Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
6
7
schoolweg
8
9
3. Stedenbouwkundige uitgangspunten Schoolweg
Beleidsintentie Uitgangspunt is het afmaken van het bouwblok waar de school deel van uitmaakt. Daarbij is uitgegaan van vrijstaande woningen, passend bij de omgeving. In totaal zijn hier 8 kavels te realiseren. Het gehele schoolterrein is daarmee benut. Er rest nog een restant grond op het binnenterrein, deze grond kan worden verkocht. Er wordt in principe zoveel mogelijk in de bestaande rooilijn gebouwd. De bestaande bomen aan de Schoolweg en de E. Dijkstraweg worden opgenomen in de voortuinen van de nieuwbouw. In heel Jubbega, maar ook in de omgeving van de locatie, hebben de meeste huizen een sobere vormgeving. De massaopbouw is enkelvoudig (1 massa), bijna blokvorm, aanbouwen zijn niet aanwezig tot zeer ondergeschikt. De massa bestaat uit 1 of 1,5 laag met zadeldak evenwijdig of loodrecht op de weg. Het dakoverstek is klein. De dakhelling varieert tussen de 30 en 60 graden. Het uiterlijk is robuust, de gevel heeft sobere of geen toervoegingen (balkon dakkapel), gevelopeningen zijn functioneel. Materiaal is metselwerk en dakpan. De nieuw te bouwen woningen dienen te passen in de vormgeving van Jubbega. Woningen moeten qua vormgeving / architectuur aansluiten bij deze, in zekere zin, sobere opzet van de bestaande woningen in de omgeving (no-nonsense architectuur). Het bouwvolume heeft de kenmerken van de bestaande bebouwing, de toevoegingen kunnen eigentijds zijn (bv.
door de goot gezette dakkapellen). Het beoogde bebouwingsbeeld van de Schoolweg kan worden getypeerd als eenheid met verscheidenheid op de hoeken. Eenheid wordt bereikt door een bij alle woningen toe te passen hoofdvolume met de kap loodrecht op de Schoolweg/ Ekke Dijkstraweg. Verscheidenheid wordt bereikt door toevoegingen op beide hoeken en aan gevels.
10
11
stedenbouwkundige uitgangspunten Schoolweg De Schoolweg ligt aan de noordelijke rand van Jubbega. Het deel tussen de PW Jansenweg en het Sluiswegje is onderdeel van de hoofd-verkeersstructuur. De bouwlocatie ligt aan de noordelijke ingang van Jubbega, net naast het bovenlokale deel van de schoolweg, op een strategische plek. De schoolweg kent een redelijk divers straatbeeld. Het straatbeeld rond de bouwlocatie wordt bepaald door eenvormige rijwoningen, een breed klinker profiel met enerzijds velden en aan de andere kant grote bomen. Het karakter is landelijk met uitzicht. Aan de ene kant moet de nieuwbouw passen in het huidige straatbeeld aan de andere kant moet het recht doen aan de strategische locatie. De stedenbouwkundige structuur van Jubbega bestaat uit een aantal lijnen met een eigen karakter, een eigen straatbeeld. De schoolweg is onderdeel van de lijn Singel – schoolweg. De straatbeelden zijn hier en daar onsamenhangend; Nieuwbouw moet het straatbeeld versterken. Huidig bebouwingspatroon bestaat uit (half) gesloten bouwblok/ buurten, van vrijstaand en halfvrijstaande woningen, meestal met de voorkant naar buiten. Het bouwblok Schoolweg – Ekke Dijkstraweg dient afgemaakt te worden. Het bebouwingsbeeld rond de locatie is verscheiden maar kent ook eenheid. Ten westen van de locatie ligt een bouwblok met individueel bebouwde kavels, met weinig samenhang.
Ten oosten van de locatie ligt een projectmatig gebouwd bouwblok met grote samenhang (corporatiewoningen). De nieuwbouw moet een eenheid vormen, dit zal het straatbeeld sterker en duidelijker maken. De bouwlocatie ligt strategisch aan de noordelijke in/uitgangsweg van Jubbega. de hoekbebouwing (vooral de westelijke hoek) moet een verbijzondering krijgen. De bestaande bomen aan de Schoolweg en de E. Dijkstraweg worden opgenomen in de voortuinen van de nieuwbouw. Ter plaatse van een inrit kan een kapvergunning verleend worden, met dien verstande dat elk perceel minimaal 1 boom dient te behouden.
12
13
5. Welstandscriteria woningbouw schoolweg 16 Plaatsing -
De woningen zijn georiënteerd op de Schoolweg en de Ekke Dijkstraweg.
-
De rooilijn van de hoek woningen dient aan te sluiten bij de rooilijnen van de aangrenzende woningen. (Schoolweg 14, 18, 20, enz./ Ekke Dijkstraweg 2 en 4/ sluiswegje 1,3)
-
De voorgevelrooilijn loopt vervolgens getrapt van 8 m (hoek Sluiswegje) naar 5,5 m (hoek Dijkstraweg) De verspringing is lineair.
-
Bijgebouwen dienen tenminste 1 m achter de voorgevelrooilijn geplaatst te worden
-
De afstand van het hoofdvolume tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 2 meter.
-
Het hoofdgebouw dient binnen de aangegeven bouwvlakken van het bestemmingsplan te worden gerealiseerd.
-
De richting van de woningen en de nokrichting is loodrecht op de weg.
-
De woningen zijn afgedekt met een zadeldak, de dakhelling moet de kenmerken van de Jubbegaaster woning hebben (ten hoogste 60 graden en tenminste 30 graden)
-
Nokhoogte maximaal 10 meter
-
De goothoogte van de woningen is maximaal 5 meter (1 -1,5 laag)
-
Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De goothoogte van de bijgebouwen is maximaal 3,5 meter.
hoofdvorm
14
-
Aanzichten -
Jubbegaaster karakteristiek; sober, aanzicht is robuust
-
Volume kent weinig tot geen toevoegingen (dakkapel balkon; als ze er al zijn dan eerder éénmaal duidelijk dan meerdere kleinere.)
-
Gevelopeningen zijn functioneel
-
Hoofdvolume in metselwerk, rode kleur, overeenkomstig bebouwing ten oosten van de locatie. Referentiebaksteen bij de gemeente.
-
Kap; keramische pan, kleur zwart of rood. Referentiepannen bij de gemeente
-
Het dakoverstek is klein
Opmaak
16
6. inrichting schoolweg -
Bestrating handhaven
-
Strook graskeien worden vervangen door gebakken klinkers (waalformaat)
-
Bomen komen in de voortuinen te staan.
