CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Vastellen bestemmingsplan Oudehorne, Schoterlandseweg 75 en omgeving24.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

False False False False False

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

4948 4956 4957 5166

Gebouwen Gebouwen

3,00 6,00 10,50 6,00

0 dB 0 dB 2 dB 0 dB

False False False False

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

0,80 0,80 0,00 0,80

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

14-7-2022 13:35:52

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Bijlage 2 Objecten

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

ItemID 211 214 215 217 219

Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

225 226 227 228 229

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

230 231 232 235 239

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

240 242 243 245 246

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

247 250 252 253 256

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

257 262 264 267 269

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

277 279 281 296 303

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

304 374 418 421 447

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

654 658 659 660 661

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

675 676 696 4925 4926

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

4927 4935 4936 4937 4947

0,80 0,00 0,80 0,80 0,80

4948 4956 4957 5166

0,80 0,80 0,00 0,80

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

14-7-2022 13:35:52

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Bijlage 3 Beoordelingspunten

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. Zuidoostgevel Zuidoostgevel Zuidwestgevel Zuidwestgevel Zuidwestgevel

X 201256,96 201252,39 201248,70 201244,93 201241,38

Y 552857,26 552854,01 552854,06 552859,35 552864,35

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C ------

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

06 07 08 09 10

Noordwestgevel Noordwestgevel Noordoostgevel Noordoostgevel Noordoostgevel

201241,12 201246,81 201251,26 201254,77 201258,27

552868,49 552872,54 552870,71 552865,77 552860,85

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

19-9-2022 11:58:11

Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Bijlage 4 Geluidsbelasting N380 (excl. aftrek art. 110g Wgh)

Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

Omschrijving Zuidoostgevel Zuidoostgevel Zuidoostgevel Zuidoostgevel Zuidwestgevel

X 201256,96 201256,96 201252,39 201252,39 201248,70

Y 552857,26 552857,26 552854,01 552854,01 552854,06

Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

Dag 54 56 54 56 50

Avond 50 52 50 52 46

Nacht 45 46 45 46 40

Lden 55 56 55 56 50

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

Zuidwestgevel Zuidwestgevel Zuidwestgevel Zuidwestgevel Zuidwestgevel

201248,70 201244,93 201244,93 201241,38 201241,38

552854,06 552859,35 552859,35 552864,35 552864,35

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

52 48 50 47 48

48 44 46 43 44

42 39 40 37 39

52 49 50 47 48

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

Noordwestgevel Noordwestgevel Noordwestgevel Noordwestgevel Noordoostgevel

201241,12 201241,12 201246,81 201246,81 201251,26

552868,49 552868,49 552872,54 552872,54 552870,71

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

17 19 14 16 48

13 15 10 12 44

7 10 4 6 38

17 20 14 16 48

08_B 09_A 09_B 10_A 10_B

Noordoostgevel Noordoostgevel Noordoostgevel Noordoostgevel Noordoostgevel

201251,26 201254,77 201254,77 201258,27 201258,27

552870,71 552865,77 552865,77 552860,85 552860,85

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

50 49 51 51 52

46 45 47 47 48

40 40 41 42 43

50 50 51 51 53

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

19-9-2022 11:58:52

Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model:

Bijlage 5 Rekenparameters

Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Wegverkeerslawaai WS #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

Gebruiker op 27-9-2021 Bureau Spreen op 14-7-2022 Geomilieu V2021.1

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Zichthoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4,5 Groepsresultaten Groepsresultaten --1,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

14-7-2022 13:38:04

Bijlage 3

Bodemonderzoek

30

RAPPORT Verkennend bodem- en asbestonderzoek Schoterlandseweg 75 te Oudehorne

Opdrachtgever

:

Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa Eilewijksreed 12 8413 NL OUDEHORNE

Projectnummer

:

21KL323

Datum

:

3 november 2021

Auteur

:

ing. R.J. Wijma

Paraaf

:

Projectleider

:

Paraaf

:

ing. F.M. Bouma

Klijn Bodemonderzoek B.V. EG-Weg 1, 9636 HX Zuidbroek Telefoon 0598 – 23 20 35 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl

2 INHOUD 1.

Rapport 21KL323 BLAD

1.1. 1.2.

