Bijlage 1 - Vast te stellen Omgevingsvisie Heerenveen_met wijzigingen
Tekst van het document
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.2
Historische lintstructuren Heerenveen
6.5.2.1 Ontstaansgeschiedenis Een aantal historische lintstructuren vormen de oorspronkelijke levensaders van Heerenveen. De veenontginning werd in de 16e eeuw gestart vanuit deze lijnelementen. Later werden daar nieuwe lijnen aan toegevoegd om Heerenveen te verbinden met andere kernen, zoals de Rijksstraatwegen. De historische lintstructuren zijn de volgende: Breedpad - Lindegracht / van Harenspad – Heideburen – het Meer De Dracht; Gedempte Molenwijk Leeuwarderweg - Schans / Fok – Herenwal; Burgemeester Falkenaweg – Marktweg - Wolvegaasterweg Koningin Julianaweg (Oranjewoud) Koningin Wilhelminaweg (Oranjewoud)
6.5.2.3 Functionele gebiedsomschrijving In de meeste delen van de lintstructuur is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast woningen, zijn incidenteel lichte bedrijvigheid, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Nabij het centrum van Heereveen ligt het accent daarbij meer op horeca en detailhandel, terwijl op de plekken verder van het centrum, de woonfunctie dominant is.
6.5.2.4 Ontwikkelingen en opgaven Een aantrekkelijke en herkenbare hoofdstructuur draagt bij aan de beleving en identiteit van locaties. Een goede inrichting van de openbare ruimte zorgt ervoor dat je je makkelijk kunt oriënteren en dat je jezelf veilig voelt. Het maakt een plaats leefbaar en stimuleert bovendien het gebruik ervan. Een hierbij passende inrichting en beheer van de hoofdstructuur is daarom van belang voor het functioneren van de ruimtelijke structuur.
6.5.2.5 Ambities- en uitgangspunten Zie algemene uitgangspunten voor de linten onder paragraaf 6.5.1; Binnen stedelijk gebied is het invullen van lege plekken in het lint over het algemeen wenselijk en mogelijk (inbreiding). Bij het toevoegen van nieuwe bebouwing houden we rekening met de bestaande kenmerken en cultuurhistorische waarden binnen de lintstructuur. Het bebouwingsritme van het lint wordt zoveel mogelijk behouden en versterkt; De Burgemeester Falkenaweg wordt comfortabeler en veiliger gemaakt voor fietsers.
De Burgemeester Falkenaweg is onderdeel van een belangrijke (regionale) fietsroute naar het centrum. Er wordt bekeken of deze fietsroute kan worden geoptimaliseerd. Ook op andere plekken kunnen fietsroutes worden verbeterd. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan fietsroutes met een regionale functie. Een aantal van deze routes zijn onderdeel van de Fietsagenda ZO-Friesland. 6.5.2.2 Kernkwaliteiten Bepalend voor de identiteit en beleving van Heerenveen; De historische structuren bevatten veel monumenten en karakteristieke gebouwen; De historische linten vormen een belangrijk onderdeel van de groenstructuur. Op sommige delen is waardevolle (oudere) laanbeplanting aanwezig.
59
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.3
Lintbebouwing / dorpsentrees Akkrum
6.5.4.2 Kernkwaliteiten Groene dorpsentree aan de Wjitteringswei; Cultuurhistorische waarde: voormalig onderdeel van de ontwatweringsstructuur van het veengebied (Wjittering); Gevarieerde lintbebouwing langs de Braksdyk. Daarbij gaat het deels om voormalige boerderijen op ruime (groene) percelen en deels om naoorlogse bebouwing. Doordat de bebouwing aan één kant van de weg zit, is er vrij zicht op het open landschap; Langs een deel van de Braksdyk is laanbeplanting aanwezig; De percelen langs de Wjitteringswei en de Braksdyk zijn georiënteerd op de openbare weg, maar grenzen aan de achterzijde ook aan Boarne.
6.5.3.1 Ontstaansgeschiedenis De dorpsentrees van Akkrum zijn de historische invalswegen Ljouwerterdyk, Feansterdyk en de Boarnsterdyk/Kanadeeskestrjitte. Ook de Galamaleane en de Grytmanswei zijn plekken met historische bebouwing, die een entree naar het dorp vormen (vanaf het NS-Station). Trigreppel is een bebouwingslint langs een historische waterstructuur.
6.5.3.5 Ambities en uitgangspunten Bij de wens om dorpsentrees ruimtelijk te verbeteren, proberen we werkmet-werk te maken. Bijvoorbeeld wanneer er onderhoudswerkzaamheden gepland zijn voor het wegdek of de riolering. Daarbij nemen we ook het groener en klimaatbestendiger van de openbare ruimte mee. 6.5.4
6.5.3.2 Kernkwaliteiten Divers en aantrekkelijk bebouwingsbeeld met (veelal) vooroorlogse bebouwing; Langs een deel van de Ljouwerterdyk en de Boarnsterdyk zicht op de Boarne en het open landschap (bebouwing aan één kant van de weg); Langs de Boarnsterdyk en Feansterdyk (deels): aanwezigheid van een groenstructuur met laanbeplanting; Trigreppel: aantrekkelijk en kleinschalig bebouwingsbeeld langs een historische waterstructuur. 6.5.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Van origine is in de bebouwinglinten sprake van functiemenging (wonen, bedrijvigheid, maatschappelijke functies). Langs de Ljouwerterdyk en de Boarnsterdyk is de woonfunctie dominant, terwijl langs de Feansterdyk de bedrijfsfuncties en woon-werkkavels van bedrijventerrein Spikerboor het beeld (ten westen) van deze dorpsentree bepalen. Langs Trigreppel, de Galamaleane en de Grytmanswei is de woonfunctie dominant.
Lintbebouwing / dorpsentrees Aldeboarn
6.5.4.1 Ontstaansgeschiedenis Dit gebied heeft betrekking op de lintbebouwing langs de Wjitteringswei, de dorpsentree bij Tsjerkebuorren en de lintbebouwing langs de Braksdyk / Easterboarn. De dorpsentree bij Tjerkebuorren is de afgelopen jaren veranderd door nieuwe bebouwing. 6.5.4.3 Opgaven en ontwikkelingen Er worden plannen gemaakt om de Wjitteringswei voor een deel opnieuw in te richten. Hierover worden gesprekken met het dorp gevoerd. 6.5.4.4 Ambities en uitgangspunten Bij de herinrichting van de Wjitteringswei wordt cultuurhistorische waarde zoveel mogelijk gerespecteerd en zichtbaar gemaakt; Zichtrelaties met het open veenweidelandschap wordt behouden en versterkt.
6.5.3.4 Opgaven en ontwikkelingen Uit het leefbaarheidsonderzoek Akkrum-Nes blijkt dat de dorpsentrees ruimtelijk verbeterd kunnen worden. Voorbeelden die genoemd zijn: bij de spoorovergang, het NS-station, de Feansterdyk, en de Stringen en via het water: Dam Beton).
60
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.5
Schoterlandseweg (inclusief Nieuweschoot, Jubbega-Schurenga en Hoornsterzwaag)
6.5.5.1 Ontstaansgeschiedenis Langs de hoger gelegen verbindingsweg van Oudeschoot naar Donkerbroek, kwamen in de Middeleeuwen verschillende boerderijen en verspreid liggende bebouwing tot ontwikkeling. De weg die nu de Schoterlandseweg heet, werd vroeger de Binnenweg genoemd. Vanuit deze ontginningsas werd het gebied bewoond en geschikt gemaakt voor landbouw. Later groeiden verschillende delen van deze route uit tot dorpskernen (zie aparte paragrafen over Oudeschoot, Mildam en Nieuwehorne-Oudehorne). Op andere plekken bleef het alleen bij het dorpslint, zoals Nieuweschoot (139 inwoners) en Hoornsterzwaag (800 inwoners).
