Bijlage 1 - Ruimtelijke Motivatie Busremise Weinmakker Heerenveen
Tekst van het document
5.2 Grondgebonden zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd, dit kan zijn volgens de Europese Habitatrichtlijn, dan wel op grond van artikel 11.46 en artikel 11.54 Bal (nationaal beschermde soorten). Voor sommige nationaal beschermde soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, zie bijlage I.
5.2.1 Resultaten De grondgebonden zoogdieren zijn onderverdeeld in soortgroep marterachtigen, knaagdieren en haasachtigen, insecteneters, roofdieren, evenhoevige en zeezoogdieren. Op basis van habitat en verspreiding wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is voor grondgebonden zoogdiersoorten.
Marterachtigen Tabel 5.2 Beschermde marterachtigen (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is. Opmerkingen met * worden onder de tabel verder toegelicht.
21
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
Das
AS
Oosten, zuiden en midden van het land.
-
+
Nee
Otter
HR
Verschillende leefgebieden zoals kleinschalige akkers, weilanden en bosjes, met voldoende dekking, weinig verstoring en groot voedsel aanbod. Oeverzones met voldoende dekking en rust.
-
+
Nee
Boommarter
AS
-
+
Nee
Steenmarter
AS
-
+
Nee*
Bunzing
AS
Noordwest-Overijssel, Friesland, Gelderland en langs de Overijsselse Vecht Landelijk verspreid, waaronder de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en de Drents-Friese wouden. Landelijk verspreid, m.u.v. grote rivieren, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland. Landelijk verspreid, met uitzondering van de Waddeneilanden.
-
+
Nee*
Wezel
AS
Landelijk verspreid, met uitzondering van de Waddeneilanden.
-
+
Nee*
Hermelijn
AS
Landelijk verspreid op het vaste land en Texel.
-
-
Nee*
Soort
In allerlei typen en leeftijden bos. Verblijfplaatsen zitten in boomholten en soms in gebouwen in/aan de rand van het bos staan. In parklandschap, volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Kleinschalig landschap, dorpen en buitenwijken. Als dagrustplaats worden bestaande holen, takken- en steenhopen, duikers en rommelschuurtjes gebruikt. Open, droge natuur- en cultuurlandschap, bossen, duinen, weien akkerland met voldoende schuilmogelijkheden. Ze bewonen oude holen. Verschillende leefgebieden, mits er voldoende dekking aanwezig is. De hermelijn leeft in een hol.
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde marterachtigen door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied. Steenmarter Waarnemingen van steenmarter zijn bekend op 350 meter rondom het plangebied. Door het ontbreken van bebouwing met inpandige verborgen ruimtes of steenhopen, takkenrillen of andere mogelijke verblijfplaatsen, is de aanwezigheid van een verblijfplaats van steenmarter binnen het plangebied uitgesloten. Wel kan steenmarter binnen het plangebied voorkomen maar dit zal enkel doorkruisend of foeragerend zijn. Kleine marterachtigen Waarnemingen van bunzing, hermelijn en wezel liggen rondom het plangebied. Waarnemingen van bunzing bevinden zich vanaf 200 meter, vooral langs de A32. De waarneming van hermelijn bevindt zich 7,5 km ten westen van het plangebied. Waarnemingen van wezel bevinden zich vanaf 3,5 km rondom het plangebied. Het plangebied bestaat voornamelijk uit verharding, ruige grassen en wildbloemen en wordt omringt door bramenstruiken, watergangen en een parkje. Direct naast het plangebied ligt een
22
parkeerplaats. Het plangebied is een geïsoleerd stuk groen en wordt omringt door snelwegen en bebouwing. Binnen het plangebied ontbreken voedsel, zoals konijnen en woelmuizen, en ontbreken geschikte verblijfplaatsen zoals holen van konijnen. Hierdoor wordt de aanwezigheid van kleine marterachtigen binnen het plangebied uitgesloten.
Knaagdieren en haasachtigen
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
Tabel 5.3 Beschermde knaagdieren en haasachtigen (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
Bever
HR
Landelijk verspreid
-
-
Nee
Hamster
HR
Limburg
-
-
Nee
Eekhoorn
AS
Landelijk verspreid
-
+
Nee
Eikelmuis
AS
Zuid-Limburg
-
-
Nee
Grote bosmuis
AS
-
Nee
HR
Zuid-Limburg en in het uiterste oosten van ons land. Zuid-Limburg
-
Hazelmuis
-
-
Nee
Molmuis
AS
Limburg
-
-
Nee
Noordse woelmuis
HR
Overgangsgebieden tussen land en water. De aanwezigheid van bereikbare bossen/ struiken is een vereiste. Open, agrarisch landschap op leem- of lössgrond met een lage grondwaterstand. Loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Struiklaag in kalkrijke hellingbossen, in boomgaarden, kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en tuinen van dorpsranden. Allerlei soorten biotopen, bosranden, rietland, parken, braakliggend land, duinen, tuinen, mits er enige dekking is. Heuvellandschappen, in en nabij loofbossen, grote tuinen, hagen, houtwallen en jonge bosaanplant. Ondergrondse gravende leefwijze in laag gelegen, vochtige gebieden. Plas/drasgebieden waar voldoende dekking en variatie in vegetatie is.
