Bijlage 1 - Vast te stellen Omgevingsvisie Heerenveen_met wijzigingen
Tekst van het document
Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 Naar een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente in 2040
(ONTWERPVAST TE STELLEN)
Omgevingsvisie Heerenveen Naar een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente in 2040
OntwerpVast te stellen -Omgevingsvisie Versie 1.00.7 Vastgesteld door de gemeenteraad Ambtelijk conceptVastgesteld in college 28 januari 202120 april 25 mei 2021
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Inhoudsopgave Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen ........ 31
Samenvatting ..................................................................................... 4
Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied ............... 38
1
Inleiding ...................................................................................... 5.4 8
6
Gebiedsgerichte uitwerking van de visie .................................... 43
De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst .......................................... 5.5 8
1.2 1.3
1.4 1.5 1.6
2
2.1 2.2
Centrumgebieden ............................................................................................ 45
Met de Omgevingsvisie werken we aan het realiseren van de Global Goals6.1 .... 8
Gemengde gebieden met een bovenlokale functie ......................................... 51
6.2 8 Hoe is deze Omgevingsvisie tot stand gekomen? ............................................. 6.3 9 Hoe gaan we om met de corona-pandemie? ....................................................
6.4
Historische linten ............................................................................................. 58
6.5
Hoofdassen en infrastructuur .......................................................................... 66
Leeswijzer ......................................................................................................... 9
Het DNA van Heerenveen: onze kernkwaliteiten ........................6.611
Woongebieden en overig bebouwd gebied ..................................................... 68
6.711 Ontstaans- en ontwikkelgeschiedenis .............................................................
Bedrijventerreinen ........................................................................................... 78
6.8
Onze kernkwaliteiten ...................................................................................... 11
Buitengebied ................................................................................................... 83
3.1
De leefomgeving verandert ............................................................................ 7.115
Inzet van verschillende instrumenten .............................................................. 93
3.2
Beleid en regels van andere overheden .......................................................... 7.215
Programma’s ................................................................................................... 94
4
Visie op hoofdlijnen ................................................................... 17
4.3
2.
Omgevingskwaliteit op hoofdlijnen – toelichting kernkwaliteiten
3.
Ontwikkelingen en trends op het gebied van de fysiek leefomgeving
4.
Rijks- en Provinciaal beleid
5.
Overzicht Strategische Doelstellingen 2030
6.
Overzicht programma’s (concept)nieuw, te actualiseren en verouderd beleid
7.
Gemeentelijk verkeer en vervoerplan
8.
Waterplan (visiedeel)
9.
Reacties organisaties (geanonimiseerd)
6.9
Waar moeten we rekening mee houden? ................................... 15
4.2
Opbrengst Omgevingsdialogen
Groene gebieden met een bovenlokale betekenis ........................................... 54
3
4.1
1.
Naar gebiedsgericht omgevingsbeleid ............................................................ 43
Ruimte voor initiatieven en sturen op omgevingskwaliteit ............................... 8 1.1
Separaat bijlagenboek
7.3 7.4
Toekomstvisie: het Heerenveen van 2040....................................................... 7.517 7.619 Hoe willen we samenwerken .......................................................................... 7.720 Hoe wegen we af? .......................................................................................... 7.8
5 5.1
Thematische uitwerking van de visie .......................................... 22
5.2
Vier kernopgaven ............................................................................................ 22
5.3
Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen .......................................................................................................... 22
7
Uitvoeringshoofdstuk Omgevingsvisie ....................................... 93
Projecten en investeringsagenda .................................................................... 94 Het Omgevingsplan ......................................................................................... 94
10. Reacties inwoners (geanonimiseerd) 11. Reactienota zienswijzen
Toezicht en handhaving................................................................................... 94 Participatie ...................................................................................................... 95
12. Overzicht ambtshalve aanpassingen Omgevingsvisie 1.0
Grondbeleid en kostenverhaal......................................................................... 95 Monitoring en aanpassing van de visie ........................................................... 95
Bouwen aan toekomstbestendige woningen .................................................. 27
3
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Samenvatting De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van onze gemeente De samenleving en de leefomgeving veranderen snel. In deze verandering is het goed om een gezamenlijk richtpunt te hebben en te bepalen wat onze ambities zijn. Wat voor gemeente willen we zijn? En hoe komen we daar? Deze Omgevingsvisie bevat ons integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Kortom; wat willen we bereiken in 2040? En wat gaan we daar voor doen tot 2030?
ontwikkeling van Heerenveen en willen we doorgeven aan volgende generaties; dit zijn onze kernkwaliteiten. Tijdens de Omgevingsdialogen in maart en mei 2019 zijn deze kernkwaliteiten met inwoners besproken en aangescherpt. Onze kernkwaliteiten 1. Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente 2. De uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid en daarbij horend vestigingsklimaat 3. De nabijheid van regionale voorzieningen 4. Landschappelijke diversiteit 5. De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis 6. Een robuust groen- en blauw netwerk
De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad en is bindend voor de gemeente bij de uitwerking van nieuw beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is een dynamisch document. Ontwikkelingen gaan steeds sneller. Dit vraagt om een flexibele aanpak met de mogelijkheid visies en plannen aan te passen aan voortschrijdend inzicht. Na vaststelling wordt de visie regelmatig geëvalueerd en aangepast. De stip aan de horizon blijft daarbij hetzelfde, maar de route om er te komen wordt daarbij aangepast aan ontwikkelingen en nieuwe inzichten.
Samenwerkingsprincipes 1. We werken volgens het ‘ja, mits’-principe. We denken in mogelijkheden. Niet initiatiefnemers laten aantonen waarom iets voldoet, maar samen kijken wat er nodig en passend is. In sommige gevallen leidt dit tot een aangepast plan. Wanneer het invullen van de ‘mits’ niet haalbaar is, is nee ook een antwoord. Dit wordt begrijpelijk uitgelegd. We zijn helder en transparant naar initiatiefnemers om teleurstellingen te voorkomen. 2. We investeren in afstemming vooraf. We leggen minder vooraf vast in kwantitatieve regels en zetten meer in op dialoog en proces aan de voorkant om gezamenlijke doelen te bereiken. Het betrekken van inwoners is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van initiatiefnemers en overheid, waarbij we zoveel mogelijk sturen op draagvlak, . Dit hetgeen niet betekent niet altijd dat dit leidt tot een plan waar iedereen mee instemt. Participatie is dus een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. 3.
Inwoners krijgen een grotere rol bij de voorbereiding en evaluatie van ons Omgevingsbeleid. Ook bij de voorbereiding van beleid (programma’s) betrekken we inwoners en relevante organisaties. Samen met inwoners evalueren we ons beleid om het nog beter aan te laten sluiten bij de praktijk en de wensen van onze inwonersvanuit de samenleving. Daarbij kiezen we middelen die goed passen bij de manier waarop we in Heerenveen werken. We vragen feedback op hoe wij werken.
Onze stip aan de horizon voor 2040 kan als volgt worden samengevat: Kern van de visie “In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken. En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken.”
4. De opgave bepaalt hoe en met wie we samenwerken. Vanuit bewuste rolkeuze en gezamenlijke prioriteiten werken we met de samenleving én elkaar aan ontwikkelingen, opgaven en resultaten. Dit vraagt om een overheid die flexibel is en meebeweegt met aanwezige initiatieven uit de samenleving. Per opgave en per gebied bepalen we of we een regierol hebben, faciliterend zijn of willen loslaten en communiceren dit ook duidelijk naar andere betrokkenen.
