Bijlage 1 - Ontwerp-Provinciale Omgevingsvisien
Tekst van het document
Waterrobuust bouwen is de norm. Bij herontwikkeling en (ver)nieuwbouw dienen we dus rekening te houden met het risico van hogere waterstanden. Om (nieuwe) inrichtingsmaatregelen te voorkomen realiseren we daarom nieuwe ontwikkelingen op plekken die passen bij het water- en bodemsysteem. Daar hoort bij dat we in de laagste delen van de verschillende gebieden het waterbergend vermogen op peil houden. Dit is maatwerk en vergt locatieafwegingen en inrichtingskeuzes op gebiedsniveau. Gemeenten stemmen hun ruimtelijk beleid hierop af. Waterrobuust en klimaatrobuust bouwen is de norm. Bij herontwikkeling en (ver)nieuwbouw dienen we dus rekening te houden met het risico van hogere waterstanden. Waterveiligheid We hebben ruimte gereserveerd voor toekomstige versterking van de primaire waterkeringen langs de Waddenzee en het IJsselmeerkust; deze reserveringszones zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De keuze voor binnen- of buitendijkse versterking is maatwerk, waarbij de voorkeur uitgaat naar buitendijks en afhankelijk van natuurwaarden, bebouwing, de productiewaarde van landbouwgronden, landschap en erfgoed. We geven invulling aan het begrip meerlaagse veiligheid door waterrobuust te bouwen. Op deze manier zijn we voorbereid op noodsituaties. Voor vitale en kwetsbare functies is borging extra van belang. De Waddeneilanden verdienen speciale aandacht.
Schuilmogelijkheden kunnen nodig zijn, omdat evacuatie
57
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
bij een dreiging van een dijkdoorbraak moeilijk kan zijn. Ook gas- en zoutwinning mogen niet leiden tot veiligheidsrisico's. Bij nieuwe ontwikkelingen rond water, groen en infrastructuur voorzien we in de nodige waterberging. Op die manier voorkomen we schade, bijvoorbeeld aan woon- en bedrijfspanden, bij extreme neerslag. Gemeenten gaan de verstening van publieke en private ruimte tegen, met specifieke aandacht voor terreinen met een publieke/maatschappelijke functie. Door ook in het landelijk gebied op voldoende hoogte te bouwen, voorkomen we bij extreme buien – of bij een noodzakelijke maalstop – schade aan bebouwing. Kortdurende wateroverlast op landbouwgrond zal in de toekomst vaker voorkomen. Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit in Fryslân te verbeteren, zetten we in op maatregelen aan de bron. Denk aan het verminderen van de uitstoot en uitspoeling van nutriënten, chemische gewasbeschermingsmiddelen en andere verontreinigingen naar sloten en meren. Maar ook het voorkomen/beperken van de lozing van vervuilende stoffen via het riool (indirecte lozing). Door actualisatie van lozingsvergunningen, aanscherping van regelgeving en het voeren van bewustwordingscampagnes werken we aan een structurele vermindering van schadelijke stoffen in het milieu.
We stimuleren agrariërs en bedrijven om preventieve maatregelen te treffen, bijvoorbeeld met bufferstroken langs watergangen, een emissiearme bedrijfsvoering en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Op plekken met bestaande verontreiniging (bodem- en sedimentverontreiniging), blijven we saneren en herstellen. In het RWBP werken we de maatregelen voor waterkwaliteit uit. Duurzaam bodemgebruik en bodembeheer De bodem vormt letterlijk het fundament voor een schone, gezonde en natuurrijke leefomgeving. Naast het verbeteren van kwaliteit en structuur van de bodem, gaat het om het voorkomen van ongewenste activiteiten in bodem en ondergrond (bronmaatregelen). Voor de afstemming tussen ingrepen in de (diepe) ondergrond, ook in relatie tot bovengronds gebruik, maken we op programmaniveau een afwegingskader. Dit kader passen we onder meer toe in onze adviezen inzake de Mijnbouwwet. We zien mogelijkheden voor ondergrondse opslag van stoffen ten behoeve van duurzame energievoorziening. De volgende activiteiten in de ondergrond vinden we ongewenst: ◾ Ondergrondse opslag van schadelijke afvalstoffen, zoals radioactief en chemisch afval; ◾ De winning van gas- en zout onder land.
Wanneer het Rijk dit toch toestaat, moet aantasting van het watersysteem worden voorkomen en moeten effecten op veiligheid worden weggenomen of gecompenseerd; ◾ Ondergrondse opslag van CO2, vanwege de mogelijkheid van calamiteiten bovengronds; ◾ Fracking van de ondergrond met gebruikmaking van schadelijke stiffen. We stimuleren duurzaam bodembeheer en duurzaam bodemgebruik, zodat water en voedingsstoffen beter worden vastgehouden en de bodemstructuur verbetert. Dit wordt onderdeel van het Regionaal Water- en bodemprogramma. Gemeenten zijn sinds enkele jaren wettelijk verantwoordelijk voor alle bodemsaneringen. Als provincie saneren we de laatste spoedlocaties bodemverontreiniging waarvoor we wettelijk nog verantwoordelijk zijn. We houden in de komende jaren de vinger aan de pols als het gaat om de gevolgen van zoutwinning in de Waddenzee. Multifunctionele ontgrondingen Bij ontgrondingen voor de winning van oppervlaktedelfstoffen (zand, grind, klei), gaan we uit van multifunctionaliteit. Naast de winning zelf worden ook andere doelen gediend, zoals natuurontwikkeling, waterberging en recreatie. Als het even kan wordt zandwinning gecombineerd met het op diepte houden van meren. Dit geldt zowel voor de uitbreiding van bestaande ontgrondingen als voor nieuwe ontgrondingen.
Deze koppeling sluit aan bij het principe ‘koppelen en verbinden als uitdaging’ en is van meerwaarde voor de omgeving. Ook moet een voorgenomen ontgronding passen bij de kwaliteiten en omstandigheden van een gebied, waaronder landschap en archeologie. Het maatschappelijk belang van de winning van een hoeveelheid oppervlaktedelfstoffen, wordt afgewogen tegen andere belangen in het gebied, zoals landbouw, landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Bij alle ontgrondingen wordt de Omgevingsverordening in acht genomen. Opgaven koppelen en verbinden
58
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
We zoeken actief naar kansen om water-, bodem- en klimaatmaatregelen met andere opgaven te combineren. Kunnen we bij de dijkversterkingen bijvoorbeeld gelijk meer doen voor de natuur, het recreatief medegebruik, de landbouw en de cultuurhistorische waarden in het gebied? En bij omvangrijke ruimtelijke initiatieven (nieuwe woonwijken, infrastructuur) dienen we bijvoorbeeld klimaatadaptatie integraal mee te nemen in zowel het ontwerp als de uitvoering. Deze meervoudige benadering leidt tot efficiënt ruimtegebruik en draagt bij aan meerdere opgaven en doelen tegelijk. Meervoudige opgaven In Fryslân spelen meervoudige opgaven, zoals in de Visie genoemd en ook in de thema’s Landbouw en Natuur uitgewerkt. Vanuit water, bodem en klimaat gaat het om de volgende gebieden: Veenweidegebieden In veengebieden beperken we de veenoxidatie en maaivelddaling en verbeteren we het water- en bodemsysteem. Met het Veenweideprogramma en in gebiedsprocessen geven we hier invulling aan; in de Gebiedsgerichte Verdieping gaan we hier nader op in. We streven naar een grondwaterstand van gemiddeld 40 centimeter onder het maaiveld. In de Omgevingsverordening worden instructieregels voor peilbesluiten opgenomen, zodat de randvoorwaarden voor het peilbeheer in het veenweidegebied duidelijk zijn.