-
-
Nee
Ondergrondse woelmuis
AS
Texel, Friesland, NoordHolland, het UtrechtsHollands veenweidegebied en het Deltagebied. Zuid-Nederland, in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
-
-
Nee
Soort
Kleinschalig cultuurlandschap in dichte gras- of kruidlaag en zoomvegetaties.
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde knaagdieren en haasachtigen door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
Insecteneters Tabel 5.4 Beschermde insecteneters (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of
23
Bal
Habitat
Verspreiding
AS
Kleinschalig agrarisch cultuurlandschap dat niet te intensief beheerd wordt.
Waterspitsmuis
AS
Langs schoon water met goed ontwikkelde watervegetatie en structuurrijk begroeide en uitklimbare oevers.
Versnipperd, in ZeeuwsVlaanderen en het uiterste oosten van Overijssel. Zeer versnipperde verspreiding, voornamelijk in Friesland en Overijssel.
Verspreiding
Soort Veldspitsmuis
Habitat
ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
-
-
Nee
-
-
Nee
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde insecteneters door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
Roofdieren
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
Tabel 5.5 Beschermde roofdieren (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
Lynx
HR
Zuid-Limburg
-
-
Nee
Wilde kat
HR
Zuid-Limburg
-
-
Nee
Wolf
HR
Heuvelachtig terrein in grote aaneengesloten bosgebieden van afwisselende samenstelling. Afgelegen gebieden met uitgestrekte, afwisselende en droge, oude eiken-, beuken- of gemengde loofbossen. Verschillende leefgebieden zoals bosen cultuurlandschap.
De Veluwe, MiddenDrenthe, grensgebied Friesland-DrentheOverijssel en grensgebied Noord-Brabant en Limburg.
-
-
Nee
Soort
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde roofdieren door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
Evenhoevigen Tabel 5.6 Beschermde evenhoevige (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of
24
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
Damhert
AS
Duingebieden
-
-
Nee
Edelhert
AS
-
Nee
AS
De Veluwe, de Oostvaardersplassen en het Weerterbos. de Veluwe, Limburg, OostBrabant en Nijmegen.
-
Wild zwijn
Lichte loofbossen en gemengde bossen. Mits er voldoende gras is. Diverse habitats van drogere loofbossen en heidevelden tot vochtige milieus als vennen en moerassen. Droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen.
-
-
Nee
Soort
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde evenhoevigen door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
Zeezoogdieren
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
Tabel 5.7 Beschermde zeezoogdieren en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
Gewone zeehond
AS
De kust
-
-
Nee
Grijze zeehond
AS
Getijdengebieden waar gedeelten bij eb droogvallen. Zeewater met rotskusten en zeekliffen.
De kust
-
-
Nee
Soort
Geschikt
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde zeezoogdieren door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
Vrijgestelde soorten Enkele soorten zijn vrijgesteld van het Bal bij ruimtelijke ingrepen, waaronder aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat. Deze soorten zijn opgenomen per provincie in Bijlage I van deze rapportage. Echter geldt wel de zorgplicht voor alle vrijgestelde soorten.
5.2.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van (verblijfplaatsen van) beschermde grondgebonden zoogdieren.
25
5.3 Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd, zowel op basis van de Europese Habitatrichtlijn als onder artikel 11.46 Bal. Het leefgebied, waaronder verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes, is van groot belang voor het voortbestaan van vleermuizen. Om deze reden zijn zowel de foerageergebied en vliegroutes, die van essentieel belang zijn voor het functioneren van een verblijfplaatsen, als de verblijfplaatsen zelf, wettelijk beschermd. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen in gebouwen en in bomen. Vleermuizen maken gebruik van open water en opgaande begroeiing als foerageergebied. Lijnvormige landschapselementen, zoals watergangen en bomenrijen, worden gebruikt als vliegroute tussen verblijfplaatsen en foerageergebied.
5.3.1 Resultaten Op basis van habitat en verspreiding wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als verblijfplaats, foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen
Soort Baardvleermuis
Bal
Habitat
Gebouwbewonend
Boombewonend
Habitat
Verspreiding
Tabel 5.8 Beschermde vleermuizen en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
HR
+
+
Landelijk verspreid
-
+
Nee
Bechsteins vleermuis Bosvleermuis
HR
Bossen, aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Bosrijke gebieden.
+
+
Zuidelijk Limburg
-
-
Nee
HR
Bosrijke gebieden.
