Bijlage 1. Regelstation Akkrum Oost_ontwerp_compleet
Tekst van het document
Regelstation Akkrum Oost Bestemmingsplan
Opdrachtgever
Liander N.V.
Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer
Heerenveen NL.IMRO.0074.BPNRegelstatioAKKR-OW01 Ontwerp 15 augustus 2022 R. Nijdam 1197
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................... 3 Begrippenlijst................................................................................................................. 3
2 2.1 2.2 2.3
Het plan ......................................................................................................................... 5 Bestaande situatie ........................................................................................................ 5 Locatiekeuze ................................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 8
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ............................................................................................................... 12 Inleiding ....................................................................................................................... 12 Rijksbeleid ................................................................................................................... 12 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 15
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 16 Inleiding ....................................................................................................................... 16 Archeologie ................................................................................................................. 16 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 17 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 18 Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................... 18 Water........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 21 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 22 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 22 Geluid ..........................................................................................................................
24 Magneetvelden ........................................................................................................... 24 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 25 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 27
5 5.1 5.2
Toelichting op de regels .............................................................................................. 28 Algemeen .................................................................................................................... 28 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 28
6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 31 Planschade ................................................................................................................. 31 Conclusie .................................................................................................................... 31
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 32 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 32 Zienswijzen ................................................................................................................. 32
Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5
Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Watertoets Quickscan Flora en fauna Historisch vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Om te zorgen voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. De capaciteit van het bestaande transformatorstation aan de Lange Miente 1 in Akkrum is onvoldoende om de groeiende energievraag en teruglevering van energie door toename aan duurzame energieopwekking. Transformatorstation Akkrum is een centraal elektriciteitsknooppunt voor de energievoorziening van onder andere de dorpen Irnsum, Akkrum, Aldeboarn en Terhorne. Om de capaciteitsproblematiek op te lossen moet het bestaande transformatorstation vervangen worden. Omdat het bestaande station pas uit bedrijf gehaald kan worden als het nieuwe station gerealiseerd is en in bedrijf is, is een nieuwe locatie nodig in de directe omgeving. De huidige locatie biedt namelijk onvoldoende ruimte voor de nieuwbouw. De nieuwe locatie is gevonden aan de Nije Boarnsterdyk naast de afrit van de A32 (zie afbeelding 1).
Op de nieuwe locatie wordt een transformatorstation gebouwd, bestaande uit een gebouw met installatieruimte en een transformator. Er is op de locatie ruimte voor groei in de toekomst. Het gebruik en de bebouwing is niet toegestaan in het huidige bestemmingsplan. Zodoende is dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld, zodat de gewenste capaciteitsuitbreiding van de elektriciteitsvoorziening in de omgeving van Akkrum mogelijk wordt.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
1/32
Inleiding
afbeelding 1: ligging plangebied (rode cirkel)
1.2
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’, dat is vastgesteld op 22 december 2010. De noordzijde van het plangebied heeft de bestemming ‘Wegverkeer’ en de zuidzijde de bestemming ‘Agrarisch gebied’. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen. Een uitsnede van het huidige bestemmingsplan is in afbeelding 2 getoond. Agrarisch gebied Binnen deze bestemming zijn ondergeschikte openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Het nieuwe transformatorstation is echter niet ondergeschikt aan het agrarisch gebruik. Ook is de gewenste bebouwing groter dan wat is toegestaan binnen de bouwregels. Wegverkeer Binnen de bestemming Wegverkeer zijn wel zelfstandige openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn echter alleen toegestaan tot een inhoud van max. 50 m3. En voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter. Daarbinnen is de gewenste nieuwbouw niet te realiseren. Conclusie Het nieuwe transformatorstation is niet mogelijk binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Er is een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen voor openbare nutsgebouwtjes van max. 100 m3, maar ook dat is onvoldoende (zie toelichting in paragraaf 2.3). Er zijn geen afwijking- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen in het bestemmingsplan die de gewenste bebouwing en het gewenste gebruik mogelijk maken.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
2/32
Inleiding
afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
1.4
Begrippenlijst
In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel regelstation of elektriciteitsstation genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
3/32
Inleiding
Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (regel)station.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
4/32
Het plan
2
Het plan
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied betreft een deel van het weiland in de hoek van de afrit van de A32 en de N392 Nije Boarnsterdyk. Het gaat om de gronden tot de watergang en tot de bestaande aansluiting op de N392 (zie afbeelding 3). Er is geen bebouwing aanwezig. Midden over het terrein, op de kadastrale grens tussen de percelen 3477 en 3483 is een hekwerk aanwezig. Het plangebied bevat ook het kadastrale perceel 3488 (een klein hoekje) en de toegangsweg is onderdeel van kadastraal perceel 4103. Het plangebied is in gebruik als agrarische grond. Er zijn geen bomen of struiken. Langs het water zijn rietkragen aanwezig. Er is een pad vanaf de N392 dat met een bocht precies naar het plangebied loopt.
