bijlage 1 Bestemmingsplan Poiesz en omgeving in Akkrum
Tekst van het document
Bes te mm in gspl an P oies z e n om ge vin g - Akkru m
ON TWERP
Bes te mm in gspl an P oies z e n om ge vin g - Akkru m
ON TWERP
Inhoud
Toelichting + bijlagen Regels Verbeelding
1 oktober 2020 Projectnummer 553.17.51.00.00
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van plangebied 1.3 Doelstelling 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planvoornemen 2.3 Markttechnische onderbouwing
9 9 10 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 18 19
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Hinder van bedrijvigheid 4.7 Geluidhinder 4.8 Water 4.9 Overig
21 21 25 26 28 28 29 31 33 35
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Overige aspecten 5.4 Bestemmingsplanprocedure
39 39 39 41 42
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43 43 44
Bijlagen bij de toelichting
45
Bijlage 1
DPO onderzoek
47
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
63
Bijlage 3
Aandachtspunten Archeologie
99
Bijlage 4
Bodemonderzoek
105
Bijlage 5
Ecologische inventarisatie
165
Bijlage 6
Nader ecologisch onderzoek
175
Bijlage 7
Aeriusberekening
181
3
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
209
Bijlage 9
Wateradvies
277
Bijlage 10
Antwoordnota inspraak
283
Bijlage 11
Vooroverlegreactie Provincie Fryslân
299
Regels
303
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
305 305 309
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Centrum Gemengd Groen Verkeer Verkeer - Parkeren Waarde - Archeologie
311 311 313 315 317 319 321
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
323 323 325 327 329
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
331 331 333
Bijlage bij de regels
335
Bijlage 1
336
Staat van Bedrijven
4
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Toelichting
5
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
6
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De aanleiding voor dit bestemmingsplan betreft het voornemen voor de verplaatsing van de Poiesz supermarkt, de bloemist Vlijtige Lies en de uitbreiding van de bouwmarkt Hubo aan de Kleef te Akkrum, gemeente Heerenveen. Reden voor de verplaatsing van de supermarkt betreft de introductie van de nieuwe winkelformule van Poiesz om in te spelen op de veranderende vraag van de consument. Om het klantenbestand op peil te houden moet de winkel worden opgewaardeerd. Op de huidige locatie is geen mogelijkheid voor uitbreiding van het winkelpand. Door de verplaatsing van de supermarkt ontstaat ruimte voor de bouwmarkt om, in met name magazijnoppervlakte, uit te breiden. Daarnaast ontstaat door de verplaatsing ruimte voor een nieuw vrijstaand winkelpand voor de bloemist. In voorliggend bestemmingsplan is de verplaatsing van de supermarkt en bloemist en uitbreiding van de bouwmarkt uitgewerkt. Ten zuiden van de huidige locatie is het nieuwe winkelpand voor de supermarkt beoogd. Het gaat hier om een locatie in het centrum van Akkrum dat in de huidige situatie in gebruik is als paardenweide. Het voormalige winkelpand wordt deels ingevuld door de naburige Hubo, het overige deel wordt gesloopt. De bloemist die ook in de 'oude' bebouwing gevestigd was, wordt verplaatst en krijgt een nieuw pand. Tenslotte wordt het parkeerterrein vergroot en opnieuw ingericht.
1.2
Ligging van plangebied
Het plangebied is gelegen aan Kleef 2 in het centrum van Akkrum. Het betreft de kadastrale percelen 3537, 2960, 2630, 2370, 4033, 4030, 2196 sectie G en deels 2638 en 3547 sectie B van de kadastrale gemeente AKM02, gemeente Heerenveen. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer.
Figuur 1. Weergave ligging plangebied
7
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Het plangebied is ingesloten door de winkels en woningen aan de Mounedyk aan de westzijde, de Kleef aan de noord- en oostzijde en de woningen aan de Feansterdyk en Ulbe Twijnstrawei aan de oost- en zuidzijde.
1.3
Doelstelling
Strijdigheid met geldend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan Akkrum-Nes, zoals vastgesteld op 24 november 2009, van kracht. In dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van de huidige supermarktbebouwing bestemd als 'Centrum' inclusief bouwvlak. Het parkeerterrein is voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De gronden waar de nieuwe supermarktbebouwing is beoogd zijn voorzien van een bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch'. Daarnaast ligt op een deel van de gronden een dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied'. Binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Wonen' is het gebruik en de bouw van een supermarkt niet mogelijk.
Figuur 2. Weergave geldend bestemmingsplan 'Akkrum-Nes' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Voor het voornemen ontbreken daarmee de juiste juridisch-planologische mogelijkheden om tot realisatie van de supermarkt en herinrichting van het terrein te komen.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 nader op het plan ingegaan. Relevant overheidsbeleid is daaropvolgend in hoofdstuk 3 uiteengezet. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 4. Tot slot is in hoofdstuk 5 de juridische vormgeving van het plan beschreven en is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
8
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied is in de bestaande situatie ingericht als centrumgebied. In een groot pand aan de Kleef en Buorren bevinden zich zowel de supermarkt Poiesz (circa 1.350 m2 bvo), bouwmarkt Hubo (circa 450 m2 bvo) als bloemenzaak 'De Vlijtige Lies' (circa 123 m2 bvo). Achter dit pand aan It Achterom is een groot parkeerterrein ingericht. Aan de Kleef en Buorren bevinden zich verder diverse andere detailhandelszaken. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een grote paardenweide omsloten door de achtertuinen van de huizen aan de Feansterdyk en Mounedyk. Navolgende figuur geeft een impressie van de bestaande situatie in het plangebied.
Figuur 3. Huidige situatie plangebied (bron: Wijbenga Ttromp Architecten, 2020)
Figuur 4. Weergave plangebied gezien vanaf de Buorren (bron: GoogleStreetview, 2020)
9
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Figuur 5. Weergave plangebied gezien vanaf de Kleef richting It Achterom (bron: GoogleStreetview, 2020)
Figuur 6. Weergave plangebied gezien vanaf de Mounedyk (bron: GoogleStreetview, 2020)
Figuur 7. Weergave plangebied gezien vanaf It Achterom richting grasland zuidzijde (bron: GoogleStreetview, 2020)
2.2
Planvoornemen
Het planvoornemen bestaat uit herinrichting van het gebied tussen de Buorren, Kleef, en Mounedyk, het parkeerterrein aan It Achterom en het gebied achter de woningen aan de Feansterdyk en Moundeyk in Akkrum.
