CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1d. bijlagen 2022-04-26_1

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen43.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

1.IX

IX.op regelmatige basis een sectorale benchmarking uitvoeren.

1.X

X. kwaliteitsborgings-/kwaliteitscontroleprogramma's, om te waarborgen dat de kenmerken van alle brandstoffen volledig worden bepaald en gecontroleerd (zie BBT 9);

1.XI

XI.een beheersplan ter beperking van emissies naar lucht en/of water tijdens andere dan normale bedrijfsomstandigheden, zoals opstart- en stilleggingsperioden (zie BBT 10 en BBT 11);

1.XII

XII.een afvalbeheersplan, om te waarborgen dat afval wordt vermeden, behandeld met het oog op hergebruik, gerecycled of anderszins nuttig wordt toegepast, met inbegrip van het gebruik van de in BBT 16 beschreven technieken;

1.XIII

XIII.een systematische methode om eventuele ongecontroleerde en/of ongeplande emissies in het milieu op te sporen en aan te pakken, in het bijzonder: a) emissies naar bodem en grondwater als gevolg van de verwerking en opslag van brandstoffen, additieven, bijproducten en afvalstoffen; b) in verband met zelfverhitting en/of zelfontbranding van brandstof bij de opslag- en verwerkingsactiviteiten;

1.XIV

XIV.een stofbeheersplan om diffuse emissies als gevolg van het laden, het lossen, de opslag en/of de verwerking van brandstoffen, residuen en additieven te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, te verminderen;

1.XV

XV.een geluidsbeheersplan indien geluidsoverlast voor gevoelige receptoren (zones die speciale bescherming behoeft tegen overlast) wordt verwacht of optreedt, met inbegrip van: a) een protocol voor de monitoring van geluid op de grens van de installatie; b) een geluidsreductieprogramma; c) een protocol voor de reactie op incidenten met geluidsoverlast, dat adequate maatregelen en termijnen omvat; d) een onderzoek naar historische geluidsincidenten, corrigerende maatregelen en de verspreiding van kennis over geluidsincidenten onder de betrokken partijen;

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 1.XVI

Maatregel XVI.voor de verbranding, vergassing of meeverbranding van stinkende stoffen, een geurbeheersplan, met inbegrip van: a) een protocol voor de monitoring van geur; b) indien nodig, een geureliminatieprogramma om de geuremissies op te sporen en te elimineren of verminderen; c) een protocol voor de registratie van geurincidenten en de bijbehorende adequate maatregelen en termijnen; d) een onderzoek naar historische geurincidenten, corrigerende maatregelen en de verspreiding van kennis over geurincidenten onder de betrokken partijen. Wanneer uit een evaluatie blijkt dat één of meer van de in de punten x) tot en met xvi) opgesomde elementen niet nodig zijn, wordt dat besluit, met inbegrip van de argument+D42atie, geregistreerd.

Monitoring

2.

De BBT is om de netto elektrische efficiëntie en/of de netto totale brandstofbenutting en/of de netto mechanische energie-efficiëntie van de vergassings-, KV-STEG- en/of verbrandingseenheden te bepalen door overeenkomstig EN-normen een prestatieonderzoek bij volle belasting uit te voeren na de inbedrijfstelling van de eenheid en na elke wijziging die van significante invloed zou kunnen zijn op de netto elektrische efficiëntie en/of de netto totale brandstofbenutting en/of de netto mechanische energie-efficiëntie van de eenheid. Indien er geen EN-normen beschikbaar zijn, is de BBT om nationale normen, ISOnormen, of andere internationale normen te gebruiken die garanderen dat er gegevens van gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit worden aangeleverd.

3.

De BBT is om de belangrijkste procesparameters die relevant zijn voor emissies naar lucht en water te monitoren, met inbegrip van de in de tabel vermelde parameters. De BBT is om de emissies naar lucht met ten minste de vermelde frequentie (zie tabel) en overeenkomstig de EN-normen te monitoren. Indien er geen EN-normen beschikbaar zijn, is de BBT om nationale normen, ISO- normen, of andere internationale normen te gebruiken die garanderen dat er gegevens van gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit worden aangeleverd.

4.

Algemene milieu- en verbrandingsprestaties

5.

De BBT is om de emissies naar water uit rookgasreiniging met ten minste de vermelde frequentie (zie tabel) en overeenkomstig de ENnormen te monitoren. Indien er geen EN-normen beschikbaar zijn, is de BBT om nationale normen, ISO-normen, of andere internationale normen te gebruiken die garanderen dat er gegevens van gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit worden aangeleverd.

6.

Om de algemene milieuprestaties van stookinstallaties te verbeteren en de emissies naar lucht van CO en onverbrande stoffen te verminderen, is de BBT om te zorgen voor geoptimaliseerde verbranding en een geschikte combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de ammoniakemissies naar lucht als gevolg van gebruik van selectieve katalytische reductie (SCR) en/of selectieve niet-katalytische reductie (SNCR) voor de reductie van NOX-emissies te verminderen, is de BBT om de opzet en/of de werking van het SCR- en/of SNCRsysteem te optimaliseren (bv. geoptimaliseerde verhouding reagens/NOX, homogene verspreiding van het reagens en optimale grootte van de reagensdruppels).

7.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit Nummer in de BREF Met de BBT geassocieerde 8. emissieniveaus

9.

Maatregel Om de emissies naar lucht tijdens normale bedrijfsomstandigheden te voorkomen of verminderen, is de BBT om door passend ontwerp, gebruik en onderhoud te waarborgen dat de emissiereductiesystemen zo worden gebruikt dat hun capaciteit en beschikbaarheid optimaal worden benut Om de algemene milieuprestaties van verbrandings- en/of vergassingsinstallaties te verbeteren en de emissies naar lucht te verminderen, is de BBT om de volgende elementen op te nemen in de kwaliteitsborgings-/kwaliteitscontroleprogramma's voor alle gebruikte brandstoffen, als onderdeel van het milieubeheersysteem (zie BBT 1): i) initiële volledige karakterisering van de gebruikte brandstof, die ten minste de onderstaande parameters omvat en in overeenstemming is met de EN-normen. Nationale normen, ISO-normen, of andere internationale normen kunnen worden gebruikt, mits deze waarborgen dat gegevens van een gelijkwaardige wetenschappelijke kwaliteit worden verstrekt; D51 ii)regelmatige tests van de brandstofkwaliteit D48om na te gaan of deze overeenstemt met de initiële karakterisering en met de ontwerpspecificaties van de installatie. De frequentie van de tests en de (zie tabel) gekozen criteria zijn gebaseerd op de variabiliteit van de brandstof en op een beoordeling van de relevantie van de uitstoot van verontreinigende stoffen (bv.

concentratie in brandstof, toegepaste rookgasreiniging); iii) Latere aanpassing van de instellingen van de installatie als en wanneer nodig en uitvoerbaar (bv. integratie van de brandstofkarakterisering en -controle in het geavanceerde regelsysteem (zie de beschrijving in punt 8.1)).