+
+
-
-
Nee
Brandts vleermuis
HR
Bos- en waterrijke gebieden.
+
-
-
-
Nee
Franjestaart
HR
Bos- en waterrijke gebieden.
+
+
-
+
Nee
Gesloten tot halfopen landschap.
+
+
In het oosten en het midden van het land. Langs de oostgrens, zuidelijk Limburg en een enkele locatie in het midden van het land. Landelijk verspreid, met name in het midden van het land. Landelijk verspreid
-
+
Nee
HR
Kleinschalig landschap en bosrijke omgeving buiten stedelijk gebied.
+
+
Landelijk verspreid
-
+
Nee
HR
Lijkt sterk aan menselijke nederzettingen gebonden.
+
-
Zuiden van Zeeland, NoordBrabant en Limburg.
-
-
Nee
HR
Kleinschalig bosrijk landschap.
+
-
Zuiden van Limburg en zuidoosten van Noord-Brabant
-
-
Nee
HR
Waterrijke gebieden in combinatie met bomenrijke gebieden.
+
+
Enkele locaties verspreid over het land
-
-
Nee
Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis
Verspreiding
Geschikt
26
Laatvlieger
HR
+
-
Landelijk verspreid
-
+
Nee
+
-
Landelijk verspreid
-
+
Nee
HR
Open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen. Waterrijke gebieden met moerassen, weiden en bossen. Bosrijke gebieden.
Meervleermuis
HR
Mopsvleermuis
+
+
-
-
Nee
HR
Bosrijke gebieden.
-
+
-
+
Nee
Bosrijk landschap en waterpartijen.
+
+
Zelden in het zuiden van Zeeland en Limbrug. Landelijk verspreid, met uitzondering van Zeeland. Landelijk verspreid
Rosse vleermuis
-
+
Nee
Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis
HR
Open en waterrijke laagland.
+
-
Landelijk verspreid, voornamelijk kustgebieden.
-
+
Nee
HR
+
+
Voornamelijk in Limburg
-
-
Nee
Watervleermuis
HR
Bos en kleinschalig, gesloten landschap. Half open tot gesloten, waterrijk en bosrijk landschap, met een voorkeur voor zowel beschut water als ouder bos.
-
+
Landelijk verspreid
-
+
Nee
Binnen het plangebied zijn geen bebouwing en bomen aanwezig die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen. Daarnaast zijn geen landschappelijke structuren aanwezig die als essentiële vliegroute of foarageergebied kunnen dienen. Hierdoor is het plangebied op basis van verspreiding en habitat ongeschikt als verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen. De directe omgeving van het plangebied is geschikt als verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute voor de vleermuizen. Vleermuizen in de directe omgeving In de bomen in de omgeving zijn mogelijk holtes aanwezig. De bomen en watergangen direct rondom het plangebied kunnen mogelijk als vliegroute dienen voor vleermuizen. Ook is uitgestrekt foerageergebied aanwezig in de vorm van waterrijke gebieden en bosschages. Hierdoor zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen direct rondom het plangebied niet uitgesloten.
5.3.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde vleermuizen verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van (verblijfplaatsen van) beschermde vleermuizen. Vleermuizen in de omgeving Rondom het plangebied is het mogelijk dat verblijfplaatsen, foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Maatregelen om deze te beschermen worden verder gespecificeerd onder de zorgplicht.
5.4 Amfibieën Alle amfibieën in Nederland zijn beschermd, dit kan zijn volgens de Europese Habitatrichtlijn, dan wel op grond van artikel 11.46 en artikel 11.54 Bal (nationaal beschermde soorten). Voor sommige nationaal beschermde soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, zie bijlage I.
27
5.4.1 Resultaten In onderstaande tabel wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als functioneel leefgebied op basis van habitat en verspreiding.
Soort Alpenwatersalamander
Bal
Habitat
Verspreiding
Habitat
Verspreiding
Tabel 5.9 Beschermde amfibieën (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is. Opmerkingen met * worden onder de tabel verder toegelicht.
AS
Beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen. Voortplanting in oppervlaktewater die niet snelstromend en visvrij zijn.
-
-
Nee
Boomkikker
HR
-
-
Nee
Geelbuikvuurpad
HR
In Zuid-Limburg bereikt hij de noordwestgrens van zijn gebied.
-
-
Nee
Heikikker
HR
Alle provincies aangetroffen, behalve Flevoland.
-
+
Nee*
Kamsalamander
HR
Alle provincies, m.u.v. Flevoland.
-
-
Nee
Knoflookpad
HR
Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe.
-
-
Nee
Poelkikker
HR
Het rivierengebied.
