Bijlage 1d. bijlagen 2022-04-26_1
Tekst van het document
ruwe olie) mengen om te vermijden dat een depositie optreedt die een bijkomende reinigingsstap zou vereisen Corrosie voorkomen door: - constructiematerialen te selecteren die resistent zijn tegen de opgeslagen producten - gebruik te maken van aangepaste constructiemethoden - te voorkomen dat regen- of grondwater in de tank dringt, en zonodig het water dat in de tank is geaccumuleerd, te verwijderen - regenwater beheer toe te passen bij de drainage van de inkuiping - preventief onderhoud uit te voeren waar van toepassing, corrosie inhibitoren toe te voegen, of kathodische bescherming aan te brengen aan de binnenkant van de tank Bij ondergrondse tanks corrosie voorkomen door bijkomend op de buitenkant van de tank: - een corrosie-resistente deklaag aan te brengen - te plateren en/of - een kathodische bescherming aan te brengen Bij bolvormige tanks, semi-gekoelde en gekoelde tanks die ammoniak bevatten, spanningscorrosie (stress corrosion cracking) vermijden door: - spanningsvrij te maken d.m.v. een warmtebehandeling na het lassen een risicogebaseerde inspectie Bedrijfsprocedures implementeren en onderhouden, b.v.
door middel van beheerssystemen, om ervoor te zorgen dat: - instrumenten geïnstalleerd zijn om bij hoog niveau of hoge druk alarmsignalen in te stellen en/of kleppen automatisch af te sluiten - aangepaste werkinstructies opgelegd worden om overvulling tijdnes het vullen van de tanks te voorkomen - voldoende lege ruimte beschikbaar is in de tank in geval van een batch vulling Lekdetectie toepassen bij tanks die vloeistoffen bevatten die potentieel bodemverontreiniging kunnen veroorzaken Voor bovengrondse tanks een 'verwaarloosbaar niveau van risico' op bodemverontreiniging tengevolge van bodem en bodem/wand connecties bereiken
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Nummer in de BREF Maatregel ESB 4.1.6.1.11/ Voor bovengrondse tanks een secundair opvangsysteem voorzien, b.v.: 4.1.6.1.13./4.1.6.1.14./ - inkuipingen rond enkelwandige tanks - dubbelwandige tanks - 'cup4.1.6.1.15./ 4.1.6.1.17. tanks' - dubbelwandige tanks met gecontroleerde bodemafvoer ESB 4.1.6.1.10/ Bij de bouw van nieuwe enkelwandige tanks, in de kuipwand een 4.1.6.1.11. volledige ondoordringbare barrière aanbrengen, b.v. - een flexibel membraan, b.v. HDPE - een kleimat - een laag asfalt - een laag beton ESB 4.1.6.1.11 Voor bestaande tanks in een inkuiping, een risico-gebaseerde benadering toepassen om te bepalen welke barrière best wordt aangebracht (b.v. een gedeeltelijk of volledig aan te brengen ondoordringbare laag) Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.12 Voor gechloreerde koolwaterstofoplosmiddelen (CHC) vereist betonnen vloeibaar gemaakte gassen insluiting de in tanks toepassing van oppervlaktebescherming, waardoor capillaire scheuren kunnen worden afgedekt ondoordringbaar. Voor CHC-bestendige laminaten is een geschikte betonkwaliteit vereist. CHC-proof laminaten zijn gebaseerd op: • fenolharsen, of • furanharsen. Bovendien heeft één vorm van epoxyhars (‘Concretin’) de strenge tests voor CHC-proef doorstaan.
Subsector/activiteit Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks
Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.16/ vloeibaar gemaakte gassen 4.1.6.1.17 in tanks Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
ESB 4.1.7.1
Opslag in bekkens
ESB 4.1.8.2/4.1.8.1
Opslag in bekkens
ESB 4.1.11.1
Opslag in bekkens
ESB 4.1.9.1
Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch
ESB 3.1.15/4.1.13.3
ESB 4.1.7.5
ESB 4.1.12.1
Voor ondergrondse en ingeterpte tanks die producten bevatten die mogelijk bodemverontreiniging kunnen veroorzaken: - gebruik maken van een dubbelwandige tank met lekdetectie, of - gebruik maken van een enkelwandige tank met een secundair opvangsysteem en lekdetectie Een of meerdere personen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de werking van de opslag Bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, een vloeistofdicht reservoir installeren, dat de gevaarlijke vloeistoffen die zijn opgeslagen boven het reservoir, geheel of gedeeltelijk kan opvangen Het bedekken van een lagune kan door middel van: - een kunststof afdekking, of - een drijvende afdekking, of - een harde afdekking (enkel voor kleine bekkens). Bij bekkens moeten zijn voorzien van voldoende vrije hoogte (vrijboord) om ten gevolge van regenval te vermijden in geval het bekken niet is afgedekt Een ondoordringbare voorziening aanbrengen onderaan de bekken, b.v. een flexibel membraan, een klei- of betonlaag Opslag van grote hoeveelheden koolwaterstoffen uitvoeren in uitgegraven ondergrondse holten Bij opslag van vloeibare koolwaterstoffen in meerdere holtes met een vast waterniveau, gebruik maken van een dampbalanssysteem
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch
Nummer in de BREF ESB 4.1.13.2
Maatregel Een meetprogramma toepassen en regelmatig evalueren. Het meetprogramma moet minimaal omvatten: • bepalen van het hydraulisch stromingspatroon rond de holtes weergeven door middel van grondwatermetingen, piëzometers en/of drukcellen, debietmetingen van het sijpelwater; • bepalen van de stabiliteit van de holte door seismische monitoring; • procedures beschrijven voor het opvolgen van de waterkwaliteit door regelmatige staalnames en analyses; • corrosie monitoring.
Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ondergrondse holten atmosferisch
ESB 4.1.13.5
De holte dusdanig ontwerpen dat, op de diepte waar ze is gelegen, de hydrostatische druk van het grondwater rondom de holte altijd groter is dan die van het opgeslagen product Om te vermijden dat sijpelwater in de holte binnendringt, naast een aangepast ontwerp, bijkomend cement injectie toepassen
ESB 4.1.13.6
ESB 4.1.13.8
Automatische overvulbeveiligingssystemen toepassen
ESB 3.1.16/4.1.14.3
Opslag van grote hoeveelheden koolwaterstoffen uitvoeren in uitgegraven ondergrondse holten
ESB 4.1.14.2
Een meetprogramma toepassen en regelmatig evalueren, dat minimaal omvat: - bepaling van het hydraulisch stromingspatroon rond de holtes door middel van grondwatermetingen, piëzometers en/of drukcellen, debietmetingen van het sijpelwater - bepaling van de stabiliteit van de holte door seismische monitoring - procedures voor het opvolgen van de waterkwaliteit door regelmatige staalnames en analyses - corrosie monitoring
Opslag in uitgegraven ESB 4.1.14.5 ondergrondse holten - onder druk Opslag in uitgegraven ESB 4.1.14.6 ondergrondse holten - onder druk Opslag in uitgegraven ESB 4.1.14.8 ondergrondse holten - onder druk Opslag in ondergrondse ESB 3.1.17/4.1.15.3 holtes bekomen door zoutuitloging Opslag in ondergrondse ESB 4.1.15.2 holtes bekomen door zoutuitloging
De holte dusdanig ontwerpen dat, op de diepte waar ze is gelegen, de hydrostatische druk van het grondwater rondom de holte altijd groter is dan die van het opgeslagen product Om te vermijden dat sijpelwater in de holte binnendringt, naast een aangepast ontwerp, bijkomend cement injectie toepassen
Overslag van vloeistoffen en ESB 4.1.2.2.1 vloeibaar gemaakte gassen
Een instrument gebruiken om pro-actieve onderhoudsplannen en risicogebaseerde inspectieplannen vast te leggen, b.v. de 'risk and reliability based maintance approach' Een LDAR programme (Leak Detection and Repair) toepassen
Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.1.3 vloeibaar gemaakte gassen
Automatische overvulbeveiligingssystemen toepassen
Opslag van grote hoeveelheden koolwaterstoffen uitvoeren in uitgegraven ondergrondse holten Een meetprogramma toepassen en regelmatig evalueren. Het meetprogramma omvat minimaal: • bepaling van de stabiliteit van de holte door seismische monitoring • corrosie monitoring • regelmatig echopeilingen uitvoeren om eventuele veranderingen in vorm te detecteren, in het bijzonder bij gebruik van onverzadigde pekel
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Nummer in de BREF Overslag van vloeistoffen en ESB 4.1.3.1 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.4.1 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 4.1.2.2.1 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.2.1 vloeibaar gemaakte gassen
Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.3.1 vloeibaar gemaakte gassen
Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.3.2 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 3.2.2.6/4.2.9 vloeibaar gemaakte gassen
Maatregel Minimaliseren van emissies van tank opslag en overslag die een negatief milieu-effect hebben Gebruik maken van bovengrondse gesloten pijpleidingen Gebruik maken van een 'risk and reliability maintenance approach' bij ondergrondse pijpleidingen Het aantal flenzen minimaliseren door flenzen te vervangen door gelaste verbindingen, rekening houdend met de beperkingen gesteld door de eisen voor onderhoud van de installatie of flexibiliteit van het transfer systeem Interne corrosie van pijpleidingen voorkomen door: constructiematerialen te selecteren die resistent zijn tegen de opgeslagen producten - gebruik te maken van aangepaste constructiemethoden - gebruik te maken van preventief onderhoud waar gepast, gebruik te maken van een interne coating of corrosie inhibitoren toe te voegen Externe corrosie van pijpleidingen voorkomen door een 1, 2 of 3-lagige coating aan te brengen, rekening houdend met locatie-specifieke omstandigheden (bv. nabij de zee), Bij kleppen - kiezen voor pakkingsmaterialen en constructies die geschikt zijn voor de toepassing - controle (monitoring) richten op kleppen met het hoogste risico (b.v.
regelkleppen met stijgende spindel die continu in werking zijn) - gebruik maken van roterende regelkleppen of toerentalgeregelde pompen in plaats van van regelkleppen met stijgende spindel - bij transfer van toxische, carcinogene of andere schadelijke stoffen, gebruik maken van membraanafsluiters, balgafsluiters of dubbelwandige afsluiters - drukventielen terugvoeren naar het transfer of opslagsysteem of naar een dampbehandelingsinstallatie
Overslag van vloeistoffen en ESB Bij pompen en compressoren: - de pomp of compressor goed vloeibaar gemaakte gassen 3.2.2.2/3.2.2.3/5.2.2.4 vastmaken aan de grondplaat of het geraamte - krachten bij verbindingsstukken binnen de aanbevelingen van de producent houden - aangepast ontwerp van zuigpijpleidingswerk om het hydraulische onevenwicht te minimaliseren - afregeling van as en omhulsel volgens de aanbevelingen van de producent - afregeling van aandrijving/pomp of compressor koppeling volgens de aanbevelingen van de producent correct uitbalanceren van roterende onderdelen - effectief voeden van pompen en compressoren voor opstarten - pompen en compressoren laten werken binnen het door de producent aanbevolen werkingsgebied (de optimale performantie wordt bereikt bij het punt met de beste efficiëntie) - het beschikbare niveau van netto positieve aanzuighoogte moet altijd hoger zijn dan de pomp of compressor - regelmatige controle en onderhoud van roterende onderdelen en afdichtingssystemen, in combinatie met een herstel- of vervangingsprogramma Overslag van vloeistoffen en ESB Correcte keuze van pomp en afdichtingstypes voor de vloeibaar gemaakte gassen 3.2.2.2/3.2.4.1/4.2.9 procestoepassing, bij voorkeur pompen die technologisch ontworpen zijn om goed afgedicht te zijn, zoals: - 'canned motor' pompen, magnetisch aangedreven pompen - pompen met meervoudige mechanische
afdichtingen en een quench of buffer systeem - pompen met meervoudige mechanische afdichtingen droog aan de atmosfeer membraanpompen - balgpompen Overslag van vloeistoffen en ESB 3.2.3/4.2.9.13 Bij compressoren die niet giftige gassen transfereren, gebruik maken vloeibaar gemaakte gassen
van met gas gesmeerde mechanische afdichtingen
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Nummer in de BREF Overslag van vloeistoffen en ESB 3.2.3/4.2.9.13 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 3.2.3/4.2.9.13 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.9.14 vloeibaar gemaakte gassen Opslag van vaste stoffen ESB 5.3.1 Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.3.1 in open lucht Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.6.1/4.3.6.3 in open lucht Tabel 4.13
Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.6.1/4.3.6.3 in open lucht Tabel 4.13 Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.4.2 in gesloten systemen Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.8.4 in gesloten systemen
Maatregel Bij compressoren die giftige gassen transfereren, gebruik maken van dubbele afdichtingen met een vloeistof of gasbarrière, en de proceskant van de afdichting purgeren met een inert buffer gas Bij compressoren bij erg hoge druk, gebruik maken van een 'triple tandem' afdichtingssysteem Op staalnamepunten voor vluchtige stoffen, gebruik maken van een 'ram type sampling valve', of een - 'needle valve' of een - 'block valve' Opslag in gesloten systemen, b.v. silo's, bunkers, hoppers en containers of continu visuele inspecties uitvoeren om te zien of zich Regelmatig stofemissies voordoen, en om te controleren of de preventieve maatregelen goed werken Bij langdurige bulkopslag in open lucht: - bevochtiging van het oppervlak met duurzame vocht-bindende stoffen, en/of -afdekking van het oppervlak, b.v. met geteerd zeildoek, en/of - solidificatie van het oppervlak, en/of - gras laten groeien op het oppervlak Bij kortdurige opslag in open lucht: - bevochtiging van het oppervlak met duurzame vocht-bindende stoffen, en/of - bevochtiging van het oppervlak met water, en/of - afdekking van het oppervlak, b.v.