-
Per perceel dient minstens 1 boom gehandhaafd te blijven
-
Haag bij voorkeur handhaven.
17
buntgras
18
19
7. stedenbouwkundige uitgangspunten Buntgras
Beleidsintentie De Locatie Buntgras ligt op het kruispunt van zichtlijnen over de Ericalaan en de 1e wijk/Gentiaansingel. Daarmee ligt de locatie op een strategische plek. De Ericalaan kan gezien worden als de tweede dorpsstraat. De nieuwbouw moet recht doen aan de strategische locatie. Het zicht vanaf de Ericalaan en langs de wijk is bepalend. In heel Jubbega, maar ook in de omgeving van de locatie, hebben de meeste huizen een sobere vormgeving. De massaopbouw is enkelvoudig (1 massa), bijna blokvorm, aanbouwen zijn niet aanwezig tot zeer ondergeschikt. De massa bestaat uit 1 of 1,5 laag met kap, zadeldak evenwijdig of loodrecht op de weg. Het dakoverstek is klein. De dakhelling varieert van 35 tot 50 graden.Het uiterlijk is robuust, de gevel heeft sobere of geen toervoegingen (balkon dakkapel), gevelopeningen zijn functioneel. Materiaal is metselwerk en dakpan. De nieuwbouw woningen aan de Buntgras moeten qua vormgeving / architectuur aansluiten bij de, in zekere zin, sobere opzet van de bestaande woningen in de omgeving (no-nonsense architectuur). Het beoogde bebouwingsbeeld kan worden getypeerd als eenheid met verscheidenheid op de hoeken. Eenheid wordt bereikt door een bij alle woningen toe te passen hoofdvolume volgens plaatselijke kenmerken. Verscheidenheid wordt bereikt door verbijzondering van de hoeken. De kop aan de Ericalaan is hierin leidend.
Stedenbouwkundige uitgangspunten De nieuwbouw moet herkenbaar zijn en een eenheid vormen. De stedenbouwkundige structuur van Jubbega bestaat uit een aantal lijnen met een eigen karakter, een eigen straatbeeld. De Buntgras is onderdeel van de lijn Gentiaansingel en de lijn Ericalaan. Aansluiting dient gezocht te worden bij het bebouwingsbeeld van de Ericalaan en het bebouwingsbeeld langs de Gentiaansingel / 1e wijk. De nieuwbouw past bij het straatbeeld en het bebouwingsbeeld van de Gentiaansingel en de Ericalaan. De locatie past niet in het orthogonale bebouwingspatroon van Jubbega. Het bebouwingspatroon in de omgeving van deze locatie is zeer divers. Blokverkaveling en rij verkaveling. De nieuwbouw heeft een orthogonale bebouwingsrichting.
20
21
8. Welstandscriteria woningbouw Buntgras 1 Plaatsing -
De verkavelings- en bebouwingsrichting is orthogonaal
-
De woningen zijn georiënteerd op, en gericht naar, de Ericalaan en de Buntgras.
-
De woning aan de Ericalaan staat evenwijdig aan de weg. De richting van de andere woningen is orthogonaal.
-
De woning aan de Ericalaan heeft een nokrichting evenwijdig aan de weg. De nokrichting van de andere woningen is daar loodrecht op.
-
de rooilijn van de andere twee 2^kap-woningen is orthogonaal getrapt, de hoekpunten liggen op 3,5 m afstand van de kant van de weg.
-
De voorgevel dient in de voorgevelrooilijn te worden geplaatst.
-
De achterkant van de woningen is zichtbaar vanaf de Gentiaansingel en dient een strak bebouwingsbeeld te geven.
-
De bijgebouwen dienen tussen de hoofdgebouwen geplaatst te worden.
-
De nieuwbouw heeft een vergelijkbare massa opbouw als de woningen aan de Ericalaan en de Gentiaansingel.
-
De woningen zijn afgedekt met een symetrisch dak, of anderszins op zadeldak geijkte dakvorm. de dakhelling zal bij voorkeur tussen de 30 en 60 graden bedragen.
-
Nokhoogte maximaal 10 meter
-
De goothoogte van de woningen is maximaal 5 meter (1 -1,5 laag)
-
De goothoogte van de bijgebouwen is maximaal 3,5 meter.
bouwvolume
22
aanzichten -
De nieuwbouw moet qua massaopbouw aansluiten bij deze, in zekere zin, sobere opzet van de bestaande woningen in de omgeving (no-nonsense architectuur). De gewenste verbijzondering kan gezocht worden in de gevelopbouw.
-
De kop aan de Ericalaan dient een beeldbepalende verbijzondering te krijgen, welke terugkomt in alle geveldelen die zichtbaar zijn vanaf de Ericalaan (zoals op tekening aangegeven)
-
Hoofdvolume in metselwerk, rood in lichte toon. Referentiebaksteen bij de gemeente.
-
Kap; keramische pan, kleur zwart. Referentiepan bij de gemeente.
-
Toevoegingen aan de gevel; afwijkend materiaal bv. steen pleisterwerk, hout (geen plaatmateriaal) of metselwerk in afwijkende kleur.
opmaak
24
Bijlage 2 Welstandsadvies
TEAM OMGEVINGSKWALITEIT HEERENVEEN Dossiernummer Adres Datum Behandeld medewerker Omschrijving 1.
2.
Status … Vooroverleg ...
Voorlopig
X
Definitief
Wat is van toepassing zijnde (welstands)beleid? ... Welstandsnota 2016 Gemeente Heerenveen Gebied: X
3.
: 2023-478 : Hoek Schoolweg- Suiswegje te Jubbega : 05.06.2024 : 0513-617 : Bouwen van een appartementsgebouw (10 woningen)
Beeldkwaliteitsplan:Jubbega Schoolsweg Status: vastgesteld Datum: 6 februari 2012
Beleidsintentie Uitgangspunt is het afmaken van het bouwblok waar de school deel van uitmaakt. Daarbij is uitgegaan van vrijstaande woningen, passend bij de omgeving. In totaal zijn hier 8 kavels te realiseren. Het gehele schoolterrein is daarmee benut. Er rest nog een restant grond op het binnenterrein, deze grond kan worden verkocht. Er wordt in principe zoveel mogelijk in de bestaande rooilijn gebouwd. De bestaande bomen aan de Schoolweg en de E. Dijkstraweg worden opgenomen in de voortuinen van de nieuwbouw. In heel Jubbega, maar ook in de omgeving van de locatie, hebben de meeste huizen een sobere vormgeving. De massaopbouw is enkelvoudig (1 massa), bijna blokvorm, aanbouwen zijn niet aanwezig tot zeer ondergeschikt. De massa bestaat uit 1 of 1,5 laag met zadeldak evenwijdig of loodrecht op de weg. Het dakoverstek is klein. De dakhelling varieert tussen de 30 en 60 graden. Het uiterlijk is robuust, de gevel heeft sobere of geen toervoegingen (balkon dakkapel), gevelopeningen zijn functioneel. Materiaal is metselwerk en dakpan. De nieuw te bouwen woningen dienen te passen in de vormgeving van Jubbega. Woningen moeten qua vormgeving / architectuur aansluiten bij deze, in zekere zin, sobere opzet van de bestaande woningen in de omgeving (no-nonsense architectuur). Het bouwvolume heeft de kenmerken van de bestaande bebouwing, de toevoegingen kunnen eigentijds zijn (bv.
