CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - Ruimtelijke Ordeningsscan

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West12.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsverkenner

Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West

projectnummer 0503830.100 concept revisie 02 12 september 2025

www.anteagroup.nl

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West Opdrachtgever

projectnummer 0503830.100 concept revisie 02 12 september 2025

Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Auteur(s) KD

Gecontroleerd NH

datum 12 september 2025

beschrijving

vrijgave

betreft project projectnummer versie

Omgevingsverkenner Hveen-west Omgv 0503830.100 02

datum

12 sep. 2025

Samenvattingstabel Aspect

Planvormend1 Ja

Nee

●

Omgevingstoets

Ecologie

●

Stikstof

●

Haalbaarheid Stoplichtmodel2

●

●

Bodemkwaliteit

●

●

Archeologie

●

●

Korte toelichting Voor de voorgenomen ontwikkeling is een ruimtelijke procedure in de vorm van een BOPA of een wijziging van het omgevingsplan nodig. Er is potentie om het voornemen goed te laten aansluiten bij de opgaves en ambities welke gedefinieerd zijn op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het wordt dan ook geadviseerd om dit mee te nemen in de planuitwerking. Gezien het voornemen een uitbreidingslocatie betreft buiten stedelijk gebied dient goed onderbouwd te worden dat er met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in de woningbehoefte van de regio en dat er binnen bestaand gebied geen ruimte is om in deze behoefte te voorzien. Dit moet gedaan worden middels de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het plangebied ligt binnen een stuk Natuurnetwerk Nederland. Het gaat om de noordwestelijke hoek van het plangebied. Wanneer in de verdere planuitwerking blijkt dat de werkzaamheden het NNN raken dienen er maatregelen genomen te worden om de beschermde natuurwaarden te behouden of te compenseren. In de omgeving van het plangebied is ook een aantal natuurgebieden aanwezig. Ten westen van het plangebied, tegen het plangebied aan bevindt zich NNN en op circa 5.000 meter ten noorden van het plangebied een Natura 2000-gebied (Deelen).

Vanuit de provinciale omgevingsverordening gelden nog de gebiedsaanwijzingen ‘bos-en natuur buiten NNN’ en ‘weidevogelkansgebied en weidevogelparels’. Geadviseerd wordt om de mogelijkheden hierbinnen te bespreken met de provincie. Momenteel is het plangebied grotendeels onverhard en heeft het een agrarische functie. Er is bestaande bebouwing aanwezig binnen het plangebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van een gebiedsontwikkeling met voornamelijk woningbouw. Er bevinden zich mogelijkerwijs beschermde soorten en/of beschermde houtopstanden in het plangebied. Dit gebied kan mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden en oprichting. Er dient een natuurtoets te worden uitgevoerd om de invloed op eventueel aanwezige beschermde soorten inzichtelijk te maken. De uitkomsten van de natuurtoets hebben mogelijk invloed op de uitwerking van het plan; indien geschikte biotopen voor beschermde soorten worden aangetroffen, dient nader (jaarrond) onderzoek te worden gedaan in combinatie met eventuele maatregelen. Mochten er vleermuizen aanwezig zijn, dan is tevens een onderzoekstraject aan de orde. Gezien de omvang van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling wordt geadviseerd hier bij de planuitwerking rekening mee te houden en knelpunten in het plangebied snel duidelijk te hebben.

Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied (Rottige Meenthe & Brandemeer) ligt op circa 6.700 meter ten zuiden van het plangebied. Dit natuurgebied is belangrijk in het kader van stikstofonderzoek. De herontwikkeling omvat een gebiedsontwikkeling met circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen. Deze inrichtingen hebben naar verwachting geen stikstofuitstoot door de verwarming, maar wel door de verkeersbewegingen van inwoners en bezoekers. Het aspect stikstof is continu in beweging waardoor het lastig is om in dit stadium van de ontwikkeling een concrete uitspraak te doen over de gevolgen van stikstof in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij dient vermeld te worden dat eind 2024 en begin 2025 gerechtelijke uitspraken zijn gedaan omtrent stikstofdepositie en de mogelijkheid om intern te salderen. Dit heeft gevolgen als het gaat om de mogelijkheid vergunningen te verlenen indien er sprake is van stikstofdepositie. De gevolgen hiervan moeten ook betrokken worden bij de berekeningen voor de voorgenomen plannen. Hier moet rekening mee gehouden worden in de verdere planontwikkeling. Wij kunnen samen met u in gesprek gaan over de eventuele impact op uw project. Uit gegevens van het bodemloket blijkt dat er voldoende onderzocht/gesaneerd is.

Een bodemonderzoek is nodig voor de ontwikkeling (gebiedsontwikkeling met woningbouw) aangezien de grond geroerd wordt. Voor het uitvoeren van de ontwikkeling zal eerst historisch bodem(bureau)onderzoek moeten plaatsvinden. Hieruit zal blijken of verder onderzoek nodig is. In het omgevingsplan heeft het plangebied meerdere dubbelbestemmingen archeologie. Dit zijn weliswaar twee ‘kleine’ gebieden binnen het plangebied; één in het centrum en één in het noordwesten van het plangebied. Tevens zijn de kaarten van het provinciale blz 1 van 36

betreft project projectnummer versie

Omgevingsverkenner Hveen-west Omgv 0503830.100 02

Aspect

datum

Haalbaarheid

Planvormend1 Ja

Veiligheid

●

Geluid

●

Milieuzonering

Samenvattingstabel

Nee

●

Cultuurhistorie

12 sep. 2025

Stoplichtmodel2

●

●

●

●

●

Korte toelichting archeologische beleid beschouwd (FAMKE, niet op bovenstaande kaart weergeven). Voor de kaart voor IJzertijd-Middeleeuwen geldt dat een groot gedeelte van het plangebied geen onderzoek noodzakelijk. Het gaat hierbij om het centrum van het plangebied. Bij de noord- en zuidgrens van het plangebied wordt karterend archeologisch onderzoek wordt aanbevolen door de provincie wanneer (bodem)ingrepen worden gedaan van groter dan 5.000m2. De kaart voor Steentijd - Bronstijd wijst uit dat ter plaatse van het plangebied meerdere adviezen in het plangebied gelden. Het gaat om de volgende adviezen: Quickscan, Karterend onderzoek 2 (steentijd), Karterend onderzoek 1 (steentijd) en Waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats). Geadviseerd wordt om de planontwikkeling te bespreken met de provincie en advies in te winnen welk soort onderzoek er nodig wordt geacht. Binnen het plangebied zijn geen monumenten gesitueerd. Binnen het plangebied zijn tevens geen cultuurhistorische waardevolle elementen/landschappen aanwezig. Rondom het plangebied zijn wel verschillende Rijksmonumenten aanwezig. Omdat deze buiten het plangebied liggen, is hier geen verdere actie op nodig. Tevens is gekeken naar de cultuurhistorische waarden vanuit de Provinciale Omgevingsverordening. Ook hier komen geen beschermde functies naar voren. Naar alle waarschijnlijkheid is onderzoek niet nodig.