met geteerd zeildoek Bij opslag in loodsen: gebruik maken van goed ontworpen ventilatie en filters en de deuren gesloten houden Bij opslag van organische vaste stoffen in silo's, gebruik maken van explosiebestendige silo's, uitgerust met een veiligheidsklep die zich na de explosie snel sluit, om te vermijden dat zuurstof in de silo binnenkomt Het laden en lossen zoveel mogelijk plannen wanneer de windsnelheid laag is
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
ESB 4.4.3.1
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
ESB 4.4.6.12
Wegen die enkel gebruikt worden door vrachtwagens en auto's, verharden, met beton of asfalt, omdat ze dan makkelijker kunnen schoongemaakt worden, om ter vermijden dat de voertuigen stof doen opwervelen Verharde wegen schoonmaken
ESB 4.4.6.13
Wassen van de banden van de voertuigen
ESB 4.4.3.5.1
ESB 4.4.3.4
ESB 4.4.3.5.2
ESB 4.4.3.5.3
Transportafstanden zo kort mogelijk houden en in de mate van het mogelijke gebruik maken van continue transport wijzen (b.v. transportbanden) Bij gebruik van mechanische laadschoppen, de afworphoogte reduceren en de beste positie kiezen bij het afwerpen in een vrachtwagen De snelheid van voertuigen op de locatie aanpassen om te vermijden of te minimaliseren dat stof opwervelt
ESB Bij het laden en lossen stuifgevoelige, bevochtbare stoffen bevochtigen 4.4.6.8/4.4.6.9/4.3.6.1
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
Nummer in de BREF ESB 4.4.5.6
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
ESB 4.4.5.7
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
ESB 4.4.3.2
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
ESB 4.4.5.5
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk
Overslag, transport en behandeling van vaste stoffen in bulk Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks
ESB 4.4.5.1
Maatregel Bij het laden en lossen van stuifgevoelige stoffen de daalsnelheid van het product minimaliseren b.v. door: - het aanbrengen van platen in de vulbuizen - op het einde van de buis een 'loading head' aanbrengen om de uittreedsnelheid te reguleren - gebruik maken van een cascade (b.v. een cascade buis of trechter) - een minimale hellingsgraad gebruiken Bij het laden en lossen van stuifgevoelige stoffen de vrije valhoogte van het product minimaliseren door de uitmonding van de losinstallatie te laten zakken tot op de bodem van de laadruimte of boven het materiaal dat al is opgestapeld, b.v. door gebruik van: - in hoogte verstelbare vulpijpen - in hoogte verstelbare vulbuizen - in hoogte verstelbare cascade buizen Bij gebruik van grijpers, het beslissingsschema uit paragraaf 4.4.3.2 van de BREF volgen, en de grijper lang genoeg in de storttrechter laten na het lossen Voor nieuwe grijpers, gebruik maken van grijpers met volgende eigenschappen: - geometrische vorm en optimale laadcapaciteit - het grijpervolume is altijd groter dan de grijpercurve - het oppervlak is glad om te vermijden dat er materiaal aan blijft vastkleven - een goede sluitcapaciteit bij permanent gebruik Omslagpunten van transportband naar transportband zodanig ontwerpen dat zo weinig mogelijk materiaal gemorst wordt
ESB Voor niet of weinig stuifgevoelige producten en voor matig 4.4.6.1/4.4.6.8/4.4.6.9/ stuifgevoelige, bevochtigbare producten gebruik maken van open 4.4.6.10 transportbanden en, afhankelijk van de lokale omstandigheden één of meerdere van volgende technieken toepassen: - laterale afscherming tegen wind - water versproeien ter hoogte van de omslagpunten schoonmaken van de band ESB 4.4.5.2 Voor sterk stuigevoelige producten en voor matig stuifgevoelige, niet bevochtigbare producten, gebruik maken van gesloten transporteurs, of types waarbij de band zelf of een 2e band het materiaal omsluit, b.v.: pneumatische transporteurs - trogkettingtransporteurs schroeftransporteurs - gesloten buisvormige transportbanden - gesloten hangende transportbanden - transportbanden met dubbele band of gebruik maken van gesloten transportbanden zonder onderrollen, b.v.: 'aerobelt' transportbanden - lage wrijvings transportbanden transportbanden met 'diabolo's' ESB 4.4.6.2
Voor sterk stuigevoelige producten en voor matig stuifgevoelige, niet bevochtigbare producten, de transportbanden omkasten
ESB 4.1.3.15
Bij open tanks met een flexibele, tent of rigide afdekking, gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie
ESB 4.1.3.15
Bij tanks met vast dak gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie
ESB 4.1.3.15
Bij tanks met vast dak gebruik maken van:- een dampbehandelingsinstallatie, of- een intern vlottend dak met direct contact, of- een intern vlottend dak zonder contact Bij atmosferische horizontale tanks gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie
ESB 4.1.3.15
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Nummer in de BREF Maatregel ESB Bij atmosferische horizontale tanks: - gebruik maken van 4.1.3.11/4.1.3.13/4.3.1 overdrukventielen (pressure vacuum relief valves), en/of - upraten naar .14/4.3.1.15 56 mbar, en/of - gebruik maken van een dampbalanssysteem, en/of gebruik maken van een damp opvangtank en/of - gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.4 Bij druktanks gebruik maken van gesloten tank drainagesystemen die vloeibaar gemaakte gassen aangesloten zijn op een dampbehandelingsinstallatie in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 3.1.9/4.1.3.14 Bij 'lifter roof tanks' gebruik maken van: - een flexibele diafragma tanks vloeibaar gemaakte gassen uitgerust met druk/vacuum ventielen, of - een lifter roof tank uitgerust in tanks met druk/vacuum ventielen en aangesloten tot een dampbehandelingsinstallatie Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.3.15 Bij ondergrondse of ingeterpte tanks gebruik maken van een vloeibaar gemaakte gassen dampbehandelingsinstallatie in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB Bij ondergrondse of ingeterpte tanks: - gebruik maken van vloeibaar gemaakte gassen 4.1.3.11/4.1.3.13/4.3.1 overdrukventielen (pressure vacuum relief valves), en/of - gebruik in tanks .14/4.3.1.15 maken van een dampbalanssysteem, en/of - gebruik maken van een damp opvangtank en/of - gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie Opslag in bekkens
ESB 4.1.3.15 Bij bekkens met een rigide afdekking, gebruik maken van een dampbehandelingsinstallatie Opslag in uitgegraven ESB 4.1.13.3 Bij het wegpompen van sijpelwater dat in de holte is binnengedrongen, ondergrondse holten het afvalwater behandelen vooraleer het geloosd wordt atmosferisch Opslag in uitgegraven ESB 4.1.14.3 Bij het wegpompen van sijpelwater dat in de holte is binnengedrongen, ondergrondse holten - onder het afvalwater behandelen vooraleer het geloosd wordt druk Opslag in ondergrondse ESB 5.1.6 Koolwaterstoffen die aanwezig zijn in het raakvlak tussen de pekel en holtes bekomen door de koolwaterstoffen door het vullen en ledigen van de holte, afscheiden zoutuitloging in een pekelbehandelingsinstallatie, opvangen en veilig afzetten Overslag van vloeistoffen en ESB 4.2.8 Gebruik maken van dampbalanssystemen of dampbehandeling bij het vloeibaar gemaakte gassen laden en lossen van vluchtige stoffen in (of uit) vrachtwagens en schepen Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.7 Bij opslag van vaste stoffen in gesloten systemen gebruik maken van in gesloten systemen stofverwijderingstechnieken Overslag, transport en ESB 4.4.6.4 Bij afzuigen van transportbanden, de afgezogen lucht behandelen in behandeling van vaste een filter stoffen in bulk Overslag, transport en ESB 4.4.5.2 Het energiegebruik voor transportbanden reduceren door gebruik te behandeling van vaste maken
van - een good ontwerp van de transport band, inclusief stoffen in bulk tussenwielen en afstand tussen de tussenwielen - een accurate tolerantie van de installatie - een band met lage rolweerstand Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1 Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.2 Gepaste organisatorische maatregelen implementeren en vloeibaar gemaakte gassen opleidingsmogelijkheden en instructies voorzien voor het personeel met in tanks het oog op een veilige en verantwoorde uitbating van de installatie Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.5.2 Implementatie van brandbeschermingsmaatregelen, zoals: vloeibaar gemaakte gassen vuurbestendige bekleding of deklagen - brandmuren (enkel voor in tanks kleinere tanks), en/of - water koelsystemen Subsector/activiteit Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen
Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
Nummer in de BREF ESB 4.1.6.5.3
Maatregel Implementatie en keuze van brandblusapparatuur
ESB 4.1.6.5.4
Voldoende bluswateropvang voorzien
ESB 4.6.1
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
ESB 4.1.7.1
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
ESB 4.1.7.3
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
ESB 4.1.7.4
Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen, dat minimaal een evalutatie van het risico op ongelukken en incidenten omvat De personen die verantwoordelijke zijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen specifieke opleiding en opfrissingsopleidingen geven in verband met noodtoestanden De overige personeelsleden op de locatie informeren over: - de risico's van de opslag van de verpakte gevaarlijke stoffen, en; - de voorzorgsmaatregelen die noodzakelijk zijn voor een veilige opslag van stoffen met verschillende risico's. De opslagplaats voor verpakte gevaarlijke stoffen scheiden van andere opslagplaatsen, van ontstekingsbronnen en van andere gebouwen op en naast de site, door een voldoende veiligheidsafstand te respecteren, eventueel in combinatie met brandbestendige muren. Bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, incompatibele stoffen van elkaar scheiden of afzonderen Bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, een vloeistofdichte bluswateropvang voorzien in opslaggebouwen en opslagplaatsen Bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen een voldoende beschermingsniveau van brandvoorkomings- en brandbestrijdingsmaatregelen voorzien Vermijden van ontstekingsbronnen
ESB 4.1.7.1
ESB 4.1.7.5 ESB 4.1.7.6
Opslag van verpakte ESB 4.1.7.6.1 gevaarlijke stoffen Opslag in uitgegraven ESB 4.1.6.1 ondergrondse holten atmosferisch Opslag in uitgegraven ESB 4.1.6.1 ondergrondse holten - onder druk Opslag in uitgegraven ESB 4.1.14.4 ondergrondse holten - onder druk Opslag in ondergrondse ESB 4.1.6.1 holtes bekomen door zoutuitloging Overslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1 vloeibaar gemaakte gassen Overslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.2 vloeibaar gemaakte gassen Bulkopslag van vaste stoffen ESB 4.3.4.1/4.3.4.5 in gesloten systemen Opslag van vaste stoffen ESB 4.1.7.1
Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen
Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen
Gebruik maken van faalveilige kleppen
Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen
Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen Gepaste organisatorische maatregelen implementeren en opleidingsmogelijkheden en instructies voorzien voor het personeel met het oog op een veilige en verantwoorde uitbating van de installatie Bij opslag in silo's gebruik maken van een aangepast ontwerp om stabiliteit te creëren en te vermijden dat de silo ineenstort Een veiligheidsbeheerssysteem toepassen
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.
invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: BREF Oppervlaktebehandeling Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Toelichting
Voor deze BREF is de toetsing nog niet beschikbaar.
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
Maatregel
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Oppervlaktebehandeling Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Toelichting
Voor deze BREF is de toetsing nog niet beschikbaar.
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
Maatregel
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Organische fijnchemie Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer Bref
Maatregel
Zorgen voor een controleerbare aanpak voor de integratie van milieu, gezondheid en veiligheidsaspecten in de procesontwikkeling Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: het procesontwerp OFC 5.1.1.1, 4.1.4.3 verbeteren om de incorporatie van alle gebruikte inputmaterialen in het en 4.1.4.8 eindproduct te maximaliseren Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: gebruik maken van stoffen met weinig of geen toxiciteit voor menselijke gezondheid en het milieu. Stoffen moeten zodanig geselecteerd worden dat de mogelijkheid van ongelukken, verliezen, explosies en brand wordt geminimaliseerd, b.v. OFC 5.1.1.1 en 4.1.3 bij de selectie van solventen Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: het gebruik van hulpstoffen OFC 5.1.1.1 en 4.1.4.2 (b.v. solventen, scheidingsmiddelen enz.) vermijden Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: de energiebehoefte minimaliseren, rekening houdend met de gerelateerde milieu en economische impacts. Voorkeur geven aan reacties bij OFC 5.1.1.1 omgevingstemperatuur en -druk.
Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: gebruik maken van hernieuwbare in plaats van uitputbare grondstoffen, voor zover OFC 5.1.1.1 technisch en economisch haalbaar Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: onnodige derivatisering OFC 5.1.1.1 vermijden Bij de ontwikkeling van nieuwe processen: gebruik maken van OFC 5.1.1.1, 4.1.4.4 katalytische reagentia, die meestal beter zijn dan stoechiometrische en 4.1.4.5 reagentia Een gestructureerde veiligheidsevaluatie uitvoeren voor normale werking en rekening houden met effecten veroorzaakt door afwijkingen OFC 5.1.1.2.1 en 4.1.6 in het chemisch proces en in de werking van de installatie Een of meerder van volgende technieken toepassen om te verzekeren dat een proces voldoende kan gecontroleerd worden: a/ organisatorische maatregelen, b/ concepten met betrekking tot OFC 5.1.1.2.1 en regeltechnieken, c/ reactie stopzetting (b.v.
neutralisatie, quenching), d/ 4.1.6.1 noodkoeling,en e/technische drukbestendige constructie, f/ decompressie Procedures maatregelen vastleggen en implementeren OFC 5.1.1.2.2 en om de risico's bij manipulatie en opslag van gevaarlijke stoffen te 4.2.30 beperken OFC 5.1.1.2.2 en Voldoende en geschikte opleiding verschaffen aan werknemers die 4.2.29 omgaan met gevaarlijke stoffen Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd OFC 5.1.2.1, 4.2.1, worden, door ondermeer a/ gebruik te maken van gesloten en 4.2.3, 4.2.14 en 4.2.15 afgedichte apparatuur Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd worden, door ondermeer b/ het productiegebouw af te sluiten en OFC 5.1.2.1 en 4.2.1 mechanisch te ventileren Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd OFC 5.1.2.1, 4.2.1 en worden, door ondermeer c/ gebruik te maken van blanketing met inerte 4.2.3 gassen voor procesapparatuur waarin VOS worden behandeld Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd OFC 5.1.2.1 , 4.2.1 en worden, door ondermeer d/ reactoren aan te sluiten op één of 4.2.14 meerdere condensors om solventen te recupereren Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd worden, door ondermeer e/ condensors aan te sluiten op een OFC 5.1.2.1, 4.2.1 recuperatie/behandelingssysteem OFC 5.1.1.1 en 4.1.2
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Organische fijnchemie Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer Bref
Maatregel Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd worden, door ondermeer f/ gebruik te maken van zwaartekrachtstroming in plaats van van pompen (pompen zijn een OFC 5.1.2.1, 4.2.21 belangrijke bron van fugitieve emissies) Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd worden, door ondermeer g/ scheiding en selectieve behandeling van OFC 5.1.2.1 en 4.2.21 afvalwaterstromen mogelijk te maken Nieuwe installaties zodanig ontwerpen dat emissies geminimaliseerd worden, door ondermeer h/ een hoge automatiseringsgraad mogelijk te maken door toepassing van moderne procesregeltechnieken om een OFC 5.1.2.1 en 4.2.3 stabiele en efficiënte werking te verzekeren
OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.2 en 4.2.27
OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.2 en 4.2.28 OFC 5.1.2.2 en 4.2.27
OFC 5.1.2.2 en 4.2.27
OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.2 en 4.2.27
OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.2 en 4.2.27 OFC 5.1.2.3.1 en 4.2.14 OFC 5.1.2.3.2 en 4.2.14 OFC 5.1.2.3.3 en 4.2.14 OFC 5.1.2.3.4 en 4.2.14 OFC 5.1.2.4.1, 4.2.14 en 4.3.5.17 OFC 5.1.2.4.2 en 4.2.16 OFC 5.1.2.4.3 en 4.2.17 OFC 5.1.2.4.4 en 4.2.20
Inrichtingen waarin stoffen (meestal vloeistoffen) worden gebruikt met een potentieel risico op contaminatie van bodem en grondwater, zodanig ontwerpen, bouwen, exploiteren en onderhouden dat de kans op morsen/overlopen wordt geminimaliseerd. De voorzieningen moeten afgesloten en stabiel zijn, en voldoende bestand tegen mogelijke mechanische, thermische of chemische inwerkingen. Er voor zorgen dat lekken snel en betrouwbaar worden vastgesteld Voldoende opvangvolume voorzien om gemorste/overgelopen/gelekte stoffen op te vangen om behandeling en/of verwijdering mogelijk te maken Voldoende opvangvolume voorzien om bluswater en gecontamineerd oppervlaktewater veilig op te vangen Laden en lossen enkel uitvoeren op hiervoor aangeduide terreinen met voorzieningen tegen het afstromen van gelekte stoffen Materialen in afwachting van verwijdering opslaan en verzamelen op hiervoor aangeduide terreinen met voorzieningen tegen het afstromen van gelekte stoffen Alle pompputten of andere ruimtes van behandelingsinstallaties waar de kans op morsen/overlopen bestaat, voorzien van alarmen die waarschuwen bij hoog vloeistofniveau, of (in de plaats daarvan) pompputten regelmatig laten controleren door het personeel Programma's vastleggen om tanks en pijpleidingen, met inbegrip van flenzen en kleppen, te testen en te inspecteren Uitrusting voorzien om gemorste/overgelopen stoffen op te ruimen,