Wanneer dat vanwege bijvoorbeeld de hoge kosten van waterbeheer of de bescherming van infrastructuur en woningen wenselijk is, onderzoeken we of, waar en wanneer het Veenweideprogramma zich ook kan richten op het stoppen van maaivelddaling (zoals dit in De Hege Warren gebeurd is). We bieden waar mogelijk ruimte voor initiatieven van onderop die een hoger waterpeil nastreven. Ook stimuleren we natte teelten bij hogere waterstanden en ondersteunen we pilots voor bijvoorbeeld de teelt van riet, lisdodde of andere biobased grondstoffen. We gebruiken onze strategische grondvoorraad om gronden aan te kopen of te ruilen. We kijken daarbij naar de gewenste landbouwstructuur en gebiedsopgaven. De laagste gronden in het veenweidegebied kunnen zich ontwikkelen tot moerasnatuur of natte landbouw. Daarmee zijn zowel de klimaatadaptatie als het herstel van biodiversiteit gediend. Natura 2000-gebieden Rondom kwetsbare en verdroogde Natura 2000-gebieden – zoals hoogveen, heide en bossen op zand – zijn maatregelen nodig voor onder meer het reduceren van stikstof en hydrologie ten behoeve van natuurherstel. Dat kan bijvoorbeeld door het hanteren van hogere waterpeilen rondom deze gebieden. Maar ook door ontwateringssloten en -greppels aan te passen. Of door de drainage van landbouwpercelen en grondwateronttrekkingen te beperken.
Hierdoor heeft de natuur minder last van ontwatering en dragen deze gebieden bij aan het beter vasthouden van water. Beekdalen Historisch gezien konden de Friese boezem en beekdalen periodiek overstromen. Dit natuurlijke overloopvermogen is grotendeels verdwenen. Door water in de beekdalen meer ruimte te geven sluiten we weer aan bij dat oorspronkelijke systeem en werken we aan de wettelijke opgaven voor water, klimaat en natuur. Het herstel van de beekdalen in vooral Zuidoost-Fryslân is een belangrijk aandachtspunt. Beken zoals de Linde, de Tsjonger en het Koningsdiep krijgen meer ruimte om te meanderen en zo nu en dan buiten hun oevers te treden. We passen herstelmaatregelen – als het verhogen van waterpeilen – toe zodat de beekdalen weer functioneren als overstromingsvlaktes. Waar mogelijk brengen we oude beekmeanders terug. Door deze beekdalen, gecombineerd met natuurontwikkeling, fasegewijs te vernatten en de afvoer te vertragen houden we het water langer vast. Ook kan water beter infiltreren om de grondwatervoorraad op peil te houden. En de waterkwaliteit verbetert erdoor. De bodem werkt als een spons die zowel verdroging in de zomer als piekafvoer in de winter dempt. Daarmee blijft het beekveen behouden en gaan we verdroging van zowel de natuur als de landbouwgronden tegen. Behoud van beekveen en vochtige natuur is belangrijk.
Het vergroot de waterbergingscapaciteit en is van grote ecologische waarde. We zoeken naar passende gebiedsprocessen voor de drie beekdalen. Deze worden gericht op beekherstel, natuurontwikkeling (nieuwe moeras- en overstromingsgebieden) en landbouwkundige aanpassingen (bijvoorbeeld richting extensiever gebruik in de beekzone), in nauwe samenwerking met de waterschappen, buurprovincies, agrariërs en natuurbeheerders. Grondwaterbeschermingsgebieden en toekomstige grondwatervoorraden
59
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Op de zandgronden liggen ook belangrijke drinkwaterbronnen, zoals de infiltratiegebieden bij Appelscha en Oosterwolde. In grondwaterbeschermingsgebieden staan we geen vervuilende activiteiten toe. Risicovolle activiteiten in de ondergrond – denk aan mijnbouw en warmte-koude opslag – blijven op veilige afstand van drinkwaterbronnen. Om een veilige drinkwatervoorziening in de toekomst veilig te stellen, scherpen we de bescherming van de grondwaterbeschermingsgebieden aan in de Omgevingsverordening. Door toenemende drinkwatervraag, en verzilting van bestaande drinkwaterbronnen, zijn nieuwe drinkwaterbronnen in de toekomst noodzakelijk. De gebieden waar deze toekomstige drinkwaterbronnen liggen, moeten we nu al vastleggen. De zoekgebieden voor deze zogenaamde Aanvullende Strategische Voorraden zijn bekend. We beschermen deze grondwatervoorraden en leggen ze vast in de Omgevingsverordening. De best mogelijke locatie voor drinkwaterwinning binnen de zoekgebieden wordt op een later moment vastgesteld. Andere bronnen voor drinkwater dan zoet grondwater en nieuwe winmethoden blijven in beeld, waarbij duurzaamheid en financiële en technische haalbaarheid bepalend zijn voor inzet. We stimuleren waterbesparing en innovaties die (drink)watergebruik verminderen, bijvoorbeeld door hergebruik van regenwater en waterrecycling.
We werken de besparingsmaatregelen uit in het Regionaal Water en Bodem Programma (RWBP). De drinkwatervraag op de Waddeneilanden mag niet stijgen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten dan ook samengaan met waterbesparende maatregelen elders.
Raakvlakken Het thema ‘Water, bodem en klimaat’ raakt aan veel andere thema’s en opgaven in de fysieke ruimte van Fryslân. Hieronder een opsomming van de belangrijkste verbanden: ◾ Landschap: Water- en klimaatmaatregelen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het landschap. Nieuwe ingrepen zoeken aansluiting bij historische elementen zoals dijken, terpen en oude waterlopen. Dijkversterkingen worden landschappelijk ingepast, met respect voor cultuurhistorie; ◾ Natuur en landbouw: Water en bodem vormen de basis voor duurzame landbouw en veerkrachtige natuur. Aanpassingen in natuur en landbouw zijn nodig om het water- en bodemsysteem voor te bereiden op klimaatverandering (water vasthouden en water bergen); ◾ Wonen: Bij alle woningbouw in dorpen en steden is klimaatbestendigheid cruciaal. Wonen vraagt om groene klimaatadaptieve wijken en een veilige leefomgeving zonder overstromingsrisico’s; ◾ Infrastructuur: Wegen en spoorwegen moeten bestand zijn tegen droogte, wateroverlast en calamiteiten. Bij aanleg en beheer van infrastructuur op slappe veenbodems vraagt de draagkracht van de bodem aandacht.
Tegelijk is klimaatadaptatie moeilijk voorstelbaar zonder infrastructuur, denk aan dijken, kanalen en rioleringen; ◾ Energie: De uitdaging is om energieopwekking zo in te passen dat deze niet alleen de uitstoot van CO₂ reduceert, maar ook de bodemvruchtbaarheid, waterveiligheid en klimaatbestendigheid versterkt; ◾ Economie: Bestaande en nieuwe bedrijventerreinen worden klimaatbestendig ingericht, met meer ruimte voor water. Kostbare en kwetsbare economische functies worden niet in de laagste delen gesitueerd; ◾ Omgevingskwaliteit: We zien aanpassingen in het watersysteem niet alleen als technische ingrepen, maar ook als ontwerpopgaven waarin esthetiek, beleving en gebruikswaarde gezamenlijk meewegen. Elke ingreep is een kans om de omgevingskwaliteit te vergroten; ◾ Gezonde leefomgeving: De natuurlijke systemen van water en bodem beïnvloeden onze fysieke en mentale gezondheid en vormen de basis voor een gezonde leefomgeving. Hittestress en wateroverlast zetten deze basis onder druk. In steden en dorpen zorgen wadi’s en groene waterpleinen niet alleen voor wateropvang, maar vergroten ze ook de aantrekkelijkheid van het straatbeeld en de leefomgeving. Structuurkaart Klimaat (zie kaartenboek) De kaart Klimaat laat de belangrijkste onderdelen zien van het Friese watersysteem en onze drinkwatervoorziening. Het gaat dan om de waterlopen, de beekdalen en de grotere gemalen en sluizen.
Door klimaatverandering zullen we moeten anticiperen op een aantal situaties zoals verzilting (kleigebieden), verdroging (vooral in de zandgebieden) en voldoende zoet water. Door bij nieuwe ontwikkelingen goed te bedenken waar we ontwikkelen en hoe we dat doen, kunnen we (toekomstige) problemen voorkomen.
