CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Vastellen bestemmingsplan Oudehorne, Schoterlandseweg 75 en omgeving24.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

Uitsnede kaart Natura 2000 gebieden. Bron: natura2000.nl Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering inwerking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. Gezien het voorgaande zullen met de voorgenomen ontwikkeling geen van de Natura 2000 gebieden onevenredig worden geschaad. 4.2.1.2 Houtopstanden Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming heeft als doel bossen te beschermen en de bestaande oppervlakte aan bos- en houtopstanden in stand te houden. Indien een houtopstand onder de Wet natuurbescherming valt en deze gekapt gaat worden, moet een kapmelding worden gedaan en geldt een verplichting om de betreffende grond binnen 3 jaar opnieuw in te planten, de zogenaamde herplantplicht. Als een bos of houtopstand definitief gekapt wordt, zal een ontheffing of compensatie van deze herplantplicht verleend moeten worden. De herplantplicht is niet van toepassing voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel.

Houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming als het zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend betreffen die: buiten de bebouwde kom-boswet liggen; een oppervlakte hebben van 10 are of meer; rijbeplantingen die meer dan twintig bomen omvatten, gerekend over het totaal aantal rijen; Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het kappen van houtopstanden of bos met een oppervlakte van 10 are of meer en/of rijbeplantingen die meer dan 20 bomen omvatten. Hiermee is het onderdeel houtopstanden uit de Wet natuurbescherming niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.

29

4.2.1.3 Soortenbescherming De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming voorziet in bescherming van (leefgebieden) van beschermde soorten planten en dieren en is daarmee altijd aan de orde. De soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van de wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. De mate van bescherming is afhankelijk van de soort en het daarvoor geldende beschermingsregime. De Wet natuurbescherming kent zowel verboden als de zorgplicht. De zorgplicht is altijd van toepassing en geldt voor iedereen en in alle gevallen. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij-principe'. Voor verschillende categorieën soorten en activiteiten zijn vrijstellingen of ontheffingen van deze verbodsbepalingen mogelijk. Het is voor elke beschermde soort in elk geval verboden deze te vervoeren of bij te hebben. Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Voor soorten beschermd vanuit de Vogelrichtlijn geldt dat het verboden is in het wild levende soorten opzettelijk te doden of te vangen, nesten of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te vernielen of te beschadigen en/of weg te nemen, eieren van deze soorten te rapen en/of bij te hebben en/of deze soorten opzettelijk te storen (tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de instandhouding van de betreffende soort). Habitarichtlijn: Dit zijn alle soorten van bijlage IV onderdeel a van de Habitatrichtlijn inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Voor de soorten beschermd vanuit de Habitatrichtlijn geldt dat het verboden is in het wild levende soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, eieren van deze soorten te rapen, vernielen en/of bij te hebben, voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van deze soorten te beschadigen of te vernielen en/of beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen en/of te vernielen. Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming.

Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Voor de Nationaal beschermde soorten geldt dat het verboden is om de in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden of te vangen, de vaste voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en/of beschermde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen en/of te vernielen. Zorplicht: Naast beschermde dier- en plantensoorten, moet iedereen voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorgplicht geldt voor alle, dus ook voor niet beschermde, soorten planten en dieren. Als een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet Natuurbescherming. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn.

Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Er zal met de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van sloop van bebouwing. Om te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk schadelijk is voor (leefgebieden van) in het plangebied en in de omgeving mogelijk aanwezige soorten flora en fauna is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat:

30

Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 van deze toelichting. De mitigerende maatregelen (namelijk dat het slopen van de aangrenzende stal plaatsvindt in de periode van 15 oktober tot 15 maart), die worden voorgesteld in de conclusie van het flora- en fauna onderzoek, maken onderdeel uit van de zorgplicht, die is opgenomen in de Wet natuurbescherming. De aangrenzende stal is reeds gesloopt en hierbij is rekening gehouden met de betreffende mitigerende maatregelen. Voor de toekomstige bouwactiviteit is op voorhand een bouwdossier aangemaakt, waarin de focus op de mitigerende maatregelen wordt benadrukt. Deze maatregelen worden opgenomen als voorschrift in de te verlenen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

4.2.2 Natuurnetwerk Nederland Een vorm van gebiedsbescherming komt voort uit de aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, leggen de provincies nieuwe natuur aan. De provincies zijn verantwoordelijk voor begrenzing en ontwikkeling van het NNN en stellen hier zelf beleid voor op. Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor flora en fauna zijn nodig om het uitsterven van soorten te voorkomen. Het netwerk is er daarnaast ook voor rust en recreatie, voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting of beperking van de natuurdoelen. De status als NNN is niet verankerd in de natuurwetgeving, maar het belang dient in de planologische afweging een rol te spelen. 31

Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie niet in het NNN gelegen. Het dichtstbijzijnd NNN-gebied is gelegen op een afstand van ongeveer 600 meter. De in lichtgroen aangegeven natuur betreft natuur buiten de ehs.