-
+
Nee*
Rugstreeppad
HR
Zonnig gelegen vegetaties. Voortplantingswater is visvrij, zonnig gelegen met een goed ontwikkelde oeveren watervegetatie. Ruderaal terrein (groeven) en in halfnatuurlijke graslanden. Tijdelijke wateren voor de voortplanting en sterker begroeide wateren voor buiten de voortplanting. Vennensoort. Voortplantingswateren zijn kleine geïsoleerde wateren, ondiep en stilstaand water met oevervegetatie. Kleinschalige bosrijke landschappen. Voortplanting in visvrije, stilstaande, permanente wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Open zandplekken omringd door vegetatie. Voortplanting in vrij grote en diepe poelen met een weelderige onderwater- en oevervegetatie. Zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op hogere zandgronden. Vergraafbare gronden met een pionierskarakter en ondiepe wateren die vrij snel opwarmen.
Noord-Brabant en Limburg. Daarnaast ZeeuwsVlaanderen, het Rijk van Nijmegen, Drenthe, de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en Het Gooi. Het gebied oostelijk van de lijn Groningen-ApeldoornBreda-Middelburg.
-
+
Nee*
Vinpootsalamander
AS
Noord-Holland, ZuidHolland, Zeeland en de Noordoostpolder en de hogere zandgronden. Noord-Brabant en Limburg
-
-
Nee
Vroedmeesterpad
HR
Zuid-Limburg. Op andere plaatsen in Nederland is hij uitgezet.
-
-
Nee
De heidegebieden op de hogere zandgronden en het heuvellandschap. Voortplanting in permanente vennen, plassen en bospoelen. Ruderaal terrein (groeven), halfnatuurlijke graslanden en steden en dorpen. Voortplanting in betonnen drinkbakken of diepe koude bronpoelen langs hellingbossen.
Geschikt
28
Vuursalamander
AS
Vochtige loofbossen nabij (bron)beekjes met aanwezigheid van koele en vochtige schuilplaatsen.
De soort komt voor in ZuidLimburg.
-
-
Nee
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde amfibieën door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied. Heikikker, poelkikker en rugstreeppad Waarnemingen van heikikker, poelkikker en rugstreeppad zijn bekend vanaf 3,8 km rondom het plangebied. Deze waarnemingen bevinden zich buiten de bebouwde kom. Het plangebied is geïsoleerd door omringende bebouwing en snelwegen. Ook bevat het plangebied geen geschikt voortplantingswater en landhabitat. Beschermde soorten amfibieën stellen vaak specifieke eisen aan het leefgebied. Zo hebben ze een voorkeur gebieden met vochtige heideterreinen, komen ze voor in ondiepe (tijdelijke) wateren of vochtige loofbossen doorsneden met bronbeekjes. Dergelijke habitattypen ontbreken binnen het plangebied waardoor de aanwezigheid van beschermde amfibieën is uitgesloten. Voor voortplanting zijn amfibieën aan water gebonden. Binnen het plangebied ontbreken watergangen, waardoor ook de functie van het plangebied als voortplantingsgebied is uitgesloten. Vrijgestelde soorten Enkele soorten zijn vrijgesteld van het Bal bij ruimtelijke ingrepen, waaronder bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker. Deze soorten zijn opgenomen per provincie in Bijlage I van deze rapportage. Echter geldt wel de zorgplicht voor alle vrijgestelde soorten.
5.4.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde amfibieën verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van (verblijfplaatsen van) beschermde amfibieën.
5.5 Reptielen 5.5.1 Resultaten In onderstaande tabel wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als functioneel leefgebied op basis van habitat en verspreiding.
Adder
Bal
Habitat
Verspreiding
AS
Heide- en hoogveengebieden en open plekken in bossen.
Friesland, Drenthe, de Veluwe, Overijssel en Limburg.
Verspreiding
Soort
Habitat
Tabel 5.10 Beschermde reptielen (m.u.v. vrijgestelde soorten en schildpadden) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
-
-
Geschikt Nee
29
Gladde slang
HR
Hazelworm
AS
Levendbarende hagedis
AS
Muurhagedis
HR
Ringslang
AS
Zandhagedis
HR
Droge heideterreinen, hogere delen van hoogveengebieden en open bossen en jonge aanplant op zandgrond. Open bossen, bosranden, heide, houtwallen, spoor- en wegbermen. Heide en hoogveen, open bossen, ruige graslanden, bermen en beperkt deel van de duinen. Warme, stenige plekken, zoals rotswanden, stadsmuren en spoortrajecten. Waterrijke habitats in de buurt van bosranden, heideterreinen en in bermen van sporen. Droge heideterreinen, open vlakten in bossen, bosranden, wegbermen en spoordijken.
Delen van de hogere zandgronden, zwaartepunt op de Veluwe.
-
-
Nee
Alle provincies, m.u.v. Zeeland
-
-
Nee
Nederlandse zandgronden en in ZuidLimburg.
-
-
Nee
Geïsoleerde populatie in Maastricht. De soort is op veel plekken illegaal uitgezet. Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland.
