bijlage 1 Bestemmingsplan Poiesz en omgeving in Akkrum
Tekst van het document
5.2
Europese Dienstenrichtlijn
Aangezien de Dienstenrichtlijn de afgelopen tijd veel in het nieuws is geweest, gaan we hier kort op in. De toepassing hiervan is met name aan de orde op het moment sprake is van een branchebeperking. In het geval van Akkrum is dit niet het geval. De Dienstenrichtlijn is in 2006 door het Europees Parlement en Raad van de Europese Unie vastgesteld. Op 30 januari 2018 heeft het Europees Hof bevestigd dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel. Op basis van deze uitspraak wordt duidelijk dat de Europese Dienstenrichtlijn zich niet verzet tegen het opnemen van een branchebeperking, mits aan alle genoemde voorwaarden wordt voldaan. Concreet betekent dit dat moet worden voldaan aan het discriminatieverbod en de eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid. 1. Non-discriminatie betekent dat het verboden is om bedrijven of personen te beperken op grond van de nationaliteit. 2. Branchebeperkingen zijn alleen mogelijk als er algemene belangen zijn die worden gediend. Algemeen belangen kunnen belangen zijn t.a.v. milieu, volksgezondheid of openbare veiligheid. Onder milieu wordt ook het stedelijk milieu of de ruimtelijke ordening gevat. 3. Een verbod/regeling moet evenredig zijn tot het doel.
Als het probleem op een andere manier kan worden opgelost door het nemen van bepaalde maatregelen, dan kan een algeheel verbod op vestiging van (een bepaalde vorm van) detailhandel op een bepaalde plek te zwaar zijn. Om leegstand te voorkomen en leefbaarheid te behouden is het mogelijk een brancheringregeling op te nemen in een detailhandelsvisie en bestemmingplannen.
Broekhuis Rijs Advisering
12
6.
Conclusies
•
Aan de Buorren in Akkrum is momenteel een Poiesz van 930 m² wvo gevestigd. Deze supermarkt wil graag vergroten. Hiervoor is een plan ontwikkeld door een verplaatsing naar een terrein grenzend aan het huidige parkeerterrein van de supermarkt. De supermarkt zal dan ongeveer 1.130 m² wvo groot worden.
•
De dagelijkse voorzieningenstructuur wordt door het project niet aangetast. Door de versterking van de supermarkt kan deze de functie juist weer beter gaan vervullen dan momenteel het geval is. De functie van de supermarkt is en blijft lokaal verzorgend.
•
Naast een lokale verzorgingsfunctie is ook sprake van toevloeiing vanuit het omliggende gebied en van toevloeiing vanuit het toerisme gedurende een steeds langer deel van het jaar.
•
De distributieplanologische berekening laat zien dat op dit moment vraag en aanbod prima in evenwicht zijn. Ook na de relatief beperkte vergroting van de Poiesz blijft dit evenwicht bestaan, vooral dankzij de toename van de binding onder de eigen bevolking.
•
De uitbreiding van de supermarkt geeft in het kader van de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking geen aanleiding tot problemen. De behoefte aan een goede supermarkt van voldoende omvang is zeker aanwezig in Akkrum. Door de versterking van de supermarkt zal de binding van de eigen inwoners aan hun dorp verstevigd worden. Bovendien kan de verplaatsing uitgevoerd worden binnen het bestaande stedelijk gebied van Akkrum. Het plan voor de vergroting en verplaatsing van de Poiesz voldoet derhalve aan de eisen zoals die vanuit de nieuwe ladder zijn opgesteld.
•
De Europese Dienstenrichtlijn speelt bij de verplaatsing en vergroting van de supermarkt van Poiesz momenteel geen rol van betekenis.
Broekhuis Rijs Advisering
13
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
62
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
63
Akkrum, It Achterom (Gemeente Heerenveen)
Een Archeologisch Bureauonderzoek en deels Waarderend en deels Karterend Veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2019-08/03
Akkrum, It Achterom (Gemeente Heerenveen)
Een Archeologisch Bureauonderzoek en deels Waarderend en deels Karterend Veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2019-08/03
Akkrum, It Achterom (Gemeente Heerenveen) Een Archeologisch Bureauonderzoek en deels Waarderend en deels Karterend Veldonderzoek Een onderzoek in opdracht van Poiesz Vastgoed bv mevr. J. Posthuma-Smit Steekproefrapport 2019-08/03 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: R. Rap MA Autorisatie: dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/ prospector (actorreg. nr. 35453178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Heerenveen, dhr. G. Haanstra (beleidsadviseur juridische planologie) d.d. 20 augustus 2019 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Bij dit onderzoek zijn protocollen 4002 en 4003 van toepassing. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, augustus 2019 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................3 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 3 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................3 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................4 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................7 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)....................................................9 • 2.6 Mogelijke verstoringen (KNA 4.:1 LS02)..................................................................10 3.
Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................11 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...............................................................11 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).............................................................13 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................15 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix I: Geplande herinrichting van het plangebied Appendix II: Archeologische periodes Appendix III: Boorstaten Appendix IV: Boorbeschrijvingen
Samenvatting In augustus 2019 is voor plangebied It Achterom in Akkrum, gemeente Heerenveen, provincie Fryslân, een archeologisch booronderzoek, deels waarderende en deels karterende fase uitgevoerd. De aanleiding was de geplande herinrichting van het gebied ten noorden en zuiden van It Achterom en de parkeerplaats. De hiermee gepaarde bodemingrepen kunnen leiden tot aantasting van in ondergrond aanwezige archeologische waarden. In totaal zijn tijdens het onderzoek twaalf boringen geplaatst. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. Hieruit bleek dat er kans is op archeologische waarden vanaf de vroege middeleeuwen, voornamelijk bestaande uit terplagen. In het noordelijk deel van het plangebied (boringen 1 t/m 8) is de bodem verstoord of recent opgebracht tot in ieder geval 70 centimeter onder maaiveld (-49 NAP) in andere boringen tot een nog grotere diepte. In zes boringen kon niet tot onder de verstoorde laag worden doorgeboord vanwege ondoordringbaar materiaal. In boring 5 in het noordelijk deel van het plangebied werden vanaf 100 centimeter onder maaiveld (-54 NAP) terplagen aangetroffen met archeologische indicatoren (aardewerk, glas, bot en baksteen). De vondsten dateren van de nieuwe tijd A tot de nieuwe tijd B. In het zuidelijk deel van het plangebied bestaat de bovenste 35 tot 60 centimeter uit opgebracht zand.
