CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1f. bijlagen 2022-07-25 (anoniem) platgeslagen.pdf

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen37.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

de maximale drainlengte voldoet aan de Richtlijn; de signaleringstijd is korter dan bij de referentiestortplaats; de verdunning van de verontreiniging is groter dan bij de referentiestortplaats; de kwelsituatie op Ecopark De Wierde en de van nature aanwezige afsluitende lagen gaan verspreiding van de verontreiniging naar het grondwater tegen. Aanlegniveau De zool van de afvalberging ligt op een niveau van 1,45 m –NAP nabij de ringsloot en op 0,85 m -NAP in het midden van het gebied. De zettingen in dit deel van de locatie zijn berekend op minder dan 0,25 m. De zool zal derhalve uiteindelijk uitkomen op een niveau van ca. 1,7 m -NAP resp. 1,1 m NAP. De grondwaterstand onder de afvalberging wordt, evenals de grondwaterstand op het gehele

24 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

terrein in eerste instantie bepaald door de controledrainage. Nadat deze drains niet meer functioneren wordt de grondwaterstand bepaald door de opbolling ten gevolge van de kwel en het niveau van de ringsloot. De ringsloot wordt bemalen met een streefpeil van 3,1 m -NAP. Nabij de ringsloot is nauwelijks sprake van opbolling. De maximale opbolling zal niet groter zijn dan de stijghoogte van het eerste watervoerende pakket 2,0 m -NAP. Dit betekent dat de afstand tussen de zool van de afvalberging (3,1 – 1,7 = 1,4 m) en het midden van het gebied (2,0 – 1,1 = 90 cm) en de gemiddeld hoogste rondwaterstand na het bereiken van de eindzetting groter is dan 70 cm, de eis uit het Stortbesluit bodembescherming. Eindafwerking en nazorg In de Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming is de verplichting opgenomen zo spoedig als technisch mogelijk, doch niet later dan 30 jaar na het aanbrengen van de onderafdichting, aan de bovenkant van de afvalstoffen een bovenafdichting aan te brengen die de infiltratie van regenwater tegengaat. Deze periode is voorgeschreven omdat uitgegaan wordt van een beperkte levensduur van de folie-afdichting (30 jaar). Op het talud van fase 1 is in 2004/2005 de eindafwerking aangebracht. De taluds noordoost, zuidoost en zuid zijn in 2011/2012 voorzien van de eindafwerking. E.e.a. is weergegeven op de tekening in bijlage 2 van de aanvraag.

In de ‘Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen’ is beschreven dat lekkage van stortgas, en daarmee het niet voldoen van de afdichtingsconstructie, visueel waarneembaar is aan kleurverandering van de vegetatie of het ontstaan van kale plekken. Bij grote lekkages is ook stank waarneembaar. Conclusies op basis van methaangasmeting in de afdekgrond moeten voorzichtig worden getrokken. Wanneer visueel lekkage van stortgas is aangetoond, is een gedetailleerd onderzoek met gasdetectieapparatuur noodzakelijk om de exacte locaties van de lekkage vast te stellen. Wanneer op basis van de jaarlijkse visuele inspectie geen afwijkingen in de vegetatie zichtbaar zijn, zullen er geen gasmetingen worden uitgevoerd. De nazorg en de eindafwerking van de afvalberging worden conform het stortbesluit uitgevoerd, wanneer de stortplaats is gesloten is de nazorg geregeld in de Nazorgregeling Wet milieubeheer. De toekomstige verplichting voor de eindafwerking De Wierde is, zowel met betrekking tot de inhoud als totaal geschatte kosten, geraamd door een ingenieursbureau en becijferd op een totaal bedrag van € 15,6 miljoen. Deze berekening wordt periodiek getoetst, zo mogelijk aan de hand van aanwezige/beschikbare marktinformatie.

Marktprijzen fluctueren in de tijd, derhalve wordt er een bandbreedte gehanteerd met de marktprijzen die Afvalsturing Friesland NV voorhanden heeft. Voor de toekomstige eindafwerking heeft Afvalsturing Friesland een voorziening, van elke ton gestort materiaal wordt een deel gereserveerd, welke indien daar aanleiding voor is, wordt bijgesteld. De voorziening voor de eindafwerking is opgenomen tegen nominale waarde. Omrin en de Provincie Fryslân hebben overeenstemming over de financiering van het nazorgplan. Hiervoor heeft Omrin geld gestort in een voorziening welke in het beheer is van de provincie Fryslân.

25 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.2.4

Beschrijving activiteiten en processen

Aanvoer van de afvalstoffen De afvalberging is een voorziening ten behoeve van de definitieve verwerking van afvalstoffen. De te storten afvalstoffen worden na acceptatie en registratie voor het overgrote deel per as aangevoerd en direct naar het stortvak getransporteerd. Het verwerken van afvalstoffen De afvalberging is verdeeld is verschillende compartimenten. Op compartiment 1 is in maart 1993 het eerste afval gestort, waarna in 1996 compartiment 2 in gebruik is genomen. Op dit moment wordt gestort in compartiment 9, 8 en een deel van 5b. Voordat gestort kan gaan worden wordt eerst de teelaarde weg gegraven en in depot gezet. De dubbele onderafdichting wordt vervolgens op de zandlaag aangebracht, waarna m.b.v. kaden een stortvak wordt gecreëerd. De te storten afvalstoffen worden uitgereden tot een laag van 50 tot 100 cm en maximaal verdicht. Er wordt gestort in lagen van ± 3 m. hoog waarna met een volgende laag wordt begonnen. Nadat 's middags het laatste afval is gestort en verdicht, wordt indien nodig het stort voorzien van een tijdelijke tussenafdeklaag, bestaande uit een grondachtige afvalstof of een geschikte secundaire bouwstof van 5 tot 10 cm. Dit om verwaaiing, stankoverlast of verstuiving van afval te voorkomen en ter voorkoming van overlast van vogels.

Wanneer een bepaald gedeelte van het stort lange tijd niet wordt gebruikt, dan wordt dit gedeelte indien nodig eveneens van een afdeklaag voorzien van circa 30 cm. Bij de aanvang van de stortactiviteiten in een nieuw compartiment wordt extra aandacht besteed aan de bescherming van de folie. Hiertoe zullen bij het binnenkomen van de eerste hoeveelheden afval de transportvoertuigen zich binnen het compartiment uitsluitend mogen verplaatsen over een laag reeds gestort afval. Hetzelfde geldt voor de verwerkingsmachines, die uitsluitend op afval met voldoende dikte, het compartiment mogen betreden. Ook kan er voor worden gekozen om te werken met rijplaten. Asbest dient conform de daarvoor geldende acceptatievoorwaarden te worden aangeleverd. Zie bijlagen 4 en 5. Grondwerk en inzet overig materieel ten behoeve van de exploitatie Voor het afdekken van het afval met een laag grond moeten grondachtige afvalstoffen of andere daartoe geschikte secundaire bouwstoffen naar het stortfront worden getransporteerd. Voor het opzetten van grondwallen en het maken van nieuwe stortcompartimenten worden eveneens grondachtige afvalstoffen of secundaire bouwstoffen toegepast. Indien deze afvalstoffen niet beschikbaar zijn worden primaire bouwstoffen gebruikt. Voor het aanleggen van goede rijpaden op het stort wordt puin of gelijkwaardig materiaal gebruikt.