door de goot gezette dakkapellen). Het beoogde bebouwingsbeeld van de Schoolweg kan worden getypeerd als eenheid met verscheidenheid op de hoeken. Eenheid wordt bereikt door een bij alle woningen toe te passen hoofdvolume met de kap loodrecht op de Schoolweg/ Ekke Dijkstraweg. Verscheidenheid wordt bereikt door toevoegingen op beide hoeken en aan gevels.
4.
Advies X
Voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
…
Biedt vooruitzicht op positief advies
…
Biedt vooruitzicht op positief advies, mits;
…
Voldoet niet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
…
Voldoet mits;
…
Niet ontvankelijk, nadere informatie nodig;
5.
Motivering van het advies
Beleidsintentie: TOH advies 231127: Voldoet
Het voorliggend plan kent een lange voorgeschiedenis. Na de sloop van de voormalige school heeft het terrein zeer lange tijd braak gelegen. Vanuit het dorp is de wens gekomen om bij de herontwikkeling van de voormalig schoollocatie niet uitsluitend te richten op vrijstaande woningen. In verband met de doorstroming op de woningmarkt van Jubbega is de vraag naar appartementen binnen het dorp toegenomen. De voorliggende locatie wordt daarvoor als zeer geschikt bevonden en het plan dat op hoofdlijnen reeds aan het dorp is gepresenteerd is met enthousiasme ontvangen. Het plan is in een voorgaand stadium op hoofdlijnen beoordeeld door de betrokken stedenbouwkundige. In die fase is uitsluitend gestuurd op de situering van het gebouw en niet op de architectonische uitwerking van het gebouw. Destijds is aangegeven: -
De entree van het appartementengebouw moet aan de openbare weg liggen (je woont aan een straat!, entree niet in een achtergevel o.i.d.); De kavelinrichting moet zodanig zijn dat er bij de entree ook ruimte is voor fietsen e.d. voor bv bezoek; Aan dezelfde straat waar de entree gesitueerd wordt ook een inrit maken t.b.v. parkeeroplossing (op eigen terrein); Bij voorkeur geen haaksparkeren aansluitend aan openbare weg (Sluiswegje kan hierop een uitzondering zijn);. Parkeren bundelen en niet verspreiden over de locatie; Parkeren functioneel bruikbaar inrichten (dus geen langsparkeren achter elkaar); Overgangen naar openbare ruimte op zorgvuldige en groene wijze vormgeven (bv haag met daar achter tuintje); Overgangen naar zij percelen op groene wijze invullen – bijv. haag /begroeid hek; bergingen bij voorkeur bundelen in compact blok in zuid/oost hoek- (beter nog zou zijn dit intern op te lossen).
Het vastgestelde beeldkwaliteitplan (BKP) voor deze ontwikkellocatie biedt geen ruimte voor de komst van een appartementengebouw. Met het één op één toetsen van het plan aan de gestelde criteria kan er geen positief welstandsadvies gegeven worden. Binnen de algemene beleidsintentie is wel ruimte voor het ruimtelijk inpassen van een appartementengebouw. Deze toetsing zal zich daarom meer op de algemene beleidsintentie richten. Tevens wordt gekeken of aan de voorwaarden zoals die hierboven zijn opgesomd is voldaan. Stedenbouwkundige uitgangspunten Schoolweg De Schoolweg ligt aan de noordelijke rand van Jubbega. Het deel tussen de PW Jansenweg en het Sluiswegje is onderdeel van de hoofd-verkeersstructuur. De bouwlocatie ligt aan de noordelijke ingang van Jubbega, net naast het bovenlokale deel van de schoolweg, op een strategische plek. De schoolweg kent een redelijk divers straatbeeld. Het straatbeeld rond de bouwlocatie wordt bepaald door eenvormige rijwoningen, een breed klinker profiel met enerzijds velden en aan de andere kant grote bomen. Het karakter is landelijk met uitzicht. • • • • • • • • •
Aan de ene kant moet de nieuwbouw passen in het huidige straatbeeld aan de andere kant moet het recht doen aan de strategische locatie. De stedenbouwkundige structuur van Jubbega bestaat uit een aantal lijnen met een eigen karakter, een eigen straatbeeld. De schoolweg is onderdeel van de lijn Singel – schoolweg. De straatbeelden zijn hier en daar onsamenhangend; Nieuwbouw moet het straatbeeld versterken. Huidig bebouwingspatroon bestaat uit (half) gesloten bouwblok/ buurten, van vrijstaand en halfvrijstaande woningen, meestal met de voorkant naar buiten. Het bouwblok Schoolweg – Ekke Dijkstraweg dient afgemaakt te worden. Het bebouwingsbeeld rond de locatie is verscheiden maar kent ook eenheid. Ten westen van de locatie ligt een bouwblok met individueel bebouwde kavels, met weinig samenhang. Ten oosten van de locatie ligt een projectmatig gebouwd bouwblok met grote samenhang (corporatiewoningen). De nieuwbouw moet een eenheid vormen, dit zal het straatbeeld sterker en duidelijker maken. De bouwlocatie ligt strategisch aan de noordelijke in/uitgangsweg van Jubbega. De hoekbebouwing (vooral de westelijke hoek) moet een verbijzondering krijgen.
• •
De bestaande bomen aan de Schoolweg en de E. Dijkstraweg worden opgenomen in de voortuinen van de nieuwbouw. Ter plaatse van een inrit kan een kapvergunning verleend worden, met dien verstande dat elk perceel minimaal 1 boom dient te behouden.
