CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vast te stellen Omgevingsvisie Heerenveen_met wijzigingen

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Omgevingsvisie Heerenveen 1.057.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Ambities- en uitgangspunten

6.7.7.5 Aandachts- en uitgangspunten  Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1  Uitgangspunten voor het dorpslint langs de Schoterlandse weg vind je in paragraaf 6.5.5;  Woningbouwlocatie de Fjilden is de eerst aangewezen plek voor nieuwbouw van woningen. Verder ligt het accent qua woningbouw op het invullen of transformeren van leegstaande gebouwen, zoals leegstaande schoolgebouwen of vrijkomende agrarische bedrijven;  We kijken naar een tijdelijke invulling van fase 2 van het woningbouwproject de Fjilden. Uitgangspunt is dat dit een meerwaarde heeft voor het dorp;

75

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.86.7.9

Woonbuurten Oranjewoud

6.7.8.16.7.9.1 Ontstaansgeschiedenis De dorpskern van Oranjewoud grenst aan het landgoederenlandschap Oranjewoud. Het dorp Oranjewoud is in tweeën gedeeld na het verleggen van de Rijksweg A32. Het grootste deel van de woningen komt uit de vooroorlogse periode, maar er zijn ook buurten die gebouwd zijn na de oorlog zoals de wijk Oranjewoud-Noord. Het dorp Oranjewoud heeft ongeveer 1600 inwoners. Het dorp heeft een basisschool, maar is voor veel voorzieningen aangewezen op Heerenveen. In het dorp wonen relatief veel senioren (23% is ouder dan 65).

6.7.8.26.7.9.2 Kernkwaliteiten  Karakteristieke (veelal) vooroorlogse bebouwing. Deels gelegen binnen Beschermd Dorpsgezicht Oranjewoud;  Uitstekende ontsluiting via de A32;  Gelegen in het landgoederenlandschap Oranjewoud 6.7.8.36.7.9.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Oranjewoud wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Het deel ten oosten van de snelweg is een woonbuurt in een groene setting, terwijl het deel ten westen stedelijker van aard is en ook wat meer functiemenging kent. 6.7.8.46.7.9.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 zijn een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden geschetst. Specifiek voor Oranjewoud geldt dat veel woningen voor de oorlog of kort daarna gebouwd. Voor deze buurten is sprake van een verduurzamings- en kwaliteitsopgave. De woningen moeten geschikt worden gemaakt voor de toekomst.

6.7.9.5

Ambities- en uitgangspunten

6.7.8.5 Aandachts- en uitgangspunten  Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1;  In de dorpskom van Oranjewoud wordt naar aard en schaal gebouwd. Het accent ligt hier op inbreiding en transformatie;  Als er gebouwd wordt binnen het Beschermd Dorpsgezicht, moet rekening gehouden worden met de hier aanwezige kernkwaliteiten (zie uitgangspunten in paragraaf 6.2.7).

6.7.96.7.10

Woonbuurten Oudeschoot

6.7.9.16.7.10.1

Ontstaansgeschiedenis

Oudeschoot ontstond in de late Middeleeuwen en is eeuwenlang de hoofdplaats van Schoterland is geweest. Oudeschoot ontwikkelde zich aanvankelijk westoost langs de Schoterlandseweg. Na de oorlog heeft Oudeschoot ten zuiden van de kerk een eigen uitbreiding gekregen. Daarna is de rijksweg iets in oostelijke richting verplaatst waardoor de dorpskern van de oostelijk gelegen streek is afgesneden. Intussen was de plaats Heerenveen in zuidelijke richting zo sterk gegroeid dat dit gedeelte van Oudeschoot als zelfstandig dorp werd opgeslokt door de grote buur. Dat proces is versterkt toen de weg tot autosnelweg is omgebouwd. Oudeschoot heeft op dit moment ongeveer 1550 inwoners. Voorzieningen zijn onder andere een basisschool, MFA Skoatterhûs, een gymzaal en een dorpswinkel.

6.7.9.26.7.10.2 Kernkwaliteiten  Uitstekende ontsluiting via de A32;  Gelegen nabij landgoederenlandschap Oranjewoud 6.7.9.36.7.10.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Oudeschoot wordt gekenmerkt als een rustige woonwijk met voornamelijk woonfuncties. Functiemenging komt voor in het dorpslint (zie deelgebied Schoterlandseweg). 6.7.9.46.7.10.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 zijn een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden opgenomen. Specifiek voor Oudeschoot geldt dat veel woningen kort na de oorlog zijn gebouwd. Voor deze buurten is sprake van een verduurzamings- en kwaliteitsopgave. De woningen moeten geschikt worden gemaakt voor de toekomst.

76

Met opmaak: Afstand Voor: 10 pt

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.106.7.11

De Knipe

6.7.10.16.7.11.1 Ontstaansgeschiedenis De Knipe is een streekdorp van verschillende streken dat in de late Middeleeuwen ten noorden van de Tjonger is ontstaan. Bij de Knipe zijn twee dorpsuitbreidingen gerealiseerd: ten noorden en ten zuiden van de Compagnonsvaart. De Knipe heeft op dit moment ongeveer 1400 inwoners. Voorzieningen zijn onder andere een basisschool, MFA de Barte, en diverse sportverenigingen.

6.7.11.5

Ambities- en uitgangspunten

6.7.10.5 Aandachts- en uitgangspunten  Uitgangspunten voor de lintbebouwing langs de Meyerweg en de Compagnonsvaart vind je in paragraaf 6.5.9;  Uitbreiding van de dorpskom is op dit moment niet aan de orde. Het accent ligt voorlopig op het invullen van lege plekken (inbreiding) en functieverandering bij leegstaande bebouwing;  Wanneer zich concrete werkzaamheden of ontwikkelingen voordoen, bekijken we of wensen met betrekking tot de gewenste fietsverbinding en zwemstrand kunnen worden meegenomen. 6.7.116.7.12

Mildam

6.7.11.16.7.12.1 Ontstaansgeschiedenis Mildam is een streekdorp aan de Schoterlandseweg van Oudeschoot naar Donkerbroek dat in de late Middeleeuwen is ontstaan als Brongerga nabij een plaats waar de Tjonger kon worden overgestoken. Daar heeft het dorp zijn latere naam ook aan te danken. Er ligt nu een ijzeren ophaalbrug. Aan de Schoterlandseweg staat ook de herberg ‘Het Wapen van Schoterland’, een reeks vroege (1922) woningwetwoningen en de gereformeerde kerk uit 1857 met een in 1950 vernieuwde gevel.

6.7.10.26.7.11.2 Kernkwaliteiten  Aanwezigheid van lokale voorzieningen als MFC de Barte;  Relatief dicht bij de A7 en op fietsafstand van centrum Heerenveen.

Mildam heeft op dit moment ongeveer 680 inwoners. Voorzieningen zijn onder andere een basisschool en diverse sportverenigingen. Daarnaast staat Mildam bekend om de aanwezigheid van de Ecokathedraal van Louis le Roy. Deze bijzondere plek trekt jaarlijks circa 10.000 bezoekers (zie deelgebied Woudontginning in paragraarf 6.9.7)..

6.7.11.26.7.12.2 Kernkwaliteiten  Uitstekende ontsluiting via de A32 en de Schoterlandseweg;  Gelegen nabij landgoederenlandschap Oranjewoud en het Ketliker Schar;  De Ecokathedraal.

6.7.11.36.7.12.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Mildam is een rustige woonomgeving. Functiemenging komt voor in het dorpslint (zie deel gebied Schoterlandseweg). 6.7.11.46.7.12.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 zijn de paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden geschetst. In Mildam zijn er geen specifieke toevoegingen op deze opgaven. 6.7.12.5

Ambities- en uitgangspunten

6.7.11.5 Aandachts- en uitgangspunten  Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1;  Uitgangspunten voor het dorpslint langs de Schoterlandse weg vind je in paragraaf 6.5.5.;  De Ecokathedraal wordt gekoesterd als bijzondere combinatie van cultuur en natuur. Bij een toenemend aantal bezoekers, houden we rekening met het woon- en leefklimaat van omwonenden.