In het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Wel zijn er meerdere risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt een gasleiding én de Rijksweg A7, beide met bijbehorende aandachtsgebieden. Het plangebied heeft overlap met het gifwolkaandachtsgebied van beide risicobronnen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen, wat kwetsbare objecten zijn. Vanwege de ligging in het gifwolkaandachtsgebied dient conform artikel 5.15 van het Bkl het bevoegd gezag in het omgevingsplan te beschouwen hoe groepen mensen beschermd worden en of deze bescherming afdoende is. Er kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn binnen de aandachtsgebieden (bij toewijzing van een voorschriftengebied binnen een aandachtsgebied). De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag (de gemeente De Fryske Marren). Als gevolg van het planvoornemen wordt er geen risicobron toegevoegd dan wel aangetast. Onderzoek naar de effecten van de risicobronnen op de voorgenomen ontwikkeling is waarschijnlijk nodig. Rondom het plangebied zijn meerdere wegen/geluidbronnen aanwezig. De openbare kaarten van het RIVM zijn beschouwd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Dit zijn geluidgevoelige objecten.

De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer is aan de rand (in het noorden én het zuiden) van het plangebied is maximaal 56dB(A). Dit is hoger dan de standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde. De geluidbelasting ten gevolge van de Vogelzangweg is maximaal 54 dB(A). Dit is ook hoger dan de standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde. Aangezien er geluidgevoelige objecten gepland zijn in het plangebied dient er onderzoek gedaan te worden naar het geluid afkomstig vanaf de omliggende wegen. Hiermee dient inzichtelijk gemaakt te worden of er daadwerkelijk geen hinder wordt ervaren door de omliggende geluidbronnen. Het aspect is mogelijk planvormend kort nabij de geluidsbronnen. De herontwikkeling omvat een gebiedsontwikkeling met circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen. Dit zijn gevoelige activiteiten. Om de inpasbaarheid van het voornemen te toetsen is aan de hand van de VNG uitgave de zones van de omliggende bedrijfsactiviteiten in beeld gebracht. Rondom en in het plangebied zijn een aantal bedrijfsactiviteiten weergeven op de kaart. Rondom deze activiteiten is een bufferzone van 50 meter getrokken zoals hierboven uitgelegd. Voor bijna alle bedrijfsactiviteiten (behalve aan de Vogelzangweg 2, midden in het plangebied) geldt dat in de huidige situatie op een korte afstand van deze locaties woningen zijn voorzien.

Om deze reden wordt minimale hinder verwacht vanuit deze bedrijfsactiviteiten voor de voorgenomen ontwikkeling. Echter, wanneer binnen de contouren van de bedrijfsactiviteiten woningen zijn voorzien dient dit wel beschouwd te worden in de ruimtelijke motivering.

blz 2 van 36

betreft project projectnummer versie

Aspect

Omgevingsverkenner Hveen-west Omgv 0503830.100 02

datum

Haalbaarheid

Planvormend1 Ja

12 sep. 2025

Nee

Stoplichtmodel2

Korte toelichting Voor het bedrijf aan de Vogelzangweg 2 (hondenschool) geldt dat er geen gevoelige activiteiten zijn gelegen rondom het perceel. Wanneer er vanuit de voorgenomen ontwikkeling gevoelige activiteiten zijn gepland, dient gemotiveerd te worden waarom er sprake is van ETFAL op deze locatie. Een volledig onderzoek is naar alle waarschijnlijkheid niet nodig.

Waterhuishouding

●

●

Luchtkwaliteit

●

Lichthinder

●

Gezondheid

●

Kabel & leidingen

●

Samenvattingstabel

● ●

●

●

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’ is nieuw. Er is daarom nog veel onzekerheid over de exacte toepassing van de handreiking binnen de omgevingswetsystematiek. De handreiking is gebruikt om een inschatting te maken van milieuzonering in en rondom het plangebied. De daadwerkelijke afweging hiervoor ligt bij het bevoegd gezag (de gemeente). In het plangebied zijn veel sloten/wateren in een verkavelingspatroon aanwezig. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de venige ondergrond van het plangebied. Ook loopt het kanaal ‘Feanskieding’ door het plangebied. Een aantal van deze wateren zijn van belang voor het Wetterskip Fryslân. Tevens ligt er een beschermingszone om aantal van deze wateren. Deze zones leggen beperkingen op aan het gebruik van de grond. Wanneer er werkzaamheden plaatsvinden op of nabij de aanwezige wateren, keringen en beschermingszones is het advies om, zo snel mogelijk in contact te komen met het Wetterskip om de beoogde plannen goed af te kunnen stemmen. Vanuit het Wetterskip gelden er regels over de activiteiten die plaats mogen vinden op of nabij deze locaties. Het plangebied is grotendeels onverhard, maar ook deels bebouwd. Ten gevolge van het voornemen neemt het aandeel verharding mogelijk toe in het plangebied.

Gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling is naar alle waarschijnlijkheid een waterhuishoudkundigplan nodig waarin onder andere wordt beschreven hoe wordt omgegaan met de waterbelangen binnen het plangebied. Met de herontwikkeling worden circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen gerealiseerd. Met de aanname dat het plangebied met 2 of méér ontsluitingswegen wordt ontsloten, ligt de voorgenomen ontwikkeling binnen de grens voor de standaardgevallen NIBM. Op basis van deze uitgangspunten is nader onderzoek naar alle waarschijnlijkheid niet nodig. De toevoeging van woningen zorgt voor een toename aan verlichting. Het plangebied ligt in een gebied dat van zichzelf beperkt tot matig verlicht is. Hierdoor heeft de toevoeging van verlichting naar alle waarschijnlijkheid wel effect. In combinatie met het veenweidevogelgebied vanuit de provinciale omgevingsverordening en andere ecologische aspecten, wordt geadviseerd het aspect meet te nemen in de planuitwerking. Het voornemen voorziet in de bouw van 2000 woningen. Voor de aspecten bodem, luchtkwaliteit en geluid zijn in deze omgevingsverkenner geen ‘showstoppers’ aangetroffen. Wel is het aspect Omgevingsveiligheid een aandachtspunt. Het in de huidige situatie aanwezige groen zal mogelijk (deels) verdwijnen.