afbeelding 3: luchtfoto bestaande situatie (locatie nieuwe station is met rode lijn aangeduid)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
5/32
Het plan
afbeelding 4: aanzicht vanaf de N392 kijkend richting het zuiden (plangebied is globaal met een rood vlak aangeduid)
2.2
Locatiekeuze
In het huidige regelstation van Akkrum worden momenteel hoge spanningen in het elektriciteitsnetwerk veroorzaakt doordat er veel duurzame energie terug geleverd wordt. Deze hoge spanningen liggen op een kritiek punt en bij verdere toename kan dit tot spanningsklachten in het voorzieningsgebied van regelstation Akkrum leiden. Daarom heeft Liander een rood schaarste niveau afgekondigd voor het voorzieningsgebied van regelstation Akkrum, waardoor geen nieuwe duurzame energie initiatieven aangesloten kunnen worden totdat het bestaande regelstation Akkrum is vervangen (zie hiertoe het rode gebied in afbeelding 5).
afbeelding 5: schaarsteniveau (rood) rond het bestaande regelstation Akkrum (bron: Liander)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
6/32
Het plan
Omdat uitbreiding op de huidige locatie niet mogelijk is en het nieuwe regelstation gerealiseerd en in bedrijf dient te zijn voordat het bestaande station weggehaald kan worden, is een nieuwe locatie nodig. Het vinden van een geschikte locatie is een complexe opgave omdat een regelstation zowel boven- als ondergronds om ruimtebeslag vraagt. Hiervoor is op basis van verschillende randvoorwaarden een zoekgebied geformuleerd. Een belangrijke randvoorwaarde is dat het regelstation centraal gelegen is in het voedingsgebied i.v.m. met de lengte van de kabels. Op afbeelding 6 is het zoekgebied weergegeven. Belangrijke toevoeging hieraan is dat het de voorkeur van Liander heeft dat de nieuwe locatie zo dicht mogelijk bij het huidige regelstation wordt gesitueerd. Omdat deze centraal gelegen is in het voedingsgebied. Als het nieuwe regelstation ver weg zit van het voedingsgebied, leidt dat ertoe dat er langere verbindingen gelegd moeten worden om het voedingsgebied te bereiken. Het leggen van verbindingen is zeer kostbaar én brengt extra ondergronds ruimtebeslag met zich mee.
