Bijlage 1 - Transitievisie warmte Heerenveen Aardgasvrij
Tekst van het document
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
oplossingen, maar beperken tegelijk de financiële slagkracht. De rijksoverheid kan middels fiscale en andere maatregelen invloed uitoefenen. Een ander risico bestaat uit beperkte financieringsmogelijkheden. Als de rijksoverheid betere en toegankelijker financieringsconstructies ontwikkelt, kunnen de investeringen beter verspreid worden over een langere termijn. Een ander risico is dat er geen draagvlak en geen participatie vanuit bewoners/ eigenaren op gang komt. We proberen dit te ondervangen door de lokale interesse en zorgen om aardgasvrij te worden als uitgangspunt te nemen (paragraaf 2.2). We willen geen verduurzaming afdwingen en kunnen dat nu ook niet volgens de wet. We kunnen als gemeente geen garanties leveren over de resultaten in 2030. Maar we willen en kunnen wel duidelijkheid bieden, door een paar piketpalen te slaan in deze visie. We hopen van harte dat we bewoners en eigenaren richting kunnen geven en op weg kunnen helpen om aardgasvrij te worden. We erkennen ook het risico van ‘gasplakkers’. We willen voorkomen dat de laatste aardgasgebruikers hoge distributiekosten moeten betalen, zeker als dit een groep betreft die minder kapitaalkrachtig en minder actief is. We gaan per buurt leren wat de beste aanpak is. De wetgeving voorziet nu nog niet in een overstapplicht of een andere oplossing. Liander ziet door de warmtetransitie een groot werkpakket op zich afkomen.
Planning en maakbaarheid zijn daarbij grote risico’s. Liander zoekt hierover het overleg met stakeholders en werkt aan verwachtingenmanagement om dit goed met elkaar te regelen.
31
7.2 Flexibiliteit: minimaal elke vijf jaar visie actualiseren Dit is de eerste Transitievisie Warmte. Veel is nu onbekend en onzeker. Toch is het goed dat we starten, zo leren we met elkaar uit de praktijk in Nederland. Actualisatie van de Transitievisie Warmte vindt in ieder geval elke vijf jaar plaats (zie figuur hiernaast). We bepalen als gemeente zelf of we de Transitievisie Warmte vaker actualiseren, bijvoorbeeld als er plotseling veel verandert. De Transitievisie Warmte 2.0 (die we uiterlijk 2026 klaar hebben) beschrijft onze visie op de warmtetransitie op basis van de inzichten die er dan zijn, bijvoorbeeld over regelgeving, financiering, techniek, enzovoort. Als de (fossiele) energieprijzen blijven stijgen, wordt het steeds rendabeler om over te stappen op alternatieven. Dat kan gevolgen hebben voor de organisatie vanuit de gemeente, op regelgeving, op marktinnovaties, enzovoort. We gaan in de Transitievisie Warmte 2.0 ook een start maken met evaluatie en monitoring. We kunnen bijvoorbeeld de voortgang in aantal aardgasvrije gebouwen relateren aan de doelstellingen, in beeld brengen welke kosten we maken (investeringen) of welke ontwikkelingen in de woonlasten zich voordoen. Op basis van een aantal parameters kunnen we dan eventueel onze aanpak bijsturen of de doelen / gebieden / fasering bijstellen. Er zal over vijf jaar veel meer ontdekt, ontwikkeld en geregeld zijn.
De inzichten en mogelijkheden zullen anders zijn dan nu; kijk maar eens vijf jaar terug.
7.3 Van visie naar uitvoeringsplannen De Transitievisie Warmte gaat over de hele gemeente en de technische informatie is vrij globaal van aard. We werken de visie uit in uitvoeringsplannen samen met alle stakeholders in een buurt, dorp of bedrijventerrein (zie figuur hierboven). Bij het totstandkomingsproces van een uitvoeringsplan moeten de stakeholders samen beslissingen nemen over: - keuze voor een techniek; - kosten en financiering, - regelgeving; - organisatievorm: hoe krijgt de samenwerking met alle partijen in betreffende buurt vorm gedurende de korte en lange termijn.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
32
Gemiddeld kost het twee jaar om een uitvoeringsplan te maken. Onderstaand figuur van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) geeft aan hoe veel stappen er doorlopen moeten worden voordat een uitvoeringsplan vastgesteld en uitgevoerd kan worden. In de praktijk blijkt vaak dat er relatief veel tijd nodig is voor het ‘sociale proces’. Dat komt in onderstaand figuur niet zo sterk naar voren. Wij horen van voorlopers in Noord-Nederland dat vaak het hele eerste jaar nodig is voor het bewustwording van de klimaatopgave en gesprekken in de buurt. Ook kunnen dan de koppelkansen nader verkend worden door middel van een wijkanalyse. In het tweede jaar wordt vaak met inzet van technische, financiële en communicatie adviseurs de details van het uitvoeringsplan stap voor stap verder onderzocht en besproken.