10.

11. Energie-efficiëntie

12.

Waterverbruik en emissies 13. naar het water

Om de emissies naar lucht en/of water tijdens andere dan normale bedrijfsomstandigheden (OTNOC) te verminderen, is de BBT om als onderdeel van het milieubeheersysteem (zie BBT 1) een beheersplan op te stellen en uit te voeren, dat in verhouding staat tot de relevantie van de mogelijke uitstoot van verontreinigende stoffen en dat de volgende elementen omvat: — een geschikt ontwerp van de systemen die als relevant worden beschouwd voor het veroorzaken van OTNOC met mogelijke gevolgen voor de emissies in lucht, water en/of bodem (bv. op geringe belasting gerichte ontwerpideeën voor het verminderen van de voor een stabiele vermogensopwekking in gasturbines benodigde minimale belasting bij het opstarten en stilleggen); — opstelling en uitvoering van een specifiek programma voor preventief onderhoud van deze relevante systemen; — onderzoek naar en registratie van door OTNOC en daarmee verband houdende omstandigheden veroorzaakte emissies en waar nodig uitvoering van corrigerende maatregelen; —periodieke beoordeling van de totale emissies tijdens OTNOC (bv. frequentie van incidenten, duur, kwantificering/raming van de emissies) en waar nodig uitvoering van corrigerende maatregelen. De BBT is een adequate monitoring van de emissies naar lucht en/of water tijdens OTNOC.

Om de energie-efficiëntie te verbeteren van verbrandings-, vergassingsen/of KV-STEG-eenheden die ≥ 1 500 h/jaar in bedrijf zijn, is de BBT om een geschikte combinatie van in de tabel beschreven technieken toe te passen. Om het waterverbruik en de hoeveelheid geloosd verontreinigd afvalwater te verminderen, is de BBT om één of beide in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 14.

15.

Maatregel Om verontreiniging van niet-verontreinigd afvalwater te voorkomen en de emissies naar water te beperken, is de BBT om afvalwaterstromen te scheiden en apart te behandelen, afhankelijk van het gehalte aan verontreinigende stoffen. Om de emissies naar water uit rookgasreiniging te verminderen, is de BBT om een geschikte combinatie van technieken (zie tabel) te gebruiken, en om secundaire technieken zo dicht mogelijk bij de bron te gebruiken om verdunning te voorkomen. Om de hoeveelheid ter verwijdering verzonden afval afkomstig van verbrandings- en/of vergassingsprocessen en reductietechnieken te verminderen, is de BBT om de werkzaamheden zo te organiseren dat, in volgorde van prioriteit en rekening houdend met het levenscyclusperspectief, wordt gezorgd voor maximalisering van: a) afvalpreventie, bv. het aandeel van residuen die als bijproducten ontstaan zo groot mogelijk te maken; b) voorbereiding van afvalstoffen voor hergebruik, bv. overeenkomstig de specifieke kwaliteitscriteria die worden verlangd; c) recycling van afvalstoffen; d) andere nuttige toepassing van afvalstoffen (bv. energieterugwinning), door toepassing van een geschikte combinatie van technieken (zie tabel);

Afvalbeheer

16.

Geluidsemissies

17.

Om de geluidsemissies te beperken, is de BBT om één of een combinatie van in de tabel beschreven technieken te gebruiken;D61

18.

Om de algemene milieuprestaties van de verbranding van steen- en/of bruinkool te verbeteren, is, in aanvulling op BBT 6, de BBT om de techniek beschreven in de tabel toe te passen. Om de energie-efficiëntie van de verbranding van steen- en/of bruinkool te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en de in de tabel beschreven technieken toe te passen. Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO- en N2O- emissies naar lucht te beperken die afkomstig zijn van de verbranding van steen- en/of bruinkool, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van steen- en/of bruinkool te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de stofemissies en deeltjesgebonden metaalemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van steen- en/of bruinkool te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de kwikemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van steenen/of bruinkool te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO- en N2O- emissies naar lucht te beperken die afkomstig zijn van de verbranding van vaste biomassa en/of turf, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

BBT-CONCLUSIES VOOR DE VERBRANDING VAN VASTE BRANDSTOFFEN BBT-conclusies voor de verbranding van steenen/of bruinkool

19.

20.

21.

22.

23.

BBT-conclusies voor de verbranding van vaste biomassa en/of turf

24.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 25.

26.

27.

BBT-CONCLUSIES VOOR DE VERBRANDING VAN VLOEIBARE BRANDSTOFFEN Met zware stookolie en/of gasolie gestookte ketels

28.

29.

30.

Met zware stookolie en/of 31. gasolie gestookte motoren

32.

33.

34.

35.

Met gasolie gestookte gasturbines

36.

Maatregel Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van vaste biomassa en/of turf te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de stofemissies en deeltjesgebonden metaalemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van vaste biomassa en/of turf te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de kwikemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van vaste biomassa en/of turf te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.Het met de BBT geassocieerde emissieniveau (BBT-GEN) voor de kwikemissies naar lucht als gevolg van de verbranding van vaste biomassa en/of turf bedraagt < 1-5 μg/Nm3 als gemiddelde over de bemonsteringsperiode.

Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO-emissies naar lucht te beperken die afkomstig zijn van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in ketels, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in ketels te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de stofemissies en deeltjesgebonden metaalemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in ketels te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de energie-efficiëntie van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in zuigermotoren te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en de in de tabel beschreven technieken toe te passen. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in zuigermotoren te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

Om de emissies van CO en vluchtige organische stoffen naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in zuigermotoren te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of beide in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in zuigermotoren te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de emissies van stof en deeltjesgebonden metalen naar lucht afkomstig van de verbranding van zware stookolie en/of gasolie in zuigermotoren te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de energie-efficiëntie van de verbranding van gasolie in gasturbines te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en de in de tabel beschreven technieken toe te passen.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 37.

38.

39.

BBT-CONCLUSIES VOOR DE VERBRANDING VAN AARDGAS BBT-conclusies voor de verbranding van aardgas

40.

