Bijlage 1 - Vast te stellen Omgevingsvisie Heerenveen_met wijzigingen
Tekst van het document
Dit heeft vooral betrekking op het kansrijke gebied Aldeboarn-De Deelen; Voor diverse onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving is een gemeenschappelijke regeling gevormd. Het betreft onder andere de Hûs en Hiem (welstandsadvisering), de FUMO (vergunningverlening, milieuadvies en handhaving) en de Veiligheidsregio (calamiteitenbestrijding en advisering over een veilige leefomgeving).
Hoe wegen we af? 4.3.1
Vier afwegingsprincipes
Naast de geformuleerde kernopgaven in paragraaf 3.1 kunnen zich nieuwe ontwikkelingen voordoen die een plek moeten krijgen in de (geactualiseerde) Omgevingsvisie. We hanteren daarom een aantal afwegingsprincipes bij het ontwikkelen, inrichten, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving. Ons beleid en de initiatieven van inwoners en bedrijven beoordelen we aan de hand van deze vier afwegingsprincipes. We lichten deze principes onderstaand verder toe. Afwegingsprincipes 1. Elk initiatief versterkt de bestaande kernkwaliteiten of voegt nieuwe omgevingskwaliteit toe; 2. Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander; 3. We werken gebiedsgericht en durven te differentiërenonderscheid te maken tussen gebieden; 4. We bekijken vraagstukken in samenhang; bij elke ontwikkeling grijpen we kansen op het gebied van gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. 4.3.2
Elk initiatief versterkt de bestaande kernkwaliteiten of voegt nieuwe omgevingskwaliteit toe
De Omgevingsvisie is een uitnodiging aan inwoners en bedrijven om samen te werken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. De ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van Heerenveen, de dorpen en het landschap zorgen samen met het sportieve en gezonde karakter en de grote sociale samenhang voor een sterke identiteit en een gezamenlijke trots. De kernkwaliteiten uit paragraaf 2.2 willen we behouden en versterken. Ze vormen het vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt is dat alle initiatieven leiden tot een hogere omgevingskwaliteit en bijdragen aan het collectieve welzijn van de inwoners. Daarbij kunnen zich verschillende situaties voordoen: Wanneer initiatieven bijdragen aan het versterken van bestaande kernkwaliteiten, denken en werken we zoveel mogelijk mee; Wanneer initiatieven niet leiden tot het versterken van de kernkwaliteiten, kijken we samen hoe dat wel kan (zie paragraaf 4.2.1); Verschillende plekken in de gemeente verdienen een kwaliteitsimpuls. Elke gebiedsontwikkeling moet leiden tot nieuwe gebiedskwaliteiten en het versterken van bestaande structuren (zie hoofdstuk 6). 4.3.3
Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander
Het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in de behoefte van de huidige generatie bewoners en niet ten koste gaat van toekomstige generaties.
Vier Milieubeginselenmilieubeginselen De Omgevingswet stelt als voorwaarde dat bij een Omgevingsvisie rekening wordt gehouden met de vier milieubeginselen: het voorzorgsbeginsel; het beginsel van preventief handelen; het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron worden bestreden; het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deze worden toegepast door zuinig en meervoudig ruimtegebruik te stimuleren en te voorkomen dat er gevolgen van een initiatief in het ene gebied worden afgewenteld op andere gebieden. Zuinig ruimtegebruik houdt in dat we eerst het bestaande bebouwd gebied optimaal gebruiken, voordat we kijken naar onbebouwd gebied. Dit houdt in dat we leegstand voorkomen, hergebruik van gebouwen stimuleren en de kwaliteit van het bestaande bebouwd gebied onderhouden. Ander voorbeelden van zuinig ruimtegebruik zijn woonconcepten met een kleinere footprint (zoals tiny houses) of die gemeenschappelijke ruimtes delen (bijvoorbeeld hofjes). Meervoudig ruimtegebruik vraagt om plannen die vanuit een integrale benadering tot stand zijn gekomen. Bijvoorbeeld door functies onder de grond te plannen (parkeergarages, waterberging), door de hoogte in te bouwen of door daken optimaal te benutten voor zonnepanelen of het vasthouden van water (groene daken). Daarnaast zorgen we ervoor dat ingrepen in het ene gebied niet leiden tot onevenredige gevolgen in een ander gebied.
In een dicht bevolkt land als Nederland zitten hier wel grenzen aan. Het is vrijwel onmogelijk om een plan te realiseren zonder dat iemand anders hier iets van merkt. Het gaat daarom om de vraag welke gevolgen voorkomen kunnen worden en welke effecten onevenredig zijn. Van belang is dat altijd aan de voorkant een afweging wordt gemaakt van belangen, effecten en gewenste maatregelen. 4.3.4
We werken gebiedsgericht en durven te differentiërenonderscheid te maken tussen gebieden
Heerenveen is een gemeente met meerdere gezichten. In het gebied rondom de snelwegen A7 en A32 is de ruimtelijke dynamiek hoog. In die stedelijke context vinden meer ontmoetingen plaats, worden ideeën uitgewisseld en ontstaan innovatie en nieuwe werkgelegenheid. In de landelijke omgeving is veel minder dynamiek en is het landschap van hoge kwaliteit. Door rust en ruimte en de sociale samenhang is het er goed wonen en recreëren. Het verschil in dynamiek komt terug in de kernkwaliteiten die we willen behouden en versterken (zie paragraaf 2.2).
20
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Het onderscheiden werken vanuit van kernkwaliteiten, betekent dat we niet overal hetzelfde doen. In het ene gebied past meer dynamiek en ruimte voor economische activiteiten, terwijl we in andere gebieden juist rust en gezondheid van de inwoners centraal stellen. We faciliteren de dynamiek en vergroten de stedelijkheid van de hoofdplaats Heerenveen. Daarnaast zorgen we er ook voor dat de leefbaarheid en omgevingskwaliteit op andere plekken gewaarborgd is. In de Omgevingsvisie hebben we daarom per gebied beschreven welke ruimte er is voor ontwikkeling en welke kernkwaliteiten we willen behouden en versterken. 4.3.5
We bekijken vraagstukken in samenhang; bij elke ruimtelijke ontwikkeling grijpen we kansen op het gebied van gezondheid, veiligheid en duurzaamheid
Het gezonder, veiliger en duurzamer maken van de fysieke leefomgeving en de verduurzaming is een grote opgave voor de toekomst. Een afzonderlijke aanpak voor elk onderwerp is onnodig duur en inefficiënt. We kijken daarom bij elke ruimtelijke ontwikkeling naar mogelijkheden om de gezondheid en veiligheid van inwoners te verbeteren en een bijdrage te leveren aan duurzaamheidsvraagstukken (energie, circulaire economie, klimaatadaptatie en biodiversiteit). Figuur 4.2 Boomspiegel voor de leefomgeving Bij grotere gebiedsontwikkelingen liggen er meer mogelijkheden omdat hierin ook openbare ruimte is opgenomen. Dit geeft ruimte om bijvoorbeeld groene en blauwe structuren te versterken, ontmoetingsruimte te creëren of om fietsroutes te verbeteren. Bij besluitvormingsdocumenten over gebiedsontwikkeling nemen we daarom standaard een gezondheids-, veiligheids-- en een duurzaamheidsparagraaf op waarin we verantwoorden op welke manier we rekening houden met deze thema’s.
21
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
5 Thematische uitwerking van de visie
Heerenveen een rol voor heel Noord-Nederland. Deze functies willen we graag behouden en versterken. Om het vestigingsklimaat op orde te houden, zijn investeringen in innovatiebeleid, centrumgebieden, bedrijventerreinen en bereikbaarheid noodzakelijk. 5.2.2
Vier kernopgaven 5.2.2.1 5.1Op weg naar het Heerenveen van 2040 willen we concrete resultaten boeken.