PLAATSING: De woningen zijn georiënteerd op de Schoolweg en de Ekke Dijkstraweg. De rooilijn van de hoek woningen dient aan te sluiten bij de rooilijnen van de aangrenzende woningen. (Schoolweg 14, 18, 20, enz./ Ekke Dijkstraweg 2 en 4/ sluiswegje 1,3) De voorgevelrooilijn loopt vervolgens getrapt van 8 m (hoek Sluiswegje) naar 5,5 m (hoek Dijkstraweg) De verspringing is lineair. Bijgebouwen dienen tenminste 1 m achter de voorgevelrooilijn geplaatst te worden De afstand van het hoofdvolume tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 2 meter. Het hoofdgebouw dient binnen de aangegeven bouwvlakken van het bestemmingsplan te worden gerealiseerd. De richting van de woningen en de nokrichting is loodrecht op de weg. TOH advies 231127: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
Het gebouw staat parallel aan het Sluiswegje. In een eerder stadium is het gebouw in zijn geheel iets gedraaid naar aanleiding van de plaatsing van de nieuwe woning op de hoek van de Ekke Dijkstraweg – Schoolweg. HOOFDVORM: De woningen zijn afgedekt met een zadeldak, de dakhelling moet de kenmerken van de Jubbegaaster woning hebben (ten hoogste 60 graden en tenminste 30 graden) Nokhoogte maximaal 10 meter De goothoogte van de woningen is maximaal 5 meter (1 -1,5 laag) Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De goothoogte van de bijgebouwen is maximaal 3,5 meter. TOH advies 240506: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
Het metselwerk kader is teruggebracht in het plan. Daardoor is het een geheel geworden. En voldoet de zuidzijde aan de gestelde criteria. TOH advies 240318: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit, mits
De topgevel van het hoekpand aan de zuidzijde zal meer gemarkeerd moeten worden als topgevel en zal dezelfde detaillering moeten krijgen als de topgevels aan de voorzijde. Dus ook aan deze gevel een zinken omkadering welke overhoeks een dikte krijgt van circa 20cm. Zie ook de opmerkingen onder ‘opmaak’. De gevels aan de zijde van de galerijen zijn akkoord. TOH advies 231127: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit, mits
Het gebouw is rondom gedetailleerd als twee lagen met kap. De commissie heeft eerder de suggestie gegeven om in de verdere uitwerking te kijken naar de zuidgevel. Deze ‘topgevels’ zouden meer gemarkeerd kunnen worden zodat ook hier die twee lagen met kap goed naar voren komt. Dit is helaas niet zichtbaar in de geveltekeningen. Hier nogmaals naar kijken hoe dit in te vullen. AANZICHTEN: Jubbegaaster karakteristiek; sober, aanzicht is robuust Volume kent weinig tot geen toevoegingen (dakkapel / balkon; als ze er al zijn dan eerder éénmaal duidelijk dan meerdere kleinere.) Gevelopeningen zijn functioneel TOH advies 231127: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
De houten invulling aan de voorgevel bij de bergingen ligt terug ten opzichte van de kaders, hierdoor krijgt de gevel meer diepte. In eerder getoond ontwerp was de begeleiding naar de hoofdentree afgerond, deze is nu hoekig geworden. Dit is akkoord. De dakkapellen zijn vereenvoudigd ten opzichte van het eerder getoonde plan. De invulling van de gevelopeningen in combinatie met de witte beplating worden door een helder zinken rand omkaderd. Op deze wijze zijn ze zo terughoudend mogelijk en daarmee akkoord.
OPMAAK: Hoofdvolume in metselwerk, rode kleur, overeenkomstig bebouwing ten oosten van de locatie. Referentiebaksteen bij de gemeente. Kap; keramische pan, kleur zwart of rood. Referentiepannen bij de gemeente Het dakoverstek is klein TOH advies 240506: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
De metselwerk kaders zijn teruggebracht en akkoord bevonden. Bemonstering is afgegeven op het gemeentehuis en akkoord bevonden. De balustraden / spijlenhekwerk lopen nu voor de vloerrand langs en is akkoord. De vloer is niet naar binnen gezet. Dit zou de zelfstandigheid van het kader bevorderen. De commissie kan hiermee akkoord gaan omdat het hekwerk in kleur, materiaal en uitstraling afwijkt van het kader. De kleurstelling is aangepast naar RAL9010 en daarmee akkoord. TOH advies 240318: voldoet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit, mits
In getoond plan is een combinatie gemaakt in het kader van metselwerk en zink. Dit is niet akkoord. Voorkeur gaat uit naar metselwerk kaders, echter lijkt dit financieel niet haalbaar. De commissie kan zich vinden in zinken kaders tot op het maaiveld, mits deze een bepaalde dikte krijgen die overhoeks doorgaat. De maatvoering van de afdekker van het dak op de topgevels lijkt circa 20cm breed te zijn. Deze maat zou door moeten lopen over de zijgevel tot op het maaiveld. Het metselwerk in de zijgevels van de loggia’s is terug te zien op tekening en is akkoord. Dit bevorderd te uitstraling van een metselwerk gebouw. Bemonstering graag afgeven op gemeentehuis ten behoeve van de definitieve beoordeling. Minimaal het metselwerk, dakpan en zink. Detaillering is toegevoegd. Echter ontbreekt het detail van de dakrand, deze graag toevoegen. Bij de balkons zijn balustraden nu als spijlenhekwerk getekend, dit is akkoord. In detail 2C en 3B zijn de hekwerken vlak met de voorzijde van de vloerrand van het balkon getekend. Om de eenheid te versterken dient het hekwerk voor de vloerrand langs te worden gedetailleerd. Op die manier worden de horizontale banden minder nadrukkelijk en wordt het verticale karakter beter benadrukt. Dit zal moeten worden aangepast. De balkonvloer zou circa 20cm naar binnen moeten worden gelegd zodat het kader zijn zelfstandigheid krijgt.