Geadviseerd wordt de gezondheid van de omgeving en het plangebied nader te beschouwen en waar mogelijk te versterken. Gedacht kan worden aan het behoud en realisatie van groen (in openbare ruimtes) in het plangebied en klimaatadaptieve maatregelen. Het is relatief rustig in de ondergrond binnen het plangebied. De kabels en leidingen binnen het plangebied bevinden zich verspreid door het plangebied en staan met name in verbinding met de gebouwen rondom de plangrenzen én de gebouwen nabij de Vogelzangweg 2. Het gaat om elektriciteitskabels (midden- en laagspanning), lagedruk gasleidingen, (druk) rioolleidingen, datatransport en waterleidingen. Aan de westkant van het plangebied lopen twee bovengrondse hoogspanningsleidingen (220kV en 110kV) welke onderdeel uitmaken van het lande hoogspanningsnet. Aan welke veiligheidseisen voldaan moet worden om nabij deze kabels woningen te realiseren, dient afgestemd te worden met TenneT. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met verschillende met betrekking tot gezondheid (zoals magneetvelden), om een goede woon- en leef kwaliteit nabij deze kabels te kunnen waarborgen. Daarbij lopen drie tracéalternatieven voor de nieuwe 380kV verbinding tussen Vierverlaten en Ens door het plangebied. Geadviseerd wordt om hier bij de planuitwerking rekening mee te houden. Advies is om rekening te houden met de ligging van de desbetreffende leidingen.

blz 3 van 36

betreft project projectnummer versie

Aspect

Omgevingsverkenner Hveen-west Omgv 0503830.100 02

Planvormend1 Ja

Nee

datum

12 sep. 2025

Haalbaarheid Stoplichtmodel2

Korte toelichting

Het plangebied is momenteel grotendeels onverhard en deels bebouwd. Ten gevolge van het voornemen zal het aandeel verharding toenemen in het plangebied. Om een indicatie te geven van kwetsbaarheid en risico's voor wateroverlast is de waterdiepte bij kort heftige buien in beeld gebracht. Zowel bij buien die eens in de 100 jaar voorkomen als buien die eens in de 1.000 jaar voorkomen geldt dat bij veel Wateroverlast ● ● agrarische percelen in het plangebied een waterdiepte van meer dan 20-30 cm wordt verwacht. Gezien de toename aan verharding adviseren wij om bij de planontwikkeling rekening te houden met wateropvang. Een voorbeeld hiervan zou zijn om wadi’s of (extra) groenstroken aan te brengen, of door te werken met half-verharding in het plangebied. Het plangebied is momenteel grotendeels onverhard en deels bebouwd. Op dit moment is het aantal tropische dagen laag. Het stedelijk hitte eiland effect is tevens aan de lage kant in het hele plangebied. Ten gevolge van het voornemen zal het aandeel verharding naar Hittestress ● ● verwachting toenemen in het plangebied. Naar verwachting zullen het aantal tropische dagen en het stedelijke hitte eiland effect toenemen. Er wordt geadviseerd dit aspect mee te nemen in de planontwikkeling. Als gevolg van een lage grondwaterstand kunnen verzakkingen en beschadigingen plaatsvinden aan gebouwen en infrastructuur.

De grondwaterstand in het plangebied kan in extreem droge zomers zakken tussen 1,5 en 2 meter beneden maaiveld aan de zuidwestzijde van Droogtestress ● ● het plangebied. Er is sprake van een bodemdaling van meer dan 20-40 cm in het (zuid)oostelijke gedeelte van het plangebied. Geadviseerd wordt om deze aspecten mee te nemen in de planontwikkeling. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan waterretentie. Voor het plangebied is de plaatsgebonden overstromingskans met water tot 20 cm beschouwd. Dit is de kans dat een overstroming zich voordoet én vervolgens water in het plangebied tot 20 cm hoog staat. In het plangebied is de kans op overstroming ten gevolge van het Overstromingsfalen van een waterkering klein: 1/300 tot 1/3.000 per jaar. Tevens is gekeken naar de overstromingsdiepte ten gevolge van een primaire of ● ● risico regionale waterkering. De overstromingsdiepte kan oplopen tussen de 0,5 en 2,0 meter. Geadviseerd wordt om dit mee te nemen in de verdere uitwerking van de planontwikkeling. Bijvoorbeeld door kritieke functies binnen het plangebied verhoogd te bouwen. Tevens wordt geadviseerd om mogelijke maatregelen die genomen moeten/kunnen worden, af te stemmen met het Wetterskip. Het plangebied is gelegen in een gebied waar (relatief) recent een OO-onderzoek voor is uitgevoerd.

Hierbij is gesteld dat ter plaatse van het Ontplofbare plangebied geen sprake is van een verdacht gebied OO. Om deze reden is het uitvoeren van aanvullende OO-werkzaamheden niet ● Oorlogsresten noodzakelijk. Wel wordt de opdrachtgever geadviseerd om zich te vergewissen van het protocol spontaan aantreffen OO. Uit de berekening met de verkeersgeneratietool blijkt dat op basis van voorstaande aannames in de toekomstige situatie 15.233 motorvoertuigbewegingen per werkdag (mvt/werkdag) bij komen. Vanuit huidige informatie wordt ervan uitgegaan dat het verkeer van het voornemen wordt ontsloten via de Binnedyk, de Jousterweg en de Vogelzangweg. Er wordt geadviseerd om hier onderzoek naar te doen. Verkeer en Op basis van de Parkeernormen van het beleidsdocument van de gemeente en de eerdergenoemde uitgangspunten zijn 4579 ● ● Parkeren parkeerplaatsen benodigd. Het planvoornemen dient in deze parkeerbehoefte te voorzien. Let wel, bovenstaande berekeningen van de verkeersgeneratietool zijn gebaseerd op kencijfers vanuit het CROW, aannames vanuit nu beschikbare informatie en worst-case berekeningen op basis van deze informatie. Verdere uitwerking van het planvoornemen zal moeten uitwijzen wat er daadwerkelijk benodigd is op het gebied van verkeer en parkeren. 1 Dit aspect heeft mogelijk invloed op de aard, uitvoering en uitwerking van de ontwikkeling.