41.

42.

43.

44.

BBT-conclusies voor de verbranding van procesgassen uit de ijzeren staalproductie

46.

47.

48.

49.

50.

51.

Maatregel Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van gasolie in gasturbines te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de CO-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van gasolie in gasturbines te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX- en stofemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van gasolie in gasturbines te voorkomen of te verminderen, is de BBT om de techniek zoals vermeld in de tabel gebruiken.

Om de energie-efficiëntie van de verbranding van aardgas te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en in de tabel beschreven technieken toe te passen. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van aardgas in ketels te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van aardgas in gasturbines te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van aardgas in motoren te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de CO-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van aardgas te voorkomen of te verminderen, is de BBT om te zorgen voor geoptimaliseerde verbranding en/of oxidatiekatalysatoren te gebruiken. Om de energie-efficiëntie van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en de in de tabel beschreven technieken toe te passen.

Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie in ketels te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie in STEG's te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de CO-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie te voorkomen of te verminderen, is de BBT om een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de stofemissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesgassen uit de ijzer- en staalproductie te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit Nummer in de BREF 52. BBT-conclusies voor de verbranding van gasvormige en/of vloeibare brandstoffen op offshoreplatforms 53.

54.

BBT-CONCLUSIES VOOR MET VERSCHILLENDE BRANDSTOFFEN GESTOOKTE INSTALLATIES BBT-conclusies voor de verbranding van procesbrandstoffen uit de chemische industrie

55.

56.

57.

58.

59.

Maatregel Om de algemene milieuprestaties van de verbranding van gasvormige en/of vloeibare brandstoffen op offshoreplatforms te verbeteren, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van gasvormige en/of vloeibare brandstoffen op offshoreplatforms te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de CO-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van gasvormige en/of vloeibare brandstoffen in gasturbines op offshoreplatforms te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

Om de algemene milieuprestaties van de verbranding van procesgassen uit de chemische industrie in ketels te verbeteren, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 6 en in de tabel beschreven technieken toe te passen. Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO-emissies naar lucht te beperken die afkomstig zijn van de verbranding van procesbrandstoffen uit de chemische industrie, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschrevenm technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de verbranding van procesbrandstoffen uit de chemische industrie in ketels te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de emissies naar lucht van stof, deeltjesgebonden metalen en spoorelementen afkomstig van de verbranding van procesbrandstoffen uit de chemische industrie in ketels te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de emissies naar lucht van vluchtige organische stoffen en polychloordibenzodioxinen en -furanen afkomstig van de verbranding van procesbrandstoffen uit de chemische industrie in ketels te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 6 en in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

BBT-CONCLUSIES VOOR DE MEEVERBRANDING VAN AFVAL 60.

Om de algemene milieuprestaties van de meeverbranding van afval in stookinstallaties te verbeteren, stabiele verbrandingsomstandigheden te waarborgen en de emissies naar lucht te verminderen, is de BBT om techniek BBT 60 a zoals beschreven in de tabel en een combinatie van de in BBT 6 beschreven technieken en/of de andere technieken beschreven in de tabel te gebruiken.

61.

Om toename van de emissies afkomstig van de meeverbranding van afval in stookinstallaties te voorkomen, is de BBT om passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de uitstoot van verontreinigende stoffen in het deel van het rookgassen dat voortvloeit uit meeverbranding van afval niet hoger is dan de uitstoot die voortvloeit uit de toepassing van de BBT-conclusies voor afvalverbranding.D110

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 62.

Maatregel Om de effecten op de recycling van residuen als gevolg van de meeverbranding van afval in stookinstallaties zo veel mogelijk te beperken, is de BBT om een goede kwaliteit van gips, slakken, as en andere residuen te blijven garanderen die overeenstemt met de eisen die aan de recycling ervan worden gesteld wanneer de installatie geen afval meeverbrandt, door één of een combinatie van de in BBT 60 beschreven technieken te gebruiken en/of door de meeverbranding te beperken tot afvalfracties met concentraties van verontreinigende stoffen die vergelijkbaar zijn met die van de andere brandstoffen die worden verbrand.

63.

Om de energie-efficiëntie van de meeverbranding van afval te vergroten, is de BBT om een geschikte combinatie van de in BBT 12 en BBT 19 beschreven technieken te gebruiken, afhankelijk van het gebruikte brandstoftype en de configuratie van de installatie. De met de beste beschikbare technieken geassocieerde energieefficiëntieniveaus (BBT-GEEN's) zijn opgenomen in tabel 8 voor de meeverbranding van afval met biomassa en/of turf, en in tabel 2 voor het meeverbranden van afval met steen- en/of bruinkool.

64.

Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO- en N2O- emissies te beperken die afkomstig zijn van de meeverbranding van afval met steen- en/of bruinkool, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 20 beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de CO- en N2O- emissies te beperken die afkomstig zijn van de meeverbranding van afval met biomassa en/of turf, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 24 beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de meeverbranding van afval met steen- en/of bruinkool te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 21 beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-, HCl- en HF-emissies naar lucht afkomstig van de meeverbranding van afval met biomassa en/of turf te voorkomen of te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 25 beschreven technieken te gebruiken. Om de stofemissies en deeltjesgebonden metaalemissies naar lucht afkomstig van de meeverbranding van afval met steen- en/of bruinkool te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 22 beschreven technieken te gebruiken.

Om de stofemissies en deeltjesgebonden metaalemissies naar lucht afkomstig van de meeverbranding van afval met biomassa en/of turf te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 26 beschreven technieken te gebruiken. Om de kwikemissies naar lucht afkomstig van de meeverbranding van afval met biomassa, turf, steen- en/of bruinkool te verminderen, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 23 en BBT 27 beschreven technieken te gebruiken. Om de emissies naar lucht van vluchtige organische stoffen en polychloordibenzodioxinen en -furanen afkomstig van de meeverbranding van afval met biomassa, turf, steen- en/of bruinkool te verminderen, is de BBT om een combinatie van de in BBT 6, BBT 26 en in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

65.

66.

67.

68.

69.

70.

71.

BBT-CONCLUSIES VOOR VERGASSING

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Grote stookinstallaties Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven. Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 72.

73.

74.

75.

