Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
Tekst van het document
Toetsing parkeren
Ten oosten van het kerkgebouw bevindt zich een parkeerhaven met circa zes parkeerplaatsen. Het parkeren van de pastoriewoning vindt op de straat De Karn plaats. Voor de pastoriewoning kan het parkeren in de openbare ruimte blijven plaatsvinden. Wat betreft de functiewijziging van de kerk is er sprake van een afname van de parkeerbehoefte. Uitgaande van de functie 'Koop, huis, vrijstaand' in de rest bebouwde kom, komt de parkeerbehoefte voor de nieuwe woning uit op 2,7 parkeerplekken. Dit is minder dan de reeds aanwezige zes parkeerplaatsen van de kerk. Het aanwezige parkeerterrein bestaande uit 7 parkeerplaatsen, kan gebruikt worden voor het parkeren van de bewoners en bezoekers van de Schoterlandseweg 74. Conclusie Wat betreft het aspect parkeren is het plan niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd. 5.11.4
Conclusie
Het plan is wat betreft verkeer en parkeren niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.12 Duurzaamheid en gezondheid Te zijner tijd zullen in het omgevingsplan ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid omgevingswaarden worden vastgelegd. Deze worden gebaseerd op het gemeentelijke beleid zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Nagegaan moet worden of hieraan toepassing is gegeven. Indien dit het geval is dient het initiatief getoetst te worden aan deze omgevingswaarden. In het omgevingsplan van de gemeente Heerenveen zijn op dit moment nog geen omgevingswaarden vastgelegd. Duurzaamheid Doelen van de Ow zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3,
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Gezondheid Doel van de Ow is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.Wat betreft duurzaamheid kan gesteld worden dat de aanwezige panden in het plangebied met deze functiewijziging een duurzame nieuwe invulling krijgen. Leegstand wordt tegengegaan en er is geen sprake van sloop- of sloopwerkzaamheden. Er hoeven dus ook geen middelen of materialen gebruikt worden ten behoeve van deze ontwikkeling. De functiewijziging kan in die zin dan ook duurzaam worden geacht. Wat gezondheid betreft kan gekeken worden naar het mogelijk maken van een gezond leefmilieu. (aanwezigheid van geur, geluid, goede riolering en waterkwantiteit en -kwaliteit). Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, het tegengaan van verspreiding van bestrijdingsmiddelen en vermesting, een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Zaken zoals geur, geluid, bodem en water zijn in de vorige paragrafen nader aan de orde gekomen.
5.12.2
Conclusie
Er wordt rekening gehouden met de aspecten duurzaamheid en gezondheid in de planvorming. De conclusie luidt dat het plan in het kader van gezondheid niet evident onuitvoerbaar is en op aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd.
5.13 M.e.r.-verantwoording 5.13.1
Wettelijk kader
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Ob. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. 5.13.2
Onderzoek
In bijlage V van het Ob is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is (J11). Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hierbij is van belang dat er sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat de voorziene bebouwing beperkt is. Het voorliggende wijzigingsbesluit ziet op de toevoeging van per saldo één extra woning door middel van een functiewijziging in het bestaand bebouwd gebied. In ruimtelijke zin wijzigt er niets. Alleen de functie van het plangebied wijzigt van 'Maatschappelijk' naar 'Wonen'. Er is dan ook geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Een m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde. Voorts zijn relevante omgevingsaspecten in de voorgaande paragrafen afdoende aan de orde gekomen om op grond daarvan de uitvoerbaarheid van het plan te kunnen beoordelen.
26
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
5.13.3
Conclusie
Er is met het voornemen geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, er is geen aanleiding tot het opstellen van een m.e.r.-rapportage. Daarnaast zijn relevante omgevingsaspecten in voorgaande paragrafen aan de orde geweest.
Hoofdstuk 6
Juridische vormgeving
6.1
Wijziging omgevingsplan
6.1.1
Omgevingsplan van rechtswege
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege wijzigen. 6.1.2
Toepassing TAM-IMRO
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant.
Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan. 6.1.3
Werkingsgebied
De regels in dit TAM- omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0074.TAM22BSchote7274MD-OW01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In Hoofdstuk 1 is een overzichtskaart van het werkingsgebied opgenomen.
27
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
6.1.4
Overzicht wijzigingen
De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. De regels zoals opgenomen in de bestemmingsplannen Bestemmingsplan Mildam 2012 en Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren, Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur en 1e Aanpassing partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur worden vervangen door de regels in dit TAM-omgevingsplan. Deze wijziging heeft met name tot gevolg dat de locatie wordt voorzien van de functie 'Wonen' waarbinnen twee woningen mogen worden gerealiseerd.