10
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Een deel van de bestaande bebouwing, waarin nu de Poiesz, Hubo en Vlijtige Lies gevestigd zijn, wordt gesloopt. Het gaat om circa 673 m2 brutovloeroppervlakte dat gesloopt wordt. De resterende bebouwing wordt bij de vloeroppervlakte van bouwmarkt Hubo betrokken. De bouwmarkt krijgt daarmee een nieuwe brutovloeroppervlakte van circa 1.250 m2 . Op de hoek van de Kleef en It Achterom wordt een nieuwe bloemenwinkel gerealiseerd van circa 163 m2 brutovloeroppervlakte. Aan de zuidzijde van het plangebied, ingeklemd tussen de omliggende woningen wordt een nieuw supermarktgebouw van circa 1.570 m2 brutovloeroppervlakte gerealiseerd. Tenslotte wordt het bestaande parkeerterrein aan It Achterom opnieuw ingericht en voorzien van voldoende parkeerplaatsen. Navolgende figuren geven een impressie van de toekomstige situatie.
Figuur 8. Weergave nieuwe situatie plangebied (bron: Wijbenga Tromp Architecten, 2020)
Figuur 9. Weergave nieuwe situatie plangebied (Wijbenga Tromp Architecten, 2020)
Laden en lossen In de toekomstige situatie vindt het laden en lossen plaats aan de westzijde van de nieuwe supermarkt. De vrachtwagens worden inpandig gelost. Dagelijks vindt op verschillende momenten bevoorrading van de supermarkt plaats. De vrachtwagen arriveren via It Achterom en rijden achteruit naar de deuropening van
11
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
de laad- en losruimte. Bij vertrek rijden de vrachtwagens via dezelfde route terug. De vrachtwagenmotoren en de eventueel aanwezige transportkoeling worden tijdens het laden en lossen uitgezet. Het aantal vrachtwagens (inclusief aanvoer van brood/bakkerijproducten) ten behoeve van de bevoorrading bedraagt onder representatieve omstandigheden drie per dag in de uren gelegen tussen 07.00u en 19.00 uur. In het kader van de bedrijfsvoering is het wenselijk dat brood- en bakkerijproducten eventueel ook voor 06.00 uur worden aangevoerd. De effectieve laad- en losduur bedragen ongeveer 30 minuten per vrachtof bestelwagen. Bevoorrading van de Vlijtige Lies vindt in de huidige situatie plaats via de Buorren. Dit gebeurt met een eigen bus van de bloemist. In de nieuwe situatie zal de bevoorrading met dezelfde frequentie plaatsvinden, alleen dan niet langer via de Buorren maar via It Achterom. De Hubo wordt in de huidige situatie dagelijks door meerdere bezorgers met busjes en één vrachtwagen bevoorraad via de entreedeuren ter plaatse van It Achterom. In de nieuwe situatie zal dit op dezelfde wijze plaatsvinden alleen zal deze laden en lossen met een verhoogde capaciteit. Dit zal wederom via de betreffende dubbele deuren aan It Achterom plaatsvinden.
Openingstijden De gebruikelijke openingstijden van de supermarkt zijn op maandag t/m woensdag van 08.00 tot 20.00 uur. Op donderdag en vrijdag is de winkel een uur langer, tot 21.00 uur, geopend. Op zaterdag is de winkel van 08.00 tot 20.00 uur geopend en op zondag is de winkel geopend van 12.00 tot 18.00 uur. De Vlijtige Lies en de Hubo zijn op maandag t/m donderdag geopend van 08.30 tot 18.00 uur. Op vrijdag zijn ze geopend van 08.30 tot 20.00 uur en op zaterdag van 08.30 tot 17.00 uur. Zowel de Vlijtige Lies als de Hubo is op zondag gesloten. De openingstijden van de winkels blijven met het planvoornemen ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie.
2.3
Markttechnische onderbouwing
Supermarkt Het planvoornemen voor de verplaatsing van de supermarkt in Akkrum is ingegeven door de vernieuwde bedrijfsfilosofie van het supermarktbedrijf in reactie op veranderende behoeften van de consument. De volgende onderwerpen kunnen vanuit deze context puntsgewijs nader worden belicht: 1. 2.
3.
4.
De huidige Poiesz supermarkt is ruim 930 m2 wvo. Gewenst is om een nieuwe toekomstbestendige Poiesz supermarkt te realiseren in Akkrum van circa 1.130 m2 wvo. Allereerst is het van belang dat een fullservice supermarkt in een kleine kern of buurtcentrum geen of in ieder geval zo weinig mogelijk aanleiding geeft op basis waarvan de consument zou kunnen besluiten elders te gaan winkelen. Om mee te kunnen blijven spelen in de sterk concurrerende markt van de levensmiddelen, moet een supermarktvoorziening worden geboden die op alle fronten voldoet aan de wensen en eisen van de hedendaagse en toekomstige consument. Met de realisatie van de beoogde nieuw te bouwen supermarkt in Akkrum wordt hieraan voldaan. Meer specifiek is het belangrijk om bijvoorbeeld voldoende 'verkeersruimte' in de winkel te kunnen bieden op basis waarvan de consument zich vrijelijk en zonder belemmeringen kan bewegen. De gangpaden moeten niet te smal zijn, de ruimte voor en achter de kassa's moeten de diverse verkeersstromen gemakkelijk aankunnen en daar waar een consument doorgaans even stil staat om een keuze te maken, moet het mogelijk zijn om te passeren en de consument ongestoord haar winkelroute te kunnen laten volbrengen. In de vernieuwde supermarkt is hiervoor in alle gevallen ruimte ingeruimd.
Daar waar een consument behoefte heeft aan een efficiënte en effectief ingerichte supermarkt qua verkeersruimte, heeft een medewerker behoefte aan effectief en efficiënt ingerichte voorbewerkingsruimten. Binnen de formule van Poiesz wordt er nog relatief veel op de plaats van verkoop geproduceerd c.q. bewerkt en in dat kader is een substantieel deel van het wvo nodig voor de voorbewerkingsruimten. Met de nieuwbouw kan aan de vereisten vanuit de medewerkers worden voldaan.
