CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Jubbega, Schoolweg 14 1, Verklaring van geen bedenkingen19.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Realisatie 10 appartementen Op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega (gemeente Heerenveen) datum: 3 november 2023 gewijzigd: 17 september 2024

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

1

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

2

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Planologisch-juridisch kader 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke kwaliteit

6 6 6 7

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

8 8 10 11

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Milieuzonering 4.8 Water 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Vormvrije m.e.r. beoordeling

13 13 14 16 17 19 20 21 22 23 23

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

24 24 24

Bijlagen

25 25 50 59 62 93 105 162 170

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2 Welstandsadvies Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Ecologische QuickScan Bijlage 5 AERIUS-berekening Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Bijlage 7 Digitale watertoets Bijlage 8 Planschade risico analyse

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de bouw van 10 appartementen op de hoek Schoolweg - Sluiswegje in Jubbega in de gemeente Heerenveen. Op het terrein heeft in het verleden een basisschool gestaan die inmiddels al is gesloopt. Na de sloop heeft het terrein zeer lange tijd braak gelegen. Het terrein bestaat op dit moment uit braakliggende grond, zonder opgaande beplanting. Aan de Schoolweg staan enkel bomen in de groenstrook van de gemeente, waarvan 1 boom zal worden behouden. De gemeente Heerenveen heeft middels een principeakkoord aangegeven bereid te zijn tot medewerking. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om op de desbetreffende gronden 10 appartementen te realiseren. Daarnaast zijn er in het huidige bestemmingsplan geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een uitgebreide Wabo-procedure om af te wijken van het bestemmingsplan vereist. Bij een dergelijke procedure moet met een ruimtelijke onderbouwing worden aangetoond dat het voornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Onderhavige onderbouwing voorziet daarin.

figuur 1 verkooptekening gemeente Heerenveen d.d. 16-05-2023

1.2

Project gebied

Het project bevindt zich aan de noordzijde aan de buitenrand van Jubbega. Het terrein ligt ingeklemd tussen de Schoolweg, Sluiswegje, Ekke Dijkstraweg en Jelle van Damweg. Aan de noordzijde wordt het terrein begrenst door de Schoolweg en het buitengebied. Aan de oostzijde wordt het terrein begrenst door nog te bouwen vrijstaande nieuwbouw woningen aan de Schoolweg. Aan de zuidzijde wordt het terrein begrenst door bestaande (corporatie) woningen aan het Sluiswegje. Het projectgebied is kadastraal bekend als Mildam - K-3891 deels. Het terrein heeft een oppervlak van circa 1151 m2. Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

4

1.3

Planologisch-juridisch kader

Het projectgebied valt in het bestemmingsplan Jubbega 3e sluis dat is vastgesteld op 2 juni 2012. In dit bestemmingsplan heeft de betrokken grond de enkelbestemming Wonen-2. Het fragment op Figuur 2 geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart weer.

figuur 2 uitsnede bestemmingsplan

De gronden met de bestemming 'wonen' zijn bestemd voor woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis- verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Met een bouwvlak is binnen deze bestemming aangegeven waar gebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd. De maximum bouwhoogte bedraagt 10 meter. De maximum goothoogte bedraagt 5 meter. Daarnaast is aangegeven dat de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30° en niet meer bedragen dan 60°. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Het maximale aantal wooneenheden is 6. Met de bouw van 3 woningen en 10 appartementen worden 7 extra wooneenheden toegevoegd. Binnen het huidige bouwvlak en aantal is hiervoor geen toestemming . Daarnaast wijken de beoogde maatvoeringen af van de toegestane goot- en bouwhoogten in het geldende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de uitwerking van het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 is vervolgens ingegaan op relevant overheidsbeleid. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan en de beschrijving van de bestemmingen zelf. Tenslotte is in hoofdstuk 6 zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid uiteengezet.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

5

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Bestaande situatie

Het projectgebied bestaat momenteel uit braakliggende grond. Op onderstaand figuur 3 is een afbeelding van het plangebied weergegeven.

figuur 3 overzicht plangebied

2.2

Toekomstige situatie

Het plan voorziet in de toevoeging van 10 appartementen verdeeld over drie bouwlagen met balkons, inpandige bergingen, groenvoorzieningen en parkeerruimte. Onderstaand figuur 4 geeft de plankaart de inrichting van het projectgebied weer.

figuur 4: Plankaart gemeente Heerenveen d.d. 09-05-2023

Op de inrichtingstekening is te zien dat de appartementen in het westelijke deel van het projectgebied zullen worden gerealiseerd. De parkeerplaatsen die nodig zijn voor de appartementen zullen op het zuidelijk deel van de kavel, grenzend aan het perceel aan het Sluiswegje, worden gesitueerd. Het overige terrein zal worden ingericht als groenvoorziening met bijbehorende paden. Het parkeren wordt ontsloten middels een aantakking op het Sluiswegje. Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

6

2.3

Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke kwaliteit

Het appartementengebouw ligt aan de noordelijke ingang van Jubbega, net naast het bovenlokale deel van de Schoolweg, op een strategische locatie. De schoolweg kent een redelijk divers straatbeeld. Het straatbeeld rond de appartementen wordt bepaald door 2^1kapwoningen en vrijstaande woningen, een breed klinker profiel met enerzijds weiland en aan de andere kant grote bomen. Het karakter is landelijk met uitzicht. Aan de ene kant moeten de appartementen passen in het huidige straatbeeld aan de andere kant moet het recht doen aan de strategische locatie. De stedenbouwkundige structuur van Jubbega bestaat uit een aantal lijnen met een eigen karakter, een eigen straatbeeld. De Schoolweg is onderdeel van de lijn Singel – Schoolweg. De straatbeelden zijn divers. Het appartementen gebouw moet voldoende aansluiten bij de omgeving, maar kan door de strategische ligging hier ook van af wijken. De oriëntatie van de appartementen is op het noorden, hierdoor wordt het landelijk karakter met uitzicht versterkt. De entree en bergingen van de appartementen bevinden zich aan de Schoolweg aan de openbare weg. Door op de begane grond twee appartementen te maken wordt er aan de straat gewoond. Op de 1 e verdieping bevinden zich vier appartementen. De vier appartementen op de 2e verdieping hebben ieder een zadeldak waarbij de kap haaks op de Schoolstraat staat.