De keuzes die de gemeente de komende jaren maakt en de samenwerkingen die we aan gaan, zijn ondersteunend aan deze ambities. Het tot stand komen van de Omgevingsvisie In 2019 en 2020 hebben verschillende dialoogsessies plaatsgevonden, is een enquête afgenomen en zijn er sessies geweest met de gemeenteraad. Deze dialoog zetten we voort na het vaststellen van de ontwerp-Omgevingsvisie. Ook na de vaststelling van de Omgevingsvisie 1.0 willen wewil de gemeente inwoners en organisaties betrekken bij de uitwerking en de evaluatie van ons beleid én bij de actualisatie van de Omgevingsvisie.. Onze kernkwaliteiten Uit het ontstaan van het landschap, de ontginning van het landschap en de ontwikkeling daarna zijn de unieke kenmerken en waarden van Heerenveen ontstaan: ons DNA. Een deel daarvan zien we als de basis voor verdere
Samenvattende kaart met kernkwaliteiten van de gemeente Heerenveen Onze samenwerkings- en afwegingsprincipes Heerenveen kiest waar mogelijk voor samenwerking en treedt sturend op waar nodig. Inwoners en ondernemers spelen daarom ook een belangrijke rol bij het verwezenlijken van de Omgevingsvisie. Samengevat hanteert gemeente Heerenveen de volgende samenwerkingsprincipes voor het fysieke domein:
4
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 In Heerenveen hanteren we voor nieuwe opgaven en initiatieven vanuit inwoners en bedrijven de volgende afwegingsprincipes bij het inrichten, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving: Afwegingsprincipes 1. Elk initiatief versterkt de bestaande kernkwaliteiten of voegt nieuwe omgevingskwaliteiten toe; 2. Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander; 3. We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken tussen gebieden te differentiëren; 4. We bekijken vraagstukken in samenhang; bij elke ontwikkeling grijpen we kansen op het gebied van gezondheid en duurzaamheid. Vier kernopgaven; waarmee gaan we aan de slag tot 2030? Vaak spelen meerdere opgaven in hetzelfde gebied en heeft het voordelen om deze in samenhang aan te pakken. We richten ons daarom de komende jaren op een aantal kernopgaven, waarin meerdere opgaven met elkaar samenhangen. Om onze ambities in 2040 te kunnen verwezenlijken, kiezen we ervoor om ons tot 2030 te richten op vier kernopgaven.
werklocaties van goede kwaliteit zijn en dat de (bovenregionale) bereikbaarheid is gewaarborgd. Ook hHet stationsgebied van Heerenveen willen we gebruiksvriendelijker maken. Wanneer deze basis op orde is, kan Heerenveen blijven excelleren doorontwikkelen in topsectoren als circulaire economie, duurzame logistiek en; het cluster sport, vitaliteit & voeding en circulaire economie. Omdat we een schaarste in grondstoffen willen voorkomen, is een omslag naar een circulaire economie noodzakelijk. Met de bestaande potenties bedrijven en organisaties op dit gebied willen we Heerenveen verder laten uitgroeien tot een Circular Valley: een aantrekkelijke plek waar ruimte is om met allerlei circulaire innovaties te experimenteren en op zoek te gaan naar nieuwe verdienmodellen. De vrijetijdseconomie vormt een interessante groeisector voor onze gemeente en kan tegelijkertijd positief bijdragen aan het woon- en leefklimaat (en daarmee het vestigingsklimaat). Dit vraagt een heldere profilering en samenwerking met andere gemeenten in de regio.
Kernopgave 1 Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen We willen banenmotor voor de regio zijn en blijven. Niet groeien om het groeien, maar omdat we willen zorgen voor toekomstbestendige werkgelegenheid op basis van onze kracht. Om het (top)sportprofiel en de bijbehorende economische spin-off op lange termijn vast te houden, is het belangrijk dat (de gebieden rondom) Sportstad en Thialf aantrekkelijk zijn en goed blijven functioneren.
We realiseren ons dat wonen meer is dan alleen een kwalitatief goede woning. De inrichting en de beleving van de woonomgeving en de beschikbaarheid van (recreatie)voorzieningen bepaalt in belangrijke mate het woonplezier (zie kernopgave 3). Kernopgave 3 Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen De inrichting en het gebruik van de openbare ruimte draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid van onze dorpen. Dat is ons doel. Dit doen we door bestaande milieuknelpunten op te lossen en door de mogelijkheden voor spelen, bewegen en ontmoeten nadrukkelijker mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door te investeren in een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk, bieden we een gezond en milieuvriendelijk alternatief voor de auto. Bij het aanpassen van de openbare ruimte houden we rekening met het veranderende klimaat en willen we biodiversiteit stimuleren. We zullen hierbij stevig inzetten op het vergroenen van de openbare ruimte en de vergroening op particuliere erven stimuleren. We maken een programma voor de groenstructuur, zodat duidelijk wordt welke rol groene gebieden gaan spelen. Samen met inwoners werken we aan de leefbaarheid van onze wijken en dorpen. Voorzieningen, evenementen en recreatiemogelijkheden dragen allemaal bij aan de leefbaarheid.
Hoewel dat wel onze inzet is, zal het moeilijk worden om alle scholen en sportvoorzieningen overal in stand te houden. De samenstelling van de bevolking gaat immers veranderen: het aandeel ouderen neemt toe en de hoeveel jongeren neemt af. We zetten daarom in op het bereikbaar houden van voorzieningen.
Kernopgave 2 Bouwen aan toekomstbestendige woningen De kwaliteit van bestaande woningen wordt steeds belangrijker. Woningen die al zijn gebouwd moeten aan nieuwe behoeftes worden aangepast om langer mee te kunnen. Daarvoor moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van woningen, maar er kunnen ook aanpassingen nodig zijn om ze geschikt te maken voor zorg of voor andere doelgroepen. De komende jaren ligt de focus op vernieuwen, transformeren en verbeteren van het bestaande woningaanbod. Deze opgave pakken we samen met woningbouwcorporaties, particuliere verhuurders en particulieren op. Wat betreft nieuwbouw gaan we scherper kijken naar de realisatie van nieuwe projecten. Wat voegen ze toe aan het bestaande woningaanbod? En is er op de langere termijn ook vraag naar deze woningen?
Het woon- en vestigingsklimaat in de gemeente verbeteren we door de centrumgebieden in Heerenveen, Akkrum, Jubbega en Aldeboarn op orde te brengen. Daarnaast zorgen we er voor, ervoor te zorgen dat de er voldoende
Voor nieuwbouw richten we ons in eerste instantie op het afronden van bestaande woningbouwlocaties en het, bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. Tegelijkertijd houden we ook oog voor de toekomstige vraag in de woningmarkt. Mogelijk gaat de woningmarkt in de regio veranderen doordat het thuiswerken belangrijk wordt of doordat de Lelylijn wordt aangelegd. De komende jaren verkennen we daarom ook of het realiseren van nieuwe uitbreidingswijken nodig is om iedereen een passende woning te bieden.
5
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Kernopgave 4 Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied De kwaliteit en herkenbaarheid van de verschillende landschappen rondom Heerenveen vormt een belangrijke kwaliteit van onze gemeente. Die willen we behouden en versterken. Tegelijkertijd kunnen we ons landschap niet bevriezen. Nieuwe maatschappelijke behoeftes op het gebied van landbouw, recreatie, energietransitie en de gevolgen van klimaatverandering zullen een plek in ons landschap krijgen. Om de landschappelijke kwaliteiten voor de lange termijn te waarborgen, zorgen we ervoor dat landschappelijke dragers herkenbaar blijven en dat ontwikkelingen leiden tot nieuwe investeringen in het landschap (behoud door ontwikkeling).