Daarom hebben we onze ambities voor 2040 vertaald naar strategische doelen voor 2030. Vaak spelen meerdere opgaven in hetzelfde gebied en liggen er kansen om deze in samenhang aan te pakken. Daarom kiezen we voor het aanpakken van vier kernopgaven, waarin meerdere opgaven met elkaar samenhangen. We zetten in op de volgende vier kernopgaven: Kernopgaven 1. Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen. 2. Bouwen aan toekomstbestendige woningen. 3. Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen. 4. Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied. In de volgende paragrafen gaan we nader in op deze kernopgaven. Ook bevat dit hoofdstuk per opgave het beleid dat de gemeente wil gaan voeren, voorstellen voor nieuw beleid dat wordt uitgewerkt in programma’s en 5.2.2.2 concrete acties die de komende jaren aan de orde zijn. Een overzicht van de strategische doelen die bij de vier kernopgaven horen zijn opgenomen in bijlage 5. 5.2
Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen 5.2.1
Schets van de opgave
De technologie verandert; bedrijfsprocessen worden geautomatiseerd en steeds meer diensten digitaal afgehandeld. Als gevolg van vergrijzing verandert ook de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal niet-werkenden met gevolgen voor de arbeidsmarkt, de markt(behoeftes) en de economie. Ook de vraag naar bedrijventerreinen en kantoren verandert. Door grote opgaven als vergrijzing, een stijgende zorgvraag, verstedelijking en de omslag naar een circulaire economie te benaderen als kans, kosten ze de samenleving niet alleen geld, maar ontstaan er ook mogelijkheden om het verdienvermogen en de concurrentiekracht te vergroten. Heerenveen heeft een regionale functie op het gebied van werkgelegenheid, zorg, cultuur, recreatie en detailhandel. Op het gebied van (top)sport heeft
ketensamenwerking binnen de gemeente verder stroomlijnen. Dit doen we door meer te werken met vaste contactpersonen waar ondernemers terechtkunnen met vragen over ontwikkelingen in beleid, inrichting, beheer, vergunningen, toezicht of personeel.
Economisch beleid 2020-2030
Ambitie economisch beleid Eind 2019 heeft de gemeenteraad nieuw economisch beleid vastgesteld (zie onderstaand). In de Omgevingsvisie richten we ons op de keuzes in het fysieke domein en de randvoorwaarden om de ambities uit het economisch beleid te bereiken. De volgende paragrafen hebben daarom vooral betrekking op de fysieke randvoorwaarden die nodig zijn om de doelstellingen uit het economisch beleid te bereiken. De gemeente wil niet alleen groeien om het groeien, maar zorgen voor toekomstbestendige werkgelegenheid op basis van onze kracht. We kijken daarom niet alleen naar sectoren waar we nu sterk in zijn, maar hebben ook oog voor ontwikkelingen in de toekomst. Ambitie Economisch beleid 2020-2030 In het economisch beleid is onze ambitie als volgt verwoord: “Economische ontwikkeling draagt bij aan het welzijn en de welvaart van onze inwoners; ons bedrijfsleven is duurzaam en vitaal en van toegevoegde waarde voor de samenleving; onderwijs, ondernemers en overheden werken samen aan maatschappelijke opgaven.” Drie strategische pijlers Om de ambities uit ons economisch beleid te bereiken, werken we aan drie pijlers: 1. Inspelen op de kracht van Heerenveen 5.2.3.1 2. Faciliteren en stimuleren van ons ondernemersklimaat 3.
Versterken van het vestigingsklimaat Ad.1 We zetten in op een aantal topsectorenInspelen op de kracht van Heerenveen Naast de bestaande sterke sectoren, tekenen zich ook een aantal nieuwe kansen af. Daarom wordt ingezet op innovatie en acquisitie met betrekking tot bedrijven en instellingen in de volgende sectoren: Bedrijven en instellingen gericht op sport, vitaliteit en voeding. Bedrijven en instellingen gericht op de circulaire economie; Bedrijven en instellingen gericht op duurzame en slimme logistiek. Ad.2 We faciliteren en stimuleren het MKB Door het vergroten van de concurrentiekracht van het MKB, innovatie en internationalisering versterken we het ondernemersklimaat. Daarnaast stimuleren we dat ondernemers een bijdrage leveren aan maatschappelijke vraagstukken (impact-gedreven ondernemerschap). Om dit te bereiken willen we onze dienstverlening naar ondernemers verbeteren en de
Ad.3 We werken aan ons vestigingsklimaat Het vestigingsklimaat gaat deels over niet-fysieke onderdelen profilering, marketing en het oplossen van knelpunten met betrekking tot de arbeidsmarkt. Daarnaast gaat het over fysieke onderwerpen zoals het aanbod van vestigingslocaties, het recreatie- en voorzieningenaanbod, de fysieke en digitale infrastructuur. 5.2.3
Samen werken aan de Stad van Sport
Samenwerking verder vormgeven Samen met partners als Thialf, SC Heerenveen, Centrum voor Topsport en Onderwijs en de Provincie Fryslân blijven we vormgeven aan de positie van topsport in onze gemeente. Dit doen we ieder vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid. Waar mogelijk wordt tussen de sport- en kennisorganisaties, overheden, onderwijs en bedrijfsleven samengewerkt op het gebied van programma’s, organisatie en accommodaties. We stemmen af met andere overheden en partners om voorzieningen met een bovenregionaal karakter in stand te houden. Dit kan op termijn ook leiden tot nieuwe faciliteiten. Daarbij beperken we ons niet tot de bestaande (top)sportgebieden. Ook op andere plaatsen kunnen nieuwe faciliteiten bijdragen aan het versterken van het topsport-ecosysteem en de wisselwerking met de breedtesport. Samen met Heerenveen ’n Gouden plak blijven we werken aan de profilering van Heerenveen als stad van sport. Daarbij spelen (internationale) sportevenementen en het actief beleven van sport een grote rol.
22
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Positie topsport en dynamiek in de stadiongebieden vergroten Heerenveen kent twee stadiongebieden met elk een eigen profiel en dynamiek. Het zijn beide gebieden met een multifunctioneel gebruik, waar op meerdere momenten tijdens de dag activiteiten zijn. De functies rondom de stadions 5.2.3.2 maken gezamenlijk gebruik van de aanwezige parkeervoorzieningen. Tijdens (sport)evenementen is er sprake van piekgebruik.
5.2.4.2
Duurzame producten en materialen (in)kopen en toepassen (producent, inkoper/consument); Circulaire initiatieven en verdienmodellen onderzoeken (vanuit bedrijfsleven) en ondersteunen vanuit de gemeente ; Terugdringen van de hoeveelheid huishoudelijk afval (vanuit de gemeente en Omrin). In lijn met de landelijk VANG-doelstellingen hebben we daarbij de ambitie om het verbranden van huishoudelijk afval terug te dringen naar 30 kg restafval per inwoner in 2025. In de periode 2015 tot 2019 is het ingezamelde huishoudelijk afval met 17% gedaald. We hanteren daarbij het Diftar+-systeem, waarbij inwoners hun afval betalen per kilo restafval. Waar mogelijk stimuleren we innovaties op het gebied van circulair bouwen.