De houten gevelbekleding is nu wit (RAL9016) net als de kozijnen. De rest van de gevelmaterialen hebben een meer gedekte en ingetogen karakter. Om het appartementengebouw te laten passen in het straatbeeld van Jubbega dient de witte gevelbekleding aangepast te worden naar een naturel, lichte houtskleur of vergelijkbaar. De kozijnen, ramen, deur entree, deuren van de berging en raamdorpels zijn nu ook in RAL9016 aangegeven. Dit springt teveel in het oog en zal moeten worden aangepast naar RAL9010. De lichte, felle kleur wit (RAL9016) is niet wenselijk vanuit het beeld van de dorpsrand en zal moeten worden aangepast. TOH advies 231127: voldoet niet aan redelijke eisen van de omgevingskwaliteit
In het eerder getoonde plan was het kader uitgevoerd in metselwerk, nu lijkt het zink te zijn, maar dit is niet terug te vinden in de kleur- en materiaalstaat. De materialisatie graag toevoegen op tekening. De wijziging van het metselwerk kader naar, het lijkt, zetwerk is geen versobering, maar verschraling van het ontwerp. Het hoofdvolume dient in basis uit metselwerk te bestaan. Op de getoonde manier zit er geen metselwerk meer in de voorgevel en wordt niet voldaan aan de gevraagde
soberheid en terughoudendheid. Dit voldoet niet aan de redelijke eisen van de omgevingskwaliteit. Het kader zal terug moeten worden gebracht naar een metselwerk kader. De technische installaties zijn toegevoegd op tekening en zijn akkoord. Bemonstering graag afgeven op gemeentehuis ten behoeve van de definitieve beoordeling. Minimaal het metselwerk, dakpan en zink. Detaillering is toegevoegd. Bij de balkons zijn balustraden van glas getekend. De commissie vraagt zich af of dit haalbaar is en of dit netjes en terughoudend kan worden gedetailleerd. Bij de galerijen is spijlenhekwerk getekend. Om de eenheid te versterken is ter plaatse van de balkons ook een spijlenhekwerk denkbaar / aan te bevelen. Echter dient het hekwerk voor de vloerrand langs te worden gedetailleerd. Op die manier worden de horizontale banden minder nadrukkelijk en wordt het verticale karakter beter benadrukt. Dit zal moeten worden aangepast. De houten gevelbekleding is nu wit (RAL9016) net als de kozijnen. De rest van de gevelmaterialen hebben een meer gedekte en ingetogen karakter. Om het appartementengebouw te laten passen in het straatbeeld van Jubbega dient de witte gevelbekleding aangepast te worden naar een naturel, lichte houtskleur of vergelijkbaar. De kozijnen, ramen, deur entree, deuren van de berging en raamdorpels zijn nu ook in RAL9016 aangegeven.
Dit springt teveel in het oog en zal moeten worden aangepast naar RAL9010. De lichte, felle kleur wit (RAL9016) is niet wenselijk vanuit het beeld van de dorpsrand en zal moeten worden aangepast. 6.
Bijzonderheden / opmerkingen
20240506 Langsparkeren is vervallen en voldoet ermee. 20240318 Opmerking inzake parkeren blijft gehandhaafd. 20231127 Het appartementengebouw bestaat uit 10 sociale huurwoningen. Er staan nu 10 parkeerplaatsen op eigen terrein achter het appartementengebouw getekend. Er zijn nog 4 langsparkerenplekken ingetekend. Twee aan de Schoolweg en twee aan het Sluiswegje. Stedenbouwkundig is het niet wenselijk om de langsparkeerplaatsen op deze manier toe te voegen. Dit gaat ten kosten van de toegankelijkheid. De verkeerskundige situatie en benodigde parkeerplaatsen zal worden getoetst door IBOR. Adviseurs Omgevingskwaliteit Gemeente Heerenveen
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
INHOUD 1
INLEIDING
3
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten
3
1.2
Indeling rapportage
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Algemeen
4
2.2
Bekende gegevens
4
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
4
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
6
3.1
Algemeen
6
3.2
Veldwerkzaamheden
6
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek
6
3.4
Toetsingskader
7
4
RESULTATEN
8
4.1
Zintuiglijke waarnemingen
8
4.2
Analyseresultaten boven- en ondergrond
9
4.3
Analyseresultaten grondwater
10
4.4
Interpretatie onderzoeksresultaten
11
4.5
Toetsing hypothese
13
5
CONCLUSIES EN ADVIES
14
BIJLAGEN: 1.
Topografische ligging
2.
Situatietekening met boorlocaties
3.
Profielbeschrijvingen
4.
Foto’s
5.
Analysecertificaten
6.
Toetsing analyseresultaten WBB
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
2 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
1
INLEIDING In opdracht van gemeente Heerenveen is door Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een verkennend bodemonderzoek (asbest) uitgevoerd op de locatie Schoolweg 16 te Jubbega. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft de voorgenomen eigendomstransactie. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse, teneinde vast te kunnen stellen, of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde eigendomstransactie. Naast het verkennend bodemonderzoek, volgens de NEN 5740, is tevens een verkennend bodemonderzoek naar asbest uitgevoerd (volgens de NEN 5707).
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -
Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725: “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht;
-
Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”;
-
Het verkennend onderzoek asbest dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond.
Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies en aanbevelingen.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
3 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever,
-
informatie voorgaand bodemonderzoek,
-
informatie van de provincie Fryslân (bodeminformatie),
-
interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten,
-
interpretatie van tekeningen van de huidige situatie,
-
een locatie inspectie.
Bekende gegevens De onderzoekslocatie is gelegen in de dorpskern van Jubbega en heeft een oppervlak van circa 4.710 m 2. Voorheen was een lagere school op de locatie gesitueerd. Het schoolgebouw is in 2010 gesloopt. Het gebouw werd in het verleden verwarmd met behulp van een huisbrandolietank. De ondergrondse tank is in 1992 gesaneerd (gereinigd en gevuld met zand). De verwachting bestaat, dat de betreffende tank in 1994 door Oranjewoud B.V. verwijderd is. Tevens heeft er een bodemsanering plaatsgevonden. Van deze verwijdering en sanering is in het gemeentelijke archief echter geen evaluatie rapport aanwezig. In 2006 is er een verkennend bodemonderzoek, rondom de school, uitgevoerd. De onderzoeksresultaten zijn beschreven in de rapportage “Verkennend bodemonderzoek aan de Schoolweg 16 te Jubbega”, MUG ingenieursbureau, projectnummer: 3-266-03-01, d.d. 24-4-2006. In de betreffende rapportage wordt melding gemaakt van de hiervoor genoemde tanksanering en bijbehorend evaluatierapport (Evaluatie rapport inzake bodemsanering aan de Schoolweg 12 te Jubbega, projectnummer. 13383-58931-2, Oranjewoud, juni 1994). Hierbij bestond het vermoeden dat de onder nr. 12 genoemde sanering in werkelijkheid ter plaatse van de Schoolweg nr. 16 heeft plaatsgevonden en er geen sprake meer was van de aanwezigheid van een tank.
Dit is in het onderzoek van MUG geverifieerd, waarbij daadwerkelijk geen ondergrondse tank meer is aangetroffen. Voorts bleek uit dit onderzoek, dat er in de bovengrond, licht verhoogde gehalten aan minerale olie, lood en zink zijn aangetoond. In de ondergrond en het grondwater werden geen verontreinigingen gemeten. Vanuit de omgeving zijn de afgelopen jaren signalen ontvangen, dat er op het terrein tijdens Oud & Nieuwvieringen, de nodige brandjes zijn gesticht.