-
-
Nee
-
+
Nee
Kustduinen, de Veluwe en oostgrens Nederland.
-
-
Nee
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde reptielen door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied. Beschermde soorten reptielen stellen vaak specifieke eisen aan hun habitat zoals de aanwezigheid van bos(randen), waterrijke gebieden, houtwallen, (vochtig) heideterrein, (structuurrijke) weg- en spoorbermen en ruigten. Binnen het plangebied ontbreken dergelijke habitattypen en oppervlaktewater. Door het ongeschikte habitat is de aanwezigheid van beschermde soorten reptielen uitgesloten.
5.5.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde reptielen verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van (verblijfplaatsen van) beschermde reptielen.
5.6 Vissen 5.6.1 Resultaten In onderstaande tabel wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als functioneel leefgebied op basis van habitat en verspreiding.
Habitat
Verspreiding
HR
Steur
HR
Zee, maar trekt in november de rivieren op om te paaien boven kiezel of zandbodems. Zee, maar trekt in het voorjaar de rivieren op om te paaien in diepe snelstromende delen
Rivieren en kustwateren van de Noordzee. De Nieuwe Maas bij Rotterdam en in de Waal bij Nijmegen
Verspreiding
Bal Houting
Soort
Habitat
Tabel 5.11 Beschermde vissen (m.u.v. vrijgestelde soorten) en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
-
-
Nee
-
-
Nee
Geschikt
30
Beekdonderpad
AS
Beekprik
AS
Elrits
AS
Gestippelde alver
AS
Grote modderkruiper
AS
Kwabaal
AS
op een bodem bestaande uit grof grind en stenen. Kleine snelstromende beken met een bodem van grind en stenen. Ze leven in beken en riviertjes met een matige stroming. Paait in februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water. De soort komt voor in matig tot snelstromende zuurstofrijke beken en rivieren. Snel stromende zuurstofrijke beken en rivieren met een bodem van grind of stenen. ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. De paaigronden van riviergebonden populaties liggen in zijstromen met lage stroomsnelheden.
De Geul (en zijbeken) en de Aa-strang. Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant, Limburg en Noord-Brabant. De Geul, de Roer en Rode Beek en oostflank van de Veluwe. Zuiden van Limburg. Midden Nederland: ingepolderde voormalige overstromingsvlakten. Overijssel, Noord-Brabant en enkele geïsoleerde populaties.
-
-
Nee
-
-
Nee
-
-
Nee
-
-
Nee
-
+
Nee
-
-
Nee
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde vissen door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied.
5.6.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde vissen verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van beschermde vissen.
5.7 Ongewervelden 5.7.1 Resultaten In onderstaande tabel wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als functioneel leefgebied op basis van habitat en verspreiding.
Vlinders
Libellen
Kevers
AS + HR
AS + HR
AS + HR
Habitat
Verspreiding
Aanwezigheid van bepaalde waardplanten. Komen voor in divers habitat, waaronder graslanden, bossen, heideterreinen en binnen bebouwd gebied. Voor voortplanting zijn ze gebonden aan schone wateroppervlaktes, bijvoorbeeld beken, hoogvenen, bosplassen, moerassen, verlandingszones, dode rivierarmen en vennen. Komen voor in natuurgebieden, zoals (vochtige) bossen met dood hout (oude eiken), vennen en laagveengebieden.
Verspreid over enkele locaties in Nederland
Verspreiding
Bal
Soort
Habitat
Tabel 5.12 Beschermde soortgroepen ongewervelden en de beschermingsregime volgens het Bal, habitat en verspreiding van deze soorten. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt en of het binnen (+) of buiten (-) het verspreidingsgebied valt van de betreffende soort. In de tabel wordt geconcludeerd of het plangebied geschikt of ongeschikt is.
-
+
Nee
-
+
Nee
-
+
Nee
Geschikt
Verspreid over enkele locaties in Nederland
Verspreid over enkele locaties in Nederland
31
Weekdieren
HR
Gebonden aan waterhabitats, zoals laagveengebieden en rivierengebied met schone wateren met rijke begroeiing.
Verspreid over enkele locaties in Nederland
-
-
Nee
Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor beschermde ongewervelden door het ontbreken van geschikt habitat en/of de ligging buiten het verspreidingsgebied. Beschermde soorten ongewervelden stellen specifieke eisen aan het habitat waaronder de aanwezigheid van waardplanten en komen doorgaans alleen voor in natuurterreinen, zoals (duin)graslanden, vochtige, zonnige of open bossen, heideterrein en hogere zandgronden of zijn gebonden aan water (o.a. platte schijfhoren en Europese rivierkreeft). In het plangebied is dergelijk habitat niet aanwezig. Gezien het ontbreken van waarnemingen in de omgeving van het plangebied, de ligging buiten bekend verspreidingsgebied en/of het ontbreken van geschikt habitat is het uitgesloten dat beschermde soorten vlinders of libellen voorkomen in het plangebied.