Van hotspot Haskerveen naar Circular Valley 5.2.5.4 Met de bestaande potentie willen weWe willen Heerenveen verder laten uitgroeien tot een Circular Valley; een aantrekkelijke plek waar ruimte is om met allerlei circulaire innovaties te experimenteren en op zoek te gaan naar nieuwe initiatieven en verdienmodellen. Ruimtelijk gezien is Circular Valley vooralsnog sterk gekoppeld aan de bedrijfsactiviteiten van Omrin (Ecopark de Wierde) en de omliggende bedrijvigheid op bedrijventerreinen Haskerveen. We kijken echter ook in brede zin naar de mogelijkheden op andere bedrijventerreinen en naar manieren om de ketensamenwerking te versterken. In een op te stellen programma visie geven we verder inhoud aan het concept Circular Valley. 5.2.5
In beide gebieden zijn mogelijkheden om de synergie en multifunctioneel 5.2.5.1 gebruik te vergroten (combinatiebezoek en dubbelgebruik parkeerplaatsen). Daarnaast is rondom het Abe Lenstrastadion nog ontwikkelruimte. Daarbij is het gewenst dat beide gebieden een eigen profiel houden en leiden tot aanvulling en versterking van het centrum van Heerenveen. In de gebiedsgerichte uitwerking is voor beide stadiongebieden een gebiedsprofiel opgenomen (zie paragraaf 6.3.3 en 6.3.4). 5.2.4 5.2.4.1
Samen vorm en inhoud geven aan de circulaire economie 5.2.5.2
Het sluiten van de kringlopen In een circulaire economie spreken we niet meer over afval, maar uitsluitend over grondstoffen. Reststoffen van het ene bedrijf worden ingezet als grondstof voor andere bedrijven. Dit perspectief klinkt nog ver weg. In onze gemeente liggen volop kansen voor het verder ontwikkelen van de circulaire economie. 5.2.5.3 Meerdere bedrijven en organisaties in Heerenveen werken al in de praktijk aan het creëren van een circulaire economie. Samenwerking en het delen van kennis zijn daarbij essentieel. Gemeente Heerenveen is daarom ook lid van de Vereniging Circulair Fryslân en is betrokken bij circulaire initiatieven rondom kunststoffen in Noord Nederland (Het Schone Noorden). Op kortere termijn kan circulaire economie concreet vorm krijgen door activiteiten in de volgende drie vier sporen:
We houden het aanbod werklocaties op peil
Regionale afspraken over bedrijventerreinen De prognose is dat er tot 2030 nog zo’n 100 ha. nodig is aan bedrijventerreinen nodig is in de regio Zuidoost-Friesland. De plancapaciteit in de regio is 209 ha. Kwantitatief gezien zijn er in de regio meer dan genoeg vierkante meters aan bedrijventerreinen om uit te geven tot 2030, maar het aanbod sluit niet aan op 5.2.6.1 de vraag. Deze richt zich namelijk op andere locaties en op een ander type terrein. In het document Afspraken bedrijventerreinen Regio Zuidoost-Fryslân 2019-2026/2030 zijn daarom nieuwe regionale afspraken gemaakt over het aanbod van bedrijventerreinen. Ontwikkeling Klaverblad-Noordoost Omdat de beschikbaarheid van bedrijvenkavels op bestaande terreinen in Heerenveen terugloopt en er regionaal behoefte is aan een andere type 5.2.6.2 bedrijventerrein, wordt het gebied Klaverblad-Noordoost stapsgewijs ontwikkeld (zie paragraaf 6.8.8). We revitaliseren en herstructureren bestaande bedrijventerreinen waar nodig Om de positie van Heerenveen als aantrekkelijke vestigingslocatie te behouden, is het zaak dat ook bestaande werklocaties up-to-date worden gehouden en aansluiten bij de toekomstige vraag vanuit het bedrijfsleven. Daarbij bestaat de behoefte om de duurzaamheid van verouderde bedrijventerreinen te vergroten in termen van ruimtelijke kwaliteit, energiezuinigheid, bereikbaarheid en klimaatbestendigheid.
Rondom het terrein van Omrin (bedrijventerrein Haskerveen) vormt zich een clustering van bedrijven die een bijdrage leveren aan de circulaire economie. Ook bij andere terreinen draagt een scherper profiel bij aan gerichte marketing, acquisitie, ontwikkeling en inrichting. In andere gebieden is herstructurering en transformatie wellicht de beste oplossing. Bijvoorbeeld als het gaat om locaties die grenzen aan woongebieden. Hier is een verschuiving naar wonen of een gemengd gebied met woon-/werkfuncties een mogelijkheid. In paragraaf 6.8 is een voorzet gedaan voor de profielen van de bedrijventerreinen. In het Omgevingsplan vertalen we dit in juridische regels voor het gebruik en de inrichting van de terreinen. We voorzien geen nieuwe grootschalige kantoorlocaties In 2012 is het Kantorenbeleid Heerenveen vastgesteld. Sindsdien hebben verschillende ontwikkelingen plaatsgevonden. Uit onderzoeken van EIB (2012) en de STEC-groep (2015) blijkt dat er in Friesland geen behoefte is aan nieuwe grootschalige kantoorlocaties. Wel blijft op goed bereikbare locaties met ruimtelijke kwaliteit sprake van nieuwe vraag. Slecht gelegen B-locaties moeten worden getransformeerd.
Het geldende beleid komt daarmee te vervallen en wordt vervangen door de onderstaande uitgangspunten (op hoofdlijnen): In het Sportstadgebied en rondom het station van Heerenveen blijft ruimte voor ontwikkeling van nieuwe kantoorfuncties; Kantoren kunnen ook worden gevestigd binnen bestaande gebouwen als daarmee karakteristieke gebouwen worden behouden of problematische leegstand in centrumgebieden wordt voorkomen; Bij langdurig leegstaande kantoorpanden onderzoeken we de mogelijkheden voor herbestemming en transformatie. Afhankelijk van het gebied zoeken we daarbij een invulling met een woonfunctie of een combinatie van functies. Ook (tijdelijke) broedplaatsfuncties kunnen bijdragen aan de transformatie van vastgoed. 5.2.6
Samenwerken aan goede bereikbaarheid (fysiek en digitaal)
Bereikbaarheid is een belangrijke vestigingsvoorwaarde Een goede bereikbaarheid is voor veel bedrijven een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Het is daarom van belang dat de bereikbaarheid van werklocaties op de lange termijn gewaarborgd is. Daarbij wordt bereikbaarheid via verschillende netwerken (weg, spoor en vaarweg) belangrijker. Onderstaand wordt aangegeven aan welke bereikbaarheidsprojecten de komende jaren wordt gewerkt en gaan we in op een aantal (mogelijk) toekomstige bereikbaarheidsprojecten. We waarborgen de bereikbaarheid via het lokale hoofdwegennet Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het functioneren van het Rijkswegennet en de provincie voor de provinciale wegen. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het lokale wegennet. In het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan zijn de wegen in onze gemeente gecategoriseerd. De gebiedsontsluitingswegen zijn van belang voor de bereikbaarheid van de economische kerngebieden in de gemeente. We zorgen dat de doorstroming op deze wegen op orde is.
23
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan 2017 (GVVP) geldt als leidraad voor te nemen beslissingen op het gebied van verkeer. De ambities en beleidsdoelstellingen kennen een looptijd van ongeveer 10 jaar. De te nemen maatregelen die hieruit voortvloeien worden driejaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Na vaststelling van de Omgevingsvisie maakt het GVVP onderdeel uit van de Omgevingsvisie.
Bereikbaarheidsprojecten In het kader van het GVVP Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) werken we de komende jaren aan de volgende bereikbaarheidsprojecten: Maatregelen ter bevordering van de doorstroming op de A32 zijn in ontwerp gereed; de uitvoering hiervan is gestart; We onderzoeken de maatregelen die noodzakelijk zijn om de doorstroming en afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer in relatie tot de A32 te verbeteren. Daarbij gaat het om de as Oranje Nassaulaan - rotonde Burgemeester Falkenaweg - Rottumerweg. Bij de Burgemeester Falkenaweg zijn verbeteringen gepland om deze straat veiliger en 5.2.6.4 comfortabeler te maken voor het fietsverkeer; De bereikbaarheid voor de fiets is een belangrijk aandachtspunt. Een samenhangend (hoofd)fietsnetwerk, stallingen in het centrum en breedte van fietspaden worden als knelpunt ervaren. We onderzoeken op dit moment de kwaliteit van het hoofdfietsnetwerk en werken in het kader van de Fietsagenda Zuidoost-Friesland aan regionale snelfietsroutes (zie paragraaf 5.4.1011.2.4); Verder gaan we de bereikbaarheid van stationsgebied van Heerenveen voor gemotoriseerd verkeer via de Trambaan onderzoeken. Ondanks dat de Trambaan primair een verblijfsfunctie heeft, moet het station ook voor gemotoriseerd verkeer goed bereikbaar zijn.