6.5.5.3 Functionele gebiedsomschrijving In de lintbebouwing is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast agrarische bedrijven en woningen, komen hier (incidenteel) nietagrarische bedrijven, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen voor. Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor de Schoterlandse weg is daarnaast de opgave van verdroging van belang. Als gevolg van klimaatverandering en de daling van de bodem in het veengebied, kan de verdroging in de hoger gelegen zandgebieden toenemen, wat gevolgen heeft voor de aanwezige bomen en vegetatie. Daarom is het belangrijk om in dit deelgebied zoveel mogelijk water vast te houden in de bodem.
6.5.5.4 Ambities en uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor inpassing van nieuwe bebouwing en functies in het lint worden geschetst in paragraaf 6.5.1. Bij het toevoegen van bebouwing langs de Schoterlandse weg houden we daarnaast zoveel mogelijk rekening met de aanwezige houtsingelstructuren en de kleinschalige maat van de kavels in de woudontginning; De Schoterlandse weg is een provinciale weg. In overleg met de provincie maken we de weg veiliger, waarbij de belangrijke verkeerfunctie gewaarborgd blijft; Bij bouwplannen en ontwikkelingen in dit gebied streven we naar het laten wegzakken (infiltreren) en vasthouden van water in de bodem.
6.5.5.2 Kernkwaliteiten Smalle strokenverkaveling dwars op de Schoterlandse weg; Karakteristiek voor deze streek zijn woudhuisjes en kleine boerderijtjes. Verder veel vrijstaande woonhuizen, veelal georiënteerd op de openbare weg; Aanwezigheid van Middeleeuwse kerken op diverse plekken langs de Schoterlandse weg; De aanwezigheid van houtsingels, vaak in de kavelrichting. Deze bepalen het kleinschalige, besloten karakter langs het lint; Doorzichten naar het achterliggende woudontginningslandschap; Openbaar groen en laanbeplanting langs de Schoterlandse weg.
61
Met opmaak: Lettertype: 10 pt
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.6
Katlijk
6.5.6.1 Ontstaansgeschiedenis Katlijk is een streekdorp van verschillende streken dat in de late Middeleeuwen ten noorden van de Tjonger is ontstaan. Na het graven van de Schoterlandse Compagnonsvaart, is er sprake van drie buurten bij Katlijk. Nieuw Katlijk aan de Compagnonsvaart is als naam verdwenen; dit wordt al lange tijd Bontebok genoemd (sinds 1980 een zelfstandig dorp). De streken van Groot Katlijk -W.A. Nijenhuisweg en omgeving, ook wel de ‘boerenstreek’ genoemd - en Klein Katlijk -, Weversbuurt en omgeving - bestaan nog. Zuidelijker is er dan ook nog bebouwing te vinden aan de Schoterlandseweg. Later is het dorpslint aan de W.A. Nijenhuisweg uitgebreid met een klein woonwijkje. Katlijk heeft op dit moment ongeveer 600 inwoners. Het dorp is voor veel voorzieningen aangewezen op kernen in de omgeving.
6.5.6.5 Ambities en uitgangspunten Voor het toevoegen van woningen kijken we in Katlijk naar de het functieverandering van bestaande bebouwing of het invullen van plekken binnen de lintbebouwing; Het verbeteren van de verkeersveiligheid nemen we mee in de planning van verkeersmaatregelen. Waar mogelijk koppelen we dit aan andere onderhouds- of inrichtingsmaatregelen. 6.5.7
6.5.6.2 Kernkwaliteiten Karakteristieke vooroorlogse bebouwing; Rustig en mooi woondorp in een groene setting; Aanwezigheid Thomaskerk met klokkestoel en begraafplaats; Gelegen nabij landgoederenlandschap Oranjewoud, het Ketliker Schar, Ketliker Heide en beekdal van de Tjonger. 6.5.6.3 Functionele gebiedsomschrijving Het dorp Katlijk wordt omschreven als een rustige woonomgeving, met een beperkte mate van functiemenging in het dorpslint (W.A. Nijenhuisweg).
Gersloot-Polder
6.5.7.1 Ontstaansgeschiedenis Na de inpoldering van de veendistricten, werd in dit gebied in het begin van de twintigste eeuw bebouwd. Gersloot-Polder viel vroeger onder het dorp Gersloot. In 2013 kreeg het eigen plaatsnaamborden. Omdat de bewoning in de kern aan de Tijnjeweg net niet dicht genoeg werd bevonden om het te duiden als een bebouwde kom besloot de gemeente witte borden neer te zetten in plaats van blauwe. Mede door de aanwezigheid van voorzieningen zoals de Doarpskeamer en een voetbalvereniging, heeft het lint een eigen identiteit. 6.5.7.2 Kernkwaliteiten Smalle strokenverkaveling dwars op de Tijnjeweg; Bebouwingsbeeld wordt bepaald door boerderijen uit het begin van de 20e eeuw en later toegevoegde bebouwing; Doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap; Openbaar groen en laanbeplanting langs de Tijnjeweg; Ligging nabij natuurgebied De Deelen.
6.5.7.3 Functionele gebiedsomschrijving In dit lint is vooral sprake van agrarische functies. Een deel van de boerderijen heeft de agrarische functie verloren en is ondertussen in gebruik als woonboerderij. Ook zijn er een aantal maatschappelijke functies toegevoegd. Gersloot-Polder wordt daarom gekenmerkt als een lint met een beperkte mate van functiemenging. 6.5.7.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor Gersloot-Polder zijn ook de volgende opgaven en ontwikkelingen aan de orde: Vanwege de lage ligging is de berging van water in natte periodes een aandachtspunt in dit gebied. In verband met klimaatverandering gaan de veenpolders vaker een rol spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water; Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.. 6.5.7.5 Ambities en uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing in het lint worden geschetst in paragraaf 6.5.1. Langs de Compagnonsvaart houden we zoveel mogelijk rekening met de doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap; Waar mogelijk wordt de bestaande (openbare) groenstructuur versterkt.
6.5.6.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Daarnaast speelt dat in de kleine kernen de vraag naar nieuwe woningen terugloopt. De focus ligt daardoor op het verbeteren van het bestaand bebouwd gebied.
62
Met opmaak: Geen afstand, Regelafstand: Meerdere 1,15 rg, Met opsommingstekens + Niveau: 1 + Uitgelijnd op: 0 cm + Inspringen op: 0,63 cm
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.8
Aengwirden (Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot)
6.5.8.1 Ontstaansgeschiedenis De Aengwirderweg met daaraan de dorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot vormt een Middeleeuwse ontginningsas. Vanuit deze hoger gelegen rug werd het veengebied ontwaterd en geschikt gemaakt voor landbouw. De dorpen waren gedurende de 18de en 19de eeuw een centrum van de vervening. Omstreeks 1850 kwam dit tot een eind en hebben de verveningen een waterig onland achtergelaten. De landen werden ingepolderd en in cultuur gebracht. Deze dorpen zijn met het noordoostelijke gedeelte van Heerenveen in 1936 bij Schoterland gevoegd om de gemeente Heerenveen te vormen.
6.5.8.3 Functionele gebiedsomschrijving In de lintbebouwing is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast agrarische bedrijven en woningen, komen hier (incidenteel) nietagrarische bedrijven, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen voor.
De streekdorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd, en Gersloot vormen een vrijwel ononderbroken doorlopende bebouwing. In de dorpen wonen samen circa 1600 inwoners, waarbij Tjalleberd de grootse kern vormt met ca. 840 inwoners.
6.5.8.5 Ambities en uitgangspunten Woningbouwlocatie de Eide is de eerst aangewezen plek voor nieuwbouw van woningen in Aengwirden. Verder ligt het accent op het invullen of transformeren leegstaande gebouwen, zoals leegstaande schoolgebouwen of vrijkomende agrarische bedrijven; De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing in het lint staan in paragraaf 6.5.1. Langs de Aengwirderweg houden we daarnaast specifiek rekening met de doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap; Bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan de Aenwirderweg zorgen we er voor dat de weg veiliger wordt voor voetgangers en fietsers (werk-met-werk maken); Na realisatie van de nieuwe school in Tjalleberd zijn de maatschappelijke functies op één plek geconcentreerd. Daarmee kan Aengwirden de komende jaren vooruit op het gebied van voorzieningen.