Maatregel Om de energie-efficiëntie van KV-STEG- en vergassingseenheden te verbeteren, is de BBT om één of een combinatie van de in BBT 12 en de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de NOX-emissies naar lucht te voorkomen en/of te verminderen en tegelijkertijd de CO-emissies naar lucht te beperken die afkomstig zijn van KV-STEG-installaties, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken. Om de SOX-emissies naar lucht te verminderen die afkomstig zijn uit KV-STEG-installaties, is de BBT om de in de tabel beschreven techniek te gebruiken. Ter voorkoming of beperking van de emissies van stof, deeltjesgebonden metalen, ammoniak en halogenen naar lucht afkomstig van KV-STEG-installaties, is de BBT om één of een combinatie van de in de tabel beschreven technieken te gebruiken.

3. Indien van toepassing: hoe gaat u invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Maatregel

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF

Algemeen

CV es 3.4 3.5 annex Deugdelijk ontwerp van de koelinstallatie III.1 annex III.3 annex XI.3 tabel 4.2 tabel 4.6 tabel 4.8 tabel 4.10es, 3.4, tabel 4.2, Optimalisatie van de werking CV tabel 4.3 CV es 3.4 3.7 annex Regelmatige controle III.1 annex VII annex XI.3 annex XI.7 tabel 4.7 tabel 4.10 tabel 4.11 CV es, 3.4, 3.7, annex Goed onderhoud VI, tabel 4.2, tabel 4.10es CV Periodieke vervanging van de apparatuur CV es; 2.3.1; 2.3.2 Open koelsysteem nat koelsysteem (koeltoren) CV 3.4 annex V Beperk de hoeveelheid additieven (tegen kalk- en vuilafzettingen XI.3.3.1.1 XI.3.3.2 corrosie en microbiologische groei) XII.7.3 tabel 4.7 CV 3.6, tabel 4.9 Beperk van vallend water aan de luchtinlaat CV 3.6 tabel 4.9 Maak gebruik van een natuurlijke barrière of een geluidswal rondom de koeltoren CV es, 3.6, tabel 4.9 Gebruik geluidsarme ventilatoren CV 3.6 tabel 4.9 Gebruik van geluidsdempers CV 3.7, tabel 4.11 Draag persoonlijke beschermingskledij bij betreden van het koelsysteem

Algemeen Algemeen

Algemeen Algemeen Algemeen Beperking van emissies naar water Beperking van geluid Beperking van geluid Beperking van geluid Beperking van geluid Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving

CV 3.7

Voorkom legionellabesmetting door regelmatige reiniging en desinfectie

CV es, 3.7

Vermijd zones met stilstaand water

CV 3.7 tabel 4.2

Zorg voor een goed regelbaar systeem (frequentiegeregelde aandrijving)

CV 3.7, annex III.1, tabel 4.10

Werk binnen de systeemgrenzen

CV es 3.7 annex VI tabel 4.10

Onmiddellijk maatregelen treffen bij eventuele lekken

CV 3.7, tabel 4.11

Beperk algengroei

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Maatregelen inzake arbeidsveiligheid en ter beperking van risico’s voor de omgeving Algemeen

Algemeen

Algemeen Algemeen

Algemeen

Algemeen Algemeen Beperking watergebruik Beperking watergebruik Beperking watergebruik Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water

Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water

Nummer in de BREF CV 3.7 tabel 4.11

Maatregel Beperk biologische groei

CV 3.3, annex XII.3, tabel 4.5

Doordacht ontwerp van innamesysteem voor oppervlaktewater

CV 3.3 tabel 4.5

Optimalisatie van de snelheid van het ingenomen water

CV es, 2.6, 3.2, 3.3, Hybride koelsysteem annex XI, tabel 4.1; tabel 4.2, tabel 4.4 CV es 3.2 3.3 annex Droog koelsysteem XII.6 tabel 4.1 tabel 4.2 tabel 4.4 CV es, 2.5 Gesloten koelsysteem nat of droog koelsysteem temperatuur te koelen Nat koelsysteem medium <25°C CV es tabel 4.1 CV es; 2.3, 3.2, annex Doorstroomsysteem met of zonder koeltoren direct of indirect XI.3, tabel 4.2, tabel koelsysteem 4.3 CV es 2.3.1 Direct koelsysteem CV es; 2.3.3, annex Indirect koelsysteem VI, tabel 4.1 CV es 2.4 2.7 3.3 Recirculatiesystemen koeltoren met natuurlijke of geforceerde trek tabel 4.2 tabel 4 4 CV 3.3, annex XI, tabel Optimalisatie van het aantal cycli en de concentratie aan o.a. zouten 4.4 van het koelmiddel CV es 3.3 tabel 4.4 Vermijd gebruik van grondwater als koelmiddel CV 3.4, annex XII.5.1, Automatische reiniging tabel 4.6 CV es 3.4 annex IV.1 Gebruik corrosiebestendig materiaal annex IV.2 annex XII.3 annex III.1 annex XII tabel 4.6 CV es, 3.4, 3.7, annex Beperk fouling en corrosie IV.1, annex VI, tabel 4.6, tabel 4.10 CV 3.4 Optimaliseer de verblijftijd van koelwater in het koelsysteem CV es, 3.4

optimaliseer gebruik van koelwateradditieven

CV 3.4 XII.7 tabel 4.7 Gebruik minder agressieve additieven CV 3.4, annex XI, annex XII, tabel 4.7 CV es 3.8

Beperk de hoeveelheid hypochloriet Toepassen van geschikte vulling

CV es, 3.4, annex XI.3, Beperk de hoeveelheid biocide tabel 4.7

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar water Beperking van emissies naar lucht Beperking van emissies naar lucht Beperking van emissies naar lucht Beperking van emissies naar lucht Beperking van emissies naar lucht Beperking van energieverbruik Beperking van energieverbruik Beperking van energieverbruik Beperking van energieverbruik Beperking van energieverbruik Beperking van energieverbruik Reduction of energy consumption General

Nummer in de BREF CV es 3.4 tabel 4.7

Maatregel Vermijd 'blowdown'

CV 3.4, tabel 4.7

Beperk de hoeveelheid snel hydrolyserende biociden

CV es 3.4 annex XII Gebruik puls-alternerende chlorering tabel 4.7 CV es, 3.4, annex XI.3, Gebruik ozon tabel 4.7 CV es 3.4 tabel 4.3 optimalisatie van waterbehandelingsprogramma CV es, 3.4, annex XI.3, Biofiltratie van aftapstroom tabel 4.3, tabel 4.7 CV annex XII tabel 4.3 Circulatie van warmwaterpluim vermijden in rivieren en beperken in estuaria en zeegebieden CV 3.5, tabel 4.8 Vermijd dat de rookpluim de grond raakt CV 3.5 tabel 4.8