De ervaringen met de tijd die nodig is om een uitvoeringsplan te realiseren verschillen: er wordt soms vijf tot tien jaar aangehouden, en ook wel zes tot acht jaar. Buurten met individuele oplossingen en slagvaardige bewoners zouden misschien sneller van het aardgas afgekoppeld kunnen worden. De gemeente heeft de plicht om inwoners minimaal acht jaar van tevoren op de hoogte te stellen van het moment van afsluiting van aardgas. Dit is vooral relevant in gebieden waar het aardgasnet verwijderd wordt (als er een warmtenet komt). De fasering in de Transitievisie Warmte helpt daar bij. Als particulieren zelf aardgasvrij worden en de gasaansluiting willen laten verwijderen (dit komt sinds kort voor rekening door de overblijvende gas-afnemers), dan staat dat in principe los van het al of niet verwijderen van de hoofdleiding. Hier is de meldplicht vanuit de gemeente niet aan de orde. In Heerenveen starten we met gesprekken en verkenningen in de acht startgebieden. De startgebieden zijn heel verschillend (bedrijventerrein, huur of koopwoningen, wijk of dorp) en de zoektocht om aardgasvrij te worden kan er ook heel verschillend uitzien. Een bijzondere planontwikkeling is die van het grote warmtenet in de kern Heerenveen. Dit is een complexe ontwikkeling met diverse stakeholders, die meerjarig onderzoek en ontwikkeling nodig heeft.
De gemeente is nu regisseur, maar zal op enig tijdstip samen met andere stakeholders actief gaan samenwerken aan het vervolg. Een geschikte samenwerkingsvorm is ook onderdeel van onderzoek (in 2021).
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
33
7.4 Rollen en verantwoordlijkheden Een uitvoeringsplan is uiteindelijk de basis voor de uitvoering. Alle betrokken partijen moeten de afspraken uit het uitvoeringsplan elk vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid vastleggen en nakomen. Dit zijn onder andere: • De gemeente heeft een centrale positie vanwege haar vele rollen in het algemeen en in de uitvoeringsplannen: een regierol in de warmtetransitie, een rol als eigenaar/beheerder van de openbare ruimte, een vergunningverlenende en soms toezichthoudende rol als het gaat om omgevingsvergunningen, een borgende rol van ruimtelijke kwaliteit en een opdrachtgevende rol bij warmtekavels. De Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) zal waarschijnlijk in 2023 in werking treden en de huidige Warmtewet vervangen. Deze WCW geeft gemeenten een sterkere rol in de ontwikkeling van warmtenetten. • Liander is verantwoordelijk voor een betrouwbare, betaalbare (en duurzame) energie-infrastructuur en zorgt voor de hoofdelijke omslag van maatschappelijke kosten. De Autoriteit Consument en Markt ziet toe op Lianders taken en staat innovaties in de regelgeving (bijv. t.a.v opslag) beperkt toe. Liander ondersteunt de transitieprocessen (Regionale Energie Strategie, transitievisie warmte uitvoeringsplanen) actief. • Eigenaren zijn verantwoordelijk voor hun eigen vastgoed (woning, bedrijfspand).
