CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerp-Provinciale Omgevingsvisien

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp - Provinciale Omgevingsvisie (POVI)52.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Deel B THEMATISCHE VERDIEPING Leeswijzer Voor u ligt het deel Thematische Verdieping. Leeswijzer Thematische Verdieping Dit deel Thematische Verdieping verlaat de hoofdlijnen en gaat meer de diepte in. Er komen een groot aantal thema’s voorbij die binnen de vier bewegingen (zie deel Visie) relevant zijn. Binnen de thema's worden uitgangssituaties, opgaven, doelen en oplossingsrichtingen beschreven. Ook geven we aan waar er raakvlakken liggen met andere thema’s. We moeten in de fysieke leefomgeving immers naar integrale oplossingen kijken. De Thematische Verdieping is het meest omvangrijke onderdeel van de Omgevingsvisie. Het biedt handvatten voor de ontwikkeling van beleid, plannen en initiatieven

H 1 Naar een schone, gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving met identiteit De provinciale ambitie voor 2035-2050 richt zich op een schone, gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving, met behoud van het unieke Friese karakter. Bij alle ruimtelijke keuzes staan de gezondheid, veiligheid en het welzijn van de inwoners centraal, evenals respect voor landschap, erfgoed en natuur. Een gezonde leefomgeving draagt breed bij aan het fysieke, mentale en sociale welzijn, en nodigt uit tot gezond gedrag en sociale verbondenheid. Een veilige omgeving vermindert fysieke en sociale risico's. Inclusiviteit vereist dat alle voorzieningen en openbare ruimtes bereikbaar en toegankelijk zijn voor iedereen. Hoewel Fryslân relatief schoon en veilig is, moet de milieubasis verder op orde gebracht worden. Dus voldoen aan wettelijke normen voor onder andere water- en luchtkwaliteit, het aanpakken van stikstofproblematiek en verontreinigde locaties (zoals PFAS). Ook klimaatverandering vraagt om aanpassingen, waarbij het beperken van hittestress en wateroverlast via de integratie van groen en water essentieel is. Ruimtelijke ordening wordt gezien als de meest effectieve manier om hinder en risico’s te voorkomen (‘voorkomen is beter dan bestrijden’). Het Friese landschap en erfgoed geven de provincie haar identiteit en dragen bij aan de brede welvaart.

Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de Friese landschapstypen en het waardevol erfgoed herkenbaar blijven en worden versterkt. Dit vereist dat ruimtelijke kwaliteit centraal staat in de planvorming en dat landschap en erfgoed als inspiratiebron dienen voor nieuwe opgaven (bv. klimaatadaptatie).Archeologische waarden moeten zoveel mogelijk in situ (ter plekke) behouden blijven.

1.1 Gezonde en veilige leefomgeving De Friese leefomgeving is relatief schoon, stil, donker en veilig. Tegelijkertijd zien we dat er extra aandacht nodig is om een gezonde leefomgeving te behouden en waar nodig te verbeteren. Hierbij kijken we naar

43

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

alle facetten van onze leefomgeving die – al dan niet direct – van invloed zijn op onze gezondheid. De veiligheid van onze inwoners, een basisconditie, is in alle opzichten geborgd. De Omgevingswet stelt dat overheden bij het maken van keuzes in de fysieke leefomgeving rekening moeten houden met de volksgezondheid. Deze dient beschermd, dan wel bevorderd te worden. Dit begint met voldoende milieukwaliteit, maar gaat ook over het voorzien in fysieke veiligheid, adequate faciliteiten en een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en sociale activiteiten. Dit vraagt om integrale afwegingen. Door in een vroeg stadium gezondheid en veiligheid integraal mee te nemen in plannen en projecten, kan veel gezondheidswinst worden geboekt, vooral preventief.

Milieu en klimaat Allereerst moeten de milieucondities op orde zijn. Zo moeten we minimaal voldoen aan (inter)nationale grenswaarden voor afvalstoffen, lucht-, water- en bodemkwaliteit. Daarbij benutten we de kansen om de (inter)nationale streefwaarden te bereiken. En wel met aandacht voor zowel milieubelasting als hinder die elkaar onderling (kunnen) versterken. We doen dit vooralsnog conform de Friese Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) 2025 – 2028 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736641) en de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 – 2028 (https://www.fryslan.frl/uitvoerings-en-handhavingsstrategie-provincie-fryslan-2025-2028). Ook klimaatverandering – en daarmee samenhangende weersextremen als wateroverlast en hittestress – beïnvloed onze veiligheid en gezondheid. Net zo goed als geluidshinder, dierziekten en uitstoot en afspoeling van schadelijke stoffen. Dit vraagt om blijvende aandacht.

Uitnodigend Belangrijk is ook dat de leefomgeving uitnodigt tot gezond gedrag, ontspanning en interactie. Denk aan bewegen, fietsen, wandelen, sport en spel. Dat betekent bijvoorbeeld dat we moeten voorzien in voldoende openbare ruimte, groen en natuur, om sociale interactie te stimuleren en het risico van vereenzaming te verkleinen. Ontmoetingsplekken als dorpshuizen, speeltuinen en sportvelden zijn hierin belangrijk. Net zo goed als een omgeving met ruimtelijke kwaliteit en groen goed is voor ontspanning en beleving. Ook vanuit dit perspectief werken we aan de basiskwaliteit voor natuur en landschap (BKNL). Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid. Conform het principe ‘Health in all policies’ zullen we dit in al onze kerntaken meenemen. Ook kijken we waar optimalisaties en koppelkansen liggen om meer te doen in samenspraak met de partners.

Defensie De huidige geopolitieke situatie laat Nederland - en Fryslân in het bijzonder - niet onberoerd. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie heeft het kabinet aangegeven waar voor defensie extra ruimte nodig is; ook in Fryslân zijn uitbreidingen en nieuwe activiteiten voorzien. Het is belangrijk dat we deze zo goed mogelijk inpassen om de impact op de omgeving beperkt te houden. Met deze ontwikkeling zijn grote investeringen gemoeid en liggen er koppelkansen voor medegebruik, zoals natuurontwikkeling. Ook willen we kansen benutten van de defensie-industrie voor het Friese bedrijfsleven en kennisinstellingen. Het Rijk is eerstverantwoordelijk voor defensie en neemt het voortouw in plannen. Wij wenden onze invloed aan, overleggen met het Rijk, stemmen af met gemeenten en zetten onze wettelijke bevoegdheden voor de leefomgeving in. Actueel is ook de cybersecurity van onze leefomgeving. Denk aan het in de lucht houden van cruciale netwerken voor energie, economie, waterbeheer en onze basisvoorzieningen. Dit is een belangrijk aandachtspunt. Een ander aspect betreft ondermijning: criminele activiteiten die via legale bedrijven of diensten verlopen. Denk aan een drugslab in een boerenschuur. De aanpak van ondermijning is een gezamenlijk verantwoordelijkheid van overheden, ondernemers en ander belanghebbenden.

Streefbeeld 2050 In 2050 is de Friese leefomgeving gezonder, veiliger, schoner en weerbaarder dan in 2026. Het leefmilieu voldoet aan de aangescherpte normen voor onder andere water-, lucht- en bodemkwaliteit, geluid, omgevingsveiligheid en geur. Nog resterende milieuknelpunten zijn of worden opgelost. Milieubelastende activiteiten blijven binnen de normen en zijn in balans met de omgeving. Door innovatie en omschakeling op andere technieken en bedrijfsmodellen telt de provincie veel ‘schone’ bedrijven. Veelal op circulaire leest geschoeid.