Vermijd pluimvorming

CV 3.5, tabel 4.8

Vermijd luchtinlaat bovenaan de koeltoren

CV es 3.5 annex XI.5 Beperk driftverliezen ( tabel 4.8 CV 3.4, 3.8, tabel 4.6, Vermijd gebruik van asbest of geïmpregneerd hout tabel 4.8 CV es 3.2 tabel 4.3 Gebruik energiezuinige apparatuur CV es, 3.2, tabel 4.2, tabel 4.4 CV es 3.2 tabel 4.2 tabel 4.4 CV 3.2, tabel 4.3 CV 3.2 tabel 4.2 CV 3.2 tabel 4.2 4.3

goed energiebeheersingsbeleid gïntergreerde energiebesparingsprogramma's Zorg voor een goed regelbaar systeem (frequentiegeregelde aandrijving) Minimaliseer stromings- en warmteweerstanden (moduleer lucht en/of waterstromen) Transportapparatuur (pompen ventilatoren) met hoog rendement en lage energievraag It is BAT in the design phase of a cooling system to:

4.3.1 Reduce resistance to water and airflow 4.3.1 Apply high efficiency/low energy equipment See Annex XI.8.1 4.3.1See Annex XI.8.1 reduce the amount of energy demanding equipment (Annex XII.8.1) 4.3.1 To apply optimised cooling water treatment in once-through systems and wet cooling towers to keep surfaces clean and avoid scaling, fouling and corrosion. 4.3.2Identified Identified reduction Large cooling capacity: select site for once-through option techniques within the BAT- reduction techniques within the BATapproach approach 4.3.2 All systems: overall energy efficiency: Apply option for variable operation (1.4) 4.3.2 All systems: variable operation: Modulation of air/ water flow 4.3.2 All wet systems: clean circuit/exchanger surfaces: Optimised water treatment and pipe surface treatment (3.4) 4.3.2 Once-through systems: avoid recirculation of warm water plume in rivers and minimise it in estuaries and on marine sites

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF 4.3.2

4.4 Reduction of water requirements General

4.4 Reduction of water requirements 4.4.1 4.4.1

4.4.1 4.4.1

4.4.1

4.4.1

4.4.2 Identified reduction techniques within the BATapproachSee section 1 See section 2 4.4.2 See sections 2 and 3.3

4.4.2

See sections 2.6 and 3.3.1.2 4.4.2 See sections 3.2, 3.3 and Annex XII.6

4.4.2

See sections 3.2 and XI

4.4.2

Reduction of entrainment of organisms General Identified reduction techniques within the BAT approach Reduction of emissions to water. 4.6.1General BAT approach to reduce heat emissions.See Annex XII General BAT approach to reduce chemical emissions to water.

4.5 4.5.1 4.5.2

4.6 en 4.6.1

4.6.2

4.6.2 4.6.2 4.6.2 4.6.2 See section 3.4.5, Annex VI 4.6.2 See section and VII. 3.4.5, Annex VI and VII.

Maatregel All cooling towers: reduce specific energy consumption: Apply pumping heads and fans with reduced energy consumption For NEW system the following statements can be made:

In the light of the overall energy balance, cooling with water is most efficient; For new installations a site should be selected for the availability of sufficient quantities of (surface) water in the case of large cooling water demand; The cooling demand should be reduced by optimising heat reuse; For new installations a site should be selected for the availability of an adequate receiving water, particularly in case of large cooling water discharges; Where water availability is limited, a technology should be chosen that enables different modes of operation requiring less water for achieving the required cooling capacity at all times; In all cases recirculating cooling is an option, but this needs careful balancing with other factors, such as the required water conditioning and a lower overall energy efficiency. All wet cooling systems: Reduction of need for cooling; Optimisation of heat reuse. All wet cooling systems: Reduction of use of limited sources; Use of groundwater is not BAT. All wet cooling systems: Reduction of water use; Apply recirculating systems. All wet cooling systems: Where obligation for plume reduction and reduced tower height; Apply hybrid cooling system. All wet cooling systems: Where water (make-up water) is not available during (part of) process period or very limited (droughtstricken areas); Apply dry cooling.

All recirculating wet and wet/dry cooling systems: Reduction of water use; Optimization of cycles of concentration. From the applied or tested fish protection or repulsive technologies, no particular techniques can yet be identified as BAT ê BAT for reduction of entrainment is:Analysis of the biotope in surface water sourceOptimise water veloci-ties in intake channels to limit sedimentation; watch for seasonal occurrence of macro-fouling Pre-cooling has been applied for large power plants where the specific situation requires this, e.g. to avoid raised temperature of the intake water. Discharges will have to be limited with reference to the constraints of the requirements ofDirective 78/659/EEC for fresh water sources.process conditions (pressure, T, corrosiveness of substance). Identify

Identify chemical characteristics of cooling water source. Select the appropriate material for heat exchanger combining both process conditions and cooling water characteristics. Select the appropriate material for other parts of the cooling system. Identify operational requirements of the cooling. Select feasible cooling water treatment (chemical composition) using less hazardous chemicals or chemicals that have lower potential for impact on the environment.

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit See section 3, figure 3.2

Nummer in de BREF 4.6.2 See section 3, figure 3.2 4.6.2

4.6.3 Identified reduction techniques within the BATapproach Prevention by design and 4.6.3.1 maintenance.See section 3.4 See Annex XI.3.3.2.1 4.6.3.1

Maatregel Apply the biocide selection scheme. Optimize dosage regime by monitoring of cooling water and systems conditions. All wet cooling systems: Analysis of corrosivenessof process substance aswell as of cooling water to select the right material.

All wet cooling systems: Design cooling system to avoid stagnant zones. Shell&tube heat exchanger:Cooling water flow insidetube and heavy foulingmedium on tube side. Condensers of power plants: Application of Ti in condensers using seawater or brackish water. Condensers of power plants: Application of low corrosion alloys (StainlessSteel with high pittingindex or Copper Nickel) Condensers of power plants: Use of automated cleaning systems with foam balls or brushes. Condensers: Water velocity > 1.8 m/s for new equipment and 1.5 m/s in case of tube bundle retrofit. Heat exchangers:Water velocity > 0.8 m/s Heat exchangers:Avoid clogging. Use debris filters to protect the heatexchangers where clogging is a risk. Open wet cooling towers: Apply fill that is open, lowfouling, with high loadsupport. Open wet cooling towers:CCA treatment of woodenparts or TBTO containingpaints is not BAT. Natural draught wet cooling towers: Apply fill under consideration of localwater quality (e.g. highsolid content, scale) All wet systems: Monitoring and control of cooling water chemistry.