6.2
Artikelsgewijze toelichting
6.2.1
Preambule
De IMRO-standaarden staan niet toe om de regels in het TAM-omgevingsplan te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. Hetzelfde geldt voor de artikelen. Aangezien het omgevingsplan al een hoofdstuk 1 en artikel 1 heeft, is het noodzakelijk om duidelijk te maken hoe deze objecten dienen te worden gelezen. Hiervoor wordt een zogenoemde preambule opgenomen in het TAM-omgevingsplan. 6.2.2
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de begripsbepalingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande begrippen. Er is een aparte bijlage beschikbaar waarin de door de gemeente gehanteerde begrippen zijn opgenomen. Artikel 2 Toepassingsbereik In dit artikel wordt in het eerste lid de regels uit het TAM-omgevingsplan gekoppeld aan de bijbehorende verbeelding. In het tweede lid wordt bepaald dat bepaalde ruimtelijke plannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing zijn op de locatie waarvoor het TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld. In het derde lid is bepaald dat de regels uit afdelingen 22.2 en 22.3 van de Bruidsschat niet van toepassing zijn, als deze regels in strijd zijn met de regels uit het TAM-omgevingsplan. Dit geldt niet voor paragraaf 22.2.7.3 waarin regels zijn opgenomen over activiteiten met betrekking tot bouwwerken die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan. Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van deze wijziging gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. 6.2.3
Regels over het gebruik van gronden en bouwwerken
Artikel 5 Gebruiksverbod en Artikel 6 Nadere regel over het gebruiksverbod In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden. Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of worden verboden. In dit geval is gekozen voor een algemeen gebruiksverbod. In artikel 6 staat benoemd wat er in ieder geval onder ander gebruik wordt begrepen. Dit 'ander gebruik' is verboden. Artikel 7 Beroep- of bedrijf aan huis In artikel 7 zijn algemene regels opgenomen voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis. Artikel 8 Bed & Breakfastactiviteiten en Artikel 9 Kamerverhuuractiviteiten In het omgevingsplan zijn onder andere vergunningplichten opgenomen voor het uitoefenen van een bed &
28
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
breakfast en het verhuren van een kamer in een woning. 6.2.4
Specifieke regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken
Artikel 10 Wonen In deze paragraaf zijn de functies, waardevolle gebieden en activiteiten van de betreffende gronden aangegeven. Dit TAM-omgevingsplan kent de functie 'Wonen'. Deze functie laat toe om gronden te gebruiken voor wonen. Het artikel is op de volgende manier onderverdeeld: Lid 1 bevat het toepassingsbereik van het artikel. Lid 2 bevat een opsomming van het gebruik dat op deze locatie is toegestaan. Hierbij wordt achtereenvolgens het hoofdgebruik, het aanvullend gebruik en het ondergeschikte gebruik opgesomd. Lid 3 bevat, indien nodig, nadere regels en voorwaarden over het gebruik dat op grond van lid 2 is toegestaan. Artikel 11 Waarde - Archeologie In dit TAM-omgevingsplan is het (potentieel) archeologisch waardevol gebied binnen het plangebied aangegeven met 'Waarde - Archeologie'. Binnen het gebied is het toegestaan gronden, naast de toegelaten functies, te gebruiken voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 6.2.5
Algemene regels voor het bouwen van bouwwerken
Het vierde hoofdstuk behandelt de algemene bouwregels die voor het hele besluitgebied gelden. Hierin komen onderwerpen aan de orde als de excessenregeling, de maatwerkvoorschriften en beoordelingsregels die afwijken van of in aanvulling zijn op artikel 22.29. Het hoofdstuk is opgebouwd uit de volgende artikelen: Artikel 12 Toepassingsbereik Artikel 13 Maatwerkvoorschriften Artikel 14 Excessen Artikel 15 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen Artikel 16 Aanvullende aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Artikel 17 Het bouwen van bouwwerken in het gebied 'Waarde - Archeologie' 6.2.6
Regels voor het bouwen van specifieke bouwwerken
Het vijfde hoofdstuk bevat de regels die gelden voor het bouwen van de verschillende soorten bouwwerken. Daarin worden de volgende categorieën onderscheiden: hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, dakopbouwen, erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 18 Regels voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de functie wonen Artikel 19 Aanvullende beoordelingsregels
6.2.7
Regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
In het (potentieel) archeologische waardevol gebied 'Waarde - Archeologie' gelden regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Dit is opgenomen in Artikel 20 Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in het gebied 'Waarde Archeologie'. Het betreft een vergunningplicht. De vergunningplicht geldt onder meer niet als het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid ziet op een kleinere oppervlakte dan 500 m² en niet dieper dan 0,50 m. Verder zijn er beoordelingsregels, aanvraagvereisten en mogelijke vergunningvoorschriften opgenomen. 6.2.8
Overgangsrecht
Artikel 21 Overgangsrecht
29
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
Dit artikel regelt het overgangsrecht. Omwille van de continuïteit en de voorspelbaarheid kiest de gemeente ervoor om voorlopig gebruik te blijven maken van 'oude' standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening, die daarbij qua terminologie zijn aangepast aan TAM-IMRO.
Hoofdstuk 7
Financiele haalbaarheid
7.1
Uitvoerbaarheid en kostenverhaal
7.1.1
Wettelijk kader
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. In gevallen waarin een ontwikkeling alleen gerealiseerd kan worden met een financiële bijdrage vanuit de gemeente, wordt in deze paragraaf een passage daarover opgenomen. Kostenverhaal is aan de orde, indien het planvoornemen nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt. Onderstaande activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. b. c. d. e. f.