2 Groen: Dit aspect is geen knelpunt en kan kwalitatief onderbouwd worden. Geel: Voor dit aspect is gebruikelijk onderzoek nodig voor de ruimtelijke procedure. Oranje: Voor dit aspect zijn verschillende aandachtspunten gevonden. Er is specifiek nader onderzoek nodig waaruit naar verwachting kaders volgen voor de uitwerking van het voornemen. Rood: Voor dit aspect zijn significante aandachtspunten gevonden. Het is een mogelijke showstopper. Specifiek onderzoek is nodig waaruit mogelijk significante aanpassingen volgen voor het voornemen.

Samenvattingstabel

blz 4 van 36

betreft project projectnummer versie

Omgevingsverkenner Hveen-west Omgv 0503830.100 02

Samenvattingstabel

datum

12 sep. 2025

blz 5 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Inleiding Methode In deze rapportage is een overzicht van de omgevingsaspecten gegeven en in welke mate deze in het kader van de ontwikkeling onderzocht dienen te worden. Door middel van het gebruik van opensource informatie is het plangebied onderzocht op de volgende (omgevings)aspecten: natuur, stikstof, bodemkwaliteit, archeologie, omgevingsveiligheid, geluid, bedrijven & milieuzonering, landschap & cultuurhistorie, waterhuishouding, luchtkwaliteit, lichthinder, gezondheid, kabels & leidingen en ontplofbare oorlogsresten. Daarnaast is voor een aantal klimaataspecten een quickscan uitgevoerd, namelijk wateroverlast, hittestress, droogtestress en overstromingsrisico. Tevens is er een Omgevingstoets uitgevoerd. Aan de rapportage is een samenvattingstabel toegevoegd met een overzicht van de belangrijkste aspecten, een beoordeling op basis van het stoplichtmodel en wat naar aanleiding van deze rapportage de (mogelijke) vervolgstappen zijn. Allereerst is ingegaan op de achtergrond van de voorgenomen ontwikkeling, waarna de hiervoor beschreven aspecten zijn behandeld.

Achtergrond Het voornemen omvat de herontwikkeling van het plangebied. De herontwikkeling omvat een gebiedsontwikkeling met circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen. Deze woningen worden fasegewijs gerealiseerd. In het licht van het Fries Stedelijk Netwerk kunnen deze aantallen nog wijzigen. Dit wordt gedaan in goed overleg en afstemming met de regio. Het plangebied ligt ten westen van Heerenveen, in de gemeente De Fryske Marren. Omdat de voorgenomen ontwikkeling nog in een (zeer) vroeg stadium zit, is voor deze toetsing het plangebied indicatief ingetekend en volgt deze dus niet de exacte (perceels)grenzen. Het gaat hierbij dan ook om een globale verkenning die in het vervolg nadere uitwerking verdient.

blz 6 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Het plangebied ligt binnen het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (van de gemeente De Fryske Marren) binnen de voormalige bestemmingsplannen/beheersverordening:  ‘Buitengebied Noord – 2017’ (Vastgesteld 28-06-2017 (Onherroepelijk)). Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen: o Enkelbestemming: Wonen, Wonen – Voormalig boerderij, Agrarisch, Verkeer – Wegverkeer, Detailhandel, Bedrijf, Natuur en Water o Dubbelbestemmingen: Waarde – Archeologie, Leiding - Hoogspanningsverbinding  ‘Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ (Vastgesteld 26-06-2013 (Onherroepelijk)) o In noorden van het plangebied bevindt zich een perceel dat nog onder de regels van het voormalige bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2001’.

Hierbinnen heeft het perceel de functies:  Enkelbestemming: Agrarische met landschappelijke en natuurlijke waarde  Aanduiding: bouwgrens met uitbreidingsrichting  ‘Bestemmingsplan Oudehaske – Parkzone’ (Vastgesteld 19-11-2014 (Onherroepelijk)) o Enkelbestemming: Natuur o Dubbelbestemmingen: Leiding - Hoogspanning  ‘Oudehaske’ (Vastgesteld 31-10-2017 (Onherroepelijk)) o Enkelbestemming: Agrarisch o Dubbelbestemmingen: Leiding - Hoogspanningsverbinding  ‘Rottum – Vogelzangweg 2’ (Vastgesteld 14-09-2022 (Onherroepelijk)) o Enkelbestemming: Wonen – Voormalig boerderij, Agrarisch o Dubbelbestemmingen: Waarde – Archeologie De volgende voormalig bestemmingsplannen vigeren wel binnen het plangebied, maar er hoeft, gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling, waarschijnlijk niet afgeweken te worden van deze plannen: ‘Paraplubestemmingsplan parkeernormen’ (Vastgesteld 27-06-2018 (Onherroepelijk)) o Dit bestemmingsplan geldt voor de gehele gemeente en borgt het parkeerbeleid van de gemeente. Er dient wel rekening gehouden te worden met het parkeerbeleid van de gemeente bij de voorgenomen ontwikkeling. ‘Paraplubestemmingsplan windturbines agrarische bedrijven’ (Vastgesteld 11-05-2022 (Onherroepelijk)) o Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in de provincie om onder voorwaarden kleine windturbines bij agrarische bouwpercelen te realiseren.

Gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling is dit plan naar alle waarschijnlijkheid niet van belang. ‘Veegplan Buitengebied Noord – 2017’ (Vastgesteld 14-09-2022 (Onherroepelijk) o Vanuit dit bestemmingsplan zijn aantal wijzigingen doorgevoerd op het bestemmingsplan ‘Buitengebied – Noord 2017’. Binnen het plangebied hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. Het voornemen past niet volledig binnen de vigerende planologische functies zoals hierboven benoemd. Een wijziging van het omgevingsplan (of omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)) is daarom nodig om het voornemen planologisch mogelijk te maken.

blz 7 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Omgevingstoets Ruimtelijk kader Het planvoornemen past niet binnen de vigerende planologische situatie. Hieronder wordt verder ingegaan op de inpasbaarheid met betrekking tot nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid.

Beoordeling Nationaal beleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. De visie geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;

blz 8 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

 sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het planvoornemen voorziet in de bouw van woningen aansluitend op bestaand stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor huisvesting voor verschillende doelgroepen. Eventueel is ruimte voor de planontwikkeling om in te zetten op thema’s als klimaatadaptatie, energietransitie en gezondheid. Derhalve past het voornemen naar alle waarschijnlijkheid binnen de NOVI. Echter wordt met het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand en is als dusdanig vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als sprake is van een nieuw stedelijke ontwikkeling. Derhalve is een toetsing aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ benodigd. Provinciale Omgevingsvisie De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân.

Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken:  Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar;  Fryslân zet de energietransitie met kracht voort;  Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht;  Fryslân versterkt de biodiversiteit. De opgave Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar bestaat onder meer uit het grootschalig opknappen van bestaande bebouwing en het aanbod aan woningen afstemmen op de bevolking. De provincie stimuleert dit. Daarnaast zet de provincie in op zorgvuldig ruimtegebruik en gaat inbreiding boven uitbreiding. Benutting van bestaande locaties en bestaande capaciteit staat voorop. Wanneer in het bestaand stedelijk gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, wordt pas naar uitbreiding gekeken. De provincie voert periodiek prognoses uit naar de behoefte aan woningbouw en ondersteund gemeenten met het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het planvoornemen voorziet in de bouw van woningen buiten bestaand stedelijk gebied. Voor het planvoornemen zijn er kansen om aan te sluiten op de hoofdambities en urgente opgaven van de provincie. Geadviseerd wordt dan ook om hier zoveel mogelijk aansluiting bij te zoeken. Daarbij voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een behoefte voor huisvesting die afgestemd wordt op de behoeften van het gebied. Het planvoornemen is een uitbreidingslocatie.

Dit betekent dat er aangetoond moet worden dat er in bestaand gebied geen ruimte is om in de gevraagde behoefte van woningen te kunnen voorzien. Verder is er potentie om met het voornemen goed aan te sluiten bij het provinciale beleid. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie De Fryske Marren Op 21-12-2022 is de Omgevingsvisie De Fryske Marren vastgesteld door de gemeenteraad van De Fryske Marren. Dit document omvat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving van de gemeente De Fryske Marren. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over alle terreinen van de leefomgeving, zoals economie, wonen, landschap, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. In de omgevingsvisie zijn 3 kernopgaves opgesteld: 1. Naar een gezond en vitaal platteland; 2. Goed wonen en leven voor iedereen in het bebouwd gebied; 3. Naar een duurzame energie en mobiliteit in een toekomstbestendige economie;

blz 9 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

De voorgenomen ontwikkeling kan voornamelijk goed aansluiting vinden bij kernopgaves 2 en 3. Met herontwikkeling worden circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen gerealiseerd buiten bestaand stedelijk gebied. Er wordt dan ook geadviseerd hier zoveel mogelijk aansluiting te bij te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld door in de verdere planuitwerking de focus te leggen op gezondheid en leefbaarheid (focus op groen en water in de openbare ruimte, genoeg voorzieningen), energie (duurzaam bouwen, energie neutrale woningen), goede bereikbaarheid (openbaar vervoer) en klimaatadaptatie. Verder blijkt dat er een aandachtspunt ligt voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot de kaart bijbehorende bij de omgevingsvisie. Uit de visiekaart blijkt dat het lange termijndoel voor het plangebied wordt geformuleerd als ‘Agrarische ontwikkeling in samenhang met de veranderingen in het weidegebied met behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden’. De opgave voor woningbouw in dit gebied staat genoemd in de lange termijnvisie. De gemeente geeft in haar visie aan dat ze de kenmerken van dit gebied graag wil behouden en versterken. Geadviseerd wordt om te onderzoeken hoe de voorgenomen ontwikkeling potentieel kan bijdragen aan deze kwaliteiten.

Omgevingsvisie Heerenveen In de Omgevingsvisie Heerenveen 2040 wordt op hoofdlijnen aangegeven wat nodig is om de leefomgeving te beschermen, te ontwikkelen en in te richten. Het gaat over alle terreinen van de leefomgeving, zoals verkeer en vervoer, water, milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, landbouw, cultureel erfgoed en economie. In de omgevingsvisie zijn 4 kernopgaves opgesteld: 1. Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen; 2. Bouwen aan toekomstbestendige woningen; 3. Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen; 4. Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied. Het plangebied valt voor een klein deel binnen de gemeente Heerenveen. Van bovengenoemde kernopgaves kan het voornemen goed aansluiten bij opgaves 1, 2 en 3. Er wordt dan ook geadviseerd om de juiste aansluiting te vinden bij deze kernopgaves. Dit kan door thema’s als klimaatadaptatie, gezondheid en de energietransitie een plek te geven in de ontwikkeling. Daarbij kan er een bijdrage geleverd worden aan de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied. Hiermee is er potentie om met het voornemen goed aan te sluiten bij het gemeentelijk beleid.

blz 10 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Ecologie Wettelijk kader De Omgevingswet (Ow) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Ow, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN). Het NNN is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. In of in de nabijheid van Natuurbeschermingswet-gebieden en in het NNN geldt het ‘Nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen in het NNN toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning. In het kader van een omgevingsplan moet aangetoond worden dat het aspect ecologie uit de Ow geen belemmering vormt voor de uitvoering van het plan.

Beoordeling Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Wel ligt er een stuk Natuurnetwerk Nederland binnen het plangebied. Het gaat om de noordwestelijke hoek van het plangebied. Wanneer in de verdere planuitwerking blijkt dat de werkzaamheden het NNN raken dienen er maatregelen genomen te worden om de beschermde natuurwaarden te behouden of te compenseren. In de omgeving van het plangebied is ook een aantal natuurgebieden aanwezig. Op circa 5.000 meter ten noorden van het plangebied een Natura 2000-gebied (Deelen). Tevens bevinden zich binnen het plangebied drie gebieden met ‘Bos en natuur buiten NNN’ (vanuit de provinciale omgevingsverordening). Deze (kleinere) bos- en natuurelementen

blz 11 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

leveren een bijdrage aan de biodiversiteit van het landelijk gebied en mogen niet zomaar aangetast worden. Ook geldt vanuit de provinciale omgevingsverordening de gebiedsaanwijzing ‘weidevogelkansgebied en weidevogelparels’ in het hele westen en noorden van het plangebied. In principe moet er in deze gebieden voldoende rust en openheid worden geboden aan weidevogels. Ruimtelijke ingrepen zijn alleen onder (strenge) voorwaarden toegestaan. Bij de verdere planuitwerking wordt geadviseerd dit mee te nemen. Momenteel is het plangebied grotendeels onverhard en heeft het een agrarische functie. Er is bestaande bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Hier en daar zijn verschillende percelen met een woonfunctie, boerderij, of andere functie. Tevens zijn er meerdere sloten met water aanwezig in het plangebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van een gebiedsontwikkeling met voornamelijk woningbouw. Er bevinden zich mogelijkerwijs beschermde soorten en/of beschermde houtopstanden in het plangebied. Dit gebied kan mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden en oprichting. Er dient een natuurtoets te worden uitgevoerd om de invloed op eventueel aanwezige beschermde soorten inzichtelijk te maken.