Hieronder zijn natuurlijke klei- en veenlagen aanwezig kenmerkend voor een getijdegebied. In het zuidelijk deel zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Selectie-advies door dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het noordelijk deel van het plangebied, op het AMK-terrein 8070, intacte archeologische waarden aanwezig zijn in de vorm van terplagen met archeologische indicatoren. Deze terplagen kunnen beginnen vanaf 70 centimeter onder maaiveld (47 centimeter onder NAP). In boringen 6 en 7, net buiten het AMK-terrein, kon niet tot onder de verstoorde lagen worden geboord. Hier kunnen ook nog intacte terplagen aanwezig kunnen zijn. Wij adviseren daarom voor het AMK-terrein en een deel rond boringen 6 en 7, geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 40 centimeter onder NAP (Figuur 12, gele zone). Wanneer dit onvermijdelijk is adviseren wij een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Hiervoor is een Programma van Eisen nodig dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Heerenveen. Het veldonderzoek moet worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bedrijf. Wat betreft het zuidelijk deel achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden klein, op basis van de afwezigheid van relevante archeologische indicatoren.
In de bodem zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarom adviseren wij voor dit deel van het plangebied (Figuur 12, groene zone) geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Heerenveen. De gemeente Heerenveen, dhr. G. Haanstra (beleidsadviseur juridische planologie) heeft op 20 augustus 2019 aangeven het selectie-advies over te nemen.
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Akkrum, It Achterom: Administratieve gegevens. Provincie
Fryslân
Gemeente
Heerenveen
Plaats
Akkrum
Toponiem
It Achterom
Centrumcoördinaat onderzoeksgebied
185.150 / 562.524
Oppervlakte van het onderzoeksgebied
ca. 1 hectare
Soort onderzoek
bureauonderzoek en waarderend en karterend veldonderzoek
Bevoegde overheid
Gemeente Heerenveen
Opdrachtgever
Poiesz Vastgoed bv Edisonstraat 3 8606 JH Sneek mevr. J. Posthuma-Smit
Onderzoeksmeldingsnummer
4722927100
Uitvoerder
De Steekproef bv
ISSN-nr.
1871-269X
Steekproef projectcode
2019-08/03
Geplande verstoringsdiepte
onbekend
Maximale diepte onderzoek
300 centimeter onder maaiveld
NAP-hoogte maaiveld
ca. 0,3 meter +NAP
Huidig grondgebruik
Bebouwing, parkeerplaats, grasland
Datum veldwerk
13 augustus 2019
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / DANS / Noordelijk Archeologische Depot Nuis
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Poiesz Vastgoed bv, vertegenwoordigd door mevr. J. Posthuma-Smit, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied It Achterom te Akkrum, gemeente Heerenveen, provincie Fryslân (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande herinrichting van het gebied ten noorden en zuiden van It Achterom en de parkeerplaats. De hiermee gepaarde bodemingrepen (zie paragraaf 1.2) kunnen leiden tot aantasting van in ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek, een karterend en een waarderend veldonderzoek. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald en gecontroleerd op sporen en archeologische indicatoren.
Figuur 1: Akkrum, It Achterom: Uitsnede van de topografische kaart (opentopo.nl).
1
1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt in de dorpskern van Akkrum. Door het midden, van oost naar west loopt It Achterom, een straat en parkeerterrein. De noordkant van het plangebied is volledig bebouwd en in de gebruik als supermarkt. In de voorgenomen ontwikkelingen wordt een deel van de bebouwing gesloopt, waarna er een kleiner pand wordt teruggeplaatst. Het zuiden van het plangebied was ten tijde van het onderzoek onbebouwd en in gebruik als grasland. Op dit deel is de bouw van een nieuwe supermarkt gepland. Het parkeerterrein in het midden zal worden heringericht. Een tekening van de inrichting van het terrein is weergegeven in Appendix I.
Figuur 2:
Akkrum, It Achterom: Links: foto van het noordelijk deel van het plangebied vanaf boring 9 in noordoostelijke richting. Rechts: foto van het zuidelijk deel van het plangebied, vanaf boring 9 in zuidoostelijke richting.
2
2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit keileem dat ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal. Tijdens dit glaciaal zijn pleistocene fluviatiele (rivier-) afzettingen door Scandinavisch landijs grotendeels vermalen en her-afgezet als keileem. Tevens is grondmorene afgezet in de vorm van welvingen. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied aan de noordoostzijde op een ontgonnen veenvlakte (M81) en aan de westzijde in een beekdal (R42). Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien) heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel).
Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn vaak podzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (lichtgrijze E-horizont) en een inspoelingslaag (bruine B-horizont). De B-horizont gaat vaak via een geelbruine overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede gele zand (de C-horizont). Het keileem- en dekzandlandschap helt sterk af in noordelijke en westelijke richting. Door de lage ligging hiervan is dit landschap in grote delen van Friesland overdekt geraakt met veen en klei. Deze afzettingen zijn ongeveer vanaf 10.000 jaar geleden gevormd nadat de laatste ijstijd overging in een relatief warme periode, het Holoceen. De temperatuurstijging had tot gevolg dat de ijskappen begonnen te smelten waardoor de zeespiegel steeg. Als gevolg van de snel stijgende zeespiegel en de slechte ontwatering van het landschap steeg de grondwaterspiegel en ontstonden grote moerassen en zoetwatermeren. Hier trad op grote schaal veenvorming op. Akkrum is ontstaan aan de rivier de Boorne. Het plangebied ligt op nog geen 100 meter ten zuiden van de rivier. Deze rivier stroomde hier al toen en nog sprake was van een pleistoceen dekzandlandschap. Het plangebied lag destijds in het beekdal van de Boorne (Vos & De Vries 2013). De top van het pleistocene zand ligt tussen de 4 en 8 meter onder NAP.