b.v. materiaal om de vloeistof in te dammen en geschikt absorberend materiaal De integriteit van inkuipingen (bunds) testen en aantonen Tanks uitrusten met overvulbeveiligingen Bronnen van VOS-emissies omsluiten en afsluiten en openingen afdichten om ongecontroleerde emissies te minimaliseren Bij droogprocessen gebruik maken van gesloten circuits, met inbegrip van condensors voor solvent recuperatie Apparatuur gesloten houden gedurende het spoelen en reinigen door middel van solventen Recirculatie van procesdampen toepassen indien de zuiverheidsvereisten dit toelaten Alle onnodige openingen sluiten om te vermijden dat lucht via de procesapparatuur naar het afgascollectie systeem wordt gezogen De luchtdichtheid van de procesapparatuur verzekeren, in het bijzonder voor vaten Gebruik maken van shock inertisering in plaats van continue inertisering De volumestroom van de afgassen bij destillatieprocessen minimaliseren door het ontwerp van de condensor te optimaliseren
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Organische fijnchemie Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer Bref OFC 5.1.2.4.5, 4.2.15 en 4.2.18
OFC 5.1.2.4.5 en 4.2.18
OFC 5.1.2.4.6, 4.3.5.17 en 4.3.5.13
Maatregel Het toevoegen van vloeistoffen aan vaten ofwel uitvoeren via de bodem van het vat, ofwel door middel van een ondergedompelde voedingspijp ('dip-leg') Indien zowel vaste stoffen als een organische vloeistof in een vat worden gebracht, de vaste stoffen gebruiken als een drijflaag ('blanket') in gevallen waar het verschil in densiteit de vermindering van organische belasting in het verplaatste gassen in de hand werkt, De accumulatie van piekvrachten en -stromen en de hieraan verbonden emissieconcentratiepieken minimaliseren, b.v. door a/ de productiematrix te opimaliseren en b/ gebruik te maken van een filter die de emissies gelijkmatiger maakt Moederloog met een hoog zoutgehalte vermijden of alternatieve scheidingstechnieken gebruiken zodat moederlogen kunnen opgewerkt worden, b.v. a/ membraanprocessen, b/ processen op basis van solventen, c/ reactieve extractie of d/ geen intermediaire isolering doorvoeren Gebruik maken van tegenstroomwassing indien de introductie van deze techniek verantwoord is op basis van de productieschaal
OFC 5.1.2.5.1 en 4.2.24 OFC 5.1.2.5.2 en 4.2.22 OFC 5.1.2.5.3, 4.2.5, 4.2.6 en 4.2.7 Gebruik maken van water-vrije vacuum generatie OFC 4.1.2.5.4 en Duidelijke procedures vastleggen om voor batch processen het 4.2.23 gewenste eindpunt van de reactie te bepalen OFC 5.1.2.5.5 en 4.2.9 Gebruik maken van indirecte koeling OFC 5.1.2.5.6 en Voor het spoelen/reinigen van apparatuur een voorspoelstap uitvoeren 4.2.12 om de organische belasting van de waswaters te minimaliseren OFC 5.1.2.6, 4.2.11 en De opties (voor energiebesparing) evalueren en het energiegebruik 4.2.20 optimaliseren OFC 5.2.1.1.1, 4.3.1.4, Op jaarbasis massabalansen opstellen voor VOS (inclusief 4.3.1.5 en 4.3.1.6 gechloreerde KWS), TOC of CZV, AOX of EOX en zware metalen Een gedetailleerde analyse van afvalstromen uitvoeren om de herkomst van de afvalstromen te bepalen, en een gegevensset te krijgen die een goed beheer en geschikte behandeling van afgassen, OFC 5.2.1.1.2 afvalwaterstromen en vaste reststoffen mogelijk maakt OFC 5.2.1.1.3 (met Voor afvalwaterstromen minimaal de parameters uit Tabel 5.1 bepalen, daarin tabel 5.1) en tenzij de parameter vanuit wetenschappelijk standpunt als irrelevant 4.3.1.2 kan beschouwd worden OFC 5.2.1.1.4 en Voor het monitoren van emissies naar lucht, het emissieprofiel 4.3.1.8 monitoren dat afgestemd is op de procesvoering in het productieproces OFC 5.2.1.1.4 en 4.3.1.8 Continue
monitoring van emissies naar lucht (b.v. d.m.v. FID) OFC 5.2.1.1.4 en 4.3.1.8 Stoffen met een potentieel ecotoxicologisch effect individueel monitoren OFC 5.2.1.1.5 en De individuele afgasvolumes bepalen die van procesapparatuur naar 4.3.1.7 het behandelings-/recuperatiesysteem gaan
OFC 5.2.2, 4.3.4., 4.3.3 en 4.3.5.7 OFC 5.2.3.1.1 en Figuur 5.1
Solventen hergebruiken zo ver als zuiverheidsvereisten dit toelaten, door a/solventen van vorige productiebatchen te gebruiken voor toekomstige productiebatchen zo ver als zuiverheidsvereisten dit toelaten, b/ gebruikte solventen te verzamelen voor on- of off-site zuivering en hergebruik, c/ gebruikte solventen te verzamelen voor onof off-site benutting van de calorische waarde Technieken voor recuperatie en behandeling van VOS selecteren volgens het beslissingsschema in Figuur 5.1 van de BREF
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Organische fijnchemie Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer Bref Maatregel OFC 5.2.3.1.2, 4.3.5.6, 4.3.5.11, 4.3.5.14, Bij gebruik van niet-oxidatieve VOS recuperatie4.3.5.17, 4.3.5.18 en /behandelingstechnieken, emissies reduceren tot op het niveau van de Tabel 5.2 BBT-gerelateerde emissiewaarden gegeven in Tabel 5.2 OFC 5.2.3.1.3, 4.3.5.7, Bij gebruik van thermische of katalytsiche naverbranding, emissies 4.3.5.8, 4.3.5.18 en reduceren tot op het niveau van de BBT-gerelateerde emissiewaarden Tabel 5.3 gegeven in Tabel 5.3 Bij gebruik van thermische of katalytische naverbranding, de BBTgerelateerde emissiewaarden voor NOx bereiken, zonodig door gebruik OFC 5.2.3.2.1, 4.3.5.7, van een een DeNOx systeem (b.v. SCR en SNCR) of een twee traps 4.3.5.19 en Tabel 5.5 verbranding Voor afgassen van chemische productieprocessen, de BBTgerelateerde emissiewaarden voor NOx bereiken, zonodig door gebruik OFC 5.2.3.2.2, 4.3.5.1 van behandelingssystemen (b.v.