De uitkomsten van de natuurtoets hebben mogelijk invloed op de uitwerking van het plan; indien geschikte biotopen voor beschermde soorten worden aangetroffen, dient nader (jaarrond) onderzoek te worden gedaan in combinatie met eventuele maatregelen. Mochten er vleermuizen aanwezig zijn, dan is tevens een onderzoekstraject aan de orde. Gezien de omvang van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling wordt geadviseerd hier bij de planuitwerking rekening mee te houden en knelpunten in het plangebied snel duidelijk te hebben.

blz 12 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Stikstof Wettelijk kader De bescherming van bijzondere natuurgebieden (Natura 2000) in Nederland is opgenomen in de Omgevingswet. Een nieuwe ontwikkeling kan een negatief effect hebben op flora en fauna en de instandhouding van natuurgebieden door een (mogelijk) toename aan stikstof. Binnen Natura 2000-gebieden bevinden zich namelijk stikstofgevoelige habitats. De toename van stikstof op deze stikstofgevoelige habitats is één van de aspecten waarop een project of plan moet worden getoetst. Getoetst moet worden of de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van een plan minder of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Als de maximale bijdrage van een project aan de stikstofdepositie op een voor stikstofgevoelig habitattype binnen een Natura 2000-gebied niet significant is (0,00 mol/ha/jaar) dan kan een plan of project doorgang vinden. De wijze waarop wordt getoetst of sprake is van aantasting van stikstofgevoelige habitattypes, is onder andere door het uitvoeren van een AERIUS-berekening.

Beoordeling Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied (Rottige Meenthe & Brandemeer) ligt op circa 6.700 meter ten zuiden van het plangebied. Het gaat hierbij om het habitattype meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen. Dit natuurgebied is belangrijk in het kader van stikstofonderzoek. De herontwikkeling omvat een gebiedsontwikkeling met circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen. Deze inrichtingen hebben naar verwachting geen stikstofuitstoot door de verwarming, maar wel door de verkeersbewegingen van inwoners en bezoekers. Het aspect stikstof is continu in beweging waardoor het lastig is om in dit (zeer) vroege stadium van de ontwikkeling een

blz 13 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

concrete uitspraak te doen over de gevolgen van stikstof in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij dient vermeld te worden dat eind 2024 en begin 2025 gerechtelijke uitspraken zijn gedaan omtrent stikstofdepositie en de mogelijkheid om intern te salderen. Dit heeft gevolgen als het gaat om de mogelijkheid vergunningen te verlenen indien er sprake is van stikstofdepositie. De gevolgen hiervan moeten ook betrokken worden bij de berekeningen voor de voorgenomen plannen. Hier moet rekening mee gehouden worden in de verdere planontwikkeling. Wij kunnen samen met u in gesprek gaan over de eventuele impact op uw project.

blz 14 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Bodemkwaliteit Wettelijk kader Met de Omgevingswet valt bodembescherming onder de reikwijdte van het begrip ‘fysieke leefomgeving’ zoals dat als centraal begrip in de Omgevingswet fungeert (art. 1.2, Ow). Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt, dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering.

Beoordeling Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. De kaart toont meerdere ‘paarse vlekken’ in het plangebied. Dit houdt in dat de locaties voldoende zijn onderzocht, dan wel gesaneerd. Tevens is er een kleine locatie in het westen van het plangebied

blz 15 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

waar onderzoek uitgevoerd dient te worden. Er vindt grondroering plaats ten behoeve van de te realiseren gebiedsontwikkeling. Voor het uitvoeren van de ontwikkeling zal eerst historisch bodem(bureau)onderzoek moeten plaatsvinden. Hieruit zal blijken of verder onderzoek nodig is.

blz 16 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Archeologie Wettelijk kader De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Gemeenten zijn verplicht een archeologisch beleid te voeren. Daarbij hoort ook dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt moeten worden. Het doel hiervan is om het 'bodemarchief' zoveel mogelijk te beschermen. De archeologische resten in de bodem vormen een belangrijke bron van informatie over het verleden. In het bijzonder voor die perioden of aspecten van het verleden waarvan geen of weinig schriftelijke bronnen bewaard zijn gebleven of waarover niet of nauwelijks is geschreven.

Beoordeling Er dient bij een ruimtelijk besluit rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. In het omgevingsplan heeft het plangebied meerdere dubbelbestemmingen archeologie. Dit zijn twee ‘kleine’ gebieden binnen het plangebied; één in het centrum (Vogelzangweg 2) en één in het noordwesten van het plangebied. Er is een omgevingsvergunning op beide locaties vereist wanneer werkzaamheden dieper gaan dan 0,30 m beneden het maaiveld en een grotere (of gelijk aan) oppervlakte dan 50 m² beslaan.

blz 17 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Tevens zijn de kaarten van het provinciale archeologische beleid beschouwd (FAMKE, niet op bovenstaande kaart weergeven). Het plangebied (zoals uitgetekend in dit onderzoek) beslaat circa 270 ha. Voor de kaart voor IJzertijd-Middeleeuwen geldt dat een groot gedeelte van het plangebied geen onderzoek noodzakelijk. Het gaat hierbij om het centrum van het plangebied. Bij de noord- en zuidgrens van het plangebied wordt karterend archeologisch onderzoek wordt aanbevolen door de provincie wanneer (bodem)ingrepen worden gedaan van groter dan 5.000m2. Nadere specificering van de werkzaamheden in combinatie met overleg met de provincie, moet uitwijzen of het onderzoek nodig wordt geacht. Mochten er, als gevolg van het karterend archeologisch onderzoek, een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats. Indien de vindplaats een nieuw aangetroffen terp betreft, geldt het advies: ‘waarderend onderzoek op terpen'. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden.