Op de geomorfologische- en bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd omdat het in bebouwd gebied ligt. Nabij liggen op de geomorfologische kaart vlaktes van getijafzettingen (code M72) en een getij-inversierug (code B71). Op de bodemkaart (Figuur 3) ligt ten zuiden van het plangebied een zone met kalkarme drechtvaaggronden (code Mv41C) en ten noorden een zone met knippoldervaaggronden (code kMn43C en kMn48C).
3
Figuur 3: Akkrum, It Achterom: Uitsnede van de bodemkaart (pdok).
2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Volgens de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) ligt het plangebied in een zone waarin voor resten uit de steentijd geen onderzoek nodig is. Voor archeologische resten uit de periode ijzertijd tot en met middeleeuwen geldt volgens de FAMKE voor het noordelijk deel 'Streven naar behoud' en voor het zuidelijk deel 'Karterend onderzoek 1' (Figuur 4). De zone 'Streven naar behoud' correspondeert met een AMK-terrein (monumentnummer 8070; Figuur 5). Het betreft een “terrein met de dorpskern van Akkrum, die bestaat uit een centraal gelegen terp, waarop een kerk en een kerkhof zijn gebouwd. De terp is niet afgegraven. De terp is gedateerd op basis van een pollenmonster uit de zool van de terp. Hierin werd veel roggepollen aangetroffen, een gewas dat pas vanaf de vroege middeleeuwen is verbouwd.” (Archis 3). Voor de zone Karterend onderzoek 1 geldt dat bij bodemingrepen van meer dan 500 vierkante meter een karterend archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd, bestaande uit minimaal zes boringen per hectare. De resultaten hiervan moeten duidelijk maken of er archeologische vindplaatsen in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. De bekende archeologische waarden tot ongeveer 500 meter rondom het plangebied zijn weergegeven in Figuur 5. In het plangebied zijn, behalve het AMK-terrein, geen archeologische waarden bekend.
Ten zuidwesten en westen van het plangebied zijn meerdere archeologische booronderzoeken en één proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Figuur 5; Tabel 2). Booronderzoeken op de terp van Akkrum wezen uit dat deze waarschijnlijk rond de vroege middeleeuwen is opgeworpen. Tijdens een booronderzoek door RAAP (Marinelli 2000) werd vastgesteld dat de terp licht is opgeworpen, toen is overstroomd en dat daarna, rond de vroege middeleeuwen de terp opnieuw is verhoogd. Er werd een pollenmonster genomen uit de zool van de terp. Hieruit bleek dat er rogge werd verbouwd, wat pas in gebruik was vanaf de vroege middeleeuwen. 4
Ten zuidwesten van het plangebied zijn in 2014 door De Steekproef een karterend en waarderen booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Bongers 2014a; Bongers 2014b; Dijk & Tulp 2014). Tijdens beide booronderzoeken werden kogelpot- en terpaardewerkscherven gevonden. Ook werden bij het proefsleuvenonderzoek meerdere archeologische vondsten gedaan uit de romeinse tijd t/m de nieuwe tijd. Er werden ook enkele sporen gevonden. De vindplaats is geïnterpreteerd als de randzone van de terp van Akkrum. De archeologische waarden verkeerden in slechte conditie, waardoor de vindplaats als niet behoudenswaardig is gewaardeerd (Dijk & Tulp 2014 ). Behalve terplagen zijn er tijdens boordonderzoeken meerdere zandkoppen ontdekt in de omgeving van het plangebied. De diepte hiervan varieert van 2,5 tot 2,75 meter onder maaiveld. Tijdens de booronderzoeken zijn op deze zandkoppen geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Figuur 4: Akkrum, It Achterom: Uitsnede van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (www.fryslan.frl).
5
Figuur 5: Akkrum, It Achterom: Archeologische waarden rondom het plangebied (Archis 3). Tabel 2: Akkrum, It Achterom: Archeologische waarden rondom het plangebied volgens ARCHIS 3. In de tabel staan terreinen van archeologische waarden en vondsten zoals weergegeven in Figuur 5. Zaaknummer
Omschrijving
Datering
Referentie
Dorpskern van Akkrum, voor beschrijving zie paragraaf 2.3.
vroege middeleeuwen – nieuwe tijd
Archis 3
2011491100
Booronderzoek: meerdere boorraaien over de terp. Hieruit bleek dat de terp in eerste instantie klein was, overstroomd is en in de vroege middeleeuwen opnieuw is opgeworpen.
vroege middeleeuwen – nieuwe tijd
Marinelli 2000
2070127100
Booronderzoek: in meerdere boringen werden terplagen aangetroffen. Onder de terplagen waren op enkele locaties kreekafzettingen zichtbaar. Daarnaast werd in een boring een middeleeuwse handgesmede nagel gevonden.
middeleeuwen – nieuwe tijd
Van der Kuijl 2006
2112044100
Booronderzoek: bodem bestaat uit bouwvoor, soms een opgebrachte laag, op een geulvulling, op marien zand. Geen archeologische indicatoren.
Jans 2006
2302784100
Bureauonderzoek: hoge verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd t/m
Boonstra et al. 2010
AMK-terreinen 8070
onderzoeken
6
nieuwe tijd. 2397693100
Booronderzoek: het gehele plangebied bestaat uit natuurlijke kleiafzettingen. Geen archeologische indicatoren.