INLEIDING Algemeen Opbouw

3 3 3

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

VOORONDERZOEK Algemeen Ligging onderzoekslocatie Historisch en huidig gebruik Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie Bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Toekomstig gebruik van het terrein Financieel/juridisch Regionale opbouw en geohydrologie Onderzoekshypothese

4 4 4 6 7 7 7 7 7 7 8

ONDERZOEKSPROGRAMMA

9

4.1. 4.2. 4.3.

BODEMGEGEVENS Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Samenstelling grondmengmonsters Concentratieberekening plaatmateriaal

11 11 11 12

5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Toelichting analyseresultaten

13 13 13 14 15 17

6.1. 6.2. 6.3.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting Conclusies en aanbevelingen Slotopmerking

18 18 19 20

2.

3. 4.

5.

6.

BIJLAGEN 1

Ligging van de locatie en kadastrale kaart

2

Boorprofielen en legenda

3

Analyserapporten

4

Toetsingstabellen

5

Overzicht posities monsternamepunten

6

Foto's

3

Rapport 21KL323

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen In opdracht van Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Schoterlandseweg 75 te Oudehorne. De aanleiding tot het verkennend bodem- en asbestonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning in verband met de geplande bestemmingswijziging en bouwaanvraag op het perceel. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.

1.2.

Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek  onderzoeksprogramma  bodemgegevens  metingen en chemische analyses  samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).

4

Rapport 21KL323

2.

VOORONDERZOEK

2.1.

Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2017) ‘Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging onderzoekslocatie (paragraaf 2.2) o historisch en huidig gebruik (paragraaf 2.3) o belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie (2.4) o bodemonderzoek (2.5) o bodemkwaliteitskaart (2.6) o toekomstig gebruik (2.7) o financieel/juridisch (2.8) o bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o onderzoekshypothese (2.10) Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd:  Locatie-inspectie (d.d.

3 september 2021);  Informatie opdrachtgever;  Gemeente Heerenveen (d.d. 3 september 2021);  Internetsite bodeminformatie (https://bodemloket.nl);  Internetsite Dinoloket (https://dinoloket.nl);  Internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl);  Luchtfoto Google Earth;  Grondwaterkaart van Nederland;  Topografische Atlas van Nederland (2002);  Internetsite Tijdreis, historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl);  Kadastrale kaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is onder andere gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen.

2.2.

Ligging onderzoekslocatie Het perceel ligt aan de Schoterlandseweg 75 te Oudehorne en is kadastraal bekend als Gemeente Mildam, sectie J, nrs. 579 en 1210. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de kadastrale percelen en heeft een oppervlakte van 7.700 m2. De locatie bevindt zich aan lintbebouwing van Oudehorne. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving.

5

Rapport 21KL323

Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

De omgeving van de onderzoekslocatie betreft voornamelijk bouw- en /of weilanden (agrarisch gebied). Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5.

6 2.3.

Rapport 21KL323

Historisch en huidig gebruik De onderzoekslocatie betreft het gehele agrarisch erf aan de Schoterlandseweg 75 te Oudehorne. Het terrein is momenteel bebouwd met een woonhuis met schuur en diverse agrarische opstallen. Volgens de internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert het woonhuis met schuur van 1923. Het woonhuis en de schuur zijn bekleed middels dakpannen. Direct achter het woonhuis bevindt zich nog een agrarische schuur. Deze is volgens het BAG ook gerealiseerd in 1923. Het dak van de schuur is bekleed middels golfplaten (volgens opdrachtgever niet asbesthoudend). Uit beeldmateriaal van Google Streetview blijkt dat de schuur is voorzien van een dakgoot (in goede staat). Aan de westzijde van de bebouwing bevindt zich een garage. De garage is gerealiseerd omstreeks 1938 en is bekleed middels asbest verdachte golfplaten. Ten noordoosten van de garage bevindt zich de nog een agrarische schuur. De schuur is omstreeks 1978 gerealiseerd en is bekleed middels, volgens opdrachtgever, niet asbesthoudende golfplaten. Uit de aangeleverde Hinderwetvergunning van 1998 blijkt dat er op het perceel een voormalige bovengrondse dieseltank 1.000 liter met opvangbak aanwezig was. Echter is onbekend wanneer de tank is verwijderd en of voor de sanering een Kiwa saneringscertificaat is verstrekt. Naast het woonhuis bevindt zich de inrit welke verhard is middels asfalt.