2.2 Landbouw Fryslân hecht aan een toekomst waarin landbouw een volwaardige functie blijft. We willen een provincie zijn waar boeren ontwikkelruimte hebben en waar de maatschappelijke betekenis van landbouw wordt gewaardeerd en beloond. Dat past bij de overtuiging dat Fryslân, met haar rijke landbouwtraditie,
60
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
boerdiversiteit en sterke ketens, dé landbouwprovincie van Nederland is en blijft. In Fryslân is landbouw geen sector op afstand, maar een stevig ingebed onderdeel van de samenleving. De landbouw is een van de belangrijkste economische pijlers van Fryslân. Boerenbedrijven, zuivel- en akkerbouwketens, loonwerkers en kennisinstellingen vormen samen een sterke regionale economie met een grote bijdrage aan werkgelegenheid en brede welvaart. De Friese landbouw levert ook een belangrijke bijdrage aan de voedselzekerheid. Met vruchtbare bodems, kennisintensieve bedrijven, sterke ketens en relatief stabiele waterbeschikbaarheid is Fryslân een van de regio’s waar ook in de toekomst betrouwbaar en hoogwaardig voedsel kan worden geproduceerd. In een tijd van klimaatverandering, geopolitieke spanningen en onvoorspelbare internationale handel is deze regionale voedselbasis van strategisch belang. De sterke agrarische sector heeft vanouds zijn stempel gedrukt op het landschap. Het Friese landschap is grotendeels agrarisch cultuurlandschap: van de open kleigebieden tot de besloten zandgebieden. Dit landschap, inclusief de boerenerven die er deel van uitmaken, is niet alleen economisch van waarde, maar ook sociaal en cultuurhistorisch.
Boeren beheren het grootste deel van het landelijk gebied en leveren daarmee onmisbare bijdragen aan waterbeheer, bodemkwaliteit, biodiversiteit, landschapsbehoud en recreatieve kwaliteit. Deze groenblauwe diensten – van houtwalonderhoud tot slootbeheer en weidevogelmaatregelen – zijn al generaties lang onderdeel van het Friese vakmanschap. Steeds meer worden ze ook erkend als maatschappelijk waardevol en als bron van inkomsten voor boeren. De Friese landbouw- en agrofoodsector is een weerspiegeling van de diversiteit aan landschappen en sociaaleconomische omstandigheden in Fryslân. Gezond, veilig en duurzaam geproduceerd voedsel staat centraal voor de Friese landbouw. Hiermee wordt gezorgd voor voedselzekerheid, een leefbaar platteland, een vitale economie en een rijk landschap. Iedere landbouwer heeft een duidelijk ontwikkelperspectief en willen investeren in de toekomst van hun bedrijf. Boeren staan aan het roer van hun eigen bedrijf. De landbouw is verweven met maatschappelijke opgaven en marktsectoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan agrarisch natuur en landschapsbeheer, biobased teelten voor bijvoorbeeld de woningbouw, energieproductie of agrarische kinderopvang. Hiermee is de landbouw multifunctioneel en behouden we boerdiversiteit die produceert vanuit een gezonde balans tussen agrarische economie, natuur, landschap, klimaat en gezondheid.
Gemeenschappelijk is dat landbouwbedrijven kwalitatieve groei laten zien: slimmer, efficiënter, duurzamer en met meer waarde voor de omgeving. Dit kan zijn voor hoogwaardige producten met gebiedswaarden die onder andere lokaal worden afgezet of exportproducten in grotere volumes voor de (inter)nationaal. Fryslân werkt gebiedsgericht, zonder blauwdrukken. Elk gebied vindt oplossingen die passen bij de bodem, het water, de landbouwstructuur, de biodiversiteit en de samenleving. Boeren zijn medeontwerpers van het Friese landschap. Resultaten komen tot stand door vakmanschap, samenwerking en wederzijds begrip. Banden tussen boeren en hun omgeving zijn versterkt met duurzame oplossingen voor de landbouw en de regio. Zo ontstaat er een toekomst waarin landbouw en leefomgeving elkaar versterken.
Opgaven en doelen De Friese landbouw staat voor een aantal samenhangende opgaven. Regelgeving rond mest, stikstof, waterkwaliteit en dierwaardigheid stelt eisen aan bedrijfsvoering en vergt investeringen. Schommelende marktprijzen, hogere kosten, stijgende grondvraag, onzekerheid over toekomstig beleid en maatschappelijke verwachtingen maken het voor ondernemers soms lastig om lange termijn beslissingen te nemen. Dit alles biedt kansen, maar vraagt ook aanpassingen. Wij zien de landbouw als sector die oplossingen biedt voor de opgaven waar we voor staan – voor voedsel, landschap, natuur én leefbaarheid. Daarom zet de provincie in op ontwikkelruimte voor de landbouw, benutten van boerdiversiteit en innovatiekracht, en aansluiting bij de kenmerken van het Friese platteland. Verdienvermogen en perspectief Een sterk en stabiel verdienvermogen is de basis voor een toekomstbestendige en boerdiverse landbouwsector. Dat geldt des te meer voor Fryslân, waar veel familiebedrijven al generaties lang het landschap en de economie vormgeven. De uitdaging is om kansen toegankelijk en rendabel te maken voor uiteenlopende bedrijfstypen. Een gezonde financiële basis is een voorwaarde voor investeringen in duurzaamheid, innovatie en opvolging.
Het versterken van het verdienvermogen is daarmee niet alleen een economische opgave, maar ook een sociaal-maatschappelijke: het gaat om de leefbaarheid van het landelijk gebied, de continuïteit van ketens en het behoud van agrarisch vakmanschap voor volgende generaties.
61
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Goed, veilig en voldoende voedsel Wereldwijde ontwikkelingen maken voedselzekerheid steeds belangrijker. Fryslân heeft hierin een strategische positie. Vruchtbare bodems, kennisrijke ketens, relatief goede waterbeschikbaarheid en een sterke landbouwtraditie maken de provincie tot een betrouwbare voedselproducent. De uitdaging is om deze positie te blijven benutten met zo weinig mogelijk impact op natuur, water en leefomgeving. Een robuuste landbouwsector is essentieel voor een stabiele en veilige voedselvoorziening. Dat vraagt om investeringsruimte, innovatie en aandacht voor bodem- en waterkwaliteit. Bodem, water en klimaatverandering Het Friese landbouwsysteem staat direct in verbinding met water en bodem. Klimaatverandering zet dit systeem onder druk: langere droge perioden, intensievere buien, toenemende verzilting en veranderingen in grondwaterstanden beïnvloeden de bedrijfsvoering. Regionale verschillen tussen Wadden, klei, veen en zand vragen een gebiedsgerichte aanpak. De uitdaging is om in elk gebied een balans te vinden tussen landbouwproductie, water- en bodembeheer, natuurwaarden en klimaatadaptatie. Boeren leveren een cruciale bijdrage aan deze balans. Door hun landbeheer vormen zij immers de basis voor het functioneren van het watersysteem.
Ruimte en ruimtelijke duidelijkheid De druk op de ruimte neemt toe: woningbouw, recreatie, natuurherstel, energie, wateropgaven en infrastructuur vragen allemaal om plek. In deze context is duidelijkheid voor de landbouw van groot belang. Bedrijven moeten voor hun bedrijfsvoering weten waar ze aan toe zijn. Zonder ruimtelijke zekerheid nemen investeringsbereidheid en opvolging af. Daarom werkt Fryslân aan een landbouwhoofdstructuur: een kader dat duidelijk aangeeft waar landbouwproductie leidend blijft en waar combinaties met andere opgaven mogelijk zijn. De uitdaging ligt in het vinden van een evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid, zonder belemmeringen op te werpen voor noodzakelijke maatschappelijke ontwikkelingen. Biodiversiteit en landschapskwaliteit Het Friese agrarische landschap kan bogen op waardevolle biodiversiteit. Het herbergt boerenlandvogels, zoogdieren, bestuivers, graslandvlinders en slootflora en -fauna. Toch staat deze biodiversiteit al jaren onder druk. De uitdaging is om biodiversiteit te versterken op een manier die realistisch is voor de landbouwpraktijk. En om die biodiversiteit gunstig te laten werken voor de landbouw (functionele agrobiodiversiteit). Boeren zijn al decennialang actief met beheermaatregelen, waarbij agrarische collectieven een cruciale rol spelen.