6.7.10.36.7.11.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van De Knipe kent een rustige woonomgeving. Functiemenging komt voor in het dorpslint (zie deelgebied Schoterlandse Compagnonsvaart). 6.7.10.46.7.11.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 zijn een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden geschetst. Specifiek voor De Knipe zijn de volgende opgaven, ontwikkelingen en wensen aan de orde:  Door vergrijzing en ontgroening staan voorzieningen in het dorp onder druk. Het leerlingaantal op de scholen neemt tot 2030 gestaag af. In 2018 is er in De Knipe een school gesloten, er wordt daarom ingezet op het in stand houden van de overgebleven school;  Recreëren is in en rond De Knipe goed mogelijk, al kan de ontsluiting van het Oranjewoud worden verbeterd. Het bestaande wandelpad kan daartoe opgewaardeerd worden tot een fietsverbinding. Daarnaast speelt de wens om een zwemstrandje te realiseren.

77

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.8 Bedrijventerreinen 6.8.1

Beschrijving algemene uitgangspunten bedrijventerreinen

6.8.1.1 Algemeen De bedrijventerreinen zijn over het algemeen monofunctioneel ingericht; ze zijn bedoeld voor commerciële activiteiten. Tussen de bedrijventerreinen onderling bestaan wel enkele verschillen. Op een aantal terreinen (op grotere afstand van woonwijken) zijn vooral zwaardere bedrijven gevestigd, terwijl op andere plekken ook andere functies voorkomen, zoals perifere detailhandel. De openbare ruimte is in de meeste gevallen sober en efficiënt ingericht. De meeste bebouwing is functioneel en zakelijk, waarbij op zichtlocaties langs snelwegen vaak wat meer aandacht is besteed aan de vormgeving.

er in overleg met de Veiligheidsregio gedegen plannen zijn gemaakt voor de bestrijding van calamiteiten en de maatregelen voor zelfredzaamheid; Het toestaan van nieuwe bedrijfswoningen is over het algemeen niet wenselijk omdat de ontwikkelmogelijkheden van bedrijven op slot kan zetten. Langs de randen van bedrijventerreinen zien we af en toe wel mogelijkheden voor het realiseren van bedrijfswoningen of woonwerkkavels. Dit is een kwestie van maatwerk, waarbij de ontwikkelmogelijkheden van bestaande bedrijven zwaar meewegen; Voor grote delen van bedrijventerreinen geldt een welstandsluw regime. Dit betekent dat de gemeente alleen handhaaft in het geval van welstandsexcessen. Langs hoofdassen en snelwegen is spraken van zichtlocaties en is meer representatieve bebouwing gewenst; hier gelden wel welstandeisen; Op dit moment wordt voor diverse bedrijventerreinen onderzoek gedaan naar maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Doel is in het openbaar gebied en op particulier terrein maatregelen te realiseren waarmee het bedrijventerrein toekomstbestendiger wordt en een rol kunnen spelen in het natuurnetwerk; Op een aantal bedrijventerreinen zijn mogelijkheden voor perifere detailhandel aanwezig. Businesspark Fryslân zien we als primaire locatie voor perifere detailhandel.

Op andere terreinen willen we terughoudend zijn met detailhandelsmogelijkheden, om zo de vitaliteit van de centrumgebieden te waarborgen. In ons detailhandelsbeleid werken we dit verder uit.

6.8.2

6.8.1.2 Opgaven en ontwikkelingen Door klimaatverandering krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast en hittestress. Dit speelt met name in gebieden waar veel verharding of grote gebouwen aanwezig zijn, zoals bedrijventerreinen. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de maatregelen die nodig zijn om het bedrijventerrein op dit onderdeel toekomstbestendig te maken. 6.8.1.3 Algemene uitgangspunten en ambities Voor de bedrijventerreinen zijn de volgende algemene uitgangspunten van belang:  Op bedrijventerreinen bieden we maximaal ruimte voor (economische) ontwikkeling. Daarbij is het uitgangspunt dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van woonwijken voldoende is gewaarborgd. Ter plaatse van bedrijfswoningen op het bedrijventerrein vinden we een hogere milieubelasting acceptabel;  Bedrijven die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen zijn alleen toegestaan als de risico’s voldoende op voorhand in beeld zijn gebracht en

Heerenveen-Zuid

6.8.2.1 Ontstaansgeschiedenis Het bedrijventerrein Heerenveen-Zuid / Nieuwschoot is ontstaan in de jaren ’50. Het is destijds ontwikkeld voor de uitplaatsing van bedrijven uit het centrum van Heerenveen. Batavus was het eerste bedrijf dat zich vestigde in 1956. Later volgde onder andere vetsmelterij Smilde en diverse metaalproductiebedrijven. Het bevat een grote diversiteit aan bedrijven en wordt daarom gezien als een gemengd bedrijventerrein. Omdat het terrein ten opzichte van nieuwere terreinen verouderd was, is het in 2002 gerevitaliseerd.

6.8.2.2 Kernkwaliteiten  Grotendeels goed bereikbaar via snelweg A32.  Een aantal grotere, beeldbepalende bedrijven gevestigd;  Groene en oorspronkelijke landschappelijke structuren langs de Heremaweg, de Rotstergaastweg, de spoorlijn en overgang naar het beekdal van de Tjonger. 6.8.2.3 Functionele gebiedsomschrijving Het gebied is vooral gericht op (zwaardere) bedrijfsfuncties. Langs de randen van het gebied is sprake van een overgangsgebied. Kleinschaliger bedrijven zijn voornamelijk gesitueerd langs de Heremaweg/Rotstergaastweg, achter de kolfbaan en langs De Kuinder. Ook is hier een aantal reguliere (nietbedrijfs)woningen aanwezig. 6.8.2.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarop spelen de volgende specifieke opgaven:  Het terrein is deels verouderd. De ruimtelijke kwaliteit laat te wensen over en door de diversiteit van bedrijven is het profiel van het bedrijventerrein niet altijd even duidelijk. Wel zitten er een aantal grotere bedrijven die ook samenwerken met andere bedrijven (Smilde Foods, Caparis Food Pack, Batavus).  De oorspronkelijke landschappelijke structuren vormen een verbinding met het buitengebied/het landschap en vormen een aanknopingspunt voor het nader vorm te geven natuurnetwerk.

78

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.8.3.5

Ambities- en uitgangspunten

6.8.3.5 Aandachts- en uitgangspunten  Nog niet uitgegeven kavels in het gebied Haskerveen worden in beginsel gereserveerd voor het verder versterken van een cluster op het gebied van circulaire economie. De in voorbereiding zijnde Visie Circular Valley geeft hier nadere invulling en richting aan;  De hoogspanningsmasten en infrastructuur in het gebied brengen diverse ruimtelijke beperkingen met zich mee. Bij planvorming houden we hier rekening mee. 6.8.4

De stedenbouwkundige uitgangspunten van het bestemmingsplan uit 2012 staan nog grotendeels overeind 6.8.2.5 Ambities- en uitgangspunten  Op het terrein zijn geen uitgeefbare kavels meer. Accountmanagement richt zich op versterken van de bestaande clusters/structuurversterkende bedrijven en herinvulling van leegkomende bebouwing;  De groene structuren in het gebied blijven behouden en worden waar mogelijk verder versterkt om een rol te spelen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit;  Langs de Heremaweg en de Rotstergaastweg zien we mogelijkheden voor kleinschalige combinaties van werken en wonen. Waar mogelijk wordt daarbij het groene karakter van de Heremaweg en de Rotstergaastweg versterkt. Voor de locatie Jongbloed zijn dergelijke plannen al in ontwikkeling;  In het kader van nieuw detailhandelsbeleid kijken we hoe we om willen gaan met onbenutte plancapaciteit voor perifere detailhandel. 6.8.3

Haskerveen en Ecopark de Wierde

6.8.3.1 Ontstaansgeschiedenis Het gebied Haskerveen ligt ten noorden van de A7 en ten westen van het Heerenveens Kanaal. Het gebied rondom stortplaats de Dolten is later uitgebreid tot Ecopark de Wierde, waar de verwerkings- en scheidingsactiviteiten van Omrin plaatsvinden. In het kader van de ontwikkelingen van de A7-zone is het bedrijventerrein later stapsgewijs uitgebreid. Onlangs is hier het Nationaal Testlab Circular Plastics gevestigd. Ook ligt in dit gebied nog een voormalige zandwinplas.