Gebiedsgerichte uitwerking De verschillende kernkwaliteiten, (kern)opgaven en ambities zijn in hoofdstuk 6 vertaald naar verschillende deelgebieden in onze gemeente. Zo ontstaat voor elk gebied een duidelijk toekomstperspectief, dat kan worden gebruikt bij de afweging van concrete initiatieven (bijvoorbeeld in het kader van een omgevingsvergunning). Er is een onderscheid gemaakt tussen een aantal gebiedstypen, met daaraan ondergeschikt verschillende deelgebieden. In de paragrafen 6.2 tot en met 6.9 zijn algemene uitgangspunten en ambities opgenomen die gelden voor de volgende acht gebiedstypen: Centrumgebieden; Gemengde gebieden met een bovenlokaal karakter; Groene gebieden met een bovenlokaal karakter; Historische lintstructuren; Hoofdassen en infrastructuur; Woongebieden; Bedrijventerreinen; Buitengebied. In subparagrafen met deelgebieden zijn specifieke uitgangspunten toegevoegd, voor zover deze in bepaalde deelgebieden aan de ordevan toepassing zijn. Vervolg en uitvoering van de Omgevingsvisie De ontwerp-Omgevingsvisie wordt (opnieuw) besproken met inwoners en organisaties. Aan de hand van reacties wordt de visie aangepast en ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
Samen met de bewoners, eigenaren en gebruikers werken we aan een vitaal en duurzaam landschap, waarbij we nieuwe verbindingen leggen tussen kernen en het buitengebied, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe recreatieve routes. In het veenweidegebied ondersteunen we de gebiedsontwikkeling rondom Aldeboarn-de Deelen. Waar het kan leveren we een bijdrage aan het versterken van het natuurnetwerk en het verbeteren van het natuurlijke bodem- en grondwatersysteem. Daarmee bieden we het economisch perspectief en verbeteren we de leefbaarheid van het platteland.
Na vaststelling wordt de Omgevingsplan (juridische (beleidsuitwerkingen).
Omgevingsvisie verder uitgewerkt in het regels) en verschillende Programma’s
De Omgevingsvisie is een dynamisch document. De uitvoering van de visie wordt gemonitord en het document stapsgewijs aangepast. Na de 1.0 versie zullen dus nog andere versies volgen, waarbij ruimte is voor voortschrijdend inzicht. Daarbij is het de bedoeling om de Omgevingsvisie jaarlijks een lichtekleine update te geven en eens in de vier jaar grondiger te herzien.
Gebiedenkaart, voorbeeld van een gebiedstype (centrumgebieden) en voorbeeld van een deelgebied (Centrumgebied Aldeboarn)
6
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Samenvattende Visiekaart Heerenveen 2040
7
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
1 Inleiding
De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst De samenleving en de leefomgeving veranderen snel. Vergrijzing en
1.1 1.3van klimaatverandering hebben grote invloed op de inrichting en het gebruik 1.1 1.3 onze leefomgeving. In deze verandering is het goed om een gezamenlijk
richtpunt te hebben en te bepalen wat onze ambities zijn. Wat voor gemeente willen we zijn? En hoe komen we daar? Opgaven in de fysieke leefomgeving zijn groot, veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Een integrale aanpak is nodig voor goede oplossingen en zuinige omgang met de beschikbare ruimte. Dit is alleen succesvol als we er langdurig consequent op inzetten.
Daarmee ontstaat ruimte voor creativiteit en andere invullingen van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is bij uitstek het document om de bestaande en de gewenste omgevingskwaliteit in te beschrijven. Kortom: we geven ruimte aan initiatieven van inwoners en bedrijven, maar zorgen tegelijkertijd voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Met de Omgevingsvisie werken we aan het realiseren van de Global Goals In het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties als handvat gebruikt voor de inzet van nieuw gemeentelijk beleid. Veel van deze zogeheten Global Goals zijn van toepassing op de fysieke leefomgeving. Ze zijn daarom ook gebruikt bij het formuleren van strategische doelstellingen in deze visie (zie bijlage 5). Met de uitvoering van deze Omgevingsvisie leveren we dus een bijdrage aan het realiseren van de volgende Global Goals. Eén van de dialoogavonden in Katlijk, mei 2019
Deze Omgevingsvisie bevat ons integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Kortom; wat we willen bereiken in 2040? En wat gaan we daar voor doen tot 2030?
Op dinsdagavond 26 november 2019 vond de derde ronde van de omgevingsdialogen plaats in Thialf in Heerenveen. Tijdens deze bijeenkomst voor alle inwoners van Heerenveen werd gediscussieerd over een aantal stellingen. Bijvoorbeeld over het bouwen van woningen, voorzieningen en het opwekken van duurzame energie.
De visie geldt voor het hele gemeentelijke grondgebied en vervangt sectorale documenten op visieniveau zoals het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan, het Waterplan en het Milieubeleidsplan. De visie wordt vastgesteld door de gemeenteraad en is bindend voor de gemeente bij de uitwerking van nieuw beleid voor de fysieke leefomgeving. Ontwikkelingen gaan steeds sneller. Dit vraagt om een flexibele aanpak met de mogelijkheid visies en plannen aan te passen aan nieuwe inzichten. De Omgevingsvisie is dan ook een dynamisch document. Na vaststelling wordt de 1.4 visie regelmatig geëvalueerd en aangepast. De stip aan de horizon blijft daarbij hetzelfde, maar de route om er te komen wordt daarbij aangepast aan ontwikkelingen en nieuwe inzichten. 1.2 1.2
Ruimte voor initiatieven en sturen op omgevingskwaliteit Het wordt steeds normaler dat de overheid en inwoners vraagstukken samen oppakken. Er is veel lokale kennis en er ontstaan veel initiatieven vanuit de samenleving. Die creativiteit willen we de ruimte geven en benutten! Het motto van de Omgevingswet is “Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit”. In de wet komt dit tot uitdrukking in de twee doelstellingen: 1. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; 2. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In de toekomst wil de gemeente meer inspireren en sturen op (gewenste) kwaliteit in plaats van kwantitatieve normen zoals omvang en bouwhoogte.
Hoe is deze ontwerp-Omgevingsvisie tot stand gekomen? 1.4.1 Omgevingsdialogen in 2019 Het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie is formeel gestart met het vaststellen van een Startnotitie en een Discussienota in de gemeenteraad (eind 2018). In de Startnotitie zijn de processtappen voor het opstellen van de Omgevingsvisie beschreven. In de Discussienota staan de belangrijkste thema’s en dilemma’s die in deze visie een plek hebben gekregen. Aan de hand van dit document is een dialoog over de toekomst gestart met inwoners en belangenorganisaties.
Dialoogavond in het Thialf, 26 november 2019
In maart, mei en november 2019 vonden op verschillende plekken in de gemeente omgevingsdialogen plaats. Aan de hand van interviews en werkvormen is met inwoners en inhoudelijke experts gesproken over hoe zij de toekomst van de leefomgeving zien. Er is gesproken over wat men waardevol vindt, welke kansen en opgaven zij zien en welke aanpassingen wenselijk zijn om de leefomgeving klaar te maken voor de toekomst.
8
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 1.4.2 Enquête Omgevingsvisie In april 2020 is een enquête afgenomen met betrekking tot de Omgevingsvisie. 118 inwoners hebben deze enquête ingevuld. Een aantal uitkomsten op een rijtje: Inwoners zien het energiezuiniger (aardgasvrij) maken van woningen als belangrijk onderwerp voor het geschikt maken van bestaande woningen voor de toekomst. Inwoners van de kern Heerenveen zien de supermarkt, het ziekenhuis en winkelcentrum als de drie belangrijkste voorzieningen. In de andere dorpen zijn dat de supermarkt, sportvereniging en de basisschool. In de openbare ruimte vinden de meeste inwoners het groen het belangrijkste onderdeel. Daarna ruimte voor voetgangers en fietsers. Ook zijn er twee open vragen voorgelegd aan de inwoners: Wat zou je willen veranderen om jouw woonplaats te verbeteren? Zie jij jezelf in 2040 wonen en/of werken in de gemeente Heerenveen? Waarom wel, waarom niet? In bijlage 1 is een samenvatting van de resultaten van dit dialoogproces opgenomen. De uitkomsten van de dialoogsessies en de enquête zijn ook terug te lezen op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl.