Er is veel verschil in financiële slagkracht en organisatiekracht tussen particuliere woningbezitters, woningcorporaties met sociale huurwoningen en commerciële vastgoedeigenaren. • Huurders (al dan niet verenigd in huurdersverenigingen) moeten goed betrokken worden omdat hun woon- en leefgedrag in de toekomst invloed heeft op het succes van de warmtetransitie. Omdat ze indirect betalen, bestaat het risico dat ze ook indirect betrokken worden.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
• Organisaties zoals plaatselijk of dorpsbelangen en wijkraden zijn vaak het sociaal cement in een buurt. Zij kunnen helpen om het proces in de goede richting te sturen, of ruimte te geven voor kritische geluiden. Zo blijft de zoektocht om aardgasvrij te worden zoveel mogelijk ‘van de buurt’ in plaats van ‘voor de buurt’, want vaak gaat het dan over de buurt zonder betrokkenheid en draagvlak. • Vele experts/adviseurs/dienstverleners kunnen nodig zijn voor de planvorming, realisatie en exploitatie en beheer: van banken/investeerders tot notarissen en van leidingleggers tot installateurs. De samenwerkingsvorm die de stakeholders in de buurt met hen aangaan kan variëren van risicogedragen investering tot inkoop van diensten.
34
bijlage 1 Uitleg over duurzame alternatieven Toelichting op duurzame voor aardgas voor aardgas alternatieven Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
2
Toelichting op duurzame alternatieven voor aardgas De zoektocht naar de meest geschikte aardgasvrije warmteoplossing is complex, omdat er veel factoren een rol spelen. Het hangt ook van je perspectief en rol af: kijk je alleen naar je eigen woning of bedrijfspand, of vanuit de buurt? Kijk je naar kosten of naar de meest duurzame variant? Houd je alleen rekening met de kosten voor de eindgebruiker (vanuit de bewoner/ondernemer) of kijk je ook naar de totale maatschappelijke kosten (incl. infrastructuur, belasting, etcetera) zoals een publieke partij doet? Deze bijlage geeft uitleg over de technieken en toepasbaarheid, en over afwegingen bij duurzame alternatieven voor aardgas. B1.1 Energiegebruik De energie voor een gemiddeld huis of kantoor wordt nu voor meer dan de helft gebruikt voor de verwarming. Koken en douchen kost gemiddeld 20% van het energieverbruik. Slechts een kwart is elektriciteit en dat wordt gebruikt voor verlichten en andere elektrische toestellen. We gebruiken we nu nog aardgas voor verwarming en warm tapwater in bijna alle gebouwen in Nederland. De meeste huizen en kantoren hebben een cv-ketel die heet water van ongeveer 90°C door de radiatoren laat stromen. Met deze hoge temperatuur zijn binnenruimtes snel op te warmen en zijn ook slecht geïsoleerde gebouwen makkelijk warm te krijgen.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
14%
6%
26% 54%
Koken Verwarming Elektrische toestellen Sanitair warm water
We vervangen aardgas, benzine of diesel door isolatie, warmtepompen en elektrische auto’s. In een duurzame toekomst verbruiken we daardoor meer stroom. B1.2 Systemen Voor aardgasvrije verwarming van de gebouwen zoeken we naar alternatieve warmtebronnen, distributie en installaties in het gebouw. • De bronnen van duurzame warmte zijn: zonnestraling (zonnethermie), warmte uit de buitenlucht, uit de bodem (geothermie) en uit water (oppervlaktewater, afvalwater, drinkwater), uit biomassa/mest en uit de weerstand/straling door een stroomkabel (elektrische kachel). • Een distributienetwerk kan bestaan uit elektriciteitsleidingen, leidingen met warm water, een leiding met een duurzaam gas. De geschiktheid/rendabiliteit heeft te maken met de bron: • Een hoge temperatuurbron is duur om te exploiteren en wordt pas rendabel bij een groot aantal afnemers; • Een lage temperatuurbron is vooral geschikt voor individueel gebruik (per gebouw), want bij distributie in een buurt gaat er onderweg te veel energie verloren om gebouwen nog te kunnen verwarmen. Een buurtwarmtepomp kan onderweg de temperatuur (in de warm waterleiding van het distributienet) wel verhogen, en soms is dat rendabel.
• Het warmte-afgifte-systeem binnenshuis hangt af van de aanvoertemperatuur: hoge temperaturen (boven de 700C, meestal door verbranding een gas of biomassa) kunnen zelfs een slecht geïsoleerd gebouw verwarmen via enkele radiatoren. Lage of midden temperaturen hebben een groter afgifte-oppervlakte nodig (wand- of vloerverwarming). Infraroodpanelen verwarmen alleen ter plekke.