Kanaal

6.8.4.1 Ontstaansgeschiedenis Bedrijventerrein Kanaal is ontstaan als traditioneel bedrijventerrein aan het Heerenveens Kanaal. Naast watergebonden bedrijvigheid, staan hier bedrijven uit zwaardere milieucategorieën. Het gebied wordt begrensd door de A7, het Heerenveens Kanaal en de Spoorlijn Leeuwarden-Zwolle. 6.8.3.2 Kernkwaliteiten  Vanwege de ligging nabij de A7 grotendeels goed ontsloten via de snelweg en deels zichtlocatie;  Clustervorming op het gebied van circulaire economie. 6.8.3.3 Functionele gebiedsomschrijving In het gebied komen voornamelijk zwaardere bedrijfsfuncties voor. Op dit

terrein zijn de 2 bedrijven gevestigd, die vallen onder de categorie Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Dit zijn bedrijven die gevaarlijke stoffen verwerken en een grote impact op de omgeving kunnen hebben in het geval van calamiteiten. 6.8.3.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarom speelt voor dit terrein de volgende opgaven en ontwikkelingen:  Op Haskerveen ontstaat een concentratie van partijen die actief zijn op het gebied van hergebruik van kunststoffen/plastics. O.a. de Kunststofscheidingsinstallatie (KSI) van Omrin, Midwaste en HVC is hier gerealiseerd. Dit heeft een aantrekkende werking op partijen die deze reststoffen weer verwerken tot nieuwe producten (bv. Morssinkhof). Ook het Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics (proeffabriek voor mechanische recycling) is hier gevestigd. Daarmee kan het gebied een prominente rol gaan spelen in de ontwikkeling van Heerenveen tot circular valley.  In het gebied komen diverse hoogspanningsleidingen bij elkaar bij hoogspanningsstation Oudehaske. Dit station wordt de komende jaren uitgebreid in verband met de verzwaring van het net. Dit geeft (koppel)kansen voor het gebied in het kader van de energietransitie.

Zo wordt voor de zandwinplas onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om koude- en warmte op te slaan en zal een (drijvend) zonnepark gerealiseerd worden.

6.8.4.2 Kernkwaliteiten  Diverse kavels ontsloten via het Heerenveens Kanaal door de beschikbaarheid van een insteekhaven en zwaaikom;  Groot deel van het terrein ligt op grote afstand van woonfuncties (mogelijkheden voor zwaardere milieucategorieën) 6.8.4.3 Functionele gebiedsomschrijving Bedrijventerrein Kanaal is een industrieterrein met een zwaardere categorie bedrijvigheid. Rondom bedrijventerreinen Kanaal is een geluidszone van toepassing. Dit betekent dat gevoelige bestemmingen in de omgeving beschermd worden tegen de (gecumuleerde) geluidsproductie van het terrein. Omgekeerd betekent het dat bij woningbouw in de omgeving van het gebied (binnen de geluidzone) rekening moet worden gehouden met de geluidsproductie van bedrijven. Daarnaast zijn er verschillende bedrijven gevestigd die gevaarlijke stoffen verwerken en geur- of stofhinder kunnen veroorzaken.

Op dit terrein is één bedrijf gevestigd, dat valt onder de categorie Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Dit zijn bedrijven die gevaarlijke stoffen verwerken en een grote impact op de omgeving kunnen hebben in het geval van calamiteiten.

79

Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Lijstalinea, Met opsommingstekens + Niveau: 1 + Uitgelijnd op: 0 cm + Inspringen op: 0,63 cm Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Default, Links

Met opmaak: Lettertype: 12 pt

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.8.5

Bedrijventerrein Leeuwarder Straatweg

6.8.5.1 Ontstaansgeschiedenis 6.8.5 Tussen de lintstructuur langs de (voormalige) Rijksstraatweg en de Heresloot ligt het bedrijventerrein Leeuwarder Straatweg. In de strook grond tussen de Heresloot en de Leeuwarderstraatweg bevindt zich het oudste bedrijventerrein van Heerenveen.

6.8.4.4 Opgave en ontwikkelingen In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarop spelen voor dit terrein de volgende opgaven en ontwikkelingen:  De vaarweg van Heerenveen naar het Prinses Margrietkanaal is geschikt voor beroepsvaart en daarmee een belangrijk onderdeel van de multimodale ontsluiting van Heerenveen. Naar aanleiding van het provinciale besluit om geen ontheffingen meer te verlenen voor klasse Va schepen naar Heerenveen, heeft de gemeente onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om een deel van deze beroepsvaarweg om te leggen en in te bedden in de gehele gebiedsontwikkeling. Mede op basis van het onderzoek en de onderliggende maatschappelijke kosten/batenanalyse hebben provincie en gemeente eind 2019 besloten nog geen maatregelen te treffen;  Op 22 juni 2020 heeft de gemeenteraad besloten tot een bijdrage voor de realisatie van een calamiteitenroute op het bedrijventerrein. 6.8.4.5

Ambities- en uitgangspunten

6.8.4.5 Aandachtspunten en uitgangspunten  Bij de realisatie van nieuwe bedrijvigheid in het gebied wordt de gezamenlijke geluidsproductie getoetst aan de geluidszone;  Provincie en gemeente blijven monitoren of de binnenhaven van Heerenveen op deze manier in de toekomst passend bereikbaar is;  Met de realisatie van een nieuwe calamiteitenroute wordt de mogelijkheid om calamiteiten te bestrijden en om het gebied te ontvluchten verbeterd;  Voor het faciliteren van grotere schepen over het Heerenveens Kanaal streven provincie en gemeente maatwerk na.

6.8.5.2 Kernkwaliteiten Bereikbaar via de Heresloot. Functionele gebiedsomschrijving 6.8.5.3 De bedrijvigheid heeft zich, vooral in het zuidelijke gedeelte, vermengd met de oorspronkelijke lintbebouwing. Hierdoor is hier een menging van wonen en werken ontstaan. Meer naar het noorden heeft het gebied een zuiver industrieel karakter. De woonfunctie beperkt zich hier over het algemeen tot bedrijfswoningen. De bedrijvigheid is voor een deel watergebonden, vanwege de ligging aan de Heresloot. 6.8.5.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarop spelen voor dit terrein geen specifieke opgaven.

groot deel van de Perifere Detailhandel Vestigingen (PDV) in Heerenveen is gevestigd op het Business Park Friesland. Vooral op het gebied van bouwmarkten en doe-het-zelf-zaken is er sprake van een forse clustering, 80% van het verkoopvloeroppervlak in deze branche in Heerenveen is hier te vinden.

Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Lettertype: 10 pt

De gronden ten zuiden van de Jousterweg vormen het bedrijventerrein Nijehaske, grenzend aan de gelijknamige woonwijk. Op dit terrein is deels perifere detailhandel gevestigd en combinaties van wonen/werken.

6.8.6.2 Kernkwaliteiten  Zichtlocatie aan de A7. De zone langs de A7 heeft een generieke bedrijvenbestemming, maar staat ook kantoren toe;  Goede ontsluiting door ligging nabij de snelweg;  Sterke clustervorming op het gebied van PDV;  Gevarieerd aanbod;  Jousterweg als historische structuur.

Met opmaak: Kop 4

Met opmaak: Lettertype: 10 pt

Met opmaak: Lettertype: 10 pt

6.8.6.3 Functionele gebiedsomschrijving Het gebied is gekenmerkt als een bedrijventerrein, met een sterk accent op perifere detailhandel. Aan de westzijde is een deel waarin een aantal kantorenfuncties zijn gerealiseerd en waar in het bestemmingsplan mogelijkheden zitten voor verdere ontwikkeling van deze functie.