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Op basis van de bekende gegevens, wordt het onderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem – Landbodem’ - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Met de wetenschap dat in voorgaand onderzoek lichte verontreinigingen in de bovengrond zijn aangetroffen en diverse brandjes op de locatie hebben plaatsgevonden, is op voorhand de onderzoeksstrategie “verdacht, heterogeen belaste locatie op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) gehanteerd. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is gelet op aanwijzingen voor brandplekken en mogelijk overige gestorte afvalstoffen. Naar aanleiding van het aantreffen van bijmengingen met puin in de bodem, is tevens een verkennend bodemonderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van asbest uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Eind Norm (NEN)5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Ook hierbij is de onderzoeksstrategie ‘verdacht, heterogeen belaste locatie’ gehanteerd.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
4 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm (NEN) 5740), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
5 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
3.4
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Het toetsingskader bestaat uit achtergrond- (voor grond) en streefwaarden (voor grondwater) alsmede interventiewaarden. Het gemiddelde van achtergrondwaarde (voor grond) of streefwaarde (voor grondwater) en de interventiewaarde wordt als tussenwaarde aangeduid. Een beschrijving van de waarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) (alleen voor grond) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatie-specifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden. Streefwaarden (S) (alleen voor grondwater) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Ook is er een risicobenadering in de streefwaarden geïntegreerd. Tussenwaarden (T) De tussenwaarde ofwel het criterium voor nader onderzoek (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde) is vastgesteld om aan te geven dat een nader onderzoek nodig is.
Voor stoffen waarvoor geen achtergrondwaarde is vastgesteld, dient ½ (interventiewaarde) gehanteerd te worden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor asbest geldt dit omvangscriterium niet en is er al sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als de interventiewaarde in enig bodemvolume wordt overschreden. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De achtergrond- en interventiewaarden in de grond zijn gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof (humus) van de bodem. Wanneer een gehalte tussen de achtergrondwaarde/ streefwaarde en de tussenwaarde ligt, wordt dit in de tekst aangeduid als een licht verhoogd gehalte. Een gehalte tussen de tussenwaarde en de interventiewaarde
wordt aangeduid
als
een
matig verhoogd
gehalte.
Een
gehalte boven
de
interventiewaarde wordt aangeduid als een sterk verhoogd gehalte. Het toetsingskader bevat een aantal voorschriften voor toetsing in het geval het gehalte/ de concentratie van één parameter of de gehalten/ concentraties van één of meer stoffen behorend bij een somparameter beneden de detectiegrens liggen. In dit geval dient de detectiegrens met een factor 0,7 vermenigvuldigd te worden en vervolgens getoetst. In de onderhavige rapportage zijn overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden, die uitsluitend het gevolg van dergelijke statistische bewerkingen, genegeerd. Dergelijke toetsingsresultaten hebben ons inziens geen toegevoegde waarde. Uitsluitend, wanneer sprake is van significante overschrijding van de toetsingswaarden door de detectiegrenzen, worden waarden beneden detectiegrenzen behandeld.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
7 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
Brandplekken Tijdens de veldwerkzaamheden is een viertal brandplekken aangetroffen. Ter plaatse is op enkele aanwezige regenplassen een (sterke) oliefilm waargenomen. Verder zijn diverse verbrandings- en afvalresten aanwezig (plastic-, glasresten en koolas). Op het maaiveld van de brandplek ter plaatse van boring 14/graafgat G9, is een asbestverdacht plaatje aangetroffen. Zoals hiervoor is aangegeven, is de toplaag van de brandplekken visueel verontreinigd met afvalstoffen en olieproducten (oliefilm). Ter verificatie van de mate van verontreiniging, is de toplaag (0,0-0,05 m-mv) van de brandplek ter plaatse van boring 10, onderzocht op een standaardpakket grond. Uit de analyseresultaten blijkt, dat in deze toplaag (zeer) sterk verhoogde gehalten aan barium, kobalt, koper, nikkel, zink en minerale olie zijn aangetoond. Tevens is sprake van een matig verhoogd gehalte aan lood en een licht verhoogd gehalte aan molybdeen. Van de onderliggende bodemlaag (M1bg: boring 10: 0,05-25 m-mv) is een ongeroerd bodemmonster samengesteld (steekbus) voor analyse op o.a. vluchtige aromaten. In het betreffende grondmonster zijn geen verhoogde gehalten aan vluchtige componenten gemeten. Verder bevat het grondmonster, evenals grondmonster M2bg (boring 10: 0,05-0,5 m-mv), geen verhoogde gehalten aan overige onderzochte stoffen.
Van de toplaag ter plaatse van de brandplek ter hoogte van boring 14, is eveneens een steekbusmonster samengesteld (M3bg, boring 14:0,05-0,25 m-mv). Dit ongeroerde grondmonster bevat een (zeer) licht verhoogd gehalte aan tolueen. De gehalten aan overige onderzochte stoffen zijn allen lager dan de achtergrondwaarden. In de onderliggende bodemlaag zijn eveneens geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten (M4bg: boring 14: 0,5-0,8 m-mv). Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, alsmede de analyseresultaten blijkt, dat de verontreinigingen zich beperken tot de toplaag van circa 5 cm. In de direct onderliggende bodemlagen zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Gezien de geringe verspreiding wordt verwacht, dat de (sterke) verontreinigingen zich tot de grenzen van de brandplekken beperkt blijven. Overige terreindeel In mengmonsters MM5bg, van de bovengrond van het ‘onverdachte’ terreindeel, is een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. De gehalten aan overige onderzochte stoffen zijn allen lager dan de achtergrondwaarden. In mengmonster MM6bg, eveneens van de bovengrond, zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten. Dit geldt tevens voor het separaat geanalyseerde monster van de matig puinhoudende bovengrond van boring 11 (M7bg).