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
7.1.2
Onderzoek
Voorliggend plan betreft geen kostenverhaalplichtige activiteit zoals hierboven omschreven. Het planvoornemen is geïnitieerd door de eigenaren van de gronden. De gemeente Heerenveen als zijnde betrokken lokale overheid verleend haar medewerking aan de uitvoering van het project. De financiële verplichtingen die uit het project naar voren komen worden door de initiatiefnemers gedragen zodat kan worden gesteld dat het voorliggende plan economisch uitvoerbaar is. Het plan is een particulier initiatief dat wordt uitgevoerd en beheerd voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat mogelijke nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer is. 7.1.3
Conclusie
Het kostenverhaal van planrealisatie is anderszins verzekerd. Voorgaande betekent dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
Hoofdstuk 8 8.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Wettelijk kader
Voor het wijzigingsbesluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het
30
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
Bkl); Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeentefuncties evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
8.2
Afweging
Met het planvoornemen wordt het mogelijk gemaakt om de functie van twee als 'Maatschappelijk' bestemde gebouwen te wijzigen naar de functie 'Wonen'. Hiervoor is binnen het TAM-omgevingsplan een zone aangewezen waarbinnen deze mogelijkheid wordt geboden. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en zijn verrichte onderzoeken beschreven. Daarnaast is het planvoornemen getoetst aan de regels van het Bkl. Op nagenoeg alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl, met uitzondering van het onderdeel geluid van wegen. Hierbij worden geluidsreducerende maatregelen genomen om het geluidsniveau terug te brengen naar de standaardwaarde. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
31
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Schoterlandseweg 72 en 74 te Mildam
Bijlagen bij motivering Bijlage 1 Akoestisch onderzoek geluid van wegen
32
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam
projectnummer 0492504.100 definitief revisie 03 25 september 2024
www.anteagroup.nl
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 definitief revisie 03 25 september 2024
Auteur(s) M. Steenkamp
Opdrachtgever Veenstra Makelaardij K R Poststraat 13 8441 EL Heerenveen
Gecontroleerd M.J. Reinders
datum 25 september 2024
beschrijving Definitief
vrijgave M. van de Klundert
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel onderzoek Leeswijzer
4 4 5
2.
Wettelijk kader
6
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5 2.6 2.7
Geluid en niet-geluidgevoelige objecten Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Geluid door activiteiten Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Heerenveen Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Heerenveen Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties Aanvullingswet geluid Omgevingswet Toetsingskader Wet geluidhinder Beoordelingskader plansituatie
6 6 6 6 6 8 8 8 9 9 10
3.
Uitgangspunten en onderzoeksopzet
12
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3
Onderzoeksgebied Rekenmethode Uitgangspunten Invoergegevens geluidrekenmodel Geluid door activiteiten Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen
12 12 12 12 13 13
4.
Resultaten en toetsing
14
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4
Geluid door activiteiten Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen Resultaten provinciale wegen Gemeente wegen Gezamenlijke geluidbelasting Maatregelen Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Ontvangersmaatregelen Hogere grenswaarde
14 15 15 16 17 17 17 18 18 18
5.
Conclusie en samenvatting
19
5.1 5.2 5.3
Resultaten Maatregelen Hogere grenswaarden
19 19 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Voor de bestemmingswisseling van maatschappelijke functie naar woonfunctie voor een pand aan de Schoterlandseweg 74 te Mildam is een akoestisch onderzoek nodig. De rapportage van het akoestisch onderzoek dient om een TAM-IMRO plan te laten opstellen. De locatie ligt binnen het geluidaandachtsgebied van meerdere nabijgelegen wegen en nabij een milieubelastende activiteit (tankstation). Er is vorig jaar een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Antea Group voor Schoterlandseweg 72, waarvoor al een rekenmodel is opgesteld1. Aan dit model zal de naastgelegen kerk aan de Schoterlandseweg 74 worden toegevoegd. Bovendien wordt het onderzoek geupdate naar de nieuwste wetgeving die per 01-01-2024 is ingegaan (de Omgevingswet). Daarnaast wordt de aanwezigheid van een tankstation (milieubelastende activiteit) direct naast het plangebied beoordeeld. De ligging van een pand aan de Schoterlandseweg 74 is weergegeven in afbeelding 1.1. De locatie van de het pand ligt centraal in het dorp Mildam op een afstand van circa 7,0 meter van de Schoterlandseweg. Dit akoestisch onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Veenstra Makelaars.
Afbeelding 1.1: Ligging planlocatie
1.2
Doel onderzoek Het doel van het akoestisch onderzoek is inzicht te geven in hoeverre sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit kader wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar effect van geluid vanwege omliggende wegen en milieubelastende activiteiten op het te transformeren pand aan de Schoterlandseweg 74.
1
Antea Group, 221207_0481900.100_Akoestisch onderzoek Schoterlandse weg Mildam-rev00, d.d. 7 februari 2023
blad 4 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het juridisch kader beschreven. De onderzoeksopzet en de uitgangspunten voor de berekeningen voor wat betreft het geluid van activiteiten en wegverkeerslawaai onderzoek, zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten van de geluidberekeningen en toetsing zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De rapportage wordt afgesloten met een advies en conclusie in hoofdstuk 5.
blad 5 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
2.