6.5.8.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor de Aengwirderweg spelen ook de volgende opgaven en ontwikkelingen: Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen. Een veilige en eenduidige inrichting van de Aengwirderweg kan ook het gebruik door fietsers en voetgangers bevorderen. 6.5.8.2 Kernkwaliteiten Smalle strokenverkaveling dwars op de Aengwirderweg (kenmerkend voor veengebieden); Afwisselende bebouwing van overwegend vrijstaande woningen en boerderijen; Doorzichten naar het achterliggende veenpolderlandschap; Openbaar groen en laanbeplanting langs de Aengwirderweg; Ligging nabij natuurgebied De Deelen.
63
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.9
Schoterlandse Compagnonsvaart (inclusief Bontebok)
6.5.9.5 Ambities en uitgangspunten In Bontebok is nog een woningbouwlocatie beschikbaar die kan worden ingevuld. Verder zetten we in op het invullen van lege plekken in de lintbebouwing en functieverandering bij leegstaande (bedrijfs)gebouwen; De algemene uitgangspunten voor het toevoegen van bebouwing van het in het lint staan in paragraaf 6.5.1. Daarnaast houden we langs de Compagnonsvaart rekening met de doorzichten naar het achterliggende hoogveenontginningslandschap en de herkenbaarheid van de wijkenstructuur.
6.5.9.1 Ontstaansgeschiedenis In 1551 werd op initiatief van drie heren -– van Dekema, Cuyck en Foeyts - een compagnie opgericht, met als doel grote stukken land op te kopen en aan veenontginning te doen. De Schoterlandse Compagnonsvaart werd dwars door het veengebied gegraven om zo de turf gemakkelijk te kunnen afvoeren. In 1566 was de Schoterlandse Compagnonsvaart uitgegraven tot De Knipe en in 1640 was de veenontginning gevorderd tot de herberg van Bonte Bock. Bontebok heeft op dit moment 400 inwoners en een eigen dorpshuis. Rond 1720 reikte de veenontginning tot Jubbega. Doordat de ontwatering in de veengebieden aan weerszijden van de Schoterlandse Compagnonsvaart goed was, ging het steken van turf hier lange tijd door. Het huidige eindpunt van de vaart, vlak bij de gemeentegrens, werd pas rond 1800 bereikt.
Met opmaak: Uitvullen
6.5.9.3 Functionele gebiedsomschrijving In de lintbebouwing is van origine een sterke menging van functies aanwezig. Naast agrarische bedrijven en woningen, zijn hier (incidenteel) niet-agrarische bedrijven, detailhandelsfuncties, horeca en maatschappelijke voorzieningen. 6.5.9.4 Ontwikkelingen en opgaven Naast de een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren speelt langs de Compagnonsvaart de opgave van het herkenbaar en beleefbaar houden van de kenmerkende wijkenstuctuur. Op verschillende plekken zijn de wijken gedempt of dichtgegroeid.
6.5.9.2 Kernkwaliteiten Kenmerkende ontginningsstructuur die wordt gevormd door de Schoterlandse compagnonsvaart en de wijken; Lintbebouwing langs de Compagnonsvaart in (sterk) wisselende dichtheid; Laanbeplanting langs de vaart en elzensingels langs de wijken; Afwisselende bebouwingsbeeld van boerderijen en woonhuizen Doorzichten naar het achterliggende hoogveenontginningslandschap.
64
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.5.10
Haskerdijken - Nieuwebrug - Leeuwarder Straatweg
6.5.10.1 Ontstaansgeschiedenis Haskerdijken is ontstaan in de buurt van het klooster Maria’s Rozendal of het Haskerconvent dat omstreeks 1235 is gesticht op de plaats waar de vrome kluizenaar Dodo zijn kluis had. Op de grietenijkaart van 1718 staat langs de lange kronkelige Hasker Dijken verspreide bebouwing van vooral boerderijen. Een nieuwe rechte dijk kreeg naast de functie van waterkering die van verbindingsweg. In 1826 werd deze route grotendeels gebruikt om er een deel van de Rijksstraatweg van Leeuwarden naar Zwolle over aan te leggen. Zuidelijker is het buurtschap Nieuwebrug gevormd bij een sluis en een nieuwe brug in de vaart die naar de Polder van het 4e en 5e Veendistrict leidt.
.
In Haskerdijken wonen op dit moment circa 400 inwoners. In Nieuwebrug 200. Voor voorzieningen is men aangewezen op Akkrum en Heerenveen. In Haskerdijken is een dorpshuis en een omnivereniging met korfbal en volleybal.
6.5.10.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.5.1 worden een aantal algemene opgaven voor de lintstructuren beschreven. Specifiek voor dit deelgebied zijn ook de volgende opgaven en ontwikkelingen aan de orde: In Haskerdijken zijn nog een aantal woonkavels in te vullen aan de Stobbegasterweg; Door vergrijzing en ontgroening staan voorzieningen in het dorp onder druk. Omdat de school in Haskerdijken sinds een aantal jaren gesloten is, is het in stand houden van een ontmoetingsplek belangrijk voor de leefbaarheid in het dorp. Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen.
6.5.10.2 Kernkwaliteiten Een aanzienlijk deel van de percelen ligt aan open vaarwater; Veelal grotere woonpercelen in een groene, beschutte setting; Op fietsafstand van Heerenveen en Akkrum
6.5.10.5 Aandachts- en uitgangspunten In de dorpen Haskerdijken en Nieuwebrug bouwen we naar aard en schaal. Woningbouw is mogelijk op de bestaande locatie aan het Stobbegaasterpad. Daarnaast is een incidentele inbreiding langs de Leeuwarderstraatweg mogelijk als daarmee de ruimtelijke situatie verbeterd.; Het bedrijventerrein langs de Leeuwarder Straatweg wordt voortgezet.
6.5.10.3 Functionele gebiedsomschrijving De bebouwing langs de Leeuwarder Straatweg kan worden gezien als een lintbebouwing waar een grote diversiteit aan functies voorkomt; wonen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen en groene gebieden. Dicht nabij Heerenveen is sprake van een bedrijventerrein, waar verschillende bedrijven een relatie hebben met het Heresloot die langs het gebied loopt. Bij Haskerdijken is dit lint uitgegroeid tot een (kleine) dorpskern. Hier is de woonfunctie dominant en is sprake van een rustige woonomgeving.
65
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.6 Hoofdassen en infrastructuur 6.6.1
Kenschets en algemene uitgangspunten hoofdassen en infrastructuur
6.6.1.1 Algemeen In de 20ste eeuw zijn in Heerenveen een aantal hoofdassen toegevoegd om de ontsluiting van woongebieden en bedrijventerrein mogelijk te maken. Voorbeelden zijn de K.R. Poststraat, de Atalantastraat-Koornbeursweg en de Haskeruitgang. Deze straten hebben daarmee een belangrijke verkeersfunctie. Vaak zijn deze hoofdassen ook onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Later in de 20ste eeuw zijn snelwegen aangelegd. Deze wegen hebben een stroomfunctie voor het doorgaande verkeer. De eerdere rijkswegen werden verlegd en uitgebouwd tot snelwegen. Rond 2000 werd bij Heerenveen het Klaverblad geopend.
6.6.1.3 Algemene uitgangspunten en ambities Voor de hoofdassen en snelwegen zijn de volgende algemene ambities van belang: Het gaat om lange lijnen die verschillende gebieden met elkaar verbinden. Bij de hoofdassen en snelwegen is waarborgen van de (doorstroom)functie voor het autoverkeer belangrijk. Bij aanvragen voor grotere (publieksaantrekkende) functies of nieuwe uitritten, houden we hier rekening mee; Waar de groenstructuur wordt onderbroken, kan deze worden aangevuld en versterkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de kansen voor biodiversiteit (gebiedseigen soorten, variatie in soorten); Bebouwing langs deze lijnen staat op een ’zichtlocatie’. Een zorgvuldige vormgeving van nieuwe gebouwen op deze locatie vinden we belangrijk. In het welstandsbeleid houden we daar rekening mee. 6.6.2
6.6.2.2 Kernkwaliteiten De hoofdassen vormen langere lijnen met een belangrijke functie voor de ontsluiting van het verkeer uit de centrum-, woon- en werkgebieden van Heereveen. Belangrijke publieke functies, waaronder scholen, (vrijwel alle) sportterreinen en bijvoorbeeld museum Belvédère staan aan deze lijnen; De structuur en samenhang van de bebouwing langs deze lijnen en de inrichting van de openbare ruimte is in belangrijke mate bepalend voor de beleving van de identiteit van Heerenveen; Op veel plekken ligt langs de ontsluitingswegen een stevige groenstructuur. De diverse aangrenzende sportterreinen versterken het groene karakter; De bebouwing bestaat deels uit grotere bebouwingselementen met commerciële of maatschappelijke functies (zoals kantoren en scholen), maar ook woonfuncties, die herkenbare elementen langs de lijnen vormen.