De herinrichting van het stationsgebied zelf is, in samenwerking met de provincie, momenteel in de planfase (zie paragraaf 6.3.2); Het ziekenhuis, Skoatterwâld en een aantal bedrijventerreinen zijn per openbaar vervoer slecht te bereiken. Deze (en andere) knelpunten zijn door de gemeente aangedragen in het kader van een nieuwe bus concessie in deze regio; Aan de hand van de Parkeervisie geven werken we aan de beschikbaarheid 5.2.6.3 van voldoende parkeerplaatsen. We agenderen nieuwe bereikbaarheidsknelpunten op het snelwegennet De verkeersintensiteit op de snelwegen A32 en A7 neemt de komende jaren verder toe. Door de aanpak van het knooppunt Joure en de ringweg-zuid bij Groningen wordt de A7 een aantrekkelijkere wegverbinding. De verkeersdrukte op deze route neemt verder toe door diverse bedrijventerreinontwikkelingen, waaronder de realisatie van Klaverblad-Noord Oost. De kwetsbaarheid van het Klaverblad bij Heerenveen kan daardoor toenemen. De komende jaren monitoren we samen met Rijkswaterstaat en andere stakeholders de verkeersintensiteit op deze route om bereikbaarheidsknelpunten tijdig te agenderen. Daarmee willen we het functioneren van de economische as langs
de A7 waarborgen. We trekken hierin samen op met andere overheden en belanghebbenden. 5.2.6.5
5.2.6.6
We reserveren ruimte voor de Lelylijn Op dit moment wordt door verschillende partijen gelobbyd voor de realisatie van de Lelylijn. Deze ontwikkeling verkort de afstand tussen Heerenveen en economische kerngebieden als Groningen en de Randstad. Het vergroot de ontwikkelpotentie van Heerenveen als woon- en werklocatie en intensiveert het gebruik van het openbaar vervoer. Wij ondersteunen deze lobby vanuit Heerenveen daarom actief. Hoewel deze lobby noger nog geen voorkeurstracé kentbekend is, reserveren we voorlopig de ruimte voor van het oude Zuiderzeelijn tracé (onder andere in de plannen voor Klaverblad Noordoost).
Vaarweg Heerenveen blijft belangrijk De vaarweg van Heerenveen naar het Prinses Margrietkanaal is geschikt voor beroepsvaart en daarmee belangrijk onderdeel van de multimodale ontsluiting van Heerenveen. Naar aanleiding van het provinciale besluit om geen ontheffingen meer te verlenen voor klasse Va schepen naar Heerenveen, heeft de gemeente onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om een deel van deze beroepsvaarweg om te leggen en op te nemen in een integrale gebiedsontwikkeling. Mede op basis van het onderzoek en de onderliggende maatschappelijke kosten/batenanalyse hebben provincie en gemeente eind 2019 besloten nog geen maatregelen te treffen. Voor het faciliteren van grotere schepen streven provincie en gemeente maatwerk na. Provincie en gemeente blijven monitoren of de binnenhaven van Heerenveen op deze manier in de toekomst goed bereikbaar is. Digitale bereikbaarheid Voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat is de digitale bereikbaarheid van de gemeente van groot belang. Op dit moment wordt in de gemeente gewerkt aan het realiseren van een glasvezelnetwerk. De komende jaren gaat ook de ontwikkeling van het 5G-netwerk een rol spelen. Als gemeente hebben we daarbij geen directe rol. Wel bepalen we onder welke voorwaarden nieuwe antennemasten worden geplaatst.
We passen daarom de verouderde Beleidsnotitie antennemasten (2001) aan waarbij het thema gezondheid ook een punt van aandacht is. 5.2.7
Samen werken aan aantrekkelijke centrumgebieden
In het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is opgenomen dat een kwaliteitsimpuls gewenst is in de centrumgebieden van Heerenveen, Akkrum, Aldeboarn en Jubbega. Daarbij gaat het zowel om mogelijke functieverandering in deze gebieden, als de invulling van de openbare ruimte. Belangrijk overkoepelend uitgangspunt is dat de dorpskernen niet als onderlinge concurrenten van elkaar gaan functioneren. Elk dorp heeft een eigen verzorgingsgebied op het gebied van voorzieningen, detailhandel en horeca en een eigen identiteit. In de gebiedsgerichte uitwerking zijn de uitgangspunten voor de verschillende centrumgebieden beschreven (zie paragraaf 6.2). 5.2.8
We actualiseren ons detailhandels- en horecabeleid
De Integrale Detailhandelsvisie (2011) en het Beleid voor Aanloopstraten (2012) zijn op verschillende punten verouderd. Het bestaande detailhandelsbeleid de Integrale Detailhandelsvisie (2011) is gericht op het sterk vitaal houden van centrumgebieden. Daarom is de gemeente vrij strikt in het toelaten van perifere detailhandel (PDV) buiten het centrum.
Figuur 5.1 De Lelylijn verbindt Noord-Nederland beter met andere economische kerngebieden (bron: Potentieonderzoek Lelylijn, juni 2020)
Sinds 2011 is het winkellandschap sterk veranderd. Er zijn meer nieuwe formules bijgekomen en er is sprake van branchevervaging. Kwalitatieve toevoegingen aan het winkelaanbod en versterking van de verblijfskwaliteit en beleving zijn gewenst om Heerenveen en andere kernen aantrekkelijk te houden als winkelkern. De koopkrachtbinding in een aantal winkelgebieden is afgenomen ten opzichte van 2007. Omdat we verwachten dat de verkoop via
24
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Internet verder toeneemt en de vraag naar het aantal vierkante meters winkeloppervlakte afneemt, willen we de centrumgebieden compacter maken en de openbare ruimte aantrekkelijker maken. Dit betekent dat we in het centrum van Heereveen een transformatie van functies voorzien. Het evenwicht tussen kwalitatieve aanvulling en concurrentie met het bestaande winkelaanbod is kwetsbaar. Dit vraagt om een gedegen en actuele 5.2.9.2 analyse, een zorgvuldige beleidsmatige afweging en een goede afbakening van de mogelijkheden. Om de verschillende winkelgebieden duidelijk te positioneren en richting te geven aan de benodigde transformatie actualiseren we ons detailhandelsbeleid. 5.2.9
Samen werken aan slimme groei van de vrijetijdseconomie
Groei die bijdraagt aan de brede welvaart Recreatie en toerisme zijn de afgelopen jaren wereldwijd sterk gegroeid. Op dit 5.2.9.1 moment hebben we te maken met de gevolgen van het Coronavirus, maar we de verwachting isen dat de markt daarna weer aantrekt en zich vanaf 2024 hersteld (bron: NBTC). ook dat Wel zal het toerisme blijvend verandertveranderen, doordat er meer belang wordt gehecht aan kwaliteit en minder aan massatoerisme.
de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de regio Heerenveen. De sector draagt daarmee sterk bij aan het vestigingsklimaat van Heerenveen. Ruimte voor vernieuwing en innovatieve op het gebied van toerisme en recreatie In opdracht van Provincie Fryslân is onderzoek gedaan naar de vitaliteit van logiesaccommodaties (ZKA, 2020). Hieruit blijkt dat in verschillende segmenten vernieuwing van het aanbod wenselijk is om de 5.2.9.4 gastvrijheidssector toekomstbestendig te maken. Om het aanbod te blijven vernieuwen en divers te houden, willen we ruimte bieden voor nieuwe, duurzame en innovatieve concepten. Daarbij denken we aan vormen van toerisme en recreatie die passend zijn naar aard en schaal en gebaseerd zijn op de beleving en de kwaliteiten van een gebied (historie, landschap, stilte, donkerte, bos, openheid, biodiversiteit, enz.), zonder afbreuk te doen aan die kwaliteiten. Het permanent bewonen van recreatiewoningen wordt onwenselijk geacht, omdat dit ten koste gaat van de aantrekkelijkheid van recreatieparken en we deze recreatiewoningen beschikbaar willen houden voor het recreatieve aanbod in onze gemeente.