Door de vier kappen sluiten de appartementen bij de korrelmaat welke aanwezig is in de directe omgeving. Op de hoek verspringt het appartementen gebouw zodat de rooilijn aansluit op de naast gelegen woningen. Door de verspringing in het gebouw is de entree vanaf de Schoolweg en het Sluiswegje zichtbaar. Hiermee wordt de strategische ligging van de appartementen versterkt.

figuur 5: verspringing in het gebouw

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

7

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. Uit deze ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het planvoornemen voldoet aan dit uitgangspunt. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst.

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van over programmering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De Ladder is kader stellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor onderhavig project moeten de treden van de ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

8

Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'wonen'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgenomen ontwikkeling betreft 10 nieuwe woningen waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaaknummer 201306573/1/R6) en artikel 1.1.1, eerste lid, Bro. Uit het laatste wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat meer dan 11 woningen mogelijk maakt in beginsel als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Derhalve moet de tweede trede van de ladder worden beoordeeld. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is het projectgebied bestemd als wonen. De bebouwing beslaat een grondoppervlakte van circa 381 m2 .

Het aantal bouwlagen bedraagt 3. Hiermee neemt het planologisch ruimtebeslag toe. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De provincies hebben van het Rijk de wettelijke regierol gekregen om ruimtelijk invulling te geven aan volkshuisvestelijke behoefte. Provincies vullen dit met name kwalitatief in en maken hierover beleidsmatige afspraken met regio's/gemeenten. Door de druk op de woningmarkt vraagt het Rijk tijdelijke overprogrammering tot maximaal 130% (harde en zachte plancapaciteit). Het uitgangspunt hierbij is dat binnenstedelijke programmering voor buitenstedelijke programmering gaat.De afspraken met de provincie zijn vanaf 29 november afgelopen jaar in een volgende fase gekomen, waarin de provincie zich verder terugtrekt. De gemeenten krijgen meer regie, wat ervoor zorgt dat ze flexibeler zijn in de ontwikkeling van bouwplannen en daardoor sneller te werk kunnen gaan. De verantwoordelijkheid voor afweging en onderbouwing van welke plannen wel en niet doorgaan ligt nu bij de gemeente.

De initiatiefnemer heeft voor de voorgenomen ontwikkeling een principeakkoord van de gemeente Heerenveen ontvangen. De gemeente heeft daarmee aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan onderhavig project. Het planvoornemen past derhalve binnen de afspraken en voorziet daarmee in de aanwezige behoefte. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Het plangebied is gelegen in Jubbega en ligt binnen bestaand stedelijk gebied.

Conclusie Het planvoornemen is conform de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

9

Hoofdstuk 3.2 3.2.1

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân

Op 21 oktober 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In deze visie wordt het beleid beschreven dat laat zien hoe de provincie dit voor ogen heeft als de Omgevingswet in 2023 in werking treedt. De provincie heeft vier doelstellingen die ze als speerpunt wil hanteren. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving wordt volgens de provincie bedoeld: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er werken, wonen of te gast zijn. Met oog op dit bestemmingsplan is met name de doelstelling 'vitaal' van belang. Vitaal wordt in de omgevingsvisie beschreven als 'het streven naar welvaart door slimme economische groei'. Dit is groei die op een positieve manier bijdraagt aan de ambities uit de omgevingsvisie. Dit zorgt ervoor dat de Friese steden, dorpen en het platteland leefbaar zijn en blijven. Tevens betekent het dat er voldoende voorzieningen, woningen en bedrijvigheid zijn en dat er een goede bereikbaarheid is. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de toevoeging van 10 appartementen. Dit sluit aan op het streven naar voldoende aanwezige woningen. Om deze reden draagt het project bij aan de doelstelling 'vitaal' uit de omgevingsvisie Fryslân.

Natuurinclusief ontwerpen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door bij het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met dergelijke maatregelen door de realisatie van 10 vogelhuisjes voor diverse vogelsoorten tegen de bestaande houten schutting aan de zuidzijde van het parkeren. Hierdoor ontstaat er een soort 'tuinmuur'. Dit stimuleert de biodiversiteit en heeft daarom een positief ecologisch effect op de omgeving van het projectgebied. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat er bij onderhavig project rekening wordt gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Al met al staat het planvoornemen in lijn met de doelen en ambities van de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2

Verordening Romte Fryslân (geconsolideerd 2021)

Er ligt tegenwoordig een nieuwe verordening klaar die in september dient te worden vastgesteld. Tot die tijd is de Verordening Romte Fryslân van toepassing. Op 25 juni 2014 is deze verordening door de Provinciale staten vastgesteld. De verordening betreft een aanpassing van de op 15 juni vastgestelde verordening en is op 16 augustus in werking getreden. In de verordening is het beleid dat in het Streekplan verwoord is, vertaald naar regels voor bestemmingsplannen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het landelijk en stedelijk gebied. Op grond van de provinciale begrenzing ligt het plangebied in het stedelijk gebied. In bestaand stedelijk gebied geeft de provincie veel vrijheid aan gemeenten. De verordening stelt regels aan onder andere het aspect woningbouw. Een ruimtelijk plan kan mogelijkheden bevatten voor woningbouw, indien de aantallen en de kwaliteit van woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