Van der Haar & Kaptein 2012
2448000100
Booronderzoek: in de diepere ondergrond een intacte dekzandkop aangetroffen. In het midden van het plangebied terplagen met 3 scherven kogelpotaardewerk en 1 scherf terpaardewerk.
middeleeuwen
Bongers 2014a
2455015100
Vervolgonderzoek 2448000100; waarderend booronderzoek: terplagen op 45 tot 115 centimeter onder maaiveld. 2 scherven terpaardewerk, 4 scherven kogelpot. Terpzool intact.
romeinse tijd – middeleeuwen.
Bongers 2014b
2457940100
Bureauonderzoek: verwachting voor archeologische waarden uit de midden en late steentijd op zandkoppen en voor huisterpen in het veen.
2459009100
Vervolgonderzoek 2455015100; Proefsleuven: er zijn sporen gevonden en vondsten gedaan. De vindplaats was van slechte kwaliteit waardoor deze als nietbehoudenswaardig is beoordeeld. De vindplaats wordt geinterpreteerd als de uiterste rand van de dorpsterp van Akkrum.
2466453100
Vervolgonderzoek 2457940100; booronderzoek: er werden drie dekzandkoppen aangetroffen en op twee locaties lokaal opgebrachte lagen, waarschijnlijk recent. Voor het grootste deel is de bodemopbouw in het plangebied intact.
Schrijer 2014
romeinse tijd – nieuwe tijd
Dijk & Tulp 2014
Schrijer 2015
vondsten 2070127100
Zie onderzoeken
2448000100
Zie onderzoeken
2455015100
Zie onderzoeken
2459009100
Zie onderzoeken
2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) In Figuur 6 is een uitsnede weergegeven van de Schotanus-Halma Atlas uit 1718. Op deze kaart is in het noordelijk deel van het plangebied al bebouwing zichtbaar. Tegen de oostgrens ligt een boerderijplaats en door het midden loopt een watergang. Op een uitsnede van de Atlas van Eekhoff is deze watergang (de Let) aangepast en loopt die door het noorden van het plangebied. Uit historisch kaartmateriaal is niet op te maken wanneer deze wordt gedempt. In het uiterste noorden van het plangebied is de bebouwing licht aangepast t.o.v. 1718. Verder is het gebied nog steeds onbebouwd. Het zuidelijk deel van het plangebied blijft onbebouwd tot circa 1970 (Figuur 8, rechtsboven). Daarna is er zowel in het noorden als het zuiden wisselende bebouwing zichtbaar op historisch kaartmateriaal (Figuur 8, onder). Mogelijk zijn eventueel aanwezige archeologische en historische waarden aangetast door latere bouw- en sloopwerkzaamheden. 7
Figuur 6: Akkrum, It Achterom: Uitsnede van de Schotanus-Halma Atlas. Het plangebied is met rood aangegeven (frieslandopdekaart.nl).
Figuur 7: Akkrum, It Achterom: Uitsnede van de Atlas van Eekhoff uit 1849. Het plangebied is met rood aangegeven (frieslandopdekaart.nl).
8
Figuur 8: Akkrum, It Achterom: Uitsneden van historische topografische kaarten uit 1930, 1970, 1988 en 2000. Het plangebied is blauw of rood omlijnd (topotijdreis.nl).
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Gezien de ligging op een een terp geld voor het noordelijk deel van het plangebied een zeer hoge verwachting voor archeologische waarden vanaf de vroege middeleeuwen. Archeologische indicatoren hiervoor kunnen onder andere bestaan uit ophogingspakketten, grondsporen, funderingsresten, aardewerk, houtskool en botresten. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de eventuele (dempings)vulling van een sloot of gracht. Hierin kunnen organische en anorganische resten bewaard zijn gebleven die een belangrijke informatiebron zijn over de bewoning op de binnen de grachten gelegen terp. Ook in het zuidelijk deel van het plangebied kunnen nog terplagen worden verwacht. Niet alleen van de dorpsterp van Akkrum van ook van eventuele losse huisterpen. Archeologische indicatoren hiervan zijn hetzelfde als voor het noordelijk deel.
9
Tabel 3: Akkrum, It Achterom: Specificatie archeologische verwachting. datering:
middeleeuwen – nieuwe tijd
complextype:
terpen en/of grachtvulling
omvang:
enkele tientallen meters in diameter
diepteligging:
vanaf het maaiveld
gaafheid en conservering:
conservering van organische vulling mogelijk
locatie:
noordelijk deel en mogelijk zuidelijk deel
uiterlijke kenmerken:
bewoningslaag, aardewerk, houtskool, botresten, organische resten e.d.
mogelijke verstoringen:
bouw en sloop van latere gebouwen
2.6 Mogelijke verstoringen (KNA 4.:1 LS02) De bouw en sloop van eerdere bebouwing kan grote delen van het plangebied hebben verstoord. Uit informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) blijkt dat er een grote hoeveelheid kabels en leidingen door voornamelijk het noordelijk deel van het plangebied loopt (KLIC-nummer 19G406408). De graafwerkzaamheden die hiermee gepaard zijn gegaan hebben al enige bodemverstoring veroorzaakt.
10
3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het waarderend en karterend veldonderzoek is uitgevoerd op 13 augustus 2019. Er zijn twaalf boringen gezet (voor de ligging zie Figuur 10). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor van zeven centimeter diameter. Vanaf ongeveer een meter diepte is geboord met een guts van twee centimeter diameter. De boringen zijn gezet tot een maximale diepte van 200 centimeter beneden maaiveld, met één boring tot 300 centimeter onder maaiveld (boring 5). De opgeboorde monsters zijn beschreven en onderzocht door ze laagsgewijs af te snijden in de boorkop en de guts. Op deze wijze is bepaald in welke mate de bodem intact is en wat de kans is op archeologische lagen en/of grondsporen. De boringen zijn zo gelijk mogelijk verspreid over het terrein. In het noordelijk deel (AMK-terrein dorpskern van Akkrum) zijn vijf boringen gezet, hierdoor is op dit deelgebied van 0,3 hectare een boordichtheid bereikt van 17 boringen per hectare. De ligging van de boringen in het noordelijk deel van het plangebied was sterk afhankelijk van de grote hoeveelheid kabels en leidingen en de aanwezige bestrating. Onder de klinkerbestrating was een harde cement of asfaltlaag aanwezig waar niet met de hand door geboord kon worden. Hierdoor kon alleen in de kleine plantsoenen worden geboord (Figuur 9).