B1.3 Begrippenlijst van aardgasvrije warmteoplossingen De geschiktheid van combinaties verschilt dus per schaalniveau en per gebied. In de praktijk lopen de termen voor bronnen en distributiesystemen door elkaar en hebben bepaalde termen een eigen betekenis gekregen. Deze volgen wij in de Transitievisie Warmte. Hieronder staan ze toegelicht.
Groen gas
Uit mest of afvalstoffen wordt groen gas gemaakt dat geschikt wordt gemaakt voor invoeding op het aardgasnet. Het kan hoge temperaturen opleveren, net als aardgas. Daardoor heeft een gebouw geen aanpassingen (isolatie noch installatie) nodig. Groen gas is beperkt beschikbaar voor gebouwen, omdat industriële processen en zwaar transport weinig duurzame alternatieven hebben en er daarom hoge prijs voor betalen. Dus duur voor woningen, die wel alternatieven hebben.
All-electric
Hiermee worden nu vooral systemen met warmtepompen bedoeld.
Waterstof
Waterstof is een gas dat met behulp van heel veel stroom (van windmolens, zonneweides) kan
• Verwarming met elektrische warmtepomp. De warmte kan uit de buitenlucht, uit water of uit de
worden opgewekt. Bij de productie treedt veel energieverlies op. Het heeft de voordelen van een
grond worden gehaald. Verschillende soorten warmtepompen zorgen er voor dat die warmte
energiedrager, dat wil zeggen dat de energie is opgeslagen in het waterstofgas. Via tankwagens
bruikbaar wordt in een warmwatervat binnenshuis. Er zijn verschillende warmtepompen:
of (aardgas)leidingen gaat het naar eindgebruikers.
voor 1 huis en grotere buurtwarmtepompen voor een collectief systeem van een paar honderd
Het is nog duur om waterstof te produceren, en tot 2030 schaars voor toepassing in gebouwen.
woningen. Warmtepompen kunnen ook koelen, en dat wordt aantrekkelijker naarmate
Biomassa
hittestress vaker optreedt.
Verbranding van mest, afval, hout in een houtkachel/pelletkachel of een biomassa installatie. Levert hoge temperatuur verwarming op.
Er zijn ook andere vormen van elektrische verwarming:
Duurzame biomassa is beperkt beschikbaar.
• infraroodpanelen (vrij innovatief, lokale verwarming, snel op/afschakelen)
Hybride
Combinaties van oplossingen.
• elektrische kachel (goedkoop, maar niet energiezuinig).
oplossingen
De meest bekende is een elektrische warmtepomp met bijstook van (groen) gas op de koudste dagen. Voor de rest van het jaar is er minder capaciteit nodig en dat maakt de
In het algemeen is goede isolatie nodig. Daarom is dit een kansrijke oplossing voor recent gebouwde woningen (na 1992, of met meer kosten voor huizen vanaf 1965) en voor woningen in dun bebouwd gebied. Het elektriciteitsnet moet verzwaard worden als veel eigenaren hier voor kiezen. Warmtenet
Collectieve warmtevoorziening via nieuwe, ondergrondse warm waterbuizen en vaak met Warmte-Koude-Opslag of een buurt-warmtepomp. Er zijn verschillende warmtebronnen mogelijk om het warmtenet mee te voeden: • aardwarmte (varieert van geothermie met heet water tot een individuele bodem warmtepomp); • restwarmte van bedrijfsprocessen met verschillende temperatuur; • aquathermie: warmte uit (oppervlakte)water met midden of lage temperatuur.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
hybride warmtepomp minder duur. Innovaties
Ontwikkelingen in techniek en toepassingen gaan hard, en nieuwe vormen van bijvoorbeeld passieve bouw zullen over 5 of 10 jaar misschien nieuwe perspectieven bieden. In de Transitievisie Warmte1.0 gaan we voor het grootste gedeelte van de gemeente uit van de huidige mogelijkheden, maar sluiten we innovatieve pilots niet uit.