Uitsnede kaart NNN. Bron: Provincie Friesland Gezien de locatie niet in het NNN is gelegen zal de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige invloed hebben op deze gebieden en staat het plan de ontwikkeling van deze gebieden niet in de weg.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1 Archeologie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische verwachtingskaart. Afhankelijk van de verwachtingswaarde stelt de gemeente Heerenveen voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie vanuit de archeologische verwachtingskaart gelegen in een 32

gebied dat is aangemerkt als ''quickscan". FAMKE Steentijd - Bronstijd

Het beleid van de provincie is hierin als volgt: Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5000m² een quickscan te verrichten. Een quickscan is een extensief booronderzoek waarmee duidelijk gemaakt wordt of het steentijd bodemarchief intact is. Bij een intact bodemarchief kan dan over worden gegaan op een karterend onderzoek 2 (6 boringen per hectare). Tevens dient te worden nagegaan of er zich bekende vuursteenvindplaatsen en dobben in het gebied bevinden. Deze locaties moeten dan vervolgens door middel van een archeologisch onderzoek worden gewaardeerd (zie advies ‘waarderend onderzoek vuursteenvindplaatsen'; en ‘waarderend onderzoek dobben'). De resultaten kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het planrekening dient te worden gehouden.

Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie vanuit de archeologische verwachtingskaart gelegen in een gebied dat is aangemerkt als ''karterend onderzoek 3(middeleeuwen)". FAMKE Ijzertijd - Middeleeuwen

33

Uitsnede archeologische verwachtingskaart. Bron: Gemeente Heerenveen. Het beleid van de provincie is hierin als volgt: "In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en volmiddeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroeg-middeleeuwse ontginningen. Mochten er, als gevolg van het karterend archeologisch onderzoek , een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats, en de strategie van onderzoek dient te worden bepaald door het desbetreffende onderzoeksbureau. Indien de vindplaats een nieuw aangetroffen terp betreft,geldt het advies: ‘waarderend onderzoek op terpen;.

De resultaten van het karterend onderzoek k unnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recenteverstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan." Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat:

34

35

bron: bijlage 9 Archeologisch onderzoek

Voor het volledig onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5 van deze onderbouwing. In Artikel 7 Waarde Archeologie zijn regels opgenomen om de waarde te beschermen. 36

De archeologische waarde wordt gewaarborgd door voorschriften te koppelen aan de dubbelbestemming ‘Waarde archeologie’. Uit onderzoek is gebleken dat er vervolgonderzoek nodig is, indien de bodem geroerd wordt. Dit vervolgonderzoek dient te worden opgevraagd als er werkzaamheden in de bodem plaats vinden die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, ongeacht het oppervlaktegebied van de uitvoeringswerkzaamheden. In de regeling die nu in het bestemmingsplan is opgenomen, is deze voorwaarde alleen verbonden aan de nieuwbouw van de woning. In de bestemming “Waarde archeologie” is een aanlegvergunning opgenomen voor bodemwerkzaamheden met een diepte van meer dan 30 cm beneden maaiveld, waarbij door onderzoek moet worden aangetoond dat geen onevenredige schade ontstaat van aanwezige archeologisch waarden. Hiermee kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen mogelijk voorkomende archeologische resten zullen worden geschaad.

4.3.2 Cultuurhistorie Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang. De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart. Deze wordt door de provincies beheerd. Zoals te zien in de volgende figuur zijn nabij de locatie (zwarte punt) wel cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen. De locatie is aangemerkt als "boerderijplaats". De kenmerkende onderdelen van de boerderijplaats zijn: - het erf met de boerderij, de bijgebouwen, de omgrachting, de groenaanplant en de functioneel erbij horende aangrenzende (kleine) terreinen: boomgaard, moestuin en kalverenweide. De opbouw van het erf geeft informatie over de vorm en structuur van de plaats en zijn ontwikkeling in de tijd - de bodem waarop het erf gelegen is. Ze vormt het archeologische archief en biedt kennis over de geschiedenis van de boerderijplaatsen - de ligging van de boerderijplaats. Deze die is ontstaan in een nauwe relatie met de omliggende verkaveling en infrastructuur in de ruimtelijke omgeving en verschaft ons kennis over de ontwikkeling van het cultuurlandschap.