12
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
5.
De levensmiddelenmarkt is onophoudelijk in beweging en het fenomeen 'blurring' (branchevervaging) is allang niet meer weg te denken uit de hedendaagse markt. Zo bestaat de vernieuwde 'Puur Poiesz'-formule allang niet meer uit enkel het traditionele supermarktassortiment maar wordt er ook veel gedaan aan het creëren van nieuwe markten en het verkopen van een ander assortiment producten. 6. Door de ontwikkelingen op het gebied van online winkelen en 'omni-channel' (het bedienen van de consument via meerdere kanalen) is ook Poiesz genoodzaakt om de winkels geschikt te maken voor deze tak van sport. In de nieuwe formule is een 'pick-up point'/afhaalpunt voorzien in de supermarkt waarbij er middels 'storepicking' (het verzamelen van een online bestelling in de winkel) sprake is van extra activiteiten. Hiervoor is ook extra opslagcapaciteit nodig, zowel gekoeld als ongekoeld. In de vernieuwde supermarkt worden deze elementen en componenten allemaal ingepast. 7. Een consument wil, mede door de voornoemde ontwikkelingen op het gebied van online en omnichannel, op brede schaal worden gefaciliteerd maar daarnaast nadrukkelijk worden geïnspireerd. In de vernieuwde formule van Poiesz wordt op meerdere plaatsen de klanten geïnspireerd. Het doel hiervan is de consument verrassen en inspireren om nieuwe recepten uit te proberen en nieuwe combinaties te maken. 8.
Ook op het gebied van communicatie en techniek is de behoefte van de hedendaagse consument sterk in ontwikkeling. Op communicatief vlak wordt de consument in de vernieuwde winkelformule middels traditionele communicatie alsmede de digitale varianten optimaal geïnformeerd en geprikkeld. Daar waar het gaat om de techniek wordt de consument van de mogelijkheid voorzien om gebruik te maken van zelfscanning. Hiervoor zijn aparte 'checkouts' (betaalkassa's) ontwikkeld en uiteraard is er ruimte ingeruimd voor de stalling van de zelfscanners en de stalling van de speciale winkelwagens die voor dit doel zijn ontwikkeld. 9. Het sociale aspect is ook een belangrijk onderdeel binnen het formulebeleid van Poiesz supermarkten. Dit was altijd al zo, maar in de vernieuwde winkels is er ook in praktische zin meer ruimte voorzien voor het ontmoeten van elkaar en het creëren van een omgeving waar de interactie (zowel onderling als vanuit de bedrijfsleider of de medewerkers met de consument) plaats kan vinden. Concreet is de koffiehoek met stamtafel een belangrijk ijkpunt in de vernieuwde formule en uiteraard heeft dit weer ruimtebeslag tot gevolg. 10. Binnen het bedrijf is service een van de 'unique selling points'. Poiesz onderscheidt zich op het gebied van klantgerichtheid en klantvriendelijkheid. Op meerdere fronten krijgen service en dienstverlening bovengemiddeld veel aandacht.
Het servicepunt heeft een prominente plaats in de winkel en wordt continu bemand om de consument ten dienste te zijn. De service vertaalt zich verder in activiteiten zoals een stomerijservice en een PostNL pakketservice waarmee de consument op haar wenken wordt bediend. De winkeltrip wordt daarmee voller en interessanter waarmee ook de toevoeging van meer branchevreemde activiteiten belangrijk zijn voor de continuïteit van het bedrijf. Ook in Akkrum is met de vernieuwde supermarkt een verdere groei van deze activiteiten voorzien. 11. Voor het dorp Akkrum is het toerisme een belangrijke bron van inkomsten. Zo ook voor de Poiesz supermarkt in het dorp. Tijdens het voorjaar komt deze stroom op gang, die gedurende de hele zomer voort blijft duren. Met de grote stroom toeristen neemt de druk op de winkelvloer toe. De toekomstbestendige nieuwe supermarkt kan hierin helpen door te voorzien in voldoende aanbod van producten en voldoende verkeersruimte. 12. Tot slot wil Poiesz ook op het gebied van duurzaamheid voldoen aan de marktnorm waarbij dit onder meer wordt doorvertaald in een beperkte retourette waarin niet alleen sprake is van de inname van lege flessen maar tevens ook het inzamelen van batterijen, lampen en vetten.
Omdat de consument zo snel mogelijk de winkelwagen volledig beschikbaar wil hebben voor de producten, wordt de emballageafdeling aan het begin van de winkel gesitueerd waardoor er derhalve meer ruimtebeslag optreedt. Daarnaast wordt de nieuwe supermarkt in Akkrum gasloos gebouwd en wordt het dak voorzien van zonnepanelen. Bouwmarkt De aanwezige bouwmarkt is de wens voor het vergroten van het huidige winkelpand ontstaan vanwege het belang voor het mogelijk maken van de nieuwe formule van de winkel en de mogelijkheid voor een groter magazijnoppervlakte. In de huidige situatie maakt de bouwmarkt gebruik van een separate magazijnlocatie
13
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
op een industrieterrein. Door de winkel en magazijnruimte aan de Kleef te vergroten vervalt de noodzaak voor een separate magazijnruimte. Met de uitbreiding van de locatie aan de Kleef ontstaat niet meer vloeroppervlakte aan bedrijfsbebouwing maar worden beide locaties samengevoegd. Hiermee komt het huidige magazijn op het industrieterrein van Akkrum te vervallen. Bloemist De bloemist maakt in de huidige situatie, naast het winkelpand, gebruik van een buitenopslag voor de uitstalling en opslag van materialen. Deze ruimte is in de huidige vierkante meter berekening niet meegenomen omdat deze niet formeel is vastgelegd. In het nieuwe ontwerp voor het winkelpand van de bloemist is deze uitstalling- en opslagruimte wel in het aantal vierkante meters vloeroppervlakte meegenomen. Ook heeft de vergroting betrekking op onder andere de toekomstbestendigheid. Dit uit zich door het creëren van ruimere looppaden.