44

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

De defensietaken die op de provincie afkwamen, zijn goed ingebed in het landschap en de samenleving. De investeringen kwamen deels ten goede aan maatschappelijk opgaven en diensten. Ook leverde het de nodige, hoogwaardige kennis en werkgelegenheid op. Wat ook geldt voor gedane investeringen in cybersecurity waar tal van organisaties van profiteren. Gezondheid raakt vrijwel alle provinciale kerntaken. Via het internationale principe van ‘health in all policies’ is een sterk verbeterde leefomgeving gecreeërd. Een omgeving ook waar mensen zich thuis voelen en elkaar kunnen ontmoeten. En waar ze gestimuleerd worden om gezond te leven met voldoende vrije tijd en ruimte om te bewegen en te sporten. Banen en regionale voorzieningen zijn voor iedereen van huis uit binnen een half uur te bereiken, de zogenaamde ‘30-minutengemeenschap'; voor basisvoorzieningen geldt als streven 15 minuten. Ook is iedereen in de gelegenheid zichzelf te ontplooien en kansen te verzilveren. Het versterken van gezondheid, geluk en veiligheid draagt voor een belangrijk deel bij aan de brede welvaart en economie in de provincie. Er is in Fryslân voldoende ruimte beschikbaar voor de krijgsmacht om haar grondwettelijke taken voor een weerbare samenleving te kunnen uitvoeren.

Opgaven en doelen Als provincie zetten we ons in voor het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, en tevens voor de omgevingskwaliteit. Ook vanwege de intrinsieke waarde daarvan voor de natuur. Veel partijen werken aan gezondheid. Alleen samen kunnen we het verschil maken. We richten ons daarbij op de facetten die in de openbare ruimte spelen en de grootste gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Dat betekent dat we in elk geval veel aandacht besteden aan de volgende zaken: ◾ Lucht-, bodem- en (grond)waterkwaliteit, vooral in relatie tot zeer zorgwekkende stoffen (ZZS); ◾ Het beperken van onnodige lichtuitstoot; ◾ Geluidhinder en fijnstof langs wegen en rond luchthavens; ◾ Wateroverlast, waterveiligheid en hittestress door klimaatverandering; ◾ Dierziekten, inclusief effecten daarvan op de volksgezondheid; ◾ Gebruik van pesticiden; ◾ Veiligheid en hinder met betrekking tot duurzame energie en circulaire economie; ◾ Geluid- en geurhinder, fijnstof en veiligheid van bedrijven; ◾ Effecten van ontgrondingen; ◾ Neerslag van stikstofdioxide en ammoniak op kwetsbare natuur; ◾ Verkeersveiligheid, omgevingsveiligheid, cybersecurity, defensie en brandveiligheid.

Een en ander vertaalt zich naar de volgende doelen: ◾ Gezonde bodem, schone lucht en schoon water, duisternis en stilte als basisvoorwaarden voor een gezonde leefomgeving; ◾ Minimaal voldoen aan de wettelijke milieu- en veiligheidsnormen; Terugdringing gebruik schadelijke pesticiden in en nabij kwetsbare gebieden en functies; ◾ Terugdringing schadelijke vormen van hinder (geluid, trilling, licht, geur e.d.); ◾ Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving die gezond gedrag, ontspanning, ontmoeting en ontplooiing bevordert; ◾ Beschikbaarheid van (extra) oefenterreinen en locaties/objecten voor defensie.

Hoe gaan we dat doen - Algemeen Om een antwoord te geven op de opgaven – en daarbij onze doelen te realiseren – zetten we in Fryslân breed in op twee sporen. We lichten ze hieronder toe. 1. Minimaal voldoen aan wettelijke milieu- en veiligheidseisen en bestuurlijke afspraken De wet verplicht provincies de gezondheid van mensen te beschermen tegen de nadelige effecten van de milieukwaliteit. De wettelijke taken die wij - als bevoegd gezag - moeten uitvoeren zijn benoemd in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fryslân. Het gaat daarbij met name om de vergunningverlening van bedrijven en activiteiten als ontgrondingen. Maar ook het toezicht hierop en bijvoorbeeld het beoordelen van gemeentelijke omgevingsplannen. De provincie neemt haar verantwoordelijkheid in het naleven van de regels en verwacht hetzelfde van bedrijven, instellingen en particulieren. Ook willen we ondermijnende criminaliteit zo veel mogelijk voorkomen.

45

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

Naast de gebruikelijke aandacht voor alle milieuaspecten, zetten we specifiek in op: ◾ Het minimaliseren van locaties met of gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (zoals onder meer PFAS). De Omgevingswet en onderliggende besluiten stellen regels aan ZZS die kunnen vrijkomen bij bedrijfsmatige activiteiten; ◾ Concentratie van bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen (zogenaamde Seveso-bedrijven) op speciaal daarvoor gereserveerde bedrijventerreinen; ◾ Het in samenwerking met ketenpartners beperken van (brand)veiligheidsrisico’s bij nieuwe vormen van duurzame energieopwekking, -opslag, en - transport, droogte in natuurgebieden, en grote veestallen; ◾ Het samen met ketenpartners voorkomen van conflicten tussen vaarrecreatie en beroepsvaart, ook in relatie tot het vervoer van gevaarlijke stoffen; ◾ Het waar mogelijk vergunnen aan de ondergrens van de Best Beschikbare Technieken (BBT). Dit is de meest doeltreffende methode om uitstoot (emissies) en andere nadelige gevolgen voor het milieu op bedrijfsniveau te voorkomen; ◾ Minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen in het verlengde van initiatiefvoorstel PS ‘Naar een schone en gezonde leefomgeving: afbouw gebruik van pesticiden in Fryslân’.

Vooral in de nabijheid van kwetsbare of gevoelige gebieden (Natura 2000, beekdalen en waterwingebieden) en functies (wonen, leren, gezondheidszorg, etc.); ◾ Het donker houden van gebieden die ’s nachts nog echt donker zijn (zoals Dark Sky Parks) en op het behouden en beschermen van rust in stiltegebieden; ◾ Toepassen van het voorzorgsbeginsel (art. 3.3. Omgevingswet) bij onzekere milieu- en veiligheidsrisico's. Zo beoordelen we op basis van wetenschappelijk onderzoek, gerechtelijke uitspraken en beleid van andere overheden of er regels nodig zijn voor uitbreiding en nieuwvestiging van geitenhouderijen. Dit vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Daarnaast houden we rekening met het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Uitwerking van deze kaders en acties gebeurt via het aanpassen van de Omgevings-verordening en door het opstellen van een te ontwikkelen Omgevingsprogramma Milieu/Gezonde leefomgeving. 2. Reguleren en stimuleren Door omgevingsveiligheid vroegtijdig bij ruimtelijke planvorming te betrekken, kunnen we veel veiligheidsconflicten op voorhand voorkomen. Dit is allereerst een verantwoordelijk-heid van gemeenten, waarbij wij hen aanmoedigen dit op te pakken.

Daar bovenop - en volgens het thema leefbaarheid en het principe ‘Health in all Policies’ - zetten we in op vroegtijdig meedenken over een leefomgeving die gezondheid bevordert. Dat doen we zelf bij projecten en initiatieven die we op grond van onze provinciale kerntaken uitvoeren. Voorbeelden die bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving: ● Het integreren van groen en water, sport- en recreatiemogelijkheden en ontmoetingsplekken. We noemen hierbij de zogenaamde 3-30-300-regel zoals een aantal Friese gemeenten hanteert om te komen tot een groene omgeving. Dit houdt in dat plannen voldoen aan de volgende richtlijnen: ● 3 bomen zichtbaar vanuit iedere woning (of werkplek, e.d.). Dit bevordert het welzijn, de verbondenheid met de natuur en draagt bij aan mentale ontspanning, concentratie, leerprestaties en creativiteit; ● 30% bladerdek (kroonbedekking) aanwezig in onze wijken of dorpen, zowel in de vorm van bomen als grote struiken. Dit ter verkoeling, voor een betere luchtkwaliteit en ter bevordering van ons welzijn, onze fysieke gezondheid en sociale interactie; ● 300 meter tot het dichtstbijzijnde (openbare) groengebied. Toegang tot een kwalitatief hoogwaardige, openbaar toegankelijke groene ruimte van minstens 0,5–1,0 hectare, op maximaal 300 meter lopen of fietsen. Dit waarborgt de toegankelijkheid voor recreatie en bevordert gezondere levensstijlen. ●

● ●

46

Stimuleren dat ook mensen met een beperking, kwetsbare ouderen, jongeren in WIA/ jeugdzorg, mensen in armoede en chronische zieken volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving, o.a. via toegankelijke openbare ruimten, gebouwen, Openbaar Vervoer; Stimuleren dat de leefomgeving van voldoende groen en water wordt voorzien. Niet alleen om hittestress te voorkomen, maar ook als bijdrage aan klimaatadaptatie; Werk maken van de zogenaamde ’30-minutengemeenschap' (zie begrippenlijst). Dit is belangrijk voor zowel de gezondheid en inclusiviteit van bewoners als de bereikbaarheid van voorzieningen. Voor basisvoorzieningen geldt als streven 15 minuten;

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

● ●

●

Gezonde voedselproductie meenemen in onze keuzes. We streven naar gezonde bodems voor de voedselproductie; Deelname aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Ook stimuleren we Friese gemeenten hieraan deel te nemen. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het voorkomen van overlast en gezondheidsschade door houtstook; Samen met gemeenten en betrokken partijen kijken naar mogelijkheden om lichtuitstraling te beperken, met behoud van verkeers- en sociale veiligheid.