Wettelijk kader
2.1
Geluid en niet-geluidgevoelige objecten Gebouwen met een woonfunctie zijn geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.21, Besluit kwaliteit leefomgeving). De aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen sluit aan bij artikel 4.101, Besluit bouwwerken leefomgeving. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving hebben uitsluitend betrekking op geluidgevoelige gebouwen. Andere gebouwen en locaties reguleert het Besluit kwaliteit leefomgeving niet. Het Rijk laat de bescherming van overige gebouwen en locaties over aan decentrale overheden. Een wettelijke taak van de gemeente is het 'evenwichtig toedelen van functies aan locaties' (artikel 4.2 Omgevingswet). De gemeente neemt bij deze taak het geluid door activiteiten op de niet van rijkswege beschermde gebouwen en locaties mee. Als basis voor beoordeling in hoeverre in deze situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, worden de instructieregels ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving gehanteerd in samenhang met de regels die volgen uit het vigerende omgevingsplan (Bruidschat).
2.2
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ingevolge de Omgevingswet dient voor het opstellen van een omgevingsplan of in het kader van de beoordeling van een aanvraag voor een TAM-IMRO (tijdelijk alternatieve maatregel -informatiemodel ruimtelijke ordening) rekening te worden gehouden met het geluid door wegen op geluidgevoelige gebouwen, waarbij wordt beoordeeld in hoeverre het geluideffect aanvaardbaar is en daarmee, vanuit optiek van geluid, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In onderstaande paragrafen wordt dit nader uitgewerkt.
2.3
Geluid door activiteiten
2.3.1
Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Heerenveen Omgevingsplan gemeente Heerenveen Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4. Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen 07.00 – 21.00 uur
21.00 – 07.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
70 dB(A)
60 dB(A)
2. De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur. 2.3.2
Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 5.65. (standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1. Een omgevingsplan bevat:
blad 6 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
a. als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1, voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw; en b. als waarden de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.65.2, voor het toelaatbare geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Tabel 5.65.1 Standaardwaarde toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 07.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
--
70 dB(A)
70 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
--
65 dB(A)
65 dB(A)
Tabel 5.65.2 Grenswaarde toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 07.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 07.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
--
55 dB(A)
55 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
--
45 dB(A)
45 dB(A)
2.
Als een omgevingsplan een activiteit toelaat op een in het omgevingsplan aangewezen bedrijventerrein, kan het omgevingsplan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van geluid en het maximaal geluidniveau LAmax door die activiteit op geluidgevoelige gebouwen op dat bedrijventerrein als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1, verhoogd met 5 dB(A), bevatten.
3.
Als een omgevingsplan een activiteit toelaat in een in het omgevingsplan aangewezen agrarisch gebied kan het omgevingsplan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met tabel 5.65.1, eerste rij, voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van geluid door die activiteit op geluidgevoelige gebouwen binnen dat agrarische gebied als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1, eerste rij, verlaagd met 5 dB(A), bevatten.
4.
Als het omgevingsplan een woonschip toelaat, kan het omgevingsplan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, en het derde lid, voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van geluid en het maximaal geluidniveau LAmax door de activiteit op dat woonschip als waarden de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.65.1, verhoogd met 5 dB(A), bevatten: 1°. als de locatie voor 1 juli 2012 voor een woonschip was bestemd; of 2°.als de locatie voor 1 juli 2012 in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd, of als de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in het omgevingsplan is toegelaten.
5.
Op het bepalen van het geluid waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, bevat, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
blad 7 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
2.4
Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen
2.4.1
Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Heerenveen In het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Heerenveen zijn geen regels opgenomen voor wegen.
2.4.2
Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 5.78t. (hoofdregel toelaten van geluidgevoelig gebouw) 1. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t. Tabel 5.78t Standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
Industrieterreinen
50 Lden 40 Lnight
Artikel 5.78u. (overschrijding standaardwaarde) 1. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t, als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u. Tabel 5.78u Grenswaarde geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Provinciale wegen Rijkswegen
60 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
70 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
65 Lden
Industrieterreinen
55 Lden 45 Lnight
2.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl).
blad 8 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
Omgevingsregeling Artikel 17.5. (overgangsrecht geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen) 1.
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de gegevens voor de basisgeluidemissie uiterlijk worden verzameld, bestaat het geluidaandachtsgebied uit het gebied dat zich aan weerszijden van de as van de weg uitstrekt tot de volgende afstand, gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg: a. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; b. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en c. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.
2.
2.5
Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg wordt bij de toepassing van het eerste lid het totaal van het aantal sporen of rijstroken beschouwd.
Aanvullingswet geluid Omgevingswet Toelaten geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een Provinciale weg (nog zonder gpp) Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidzone Wet geluidhinder van een Provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (gpp) is vastgesteld, geldt de Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid. De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn niet van toepassing (artikel 5.78, Bkl). De beoordeling van het wegverkeerslawaai als gevolg van de Provinciale wegen in onderhavig onderzoek zal derhalve onder het regime van de Wet geluidhinder moeten worden uitgevoerd. Het wettelijk kader dat verder wordt uitgezet in dit hoofdstuk gaat in op deze regelgeving.