De kaart voor Steentijd - Bronstijd wijst uit dat ter plaatse van het plangebied meerdere adviezen in het plangebied gelden1. Het gaat om de volgende adviezen: - Quickscan: Deze quickscan wordt door de provincie aanbevolen wanneer (bodem)ingrepen van groter dan 5.000m2 worden verricht. Nadere specificering van de werkzaamheden in combinatie met overleg met de provincie, moet uitwijzen of het onderzoek nodig wordt geacht. - Karterend onderzoek 2 (steentijd): In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 2500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren. - Karterend onderzoek 1 (steentijd): In deze gebieden kunnen zich archeologische resten uit de steentijd vlak onder de oppervlakte bevinden, die zijn afgedekt door een dun veenof kleidek. De conservering van eventueel aanwezige resten in nu nog goed, maar de archeologische resten zijn wel zeer kwetsbaar. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren. - Waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats): Dit betreft reeds bekende vuursteenvindplaatsen. Een gedeelte hiervan is mogelijk al verstoord.

De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 50m² deze vindplaatsen middels een waarderend archeologisch onderzoek te onderzoeken. In bovenstaande kaart zijn dit de cirkelvormige archeologische-dubbelbestemmingen. Geadviseerd wordt om de planontwikkeling te bespreken met de provincie en advies in te winnen welk soort onderzoek er nodig wordt geacht.

1

Voor een goed en volledig overzicht wordt verwezen naar: Archeologische kaart (FAMKE) | Fryslan blz 18 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Cultuurhistorie Wettelijk kader De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt straks op grond van de Omgevingswet. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Het bovengrondse erfgoed betreft de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Beoordeling Binnen het plangebied zijn geen monumenten gesitueerd. Binnen het plangebied zijn tevens geen cultuurhistorische waardevolle elementen/landschappen aanwezig. Rondom het plangebied zijn wel verschillende Rijksmonumenten aanwezig. Omdat deze buiten het plangebied liggen, is hier geen verdere actie op nodig. Tevens is gekeken naar de cultuurhistorische waarden vanuit de Provinciale Omgevingsverordening. Ook hier komen geen beschermde functies naar voren. Overigens zijn er mogelijke wel landschapselementen aanwezig waar in de planuitwerking bij aangesloten zou kunnen worden. Deze elementen hebben echter geen (beschermde) cultuurhistorische status. Naar alle waarschijnlijkheid is onderzoek niet nodig.

blz 19 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Veiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden bij milieubelastende activiteiten, bijvoorbeeld vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of gebouwen die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Bij omgevingsveiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat één persoon die onafgebroken aanwezig en onbeschermd op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een risicobron of een transportmodaliteit. Het GR gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers die aanwezig zijn binnen het aandachtsgebied. Hierbij gaat het om de relatie tussen het aantal mensen tegenover de kans. Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente in het omgevingsplan beschouwen hoe groepen mensen beschermd worden en of deze bescherming afdoende is.

Beoordeling In het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Wel zijn er meerdere risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt een gasleiding én de Rijksweg A7, beide met bijbehorende aandachtsgebieden. Het plangebied heeft overlap met het gifwolkaandachtsgebied van beide risicobronnen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Woningen zijn conform het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) een kwetsbaar object/gebouw. Vanwege de ligging in het gifwolkaandachtsgebied dient conform artikel 5.15 van het Bkl het bevoegd gezag in het omgevingsplan te beschouwen hoe groepen mensen beschermd worden en of deze bescherming afdoende is. Er kunnen

blz 20 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn binnen de aandachtsgebieden (bij toewijzing van een voorschriftengebied binnen een aandachtsgebied). De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag (de gemeente De Fryske Marren). Als gevolg van het planvoornemen wordt er geen risicobron toegevoegd dan wel aangetast. Onderzoek naar de effecten van de risicobronnen op de voorgenomen ontwikkeling is waarschijnlijk nodig.

blz 21 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Geluid Wettelijk kader Op grond van artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient rekening te worden gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Het omgevingsplan dient er op grond van artikel 5.78t van het Bkl in te voorzien dat geluid op de woningen niet hoger is dan de standaardwaarde:  Provinciale wegen, rijkswegen: 50 dB Lden  Gemeentewegen: 53 dB Lden  Industrieterreinen: 50 dB Lden/ 40 dB Lden  Hoofdspoorwegen: 55 dB Lden Of in ieder geval niet hoger dan de grenswaarde (artikel 5.78u Bkl):  Provinciale wegen, rijkswegen: 60 dB Lden  Gemeentewegen: 70 dB Lden  Industrieterreinen: 55 dB Lden/ 45 dB Lden  Hoofdspoorwegen: 65 dB Lden Op basis van het Bbl gelden eisen voor geluidwering (artikel 4.103). Het gezamenlijk geluid in woningen mag niet hoger zijn dan 33 dB. Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow) en beoordeling van effecten op woonkwaliteit kan bredere aandacht voor geluid en hinderbeleving nodig zijn.

Beoordeling Rondom het plangebied zijn meerdere wegen/geluidbronnen aanwezig. Ten noorden liggen de gemeentelijke wegen Jousterweg/Ketting. Ten zuiden ligt de gemeentelijke weg Binnendyk. Tevens loopt door het plangebied de gemeentelijk weg Vogelzangweg. In de overige richtingen zijn geen wegen, industrieterreinen of spoorlijnen gelegen die van belang zijn voor beschouwing met betrekking voor geluid. De openbare kaarten van het RIVM zijn beschouwd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Dit zijn geluidgevoelige objecten. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer is aan de rand (in het noorden én het zuiden) van het plangebied maximaal 56dB(A). Dit is hoger dan de

blz 22 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde. De geluidbelasting ten gevolge van de Vogelzangweg is maximaal 54 dB(A). Dit is ook hoger dan de standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde. Aangezien er geluidgevoelige objecten gepland zijn in het plangebied dient er onderzoek gedaan te worden naar het geluid afkomstig vanaf de omliggende wegen. Hiermee dient inzichtelijk gemaakt te worden of er daadwerkelijk geen hinder wordt ervaren door de omliggende geluidbronnen. Het aspect is mogelijk planvormend kort nabij de geluidsbronnen.

blz 23 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Milieuzonering Wettelijk kader De inpasbaarheid van activiteiten kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’. Met dit hulpmiddel kan worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied inpasbaar is. De milieuzonering krijgt vorm door zones die bij grotere afstand tot de woonomgeving voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf. De afstanden gelden vanaf de grens van een locatie waar de activiteit wordt verricht tot en met een woongebied/gemengd woongebied. Voor de ligging van de verschillende zones ten opzichte van de woonomgeving onderscheid gemaakt tussen rustig woongebied en gemengd gebied. Op basis hiervan wordt bepaald in hoeverre aan de verschillende zones uit de VNG-uitgave wordt voldaan.