afbeelding 6: de twee zoekgebieden (bron: Liander)
Tussen zoekgebied 1 en 2 is een duidelijke grenslijn zichtbaar (van noord naar zuid). Tussen zoekgebied 1 en 2 is een regelstation niet te realiseren vanwege de spoorlijn die hier loopt. Voor de realisatie van een regelstation en de daarbij behorende kabelinfrastructuur moet Liander voldoende afstand aanhouden tot een spoorlijn. Bij de keuze van locatieopties voor het nieuwe regelstation binnen het zoekgebied zijn door Liander de volgende beoordelingscriteria gehanteerd: A. Ruimtebeslag/centrale ligging in het zoekgebied B. Bovengrondse bereikbaarheid C. Ondergrondse bereikbaarheid D. Omgevingsaspecten (bijv. afstand tot woningen, natuur, bodemverontreiniging, etc.). In eerste instantie kwamen er twee locaties in aanmerking op het industrieterrein in Akkrum. Het bleek dat deze locaties niet te benutten waren omdat deze al verkocht waren of omdat er een andere bestemming voor was en andere bebouwing op stond. Zodoende is binnen de zoekgebieden gekeken naar mogelijke locaties buiten het industrieterrein.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
7/32
Het plan
De locatie dient op voldoende afstand van gevoelige bestemmingen zoals woningen te zijn gelegen. De locatie dient vrij te zijn van bebouwing en er moeten er geen belemmeringen zijn zoals onder andere beschermd natuurgebied, hoge archeologische of aardkundige waarden of vrijwaringszones van dijken. Het heeft de voorkeur om het station nabij bestaande openbare wegen te realiseren in verband met bereikbaarheid voor zwaar materieel en de bereikbaarheid voor ondergrondse infrastructuur (inkomende en afgaande kabels). Dan dient er ook nog overeenstemming te worden verkregen met de grondeigenaar. En er dient ongeveer 3.000 m2 ruimte beschikbaar te zijn (ca. 53 bij 52 m). Dit heeft geresulteerd in 7 mogelijke locaties (zie afbeelding 7). Al deze locaties liggen buiten bestaand bebouwd gebied en er is een wijziging van het bestemmingsplan nodig.
afbeelding 7: afgewogen locaties (bron: Liander)
In een overleg tussen Liander en de gemeente is de keuze gevallen op locatie 1 tegen de A32 aan. Deze locatie ligt dicht bij de huidige locatie, ligt voldoende centraal in het zoekgebied en er is ruimte voor uitbreiding in de toekomst. Ook is de locatie goed bereikbaar met ondergrondse kabelinfrastructuren en ook kan het station bovengronds relatief eenvoudig worden ontsloten (voor de bouw en het onderhoud). Locatie 2 ligt dichter bij het huidige station, maar ligt te dicht op de spoorlijn en is ook lastig bereikbaar met kabelinfrastructuren. Locaties 3 en 4 komen overeen met locatie 1, maar de benodigde kabelverbindingen zijn hier langer, wat leidt tot hogere kosten. Ook is locatie 1 minder in het open gebied gelegen in vergelijking met locaties 3 en 4. Zodoende is gekozen voor locatie 1. Vanwege de realisatie in het open landschap dient wel de nodige aandacht te worden besteed aan een goede landschappelijke inpassing.
2.3
Toekomstige situatie
In het plangebied komt een nieuw (modulair) regelstation. Het nieuwe regelstation zal bestaan uit een nieuw 20 kV gebouw met daaraan vast een transformatorruimte. In de transformatorruimte komt een 40 MVA transformator. Hiermee is sprake van milieucategorie 3.1, zie paragraaf 4.9. Het gebouw wordt circa 5 m hoog. Hier bovenop komen voorzieningen voor valbeveiliging van circa 1 m. De transformator komt in een transformatorruimte, welke ongeveer 6 m hoog wordt. De transformatorruimte bestaat uit een fundatie en drie wanden en een opening
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
8/32
Het plan
aan één zijde. Er komt geen dak op. Op de transformatorwanden komen voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Deze worden ca. 7 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. Wanneer in de toekomst de capaciteit verder moet worden vergroot, kan uitbreiding nodig zijn. Dit zal betekenen dat er extra transformatorvermogen nodig is en extra bebouwing. Om ruimte te bieden aan dit toekomstscenario en voor eventuele ontwerpwijzigingen is in het bestemmingsplan een ruim bouwvlak opgenomen met een maximale bouwhoogte van 6 m voor gebouwen en transformatorruimten en is een maximum bebouwingspercentage van 25% opgenomen. Het terrein buiten het hekwerk krijgt een groene inrichting. Rond de nieuwe bebouwing komen beplantingsstroken die een afschermende werking zullen hebben. Hier komen verschillende soorten struiken. De overige onverharde gronden rond het station zullen als grasland worden ingericht (zie afbeelding 9). Ter hoogte van de kabelverbindingen zal geen diepwortelende beplanting mogelijk zijn. De gronden buiten het hekwerk (op de entree na) zijn bestemd als Groen. De aanleg en instandhouding van de beplantingsstroken is verplicht gesteld in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. Het huidige pad zal dienen als toegangsweg naar het nieuwe station.