Dat vraagt om evenwicht tussen productie en beheer, en om maatregelen die passen bij het gebied. Biodiversiteitsherstel in Fryslân is niet alleen een ecologische opgave, maar ook een landschapsopgave. Het in stand houden en versterken van landschapsstructuren draagt bij aan biodiversiteit, cultuurhistorie, recreatieve waarde en identiteit. Boeren spelen hierin een sleutelrol. Maatschappelijke druk De landbouw staat enerzijds midden in de samenleving en ervaart anderzijds maatschappelijke druk. Discussies over stikstof, mest, klimaat, biodiversiteit of dierwaardigheid raken ondernemers en gezinnen. Toch is het juist in Fryslân vanzelfsprekend dat boeren, inwoners, organisaties en overheden samen optrekken: de door alle partijen gewaardeerde ‘Friese aanpak’. De uitdaging is om dat sociale fundament te benutten. Door te werken met agrarische collectieven, gebiedscoöperaties, dorpen en ketens ontstaan draagvlak en uitvoeringskracht. Dit vraagt ook om wederzijds vertrouwen, betrouwbare informatie, voorspelbare communicatie en aandacht voor de menselijke kant en maat van verandering.
Alles bij elkaar genomen, leiden deze opgaven tot twee hoofddoelen voor 2050: ◾ Een diverse en toekomstbestendige landbouw, die bijdraagt aan brede welvaart, voedselzekerheid en andere – wettelijke – opgaven in het landelijk gebied; ◾ De agrarische bedrijfsvoering en het landbouwkundig gebruik zijn afgestemd op de natuurlijke omstandigheden van gebieden (boerdiversiteit).
Oplossingsrichtingen Door te investeren in innovatie, ketenontwikkeling, circulariteit en nieuwe markten, werkt Fryslân aan een toekomstbestendige landbouw die ruimte biedt aan ondernemers, aansluit bij de gebiedsopgaven en waarde creëert voor boeren, bedrijven en de mienskip. Landbouwhoofdstructuur
62
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Ruimtelijke duidelijkheid is één van de belangrijkste voorwaarden voor toekomstbestendig ondernemerschap. Boeren moeten weten waar welke (meervoudige) opgaven spelen, waar de landbouw als primaire functie wordt erkend en waar investeringen logisch zijn. De landbouwhoofdstructuur biedt dat fundament. In Fryslân kiezen we voor een landbouwhoofdstructuur waarin alle huidige landbouwgronden een plek hebben. De structuur voorkomt dat landbouw te pas en te onpas ‘overal een beetje’ moet wijken, en bevestigt dat landbouw in Fryslân een volwaardige en blijvende functie is. De provincie kiest voor een benadering waarin boerdiversiteit de ruimte krijgt: de ondernemer bepaalt zijn of haar eigen richting, rekening houdend met de omstandigheden en opgaven in het gebied. De provincie ondersteunt dit met heldere gebiedsdoelen en haar instrumentarium, waaronder actief grondbeleid. Afwegingskader De landbouw heeft belang bij ruimte, investeringszekerheid en eerlijke afweging. Voor de provincie betekent dit helder communiceren, keuzes goed onderbouwen en gebiedsgericht werken. Daarom ontwikkelen we, samen met het Rijk en in afstemming met het Wetterskip en gemeenten, een afwegingskader voor landbouwgronden; op programmaniveau vullen we dit in. Hiermee willen we bewerkstelligen dat het publieke belang van landbouw/voedselvoorziening wordt afgewogen tegen de voorgenomen functiewijziging.
Bij een voorgenomen onttrekking van landbouwgrond voor een andere functie (bijvoorbeeld woningbouw) wordt het maatschappelijk belang daarvan dus nadrukkelijker afgewogen tegen het belang van behoud van de landbouwgrond. Deze afweging is maatwerk, afhankelijk van omstandigheden als de kwaliteit en ligging van de grond, en van beschikbare alternatieven. Het afwegingskader werkt dus niet belemmerend, maar zorgt voor een gelijkwaardige afweging van belangen. Meervoudige opgaven Binnen de landbouwhoofdstructuur spelen meervoudige opgaven: rond Natura 2000-gebieden, in grondwaterbeschermingsgebieden en beekdalen, en in het veenweidegebied. Hier werken we gebiedsgericht aan de wettelijke opgaven voor natuur, water en klimaat. Dat brengt bijzondere aandacht met zich mee voor maatregelen als stikstofreductie, hydrologie, groenblauwe dooradering en het beperken van het gebruik van pesticiden (vanuit het voorzorgsbeginsel). Met gericht grond- en subsidiebeleid (bijvoorbeeld ANLb en het werken met KPI’s) rond deze meervoudige opgaven kunnen we de landbouwstructuur verbeteren. De werkwijze vanuit de landbouwhoofdstructuur en de meervoudige opgaven biedt een stabiel ruimtelijk kader dat ondernemers houvast geeft om te investeren en door te ontwikkelen. Deze duidelijkheid helpt niet alleen boeren, maar ook andere partijen.
Gemeenten weten hierdoor beter waarmee ze rekening moeten houden bij bijvoorbeeld woningbouw en recreatie. Ook kan Wetterskip Fryslân investeringen afstemmen op agrarische structuren. Daarnaast ontstaat voor financiers, zoals banken, meer zekerheid over de ontwikkelruimte van bedrijven. Daardoor kunnen zij ondernemers beter ondersteunen bij investeringen die passen bij de opgaven en het gebied. Gebiedsgericht werken met lokale logica Fryslân werkt gebiedsgericht, omdat de verschillen tussen Wadden, klei, veen en zand groot zijn. De gebiedsgerichte aanpak draait om het vinden van oplossingen die passen bij de lokale gesteldheid van bodem, water, landbouwstructuur, natuurwaarden en de samenleving. 'Niet alles kan overal' (Remkes, 2022). Boeren worden daarbij niet gezien als uitvoerders, maar als mede-ontwerpers van het landschap. Dit is zichtbaar in de verschillende gebieden van Fryslân en ook op het agrarische erf. Innovaties en nieuwe functies krijgen steeds vaker een plek op het agrarische bouwperceel en leveren een bijdrage aan maatschappelijke opgaven. Zo kan mestvergisting (afhankelijk van toekomstige ontwikkeling van het mestaanbod) bijdragen aan het terugdringen van stikstof- en broeikasuitstoot en het opwekken van groene energie.
Zulke ontwikkelingen vragen extra ruimte, net als bevordering van dierenwaardigheid of alternatieve verdienmodellen zoals kamperen bij de boer. Daarom willen we maatwerk toestaan bij de uitbreiding van agrarische bouwpercelen. De inhoudelijke en procesvoorwaarden werken we nader uit in de Omgevingsverordening. In gebiedsprocessen worden afspraken gemaakt over waterbeheer, landschap, biodiversiteit en landbouwontwikkeling. Deze afspraken zijn gebaseerd op lokaal vakmanschap en gebiedslogica. Het gaat om trajecten met een lange tijdsspanne: gezamenlijke planvorming op basis van heldere gebieds- en bedrijfsdoelen, meerjarig beheer, monitoring, etc. Grondeigenaren, collectieven, landbouw- en natuurorganisaties, dorpen en overheden vormen de kern van deze aanpak. Zij kennen het gebied en kunnen draagvlak orga-
63
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
niseren. Door deze gebiedsgerichte samenwerking ontstaat een uitvoeringspraktijk die realistisch is, gedragen wordt en bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit en agrarisch perspectief. We gaan en hoeven niet overal tegelijk aan de slag. Urgent zijn de meervoudige opgaven. Voor het veengebied zijn we al aan het werk via het Veenweideprogramma. Daarnaast hebben de Zuidelijke Wouden (Zuidoost-Fryslân) prioriteit vanwege de noodzaak om de stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden te verlagen en daarmee uit het vergunningenslot te komen. Om die reden merken we dit gebied aan als uitnodigingszone landelijk gebied (zie begrippenlijst in de Bijlagen) en onderzoeken we de mogelijkheid om voor de Zuidelijke Wouden een programma te starten dat vergelijkbaar is met het Veenweideprogramma. Agrofood, innovatie, nieuwe teelten en kringlopen Fryslân heeft een sterke agrofoodsector met een kennisbasis die zich kan meten met de beste in Europa. De combinatie van agrarisch vakmanschap, verwerkende industrie, hoogwaardige onderwijs- en kennisinstellingen en een cultuur van samenwerking vormt een sterke motor voor vernieuwing. Hiermee kunnen we de landbouw economisch vitaal houden en tegelijk duurzaam ontwikkelen. De opgaven van deze tijd bieden ook economische kansen. De groeiende vraag naar biobased materialen en regionale eiwitten maakt nieuwe teelten en ketens interessant voor Fryslân.