De groei van toerisme in Nederland, biedt kansen voor de regio ZuidoostFriesland, ook wel “Het Andere Friesland”. Bepaalde plekken in de regio zijn al populair en worden dat nog veel meer. Als we niets doen, wordt het vooral drukker op de plaatsen waar het nu al druk is (eilanden, IJsselmeerkust, merengebied, natuurgebieden), op de momenten dat het nu ook al druk is (piekmomenten), met doelgroepen die wellicht niet helemaal passen bij de aard en schaal van de regio. Bovendien betekent meer mensen vaak minder beleving. Groei van toerisme is geen doel op zich, maar een middel. Wanneer de ontwikkeling van het toerisme echter slim wordt benut, draagt deze bij aan de brede welvaart; een prettige en gezonde leefomgeving, behoud van natuur- en cultuurerfgoed, behoud en versterking van routestructuren, of onder druk staande voorzieningen op het platteland. Slimme groei betekent onder andere inzetten op de zogenaamde kwaliteitstoerist: (cultuur)toeristen die geïnteresseerd zijn in de kwaliteit en identiteit van onze provincie. Daarnaast gaat het om en het beter spreiden van bezoeken door het jaar heen. 5.2.9.3
Met de centrale ligging in het Noorden, de aanwezige sporticonen, museum Belvédère, (cultuur)historie van Parklandschap Oranjewoud, het beekdal van de Tjonger (Friese Waterlinie), De Deelen, waterrijk Akkrum-Nes en Aldeboarn liggen er volop kansen om van de verwachte groei te profiterengroei voor de regio te laten werken. De vrijetijdseconomie kan zich hierdoor ontwikkelen tot een stevige economische drager voor Heerenveen. Daarnaast is de vrijetijdseconomie Vrijetijdseconomie is van belang voor het op peil houden van
Strategische Ontwikkelvisie wordt antwoord gegeven op deze en andere ontwikkelvraagstukken. Deze ontwikkelvisie komt in de eerste helft van 2020loop van 2021 tot stand. Notitie Beleid recreatie en toerisme wordt geactualiseerd In de gemeentelijke Notitie recreatie en toerismeVrijetijdseconomie; Voortzetten, versterken, verbinden, (2015) is in beeld gebracht welke kansen er liggen en hoe deze kansen kunnen worden gerealiseerd. De notitie gaat op drie niveaus in op de kansen en ontwikkelpunten. Daarbij gaat het om: 1. Vinden en verleiden (o.a. marketing en promotie); 2. Verrassen en begeleiden (verbijzonderen en versterken van het aanbod); 3. Verbinden en versterken (de basisinfrastructuur en de basisvoorzieningen). Nadat de regionale ontwikkelvisie medio 2021 is vastgesteld, wordt Deze deze notitie Vrijetijdseconomie in de loop van 2022wordt geactualiseerd. Daarin worden nieuwe inzichten en actuele ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme meegenomen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid zijn de Provinciale speerpunten uit Gastvrij Friesland, de opgaven uit de Regionale Strategische Ontwikkelvisie, de resultaten uit het onderzoek Vitaliteit logiesaccommodaties Fryslân de bezoekersreis en de marketing/profilering door Merk Fryslân, Toeristische Regiomarketing Zuid Oost Friesland en Heerenveen ’n Gouden Plak. Bezoekers kijken niet naar gemeentegrenzen.
Daarom heeft de regionale samenwerking tussen de vijf gemeenten in Zuidoost Friesland een stevige structuur en wordt gebouwd aan de doorontwikkeling van de Stichting Toeristische Regiomarketing Zuid Oost Friesland, het verbijzonderen van de regio en het versterken van de basis op orde, zoals route gebonden recreatie. Voor het thema Waterrecreatie is de afgelopen jaren gewerkt aan een Bouwsteen Waterrecreatie Heerenveen. Deze bouwsteen is bedoeld als kader voor keuzes, wensen, plannen en projecten op het gebied van waterrecreatie. De Bouwsteen Waterrecreatie wordt naar verwachting in de 2 e helft van 2021 verder gebracht in bestuurlijke besluitvorming.
Bijzonder verblijfsconcept in een dorpskerk van Oosterwolde (foto: Roman Robroek)
Regionale afstemming Door het afschaffen van het recreatiekernenbeleid door de provincie, ontstaat de vraag op welke wijze ontwikkelingen elkaar het beste kunnen versterken en op welke wijze ontwikkelingen van (nieuwe) kaders kunnen worden voorzien. Over deze vraag zoeken we regionale afstemming met de vijf gemeenten in Zuidoost-Friesland. Het onlangs uitgevoerde onderzoek Vitaliteit logiesaccommodaties Fryslân vormt daarbij een vertrekpunt. In een regionale
De gemeente is aan zet voor de basis en het gastheerschap (infrastructuur, sanitaire voorzieningen, bebording en bewegwijzering, brugbediening e.d.). Op het gebied van het aanbod stimuleren we kwaliteit en diversiteit. Dit doen we onder meer door ruimtelijke entrees, rustpunten en beleefroutes toe te voegen en ondernemerschap te ondersteunen. We verbeteren het gastheerschap met TIP’s (Toeristische Informatiepunten) en TOP’s (Toeristische Overstappunten) en goede informatievoorziening (zoals bebording, bewegwijzering, plattegronden en een evenementenkalender).
25
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Figuur 5.2 Samenvattende kaart “Werken aan Heerenveen en als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen
26
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Bouwen aan toekomstbestendige woningen 5.3.1
zorgen dat de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad op peil is en goed aansluit bij de toekomstige vraag.
Schets van de opgave
5.3
Door groei van het aantal huishoudens blijven we de komende jaren nieuwe woningen bouwen. In regionaal verband is afgesproken dat in de gemeente Heerenveen in de periode van 2016 tot 2026 ongeveer 1.300 woningen worden gebouwd. Op de langere termijn neemt de bevolkingsomvang en het aantal huishoudens in de gemeente af. Op sommige plekken is die krimp al aan de orde (zie bijlage 3). Door vergrijzing, ontgroening en veroudering van de bestaande 5.3.2.1 woningvoorraad neemt de mismatch tussen vraag en aanbod toe. Er is daardoor steeds meer sprake van een kwalitatieve opgave. In verschillende gebieden is de woningvoorraad toe aan vervanging of vernieuwing. De verwachting is ook dat door de vergrijzing meer gedateerde woningen op de markt komen. Deze woningen zijn wellicht moeilijker verkoopbaar. Het aardgasvrij maken van de woningvoorraad is een grote opgave, waar we de komende jaren samen met vele stakeholders aan werken. Bij deze kwaliteitsslag speelt de betaalbaarheid en draagkracht van inwoners ook een belangrijke rol. Daarnaast staat de leefbaarheid in verschillende woonbuurten onder druk door een toename van het aantal inwoners met een zorgvraag. Naast deze trendmatige ontwikkeling, zijn er ook een aantal ontwikkelingen die zouden kunnen leiden tot toenemende vraag naar woningen in de regio. Daarbij denken we aan (een combinatie van) de volgende factoren:
- Een blijvende druk op de woningmarkt in de Randstad; - Een toename van de hoeveelheid mensen die veel gaat thuiswerken,
Tot slot realiseren we ons dat wonen meer is dan alleen een kwalitatief goede 5.3.2.3 woning. Ook zaken als de inrichting en de beleving van de woonomgeving en de beschikbaarheid van voorzieningen bepaalt in belangrijke mate het woonplezier (zie ook paragraaf 5.4). 5.3.2
Omgevingskwaliteit staat centraal
Hoe ziet Heerenveen de kKwaliteit van de gebouwde omgeving? De kwaliteit van de gebouwde omgeving wordt bepaald door de functionaliteit, de schoonheid en de toekomstbestendigheid van bebouwing en van de openbare ruimte. Gebouwen die in het verleden zijn gebouwd bepalen (mede) de identiteit van onze dorpen en wijken. Nieuwe gebouwen kunnen juist nieuwe kwaliteiten toevoegen. Deze identiteit bepaalt in belangrijke mate hoe we deze plek ervaren. Een sterke samenhang tussen de gebouwen binnen een bepaald gebied, aangevuld met een afwisseling tussen gebieden en plekken onderling geven een aantrekkelijk en toekomstbestendig totaalbeeld. Het behouden en versterken van de identiteit van Heerenveen, vraagt om een aanpak die aansluit bij de identiteit van de verschillende plekken en gebieden. Immers, een vraagstuk binnen het beschermd dorpsgezicht van Het Oranjewoud vraagt om een andere aanpak dan de aanpak van een plek in het centrum van Heerenveen. Deze gebiedsgerichte aanpak is verankerd in het bestaande beleid voor cultuurhistorie en welstand. Waar mogelijk is dit beleid en doorvertaald in de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie (hoofdstuk 6).