een wasser of een cascade van en Tabel 5.5 wassers met wasvloeistoffen zoals water en/of H2O2) De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor HCl bereiken, zonodig door gebruik van één of meer wassers met wasvloeistoffen zoals water of OFC 5.2.3.3 en 4.3.5.3 NaOH De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor Cl2 bereiken, zonodig door gebruik van technieken zoals absorptie van de overmaat chloor en/of OFC 5.2.3.3 en 4.3.5.2 wassers met wasvloeistoffen zoals NaHSO3 OFC 5.2.3.3, 1.1.1 en De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor HBr bereiken, zonodig door 4.3.5.4 gebruik van wassing met wasvloeistoffen zoals water of NaOH De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor NH3 in afgassen bereiken, OFC 5.2.3.4.1 en zonodig door gebruik van wassing met wasvloeistoffen zoals water of 4.3.5.20 zuren OFC 5.2.3.4.2 en De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor NH3 slip bij SCR of SNCR 4.3.5.7 bereiken OFC 5.2.3.5 en De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor SOx bereiken, zonodig 4.3.5.21 door gebruik van wassing met wasvloeistoffen zoals water of NaOH De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor stof bereiken, zonodig door OFC 5.2.3.6 en gebruik van technieken zoals mouwenfilters, doekenfilters, cyclonen, 4.3.5.22 wassers, of natte elektrostatische precipitatie (natte ESP) De BBT-gerelateerde emissiewaarden voor stof bereiken, zonodig door OFC 5.2.3.6 en gebruik van technieken zoals mouwenfilters, doekenfilters,
cyclonen, 4.3.5.22 wassers, of natte (natte ESP) Moederlogen van elektrostatische halogenaties enprecipitatie sulphochlorinaties gescheiden OFC 5.2.4.1.1, 4.3.2.5 houden (van andere afvalwaterstromen) en voorbehandelen of en 4.3.2.10 verwijderen Vrije cyanides uit afgassen verwijderen, en de BBT-gerelateerde OFC 5.2.3.7 en 4.3.6.2 emissiewaarden bereiken Gebruikte zuren, b.v. afkomstig van sulfonering of nitrering gescheiden OFC 5.2.4.1.3, 4.3.2.6 houden (van andere afvalwaterstromen) voor terugwinning (on-site of en 4.3.2.8 off-site) of voorbehandeling OFC 5.2.4.1.2, 4.3.2.6, Afvalwaters die biologisch actieve stoffen bevatten in concentraties die 4.3.7.5, 4.3.7.9, risico's kunnen stellen voor de nageschakelde waterzuivering of, na 4.3.8.13 en 4.3.8.18 lozing, naar het ontvangend milieucompartiment, voorbehandelen OFC 5.2.4.2.1, Met het oog op voorbehandeling, onderscheid maken tussen 4.3.7.6, 4.3.7.7, afvalwaterstromen met een relevante recalcitrante organische belasting 4.3.7.8, 4.3.7.10, en afvalwaterstromen met een niet-relevante recalcitrante organische 4.3.7.12 en 4.3.7.13 belasting OFC 5.2.4.2.2 en Afvalwaterstromen met een relevante recalcitrante belasting 5.2.4.2.1 gescheiden houden en voorbehandelen
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Organische fijnchemie Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer Bref
Maatregel Voor de gescheiden gehouden afvalwaterstromen met een relevante recalcitrante belasting, de BBT-gerelateerde verwijderingsgraad voor OFC 5.2.4.2.3, CZV behalen voor de combinatie voorbehandeling en biologische 5.2.4.2.1, 4.3.8.9 waterzuivering Solventen terugwinnen uit afvalwaterstromen voor on-site of off-site hergebruik, door middel van technieken zoals strippen, destillatie/rectificatie, extractie of combinaties van dergelijke technieken, indien de kosten voor biologische zuivering en aankoop OFC 5.2.4.3 en van nieuwe solventen hoger zijn dan de kosten voor terugwinning en 4.3.7.18 zuivering Solventen terugwinnen uit afvalwaterstromen om de energetische waarde te benutten, indien de energiebalans aantoont dat dit globaal OFC 5.2.4.3 en 4.3.5.7 kan leiden tot een substitutie van natuurlijke brandstoffen OFC 5.2.4.4.1, Purgeerbare organische halogenen uit afvalwaterstromen verwijderen, 4.3.7.18, 4.3.7.19 en b.v.
door strippen, rectificatie of extractie en hierbij de BBT-gerelateerde 4.3.7.20 concentratieniveaus bereiken OFC 5.2.4.4.2, Afvalwaterstromen met een significante AOX belasting voorbehandelen 4.3.7.14 en Tabel 5.6 en hierbij de BBT-gerelateerde AOX waarden bereiken Afvalwaterstromen met een significante belasting aan metalen of metaalverbindingen, afkomstig van processen waarin deze doelbewust OFC 5.2.4.5, 4.3.7.22 gebruikt worden, voorbehandelen en hierbij de BBT-gerelateerde en Tabel 5.7 concentratieniveaus voor zware metalen bereiken Afvalwaterstromen met een significante belasting aan cyanides ofwel a/ voorbehandelen en het BBT-gerelateerde concentratieniveau voor cyanides bereiken, ofwel b/ veilige degradatie van cyanides in een OFC 5.2.4.6 en 4.3.6.2 biologische afvalwaterbehandelingsinstallatie mogelijk maken Afvalwaterstromen die vrije cyanides bevatten reconditioneren om OFC 5.2.4.6 en 4.3.6.2 grondstoffen te substitueren Er voor zorgen dat de eliminatie in een gemeenschappelijke (biologische) afvalwaterzuivering globaal gezien niet slechter is dan bij OFC 5.2.4.7.1 en een on-site behandeling. Dit wordt gerealiseerd door de 4.3.8.5 degradeerbaarheid/biolelimineerbaarheid regelmatig te testen. Na toepassing van de BBT inzake scheiding en voorbehandeling van afvalwaterstromen, effluenten met een relevante organische belasting (b.v.
afvalwaterstromen van productieprocessen, spoel- en OFC 5.2.4.7, 4.3.8.6 reinigingswater), behandelen in een biologische en 4.3.8.10 afvalwaterzuiveringsinstallatie Bij biologische afvalwaterzuivering de BBT-gerelateerde OFC 5.2.4.7.2 en emissieniveaus bereiken voor CZV, totaal P, anorg. N, AOX, metalen, Tabel 5.8 zwevende stoffen en toxiciteit Het biologisch degraderingspotentieel van het gehele effluent volledig OFC 5.2.4.7.2 en benutten en de BBT-gerelateerde BZV verwijderingsgraden en 4.3.8.11 emissieniveaus bereiken. Regelmatige controles uitvoeren op de volledige effluentstroom naar en OFC 5.2.4.8, 4.3.8.21 van de biologische afvalwaterzuivering en hierbij minstens de en Tabel 5.1 parameters in Tabel 5.1 van de BREF meten. Regelmatige biomonitoring uitvoeren op de volledige effluentstroom na de biologische afvalwaterzuivering in gevallen waar stoffen met OFC 5.2.4.8.1, ecotoxicologische eigenschappen worden gehanteerd of geproduceerd, 4.3.8.18 en 4.3.8.19 al dan niet doelbewust OFC 5.2.4.8.2, 4.3.8.7 Online toxiciteitsmonitoring gecombineerd met online TOC metingen en 4.3.8.20 uitvoeren indien residuele acute toxiciteit een aandachtspunt vormt OFC 5.3 Een milieuzorgsysteem implementeren en volgen
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Slachthuizen Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
Maatregel
4 Milieu, hygiene en bodem
4.1.1.
"Een milieubeheersysteem (EMS) voor een IPPC-installatie bevatten de volgende onderdelen: (a) de definitie van een milieubeleid (b) planning en tot oprichting van doelstellingen en streefcijfers (c) de uitvoering en de werking van de procedures (d) controle en corrigerende maatregelen (e) management review. Hier wordt bedoeld de stand van zaken rondom het milieumanagementsysteem te communiceren. Verder wordt hierin beoordeeld in hoeverre ons milieumanagement doeltreffend is en in hoeverre we voldoen aan de gestelde doelstellingen. Verder wordt er gekeken of er verbeteringen aan het milieumanagementsysteem mogelijk zijn. (f) milieuverklaring (g) validatie door certificerende instantie of door externe audit (h) beschrijving voor end-of-life fabriek ontmanteling (i) de ontwikkeling van schonere technologieën (j) benchmarking. Vergelijken van bedrijfsprocessen of kengetallen met bedrijven die gelden als best presterend met betrekking tot deze processen.