10

Hoofdstuk 3.3 3.3.1

Gemeentelijk beleid

Woonvisie

Met de woonvisie gemeente Heerenveen 2023-2028 geeft de gemeente richting aan ontwikkelingen in de gemeente die met wonen of direct aangrenzende thema's te maken hebben. De woonvisie heeft betrekking op hoofdlijnen, principiële keuzes over wat voor woongemeente ze op termijn willen zijn en hoe ze hier naartoe willen werken. Met deze woonvisie wil de gemeente ervoor zorgen dat de goede eigenschappen van de gemeente behouden blijven en zelfs versterkt worden. De gemeente heeft vijf prioriteiten waar het zich richt: 1. Heerenveen groeit, met minimaal 2000 woningen tot 2030. Deze groei zorgt ervoor dat iedereen die in de gemeente wil blijven wonen. Zo doen we recht aan (regionale) solidariteit in een tijd waarin de woningnood groot is. De samenleving heeft belang bij woningbouw gezien de toenemende personeelstekorten. De grootste groeiopgave ligt er voor de komende 10 jaren. 2. Een gevarieerde bevolking vraagt om het toevoegen van betaalbare woningen. De gemeente wil een gevarieerde bevolkingssamenstelling in de wijken en kernen. Gevarieerd in de zin van leeftijd: jong én oud door elkaar. Dan zijn woningen voor jongeren en jonge gezinnen hard nodig. De uitdaging is om ook oog te hebben voor de toekomst en de transities op het gebied van wonen en zorg. 3. Gemeente hecht waarde aan vitale kernen en gemengde wijken.

Binnen de woonmilieus wil de gemeente de versterking van Mienskip mogelijk maken en zorgen voor een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Dit is in lijn met de brede welvaartsgedachte. 4. Een inclusieve gemeente vraagt om een gevarieerd woonzorglandschap. Met een mix van doelgroepen en woonzorgvormen die bijdragen aan een inclusieve samenleving en ervoor zorgen dat mensen comfortabel en passend wonen 5. Een duurzaam thuis staat in een klimaatadaptieve woonomgeving. De groene en waterrijke woon- en leefomgeving is een prachtige kwaliteit. Het is ook onmisbaar om ons te kunnen wapenen tegen de klimaat-verandering. De gemeente zet in de gebouwde omgeving zoveel mogelijk en zo snel mogelijk in op: aardgasloos worden, groene gevels en daken, een zonnig dak, energieopwekkende installaties en circulaire initiatieven.

Regionale afstemming Samen met de gemeenten Opsterland, Smallingerland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf maakt de gemeente Heerenveen deel uit van de regio Zuidoost Fryslân. In 2013 hebben de vijf gemeenten afspraken gemaakt over regionaal woonbeleid voor de periode 2013-2020 . Deze kwalitatieve visie voor de regio dient als regionaal beleidskader bij deze woonvisie. Gezien de nauwe relatie met de woningmarkt in de gemeente De Fryske Marren wordt de woonvisie ook met die gemeente afgestemd.

Woningbehoefte Enige druk op de verhuurbaarheid van de woningen is in Jubbega al merkbaar, mede door de hier en daar matige kwaliteit van de woningen. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de investeringsopgave precies zal inhouden en op welke termijn een en ander zal spelen. In hoofdstuk 3.1 is aangegeven dat het planvoornemen binnen de regionale woningbouwafspraken valt. De woonvisie gemeente Heerenveen 2023-2028 zorgt niet voor belemmeringen die de uitvoerbaarheid van dit project in de weg kunnen zitten. Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

11

3.3.2

Welstandsnota

In het kader van het planvoornemen heeft de initiatiefnemer advies aangevraagd bij de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Heerenveen. Uit het advies blijkt dat het plan is getoetst aan het beeldkwaliteitsplan woningbouw Schoollocaties Jubbega. Het Beeldkwaliteitsplan woningbouw Schoollocaties Jubbega is in bijlage 1 te raadplegen. Vanuit het advies kwamen aandachtspunten naar voren die vervolgens in het ontwerp zijn verwerkt. Vervolgens is opnieuw een aanvraag geplaatst waaruit een vervolgadvies van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Heerenveen voortvloeide. Uit dit vervolgadvies is gebleken dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Er is derhalve sprake van een positief welstandsadvies in relatie tot het planvoornemen. Het positieve welstandsadvies is in bijlage 2 te raadplegen.

Conclusie beleid Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is en invulling geeft aan de relevante beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

12

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het belangrijk om aandacht te besteden aan erfgoed. In welke mate er in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aan de hand van onderzoek te worden bepaald. Vervolgens moet worden aangegeven op welke manier met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet (1988) vervallen. Delen van deze wet zijn op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat de besluitvorming in de fysieke leefomgeving betreft, gaat over naar de Omgevingswet wanneer deze naar verwachting in januari 2023 in werking treedt. Voordat de Omgevingswet in werking gaat, zijn artikelen met betrekking tot de wet in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet te vinden. Hierin blijven ze ongewijzigd van toepassing totdat de Omgevingswet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het gebied van cultureel erfgoed. Het belangrijkste onderdeel van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Indien dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet elk ruimtelijk plan een analyse bevatten van de overige cultuurhistorische waarden in relatie tot het plangebied.