5.7.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van verstoring, vernietiging en/of doden van beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden.
5.8 Vaatplanten 5.8.1 Resultaten Gezien het ontbreken van waarnemingen in de omgeving van het plangebied, de ligging buiten bekend verspreidingsgebied en/of het ontbreken van geschikt habitat is het uitgesloten dat beschermde vaatplanten voorkomen in het plangebied. Drijvende waterweegbree en kluwenklokje Waarnemingen van drijvende waterweegbree bevinden zich vanaf 4,2 km ten noorden van het plangebied en waarnemingen van kluwenklokje bevinden zich vanaf 1,7 km van het plangebied langs het Haerrenfeansterkanaal. Het plangebied bestaat enkel uit verharding, grassen en wildbloemen. Dit is geen geschikt habitat voor drijvende waterbree en kluwenklokje. Hierdoor is de aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied uitgesloten. Overige beschermde soorten Beschermde plantensoorten, waaronder de bovenstaande soorten, stellen doorgaans specifieke eisen aan de standplaats, voedselarme en/of kalkrijke situaties, kwelsystemen, enz. Het plangebied bestaat uit verharding en grassen. Geschikte groeiomstandigheden voor beschermde vaatplanten zijn binnen het plangebied niet aanwezig.
5.8.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen beschermde vaatplanten verwacht. Bij de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van vernietiging van (groeigebied van) beschermde vaatplanten.
32
6 Gebiedsbescherming In dit hoofdstuk wordt gekeken naar aanwezige beschermde gebieden in en rondom het plangebied. Daarnaast wordt bepaald of de plannen mogelijk leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen van het Bal zoals genoemd in hoofdstuk 2. Hierbij worden de resultaten van de gebiedsbescherming getoetst aan de ingrepen die gepland zijn (hoofdstuk 3). Hieruit volgt de conclusie of er al dan niet vervolgstappen nodig zijn. Denk daarbij aan een voortoets om effecten op beschermde natuurgebieden te onderzoeken of het aanvragen van een omgevingsvergunning.
6.1 Natuurnetwerk Nederland 6.1.1 Resultaten Het plangebied maakt geen deel uit of ligt niet in een gebied dat beschermd is in het kader van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gebieden die behoren tot het NNN liggen op 2,5 km afstand vanaf het plangebied.
6.1.2 Effectenbeoordeling Het plangebied ligt op 2,5 km van het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Binnen de provincie Friesland kent het NNN geen externe werking. Voor ingrepen en plannen die liggen buiten de begrenzing van het NNN is geen aanvullende toetsing, in de vorm van een ‘Nee, tenzij-toets’ noodzakelijk.
6.2 Natura 2000-gebied 6.2.1 Resultaten Het plangebied maakt geen deel uit of ligt niet in een gebied dat beschermd is in het kader van de Omgevingswet. De meest nabijgelegen beschermde natuurgebieden liggen vanaf 5,4 km van het plangebied. Het betreft het Natura 2000-gebied Deelen, zie figuur 6.1.
6.2.2 Effectenbeoordeling Het plangebied ligt vanaf 5,4 km van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen is er geen sprake van directe aantasting, zoals effecten door geluid of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Het is echter zo dat het bevoegd gezag altijd een AERIUS calculatie kan eisen, ongeacht de aard van de werkzaamheden en de afstand tot beschermde gebieden.
33
Afbeelding 6.1: Ligging plangebied ten opzichte van het de NNN (groen) en Natura 2000-gebied (gearceerd).
34
7 Houtopstanden In dit hoofdstuk wordt gekeken naar aanwezige houtopstanden in het plangebied. Aan de hand hiervan wordt bepaald of de plannen mogelijk leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen van het Bal zoals genoemd in hoofdstuk 2. Hierbij worden de resultaten van de houtopstanden getoetst aan de ingrepen die gepland zijn (hoofdstuk 3). Hieruit volgt de conclusie of er al dan niet vervolgstappen nodig zijn. Denk daarbij aan een herplantplicht.
7.1.1 Resultaten Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig.
7.1.2 Effectenbeoordeling In het plangebied worden geen bomen en/of begroeiing verwijderd. De voorgenomen plannen leiden daarom niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen van het Bal.
35
8 Zorgplicht Met de invoering van de Omgevingswet is de algemene zorgplicht (art. 1.6 en 1.7 Ow) en specifieke zorgplicht van kracht. De regels met betrekking tot deze zorgplicht zijn vastgelegd in het Bal. De specifieke zorgplichten zijn opgenomen voor flora- en fauna-activiteiten (art. 11.27 Bal).