Eventueel wordt de constructie uitgevuld met zand en vervolgens worden hier stelconplaten overheen gelegd. Voor paden die voor een relatief korte periode nodig zijn worden stalen rijplaten gebruikt. De hier genoemde werkzaamheden worden uitgevoerd door de machinisten met behulp van grondverzetmachines. Baggerslib Op Ecopark De Wierde wordt ongevaarlijk en gevaarlijk baggerslib gestort. Het EURAL baggerslib (gevaarlijk afval) wordt gestort op de deponie voor gevaarlijk afval, het ongevaarlijke baggerslib wordt op de afvalberging gestort of nuttig toegepast. Ingedroogd baggerslib kan op de afvalberging

26 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

nuttig worden toegepast voor afdekmateriaal en eventueel voor het opzetten van kaden en het verstevigen van taluds. Immobiliseren Op Ecopark De Wierde is periodiek een installatie voor het immobiliseren van materialen ten behoeve van minerale afdichtingsconstructies actief. De installatie kan worden ingezet voor milieutechnische als civieltechnische werken en is onder andere geschikt voor zand/bentoniet mengsels, zand/cement stabilisaties, hydrostab+ en immobilisatietechnieken. De installatie wordt gebruikt voor de aanleg van de onder- en bovenafdichting van de eigen afvalberging. Om stofoverlast voor de omgeving tegen te gaan bevat de installatie doekenfilters en worden stuifgevoelige materialen gemengd in een gesloten mengtrommel. De installatie wordt afhankelijk van de plaats van het werk gesitueerd op een geschikte locatie, dit zal in een handhavingsoverleg met het bevoegd gezag worden afgestemd. Gebruik secundaire materialen en bouwstoffen Op basis van het LAP3, het Besluit stortverbod afvalstoffen en het Besluit bodemkwaliteit kunnen secundaire materialen en bouwstoffen op een afvalberging nuttig worden toegepast. Omrin zal ten behoeve van het gebruik van specifieke afvalstoffen voor nuttig gebruik in het jaarlijks op te stellen stortplan een opgave van de soorten en hoeveelheden te gebruiken secundair materiaal geven.

Ten behoeve van het nuttig gebruik kunnen de volgende afvalstoffen worden toegepast: grond voor afdekking en kaden, grof puin voor verharding, AVI-bodemas voor dagelijkse afdekking en verharding en freesasfalt voor verharding. Voor het inrichten, exploiteren en het tussentijds afwerken van de stortplaats worden grondachtige afvalstoffen of andere daartoe geschikte afvalstoffen gebruikt. Andere geschikte afvalstoffen kunnen worden toegepast na goedkeuring van het stortplan waarin zij worden beschreven. Verwijderen van bodemvreemd materiaal op stortplaats Op de stortplaats kan bodemvreemd materiaal (waaronder munitie) verwijdert worden uit nietreinigbare grond en niet-reinigbare baggerspecie. Verwijderen van bodemvreemd materiaal (waaronder munitie) kan middels zeven, sorteren en (metaal)detectie plaatsvinden. De gekozen wijze van verwijdering komt voort uit het plan van aanpak welke is geschreven door een gecertificeerd bedrijf, waarbij veiligheid voorop staat. De werkwijze is opgenomen in het Acceptatie- en verwerkingsbeleid Ecopark de Wierde. Tijdelijke opslag van brandbaar afval op de stortplaats Op de stortplaats kan brandbaar afval (verpakt in zowel RDF- als kunststofbalen) tijdelijk worden opgeslagen op plaatsen zoals is aangegeven op de tekening in bijlage 2.

De opslag moet zo zijn georganiseerd dat er geen vermenging kan plaatsvinden tussen de opslag en de gestorte afvalstoffen. Brandbaar afval kan worden opgeslagen in vakken van maximaal 2500 m2, met een maximale hoogte van 5 m. Tussen de verschillende vakken moet minimaal 10 m zitten; zie bijlage 6. De totale hoogte van stort en opslag mag nooit meer zijn dan 29 m+ .

27 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.2.5

Onderhoud en beheer

Verhardingen De verhardingen van het terrein bestaan uit de toegangsweg en de wegen op het terrein. Dagelijks worden de verhardingen, waar nodig, door een tractor met veegbezem en eventueel een zuigwagen geveegd en gesproeid. Een gedeelte van de molgoten en trottoirkolken (afvaltransportroute) wordt maandelijks door een (ingehuurde) veegzuigauto schoongemaakt en leeggezogen. Tweemaal per jaar worden alle molgoten en trottoirkolken onder handen genomen. In droge perioden worden zowel de verharde als onverharde wegen besproeid. Vloeistofdichte verhardingen worden jaarlijks geïnspecteerd op scheurvorming en zonodig hersteld. Riolering Eens per 10 jaar wordt een algehele inspectie van het rioleringssysteem uitgevoerd met behulp van een camera. De gegevens worden vastgelegd op een videoband en op basis van deze inspectie wordt onderhoud gepleegd. Pompputten De pompputten op het terrein worden maandelijks schoongemaakt. Bovendien worden wekelijks de pompputten gecontroleerd en de draaiuren van de pompen geregistreerd. Percolaat- en controledrains De percolaat- en controledrains worden jaarlijks doorgespoten.

Visuele inspectie stortplaats Ten behoeve van de controle en het onderhoud van de bovenafdichting moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: visuele inspectie van de bovenafdichting , waarbij aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten: storingen in de groei van de vegetatie, kenmerken die kunnen wijzen op slechte ontwatering (bijvoorbeeld drassige plekken), geurwaarnemingen, erosie-kenmerken. Indien tijdens de visuele inspectie zoals hierboven beschreven onregelmatigheden worden geconstateerd dient op de betreffende plaats de isolerende laag visueel geïnspecteerd te worden. Jaarlijks moeten in de afdekgrond waar gas- en/of percolaatleidingen door de isolerende laag van de afdichting worden geleid gasmetingen worden verricht. De visuele inspectie vindt eigenlijk continu plaats en vindt jaarlijks uitgebreid plaats. Controle op de dichtheid van de volledige bovenafdichting vindt plaats door middel van een onderzoek naar het uittreden van stortgas door de bovenafdichting. Dit onderzoek dient elke zes maanden plaats overeenkomstig de methode aangegeven in hoofdstuk 13 van de Richtlijn dichte eindafwerking. In hoofdstuk 13 van de Richtlijn dichte eindafwerking is beschreven dat lekkage van stortgas, en daarmee het niet voldoen van de afdichtingsconstructie, visueel waarneembaar is aan kleurverandering van de vegetatie of het ontstaan van kale plekken.

Bij grote lekkages is ook stank waarneembaar. Conclusies op basis van methaangasmeting in de afdekgrond moeten voorzichtig worden getrokken. Wanneer visueel lekkage van stortgas is aangetoond, is een gedetailleerd onderzoek met gasdetectieapparatuur noodzakelijk om de exacte locaties van de lekkage vast te stellen. Uit de richtlijn blijkt dat visuele inspectie veel nauwkeuriger is dan methaangasmetingen in de afdekgrond. Wanneer wij visueel afwijkingen aantreffen, zullen wij een gedetailleerd onderzoek met gasdetectieapparatuur laten uitvoeren.

28 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Beplanting Het onderhoud van de beplanting, de onkruidbestrijding en het hekkelen van de sloten wordt door eigen medewerkers (dan wel door uitbesteding aan derde) uitgevoerd. Hekwerken Het nodige onderhoud aan de hekwerken op Ecopark De Wierde wordt door eigen personeel of een aannemer uitgevoerd. Ongediertebestrijding Minimaal maandelijks vindt een inspectie plaats op de aanwezigheid van ongedierte. Indien nodig wordt tussentijds door de bestrijdingstechnicus aanvullend bestrijdingsacties uitgevoerd. Vogelbestrijding Om de overlast van meeuwen en kraaien tot een minimum te beperken is op de locatie een valkenier actief. De bestrijding wordt uitgeoefend met als doelstelling dat er geen vogeloverlast in de omgeving is. Waai- en zwerfvuil bestrijding Dagelijks wordt het zwerfvuil op de aanvoerroute naar Ecopark De Wierde opgeruimd door eigen medewerkers. Wekelijks wordt rondom de inrichting gelopen en het aanwezige zwerfvuil opgeruimd. Op het terrein zelf worden regelmatig prikploegen ingezet voor het opruimen van het zwerfvuil. Beveiliging Het terrein is omgeven door sloten en vijf toegangshekken. Op de toegangsweg zijn twee poorten aanwezig, die buiten de werktijden door de portier/ weegbrugbediende worden afgesloten. De andere twee toegangshekken (Veldweg en Vergravingen) worden gebruikt bij de uitvoering van civiele werken en calamiteiten.