Het was daarom niet mogelijk om een boorraai vanaf het midden van de terp te zetten. Ook was het niet geheel mogelijk de norm van 20 boringen per hectare te halen voor waarderend onderzoek. Boringen 6 en 7 zijn echter op de rand tegen het AMK-terrein geplaatst. In het zuidelijk deel zijn zeven boringen gezet, hierdoor is op dit deelgebied van 0,5 hectare een boordichtheid van 14 boringen per hectare bereikt (karterend booronderzoek). De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard boorbeschrijvingsmethode (ASB). De RD-coördinaten en NAP-hoogtes zijn bepaald met behulp van de RTK-GPS. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in Appendix III en IV in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Een veldkartering is in het plangebied niet uitgevoerd vanwege slechte vondstzichtbaarheid door bestrating, beplanting en gras.
Figuur 9: Akkrum, It Achterom: Foto van boring 2 in noordoostelijke richting. 11
Figuur 10: Akkrum, It Achterom: Boorpuntenkaart en de kabels en leidingen volgens de KLIC.
12
3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Boringen 1 t/m 4 en boringen 6 en 7 moesten worden gestaakt vanwege ondoordringbaar materiaal of de guts liep leeg door grondwater. Boring 1 werd op 20 centimeter onder maaiveld al gestaakt, de overige boringen tussen de 100 en 145 centimeter onder maaiveld (tussen -49 en -92 NAP). Bij alle boringen zijn meerdere pogingen ondernomen om de boring te zetten. De opgeboorde lagen van bovenstaande boringen bestonden uit matig siltig donkerbruin tot bruingrijs zand met daarin baksteenpuin, mortel, plastic en grind. In alle gevallen was deze grond recent opgebracht en vergraven. Boring 5 in het noordelijk deel van het plangebied was tevens verstoord tot 100 centimeter onder maaiveld (-54 NAP). Daaronder was een duidelijke terplaag aanwezig. Deze bestond uit sterk zandige, humeuze klei, donker bruingrijs van kleur. Hierin waren diverse archeologische indicatoren aanwezig: aardewerkscherven, baksteenpuin, glas, pijpaarde en onverbrand bot (Figuur 11; Tabel 4). De vondsten dateren van de nieuwe tijd A tot de nieuwe tijd B. Hieronder was nog een terplaag aanwezig tot 155 centimeter onder maaiveld (-109 NAP), bestaande uit matig zandige grijze klei met enkele spikkels baksteenpuin. Vanaf 155 centimeter is in boring 5 een opeenvolging van natuurlijke lagen waargenomen.
Tot 170 centimeter onder maaiveld was een laag zwak zandige bruingrijze klei aanwezig met veenbrokken. Mogelijk is deze laag ligt verrommeld door antropogene invloeden bij opwerping van de terp. Daaronder was tot 210 centimeter onder maaiveld een zwak zandige bruingrijze kleilaag aanwezig met plantenresten, zandlagen en enkele veenbrokken. Tot 250 centimeter is een sterk kleiige veenlaag waargenomen met plantenresten. Tot 270 was een uiterst siltige grijze kleilaag aanwezig met plantenresten, humusvlekken en enkele fragmenten riet. Onderin de boor werd tenslotte donkerbruin rietveen aangetroffen.
Figuur 11: Akkrum, It Achterom: Foto van het vondstmateriaal uit boring 5, 100 tot 140 centimeter onder maaiveld.
13
Tabel 4: Akkrum, It Achterom: Vondsttabel. Er wordt voorgesteld alle vondsten te selecteren voor deponering (bij het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis). nummer
boring
diepte
coördinaten
betreft
datering
vondst 1
boring 5
100-140 cm 185.132 / 562.520 9 scherven aardewerk, 5 nieuwe tijd A tot scherven pijpaarde (waarvan 3 nieuwe tijd B pijpensteeltjes), 2 scherven vensterglas, 1 fragment onverbrand bot.
Boring 8 in het zuidelijk deel van het plangebied laat een verstoorde bovenlaag zien tot circa 120 centimeter onder maaiveld (-104 NAP). Deze bestaat uit meerdere lagen opgebracht zand, vermengd met baksteenpuin en grind. Vanaf 120 centimeter was een natuurlijke zwak zandige blauwgrijze klei aanwezig met zandlagen, typisch voor een vlakte van getijafzettingen. Vanaf 150 centimeter onder maaiveld was een grijze uiterst siltige klei aanwezig met een lichte humus bijmenging. Hierin waren plantenresten en humusvlekken aanwezig. Vanaf 190 was een matig humeuze, uiterst siltige klei aanwezig, grijsbruin van kleur. Boringen 9, 11 en 12 zijn ongeveer gelijk. Hier was een laag recent opgebracht en vergraven zand aanwezig van respectievelijk 35, 60 en 40 centimeter dikte. Daaronder was een opeenvolging van natuurlijke lagen aanwezig, kenmerkend voor een getijdegebied, bestaande uit blauwgrijze sterk siltige klei met zandlagen en veenlagen. Bij boring 9 werd op 190 centimeter onder maaiveld (-236 NAP) zand aangetroffen. Mogelijk betreft het de top van het dekzand. Er werd in de top van het zand geen bodemvorming waargenomen. Boring 10 lijkt in alles op boringen 9, 11 en 12, behalve dat onder het opgebrachte zand een blauwgrijze kleilaag aanwezig was die vergraven was. Hierin waren grote donkerbruine humeuze kleibrokken aanwezig en spikkels baksteenpuin.