Defensie We zijn van oudsher verbonden met defensie. Denk aan de Luchtmachtbasis Leeuwarden en de militaire apotheek in Heerenveen als belangrijke werkgevers. We realiseren ons dat de uitbreiding van defensieactiviteiten in Fryslân, zoals voorzien in de Rijksnota Ruimte voor defensie, impact heeft op de omgeving. Onze inzet is gericht op zorgvuldige inpassing met draagvlak en meerwaarde voor andere functies. In overleg met het Rijk willen we deze impact zo beperkt mogelijk houden en koppelkansen benutten. Daarnaast zoeken we actief naar verbinding met het bedrijfsleven en het onderwijs, zoals civiel-militaire samenwerking op het gebied van drones. We lichten dit hieronder toe aan de hand van vier voorziene defensie-activiteiten. 1. Uitbreiden milieuruimte Luchtmachtbasis Leeuwarden De voorziene uitbreiding van milieuruimte voor activiteiten op de Luchtmachtbasis Leeuwarden gaat primair om grondgebonden geluid voor het extra proefdraaien van jachtvliegtuigen en het gebruik van grondvoertuigen. Ook wordt de secundaire baan verlengd voor beter en vaker gebruik. Met als nadrukkelijke voorwaarde dat de geluidszone voor het vliegverkeer (35 KE) gelijk blijft. Daar blijven we ons in de Commissie Overleg en Voorlichting Milieu voor inzetten, gezien de huidige geluidsbelasting van de omgeving. Ook moet rekening worden gehouden met de aardgasleiding en archeologie.

Rondom de vliegbasis ligt, vanwege de vliegveiligheid, een beperkingengebied voor bouwhoogten. Dit zal juridisch beter geregeld worden, zodat duidelijk is wat de bouwmogelijkheden zijn. 2. Munitieopslag Kollumerwaard In de Kollumerwaard is een munitieopslag voor snel inzetbare capaciteit (SIC) voorzien. Op en rondom de munitieopslag komen veiligheidsmaatregelen. Er worden geen woningen gesaneerd. Het Lauwersmeer is Nationaal Park, Natura 2000-gebied, Dark Sky Park en stiltegebied. Bij inpassing wordt rekening gehouden met natuur, landschap, landbouw en (recreatieve) beleving. Ook is er aandacht voor beperking van licht en geluid; in ieder geval passend binnen het stiltegebied. 3. Uitbreiden activiteiten militaire apotheek Heerenveen Bij uitbreiding van de activiteiten van de militaire apotheek in Heerenveen - zoals nu voorzien, inpandig en binnen de perceelgrenzen - moet rekening worden gehouden met de lopende tracékeuze voor de door het Rijk geplande Lelylijn en de locatiekeuze voor de halteplaats in of bij Heerenveen en de bijbehorende stadsontwikkeling. 4. Uitbreiden activiteiten Vlieland en elders Bij de uitbreiding van de militaire activiteiten op Vlieland gaat het om schieten met Apache en Reaper op de Vliehorsrange (incl. aanpassing onveilige zone) en de instelling van een nieuw amfibisch oefengebied.

Ook is er sprake van meer vliegoefengebieden op de Noordzee en schietoefeningen vanaf de Breezanddijk. Deze optelsom van activiteiten in het kwetsbare Waddengebied, en bij de IJsselmeerkust, vraagt de nodige aandacht. We verwachten dat Defensie bij rekening houdt met de natuurlijke waarden en stiltegebieden. En daar haar plannen ook op afstemt. Richtinggevend is de, ook door het Rijk ondertekende, Agenda voor het Waddengebied 2050 met als hoofddoel: een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee en het open landschap.

Raakvlakken Het thema ‘Gezonde en veilige leefomgeving’ raakt aan veel andere thema’s en opgaven in de fysieke ruimte.

47

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

Hieronder een opsomming van de belangrijkste verbanden. ◾ Natuur: Een gezonde leefomgeving is niet denkbaar zonder natuur. Andersom is de natuur gebaat bij een gezonde leefomgeving. Biodiversiteit is bijvoorbeeld afhankelijk van een gezonde bodem, schoon (grond)water en schone lucht; ◾ Bodem en water: Schone bodem en schoon water zijn voorwaarden voor een gezonde leefomgeving; ◾ Landbouw: Gezond en voldoende voedsel zijn belangrijk voor de gezondheid. Landbouwproductie met lage milieu-impact en als drager van het landschap zorgt voor een gezonde leefomgeving. Omgekeerd is de landbouw gebaat bij een gezonde bodem en schoon water; ◾ Wonen: Een fijne, veilige en betaalbare woning is essentieel voor de gezondheid. De inrichting van de woonomgeving kan uitnodigen tot gezond gedrag en sociale interactie, en kan hittestress voorkomen. Op plekken waar de gezondheid en veiligheid onder druk staan, is wonen minder op zijn plaats; ◾ Mobiliteit: Goede bereikbaarheid van werk, voorzieningen en onderwijs is cruciaal voor de leefbaarheid en gezondheid. Bereikbaarheid voor iedereen - dus ook voor mensen met een beperking - draagt bij aan een inclusieve samenleving. Mobiliteit kan ook hinder opleveren en de gezondheid bedreigen; ◾ Energie: Nieuwe vormen van winning, opslag of vervoer van energie brengen risico’s met zich mee, bijvoorbeeld voor (brand)veiligheid en gezondheid.

Anderzijds is de beschikbaarheid van duurzame energie noodzakelijk om gezond te kunnen leven; ◾ Economie: Werk, inkomen en verdienvermogen zijn essentieel voor gezondheid. Omgekeerd is gezondheid, en ook veiligheid, van groot belang voor de economie. Economische activiteiten kunnen ook hinder en vervuiling opleveren; ◾ Gastvrijheid: Slimme groei van de gastvrijheidseconomie en een gezonde leefomgeving gaan goed samen. Te veel recreatie kan afbreuk doen aan de leefomgeving; ◾ Leefbaarheid: Een gezonde en veilige leefomgeving die sociale samenhang bevordert en waarin mensen zich thuis kunnen voelen, draagt positief bij aan leefbaarheid; ◾ Defensie: specifiek geldt dat defensie ruimte vraagt en impact heeft op het woon- en leefmilieu. Defensie biedt ook kansen: terreinen mede inrichten voor natuurontwikkeling, gebouwen circulair bouwen en bijdrage laten leveren aan energieopwekking, civiel medegebruik van faciliteiten, versterking van wegen/infrastructuur, combinatie van defensie-industrie met onderwijs, innovatie en bedrijfsleven.