Buiten de werktijden wordt het terrein gecontroleerd door een beveiligingsbeambte. Het bedrijfsgebouw, de portiersloge, de garage/ werkplaats en het bedieningsgebouw zijn voorzien van rookmelders en aangesloten op de brandalarminstallatie, een deel is voorzien van een inbraakalarminstallaties. Deze installaties zijn aangesloten op het beveiligingssysteem. Nieuwe gebouwen kunnen op basis van het advies van de brandweer worden opgenomen in het beveiligingssysteem. Jaarlijks worden de voorzieningen in het kader van de brandbestrijding, zoals brandblussers en melders, gecontroleerd op een goede werking. 2.2.6

Situering en ruimtebeslag

De Afvalberging beslaat een groot deel van het terrein en bestaat op dit moment uit de compartimenten 1 – 9 (zie bijlage 2 bij de aanvraag). Het totale oppervlak ten behoeve van de afvalberging is 28,2 ha. Door de stortplaats te verhogen naar 29 m vervalt de uitbreiding van de afvalberging ter plaatse van de compartimenten 5b (deels) en 3c (huidige percolaatbassins) en bedraagt het totale oppervlak van de afvalberging 28,2 ha i.p.v. de oorspronkelijke 31,8 ha. Deze 2,6 ha kunnen worden gebruikt voor andere activiteiten waaronder de opslag van de containers van de scheidingsinstallatie, om deze dicht bij de fabriek te kunnen houden. De vrijgekomen teelaarde, welke is vrijgekomen tijdens de aanleg van de reeds aanwezige onderafdichting, is in het gronddepot aan de westzijde van de inrichting opgeslagen. De storthoogte, exclusief de eindafwerking, zal in de eindfase voor de eeuwigdurende nazorgfase circa 25 m zijn. Doordat het gestorte afval circa 20% zetting geeft wordt het afval op een tijdelijke hoogte van 29 m gestort. De afvalberging zal inclusief eindafwerking niet hoger zijn dan 29 m. De maximale hoeveelheid te storten afval is vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan; zie ook 29 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

paragraaf 2.2.7. Omrin rapporteert Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân jaarlijks over de voortgang via het Stortplan. 2.2.7

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die op de afvalberging worden genomen. Het hierbij om de volgende maatregelen: maatregelen ter bescherming van de bodem; maatregelen ter beperking van wateremissies; maatregelen ter beperking van geuremissies; maatregelen ter beperking van stofemissies; maatregelen ter beperking van geluidemissies; maatregelen ter beperking van waai- en zwerfvuil; maatregelen ter beperking van vogeloverlast; maatregelen bij calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem onder de afvalberging wordt de aanleg van de compartimenten van de afvalberging uitgevoerd conform het Stortbesluit bodembescherming. Onder normale bedrijfsomstandigheden kan het percolaat niet in de bodem (en het grondwater) terechtkomen. Het percolaat wordt door middel van het percolaatbufferbassin - en afvoersysteem uit de afvalberging verwijderd en afgevoerd naar de AWZI. Afstromend hemelwater dat niet in contact is geweest met het afval wordt via de ringsloot rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd. Maatregelen ter beperking van wateremissies Ter beperking van de wateremissies wordt de afvalberging aan het einde van de exploitatieperiode zo spoedig als technisch mogelijk voorzien van een bovenafdichtingsconstructie volgens het Stortbesluit bodembescherming.

Maatregelen ter beperking van geuremissies Ter beperking van geuremissies wordt het stortfront dagelijks afgedekt met een tussenafdeklaag. Wekelijks op de laatste werkdag en als een bepaald gedeelte van het stort lange tijd niet wordt gebruikt, wordt het stortfront voorzien van een tijdelijke afdekking. De emissie van stortgas wordt grotendeels voorkomen door de aanleg van een geoptimaliseerd stortgasonttrekkingsysteem en afdekken van taluds met klei, of leem houdende grond op dat deel van het stort waar organisch afval wordt gestort (waar alleen storten van inert materiaal plaatsvindt, is geen stortgasonttrekking nodig omdat er geen emissie van stortgas is). Aanvullend daarop worden logistieke maatregelen getroffen, zoals het zo snel mogelijk verwerken c.q. afvoeren van afvalstoffen, of het niet accepteren van sterk geurende afvalstoffen. Percolaat uit de afvalberging wordt opgevangen in het percolaatbufferbassin om geur te voorkomen. Wekelijks wordt door medewerkers gecontroleerd of er ook stortgas wordt waargenomen, zonodig wordt actie ondernomen. Maatregelen ter beperking van stofemissies Ter beperking van stofemissies worden in droge perioden de aanvoerwegen, de verharde paden en zonodig het stortfront bevochtigd. Daarvoor zijn op de inrichting een mobiele sproei-installatie en een vacuümtank aanwezig (BBT 14).

Voor de aan- en afvoer van de afvalstoffen worden op de afvalberging verharde paden aangelegd. Stofemissies die direct worden veroorzaakt door de aard 30 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

van het afval worden voorkomen door voor deze afvalstoffen verpakking of overdekt transport verplicht te stellen in het acceptatiereglement. De voertuigen die op de afvalberging lossen zijn verplicht om voor het verlaten van de inrichting door de doorrijbak te rijden om de banden af te spoelen. Bij een windsnelheid van 20 m/s (windkracht 8) worden mogelijk stofverspreidende activiteiten gestaakt. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies Ter beperking van de geluidsemissies worden grondverzetmachines met geluiddempers ingezet en worden overbodige draaiuren van de machines vermeden. Tevens zijn in de nacht het piepsignaal, voor attenderen vanwege achteruitrijden, vervangen door een lichtsein. Deze maatregelen zijn conform BBT 18.

Maatregelen ter beperking van waai- en zwerfvuil Om de overlast van waai- en zwerfvuil tot een minimum te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: het interne en externe afvaltransport gebeurt met kleden of kleppen afgedekte voertuigen; bij windsnelheden boven 14 m/s (windkracht 7) wordt geen makkelijk verwaaibaar afval gestort; dagelijks wordt het zwerfvuil op de aanvoerwegen opgeraapt, wekelijks wordt om de afvalberging gelopen en het zwerfvuil opgeraapt en regelmatig worden prikploegen ingezet voor het opruimen van het zwerfvuil op het terrein; containers worden afgedekt; afval wordt besproeid en in balen gewikkeld; loszwervend papier wordt geprikt. Maatregelen ter beperking van vogeloverlast Ter beperking van vogeloverlast wordt een valkenier ingezet voor de verjaging van voornamelijk meeuwen. Tevens worden hiervoor vuurpijlen toegepast door de valkenier. Maatregelen ter voorkoming van visuele hinder Visuele hinder wordt onder andere voorkomen door het plaatsen van zicht- en boomwallen. Hierover zijn afspraken gemaakt in het inpassingsplan (1993) en het geactualiseerde inpassingsplan (2003). In de visualisatie van de landschappelijke inpassing van de verhoogde stortplaats van 24 tot maximaal 29 meter en het oostelijke deel van het terrein, is uitgegaan van het geactualiseerde inpassingsplan (2003).

In bijlage 7 zijn de Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin opgenomen. Maatregelen bij calamiteiten. De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd. Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan. Zeer zorgwekkende stoffen Er is een inventarisatie uitgevoerd naar zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afvalstoffen op Ecopark De Wierde. Voor de op afvalberging te storten stromen is het uitgangspunt gehanteerd (expert judgement) dat wanneer geen sprake is van gevaarlijk afval de CGW voor ZZS niet wordt overschreden. Met uitzondering van asbest(houdend) afval (gevaarlijk) geldt dat er alleen sprake is van niet gevaarlijk afval dat wordt gestort. De inventarisatie is in de periode 2019-2020 ingediend bij Fumo (zie bijlage 8 en 9). Op 20 november 2020 hebben we een gericht gekregen dat Fumo alle gegevens heeft ontvangen die zij nodig achten (zie bijlage 10).