Vlas, hennep, riet en andere vezelgewassen sluiten goed aan bij de biobased bouwsector, terwijl eiwitteelten bijdragen aan de eiwittransitie, bodemkwaliteit en teeltdiversiteit. Ook combinaties met nattere omstandigheden (peilverhoging) zijn mogelijk. Door producten regionaal te verwerken, kunnen onderscheidende Friese producten worden ontwikkeld en ontstaat meerwaarde in de keten. Zulke gewassen kunnen wel gevolgen hebben voor het landschapsbeeld; op programmaniveau zullen we daar aandacht aan besteden. We vinden het wel gewenst dat hoogwaardige landbouwgronden vooral beschikbaar blijven voor voedselproductie. Bij de inzet van subsidies en andere stimuleringsmaatregelen sturen we daarop. Bij innovaties staat in Fryslân het versterken van kringlopen – van bodemvruchtbaarheid en ruwvoerbenutting tot mest- en mineralenstromen – voorop. Dat streven naar circulariteit vormt het fundament onder verdere verduurzaming. Innovaties die daarop aansluiten dragen bij aan lagere emissies, volhoudbare bedrijfsvoering en een beter rendement. Denk aan gebruik van renure, evenwichtsbemesting en precisielandbouw. Zo kunnen veranderingen meerdere doelen tegelijk dienen. Ook precisie- en datatechnologie, water-, kunstmest- en chemische stoffen besparende technologieën en automatisering/ robotisering, dragen bij aan een toekomstbestendige, rendabele landbouw.
Groenblauwe diensten en agrarisch natuurbeheer In Fryslân zetten we groenblauwe dooradering (GBDA) in als maatregel, omdat een fijnmazig netwerk van landschapselementen essentieel is voor biodiversiteitsherstel, waterkwaliteit en landschappelijke kwaliteit. Daarnaast draagt het bij aan de levering van essentiële ecosysteem diensten zoals bestuiving en natuurlijke plaagregulatie voor de landbouw. Boeren vervullen hierin een sleutelrol als landschapsbeheerders. Het behoud, herstel en de uitbreiding van houtwallen, elzensingels, heggen, hagen, overhoekjes, ecologisch beheerde bermen en sloten en kruidenrijke akkerranden dragen bij aan de herkenbaarheid van het Friese landschap en biodiversiteitsherstel. Friese medeoverheden nemen verantwoordelijkheid door publiek eigendom van bermen, oevers en watergangen ecologisch te beheren. Daar werken we al aan in gezamenlijkheid. We streven naar 10% GBDA over het hele areaal van Fryslân in 2050 (aansluitend op de Friese Bomenen Bossenstrategie en het Aanvalsplan Landschapselementen Deltaplan Biodiversiteitsherstel) waarbij het specifieke percentage per gebied kan verschillen. Fryslân kiest ervoor om groenblauwe diensten een plek te geven in het verdienmodel. Samen met het Rijk werken we aan samenhang tussen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB, met eco-regelingen en ANLb) en provinciale regelingen.
Naar verwachting zal het areaal agrarisch natuurbeheer de komende jaren fors toenemen door verruiming van het landelijke ANLb-budget; we streven in dat kader naar langjarige vergoedingen. Meervoudige opgaven en belangrijke vogelgebieden hebben daarbij prioriteit. Boeren hoeven dit niet alleen te organiseren: BoerenNatuur Fryslân speelt hierin een belangrijke rol als verbinder en uitvoerder. Agrarisch natuurbeheer is voor Fryslân niet alleen een ecologisch instrument, maar ook een manier om het landschap aantrekkelijk en leefbaar te houden voor bewoners en bezoekers. Door hun bijdrage aan het beheer van natuur en landschap versterken boeren de identiteit en kwaliteit van Fryslân.
64
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Beroepsvisserij De beroepsvisserij hoort bij Fryslân. Het Waddengebied, het IJsselmeer, Lauwersmeer en Harlingen zijn economische schakels in de kust- en zeevisserij. We ondersteunen de sector in haar transitie naar een duurzame toekomst, in balans met natuurherstel, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. De binnenvisserij is niet alleen economisch van belang, maar ook belangrijk vanwege haar bijdrage aan streekproducten, bestrijding van invasieve exoten, waterkwaliteit en cultuurhistorische evenementen. De Friese boezem vormt de ruggengraat van de binnenvisserij en is ook aantrekkelijk voor vele sportvissers. Omdat ze tevens de snelweg vormt voor vele vissoorten die binnenlands migreren, of gebruikmaken van zoetzout-overgangen, zijn vismigratievoorzieningen cruciaal. Deze voorzieningen leveren dus een belangrijke bijdrage aan de visstand, waar zowel visserij als biodiversiteit van profiteren. Glastuinbouw In de provincie Fryslân is glastuinbouw geen grote groeisector. Het areaal is beperkt. We kiezen voor behoud en optimalisatie van bestaande glastuinbouwlocaties, in plaats van nieuwe locaties. Nieuwe vestigingen zijn alleen mogelijk binnen bestaande bestemmingen en met een goede landschappelijke inpassing. Uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf is maatwerk en moet passen bij de schaal van het bedrijf.
Verplaatsing naar een bestaande glastuinbouwlocatie geniet daarbij de voorkeur. Verduurzaming van de glastuinbouw is wenselijk; in plaats van energie gebruiken, kunnen kassen energieneutraal worden of zelfs energie leveren.
Raakvlakken De landbouw staat in verband met veel andere thema’s en opgaven in de fysieke ruimte. Hieronder noemen we de voornaamste. ◾ Veilige en gezonde leefomgeving: Een schone en toekomstbestendige landbouw draagt bij aan schoon water, gezonde bodems, biodiversiteit en gezond voedsel; ◾ Landschap: Landbouw vormt het landschap, en omgekeerd bepaalt het landschap de mogelijkheden voor de landbouw. Samen zijn ze ecologisch, historisch en cultureel met elkaar verweven; ◾ Natuur: Landbouwvormen met relatief veel uitstoot van schadelijke stoffen en bodemingrepen kunnen biodiversiteit onder druk zetten. Andere landbouwvormen kunnen de biodiversiteit versterken en daar zelf van profiteren (agrobiodiversiteit); ◾ Wonen: Landbouw en wonen zijn historisch en ruimtelijk verweven. Het agrarische cultuurlandschap vormt een prettige woonomgeving; hinder kan daar ook afbreuk aan doen. Hergebruik van voormalige boerderijen is een kans voor wonen en behoud van agrarisch erfgoed, onder voorwaarde dat dit geen beperkingen voor de landbouw oplevert; ◾ Mobiliteit: Landbouw heeft infrastructuur nodig voor transport en bereikbaarheid. Grote landbouwvoertuigen belasten (plattelands)wegen en kunnen de verkeersveiligheid bedreigen.