14
4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) In augustus 2019 is voor plangebied It Achterom in Akkrum, gemeente Heerenveen, provincie Fryslân, een archeologisch booronderzoek, deels waarderende en deels karterende fase uitgevoerd. De aanleiding was de geplande herinrichting van het gebied ten noorden en zuiden van It Achterom en de parkeerplaats. De hiermee gepaarde bodemingrepen kunnen leiden tot aantasting van in ondergrond aanwezige archeologische waarden. In totaal zijn tijdens het onderzoek twaalf boringen geplaatst. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. Hieruit bleek dat er kans is op archeologische waarden vanaf de vroege middeleeuwen, voornamelijk bestaande uit terplagen. In het noordelijk deel van het plangebied (boringen 1 t/m 8) is de bodem verstoord of recent opgebracht tot in ieder geval 70 centimeter onder maaiveld (-49 NAP) in andere boringen tot een nog grotere diepte. In zes boringen kon niet tot onder de verstoorde laag worden doorgeboord vanwege ondoordringbaar materiaal. In boring 5 in het noordelijk deel van het plangebied werden vanaf 100 centimeter onder maaiveld (-54 NAP) terplagen aangetroffen met archeologische indicatoren (aardewerk, glas, bot en baksteen). De vondsten dateren van de nieuwe tijd A tot de nieuwe tijd B.
In het zuidelijk deel van het plangebied bestaat de bovenste 35 tot 60 centimeter uit opgebracht zand. Hieronder zijn natuurlijke klei- en veenlagen aanwezig kenmerkend voor een getijdegebied. In het zuidelijk deel zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Selectie-advies door dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het noordelijk deel van het plangebied, op het AMK-terrein 8070, intacte archeologische waarden aanwezig zijn in de vorm van terplagen met archeologische indicatoren. Deze terplagen kunnen beginnen vanaf 70 centimeter onder maaiveld (47 centimeter onder NAP). In boringen 6 en 7, net buiten het AMK-terrein, kon niet tot onder de verstoorde lagen worden geboord. Hier kunnen ook nog intacte terplagen aanwezig kunnen zijn. Wij adviseren daarom voor het AMK-terrein en een deel rond boringen 6 en 7, geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 40 centimeter onder NAP (Figuur 12, gele zone). Wanneer dit onvermijdelijk is adviseren wij een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Hiervoor is een Programma van Eisen nodig dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Heerenveen. Het veldonderzoek moet worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bedrijf.
Wat betreft het zuidelijk deel achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden klein, op basis van de afwezigheid van relevante archeologische indicatoren. In de bodem zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarom adviseren wij voor dit deel van het plangebied (Figuur 12, groene zone) geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Heerenveen. De gemeente Heerenveen, dhr. G. Haanstra (beleidsadviseur juridische planologie) heeft op 20 augustus 2019 aangeven het selectie-advies over te nemen.
15
Figuur 12: Akkrum, It Achterom: Advieskaart op basis van het booronderzoek.
16
Gebruikte bronnen ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bongers, J.M.G. 2014a. Akkrum Sinnebuorren (Gemeente Heerenveen, Fr.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2014-06/11ZZ. Zuidhorn: De Steekproef bv. Bongers, J.M.G. 2014b. Akkrum Sinnebuorren (Gemeente Heerenveen, Fr.). Een Waarderend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2014-09/02Z. Zuidhorn: De Steekproef bv. Boonstra, M.K., Heeringen, R.M., van & S.J. Nederpelt. Herinrichting jachthaven en recreatieterrein aan de U. Twijnstrawei 31 te Akkrum, gemeente Boarnsterhim. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek. Rapportnummer V816. Amersfoort: Vestigia BV. Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Dijk, D.A. & C. Tulp. 2014. Akkrum Sinnebuorren (Gemeente Heerenveen, Fr.). Waarderend Veldonderzoek Proefsleuven. Steekproefrapport 2014-10/03Z. Zuidhorn: De Steekproef bv. Eekhoff, W. 1851. Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken: Bevattende een Overzigt van de lotgevallen der Friezen en van de voornaamste gebeurtenissen, gedurende bijna tweeduizend jaren in dit land voorgevallen. Uit vele vroegere en latere bronnen bewerkt. Tweede herdruk 1976. Groningen: Foresta.
Fries Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) www.fryslan.frl/home/kaarten_3208/item/archeologischekaart-famke_739.html Haar, L.J., van der & I.N. Kaptein. 2012. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van karterende boringen De Stringen te Akkrum. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2013/25. Heerenveen: Oranjewoud B.V. Jans, J.E.A. 2006. Plangebied Meineslootbrug te Akkrum, gemeente Boarnsterhim; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek. RAAP-NOTITIE 1555. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Kuijl, E.E.A., van der (ed.). 2006. Inventariserend en Waarderend Veldonderzoek, Leechein te Akkrum. Synthegra Archeologie Rapport 176093. Jirnsum: Synthegra Archeologie bv. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4,1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Marinelli, M.G. 2000. Dorpsterp Akkrum, gemeente Boarnsterhim; een archeologisch onderzoek. RAAP-RAPPORT 616. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. Schotanus à Sterringa, B. 1718. Uitbeelding der heerlijkheit Friesland. Leeuwarden: Fançois Halma. Schrijer, E. 2014. Archeologisch bureauonderzoek Oever- en kadeproject It Deel, fase 2B, tussen Akkrum en het Monnikerak, gemeente Heerenveen (FR). MUG-publicatie 2014-97. Leek: MUG Ingenieursbureau b.v. Schrijer, E. 2015.