Hoofdassen Heerenveen
6.6.2.1 Ontstaansgeschiedenis Voor de ontsluiting van het autoverkeer zijn in Heerenveen een aantal hoofdassen gerealiseerd. De volgende straten functioneren nu als gebiedsontsluitingwegen in Heerenveen: K.R. Poststraat – Trambaan Atalantastraat – Koornbeursweg – Oude Veenscheiding Oranje Nassaulaan – Rottumerweg De Kuinder - Industrieweg - de Zanden – D.S. Kingweg - Haskeruitgang De Weinmakker Hoofdontsluiting IBF
6.6.1.2 Opgaven en ontwikkelingen Een aantrekkelijke en herkenbare hoofdstructuur draagt bij aan de beleving en identiteit van locaties. De structuur en samenhang van de bebouwing langs deze lijnen is bepalend voor de beleving van de identiteit van Heerenveen. Samen met een goede inrichting van de openbare ruimte zorgt het ervoor dat je je makkelijk kunt oriënteren en dat je je veilig voelt. Het maakt een plaats leefbaar en stimuleert bovendien het gebruik ervan. De hoofdassen en infrastructuur zijn in veel gevallen belangrijke dragers van de groenstructuur; bijvoorbeeld in de vorm van laanbeplanting. Daarnaast verbinden deze lijnen de bebouwde omgeving met omliggende natuurgebieden en het landschap. In het Duurzaamheidsprogramma is de wens opgenomen om de groenstructuur te verstevigen en groene gebieden beter met elkaar te verbinden (natuurnetwerk). Zo wordt het leefgebied van planten en dieren groter. Daarnaast speelt het groen een rol bij het klimaatbestendig maken van de gemeente; in de gebieden kan water worden opgevangen en verkoeling worden geboden op hete zomerdagen.
6.6.2.3 Functionele gebiedsomschrijving Het functieprofiel langs de hoofdassen verschilt per gebied. Er zijn onderdelen waar de kantoorfunctie het beeld bepaald (deel K.R. Poststraat en Trambaan) of waar de woonfunctie bepalend is. Op plekken dichter in de buurt van het centrum is sprake van meer functiemenging (bijv. Koornbeursweg of langs de Ds. Kingweg). 6.6.2.4 Ontwikkelingen en opgave In samenhang met de aanpak van de A32 staan in de komende jaren verschillende verkeersprojecten op de planning. Daarbij gaat het om de as Oranje Nassaulaan - rotonde Burgemeester Falkenaweg – Rottumerweg. Ook bij de Burgemeester Falkenaweg en de K.R. Poststraat (vanaf de Nieuwstraat) is een herinrichting voorzien. Deze ontwikkelingen zijn van belang om de regionale en lokale bereikbaarheid van Heerenveen als regionale economische kern te garanderen. Langs de K.R. Poststraat en de Atlantastraat-Koornsbeursweg is door een geleidelijke toename van verkeer de kwaliteit van de leefomgeving langzaam
66
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 verslechterd (fijnstof en geluidsbelasting). Omdat er geen haalbare alternatieven zijn om het verkeer op een andere manier richting het centrum en de aanliggende wijken te ontsluiten, blijft de verkeersfunctie van deze wegen gehandhaafd. Op de lange termijn kan de opmars van elektrisch vervoer leiden tot een verbetering van de verkeersleefbaarheid. Op de kortere termijn wordt onderzocht of de woonomgeving vanuit een ruimtelijke invalshoek verbeterd kan worden. Bij voorkeur wordt deze opgave aangegrepen om deze stadsassen te verbeteren qua ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer. 6.6.2.5 Ambities en uitgangspunten Publieke functies en gebouwen met een wat grotere schaal, zoals woongebouwen kunnen een plek aan de hoofdassen krijgen. Uitgangspunt is dat zij qua architectuur bijdragen deze aan de identiteit en oriëntatie in Heerenveen; Langs de hoofdassen besteden we extra aandacht aan een samenhangende en aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Werkzaamheden worden zoveel mogelijk gecombineerd. Opgaves op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en verkeersleefbaarheid worden hierdoor in samenhang aangepakt; Waar mogelijk worden kansen gepakt om het fietsnetwerk langs deze lijnen comfortabeler en veiliger te maken; Langs de K.R.
Poststraat en de Atalantastraat - Koornbeursweg zetten we in op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit gebeurt (deels) door het (her)ontwikkelen van diverse locaties en het vervangen van verouderde bebouwing (zoals de voormalige garage op de hoek K.R. Poststraat – Zwartstraat). Daarnaast is het herinrichten en vergroenen van de openbare ruimte op een aantal plekken aan de orde. 6.6.3
Door aanpassingen bij knooppunt Joure, ringweg Groningen en verdere verstedelijking van de A7-zone zal de drukte op deze route verder toenemen. De kwetsbaarheid van het Klaverblad bij Heerenveen kan daardoor toenemen.
6.6.4.3 Functionele gebiedsomschrijving De spoorlijn heeft in de eerste plaats een functie voor het treinverkeer. Daarnaast zijn de bermen een drager voor de groenstructuur.
Vanaf de snelwegen A7 en A32 maken veel passanten kennis met onze gemeente. De bebouwing langs deze wegen en de zicht op het landschap is voor velen de eerste indruk die ze van de gemeente hebben. Een doordachte invulling van gebieden langs de snelweg is daarom van belang.
6.6.4.4 Ontwikkelingen en opgaven Het stationsgebied vormt een belangrijke entree voor Heerenveen. Er zijn verschillende aanleidingen om het gebied ruimtelijk en functioneel te verbeteren. In paragraaf 6.2.2 wordt de opgave in het gebied geschetst.
6.6.3.5 Ambities en uitgangspunten De bebouwing (binnen stedelijk gebied) en het landschap (buiten stedelijk gebied) zijn een visitekaartje voor de gemeente. In het welstandsbeleid houden we hier rekening mee; De komende jaren monitoren we samen met Rijkswaterstaat en andere partners de verkeersintensiteit op de A7 en zetten we bereikbaarheidsknelpunten tijdig op de agenda om het functioneren van de economische as langs de A7 te waarborgen. We trekken hierin samen op met andere gemeentes.
Vanaf de spoorlijn maken veel mensen kennis met onze gemeente. De bebouwing langs deze wegen en het zicht op het landschap is voor velen de eerste indruk die ze van de gemeente hebben. Een doordachte invulling van gebieden langs de spoorwegen is daarom van belang. Op dit moment wordt door verschillende partijen gelobbyd voor de realisatie van de Lelylijn. Deze ontwikkeling zou de reistijd tussen Heerenveen en economische kerngebieden als Groningen en de Randstad verkorten. Het vergroot de ontwikkelpotentie van Heerenveen als woon- en werklocatie en intensiveert het gebruik van het openbaar vervoer. 6.6.4.5 Aandachts- en uitgangspunten De gemeente Heerenveen zet in op de realisatie van de Lelylijn; Voor het stationsgebied van Heerenveen wordt een gebiedsprogramma opgesteld.
apart
Snelwegen A32 en A7
6.6.3.1 Ontstaansgeschiedenis De eerdere rijkswegen werden verlegd en uitgebouwd tot snelwegen. Rond 2000 werd bij Heerenveen het Klaverblad geopend. De snelwegen verbinden Heerenveen met de rest van het land en zijn belangrijk voor de bereikbaarheid en passen bij een kern met een regionale functie op het gebied van werkgelegenheid.