4.1.2 4.1.3. 4.1.13; 5.1 4.1.14; 4.1.15; 5.1
Trainings programma Onderhoudsprogramma en inspectieprogramma opslagcontainers voor bloed en slachtafval beveiligen tegen overvullen omwalling voorzien bulkopslag/ dubbelwandige tanks voor vloeibaar materiaal algemene hygienische verzorging transportwagens, uitrusting en ruimten ontwerpen die goed reinigbaar zijn. gebruik maken van desinfectie- en reinigings middelen met een beperkt mogelijke negatieve invloed op het milieu en de biologische waterzuivering Verwijdering van water uit bloed door stoom coagulatie Concentratie van plasma uit bloed door omgekeerde osmose Concentratie van plasma uit bloed door vacuumverdamping Vergisten in biogasinstallatie WKK (met mest, vet of dierafval)
4.1.31; 5.1 4.1.30; 5.1 4.1.42.2; 4.1.42.3; 4.2.4.1; 5.1. Bloedverwerking
Afvalverwerking
Bijproducten verwerking
4.3.3.4 4.3.5.1 4.3.5.2 4.3.10.1; 4.3.10.2; 4.3.10.3 4.3.11.1; 4.3.11.2; 4.3.11.3; 4.3.11.4; 4.3.1.2 4.3.1.3 4.3.1.4; 4.3.3.3. 4.3.1.5 4.3.1.5
Varkens, koeien & kalveren slachterijen
4.3.3.6; 4.3.3.7; 4.3.3.8; 4.3.3.9; 4.3.3.10; 4.3.3.11;4.3.3.12; 4.3.3.13; 4.3.1.6 4.2.2.1.1; 5.2.1 4.2.1.7; 4.2.2.2.1; 5.2 4.2.2.1.2; 5.2.1
Composteren (alleen op vloeistofdichte vloer zie ook de van toepassing zijnde overige wet- en regelgeving) Onderdruk in ruimtes voor opslag en verwerking Gesloten aanvoer en gesloten overslag bij aanvoer Zo vers mogelijk verwerken van producten, efficiente doorvoer, koelen indien noodzakelijk of invoeren van continue processen Energiezuinige verdamping met één of meerdere stadia, voor het drogen van materiaal (vanaf 50.000 tot 100.000 ton p/j) Gesloten systeem en transportbanden voor bottenverwerkingslijn (rendering) behandeling van verdampingslucht voor ammonia en geur
verkleinen van onderdelen voor bottenverwerking afspraken maken met de boer of veeteler of transporteur ivm het aanleveren van dieren die 12 uur geen voer hebben gehad bloed zo goed mogelijk opvangen (voldoende lange bloedgoot of steektafel voldoende lange uitbloedingstijd) en bloed apart houden tijd tussen aanvoer en slachten zo kort mogelijk houden (minder mest productie)
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven in kolom I.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Slachthuizen Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Maatregel staldekking voor ruimtes tussen aanvoer en slacht drinkwater op vraag automatisch sterilisatie van zagen dmv spaarkoppen en nozzels ipv een bad of lopend water 4.2.2.7.2; 5.2.1 verwijderen van ingewanden met zo min mogelijk water (ivm hergebruik water) 4.2.2.9.2; 5.2.1 gebruik maken van droge technieken voor het ledigen van magen 4.2.2.9.1 Bijproducten zo min mogelijk versnijden voor afvoer minimaliseren van watergebruik bij het reinigen tongen en harten Koeien & kalverslachterij 4.2.2.9.9; 5.2.1 4.2.2.9.10 niet te gebruiken stukken huid zo vroeg mogelijk in het proces verwijderen 4.2.2.9.11; 4.2.2.9.12; Hoe worden huiden bewaard? :gekoeld, huiden zouten in trommel ipv 4.2.2.9.13; 4.2.2.9.14; tafel, hergebruik zout en droog afvoeren.
4.2.2.9.15; 4.2.2.9.16; 4.2.1.11; 5.2.2 beperking van het watergebruik, efficienter wasproces (spaarkoppen) Pluimveeslachterij 4.2.3.1.1 hergebruik van kratten waswater (cascadesysteem voor het wassen van kratten) 4.2.3.1.2.; 4.2.3.1.3; behandeling van afgezogen lucht voor stof afvang 4.2.3.1.4 4.2.3.1.3 vergassen ipv elektrificeren 4.2.3.3.1 broeien met behulp van stoom ipv heet water 4.2.3.4.1 gebruik maken van spaarkoppen ipv irrigatiesysteem voor behandeling bij ontveren en orgaanverwijdering 4.2.3.3.2 isolatie van de broeibak 4.2.3.4.1 hergebruik van broeiwater voor transport van veren 4.2.2.4.1; 5.2.1 hergebruik van water in de ontharingsmachine 4.2.3.6.1 gebruik van luchtkoeling ipv met water/ ijs voor karkassen 4.2.3.6.2.
beperking watergebruik bij met water/ ijs koeling voor karkassen 4.1.43.1 overcapaciteit afvalwater opslag of mogelijkheid voor noodopslag Waterzuivering 4.1.43.2; 5.1.5 monitoren van de afvalwaterzuivering (regelmatige analyses) 4.1.43.4 ;4.1.43.5; afvalwater vooraf zuiveren door toepassing van filters/ zeven van vaste 4.1.43.6; 4.1.43.7; stof 4.1.43.8; 4.1.43.10; 5.1.5; afvalwater vooraf zuiveren door toepassing van flotatie eventueel met toevoeging van flocculant 4.1.43.11; 5.1.5 gebruik maken van een egalisatietank om schommelingen in de samenstelling van het afvalwater te beperken 4.1.43.12; 4.1.43.13; overdekken van afvalwaterzuiveringsinstallatie 5.1.5 4.1.43.14; 4.1.43.15; welke zuiveringstechniek wordt gebruikt? 4.2.6.2; 4.2.6.3; 4.3.3.15; 4.3.3.14 5.1.5 effluent concentratie range: COD: 25-125mg/l; BOD: 10-40 mg/l; zwevende stof: 5-60 mg/l; Stikstof totaal: 15-40 mg/l; Fosfaat totaal: 2-5 mg/l watergebruik monitoren en controleren Water gebruik (indien van 4.1.4; 4.1.42.1; toepassing ook de module 4.2.1.22; 5.1; 5.2 monitoring invullen) 4.1.6 hergebruik van waterstromen 4.1.7.