14
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het Kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13 met betrekking tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is deze ladder als motiveringseis in artikel 3.1.6, tweede en derde lid van het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. De Ladder is als instrument waarmee vraag en aanbod van stedelijke functies goed op elkaar afgestemd worden.
De tekst over de ladder luidt als volgt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. Onderzocht moet worden of er wel behoefte is aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Herstructurering en verbetering van bestaande terreinen dan wel transformatie van bestaande gebouwen heeft de voorkeur boven het ontwikkelen van nieuwe terreinen en gebouwen. Als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De eerste afweging in de toetsing is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Hieruit blijkt dat niet iedere ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren.
Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving en de bestemde situatie in het geldende bestemmingsplan (juridisch-planologisch ruimtebeslag). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
15
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Voor stedelijke ontwikkelingen zijn geen harde ondergrenzen opgenomen. Op basis van jurisprudentie ligt de ondergrens voor een winkelfunctie 'in principe' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. TOETSING Met het planvoornemen wordt een nieuwe supermarkt mogelijk gemaakt. Het gaat om nieuwbouw op een voormalige paardenweide. De huidige bebouwing wordt deels gesloopt en blijft deels in gebruik voor detailhandel. Daarnaast wordt met het planvoornemen de uitbreiding van een bouwmarkt en de verplaatsing van en bloemist mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is circa 1.923 m2 brutovloeroppervlakte winkelruimte aanwezig. Circa 673 m2 brutovloeroppervlakte van de bebouwing wordt gesloopt. Hiermee blijft circa 1.250 m2 brutovloeroppervlakte beschikbaar voor de aanwezige bouwmarkt. De bouwmarkt krijgt hiermee 800 m2 brutovloeroppervlakte extra ten opzichte van de huidige situatie. De bloemist wordt uit de bestaande bebouwing geplaatst en krijgt een nieuw pand van circa 163 m2 brutovloeroppervlakte. De bloemist krijgt hiermee circa 40 m2 brutovloeroppervlakte extra ten opzichte van de huidige situatie. De supermarkt krijgt tenslotte een nieuw pand van circa 1.570 m2 brutovloeroppervlakte. De genoemde oppervlakten worden planologisch vastgelegd. In het geldende bestemmingsplan 'Akkrum-Nes' zijn de gronden bestemd als 'Centrum', 'Verkeer', 'Wonen' en 'Agrarisch'.
De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de bouwvlakken in de centrum- en de woonbestemming. Het gaat hier om een bouwvlak van circa 1.923 m2 bvo (centrum) en een bouwvlak van circa 700 m2 (wonen). Voor beide bouwvlakken geldt geen maximumbebouwingspercentage. Het planologisch ruimtebeslag in de huidige situatie beslaat hiermee circa 2.623 m2 . In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als 'Centrum', 'Gemengd', 'Groen', 'Verkeer' en 'Verkeer - Parkeren'. Binnen de bestemmingen 'Centrum' en 'Gemengd' zijn bouwmogelijkheden opgenomen. De totale oppervlakte wordt beperkt tot het planvoornemen met circa 2.983 m2 . Met het planvoornemen wordt circa 360 m2 brutovloeroppervlakte extra mogelijk gemaakt. Met het planvoornemen is daarmee zowel in de feitelijke situatie als het planologisch ruimtebeslag sprake van extra vloeroppervlakte. De ondergrens van 500 m2, zoals hiervoor genoemd, wordt echter niet overschreden. Met de wijziging van een woon- en agrarische functie naar een detailhandelsfunctie vindt er wel een wezenlijke wijziging in functies plaats. Met die reden kan het planvoornemen wel als stedelijke ontwikkeling worden beschouwd. In navolgende alinea's wordt daarom ingegaan op de behoefte aan de uitbreiding van de detailhandelsfuncties.
Behoefte Nu duidelijk is dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet conform de Ladder aangetoond worden dat er behoefte bestaat aan de stedelijke ontwikkeling. Hiervoor is voor de supermarkt een nadere analyse uitgevoerd door Broekhuis Rijs en partners. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 1. 1. Supermarkt In de rapportage is een analyse opgenomen van de huidige detailhandelsfuncties in Akkrum, het verzorgingsgebied en de uitgebreide supermarkt in de nieuwe situatie. Onderzocht is welke effecten de vergrote supermarkt op omliggende winkelfuncties heeft en of behoefte is aan deze uitbreiding. Uit deze analyse blijkt dat de vraag en het aanbod van winkelfuncties in Akkrum en omgeving in evenwicht zijn. De uitbreiding van de supermarkt brengt geen grote wijzigingen in deze vraag en aanbod met zich mee. Het gaat om een lokaal verzorgende functie. Met name mensen uit Akkrum zelf en inwoners uit de omliggende kleine dorpen maken gebruik van het winkelaanbod in Akkrum. Daarnaast heeft Akkrum te maken met een grote stroom toeristen die vanaf het voorjaar tot en met de (na)zomer in het dorp verblijven en consumeren. Uit de distributieve berekening in het onderzoek blijkt, dat er een duidelijke behoefte aan
16
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
de vergroting en modernisering van de Poiesz supermarkt is. Hieruit blijkt ook dat van enige ontwrichting van de detailhandelstructuur voor supermarkten in de omgeving vanwege het planvoornemen geen sprake zal zijn. De behoefte naar de uitbreiding van de supermarkt is hiermee voldoende aangetoond. 2. Bouwmarkt De bouwmarkt krijgt in de toekomstige situatie circa 800 m2 extra brutovloeroppervlakte. Ook voor doe-het-zelf-zaken geldt dat klanten om een breder en dieper assortiment, meer service in de winkel en meer winkelcomfort vragen. Met de extra vierkante meters die het planvoornemen mogelijk maakt kan het assortiment uitgebreid worden en is er voldoende verkeersruimte in de winkel aanwezig. Hiermee zal niet zo zeer het klantenbestand vergroten, maar zal meer sprake zijn van een hogere gemiddelde besteding per klant. De Hubo is de enige bouwmarkt in Akkrum. De dichtstbijzijnde andere bouwmarkten zijn te vinden in Grou en Heerenveen op respectievelijk ruim 5 km en ruim 10 km afstand. De bouwmarkt in Grou, eveneens een Hubo vestiging, is vergelijkbaar met de vestiging in Akkrum. De bouwmarkten in Heerenveen zijn complementair aan de winkel in Akkrum. Het verzorgingsgebied van de bouwmarkt in Akkrum bestaat daardoor grotendeels uit inwoners van Akkrum zelf en de omliggende kleine dorpen.