37

Uitsnede cultuurhistorische waardenk aart. Bron: Provincie Friesland. Gezien de locatie wel nabij cultuurhistorisch waardevolle elementen is gelegen mag de ontwikkeling niet van invloed zijn op de boerderij zelf. De ontwikkeling houdt hier rekening mee doordat er aan boerderij geen wijzingen zullen plaats vinden. Uitsluitend de schuren zullen worden gesloopt, maar de boerderij zelf blijft intact. Daarbij moet er voor bewerkingen in de bodem eerst een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Hiermee is voldoende geborgd dat de boerderijplaatsen in stand blijven.

4.3.3 Aardkundig waardevolle gebieden Het doel van het beleid met betrekking tot aardkundige waarden is om de ontstaansgeschiedenis van het aardoppervlak zichtbaar, beleefbaar en begrijpelijk te houden. Om aardkundige waarden te beschermen zijn aardkundig waardevolle gebieden aangewezen. Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie niet in een aardkundig waardevol gebied gelegen.

38

Uitsnede kaart aardkundig waardevolle gebieden. Bron: Provincie Friesland. Gezien de locatie niet in een aardkundig waardevol gebied is gelegen zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van aantasting van aardkundige waarden.

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1 Infrastructuur en parkeren Een goede ontsluiting is gerealiseerd op de Schoterlandseweg. De locatie is voorzien van een inrit welke aansluit op de openbare weg. Hierbij heeft het inkomend en vertrekkend verkeer voldoende ruimte om het bedrijf te betreden en verlaten, waardoor geen onnodige verkeershinder op de openbare weg zal plaatsvinden. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's en vrachtwagens om te keren. Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruit rijdende personenauto's en/of vrachtwagens de openbare weg op hoeven rijden. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal een nieuwe inrit voor de nieuwe woning worden toegevoegd. Hierbij zal de capaciteit van de ontsluitingsweg niet worden overschreden gezien dit een provincialeweg is zal een extra woning hier geen problemen opleveren. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van aantasting van de bestaande infrastructuur. In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is 39

het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn voor zowel vracht- als personenauto's om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden.

4.4.2 Verkeersbewegingen Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van beëindiging van een veehouderij, waarbij de huidige bedrijfswoning wordt omgeschakeld naar een burgerwoning. Daarnaast wordt een extra burgerwoning gerealiseerd. In de huidige situatie vinden reeds verkeersbewegingen ten behoeve van de huidige bedrijfswoning plaats. Deze bedrijfswoning wordt omgeschakeld naar een burgerwoning. Daarbij blijft de huidige woning in gebruik als een woning. Het aantal verkeersbewegingen van de om te schakelen bedrijfswoning zal daarmee niet wijzigen. Echter zijn de verkeersbewegingen ten behoeve van de veehouderij geheel te komen vervallen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is daarmee sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Door het vervallen van het aandeel vrachtverkeer zal ook sprake zijn van een aanzienlijke afname van de overlast vanwege het verkeer. De verkeersbewegingen voor een woonhuis zijn ongeveer 4 per dag. Hiermee zal er geen noemenswaardige toename zijn van verkeersbewegingen.

4.5

Wateraspecten

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.a.) voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Met ingang van 3 juli 2003 is een watertoets in de vorm van een waterparagraaf en de toelichting hierop een verplicht onderdeel voor ruimtelijke plannen en projecten van provincies, regionale openbare lichamen en gemeenten. De watertoets is verankerd in de Waterwet (Wtw). Dit houdt in dat de toelichting bij het ruimtelijk plan of project een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Dit beleid is voortgezet in het huidige Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit besluit wordt het begrip “waterhuishouding” breed opgevat. Aangesloten wordt bij de definitie zoals die is opgenomen in de Wtw. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater valt onder de zorg voor de waterhuishouding. Bij de voorbereiding van een waterparagraaf dienen alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten beoordeeld te worden. De locatie valt onder het werkgebied van het Wetterskip Fryslân (hierna: het waterschap).