Archeologisch booronderzoek Oever- en kadeproject It Deel, fase 2B, tussen Akkrum en het Monnikerak, gemeente Heerenveen (FR). MUG-publicatie 2014-122. Leek: MUG Ingenieursbureau b.v. Vos, P. & S. de Vries. 2013. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl
17
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Foto's van het plangebied 3 Bodemkaart 4 Fries Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) 5 Archeologische kaart 6 Schotanus-Halma Atlas 7 Atlas van Eekhoff 8 Topografische kaarten uit 1930, 1970, 1988 en 2000 9 Foto van de locatie van boring 2 10 Boorpuntenkaart 11 Vondstmateriaal uit boring 5 12 Advieskaart
Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden rondom het plangebied 3 Specificatie archeologische verwachting 4 Vondstentabel
18
S150502 1-11-2018
Appendix I: Geplande herinrichting van het plangebied
PO IE SZ 3 7 AK K R U M QUICK-SCAN UPDATE NOVEMBER 2018
A A N G E P A S T S CH E T S P LA N A LW D D. 26- 10- 2018 1:1000
Appendix II: Archeologische periodes
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix III: Boorstaten Akkrum, It Achterom (cm)
(cm)
03 02 50
01
04
05
50
06
07
08
0
0
12 09
10
-50
-50
11
-100
-100
-150
-150
-200
-200
-250
-250
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Appendix IV: Boorbeschrijvingen Akkrum, It Achterom 01 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185111 : 562540 : 46
Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 20 klei matig zandig, donker-bruin-grijs, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: kleibrokken, zandbrokken-ODP
Archeologische indicatoren spoor baksteen
02 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185119 : 562543 : 53
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 145 zand matig siltig, zwak humeus, bruin-grijs, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: zandbrokken - ODP, guts loopt leeg 03 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185134 : 562546 : 59
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 105 zand matig siltig, zwak humeus, bruin-grijs, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: zandbrokken 105 - 140 zand matig siltig, zwak humeus, bruin-grijs, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: zandbrokken, recent tegelfragment - guts loopt leeg 04 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185149 : 562530 : 51
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 100 zand matig siltig, donker-bruin, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: DWO, plastic - ODP, grindbaan 05 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185132 : 562520 : 46
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort Archeologische indicatoren 0 - 70 zand matig siltig, donker-bruin, bouwvoor 70 - 100 zand sterk siltig, donker-bruin-zwart, spoor plantenresten
spoor baksteen weinig baksteen, spoor metaal
1/4
Akkrum, It Achterom Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort Archeologische indicatoren 100 - 140 klei sterk zandig, zwak veel aardewerkfragmenten, spoor baksteen, spoor glas, spoor onverbrand bot humeus, donker-bruin-grijs, 5y3/2, terpaarde, Opm.: terplaag 140 - 155 klei matig zandig, grijs, spoor baksteen 7.5y3/1, terpaarde 155 - 170 klei zwak zandig, bruin-grijs, 5y2/2, Opm.: veenbrokken 170 - 210 klei zwak zandig, bruin-grijs, 5y2/2, spoor plantenresten, zandlagen, Opm.: veenbrokken 210 - 250 veen sterk kleiig, donker-bruin, 7.5y2/2, spoor plantenresten 250 - 270 klei uiterst siltig, grijs, 10y3/1, spoor plantenresten, Opm.: humusvlekken, riet 270 - 300 veen mineraalarm, donker-bruin, rietveen 06
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185157 : 562510 : 14
Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 20 zand matig siltig, zwak humeus, donker-bruin-grijs, opgebrachte grond 20 - 50 zand matig siltig, matig grindig, licht-bruin-grijs, opgebrachte grond, Opm.: zandbrokken, kleibrokken 50 - 70 sterk grindig, opgebrachte grond, Opm.: ODP
Archeologische indicatoren spoor baksteen spoor baksteen
07 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185142 : 562510 : 16
Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 40 zand matig siltig, zwak humeus, donker-bruin-grijs, opgebrachte grond 40 - 70 zand matig siltig, grijs, opgebrachte grond, Opm.: mortellaag - ODP
Archeologische indicatoren spoor baksteen
08 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185151 : 562487 : 16
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 20 zand matig siltig, zwak humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor 20 - 40 zand zwak siltig, grijs, Zand: matig grof, opgebrachte grond 40 - 70 zand matig siltig, bruin-grijs, opgebrachte grond, vergraven, Opm.: kleibrokken, mortel, recent
Archeologische indicatoren
spoor baksteen
2/4
Akkrum, It Achterom Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
70 - 90 klei uiterst siltig, zwak grindig, blauw-grijs, 2.5gy3/1, vergraven 90 - 120 zand matig siltig, grijs, 7.5y5/2, Zand: matig grof, opgebrachte grond 120 - 150 klei zwak zandig, blauw-grijs, 5g4/1, zandlagen 150 - 190 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs, 10y4/1, spoor plantenresten, Opm.: humusvlekken 190 - 200 klei uiterst siltig, matig humeus, grijs-bruin, 7.5y2/2
Archeologische indicatoren spoor baksteen
09 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185138 : 562464 : -46
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 35 zand matig siltig, licht-grijs, Zand: matig grof, opgebrachte grond, vergraven 35 - 120 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5g4/1, spoor plantenresten, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal 120 - 145 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5g4/1, zandlagen, basis scherp, Opm.: humusvlekken 145 - 190 veen mineraalarm, donker-bruin 190 - 200 zand zwak siltig, bruin, 10yr2/2, Zand: matig fijn, Opm.: geen bodemvorming 10 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185172 : 562470 : -47