Hiervoor moet het ongeveer 3,5 tot 4 meter worden verbreed omdat bij de bouw er zwaar materieel op de locatie dient te kunnen komen. Hiervoor is een verkeersbestemming opgenomen. Het kan zijn dat een deel van het water naast de toegangsweg gedempt moet worden. Dit is nu echter nog niet zeker. Mocht dit nodig zijn, zal dit met het Wetterskip worden afgestemd. Vanwege de toename aan verharding zal er extra oppervlaktewater worden aangelegd. De bestaande watergang aan de noordzijde wordt hiervoor plaatselijk verbreed.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
9/32
Het plan
afbeelding 8: plattegrond toekomstige situatie van de bebouwing en ontsluiting. De paars gearceerde banen zijn de ondergrondse kabelverbindingen. Ook is nieuw oppervlaktewater ingetekend in de noordoosthoek van het plangebied (bron: Liander)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
10/32
Het plan
afbeelding 9: beplantingsplan (bron: Liander)
afbeelding 10: 3D impressie van hoe een regelstation er uit ziet (bron: Liander)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
11/32
Beleidskader
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De realisatie van het nieuwe transformatorstation bij Akkrum sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
12/32
Beleidskader
Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie De Romte Diele De provincie Fryslân heeft op 21 oktober 2020 haar nieuwe omgevingsvisie, de Omgevingsvisie De Romte Diele vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld van de Friese leefomgeving. Alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving, zoals als water, natuur, landschap en infrastructuur worden met elkaar verbonden. De visie sluit aan bij de doelen van de Omgevingswet: minder regels, ruimte voor maatwerk en initiatieven, meer samenhang in beleid. De provinciale ambities en doelen van de provincie voor de komende jaren zijn als volgt: • vitaal en veerkrachtig; • karakteristiek en gezond; • meebewegen en samenwerken. Naast deze ambities voor de lange termijn, heeft de provincie ook een viertal meer urgente opgaven benoemd, die nu om acties en keuzes vragen: • Fryslân houdt de leefomgeving leefbaar, vitaal en bereikbaar; • Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; • Fryslân wordt klimaatadaptief ingericht; • Fryslân versterkt de biodiversiteit. Betekenis voor het plan De provinciale ambities op duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. In de visie is aangegeven dat er een infrastructuur nodig is om de opgewekte, duurzame energie te transporteren. Het transformatorstation vormt onderdeel van de hiervoor noodzakelijke infrastructuur en sluit aan bij de provinciale ambities op het gebied van duurzame energie.
3.3.2 Verordening Romte Fryslân De verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie 2020) is opgesteld om er voor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen. In de verordening staan regels over bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt buiten het bestaand stedelijk gebied van Akkrum (zie afbeelding 11). De provincie hecht aan zorgvuldig ruimtegebruik en nieuwe stedelijke functies dienen zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
13/32
Beleidskader
in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het nieuwe transformatorstation is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk en om de ambities op het vlak van duurzame energieopwekking mogelijk te maken. Er is onvoldoende ruimte om bij het bestaande station uit te breiden. Daarom is een nieuwe locatie nodig. Voor de locatiekeuze van het nieuwe station is een verkenning uitgevoerd (zie toelichting in paragraaf 2.2). Er is gezocht naar locaties in de nabijheid van het bestaande station. De mogelijke locaties die uit de verkenning kwamen, waren allen gelegen buiten het bestaand bebouwd gebied. Dit komt omdat binnen het bestaand bebouwd gebied geen onbebouwde locaties beschikbaar zijn die groot genoeg zijn en op voldoende afstand van gevoelige functies zijn gelegen. Van de onderzochte locaties, is gekozen voor de locatie aan de Nije Boarnsterdyk.