Beoordeling De herontwikkeling omvat een gebiedsontwikkeling met circa 2.000 woningen en mogelijk bijbehorende voorzieningen. Dit zijn gevoelige activiteiten. Om de inpasbaarheid van het voornemen te toetsen is aan de hand van de VNG uitgave de zones van de omliggende bedrijfsactiviteiten in beeld gebracht. Er is uitgegaan van een gemengd gebied in het plangebied. Uitgangspunt voor de zonering van geluid en geur is de basiswaarde voor een milieuhinderlijke activiteit van respectievelijk 50 dB(A) etmaalwaarde (geluid) en 0,5 ouE/m3 als 98

blz 24 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

percentiel en 2 ouE/m3 als 99,9 percentiel (geur) op 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Op basis van de dichtstbijzijnde omliggende activiteiten is uitgegaan van de basiswaarde van 50 meter. Voor geur bij agrarische bedrijven gelden andere regels. Hier is in dit kader niet aan getoetst. Rondom en in het plangebied zijn een aantal bedrijfsactiviteiten weergeven op de kaart. Rondom deze activiteiten is een bufferzone van 50 meter getrokken zoals hierboven uitgelegd. Voor bijna alle bedrijfsactiviteiten (behalve aan de Vogelzangweg 2, midden in het plangebied) geldt dat in de huidige situatie op een korte afstand van deze locaties woningen zijn voorzien. Om deze reden wordt minimale hinder verwacht vanuit deze bedrijfsactiviteiten voor de voorgenomen ontwikkeling. Echter, wanneer binnen de contouren van de bedrijfsactiviteiten woningen zijn voorzien dient dit wel beschouwd te worden in de ruimtelijke motivering. Voor het bedrijf aan de Vogelzangweg 2 (hondenschool) geldt dat er geen gevoelige activiteiten zijn gelegen rondom het perceel. Wanneer er vanuit de voorgenomen ontwikkeling gevoelige activiteiten zijn gepland, dient gemotiveerd te worden waarom er sprake is van ETFAL op deze locatie. Een volledig onderzoek is naar alle waarschijnlijkheid niet nodig.

Het ‘Business Park Friesland 2011’ (ten noorden van het plangebied) en ‘Oudehaske – Bedrijventerrein 2017’ (ten westen van het plangebied) zijn niet meegenomen in de toetsing. Op deze bedrijventerreinen zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 3.1. De afstand vanaf de bedrijventerreinen tot de grens van het plangebied is groter dan 50 meter. Om deze reden wordt er geen hinder verwacht vanuit de bedrijven om de geplande woningen in het plangebied. De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’ is nieuw. Er is daarom nog veel onzekerheid over de exacte toepassing van de handreiking binnen de omgevingswetsystematiek. In de handreiking is, naast de basiswaarde voor geluid en geur, tevens een hulpmiddel opgenomen (zie bijlage 5 van de handreiking) om een inschatting te maken of een bepaalde activiteit past binnen de beschikbare milieugebruiksruimte voor geluid en geur in het omgevingsplan. Dit hulpmiddel heeft veel overeenkomsten met de ‘Lijst van activiteiten’ uit de oude VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Echter wordt in de handreiking 2024 nadrukkelijk gesteld dat het nieuwe hulpmiddel niet gezien kan worden als opvolger van de oude ‘Lijst van activiteiten’, vanwege een aantal beperkingen (zie ook Hoofdstuk 10 van de handreiking 2024).

Het hulpmiddel kan wel helpen om op expert judgement niveau een inschatting te maken van de beschikbare milieugebruiksruimte op een locatie. In hoofdstuk 10 van de handreiking 2024 (in combinatie met bijlage 5) staat exact beschreven hoe een inschatting gemaakt kan worden van de gebruiksruimte voor geluid en geur. Het is de keuze aan de gemeente hoe zij dit in haar omgevingsplan wil aanvliegen.

blz 25 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Waterhuishouding Wettelijk kader Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven.

Beoordeling In het plangebied is momenteel oppervlaktewater aanwezig. In het plangebied zijn veel sloten/wateren in een verkavelingspatroon aanwezig. Ook loopt het kanaal ‘Feanskieding’ door het plangebied. Volgens gegevens vanuit het AHN ligt het plangebied gemiddeld 0,94 meter onder NAP. Het noorden van het plangebied ligt lager (gemiddeld 1,46 meter onder NAP) dan het zuiden van het plangebied (gemiddeld 0,67 meter onder NAP). Een aantal van de wateren in het plangebied zijn van belang voor het Wetterskip Fryslân. Tevens ligt er een beschermingszone om aantal van deze wateren. Deze zones leggen beperkingen op aan het gebruik van de grond. Wanneer er werkzaamheden plaatsvinden op of nabij de aanwezige

blz 26 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

wateren, keringen en beschermingszones is het advies om zo snel mogelijk in contact te komen met het Wetterskip om de beoogde plannen goed af te kunnen stemmen. Vanuit het Wetterskip gelden er regels over de activiteiten die plaats mogen vinden op of nabij deze locaties. Het plangebied is grotendeels onverhard, maar ook deels bebouwd. Ten gevolge van het voornemen neemt het aandeel verharding toe in het plangebied. Gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling is naar alle waarschijnlijkheid een waterhuishoudkundigplan nodig waarin onder andere wordt beschreven hoe wordt omgegaan met de waterbelangen binnen het plangebied.

blz 27 van 36

Omgevingsverkenner Gebiedsontwikkeling Heerenveen-West projectnummer 0503830.100 12 september 2025 revisie 02 Gemeente Heerenveen

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Er worden wettelijke grenswaarden gesteld aan de concentratie van verschillende verontreinigende stoffen in de lucht. Van deze diverse verontreinigende stoffen zijn over het algemeen stikstofdioxide (NO2) en zogenoemd fijnstof (PM10) maatgevend. Toetsing aan de omgevingswaarden is niet aan de orde als het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals bepaald in artikel 5.53 Bkl, dat dezelfde werking heeft als artikel 5.16 lid1 sub c in de huidige Wet milieubeheer. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Naast toetsing aan de omgevingswaarden geldt dat in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hiertoe zal moeten worden beoordeeld of de luchtkwaliteit binnen het plangebied aanvaardbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d61548ce-35c5-4cb0-bb95-6d2356161e6c