31 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.2.8

Capaciteit afvalberging

Jaarlijks wordt de restcapaciteit van de afvalberging gemeten om de restcapaciteit van de stortplaats te bepalen. Doordat het gestorte afval ca. 20% zetting geeft wordt het afval op een tijdelijke overhoogte boven N.A.P. gestort (in geval van een eindhoogte van 20 m is deze tijdelijke hoogte 24 m en in geval van een eindhoogte van 25 m is deze tijdelijke hoogte 29 m). In onderstaande tabellen een overzicht van de restcapaciteit in maart 2020, van de afvalberging voor niet gevaarlijk afval en de afvalberging voor gevaarlijk afval. Door de aanpassing van de tijdelijke storthoogte van 24 m naar 29 meter verandert de totale capaciteit en de restcapaciteit van de stortplaats niet ten opzichte van de huidige vergunde situatie. Reden is dat er minder m2 grondoppervlak zal worden gebruikt. Zie ook bijlage 11 Ophoogadvies Ecopark De Wierde-versie 2. Capaciteit afvalberging niet-gevaarlijk afval bij 29 m+ (voorheen 24 m+) Maximale vergunde inhoud 5.533.342 m3 zonder zetting Huidige inhoud 4.004.797 m3 Restcapaciteit 1.528.545 m3 Capaciteit deponie gevaarlijk afval (voorheen C3) bij 29 m+ (voorheen 24 m+) Maximale vergunde inhoud 581.294 m3 zonder zetting Huidige inhoud 418.274 m3 Restcapaciteit 163.020 m3 De totaal maximaal vergunde inhoud zonder zetting is 6.114.636 m 3.

Indien uitgegaan wordt van een hoogte van 25 meter, zijn de waarden voor de restcapaciteit van de stortplaats als volgt, deze zijn niet anders dan bij een hoogte van 20 m. Dit komt omdat er minder m2 grondoppervlak zal worden gebruikt. Capaciteit afvalberging niet-gevaarlijk afval bij 25 m+ (voorheen 20m+) Maximale vergunde inhoud 4.896.564 m3 met zetting Huidige inhoud 4.004.797 m3 Restcapaciteit 891.767 m3

Capaciteit deponie gevaarlijk afval (voorheen C3) bij 25m+ (voorheen 20m+) Maximale vergunde inhoud 536.326 m3 met zetting Huidige inhoud 418.274 m3 Restcapaciteit 118.052 m3 De totaal maximaal vergunde inhoud met zetting is 5.432.890 m 3.

32 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.3

2.3.1

Deponie voor gevaarlijk afval

Algemeen

De totale inhoud van de deponie voor gevaarlijk afval zoals deze destijds is aangelegd betreft 536.326 m3. De totale stortcapaciteit van de stortplaats blijft ongewijzigd. De berging van het gevaarlijk afval vindt plaats in compartiment 4 (4A en 4B) van de stortplaats en op termijn in een deel van compartiment 3c. Het jaartonnage bedraagt maximaal 25.000 ton per jaar. De EURAL is maatgevend om te bepalen of een afvalstof wel of niet gevaarlijk is. Afvalstoffen die verontreinigingen bevatten, die volgens de EURAL onder de categorie gevaarlijke afvalstoffen vallen, worden beschouwd als gevaarlijk afval. Acceptatie en monstername van gevaarlijk afval vindt plaats volgens de ‘Regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsen’. 2.3.2

De constructie van de deponie voor gevaarlijk afval

Onderafdichtingsconstructie De onderafdichting is van boven naar beneden als volgt opgebouwd: percolaatdrainage systeem, bestaande uit een beschermlaag van 60 cm drainagezand, een grindkoffer van fijn en grof grind en drainage van 110 mm HDPE h.o.h. 15 m; synthetische afdichting, 2 mm HDPE-folie onder kwaliteitscontrole (gecertificeerd bedrijf) en onder begeleiding van een erkend bureau aangelegd; minerale afdichting, 28 cm zand bentoniet onder kwaliteitscontrole en onder begeleiding van een erkend bureau aangelegd; uitvullaaag, 0 – 50 cm zand; controledrainage, 110 mm HDPE h.o.h. 15 m. Controledrainage Voor de controledrainage wordt verwezen naar paragraaf 2.2. Aanlegniveau De zool van de deponie voor gevaarlijk afval ligt op een niveau van 1,45 m –NAP nabij de ringsloot en op 1,13 m -NAP aan de zuidzijde van de deponie. De zettingen in dit deel van de locatie zijn berekend op minder dan 0,15 m. De zool zal derhalve uiteindelijk uitkomen op een niveau van ca. 1,6 m -NAP resp. 1,3 m -NAP. De grondwaterstand onder de deponie wordt, evenals de grondwaterstand op het gehele terrein in eerste instantie bepaald door de controledrainage. Nadat deze drains niet meer functioneren wordt de grondwaterstand bepaald door de opbolling tengevolge van de kwel en het niveau van de ringsloot. De ringsloot wordt bemalen met een streefpeil van 3,1 m -NAP.

Nabij de ringsloot is nauwelijks sprake van opbolling. De opbolling ter plaatse van de zuidzijde van de deponie wordt geschat op ca. 30 cm. Dit betekent dat de afstand tussen de zool van de deponie en de gemiddeld hoogste grondwaterstand na het bereiken van de eindzetting groter is dan 70 cm, de eis uit het Stortbesluit bodembescherming. Doormiddel van een folielaag wordt de deponie voor gevaarlijk afval gescheiden van de gewone afvalberging.

33 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Compartimentering In de deponie voor gevaarlijk afval vindt geen compartimentering plaats. Gezien het verwachte afvalaanbod heeft gemengd storten de voorkeur om een stabiel stortlichaam te realiseren. Eindafwerking en nazorg In de Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming is de verplichting opgenomen zo spoedig als technisch mogelijk, doch niet later dan 30 jaar na het aanbrengen van de onderafdichting, aan de bovenkant van de afvalstoffen een bovenafdichting aan te brengen die de infiltratie van regenwater tegengaat. Deze periode is voorgeschreven omdat uitgegaan wordt van een beperkte levensduur van de folieafdichting (30 jaar). Gezien de aard van de afvalstoffen zal de eindafwerking ca. 1 jaar na beëindiging van de exploitatie kunnen worden aangebracht. In de ‘Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen’ is beschreven dat lekkage van stortgas, en daarmee het niet voldoen van de afdichtingsconstructie, visueel waarneembaar is aan kleurverandering van de vegetatie of het ontstaan van kale plekken. Bij grote lekkages is ook stank waarneembaar. Conclusies op basis van methaangasmeting in de afdekgrond moeten voorzichtig worden getrokken. Wanneer visueel lekkage van stortgas is aangetoond, is een gedetailleerd onderzoek met gasdetectieapparatuur noodzakelijk om de exacte locaties van de lekkage vast te stellen.

Wanneer op basis van de jaarlijkse visuele inspectie geen afwijkingen in de vegetatie zichtbaar zijn, zullen er geen gasmetingen worden uitgevoerd. De nazorg en de eindafwerking van de afvalberging worden conform het stortbesluit uitgevoerd, wanneer de stortplaats is gesloten is de nazorg geregeld in de Nazorgregeling Wet milieubeheer. Omrin reserveert reeds middelen voor de eindafwerking. Deze reservering is gebaseerd op de geraamde kosten, verdeelt over de inhoud van de totale berging. Omdat de deponie voor gevaarlijk afval onderdeel uitmaakt van de afvalberging wordt deze reservering voldoende geacht voor de afvalberging inclusief de deponie voor gevaarlijk afval. Afvalsturing Friesland en de provincie hebben overeenstemming over het nazorgplan, de nazorgpot is door Afvalsturing Friesland gevuld en in het beheer van de provincie Fryslân. 2.3.3

Beschrijving activiteiten en processen

Werkwijze De verwerking van gevaarlijk afval in de deponie vindt op dezelfde wijze plaats als de verwerking van de overige afvalstoffen, met dit verschil dat voor de verwerking van asbest(houdend) afval extra veiligheidsmaatregelen gelden (zie paragraaf 2.3). Alle aangeboden gevaarlijke afvalstoffen (dus inclusief asbest) worden direct naar de deponie van gevaarlijk afval getransporteerd. Aan het aanbieden van gevaarlijke afvalstoffen worden strenge eisen gesteld. De eisen aan o.a. verpakking en aanlevering zijn beschreven in het acceptatiereglement van Ecopark De Wierde. De gevaarlijke afvalstoffen worden op aanwijzing van de controleur op de daarvoor bestemde plaats gedeponeerd en bij het niet nakomen van het acceptatiereglement door de klant worden maatregelen getroffen. Na iedere werkdag wordt het verwerkt gevaarlijk afval volledig afgedekt. De afvalstoffen in het depot voor gevaarlijk afval voldoen aan de grenswaarden voor uitloging van afvalstoffen op een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen (onderdeel 3 van de bijlage bij het Besluit Stortplaatsen en Stortverboden Afvalstoffen).