1.4.3 Beleidskoers fysieke leefomgeving 1.5 Met deze grote opbrengst, heeft de raad tussentijds koers bepaald en richting gegeven voor de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie. Op 11 mei 2020 is er een richtinggevend debat geweest over de Beleidskoers fysieke leefomgeving. In Op 22 juni 2020 is een aangepaste versie van dit documentde Beleidskoers vastgesteld. De inhoud van de Beleidskoers is gebruikt als basis voor de Omgevingsvisie (zie met name komt terug in hoofdstuk 1 tot en met 5 van de visie). Aanvullend daarop is de gekozen koers gebiedsgericht uitgewerkt in hoofdstuk 6 en geconcretiseerd vertaald naarin vervolgacties in hoofdstuk 7.
1.4.4 Informatiebijeenkomsten 2 en 3 maart 2021 Op 2 en 3 maart is de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie (digitaal) gepresenteerd aan inwoners en organisaties. Ongeveer 140 inwoners waren ingelogd en stelden vragen via de chat. Ook waren een aantal gasten aanwezig om een eerste reactie te geven op de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie.
Daarnaast vindt er een vertaling plaats naar het Omgevingsplan (juridische regeling) en wordt het beleid uitgewerkt en concreter gemaakt in diverse programma’s (zie hoofdstuk 7). Hoe gaan we om met de corona-pandemie?
1.5 1.6
1.4.5 Zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie Van 18 februari tot en met 1 april heeft de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegen voor een ieder. Tijdens deze periode zijn 11 zienswijzen ingediend door organisaties en 6 zienswijzen door inwoners. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie. De reactienota is samen met deze vast te stellen Omgevingsvisie aangeboden aan de gemeenteraad. Op een aantal punten hebben de zienswijzen geleid tot aanpassingen in de vast te 1.6 stellen Omgevingsvisie (zie reactienota in bijlage 11). Ook zijn er een aantal 1.7 ambtshalve aanpassingen gedaan (zie bijlage 12). Van Omgevingsvisie 0.7 naar 1.0 (en verder) Het document dat u nu leest is de ontwerp-Omgevingsvisie. Omdat de stap naar een definitieve versie nog moet worden gemaakt, noemen we dit de Omgevingsvisie 0.7. Inwoners, bedrijven en organisaties worden gevraagd om actief mee te denken over de koers en de uitgangspunten. De reacties op de ontwerp-Omgevingsvisie verwerken we in de eerste vast te stellen Omgevingsvisie; de Omgevingsvisie 1.0. Het doel is om deze voor de zomer van 2021 te laten vaststellen door de gemeenteraad. 1.4.6 Hoe gaat het verder na vaststelling? Het is de bedoeling om de Omgeivingsvisie regelmatig te actualiseren. Dus na de 1.0 zullen ook andere versies volgen. Na vier jaar willen we een grondige update maken van de visie: dit wordt de 2.0-versie.
De coronacrisis geeft veel onzekerheid. Op de kortere termijn werken we veel vanuit huis en is het lastiger om met grote groepen te overleggen over de inhoud van de Omgevingsvisie. Dit betekent dat de afstemming over deze ontwerp-Omgevingsvisie digitaal wordt vormgegeven. Daarnaast Ook op de langere termijn kan heeft de pandemie gevolgen hebben voor de samenleving en de economie. Mogelijk zullen sectoren als de woningmarkt, toerisme en detailhandel blijvend veranderen. Bijvoorbeeld doordat we meer blijven thuiswerken en online gaan winkelen. Omdat de blijvende gevolgen hiervan nog niet goed zijn in te schatten, is er voor gekozen om hier in de ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 nog niet op vooruit te lopen. In de evaluatie en monitoring wordt hier wel nadrukkelijk aandacht aan besteed. Permanente gevolgen van de coronacrisis worden daardoor daarom meegenomen in de actualisatie van de Omgevingsvisie. Leeswijzer Deze Omgevingsvisie vormt enerzijds een kader voor het beleid en de inzet van de gemeente om die gewenste omgevingskwaliteit te bereiken (zie met name H5). Daarnaast is het een leidraad voor de beoordeling van initiatieven (zie met name H6). De Omgevingsvisie is objectgericht opgesteld en is digitaal raadpleegbaar. Bij alle teksten zijn genummerde kopjes opgenomen, zodat je van het ene deel naar het andere deel van de visie kunt springen (vergelijk Wikipedia).
Daarnaast wordt de visie ook analoog beschikbaar gesteld. Er zullen verschillen zijn in de opmaak tussen de digitale en de analoge versie. De inhoud is steeds hetzelfde. In het onderstaande overzicht is de opbouw van de Omgevingsvisie beschreven.
9
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Onze kernkwaliteiten (Het DNA van Heerenveen)
Waar moeten we rekening mee houden?
Hoofdstuk 2 omschrijft beknopt de ontstaansgeschiedenis van de gemeente. Er wordt ingegaan op wat we waardevol vinden aan het Heerenveen van nu en wat we daarvan willen doorgeven aan volgende generaties; dit zijn onze kernkwaliteiten.
In hoofdstuk 3 wordt de context beschreven waarbinnen deze Omgevingsvisie tot stand is gekomen. Het gaat om een aantal trends en ontwikkelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Daarnaast is er beleid van Rijk en Provincie en wettelijke voorwaarden waarmee rekening moet worden gehouden.
Visie op hoofdlijnen: het Heerenveen van 2040 Hoofdstuk 4 bevat de toekomstvisie op hoofdlijnen; deze is gericht op het jaar 2040. Het gaat in op een aantal principes die leidend zijn bij keuzes in de fysieke leefomgeving (afwegingsprincipes) en de principes die we willen toepassen op de samenwerking met inwoners, organisaties en overheden (samenwerkingsprincipes).
Thematische uitwerking
Gebiedsgerichte uitwerking
In hoofdstuk 5 is de visie op hoofdlijnen uitgewerkt. Dit hoofdstuk gaat over de acties die de gemeente tot 2030 wil ondernemen om het gewenste resultaat in 2040 te kunnen bereiken. Ook bevat het hoofdstuk uitgangspunten voor het te voeren beleid. Daarbij staan vier kernopgaven centraal: 1. Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen 2. Bouwen aan toekomstbestendige woningen 3. Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen 4. Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied
Hoofdstuk 6 bevat een uitwerking van het beleid voor verschillende gebieden. Dit hoofdstuk wordt gebruikt bij het afwegen van concrete initiatieven van inwoners en bedrijven. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen acht gebiedstypen zoals centrumgebieden, woongebied, bedrijventerreinen en buitengebied. Waar relevant, zijn aanvullend daarop kernkwaliteiten, opgaven en ambities voor alle deelgebieden in de gemeente beschreven. Zo maken we in elk gebied concreet wat we waardevol vinden en wat we willen bereiken.