huidige locatie nieuwe locatie
afbeelding 11: ligging buiten bestaand bebouwd gebied (bron: Verordening Romte)
3.3.3 Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte In de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, vastgesteld op 26 maart 2014, zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten die karakteristiek zijn voor Fryslân en haar ontwikkelingsgeschiedenis vastgelegd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het Laagveengebied. De provincie hecht waarde aan de oorspronkelijke verkaveling in de veenpolders, waar de samenhang nog zichtbaar is tussen ontginning, ontwatering en bebouwingspartronen. Ter hoogte van het plangebied is dit echter niet meer zichtbaar
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
14/32
Beleidskader
en domineren de aanwezige hoofdinfrastructuur het landschap. Zodoende is met de ontwikkeling ook geen sprake van aantasting van provinciaal aangewezen waardevolle landschapsstructuren. Door een groene inrichting rond het terrein, zal het transformatorstation zich inbedden in het landschap (zie ook paragraaf 2.3).
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040 De Omgevingsvisie bevat het integrale gemeentelijke beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het beleid voor de fysieke leefomgeving. In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. De gemeente heeft het onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. De landschappelijke kwaliteit en diversiteit wordt gekoesterd, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen zijn reden om hier te wonen en te werken. Ook is de gemeente in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken. Betekenis voor het plan Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De benodigde uitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en de ruimtelijk-economische ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
15/32
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Voor het aspect archeologie in de provincie Fryslân is beleid ontwikkeld waarmee rekening móet worden gehouden: de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra, de FAMKE. Daarin staan ook de beleidsparagraaf en beleidskaarten opgenomen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is daarmee rekening gehouden. 4.2.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek uitgevoerd (‘Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase Nije Boarnsterdijk, Akkrum’, IDDS, april 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. De resultaten worden in deze paragraaf beschreven. In het plangebied zijn 6 boringen gezet met een diepte die varieert van 2,0 tot 4,0 m beneden het maaiveld.
Deze boringen zijn evenredig verdeeld over het plangebied. Het landschap in het plangebied heeft zich achtereenvolgens ontwikkeld van een veengebied, een gebied dat geleidelijk onder meer invloed kwam van het getijde, naar een landschap waar overstromingsafzettingen werd afgezet. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied één potentieel archeologisch niveau aanwezig is. Dat niveau betreft de top van de getijdeafzettingen. Op basis van de resultaten van het onderzoek, en rekening houdend met een veiligheidsmarge van 0,3 m, is in het onderzoek geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan -0,6 m NAP, dit komt neer op 0,3m tot 1,1 m onder maaiveld (vanwege het reliëf van het maaiveld is de diepte ten opzichte van het NAP leidend). De beste manier om na te gaan of er archeologische waarden aanwezig zijn in het plangebied is door middel van een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden dient dit vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. In het bestemmingsplan is een beschermingsregime opgenomen middels de dubbelbestemming Waarde – Archeologie, waarmee de uitvoering van dit vervolgonderzoek verplicht is bij grondroerende werkzaamheden dieper dan -0,6 m NAP.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
16/32
Omgevingsaspecten
4.2.3 Conclusie Er is een potentieel archeologisch niveau aanwezig in de top van de getijdeafzettingen. Op basis van de resultaten van het onderzoek, en rekening houdend met een veiligheidsmarge van 0,3 m, is vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuven bij bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan -0,6 m NAP. In het bestemmingsplan is een beschermingsregime opgenomen middels de dubbelbestemming Waarde – Archeologie, waarmee de uitvoering van dit vervolgonderzoek verplicht is bij grondroerende werkzaamheden dieper dan -0,6 m NAP. Daarmee zijn potentiële archeologische waarden beschermd en is er geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1 Provinciale Cultuurhistorische Kaart De Cultuurhistorische Kaart (CHK) is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. Er zijn 26 categorieën van elementen en structuren onderzocht die getuigen zijn van het verleden. Dit zijn zowel aardkundige, als archeologische, historisch-geografische en bouwhistorische zaken. Het geheel weerspiegelt het ontstaan, het gebruik en de inrichting van het landschap en bestaan uit niet-zichtbare als zichtbare, ooit aangelegde of gebouwde structuren en bouwwerken. Die zijn van belang voor de kennis, de beleving en de waardering van de ruimtelijke inrichting van de provincie. In het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid wordt van de initiatiefnemers en plannenmakers gevraagd met deze elementen en structuren rekening te houden bij plannen en ontwikkelingen. Betekenis voor het plan Ter plaatse van het nieuwe transformatorstation zijn geen elementen of structuren aanwezig die op de CHK zijn aangewezen. De dichtstbijzijnde elementen zijn twee oude boerderijplaatsen. Dit heeft geen betekenis voor het plan.