B1.4 Beschikbaarheid van warmtebronnen Er zijn verschillend bronnen die warmte leveren: - aardwarmte (varieert van geothermie op grote diepte met heet water tot warmte uit de ondiepe bodem; - warmte uit de buitenlucht; - restwarmte van bedrijfsprocessen met verschillende temperatuur; - warmte uit (oppervlakte)water met midden of lage temperatuur (aquathermie). - zonthermie - biomassa (mest, afval, hout) - kernenergie (uit bijv. Thorium atomen). De rijksoverheid maakt geen nieuwe centrales mogelijk Waterstof is een gas dat met behulp van heel veel stroom (windmolens, zonneweides) kan worden opgewekt. Het is een energiedrager, dat wil zeggen dat de energie is opgeslagen in het waterstofgas. Via tankwagens of (aardgas)leidingen gaat het naar eindgebruikers. Het is nog duur om waterstof te produceren, en tot 2030 schaars voor toepassing in gebouwen. De beschikbaarheid (hoeveelheid en nabijheid), de prijs en de regelgeveling (bijvoorbeeld over grondboringen) bepalen welke bron geschikt is op een plek. Is er water voor aquathermie? Is er ruimte voor een zonthermie park? Mag je hier naar aardwarmte boren? Is er restwarmte? Is er voldoende groen gas? Ook de energiebehoefte (warmtevraag) en de bebouwingsdichtheid zijn van invloed bij de afweging voor een warmtebron. Beschikbaarheid van hernieuwbare gassen Hernieuwbare gassen (biogas, waterstof) hebben beperkingen en kansen.
Uit de ‘startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat waterstof en
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
hernieuwbare gassen in de dun bebouwde gebieden van de gemeente Heerenveen aanzienlijk goedkoper zijn dan andere opties. Ze vormen ook een goede optie voor moeilijk te isoleren gebouwen (zoals monumentale panden) of dichtbebouwde dorpscentra. Ze zijn echter ook schaars en minder duurzaam. Wij vinden daarom dat de hernieuwbare gassen (biogas, waterstof) wel ingezet kunnen worden in enkele pilots als daar lokale belangstelling en draagvlak voor ontstaat, maar onder voorwaarden. Over de beschikbaarheid van groen gas verschillen de meningen. Landelijke analyse is dat er schaarste is en dit vertaalt zich tot zeer beperkte toewijzing van groen gas. Waarschijnlijk zullen prijsstijgingen (door groeiende behoefte vanuit de industrie en transport) ook leiden tot een beperkte beschikbaarheid in de praktijk (te duur voor woningen). De Raad voor de Leefomgeving vindt biogas geen logische keuze om gebouwen mee te verwarmen (zie figuur hiernaast, de conclusies zijn nog steeds actueel). Binnen de provincie Fryslân kan de potentie groter zijn, zo blijkt uit onderzoek van de New Energy Coalition naar de (haalbare) potentie van Groen Gas uit provinciale biomassa: “Afhankelijk van de techniek en beleid kan minimaal 29% en maximaal 47% van de gebouwde omgeving in Friesland verwarmd in 2030 worden met groen gas.
In het geval van hybride verwarming halveert de groen gas vraag waardoor deze percentages kunnen verdubbelen).”
Mogelijk gaat het Wetterskip Fryslân groen gas produceren bij de Riool Water Zuiveringsinstallatie (RWZI) in Heerenveen Noord met slib uit heel Fryslân. Dit zou circa 10% van de kern van Heerenveen kunnen bedienen. Er zijn ook nog andere opties, zo blijkt uit een studie die het Wetterskip heeft laten uitvoeren. Samengevat zegt de studie dat de grootste klimaatwinst in de slibketen is te behalen in de slibeindverwerking. Nu wordt het slib uit Fryslân afgevoerd naar Moerdijk waar het bedrijf SNB de slibeindverwerking doet. Het contract met deze partner loopt tot 2027. De visie is om dit contract uit te dienen, maar de tijd tot 2027 te gebruiken om een nieuwe partner te vinden waarmee het waterschap de hoogste klimaatwinst kan bereiken. Een optie is om meer slib te gaan vergisten, met dito biogas productie. Dit biogas zou opgewerkt kunnen worden tot groengas. Een andere optie is om te investeren in een eigen slibdroger. De studie beoordeelt het drogen van slib met restwarmte als zeer klimaatvriendelijk. Als er in de buurt van de RWZI restwarmte beschikbaar komt, wordt deze optie zeer interessant. De beslissing hierover ligt eind september voor aan het Algemeen Bestuur van het Wetterskip. Groene waterstof is nu nog zeer beperkt beschikbaar en duur. Daarom wordt groene waterstof nu vooral ingezet voor verduurzaming van chemische industrie en mobiliteit.