Uitvoeringshoofdstuk Hoofdstuk 7 gaat in op de uitvoering van de Omgevingsvisie. Er wordt aangegeven hoe de gemeente wil omgaan met de overige instrumenten uit het Omgevingswet: het Omgevingsplan, programma’s, handhaving en toezicht. In de programma’s wordt beleid uit deze Omgevingsvisie verder uitgewerkt. Uiteraard worden er ook de nodige projecten uitgevoerd. Hier ligt een relatie met de investeringsagenda waarmee de raad jaarlijks prioriteiten kan bepalen. Daarnaast is aangegeven hoe wordt omgegaan met participatie en hoe we de visie willen monitoren en evalueren.
10
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 2.1.4 Ontwikkeling van de kernen Tot in de 19e eeuw bleef bebouwing in Heerenveen geconcentreerd in lintstructuren op de hoger gelegen zandruggen en langs de Schoterlandse Compagnonsvaart. Nadat steeds meer veengebieden waren ontgonnen en steenkool in opkomst was als brandstof, werd de landbouw rond 1900 de dominante economische factor. De trek van turfstekers naar Heerenveen en de toenemende industrialisatie dwongen Heerenveen tot uitbreiden. Verschillende uitbreidingswijken kwamen tot stand. Ook de andere dorpen werden in die periode uitgebreid. Na de oorlog was er sprake van woningnood en kwam de ontwikkeling van kernen in een stroomversnelling.
2 Het DNA van Heerenveen: onze kernkwaliteiten
Ontstaans- en ontwikkelgeschiedenis 2.1Uit het ontstaan van het landschap, de ontginning van het landschap en de 2.1ontwikkeling daarna, zijn de unieke kenmerken en waarden van Heerenveen
Onze kernkwaliteiten
ontstaan: ons DNA. Een deel daarvan zien we als de basis voor verdere ontwikkeling van Heerenveen en willen we doorgeven aan volgende generaties; dit zijn onze kernkwaliteiten. In dit hoofdstuk beschrijven we die kernkwaliteiten. 2.1.1 Ontstaan van het landschap Tijdens de voorlaatste ijstijd ontstonden in Zuidoost-Friesland noordoostzuidwest lopende ruggen als gevolg van de opstuwende werking van het landijs. Daartussen ontstonden lager gelegen beekdalen van de Tjonger en de Boorne. Tijdens de vrij droge laatste ijstijd werden op deze ondergrond dekzandpakketten afgezet. Later, in het Holoceen, werd het klimaat warmer en vochtiger waardoor de plantengroei toenam en op sommige natte plaatsen veen ontstond, bijvoorbeeld in de laagten die tussen de zandruggen waren gelegen. Er ontstonden veenlagen met een maximale dikte van 2 à 3 m die deels boven de dekzandruggen uitstaken; het hoogveen. Op plekken waar de veengroei onder de grondwaterstand werd gevormd, is sprake van laagveen.
2.2
2.1.3 De heren van het veen Vanwege de behoefte aan turf in de Hollandse steden werden in de 16e eeuw de eerste voorbereidingen getroffen tot het grootschalig afgraven van het hoogveen. In 1551 werd op initiatief van drie heren – van Dekema, Cuyck en Foeyts - een compagnie opgericht, met als doel grote stukken land op te kopen en aan veenontginning te doen. Van Akkrum tot Heerenveen werd de Heeresloot gegraven en haaks daarop de Schoterlandse Compagnonsvaart (het veengebied in). Op het kruispunt van deze waterwegen ontstond de kern Heerenveen. De hoofdplaats dankt haar naam dus aan de heren van het veen.
2.2.1 Algemeen De gemeente Heerenveen heeft een aantal onderscheidende kwaliteiten die haar uniek maken; de kernkwaliteiten. Tijdens de Omgevingsdialogen in maart en mei 2019 zijn deze kernkwaliteiten met inwoners besproken en aangescherpt. Het behouden en versterken van deze kernkwaliteiten zorgt ervoor dat onze leefomgeving in 2040 gezond, aantrekkelijk en duurzaam blijft. Onderstaand worden ze kort omschreven en in bijlage 2 worden deze kernkwaliteiten nader toegelicht. Onze kernkwaliteiten 1. Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente 2. De uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid en daarbij horend vestigingsklimaat 3. De nabijheid van regionale voorzieningen 4. Landschappelijke diversiteit 5. De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis 6. Een robuust groen- en blauw netwerk
2.1.2 Bewoningsgeschiedenis en ontginning In de Middeleeuwen werden vooral de hoger gelegen dekzandruggen bewoond. Op deze hoger gelegen delen ontstonden langgerekte bewoningstructuren. Voorbeelden daarvan zijn de Schoterlandseweg en de Aengwirderweg. Vanuit deze ontginningsassen werd het omliggende landschap geschikt gemaakt voor landbouw. Eerst ging het om de aangrenzende gronden. Later werden ook de lager gelegen delen stapsgewijs ontwaterd en geschikt gemaakt voor de landbouw. De Boorne vormde in de Middeleeuwen een van de voedingsstromen van de Middelzee en was daarmee een belangrijke handelsroute vanuit het veen- en zandgebied naar de kleigronden aan de kust. Bewoning in dit overstromingsgevoelige gebied vindt lange tijd plaats op terpen. De terpen bij Aldeboarn en Akkrum groeiden uit tot rijke handelssteden. Aldeboarn was zelfs lange tijd de hoofdzetel van het bestuur en in deze regio. Toen de Middelzee dichtslibde en werd ingedamd, veranderde de positie van deze plaatsen en raakten ze meer georiënteerd op het omliggende landschap.
Figuur 2.1 Kaart Eekhoff 1830
11
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 2.2.2 Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente Wie aan Heerenveen denkt, denkt aan sport. Hetzij door Thialf, de voetbalclub of door het centrum voor topsport. We zijn trots op ons sportieve imago dat landelijk bekend is. De kracht van Heerenveen als stad van sport is dat er verschillende sportorganisaties zijn, er een geweldige sportinfrastructuur ligt en er talloze verbindingen zijn ontstaan met onderwijs, gezondheidszorg, evenementen en economie. De aanwezigheid van topsport vergroot de bekendheid, aantrekkingskracht en het imago van Heerenveen. Sport en vitaliteit vormen een economische kans voor Heerenveen. Sporters komen in de regio wonen en bezoekers van wedstrijden moeten overnachten, eten en drinken in de omgeving. Daarnaast is er een sociaal-maatschappelijke impact (hoge sportparticipatie, hoog voorzieningenaanbod, meer aandacht en voorzieningen op het gebied van gezondheid en vitaliteit).
2.2.3
Een uitstekende bereikbaarheid en daarbij behorend vestigingsklimaat De gemeente Heerenveen telt ruim 50.000 inwoners, waarvan er ongeveer 30.000 in de kern Heerenveen wonen. Heerenveen ligt centraal in het noorden van Nederland en is goed bereikbaar via snelweg en intercityspoor. Ook Akkrum ligt aan de snelweg en heeft een treinstation. Grotere steden Leeuwarden, Groningen en Zwolle liggen op 20-45 minuten reisafstand. De Randstad is op anderhalf uur reisafstand, wat door sommigen als acceptabele woonwerkafstand wordt beschouwd. Het resulteert in een goed vestigingsklimaat voor de dorpen en gebieden die goed bereikbaar zijn via weg en spoor. Door deze goede bereikbaarheid is de werkgelegenheidsontwikkeling altijd relatief gunstig geweest. In de periode 2014-2019 bijvoorbeeld zijn er in de gemeente Heerenveen bijna 3.500 banen bij gekomen.