2.6
Toetsingskader Wet geluidhinder Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van de weg. De breedte van de geluidzone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Zonebreedte wegverkeer Aantal rijstroken
Zonebreedte [m] Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer
-
600
3 of meer
350
-
3 of 4
-
400
1 of 2
200
250
blad 9 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
Het stedelijk gebied wordt in de Wgh gedefinieerd als ‘het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg’. Dit laatste gebied valt onder het buitenstedelijk gebied. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de (voorkeurs)grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. In artikel 3.1 en 3.2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wgh2 vermeld. In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarden en de maximaal toelaatbare geluidbelasting) opgenomen. Tabel 2.2 Grenswaarde voor woningen langs een bestaande weg Status van de woning
Voorkeursgrenswaarde [dB]
Maximaal toegestane geluidbelasting [dB] Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied*
nieuw te bouwen woningen
48
63
53
vervangende nieuwbouw (woningen)
48
68
58
nieuw te bouwen agrarische woning
48
58
58
nieuw te bouwen andere geluidgevoelige gebouwen
48
63
53
*) Geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied gerekend
Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het ‘Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012’. Op basis van dit voorschrift dient voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, een aftrek van 2 dB te worden toegepast met uitzondering van 2 specifieke situaties: Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is, geldt een aftrek van 3 dB; Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is, geldt een aftrek van 4 dB. Voor de overige zoneplichtige wegen bedraagt de aftrek 5 dB.
2.7
Beoordelingskader plansituatie Als basis voor beoordeling in hoeverre in deze situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, worden de instructieregels ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving gehanteerd in samenhang met de regels die volgen uit het vigerende omgevingsplan (Bruidschat). Daarnaast zal de Wet geluidhinder voor de beoordeling van de Provinciale wegen worden gehanteerd. Op dit moment is er nog geen informatie over de geluidaandachtsgebieden van de gemeentewegen en de Provinciale wegen in de omgeving van het plangebied. Om deze reden wordt het overgangsrecht uit artikel 17.5 2
Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, een psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf.
blad 10 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
van de Omgevingsregeling (Or) aangehouden. Hieruit volgt dat de nieuwe ontwikkeling in het geluidaandachtsgebied liggen van: de Provinciale weg Schoterlandseweg de gemeentelijke wegen: o De Karn o Van Aylvalaan o Molenlaan Toetsingskader Besluit kwaliteit leefomgeving In de onderhavige situatie is sprake van een nieuw geluidgevoelig object. Dit object is gelegen binnen het aandachtsgebied van de volgende wegen: de gemeentelijke wegen: o De Karn o Van Aylvalaan o Molenlaan Voor de geluidgevoelige objecten zijn derhalve de volgende waarden van toepassing: Tabel 2.3 kader Besluit kwaliteit leefomgeving Wegvak
Standaardwaarde
Grenswaarde
Gemeentelijke wegen
53 Lden
70 Lden
Toetsingskader Wet geluidhinder In de onderhavige situatie is sprake van een nieuw geluidgevoelig object. Dit object is gelegen binnen het aandachtsgebied van de volgende weg: de Provinciale weg Schoterlandseweg Het plan is gelegen in stedelijk gebied. Voor de geluidgevoelige objecten zijn derhalve de volgende grenswaarden van toepassing: Tabel 2.4 Grenswaarden ten gevolge van de gezoneerde weg na aftrek ex artikel 110g Wgh Wegvak
Voorkeursgrenswaarde
Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting
Schoterlandseweg
48 dB
63 dB
blad 11 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
3.
Uitgangspunten en onderzoeksopzet
3.1
Onderzoeksgebied In hoofdstuk 1 is in afbeelding 1.1. de ligging van het plangebied aan de Schoterlandseweg weergegeven. De kerk wordt getransformeerd naar een woning. Het gebied ligt binnen de geluidzone van de provinciale weg: de Schoterlandseweg. Daarnaast ligt het in het geluidsaandachtsgebied van de gemeente wegen: de Karn, van Aylvalaan en de Molenlaan.
Afbeelding 3.1 Ligging plangebied (in blauw) met de wegen in rood.
3.2
Rekenmethode In het kader van het onderhavige onderzoek zijn voor de effectbeschrijving van de diverse wegen akoestische berekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen dienen ter bepaling van de geluidbelasting ter plaatse van het pand. De berekeningen voor het onderzoek zijn uitgevoerd conform bijlage IVe van de Omgevingsregeling (meet- en rekenmethode geluid wegen) en de Standaardrekenmethode II uit het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012' ex artikel 110d van de Wet geluidhinder. Er is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu versie 2023.12.
3.3
Uitgangspunten
3.3.1
Invoergegevens geluidrekenmodel Voor de bepaling van de geluidbelastingen vanwege de omliggende bronnen is een rekenmodel opgesteld. In het model zijn de omliggende bebouwing, bodemgebieden, hoogtekenmerken en de relevante wegen opgenomen. Met behulp van het geluidrekenmodel is op alle toetspunten de geluidbelasting vanwege de omliggende bronnen berekend.
blad 12 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
De standaard bodemfactor van het model is akoestisch hard (bodemfactor 0,0). Het zachte oppervlak in het rekenmodel is ingevoerd als een akoestisch zachte bodem (bodemfactor 1,0). De diverse gebouwen zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend meegenomen. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. Voor de berekeningen is uitgegaan van een waarneemhoogte van 2/3 van de hoogte van de verdieping. De gekozen waarneemhoogte is daarom op 2 meter (begane grond) en 5 meter (eerste verdieping). 3.3.2
Geluid door activiteiten In de VNG-publicatie ‘Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’ uit 2022 worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zone voor geluid en of akoestisch onderzoek nodig is: 1. Optie 1 is een inschatting aan de hand van concrete criteria voor geluid; 2. Optie 2 is het aanvullend op optie 1 verkrijgen van een indicatie aan de hand van de getransponeerde VNG tabel 2009; 3. Optie 3 is het verkrijgen van duidelijkheid door het zo nodig uitvoeren van gericht onderzoek. Optie 1: Inschatting maken aan de hand van concrete criteria voor geluid Voor het aspect geluid (anders dan menselijk stemgeluid) zijn een aantal, meest ‘maatgevende’ variabelen geselecteerd, die geformuleerd zijn als afwegingsvraag. Afhankelijk van het antwoord op de afwegingsvragen is een activiteit op een bepaalde locatie naar verwachting wel of niet passend. Optie 2: Een indicatie verkrijgen aan de hand van de getransponeerde VNG tabel 2009 (richtafstanden) Aanvullend op optie 1 kan de Lijst van bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 een goed aanknopingspunt bieden voor een indicatie van de inpasbaarheid van een activiteit met betrekking tot geluid.