4.1.1

Archeologie

Om uitspraken te kunnen doen over de archeologische verwachtingswaarde en de bodemgesteldheid van het plangebied, is de Friese Archeologische Monumentenkaart (FAMKE) geraadpleegd. Op de FAMKE zijn voor het gemeentelijk grondgebied bekende en te verwachten archeologische waarden aangegeven. Ook worden hierbij onderzoeksperiodes aangegeven: de steentijd-bronstijd en de ijzertijdmiddeleeuwen. Op grond van de FAMKE wordt voor de periode steentijd-bronstijd vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De Provincie Fryslân beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5000 m2 een quickscan te verrichten. Het projectgebied van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt circa 1285m2 . Een archeologische quickscan in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing is dan ook niet vereist. Op basis van de FAMKE wordt voor de periode ijzertijd-middeleeuwen 'karterend onderzoek 3 (middeleeuwen)' aanbevolen. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd-middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het projectgebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn.

De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten. Het projectgebied van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt ongeveer 1285m2. Historisch en karterend onderzoek kan om deze reden achterwege blijven.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

13

4.1.2

Cultuurhistorie

Voor het aspect cultuurhistorie is de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd om de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten aan te kunnen tonen. Op grond van de CHK2 zijn er in het projectgebied geen cultuurhistorische objecten of elementen aanwezig. Het planvoornemen zorgt dan ook niet voor aantasting van cultuurhistorische waarden en/of objecten. Conclusie Het planvoornemen kan voor wat de aspecten archeologie en cultuurhistorie betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.2

Bodem

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Als gevolg van bodemsanering kan de financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan belemmerd worden. Daarom is het van belang om na te gaan of de bodem schoon is. In het kader van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid wordt daarom onderzocht of de bodem voldoende schoon is. Toetsing Voor het onderdeel bouw is op grond van de Woningwet en de Bouwverordening het indienen van een rapport bodemonderzoek noodzakelijk zoals bedoeld in artikel 2.4 Regeling omgevingsrecht. Dit wegens de omstandigheid dat sprake is van een omgevingsvergunning voor het bouwen, het bouwwerk de grond raakt en sprake is van een verblijfsruimte voor mensen (zoals nader omschreven in de Memorie van toelichting inzake de Wet tot wijziging van de Woningwet (TK 1995-1996, 24809, nr. 3). Het betreft hier een verblijfsruimte voor mensen en het bouwwerk raakt de grond, zodat mede op grond hiervan sprake is van een onderzoeksplicht. De gemeente Heerenveen heeft als (toenmalig) eigenaar van de grond de onderstaande onderzoeken uit laten voeren: - Verkennend bodemonderzoek (MUG, kenmerk: 3-266-03-02, d.d. 2 april 2006) - Verkennend bodemonderzoek (Bodemvisie, kenmerk: 200054, 2 april 2020) - Plan van Aanpak (Bodemvisie, kenmerk: 200396-v2, d.d. 11 september 2020); - Evaluatierapport (Bodemvisie, kenmerk:200396, d.d.

15 oktober 2020). Ten oosten van de huidige bouwlocatie blijkt als gevolg van enkele brandjes sprake van een sterke verontreiniging met barium, kobalt, koper, nikkel, zink en minerale olie in de grond (tot circa 0,25 m-mv). Er is analytisch geen asbest aangetoond in de grond. De aangetoonde verontreiniging heeft een omvang van totaal circa 10 m3 en betreft een zorgplicht geval (art 13 Wbb). Totaal is 18,58 en 26,26 ton verontreinigde grond afgevoerd. De uitgevoerde sanering voldoet aan de saneringsdoelstelling. Er is geen sprake van restverontreiniging. De door Laura gesaneerde tank bleek niet meer aanwezig en ter plaatse van deze voormalige ondergrondse tank was alleen sprake van een licht verhoogd gehalte met enkele zware metalen en minerale olie (MUG, 2006). Ter plaatse van de geplande appartementen is maximaal sprake van licht verhoogde gehalten met PAK. In grondwater nabij de voormalige ondergrondse tank en brandplek is maximaal een matig verhoogd gehalte met zink aangetoond. Er bestaat geen aanleiding tot nader onderzoek of verdere saneringswerkzaamheden. De sanering is akkoord bevonden door de gemeente Heerenveen.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

14

Onderstaande overwegingen opnemen in de vergunning Dat ter plaatse en nabij de nieuwbouwlocatie (bouw appartementgebouw) de onderstaande onderzoeken zijn uitgevoerd: - Verkennend bodemonderzoek (MUG, kenmerk: 3-266-03-02, d.d. 2 april 2006) - Verkennend bodemonderzoek (Bodemvisie, kenmerk: 200054, 2 april 2020) - Plan van Aanpak (Bodemvisie, kenmerk: 200396-v2, d.d. 11 september 2020); - Evaluatierapport (Bodemvisie, kenmerk:200396, d.d. 15 oktober 2020). Dat uit de onderzoeksresultaten na uitvoering van de sanering nabij het bouwterrein is gebleken dat: - In de bovengrond maximaal een licht verhoogd gehalte met PAK is aangetoond; - In de ondergrond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond; - In de bovengrond analytisch geen asbest is aangetoond; - In het grondwater maximaal een matig verhoogde concentratie met zink is aangetoond (natuurlijke achtergrondwaarde); dat gezien bovenstaande onderzoeksresultaten gesteld kan worden dat er geen sprake dan wel vermoeden bestaat op de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de nieuwbouwlocatie en dat de locatie geschikt is voor de beoogde woonfunctie. Onderstaande besluit opnemen in de vergunning Wij besluiten op grond van artikel 2.1.5 lid 3 van de bouwverordening dat er geen aanvullend onderzoek naar bodemverontreiniging vereist is zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht.

