatsen en opslagruimten

2.13.1 Algemeen Op Ecopark De Wierde zijn er een drietal werkplaatsen: • Werkplaats voertuigen. Deze werkplaats valt onder de bedrijvengroep Inzameling en Reiniging. Hier vindt onderhoud en reparatie aan het rijdend materieel van Omrin plaats. • Werkplaats SBI/Technische Dienst Recycling. Hier worden onderhoudswerkzaamheden ten behoeve van installaties op Ecopark De Wierde uitgevoerd. • Werkplaats KSI. Hier worden specifiek onderhoudswerkzaamheden ten behoeve van KSI uitgevoerd. De werkzaamheden in deze werkplaats bestaan grotendeels uit sleutelen, lassen, slijpen, zagen en boren aan bijvoorbeeld pompen en hydrauliek. 2.13.2 Beschrijving activiteiten en processen Kantoor en werkplaats voertuigen Het kantoor en de werkplaats zijn gesitueerd in gebouw H. Tot de werkzaamheden die in de werkplaats voertuigen worden uitgevoerd behoren: • periodiek onderhoud, zoals olie verversen, filters vervangen, remcontrole/vervangen en algehele inspectie; • lassen, slijpen, zagen en boren aan onder andere voertuigen, installaties (pompen en hydrauliek) en dergelijke; • carrosseriewerk, zoals uitdeuken en schilderen. Specialistische werkzaamheden en spuitwerk zullen worden uitbesteed. Ten behoeve van de laswerkzaamheden is een laskar aanwezig. Buiten is er een opslag voor gasflessen (gas en zuurstof).

Ook vindt er opslag plaats van olie en smeermiddelen plaats in 200 liter vaten en bulk op de verdieping van gebouw H. De opslag voldoet aan PGS 15. Werkplaats SBI/Technische Dienst Recyling De werkplaats van SBI is gesitueerd in gebouw N. Bij de technische dienst wordt onderhoud en reparatie uitgevoerd aan de technische installaties van SBI Friesland. Tot de werkzaamheden van de technische dienst behoren: • constructie/laswerk; • fitters werkzaamheden; • fijn mechanisch werk, zijnde lagers vervangen, pompen overhalen; • elektrotechnisch onderhoud aan installaties en instrumentatie. Specialistische werkzaamheden worden uitbesteed aan onder aannemers; Ten behoeve van de laswerkzaamheden is een laskar aanwezig. De opslag van gasflessen vindt plaats bij gebouw H. Opslag van olie en smeermiddelen vindt plaats in de voormalige werkplaats (ruimte ten oosten van de bunker van de scheidingsinstallatie). De opslag voldoet aan PGS 15. Werkplaats KSI De werkplaats van KSI is gesitueerd in gebouw R. Bij de technische dienst wordt onderhoud en reparatie uitgevoerd aan de technische installaties van KSI. Tot de werkzaamheden van de technische dienst behoren:

68 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

• constructie/laswerk; • fitters werkzaamheden; • fijn mechanisch werk, zijnde lagers vervangen, pompen overhalen; • elektrotechnisch onderhoud aan installaties en instrumentatie; Specialistische werkzaamheden worden uitbesteed aan onder aannemers; Ten behoeve van de laswerkzaamheden is een laskar aanwezig. De opslag van gasflessen vindt plaats bij gebouw H. Verder is er een klein magazijn. 2.13.3 Emissiebeperkende maatregelen In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die t.b.v. de werkplaatsen zijn genomen. Het hierbij om de volgende maatregelen: • maatregelen ter bescherming van de bodem; • maatregelen ter beperking van luchtemissies; • maatregelen ter beperking van geluidemissies; • maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem is een betonnen vloer in de werkplaatsen aangebracht. De opslag van olie, smeermiddelen, verf en gevaarlijke afvalstoffen (afgewerkte olie, oliefilters, poetsdoeken en accu’s) worden conform de eisen van PGS 15 (opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) opgeslagen. Maatregelen ter beperking van luchtemissies De in de werkplaatsen vrijkomende lasdampen worden door een puntafzuiging afgevoerd. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies Ter beperking van de geluidsemissies worden de werkzaamheden t.b.v. onderhoud en reparatie zoveel mogelijk binnen uitgevoerd.

Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Maatregelen ter voorkoming van calamiteiten Bij lassen en slijpen wordt rekening gehouden met brandgevaar door blusmiddelen bij de hand te houden. Ter bestrijding van brand zijn voldoende geschikte blusmiddelen op de locatie aanwezig. De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

69 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.14 Afvalwaterzuivering

2.14.1 Algemeen De afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) op Ecopark De Wierde is gebouwd voor de zuivering van het percolaat van de afvalberging en het afvalwater van de was- en vergistingsinstallatie van ONF met een capaciteit van ca. 60.000 ie. De waterzuivering bevindt zich op locatie E. De afvalwaterzuivering bestaat uit een bedieningsgebouw met daarin de opslag van chemicaliën, een membraangebouw inclusief motor control center-ruimte, een nitrificatie/denitrificatie tank van 2.400 m3, een nitrificatietank van 1.200 m3, en een slibindikker. Op Ecopark De Wierde komen in de bestaande situatie verschillende afvalwaterstromen vrij. Omdat de verontreinigingsgraad van alle waterstromen verschillende is, zijn diverse voorzieningen aangelegd voor de gescheiden opvang en behandeling van de waterstromen. In deze aanvraag revisievergunning wordt rekening gehouden met: • rechtstreekse aansluiting natte platen BRF (ten westen van Recyclinghal) op de AWZI; • de ingebruikname van het terrein ten oosten van de afvalberging en aansluiting op terreinriolering. De natte platen zijn samen ca. 2 ha groot. Voor het terrein ten oosten van de afvalberging, gaan we op dit moment uit van max. 4 ha vloeistofdichte plaat. Er is op basis van ervaring sprake van ca 8.000m³ (hemel)water /ha/jr. De natte platen zijn aangesloten op de AWZI.

Het nieuwe terrein ten oosten van de afvalberging wordt aangesloten op een pompput, die het water naar de effluentput voert. Optioneel zou een deelstroom kunnen worden voorgezuiverd. Overzicht afvalwaterstromen afvalwaterstoom voorziening Drainwater afvalberging en schoon hemelwater Percolaat afvalberging Afvalwater SBI

Ringsloot en regenwaterriool

Afvalwater derden Natte platen

n.v.t.

Run-off (wegen en terreinen) Huishoudelijk afvalwater Vloeistofdichte

Bufferbassin Bufferbassin

Straatkolken, bezinkput, pompput, bufferbassin Straatkolken en terreinriolering Riolering Straatkolken,

Afvalwaterbehandeling n.v.t.

lozingspunt

Bestemming

Oppervlaktewater

Nieuw Heerenveens kanaal

Voorzuivering in AWZI Voorzuivering in AWZI Voorzuivering in AWZI Voorzuivering in AWZI

Effluentput met persleiding Effluentput met persleiding Effluentput met persleiding Effluentput met persleiding

RWZI Heerenveen

Olie- en slibafscheiders n.v.t.

Effluentput met persleiding Effluentput met persleiding Effluentput met

RWZI Heerenveen

Optie: deelstroom

70 Laatste wijziging: 25 juli 2022

RWZI Heerenveen RWZI Heerenveen RWZI Heerenveen

RWZI Heerenveen RWZI Heerenveen

Niet Technische Samenvatting (NTS)

plaat oostkant afvalberging KSI-terrein

bezinkput, pompput Straatkolken, obas, pompput

voorzuiveren

persleiding

Olie- en slibafscheiders

Gemeentelijk riool

RWZI Heerenveen

De verschillende afvalwaterdebieten zijn globaal als volgt (kan jaarlijks variëren): • Drainwater (kwel) afvalberging en schoon hemelwater : 623.160 -1.323.160 m³/j (naar 19 kanaal) • Percolaat afvalberging : 50.000 m³/j (naar AWZI); • Afvalwater SBI : 150.000 m³/j (naar AWZI); • Afvalwater derden : 20.000 m³/j (naar AWZI); • Natte platen : 20.000 m³/j (naar AWZI); • Run-off (wegen en terreinen) en huishoudelijk afvalwater : 46.000 m³/j (naar effluent put); • Vloeistofdichte plaat oostkant afvalberging (Driehoek) : 32.000 m³/j (naar effluentput); • KSI-terrein : 5.000 m³/jaar (op gemeentelijk riool). De hydraulische belasting van de AWZI blijft binnen de hydraulische capaciteit van de AWZI. De totale hoeveelheid die via de effluentput wordt geloosd blijft ook ruim binnen het totaal vergunde debiet voor lozing op de RWZI van ca. 1.600 m³/etmaal. 2.14.2 Beschrijving activiteiten en processen Beschrijving van het zuiveringsproces In de aerobe afvalwaterzuivering worden met name CZV en N-kj d.m.v. biologische processen uit het afvalwater verwijderd. De biologische stikstofverwijdering houdt in: oxidatie van ammonium via nitriet tot nitraat, nitrificatie; reductie van nitraat tot moleculaire stikstof, denitrificatie.

Met name het verloop van de nitrificatie- en denitrificatieprocessen is van een aantal factoren afhankelijk, zoals: temperatuur, zuurgraad, BZV/N-verhouding en zuurstofconcentratie.