6.6.4
6.6.3.2 Kernkwaliteiten De snelwegen zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van woon- en werkgebieden in de gemeente en zijn een belangrijke vestigingsplaatsfactor.
6.6.4.1 Ontstaansgeschiedenis In 1868 werden Heerenveen en Akkrum per spoor verbonden met de rest van het land. Het gaf beide plaatsen een boost in de ontwikkeling. Heerenveen groeide (mede daardoor) uit tot een kern met een regiofunctie.
6.6.3.3 Functionele gebiedsomschrijving De snelwegen hebben in de eerste plaats een functie voor het (boven)regionale autoverkeer. Daarnaast zijn de bermen een drager voor de groenstructuur. 6.6.3.4 Ontwikkelingen en opgaven Twee op- en afritten bij de A32 worden de komende jaren aangepast. Hieraan verbonden wordt het onderliggende wegennet aangepast en kan verdere gebiedsontwikkeling in de A32-zone plaatsvinden (zie paragraaf 5.3.4.2).
Spoorlijn Leeuwarden-Zwolle
6.6.4.2 Kernkwaliteiten De aanwezigheid van de spoorverbindingen met Leeuwarden, Zwolle en de randstad dragen sterk bij aan de bereikbaarheid van diverse woon- en werkgebieden in de gemeente en daarmee aan de werkgelegenheidsontwikkeling.
67
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7 Woongebieden en overig bebouwd gebied 6.7.1
Kenschets en algemene uitgangspunten Woongebieden
6.7.1.1 Algemeen In de gemeente komen diverse woongebieden voor. Deze gebieden kennen vaak een beperkte mate van functiemenging en zijn vooral ingericht om rustig te wonen (rustige woonwijk). Ondersteunend aan de woonfunctie zijn er verschillende maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, kinderopvang, zorgfuncties en kerken. Daarnaast zijn er op sommige plekken ook commerciële functies. De openbare ruimte van de woongebieden is over het algemeen ingericht op het afremmen van het autoverkeer en voorrang voor het langzaam verkeer. Daarnaast is er openbaar groen waarin ontmoeten en spelen mogelijk is. De schaal van de woongebieden is verschillend. Bij Heereveen komen woonwijken voor met enkele duizenden inwoners zoals de Greiden of Skoatterwâld. Vaak zijn de gebieden in een periode van 10-15 jaar gebouwd en vormen deze gebieden een bepaalde stedenbouwkundige eenheid. Dit geldt met name voor de wijken die na de oorlog zijn gebouwd. Bij de andere dorpen zijn deze woonwijken vaak kleiner van omvang en bestaan ze uit enkele tientallen tot honderden woningen. Bij de kleinere dorpen ontbreken de eigen voorzieningen en is men voor supermarkten, scholen en/of sportvoorzieningen aangewezen op de buurdorpen.
6.7.1.2 Opgaven en ontwikkelingen Woongebieden Kwaliteitsverbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is noodzakelijk om er voor te zorgen dat deze klaar is voor de toekomst. Dit geldt vooral in wijken en buurten waar een groot deel van de woningvoorraad verouderd is. De plannen voor verdere verduurzaming van de woningvoorraad wordt het komende jaar uitgewerkt in de Transitievisie Warmte.
Door klimaatverandering krijgen we in de toekomst te maken met extra wateroverlast en hittestress. Dit is met name aan de orde in gebieden, straten, wijken waar veel verharding aanwezig is, zoals de oudere wijken en buurten. Daarnaast willen we wijken zo inrichten dat bewegen, spelen en ontmoeten wordt gestimuleerd (zie paragraaf 5.4.10).
In de kleinere kernen loopt de vraag naar woningbouw terug. De focus ligt hier op het verbeteren van het bestaand bebouwd gebied. Kansen voor het toevoegen van woningen liggen hier op inbreidingsplekken en hergebruik van bestaande bebouwing.
Door het ouder worden van de bevolking (vergrijzing) en minder aanwas van jongeren (ontgroening) verandert de behoefte aan voorzieningen op veel plekken. Het voorzieningenniveau moet daardoor worden aangepast aan de toekomstige behoefte in wijken en dorpen. Daarbij blijft altijd de behoefte aan ontmoetingsplekken in wijken en dorpen.
Door stapsgewijze aanpassingen in de openbare ruimte worden de wijken groener en klimaatbestendiger gemaakt, bijvoorbeeld door stenige pleinen opnieuw in te richten; Beeldbepalende groenstructuren en belangrijk gebruiksgroen wordt niet bebouwd. In een groenstructuurvisie bakenen we deze hoofdgroenstructuur verder af. Waar mogelijk behouden we de huidige voorzieningen als scholen, dorpshuizen en MFC’s en sportaccommodaties. Waar voorzieningen niet meer tegen redelijke kosten zijn te handhaven, kiezen we voor samenwerking of bundeling. Dit bekijken we op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld als renovatie of nieuwbouw aan de orde is; In kleine dorpen waar geen gemeentelijke voorzieningen aanwezig zijn, ondersteunen we een ontmoetingsplek waar dit mogelijk is. Het initiatief ligt daarbij bij het dorp zelf.
6.7.1.3 Algemene uitgangspunten en ambities Woongebieden Voor de woongebieden zijn de volgende algemene uitgangspunten van belang: Om een rustig woon- en leefklimaat in stand te houden worden in woonwijken geen (grootschalige) bedrijven gevestigd die hinder met zich meebrengen; Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en beroepen aan huis kunnen juist bijdragen aan de levendigheid en leefbaarheid van wijken. Daarbij moet wel balans zijn tussen mogelijkheden voor ontwikkeling en het bewaken van het van het woon- en leefklimaat in woongebieden. In het Omgevingsplan leggen we de voorwaarden nader vast; Inbreiding kan een kans vormen om het draagvlak onder voorzieningen te vergroten en de levendigheid in buurten te vergroten. Bij inbreidingsplannen kijken we naar de criteria die zijn opgenomen in 5.3.4.4; Leegstaande bedrijfsgebouwen worden opnieuw ingevuld met een passende functie of vervangen door nieuwe bebouwing. Daarbij denken we in de eerste plaats aan een woonfunctie, maar afhankelijk van de plek kunnen dit ook kleinschalige bedrijfsactiviteiten of maatschappelijke functies zijn; In wijken en dorpen streven we naar een evenwichtige samenstelling qua huishoudens, leeftijd en inkomensniveaus.
Bij bouwplannen voor een groter gebied, transformatie of herstructurering wordt een goede mix tussen huur en koop nagestreefd; In de Transitievisie Warmte werken we onze visie op de verduurzaming van de woningvoorraad verder uit. Over het corporatiebezit maakt de gemeente afspraken met de woningbouwcorporaties. Voor particulier bezit is een andere aanpak nodig en de nadruk ligt voor dit deel van de woningmarkt meer op informeren, ondersteunen en stimuleren; We willen de gezondheid en leefbaarheid in woonwijken bevorderen. Op plekken waar de afwikkeling van autoverkeer geen prioriteit heeft, werken we toe naar een gedeelde openbare ruimte die uitnodigt om te bewegen en een prettige plek is om elkaar te ontmoeten. Op plekken waar veel kinderen samenkomen óf waar we het bewegen en ontmoeten extra willen stimuleren, willen we hiermee snellere stappen zetten;
68
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.2
Vooroorlogse woonbuurten en -wijken Heerenveen
6.7.2.1 Ontstaansgeschiedenis De trek van turfstekers naar Heerenveen en de toenemende industrialisatie dwongen Heerenveen rond 1900 tot de eerste planmatige uitbreidingen. In eerste instantie vond deze uitbreiding plaats in de ‘binnenbocht’ van de Heeresloot en de Schoterlandse Compagnonsvaart. Ook achter de bestaande lintbebouwing werden bouwplannen gemaakt, strikt gescheiden door de gemeentegrenzen tussen Aengwirden en Schoterland.
huis plaats. In de randen of langs (gebied)ontsluitingswegen is sprake van meer commerciële of maatschappelijke functies. In veel gevallen gaat het dan om de historische lintstructuren in paragraaf 6.3.5. of de hoofdassen in paragraaf 6.3.6.