Optie 3: Geluidonderzoek Voor bepaalde activiteiten geldt dat in het omgevingsplan is aangegeven dat toelating alleen mogelijk is als er een geluidonderzoek is uitgevoerd. Bijvoorbeeld op basis van het (bruidsschat) artikel 22.60. Het uitvoeren van een geluidonderzoek geeft uiteraard het beste beeld van de inpasbaarheid van een activiteit binnen een bepaalde zone voor geluid of in een gebied met functiemenging.
3.3.3
Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen De verkeersintensiteit van de Schoterlandseweg, de Karn, van Aylvalaan en de Molenlaan zijn aangeleverd door de gemeente Heerenveen op 22-11-2022 in de vorm van telgegevens. Om de verkeersintensiteit voor 2034 te bepalen, heeft de gemeente Heerenveen een groeifactor van 1% per jaar toegepast vanwege de autonome groei. De verkeersintensiteit, snelheid en het wegdektype staan vermeld in tabel 3.1. In bijlage 1 van deze rapportage zijn de invoergegevens van het akoestisch rekenmodel terug te vinden. Tabel 3.1 Overzicht gehanteerde verkeersgegevens Wegvak
Snelheid [km/uur]
Wegdektype
Verkeersintensiteit (mvt/etm)
Geluidbronsoort
Schoterlandseweg
30
Elementverharding in keperverband
5.445
Provinciale weg
De Karn
30
Elementverharding in keperverband
105
Gemeente weg
Van Aylvalaan
30
Elementverharding in keperverband
899
Gemeente weg
Molenlaan
30
DAB
105
Gemeente weg
blad 13 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
4.
Resultaten en toetsing Met behulp van het rekenmodel is op alle beoordelingspunten de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gevels van het te transformeren pand voor het richtjaar 2034 berekend. Een overzicht van de beoordelingspunten is terug te vinden in bijlage 1. De complete rekenresultaten zijn terug te vinden in de bijlage 2.
4.1
Geluid door activiteiten Aan de hand van de VNG-publicatie ‘Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’ uit 2022 wordt in deze paragraaf een inschatting gemaakt van de verwachtte geluidbelasting als gevolg van het nabijgelegen tankstation. Het omgevingstype van Mildam is te karakteriseren als ‘woongebied’. In de nabijheid van de planlocatie is het tankstation Argos (Schoterlandseweg 78) gelegen. In onderstaande afbeelding is de ligging het te transformeren pand (Schoterlandseweg 74) weergegeven ten opzichte van het tankstation.
Tankstation
Pand
Afbeelding 4.1 Ligging van het te transformeren pand weergegeven ten opzichte van het tankstation (Streetsmart, 2024)
In de VNG-publicatie ‘Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’ uit 2022 worden voor geluid vier zones met oplopende geluidruimte onderscheiden:
blad 14 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij Tabel 4.1 Geluidruimte zones conform VNG-publicatie Werkingsgebied
Afstand vanaf grens locatie (m)
07.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 07.00 uur
Geluidruimte zone 1
30
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 2
50
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 3
50
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Geluidruimte zone 4
50
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Optie 1: Geluidcriteria Afhankelijk van het antwoord op enkele afwegingsvragen is te bepalen of het geluidgevoelige gebouw een activiteit beperkt in de bedrijfsvoering. Een aandachtspunt bij het tankstation is het parkeren en komen en gaan van bezoekers. Het parkeerterrein bevindt zich op circa 15 meter van het pand. In woongebied zal, bij een ongeschikte indeling van wonen en bedrijvigheid, parkeren en het komen en gaan van bezoekers in de avond en de nacht hinder kunnen veroorzaken. Optie 2: Transponering VNG tabel 2009 Voor het tankstation geldt dat deze activiteit een milieugebruiksruimte heeft behorende bij geluid zone 1. Het verwachtte langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) op 30 meter bedraagt derhalve 45 dB(A), 40 dB(A) en 35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Op 15 meter bedraagt het 48 dB(A), 43 dB(A) en 38 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Voor een periodeverdeling die geldt bij tankstations is het verwachtte langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) 48 dB(A) tussen 07.00 – 21.00 uur en 40 dB(A) tussen 21.00 – 07.00 uur. Het verwachtte langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), op basis van optie 2, voldoet daarmee aan de regels voor geluid op een geluidgevoelig gebouw uit het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Heerenveen.