Achter de woning loopt de inrit over in een betonlaan welke doorloopt tot de achterzijde van het kadastrale perceel in de richting van de Eilewijksreed. Het overige terreindeel is in gebruik voor agrarische doeleinden (landbouwgrond). Verder wordt bij het bodemloket vermelding gemaakt van 3 onbekende activiteiten. De activiteiten zijn gestart in 1979, 1987 en 1998. Een van deze activiteiten betreft vermoedelijk de bovengrondse tank. Historisch kaartmateriaal Op kaartmateriaal van de internetsite Topotijdreis is de locatie Schoterlandseweg 75 te Oudehorne voor het eerst duidelijk te herkennen omstreeks 1926 (figuur 2). Tussen 1926 en 1958 zijn geen grote veranderingen opgevallen. In 1959 (figuur 3) is te zien dat de aanwezige sloot deels is gedempt. Omstreeks 1970 is de gehele watergang gedempt (figuur 4). Omstreeks 2000 (figuur 5) zijn alle in het verleden aanwezige watergangen gedempt. De totale lengte van de gedempte watergangen op het perceel bedraagt ongeveer 290 meter. Omdat onbekend is met welk materiaal de watergangen zijn gedempt, zijn in onderhavige onderzoek de gedempte sloten onderzocht.

Figuur 2: onderzoekslocatie in 1926

Figuur 3: onderzoekslocatie in 1959

Figuur 4: onderzoekslocatie in 1970

Figuur 5: onderzoekslocatie in 2007

7 2.4.

Rapport 21KL323

Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: landbouwgrond - Oostzijde: woning met tuin en landbouwgrond - Zuidzijde: landbouwgrond - Westzijde: landbouwgrond Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

2.5.

Bodemonderzoek Voor zover bekend is er niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of directe omgeving.

2.6.

Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locatie binnen zone 1 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de boven- en ondergrond geen verhoogde aangetroffen boven de achtergrondaarden. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de boven- en ondergrond maximaal industriewaarden worden verwacht.

2.7.

Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocatie zal worden gewijzigd. Het voornemen is om agrarische bestemming te veranderen naar een woonbestemming.

2.8.

Financieel/juridisch Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.

2.9.

Regionale opbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Regionale bodemopbouw diepte m-mv

doorlatendheid

formatie

opmerking

0 – 1,4 1,4– 5,3 5,3 – 17,7 17,7 - +

matig matig/goed matig goed

Formatie van Boxtel Formatie van Drente Formatie van Appelscha Formatie van Peize en Waalre

Midden, fijn en zand, sporen klei en veen Zandige klei met weinig klei Midden en fijn zand Midden en grof zand

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie ligt op circa 2,3 m+ NAP. De freatische grondwaterstanden worden in nagenoeg het gehele gebied binnen bepaalde grenzen bepaald door de kunstmatig gehandhaafde polder- en boezempeilen. Afwatering vindt plaats op een stelsel van sloten en kanaal.

8 2.10.

Rapport 21KL323

Onderzoekshypothese Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Conform de aanpak van de NEN 5740 dient, voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek, op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locatie. Agrarisch erf, slootdemping en voormalige bovengrondse dieseltank Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “verdacht” ten aanzien van bodemverontreiniging. Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “verdacht” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Druppelzone schuur Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707. Op basis van de verkregen informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie (druppelzone) beschouwd als “verdachte” locatie ten aanzien van bodemverontreiniging met asbest in de toplaag.

Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Waarbij geldt dat nader onderzoek dient plaats te vinden bij concentraties boven de 0,5 maal de interventiewaarde (0,5 x 100 mg/kg ds. = 50 mg/kg ds.). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “asbest onverdacht met een verdachte toplaag” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in vier deellocaties: 1. Agrarisch erf (7.700 m2), 2. Slootdemping (290 m1), 3. (voormalige) Brandstoftank (ca. 25 m²), 4. Druppelzone schuur (20 m2).

9 3.

Rapport 21KL323

ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten behoeve van dit onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumwerk opgesteld. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Agrarisch erf De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) waarbij de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties met diffuse bodembelasting (VED-HE-NL) is gehanteerd. Volgens de NEN5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater concentraties van één of meerdere onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met enige spreiding in de analyseresultaten evenals de ruimtelijke verdeling van de verontreinigde stof(fen) binnen de onderzoekslocatie. Slootdemping De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) waarbij de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties met diffuse bodembelasting (VED-HE-L) is gehanteerd. Volgens de NEN5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater concentraties van één of meerdere onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden.