Drones in de landbouw worden gebruikt voor precisielandbouw; ze helpen boeren kosten te verlagen en verspilling milieubelasting te beperken; ◾ Economie: Landbouw vormt al eeuwenlang de economische ruggengraat van Fryslân en is belangrijk voor de werkgelegenheid, export en regionale identiteit; ◾ Gastvrijheid: De landbouwsector beheert het landschap en de producten die toerisme en horeca aantrekkelijk maken. De gastvrijheidseconomie biedt de landbouw kansen om zich te verbreden. Structuur kaart landbouw en natuur (zie kaartenboek) Deze kaart geeft inzicht in de landbouwhoofdstructuur, waarin alle huidige landbouwgronden een plek hebben. Op deze gronden krijgt boerdiversiteit de ruimte , rekening houdend met de omstandigheden en opgaven in een gebied. Overal zorgen we voor een basiskwaliteit natuur en landschap. De meervoudige opgaven in het veenweidegebied, de beekdalen, rondom Natura 2000 gebieden en de drinkwaterwinen grondwaterbeschermingsgebieden zijn met rasters aangegeven. Twee gebieden zijn aangeduid met een contour: het veenweidegebied waar we al aan de slag zijn met het Veenweideprogramma, en Zuidoost Fryslân waar de opgaven vanuit natuur, landbouw en water urgent zijn.
2.3 Natuur Fryslân kent een grote rijkdom aan landschappen en natuurtypen die samen een herkenbare en gewaardeerde provincie vormen. De open kleigebieden, de dynamische Wadden, de meren en vaarten, de veenmoerassen, het coulissenlandschap van de Wâlden en de veenweidegebieden vormen een mozaïek waarin natuur, landschap en cultuurhistorie nauw met elkaar zijn verweven. Deze landschappen zijn
65
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
door eeuwen van menselijk gebruik gevormd, hebben grote ecologische waarde en zijn een leefgebied voor veel soorten planten en dieren. Ze bieden rust, ruimte en unieke kenmerken die bepalend zijn voor de beleving van Fryslân. In deze landschappen liggen belangrijke natuurkernen, zoals het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Natura 2000-gebieden, nationale parken en de Waddenzee met een internationale UNESCO-status. Deze gebieden zijn van cruciaal belang voor bijvoorbeeld broedvogels, trekvogels, zoeten brakwaternatuur. Bovendien vinden we er zeer kwetsbare habitattypen. De weidevogelgraslanden maken Fryslân daarnaast tot een provincie van internationale betekenis voor soorten als grutto, kievit en tureluur. De Friese meren en boezem spelen een sleutelrol in onze waterhuishouding en bieden leefgebied voor tal van vis- en vogelsoorten. Een groot deel van de biodiversiteit vinden we (ook) buiten de formele natuurgebieden: in bermen, sloten, houtwallen, erfbeplanting, dijken, weilanden en akkers en het groen in en rondom dorpen en steden. Deze structuren vormen de dooradering van het landschap en verbinden natuurgebieden met elkaar. Ze bieden dieren ruimte om te schuilen, te foerageren en zich voort te planten. Het is de dagelijkse natuur die bewoners zien en ervaren, en die kenmerkend is voor zowel het ecologische als het landschappelijke karakter van Fryslân.
Natuur onder druk De soortenrijkdom en natuurkwaliteit staan echter onder druk. Dit ondanks alle inspanningen, zoals het verbeteren van het Natuurnetwerk Nederland en het Programma Natuur van de Rijksoverheid. Zo voldoet de waterkwaliteit nog niet overal aan de normen van de Kaderrichtlijn Water en beperkt de hoge stikstofdepositie de ecologische veerkracht van gevoelige natuurtypen. Klimaatverandering zorgt bovendien voor een veranderende hydrologie en bodemverdroging. Ook neemt de ruimtedruk toe: woningbouw, infrastructuur, landbouw, energie en recreatie vragen steeds meer van de beperkt beschikbare ruimte in de provincie. We moeten natuurwaarden dan ook afwegen tegen de waarde van andere maatschappelijke doelen en belangen. En deze zoveel mogelijk combineren met andere functies. Het huidige vergunningenslot rondom stikstof maakt duidelijk dat natuurkwaliteit een voorwaarde is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Door te hoge stikstofbelasting, en onvoldoende geborgd natuurherstel, is de provincie beperkt in het afgeven van natuurvergunningen. Dit raakt de landbouw, de woningbouw, de energietransitie, de infrastructuur en het bedrijfsleven. Natuurherstel is daarmee niet alleen ecologisch, maar ook maatschappelijk en economisch noodzakelijk. Fryslân zal hiervoor samen met het Rijk een stap extra moeten zetten.
Een veerkrachtige natuur, met een rijke biodiversiteit, is bovendien een randvoorwaarde voor een gezonde en leefbare toekomst voor iedereen. Natuur is belangrijk voor onze gezondheid, woon- en leefkwaliteit. Groene en waterrijke omgevingen bieden ontspanning, verkoeling en ruimte voor recreatie. Rust, stilte en duisternis – kwaliteiten van Fryslân – worden schaarser en daarmee waardevoller. Er is in veel gebieden een sterk draagvlak voor natuur, landschap en biodiversiteit, mede dankzij agrarische collectieven, dorpsinitiatieven en vele vrijwilligers. Streefbeeld 2050 In 2050 beschikt Fryslân over een vitaal en toekomstbestendig natuurnetwerk zonder onderbrekingen. Binnen en buiten natuurgebieden zijn de doelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) behaald en de biodiversiteit is hersteld. Het Friese deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gerealiseerd en functioneert als de ruggengraat van de Friese natuur, met daarbinnen gezonde bronpopulaties. Het natuurbeheer van het NNN en de Natura 2000-gebieden is duurzaam geborgd. Ecosystemen functioneren en natuurherstelmaatregelen zijn niet of nauwelijks meer nodig. Natuur speelt niet alleen een rol in beschermde gebieden. Ook daarbuiten zijn de bodem- en waterkwaliteit en de biodiversiteit op orde.
De omgeving is natuurinclusief ingericht, met bloemrijke bermen, groene verbindingen in het landschap en groen- en waterstructuren in dorpen en steden. Het gaat goed met onze algemene soorten. Fryslân is hierdoor klimaatbestendiger, leefbaarder en aantrekkelijker. Bij ontwikkelingen houden we standaard rekening met de werking van ecosystemen en van de soorten die hierin voorkomen. Natuurwaarden wegen mee in de beoordeling of ruimtelijke functies op de juiste plek liggen.
66
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Opgaven en doelen De natuuropgave van Fryslân is omvangrijk en nauw verweven met veel andere maatschappelijke thema’s. In de periode tot 2050 richten we ons op herstel, behoud en duurzame verankering van natuur binnen een uitvoerbaar kader. Hieronder duiden we de voornaamste opgaven aan. Europese en landelijke verplichtingen Fryslân werkt aan de uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water (ecologische waterkwaliteit) en het Natuurpact met het Rijk. Deze kaders vragen om herstel van natuurkwaliteit, verbetering van leefgebieden, versterking van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het voorkomen van verslechtering in Natura 2000-gebieden. Deze verplichtingen zijn richtinggevend voor de Omgevingsvisie. Een groot deel van de soorten, habitattypen en vogels bevinden zich niet in een gunstige staat van instandhouding. Dit geldt ook voor onze boerenlandvogels en bestuivers. Vergunningverlening en stikstof Door hoge stikstofdepositie en onvoldoende geborgde herstelmaatregelen is het moeilijk om natuurvergunningen te verlenen. Dit belemmert het bedrijfsleven in het algemeen en de landbouw, woning-, utiliteitsen wegenbouw in het bijzonder. Ecologisch herstel en juridisch houdbare maatregelen voor stikstofreductie zijn noodzakelijk om voortgang en investeringen weer mogelijk te maken.