See Annex III.1

4.6.3.1

See Annex II

4.6.3.1

See Annex XII.5.1

4.6.3.1

See Annex XII.5.1

4.6.3.1

See Annex XII.5.1

4.6.3.1

See Annex XII.3.2 See Annex XII

4.6.3.1 4.6.3.1

See Annex IV.4

4.6.3.1

See section 3.4 and Annex IV.4 See Annex XII.8.3

4.6.3.1

Control by optimised cooling water treatmentSee section 3.4 and Annex XI.7.3 See section 3.4 and Annex VI

4.6.3.2

4.6.3.2

ê All wet systems: It is not BAT to usechromium compoundsmercury compoundsorganometallic compounds (e.g. organotin compounds)mercaptobenzothiazoleshock treatment with biocidal substances other than chlorine, bromine, ozone and H 2O2

See Annex XI.3.3.1.1

4.6.3.2

See section 3.5.3

4.6.3.2

See section 3.5.3

4.6.3.2

See section 3.8.3

4.6.3.2

Once-through cooling system and open wet cooling towers: To monitor macrofouling for optimising biocide dosage. wet cooling towers: Avoid plume reaching ground level; Plume emission at sufficient height and with a minimum discharge air velocity at the tower outlet. wet cooling towers: Avoid plume formation; Application of hybrid technique or other plume suppressing techniques such as reheating of air. wet cooling towers: Use of less hazardous material; Use of asbestos, or wood preserved with CCA (or similar) or TBTO is not BAT. wet cooling towers: Avoid affecting indoor air quality; Design and positioning of tower outlet to avoid risk of air intake by air conditioning systems.

4.6.3.1

Reduction of emissions to 4.7 air.See section 3.5

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Koelsystemen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit Nummer in de BREF 4.7.2 Identified reduction techniques within the BATapproachSee section 3.5 and Annex XI.5.1 See section 3.5.3 4.7.2 See section 3.5.3

4.7.2

See section 3.8.3

4.7.2

See section 3.5

4.7.2

4.8 Reduction of noise emissionsSee section 3.6 4.8.2 Identified reduction techniques within the BATapproach.See section 3.6 See section 3.6 4.8.2

See section 3.6

4.8.2

See section 3.6

4.8.2

Reduction of risk of leakage 4.9.1General approach

4.9

4.9.2 Identified reduction techniques within the BATapproach. See Annex III.1 4.9.2 See Annex III.3 4.9.2 See Annex IV.1 4.9.2 4.9.2 4.10 Reduction of biological risk.See section 3.7.3 4.10.2 Identified reduction techniques within the BATapproach. See section 3.7.3 4.10.2 See section 3.7.3

4.10.2

See section 3.7.3

4.10.2

Maatregel wet cooling towers: Reduction of drift loss; Apply drift eliminators with a loss <0.01% of total recirculating flow.

Plume emission atsufficient height and with aminimum discharge airvelocity at the tower outlet. Application of hybridtechnique or other plumesuppressing techniquessuch as reheating of air. Use of asbestos, or woodpreserved with CCA (orsimilar) or TBTO is not BAT. Design and positioning oftower outlet to avoid riskof air intake by airconditioning systems. Natural draught cooling towers: reduce noise of cascading water at air inlet: different techniques available. Natural draught cooling towers: reduce noise emissions around tower base: E.g application of earth barrier or noise attenuating wall. Mechanical draught cooling towers: reduction of fan noise; Apply low noise fan with characteristics, e.g.:- larger diameter fans;- Reduced tip speed (≤ 40 m/s). Mechanical draught cooling towers: Optimised diffuser design; Sufficient height or installation of sound attenuators. Mechanical draught cooling towers: Noise reduction; Apply attenuation measures to inlet and outlet. ê select material for equipment of wet cooling systems according to the applied water quality;operate the system according to its design,if cooling water treatment is needed, select the right cooling water treatment programme,monitor leakage in cooling water discharge in recirculating wet cooling systems by analysing the blowdown.

All heat exchangers:Avoid small cracks: ΔT over heat exchanger of ≤50ºC (Annex III) Shell&tube heat exchanger: monitor process operation. Shell&tube heat exchanger: apply welding technology. Equipment: reduce corrosion: T of metal on cooling water side< 60º. Recirculating cooling systems: cooling of dangerous substances: constant monitoring of blowdown. All wet recirculating cooling systems: reduce algae formation: reduce light energy reaching the cooling water. All wet recirculating cooling systems: reduce biological growth: avoid stagnant zones (design) and apply optimized chemical treatment. All wet recirculating cooling systems: cleaning after outbreak: a combination of mechanical and chemical cleaning. All wet recirculating cooling systems:control of pathogens: periodic monitoring of pathogens in the cooling systems. Open wet cooling towers: reduce risk of infection: operators should wear nose and mouth protection (P3-mask) when entering a wet cooling tower.

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Monitoring Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF Maatregel

Overwegingen

2.1

Overwegingen

2.2

Overwegingen Overwegingen

2.3 2.4

Overwegingen Overwegingen

2.5 2.6

Overwegingen

2.7

Totale emissie Totale emissie

3.1 3.2

Totale emissie

3.3

Totale emissie

3.4

Data verwerking

4.1

Data verwerking Data verwerking Data verwerking Meetmethoden

4.2 4.2 4.3 5.1 t/m 5.5

Naleving vergunning

6

Rapportage

7.1 t/m 7.6

Rapportage

7.4

Kosten

8

Waarom: Metingen dienen voor beoordeling processen, milieuheffingen, wettelijke verplichtingen, deelname aan convenanten, ondernemingsbeleid t.a.v. maatschappelijke verantwoordelijkheid Wie: Metingen worden uitgevoerd door bedrijf met ondersteuning van externe adviseurs Wat: Zie meet- en registratietabel Eenheden: Conform vergunningen, jaarvrachten in MJV op basis (periodieke) metingen Hoe: Frequentie gebaseerd op vergunningen en wettelijke eisen Onzekerheden worden gedekt door voldoende frequentie en meethistorie Vergunningseisen worden in ontwerpbeschikking afgestemd met bevoegd gezag Diffuse emissies zijn in de zuivelindustrie niet relevant Incidentele emissies die relevant zijn worden opgenomen in het MJV Waarden lager dan detectiegrens worden gerapporteerd in overleg met bevoegd gezag Onverklaarbare afwijkingen worden buiten beschouwing gelaten of heronderzocht Betrouwbaarheid: metingen worden uitgevoerd onder representatieve bedrijfssituatie Van meten naar rapporteren: Zie meet- en registratietabel CO2- en NOx-handel conform monitoringsprotocool Emissies lucht, water en afval Zie meet- en registratietabel Als meetmethoden worden directe metingen, afgeleide metingen, massabalansen, berekeningen en emissiefactoren gebruikt Zie meet- en registratietabel Overschrijdingen van vergunningsvoorschriften worden gemeld aan het bevoegd gezag, rapportage is onderdeel van het MJV