Zoals eerder aangegeven is met de uitbreiding geen groter klantenbestand beoogd, maar wordt een hogere gemiddelde besteding verwacht. De uitbreiding in brutovloeroppervlakte zal dan ook niet leiden tot enige ontwrichting in de detailhandelstructuur wat betreft de sector bouwmarkten. Het winkelpand wordt specifiek bestemd waarmee uitwisseling van winkelfuncties niet zondermeer mogelijk is. Hiermee is ook in latere jaren geen sprake van ontwrichting van de detailhandelstructuur van andere detailhandelsectoren. 3. Bloemist De Vlijtige Lies is de enige bloemist in Akkrum en omgeving. De uitbreiding van het aantal vierkante meters winkeloppervlakte biedt ruimte voor een groter assortiment en meer service. Het klantenbestand van de Vlijtige Lies bestaat uit inwoners van Akkrum en omliggende dorpen. Met de uitbreiding wordt niet zo zeer een groter klantenbestand verwacht maar juist een hogere gemiddelde besteding vanwege een groter en veelzijdiger aanbod van producten. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zowel de behoefte van de ondernemers als de behoefte van de klanten. Bestaand stedelijk gebied Naast een beschrijving van de behoefte van het planvoornemen moet ook aandacht besteed worden aan de ligging van het planvoornemen. Een stedelijke ontwikkeling vindt bij voorkeur plaats in het bestaand stedelijk gebied.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Het plangebied is gelegen in het centrum van Akkrum te midden van diverse detailhandel-, maatschappelijkeen woonfuncties, stedelijk groen en diverse voorzieningen. Het plangebied en omgeving kunnen dan ook aangemerkt worden als het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
17
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Streekplan Fryslân 2007
Het Streekplan Fryslân 2007 (vastgesteld op 13-12-2006) geeft de visie van Provinciale Staten op het ruimtelijk beleid van de provincie weer. Het streekplan vormt de basis van het provinciale beleid voor de periode tot 2016. Centraal in het streekplan staat het begrip ruimtelijke kwaliteit. Hiermee bedoelt de provincie dat in ruimtelijke plannen, in ontwerpen en in de uitvoering expliciet gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde worden toegevoegd aan de omgeving. Deze drie waarden waarborgen op de langere termijn een doelmatig gebruik en herkenbaarheid van de ruimte. Het betekent ook een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. De provincie wil deze doelstellingen koppelen aan een krachtige sociaaleconomische ontwikkeling in een leefbare omgeving.
3.2.2
Verordening Romte Fryslân 2014
Op 25-06-2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 door het College van Gedeputeerde Staten van Fryslân vastgesteld. De verordening wordt regelmatig gewijzigd, waarbij de laatste wijziging is vastgesteld op 21 februari 2018. Met de verordening zijn concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als daaraan onvoldoende tegemoet is gekomen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand stedelijk gebied en het begrip landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid voor het realiseren van stedelijke functies. Het plangebied ligt in het bestaande kernwinkelgebied van Akkrum. In artikel 4.4 van de verordening is opgenomen dat een ruimtelijk plan detailhandel buiten het bestaande kernwinkelgebied en het gebied daar direct op aansluitend, slechts kan toestaan indien sprake is van perifere detailhandel. Regels over het bestaand stedelijk gebied zijn niet opgenomen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat in het bestaand stedelijk gebied diverse vormen van detailhandel zijn toegestaan. Het plangebied is gelegen in het centrum van Akkrum en kan beschouwd worden als het bestaande kernwinkelgebied.
Een supermarkt, een bouwmarkt en bloemist op deze locatie is dan ook mogelijk overeenkomstig de regels van de verordening.
3.2.3
Friese Retailaanpak
Door veranderd koopgedrag, krimp en de toenemende populariteit van internetwinkels is er op veel plaatsen in Fryslân leegstand ontstaan en functioneren winkelgebieden minder goed dan voorheen. De uitkomsten van het koopstromenonderzoek in Fryslân (2017) tonen aan dat het veranderende retaillandschap gevolgen heeft voor het functioneren van de Friese winkelgebieden. De conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek zijn voor provincie Fryslân, de Friese gemeenten en VNO-NCW/MKB-Noord aanleiding geweest om de handen ineen te slaan. De samenwerking is bekrachtigd in De Friese Retailaanpak 2018-2020. Deze aanpak richt zich op: Een gezonde retailmarkt met een passend aantal winkelmeters; Versterking van het ondernemerschap; Versterken van de uitstraling, beleving en aantrekkelijkheid van winkelgebieden; Duidelijke profilering van winkelgebieden. Een onderdeel van de Friese Retailaanpak is de Subsidieregeling Friese Retailaanpak. Met deze regeling wordt beoogd om de winkelgebieden in Fryslân meer toekomstbestendig te maken en tevens meer aantrekkelijk voor bezoekers. De provincie heeft hiervoor een subsidieregeling beschikbaar gesteld. In het kader van de regeling kan subsidie worden aangevraagd voor activiteiten in één van de 71 geselecteerde Friese winkelgebieden. In deze winkelgebieden kan subsidie worden verstrekt voor
18
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
activiteiten die betrekking hebben op: Verbetering van de inrichting van de openbare ruimte; Presentatie, promotie of profilering van het winkelgebied; Het vormgeven of verbeteren van samenwerking tussen ondernemingen die fysiek gevestigd zijn in het winkelgebied; Bevordering van deskundigheid bij fysiek in het winkelgebied gevestigde ondernemingen en werknemers op het gebied van ondernemerschap, innovatie, strategie en bedrijfsvoering, via deelname aan een door een externe deskundige aangeboden opleidings-, begeleidings- of adviestraject.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Welstandsnota 2016
De ‘Welstandsnota 2016’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerenveen op 21-12-2015. Bouwplannen worden getoetst aan redelijke eisen van welstand, op grond van de welstandsnota. Het welstandsbeleid is een onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente. Welstand is niet alles bepalend, maar doet mee in het geheel. Het belang van een goede ruimtelijke structuur staat voorop. De vormgeving van bouwplannen draagt hier aan bij. Uitgangspunt voor het welstandsbeleid is 'loslaten waar het kan, sturen waar nodig'. De welstandsnota bevat een gebiedenkaart. Gebieden zijn zodanig begrensd, dat er sprake is van een bepaalde mate van ruimtelijke samenhang, en daarmee een bepaald eigen karakter, vaak samenhangend met ontstaan, functie en ligging van een gebied. De gebiedenkaart verbeeldt de structuur / opbouw van Heerenveen en sluit nauw aan bij andere instrumenten voor ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Per gebied is een beleidsintentie geformuleerd. Daarnaast zijn per gebied welstandscriteria opgesteld. De beleidsintentie en de welstandscriteria samen vormen als het ware de leidraad waarlangs de beoordeling van een bouwwerk plaatsvindt. Ten behoeve van de welstandsnota is een welstandsniveaukaart opgesteld. Hierbij is gekeken waar de ruimtelijke kwaliteit van gebieden in belangrijke mate door de bebouwing wordt bepaald (welstand gaat immers over bouwen).