Na de gemeentefusie in 1934 telde de nieuwe gemeente Heerenveen ruim 20.000 inwoners, waardoor de gemeente volgens de Woningwet verplicht was om een uitbreidingsplan op te stellen. Het eerste uitbreidingsplan was bescheiden van omvang, één deel vulde de bestaande bebouwing tot aan de Thialfweg en de Zonnebloemstraat. Het tweede deel betrof een plan voor bebouwing achter de Burgemeester Falkenaweg.
6.7.2.5 Ambities- en uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1; Ontwikkeling van het gebied Heerenveen Noordoost is aan de orde wanneer de afronding van Skoatterwâld in beeld komt. Vanaf 2022 wordt het programma voor Heerenveen Noordoost verder uitgewerkt. De groene kwaliteiten op deze plek willen we zoveel mogelijk behouden en benutten; Voor het centrum van Heerenveen gelden specifieke uitgangspunten uit paragraaf 6.4.1; De Burgemeester Falkenaweg maakt onderdeel uit van een belangrijke (regionale) fietsroute naar het centrum. Er wordt bekeken hoe deze fietsroute kan worden geoptimaliseerd.;.
Een belangrijk deel van de vooroorlogse bebouwing bevindt zich in HeerenveenNoord. De wijk Midden bestaat voor een deel uit voor- en naoorlogse buurten en gerenoveerde buurten. Het gebied centrum – waar ook veel vooroorlogse bebouwing aanwezig is - wordt verder beschreven in paragraaf 6.2.2.
Luchtfoto 1951
6.7.2.2 Kernkwaliteiten Aanwezigheid openbaar groen langs ontsluitingswegen; Opvallende groene structuren zoals Hepkema’s bos; Wijken zijn goed bereikbaar via het spoor en vanaf de snelweg; Gevarieerd woningbestand. 6.7.2.3 Functionele gebiedsomschrijving De gebied wordt over het algemeen gekenmerkt als een rustige woonwijk, waar de woonfunctie en ondersteunende maatschappelijke functies het beeld bepalen. Op sommige plekken vinden ook (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten aan
6.7.2.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.8. zijn een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden geschetst. Specifiek voor dit deelgebied spelen daarnaast de volgende ontwikkelingen en opgaven: In het gebied grenzend aan de snelweg zijn gronden gereserveerd voor toekomstige woningbouwontwikkeling (gebied Heerenveen Noordoost). Ontwikkeling is pas aan de orde wanneer de afronding van Skoatterwâld in zicht komt. De opgave daarbij is om de kernkwaliteiten in het gebied optimaal te benutten; In de omgeving van de Wijk Midden zijn de komende jaren verschillende verkeersingrepen aan de orde als gevolg van de aanpassingen van de aansluitingen op de A32. Voor de rotonde in de Oranje Nassaulaan Burgemeester Falkenaweg, worden op dit moment plannen gemaakt. ; De Burgemeester Falkenaweg maakt onderdeel uit van een belangrijke (regionale) fietsroute naar het centrum. Er wordt bekeken hoe deze fietsroute kan worden geoptimaliseerd; Ook op andere plekken kunnen fietsroutes worden verbeterd. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan fietsroutes met een regionale functie.
69
Met opmaak: Lettertype: Vet, Cursief
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.3 6.7.3.1
Naoorlogse wijken Heerenveen Ontstaansgeschiedenis
In de naoorlogse jaren nam de bevolking toe en werd de bebouwing uitgebreid. Na de Tweede Wereldoorlog werd de rijksweg van Zwolle naar Leeuwarden verlegd en een verkeersplein bij Terband aangelegd (1953). In de jaren 60 werd vooral gebouwd aan de wijk de Akkers, tussen de Burgemeester Falkenaweg en de spoorlijn. Vanaf de jaren 70 werd in Heerenveen ook ten westen van het spoor gebouwd. Hier werd de wijk de Greiden gerealiseerd. In de jaren ‘80 en ’90 werd gebouwd in de ruim opgezette wijken Nijehaske, de Heide en Heidemeer aan de westkant van de gemeente. Rondom de voormalige zandwinplas de Heide ontstond ook een 9-holes golfbaan. In de jaren ’90 leidde de vaststelling van Rijksnota VINEX (Vierde Nota Extra) tot de realisatie van nieuwbouwwijk Skoatterwâld. Het ontwerp werd getekend door Ashok Bhalotra (Kuiper Compagnons). Op dit moment wordt volop gebouwd in de wijk Skoatterwâld. Heerenveen heeft op dit moment ongeveer 29.000 inwoners. De grootste wijk qua aantal inwoners is de Greiden (7.100 inwoners), gevolgd door Skoatterwâld (4.300) en Midden (3.300). De leeftijdstopbouw varieert flink per wijk. In de wijk Skoatterwâld wonen relatief veel gezinnen, terwijl in wijken als de Akkers en de Heide veel 65-plussers wonen. In de wijken komen verschillende maatschappelijke voorzieningen voor. In de Akkers en de Greiden is een klein winkelcentrum aanwezig.
Deze winkelcentra vervullen een functie voor de omliggende wijken op het gebied van dagelijkse boodschappen. Daarnaast zijn er een aantal MFC’s, sportaccommodaties, sportgebieden en buurthuizen.
Kernkwaliteiten 6.7.3.2 De meeste naoorlogse buurten zijn groen en ruim opgezet. Grotere en bijzondere groene structuren vormen het Kattenbos, de Le Roy-tuin Ecokathedraal aan de Kennedylaan en Europalaan en de parkstructuren in Skoatterwâld; Goede bereikbaarheid van de wijken die vlak bij de afritten van de snelweg liggen. Nijhaske en de Greiden ook goed bereikbaar per spoor zijn.;
6.7.3.4 Ontwikkelingen en opgave In paragraaf 6.7.1 staan een paar algemeen opgaven en ontwikkelingen in woongebieden. Specifiek voor dit deelgebied zijn daarnaast de volgende ontwikkelingen en opgaven relevant: In de komende jaren worden fase 2 en 3 van Skoatterwâld verder ingevuld. Van belang is dat voorzieningen meegroeien met de wijk. Zo wordt de komende jaren ook gewerkt aan uitbreiding van de school in Skoatterwâld. In het gebied grenzend aan de snelweg zijn gronden gereserveerd voor toekomstige woningbouwontwikkeling (gebied Heerenveen Noordoost). De voorbereiding van dit woongebied moet tijdig worden opgestart om na de afronding van Skoatterwâld in passend woonaanbod te kunnen voorzienOntwikkeling is pas aan de orde wanneer de afronding van Skoatterwâld in zicht komt. De opgave daarbij is om de kernkwaliteiten in het gebied optimaal te benutten; In wijken als Nijehaske, de Greiden en de Heide is het aantal inwoners juist sterk afgenomen. Een mogelijke verklaring hiervoor is de gezinsverdunning (minder personen per woning) en vergrijzing van de wijken. In deze wijken staan de voorzieningen onder druk; Er ligt een kwaliteitsopgave voor de woningvoorraad in buurten die kort na de oorlog zijn gebouwd (onder meer in de Akkers, Vlinderbuurt en de Greiden). Voor een deel zijn deze buurten al gerenoveerd.
In andere delen van de wijk is de woningvoorraad eenzijdig en verouderd. De renovatie- en herstructureringsopgave moet nog nader worden afgebakend en houdt ook verband met de keuzes in de transitievisie warmte die wordt voorbereid.