2.2.4 Aanwezigheid van regionale voorzieningen Heerenveen heeft een regionale functie in Zuidoost-Friesland. Met de aanwezigheid van voorzieningen als een ziekenhuis, theater, de (middelbare) schoolen en ook het winkelcentrum van Heerenveen vervult Heerenveen een functie voor de omliggende regio. Er zijn veel mensen die in Heerenveen werken, maar wonen in de aangrenzende gemeenten (70% van de 23.000 banen wordt ingevuld door mensen die buiten de gemeente wonen). Een deel van de voorzieningen heeft ook een bovenregionale, landelijke uitstraling. Thialf, SC Heerenveen en het Centrum voor Topsport en Onderwijs vormen bovenregionale voorzieningen. Museum Belvédère en De Deelen trekken beide jaarlijks ca. 50.000 bezoekers, Museum Heerenveen en de Ecokathedraal rond de 10.000. Ook Parklandschap Oranjewoud trekt regionaal en bovenregionaal vele bezoekers. Omdat gemeenten uit de regio met dezelfde uitdagingen te maken hebben, wordt op gebied van wonen, toerisme, landschap en energie samengewerkt. Op economisch vlak werkt Heerenveen ook veel samen met de F4: de andere grote gemeenten in Friesland.
De wisselwerking tussen topsport en breedtesport heeft een wederzijdse meerwaarde. Topsporters en topsportevenementen inspireren ons om zelf sport te beoefenen en de aanwezige voorzieningen versterken die mogelijkheden in Heerenveen. De breedtesport vormt weer een kweekvijver voor topsport. En uiteraard is breedtesport belangrijk voor de leefbaarheid, gezondheid in brede zin en de sociale samenhang in onze wijken en dorpen.
Figuur 2.2 Ligging van Heerenveen ten opzichte van andere kernen in het noorden
Figuur 2.3 Regionale voorzieningen en werklocaties in en rond Heerenveen
12
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 2.2.5 Landschappelijke diversiteit Heerenveen is een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te recreëren door de verscheidenheid aan landschappen. Elk landschapstype heeft zijn eigen kenmerkende elementen. Denk aan de verschillen tussen het waterrijke veengebied, het bosrijke landgoederenlandschap rond Oranjewoud, het besloten coulisselandschap op de dekzandrug en het open beekdal van de Tsjonger (zie bijlage 2).
2.2.6 De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis De gemeente kent een rijke cultuurhistorie. Eeuwenlang was de vorming van het landschap gerelateerd aan de ontginning van veen. De plaats Heerenveen dankt er haar oorsprong en naam aan. De vestiging van adellijke families en de verschillende landgoederen rondom Oranjewoud, zijn een wezenlijk onderdeel van de identiteit van Heerenveen en omgeving. Contrasten tussen arm en rijk, zand en veen, liggen allemaal besloten in het landschap en zijn bepalend voor de identiteit van Heerenveen. Kenmerkend zijn is onder andere de lintbebouwing die is ontstaan door de veenontginning en de langgerekte verkavelingspatronen. In het waterrijke gebied rondom Akkrum en Aldeboarn werd lange tijd gewoond op terpen.
2.2.7 Een robuust groen- en blauw netwerk Heerenveen is een groene gemeente. Naast het Natura 2000-gebied De Deelen zijn flinke stukken in de gemeente aangewezen als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Grote bos- en natuurgebieden bepalen het beeld voor de dorpen direct ten oosten van Heerenveen. Het woudontginningslandschap met groene houtsingels loopt door tot in de kern Heerenveen en bepaalt het groene beeld in wijken als Skoatterwâld, de Akkers en de Heide.
Figuur 2.4 Landschappelijke diversiteit
Figuur 2.6 Het groen-blauwe raamwerk Figuur 2.5 Cultuurlandschappen en waardevolle landschappelijke structuren
13
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Figuur 2.7 Samenvattende kaart met kernkwaliteiten
14
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
3 Waar moeten we rekening mee houden? De leefomgeving verandert 3.1De leefomgeving krijgt de komende 10 tot 20 jaar te maken met stevige 3.1veranderingen. In dit hoofdstuk benoemen we beknopt de ontwikkelingen en
de (beleids)context waar we rekening mee houden bij het opstellen van de Omgevingsvisie. In bijlage 3 gaan we hier verder op in.
-
technieken. Mobiliteit wordt steeds vaker geleverd als een dienst (Mobility as a service). Organisatiekracht in de samenleving neemt toe. Verschillen tussen bevolkingsgroepen nemen toe (inkomen, gezondheid, 3.2 welzijn) en de tweedeling werkt ook ruimtelijk door (segregatie in wijken).
Het klimaat verandert en natuurlijke voorraden raken uitgeput Weersextremen nemen toe; meer hete en droge zomers, zwaardere buien. Verschillende grondstoffen raken uitgeput; schaarste leidt tot hogere kosten. Nieuwe ruimteclaims in het buitengebied; herkenbaarheid van het landschap staat onder druk. De veenbodem daalt door oxidatie van het veen. Biodiversiteit neemt af.
Trends en ontwikkelingen Demografische veranderingen Tot 2035 gestage bevolkingsgroei in Heerenveen, na 2035 krimp. Gevolg: vraag naar nieuwbouw neemt af. De vraagdruk verschilt binnen de gemeente. Stevige vergrijzing. In 2040 is 30% van de bevolking in Heerenveen 65-plus tegenover 27% in Nederland. Wereldwijde bevolkingsgroei en daardoor migratie. Sociaal-maatschappelijke ontwikkeling Gezondheidsvraagstukken veranderen door vergrijzing en klimaatverandering. Dementie en artrose nemen sterk toe tot 2040. Vergrijzing en ontgroening hebben gevolgen voor het voorzieningenniveau in de wijken en dorpen. Het aantal basisschoolleerlingen neemt tussen 2016 en 2030 af met ca. 17%. Mobiliteit verandert. Mensen en goederen verplaatsen zich dagelijks over grotere afstanden, autobezit maakt plaats voor nieuwe (duurzame)
Technische veranderingen Automatisering neemt toe. Nieuwe technologieën kunnen ertoe leiden dat banen verdwijnen, maar ze kunnen ook nieuwe werkgelegenheid opleveren. Beschikbaarheid van data wordt belangrijker voor diensten en het maken van beleid. Dit zorgt ook voor een andere verhouding tussen inwoner en overheid. Door snel internet kan de openbare ruimte slimmer worden gebruikt. Beschikbaarheid van online winkels en diensten nemen verder toe. Economische ontwikkelingen Globalisering van de economie zet door; tegelijkertijd ook meer lokale samenwerking. Producenten en consumenten opereren in netwerken. Minder kwantitatieve vraag naar bedrijventerreinen en kantoren. Meer online winkelen. Branchevervaging in de detailhandel. Beleving en identiteit in winkelgebieden belangrijker. Economie van het buitengebied verandert; minder landbouwbedrijven. Binnenlands toerisme neemt sterk toe.
Beleid en regels van andere overheden 3.2.1 De Nationale en Provinciale Omgevingsvisie Naast gemeenten zijn ook het Rijk en de provincies verplicht om een Omgevingsvisie te maken. De Omgevingsvisie van de provincie Fryslân is eind 2020 vastgesteld en de Nationale Omgevingsvisie is aangeboden bij de Tweede Kamer. Bij de uitwerking van de gemeentelijke Omgevingsvisie is afstemming gezocht met deze visies. In bijlage 4 is de strekking van het nieuwe omgevingsbeleid van Rijk en Provincie samengevat. 3.2.2 Instructieregels voor milieu- en omgevingsaspecten Ter uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie, kan het Rijk juridische regels opnemen in algemene maatregelen van bestuur. Anders dan de visie zijn deze rechtstreeks bindend voor andere overheden en inwoners. De provincie doet hetzelfde met het opstellen van een Omgevingsverordening. Deze instructieregels moeten worden vertaald naar lokale regels in Omgevingsplannen. Ze kunnen de beleidsvrijheid voor gemeenten inperken en raken daarmee ook de (reikwijdte van) de Omgevingsvisie. Nadat deze kaders duidelijk zijn, wordt de inhoud van de gemeentelijke Omgevingsvisie daar op afgestemd. Dit kan dus nog leiden tot aanpassing van deze Omgevingsvisie. De onderstaande kaart geeft een globaal beeld van de ruimtelijke beperkingen die in onze gemeente van toepassing zijn op basis van milieuregels.