4.5.1 Voorgenomen activiteit Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het saneren van de locatie Schoterlandseweg 75 exclusief de boerderij te Oudehorne. In totaal zal 1.285 m2 aan gebouwen inclusief een mestput worden gesloopt. Daarbij zal één ruimte-voor-ruimte woning worden teruggebouwd. Per saldo is de afname positief. Afkoppeling van het hemelwater zal plaatsvinden middels een gescheiden stelsel. Hierbij zal het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet op het riool worden afgevoerd, maar middels straatkolken en dakgoten worden afgevoerd naar infiltratie- en/of bergingsvoorzieningen. Van belang daarbij is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang (waterbergingscompensatie). Voor de mate van compensatie hanteert het waterschap de volgende richtlijnen: Keur Wetterskip Fryslân 2013 Artikel 3.3 Aanbrengen verhard oppervlak 40

Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond wordt bebouwd of verhard. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlak niet toenemen, maar afnemen. Hiermee is geen aanvullende compensatie vereist en zal met de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 4.5.2 Compenserende waterberging Ter compensatie van de toename van het verharde oppervlak bij ruimtelijke ontwikkelingen dient compenserende waterberging plaats te vinden om wateroverlast te voorkomen. Zoals nader aangetoond in de paragraaf "Voorgenomen activiteit" (paragraaf 4.5.1) is voor de voorgenomen ontwikkeling geen compenserende waterberging nodig.

41

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven: "Artikel 6.2.1 Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte." Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, onder sub a van de Wro, waarmee een exploitatieplan zou moeten worden opgesteld. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan besloten worden geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan, project of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Heerenveen. Verder zal ook eventuele planschade in een separate overeenkomst worden geregeld.

Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het project begrepen gronden anderzijds verzekerd, waarmee geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld. Hiermee kan worden gesteld dat het project financieel haalbaar wordt geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorliggend plan betreft een herziening op het bestemmingsplan "Buitengebied 2007" van gemeente Heerenveen en wordt opgesteld conform de Uniforme Voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het kader van deze procedure wordt eenieder tijdens de terinzagetermijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het plan in te dienen. Wanneer het plan ter inzage ligt wordt gepubliceerd in de gemeentelijke bladen, op de gemeentelijke website en in de digitale Gemeenteblad. Tevens wordt het plan voor eenieder digitaal raadpleegbaar gesteld via www.ruimtelijkeplannen.nl.

42

De initiatiefnemer is in overleg getreden met omwonenden op basis van een schetsplan, waarin de nieuwe woning op ca. 21 m uit de hart van de weg stond ingetekend. De reactie van de omwonende heeft aanleiding gegeven om de nieuwe woning verder naar achter te plaatsen. De locatie is circa 28m gementen uit het hart van de weg.

5.3

Handhaving

Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Heerenveen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.

43

Hoofdstuk 6 6.1

Wijze van bestemmen

Doel en reikwijdte

Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1. goede ruimtelijke ordening; 2. uitvoerbaarheid. Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet. Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder, etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en; 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en kan daarbij regels geven voor: 1. het bebouwen van de gronden; 2.

het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanvullende afspraken maken voor zover dat niet via het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.

6.2

Onderdelen van een bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart).

6.2.1 De toelichting De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan vraagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid en de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig). Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport is gemaakt hoeft niet ingegaan te worden op monumentale en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 44

Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee leesbaar. Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuurvisies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument.

6.2.2 De planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3. Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen; 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de planregels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.

6.2.3 De verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc.. Via de bijhorende regels in de planregels wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. 45

De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand') leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een '.pdf-bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een '.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.

6.3

Voorliggend bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Agrarisch gebied II', waarbij het voormalige bouwvlak wordt wegbestemd; 'Wonen - III', waarbij de functie Wonen wordt neergelegd in de nieuw te bouwen woning en een kleine gedeelte van de Schoterlandseweg 77 wordt bestemd als Wonen - III; 'Wonen - V (voormalige boerderijpanden)', waarbij de functie wonen in de voormalige boerderij wordt vastgelegd. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).