In die gebieden ligt het voor de hand de karakteristiek van die bebouwing in een bepaalde mate te beschermen en/of de ontwikkeling van een dergelijke karakteristiek te stimuleren. In grote lijnen is de insteek dat gebieden met veel kwaliteit en veel kansen, om meer sturing vragen dan gebieden met een basiskwaliteit of waar weinig dynamiek heerst. In de welstandsnota wordt gewerkt met drie niveaus: 1 – regulier, 2 – licht en 3 - luw (alleen excessen). Alle drie de welstandsniveaus komen voor. Daarnaast zijn er beeldkwaliteitsplannen opgesteld voor specifieke onderdelen. In Akkrum geldt welstandsniveau 1 waarvoor een regulier welstandsbeleid geldt. Het uiteindelijke planvoornemen wordt getoetst aan het geldende welstandsbeleid. Beeldkwaliteitsplan Gezien de omvang van de nieuwe ontwikkeling en het belang voor het centrum van Akkrum, is een beeldkwaliteitsplan voor het plangebied opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad en opgenomen in de welstandsnota. Enerzijds wordt het beeldkwaliteitsplan betrokken bij de welstandsadvisering, anderzijds bij de feitelijke inrichting van de openbare ruimte. Het uiteindelijke bouwplan wordt getoetst aan het beeldkwaliteitsplan.
19
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
3.3.2
Integrale Detailhandelsvisie Heerenveen 2011
Dit document vormt de integrale detailhandelsvisie voor de gemeente Heerenveen. Het is de integratie van de afgeronde deelrapportages. Deze visie bevat de hoofdlijnen van het beleid. De inhoud van deze integrale detailhandelsvisie is maatgevend voor de verdere uitwerking van het beleid in bijvoorbeeld bestemmingsplannen of bij concrete aanvragen. De gemeenteraad heeft deze visie op 7 maart 2011 vastgesteld. In de dorpen van geringe omvang dienen de verschillende functies zoveel mogelijk in elkaars nabijheid aanwezig te zijn om zo optimaal van elkaars nabijheid te profiteren en de mogelijkheid van combinatiebezoek te stimuleren. Op die manier kunnen de verschillende functies elkaar zoveel mogelijk versterken. In de detailhandelsvisie wordt daarnaast niet verder ingegaan op ontwikkelingsmogelijkheden in de dorpen van de gemeente. De focus in deze visie ligt vooral op de ontwikkeling van Heerenveen. Met voorliggend planvoornemen wordt de bestaande supermarkt van Poiesz verplaatst en uitgebreid. Daarnaast krijgt de aanwezige bouwmarkt en bloemist meer winkelruimte. Met deze ontwikkeling wordt het bestaande aanwezige winkelaanbod versterkt voor een gezond voorzieningenniveau. Het planvoornemen sluit dan ook aan bij de Integrale Detailhandelsvisie.
20
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Erfgoed
Normstelling en beleid De Monumentenwet 1988 is per 01-07-2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het projectgebied te bevatten. Voor zover in een projectgebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân.
Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. 4.1.1
Archeologie
Toetsing Op de FAMKE zijn voor het gemeentelijk grondgebied de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden aangegeven. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden, te weten IJzertijd-Middeleeuwen en Steentijd-Bronstijd. IJZERTIJD - MIDDELEEUWEN Navolgende figuur geeft een weergave van de archeologische verwachtingswaarden voor de periode IJzertijd-Middeleeuwen. In het projectgebied is 'streven naar behoud' en 'karterend onderzoek 1' van toepassing.
21
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Figuur 10. Weergave FAMKE-kaart IJzertijd - Middeleeuwen
Voor de gebieden 'streven naar behoud' is bekend dat zij waardevolle archeologische resten uit de periode bronstijd en later bevatten. In veel gevallen betreft het AMK-terreinen, maar het kunnen ook terrein zijn die bij gemeente of provincie bekend staan als archeologisch waardevol. Bij bodemingrepen groter dan 50 m2 moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Dit is eveneens vastgelegd in de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied'. Voor de gebieden 'karterend onderzoek 1' kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd-middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen groter dan 500 m2 een karterend onderzoek uit te voeren. STEENTIJD-BRONSTIJD Navolgende figuur geeft een weergave van de archeologische verwachtingswaarden voor de periode Steentijd-Bronstijd. Op het plangebied is het advies 'geen onderzoek noodzakelijk' van toepassing.