Jaarlijks wordt aan het bevoegd gezag gerapporteerd in een milieujaarverslag dat conform de convenantafspraken is gebaseerd op het wettelijk format en nationale rapportageverplichtingen De bedrijfsrapportage wordt gebruikt voor het openbare concernmilieuverslag Kosten van monitoring zijn in overeenstemming met het betrokken belang (kosteneffectiviteit)

Toelichting

2. Is de maatregel op uw

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.

invulling geven aan de maatregel?

Toelichting

IPPC-toets: BREF Non-ferrometalen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF NFM Chapter 2

Maatregel

Algemene maatregelen zoals: - doematig ontwerp installaties procesoptimalisatie - onderhoud - monitoring - opleiding en sensiblisering personeel NFM 2.17.1 Ondoorlaatbare opvangruimtes bij opslag vloeistoffen NFM 2.17.1 Afgedichte sytemen voor leveren en opslag van stoffige materialen silo's voor tijdelijke opslag NFM 2.17.1 Afgesloten transportbanden met geschikte afzuiging en filters om stof te voorkomen NFM 2.17.1 Overdekte opslag van met olie verontreinigd materiaal NFM 2.17.1 Analyse van (stalen van) de input NFM 2.17.7 Droge technieken inzetten voor het zuiveren van rookgassen NFM 2.17.7 Goed onderhoud en regelmatig reinigen van de installaties om verontreiniging van hemelwater te voorkomen NFM 2.17.7 Proceswater zo veel mogelijk terug in het proces NFM 2.9.3 Gesloten koelsysteem bij directe koeling NFM 2.9.3 Elektrolytische winning uit weggevloeid elektrolyt NFM 2.9.3 Hergebruik van zwakzuurstromen bij spuien zuiveringstechnieken NFM 2.13 Frequentie van het geluid veranderen NFM 2.8.3.2.1 Natte elektrostatische precipitatoren keramische filters of natte 2.8.3.2.3 2.8.3.2.4 scrubbers voor stofverwijdering NFM Summary Oxy-fuelbrander NFM 2.8.3.3 Natte of semi-droge wassing Nieuwe installaties en Zwavelzuurfabriek met dubbelcontact- dubbele absorptieproces met bestaande bij hoge minimaal vier stappen SO2-conentraties (BREF > 4%) NFM 2.17.5 Ter aanvulling van maatregelen

voor het voorkomen van dioxines (cf. checklijst 1) technieken zoals: - naverbranders - absorptie aan aktiefkool (i) in een vast of bewegend bed of (ii) door het inspuiten in de gasstroom en het verwijderen als filterstof NFM 2.17.1 Apart opvangen en behandelen van (regen)water gebruikt om stof weg te spoelen NFM 2.9.2.3 Doseringssystemen voor reagentia NFM 2.9.2.3 On-line opvolgen van temperatuur pH troebelheid conductiviteit redoxpotentiaam TOC metalen en het debiet NFM 2.13 Isoleren bv. door inkapseling met geluidsabsorberende materialen van geluidsintensieve (onderdelen van) installaties NFM 2.3.2 Een interne procedure om procesaanpassingen door te voeren en om controles te ondernemen na aanpassingen vooraleer het proces terug op te starten NFM n.a. Actieve medewerking van de werknemers in preventie-initiatieven aanmoedigen NFM n.a. Becijferen van de werkelijke afvalkosten NFM 2.10.3.1 Voorkomen dat materialen nat worden door zorgvuldige behandeling en opslag (afhankelijk van het soort input) NFM 2.10.3.1 De slijtage van de binnenbekleding van de ovens beperken Cf. checklist 1 en 2 Afval uit waterzuivering beperken cf. BREF koeling NFM 2.3.10.5 Stof schuim e.d. ontstaan bij hanteren van grondstoffen e.d.

terug in het hoofdproces brengen NFM 2.3.10.5 Terugwinning van metaal zout en ander materiaal uit (zout)slak van gietoven NFM 2.3.10.5 Filterslib terug naar proces en/of terugwinnen van andere metalen (bv. Hg) uit filterslib

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.

invulling geven aan de maatregel?

Toelichting

IPPC-toets: BREF Non-ferrometalen Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF NFM 2.3.10.5 NFM 2.3.10.5 NFM 2.3.10.5 NFM 3.4.5 NFM 3.4.5 NFM 3.4.5 NFM 3.4.5 NFM 4.4.5 NFM 5.4.4 NFM 5.4.4 NFM 7.4.5 NFM 11.4.5 NFM NFM 2.11 NFM 2.11 NFM 2.11 NFM 2.11 NFM 2.11 NFM 2.11 NFM 9.3.11 NFM 2.15.2 NFM 2.17.1 NFM 2.17.1 NFM 2.17.1 NFM 2.16 NFM 2.16

Maatregel Veilige verwijdering van zuur slib in zwavelzuurfabriek Hittebestendige ovenvoering gebruiken als verslakkingsmiddel Filterstof terug naar proces en/of terugwinnen van andere metalen uit filterstof Slak uit raffineeroven recycleren naar smeltoven Terugwinning van Ni uit weggevloeid elektrolyt bij elektrolytische raffinage Terugwinning van edelmetalen bij elektrolytische raffinage Terugwinning verbruikt zuur bij beitsen Overtollige badvloeistof valideren als elektrolyt bij elektrolyse van gesmolten zout Terugwinnen van andere waardevolle metalen uit schuim raffineeroven Veilige verwijdering van ferrietresten of hergebruik van afvalloog bij uitlogen Residuen van destillatie hergebruiken in proces Terugwinning of verwijdering van Cu- en Fe-residuen bij uitlogen Celmateriaal van elektrolyse van gesmolten zout inzetten als schrootijzer na reiniging Productie van stoom en elektriciteit uit 'afvalwarmte' Voorverwarmen van de ovenlading met behulp van de energie-inhoud uit ovengassen of warme gassen uit een andere bron Het opwarmen van uitloogvloeistoffen door hete procesgassen of vloeistoffen Het gebruik van de energie-inhoud van kunststof in sommige grondstoffen als brandstof Warmteverliezen beperken door aangepaste isolatie Bij de productie van perslucht dient de compressor optimaal gedimensioneerd te zijn zodat er minder nullastverliezen zijn Specifieke mogelijkheden