46

OUDEHORNE, SCHOTERLANDSEWEG 75 EN OMGEVING bestemmingsplan

Oudehorne, Schoterlandseweg 75 en omgeving bestemmingsplan

Gemeente Heerenveen

Datum: 16-01-2023

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Landschappelijk inrichtingsplan Akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai Bodemonderzoek Onderzoek flora en fauna Archeologisch onderzoek

3 4 6 30 134 162

2

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inrichtingsplan

4

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai

6

Rapport: 20211790-02 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai nieuw te bouwen woning Schoterlandseweg 75 te Oudehorne

Datum: 19 september 2022

Opdrachtgever: Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa Eilewijksreed 12 8413 NL OUDEHORNE

Uitgevoerd door: Ingenieursbureau Spreen Annerweg 34d 9471 KV Zuidlaren t: 050 4090290 e: info@bureauspreen.nl Contactpersoon : ing. W. Spreen

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt doormiddel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

INLEIDING................................................................................................................................... 3 Aanleiding en doelstelling............................................................................................................ 3 Situatie......................................................................................................................................... 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4

WETTELIJK KADER ................................................................................................................... 4 Zones langs wegen ..................................................................................................................... 4 Artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 ..................................................................... 5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 ..................................................................... 5 Grenswaarden ............................................................................................................................. 6

3 3.1 3.2

GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN ...................................................................................... 6 Verkeersgegevens....................................................................................................................... 6 Rekenmodel................................................................................................................................. 6

4 4.1 4.2 4.3

BEREKENING GELUIDSBELASTING ........................................................................................ 7 Geluidsbelasting .......................................................................................................................... 7 Bron- en overdrachtsmaatregelen ............................................................................................... 7 Hogere waarde ............................................................................................................................ 8

5

RESUMÉ ..................................................................................................................................... 9

Figuren: 1. wegen, objecten, bodemgebieden 2. beoordelingspunten 3. geluidsbelasting N380 (excl. aftrek art. 110g Wgh) 4. geluidsbelasting N380 (incl. aftrek art. 110g Wgh)

Bijlagen: 1. wegen 2. objecten 3. beoordelingspunten 4. geluidsbelasting (excl. aftrek art. 110g Wgh) 5. rekenparameters

2

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doelstelling

In opdracht van Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het realiseren van een nieuwe woning aan de Schoterlandseweg 75 te Oudehorne. In het kader van een ruimte voor ruimte regeling worden diverse opstallen achter de bestaande woning gesloopt en wordt ten noordoosten van de bestaande woning een nieuwe woning gebouwd. Omdat de nieuwe woning binnen de zones van de Schoterlandseweg (N380) en de Eilewijksreed is gelegen, dient de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai te worden vastgesteld en getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de geluidsbelasting meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dienen aanvullend bron- en/of overdrachtsmaatregelen te worden overwogen. Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig worden aangemerkt moet voor de woning een hogere waarde worden vastgesteld. De Eilewijksreed betreft een ontsluitingsweg voor enkele woningen en is voorzien van een halfverharding. Vanwege de lage verkeersintensiteit is deze weg niet immissierelevant. Het doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting ten gevolge van de N380 inzichtelijk te maken en te toetsen aan de grenswaarden van de Wet Geluidhinder.

1.2

Situatie

De situatie is weergegeven in afbeelding 1.1. De nieuwe woning wordt gerealiseerd tussen de bestaande woning Schoterlandseweg 75 en de woning Schoterlandseweg 77. In afbeelding 1.2 is de positie van de woning op het perceel weergegeven. De woning kan nog in geringe mate in noordoostelijke of zuidwestelijke richting worden verplaatst. Omdat de afstand tot de weg niet zal wijzigen heeft dit geen invloed op de berekende geluidsbelastingen en de conclusies. Afbeelding 1.1: situatie

3

Afbeelding 1.2: positie woning op perceel

2

WETTELIJK KADER

2.1

Zones langs wegen

De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Op basis van art. 74 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd:  Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied:  Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Onderstaand zijn deze zonebreedtes (conform art. 74 Wgh) aangegeven: a.

in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 200 meter.

b.

in buitenstedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; 2. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; 3. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 250 meter.

De afstanden zoals weergegeven worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De N380 en Eilewijksreed betreffen ter hoogte van het plangebied buitenstedelijke wegen met twee rijstroken en een zone van 250 meter. Het bouwplan is geheel binnen deze zones gelegen. Zoals in de inleiding aangegeven is de Eilewijksreed niet immissierelevant en in dit onderzoek niet beschouwd.