1.2 Landschap, erfgoed en identiteit Fryslân is een prachtige provincie met een sterke landschappelijke identiteit, gevormd door eeuwenlange interactie tussen mens en natuur. Voortbouwen op die identiteit vraagt inzicht in en waardering van ons landschap en onze dorpen en steden. Juist in een tijd waarin er veel opgaven liggen, is dit een voorwaarde voor het maken van verantwoorde keuzes en een juiste balans tussen beschermen en ontwikkelen. Vanuit een positieve en oplossingsgerichte houding sturen we aan op ruimtelijke kwaliteit, een gezonde leefomgeving met een rijke natuur en een herkenbaar Fries landschap. Waar we met het Friese landschap heen willen, verduidelijken we aan de hand van de in Grutsk op ‘e Romte (2025) vastgelegde top 10 van kenmerken en kwaliteiten van het Friese landschap en erfgoed, waarbij we het streefbeeld richting 2050 voor ogen houden. Streefbeeld 2050 In 2050 komt het Friese landschap en het hierin verspreide erfgoed (inclusief archeologie) sterk voor de dag. Enerzijds doordat essentiële kenmerken behouden zijn gebleven en anderzijds doordat we bij nieuwe ontwikkelingen ruimtelijke kwaliteit toevoegden. De kenmerken van de landschappen zijn gebruikt om het water- en bodemsysteem beter te laten functioneren. Dit betekent bijvoorbeeld dat oude waterlopen en sloten zijn benut voor doorspoeling, biodiversiteit en tegendruk ter voorkoming van verzilting.

Ook zijn houtsingels gehandhaafd en waar mogelijk versterkt. Niet alleen omdat ze de identiteit van het landschap dragen, maar ook de biodiversiteit bevorderen en een ‘medicijnkast’ zijn voor koeien. De kenmerkende eigenschappen van de verschillende gebieden worden gerespecteerd en benut door de gebruikers. De landbouw is meer divers geworden, in aansluiting met het landschap en de natuur. Op veel plaatsen wordt het agrarisch cultuurlandschap samen met agrariërs versterkt. Ook alle andere gebruikers van het landelijk gebied - zoals terreinbeherende organisaties, Wetterskip Fryslân en partijen die met infrastructuur, energie en delfstofwinning bezig zijn - weten goed om te gaan met de kenmerken van het landschap. De ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen – in en rond dorpen en steden – sluit aan bij de oorspronkelijke nederzettingsstructuur en karakteristieke bebouwing. Daarbij is eerst gekeken naar de mogelijkheden binnen bestaande steden en dorpen en naar herbestemming van karakteristieke bebouwing,

48

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

voor er tot nieuwbouw is overgegaan. En als er nieuw werd gebouwd, dan was dat met oog voor de ruimtelijke kwaliteit van dorp, stad en landschap. De verbinding met het landschap, een kenmerkend aspect van de Friese dorpen, bleef behouden. Hetzelfde geldt voor de open ruimtes die van wezenlijk belang zijn voor de verbinding met het landschap. Zorgvuldige omgang met open ruimtes (kaatsveld, open plek rondom de kerk, kleine weilandjes, voormalig bouwland) in de dorpen staat altijd voorop. Een zorgvuldige analyse van het plangebied heeft daaraan bijgedragen. De kwaliteit van het gebouwde en groene erfgoed is vergroot door restauratie, herstel, onderhoud en aanpassingen voor eigentijds gebruik en herbestemming. Landschap en erfgoed zijn ook voor de recreatieve sector van belang. Die sector is verder gegroeid en zorgde voor een belangrijke economische impuls. Daarbij is gebruik gemaakt van kansen voor extra gebruiksfuncties bij een agrarisch bedrijf of op het erf van bijvoorbeeld een woonboerderij. Maar ook van kansen in of nabij steden en dorpen. Denk bijvoorbeeld aan de landgoederen die vaak in de nabijheid van dorpen en steden liggen. Hierin is steeds het principe van slimme groei gevolgd. Dit betekent onder meer dat ontwikkelingen altijd ook gericht zijn op behoud en versterking van het landschap.

Opgaven en doelen Voor welke opgave zien we ons gesteld als we het streefbeeld in ogenschouw nemen? Die vraag beantwoorden we allereerst aan de hand van genoemde top 10 uit Grutsk op ‘e Romte. In willekeurige volgorde gaat het om de volgende opgaven en doelen:

1.

Diversiteit van landschapstypen We willen de diversiteit aan landschapstypen behouden en de onderlinge contrasten in stand houden. Dit betekent dat we ook aandacht schenken aan de inrichting van de overgang van het ene naar het andere landschapstype.

2.

Grootschalige openheid We zien de grootschalige openheid, weidsheid of leegte van grote delen van ons landschap als kenmerk en kwaliteit. De mate van beleving hiervan verschilt echter per gebied. Bij de inpassing van de opgaven houden we hier rekening mee.

3.

Het Friese water- en waddensysteem Het water- en waddensysteem varieert van grootschalig tot fijnmazig, van natuurlijk tot aangelegd. We zien het bestaande systeem als kwaliteit en vertrekpunt voor verdere ontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen worden respectvol ingepast. Als voorbeeld: opgaven voor de groenblauwe dooradering borduren voort op bestaande patronen, door natuurlijke en historische watergangen te benutten en waar nodig te herstellen.

4.

Dijkenstelsel We zien het stelsel van dijken, in samenhang met het watersysteem en de agrarisch-economische ontwikkeling, als een kenmerk van het landschap en willen dit herkenbaar houden.

5.

Reliëf en aardkundige ondergrond Ook al is Fryslân relatief vlak, er is wel degelijk sprake van (micro)reliëf. Het is een landschappelijke, cultuurhistorische en bodemkundige waarde, waar we zorgvuldig mee omgaan. We bevorderen de kennis over en waardering voor het reliëf en stimuleren de instandhouding ervan. Dit doen we mede met het oog op het versterken van biodiversiteit, duurzaam landgebruik en een zorgvuldig gebruik van de bodem.

49

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

6.

Verkaveling We streven naar het herkenbaar houden van kavelpatronen in elk landschapstype. Bij kavelaanpassingen in de landbouw of omwille van waterbeheer, streven we naar het benutten van essentiële watergangen als dragers. Op die manier kunnen we de karakteristiek en landbouwkundige waarde van het oude landschap respecteren en landbouwgronden klimaatbestendig maken.

7.

Archeologische waarden Er ligt een wettelijke verplichting om zorgvuldig om te gaan met archeologische waarden. In situ conserveren is voor ons het uitgangspunt. Bij ontwikkelingen volgen we de adviezen op van de FAMKE.

8.

Structuur van nederzettingen Veel inwoners van Fryslân zijn gehecht aan de kenmerkende historische steden, dorpen, buurtschappen - en in het buitengebied vooral de boerderijen - in hun provincie. Bij verdere ontwikkeling benaderen we die hechting met respect.

9.

Gebouwd erfgoed Het gebouwde ergoed geeft kleur aan onze omgeving en is belangrijk voor het verhaal van Fryslân. Samen met onze partners zetten we in op behoud en ontwikkeling. Daarbij kijken we in het bijzonder naar vrijkomende kerken en boerderijen.

10. Groene landschapselementen Elk landschap kent zijn eigen typische groene landschapselementen voortkomend uit het gebruik. Deze elementen verdienen behoud en versterking, mede met het oog op een toekomstbestendig landschap.

Doelen Naast de hierboven opgesomde doelen, streeft de provincie Fryslân rond het thema landschap, erfgoed en identiteit ook de volgende doelen na: ◾ Blijvende herkenbaarheid van de Friese landschapstypen, elk met hun eigen ontstaansachtergrond en kenmerken. Nieuwe ontwikkelingen bouwen op deze typen voort en voegen er ruimtelijke kwaliteit aan toe; ◾ Specifiek voor de Nationale Landschappen De Noardlike Fryske Wâlden en Súdwest Fryslân gaat het om behoud en versterken van de unieke combinatie van natuur, cultuurhistorie en landschap, als karakteristiek voor de Nederlandse wordingsgeschiedenis; ◾ Behoud en (her)gebruik van gebouwd en ongebouwd erfgoed. We verbinden erfgoed met nieuwe ontwikkelingen; ◾ Het zoveel mogelijk in situ behouden van archeologische waarden. Wanneer andere belangen behoud in situ onmogelijk maken, volgt onderzoek, deskundige opgraving en verdere conservatie.