Nieuwe kwaliteit toevoegen met welstandsbeleid Het welstandsbeleid is een onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, net als structuurvisies, bestemmingsplannen en inrichtingsplannen voor het openbaar gebied. Onderdeel van de welstandsnota zijn beeldkwaliteitsplannen. Deze worden opgesteld bij de ontwikkeling of transformatie van gebieden. Het welstandsbeleid is daarmee niet statisch, maar geeft ook sturing aan nieuwe ontwikkelingen. Met de Welstandsnota (2016) stuurt de gemeente op de kwaliteit van (ver)nieuw(d)e gebouwen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen gebieden die meer en minder bepalend zijn voor de identiteit van (de gemeente) Heerenveen. Voor de verschillende gebieden zijn welstandscriteria opgenomen waaraan wordt getoetst bij bouwaanvragen. Per gebied is een beleidsintentie opgenomen die de ‘hoofdlijn’ voor een gebied beschrijft. In de nota is onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsniveaus. Niveau 1 staat voor een regulier kwaliteitsniveau, niveau 2 voor een licht kwaliteitsniveau en niveau 3 voor een welstandsluw kwaliteitsregime (alleen excessenregeling). Dit onderscheid in kwaliteitsniveaus handhaven we. Wel wordt onderzocht of een andere gebiedsindeling gewenst is, zodat we meer in samenhang met andere aspecten kunnen sturen op de omgevingskwaliteit van gebieden (zie paragraaf 4.2.16.1 over gebiedsgericht Omgevingsbeleid).
Dit kan uiteindelijk leiden tot aanpassing van de welstandsnota.
waardoor er wellicht een trek van drukkere regio’s naar de periferie op gang komt;
- De realisatie van de Lelylijn, waardoor de woon-werkafstand met de Randstad en Groningen substantieel wordt verkort. Wanneer deze ontwikkelingen doorzetten en elkaar versterken brengt dit een nieuwe woningopgave met zich mee voor Heerenveen. De scenario’s op dit vlak moeten de komende jaren nader worden onderzocht. Omdat de vraag naar nieuwe woningen en de kwalitatieve opgave niet overal 5.3.2.2 even groot is, moeten we per gebied verschillende keuzes maken. In het centrum van Heerenveen is sprake van een relatief eenzijdige woningvoorraad. Omdat het aantal vierkante meters winkeloppervlak afneemt, zijn er mogelijkheden om nieuwe woningen toe te voegen. In kleinere dorpen verwachten we dat de vraag de komende 10-20 jaar kleiner wordt en dat de bevolking in omvang afneemt. Hier richten we ons meer op de leefbaarheid en kwaliteitsverbetering. De samenwerking met de woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen, vastgoedeigenaren en particulieren op dit onderwerp is cruciaal, aangezien de gemeente zelf geen woningen in eigendom heeft. We moeten er samen voor
Beschermen wat we karakteristiek vinden 5.3.3.1 In de Nota Cultuurhistorisch Erfgoed (2010) is een beschrijving opgenomen van het cultureel erfgoed in de (oude) gemeente Heerenveen. Hiermee bepalen we welke gebouwen en karakteristieke kenmerken we willen doorgeven aan volgende generaties. Op basis van deze nota zijn ongeveer 500 gemeentelijke monumenten aangewezen. Omdat we cultuurhistorisch erfgoed zien als kernkwaliteit van onze gemeente, vullen we deze nota op termijn ook aan met een waardering van het erfgoed op het grondgebied van de voormalige gemeente Skarsterlân en Boarnsterhim.
5.3.3
We stemmen nieuwe woningbouwplannen beter op elkaar af
De woonvisie wordt geactualiseerd Het (strategisch) beleid op het gebied van wonen is opgenomen in de Woonvisie 2015-2020. Deze visie wordt geactualiseerd. De werking van de woonvisie is verlengd tot en met 2022. De visie wordt geactualiseerd . In de actualisatie worden de onderwerpen in deze paragraaf verder uitgewerktDaarbij komen in ieder geval de onderwerpen uit deze paragraaf aan bod.
27
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 De woningbouwprogrammering jaarlijks actualiseren In 2020 is de woningbouwprogrammering herijkt. Deze programmering wordt jaarlijks geactualiseerd en is gekoppeld aan de woningbouwafspraken met de provincie (het woningbouwcontingent). Naast de woningbouwprogrammering 5.3.3.2 zijn een aantal beleidsrichtlijnen vastgesteld voor de toevoeging van nieuwe woningen. Hiermee kunnen we beter sturen op het woningaanbod en de fasering van woningbouwplannen. Daarmee kunnenHiermee geven we bijvoorbeeld meer prioriteit geven aan woningbouwplannen voor het centrum. 5.3.4
We benutten het bestaand bebouwd gebied en verbeteren de kwaliteit van bestaand bebouwd gebied
Bestaande woningbouwlocaties afronden Op basis van de Woonvisie 2015-2020 hebben we woningbouwafspraken 5.3.4.1 gemaakt met de provincies en buurgemeenten in Zuidoost-Friesland. Hierin is vastgelegd dat we in de gemeente maximaal 1.313 woningen bouwen in de periode 2016-2026. Er zijn op dit moment voldoende woningbouwlocaties en nieuwe plannen beschikbaar om deze hoeveelheid woningen te realiseren. In Bij bestaande gemeentelijke woningbouwlocaties Skoatterwâld (Heerenveen), de Fjilden (Nieuwehorne) en, de Eide (Tjalleberd) , Jubbega (schoollocatie) en Haskerdijken liggen nog mogelijkheden om ca. 700 nieuwe woningen te bouwen (deels na 2026). We bekijken goed welk woningaanbod we hier realiseren en hoe dit aanbod zich verhoudt tot andere locaties.
de snelweg. In de A32-zone zijn de afgelopen jaren verschillende ontwikkelingen tot stand gekomen; bijvoorbeeld in het Sportstadgebied. Tegelijkertijd is er nog ruimte om dit strategisch gelegen en goed bereikbare gebied verder te ontwikkelen. De begrenzing van de A32-zone omvat Heerenveen Noordoost, de Fedde Schurerlocatie en, het Sportstadgebied en de het deel van Skoatterwâld langs de A32. In het gebied spelen verschillende ideeën en ontwikkelingen die elkaar onderling beïnvloeden. In de komende jaren wordt ten oosten van de A32 een hotel gerealiseerd. Daarnaast zijn er wensen voor uitbreiding van de huidige sportvoorzieningen rondom Sportstad, maar liggen er ook mogelijkheden om woningbouw of commerciële functies toe te voegen. Daarom is het beter om deze ontwikkeling in onderlinge samenhang te bekijken.
5.3.4.5
5.3.4.4
5.3.4.2
Versterking en transformatie woningvoorraad centrum In het centrum van Heerenveen is sprake van een relatief eenzijdige woningvoorraad. Omdat het aantal vierkante meters winkeloppervlak afneemt, zijn er daarnaast mogelijkheden om nieuwe woningen toe te voegen. In een 5.3.4.3 Addendum bij de Woonvisie hebben we vastgelegd wat we verstaan onder een kwalitatieve toevoeging. Integrale gebiedsontwikkeling A32-zone Op dit moment wordt gewerkt aan de aanpassing van de op- en afritten naar de A32. Dit leidt tot een verbeterde bereikbaarheid van het gebied grenzend aan
Ook de samenhang met de ontwikkeling van het centrum van Heerenveen is hierbij van groot belang. Het A32-gebied moet zich niet als concurrent van het centrum ontwikkelen op het gebied van woningbouw en economie. Met het 5.3.4.6 vaststellen van de Centrumvisie Heerenveen is aangegeven dat woningbouw in het centrum prioriteit krijgt op de ontwikkeling van A32-zone. Daarom wordt voor dit gebiedhet A32-gebied op termijn een gebiedsprogramma gemaakt. Diverse plekken vragen om inbreiding en transformatie Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied draagt bij aan een zuiniger en intensiever gebruik van de ruimte. Dit is ook positief voor het5.3.4.7 draagvlak van bestaande voorzieningen zoals scholen en wijkgebouwen. In de gemeente zijn verschillende plekken binnen bestaand bebouwd gebied die kansen bieden voor nieuwbouw of vragen om transformatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om inbreidingsplekken binnen bestaand bebouwd gebied, (verouderde) bedrijfslocaties in woongebieden, leegstaande (kantoor)gebouwen, of voormalige schoollocaties of inbreidingslocaties. We grijpen deze plekken aan om plekken ruimtelijk te verbeteren, de woningvoorraad meer divers te maken en doelgroepen te mengen (inkomens, leeftijden, huishoudenssamenstelling).