Onderstaande voorwaarden opnemen in de vergunning. Vrijkomende grond mag binnen het bouwterrein worden verwerkt zonder aanvullende voorwaarden. Hergebruik van vrijkomende grond als bodem buiten het bouwperceel in de gemeente Heerenveen kan alleen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen in het gemeentelijk Bodembeheerplan rekening houdend met PFAS. Hiertoe dient vooraf, afhankelijk van de gewenste toepassing, veelal een digitale melding te worden gedaan via de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Geadviseerd wordt vooraf nadere informatie hieromtrent in te winnen bij de afdeling Vergunningen van gemeente Heerenveen. Het op een andere wijze toepassen/hergebruiken van vrijkomende grond buiten het bouwterrein in de gemeente Heerenveen dient plaats te vinden overeenkomstig de bepalingen van het Besluit Bodemkwaliteit rekening houdend met PFAS. Geadviseerd wordt vooraf nadere informatie in te winnen bij de gemeente Heerenveen, afdeling Vergunningen. Bij toepassing/hergebruiken van vrijkomende grond buiten gemeente Heerenveen wordt geadviseerd vooraf de gewenste toepassing bij de betreffende gemeente af te stemmen

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

15

4.3

Ecologie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. In deze wet is zowel de bescherming van de flora- en faunasoorten vastgelegd, alsook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Naast de Wnb zijn ook de provinciale omgevingsvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig. SOORTENBESCHERMING In kader van het planvoornemen is een ecologische QuickScan uitgevoerd door JM ecologie. De rapportage van de ecologische QuickScan is op bijlage 4 te raadplegen. Uit de ecologische QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw, algemene broedvogels en verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. In navolgende alinea's wordt ingegaan op de aspecten die voor het planvoornemen relevant zijn.

Voor de huismus en gierzwaluw in de omgeving geldt dat deze soorten tegenwoordig dusdanig gewend zijn aan een urbane en humane omgeving, dat wordt verwacht dat de bouwwerkzaamheden geen significant effect zullen hebben op het broedsucces. Daarom hoeven geen vervolgstappen in acht worden genomen voor deze soorten. Voor de algemene broedvogels dient er buiten het vogelbroedseizoen gewerkt te worden, of dienen broedgevallen binnen de invloedssfeer van het plangebied voorkomen te worden. Het verdient echter de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Voor de gebouw bewonende vleermuizen geldt dat negatieve effecten door lichtuitstraling voorkomen dient te worden door eventueel te gebruiken verlichting weg te draaien van mogelijke verblijfplaatsen. Deze mogelijke verblijfplaatsen betreffen de woningen die in de omgeving aanwezig zijn Een negatief effect op vogels met jaarrond beschermde nesten of vleermuizen door verlies van foerageergebied is niet aan de orde. Voor de overige vogelsoorten, zonder jaarrond beschermd nest, geldt dat indien werkzaamheden aan vegetatie tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden.

Om vernietiging van in gebruik zijnde nestplaatsen te voorkomen, dient bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden daarom voldoende rekening te worden gehouden De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. GEBIEDSBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natura 2000 Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura-2000 gebied Wijnjeterper Schar (circa 5,7 km) gebied en Van Oordt’s Mersken (circa 5,9 km). Hierdoor zijn in potentie alleen effecten door externe werking mogelijk. Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

16

Het projectgebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing van omliggende kernen Hemrik, Hoannebuoren en Lippenhuizen, wegen en agrarisch gebied. Gelet op de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het project, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Stikstofdepositie Een eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase was op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering tot voor kort nog vrijgesteld van de vergunningsplicht. Uit recente jurisprudentie van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) blijkt echter dat de aanlegfase weer mee moet worden genomen in de AERIUS-berekening. In het kader van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is daarom een AERIUS-berekening naar zowel de aanleg- als de gebruiksfase uitgevoerd. Deze is als bijlage 5 bij de toelichting te raadplegen. De AERIUS-berekening wijst uit dat dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

Beschermde houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. In het projectgebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig, waardoor een kapmelding bij de provincie Fryslân achterwege kan blijven. Overige natuur Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN, Natuur buiten NNN of weidevogelleefgebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Conclusie De ecologische QuickScan en de verspreidingsgegevens geven een voldoende beeld op de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Het is niet nodig om nader onderzoek naar beschermde soorten te doen of een ontheffing van de Wnb aan te vragen. Wel moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli.

4.4

Externe veiligheid

De overheid heeft in voorgaande jaren veiligheidsnormen vastgesteld waarmee op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat afwegingen ten aanzien van risico's op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moet worden gemaakt. In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogeheten risicokaart ontwikkeld. Daarop zijn alle objecten met een externveiligheidsrisico opgenomen, zoals gastransportleidingen en wegen waarover gevaarlijk stoffen worden getransporteerd, maar ook bedrijven en instellingen met productie of opslag van gevaarlijke stoffen. Het extern risco bestaat uit twee componenten: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans op een bepaalde plaats om te overlijden ten gevolge van een ongeval als gevolg van een 'risicovolle activiteit'. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6-jaarcontour (die als harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) gerealiseerd worden. Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

17

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Toetsing Om na te gaan of er voor dit project sprake is van risico's ten behoeve van externe veiligheid, is de risicokaart geraadpleegd. Op onderstaand fragment is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

Toetsing Om na te gaan of er voor dit project sprake is van risico's ten behoeve van externe veiligheid, is de risicokaart geraadpleegd. Op onderstaand fragment is een uitsnede van de risicokaart weergegeven

figuur 6: uitsnede risicokaart

Op figuur 6 is te zien dat zich ten westen van het plangebied een Gasdrukmeet- en regelstation (Jubbega GOS 190) met buisleiding van N.V. Nederlandse Gasunie (N-504-26) bevindt. Deze risicobronnen liggen op voldoende afstand en zijn niet van invloed op het plangebied. De gasleiding bevindt zich op 400 meter van het projectgebied. Het Gasdrukmeet- en regel station (Jubbega GOS N190) bevindt zich op 500 meter van het project gebied. Aangezien het hier gaat om een kleinschalige inbreiding van 10 appartementen, mag worden aangenomen dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Daarnaast zorgt de realisatie van 10 appartementen niet tot de totstandkoming van een nieuwe risicobron, waardoor het project niet leidt tot een verhoging van het extern risico voor andere kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.