Hoe gaan we dat doen? Om onze doelen rond het Friese landschap, het erfgoed en de identiteit te bereiken, werken we volgens twee sporen, namelijk 'Samenwerken, meedenken en stimuleren' en 'Beschermen van waardevolle, kwetsbare eenheden'. Samenwerken, meedenken en stimuleren Door in een vroeg stadium met partners samen te werken en mee te denken, willen we hen stimuleren om landschap en erfgoed tot het startpunt te maken van ontwikkelingen. We hebben een landschap van wereldklasse voor ogen en willen iedereen daarvoor enthousiast maken. Onze inzet steunt op het stevige fundament van Grutsk op ‘e Romte en de cultuurhistorische kaart Fryslân. Voor archeologie is de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van belang.

50

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

Bij ruimtelijke plannen met veel effecten en waarmee provinciale belangen (bijlage 3) gemoeid zijn, is vroegtijdige samenwerking tussen gemeente en provincie noodzakelijk. De provincie zet in ieder geval informatie en/of ontwerpkracht in rond de grote dossiers voor het landelijk gebied en voor energie, infrastructuur en wonen. We geven hoofdlijnen en ontwerprichtingen aan en bieden inspiratie voor nieuwe ruimtelijke kwaliteit. Bij de ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen bij steden en dorpen gaan we uit van het principe: herstructurering, herbestemming, inbreiden voor uitbreiden, mits passend bij de nederzettingsstructuur. We kijken bij zowel inbreiden en als uitbreiden naar de kenmerken van de plek; hoe is de opbouw van de nederzetting, zijn er waardevolle open ruimten of zichtlijnen, zijn er mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik of hergebruik. Op deze manier geven we invulling aan ruimtelijke kwaliteit en de opgave voor wonen. Wanneer gemeenten goed in beeld brengen wat de mogelijkheden binnen bestaande steden en dorpen zijn, dan kan uitbreiding ook zijn beslag krijgen als nog niet alle mogelijkheden van inbreiding zijn benut. Op die manier kunnen we landschap en erfgoed combineren met voldoende mogelijkheden en tempo maken voor noodzakelijke woningbouw en economische ontwikkeling.

We ondersteunen dwarsverbanden met andere opgaven, ambities en maatregelen (zoals groenblauwe dooradering/GBDA) en het benutten van financieringsmogelijkheden. Daarbij doelen we op subsidieregelingen voor zaken als herstel en beheer van cultuurlandschap (onder het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid), natuur en landschap, weidevogels, bomen- en bossenstrategie en Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. De Omgevingswet en het Verdrag van Faro hebben geleid tot de verplichting om burgers meer te laten participeren in beleid rond landschap en erfgoed. De provincie moet meer met de samenleving werken. We doen dat door de samenleving te betrekken bij een reeks van beleids- en kennisonderwerpen. Daarbij bewandelen we onder meer de volgende wegen: ◾ Het stimuleren van instellingen in hun publieks- en vrijwilligersactiviteiten; ◾ De ondersteuning van de publieksgerichte archeologische steunpunten; ◾ Het stimuleren van bewustwording en draagvlak binnen de Nationale Landschappen De Noardlike Fryske Wâlden en Súdwest Fryslân. Dit zijn landschappen die het Rijk, in samenspraak met de provincies, in 2004 vanwege hun bijzondere kenmerken van nationale betekenis heeft gevonden en als zodanig heeft aangewezen; ◾ Vergroting van ons publieksbereik via Merk Fryslân.

Deze vormen van participatie, die vaak gepaard gaan met vrijwilligerswerk, dragen door zingeving ook bij aan onze inzet voor positieve gezondheid. Samenwerken, meedenken en stimuleren: drie voorbeelden In het megaproject De Nieuwe Afsluitdijk werkt een grote verzameling van partijen aan een gecombineerde opgave voor dijkversterking en verbetering van de infrastructuur. Er is bovendien een vismigratierivier in opgenomen, waarvan met name de provincie de trekker is. Het werk aan de dijk is nog lang niet afgerond, maar er is al veel gerealiseerd. De ruimtelijke kwaliteit staat bij dit project hoog in het vaandel omdat de Afsluitdijk tot in de verre toekomst een identiteitsbepalend monument zal blijven. Daarom wordt er met de vismigratierivier een iconisch onderdeel aan toegevoegd. Een voorbeeld van totaal andere schaal is de herbestemming van de zuivelfabriek in Moarre-Ljussens. Het is een project van particulieren die dit met veel enthousiasme hebben gerealiseerd. De gezamenlijke overheden hebben de voorwaarden geschapen om dit financieel mogelijk te maken. Zo kon het project ingepast worden in de Erfgoeddeal K(l)ei-goed waarvoor ook het Rijk middelen beschikbaar stelde. Nota Bene: zuivelfabrieken zijn als specifieke categorie opgenomen op de cultuurhistorische kaart. Als derde voorbeeld noemen we het met elkaar werken aan kennisvergaring en kennisdeling.

Als provincie doen we dat onder meer via de provinciale website. In 2025 is deze site vernieuwd. Gemeenten en deskundigen kunnen nu ook kaarten toevoegen of actualiseren. We zien dat de behoefte aan informatie groot is en dat met name gemeenten hier graag gebruik van maken. Bijvoorbeeld voor landschaps- en dorpsbiografieën. In relatie tot dit laatste vermelden we ook ons eigen initiatief www.dorpenatlas.nl. Beschermen en behouden van waardevolle, kwetsbare kenmerken De huidige Omgevingsverordening bevat een basisbescherming voor landschap en cultuurhistorie. In het krachtenveld van alle opgaven blijkt dat sommige identiteitsbepalende onderdelen van het landschap

51

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

en ons erfgoed kwetsbaar zijn. Om die reden geven we deze ruimtelijke elementen of fenomenen extra aandacht. Het gaat dan bijvoorbeeld om: ◾ Historische dijken als de Âlddyk in de noordelijke kleischil of de Pingjumer Gulden Halsbân; ◾ Van oorsprong natuurlijke waterlopen zoals de Peazens of vergelijkbare geulen en prielen; ◾ Kenmerkend reliëf zoals de essen in het Friese essenlandschap in Gaasterlân of de Zuidelijke Wouden. De uitwerking hiervan volgt in het Omgevingsprogramma Landschap en krijgt zijn verdere beslag in de Omgevingsverordening. Het resultaat kan variëren van bijvoorbeeld directe bescherming op de kaart tot de verplichting om bij veranderingsplannen een landschapsdeskundige in de arm te nemen. Ontwerpende benadering en gebieden In Fryslân is de diversiteit aan landschapstypen en de verspreide ligging van bebouwing een belangrijke kwaliteit. Het betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Met een ontwerpende benadering kunnen we onderzoeken op welke wijze een ontwikkeling bijdraagt aan het verhaal van Fryslan. In een gebiedsgerichte aanpak zorgt ontwerpend onderzoek ervoor dat de wensen van gebruikers en belanghebbenden worden meegenomen in dit toekomstige landschap en de nederzettingen. Door ideeën, programma’s en wensen een plek te geven in de buitenruimte, worden de mogelijkheden, beperkingen en nog uit te zoeken vragen duidelijk.

De onderzoeksvragen richten zich op hoe het landschap eruit ziet, op welke manier veranderingen zijn vorm te geven, hoe landschappelijke processen kunnen verlopen en welke toegevoegde waarde mogelijk is. Het maakt diverse toekomstbeelden voorstelbaar en draagt bij aan een betekenisvolle ruimte. Archeologie Een bijzondere vorm van bescherming is de archeologie. De provincie heeft haar archeologisch adviesbeleid verwerkt in de FAMKE en verankerd in de omgevingsverordening. FAMKE geeft een gedetailleerd overzicht van de (verwachte) ligging, verspreiding en aard van archeologische waarden in Fryslân, en hoe hiermee om te gaan. Doel is om deze waarden te behouden, liefst zoveel mogelijk in situ. Als andere belangen dat nodig maken, volgen onderzoek, deskundige opgraving en conservatie. We streven naar actualisering en verbetering van de FAMKE-kaarten, waarbij ook de gemeenten een belangrijke rol vervullen. Vaak leidt dat tot verlichting van de onderzoeksopgave. Met de provincies Groningen en Drenthe houden we een gezamenlijk depot in stand voor het bergen van archeologische vondsten: het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Dit is een wettelijke taak. Erfgoed We zetten ons ook in voor de bescherming van erkend erfgoed.