34 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.3.4

Situering en ruimtebeslag

De deponie voor gevaarlijk afval is gesitueerd op de locatie van compartiment 4A en 4B en op termijn in compartiment 3c en heeft een totaal inhoud van ca. 536.326 m3 (met zetting), zie ook paragraaf 2.2.8. 2.3.5

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die op de deponie voor gevaarlijk afval worden genomen. Het hierbij om de volgende maatregelen: maatregelen ter bescherming van de bodem; maatregelen ter beperking van wateremissies; maatregelen ter beperking van stofemissies; maatregelen ter beperking van geluidemissies; maatregelen ter voorkoming van calamiteiten. Maatregelen ter bescherming van de bodem Ter bescherming van de bodem onder de deponie voor gevaarlijk afval wordt de aanleg van de deponie uitgevoerd conform het Stortbesluit bodembescherming. Onder normale bedrijfsomstandigheden kan het percolaat niet in de bodem (en het grondwater) terechtkomen. Het percolaat wordt door middel van het percolaatopvang- en afvoersysteem uit de deponie verwijderd en afgevoerd naar de AWZI. Het percolaat van gevaarlijk afval en niet-gevaarlijk afval komt in de reguliere bedrijfsvoering samen in het percolaatbufferbassin, maar kan in geval van calamiteiten worden gescheiden. Afstromend hemelwater dat niet in contact is geweest met het afval wordt via de ringsloot rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd.

Maatregelen ter beperking van wateremissies Ter beperking van de wateremissies wordt de deponie voor gevaarlijk afval aan het einde van de exploitatieperiode zo spoedig als technisch mogelijk voorzien van een bovenafdichtingsconstructie volgens het Stortbesluit bodembescherming. Gezien de aard van het afval wordt verwacht dat dit ca. 1 jaar na sluiting kan plaatsvinden. Maatregelen ter beperking van stofemissies Ter beperking van stofemissies worden in droge perioden de aanvoerwegen en het stortfront bevochtigd. Daarnaast wordt het stortfront zo klein mogelijk gehouden en dagelijks afgewerkt met een tussenafdeklaag. Wekelijks op de laatste werkdag en als een bepaald gedeelte van het stort lange tijd niet wordt gebruikt, wordt het stortfront zonodig voorzien van een tijdelijke afdekking BBT 14). Stofemissies die direct worden veroorzaakt door de aard van het afval worden voorkomen door voor deze afvalstoffen verpakking verplicht te stellen in het acceptatiereglement. Maatregelen ter beperking van geluidsemissies Ter beperking van de geluidsemissies worden machines met geluiddempers ingezet en worden overbodige draaiuren vermeden. Deze maatregelen zijn conform BBT 18. Maatregelen bij calamiteiten. De maatregelen bij calamiteiten staan beschreven in het scenarioboek, onderdeel van het bedrijfsnoodplan. Om het risico dusdanig laag te houden, zijn de maatregelen hierop afgestemd.

Met de plaatselijke brandweer is een aanvalsplan overlegd. De BHV-organisatie is ingericht conform het bedrijfsnoodplan.

35 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Zeer zorgwekkende stoffen Er is een inventarisatie uitgevoerd naar zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afvalstoffen op Ecopark De Wierde. De op Ecopark De Wierde gebruikte gevaarlijke stoffen staan in ons Register gevaarlijke stoffen. Voor de op de deponie voor gevaarlijk afval te storten stromen is het uitgangspunt gehanteerd (expert judgement) dat wanneer er sprake is van gevaarlijk afval de CGW voor ZZS wordt overschreden. Op jaarbasis wordt ca 25.000 ton gevaarlijk, alleen zijnde asbest(houdend) afval gestort. In de inventarisatie ZZS is geen onderscheid gemaakt in gevaarlijk of niet gevaarlijk asbest(houdend) afval. De inventarisatie is in de periode 2019-2020 ingediend bij Fumo (zie bijlage 8 en 9). Op 20 november 2020 hebben we een gericht gekregen dat Fumo alle gegevens heeft ontvangen die zij nodig achten (zie bijlage 10). De gevaarlijke afvalstoffen welke worden gestort bedragen alleen asbesthoudende afvalstoffen. Asbesthoudend bouw- en sloopafval dient verpakt te worden aangeleverd om emissies van stof en vezels te voorkomen. Asbesthoudende grond en of baggerspecie wat conform het stortbesluit los mag worden gestort en waarvan de concentratie hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest voldoet aan de eisen om los te worden gestort, mag los worden gestort mits er minimaal 10% vocht aanwezig is in de partij om stofemissies te voorkomen.

Aan het eind van de werkdag wordt het los gestorte materiaal altijd afgedekt met grondachtig materiaal om emissies te voorkomen.

36 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.4

2.4.1

Scheidings- en vergistingsinstallatie

Algemeen

De scheidingsinstallatie bevindt zich in gebouw C. De naastgelegen Dano-hal maakt integraal onderdeel uit van de scheidingsinstallatie. De vergistingsinstallatie bevindt zich in gebouw D. De reactoren naast gebouw D maken integraal onderdeel uit van de vergistingsinstallatie. Het bewerken van huishoudelijk afval (HHA) en handel-, diensten- en overheidsafval (HDO) door middel van een scheidings- en vergistingsinstallatie heeft tot doel: maximale terugwinning van grondstoffen en groengas uit het huishoudelijk afval. Alle activiteiten van de scheiding- en vergistinginstallatie worden uitgevoerd in een 5-ploegen(=volcontinu) dienst. De installatie is in een drietal processtappen in te delen: 1. mechanische scheiding van het afval in een organische natte fractie (ONF), metalen, kunststoffen/drankenkartons en een brandbare restfractie; 2. ONF-voorbehandeling en vergisten van het ONF; 3. omzetting van biogas in groengas14 De capaciteit van de scheidings- en vergistingsinstallatie wordt bepaald door, twee zaken: • de maximale hoeveelheid HHA en HDO die we in de scheiding kunnen verwerken, zonder dat de kwaliteitsdoelstellingen in gevaar komen (terugwinning van grondstoffen uit het huishoudelijk afval): 280.000 ton per jaar; • de maximale hoeveelheid biogas die we kunnen verwerken: 26,3 miljoen m³/j (capaciteit gasreiniging 3.000 m³/h x 8760 h/j).

Biogas wordt door vergisting geproduceerd uit: o ONF uit HHA en HDO; o Organische reststromen (derden); o ONF derden. We hebben drie scenario’s bedacht die elk de maximale hoeveelheid biogas opleveren die we kunnen verwerken. Deze scenario’s geven de bandbreedte en een tussenliggend scenario. Scenario’s met grotere hoeveelheden aanvoer van ONF-derden leiden tot de productie van meer digestaat. Het scenario met de maximale aanvoer van ONF derden, leidt tot de meeste verkeersbewegingen en is daarom voor de milieuonderzoeken (geluid, luchtkwaliteit, stikstof) maatgevend.

14

Indien omzetting van biogas in groengas, bijvoorbeeld om technische redenen, niet kan plaatsvinden of als er commerciële redenen zijn om het biogas op een andere manier te verwerken, zal het gereinigde biogas worden toegepast in de WKK’s en/of stoomketel. O.a. de concentratie H2S wordt continu gemeten. Wanneer de concentratie van bijvoorbeeld H2S te hoog is, wordt het gas niet naar de WKK’s en/of stoomketel geleid maar gaat het terug naar de gasbol om het reinigingsproces opnieuw te ondergaan.