Het is nu (nog) te duur/hoogwaardig voor de verwarming van gebouwen. Bovenstaande figuur van de Raad voor de Leefomgeving bevestigt dat. Er is veel elektriciteit nodig om waterstof te maken. Tegenover het nadeel van veel energieverlies bij de productie staat het voordeel dat waterstof een energiedrager is: in waterstof zit energie opgeslagen die je kunt transpoteren (in tanks of leidingen).
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
B1.5 Afweging van aardgasvrije warmteoplossingen RVO heeft factoren in beeld gebracht die een rol spelen bij de afweging van aardgasvrije warmteoplossingen aan de hand van onderstaand schema (zie onderstaand schema). De verschillende warmteoplossingen worden afgezet tegen: a. de energiebehoefte en temperatuur. Het balkje rechts loopt van hoge temperatuur verwarming bovenaan tot lage temperatuur verwarming onderaan. De isolatieopgave (links) is groot bij lage temperatuur verwarming en klein bij hoge temperatuur verwarming. b. de hoeveelheid gebruikers: een individu (rechts) of een collectief (links).
Ad a. Energiebehoefte en temperatuur In de gemeente Heerenveen verschilt de isolatiegraad per gebied. Op onderstaande kaart staan de aangemelde en de geschatte energielabels (bron: Startanalyse aardgasvrije buurten, versie 2020, Planbureau voor de Leefomgeving). Daaruit blijkt dat de gebouwen in de grotere kernen in het algemeen beter geïsoleerd zijn en dat de oudere bebouwingslinten en dorpscentra gemiddeld minder goed geïsoleerd zijn. Hoe beter geïsoleerd, hoe minder energiebehoefte het gebouw heeft en hoe lager de temperatuur kan zijn die je nodig hebt om het gebouw te verwarmen. Dit bepaalt welke bronnen je kunt toe passen.
Inzoomen kan online op https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/#
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
Onderzoek van Greenvis (2020, zie tabel) laat zien dat de meeste gebouwen die voor 1992 gebouwd zijn, nu nog verwarming nodig hebben met meer dan 70 graden. Volgens de prognoses hebben in 2050 alleen nog maar vooroorlogse panden (van voor 1940) deze hoge temperatuurverwarming nodig.
Onderstaande kaarten (Greenvis, 2020) laten zien welke buurten nu al geschikt zijn voor lage- en midden temperatuurverwarming en welke dat volgens de prognose in 2050 zijn. Huidige warmtevraag per buurt per temperatuurniveau:
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
Prognose voor de warmtevraag in 2050 per buurt per temperatuurniveau:
Ad b. Collectieve of individuele warmteoplossing De bebouwingsdichtheid bepaalt in technische zin hoe geschikt een collectief systeem (warmtenet) is. Hoe meer gebouwen op een km², hoe groter de kans dat een collectief systeem toegepast kan worden. Dan is de warmtevraag-dichtheid hoog, zie onderstaande kaart (Greenvis, 2020).
in het algemeen het gesprek / zoektocht naar aardasvrije oplossingen te organiseren zal zijn. Zowel collectieve als individuele systemen hebben voor- en nadelen: Collectief Voordeel: goedkoper per woning minder elektriciteit nodig
Individueel Voordeel Een eigenaar kan zelf beslissen over zo’n individuele techniek.
Nadeel: - je hebt elkaar nodig en dat vergt organisatie en afstemming.
Nadeel: Vaak duurdere installatie Goede isolatie niet overal mogelijk / duur.