Afronding en kwaliteitsversterking van Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de ruggengraat van de Friese natuur en de voorraadkast van de Friese biodiversiteit. Daarom heeft een tijdige afronding van het Friese deel van het NNN prioriteit. Tegelijkertijd werken we via Grip op Kwaliteit met natuurbeheerders aan het versterken van de ecologische kwaliteit binnen bestaande natuurgebieden. Ook verbeteren we samen met Wetterskip Fryslân de ecologische waterkwaliteit, in lijn met de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Basiskwaliteit natuur en landschap buiten beschermde natuurgebieden Buiten de aangewezen natuurgebieden zorgen we voor een basisniveau van natuur- en landschapskwaliteit. Dat betekent: ruimte voor biodiversiteit in het agrarisch gebied, in de dorpen en de steden. Als de landschappelijke en milieucondities voor algemene soorten, ook buiten de natuurgebieden, op orde zijn dan ondersteunt dat de beschermde natuur en draagt dit bij aan voldoende habitat voor soorten van belang voor de landbouw, zoals natuurlijke vijanden die jagen op plaaginsecten. Boerenlandvogels Fryslân heeft een internationale verantwoordelijkheid voor boerenlandvogels. In de Nota Weidevogels 2021-2030 is als ambitie opgenomen de neerwaartse spiraal van veel weidevogelsoorten om te buigen in een opwaartse trend van zo’n 30% ten opzichte van 2021.
Voor de gidssoort grutto streven we naar minimaal tienduizend broedparen in 2030. We werken onder meer via het Aanvalsplan Grutto aan de doelen. Ook andere boerenlandvogels zoals akkervogels en broedvogels van het agrarische cultuurlandschap verdienen onze aandacht. Inzet van groenblauwe dooradering We werken aan hoogwaardige groenblauwe dooradering (GBDA) van het landelijk gebied. De verbinding en versterking van leefgebieden die hiermee gestalte krijgt, draagt bij aan de basiskwaliteit van natuur en landschap en komt tegemoet aan de VHR-doelen. We hanteren daarbij de definities en criteria van het Aanvalsplan Landschap. Het huidige areaal en kwaliteit van GBDA leggen we vast en monitoren we, zodat we dit beter kunnen beschermen. Een groot deel van de biodiversiteit bevindt zich in het agrarisch gebied en dit wordt ondersteund door GBDA. Er liggen kansen voor aanleg en beheer van houtwallen, singels, agroforestry, grasland- en akkerranden, sloten, oevers, dijken en bermen. De uitdaging is om natuurmaatregelen goed te integreren in de bedrijfsvoering en langdurige financiering te borgen. Collectieven spelen hierin een cruciale rol. Soortenbeleid Zowel het Rijk als de provincies hebben beleid voor algemeen of schaars voorkomende soorten of soortengroepen. Hiervoor zijn beleids-, beheer- of beschermingsplannen opgesteld.
Het soortenbeleid van de provincie Fryslân bestaat uit de volgende onderdelen:
67
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
◾ ◾ ◾
Actief soortenbeleid: gericht op de bescherming van soorten die onder druk staan, met als doel behoud en herstel; Aanpak van invasieve exoten: gericht op de bestrijding van invasieve soorten die hier van nature niet voorkomen en een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit, waarbij ook belangen zoals economie en volksgezondheid worden meegewogen; Faunabeleid: gericht op het bestrijden van overlast en schade, en het verstrekken van tegemoetkomingen bij faunaschade.
Nationale Parken Fryslân telt vier Nationale Parken: de Alde Feanen, Schiermonnikoog, het Lauwersmeer (samen met de provincie Groningen) en het Drents-Friese Wold (samen met de provincie Drenthe). De Nationale Parken werken aan het nationale Beleidsprogramma Nationale Parken 2024-2030. Rijk en provincies helpen de Nationale Parken bij het realiseren van de opgaven uit het beleidsprogramma. Belangrijk is dat ze hun kernkwaliteiten behouden en versterken. Meer synergie tussen park en omgeving draagt bovendien bij aan de regionale economie en leefbaarheid. Friese Bomen- en Bossenstrategie Met de uitvoering van de in 2022 vastgestelde Friese Bomen- en Bossenstrategie draagt de provincie Fryslân bij aan de opname van CO2. Dit in lijn met de klimaatopgave, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord. Ook het herstel van biodiversiteit en landschap is hiermee gediend. De strategie draait om uitbreiding en revitalisering van bos, houtige landschapselementen, natte natuur en het ontwikkelen van agroforestry en voedselbossen. Belangrijk is ook gebruik en bescherming van inheems plantmateriaal. De uitvoering van de strategie omvat tevens de inzet van de maatregel groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Monitoring, transparantie en vertrouwen Door resultaten te volgen en te rapporteren, kunnen we beleid (tijdig) bijstellen en ontstaat er vertrouwen in de voortgang.
Op deze manier blijft natuurherstel, -beheer en -uitbreiding een lerend proces, niet een eenmalige uitvoering. Op basis van deze opgaven formuleren we het volgende algemene doel: ◾ In 2050 is de biodiversiteit in Fryslân hersteld en is de natuur zodanig veerkrachtig en weerbaar dat soorten en habitats niet meer worden bedreigd. Daarnaast zien we de volgende specifieke doelen: ◾ Zo spoedig mogelijk ombuigen van de neerwaartse trend van de biodiversiteit naar een opwaartse trend, met bijzondere aandacht voor zeldzame en beschermde soorten die een sterke binding hebben met Fryslân. In lijn met de Agenda Herstel Biodiversiteit Fryslân; ◾ We brengen de condities op orde die nodig zijn om de Friese natuur en de VHR doelen weer in gunstige staat van instandhouding te brengen. Dit doen we door zowel binnen als buiten Natura 2000gebieden de drukfactoren te verlagen die voor verslechtering zorgen, waaronder stikstofdepositie. Daarmee leveren we een evenredige bijdrage aan de landelijke doelen (voor stikstof: in 2030 is 50% van het areaal stikgevoelige Natura 2000-gebieden niet meer overbelast; in 2035 is dat 74%); ◾ Ombuigen van de neerwaartse trend van veel weidevogelsoorten in een toename van ca. 30% t.o.v. 2021, om te komen tot duurzame weidevogelpopulaties.
Specifiek voor de gidssoort grutto streven we naar minimaal tienduizend broedparen in 2030; ◾ Een einde maken aan de achteruitgang van bestuivende insecten. In 2030 dient dat het geval te zijn.
Oplossingsrichtingen Bij het realiseren van een veerkrachtige natuur met een rijke biodiversiteit is ecosysteemherstel ons uitgangspunt. Dit sluit aan bij de Europese Natuurherstelverordening en is nodig om van het vergunningenslot af te komen. De aanpak is gericht op uitvoerbaarheid, samenwerking en lange termijn. Daarbij kiezen we voor een Friese, realistische en gebiedsgerichte invulling van Europese en nationale doelen. Maximale inzet op bestaande afspraken We zetten maximaal in op de uitvoering van de bestaande afspraken, zoals het afronden van het Friese deel van het NNN en de Natura 2000-doelstellingen. Via beheerplannen werkt de provincie samen met beheerders en andere belanghebbenden aan de doelstellingen zoals opgenomen in de aanwijzingsbesluiten. De uitvoering van natuurherstelmaatregelen vindt plaats via het Programma Natuur (fase 2) en het Maatregelpakket Natuur.
68
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
Afspraken met de andere provincies en het Rijk worden geactualiseerd. Bijvoorbeeld het Natuurpact, inclusief de afspraken over fauna- en exotenbeheer, monitoring, natuurbrandbeheersing toezicht en eventuele handhaving. Bijzondere aandacht is er voor het Waddengebied en het IJsselmeer, waar het Rijk het bevoegd gezag is. Hier spelen namelijk naast de natuuropgaven ook complexe vraagstukken rondom waterveiligheid, grondstofwinning, energie en defensie. Deze vragen om een integrale aanpak met daarin een belangrijke rol voor de provincie Fryslân. Natuur en biodiversiteit versterken in de hele provincie Fryslân Een goede basiskwaliteit natuur en landschap (BKNL) is een set condities (milieu- en landschappelijke condities) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te kunnen blijven. In een Omgevingsprogramma of in gebiedsplannen werken we concreet uit hoe we de BKNL borgen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de inzet van groenblauwe dooradering. Natuurgebieden buiten het NNN (zie structuurkaart landbouw en natuur) dragen bij aan de samenhang tussen natuurgebieden en landschappelijke kwaliteit; deze hebben nu meestal een bestemming natuur, groen/ bos of water. De begrenzing en functie van deze gebieden kunnen worden aangepast indien dit nodig is voor andere maatschappelijke belangen zoals woningbouw, mits de totale omvang niet afneemt en de samenhang blijft bestaan.