De contouren moeten worden gezien als aandachtsgebieden. Zo zijn er in de omgeving van bedrijventerreinen en infrastructuur minder mogelijkheden om gevoelige functies te realiseren. In het landelijk gebied spelen deze beperkingen over het algemeen minder, maar er kan sprake zijn van aandachtsgebieden vanuit (agrarische) bedrijven of doorgaande wegen. De Omgevingswet geeft meer mogelijkheden om lokaal maatwerk toe te passen en gebiedsgericht milieubeleid vat te stellen. Paragraaf In hoofdstuk 6.1 wordt dit verder aan de orde gesteldhier verder op in gegaan.
15
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Figuur 3.1 Aandachtsgebieden vanuit milieu
16
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
4 Visie op hoofdlijnen Toekomstvisie: het Heerenveen van 2040 4.1.1 Kern van de visie In dit hoofdstuk beschrijven we onze ambities op het gebied van de fysieke 4.1 leefomgeving voor het jaar 2040. We geven aan wat voor gemeente we willen zijn en welke waarden voor ons centraal staan. Daarnaast beschrijven we hoe we willen samenwerken (samenwerkingsprincipes) en hoe we nieuwe initiatieven en opgaven in de fysieke leefomgeving afwegen (afwegingsprincipes). De kern van de toekomstvisie wordt als volgt samengevat: Kern van de visie In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken. En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken. 4.1.2 Heerenveen blijft stad van sport Heerenveen en sport zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat is in 2040 nog steeds zo. De aanwezigheid van topsport is iets om trots op te zijn en het maakt Heerenveen interessanter om te wonen, te recreëren en te werken.
Topsport en amateursport versterken elkaar en daarmee draagt topsport bij aan de vitaliteit van Heerenveen en haar inwoners. In 2040 is dit profiel versterkt door de topsportvoorzieningen verder te verbinden met andere (economische) functies en voorzieningen.
verblijfsklimaat is sterk verbeterd. Het vestigingsklimaat is verbeterd door de verbindingen met grote steden en economische kerngebieden verder te versterken. De vrijetijdseconomie levert een bijdrage aan ons woon- en leefklimaat, maar heeft zich ook ontwikkeld tot een grotere economische drager. 4.1.4 Een gemeente waar het prettig wonen is In 2040 is het nog aantrekkelijker om in de gemeente Heerenveen te wonen. Door de goede verbindingen, een divers landschap en de aanwezigheid van regionale voorzieningen, willen veel mensen hier (blijven) wonen. De gemeente blijft aantrekkelijk voor jongeren en gezinnen. En er is passend woningaanbod ontwikkeld voor de grotere groep senioren die 2040 in onze gemeente woont. In het centrum van Heerenveen is woonkwaliteit toegevoegd en er is meer diversiteit in het woningaanbod. Op de plaats van langdurig leegstaande panden zijn aantrekkelijke woningbouwprojecten gerealiseerd met aansprekende architectuur. Ook de centrumgebieden in andere dorpen zijn opgeknapt en aantrekkelijk om te wonen en te verblijven. Verouderde wijken en buurten zijn gerenoveerd of geherstructureerd, zodat het woningaanbod voldoet aan de eisen van de tijd (onder andere door de energietransitie). 4.1.5 Een gezonde, veilige en leefbare gemeente In 2040 is Heerenveen een gemeente waar inwoners gezond en vitaal ouder worden.
We bieden inwoners volop mogelijkheden om op een positieve manier aan hun gezondheid te werken. Een gezonde leefomgeving is een
leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid wordt beperkt tot een niveau dat past bij het type gebied.
De centrumgebieden van Heerenveen, Akkrum, Aldeboarn en Jubbega zijn opgeknapt en aantrekkelijker geworden; winkelgebieden zijn compacter en het
Een leefbare gemeente is ook een gemeente waar men zich veilig voelt. Een goede inrichting van de openbare ruimte draagt daar aan bij. Daarnaast gaan we als gemeente bewust om met het verkleinen en beheersen van veiligheidsrisico’s. In 2040 is De de openbare ruimte in de wijken en dorpen is groener en aantrekkelijker geworden. Er zijn veel plekken waar kinderen graag spelen, mensen elkaar ontmoeten en waar iets te beleven valt. Waardevolle groene plekken in de bebouwde kom zijn niet bebouwd, maar worden benut als plek om te recreëren, de biodiversiteit te versterken en de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Bewegen op de fiets of te voet wordt optimaal gestimuleerd; centrumgebieden en belangrijke voorzieningen zijn goed verbonden via aantrekkelijke fietsroutes en voorzien van goede stallingen. Op regionale schaal worden dorpen verbonden door snelfietsroutes. Openbare gebouwen en hoofdverbindingen in de openbare ruimte zijn goed toegankelijk voor mensen met een beperking. Met inwoners en verenigingen is gewerkt aan de leefbaarheid van dorpen en wijken. Per plaats is dit op een andere manier ingevuld. In sommige dorpen zijn onder andere door demografische veranderingen wel voorzieningen verdwenen, maar er is voor gezorgd dat ontmoeting en activiteiten mogelijk blijven. Voorzieningen blijven bereikbaar, bijvoorbeeld in een nabijgelegen buurdorp.
4.1.6 Een gemeente met aantrekkelijk en veerkrachtig landschap Net als nu oefent het landschap in de gemeente in 2040 een grote aantrekkingskracht uit op inwoners en recreanten. De contrasten tussen de landschapstypen en de beleefbaarheid ervan is versterkt. Nieuwe ontwikkelingen zijn ingepast in het landschap en leveren een bijdrage aan de ontwikkeling en beheer van het landschap. Bermen en boerenland worden natuurvriendelijker beheerd. Hierdoor is de soortenrijkdom (biodiversiteit) ten opzichte van 2020 toegenomen. De landschappelijke vitaliteit zorgt voor nieuwe verdienmogelijkheden en draagt rechtstreeks bij aan de leefbaarheid op het platteland.
Door een combinatie van functies zijn het Sportstadgebied en het gebied rond Thialf uitgegroeid tot levendige en aantrekkelijke gebieden. Ook elders in Heerenveen zijn nieuwe faciliteiten toegevoegd die bijdragen aan het beoefenen, analyseren en verbeteren van sportprestaties. Waar mogelijk wordt tussen de sportorganisaties, kennisorganisaties, overheden, onderwijs en bedrijfsleven samengewerkt op het gebied van programma’s, organisatie en accommodaties. 4.1.3 Een ondernemende gemeente met een sterke regionale functie In 2040 heeft de gemeente Heerenveen nog steeds een belangrijke regionale functie op het gebied van werkgelegenheid, zorg, cultuur, recreatie en detailhandel. We kiezen voor toekomstbestendige groei van de economie die bijdraagt aan de welvaart en de werkgelegenheid van onze inwoners. Het gemeentelijk innovatiebeleid richt zich op de topsectoren duurzame logistiek; sport, vitaliteit en voeding en de circulaire economie.
om van Fryslân een Blue Zone te maken; een plek waar mensen gezond zijn en ouder worden dan gemiddeld. Waar Heerenveen eerst bekend stond als sportgemeente, is zij in 2040 gemeente van sport en gezondheid geworden.