Er kan spanning ontstaan tussen de wensen en mogelijkheden van individuen en een groep (buurt of dorp). Het uitgangspunt is dat iedereen zelf kiest, en niemand verplicht is om mee te doen met een bepaalde optie. Maar als slechts enkele afnemers meedoen met een dure techniek, is het onbetaalbaar. Dus er is een start nodig met een flinke groep “warmte-klanten”. Bij grotere warmtenetten heb je elkaar nodig. Minder kans op spanning ontstaat door: - Kostenvoordeel en goede gezamenlijke organisatie zouden veel buurtbewoners kunnen verleiden om mee te doen. - Tijd: als er tien of twintig jaar tijd is om aan te sluiten, kunnen natuurlijke momenten zoals verbouwen of verhuizen gebruikt worden. De huidige warmtewet en de toekomstige Wet Collectieve Warmtevoorziening (verwacht in 2023) richt zich op deze spanning en biedt hopelijk oplossingen. In de gebieden die dichtbebouwd en dus technisch geschikt zijn, zijn er ook nog andere factoren die bepalen of een groep samen een aardgasvrije warmteoplossingen willen verkennen en organiseren, of dat ze dat liever individueel doen. Hoe meer overeenkomsten in bouwtype, energielabels en eigenaar (koop/huur), hoe makkelijker
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
bijlage 2 Uitleg over duurzame alternatieven Achtergrondinformatie voor aardgas Liander buurtanalyse Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
2
Algemene uitgangspunten Liander bij de warmtetransitie Het huidig beleid van Liander ten aanzien van de gasleidingen heeft als uitgangspunt dat gasleidingen zoveel mogelijk behouden blijven om de flexibiliteit te vergroten en de kosten lager te houden. Kosten voor het vervangen van gasleidingen zijn vele malen hoger dan de kosten voor in stand houden of verwijderen. De meeste (nietgrondroeringsgevoelige) gasleidingen kunnen geconserveerd blijven liggen bij all electric oplossingen, groen gas/waterstof of biomassa (met andere woorden: als er geen warmtenet komt). Als er wel een warmtenet komt, worden alle leidingen -hoofdleidingen én aansluitleidingen- verwijderd. In overleg met de netbeheerder is er een mogelijkheid om af te wijken van dit beleid, wanneer je bijvoorbeeld wilt dat gasleidingen (onder druk) blijven liggen voor toekomstige toepassingen. Liander ziet graag dat de twee componenten van de maatschappelijke kosten worden genomen in de afwegingen voor duurzame warmteoplossingen: 1. afsluitkosten (kosten die daadwerkelijk moeten worden gemaakt om het gasnet af te koppelen); 2. de waarde van het gasnet (afhankelijk van de staat en ouderdom van het net in de straat, buurt, wijk of dorp).
B2.1 U itgangspunten voor vervanging & verwijdering op basis van leidingmaterialen Liander onderscheidt drie typen gasleidingen, met elk specifieke uitgangspunten per materiaal: • Grijs Gietijzer (GGIJ) en Asbest Cement (AC) hoofdleidingen (niet aanwezig in de gemeente Heerenveen). GGIJ en AC leidingen zijn bros en niet geschikt voor duurzame gassen en dienen
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
daarom verwijderd te worden als ze niet meer in gebruik zijn. Volgens afspraken met de SODM (staatstoezicht op de Mijnen) moet Liander dit type hoofdleiding 2032 vervangen. Wijken met GGIJ en AC kunnen prima als startwijken, maar zijn niet in de gemeente Heerenveen aanwezig. • Wit/hard PVC en dunwandige 1e generatie PE hoofdleidingen In de gemeente Heerenveen is 13,5% van de lage druk leidingen van wit PVC aangelegd (voor 1975), zie kaart. Dit ligt hoofdzakelijk tussen De Knipe, Bontebok en Jubbega, Gersloot en Terband, Mildam, tussen Mildam en Oudeschoot, tussen Katlijk en Oranjewoud en in de wijk de Greiden. Wit PVC leiding zijn grondroeringsgevoelig, dat wil zeggen dat ze vervangen moeten worden bij grondroering binnen een straal van tien meter (als er bijvoorbeeld een waterleiding of riool vervangen wordt). Alleen in Luinjeberd ligt een leiding zo dicht bij een wit PVC leiding, in de andere gebieden niet. Daar is geen vervangingsopgave of verwijderingsopgave (Liander verwijdert het gasnet in principe zonder vervanging bij aanleg van warmtenetten). Waar geen vervangingsopgave is, is vanuit het gasnet geen aanleiding om deze gebieden aan te wijzen als een van de eerste transitiewijken.