Het is daarnaast aannemelijk dat in deze situatie sprake is van een aanvaardbaar effect van geluid op de beoogde woningen conform de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, aangezien de verwachte geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde (voor de periode 07.00 – 21.00 uur). Optie 3: Geluidonderzoek Het uitvoeren van een geluidonderzoek geeft uiteraard het beste beeld van de inpasbaarheid van een activiteit binnen een bepaalde zone voor geluid of in een gebied met functiemenging. Een dergelijk onderzoek kan alleen worden uitgevoerd als de benodigde informatie zoals het aantal vervoersbewegingen, gebruik van het tankstation etc. beschikbaar is. Medewerking met het betreffende bedrijf is dan benodigd. Daar op basis van de VNG-publicatie inpassing van de woonfunctie ten opzichte van het tankstation mogelijk lijkt, is een nader kwantitatief onderzoek niet uitgevoerd.
4.2
Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen
4.2.1
Resultaten provinciale wegen Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de provinciale weg op het pand ten hoogste 60 dB bedraagt. Dit is een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB), maar niet van de grenswaarde (63 dB). De hoogste geluidbelasting is berekend op de Schoterlandseweg 74 aan de gevel aan de noordkant op 2 m hoogte (beoordelingspunt 6). Gelet op de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dient te worden onderzocht of en in hoeverre maatregelen de geluidbelasting kunnen reduceren. Het onderzoek naar maatregelen is in paragraaf 4.2 weergegeven. In onderstaande afbeelding is weergegeven bij welke beoordelingspunten sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde (in oranje).
blad 15 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
Afbeelding 4.2 Geluidbelasting Lden van provinciale wegen op 2 m/5 m hoogte (oranje = overschrijding standaardwaarde).
4.2.2
Gemeente wegen De geluidbelasting als gevolg van de wegen De Karn, Van Aylvalaan en de Molenlaan is respectievelijk ten hoogste 34 dB, 43 dB en <20 dB. Gesommeerd is het ten hoogste 43 dB. Hiermee zijn er geen overschrijdingen van de standaardwaarde van 53 dB Lden voor wat betreft de gemeentewegen.
Afbeelding 4.3 Geluidbelasting Lden van gemeente wegen op 2 m/5 m hoogte (oranje = overschrijding standaardwaarde).
blad 16 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
4.2.3
Gezamenlijke geluidbelasting Uit de rekenresultaten blijkt dat de gezamenlijke geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevel ten hoogste 60 dB bedraagt. Dit is op de Schoterlandseweg 74 aan de noordkant op 2 m hoogte (beoordelingspunt 6). Er hoeft niet te worden getoetst aan de gezamenlijke geluidbelasting.
Afbeelding 4.4 Geluidbelasting Lden van gezamenlijke wegen op 2 m/5 m hoogte.
Een volledig overzicht van berekeningsresultaten vanwege de gezamenlijke geluidbelasting is opgenomen in bijlage 2.
4.3
Maatregelen Omdat de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder wordt overschreden vanwege de Schoterlandseweg wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de haalbaarheid/doelmatigheid van (theoretisch) mogelijke maatregelen. In artikel 110a en volgende wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege een weg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Om de geluidbelasting vanwege een weg te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: Maatregelen aan de bron door middel van het toepassen van een geluidarm wegdektype; Maatregelen in het overdrachtsgebied door middel van het toepassen van een geluidscherm/grondwal; Maatregelen aan de ontvanger door middel van het toepassen van schermen aan of nabij de gevel, het toepassen van 'dove' gevels, en dergelijke.
4.3.1
Bronmaatregelen Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen dienen in eerste instantie op de bron te worden toegepast. In de huidige situatie is het wegdektype te kenmerken als ‘Elementverharding in keperverband’. Het toepassen van een geluidreducerend wegdek zoals SMA 0/5 verlaagd het geluidniveau met 3 dB op de gevel van het pand.
blad 17 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
4.3.2
Overdrachtsmaatregelen Schermen zijn effectief waar een hoge geluidreductie gehaald moet worden. Echter lijkt het plaatsen van een scherm, gezien de geringe afstand tussen de Schoterlandseweg en het pand, niet realistisch.
4.3.3
Ontvangersmaatregelen Voor wat betreft de gemeentelijke afweging in hoeverre het geluideffect aanvaardbaar is en in hoeverre er daarmee, vanuit optiek van geluid, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan bij de beoordeling worden aangesloten bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. Besluit bouwwerken leefomgeving Uit artikel 4.103 volgt dat, als gevolg van wegverkeerslawaai, de geluidwering niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen het bepaalde gezamenlijke geluid en 33 dB. Het gezamenlijke geluid is ten hoogste 60 dB, waardoor de geluidwering tenminste 27 dB moet zijn. Wij achten het daarmee aannemelijk dat sprake is van een aanvaardbaar effect van geluid op het te transformeren pand. Derhalve wordt geadviseerd om de gevelwering met een hogere geluidreductie uit te voeren om de toekomstige gebruikers te beschermen voor het geluid van buitenaf. Het uiteindelijke oordeel met betrekking tot de aanvaardbaarheid van geluid is aan de gemeente.
4.4
Hogere grenswaarde Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van de woongebieden terug te brengen zijn niet mogelijk of lijken niet doelmatig. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen dient daarom de volgende hogere waarde vast te stellen zoals in onderstaande tabel 4.2 is weergegeven. Tabel 4.2 Hogere waarde Geluidgevoelig object
Hogere waarde Schoterlandswweg
Gezamenlijke geluidbelasting
Schoterlandseweg 74
60 dB
60 Lden
blad 18 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
5.