37 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Scenario’s in ton/jaar* Afvalstromen Aanvoer HHA en HDO

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

280.000

280.000

280.000

110.000

55.000

0

scheidingsinstallatie Aanvoer organische reststromen (incl. ijzerslib) Aanvoer ONF-derden Afvoer digestaat

0

37.500

76.000

153.900

187.700

222.300

* De aangeven tonnages voor de aanvoer van HHA en HDO, organische reststromen en ONF-derden naar de scheidings- en vergistingsinstallatie zijn uitwisselbaar. 2.4.2

Beschrijving activiteiten en processen

Scheidingsinstallatie Na weging en registratie wordt het afval (HHA en HDO) in de afvalbunker (gebouw K) gestort en opgeslagen tot het moment van verwerking. Met behulp van twee poliepgrijperkranen wordt het afval uit de bunker in een storttrechter gedeponeerd. Door middel van trommelzeven, stijgzifters, magneten, vlakzeef, infrarood herkenning en luchttechnieken wordt het afval gescheiden in de diverse deelstromen. In de scheidingsinstallatie wordt het afval gescheiden in de volgende stromen: • een natte fractie genaamd ONF (Organische Natte Fractie). • kunststoffen en drankenkartons; • metalen; • een brandbare restfractie (RDF). In onderstaande figuur is een integraal processchema voor de scheidings- en vergistingsinstallatie weergeven. Het processchema is eveneens opgenomen in bijlage 41.

38 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Input HHA EDW

Output EDW Opbren gs ten

Overgang naar andere afdeling

Input EDW Extern Opb ren gs ten

Output EDW Kos ten

Operationele proces stap EDW

Operationele procesflow Recycling EDW

Aanvoer huishoudelijk afval

Stortbunkers met kranen

1ste Trommel

Sortering Folie groot

Stijgzifter

Balen pers 500 KG

Boven magneet Metaal

Ops lag Balen gereed voor afvoer

Sortering MPO/ Non Ferro metaal/Folie Groot

Non Ferro metalen

2de trommel Trommel

Bovenmagneet

Wervelstroom magneet

Stijgzifter

NIR

Dano trommel

RDF Grof REC

Metalen

Boven magneet

Folie K lein

Magneet

Metalen

MPO Non Ferro

Vlakzeef

Balen Pers

Ops lag balen gereed voor afvoer

Vlakzeef Grof

Grof ONF naar voorbewerking vergisting

Twee traps NIR

Mix stroom

Mix KSI

Vlakzeef Fijn

RDF Fijn REC

Wervelstroom magneet Non Ferro

Röntgen Scheider

Afvoer Inert

RDF 2

ONF+

Doorval

RDF 1

Wissel pers

Metalen

RDF REC

SBI-Vergistingsinstallatie ONF+

recycleb aar Stort EDW Nietproducten

Metalen

SBI-scheidingsinstallatie

Stortplaats

ONF

Regenwater locatie

Stortgas

BRF energie EDW

Kanaal water

Stoom Verpmpomping Naar mixers

Mengtrog

Reactoren 3X

Mixer 3200

Gasbuffer

Fakkel Veiligheid!

Afblaas veiligheid! ONF

Voorraad Buffer via Hopper/ directe invoer

Magneet

Invoer Derd en en Retourstroom KSI ONF

Vlakzeef

Verpomping naar Mixers

Mengtrog

Mixer 3400

Verpomping reactoren

Circulaat water

Mixer 3600

Ontwatering en regenwater

Flushtank

Vlakzeef

Gasopwerking

Perschroef

Droogplaat Grofdigestaat

Grofdigestaat REC Stoomketel

Röntgen scheider

Afvoer Inert

Inert wassing

T8800 Diverse organische reststromen afvoer slib AWZI - Ijzerslib

T8800 organische reststromen + afvoer slib AWZI

T-6600 water uit droogzeef banden

Cat 3 materiaal

Circulaat water

Ontzanding

Zand afvoer

Droogzeef banden 2X

Droogplaat Fijndiges taat

Afvoer fijndigestaat Derden of Stort via ontheffing

Overflow recirculaat water Ontwatering en regenwater

Afvalwaterzuivering EDW AWZI

39 Laatste wijziging: 25 juli 2022

T5000

Afvawaterzuivering Heerenveen

WKK 2X

Warmtenet EDW Kantoor AWZI Vergisting

Stroom EDW

Tankstation

Injectie aardgasnet

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Dano-trommels Met behulp van langzaam draaiende trommels (ca. 3 omwentelingen per minuut) - zogenaamde Dano-trommels15 - kunnen zachte materialen als papier, luiers en groter organisch materiaal in RDF worden verkleind en worden ongeopende zakken geopend, waardoor de inhoud beschikbaar komt voor scheiding en sortering voor recycling. Uit het getrommelde materiaal kan door middel van afzeven vergistbare biomassa worden gewonnen (ONF). De zeefdoorval bevat veel cellulose uit (sanitair) papier en luiers. De zeefoverloop bevat winbare kunststoffen én metalen. Het uiteindelijk benodigde aantal Dano-trommels is op dit moment nog niet vast te stellen, maar is maximaal 4. De opvolgende procesonderdelen, zoals bijvoorbeeld een vlakzeef, worden met behulp van transportbanden met elkaar worden verbonden. Het met behulp van de Dano-trommels afgescheiden ONF wordt met behulp van water direct naar de mixers gepompt, of met wagens naar de vergistingsinstallatie gereden. Voor het verpompen van het ONF naar de mixers wordt water uit de WVI aangevoerd. Deels betreft dit recirculaat en deels bedrijfswater (oppervlaktewater). Per ton ONF is ca. 1 m³ water benodigd. Uitgaande van maximaal 247.000 ton ONF (zie massabalans) is ca. 247.000 ton (m³) water nodig. Voor iets meer dan de helft bestaat dit uit recirculaat. De rest wordt aan het oppervlaktewater onttrokken.

Na vergisting wordt een deel van dit water via de bestaande voorzieningen naar de waterzuivering gevoerd (zie paragraaf 2.14). Een deel blijft achter in het digestaat. Massabalans Een massabalans van de scheidings- en vergistingsinstallatie – inclusief het effect van de Danotrommels - is hieronder weergegeven. In de praktijk verandert de massabalans constant vanwege schommelingen en verandering van de samenstelling van het afval. Voor de revisievergunning gaan we uit van onderstaande massabalans. Brandbare restfractie (residu) wordt door middel van (pers)containers of balen afgevoerd naar een afvalverbrandingsinstallatie (AVI). Sinds 2011 is de eigen REC in Harlingen een belangrijke outlet. De ONF-fractie wordt middels een gesloten transportband afgevoerd naar de ONF-buffer en in de ONFvoorbehandeling en vergistingsinstallatie verder behandeld. De kunststof fractie wordt, los of in balen, afgevoerd voor verdere verwerking met als doel materiaalhergebruik. De vormvaste kunststoffen worden doorgaans afgevoerd naar de kunststofsorteerinstallatie (KSI). De metalen worden afgevoerd en hergebruikt in de metaalverwerkende industrie.

15

De Dano-trommel is rond 1933 ontwikkeld door Dano Ltd in Denemarken voor het composteren van afval (The Practical Handbook of Compost Engineering 1993).

40 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Massabalans scheidings- en vergistingsinstallatie in ton/jaar Vergunde Scenario 1 situatie Input HHA, HDO of separaat aangeleverde 230.000 280.000 componenten van HHA en/of HDO Industriële organische reststromena) 33.000 110.000 ONF uit scheiding (naar vergisting) 140.000 171.000 ONF van derden 45.000 Som ONF 185.000 171.000 Som inputstromen 308.000 390.000 Output Kunststoffen vormvast Kunststof folies Metalen (ferro en non ferro) Inert (% van input scheiding) Biogas (% van input vergisting) Digestaat (% van input som ONF) Brandbaar residu (RDF) Som outputstromenb)

23.000 7.000 9.000 23.000 27.100 166.500 51.000 306.600

28.000 8.000 11.000 28.000 32.100 153.900 62.000 323.000

Scenario 2

Scenario 3

280.000 55.000 171.000 37.500 208.500 372.500

280.000 171.000 76.000 247.000 356.000

28.000 8.000 11.000 28.000 32.100 187.700 62.000 356.800

28.000 8.000 11.000 28.000 32.100 222.300 62.000 391.400

a) Deze tonnages zijn inclusief maximaal 7.500 ton ijzerslib, dat dezelfde verwerkingsroute volgt als organische reststromen. b) De omvang van de outputstromen is afhankelijk van de hoeveelheden van de afzonderlijke inputstromen, de samenstelling van de inputstromen en het scheidings- en vergistingsrendement. Vermelde hoeveelheden zijn indicatief en kunnen afwijken, zowel naar boven als naar beneden. Het totaal van de outputstromen is ongeveer in lijn met de totale omvang van de input van de SBI. De stroom (bedrijfs-)water is buiten beschouwing gelaten in de massabalans. Een deel van het toegevoegde water gaat weg via de waterzuivering en een deel blijft in het digestaat achter. Spiro-floor en transportband buitenom Naast het ontvangstbordes (noordwestelijk) van de scheidingsinstallatie is een zelflossende, afsluitbare doseerbunker aanwezig (zgn. Spiro-floor) met een beweegbare vloer, welke de mogelijkheid biedt om de volgende stromen m.b.v. transportbanden bij te mengen bij de RDF stroom uit de scheidingsinstallatie: • (geshredderd) residu grof huishoudelijk afval (GHA-residu); • met GHA-residu vergelijkbaar bedrijfsafval; • digestaat; • ONF16. Residu grof huishoudelijk afval wordt in voorkomende gevallen geshredderd. Dit zal slechts een beperkt aantal uren per jaar optreden.