Hierbij dient rekening te worden gehouden met enige spreiding in de analyseresultaten evenals de ruimtelijke verdeling van de verontreinigde stof(fen) binnen de onderzoekslocatie. Voormalige bovengrondse dieseltank De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) waarbij de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) is gehanteerd. Dit, omdat de bodem ter plaatse van de voormalige tank mogelijk verontreinigd is met oliehoudende producten. Volgens de NEN5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater concentraties van één of meerdere onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrondof streefwaarden. Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Druppelzone schuur De onderzoeksopzet ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend asbestonderzoek in grond (NEN 5707, paragraaf 6.4.4) voor verdachte toplaag met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern.

Volgens de NEN 5707 (versie augustus 2015, inclusief correctieblad C2 van december 2017), het verkennend asbest onderzoek, wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien ter plaatse in de grond concentraties aan asbest worden aangetroffen boven de grenswaarde dan wel onder 0,5 maal de interventiewaarde. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de SIKB Beoordelingsrichtlijn voor Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de Nederlandse Normen en Praktijk Richtlijnen (NEN en NPR) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. De verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn weergegeven in tabel 2.

10 Tabel 2: Verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses (deel-)locatie

oppervlakte m2

monsternamepunten1)4)

Agrarisch erf boringen 1 t/m 23

7.700

Slootdemping boringen 101 t/m 107

Rapport 21KL323

Chemische analyses grond2)

grondwater3)

17 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 2 boringen met peilbuis

4 x NEN-bovengrond 2 x NEN-ondergrond

2 x NEN-grondwater

290

6 boringen tot 2,5 m-mv 1 boring met peilbuis

2 x NEN-grond

1 x NEN-grondwater

Vml. bg. dieseltank Boringen 301 t/m 303

25

2 boringen tot 1,0 m-mv 1 boring met peilbuis

2 x minerale olie en vluchtige aromaten

1 x minerale olie en vluchtige aromaten

Druppelzone schuur inspectiegaten 201 t/m 204

20

3 inspectiegaten tot 0,1 m-vm 1 inspectiegat tot 0,5 m-mv

1 x asbest in grond 1 x SEM analyse

n.v.t.

1) m-mv = meter minus maaiveld 2) NEN-grond =

zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK -VROM vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen 4) inspectiegaten = minimaal 0,3 m bij 0,3 m 3) NEN-grondwater = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn);

De posities van de monsternamepunten zijn in bijlage 5 weergegeven. Ten behoeve van het asbestonderzoek ter plaatse van de druppelzone onder de dakgootlijn van het dak is naast de analyse op de aanwezigheid van asbest tevens een analyse verricht op de respirabele fractie aan asbest (SEM analyse). Dit aangezien de toplaag van een druppelzone verdacht is op respirabele vezels. De chemische analyses zijn conform het AS3000 protocol uitgevoerd door het milieulaboratoria van AL-West B.V. te Deventer en Eurofins ACMAA Testing te Deurningen. AL-West B.V. en Eurofins ACMAA Testing beschikken over een accreditatie volgens NEN-EN-ISO 17025.

11

Rapport 21KL323

4.

BODEMGEGEVENS

4.1.

Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Ten behoeve van het onderzoek is op 3 september en 15 oktober 2021 een veldonderzoek uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5742 en/of NEN5743. Daarnaast is voor de opgeboorde grond een olie-op-water-test gedaan: via dompeling van een met olie verontreinigd grondmonster in water ontstaat er een zichtbare film op het water. De grootte en de kleurschakering hiervan kunnen een indicatie zijn voor de mate van olieverontreiniging. Ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is het opgeboorde materiaal in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is op diverse plaatsen op het terrein het vochtpercentage in de bodem bepaald. Uit de metingen bleek een gemiddeld bodemvochtgehalte van 10% waarna is gestart met de werkzaamheden. Tevens is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden periodiek het vochtgehalte in de bodem bepaald. Op het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, op basis van zintuiglijke waarnemingen, geen asbestverdachte materialen waargenomen.

Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn de inspectiegaten handmatig gegraven (50 bij 50 centimeter tot 0,1 m-mv). Waarbij de inspectiegaten zijn doorgegraven tot 0,5 m-mv. De gaten zijn gelijkmatig verdeeld over de druppelzone. Het onderzoeksgebied bestaat, qua vierkante meters, uit één RE De opgegraven grond uit de gaten is uitgespreid met een maximale laagdikte van 2 cm en geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. De grond is met behulp van een hark uitgeharkt zodat alle delen groter dan 20 mm van het grondmonster worden gescheiden. De inspectie efficientie van het maaiveld ter plaatse van de druppelzone wordt gesteld op 95%. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is geen asbestverdacht materiaal geconstateerd. Ook zijn er geen andere bijzonderheden in de bodem geconstateerd die kunnen duiden op een verontreiniging in de grond en/of het grondwater. De boorprofielen met veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2.

4.2.

Samenstelling grondmengmonsters Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is als uitgangspunt gehanteerd dat een mengmonster kan worden samengesteld uit individuele grondmonsters, indien het bodemmateriaal min of meer dezelfde samenstelling heeft. De samenstelling van de grond(meng)monsters is vermeld in tabel 3.

12 Tabel 3: Samenstelling grond(meng)monsters

4.3.

Rapport 21KL323

Grond(meng)monster

Samengesteld uit boringen

Diepte (m-mv)

Opmerking

Verkennend bodemonderzoek Agrarisch erf MM1 MM2 MM3 MM4 MM5 MM6

1+2+4+5 8+9+11+12 14+15+17+18 20 t/m 23 1 t/m 3 4 t/m 6

0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,5-2,0 0,5-2,0

-

Slootdemping MM7 MM8

101 t/m 104 105 t/m 107

0,5-1,5 0,5-1,5

-

Vml. bg. dieseltank MM9 MM10

302+303 301

0,1-0,5 0,1-0,3

-

Verkennend asbestonderzoek, Druppelzone schuur RE1+SEM

201 t/m 204

0,0-0,1

-

Concentratieberekening plaatmateriaal Voor het berekenen van het gehalte asbestmateriaal in grond, met een diameter groter dan 20 mm, is het noodzakelijk om de door het laboratorium gerapporteerde gehalten te corrigeren aan de inspectie efficiëntie en de massa van het uitgegraven materiaal. Het gehalte wordt berekend met de onderstaande formule. Cm,i = ∑ (Mk x %k,i / 100) / Mlok Cm,i = het gehalte asbest per asbestsoort is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen, in mg/kg ds.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in mg; %k,i = het percentage asbest van het asbestsoort i in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op de locatie, in kg.

Gezien het feit dat een groot monster is geïnspecteerd, is weging van het monster niet mogelijk waardoor het drooggewicht van het monster is afgeleid van de volgende formule. Mlok = (1000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva V = het volume van de geïnspecteerde deelpartij in m³; Ns = het stortgewicht van het materiaal, in kg/dm³; %E = een schatting van de inspectie efficiëntie, in %; Ma = de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva = de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg.

Formeel dient de bulkdichtheid (ns) van het materiaal worden bepaald conform NEN 5926, echter op basis van ervaringscijfers kan worden aangenomen dat het gewicht van het materiaal (puin en grond) is gelegen tussen de 1,5 en 1,9 ton/m³. Ten tijde van het onderzoek voldeden de weersomstandigheden aan de gestelde randvoorwaarden voor asbestonderzoek. Dit betekent: o het maaiveld is vrij inspecteerbaar; o het maaiveld is droog, vorstvrij en onbesneeuwd; o geen regenval van meer dan 100mm/h; o geen hagel of sneeuwval; o onderzoek is uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang; o geen mist met een zicht van minder dan 50 meter. Gezien het feit dat in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is in onderhavig onderzoek geen concentratie berekening uitgevoerd.

13

Rapport 21KL323

5.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES

5.1.