In het mengmonster van de ondergrond (MM8og) zijn de gehalten aan onderzochte stoffen eveneens allen lager dan de achtergrondwaarden. In het grondwatermonster, afkomstig uit peilbuis 05, is een matig verhoogde concentratie aan zink gemeten. De concentraties aan de overige onderzochte stoffen, zijn allen lager dan de streefwaarden. In de toplaag van boring/peilbuis 5 is weliswaar een (zeer) sterk verhoogde gehalte aan zink gemeten, echter verwacht wordt dat deze geen verband houdt met de matig verhoogde concentratie aan zink. Dit vanwege het feit dat in de bodemlaag, direct onder deze toplaag, geen verhoogde gehalten aan zink zijn gemeten. Mogelijk heeft de verhoogde zinkconcentratie een natuurlijke oorsprong en/of is het gevolg van een verstoring van het chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis. Eventueel kan worden overwogen, om een herbemonstering van het grondwater uit te voeren om de laatstgenoemde aanname te verifiëren.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
12 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
Verkennend asbestonderzoek Op het maaiveld ter plaatse van de brandplek ter hoogte van boring 14 / graafgat G9 een ‘enkelvoudig’ plaatje asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het betreffende plaatje is in het laboratorium onderzocht, ter verificatie of het materiaal daadwerkelijk asbesthoudend is. Uit de analyse blijkt, dat het materiaal inderdaad asbest bevat. Hierbij is sprake van chrysotiel (10-15 %, hechtgebonden). Tijdens het asbestonderzoek zijn verder geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Ook in de opgegraven grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de bodemlagen waarin de puinsporen c.q. zwakke bijmengingen met puin zijn aangetroffen, is een drietal mengmonsters samengesteld voor analyse in het laboratorium op asbest (MA1, MA2 en MA3). Tevens is van de bovengrond van graafgat G9 een separaat mengmonster samengesteld. Ter plaatse was het hiervoor genoemde asbesthoudende plaatje aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt, dat in geen van de mengmonsters asbest is aangetroffen.
4.5
Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’, die voor de terreindelen buiten de brandplekken was geformuleerd, dient formeel gezien te worden verworpen. Dit op basis van de plaatselijk aangetroffen licht verhoogde gehalten aan PAK. Aangezien hoogstens lichte verontreinigingen zijn aangetoond, wordt aanvullend onderzoek volgens een aangepaste strategie niet noodzakelijk geacht. Voor de brandplekken kan de hypothese ‘verdacht’ worden aangenomen.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
13 van 14
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Schoolweg 16 te Jubbega
Projectnummer
: 200054
5
CONCLUSIES EN ADVIES Tijdens de veldwerkzaamheden is op de locatie een viertal brandplekken aangetroffen. Op het maaiveld van deze brandplekken zijn diverse verbrandingsresten en afvalstoffen aangetroffen. Op een aantal aanwezige regenwaterplassen was een duidelijke oliefilm waarneembaar. Ter plaatse van één brandplek is een enkelvoudig plaatje asbesthoudend materiaal aangetroffen. Ter verificatie van de mate van verontreiniging, is de toplaag (tot 5 cm-mv) van één van de brandplekken separaat onderzocht. Hieruit blijkt, dat deze laag sterk verontreinigd is met barium, kobalt, koper, nikkel, zink en minerale olie. Tevens is sprake van een matige verontreiniging met lood en een lichte verontreiniging met molybdeen. Aangezien in het direct onderliggende bodemtraject geen verontreinigingen zijn aangetoond (0,05-0,2 m-mv), kan worden geconcludeerd, dat sprake is van een oppervlakkige verontreiniging en (nog) niet in verticale richting is verspreid. Aangezien de verontreinigingen ná 1 januari 1987 zijn ontstaan, is het zorgplichtbeginsel uit artikel 13 van de Wet Bodembescherming van toepassing. Dit houdt in, dat verontreinigingen die na deze datum zijn ontstaan ongedaan dienen te worden gemaakt. Vanuit dit oogpunt wordt derhalve geadviseerd, om de verontreinigde toplaag van de brandplekken te laten verwijderen. De betreffende brandplekken zijn visueel duidelijk begrensd.
Het oppervlak hiervan bedraagt totaal circa 90 à 100 m2. Met een verontreinigd bodemtraject van 5 à 10 cm, wordt de omvang van de sterke verontreiniging geraamd op circa 4,5 tot 10 m3. Voorafgaand aan de sanering, wordt aanbevolen om een plan van aanpak op te stellen waarin maatregelen en uitgangspunten van de sanering, worden beschreven. Vervolgens kan deze ter beoordeling en goedkeuring bij gemeente Heerenveen worden ingediend. De uitvoering van een sanering van de brandplekken dient door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer te worden uitgevoerd, onder toezicht en begeleiding van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige. Tevens geldt, dat de vrijkomende grond bij een erkende be-/verwerker dient te worden afgevoerd. Overige terreindeel Op het overige terreindeel is plaatselijk (in één mengmonster) een lichte verontreiniging met PAK gemeten. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond, zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie aan zink gemeten. Verwacht wordt, dat dit een natuurlijke oorsprong heeft, danwel het gevolg is van een tijdelijke verstoring van het chemische bodemevenwicht. Om dit te verifiëren kan worden overwogen, om een herbemonstering van het grondwater uit te voeren.
Verkennend bodemonderzoek asbest Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek asbest blijkt dat in de bodem, zowel visueel als analytisch, geen asbest is aangetroffen. Behoudens één plaatselijk aangetroffen asbesthoudend plaatje, is verder op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek, kan de locatie als ‘onverdacht’ worden beschouwd voor de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. Na verwijdering van de brandplekken, bestaan op basis van de resultaten van het onderzoek ons inziens geen belemmeringen voor de beoogde eigendomstransactie. Voor eventueel voorwaarden met betrekking tot hergebruik van vrijkomende grond buiten de locatie wordt verwezen naar het gemeentelijk Bodembeheerplan, gebaseerd op het besluit Bodemkwaliteit. Hoewel bij voorkeur hergebruik op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten kan plaatsvinden, kan, afhankelijk van de hergebruikslocatie, de uitvoering van partijkeuring(en) noodzakelijk zijn om de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond als bodem te kunnen bepalen.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
14 van 14
BIJLAGE 1:
REGIONALE LIGGING LOCATIE
BIJLAGE 2:
OVERZICHT LOCATIE EN SITUERING MONSTERNAMEPUNTEN
BIJLAGE 3:
PROFIELBESCHRIJVINGEN
0
01
gras, m aaiveld 01
50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, rest en grind, sporen bakst een, edelm an
0
02
gras, m aaiveld 01
50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, zwak veen, m at ig bakst een, edelm an
02
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
-50
-80 100
03
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, crem e, ow: geen, edelm an
04 150
-150
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
0
03
gras, m aaiveld 01
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, edelm an
0
0
04
gras, m aaiveld 01 02
-50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest e
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, rest en plast ic, st erk koolas, edelm an -5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an -50
Brandplek oppervlakkige vervuiling m et plast ics en roet delen
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
0
09
gras, m aaiveld 01
0
0
10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
50
-50
braak, m aaiveld 02 01 03
50 04
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: st erk, geur: brandgeur, st erk, m at ig glas, m at ig t egel, st erk koolas, edelm an -5