8.1 Algemeen zorgplicht In het kader van de algemene zorgplicht (art. 1.6 en 1.7 Ow) dienen de volgende maatregelen te worden uitgevoerd ten aanzien van algemeen voorkomende soorten; • Werkzaamheden waarbij vegetatie verwijderd rustig en vanuit één zijde aanvangen. • De werkzaamheden altijd naar een open einde uitvoeren, zodat dieren kunnen vluchten. Bij maaien in grotere gebieden geldt van binnen naar buiten werken. • Voorkom het doden van aanwezige dieren door deze een kans te geven om het werkgebied zelfstandig te verlaten. Indien deze niet zelfstandig het werkgebied (kunnen) verlaten, mogen deze opgepakt en verplaatst worden. • Bij werkzaamheden in het donker (tussen zonsondergang tot zonsopkomst) zo min mogelijk verlichting gebruiken en deze zo min als mogelijk laten uitstralen. Licht dus richten op het werkgebied, niet daarbuiten. • Voorkom uitstraling van verlichting in de periode van half maart t/m oktober tussen zonsondergang en zonsopkomst naar de omgeving. • Indien het gebruik van verlichting in deze periode niet te voorkomen is, dient vleermuisvriendelijke verlichting (roodkleurig) gebruikt te worden of dient gebruik gemaakt te worden van armaturen die uitstraling naar buiten het werkterrein voorkomen.
8.2 Specifieke zorgplicht flora en fauna De specifieke zorgplicht geldt voor (leefgebieden van) soorten die beschermd zijn (vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten) en Rode Lijst-soorten. In hoofdstuk 5 zijn reeds de beschermde soorten behandeld. Uit dit hoofdstuk blijkt welke potenties het plangebied heeft als leefgebied voor Rode-Lijst soorten. Daarnaast wordt bepaald of de plannen mogelijk leiden tot nadelige gevolgen heeft op de staat van instandhouding van de Rode-Lijst soort(en). Hieruit volgt de conclusie of er al dan niet vervolgstappen nodig zijn. In onderstaande tabel wordt beoordeeld of het plangebied geschikt is als functioneel leefgebied op basis van habitat en verspreiding.
Soortgroep Amfibieën
Habitat Gebonden aan een omgeving met oppervlaktewater, zoals vochtige heideterreinen, ondiepe (tijdelijke) wateren, vochtig loofbos en bronbeekjes. Voortplanting vindt plaats
Habitat
Tabel 8.1. Soortgroep Rode Lijst en een beschrijving van de habitat. en de aanwezigheid van soorten binnen het plangebied. Daarnaast wordt aangegeven of het plangebied over geschikt(+) of ongeschikt(-) habitat beschikt. Op basis van habitat en verspreiding worden de verwachte soorten benoemd.
-
Verwachte soorten -
36
Ongewervelden
Reptielen
Vissen Vogels
Zoogdieren
Vaatplanten
in oppervlaktewater. Amfibieën overwinteren in de grond, onder materiaal of in water. Komen voor op natuurgebieden, zoals (duin)graslanden, vochtige, zonnige of open bossen, heideterrein en hogere zandgronden. Soms gebonden aan een waardplant. Komen voor in habitat zoals open bossen, waterrijke gebieden, (vochtig) heideterrein, hogere zandgronden, hoogveengebieden en rivierdalen in (structuurrijke) wegen spoorbermen, ruigten en houtwallen. Gebonden aan water. Komen voor in habitat zoals natuurlijke beken en rivieren met zand of grindbodem. Vogelsoorten komen in diverse habitats voor. Er zijn soorten die voorkomen in gebouwd gebied en soorten die voorkomen in natuurgebieden. Gebonden aan verschillende typen habitat, waaronder waterrijke gebieden met hoge vegetatie met vooral grasachtige planten en structuurrijke landschappen waarin hagen, struiken en houtwallen aanwezig zijn of bosgebieden. Beschermde plantensoorten stellen specifieke eisen aan de standplaats, voedselarme en/of kalkrijke situaties, kwelsystemen, enz.
-
-
-
-
-
-
-
Graspieper
-
-
-
-
Binnen het plangebied is geschikt habitat aanwezig, namelijk ruige grassen met wildbloemen. Op basis van het habitat en verspreidingsgegevens uit de NDFF kan niet worden uitgesloten dat er soorten aanwezig zijn binnen het plangebied. Dit betreft graspieper.
8.2.1 Effectenbeoordeling De voorgenomen plannen leiden tot een verlies van geschikt habitat, namelijk ruige grassen met wildbloemen. Dit kan mogelijk nadelige gevolgen hebben voor Rode Lijst soortgroep vogels. Deze gevolgen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen, beperkt of hersteld. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt vooral aanbevolen buiten de broedperiode te werken.