afbeelding 12: cultuurhistorische waarden rond het plangebied (rode stippellijn) (bron: Cultuurhistorische Kaart provincie Fryslân)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
17/32
Omgevingsaspecten
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1 Inleiding In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. 4.4.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is bodemonderzoek uitgevoerd (‘Milieuhygiënisch vooronderzoek en Verkennend milieukundig bodemonderzoek Nije Boarnsterdijk, Akkrum’, IDDS, 11 april 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. De resultaten zijn in deze paragraaf beschreven. Op basis van de verkregen onderzoekresultaten worden de volgende conclusies gesteld: • In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen; • De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd; • Het grondwater is licht verontreinigd met zink. Middels onderhavig onderzoek is de actuele bodemkwaliteit vastgelegd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten worden er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien met betrekking tot de voorgenomen realisatie van een regelstation en het hierop volgende gebruik. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijding van de betreffende streefwaarde (grondwater) dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen.
Echter, de gemeten waarde is dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stof in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. 4.4.3 Conclusie Er is een bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten worden er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien met betrekking tot de voorgenomen realisatie van een regelstation en het hierop volgende gebruik.
4.5
Ontplofbare oorlogsresten
4.5.1 Inleiding Voor bepaalde gebieden kan een verwachtingswaarde voor het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten gelden, bijvoorbeeld voor locaties waar in de Tweede Wereldoorlog gevochten is. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden is verstandig om onderzoek te doen naar de verwachtingen. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van ontplofbare oorlogsresten kunnen passende maatregelen worden getroffen. 4.5.2 Resultaten onderzoek Voor het bestemmingsplan is een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (‘Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Nije Boarnsterdyk, Akkrum’, IDDS Explosieven, 28 april 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. Hieronder is ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoeksgebied is niet verdacht op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto’s en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat er geen indicaties zijn die aangeven dat er binnen het onverdachte gebied ontplofbare oorlogsresten te verwachten zijn. De geplande werkzaamheden kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd en er is geen vervolgonderzoek in het kader van het opsporingsproces naar ontplofbare oorlogsresten nodig.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
18/32
Omgevingsaspecten
4.5.3 Conclusie Het plangebied is niet verdacht op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Er zijn geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten.
4.6
Water
4.6.1 Beleid en regelgeving Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik, bijvoorbeeld door de landbouw, natuur of recreatie, hebben gevolgen voor het waterbeheer. Waterschappen willen vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Wetterskip Fryslân heeft op 19 april 2016 het Waterbeheerplan vastgesteld. In dit plan wordt aangegeven hoe vorm gegeven wordt aan het waterbeheer voor de periode 2016 – 2021. Hierin staan de maatregelen die Wetterskip Fryslân neemt om het watersysteem op orde te houden en verbeteren. Daarnaast beschikt het Wetterskip over een verordening: de Keur 2013 en een Leggerkaart. In de Keur staan de regels die het Wetterskip hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. De Legger is een besluit in de vorm van een kaart waarop een overzicht van de verschillende waterstaatswerken is opgenomen.
Ook is te vinden wie onderhoudsplichtig is en voor welke gebieden beperkingen gelden (beschermingszones). Hieronder is ingegaan op de situatie voor het plangebied en hoe is omgegaan met het waterbelang. 4.6.2 Situatie plangebied 4.6.2.1 Verhardingstoename Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.000 m2 en is op het bestaande pad na, volledig onverhard. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van circa 290 m2 (installatiegebied en transformatorruimte). Bij de nieuwbouw komt extra verharding en de inrit wordt verlengd en verbreed. In totaal is sprake van een toename van het bebouwd en verhard oppervlak van circa 990 m2. Deze toename wordt gecompenseerd door 99 m2 nieuw water aan te leggen (10%). Er wordt eventueel een deel van de watergang bij de inrit gedempt (de bocht). Dit komt neer op ongeveer 100 m2 wateroppervlak. Te dempen water moet 1-op-1 worden gecompenseerd. Vooralsnog is dit nog niet zeker. In het kader van de verdere planuitwerking wordt dit met het Wetterskip afgestemd. Voor het dempen is een watervergunning nodig, waarmee de realisatie van voldoende compensatie is geborgd. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard.
Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies van het Wetterskip (zie bijlage 3). De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Er wordt ter compensatie van de verhardingstoename nieuw water aangelegd (10% van de toename). En als wordt besloten om een deel van de watergang te dempen dient dit ook te worden gecompenseerd. In het kader van de vergunningverlening wordt dit met het Wetterskip afgestemd.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
19/32
Omgevingsaspecten
4.6.2.2 Waterkwaliteit Het plan mag niet leiden tot verslechtering van oppervlaktewaterkwaliteit. Dit betekent dat geen gebruik gemaakt mag worden van uitlogende materialen op oppervlakken waar hemelwater op valt. Er worden voor de gevels en dakbedekking geen uitlogende materialen gebruikt. Het hemelwater dat valt op het dak en het verhard terrein rond het station is schoon. De transformatorruimte is aan de bovenkant open. Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag niet op het oppervlaktewater worden afgevoerd of in de bodem komen. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal daarom mogelijk worden afgevoerd op de aanwezige riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast, zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar groenzones. Er wordt zorggedragen dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd. Het plangebied grenst direct aan het bestaande water aan de west- en noordzijde (zie). De watergang aan de westzijde is onderdeel van het hoofdwater. Dit staat via een duiker in verbinding met het water aan de noordzijde van de N392. Het water aan de noordzijde van het plangebied is schouwwater. Hemelwater zal afvloeien naar het naastgelegen water.
afbeelding 13: uitsnede Legger Wetterskip met de watergangen aangegeven en het plangebied is globaal aangeduid met een rode stippellijn
4.6.2.3 Waterkeringen Het is niet toegestaan om zonder watervergunning te bouwen binnen een beschermingszone of waterkering volgens de Keur artikel 3.2. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een waterkering, persleiding grondwaterbeschermingsgebied of andere beschermingszone. 4.6.3 Resultaat watertoets Het waterschap maakt gebruikt van de digitale watertoets via www.dewatertoets.nl. De digitale watertoets is op 16 maart 2022 doorlopen. Het resultaat is opgenomen in een rapportage, welke
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
20/32
Omgevingsaspecten
als bijlage 3 bij de toelichting is opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat de normale watertoetsprocedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat er nader overleg plaats zal vinden met het Wetterskip. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over de waterhuishoudkundige aspecten van het plan en zal beoordelen of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. In het kader van het vooroverleg wordt het bestemmingsplan dan ook toegestuurd aan het waterschap. 4.6.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen en er spelen waterbelangen. In het kader van het vooroverleg wordt het plan toegestuurd aan het waterschap. Er gelden aandachtspunten vanwege de werkzaamheden naast watergangen en omdat de verharding in het gebied toeneemt. In totaal is sprake van een toename van het bebouwd en verhard oppervlak van circa 990 m 2. Deze toename wordt gecompenseerd door 99 m2 nieuw water aan te leggen (10%). Eventuele dempingen aan water worden 1-op-1 gecompenseerd. Hier wordt met het waterschap verder over afgestemd.
4.7
Natuur
4.7.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.7.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Wet natuurbescherming Nije Boarnsterdijk, Akkrum’, IDDS, 8 maart 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. 4.7.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt op ongeveer 900 m afstand aan de noordoostzijde van de Boorne. Ook zijn er weidevogelgebieden in de omgeving, op ongeveer 900 m afstand. De ingreep leidt niet tot een fysieke afname van oppervlakte aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op soorten.