6.8.5.5 Ambities- en uitgangspunten Het bedrijventerrein blijft in de huidige omvang bestaan, waarbij de huidige bedrijven hun de (perceelsgebonden) ontwikkelmogelijkheden behouden. 6.8.6

Met opmaak: Kop 4

Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Standaard Met opmaak: Lettertype: 10 pt

Businesspark Friesland en bedrijventerrein Nijehaske

Met opmaak: Lettertype: 10 pt Met opmaak: Lettertype: 10 pt

6.8.6.1 Ontstaansgeschiedenis Businesspark Friesland (BPF) is een modern bedrijvenpark dat is bedoeld voor hoogwaardige bedrijven in de lichte industrie, distributie en groothandel. Een

80

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.8.7

Internationaal Bedrijventerrein Friesland (IBF)

6.8.7.1 Ontstaansgeschiedenis Het Internationaal Bedrijvenpark Friesland (IBF) ligt in de oksel van het klaverblad A7-A32 en is daarmee in alle windrichtingen optimaal ontsloten. Het terrein is in totaal bijna 300 ha groot en ruim opgezet om grootschalige en logistieke bedrijvigheid goed te accommoderen. IBF biedt plaats aan een sterk ontwikkeld logistiek cluster, inclusief aanverwante dienstverlening Daarnaast is het zuivelcluster prominent aanwezig (Royal A-ware Foodgroep, Fonterra, Ausnutria Hyproca, Kaasmakerij Henri Willig). Met het oog op het realiseren van een landschappelijk en functioneel goede overgang van de lintbebouwing aan Het Meer en de Zestienroeden naar het bedrijventerrein is een groene bufferzone in het gebied opgenomen.

geluidsproductie van bedrijven. De Kavels vormt een bedrijventerrein dat vooral gericht is op logistiek. 6.8.7.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarop spelen voor dit terrein de volgende opgaven en ontwikkelingen:  Op het bedrijventerrein zijn veel logistieke bedrijven gevestigd. Het ontwikkelen van nieuwe voorzieningen op het gebied van logistiek zorgt ervoor dat deze bedrijven zich toekomstbestendig kunnen ontwikkelen. Bij de transitie naar duurzame energie, is het wenselijk dat deze bedrijven zoveel mogelijk gebruik gaan maken van duurzame brandstoffen.  Op het IBF zijn nog diverse kavels uit te geven. In het kader van zuinig ruimtegebruik is het wenselijk om de resterende grond uit te geven aan bedrijven die passen bij het profiel van het terrein en daarbij zoveel mogelijk gronden te benutten. 6.8.7.5

6.8.6.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8.1 staan een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen. Aanvullend daarop spelen voor dit terrein de volgende opgaven en ontwikkelingen:  De ruimtelijke kwaliteit laat op een paar plekken te wensen over. Het oogt nu meer als een bedrijventerrein dan als een grootschalig winkelgebied. Rondom de detailhandelsfuncties is een meer representatieve uitstraling gewenst en meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Deels ligt dit op het pad van particulieren. Ook de kwaliteit van de openbare ruimte langs de Jousterweg kan worden verbeterd;  Met betrekking tot perifere detailhandel is regelmatig sprake van zaken die hun assortiment uitbreiden buiten de gebruikelijke producten (branchevervaging). Concurrentie met het centrum is daarbij ongewenst. Dit vraagt om een nadere uitwerking in het detailhandelsbeleid.

6.8.7.5 Aandachts- en uitgangspunten  Inspanningen vanuit accountmanagement en acquisitie richten zich met name op het versterken van het bestaande cluster van logistieke activiteiten en aanverwante dienstverlening. Oftewel: behoud en versterking van bestaande partijen en het toevoegen/invullen van niches binnen het logistieke ecosysteem;  De landschappelijk inpassing aan de oostzijde van IBF levert een bijdrage op het gebied van klimaatadapatie, biodiversiteit en de beeldkwaliteit;  De hoofdontsluitingsas en de noord-zuid-georiënteerde verkavelingsstructuur worden behouden en versterkt als ruimtelijke kwaliteiten van het terrein.

6.8.8 6.8.6.5

Ambities- en uitgangspunten

6.8.6.5 Aandachts- en uitgangspunten  BPF is in Heerenveen de primaire locatie voor de vestiging van perifere detailhandel. Bij het opstellen van nieuw detailhandelsbeleid worden de mogelijkheden voor perifere detailhandel verder begrensd;  De groen- en waterstructuur geven het gebied een representatieve uitstraling. Behoud van deze structuren is daarom een belangrijk uitgangspunt. De structuren kunnen gebruikt en versterkt voor opgaven op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit;  De groenbuffer tussen BPF en woonbebouwing aan de Jousterweg in zuidwesthoek van het bedrijventerrein blijft in stand;  Waar mogelijk wordt de ruimtelijke uitstraling van het terrein verbeterd. Daarbij denken we onder andere aan het verbeteren en vergroenen van de openbare ruimte langs de Jousterweg. Ook verleiden we ondernemers te om de uitstraling van hun kavels en gebouwen representatief gehouden. Waar het kan, worden combinaties gezocht met de opgave op klimaatadaptatie.

Ambities- en uitgangspunten

6.8.7.2 Kernkwaliteiten  Zichtzone ten zuiden, zuidoosten en oosten van het snelwegknooppunt A7/A32;  Goede bereikbaarheid door directe aansluitingen op de A7 en A32;  Aanwezigheid landschappelijke bufferzone;  Een noord-zuidgerichte verkavelingsstructuur die is gebaseerd op het oorspronkelijke landschap;  Clustervorming op het gebied van (duurzaam) transport en logistiek. 6.8.7.3 Functionele gebiedsomschrijving Bedrijventerrein IBF is een industrieterrein met een zwaardere categorie bedrijvigheid. Rondom bedrijventerreinen IBF is een geluidszone van toepassing. Dit betekent dat gevoelige bestemmingen in de omgeving beschermd worden tegen de gecumuleerde geluidsproductie van het terrein. Omgekeerd betekent het dat bij woningbouw in de omgeving van het gebied (binnen de geluidzone) rekening moet worden gehouden met de

Met opmaak: Tekstkleur: Auto

Bedrijventerrein Spikerboor

6.8.8.1 Ontstaansgeschiedenis Een groot deel van bedrijventerrein Spikerboor werd gerevitaliseerd na de sloop van mengvoederfabriek UTD. De vrijgekomen ruimte werd bestemd voor kleinschalige bedrijven met een beperkte milieuhinder. 6.8.8.2 Kernkwaliteiten  Bedrijventerrein Spikerboor is goed bereikbaar door de ligging dichtbij de snelweg A32 en het treinstation van Akkrum;  Diverse kavels worden ontsloten via de Polsleat. 6.8.8.3 Functionele gebiedsomschrijving Het bedrijventerrein Spikerboor bestaat uit verschillende deelgebieden. Op het deel van het terrein dat is gerevitaliseerd zijn vooral gemengde kleine en middelgrote bedrijven gevestigd. Bij een aantal kleinschalige bedrijven is een bedrijfswoning aanwezig. Een aantal bedrijven aan de Polsleatwei is gericht op watersport.

81

Met opmaak: Links

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Aan de zuidwest- en zuidkant van het gebied zijn een aantal grootschalige bedrijven uit zwaardere milieucategorieën gevestigd. Deze maken deels gebruik van de Polsleat als aan- en afvoerroute. Rondom bedrijventerreinen Spikerboor is een geluidszone van toepassing.

6.8.9

Integrale gebiedsontwikkeling Klaverblad Noordoost

6.8.9.1 Ontstaansgeschiedenis Op dit moment wordt de ontwikkeling van gebied Klaverblad Noordoost (KNO) voorbereid. KNO is een bijzonder plan vanwege het gevoerde proces (samen met de inwoners) als ook het te behalen inhoudelijke eindresultaat: een kwalitatief hoogwaardige en integrale gebiedsontwikkeling met een (duurzaam) bedrijventerrein, een zonnepark en natuurinclusieve landbouw. Op een bijzondere manier en in samenhang ingepast in het landschap. 6.8.9.2 Kernkwaliteiten  Uniek profiel met een duurzame mix van bedrijventerrein, een zonnepark en natuurinclusieve landbouw;  Kansen voor recreatief medegebruik en hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. 6.8.9.3 Functionele gebiedsomschrijving Klaverblad Noordoost bestaat uit een aantal verschillende functies. Een deel wordt bestemd als bedrijventerrein. Daarnaast een deel met een zonnepark en een deel agrarisch (natuurinclusieve landbouw).