19

Drainwater (kwel) afvalberging: 600.000 – 1.300.000 m³/jaar Schoon hemelwater: Onderdeel Oppervlakte (m²) RWA (schoon hemelwater) (m³/jaar) 2.000 1.500 • Bedrijfsgebouw (gebouw A) 400 300 • Waterzuivering (gebouw E) 4.800 3.600 • Scheidingshal (gebouw K en C) 4.500 3.400 • Vergistingshal (gebouw D 3.500 2.600 • parkeerterrein 900 700 • Stalling (gebouw I) 900 700 • Werkplaats (gebouw H) 500 400 • RSC (gebouw G) 3.400 2.500 • Recyclinghal (gebouw F) 480 360 • Werkplaats TD (gebouw N) 7.500 5.600 • KSI (gebouw R) 2.000 1.500 • Dano-hal (gebouw P) Totaal 30.880 23.160

71 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

De afvalwaterstromen percolaat, afvalwater SBI (ONF-afvalwater) en van de natte platen worden opgevangen in het bestaande bufferbassin voor percolaatwater van 5.000 m 3 . De afvalwaterstroom wordt met een regelbare influentpomp (en indien nodig) via een warmtewisselaar voorverwarmd (s’ winters) en in de voordenitrificatietank gepompt. Zomers kan desgewenst deze stroom worden gekoeld. Indien het influent arm is aan fosfaat kan in de voordenitrifactietank fosforzuur worden toegevoegd, hier wordt tevens methanol gedoseerd om het denitrificatieproces goed te laten verlopen. Vanuit de voordenitrificatiezone wordt het afvalwater naar de nitrificatiezone gepompt, waarbij d.m.v. beluchting het aanwezige ammonium in nitraat wordt omgezet. De afvalwaterstroom wordt gerecirculeerd naar de voordenitrificatietank voor de omzetting van het gevormde nitraat naar stikstof. De recirculatiefactor is afhankelijk van de kwaliteit van afvalwater en de gestelde lozingseisen van het effluent. Vanuit de nitrificatiezone wordt de reactorinhoud naar de 2 membraanstraten gepompt. In de membraanstraten vindt de slib/waterscheiding plaats. Het afgescheiden water (effluent) wordt via de effluentput en een persleiding geloosd op de RWZI van Heerenveen. Het slib wordt verpompt naar de voorraadtank van de SBI en wordt gevoegd bij de ONF-stroom.

Methanoltank Voor de methanoldosering is op de locatie van de waterzuivering een bovengrondse tankinstallatie aanwezig voor de opslag van methanol (Methanoltank). De tankinstallatie staat in de buitenlucht. De tank heeft een volume van 41,8 m³. Gemiddeld wordt er 300 ton methanol per jaar verbruikt. Recent heeft een herclassificatie beoordeling plaatsgevonden door Mokobouw 20. Naar aanleiding van de beoordeling zijn aanpassingen aan de installatie uitgevoerd zodat wordt voldaan aan de BRL 903/08 en de PGS 31. 2.14.3 Emissiebeperkende maatregelen In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die bij de afvalwaterzuivering zijn genomen. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: • maatregelen ter bescherming van de bodem; • maatregelen ter beperking van geluidsemissies; • maatregelen ter beperking van luchtemissies (m.n. geur); • maatregelen ter beperking van wateremissies; • maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem zullen de reactietanks vloeistofdicht zijn en is ter plaatse van het vullen van de tanks met hulpstoffen een vloeistofdichte vloer aanwezig. Monitoring van het grondwater vindt plaats met behulp van peilbuizen, conform geldende monitoringsplan, conform maatwerkvoorschrift 2015-FUMO-0011369 d.d. 26 augustus 2015.

Het bufferbassin is voorzien van HDPE-folie om emissies naar de bodem te voorkomen.

20

Herclassificatie beoordeling van de bovengrondse opslag van Methanol, Mokobouw, november 2018 t/m april 2019

72 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Maatregelen ter beperking van geluidsemissies De blowers op de waterzuivering zijn voorzien van een geluidswerende omkasting. Het leidingwerk is ook voorzien van geluidswerende isolatie. Tevens zijn er in de leidingen geluidsdempers aangebracht (conform BBT 18). Maatregelen ter beperking van luchtmissies (geur) Geuremissies worden tegengegaan door middel van het volledig afdekken van de bufferbassins. Maatregelen ter beperking van wateremissies Het gezuiverde afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI Heerenveen voor de nazuivering. Het influent van de afvalwaterzuivering zal worden verwarmd m.b.v. restwarmte van de biogasmotoren of met de eigen ketel in het bedieningsgebouw voor het verhogen van het zuiveringsrendement van de eigen afvalwaterzuivering. Maatregelen ter voorkoming van calamiteiten Buiten de bedrijfsuren wordt de AWZI door de ploegleiders in de gaten gehouden om calamiteiten te voorkomen. De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=133853b0-9ba4-44bf-97cc-1d9a7cd3445f