Door middel van een keuzeknop kan er in de scheidingsinstallatie voor worden gekozen om de afgezeefde fractie >45-<65mm toe te voegen aan de ONF-stroom om deze samen met het ONF te

16

In principe wordt ONF vergist, maar in sommige gevallen wordt ONF afgevoerd voor verbranding. Bijvoorbeeld bij een overschot aan ONF.

41 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

verwerken in de vergistingsinstallatie. De tweede mogelijkheid is om deze fractie, bij een overschot aan ONF, via transportbanden langs de buitenwand van de scheidingsinstallatie (zuidoostelijk) toe te voegen aan de RDF-stroom. De gemengde stroom wordt ter verbranding afgevoerd naar een afvalverbrandingsinstallatie. Het voordeel hiervan is tweeledig: 1. efficiënter het transport vanwege van mengen van lichtere en zwaardere afvalstromen, en 2. betere verbranding in de afvalverbrandingsinstallatie vanwege mengen van stromen met verschillende calorische waarden. Deze werkwijze is in overeenstemming met Bijlage B.7 Mengen van het LAP 3 17. Zowel residu grof huishoudelijk afval (en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval), ONF, digestaat, als RDF zijn residuen van het sorteren of anderszins verwerken van huishoudelijk restafval. De minimumstandaard van verwerking van het LAP 3 is Verbranden als vorm van verwijdering. Vergistingsinstallatie De vergistingsinstallatie is in drie processtappen in te delen: • ONF-voorbehandeling, • vergisten (inclusief opslag van biogas), en • ontwateren. De ONF-voorbehandeling heeft tot doel om secundaire grondstoffen (inerte materialen) terug te winnen uit het ONF en anderzijds de kwaliteit van het te vergisten materiaal te verbeteren.

De vergistingsinstallatie heeft tot doel om uit het ONF biogas te winnen en op die manier de energetische inhoud van het ONF optimaal te benutten. Daarnaast wordt door de vergisting een vergaand gestabiliseerd eindproduct verkregen (digestaat) en een aanzienlijke volume- en massareductie gerealiseerd. ONF-voorbehandeling Vanuit de scheidingsinstallatie is de ONF al voor een groot deel afgescheiden van de stroom huishoudelijk afval. Echter, ondanks de toegepaste scheidingsmethoden lukt het niet om alle stoorstoffen te kunnen verwijderen. Het gaat dan met name om die delen die gemakkelijk verkleven met het ONF en dus niet voldoende worden afgescheiden. Deze stoorstoffen worden deels verwijderd met behulp van een magneetband om de ferro metalen die nog in de ONF stroom zitten te verwijderen. Andere stoffen worden gedetecteerd door gebruik te maken van röntgenstraling (met behulp van de zogenaamde X-tract). Hiermee kunnen (harde) materialen zoals steen, glas, PVC, metaal en porselein worden gedetecteerd en uitgesorteerd. Het van stoorstoffen ontdane ONF wordt gemengd met water in de mengtrog. Het te vergisten materiaal (ook wel ONF+) bestaat uit organisch materiaal, slib en water (ca. 15% vaste stof) wordt vervolgens in de mixers (mengtanks) gebracht. Hier wordt ook ijzerslib gedoseerd, en kan het met stoom nog verder verwarmd worden tot 55 ºC indien nodig.

Hiertoe is een stoomketel opgesteld met een capaciteit van 5 ton/uur, 10 bar. Ook worden hier de organische reststromen ingenomen.

17

Soms kan het juist beter zijn als verschillende afvalstoffen wel gezamenlijk worden verwerkt en kan mengen juist voordelen met zich meebrengen. Denk bijvoorbeeld aan een biologische afvalwaterzuivering en afvalverbranding, waar een sterk fluctuerende samenstelling van de input een negatief effect heeft op het verwerkingsproces. Door het samenvoegen van afvalstoffen wordt een meer constante samenstelling verkregen, wat de verwerking ten goede komt. Ook met het oog op transportefficiëntie kan het samenvoegen van afvalstoffen voordelen hebben.

42 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Om het totale milieurendement nog te vergroten worden ook licht vervuilde organische waterstromen ingenomen. Dit water wordt gebruikt als waswater in de inertwasser en belandt daardoor volledig in de vergisting waar de organische vervuiling vergist wordt. Hierdoor wordt minder proceswater (oppervlaktewater) ingenomen. Vergisten De vergistingsinstallatie heeft tot doel om uit de ONF een maximale hoeveelheid biogas te winnen om op die manier de energetische inhoud optimaal te benutten. Daarnaast wordt door de vergisting een verregaand gestabiliseerd eindproduct verkregen (digestaat) en een aanzienlijke volume- en massareductie gerealiseerd. In hoofdlijn bestaat de vergistingsinstallatie uit de volgende onderdelen: • mengtanks (mixers); • vergistingsreactoren; • ontwateringstraat (zeefbandpersen); • zandafscheiding (zandcyclonen). Na de mengtanks wordt het materiaal in een reactor (in totaal drie stuks) gepompt waar de omzetting in biogas en digestaat plaatsvindt. Het biogas wordt aan de bovenkant van de reactor afgevoerd. Het vergiste materiaal wordt aan de onderzijde en de bovenzijde van de reactor onttrokken en via een breektank en een zeef naar de ontwatering afgevoerd. Aan- en afvoer van materiaal worden door middel van een procescontrolesysteem op elkaar afgestemd. Gemiddeld blijft het materiaal 11 dagen in de reactoren.

Om de vorming van zwavelwaterstof (H2S) in het biogas te beperken wordt per jaar ca. 7.500 ton ijzerslib (product dat vrijkomt bij ontijzering van grondwater) ingenomen. Dit zorgt ervoor dat de zwavel in de biomassa neerslaat als ijzersulfide en als zodanig met het digestaat wordt afgevoerd. Deze hoeveelheid is niet expliciet in de massabalans opgenomen, maar valt onder organische reststromen. Het aanwezige zand in het digestaat wordt door middel van zandcyclonen verwijderd en vervolgens wordt het digestaat mechanisch ontwaterd tot circa 40% droge stof. Het digestaat wordt tijdelijk op Ecopark De Wierde opgeslagen, voordat het wordt afgevoerd. Opslag van digestaat gebeurt al jaren en heeft nooit relevante geuremissie gegeven. Het materiaal bevat weinig geurstoffen, omdat deze worden afgebroken tijdens de vergisting. De maximale opslaghoeveelheid neemt niet toe ten opzichte van de vergunde situatie. Het grof-digestaat (ca 40% van totaal) wordt na verloop van tijd afgevoerd voor verbranding. Het fijn-digestaat wordt frequenter afgevoerd naar bijvoorbeeld GMB om te worden opgewerkt tot biogranulaat, dat kan worden toegepast als biobrandstof. Voor residuen van het sorteren of anderszins verwerken van huishoudelijk restafval, zoals grof en fijn digestaat, is de minimum standaard uit sectorplan 1 van het LAP 3: verbranden als vorm van verwijdering.