6.8.8.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.8.1 zijn een paar algemene opgaven voor bedrijventerreinen geschetst. Aanvullend daarop spelen voor dit terrein de volgende opgaven en ontwikkelingen:  De Feansterdyk vormt de dorpsentree van Akkrum. Langs deze route is een representatieve uitstaling gewenst. Andere functies kunnen daar aan bijdragen;  Bij de uitbreiding van bedrijfsactiviteiten worden gevoelige bestemmingen in de omgeving door (toetsing aan) de vastgestelde geluidszone beschermd tegen de (gecumuleerde) geluidsproductie van het terrein. Omgekeerd moet bij woningbouw in de omgeving van het gebied (binnen de geluidzone) rekening worden gehouden met de geluidsruimte van bedrijven; 6.8.8.5

6.8.9.4 Ontwikkelingen en opgave Omdat de beschikbaarheid van bedrijvenkavels op bestaande terreinen in Heerenveen terugloopt, wordt een deel van het gebied Klaverblad-Noordoost ingevuld met bedrijventerrein. Het bedrijventerrein wordt specifiek ontwikkeld om binnen de regio ruimte te bieden voor grotere bedrijven. Het bedrijventerrein heeft dan ook een (boven)regionale functie.

6.8.9.5 Aandachts- en uitgangspunten  In totaal is er in het plan ruimte voor (netto) 20 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein. Het gebied wordt in stappen ontwikkeld. KNO wordt in eerste instantie ingevuld met 60 hectare agrarisch gebied (natuurinclusieve landbouw), 30 hectare zonnepark en (netto) 10 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein. Besluitvorming over de andere 10 hectare bedrijventerrein vindt in een later stadium plaats;  Duurzaamheid speelt een centrale rol in het nieuwe bedrijventerrein. Op dit moment wordt gemerkt aan de criteria waaraan de te vestigen bedrijven moeten voldoen. De beoogde bedrijfscategorieën wordt daarnaast afgestemd op woonfuncties in de omgeving, zodat het woon- en leefklimaat van omwonenden beschermd is. Er wordt een milieueffectrapport gemaakt om de effecten in beeld te brengen en maatregelen te verkennen;  De groene zone tussen KNO en de Streek blijft als open agrarisch gebied in stand. Binnen de gebiedsontwikkeling KNO wordt bekeken of recreatieve functies/verbindingen kunnen worden gerealiseerd. De recreatieve routes verbinden KNO via de groene zone met de Streek.

 In het schetsontwerp zijn zeven ontwerpprincipes opgenomen zoals: o het versterken van bestaande (zicht)lijnen in het landschap; o het reserveren van ruimte voor de hoogspanningsleiding en de Lelylijn; o en het aanhouden van een groene horizon vanaf de zijde van de Aengwirderweg.

Na het doorlopen van een open planproces – het zogenaamde Sinnetafelproces - is voor het gebied een schetsplan gemaakt. Op basis daarvan heeft de gemeenteraad op 2 april 2019 besloten om een bestemmingsplan en een landschapsplan te ontwikkelen.

Ambities- en uitgangspunten

6.8.8.5 Aandachts- en uitgangspunten  Langs de Feansterdyk zijn er mogelijkheden voor woon-werkkavels. Bij de realisatie van nieuwe functies wordt rekening gehouden met de milieuhinder én de ontwikkelmogelijkheden van de aanwezige bedrijvigheid.

Het schetsontwerp voor Klaverblad-Noordoost

82

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.9 Buitengebied 6.9.1

Kenschets en algemene uitgangspunten buitengebied

6.9.1.1 Algemeen Het buitengebied heeft in belangrijke mate een agrarische functie. Veel gronden hebben een agrarische bestemming. Daarnaast zijn er ook aanzienlijke delen van het buitengebied bestemd voor natuur. Een combinatie van deze functies komt uiteraard ook voor (bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer). Het buitengebied vormt voor veel inwoners en bezoekers ook een belangrijke plek om te recreëren. Er zijn daarom verschillende wandel-, fiets-, ATB- en ruiterpaden. Tussen de verschillende landschapstypen bestaan wel verschillen. Er zijn gebieden waar de oude, kleinschalige ontginningsstructuur nog grotendeels aanwezig is. Voorbeelden zijn de woudontginning en het klei-op-veengebied. De schaal van het landschap is hier kleiner. Daarnaast zijn er ook gebieden die zijn ingepolderd of later door middel van ruilverkaveling geschikt gemaakt voor de landbouw. Deze gebieden hebben vaak een grotere schaal. Voorbeelden zijn de veenpolder aan weerszijden van de Aengwirderweg en delen van de Tjongervallei.

Opgaven en ontwikkelingen 6.9.1.2 De opgaven voor het buitengebied staan al in het thematische deel van de visie (zie paragraaf 5.5). Samengevat gaat het om het volgende:  De diversiteit van het landschap vormt een belangrijke kwaliteit van onze gemeente. We zorgen er daarom voor dat nieuwe ontwikkelingen passen in het landschap op een manier dat de verschillende landschapstypen herkenbaar blijven of zelfs worden versterkt;  Voor de vrijkomende agrarische bedrijven is een nieuwe bestemming wenselijk. Zeker als het gaat om karakteristieke stelpboerderijen of kop-

hals-rompboerderijen. Met wonen, kleinschalige bedrijvigheid of toeristisch-recreatieve functies wordt een nieuwe invulling gegeven aan gebouwen die we graag behouden en onderhouden. Het omvormen van voormalig agrarische bedrijven naar een nieuwe bestemming, geeft mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering door agrarische bebouwing te slopen die geen functie meer heeft.; Er liggen verschillende opgaven op het gebied van biodiversiteit en het waterbeheer. We grijpen ontwikkelen in het buitengebied aan kwaliteit aan het landschap toe te voegen en waar nodig te herstellen.

6.9.1.3 Algemene uitgangspunten en ambities buitengebied Voor het buitengebied zijn de volgende ambities en algemene uitgangspunten van toepassing:  Bij ontwikkelingen in het buitengebied zetten we in op het behouden en versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten die zijn genoemd in paragraaf 6.9.2 tot en met 6.9.9;  In het gebied zetten we in op de ontwikkeling van landbouw met een duurzaam en natuurinclusief ontwikkelperspectief. In het buitengebied hebben agrarische bedrijven over het algemeen meer ontwikkelmogelijkheden dan in de linten en dorpskomen; we houden daarbij rekening met de ontwikkelruimte die is toekend met het vaststellen van de notitie Geurhinder 2015;  Bij uitbreiding van bestaande erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting vanaf een bepaalde omvang vragen we daarnaast om een extra investering in het landschap (kwaliteitsimpuls). Deze omvang verschilt per landschapstype (zie paragraaf 6.9.2 tot en met 6.9.8). De methodiek hiervoor is beschreven in paragraaf 5.5.2 en werken we nog verder uit;  Vrijkomende agrarische bedrijven willen we een passende bestemming geven. Daarbij bieden we mogelijkheden voor toeristisch-recreatieve functies, kleinschalige vormen van wonen en bedrijvigheid.