4

2.2

Artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012

De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De wettelijke rijsnelheid op het N380 bedraagt ter hoogte van het plangebied 80 km/h. Voor deze weg is de aftrek afhankelijk van de berekende geluidsbelasting exclusief aftrek. De aftrek bedraagt 3 dB bij een geluidsbelasting van 56 dB, 4 dB bij een geluidsbelasting van 57 dB en 2 dB voor de overige geluidsbelastingen.

2.3

Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012

1. Bij de berekening van het equivalent geluidsniveau vanwege een weg wordt voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling. 2. In afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a. Zeer Open Asfalt Beton; b. tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn; c. uitgeborsteld beton; d. geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; e. oppervlakbewerking. Op de N380 geldt een wettelijke rijsnelheid van 80 km/h en is voorzien van Dicht Asfalt Beton (referentiewegdek). De correctie volgens artikel 3.5 wordt automatisch door het akoestisch rekenprogramma Geomilieu toegepast na selectie van het wegdektype en het invoeren van de rijsnelheid.

5

2.4

Grenswaarden

Bij de realisatie van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt Lden = 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Hierbij kan voor een woning in buitenstedelijk gebied een hogere waarde van ten hoogste 53 dB worden vastgesteld. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waarde in te inschrijven in het kadaster. Voor woningen die een geluidsbelasting ondervinden van meer dan de voorkeursgrenswaarde is wenselijk dat tenminste één gevel van de woning als geluidluw kan worden aangemerkt. Een geluidluwe gevel betreft een gevel waarop sprake is van een aanvaardbare geluidsbelasting van 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) of lager. Bij geluidsbelastingen boven de 53 dB dienen de verblijfsruimten evenals de tot de woning behorende buitenruimte zoveel als mogelijk aan de zijde van de woning te worden gesitueerd waar niet de hoogste geluidsbelasting optreedt.

3

GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN

3.1

Verkeersgegevens

Bij de berekening van de geluidsbelasting dient te worden uitgegaan van de verkeerssituatie over 10 jaar (2032). De provincie Fryslân heeft de verkeersgegevens van de N380 opgegeven en deze zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: verkeersgegevens N380 Weg Weekdag intensiteit [mvt/etm] 2032 N380 2.860

Uurintensiteit [%]

Voertuigverdeling [%]

dag

avond

nacht

lv

mv

zv

6,92

2,74

0,75

89,0

7,0

1,0

De wettelijke rijsnelheid op de N380 bedraagt ter hoogte van het plangebied 80 km/h. Het wegdek bestaat uit fijn asfalt (referentiewegdek). De invoergegevens zijn weergegeven in de figuren en bijlagen.

3.2

Rekenmodel

Voor het berekenen van de geluidsbelasting is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu V2021.1 van DGMR. De harde bodemgebieden zijn als zodanig in het rekenmodel ingevoerd (zie figuur 1). Voor de overige gebieden is uitgegaan van een akoestisch zachte bodem (Bf = 1,0). De woning bestaat uit twee geluidsgevoelige bouwlagen. De geluidsbelasting is daarom berekend op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. De invoergegevens van het rekenmodel zijn weergegeven in de figuren en bijlagen.

6

4

BEREKENING GELUIDSBELASTING

4.1

Geluidsbelasting

Zoals aangegeven zijn in dit onderzoek eerst de geluidsbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh berekend. De berekende geluidsbelastingen (excl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de N380 zijn weergeven in figuur 3. Vervolgens is afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting de toe te passen aftrek vastgesteld. Voor een geluidsbelasting van 56 dB bedraagt de aftrek 3 dB en voor een geluidsbelasting van 57 dB een aftrek van 4 dB en voor de overige geluidsbelastingen een aftrek van 2 dB. In figuur 4 en in tabel 4.1 zijn de geluidsbelastingen inclusief aftrek art. 110g Wgh weergegeven. Tabel 4.1: geluidsbelasting N380 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Gevel berekende geluidsbelasting [Lden in dB] Ho = 1,5 m Ho = 4,5 m Voorgevel 53 53 Linker zijgevel 48 50 Achtergevel < 48 < 48 Rechter zijgevel 49 51

De geluidsbelasting op de maatgevende voorgevel bedraagt Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh), hetgeen meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet meer dan de grenswaarde van 53 dB. Omdat de geluidsbelasting op de woning meer bedraagt meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zijn in paragraaf 4.2 maatregelen overwogen om de geluidsbelasting te reduceren.