reparatie lekkende kranen 4.1.5; 5.1 verschillende soorten afvalwater gescheiden houden (alleen bij nieuwe installaties of opnemen termijn) 4.1.9.; 4.2.1.2; Reinigen doormiddel van hoge druk 4.2.1.12 4.1.9.; 5.1 waterslangen voorzien van een handmatige trekker 4.1.10; 4.2.1.2.; 5.1.; optimaliseren van druk en temperatuur tijdens het reinigen en 5.2 desinfecteren 4.2.1.1; 4.2.1.9; grof vuil verwijderen door droog reinigen (eerst droog reinigen voor nat) 4.2.1.10; 4.2.1.10; 4.2.2.1.; 4.2.4.4 Subsector/activiteit
Nummer in de BREF 4.2.2.1.3 4.2.2.1.4 4.2.2.7.1; 5.2.1
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven in kolom I.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Slachthuizen Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Energie, indien van toepassing ook de module energie invullen)
Nummer in de BREF Maatregel 4.1.12; 4.2.2.9.2; producten en nevenstromen zoveel mogelijk droog inzamelen en 4.2.2.9.3; 4.2.2.9.4; transporteren 5.1.; 5.2.1 4.1.43.9; 4.2.9.7; 5.1.5 plaatsen van vetvangers bij afvalwater en waar water vrij komt 4.1.43.3; 5.1.5 stagnatie (stilstand) van afvalwater vermijden in leidingen 4.1.16; 4.1.17 is er een energiemanagement systeem
4.1.23; 5.1 4.1.24; 5.1
Geluid Koelsystemen
Alle slachterijen
Varkensslachterijen
gebruik maken van thermostatische kranen stoom-, water en gecompresseerde luchtnetwerk rationaliseren en isoleren 4.1.26; 5.1 lichtmanagementsysteem implementeren (bewegingssensors) 4.1.40; 5.1 gebruik van aardgas ipv stookolie 4.2.2.5.2; 5.2.1 warmteterugwinning uit persluchtcompressoren en vacuumpompen 4.1.37; 4.1.38; 4.1.39 mogelijke geluidsreductie maatregelen die zijn toegepast (alleen BBT maatregel noemen) 4.1.18; 5.1 en KB 4.1 koelmanagementsysteem implementeren 4.1.19; 5.1; KB 4.1 controle koelsysyteem; tijdschema aanpassen op het proces 4.1.21; 5.1 controle systeem ivm openstaande deuren 4.1.22; 5.1 energieterugwinning uit koelsysteem 4.1.11; 5.1 zorgvuldig opvangen van maagdarminhoud en darmslijm en vermijden dat dit in het afvalwater terecht komt ( bv door gebruik afvoerkanalen) 4.2.1.4; 5.2 gebruik maken van schone slachttechnieken zodat wassing karkassen kan worden vermeden/ beperkt 4.1.27; 4.1.32; 4.2.1.6; optimalisatie van de opslag van de nevenproducten (gescheiden, zo 4.2.1.8; 4.2.5.1; 5.1; beperkt mogelijke periode, afgesloten gekoeld (ivm hergebruik) 5.2 4.2.1.3 Automatisering van sommige onderdelen slachtlijn 4.2.1.13; 5.2 verwijdering van alle overbodige kranen tbv de slachtlijn 4.2.1.14; 4.2.1.15; Beperking van water en warmte gebruik messensterilisators 4.2.1.16; 4.2.1.17; 4.2.1.5; 4.2.1.18; 5.2 Kranen staan alleen voor gebruik aan (doelmatig gebruik)
4.2.1.19; 5.2 management en monitoring van gebruik perslucht 4.2.1.20; 5.2 management en monitoring van gebruik ventilatoren: filter voor ventilator: regelmatig schoonmaken filter 4.2.1.21; 5.2 gebruik maken van energiezuinige centrifugaleventilatoren 4.2.4.2 Schoonmaken met koud ipv warm water in ruimtes waar veel bloed en vleessap is 4.2.4.3; 5.2 geintegreerde automatische schoonmaakprocessen in apparatuur 4.2.2.1.5 besproeien van varkens door middel van nozzels en die alleen aan staan als er varkens zijn 4.2.2.2.2 gebruik van trekker voor schoonmaken van bloed opvang 4.2.2.3.2; 5.2.1 bij gebruik van broeitanks, deze isoleren of afdekken 4.2.3.4.1 hergebruik van sproeiwater 4.2.2.4.1; 5.2.1 hergebruik van water in de ontharingsmachine 4.2.2.4.2.; 5.2.1. nozzles in plaats van irrigatie pijpen in de ontharingsmachine (let ook op locatie nozzles voor waterreductie 4.2.2.5.1; 5.2.1 hergebruik van koelwater uit de schroeioven 4.2.2.5.2; 5.2.1 warmteterugwinning uit rookgassen van de schroei- of vlamoven 4.2.2.5.2; 4.2.2.6.1; gebruik maken van spaarkoppen ipv gewone kranen bij zoveel mogelijk 4.2.2.9.5; 4.2.2.9.6; processtappen 5.2.1. 4.2.2.8.1; 4.2.2.8.2; gebruik van waterkoeling (water-spray/ mist-koeling) of luchtkoeling. 5.2.1 4.2.2.8.3; 5.2.1 varkens niet wassen voor tussenkoeling 4.2.2.9.8 apart houden van het maagslijmvlies (niet met afvalwater mee)
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven in kolom I.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Slachthuizen Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Voedings en zuivelindustrie (BBT van toepassing op slachthuizen)
Nummer in de BREF 4.43.11.1
Maatregel Roken van voedsel: TOC emissie uitgaande lucht < 50 mg/ Nm3
4.2.7.1 4.2.8.2
Frituren van voedsel: recirculeren en naverbranden van frituurlucht Gebruik maken van een automatisch vulsysteem bij het vullen van blikken Geen ozon aantastende materialen gebruiken zoals CFK's en HFK's Ruimtes niet kouder laten zijn dan noodzakelijk Regelmatig ontdooien en ijs verwijderen van de installatie Goodhousekeeping vriesinstallatie Tijdens productie stops niet te snel ontdooien Verpakkingsinrichting zodanig ontwerpen dat materiaal gebruik geminimaliseerd wordt Behandelen van de verdampingslucht voor ammonia en geur
4.1.9.3 4.2.15.1 4.2.15.3; 4.2.15.5 4.11.2; 4.11.3 4.2.11.7 4.2.12.2 4.3.3.6; 4.3.3.7; 4.3.3.8; 4.3.3.9; 4.3.3.10; 4.3.3.11; 4.3.3.12; 4.3.3.13
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven in kolom I.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Smederijen en gieterijen Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
Maatregel
afvalwaterzuivering
SF 5.1
afvalwaterzuivering
SF 4.6.1
algemeen
SF 5.1
algemeen
SF 4.5.9.3
algemeen algemeen
SF 4.10 SF 4.5.1.1
algemeen
SF 5.1
bentonietgebonden vormzanden
SF 4.5.8.1; 4.8.13; 4.8.12
draaitrommelovens duurzame vormen
SF 4.2.4.1 SF 4.5.8.7
duurzame vormen elektrische boogovens
SF 6.4 SF 4.2.2.1
grondstoffen
SF 5,1
grondstoffen
SF 4.1.2; 4.1.3
grondstoffen
SF 4.1.2
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.3; 4.3.3.4
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.1; 4.3.3.2
harsgebonden vormzanden
SF 5.4
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.5
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.5
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.5
harsgebonden vormzanden
SF 4.3.3.7
optimalisatie van intern hergebruik van proceswater en gezuiverd afvalwater afvalwatertypes gescheiden houden naargelang hun samenstelling en belasting ontwikkelen en opzetten van een strategie voor preventie van geluidshinder, met algemene en brongerichte maatregelen afsluitsysteem voor processtappen met grote geluidsproductie zoals het uitschudrooster algemene geluidsbeperkende maatregelen gebruik van een combinatie van maatregelen ter voorkoming van diffuse emissies bij op- en overslag en gebruik van grondstoffen, zoals opgelijst in §5.1 en § 4.5.1.1 beperking van diffuse emissies van puntbronnen, zoals ovens bij openen en gieten. Optimalisatie van de opvang en behandeling van deze afgassen, met behulp van aangegeven maatregelen (§5.1). Voorrang aan rookgasopvang het dichtst bij de bron omkasten van unit operations van zandmakerij en ontstoffing van het afgas. Als lokale markt bestaat, afzet van opgevangen stof voor extern hergebruik. Stof van uitschudrooster, doseerunit en behandeling recycleren in zandcircuit tot minstens 50% v. opgev. maatregelen ter optimalisatie van de smeltopbrengst beperking van het gebruik van koelsmeermiddel en water voor HPDCvormen, m.b.v.aangegeven maatregelen.