Meetgegevens grondwater Voordat de peilbuizen zijn bemonsterd, is de waterstand in de peilbuizen gemeten. Tevens zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het water bepaald. De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk, gefiltreerd en geconserveerd. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5744. De resultaten van de metingen zijn weergegeven in tabel 4. De watermonstername is op 15 september en 27 oktober 2021 uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Tabel 4: Meetgegevens grondwater Peilbuis

Filterdiepte

Waterstand

zuurgraad (pH)

elektrisch geleidingsvermogen µS/cm

Troebelheid NTU

Afgepompt liter

Toestroming

Monster belucht?

m-mv

m-mv

Agrarisch erf 1 2,0-3,0 2 1,7-2,7

1,41 1,31

7,2 7

837 766

8,85 9,1

5 6

goed goed

nee nee

Gedempte sloot 101 1,7-2,7

1,31

7,2

822

9,73

6

goed

nee

Voormalige bovengrondse dieseltank 301 1,5-2,5 1,30

6,8

721

8,22

7

goed

nee

De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. De meetresultaten van het grondwater hebben geen aanleiding gegeven tot het bijstellen van het onderzoeksprogramma. 5.2.

Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). Ten behoeve van deze toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarde. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.

In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het wel of niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval.

14

Rapport 21KL323

Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt (overschrijding voormalige tussenwaarde). Afhankelijk van de specifieke situatie kan dit aanleiding geven voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kan de ernst en spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organische stof en lutum met BOTOVA-gevalideerde software omgerekend naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden vergeleken met de vaste normwaarden.

Door een aantal wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit zijn per 1 april 2009 de normen voor barium in grond tijdelijk buiten werking gesteld. Als blijkt dat verhoogde gehalten aan barium worden veroorzaakt door antropogene bronnen, kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige interventiewaarden. Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). 5.3.

Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 De resultaten zijn getoetst aan het integrale beleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat). De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Met “gewogen” wordt bedoeld de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Indien de grens van 0,5 maal de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. (= 50 mg/kg ds.) aan asbest wordt overschreden is nader onderzoek gewenst. In tabel 5 is de totale hoeveelheid asbest in grond opgenomen. In de analyserapporten (bijlage 3) zijn de gemeten concentraties aan asbest in de fijne fractie (delen kleiner dan 20 mm) weergegeven. Tabel 5: Totale hoeveelheid asbest in mg/kg ds. per RE Monster

Druppelzone schuur RE1 SEM

Omgerekend gewicht asbest in mg/kg ds.

Geanalyseerd gewicht asbest in mg/kg ds.

Totaal gewicht asbest in mg/kg ds.

0,0 n.v.t.

1,1 n.a.

<2 <1,1

15 5.4.

Rapport 21KL323

Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende analyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectielimiet zijn niet omgerekend). Tevens is in de toetsingstabel de indicatieve waarde voor hergebruik, conform de toetsing Besluit Bodem Kwaliteit, opgenomen. In de tabellen 6, 7 en 8 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 6: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) Agrarisch erf

MM1 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 1+2+4+5 MM2 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 8+9+11+12 MM3 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 14+15+17+18 MM4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 20 t/m 23

Parameters

Resultaat GSSD

AW

I

T index

Toets oordeel Toetsing BBK

Kwik (Hg) Lood (Pb) overige parameters NEN-pakket

0,11 41 -

0,15 61,2 -

0,15 50 -

36 530 -

0 0,023 -

> AW en <= T > AW en <= T < AW

Wonen Wonen <Achtergrondwaarde

Lood (Pb) overige parameters NEN-pakket

64

89,2

50 -

530 -

0,082 -

> AW en <= T < AW

Wonen <Achtergrondwaarde

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

1,5 -

40 -

0,016 -

> AW en <= T < AW

Wonen <Achtergrondwaarde

parameters NEN-pakket

som 10 PAK overige parameters NEN-pakket

2,13

MM5 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 1 t/m 3

parameters NEN-pakket

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

MM6 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 4 t/m 6

parameters NEN-pakket

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

140 190 1,5 -

720 5000 40 -

0,029 0,079 0,1 -

> AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T < AW

Wonen > Industrie Wonen <Achtergrondwaarde

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

Slootdemping

MM7 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: 101 t/m 104

MM8 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: 105 t/m 107

Zink (Zn) Minerale olie C10-C40 som 10 PAK overige parameters NEN-pakket parameters NEN-pakket

71 280

157 571 5,39

16

Rapport 21KL323

Tabel 7: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) Parameters

Voormalige bovengrondse dieseltank

Resultaat GSSD

AW

I

T index

Toets oordeel Toetsing BBK

MM9 (0,1-0,5 m-mv) Samenstelling: 302+303

Minerale olie Vluchtige aromaten

-

-

-

< AW < AW

<Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

M10 (0,1-0,3 m-mv) Samenstelling: 301

Minerale olie Vluchtige aromaten

-

-

-

< AW < AW

<Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

AW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10

Tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonster (gehalten in µg/l, tenzij anders vermeld) Agrarisch erf