Bij het slopen van agrarische bebouwing geven we (vanaf een bepaalde omvang) bouwrechten voor de realisatie van een nieuwe woning. Daarmee wordt de sanering van verouderde agrarische bebouwing betaald (ruimte-voorruimte). De exacte mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bedrijven werken we nog uit in een programma;  Nieuwe woonerven of agrarische erven in het buitengebied zijn mogelijk wanneer hiermee een bestaand (milieu)knelpunt wordt opgelost (bijvoorbeeld de verplaatsing van een agrarisch bedrijf dat niet verder kan groeien). Daarnaast zijn er mogelijkheden om een nieuwe woning te bouwen wanneer er (voormalig) agrarische bebouwing wordt gesaneerd (ruimte-voor ruimte). In die gevallen wordt een locatie gezocht die past bij het bebouwingsbeeld van het landschapstype (zie kernkwaliteiten per landschapstype in paragraaf 6.9.2 tot en met/, 6.9.8);  Bij het realiseren van zonneparken en solitaire windmolens houden we rekening met de bestaande kernkwaliteiten. Bij grotere initiatieven vragen we om een kwaliteitsimpuls (versterken van de kernkwaliteiten). Dit werken we verder uit in ons zonneparken- en windbeleid;

Kleinschalige toeristisch-recreatieve ontwikkelingen worden gestimuleerd. Daarbij zetten we in op slimme groei; waarbij toerisme en de kernkwaliteiten van een gebied elkaar versterken, bijvoorbeeld door bij te dragen aan herstel en behoud van (cultuur)historie, versterken van routestructuren, de leefbaarheid en beleefbaarheid; Bij het aanplanten van nieuwe landschapsstructuren en het vergroten van het waterbergend vermogen houden we nadrukkelijk rekening met de landschappelijke kenmerken en de biodiversiteit. We versterken het natuurnetwerk door zoveel mogelijk gebieden en gebiedjes met elkaar te verbinden. We kiezen daarbij voor gebiedseigen soorten en variatie.

Specifieke uitgangspunten per landschapstype zijn beschreven in de volgende paragrafen. 6.9.2

Veenweidegebied

6.9.2.1 Ontstaansgeschiedenis Aan de noordzijde van onze gemeente ligt het veenweidegebied. Het landschappelijke beeld in dit gebied wordt bepaald door de aanwezigheid van een pakket laagveen in de ondergrond. Het dorp Aldeboarn ligt midden in het gebied. Rondom Akkrum ligt ook een aantal gebieden waar een dik veenpakket aan de oppervlakte ligt. Daarnaast grenst het gebied aan De Deelen en de Hooivaart in het zuiden en via de Wijde Ee aan Nationaal Park de Alde Feanen in het noorden. Bewoning in het gebied bestaat van origine uit verspreid liggende bebouwing op hoger gelegen terpen. Deze terpen kennen deels beschermde archeologische waarden. Aan deze oude structuren zijn later verschillende ruilverkavelingswegen en boerderijen toegevoegd. Bijvoorbeeld langs de Fjurlanswei.

83

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 is te typeren als een rustig buitengebied. In het gebied liggen diverse natuurgebieden die verbonden zijn met de aanwezigheid van veen, petgaten of open water. Daarnaast zijn er woonerven en kleinschalige bedrijfsfuncties aanwezig.

6.9.2.4 Ontwikkelingen en opgaven Algemene opgaven die spelen in het buitengebied zijn benoemd in paragraaf 5.56 en/of 6.9.1. Specifiek voor dit gebied speelt nog het volgende:

6.9.2.2 Kernkwaliteiten Kenmerkende kwaliteiten van het veenweidegebieden die we willen behouden en versterken:  In de veenbodem is veel koolstof (CO2) vastgelegd. Door het hoge organisch stof gehalte is de bodem vruchtbaar en kan deze veel vocht vasthouden. Behoud van dit veenpakket is daarom wenselijk;  Grootschalige openheid en ruime zichtlijnen, doordat er weinig bebouwing en opgaande beplanting aanwezig is;  Verspreid liggende bebouwing op terpen. Veelal agrarische erven of voormalige boerderijen met karakteristieke stelp of kop-hals-romp boerderijen. Door de aanwezige erfbeplanting vormen de erven groene bakens in het landschap;  Waterrijke omgeving met (deels) bevaarbare waterverbindingen;  Het opkwellende grondwater van de hogere zandgronden heeft over het algemeen een goede kwaliteit, is rijk aan mineralen (vooral kalk en ijzer).  Verschillende natte natuurgebieden en percelen met agrarisch natuurbeheer (weidevogelbeheer);  De verkavelingsstructuur bestaat uit smalle, opstrekkende percelen gericht op de ontginningsas (de Boorne of het Oud diep). Op sommige plekken verspringt de verkavelingsrichting.  (oude) Paden en verbindingen door het landschap waardoor het landschap beleefbaar is.

6.9.2.3 Functionele gebiedsomschrijving Het veenweidegebied kent een agrarisch functie, al dan niet in combinatie met agrarisch natuurbeheer (weidevogelbeheer) of als ganzenfourageergebied. Het

Door de oxidatie van het veen in het gebied ontstaan problemen met funderingen, verdichting van de bodem, uitstoot van CO2, vermindering van de landbouwopbrengst, aanpassingen in de waterhuishouding en terugloop van de biodiversiteit. Aan de andere kant liggen er ook kansen om met een volledige aanpak de biodiversiteit te vergroten, de CO2-uitstoot terug te dringen, toerisme en recreatie te stimuleren en alternatieve verdienmogelijkheden voor boeren te creëren. Dit is de reden dat het gebied Aldeboarn / De Deelen in de Veenweidevisie is aangemerkt als kansrijk gebied. Het dalen van de veenbodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.

gebiedsplan, wordt bekeken of deze paragraaf moet worden geactualiseerd; Bij uitbreiding van bestaande agrarische erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting tot 2,0 ha vragen we de initiatiefnemer om het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij grotere erven vragen we ook om een kwaliteitsimpuls in het landschap, waarmee het plan een bijdrage levert aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten; Het vergroten van het waterbergend vermogen, koppelen we aan het “leesbaar” maken van het landschap en het vergroten van de biodiversiteit. Bij het graven van nieuwe sloten hebben we een voorkeur voor het herstellen van oude slootpatronen of het realiseren van sloten met flauwe taluds (natuurvriendelijke oevers); Kleinschalige toeristisch-recreatieve ontwikkelingen worden gestimuleerd. In dit gebied denken we daarbij aan het herstel van cultuurhistorische routes, rustpunten, kleinschalige water(sport)recreatie, bed & breakfast, kamperen bij de boer, kleinschalige gastaccommodaties of innovatieve verblijfsrecreatieconcepten.

Vanwege de lage ligging is de berging van water in natte periodes een aandachtspunt in dit gebied. Door het dalen van de bodem zijn maatregelen nodig om het waterbergende vermogen in het gebied op orde te houden. In verband met klimaatverandering verwachten wij dat het veenweidegebied vaker een rol gaat spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water. Door inwoners, boeren (Gebiedscollectief it Lege Midden) en Stichting Beekdallandschap Koningsdiep/ De Nije Boarn wordt gewerkt aan oplossingen voor de veenweideproblematiek. Er zijn onder andere proeven opgestart met grondwatergestuurd peilbeheer, andere vormen van maïsteelt en het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. Er wordt naar gestreefd om in 2021 een door de streek gedragen gebiedsplan te laten vaststellen door de betrokken gebiedspartijen. 6.9.2.5 Aandachts- en uitgangspunten Voor dit gebied hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten:  We ondersteunen het gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen actief. Samen met inwoners, boeren en andere ondernemers kijken we naar een toekomstbestendige invulling van het gebied. Na afronding van het

84

Omgevingsvisie Heerenveen 2040

6.9.3

Beekdal van de Boorne en de Dracht

6.9.3.1 Ontstaansgeschiedenis De Boorne vormt de vroegere ontwatering van het veengebied aan de oostzijde van Friesland naar de (voormalige) Middelzee. Langs de Boorne (en een aantal zijrivieren) zijn kleiafzettingen gerealiseerd (klei-op-veen). Het meanderende verloop is daardoor nog herkenbaar in ligging van dijken en de verkaveling van het gebied. De Boorne kende verschillende zijrivieren. Zo werd het gebied ten zuiden van de Boorne afgewaterd vanuit de Dracht; een naam die we nu nog in het centrum van Heerenveen terug zien. De vroegere bedijking is nog te herkennen in het kronkelende verloop van de Van Sminiawei. In de Middeleeuwen moesten de laaggelegen landerijen in het Lage Midden door de hemdijken tegen het hoge water beschermd worden. Om te voorkomen dat het gebied Oostergo last kreeg van het water in het Lage Midden werd ten noorden van de Boorne de Leppedijk aangelegd. Het buurtschap Oude Schouw is gelegen op de driesprong van de rivier de Boorne en de Nieuwe Wetering (nu onderdeel van het Prinses Matgrietkanaal). Dit is eeuwenlang een belangrijk ontmoetingsen pleisterplaats aan de rijkstraatweg geweest van Leeuwarden naar Heerenveen. Reizigers van en naar Leeuwarden werden eerst op dit punt per boot overgezet. Het hotel-restaurant De Oude Schouw in deze buurtschap is al sinds de 17e eeuw in gebruik.