22
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Figuur 11. Weergave FAMKE, Steentijd-Bronstijd
Het advies 'geen onderzoek noodzakelijk' wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is, en waar eventuele resten uit de steentijd zich vermoedelijk zodanig diep onder het maaiveld bevinden dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Onderzoek Het planvoornemen betreft een ingreep groter dan 50 m2 . Onderzoek naar archeologische waarden in de periode ijzertijd-middeleeuwen is dan ook noodzakelijk. Het gevraagde onderzoek is door Steekproef op 3 augustus 2019 uitgevoerd. De volledige rapportage is als Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Hieruit blijkt dat: In totaal zijn in het plangebied twaalf boringen geplaatst. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het noordelijk deel van het plangebied, op het AMK-terrein 8070, intacte archeologische waarden aanwezig zijn in de vorm van terplagen met archeologische indicatoren. Deze terplagen kunnen beginnen vanaf 70 centimeter onder maaiveld (47 centimeter onder NAP). In boringen 6 en 7, net buiten het AMK-terrein, kon niet tot onder de verstoorde lagen worden geboord. Hier kunnen ook nog intacte terplagen aanwezig kunnen zijn.
Geadviseerd wordt om voor het AMK-terrein en een deel rond boringen 6 en 7, geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 40 centimeter onder NAP (Figuur 12, gele zone). Wanneer dit onvermijdelijk wordt geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. In het zuidelijk deel van het plangebied bestaat de bovenste 35 tot 60 centimeter uit opgebracht zand. Hieronder zijn natuurlijke klei- en veenlagen aanwezig kenmerkend voor een getijdegebied. In het zuidelijk deel zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Met het planvoornemen vinden geen graafwerkzaamheden plaats die dieper reiken dan waar het onderzoek heeft plaatsgevonden. Voor voorliggend planvoornemen is dan ook geen aanvullend
23
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
archeologisch onderzoek noodzakelijk. Om de eventueel aanwezige archeologische resten te beschermen voor latere graafwerkzaamheden, is in voorliggend bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Daarnaast is een notitie 'Aandachtspunten Archeologie' opgesteld, zie Bijlage 3. De gemeente kan instemmen met de voorgestelde aanpak. Geconcludeerd kan worden dat het plan ten aanzien van het aspect archeologie uitvoerbaar is. 4.1.2
Cultuurhistorie
Toetsing De CHK2 is geraadpleegd op de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten. Een deel van het plangebied is aangemerkt als wederopbouwwijk en ander deel is aangemerkt als boerderijplaats.
Figuur 12. Weergave CHK2 kaart (bron: provinsje Frslân)
WEDEROPBOUWWIJK De waarde van de Wederopbouwarchitectuur ligt vooral in de stedenbouwkundige structuren en de ruimtelijke opbouw van de wijk en de positie van de woonblokken en de ruime groenaanleg hierbinnen. De wederopbouw is groot qua omvang en spreiding, en complex qua ontwerpkwaliteit, cultuurhistorisch belang en waardering. Zij heeft een nadrukkelijke weerslag gehad in de ruimtelijke context en is dan ook belangrijk voor de ontwikkeling van de grotere woonkernen in Fryslân. Er is voor de categorie ‘wederopbouwwijken’ gekozen voor het tijdsbestek 1945-1970. Deze periode heeft als rode draad ‘woningnood’, ‘grootschaligheid’ en ‘serieproductie’. De jaren ’70 laten een omslag zien naar ‘nieuw verworven welvaart’, ‘kleinschaligheid’ en ‘herbergzaamheid’. Het zuidelijk deel van het plangebied laat zich kenmerken door de 'typische' wederopbouwarchitectuur. Het gedeelte van het plangebied waar nieuwbouw beoogd is, is geen bebouwing aanwezig. Het planvoornemen is dan ook niet van invloed op de aanwezige architectuur.
24
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
BOERDERIJPLAATS Boerderijplaatsen verschaffen ons, omdat zij de kern vormden van de toenmalige agrarische samenleving, kennis over de bewoningsgeschiedenis en over de ontwikkeling van het cultuurlandschap op lokaal, regionaal en provinciaal niveau. Boerderijplaatsen zijn zeer kenmerkend voor het landschapsbeeld van de provincie. De kenmerkende onderdelen van de boerderijplaats zijn: het erf met de boerderij, de bijgebouwen, de omgrachting, de groenaanplant en de functioneel erbij horende aangrenzende (kleine) terreinen: boomgaard, moestuin en kalverenweide. De opbouw van het erf geeft informatie over de vorm en structuur van de plaats en zijn ontwikkeling in de tijd de bodem waarop het erf gelegen is. Ze vormt het archeologische archief en biedt kennis over de geschiedenis van de boerderijplaatsen de ligging van de boerderijplaats. Deze die is ontstaan in een nauwe relatie met de omliggende verkaveling en infrastructuur in de ruimtelijke omgeving en verschaft ons kennis over de ontwikkeling van het cultuurlandschap. In het plangebied is geen boerderij meer aanwezig. Het gedeelte waar het boerderijerf wordt aangeduid is wel aangewezen als archeologisch waardevol gebied. Het kan daarom goed voorkomen dat zich in bodem nog wel resten bevinden van de aanwezige cultuurhistorische waardevolle elementen van de boerderijplaats.
Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat hier inderdaad sprake van is. Met die reden is een dubbelbestemming opgenomen om de aanwezige waarden te beschermen. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft de aspecten archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar.
4.2
Bodem
Normstelling en beleid Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet in ieder geval een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. Hierin is geregeld dat als ter plaatse van een projectgebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen er sprake is van een saneringsgeval. Voor te ontgraven en eventueel buiten een projectgebied af te voeren gronden kan op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) een milieuhygiënische verklaring noodzakelijk zijn. Toetsing VOORONDERZOEK Het zogeheten Bodemloket van Rijkswaterstaat biedt informatie over bodemonderzoeken en -saneringen die zijn uitgevoerd en over bedrijven of terreinen waar 'verdachte' werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Voor het voornemen is het Bodemloket geraadpleegd. Hieruit blijkt dat een deel van de gronden voldoende zijn onderzocht/gesaneerd. Voor het andere deel is geen informatie bekend of moet onderzoek uitgevoerd worden.
Voor het gehele plangebied is daarom zowel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzage te verkrijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit.