05
100
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an
-75
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht bruin, crem e, ow: geen, edelm an -120
Voorm alig brandlocat ie
0
11
gras, m aaiveld 01
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, m at ig puin, edelm an
0
12
gras, m aaiveld 01
-50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an -50
0
13
gras, m aaiveld 01
50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, rest en puin, rest en grind, edelm an
0
14
gras, m aaiveld 02 01 03
50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, edelm an
04
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
-50
-80 100
05
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, crem e, ow: geen, edelm an -120
Brandplek van coniferen st erke oliefilm op regenwat erplassen
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest e
0
15
gras, m aaiveld 01
50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, rest en puin, rest en grind, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
16
gras, m aaiveld 01
50 -50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
0
-50
0
17
50
gras, m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, m at ig grind, edelm an
0
18
gras, m aaiveld 01
-50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
50
t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, oppervlakkig m at ig puin -50
G0 1
gras, m aaiveld
0
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, sporen grind, sporen puin, schep, cf < 1% (0,1 kg > 20m m )
50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an 100
-70
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -80
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, edelm an -100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, edelm an
200
-200
m eet punt G01, laag 0-50 19579193
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
G0 2
gras, m aaiveld
0
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, sporen grind, zwak puin, rest en glas, schep, cf < 1% (0,45 kg > 20m m )
50
-50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
m eet punt G02, laag 0-50 19579194
G0 3
gras, m aaiveld
0
50
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, sporen glas, schep, cf < 1% (0,05 kg > 20m m ) -50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
m eet punt G03, laag 0-50 19579195
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
G0 7
gras, m aaiveld
0
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, schep, gf < 1% (0,7 kg > 20 m am )
50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, edelm an
100
-75
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -100
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, edelm an
200
-200
m eet punt G07, laag 0-50 19579199
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
G0 8
gras, m aaiveld
0
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, brokken leem , schep, cf < 1% (0,2 kg > 20m m )
50
-50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
m eet punt G08, laag 0-50 19579200
G0 9
, m aaiveld
0
0 AM4
50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, schep, gf < 1 % (0,1 kg > 20 m m ) -50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
op m aaiveld enkele st ukjes AV m at eriaal.Op m aaiveld verbrandingsrest en en olie verkleuringen.
m eet punt G09 19579192
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
m eet punt G09, laag 0-50 19579201
G1 0
gras, m aaiveld
0
0
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, brokken leem , schep, gf 2% (1,2 kg > 20 m m )
50
-50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
m eet punt G10, laag 0-50 19579202
G1 1
gras, m aaiveld
0
50
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, brokken leem , laagjes zand, schep, gf< 1 % (0,05 kg > 20 m m ) -50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er
m eet punt G11, laag 0-50 19579203
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
V O Sch oolw e g 1 6 Ju b b e g a 200054 N EN 5 1 0 4
BIJLAGE 4:
FOTO’S
Foto 1 overzicht locatie met locaties brandplekken
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
m eet punt G01, laag 0-50
m eet punt G02, laag 0-50
m eet punt G03, laag 0-50
m eet punt G04, laag 0-50
m eet punt G05, laag 0-50
m eet punt G06, laag 0-5
m eet punt G07, laag 0-50
m eet punt G08, laag 0-50
m eet punt G09
m eet punt G09, laag 0-50
m eet punt G10, laag 0-50
m eet punt G11, laag 0-50
m eet punt G12, laag 0-50
m eet punt G14, laag 0-50
m eet punt G13, laag 0-50
BIJLAGE 5:
ANALYSECERTIFICATEN
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60 9001 XP GROU
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
Blad 1 van 15
: VO Schoolweg 16 te Jubbega : 200054 : 13204283, versienummer: 1.
Rotterdam, 02-03-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 200054. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 15 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV
Blad 2 van 15
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
VO Schoolweg 16 te Jubbega
Orderdatum 21-02-2020 Startdatum 21-02-2020 Rapportagedatum 02-03-2020
200054 - 1
13204283
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M1bg M1bg, 10: 5-25 M2bg M2bg, 10: 5-50 M3bg M3bg, 14: 5-25 M4bg M4bg, 14: 50-80 MM5bg MM5bg, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 13: 0-50, 16: 0-50
Analyse
Eenheid
Q
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S
81.4 <1 geen
83.9 <1 geen
85.0 <1 geen
86.3 <1 geen
83.6 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
4.3
4.4
3.9
3.7
3.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
2.2
3.7
8.1
3.5
3.3
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S S S S S S S
<20 <0.2 <1.5 6.5 <0.05 18 <0.5 4.4 29
<20 <0.2 <1.5 8.4 <0.05 18 <0.5 3.2 <20
<20 <0.2 <1.5 7.4 <0.05 21 <0.5 3.8 21
<20 <0.2 <1.5 7.3 <0.05 20 <0.5 4.1 24
21 <0.2 <1.5 11 0.08 29 <0.5 3.3 28
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor) naftaleen
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S S S S
<0.05 <0.05 <0.05 <0.05 <0.05 1) 0.07 2) 0.18 <0.05
<0.01 0.07 0.03 0.19 0.11 0.11 0.07 0.10 0.11 0.11
<0.01 0.48 0.30 2.2 1.4 0.98 0.52 1.00 0.55 0.55
S
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.08 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.14 chryseen mg/kgds S 0.12 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.11 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.18 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.15 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.15
002
003
004
005
<0.05 0.10 <0.05 <0.05 <0.05 1) 0.07 2) 0.24 <0.05
<0.01 0.02 <0.01 0.06 0.04 0.04 0.04 0.04 0.06 0.05
<0.01 0.04 0.01 0.11 0.06 0.06 0.05 0.07 0.09 0.08
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV
Blad 3 van 15
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
VO Schoolweg 16 te Jubbega
Orderdatum 21-02-2020 Startdatum 21-02-2020 Rapportagedatum 02-03-2020
200054 - 1
13204283
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M1bg M1bg, 10: 5-25 M2bg M2bg, 10: 5-50 M3bg M3bg, 14: 5-25 M4bg M4bg, 14: 50-80 MM5bg MM5bg, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 13: 0-50, 16: 0-50
Analyse
Eenheid
Q
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)
mg/kgds
S
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
S
<5 <5 5 6 <20
<5 <5 9 11 <20
<5 8 7 12 30
<5 <5 14 18 30
<5 11 13 9 30
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001 0.954
1)
002 0.364
1)
003 0.577
1)
004 0.907
1)
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
005 7.987
1)
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV
Blad 4 van 15
Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
VO Schoolweg 16 te Jubbega 200054 13204283
- 1
Orderdatum 21-02-2020 Startdatum 21-02-2020 Rapportagedatum 02-03-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.