• Overige, niet grondroeringsgevoelige leidingen De buurten in de kern Heerenveen hebben een mix van oude en nieuwe materialen. Bij de aanleg van een warmtenet zou dit geen probleem mogen opleveren. Voor de warmtetransitie kan het prioriteren van gebieden met deze overige, niet grondroeringsgevoelige leidingmaterialen plaatsvinden op basis van de ouderdom van het aardgasnet en aansluitleidingen. Het gasnet is gemiddeld in Heerenveen ver afgeschreven (zie kaart): in het buitengebied en de dorpen van driekwart tot compleet. De gasnetten in de nieuwbouw van Skoatterwald en het IBF zijn het jongst en minst afgeschreven. Vanuit het perspectief van het gasnet zijn deze ‘jonge netgebieden’ niet kansrijk als startgebieden voor 2030, maar voor Skoatterwald geldt dat driekwart al gasloos is en het restant goed geïsoleerd en wel voorloopt in de verduurzaming. Voor bedrijfsgebouwen op het IBF is maatwerk van toepassing vanwege de koppelkansen met hoge temperaturen in bedrijfsprocessen en de kansen voor warmte-cascadering (dit vormt een onderdeel van de verdere verkenning naar een groter warmtenet in de kern Heerenveen).
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
B2.2 Elektriciteitsnetten en de warmtetransitie Liander heeft de geschiktheid voor all-electric warmteoplossingen per buurt in kaart gebracht (zie kaart ‘geschiktheid all electric). De geschiktheid van all-electric is gebaseerd op vier indicatoren: 1) het aantal verblijfsobjecten met hoog energielabel (A of B) 2) de wijktypologie, 3) de geschiktheid van de middenspanningsruimtes 4) de geschiktheid van de kabels in het laagspanningsnet.
Voor deze laatste twee indicatoren is ook een aparte kaart gemaakt, die de geschiktheid van het laagspanningsnet voor het all-electric scenario laat zien. Hierbij wordt gekeken wat de impact is op de laagspanningskabels en op de middenspanningsruimtes in de buurt, wanneer de aansluitingen in de buurt overgaan op all-electric (elektrisch verwarmen en koken).
Volgens de vier indicatoren (eerst kaart) zijn Nes, De Heide, Skoatterwald en Haskerveen erg geschikt voor all electric oplossingen. Isolatie van de woning en wijktypologie spelen daarbij een grote rol voor de grotere woonwijken, zoals blijkt uit het webdiagram van Nes en de Heide ter illustratie hieronder.
Haskerveen
Nes
Voor het buitengebied is de geschiktheid voor all electric op basis van de vier indicatoren niet hoog: noord oostelijk buitengebied is 40-60% geschikt; in het (zuid) oosten is dit soms maar 20-40%. Het diagram van Gersloot-polder illustreert dat dit vooral komt door de lagere isolatiegraad en ongunstige wijktypologie (dun bebouwd). De ijle structuur is voor elk type infrastructuur ongunstig; de isolatiegraad kan gelukkig wel beïnvloed worden. De laagspanningskabels en op de middenspanningsruimtes is wel gunstig.
De Heide
Gersloot-polder
Op bedrijventerrein Haskerveen draagt niet zozeer de wijktypologie maar juist de ruimte op het middenspanningsnet bij aan de geschiktheid, zoals uit onderstaande diagrammen blijkt.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
De startanalyse geeft voor deze kleinste dorpen en het buitengebied aan dat (groen gas en waterstof buiten beschouwing gelaten vanwege schaarste) all electric de goedkoopste optie is. De opgave is hier dus om de isolatiegraad te verhogen. B2.3 Potentie warmte koude opslag (WKO) Open warmte koude opslag (WKO) systemen zijn geschikt voor utiliteiten met een hoge warmtevraag (vanaf 3.000 m3 gas per jaar). Een WKO verwarmt en koelt. Onder utiliteiten worden kantoren, winkels, zorggebouwen, onderwijsgebouwen en hotels verstaan. De WKO potentie in de buurt wordt hoger wanneer dichtheid van utiliteiten hoog is, dit geeft een mogelijkheid om meerdere gebouwen op een WKO systeem aan te sluiten. Ook wordt de potentie hoger wanneer er al andere WKO systemen zijn, dit kan resulteren in een betere energetische balans. In buurten met grondwaterbescherming en/of specifiek provinciaal beleid mogen mogelijk niet overal WKO installaties geplaatst worden.
Heerenveen aardgasvrij
Transitievisie Warmte
Colofon Samenstelling en inhoud: projectteam aardgasvrij Gemeente Heerenveen Teksten: Ilja van der Veen Kaart warmteoplossingen: André Gout Vormgeving: Okkinga Communicatie
eenvooreengroener.nl/aardgasvrij