Conclusie Het planvoornemen mag wat het aspect externe veiligheid betreft uitvoerbaar worden geacht.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

18

4.5

Geluid

Op verzoek van de gemeente Heerenveen heeft de FUMO onderzoek (bijlage 6) gedaan naar de geluidbelasting vanwege het wegverkeer ter hoogte van de beoogde realisatie van 10 appartementen binnen een gebouw dat is geprojecteerd op de hoek van de Schoolweg en het Sluiswegje te Jubbega. Omdat het plan aan de voorwaarden van de Wgh moet voldoen, zijn de gevelbelastingen berekend van het verkeer in het toekomstig maatgevende jaar 2032.

Toetsing Wet geluidhinder De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de van rechtswege gezoneerde weg Slûsleane voldoet ter hoogte van alle appartementen aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting van deze weg vormt vanuit de Wgh. dan ook geen belemmeringen voor de beoogde realisatie van deze (woon)bestemmingen. Er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. De rijsnelheid van het verkeer op de, in de directe omgeving van het uitwerkingsplan gelegen wegen (Schoolweg, Sluiswegje en Ekke Dijkstraweg), bedraagt 30 km/uur. Deze wegen hebben dan geen wettelijke geluidszone meer. Daardoor zijn de grenswaarden uit de Wgh. formeel niet van toepassing. Indien voor de beoordeling van de geluidbelasting wel aansluiting wordt gezocht bij deze grenswaarden, blijkt de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op al deze wegen / wegvakken ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB te liggen.

Toetsing Bouwbesluit / Ruimtelijke ordening De binnen het plan beoogde (woon)bestemmingen, in de vorm van appartementen, dienen ook getoetst te worden aan de voorschriften en eisen van het Bouwbesluit. Omdat er geen hogere waarde hoeft te worden vastgesteld geldt voor de karakteristieke geluidwering van de gevel op basis van het Bouwbesluit, formeel alleen de basiseis van 20 dB. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en ter bescherming van de burger tegen geluidsoverlast, adviseren wij de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie minimaal gelijk te stellen aan het verschil tussen de gecumuleerde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie (lees: gevel- en dakvlakken) en de binnengrenswaarde van 33 dB (eis nieuwbouw Bouwbesluit). Met deze benadering kan gemotiveerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen de te realiseren (woon)bestemming.

Conclusie De gecumuleerde gevelbelasting exclusief de aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt ten hoogste 53 dB. Gelet op die gevelbelasting en rekening houdend met voornoemde basiseis van 20 dB, kan een maximaal binnenniveau van 33 dB op voorhand voldoende worden gegarandeerd.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

19

4.7

Milieuzonering

Om hinder tussen bedrijven en gevoelige functies zoals woningen te voorkomen, is het wenselijk dat tussen beide functies voldoende ruimte is. Om te bepalen welke afstand noodzakelijk is, kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden die zijn opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is er veelal geen sprake van bedrijfshinder. Toetsing Het projectgebied bevindt zich in het noorden van de kern. In de direct nabije omgeving van het projectgebied zijn diverse bestemmingen aanwezig. Voorbeelden zijn woningen, detailhandel, horeca, dienstverlenende bedrijven of maatschappelijke voorzieningen. Deze functies zijn tevens op korte afstand van elkaar mogelijk. Op basis hiervan kan het projectgebied als gemengd gebied worden aangemerkt. Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het planvoornemen leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening.

Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of als de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. De realisatie van 10 appartementen creëert geen milieubelastende functie. Derhalve is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. Interne werking Bij interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Met het planvoornemen wordt een milieugevoelig object gerealiseerd. Tegen het plangebied aan bevinden zich verschillende bestemmingen. Binnen deze bestemming mogen onder andere detailhandel en dienstverlenende bedrijven worden gevestigd. Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijven/functies die passen binnen het nabij het projectgebied gelegen woonmilieu. Bij dergelijke bedrijven is milieucategorie 1 van toepassing met een bijbehorende richtafstand van 10 meter. In dit geval is er sprake van omgevingstype gemengd gebied, waardoor verlaagd mag worden met één afstandsstap. Dit resulteert in een richtafstand van 0 meter. Een richtafstand is dus niet van toepassing voor deze functies. Geconcludeerd kan worden dat de milieubelastende functies en de milieugevoelige appartementen op verantwoorde wijze van elkaar zijn gesitueerd.

Ten oosten van het plangebied bevindt zich een kerk. Kerken vallen onder milieucategorie 2, waarbij een richtafstand van 30 meter hoort. In voorliggend geval is sprake van omgevingstype gemengd gebied. Derhalve kan verlaagd worden met één afstandsstap. Dit resulteert in een richtafstand van 10 meter. De afstand tussen de maatschappelijke bestemming van de kerk en de uiterste situering van de appartementen bedraagt circa 380 meter. Aan de richtafstand kan ruim worden voldaan.

Conclusie Het planvoornemen mag wat het aspect milieuzonering betreft uitvoerbaar worden geacht.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

21

4.8

Water

Op grond van de Bro (artikel 3.1.6) moet aandacht worden besteed aan de waterhuishouding een waterparagraaf worden opgenomen in de toelichting van ruimtelijke plannen. Hierin wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weergave van de zogenoemde watertoets. De watertoets heeft als doel om waterhuishoudkundige doelstellingen te betrekken bij relevante besluiten en ruimtelijke plannen. Het voorliggend plangebied valt binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân.