In het landelijk gebied bevinden zich belangrijke vogelgebieden en leefgebieden van beschermde soorten. Denk aan weide- en akkervogelgebieden, gebieden waar vogels overwinteren en leefgebieden van vissen, libellen en otters. Weidevogelgebieden vereisen voldoende openheid en rust. In de Omgevingsverordening regelen we dat noodzakelijke ruimtelijke ingrepen die - na afweging van belangen – genoemde rust en openheid in weidevogelgebieden aantasten door de initiatiefnemer worden gecompenseerd. Hetzij kwalitatief, kwantitatief of financieel. De aanwezigheid van vogels van de Europese Vogelrichtlijn, zoals grutto en smient, roerdomp en bruine kiekendief, vraagt om een integrale aanpak en een goede samenwerking met het Rijk. Ook is het behoud van vrijwilligheid gewenst voor realisatie van het doelbereik. Gebiedsgerichte uitvoering in de gebieden met meervoudige opgaven Waar er sprake is van meervoudige opgaven (zoals genoemd in deel Visie) zijn extra inspanningen nodig om doelen voor natuur, landbouw en klimaat te kunnen realiseren. Waar nodig ondersteund met gebiedsplannen met concrete doelen, maatregelen en verantwoordelijkheden. Vanuit de natuuropgaven gaat de aandacht vooral uit naar de Natura 2000-gebieden en de beekdalen.
Rondom de Natura 2000-gebieden ligt de prioriteit bij het verminderen van stikstofuitstoot en verdroging om de natuurdoelen in het Natura 2000-gebied te kunnen halen. We ondersteunen grondgebruikers hierbij met ons grondinstrumentarium en middelen voor agrarisch natuurbeheer, groenblauwe dooradering, innovatie, KPI-sturing door agrariërs, water- en bodemmaatregelen. In de beekdalen koppelen we herstel van een meer natuurlijk watersysteem aan verbetering van natuur. In verschillende gebiedsplannen zijn we hier al met boeren, terreinbeheerders, Wetterskip Fryslân, gemeenten en inwoners mee bezig. Ook in het veenweidegebied zien we kansen om maatregelen voor het verminderen van veenoxidatie en maaivelddaling te combineren met verhoging van natuurwaarden. Door inzet van maatwerk verzilveren we lokale kansen. We besteden, waar sprake is van meervoudige opgaven, extra aandacht aan het vroegtijdig behalen van een kwalitatief hoogwaardige groenblauwe dooradering. Stikstofaanpak In Fryslân kiezen we voor een samenhangende stikstofaanpak om van het vergunningenslot te komen. Hierbij is geborgd natuurherstel het sleutelwoord. We kijken naast stikstof en de kritische depositiewaarden ook naar andere drukfactoren, zoals hydrologie.
Vanuit deze brede insteek beoordelen we of vrijgekomen stikstofruimte nodig is om verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden te voorkomen (additionaliteitsvereiste).
69
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
We hanteren in Fryslân een generieke en een gebiedsgerichte aanpak. Generiek gaat om maatregelen voor heel Fryslân. De gebiedsgerichte aanpak concentreert zich met name in de Zuidelijke Wouden/ Zuidoost Fryslân. Hier willen wij met betrokken partijen aan de slag om oplossingen te vinden voor de meervoudige opgaven rondom Natura 2000-gebieden. Agenda Natuurinclusief Met het vaststellen van de Agenda Herstel Biodiversiteit Friesland in 2021, is afgesproken om de neerwaartse trend van de biodiversiteit om te buigen naar een opwaartse. Met daarbij extra aandacht voor zeldzame en beschermde soorten die een sterke binding hebben met Fryslân. Tot en met 2025 is aan deze agenda gewerkt via een herstelprogramma biodiversiteit. Vanaf 2026 wordt aansluiting gezocht bij de nationale beweging voor een natuurinclusieve samenleving (Collectief Natuurinclusief en Agenda Natuurinclusief). Actieve soortenbescherming We ontwikkelen beleid voor actieve soortenbescherming, zodat zeldzame en beschermde soorten duurzaam stand houden en zich kunnen uitbreiden. Hiermee voert de provincie haar wettelijke taak beter uit. Ruimtelijke ingrepen en natuurcompensatie Ruimtelijke ingrepen in het NNN voor andere functies dan natuur, zijn alleen mogelijk als hiervoor geen ruimte buiten het NNN te vinden is. En er moet sprake zijn van een openbaar belang dat opweegt tegen het natuurbelang.
Bij noodzakelijke ruimtelijke ingrepen in het NNN, of ontwikkelingen die aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor het NNN, wordt in fysieke in plaats van financiële compensatie voorzien. Hiermee borgen we dat de natuur per saldo niet verslechtert. Ook voldoen we hiermee aan onze zorgplicht vanuit de Omgevingswet. Natuurbrandbeheersing De vaststelling van het Fries Natuurbrandbeheersingsplan 2025-2029 (en bijbehorend samenwerkingsconvenant) legt de basis ter voorkoming van grote en onbeheersbare natuurbranden. In de uitvoering wordt hier al rekening mee gehouden.
Raakvlakken De natuur is nauw verweven met andere thema’s en opgaven in de fysieke ruimte. Onderstaand sommen we de belangrijkste raakvlakken op. ◾ Gezonde en veilige leefomgeving, leefbaarheid: Natuur is een voorwaarde voor een gezonde en veilige leefomgeving en voor leefbaarheid. De natuur biedt schoon water, frisse lucht, rust en ontspanning. Zorg voor de natuur biedt bescherming tegen klimaatrisico’s en draagt bij aan een veerkrachtige samenleving; ◾ Landschap: Natuur geeft het landschap zijn identiteit en ecologische waarde, terwijl het landschap bepaalt hoe natuur wordt gebruikt, beschermd en beleefd. Veel plant- en diersoorten zijn exclusief gebonden aan een landschapstype; ◾ Landbouw: Landbouw en natuur vormen vanouds het fundament van het Friese landschap, de economie en de cultuur. De natuur levert de landbouw diensten zoals schoon water, bodemvruchtbaarheid, mineralen, bestuiving, bescherming en plaagbestrijding. Ook levert ze rechtstreeks grondstoffen zoals hout. De uitdaging is om landbouw en natuur meer met elkaar te verweven en gezamenlijk te versterken. Een goed voorbeeld is het beheer van weidevogelgebieden; ◾ Wonen: Natuur en groen maken wonen gezonder en prettiger. Een groene leefomgeving nodigt uit tot meer beweging en sociale interactie. Ook zijn mensen meer tevreden met hun woonomgeving.
Door woongebieden groener en natuurinclusiever te maken zijn ze beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast. Ook draagt groen binnen de bebouwde kom bij aan de biodiversiteitsopgave (Natuurherstelverordening); ◾ Mobiliteit: Mobiliteit en infrastructuur kunnen de natuur onder druk zetten. Denk hierbij aan versnippering van natuur en leefgebieden van soorten door (water)wegen. Natuur en mobiliteit kunnen elkaar ook verrijken, op zo’n manier dat het besef van de waarde van natuur groeit - denk hierbij aan fietsen wandelpaden door de natuur. Ecologisch beheer en zorgvuldig ontwerpen is belangrijk om elkaar wederzijds te kunnen versterken; ◾ Economie: De Friese economie is verbonden met de natuur. Dat geldt niet alleen voor de sterk ontwikkelde landbouw en zuivelindustrie, maar ook voor andere sectoren. Bij onvoldoende zorg voor
70
Provinciaal blad 2026 nr. 4037
9 maart 2026
◾
de natuur, of negatieve effecten op de natuur, valt de bodem onder de economie weg en wordt de provincie minder aantrekkelijk voor nieuwkomers; Gastvrijheid: De natuur geeft de gastvrijheidseconomie inhoud en aantrekkingskracht, terwijl gastvrijheid de natuur toegankelijk maakt en er economische waarde aan toekent. De uitdaging is om gastvrijheid zo te organiseren dat ze samengaat met de aanwezige natuurwaarden.