voor energierecuperatie bij productie van ferrolegeringen Systematische onderzoeksmethoden zoals HAZOP en gedetailleerde veiligheidsanalyses Inhoud van opslagtanks en het bijhorende alarm duidelijk aangeven Dubbelwandige tanks opvangruimtes en lekdetectiesystemen Transportbanden en pijpleidingen in veilige open ruimtes boven de grond aanbrengen Gedeelte van de bodem dat afgegraven moet worden tot een minimum beperken en zorgvuldig behandelen Historische vervuiling in kaart brengen

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.

invulling geven aan de maatregel?

Toelichting

IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen

Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit

Nummer in de BREF

Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.2.1 Annex vloeibaar gemaakte gassen 8.19 in tanks

Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks

ESB 4.1.2.2.1/4.1.2.2.2 ESB 4.1.2.3

ESB 4.1.2.3

Maatregel Bij het ontwerpen (en in gebruik nemen) van tanks rekening houden met: - de fysisch chemische eigenschappen van de stof die wordt opgeslagen, - de werkwijze voor de opslag, - welk niveau van instrumentatie nodig is, - hoeveel operators zijn vereist en wat zijn de werkzaamheden - hoe de operators op de hoogte worden gebracht van afwijkingen van normale procesomstandigheden (alarmering) - hoe de opslag wordt beschermd tegen afwijkingen van normale procesomstandigheden (veiligheid instructies, vergrendelingssystemen, drukontlastingsapparatuur, lekdetectie en -controle, enz.), - wat voor apparatuur moet worden geïnstalleerd, grotendeels rekening houdend met ervaringen uit het verleden met het product (bouwmaterialen, kwaliteit van kleppen, soorten pompen, etc.), - wat voor onderhouds- en inspectieplan moet worden uitgevoerd en hoe dit te vergemakkelijken onderhouds- en inspectiewerk (toegang, indeling, enz.), - en hoe om te gaan met noodsituaties (afstand tot andere tanks, welke voorzieningen zijn getroffen en tot wel niveau, brandbeveiliging, toegang voor hulpdiensten zoals de brandweer, enz.). Een instrument toepassen om proactief onderhoudsplannen en risicogebaseerde inspectieplannen vast te leggen, b.v. op risico en betrouwbaarheid gebaseerde onderhoudsaanpak.

Tanks voor opslag bij atmosferische druk (of bijna-atmosferische druk) bovengronds plaatsen Vloeibaar gemaakte gassen opslaan in ondergrondse tanks, ingeterpte tanks, of bolvormige tanks, afhankelijk van het opslagvolume

ESB 4.1.3.6 en 4.1.3.7 Bij bovengrondse tanks die vluchtige stoffen bevatten ofwel een kleur aanbrengen met minimaal 70% reflectiviteit voor thermische of lichtstraling, ofwel een zonnescherm plaatsen ESB 4.1.3.1 Minimaliseren van emissies van tank opslag en overslag die een negatief milieu-effect hebben ESB 4.1.2.2.3

VOS emissies regelmatige berekenen, met mogelijkheid om het rekenmodel occasioneel te valideren door middel van metingen

ESB 4.1.4.4

Gebruik maken van 'dedicated' systemen

ESB Open tanks afdekken door middel van: - een vlottende afdekking, of 4.1.3.2/4.1.3.3/4.1.3.4 een flexibele of tent afdekking, of - een rigide afdekking. ESB 4.1.5.1

In open tanks het opgeslagen product (b.v. slurries) mengen om te vermijden dat een depositie optreedt die een bijkomende reinigingsstap zou vereisen

Toelichting

2. Is de maatregel op uw bedrijf van

3. Indien van toepassing: hoe gaat u

toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting.

invulling geven aan de maatregel?

.Toelichting

IPPC-toets: BREF Op-en overslag bulkgoederen

Naam bedrijf: Toetser:

1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?

Subsector/activiteit Nummer in de BREF Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.3.9 vloeibaar gemaakte gassen in tanks

Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en vloeibaar gemaakte gassen in tanks

ESB 3.1.2

ESB 4.1.3.5

ESB 4.1.5.1

ESB 4.1.3.10 Annex 8.13

Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.3.11 vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.5.1 vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.4 vloeibaar gemaakte gassen in tanks

Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.4 vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.4/ vloeibaar gemaakte gassen 4.1.2.2.1 in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.5./ vloeibaar gemaakte gassen 4.1.6.1.6 in tanks

Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.7 vloeibaar gemaakte gassen in tanks Opslag van vloeistoffen en ESB 4.1.6.1.6./ vloeibaar gemaakte gassen 4.1.6.1.7./ 4.1.6.1.8. in tanks

Maatregel Bij tanks met een extern drijvend dak: - zorgen voor een opening van minder dan 3,2 mm tussen het dak en de tankwand ten minste 95% van de omtrek van de tank is en maak gebruik van dichtingen (velgrand) van het type 'vloeistof gemonteerde, mechanische schoenafdichtingen'. Dit om de uitstoot naar de lucht te minimaliseren. Bij tanks met extern drijvend dak gebruik maken van: - een drijven dak met direct contact (double-dek), of - een bestaand drijvend dak zonder contact (ponton). Tanks met extern vlottend dak voorzien van een koepeldak ('dome')

In tanks met extern vlottend dak het opgeslagen product (b.v. ruwe olie) mengen om te vermijden dat een depositie optreedt die een bijkomende reinigingsstap zou vereisen Bij tanks met vast dak en intern vlottend dak:- zorgen voor een opening van minder dan 3,2 mm tussen het dak en de tankwand over ten minste 95% van de omtrek, en - gebruik maken van dichtingen van het type 'liquid mounted, mechanical shoe seals' Tanks met vast dak < 50 m³ voorzien van een overdrukventiel dat is ingesteld op de hoogst mogelijke waarde volgens de tank ontwerpcriteria In tanks met vast dak het opgeslagen product (b.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=bc436d5b-aa60-4ac7-b1ff-963019724f66