Uiteraard houden we daarbij ook rekening met de trends op het gebied van vergrijzing en ontgroening. Uitgangspunten inbreidingslocaties In het Addendum op de Woonvisie (2020) is een voorkeursvolgorde vastgelegd. Op basis van deze voorkeursvolgorde wordt het woningbouwcontingent verdeeld over Centrumplannen, bestaande woningbouwlocaties en transformatie van bestaande (leegstaande bebouwing). Nieuwe inbreidingsplannen zijn alleen mogelijk als er voldoende woningbouwcontingent beschikbaar is. Aanvullend op het Addendum laten we de volgende aspecten meewegen bij individuele bouwplannen (in willekeurige volgorde): Er worden geen waardevolle groene ruimtes volgebouwd. Verdere afbakening van deze (hoofd)groenstructuur vindt plaats in het Programma Groenstructuur. Tot die tijd wordt rekening gehouden met de groenstructuren die zijn opgenomen op themakaart ‘Gezonde, leefbare en klimaatbestendinge wijken en dorpen’ (zie figuur 5.8 en paragraaf 5.4.7); De gemeente zet bij inbreiding in op plannen die leiden tot een versterking van de omgevingskwaliteit Het plan leidt tot een stedenbouwkundige verbetering, het oplossen van een milieutechnisch knelpunt of een vervanging van leegstaande / verouderde (bedrijfs)bebouwing; Het plan draagt bij aan het bestaande woningaanbod in het dorp (of de wijk).
Beheerste ontwikkeling van de linten De bebouwingslinten worden gezien als belangrijke dragers van de identiteit van Heerenveen. Het behoud van de kernkwaliteiten in deze linten is van belang. We zien daarom op beperkte schaal mogelijkheden voor het toevoegen van woningen en het uitbreiden van bestaande bebouwing, maar daarbij moet steeds aandacht zijn voor de specifieke kenmerken van de linten, zoals de doorzichten naar het achterliggende landschap of de aanwezigheid van bepaalde bebouwingstypologie. Voor een uitwerking van de visie op de linten wordt verwezen naar paragraaf 6.5. Kleine kernen In de kleinere kernen loopt de vraag naar woningbouw terug. De focus ligt hier op het benutten en verbeteren van het bestaand bebouwd gebied. Kansen voor het toevoegen van woningen liggen hier op bij inbreidingslocaties en het hergebruiken of transformeren van leegstaande bebouwing (zie criteria onder 5.3.4.4). Terughoudend met nieuwbouw in het buitengebied Omdat we zuinig zijn op de kwaliteit van ons landschap, zijn we zeer terughoudend met nieuwbouw in het buitengebied. We willen daar alleen woningen toestaan als het gaat om het hergebruiken van bestaande (agrarische) percelen. Bijvoorbeeld om voormalig agrarische bedrijven een nieuwe bestemming te geven of om percelen met niet-agrarische bedrijvigheid te herontwikkelen. Daarbij bieden we ontwikkelmogelijkheden voor één of
28
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 meerdere nieuwe woningen wanneer dit bijdraagt aan kwaliteitsverbetering van de erven. 5.3.5
Samen werken aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving
De transitie naar een duurzame en gasloze bebouwde omgeving is een forse opgave. In een Transitievisie Warmte werken we verder uit welke technieken het meest geschikt zijn voor welke bebouwingstypes. Er zijn grofweg drie opties voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving: 1. Elektrificatie (gebruik van warmtepompen); 2. Duurzame warmtenetten (restwarmte, geothermie en aquathermie); 3. Duurzame gassen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het bestaande leidingnetwerk. De hoeveelheid groen gas is echter beperkt en waterstof is op dit moment nog niet marktrijp genoeg om toe te passen in de gebouwde omgeving. Toepassingen in de industrie of transport liggen meer voor de hand. De gemeente heeft eind 2021 de Transitievisie Warmte klaar, waarin de keuzes staan voor duurzame warmteopties per wijk of dorp en de tijdsvolgorde van afkoppeling van het aardgasnet. De Transitievisie Warmte (TVW) wordt elke vijf jaar geactualiseerd, zodat we steeds uitgaan van de laatste inzichten. Voor de dorpen en wijken die voor 2030 afgekoppeld worden, worden Wijkuitvoeringsplannen (WUP) gemaakt. Een WUP moet duidelijkheid scheppen over de benodigde aanpassingen in de infrastructuur en de energieopties die per wijk en dorp het meest geschikt zijn.
Per gebied kijken we wat de beste optie is, gaan we na wat geschikte ruimtelijke eenheden zijn en welke koppelkansen er liggen op het gebied van duurzaamheid (vergroening) en sociale aspecten (gezondheid, armoedebestrijding, meedoen, etc.). We ontwikkelen deze plannen samen met bewoners, eigenaren en woningbouwcorporaties, netbeheerders en de bouwkolom. 5.3.6
Samen met woningbouwcorporaties werken aan nieuwbouw en wijkvernieuwing
Sinds 2020 maken we op een nieuwe manier prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties en huurdersverenigingen. De afspraken gaan 5.3.8.1 onder andere over nieuwbouw, sloop en renovatie van sociale huurwoningen. Met elkaar bepalen we wat de opgave is en waar de prioriteiten liggen. Zo leggen we echt de focus op wat we gezamenlijk doen en wat er nodig is. Er ligt een duidelijke kwaliteitsopgave in buurten die kort na de oorlog zijn gebouwd (onder meer in de Akkers, Oudeschoot, Vlinderbuurt, de Greiden, buurten in Akkrum, Aldeboarn en Jubbega). Veel van deze woningen hebben slechte energieprestatie, zijn bouwkundig verouderd en voldoen niet meer aan
de eisen van deze tijd. De komende jaren moeten we afwegen wat de beste keuzes voor deze gebieden zijn. Daarbij spelen de technische mogelijkheden om woningen te verbeteren een rol, maar ook de verhuurbaarheid en de beschikbaarheid van betaalbare woningen.
en of we dat vooral binnen bestaand bebouwd gebied doen of in ruimer opgezette woonmilieus in uitbreidingswijken.
Ook sociale vraagstukken als armoede en leefbaarheid spelen een rol bij deze keuze. Het mengen van verschillende woningtypes kan leiden tot meer diversiteit in huishoudens (leeftijd, inkomensniveau, etc.). We grijpen de komende jaren daarom nieuwbouwprojecten en herstructureringsplannen aan om te werken aan een meer diverse samenstelling van de bevolking in onze wijken en dorpen.
Vooralsnog zetten we vooral in op bouwen binnen bestaand bebouwd gebied en het afronden van bestaande woningbouwlocaties (zie paragraaf 5.3.4). De komende jaren verkennen we of nieuwe uitbreidingswijken wenselijk en noodzakelijk zijn. Omdat de verwachte woningvraag en de beschikbaarheid van woningbouwlocaties in de regio daarbij bepalend is, laten we de komende jaren nieuw woningbehoefteonderzoek uitvoeren.
5.3.7
Een aantal ontwikkelingen zouden de behoefte naar woningbouw in onze gemeente kunnen versnellen. Daarbij denken we aan (een combinatie van) de volgende factoren: - Een blijvende druk op de woningmarkt in de Randstad; - Een toename van de hoeveelheid mensen die veel gaat thuiswerken, waardoor er wellicht een trek van drukkere regio’s naar de randgebieden op gang komt; - De realisatie van de Lelylijn, waardoor de woon-werkafstand met de Randstad en Groningen substantieel wordt verkort.