Het proceswater wat bij de ontwatering ontstaat wordt gedeeltelijk gerecirculeerd naar de ONFvoorbehandeling. Het resterende surpluswater wordt afgevoerd naar de eigen AWZI op Ecopark De Wierde. Om kortdurende schommelingen in de biogasproductie op te kunnen vangen wordt het biogas opgevangen in een gasbol van maximaal 4.900 m³. Daarnaast is deze gasbol bedoeld als natuurlijke koeling om energie te besparen en ter opslag (buffer) bij kortdurende storingen.

43 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Procesbesturing De centrale procesbesturing vindt plaats vanuit de controlekamers in respectievelijk het scheidingsgebouw (gebouw C) en het vergistingsgebouw gebouw D). De procesbesturing van de verschillende delen van de installatie vindt plaats door een PLC-systeem (Programmable Logic Controller). De procesbesturing is erop gericht dat in geval van een storing ergens in de installatie, alle lopende apparaten daarvóór stoppen. Indien de verstoring verholpen is, wordt het betreffende deel van de installatie van achter naar voren weer opgestart. In de verschillende delen van de installatie zijn camera’s aangebracht waarmee de apparatuur vanuit de controlekamer gecontroleerd kan worden. Afhankelijk van het installatieonderdeel zijn verschillende meetvoorzieningen aangebracht: • rotatiebewakingen bij lopende banden; • niveaumelders op plaatsen waar water circuleert; • drukmeters en temperatuurmeters in de vergisting; • meters die de biogassamenstelling monitoren; • een weegunit in de voedingstank van de vergisting; • een flowmeter in de ontwatering van het digestaat. Het opstarten van de installatie gaat in grote lijnen als volgt: • Mechanische opstart: controle of alle onderdelen mechanisch en elektrisch naar behoren functioneren; • Natte opstart: het vergistingssysteem wordt gevuld met water en de reactoren en leidingen worden op lekdichtheid gecontroleerd.

Vervolgens worden alle pompen en afsluiters en het besturingssysteem getest. Hierna wordt het systeem m.b.v. een stoomketel op temperatuur gebracht en de biogasleidingen en de gashouder met stikstof verzadigd; • Biologische opstart: een reactor wordt gevuld met methanogeen slib en na een stabilisatieperiode, waarin de juiste temperatuur, pH en droge stof gehalte zijn bereikt wordt geleidelijk ONF toegevoegd. Recyclinghal en Rekas-installatie In voorkomende gevallen worden (output)stromen ook via de Recyclinghal overgeslagen en afgevoerd, te weten: • brandbaar afval/residu (RDF); • (geshredderd) residu grof huishoudelijk afval (GHA-residu); • met GHA-residu vergelijkbaar bedrijfsafval; • Digestaat; • ONF. In de Recyclinghal staat een separate nascheidingslijn voor kunststoffen opgesteld, de zogenaamde Rekas scheidingsinstallatie (REcycling van Kunststoffen door Automatische Sortering). De installatie bestaat uit een invoerhopper, ballistische scheider en twee computergestuurde NIR-scheiders (Near Infra Red). Deze installatie kan diverse (kunststof) materialen van elkaar kan scheiden. De Rekas-installatie wordt onder meer gebruikt voor het verbeteren van de samenstelling van het materiaal uit de (kunststof)scheidingsinstallatie. De installatie wordt ook gebruikt voor het opwerken van PET-schalen door KSI.

Met opwerken wordt bedoeld het verder ontdoen van andere kunststoffen dan PET-schalen, om een stroom met zo hoog mogelijk percentage PET-schalen te realiseren.

44 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

2.4.3

Emissiebeperkende maatregelen

In deze paragraaf worden de emissiebeperkende maatregelen genoemd die in de scheiding- en vergistingsinstallatie zijn genomen. Het hierbij om de volgende maatregelen: • maatregelen ter beperking van het gebruik van (primaire) grondstoffen en energie; • maatregelen ter bescherming van de bodem; • maatregelen ter beperking van wateremissies; • maatregelen ter beperking van geuremissies; • maatregelen ter beperking van stofemissies; • maatregelen ter beperking van geluidemissies; • maatregelen bij calamiteiten. Maatregelen ter beperking van het gebruik van primaire grondstoffen en energie; Met het functioneren van de scheiding- en vergistingsinstallatie wordt het hergebruik van secundaire grondstoffen (metalen en kunststoffen) gemaximaliseerd, waardoor primaire grondstoffen worden bespaard. Door het vergisten van de ONF wordt de maximale hoeveelheid energie gewonnen. Met het verbranden van de brandbare restfractie wordt de energie-inhoud van deze stromen optimaal benut. De meest recente EED energie audit voor Ecopark De Wierde is eind 2020 afgerond. Hierin is kort een overzicht van getoetste en aanvullende maatregelen opgenomen. Aan deze maatregelen zal op zelfstandige dan wel natuurlijke momenten invulling worden gegeven. Er is daarvoor geen concrete planning. Bij de volgende EED energie audit wordt de voortgang beoordeeld.

• Vervanging stoomketel (gerealiseerd/toegepast); • Vervangen LED-verlichting kantoren (nog niet gerealiseerd; wel worden in 2022 alle hallen en de buitenverlichting voorzien van LED-verlichting(GE7)); • Beluchting waterzuivering (wordt niet gerealiseerd, uit onderzoek is gebleken dat het temperatuurregime kan worden gevarieerd (verlaagd), waardoor minder verwarming en koeling nodig is); • Actief filter (wordt vooralsnog niet op korte termijn toegepast); • Diverse onderzoeken (deels in uitvoering, zoals voorkomen van aanstaan van ruimteverwarming buiten bedrijfstijd (FA4) en toepassen van weersafhankelijke regelingen (FA5), onderzoek naar het nuttig toepassen van de warmte van de compressoren (FF3). 1. Stand van zaken EED staat uitgebreid beschreven in het geüpdatete Energie-auditverslag EED van 4 december 2020 (zie bijlage 12). Maatregelen ter bescherming van de bodem; Ter bescherming van de bodem zijn inpandig vloeistofdichte betonnen vloeren aangelegd en is om de gebouwen, waar transportbewegingen plaatsvinden, een vloeistofdichte verharding aangebracht. Opslag ten behoeve van de vergistingsinstallatie vindt plaats in afgesloten vloeistofdichte bassins voor organische reststromen .

Maatregelen ter beperking van wateremissies; Ter beperking van wateremissies vindt een interne behandeling plaats van het proceswater (bron -> oppervlaktewater), waardoor hergebruik van dit water mogelijk wordt. Deze stroom noemen we recirculaat. Hierdoor blijft de te lozen afvalwaterstroom op de AWZI van Ecopark De Wierde ( en op de rwzi Heerenveen) zo beperkt mogelijk.

45 Laatste wijziging: 25 juli 2022

Niet Technische Samenvatting (NTS)

Maatregelen ter beperking van geuremissies; De geuremissie vanuit afval- of stortbunker (ook wel ontvangsthal) wordt zoveel mogelijk beperkt door het zoveel mogelijk gesloten houden van de toegangsdeuren. Tijdens de avonduren en gedurende het weekend worden de deuren van de afvalbunker in elk geval gesloten. Zoals aangegeven zal de doorzet van HHA door de installatie worden verhoogd van 230.000 naar 280.000 ton per jaar. Door betere belading van de aanvoerende vrachtwagens, komen er niet meer wagens (dan voorheen). De deuren van de stortbunker gaan niet vaker open. Tevens loopt er sinds begin 2020 een traject om de samenwerking tussen de bordesmedewerker en de kraanmachinist te verbeteren, zodat minder vaak een verkeerde deur wordt geopend. Het oppervlak van de bunker (het geuremitterend oppervlak) blijft ongewijzigd. Er wordt daarom geen effect verwacht op de geuremissie van de stortbunker. Daarnaast wordt de opslag van organisch materiaal en ONF zo kort mogelijk gehouden, aangezien langdurige opslag stank kan veroorzaken. Opslag van organische reststromen ten behoeve van de vergistingsinstallatie vindt plaats in afgesloten vloeistofdichte bassins. De scheidingsinstallatie wordt op twee manieren afgezogen ter voorkoming geuremissies en ter verbetering van het binnenklimaat: • Luchtafzuiging van de machines; • Ruimteluchtafzuiging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=133853b0-9ba4-44bf-97cc-1d9a7cd3445f