Rond 1950 werd de driesprong een kruising toen het gedeelte van het Prinses Margrietkanaal richting Grouw gereed kwam. Met de aanleg van een hoge verkeersbrug in 1951 en de aanleg van Rijksweg A32 in 1963 werd Oude Schouw voortaan door het verkeer gepasseerd en nam het belang van de buurtschap en het hotel aanzienlijk af. 6.9.3.2 Kernkwaliteiten Kenmerkende kwaliteiten in het beekdal die we willen behouden en versterken:  Klei-op-veen-ondergrond;  Zicht op en beleefbaarheid van de Boorne;  De cultuurhistorische waarde van Middeleeuwse dijktracés, waaronder de Leppedyk en de Van Sminiawei;  Openheid en ruime zichtlijnen;  Onregelmatige blokverkaveling;  Verspreid liggende bebouwing op (voormalige) terpen. Deels met beschermde archeologische waarden;  Oude routes/verbindingen zowel over water als over land (zoals het Jaabikspaad) door het landschap;  Onregelmatige blokverkaveling op de klei-op-veengronden.

Uitsnede Cultuurhistorische Kaart Fryslân met dijktracés, (voormalige) kloosters en kerken en boerderijplaatsen

85

Omgevingsvisie Heerenveen 2040

6.9.3.3 Functionele gebiedsomschrijving De beekdalen hebben voornamelijk een agrarische functie, al dan niet in combinatie met agrarisch natuurbeheer (weidevogelbeheer). In het gebied liggen diverse natuurgebieden die verbonden zijn met de aanwezigheid van veen, petgaten of open water. Daarnaast zijn er verschillende woonerven en kleinschalige bedrijfsfuncties aanwezig. Het is te typeren als een rustig buitengebied.

Het dalen van de veenbodem (in de omgeving) en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.

Met opmaak: Afstand Voor: 10 pt

6.9.3.5 Aandachts- en uitgangspunten  We ondersteunen het gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen actief. Samen met inwoners, boeren en andere ondernemers kijken we naar een toekomstbestendige invulling van het gebied. Na afronding van het gebiedsplan, wordt bekeken of deze paragraaf moet worden geactualiseerd;  Bij uitbreiding van bestaande agrarische erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting tot 2,0 ha vragen we de initiatiefnemer om het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij grotere erven vragen we ook om een kwaliteitsimpuls in het landschap, waarmee het plan een bijdrage levert aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten;  Het toevoegen van nieuwe waterberging draagt bij aan de leesbaarheid van het landschap of een grotere biodiversiteit. Dit kan door slootpatronen te herstellen of door sloten met flauwe taluds te realiseren (natuurvriendelijke oevers);  Kleinschalige toeristisch-recreatieve ontwikkelingen worden gestimuleerd. In dit gebied denken we daarbij aan het herstel van cultuurhistorische routes, rustpunten, kleinschalige water(sport)recreatie, bed & breakfast, kamperen bij de boer, kleinschalige gastaccommodaties of innovatieve verblijfsrecreatieconcepten.

6.9.3.4 Ontwikkelingen en opgave Algemene opgaven die spelen in het buitengebied zijn benoemd in paragraaf 5.6 5 en/of 6.9.1. Specifiek voor dit gebied speelt nog het volgendespelen de onderstaande aspecten. Ook in dit gebied speelt de problematiek van veenbodemdaling. Al daalt de bodem hier minder hard door de aanwezigheid van een kleidek. Het gebied rondom Aldeboarn maakt deel uit van het gehele gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen voor een nadere beschrijving (zie paragraaf 6.2.1). Langs de Boorne liggen mogelijkheden om (routegebonden) recreatie verder te ontwikkelen. Het vaarwater van de Boorne maakt onderdeel uit van de Turfroute. Daarnaast loopt het Jabikspaad (Jacobuspad) langs deze rivier. De Boorne geeft dus mogelijkheden voor ontwikkeling van cultuurhistorie, natuurbeleving en waterrecreatie-gerelateerde voorzieningen én (kleinschalige) voorzieningen, accommodaties en rustplaatsen voor recreanten op land. Bovendien worden combinaties van water- en landrecreatie ook steeds relevanter. Omdat het gebied laag ligt, is de berging van water in natte periodes een aandachtspunt. In verband met klimaatverandering gaat het gebied vaker een rol spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water.

86

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.9.4

De Deelen

6.9.4.1 Ontstaansgeschiedenis In het midden van het Heerenveense laagveengebied ligt natuurgebied De Deelen. De Deelen is één van de gebieden in Friesland die het laatst verveend is. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werd nog turf gestoken. Het gebied is na de vervening niet door de landbouw in gebruik genomen, maar als uitgeveend laagveenmoerasgebied blijven bestaan. Het afgegraven veengebied is nu een mozaïek van water, riet, moerasbosjes en kleine, smalle graslanden. De Deelen is als Natura 2000-gebied aangewezen voor de bescherming van verschillende vogelsoorten, omdat het een slaap- en rustplaats biedt en een plek om te foerageren. Dat laatste gebeurt overigens ook in de wijde omgeving van De Deelen. De Deelen is onder meer belangrijk voor vijf vogelsoorten die broeden binnen het gebied: de roerdomp, de purperreiger, de bruine kiekendief, de zwarte stern en de rietzanger. De Deelen is een kwetsbaar ecosysteem met flora en fauna, bodemleven en waterleven waarin de vogels het meest zichtbare deel van de voedselketen zijn.

6.9.4.3 Functionele gebiedsomschrijving De Deelen is een natuurgebied, met een beperkt recreatief medegebruik.

6.9.4.5 Ambities en uitgangspunten  Nieuwe bebouwing in het gebied is alleen aan de orde als het kleinschalig is en ten dienste staat van het beheer of de beleving van het natuurgebied en de natuurwaarden;  Bij ontwikkeling van de toeristisch-recreatieve medegebruik houden we rekening met de draagkracht en natuurwaarden in het gebied;  Ontwikkelingen in het veenweidegebied rondom De Deelen komen ten goede aan de waarden en waterhuishouding van De Deelen;  We onderzoeken actief de mogelijkheden om de kernkwaliteit donkerte (en de beleving daarvan) in de omgeving van De Deelen verder te versterken.

6.9.4.4 Ontwikkelingen en opgaven Vanwege de natuurfunctie is het gebied De Deelen minder ingeklonken dan de veengebieden die voor de landbouw worden gebouwd. Het gebied ligt daardoor hoger dan de directe omgeving, waardoor water wegsijpelt uit het gebied en aanvoer van gebiedsvreemd water nodig is. Het realiseren van een nattere bufferzone rondom De Deelen kan dit effect verminderen. Deze mogelijkheid wordt verder onderzocht in de integrale planvorming voor het gebied Aldeboarn-De Deelen. De Deelen kent nu 50.000-60.000 bezoekers per jaar. Het gebied is het meest toegankelijk vanaf de parkeerplaats bij de Hooivaart. Deze ingang ligt erg afgelegen en is lastig te bereiken. Met het toevoegen van een extra toegangspoort vanuit het noorden kunnen meer mensen genieten van het gebied. Met een verbinding langs de Bolsloot kan Aldeboarn functioneren als toegangspoort voor het gebied. Een extra poort kan daarbij bijdragen aan spreiding van de bezoekers. Ook bestaat er al jaren de wens voor de realisatie van een fietspad door De Deelen. Uiteraard moet bij veranderingen in het gebied rekening worden gehouden met de kwetsbare natuurwaarden ter plaatse.