6.7.3.3 Functionele gebiedsomschrijving Dit gebied wordt over het algemeen gekenmerkt als een rustige woonwijk, waar de woonfunctie en ondersteunende maatschappelijke functies het beeld bepalen. Op sommige plekken vinden ook (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten aan huis plaats. In de randen of langs (gebied)ontsluitingswegen is sprake van meer commerciële of maatschappelijke functies. In veel gevallen gaat het dan om de historische lintstructuren in paragraaf 6.3.5. of de hoofdassen in paragraaf 6.3.6. Met opmaak: Centrum
Woningbouwlocatie Heerenveen-Noordoost
70
Omgevingsvisie Heerenveen 2040
6.7.3.5 Ambities- en uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in 6.7.1.3; Ontwikkeling van het gebied Heerenveen Noordoost is aan de orde wanneer de afronding van Skoatterwâld in beeld komt. Vanaf 2022 wordt het programma voor Heerenveen Noordoost verder uitgewerkt. De groene kwaliteiten op deze plek willen we zoveel mogelijk behouden en benutten; In wijken waar de bevolkingssamenstelling verandert wordt gekeken naar samenvoegen en clusteren van voorzieningen (onder andere scholen); Waar mogelijk streven we bij inbreiding of herstructurering naar een meer evenwichtige samenstelling van huishoudens, qua leeftijd en inkomensniveaus.; Voor de Le Roy-tuin aan de Kennylaan wordt de inrichting en het beheer vormgegeven overeenkomstig de intentieafspraken met Stichting TijdIJD. In oktober 2020 zijn deze afspraken geactualiseerd en aangevuld met een addendum.
71
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.4
Woonbuurten Akkrum-Nes
6.7.4.1 Ontstaansgeschiedenis De dorpen Akkrum en Nes zijn ontstaan als terpen op de hoger gelegen rivierkleiafzettingen langs de Boorne. In de 11e en 12e eeuw woonden er waarschijnlijk boeren, vissers, ambachts- en handelslieden. In 1200 werd door de Duitse Orde van St. Jan een klooster gesticht in de omgeving van Nes.
6.7.4.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Akkrum en Nes wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Langs de doorlopende wegen komen op sommige plekken ook meer functiemenging voor. Dit heeft vooral betrekking op de oorspronkelijke lintstructuren, die worden beschreven in paragraaf 6.5.
Nadat de spoorlijn in 1868 gereed kwam, vond de nieuwbouw in Akkrum vooral plaats in de nabijheid van het station. In de jaren zestig zijn achter de Boarnsterdyk tussen Akkrum en het oude Nes woonstraten aangelegd. In 1956 kreeg Nes een opvallende watertoren. Nes kent een grote uitbreiding uit de jaren ‘90. De meeste woningen hier hebben een open verbinding met het water. Doordat de dorpen aan elkaar zijn gegroeid, vormt Nes een tweelingdorp met Akkrum. Akkrum heeft op dit moment circa 3360 inwoners en Nes circa 1100. Qua leeftijdstopbouw valt op dat in Nes veel gezinnen met kinderen in de schoolgaande leeftijd wonen. In Akkrum wonen relatief veel ouderen door de aanwezigheid van zorgvoorzieningen (Leppehiem). Aan de Meinesleat ligt de jachthaven annex camping ’Tusken de Marren’. Naast twee scholen in Akkrum zijn er verschillende maatschappelijke voorzieningen aanwezig zoals een supermarkt, een bibliotheek, diverse sportverenigingen. Mienskipscentrum ’Leppehiem’ ligt direct ten noorden van het centrumgebied.
6.7.4.2 Kernkwaliteiten Goede bereikbaarheid via snelweg en het spoor (station Akkrum); Voorzienende functie voor de omliggende dorpen; Centrale ligging in een waterrijke omgeving en ligging aan de Boorne (staande mastroute); Volop evenementen en recreatiemogelijkheden.
6.7.4.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 staan een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden. Specifiek voor dit deelgebied zijn de volgende ontwikkelingen en opgaven aan de orde: In Akkrum is de wijk Sinnebuorren net gerenoveerd door woningbouwcorporatie Elkien. Er ligt nog wel een verduurzamings- en kwaliteitsopgave in buurten die voor en kort na de oorlog zijn gebouwd. Door de ligging aan een staande mastroute, in een waterrijke omgeving hebben Akkrum en Nes een stevig profiel op het gebied van recreatie en toerisme. De uitdaging is om dit profiel (kwalitatief) verder uit te bouwen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en de leefbaarheid van de kern. Het toevoegen van verschillende voorzieningen kan daar aan bijdragen. In Akkrum speelt bijvoorbeeld de wens om een zwemstrand te realiseren; In Akkrum spelen een aantal knelpunten met betrekking tot de afwatering. Daarom kan er bij hevige neerslag sprake zijn van wateroverlast; 6.7.4.5 Ambities- en uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1; Samen met dorpsbelang wordt gewerkt aan een dorpsgerichte woonvisie. Er wordt in kaart gebracht en geanalyseerd hoe de woningmarkt van Akkrum eruit ziet en hoe die zich ontwikkelt, aan welk woningtype voor welke doelgroep behoefte is.
Ook wordt een verkenning gedaan waar die behoefte gerealiseerd kan worden; Kansen op het gebied van (watersport)recreatie worden zoveel mogelijk benut. Daarbij past ook een aantrekkelijke en gastvrije entree van het dorp, met een duidelijke verwijzing naar de verschillende voorzieningen; Voor het centrum van Akkrum gelden specifieke uitgangspunten uit paragraaf 6.4.7.
72
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.5
Woonbuurten Jubbega (Derde Sluis)
6.7.5.1 Ontstaansgeschiedenis In 1720 bereikte de hoogveenontginning het punt waar zich nu de dorpskern van Jubbega bevindt. Door de aanwezigheid van verschillende sluizen in de Schoterlandse Compagnonsvaart, wordt de plek nog steeds wel aangeduid als Jubbega Derde Sluis. De sociale woningbouw in deze omgeving kwam op gang nadat in 1929 een opbouwcommissie werd samengesteld. Het dorp Jubbega heeft ongeveer 3250 inwoners waarvan het grootste deel in de dorpskern woont. Jubbega heeft qua voorzieningen een verzorgende functie voor het direct omliggende gebied en onder andere twee basisscholen, MFA de Kompanije, een supermarkt en diverse sportvoorzieningen. Ook kent Jubbega een klein bedrijventerrein waar woon-werkfuncties worden gecombineerd.
6.7.5.2 Kernkwaliteiten Jubbega heelt diverse voorzieningen op het gebied van onderwijs, sport en winkels; Gelegen in een rustige en landelijke omgeving. 6.7.5.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Jubbega wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Langs de doorlopende wegen zoals de P.W. Janssenweg komen op sommige plekken ook meer functiemenging voor. 6.7.5.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 staan een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden: Specifiek voor dit deelgebied spelen de volgende ontwikkelingen en opgaven: In 2019 is er samen met KAW onderzoek gedaan naar de woningbehoefte in de Jubbega en is geconstateerd dat de vraag naar woningbouw terugloopt. De focus ligt daarom op het verbeteren van het bestaand
bebouwd gebied en het invullen van bestaande woningbouwlocaties. Daarbij moet goed worden gekeken naar de toekomstige behoefte in het dorp; Er ligt een duidelijke kwaliteitsopgave in buurten die voor en kort na de oorlog zijn gebouwd. In Jubbega staan veel woningen met een laag energielabel. Behalve OBS de Feart hebben de scholen in de omgeving minder dan 100 leerlingen. Dit leerlingaantal neemt tot 2030 gestaag af. In Jubbega vormt de Kompanije en de pleinen daarom heen een behoorlijk stenige plek. Hier ligt een opgave om ruimte te vergroenen en klimaatbestendig te maken.
6.7.5.5 Ambities en uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1; In Jubbega ligt het accent voor woningbouw op inbreiding en transformatie. Voor de voormalige schoollocatie wordt een bouwplan voorbereid met appartementen; Samen met dorpsbelang wordt gewerkt aan een dorpsgerichte woonvisie. Er wordt in kaart gebracht en geanalyseerd hoe de woningmarkt van Jubbega eruit ziet en hoe die zich ontwikkelt, aan welk woningtype voor welke doelgroep behoefte is. Ook wordt een verkenning gedaan waar die behoefte gerealiseerd kan worden; In overleg met gebruikers en omwonenden wordt de omgeving van de Kompanije in de toekomst groener en klimaatbestendiger gemaakt; Voor het centrum van Jubbega gelden specifieke uitgangspunten uit paragraaf 6.4.8 en voor het dorpslint Jubbega-Schurenga en Hoornsterzwaag zijn de uitgangspunten van het lint Schoterlandseweg van toepassing. Zie paragraaf 6.3.1.