4.2

Bron- en overdrachtsmaatregelen

Bronmaatregelen De provinciale weg N380 heeft een noodzakelijke verkeers- en/of vervoersfunctie en maakt onderdeel uit van het hoofdwegennet. Het beperken van de rijsnelheid of het terugdringen van de verkeersintensiteit is vanuit het oogpunt van het functioneren van deze weg redelijkerwijs niet mogelijk. Door het aanbrengen van het stil asfalttype “Dunne deklaag A” over een afstand van circa 235 meter kan de geluidsbelasting met 2 dB worden gereduceerd. Met het asfalttype “Dunne deklaag B” kan de geluidsbelasting met 3 dB worden gereduceerd. Hiermee kan nog niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gelet op de beperkte omvang van het plan kunnen deze bronmaatregelen tevens redelijkerwijs niet doelmatig en efficiënt worden uitgevoerd.

Overdrachtsmaatregelen Door de woning op een afstand van 52 meter uit het hart van de N380 te situeren kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De woning komt dan echter circa 34 meter achter de rooilijn van de bestaande woning Schoterlandseweg 75 te liggen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zal dit redelijkerwijs niet de voorkeur verdienen.

7

Omdat de voorkeursgrenswaarde ook ter plaatse van de verdieping wordt overschreden kan de geluidsbelasting alleen met hoge geluidsschermen worden gereduceerd tot de voorkeursgrenswaarde. Hoge geluidsschermen worden vanuit stedenbouwkundig oogpunt in deze omgeving niet wenselijk geacht. Omdat overdrachtsmaatregelen vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet inpasbaar worden geacht is de doelmatigheid van deze maatregelen niet nader beschouwd.

4.3

Hogere waarde

Indien het bevoegd gezag bron- en overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig aanmerkt, dient het college van B&W van de gemeente Heerenveen te worden verzocht voor de nieuw te bouwen woning aan de Schoterlandseweg 75 een hogere waarde vast te stellen van:  Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de N380. De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Daarom dient zoals aangegeven in paragraaf 2.4 de woning te beschikken over een geluidluwe gevel. Hieraan wordt voldaan omdat de geluidsbelasting op de achtergevel voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Omdat de geluidsbelasting niet meer bedraagt dan 53 dB zijn de aanvullende eisen met betrekking tot indeling van de verblijfsgebieden en buitenruimten van de woning niet van toepassing. Dit onderzoek dient voor de ruimtelijke onderbouwing. Vanwege de vaststelling van een hogere waarde zal bij de omgevingsvergunning bouw nog een aanvullend onderzoek moeten worden uitgevoerd met betrekking tot de geluidwering van de gevels. Hierbij dient de geluidsbelasting (exclusief aftrek art. 110g Wgh) te worden gehanteerd. Deze geluidsbelastingen zijn weergegeven in figuur 3 en bijlage 4.

8

5

RESUMÉ

In opdracht van Maatschap J.F. van Dam en J. de Spa is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het realiseren van een nieuwe woning aan de Schoterlandseweg 75 te Oudehorne. In het kader van een ruimte voor ruimte regeling worden diverse opstallen achter de bestaande woning gesloopt en wordt ten noordoosten van de bestaande woning een nieuwe woning gebouwd. Omdat de nieuwe woning binnen de zones van de N380 en de Eilewijksreed is gelegen, dient de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai te worden vastgesteld en getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. De Eilewijksreed betreft een ontsluitingsweg voor enkele woningen en is voorzien van een halfverharding. Vanwege de lage verkeersintensiteit is deze weg niet immissierelevant. De geluidsbelasting ten gevolge van de N380 bedraagt ten hoogste Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh), hetgeen meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet meer dan de grenswaarde van 53 dB. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zijn in dit onderzoek aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen overwogen om de geluidsbelasting te reduceren, maar kunnen ons inziens redelijkerwijs als niet doelmatig worden aangemerkt.

Indien het bevoegd gezag bron- en overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig aanmerkt, dient het college van B&W van de gemeente Heerenveen te worden verzocht voor de nieuw te bouwen woning aan de Schoterlandseweg 75 een hogere waarde vast te stellen van:  Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de N380. Dit onderzoek dient voor de ruimtelijke onderbouwing. Vanwege de vaststelling van een hogere waarde zal bij de omgevingsvergunning bouw nog een aanvullend onderzoek moeten worden uitgevoerd met betrekking tot de geluidwering van de gevels. Hierbij dient de geluidsbelasting (exclusief aftrek art. 110g Wgh) te worden gehanteerd.