Peilbuis 1 Filterstelling: 2,0-3,0 m-mv Peilbuis 2 Filterstelling: 1,7-2,7 m-mv

Parameters

Resultaat GSSD

SW

I

T index

Toets oordeel

Zink (Zn) overige parameters NEN-pakket

400 -

400 -

65 -

800 -

0,46 -

> SW en <= T < SW

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< SW

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< SW

-

-

-

-

-

< SW < SW

Slootdemping

Peilbuis 101 Filterstelling: 1,8-2,7 m-mv

Voormalige bovengrondse dieseltank Peilbuis 301 Filterstelling:1,5-2,5 m-mv SW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

Minerale olie Vluchtige aromaten

Streefwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < SW GStandaard ligt tussen de SW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen

17 5.5.

Rapport 21KL323

Toelichting analyseresultaten Op basis van de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kan de bodemkwaliteit als volgt worden toegelicht: Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Grond, druppelzone schuur In de opgegraven grond ter plaatse van RE1 zijn zintuigelijk geen asbest verdachte materialen waargenomen. Analytisch is een geringe concentratie aan asbest in de fractie (0,5-20 mm) aangetoond. Met behulp van de SEM-analyse zijn geen respirabele vezels aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van RE1 (<2,0 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Grond, agrarisch erf In mengmonster MM1 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan kwik en lood verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM2 (0,0-0,5 m-mv) is het gehalte aan lood verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In mengmonster MM4 (0,0-0,5 m-mv) is het gehalte aan PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de mengmonsters MM3 (0,0-0,5 m-mv), MM5 en MM6 (0,5-2,0 m-mv) zijn geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen.

Grond, slootdemping In mengmonster MM7 (0,5-1,5 m-mv) zijn de gehalten aan zink, minerale olie en PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM8 (0,5-1,5 m-mv) is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Grond, voormalige bovengrondse dieseltank In mengmonster MM9 (0,1-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In steekbusmonster M10 (0,1-0,3 m-mv) zijn de gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. De licht verhoogde gehalten met zware metalen, minerale olie en PAK hangen vermoedelijk samen met het langdurig menselijk gebruik van het terrein. In de bebouwde omgeving worden regelmatig dergelijke gehalten aangetroffen. Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen.

18

Rapport 21KL323

Grondwater, agrarisch erf Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, ten opzichte van de streefwaarde, een verhoogd gehalte aan zink aangetoond. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. Grondwater, slootdemping In het grondwater ter plaatse van peilbuis 101 is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. Grondwater, voormalige bovengronds dieseltank Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 301, ten opzichte van de streefwaarde, geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Het licht verhoogde gehalte aan zink in het grondwater kan mogelijk worden toegeschreven aan de natuurlijke samenstelling van regionaal aanwezige sedimenten. In de loop der tijd is het sedimentmateriaal verweerd waarbij het aanwezige zink is uitgespoeld naar het grondwater, waar het momenteel als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie wordt aangetroffen. De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend voor het plaatselijke bodemtype.

6.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

6.1.

Samenvatting In opdracht van Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Schoterlandseweg 75 te Oudehorne. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygienische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen: Agrarisch erf  Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen;  Analytisch zijn in grondmengmonster MM1 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan kwik en lood geconstateerd;  Analytisch is in grondmengmonster MM2 (0,0-0,5 m-mv) een licht verhoogd gehalte aan lood geconstateerd;  Analytisch zijn in grondmengmonsters MM3 (0,0-0,5 m-mv), MM5 en MM6 (0,5-2,0 m-mv) geen verhoogde gehalten geconstateerd;  Analytisch is in grondmengmonster MM4 (0,0-0,5 m-mv) een licht verhoogd gehalte aan PAK geconstateerd;  Analytisch is ter plaatse van peilbuis 1 in het grondwater een licht verhoogd gehalte aan zink geconstateerd;  Analytisch zijn ter plaatse van peilbuis 2 in het grondwater geen verhoogde gehalten geconstateerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=eec7caa1-0439-455e-bebe-ad40442f4aaa