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 30 zand zwak siltig, licht-grijs, Zand: matig grof, opgebrachte grond 30 - 135 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5gy4/1, spoor plantenresten, Opm.: veenbrokken, donkerbruine brokken 135 - 160 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5gy4/1, Opm.: humusvlekken 160 - 185 veen mineraalarm, donker-bruin, 10yr3/2 185 - 200 klei sterk siltig, blauw-grijs, 5g4/1, matig stevig, Opm.: humusvlekken
Archeologische indicatoren spoor baksteen
11 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185190 : 562433 : -64
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 60 zand zwak siltig, licht-grijs, opgebrachte grond, Opm.: kleibrokken 60 - 125 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5g4/1, spoor roestvlekken, spoor mangaanconcreties 125 - 145 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5g4/1, zandlagen 145 - 200 veen mineraalarm, donker-bruin, 10yr3/2
Archeologische indicatoren spoor baksteen
12 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 185162 : 562438 : -36
Lithologie
3/4
Akkrum, It Achterom Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 40 zand zwak siltig, licht-grijs, bouwvoor, opgebrachte grond
40 - 60 klei uiterst siltig, bruin-grijs, opgebrachte grond, Opm.: zandbrokken 60 - 70 zand zwak siltig, licht-grijs, opgebrachte grond, Opm.: bouwzand 70 - 140 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5gy4/1, Opm.: humusvlekken 140 - 180 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5gy4/1, zandlagen, Opm.: humusvlekken 180 - 200 veen mineraalarm, Opm.: erosieve top
Archeologische indicatoren spoor baksteen
spoor baksteen
4/4
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
98
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Bijlage 3 Aandachtspunten Archeologie
99
Aandachtspunten archeologie Project:
Nieuwbouw Poiesz Akkrum
Project nr:
S150502
Fase:
Voorlopig ontwerp
Datum: Bestand
29-04-2020 M:\Data_Sneek (Team Folder)\11_Projecten Poiesz\S150502 - Poiesz 37 Akkrum\000 Project doc\S150502 Aandachtspunten archeologie 20200424.docx
Uitkomst Archeologisch onderzoek de Steekproef, rapportage d.d. 03-08-2019 : - Zuidelijk deel kleur groen is vrijgegeven. - Noordelijk deel kleur geel is vrij tot 40 cm onder NAP of 70 cm onder maaiveld.
In onderstaande afbeelding is het te slopen deel en de nieuwbouw te zien zoals die nu bepaald is.
Pag. 1 / 4
1
Sloop.
T.a.v. het slopen van een deel van het bestaande pand is van voor het bouwdeel uit 1999 bekend dat de betonnen funderingsbalken tot 755- Peil zijn aangebracht. Om de balken zit een PS kist van ca. 100 mm dik en het is aan te nemen dat er nog een aangebrachte zandlaag van 100 mm onder deze opbouw zit. Voor de hoogte van het maaiveld t.o.v. het NAP kan uitgegaan worden dat het maaiveld (MV) 50 mm onder het Peil zit. Dit opgeteld (excl zand, dit laten we zitten) kom je op een diepte van ca. 800 mm – MV voor de te slopen bestaande funderingsbalken. Deze balken gaan dus door de laag heen die het archeologisch rapport aangeeft. Gezien dat voor het maken van de balken de grond onder maar vooral naast de funderingsbalken geroerd is (door de bak van de graafmachine) stellen we voor om deze balken uit de grond te trekken en zand/grond onder de 700 mm maaiveld verder onberoerd te laten. Voor het onbekende bouwdeel is de verwachting dat de fundering ook iets onder de 700 mm vanaf het maaiveld zit. Hiervoor willen we ook de fundering vanaf boven verwijderen en grond onder de 700 mm maaiveld verder onberoerd te laten. Het kan zijn dat het bevoegd gezag vindt dat deze sloopwerkzaamheden onder de 700 mm –MV onder archeologische begeleiding moeten plaats vinden. Daarom leggen dit beschreven voorstel t.a.v. deze kleine afwijking voor aan de Steekproef. ACTIE WTAA
Poiesz Akkrum
Project nr. S150502
Pag. 2 / 4
2 Funderingspalen. Voor de nieuwbouw van de Vlijtige Lies en uitbreiding van de de Hubo zullen hoogst waarschijnlijk funderingspalen aangebracht moeten worden. (onder het bestaande pand zitten palen tot ca. 14 m –NAP) De steekproef verwijst voor de toepassing van funderingspalen naar een handreiking Archeologievriendelijk bouw van de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed (RCE). De belangrijkste punten hieruit zijn volgens ons: - Vrijgestelde oppervlakte door funderingspalen/heien 2%. - Afstand tussen de palen(rijen) gerekend van rand tot rand minimaal 4 meter. - Bij voorkeur grond vervangende palen, bijvoorbeeld reversibele schroefpalen (geen schroefpalen en groutinjectiepalen). De nieuwbouw en de uitbreiding zo licht mogelijk te bouwen zou een positieve bijdragen hebben op het aantal en oppervlakte van funderingspalen. Verder kunnen wellicht een aantal bestaande palen bij de uitbreiding van Hubo hergebruikt worden. TZT ACTIE WTAA 3 Hoogte nieuwe funderingsbalken. We stellen voor om de nieuwe funderingsbalken en grondwerk boven de 700 mm – MV te houden waardoor er geen archeologische proefsleuven nodig zijn en archeologische begeleiding nodig is. Om dit te kunnen realiseren, zal zoals onder punt 2 al was aangeven gekozen, moeten we voor een lichte bouwmethode kiezen.
Daarnaast moet onderzocht worden hoe optimaal mogelijk we de opbouw van de vloer met funderingsbalken kunnen maken. De funderingsbalken zullen bijvoorbeeld breder worden. E.e.a. dient als uitgangspunt voor de constructeur. TZT ACTIE WTAA 4 Bouwvlak deels buiten huidige rapportage. De verdere uitwerking van het ontwerp Hubo en Vlijtige Lies heeft geleidt dat het bouwvlak deels buiten het huidige archeologische rapportage valt. (zie verschil hieronder) Hiervoor is nader afstemming geweest met de Steekproef met als resultaat dat voor deze kleine stukjes het zelfde advies geldt, tot 700- MV is vrijgesteld.
Poiesz Akkrum
Project nr. S150502
Pag. 3 / 4