Conclusie en samenvatting Voor de bestemmingswisseling van maatschappelijke functie naar woonfunctie voor een pand aan de Schoterlandseweg 74 te Mildam is een akoestisch onderzoek nodig. De rapportage van het akoestisch onderzoek dient om een TAM-IMRO plan te laten opstellen. De locatie ligt binnen het geluidaandachtsgebied van meerdere nabijgelegen wegen en nabij een milieubelastende activiteit (tankstation). Er is vorig jaar een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Antea Group voor Schoterlandseweg 72, waarvoor al een rekenmodel is opgesteld. Aan dit model zal de naastgelegen kerk aan de Schoterlandseweg 74 worden toegevoegd. Bovendien wordt het onderzoek geupdate naar de nieuwste wetgeving die per 01-01-2024 is ingegaan (de Omgevingswet). Daarnaast wordt de aanwezigheid van een tankstation (milieubelastende activiteit) direct naast het plangebied beoordeeld. Met behulp van het rekenmodel is op alle beoordelingspunten de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gevels van het te transformeren pand voor het richtjaar 2034 berekend.
5.1
Resultaten Milieubelastende activiteit Uit de analyse volgt dat het in de beoogde situatie aannemelijk is dat ten aanzien van het tankstation sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Provinciale weg Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de provinciale weg op het pand ten hoogste 60 dB bedraagt. Dit is een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB), maar niet van de grenswaarde (63 dB). De hoogste geluidbelasting is berekend op de Schoterlandseweg 74 aan de gevel aan de noordkant op 2 m hoogte (beoordelingspunt 6). Gemeente wegen De geluidbelasting als gevolg van de wegen De Karn, Van Aylvalaan en de Molenlaan is respectievelijk ten hoogste 34 dB, 43 dB en <20 dB. Gesommeerd is het ten hoogste 43 dB. Hiermee zijn er geen overschrijdingen van de standaardwaarde van 53 dB Lden voor wat betreft de gemeentewegen. Gezamenlijk geluid Uit de rekenresultaten blijkt dat de gezamenlijke geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevel ten hoogste 60 dB bedraagt. Dit is op de Schoterlandseweg 74 aan de noordkant op 2 m hoogte (beoordelingspunt 6). Er hoeft niet te worden getoetst aan de gezamenlijke geluidbelasting.
5.2
Maatregelen Bronmaatregelen Het toepassen van een geluidreducerend wegdek zoals SMA 0/5 verlaagd het geluidniveau met 3 dB op de gevel van het pand. Dit leidt tot een geluidbelasting van ten hoogste 57 dB ten gevolge van de provinciale weg op het pand. De standaardwaarde wordt nog steeds overschreden met de toepassing van deze maatregel. Overdrachtsmaatregelen Schermen zijn effectief waar een hoge geluidreductie gehaald moet worden. Echter lijkt het plaatsen van een scherm, gezien de geringe afstand tussen de Schoterlandseweg en het pand, niet realistisch. Ontvangersmaatregelen Het binnenniveau is, bij toepassing van een geluidwering van ten minste 27 dB, in lijn met de gestelde eisen met betrekking tot het binnenniveau uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Geadviseerd wordt om de gevelwering met een hogere geluidreductie uit te voeren om de toekomstige gebruikers te beschermen voor het geluid van buitenaf. Het uiteindelijke oordeel met betrekking tot de aanvaardbaarheid van geluid is aan de gemeente.
blad 19 van 20
Akoestisch onderzoek Schoterlandseweg Mildam projectnummer 0492504.100 25 september 2024 revisie 03 Veenstra Makelaardij
5.3
Hogere grenswaarden Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van Schoterlandseweg 74 terug te brengen zijn niet mogelijk of lijken niet doelmatig. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen kan daarom de hogere waarde vaststellen zoals in tabel 4.2 is weergegeven.
blad 20 van 20
datum 18 oktober 2022 projectnummer 0481024.100 betreft Akoestische onderzoek Middellaan te Velp
Bijlage 1: Invoergegevens
blad 15 van 16
Bijlage 1 Invoergegevens Rapport: Model:
Model info
Lijst van model eigenschappen 240305-Schoterlandseweg Mildam-VL
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
240305-Schoterlandseweg Mildam-VL D18947 #2|Wegverkeerslawaai|Omgevingswet, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
D18947 op 5-3-2024 D18947 op 25-9-2024 Geomilieu V2023.1 rev 2
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Gebruik vereenvoudigde absorptiewaarde Geen reflectie als scherm meer dan 5° helt
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 10 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 1500 1500 -0,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Ja Ja Ja
Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Antea Nederland B.V. - vestiging Oosterhout
25-9-2024 13:12:05
Bijlage 1 Invoergegevens Model: Groep:
toetspunten
240305-Schoterlandseweg Mildam-VL (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer
Naam Omschr.
Maaiveld Hdef.
Namespace LokaalID Versie Hoogte A Hoogte B
2 3 4 5 6
Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam
1,69 1,67 1,70 1,73 1,78
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
7 8 9 1
Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam Schoterlandseweg 74 Mildam
1,78 1,74 1,71 1,60
Relatief Relatief Relatief Relatief