Dit omvat allereerst de prestigieuze Werelderfgoedlocaties (Fryslân heeft er maar liefst 4: de Waddenzee, (een stukje van) De Koloniën van Weldadigheid, het Woudagemaal in Lemmer en het Eise Eisinga Planetarium in Franeker). Daarnaast zijn er de van rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten, landgoederen en monumenten, aan te vullen met de zaken die op provinciaal en gemeentelijk niveau van belang zijn. We beschermen dit rode en groene erfgoed op de volgende manieren: ◾ We continueren de aandacht in de Omgevingsverordening voor het werelderfgoedgebied Koloniën van Weldadigheid. Dit is een verplichting op grond van artikel 7.3 en 7.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; ◾ We zien erop toe dat erfgoedwaarden voldoende aan bod komen bij planvorming van onszelf en van anderen; ◾ We stimuleren het gebruik van subsidieregelingen en financieringen via laagrentende leningen voor restauratie, onderhoud en herbestemming van monumenten en andere waardevolle bebouwing. Op het terrein van erfgoed zijn veel partijen actief die belangrijke bijdragen leveren. We stimuleren de activiteiten van provinciale instellingen voor landschap en erfgoed. Deze instellingen hebben een belangrijke rol in behoud, ontwikkeling, kennis en draagvlak. We ondersteunen een aantal van deze instellingen met een structurele boekjaarsubsidie.

Daarnaast ondersteunen we de onderlinge samenwerking van deze instellingen. Het Omgevingsprogramma Erf-goed 2025-2028 is reeds vastgesteld. Het Omgevingsprogramma Landschap, waarvoor een startnotitie is behandeld in Provinciale Staten, wordt naar verwachting vastgesteld kort na deze Omgevingsvisie.

52

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

Raakvlakken Het thema ‘Landschap, erfgoed en identiteit’ raakt aan veel andere thema’s en opgaven in de fysieke ruimte. Hieronder een weergave van de belangrijkste verbanden. ◾ Water en bodem: Water en bodem zijn de basis van het Friese landschap. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden uit Grutsk op ‘e Romte zijn tegelijk belangrijke aanknopingspunten bij het beantwoorden van de opgaven voor water en bodem; ◾ Natuur: Natuurgebieden zijn kenmerkende en identiteitsdragende onderdelen van het landschap. Tegelijk draagt het landschap de natuur, bijvoorbeeld doordat het als ecologisch netwerk de uitwisseling van soorten mogelijk maakt. Onderhoud en herstel van landschapselementen, aanleg van groenblauwe dooradering en de bossenstrategie dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit. Ook donkerte draagt bij aan natuur; ◾ Landbouw: Agrarische ontwikkelingen hebben invloed op de landschappelijke en cultuurhistorische structuren die genoemd worden in Grutsk op ‘e Romte. Andersom kunnen deze structuren benut worden als aanknopingspunt voor agrarische ontwikkelingen; ◾ Wonen en leefbaarheid: Nederzettingen (van boerderij-erf tot stad) zijn onderdeel van het landschap. Herbestemming, ruimte-voor-ruimte, en toevoeging van functies op boerenerven geven meer verstedelijking in cultuurlandschap. Ook stads- en dorpsuitbreidingen veranderen het landschap.

Tegelijk draagt wonen als herbestemming bij aan het behoud en versterking van erfgoed en landschap. Herbestemming van erfgoed is bovendien goed voor de leefbaarheid; ◾ Mobiliteit: Infrastructuur doorsnijdt het landschap en vormt het landschap. Tegelijkertijd beïnvloedt het landschap hoe mobiliteit zich ontwikkelt: stedelijke gebieden vragen om andere vervoersoplossingen dan landelijke regio’s; ◾ Energie: De energietransitie heeft impact op het landschap. Door zorgvuldig te ontwerpen kunnen duurzame energieprojecten, de natuur, cultuurhistorie en leefomgeving versterken, met kansen voor meervoudig grondgebruik; ◾ Economie: De manier waarop we grondstoffen hergebruiken en kringlopen sluiten, heeft invloed op hoe ons landschap eruit ziet en functioneert. Met een circulaire opzet kunnen landbouw, industrie en stedelijke gebieden het landschap duurzamer, veerkrachtiger en aantrekkelijker maken. Een aantrekkelijk landschap en erfgoed dragen bij aan het vestigingsklimaat voor bedrijven; ◾ Gastvrijheid: De kwaliteiten van het landschap en het erfgoed zijn trekkers voor de gastvrijheidseconomie. Voorzieningen voor recreatie hebben echter impact op het landschap.

De gastvrijheidssector kan kwaliteit aan het landschap toevoegen door erin te investeren en voor goede ontwerpen te zorgen; ◾ Gezonde en veilige leefomgeving: Landschappelijke beleving verlaagt stress, stimuleert beweging, versterkt sociale verbinding en draagt bij aan herstel en welzijn. Structuurkaart Landschap (zie kaartenboek) De diversiteit aan landschapstypen geeft deze kaart weer, inclusief de Nationale Parken en Nationale Landschappen. Enkele pijlen geven aan waar behoud van openheid tussen kernen om landschappelijke redenen van belang is. Het is een kaart op hoofdlijnen. De nadere uitwerking van deze kaart is te vinden in Grutsk op ‘e Romte. Structuurkaart Friese waarden (zie kaartenboek) Op deze kaart staan enkele voorbeelden van waarden/ kenmerken die de Friese identiteit bepalen; behoud en doorontwikkeling daarvan zijn van belang. We onderkennen hierbij dat de identiteit van Fryslân wordt bepaald door veel aspecten en verschillend beleefd kan worden. Ook verschilt de identiteit per gebied door ruimtelijke kenmerken, culturele tradities, taal, soortenrijkdom, watersysteem, economische accenten en de mensen die er wonen. De kaart pretendeert dus niet compleet te zijn.

H 2 Naar een sterke landbouw en natuur in een klimaatbestendig Fryslân In Fryslân werken we aan een veerkrachtig en leefbaar platteland door een solide perspectief voor de landbouw te ontwikkelen en door de kwaliteit van onze natuur, bodem en water te verbeteren. Deze integrale aanpak is essentieel om de impasse, die onder meer door de stikstofcrisis is ontstaan, te doorbreken: van stilstand naar vooruitgang. Samen met boeren, overheden, ondernemers, natuurorganisaties en bewoners gaan we voor een landelijk gebied waarin perspectief is voor de landbouw, waar niet alleen de natuur en het landschap beschermd wordt en zich herstelt en dat ook klimaatbestendig is. Dit betekent dat alle activiteiten, van landbouw tot recreatie, moeten passen bij wat een gebied kan dragen en versterken. Wat op de klei kan, kan bijvoorbeeld

53

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

niet altijd op veen of zand. Terwijl de laatste grondsoorten weer mogelijkheden bieden die de kleistrook ontbeert.

Perspectief door samenwerking De landbouw is van vitaal belang voor de economie, de leefbaarheid en het landschap van Fryslân. Veel boeren zijn echter onzeker over de toekomst van hun bedrijf. Door samen te werken met alle partijen die een direct belang hebben bij de agrarische grond, sturen we op een vitale agrarische sector. De kracht van de diversiteit in bedrijfsvoering (boerdiversiteit) is de sleutel tot het aanpakken van de grote opgaven, zoals herstel van de natuur, biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Voor 2050 streven we naar: ◾ Een vitale en krachtige landbouwsector met toekomstperspectief; ◾ Een economisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland; ◾ Een landelijk gebied dat voldoet aan wettelijke doelen voor natuur, milieu, water en klimaat; ◾ Landgebruik dat redelijkerwijs is aangepast aan de condities van het water- en bodemsysteem.