Onderzoek De waterbeheerder in het projectgebied en de directe omgeving daarvan is Wetterskip Fryslân. Het overzicht van de watertoets is als bijlage 7 bij de toelichting te raadplegen. Uit de watertoets blijkt dat de normale procedure van toepassing is op het projectgebied. Dit geeft aan dat de aanwezige wateraspecten mogelijk invloed kunnen hebben op het plan en andersom. Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de algemene uitgangspunten die Wetterskip Fryslân hanteert.

Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. In de bestaande situatie ligt het projectgebied braak. De bebouwingsoppervlakte van de gesloopte school op het terrein van de appartementen is 352 m2 en de bestrating 291 m2. De bebouwingsoppervlakte van de appartementen is 381 m2 en de bestrating 412 m2. Op het terrein van de appartementen stond een basis school. De totale toename van het verharde oppervlakte is 150 m2. De compensatie voor het toegenomen verhard oppervlak zal dan uitkomen op 15 m² (10%).

Dit is fors minder dan de norm die geldt bij vergunningsplicht voor het verharden van meer dan 200 m2 onverharde grond in het stedelijk gebied. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet aan de orde.

Conclusie Het planvoornemen mag wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

22

4.9

Verkeer en parkeren

De realisatie van het project brengt een parkeerbehoefte met zich mee. Voor een goede inrichting van het terrein is het van belang dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In dit verband is de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone waarin de locatie is gesitueerd van belang. De stedelijke zone kan worden omschreven als "schil centrum". De stedelijkheidsgraad is afhankelijk van de "adressendichtheid". Volgens opgave van het CBS (gemeente op maat 2011) is de adressendichtheid in dit deel van de gemeente Heerenveen "weinig stedelijk". Volgens de Nota Parkeernormen Gemeente Heerenveen 2020 kan voor "huur, laag segment" worden uitgegaan van 1 parkeerplaats per appartement. Norm is inclusief 0,3 pp bezoekers parkeren welke openbaar toegankelijk moeten worden aangelegd. De totale parkeerbehoefte bedraagt dan 10 parkeerplaatsen. Elk appartement krijgt 1 parkeerplaats op het terrein van het appartementengebouw. In totaal worden er 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Conclusie Het planvoornemen kan wat de aspecten verkeer en parkeren betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.10 Vormvrije m.e.r. beoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor nu een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd, is afgenomen. Er zijn in de huidige staat meer situaties waarin eerst moet worden beoordeeld of een MER moet worden uitgevoerd. Voor elk besluit of plan dat in verband staat met activiteiten die op de D-lijst van het Besluit staan en beneden de drempelwaarden vallen, moet een toets worden uitgevoerd waarbij na wordt gegaan of er belangrijke milieugevolgen zijn. Deze toets, die een nieuw element in de m.e.r.-regelgeving betreft, wordt met de term vormvrije m.e.r.-beoordeling aangeduid. Onderzoek Op voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. van toepassing. D 11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 10 appartementen en betreft daarmee een kleinschalige ontwikkeling waarbij de drempelwaarde van het Besluit m.e.r.

niet wordt overschreden. Voor het planvoornemen geldt daarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit kader kan worden aangegeven dat de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling in voorgaande paragrafen reeds zijn onderzocht. Op basis hiervan mag worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

23

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben. Naar alle Europese criteria voor de afweging hieromtrent is gekeken. Het planvoornemen geeft dan ook geen aanleiding voor onderzoek in het kader van het Besluit m.e.r. Conclusie Een plan-m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Daarnaast zijn relevante omgevingsaspecten in voorgaande paragrafen voldoende aan de orde geweest om op grond daarvan de uitvoerbaarheid van het plan te kunnen beoordelen.

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Grondexploitatiewet stelt als onderdeel van de Wro een gegarandeerd kostenverhaal als eis aan ruimtelijke plannen. Een zogenaamd exploitatieplan is derhalve een verplicht onderdeel tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. De kosten die samenhangen met voorliggend plan zullen door de initiatiefnemer RE Projectontwikkeling B.V. worden gedragen. Door het verlenen van een omgevingsvergunning voor de betreffende gronden is er de kans dat door belanghebbende eigenaren van gronden in de omgeving van het projectgebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met een planschadeverhaal worden door de aanvrager van de omgevingsvergunning gedragen. Hiervoor is tussen de gemeente Heerenveen en de aanvrager op 12 juni 2023 een planschadeovereenkomst ondertekend. Zekerheidshalve heeft de initiatiefnemer een planologische risicoanalyse laten uitvoeren (bijlage 8). Deze analyse geeft geen aanleiding om aan de economische uitvoerbaarheid te twijfelen. Op grond van voorgaande mag het plan economisch uitvoerbaar worden geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Behoefte Vanuit het dorp is de wens gekomen om bij de herontwikkeling van de voormalige schoollocatie niet uitsluitend te richten op vrijstaande woningen. In verband met de doorstroming op de woningmarkt van Jubbega is de vraag naar appartementen binnen het dorp toegenomen. Participatie Het planvoornemen is op 20 september 2021 besproken met dorpsbelang en de gemeente in MFC de Kompenije in Jubbega. Het planvoornemen is samen met de gemeente gepresenteerd op donderdag avond 4 november 2021 aan de omliggende bewoners en belangstellenden in MFC de Kompenije in Jubbega. Met hen zijn tijdens de bijeenkomst afspraken gemaakt die vervolgens in het ontwerp zijn verwerkt. In verband met de privacy van de bewoners aan het Sluiswegje zijn de balkons aan de Schoolweg gesitueerd.