Ingenieursbureau Spreen

W. Spreen

9

FIGUREN

Ingenieursbureau Spreen

Figuur 1 Wegen, objecten en bodemgebieden Wegen Bodemgebieden Gebouwen

553250

0m

553200

100 m schaal = 1 : 3000

553150

553100

418

553050

269

219 421 4947 281

256

553000

277 447

245

240

264

552950

217 696 252 552900

215 552850

279 257

661 242

5166

4948 4957 4926 660 4956

01

230 374

243 4925 552800

552750

253

226

4937 675 303 304 211 250 247

262

552700

229 296

231 4936 4935 658 654

225267

552650

4927 676 246

235 239 227 232 228 659 214

552600

552550

201000 201050 201100 201150 201200 201250 201300 201350 201400 Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer, [Schoterlandseweg - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

201450

201500

Ingenieursbureau Spreen

Figuur 2 Beoordelingspunten Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen

0m

20 m schaal = 1 : 500

552900

552875

07

08

06 09

05

10

04

01 03

02

552850

552825

552800 201225 201250 Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer, [Schoterlandseweg - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

201275

Ingenieursbureau Spreen

Figuur 3

Ho = 4,5 m

Geluidsbelasting N380 (excl. aftrek art. 110g Wgh) Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen periode:

Lden

552890

0m

10 m schaal = 1 : 300

552880

14/16 48/50 552870

17/20 50/51 47/48 51/53 552860

49/50 55/56 50/52

55/56

552850

552840

552830

552820

201230 201240 201250 201260 201270 Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer, [Schoterlandseweg - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

201280

Ingenieursbureau Spreen

Figuur 4

Ho = 4,5 m

Geluidsbelasting N380 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen periode: groep:

552890

Lden Schoterlandseweg

0m

10 m schaal = 1 : 300

552880

12/14 46/48 552870

15/18 48/49 45/46 49/51 552860

47/48 53/53 48/50

53/53

552850

552840

552830

552820

201230 201240 201250 201260 201270 Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer, [Schoterlandseweg - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

201280

BIJLAGEN

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Schoterlandseweg

Wegdek W1

Wegdek Referentiewegdek

V(LV(D)) 80

V(LV(N)) 80

V(MV(D)) 80

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

V(MV(A)) 80

V(MV(N)) 80

V(ZV(D)) 80

V(ZV(A)) 80

14-7-2022 13:35:31

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(ZV(N)) 80

Type Verdeling

Totaal aantal 2860,00

%Int(D) 6,92

%Int(A) 2,74

%Int(N) 0,75

%LV(D) 89,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

%LV(A) 89,00

%LV(N) 89,00

%MV(D) 7,00

%MV(A) 7,00

%MV(N) 7,00

14-7-2022 13:35:31

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %ZV(D) 1,00

%ZV(A) 1,00

%ZV(N) 1,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Ingenieursbureau Spreen

14-7-2022 13:35:31

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Bijlage 2 Objecten

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

ItemID 211 214 215 217 219

Omschr. Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

Hoogte 2,50 2,50 4,50 2,50 6,00

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Zwevend False False False False False

Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

225 226 227 228 229

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

2,50 2,50 6,00 2,50 2,50

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

230 231 232 235 239

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

6,00 3,50 6,00 6,00 6,00

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

240 242 243 245 246

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

6,00 6,00 2,50 6,00 6,00

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

247 250 252 253 256

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

6,00 6,00 6,00 6,00 2,50

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

257 262 264 267 269

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

6,00 6,00 6,00 6,00 5,00

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

277 279 281 296 303

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

2,50 2,50 6,00 6,00 2,50

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

304 374 418 421 447

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

2,50 2,50 4,00 2,50 3,00

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

654 658 659 660 661

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

3,00 2,75 2,50 2,50 2,50

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

675 676 696 4925 4926

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

6,00 4,50 2,50 6,00 4,00

0 dB 0 dB 0 dB 2 dB 2 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

0,80 0,80 0,80 0,00 0,00

4927 4935 4936 4937 4947

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen

3,00 10,00 2,00 2,50 2,50

0 dB 2 dB 0 dB 0 dB 0 dB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=eec7caa1-0439-455e-bebe-ad40442f4aaa