6.9.4.2 Kernkwaliteiten  Aanwezigheid van natte natuur: laagveenmoeras;  Broed- en rustplaats voor beschermde vogelsoorten. Het gebied is daarom aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn;  Het kenmerkend patroon van petgaten en legakkers (stripen) is door de provincie aangemerkt als aardkundig waardevol gebied;  Aanwezigheid van rust, stilte en donkerte. Het gebied is daarom ook aangewezen als provinciaal stiltegebied;  Ontbreken van bebouwing en niet-natuurfuncties;  Aanwezigheid van een netwerk aan paden, vlonders en bruggetjes waardoor het gebied beleefbaar is voor o.a. wandelaars.

87

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.9.5

Veenpolders

6.9.5.1 Ontstaansgeschiedenis De veenpolders liggen in Heerenveen aan weerszijden van het lint Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot. In 1854 is het gebied ingepolderd omdat het door de veenontginning was veranderd in een nat onland. Doordat het veen hier in het verleden is afgegraven, behoren deze polders tot de laagst gelegen gebieden van Friesland (1,5 tot 2 m beneden NAP). Op meerdere plekken zijn wegen en andere landschappelijke structuren gemarkeerd met flinke bomensingels.

De veenpolders worden begrensd door de Hooivaart in het noorden en de Schoterlandse Compagnonsvaart in het zuiden. Het zuidelijke deel van de polder is daarbij bebouwd door industrieterreinen de Kavels en IBF.  6.9.5.3 Functionele gebiedsomschrijving De veenpolders hebben voornamelijk een agrarische functie, waarbij in een aantal gebieden het accent sterk op natuur of agrarisch natuurbeheer ligt. Daarnaast liggen er diverse woonpercelen in het gebied. Het gebied valt te typeren als een rustig buitengebied. 6.9.5.4 Ontwikkelingen en opgaven Algemene opgaven die spelen in het buitengebied zijn benoemd in paragraaf 5.6 5 en/of 6.9.1. Specifiek voor dit gebied speelt nog het volgendespelen de onderstaande aspecten.

van nieuwe functies wordt de verkavelingsrichting van het landschap steeds benadrukt en versterkt; Het aanplanten van nieuwe landschapselementen draagt zoveel mogelijk bij aan het versterken van de bestaande landschapsstructuur (o.a. verkavelingsrichting) en de biodiversiteit; Een nieuwe snelfietsroute tussen Heerenveen en Drachten wordt door de gemeente zoveel mogelijk gefaciliteerd. Daarbij zetten we in op een aantrekkelijke en comfortabele fietsroute, die optimaal wordt ingepast in het landschap; Bij uitbreiding van bestaande agrarische erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting tot 2,0 ha vragen we de initiatiefnemer om het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij grotere erven vragen we ook om een kwaliteitsimpuls in het landschap, waarmee het plan een bijdrage levert aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten; Het vergroten van het waterbergend vermogen, koppelen we aan het “leesbaar” maken van het landschap en het vergroten van de biodiversiteit. Bij het graven van nieuwe sloten wordt aangesloten bij de bestaande kavelrichting en hebben we een voorkeur voor sloten met flauwe taluds (natuurvriendelijke oevers); Kleinschalige toeristisch-recreatieve ontwikkelingen worden gestimuleerd.

In dit gebied denken we daarbij aan het herstel van cultuurhistorische routes, rustpunten, bed & breakfast, kamperen bij de boer, kleinschalige gastaccommodaties of innovatieve verblijfsrecreatieconcepten.

De veenpolders behoren tot de laagst gelegen gebieden van Friesland. Vanwege de lage ligging is de berging van water in natte periodes een aandachtspunt in dit gebied. In verband met klimaatverandering verwachten wij dat veenpolders vaker een rol gaan spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water.

6.9.5.2 Kernkwaliteiten Kenmerkende kwaliteiten in de veenpolders die we willen behouden en versterken:  Langgerekte strokenverkaveling, waarbij de verkavelingsrichting en structuur nog wordt bepaald door de veenontginning;  Dijken, polderdijken, petgaten;  Aanvullen met bebouwingskarakteristiek (zie nota erfgoed)  Waterstructuur met ringvaarten, sloten en polderijken (poldersysteem);  Open landschap met ruimtelijke geleding door de laanstructuren en de verschillende ruilverkavelingsbosjes;  Aanwezigheid van flora en fauna; met name in de laanstructuren en de verschillende ruilverkavelingsbosjes van Staatsbosbeheer;  Het opkwellende grondwater van de hogere zandgronden heeft over het algemeen een goede kwaliteit, is rijk aan mineralen (vooral kalk en ijzer).

Het dalen van de veenbodem (in de omgeving) en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen. In het kader van de Fietsagenda Zuidoost-Friesland 2019-2023 is onderzoek gedaan naar het realiseren van een snelfietsroute tussen Heerenveen en Drachten. Een mogelijke route loopt door het deelgebied Veenpolders. Realisatie van deze fietsroute voorziet in een gezonder en duurzamer verkeersalternatief. 6.9.5.5 Aandachts- en uitgangspunten  De veenpolder vormt een relatief nieuw en grootschalig landschapstype in onze gemeente. We zien hier aanknopingspunten voor een transformatie van het landschap. De ruilverkavelingsbosjes en groenstructuren kunnen verder worden versterkt tot een afwisselend en aantrekkelijk landschap, waar ook ruimte is voor nieuwe functies op het gebied van klimaatadaptatie (waterberging) en energieopwekking. Bij het toevoegen

88

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.9.6

Hoogveenontginning

6.9.6.1 Ontstaansgeschiedenis Dit landschapstype is ontstaan door de ontginning van het hoogveen. Deze ontginning is in 1551 gestart in Heerenveen en heeft zich in een aantal eeuwen oostwaarts verplaatst tot voorbij Jubbega (3de sluis). De langwerpige veengebieden werden in de lengte met een kanaal doorsneden: de Schoterlandse Compagnonsvaart. Haaks daarop werden zogenoemde wijken (of wiken) gegraven en weer haaks daarop greppels. De vaarten en wijken dienden zowel voor de afvoer van turf als voor de ontwatering van het gebied.

6.9.6.3 Functionele gebiedsomschrijving De landerijen in de hoogveenontginning hebben in veel gevallen een agrarische functie. De meeste boerderijen zijn gevestigd aan de Compagnonsvaart. Aan de wijken komen echter veel kleinschalige percelen voor, waarbij de woonfunctie dominant is en af en toe ook niet-agrarische bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend. Dit gebied wordt daarom gezien als een buitengebied met het accent op functieverweving. 6.9.6.4 Ontwikkelingen en opgaven Algemene opgaven die spelen in het buitengebied zijn benoemd in paragraaf 5.6 5 en/of 6.9.1. Specifiek voor dit gebied speelt nog het zijn er mogelijkheden voor de ontwikkeling van toerisme en recreatie, gericht op de ontdekking van het landschap en de historie van veenontginning.

6.9.6.5 Aandachts- en uitgangspunten  Bij uitbreiding van bestaande agrarische erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting tot 2,0 ha vragen we om het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij grotere erven vragen we ook om een kwaliteitsimpuls in het landschap;  Bij het graven of dempen van sloten wordt het oorspronkelijke wijkenpatroon zoveel mogelijk versterkt;  Waar mogelijk dragen nieuwe landschapselementen bij aan het versterken van de bestaande landschapsstructuur (o.a. verkavelingsrichting) en de biodiversiteit;  Kleinschalige toeristisch-recreatieve ontwikkelingen worden gestimuleerd. In dit gebied denken we daarbij aan het herstel van cultuurhistorische routes, het uitbreiden van het wandel- en ATB- en ruiterpadennetwerk, rustpunten, bed & breakfast, kamperen bij de boer, kleinschalige gastaccommodaties of innovatieve verblijfsrecreatieconcepten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=6575840f-6c76-45d4-8efb-edbfae984757