37
9 Conclusie 9.1 Soortbescherming Algemene broedvogels Door de aanwezigheid van struweel binnen en in de omgeving van het plangebied, zijn er broedmogelijkheden voor ‘algemene’ soorten waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Voor deze soorten geldt dat werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring. Werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden of te starten buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is, dient een broedvogel controle uiterlijk 5 dagen voor de werkzaamheden uitgevoerd te worden. Als tijdens de vrijgave nesten van vogels worden aangetroffen dienen de werkzaamheden nabij deze nesten uitgesteld te worden totdat de jongen het nest op eigen kracht hebben verlaten. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd; ongeacht het seizoen mogen nesten van vogels die actief in gebruik zijn, niet worden aangetast of verstoord. Het broedseizoen loopt van globaal medio maart – eind juli, maar is afhankelijk van de betreffende soort en buitentemperatuur. Voor advies over de periode van het broedseizoen kan desgewenst een deskundige (ecoloog) worden geraadpleegd.
9.2 Gebiedsbescherming De plannen leiden niet tot (significante) aantasting van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden of van kernkwaliteiten van de NNN. Een omgevingsvergunning is dan ook niet nodig. Een ‘nee-tenzij’ toets in het kader van de NNN is niet nodig.
9.3 Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Aanwezige bomen in de directe omgeving van het plangebied worden niet aangetast. Nadere toetsing is hierdoor niet nodig.
9.4 Zorgplicht In het kader van de algemene zorgplicht (art. 1.6 en 1.7 Ow) dienen de volgende maatregelen te worden uitgevoerd ten aanzien van algemeen voorkomende soorten; • Werkzaamheden waarbij vegetatie verwijderd rustig en vanuit één zijde aanvangen. • De werkzaamheden altijd naar een open einde uitvoeren, zodat dieren kunnen vluchten. Bij maaien in grotere gebieden geldt van binnen naar buiten werken. • Voorkom het doden van aanwezige dieren door deze een kans te geven om het werkgebied zelfstandig te verlaten. Indien deze niet zelfstandig het werkgebied (kunnen) verlaten, mogen deze opgepakt en verplaatst worden. • Bij werkzaamheden in het donker (tussen zonsondergang tot zonsopkomst) zo min mogelijk verlichting gebruiken en deze zo min als mogelijk laten uitstralen. Licht dus richten op het werkgebied, niet daarbuiten. • Voorkom uitstraling van verlichting in de periode van half maart t/m oktober tussen zonsondergang en zonsopkomst naar de omgeving.
38
•
Indien het gebruik van verlichting in deze periode niet te voorkomen is, dient vleermuisvriendelijke verlichting (roodkleurig) gebruikt te worden of dient gebruik gemaakt te worden van armaturen die uitstraling naar buiten het werkterrein voorkomen.
De voorgenomen plannen leiden tot een verlies van geschikt habitat, namelijk ruige grassen met wildbloemen. Dit kan mogelijk nadelige gevolgen hebben voor Rode Lijst soortgroep vogels. Deze gevolgen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen, beperkt of hersteld. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt vooral aanbevolen buiten de broedperiode te werken.
39
Geraadpleegde bronnen & literatuur Literatuurlijst Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Websites bezocht op 14-8-2024 ndff-ecogrid.nl www.bij12.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.anemoon.org
40
Bijlage I: Vrijstellingslijst per Provincie
Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
Noord-Brabant
Noord-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid-Holland
Nederlandse naam beschermde soorten
Aardmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Bosmuis^
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Dwergmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Dwergspitsmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Versie: 17 januari 2024.
Zoogdieren
Bunzing
X
Eekhoorn
X
X
1
Egel
X
X
X
X
X
X
X
X
Gewone bosspitsmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Haas
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Hermelijn
X
X
X
X
Huisspitsmuis^
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Konijn
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Ondergrondse woelmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Ree
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Rosse woelmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Molmuis
X
X X
X
Steenmarter
X
2
Tweekleurige bosspitsmuis
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Veldmuis^
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Vos
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Wezel
X
Wild zwijn Woelrat
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Bruine kikker
X
X
X
Gewone pad
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Kleine watersalamander
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Meerkikker
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Middelste groene- /bastaardkikker
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Amfibieën
Reptielen Hazelworm
3
Levendbarende hagedis
4
Legenda: X = algemene vrijstelling binnen de desbetreffende provincie. ^ = Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer deze zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 1 = Vrijstelling geldt in periode maart–april en juli t/m november 2 = Vrijstelling geldt in periode 15 aug t/m feb 3 = Vrijstelling geldt in juli, augustus en september 4 = Vrijstelling geldt in periode 15 augustus t/m 15 oktober
41
Bijlage 5 Stikstofdepositieonderzoek (Arvitae Consulting)
datum referentie
29 november 2024 241682003_AdB_RAP_0001_v1.0
P 35/40
Stikstofdepositie-onderzoek Busremise Qbuzz B.V. te Heerenveen Toelichting invoergegevens Aerius Calculator 2024.0068.S1-V01 12 november 2024