73
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.6
Woonbuurten en overig bebouwde kom Aldeboarn
6.7.6.1 Ontstaansgeschiedenis Aldeboarn is ontstaan als een verzameling van terpen op de kleiafzettingen van de Boorne. Later is de woonbebouwing aan de noordzijde diverse keren uitgebreid. Aan de zuidkant liggen diverse voorzieningen. Aldeboarn kent op dit moment 1560 inwoners. Aldeboarn heeft onder andere twee basisscholen, een supermarkt, een dorpshuis en diverse sportvoorzieningen. Daarnaast heeft Aldeboarn een kleinschalig bedrijventerrein Bornego, ten zuiden van de Provinciale weg.
In Aldeboarn zijn veel buurten voor de oorlog of kort daarna gebouwd. Voor deze buurten is sprake van een flinke verduurzamings- en kwaliteitsopgave. Rondom Aldeboarn speelt de landbouwtransitie van het veenweidegebied. Met de cultuurhistorische kwaliteiten als basis, liggen hier kansen om toerisme en recreatie in Aldeboarn een impuls te geven. Bijvoorbeeld door de dorpskern beter te verbinden met De Deelen en het omliggende gebied.
6.7.7.2
6.7.6.2 Kernkwaliteiten Aldeboarn heeft voorzieningen op het gebied van onderwijs, sport en winkels, maar is voor een deel ook afhankelijk van andere kernen; Ligging aan de Boorne (onderdeel van de turfroute). 6.7.6.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Aldeboarn wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Aan de zuidkant van het dorp, langs de Provinciale weg zijn diverse andere functies zoals de supermarkt, het bedrijventerrein en de sportvoorzieningen. Dit wordt gezien als een gemengd gebied. 6.7.6.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 zijn een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden geschetst. Specifiek voor dit deelgebied spelen daarnaast de volgende ontwikkelingen en opgaven: Door vergrijzing en ontgroening staan voorzieningen in het dorp onder druk. Richting 2030 neemt het leerlingaantal gestaag af. Vanuit het dorp wordt daarom ook nagedacht over de toekomst van diverse voorzieningen in het dorp; Voor Aldeboarn is een woonanalyse gemaakt. Het doel daarvan is om in beeld te krijgen of het woningaanbod compleet is, wat er nog nodig is, voor wie en waar;
6.7.6.5 Aandachts- en uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor woongebieden zijn opgenomen in paragraaf 6.7.1; In het kader van een dorpsontwikkelingsmaatschappij (DOM) werken we samen met het dorp aan de ontwikkeling van Aldeboarn; In Aldeboarn ligt het accent voor nieuwbouw vooralsnog op het afronden van bestaande woningbouwlocaties, het opvullen van lege plekken (inbreiding) en functieverandering bij leegstaande gebouwen. Op basis van de gemaakte woonanalyse kijken we samen met het dorp wat er nog meer nodig is; In de nota onderwijshuisvesting wordt voor de periode 2026-2030 een haalbaarheidsonderzoek aangekondigd naar de huisvesting van de scholen in Aldeboarn. Daarbij kijken we samen met de schoolkoepels ook naar de optie van samenvoeging of fusie; Vrijkomende schoollocatie kan eventueel worden benut voor woningbouw; Handhaven bestaande omvang bedrijventerrein? Voor de dorpskern van Aldeboarn (beschermd dorpsgebied) gelden specifieke uitgangspunten uit paragraaf 6.4.9. 6.7.7
Tjalleberd is lokaal voorzienend op het gebied van onderwijs en sport; Wonen in contact met het landschap.
6.7.7.3 Functionele gebiedsomschrijving Dit deelgebied wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Functiemenging is vooral aan de orde in het dorpslint (zie deelgebied Aengwirden). 6.7.7.4 Ontwikkelingen en opgaven In 2019 is er samen met KAW onderzoek gedaan naar de woningbehoefte in Tjalleberd. Daarbij is geconstateerd dat de vraag naar woningbouw in kleinere kernen terugloopt. De focus ligt daarom op het verbeteren van het bestaand bebouwd gebied en het afronden van bestaande woningbouwlocaties. Daarbij moet goed worden gekeken naar de toekomstige behoefte in het dorp. In Tjalleberd worden deze conclusies meegewogen bij de verdere invulling van woningbouwlocatie de Eide; Het dalen van de bodem en de daardoor noodzakelijke aanpassingen van de waterhuishouding kan leiden tot problemen met funderingen 6.7.7.5
Woonbuurten Tjalleberd
6.7.7.1 Ontstaansgeschiedenis Op de kruising van de Aengwirderweg en de Pastorielaan zijn bij Tjalleberd in de loop van de tijd een aantal dorpsuitbreidingen gerealiseerd. In dit gebied zijn ook de voorzieningen van de Streek geconcentreerd zoals MFA Aengwirden, een school en diverse sportverenigingen.
Kernkwaliteiten
Ambities- en uitgangspunten
Woningbouwlocatie de Eide is de eerst aangewezen plek voor nieuwbouw van woningen in Aengwirden. Verder ligt het accent op het invullen of transformeren leegstaande gebouwen, zoals leegstaande schoolgebouwen of vrijkomende agrarische bedrijven; Na realisatie van de nieuwe school in Tjalleberd zijn de maatschappelijke functies op één plek geconcentreerd. Daarmee kan Aengwirden de komende jaren vooruit op het gebied van voorzieningen.
74
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 6.7.76.7.8
Woonbuurten Nieuwehorne-Oudehorne
6.7.7.16.7.8.1 Ontstaansgeschiedenis Oudehorne ontstond in de late Middeleeuwen aan de Binnenweg (nu Schoterlandseweg). Nabij de splitsing van de Binnenweg ontstond aansluitend het streekdorp Nieuwehorne. Het dorp heeft zich ontwikkeld op de plaats waar vanaf de Schoterlandse Compagnonsvaart de Vierde Wijk liep. Op deze plek kwam ook de dorpskerk. Aan weerszijden van het dorpslint zijn na de oorlog verschillende woonbuurten gerealiseerd. Het dorp Nieuwehorne heeft circa 1440 inwoners en heeft een voorzienende functie voor het direct omliggende gebied. Er is onder andere een basisschool, dorpshuis de Kiekenhof, een supermarkt en diverse sportvoorzieningen. Oudehorne heeft circa 850 inwoners en heeft een eigen basisschool.
6.7.7.36.7.8.3 Functionele gebiedsomschrijving Een groot deel van Nieuwehorne wordt gekenmerkt als een rustige woonomgeving. Functiemenging komt voor in het dorpslint (zie deel gebied Schoterlandseweg).
6.7.7.26.7.8.2 Kernkwaliteiten Nieuwehorne is lokaal voorzienend op het gebied van onderwijs, sport en winkels; Afwisselend bebouwingsbeeld langs de Schoterlandse weg; Wonen in een groene setting. Veel (groene) verbindingen met het omliggende coulissenlandschap
6.7.7.46.7.8.4 Ontwikkelingen en opgaven In paragraaf 6.7.1 staan een paar algemene opgaven en ontwikkelingen voor woongebieden beschreven. Specifiek voor dit deelgebied zijn de volgende ontwikkelingen en opgaven aan de orde: Op de voormalige voetbalvelden wordt woningbouwlocatie de Fjilden ontwikkeld. De opgave is dat in dit gebied voldoende kavels worden verkocht in een groen, dorps woonmilieu. Omdat de kavelverkoop achterblijft, is het project opgeknipt in twee fases waarbij wordt gekeken naar een tijdelijke invulling van de fase 2. Vergrijzing en ontgroening zetten de voorzieningen in het dorp op de langere termijn onder druk. Het leerlingaantal op de twee scholen in Nieuwehorne en Oudehorne neemt richting 2030 gestaag af. In de nota onderwijshuisvesting wordt voor de periode 2026-2030 een haalbaarheidsonderzoek aangekondigd naar vernieuwing of samenvoeging van de Wijbrandischool en Sevenaerschool.
Fasering van het woningbouwproject de Fjilden 6.7.8.5