We werken aan het verbeteren van de gezondheid vanuit een brede benadering. Naast lichamelijk welzijn spelen ook aspecten als geestelijke gezondheid, sociale contacten, meedoen in de maatschappij en de kwaliteit van leven daarin een grote rol. Deze ambities sluiten naadloos aan bij het streven
4.1.7 Een klimaatneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente In 2040 hebben we grote stappen gezet in het energieneutraal maken van de gemeente (95% in CO2-reductie in 2050). We zijn koploper op het gebied van circulaire economie in Noord-Nederland en onder de noemer ‘Circular Valley’ is nieuwe en hoogwaardige werkgelegenheid gecreëerd. Het areaal openbaar groen is sterk toegenomen en op particuliere terreinen wordt volop gewerkt aan vergroening onder het motto “Groen waar het kan, grijs waar het moet”. Daardoor is Heerenveen al in 2040 grotendeels bestand tegen de jaarlijks terugkerende stortbuien en zomerse hitte. Ook worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden.
17
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
Figuur 4.1 Visiekaart Heerenveen 2040
18
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Hoe willen we samenwerken
Onder de Omgevingswet moeten vergunningaanvragen in principe binnen acht weken worden afgehandeld. Wanneer inwoners of bedrijven een initiatief hebben, zijn wij hen als gemeente zo goed mogelijk van dienst. Voor het werken onder de nieuwe Omgevingswet (vanaf 2021) worden een aantal duidelijke “klantreizen” ontwikkeld, waarbij de initiatiefnemer een vast contactpersoon heeft en niet naar verschillende loketten wordt gestuurd.
4.2.1 Vier samenwerkingsprincipes De gemeente Heerenveen hecht waarde aan samenwerking tussen inwoners, 4.2ondernemers, maatschappelijke partijen en overheden. We zoeken daarom naar andere manieren om besluitvorming en lokale democratie vorm te geven. De gemeenteraad heeft dit zelfs tot het centrale onderwerp gemaakt van het Thematisch Raadsakkoord 2018-2022. Gemeente Heerenveen hanteert voor de uitvoering van het omgevingsbeleid de volgende samenwerkingsprincipes:`
Initiatiefnemers worden passend bij hun behoefte gefaciliteerd en ondersteund. Het digitale omgevingsloket vormt daarbij een eerste ingang voor de meeste initiatiefnemers. De zwaarte van het initiatief en de regels in het Omgevingsplan bepalen uiteindelijk wie beslist over de wenselijkheid van het initiatief. Het maakt verschil of een initiatief vergunningsvrij is en of het binnen de kaders van het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie past. Wanneer een plan past binnen de kaders van het Omgevingsplan, dan kan de “snelservice-formule” worden toegepast. Bij plannen die groter en complexer zijn is er sprake van de “ontwikkel- of de ontwerpformule”. Onderstaand figuur laat de kenmerken van de verschillende klantreizen zien.
Samenwerkingsprincipes 1. We werken volgens het ‘ja, mits’-principe. We denken in mogelijkheden. Niet initiatiefnemers laten aantonen waarom iets voldoet, maar samen kijken wat er nodig en passend is. In sommige gevallen leidt dit tot een aangepast plan. Wanneer het invullen van de ‘mits’ niet haalbaar is, is nee is ook een antwoord. Dit wordt begrijpelijk uitgelegd. We zijn helder en transparant naar initiatiefnemers om teleurstellingen te voorkomen. 2. We investeren in afstemming vooraf. We leggen minder vooraf vast in kwantitatieve regels en zetten meer in op dialoog en proces aan de voorkant om gezamenlijke doelen te bereiken. Het betrekken van inwoners is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van initiatiefnemers en overheid, waarbij we zoveel mogelijk sturen op draagvlak. Dit betekent , hetgeen niet betekentniet altijd dat dit leidt tot een plan waar iedereen mee instemt. Participatie is een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. Inwoners krijgen een grotere rol bij de voorbereiding en evaluatie van ons Omgevingsbeleid. Ook bij de voorbereiding van beleid (programma’s) betrekken we inwoners en relevante organisaties. Samen met inwoners evalueren we ons beleid om het nog beter aan te laten sluiten bij de praktijk en de wensen vanuit de samenleving onze inwoners. Daarbij kiezen we middelen die goed passen bij de manier waarop we in Heerenveen werken.
We vragen feedback op hoe wij werken.
Ingewikkelde aanvragen worden besproken op de intaketafel. Daar wordt bepaald of er kans van slagen is en wat nodig is om een initiatiefnemer verder te helpen. De werklijnen in de klantreizen zijn zeer kort, waardoor we initiatieven snel en met een integrale blik verder kunnen helpen.
3.
4. De opgave bepaalt hoe en met wie we samenwerken. Vanuit bewuste rolkeuze en gezamenlijke prioriteiten werken we met de samenleving én elkaar aan ontwikkelingen, opgaven en resultaten. Dit vraagt om een overheid die flexibel is en meebeweegt met aanwezige initiatieven uit de samenleving. Per opgave en per gebied bepalen we of we een regierol hebben, faciliterend zijn of willen loslaten en communiceren dit ook duidelijk naar andere betrokkenen. Deze principes werken we verder uit in ons participatiebeleid. Daarbij kijken we ook naar mogelijkheden om doelgroepen die nu nog onvoldoende worden bereikt te betrekken, zoals jongeren en laaggeletterden.
4.2.2
Initiatieven van inwoners en bedrijven
Wij nodigen inwoners en bedrijven uit om gezamenlijk te werken aan een mooiere, gezondere en veilige fysieke leefomgeving. Wanneer initiatieven voortbouwen op bestaande gebiedskwaliteiten, denkt en werkt de gemeente zoveel mogelijk mee. Beheertaken die voorheen door de gemeente werden uitgevoerd, kunnen ook door inwoners worden opgepakt. Inwoners die voorstellen hebben om de fysieke leefomgeving zelf op een andere manier in te richten, te beheren of te gebruiken, krijgen de gelegenheid om hun plannen voor te leggen (right to challenge). Als gemeente kunnen we niet altijd meebewegen. Die mogelijkheid is groter bij gronden die in gemeentelijk eigendom zijn, dan voor gronden die in particulier eigendom zijn. In een programma groenstructuur werken we nader uit hoe dit right to challenge eruit ziet voor het openbaar groen (zie ook paragraaf 5.4.7).
19
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 4.2.3
Samenwerken met andere overheden
FDe opgaven die we hebben geformuleerd, stoppen niet bij de gemeentegrens. Daarnaast zijn bij diverse onderwerpen meerdere overheidslagen betrokken. 4.3 Interbestuurlijke samenwerking is daarom een voorwaarde om deze opgaven effectief op te pakken. We werken ook samen met Rijk, provincie, Wetterskip en verschillende gemeenten in de regio. Per opgave kijken we welk samenwerkingsverband het meest voor de hand ligt. Soms wordt dit wettelijk bepaald. Een aantal voorbeelden: Bij de Regionale Energiestrategie en diverse andere strategische opgaven werken we samen met de andere Friese overheden; Verschillende opgaven op het gebied van de fysieke leefomgeving (toerisme, wonen, bedrijventerreinen) worden opgepakt in regionaal verband met Zuidoost-Friesland; Voor (bovenlokale) economische onderwerpen werken we ook samen in F4-verband, met de provincie, kennisinstellingen, ondernemers en andere partijen; Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen hebben de interbestuurlijke samenwerking in 2018 een impuls gegeven met het ondertekenen van het Interbestuurlijk Programma (IBP). In het IBP is een gezamenlijke agenda gemaakt met 10 onderwerpen. In Heerenveen werken we - in het kader van Vitaal Platteland - samen met Rijk en provincie aan het toekomstbestendig maken van het veenweidegebied.