2.1 Water, bodem en klimaat Fryslân is van oudsher verbonden met water. Dit zien we terug in de vele meren, vaarten en kanalen, maar ook in hoe dorpen, steden en het landschap zich ontwikkelden in verbinding met dit water. Met als kloppend hart de Friese boezem: een samenhangend watersysteem dat landschap, natuur, landbouw, recreatie en leefbaarheid onderling verbindt. Inmiddels zorgen klimaatverandering en bodemdaling ervoor dat het waterbeheer en landgebruik onder druk komen te staan. Keuzes zijn nodig om dit unieke samenspel toekomstbestendig te maken. Niet zonder reden zijn water en bodem richtinggevend bij landgebruik en nieuwe ontwikkelingen. In de toekomst kunnen we – als gevolg van de klimaatverandering – de aanvoer van voldoende IJsselmeerwater bij droogte niet langer garanderen. Net zo goed zal er vaker sprake zijn van extreem lage grondwaterstanden. We zullen zoveel mogelijk gebiedseigen zoetwater moeten vasthouden. Vooral op de hogere zandgronden die kampen met verdroging van natuur en landbouwgronden. Ook om ecologie in de Waddenzee te behouden is het noodzakelijk dat er zoet water gespuid blijft worden bij Harlingen en Lauwersoog, ook in periode van langdurige droogte. Bij overvloedige neerslag zullen we (tijdelijk) water moeten bergen om wateroverlast te beperken.

De Waddeneilanden en Waddenkust worden geconfronteerd met zeespiegelstijging en verzilting van oppervlakte- en grondwater. De verzilting wordt versterkt in de steeds vaker voorkomende perioden van droogte. Het veengebied, waar het grondwaterpeil kunstmatig laag wordt gehouden, kampt met veenoxidatie (CO2-uitstoot) en maaivelddaling van circa 1 centimeter jaarlijks. Dit leidt tot schade aan bebouwing/ funderingen, riolering en infrastructuur, verdroging van natuurgebieden en hoge kosten voor het waterbeheer. De waterkwaliteit is nog niet overal op orde. In delen van Fryslân worden de normen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027 niet gehaald, zowel voor oppervlakte- als grondwater. Zonder extra inspanningen kan dit vanaf 2027 de ontwikkeling van het landelijk gebied gaan beperken. Het kwaliteitstekort wordt onder meer veroorzaakt door te hoge concentraties nutriënten (fosfaat, stikstof) en ongewenste chemische stoffen, zoals PFAS en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit pakt niet alleen nadelig uit voor de (grond)waterkwaliteit, maar ook voor het drinkwater, de natuur en de bodemkwaliteit. En het vergroot de zuiveringsinspanning voor drinkwater en de risico's van zwemmen in open water. Ook de bodemkwaliteit is niet overal op orde. Er zijn nog verontreinigde locaties die gesaneerd moeten worden.

Milieuvreemde stoffen, zoals PFAS en chemische gewasbeschermingsmiddelen, komen door uitspoeling en afspoeling in bodem en water terecht. Daarnaast is de bodemvruchtbaarheid gemiddeld afgenomen, vooral door verminderd bodemleven (biotische kwaliteit). In 2027 wordt een nieuw Deltabesluit verwacht dat een belangrijk ijkmoment vormt voor het toekomstige water- en bodembeleid. De uitkomsten daarvan verwerken we in het Regionaal Water en Bodemprogramma (RWBP). Streefbeeld 2050 In 2050 is de Friese leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Landgebruik heeft zich beter aangepast aan de kenmerken van het water- en bodemsysteem. Er is voldoende schoon zoetwater

54

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

beschikbaar. Steden en dorpen zijn beschermd tegen wateroverlast en overstromingen. Droogteproblemen en hittestress zijn op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Alle waterkeringen voldoen aan de veiligheidsnormen. De waterkwaliteit is sterk verbeterd. De maaivelddaling, veenafbraak en CO₂-uitstoot in het veenweidegebied zijn nagenoeg tot stilstand gekomen. De landbouw is hier afgestemd op de nattere omstandigheden. Wat de drinkwatervoorziening betreft zijn nieuwe bronnen veiliggesteld. Ook zijn de Aanvullende Strategische Voorraden aangewezen en beschermd. Er wordt klimaat-adaptief ontwikkeld, gebouwd en ingericht. Nieuwe woon- en bedrijfslocaties zijn boven het niveau van de Friese boezem aangelegd, met ruimte voor waterpartijen en groen. Ze zijn niet alleen aantrekkelijk om te wonen en werken, maar ook bestand tegen wateroverlast en hitte. Laaggelegen veenpolders en beekdalen bleven gevrijwaard van nieuwe bebouwing. Bij vernieuwbouw en herbestemming van woningen en (agrarische) gebouwen is rekening gehouden met de kans op wateroverlast. Het grond- en oppervlaktewater en de bodem zijn schoon en gezond. De belasting van chemische stoffen uit verschillende bronnen is minimaal, door terugdringen van chemische gewasbeschermingsmiddelen, industriële lozingen, riooloverstorten en huishoudelijk gebruik van schadelijke middelen.

Een rijker bodemleven draagt bij aan vruchtbare landbouwgronden met goede opbrengsten en gezond voedsel.

Opgaven en doelen Met het oog op de huidige en gewenste situatie, staan we de komende decennia voor belangrijke opgaven op het gebied van waterkwaliteit en -beschikbaarheid, bodemkwaliteit en klimaatadaptatie. Zoetwaterbeschikbaarheid Omdat we in de toekomst steeds vaker te maken zullen krijgen met een tekort aan zoetwater uit het IJsselmeer, gaan we zuiniger om met het beschikbare water en zullen we overal, maar vooral op de hogere zandgronden, meer gebiedseigen water moeten vasthouden. De uitdaging is om dit op een even praktische als doelmatige manier te doen, met een goede balans tussen het anticiperen op natte en droge omstandigheden. Waterkwaliteit Zonder extra inspanningen halen we de KRW-doelen in 2027 niet. Met alle gevolgen voor de natuur, de volksgezondheid, drinkwater, zwemwater en mogelijke beperkingen qua economische ontwikkelingen. Hete zomers (verdamping) en hevige buien (uit- en afspoeling) maken het behalen én behouden van een goede ecologische toestand, zoals de KRW voorschrijft, extra uitdagend. Een belangrijke opgave is de aanpak van vervuilingsbronnen, bijvoorbeeld door het terugdringen van (indirecte) lozingen en het tegengaan van de verspreiding van PFAS en de uitspoeling van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Drinkwater De Drinkwaterstrategie Fryslân geeft aan dat nieuwe drinkwaterwinningen nodig zijn en tegelijkertijd moeilijk realiseerbaar.

Daarom is het zeer belangrijk dat we bestaande winningen goed beschermen. Denk daarbij aan striktere bescherming van grondwaterbeschermingsgebieden en het vermijden van risicovolle activiteiten nabij deze bronnen. De 25-jaars beschermingszones worden vergroot naar 100-jarige beschermingszones. Verder geven we invulling aan onze wettelijke verplichting op risicoanalyse en risicobeheer van de drinkwatervoorziening. Dit in de vorm van de Gebiedsdossiers en het Uitvoeringsprogramma Drinkwaterwinningen. Om in de toekomstige vraag naar drinkwater te voorzien is er op termijn behoefte aan nieuwe bronnen. Waterveiligheid Volgens rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal de zeespiegelstijging in de komende decennia versnellen. Dit heeft directe gevolgen voor onze kustverdediging en waterveiligheid. Dijken langs de kust moeten dan ook versterkt worden, zodat alle primaire keringen ook in de toekomst aan de veiligheidsnormen voldoen. Omdat zowel de Waddenzee als het IJsselmeer Natura 2000gebieden zijn, is de uitdaging dijkversterkingen te combineren met binnen- en/of buitendijkse versterking van ecologische waarden. Belangen van de landbouw worden hierbij afgewogen. Bovendien houden we rekening met een mogelijke peilstijging van het IJsselmeer en het vaker optreden van extreme waterstanden.

Dit heeft vooral effect op de bestaande functies in de buitendijkse gebieden.