Tervisielegging ontwerp Met het ter visie leggen van de ontwerp-omgevingsvergunning wordt een ieder door de gemeente Heerenveen in de gelegenheid gesteld om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op, de inhoud van het planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

24

Bijlagen Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

Ruimtelijke onderbouwing realisatie 10 appartementen op de hoek Schoolweg Sluiswegje in Jubbega

25

inleiding Sinds enkele jaren wordt in Jubbega gewerkt aan het omvormen van de Expansiehal tot Multifunctionele Accommodatie de Kompanije. Vanaf september 2010 zullen de scholen De Feart en Fan ‘e Wiken verhuizen naar deze MFA. De locaties van de scholen zullen worden benut voor woningbouw. In de door Plaatselijk Belang Jubbega opgestelde Dorpsvisie wordt voorgesteld om op de locatie De Faert/ Schoolweg kleinschalige appartementen en enkele twee onder een kap woningen te realiseren. Vanwege zowel stedenbouwkundige als financiële overwegingen verdient de voorgestelde invulling niet de voorkeur. Over deze aangelegenheid is nader overleg met betrokken partijen gevoerd. In afwijking van de opgestelde dorpsvisie voor Jubbega stemt het bestuur van PB ermee in om de vrijkomende locatie van obs De Feart te bestemmen voor de bouw van particuliere woningen te realiseren middels individuele kaveluitgifte. Dit beeldkwaliteitsplan gaat over locatie De Feart aan de Schoolweg 16 en Locatie Fan ‘e Wiken aan de Buntgras 1 te Jubbega. Het BKP sluit aan op Nota bestemmingsplan Jubbega 3e sluis 2010. Het BKP is onderdeel van de verkoopvoorwaarden voor kavels aan de Buntgras en de Schoolweg. Uitgangspunt van het nieuwe bestemmingsplan is om de bestaande ruimtelijke structuur van het dorp, zoals in hoofdstuk 3 van de Nota van Uitgangspunten is beschreven, vast te leggen.

Dat houdt in dat de wegen-, water- en groenstructuur zal worden inbestemd overeenkomstig de bestaande situaties. Ook zal het bestemmingsplan er op gericht zijn om de karakteristiek van de bestaande (oudere) bebouwing in stand te laten. Er zal, gelet op het gemeentelijk beleid niet worden voorzien in planmatige uitbreiding van het dorp. Binnen het plangebied wordt evenmin voorzien in inbreidingslocaties, met uitzondering van de bestaande schoollocaties, aan de Schoolweg en het Buntgras. De beide scholen zullen worden inbestemd als woonbestemming. De bestemming voorziet in de bouw van 8 woningen op de locatie van basisschool “De Feart” aan de Schoolweg en 6 woningen op de locatie Fan ‘e wiken aan de Buntgras 1.

2

Orthogonale structuur

bebouwingspatroon

wegenpatroon

3

1. landschappelijke structuur De ontvening heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de ontwikkeling in en om Jubbega. Het orthogonale vervoer- en ontwateringspatroon veroorzaakte een orthogonaal bebouwings- en wegenpatroon. Landschap, wegen en bebouwing zijn onlosmakelijk met elkaar verweven in dit orthogonale patroon. Terwijl aan de noord- en westkant van Jubbega de grens tussen dorp en landschap nogal scherp is (weg en voorkant bebouwing) is er aan de oost- en zuidkant sprake van een geleidelijke overgang; de achtertuinen lopen naadloos over in het landschap.

4

5

2. stedenbouwkundige structuur Jubbega heeft een orthogonale stedenbouwkundige structuur. Door de gemeentegrens is Jubbega vooral aan de zuidkant van de vaart uitgebreid en ligt het oorspronkelijke centrum decentraal. Bij het gereedkomen van de MFA De Kompanije is het centrum uitgebreid naar het zuiden en weer centraal komen te liggen. De verkeerstructuur heeft een zwaartepunt aan west en noordkant van het orthogonale raster. Lange tijd heeft Jubbega zich volgens dit orthogonale patroon ontwikkeld. Het bebouwingspatroon bestaat uit gesloten of half gesloten bouwblokken cq. buurten. De bouwblokken worden gevormd door vrijstaand en halfvrijstaande woningen. Positie van voor en achterkanten verschilt tussen en binnen de blokken. Bij de laatste uitbreiding tussen 2e en 3e wijk, die rond de eeuwwisseling is gerealiseerd, is afgeweken van het orthogonale patroon.

De hiërarchie in het orthogonale patroon In een orthogonaal patroon is het centrum niet vanzelf te vinden. Om toch de weg te vinden is het belangrijk dat wegen zich van elkaar onderscheiden; belangrijke wegen dienen eruit te springen. De hiërarchie in het orthogonale patroon is als volgt te omschrijven; (tek hoofdstructuur) Het ontwikkelingslint de Compagnonsvaart is de belangrijkste lijn in Jubbega. Bij het gereedkomen van de MFA De Kompanije is er een 2e centrum ontstaan en kan de Ericalaan gezien worden als 2e ontwikkelingslint. Vervolgens verdelen de wijken Jubbega in noord-zuid compartimenten. De Singel is als oorspronkelijke landschappelijke lijn belangrijk. Waar de landschappelijke structuur en de hoofdstructuur elkaar overlappen is er plek voor bijzondere bebouwing. (tek strategische plekken) De locatie Schoolweg ligt aan de harde noordrand in de lijn van de Singel. De locatie Buntgras ligt op een strategische plek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=6b5faa79-a4e4-4b35-b2b2-d485b59ca2de