De nabijgelegen Natura-2000 gebieden zijn het Sneekermeer op circa 2 kilometer afstand (niet tot weinig stikstofgevoelig), Deelen op 3,5 km afstand (niet tot weinig stikstofgevoelig) en Alde Feanen op 7 km (wel stikstofgevoelig). Externe effecten (zoals trillingen, lichtuitstraling) als gevolg van de voorgenomen plannen, gezien de afstanden tot nabijgelegen Natura-2000 gebieden niet te verwachten. Het enige dat op een dergelijke afstand mogelijk effect kan hebben is eventuele stikstofemissie. Hieronder is daar op ingegaan. Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op grotere afstand. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een transformatorstation. Een transformatorstation stoot geen stikstof uit en wordt niet verwarmd. Er zijn ook geen mensen op de locatie aan het werk. Af en toe komt er een monteur voor controle en onderhoud. Zodoende zal de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase niet resulteren in een toename van stikstofemissie. Hierdoor wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.
Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Per d.d.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
21/32
Omgevingsaspecten
1 juli 2021 geldt onder de Stikstofwet een partiële vrijstelling voor de bouwfase, waarmee aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb. art. 2.9a). Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 4.7.2.2 Soortenbescherming Uit de bureaustudie en biotooptoets komt naar voren dat algemene broedvogels zonder jaarrond beschermd nest, bijvoorbeeld de kievit en graspieper, binnen het plangebied tot broeden kunnen komen. Andere beschermde soorten zijn niet aangetroffen of worden niet verwacht. Algemene broedvogels Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient er een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig ecoloog. Indien er broedende vogels aanwezig zijn, moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest verlaten is. 4.7.3 Conclusie Er zijn geen effecten op beschermde natuurgebieden.
Uit de bureaustudie en biotooptoets komt naar voren dat er geen beschermde soorten te verwachten zijn, behalve algemene broedvogels. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan hier rekening mee worden gehouden. Bij de vergunningverlening wordt hiermee rekening gehouden. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.8
Verkeer en parkeren
Het nieuwe transformatorstation heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. Een transformatorstation is niet permanent bemand en er vindt alleen af en toe controle en onderhoud plaats. Op het terrein komt voldoende ruimte voor het parkeren bij onderhoudswerkzaamheden. Het plan leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in de parkeerbehoefte. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.9
Bedrijven en Milieuzonering
4.9.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van de leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Heerenveen de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
22/32
Omgevingsaspecten
sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2
Richtafstand (rustige woonwijk 10 m 30 m
Richtafstand (gemengd gebied ) 0m 10 m
3.1 3.2
50 m 100 m
30 m 50 m
4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. In voorliggend rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan.
4.9.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het buitengebied langs een doorgaande weg. Voor het bestemmingsplan is uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Aan de overzijde van de N392 liggen woningen (300m) en een basisschool (145m).
Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
23/32
Omgevingsaspecten
Het transformatorstation zal een transformatorvermogen hebben van 40 MVA. Daarmee valt het transformatorstation in milieucategorie 3.1 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 10 t/m 100 MVA) (zie Tabel 2). Voor milieucategorie 3.1 geldt een indicatieve afstand van 50 m in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en 30 m in het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De afstanden tot gevoelige functies zijn veel groter wat betekent dat aan de richtafstanden wordt voldaan. Verdere toetsing voor het aspect geluid kan achterwege blijven en het plan is inpasbaar geacht. 4.9.3 Conclusie Er wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde richtafstanden tot gevoelige functies in de omgeving. Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
4.10
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ 1 mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Dit is pas het geval als er sprake is van een transformatorstation met een gelijktijdig in te schakelen vermogen van 200 MVA of meer. Een nutsvoorziening is geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.9 is beschreven.
4.11
Magneetvelden
4.11.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. 4.11.2 Betekenis voor het plan Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt.
4.12
Luchtkwaliteit
4.12.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten.
1
Inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.
Bestemmingsplan Regelstation Akkrum Oost, Ontwerp
24/32
Omgevingsaspecten
In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo is bijvoorbeeld een kantoorlocatie met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg danwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen een van deze categorieën. 4.12.2 Conclusie Het bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.13
Externe veiligheid
4.13.1 Kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.13.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl) (zie afbeelding 14). Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied van een risicovolle inrichting of buisleiding met gevaarlijke stoffen. Wel ligt het plangebied in het invloedsgebied van de A32 waar transport van gevaarlijke stoffen over plaats vindt (onderdeel Basisnet).