55

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

Het is belangrijk dat we het systeem van polderdijken en boezemkaden binnen ons regionale watersysteem op orde houden. In het veengebied zullen keringen steeds hoger worden en meer ruimte innemen als gevolg van maaivelddaling in de polders. Wateroverlast De uitdaging is om zowel in steden, in dorpen als in het landelijk gebied toe te werken naar een waterrobuuste en klimaatadaptieve inrichting. In de toekomst kan vaker tijdelijke wateroverlast optreden, als gevolg van intensieve buien in de zomer of bij aanhoudende neerslagperioden in de winter. Om woongebieden en andere belangrijke functies droog te houden is het van belang, dat deze waterrobuust worden aangelegd. Bij het ophogen van gronden geldt de hoogteligging van de bestaande bebouwing in kernen als maatstaf. Maatwerk in de inrichting kan nodig zijn om te voorkomen dat deze ophoging van gronden bij bebouwing elders tot wateroverlast leidt. Hiermee wordt zowel de kans op wateroverlast beperkt, als de kans op schade die kan ontstaan door overstroming van de polder wanneer een boezemkade zou doorbreken. De keuze voor een waterrobuuste inrichting past bij de historische inrichting van Friese dorpen en steden. En sluit aan bij de hedendaagse praktijk waarin water en bodem richtinggevend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

In steden en dorpen dienen we in voldoende water- en groenpartijen te voorzien om wateroverlast en hittestress te beperken. Dit geldt ook voor nieuw bebouwd gebied. In het landelijk gebied houden we bij inrichting en beheer rekening met situaties waarin tijdelijk meer water op het land blijft staan. Zo ontstaat een robuuster watersysteem dat ook bij extreme neerslag goed functioneert. Bodem en ondergrond Door oxidatie en inklinking van veengronden daalt de bodem in het veengebied jaarlijks zo'n 1 centimeter. Het nagenoeg stoppen van deze ontwikkeling is de komende decennia een belangrijke opgave. Niet alleen vanwege de hoge kosten van het waterbeheer, de verdroging van natuur en de schade aan bebouwing, ondergrondse infrastructuur en wegen, maar ook om de CO2-uitstoot te beperken. Ook willen we zorgvuldig omgaan met de bodemkwaliteit. Naast sanering van verontreinigde bodems (spoedlocaties PFAS, asbest etc.) is het zaak nieuwe vervuilingen te voorkomen. Ook het verdichten, verstoren en afdekken van bodems moet beperkt worden. We streven naar vitale, gezonde bodems die we duurzaam kunnen gebruiken voor landbouw, natuur en stedelijke functies. De druk op de ondergrond neemt toe. Onder andere door drinkwaterwinning, geothermie, energieopslag en transport.

Om conflicten te voorkomen en synergie te versterken is het belangrijk dat we ondergronds en bovengronds gebruik goed op elkaar afstemmen. Samenvattend leidt een en ander richting 2050 tot de volgende doelen: ◾ In 2035 is ongeveer de helft van het water- en bodemsysteem, en van de Friese leefomgeving, klimaatbestendig ingericht en in 2050 de hele provincie; ◾ De ruimtelijke inrichting en het landgebruik zijn afgestemd op de mogelijkheden van het water- en bodemsysteem; ◾ In 2027 wordt voldaan aan de normen voor waterkwaliteit, conform de Europese Kaderrichtlijn Water; ◾ Uiterlijk in 2050 voldoen de primaire keringen langs het hoofdwatersysteem aan de veiligheidsnormen; ◾ Er is voldoende zoet en schoon water beschikbaar voor de verschillende woon-, werk- en verblijfsfuncties en voor landbouw en natuur; ◾ De drinkwatervoorziening is geborgd; ◾ Nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd op plekken die qua water en bodem geschikt zijn. Stedelijke ontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

Uitgangspunt bij grootschalige ontwikkelingen is dat alleen boven het niveau van de Friese boezem gebouwd wordt ◾ Wateroverlast en de nadelige gevolgen van hitte en droogte liggen op een aanvaardbaar niveau; ◾ Spoedlocaties met bodemverontreiniging zijn in 2030 gesaneerd; ◾ In 2050 zijn alle verontreinigde bodems gesaneerd; ◾ De bodem is gezond; de fysische, chemische en biologische kwaliteit van de bodem voldoet aan de doelstellingen van de EU-richtlijn bodemmonitoring en bodemveerkracht. Waardevolle bodemelementen, waaronder archeologische vindplaatsen, blijven behouden; ◾ Het aantal zwemlocaties in (schoon) open water is toegenomen; ◾ In 2050 zijn de veenafbraak, CO2-uitstoot en de maaivelddaling in het veenweidegebied nagenoeg gestopt, waarbij de kwaliteiten van landschap en natuur zijn verbeterd.. Funderingen worden niet verder aangetast. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld;

56

Provinciaal blad 2026 nr. 4037

9 maart 2026

◾

Voor 2030 wordt in het veenweidegebied jaarlijks uitgegaan van gemiddeld 0,2 cm minder maaivelddaling en 0,4 megaton minder uitstoot van CO2-equivalenten (kanttekening hierbij: door een nieuwe rekenmethodiek kan dit wijzigen); de negatieve effecten van maaivelddaling worden beperkt en gecompenseerd. De landbouw heeft hierbij een duurzaam ontwikkelperspectief, en het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

Hoe gaan we dat doen? Om een antwoord te geven op de veelheid aan opgaven – en daarbij onze doelen te realiseren – zetten we in Fryslân breed in op verschillende, onderling sterk samenhangende sporen. Bij het maken van keuzes in ontwikkelingsrichtingen is het water- en bodemsysteem richtinggevend. Waterbeschikbaarheid Om de beschikbaarheid van zoet water te bestendigen, investeren we komende jaren in diverse maatregelen. Voldoende aanbod van oppervlaktewater is afhankelijk van de inrichting en het beheer van het landelijke hoofdwatersysteem. Vooral de beschikbaarheid van IJsselmeerwater in droge perioden is voor ons belangrijk. Omdat we dit in de toekomst niet altijd kunnen garanderen, moeten we meer gebiedseigen water vasthouden. En accepteren dat er in perioden van langdurige droogte niet altijd doorgespoeld en/of beregend kan worden. Maatregelen als peilverhoging en ondiepere sloten zijn nodig om voldoende water in de bodem vast te houden; deze zijn te combineren met bestaand grondgebruik. Zo voorkomen we dat grondwaterstanden in de zomer te diep uitzakken, waardoor landbouw en natuur schade ondervinden. Vooral op de zandgronden is dit belangrijk. Hier liggen kansen in de combinatie met groenblauwe dooradering. De landbouwsector kan met eigen wateropslag, adequaat bodemmanagement en de teelt van bepaalde rassen en gewassen minder kwetsbaar worden voor droogteperioden.

Door meer zoetwater vast te houden en te laten infiltreren, onder meer in de beekdalen, kunnen we ook de grondwatervoorraden op peil houden. Deze grondwatervoorraden zijn onder meer van belang voor de winning van drinkwater (zie hierna). Het vasthouden van gebiedseigen water en het herstellen van de sponswerking van stroomgebieden (beekdalen) zijn ook belangrijk om zo lang mogelijk een basisafvoer richting Waddenzee te behouden. Wateroverschot Bij een wateroverschot gaan we uit van de volgorde vasthouden, bergen en afvoeren van water. Hiervoor is meer ruimte nodig. Het is wenselijk de Friese boezem uit te breiden met zo’n 1.500 hectare, zoveel mogelijk gecombineerd met andere functies (zoals woningbouw). Ook zijn er waterbergingspolders nodig die, bij aanhoudend hoge waterstanden, de boezem (tijdelijk) ontlasten. Dat kan op zowel natuur- als landbouwgronden plaatsvinden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor lokale piekwaterberging in steden en dorpen. Om voldoende water te kunnen afvoeren, zijn tussen 2035 één of twee nieuwe zeegemalen nodig. Harlingen en Lauwersoog zijn hiervoor in beeld. Als we onvoldoende boezemwater kunnen afvoeren, komen laaggelegen gronden onder water te staan. Deze gronden houden we dan ook zoveel mogelijk vrij van bebouwing en kwetsbare functies. Ook om (nieuwe) inrichtingsmaatregelen te voorkomen. Gemeenten stemmen hun ruimtelijk beleid hierop af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=c5aa9be8-1bda-4191-8e32-6696763c41cc