Richting geven aan initiatieven van ontwikkelaars, beleggers en particulieren
Naast de woningbouwprogrammering van de gemeente en woningbouwcorporaties, leveren ontwikkelaars, beleggers en particulieren. een bijdrage aan de vernieuwing van de woningvoorraad en het functioneren van de woningmarkt. Echter, niet elk woningbouwplan draagt bij aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige woningvoorraad. Daarom geven we richting met het vaststellen van de woningbouwprogrammering en het maken we afspraken bij de ontwikkeling van locaties. Het vastgestelde Addendum bij de woonvisie geeft handvaten om het gesprek aan te gaan over de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de plannen. Op het gebied van Kamerverhuur is in 2019 beleid vastgesteld. Dit beleid wordt uitgewerkt in een partiële herziening van het bestemmingsplan. Daarbij worden alle vormen van kamerverhuur gekoppeld aan een vergunningsplicht om grip te kunnen houden op alle vormen van kamerverhuur. Ook is in 2019 de huisvestingsbehoefte voor arbeidsmigranten 5.3.8.2 onderzocht. Hieruit is gebleken dat er op dit moment geen behoefte is aan grootschalige locaties en dat het beleid voor kamerverhuur volstaat voor kleinschalige opvang. 5.3.8
We willen inspelen op de toekomstige vraag in de woningmarkt
We verkennen de woonbehoefte en de mogelijkheden voor de toekomst De wijk Skoatterwâld is over een aantal jaar afgerond en ook op andere plekken zijn woningbouwlocaties dan volgebouwd. Voor de periode na 2026 ontwikkelen we daarom nieuwe woningbouwplannen. Daarbij moet de gemeente en we onder meer beslissen voor welke doelgroepen wordt gebouwd
Mocht de vraag naar woningen in Heerenveen in de toekomst (versneld) toenemen door de bovenstaande ontwikkelingen dan zijn er rondom Heerenveen een aantal potentiële plekken voor uitbreiding aanwezig. We benoemen hier de locatie Heerenveen-west net over de gemeentegrens. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met gemeente de Fryske Marren (en haar voorloper gemeente Skarsterlân). Bij uitbreiding van Heerenveen in westelijke richting, moet de gemeentegrens worden aangepast.
We hebben aandacht voor het kwaliteit en de woonwensen van specifieke doelgroepen Naast kwantiteit is kwaliteit van het aanbod van belang. Leefstijlkeuzes spelen daarin een belangrijke rol; niet iedereen wil op dezelfde manier wonen. We willen daarom meer ruimte geven aan nieuwe woningbouwconcepten en initiatieven van (groepen) bewoners. Denk aan projecten met gemeenschappelijke ruimtes (woongroepen of hofjes), collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en duurzame woonvormen voor één en – tweepersoonshuishoudens (tiny houses). Gesprekken met inwoners over hun woonwensen vinden we belangrijk, waarbij we als gemeente wel het algemeen belang en de lange termijn voor ogen houden.
29
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Figuur 5.3 Samenvattende themakaart “Bouwen aan toekomstbestendig woningen
30
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen 5.4.1
Schets van de opgave
5.4
Vanuit het sociale domein werken we aan de gezondheid van onze inwoners. Ook de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving heeft hier invloed op. Ongeveer 6% van de ziektelast in Nederland is te relateren aan milieufactoren (bron: RIVM, 2014).
komende jaren. Kern van het beleid is dat wij onze inwoners in alle levensfases helpen, daar waar het hen zelf of met anderen even niet lukt. In de nota zijn verschillende opgaven en doelstellingen opgenomen op het gebied van: Opvoeden & opgroeien Leefbaarheid, meedoen en gezondheid Participatie en bestaanszekerheid
We willen ervoor zorgen dat de inrichting van de fysieke ruimte bijdraagt aan de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid van onze wijken en dorpen. Dit kan door inwoners te beschermen tegen milieu-invloeden. De omgevingswet geeft straks meer mogelijkheden om als gemeente eigen beleid te voeren en per gebied milieunormen vast te stellen. Een andere mogelijkheid is gezond gedrag zoveel mogelijk te stimuleren.
Door verandering, vergrijzing en ontgroening verandert ook het gebruik van voorzieningen. Tegelijkertijd organiseren inwoners veel voorzieningen zelf. De gemeente komt daardoor steeds meer in een ondersteunende rol . Waar het 5.4.2.3 niet langer mogelijk is om voorzieningen in stand te houden, moeten we keuzes maken. Daarbij blijft het belangrijk dat voorzieningen voor iedereen goed bereikbaar zijn. 5.4.2.1 5.4.2
We stimuleren een gezonde leefstijl en ondersteunen mensen waar dat nodig is
Kadernota Sociaal Domein 2019-2025 De Kadernota Sociaal Domein 2019-2025 beschrijft het strategisch beleid voor het sociaal domein. Deze is tot stand gekomen omdat er behoefte is aan een meerjarige integrale aanpak waarbij we flexibel inspelen op de ontwikkelingen in de samenleving, wetgeving en uitvoeringspraktijk. De kadernota is richtinggevend voor jaarlijkse afspraken en uitvoeringsprogramma’s voor de
Als uitwerking van het Nationaal Preventieakkoord werken we daarom samen met andere Friese gemeenten en de GGD aan een aanpak. Daarbij worden de onderwerpen bewegen, roken en alcohol aan de orde gesteld. Bij de eerste twee ligt er een sterke link met de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Op dit aspect gaan we onderstaand uitgebreid in. Vanuit het Rijk wordt gestreefd naar een rookvrije generatie. We kiezen ervoor om delen van de openbare ruimte rookvrij te maken. In overleg met inwoners en instellingen kiezen we plekken waar we dit invoeren.
5.4.3
Door vergrijzing en klimaatverandering veranderen gezondheidsvraagstukken. We worden ouder en blijven langer vitaal. Wel ontstaan er meer chronische aandoeningen. Dementie en artrose veroorzaken de grootste toename in ziektelast tot 2040. In de leeftijdscategorie boven 75 jaar verwachten we dat eenzaamheid een groter probleem wordt.
Het klimaat verandert; in de toekomst zijn er meer weersextremen. Er is ruimte nodig om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Daarbij gaat het 5.4.2.2 enerzijds om piekbuien op plekken waar het water moeilijk kan worden afgevoerd (wateroverlast). Aan de andere kant moet ook meer water worden vastgehouden om in periodes van droogte voldoende zoet water te kunnen leveren en op plekken met hittestress verkoeling te bieden. Biodiversiteit is van belang voor de natuur, voor (de beleving) van onze leefomgeving, maar ook om bijvoorbeeld (planten)-ziektes te voorkomen en dierplagen te bestrijden. Ook hiervoor moeten we de ruimte anders inrichten en beheren. Omdat het aanpassen van de openbare ruimte een flinke opgave is, gaan we stapsgewijs te werk.
Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2021-2025 Recent is het Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2021-2025 opgesteldvastgesteld. In dit programma zijn de acties opgenomen waarmee wede gemeente in de komende jaren de gezondheid van de inwoners in onze gemeente willen bevorderen. In het programma zijn een aantal actielijnen opgenomen: 1. Gezonde leefstijl 2. Psychosociale gezondheid 3. Gezonde fysieke leefomgeving Psycho-sociale Bij het opstellen van het programma is een doorvertaling gemaakt van de doelstellingen uit deze Omgevingsvisie. Dit komt met name terug in de tweede actielijn. Overig relevant beleid in het sociaal domein De gemeente heeft een formele taak bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en het waarborgen van de publieke gezondheid. Met acties vanuit de volgende beleidsnota’s dragen we bij aan de gezondheid en een gezonde leefstijl van onze inwoners: De Sport- en Beweegvisie 2017-2025. Doelstelling van deze nota is Heerenveen door sport en beweging vitaler en aantrekkelijker te maken; Soarch foar Thús (2018) geeft richting aan de transformatie binnen de zorg met als doel dat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;