25
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
Figuur 13. Weergave uitsnede Bodemloket (www.bodemloket.nl)
VERKENNEND ONDERZOEK Door Bodemvisie is op 6 april 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als Bijlage 4. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten naar voren: op de locatie van de nieuwe supermarkt zijn enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. Deze lichte verontreinigingen leiden niet tot belemmeringen in de uitvoerbaarheid van het planvoornemen; rondom het winkelpand van de huidige supermarkt zijn geen verontreinigingen in de bodem- en ondergrond aangetroffen. Vanwege een ondoordringbare laag menggranulaat zijn niet alle geplande boringen geplaatst. Een deel van de gronden is niet onderzocht. Aanbevolen wordt om, in het kader van de herontwikkeling op deze locatie, rekening te houden met de mogelijke verwijdering van de restverontreinigingen en de saneringsmaatregelen en - procedures die hierop van toepassing zijn. Op basis van de resultaten van voorgaand onderzoek en het evaluatierapport, wordt verwacht dat dit een relatief geringe hoeveelheid betreft. op het parkeerterrein zijn eveneens, met de hiervoor genoemde redenen, geen boringen uitgevoerd. In de verdere ontwikkeling van het planvoornemen wordt rekening gehouden met eventuele saneringsactiviteiten. De kosten van eventuele saneringen worden door de initiatiefnemer gedragen. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar.
4.3
Ecologie
Normstelling en beleid In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie
26
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
tot geldende wet- en regelgeving op het terrein van zowel de soorten- als wel de gebiedsbescherming. Per 01-01-2017 is hiertoe de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Ecologische inventarisatie Om nader inzicht te verkrijgen in het voorkomen van beschermde natuurwaarden in het projectgebied is zowel een bureau-inventarisatie als veldbezoek uitgevoerd die als Bijlage 5 bij deze toelichting is opgenomen. De consequenties van de voorgenomen graaf- en bouwwerkzaamheden in het projectgebied zijn getoetst aan de Wnb en het provinciaal gevoerde natuurbeleid. SOORTENBESCHERMING Bij een gedeeltelijke sloop en verbouwing van het pand is niet uit te sluiten dat er één of meerdere verblijfplaatsen of nestplaatsen van vleermuizen of gierzwaluwen verloren gaan. Verblijfplaatsen of nestplaatsen van vleermuizen en gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd, ook als deze tijdelijk niet in gebruik zijn. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of vleermuizen of gierzwaluwen verblijfplaatsen of nestplaatsen in het pand hebben. Op basis van het nader onderzoek kan bepaald worden of negatieve effecten op vleermuizen of gierzwaluwen optreden en of een ontheffing van de Wnb moet worden aangevraagd. Het plangebied zal door het verdwijnen van opgaande beplanting naar verwachting minder geschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten.
In de omgeving van het plangebied is echter in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig voor de te verwachten soorten. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Voor bevoorrading van de supermarkt wordt een deel van de coniferenhaag verwijderd en vervangen door een nieuwe. De werkzaamheden vinden echter buiten het broedseizoen plaats waarmee het plangebied niet ongeschikt wordt voor huismus. Bovendien is in de tuinen ten westen, zuiden en oosten van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied voor huismus aanwezig, zodat negatieve effecten op deze soort door verlies van foerageergebied niet op zullen treden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde (niet-jaarrond beschermde) nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.
Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Op basis van deze inventarisatie is bij sloop en renovatie van het pand van de Poiesz is niet uit te sluiten dat één of meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen of nestplaatsen van gierzwaluwen verloren gaan. Nader ecologisch onderzoek Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn, is nader onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat bij de sloop van de bebouwing één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren gaat die tevens kan worden gebruikt als winterverblijfplaats. Daarom is voor het plan een ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig.
27
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
GEBIEDSBESCHERMING In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op grote afstand van projectgebied. Het Natura 2000-gebied 'Sneekermeergebied' ligt op een afstand van ruim 1 kilometer ten zuidwesten van het projectgebied. Op ruim 1,5 kilometer ten oosten van het projectgebied zijn gronden aangewezen als NNN-gebied. Het gebied ligt niet binnen weidevogelkansgebied, deze gronden liggen op circa 1 kilometer ten oosten van het projectgebied. Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, het NNN, natuur buiten het NNN en weidevogelkansgebieden te verwachten. Deze inventarisatie geeft geen aanleiding voor een voortoets in het kader van de Wnb en is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Aeriusberekening Naar aanleiding van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is een Aeriusberekening uitgevoerd om de stikstofdepositie van het planvoornemen te achterhalen. Deze berekening is ingevoegd als bijlage bij de toelichting in Bijlage 7. Uit deze berekening blijkt dat de bijdrage van stikstofdepositie vanwege het planvoornemen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase op het meest nabijgelegen verzuringsgevoelige Natura 2000-gebied, 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
Aan de hand hiervan kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Conclusie Wanneer ook de ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen is het planvoornemen wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.
4.4
Externe veiligheid
Normstelling en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim: Activiteitenbesluit). Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico's te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het planvoornemen is op de risicokaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn.
Hieruit is gebleken dat in en in de omgeving van het projectgebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het de uitvoerbaarheid van het voornemen.
4.5
Luchtkwaliteit
Normstelling en beleid
28
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 ìg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25ìg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn onder andere projecten vrijgesteld die leiden tot minder dan 3% verslechtering van luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met een toename van 1.633 auto's dan wel 169 vrachtwagens per weekdagetmaal (grenswaarde in 2021, per 1-5-2020). PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2.5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2.5 niet wordt overschreden. Toetsing Het is in geen geval aannemelijk dat als gevolg van het planvoornemen een dusdanige toename van het verkeer plaatsvindt dat de luchtkwaliteit in het geding komt. Het betreft tenslotte een verplaatsing van de reeds bestaande functies.
In paragraaf 4.9.2 is nader ingegaan op de verkeerseffecten van het voornemen. Hieruit blijkt dat met het planvoornemen maximaal 796 extra verkeersbewegingen plaatsvinden. Het aandeel vrachtverkeer voor de bevoorrading van de functies bedraagt niet meer dan 1%.
Figuur 14. NIBM-tool (bron: Infomil.nl)
Zoals uit voorgaande figuur blijkt kan het voornemen worden aangemerkt als een project van 'nibm'. Luchtkwaliteitsvereisten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Conclusie Het voornemen wordt niet door de wettelijk gestelde eisen wat betreft het aspect luchtkwaliteit belemmerd.
4.6
Hinder van bedrijvigheid
Normstelling en beleid Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinderveroorzakende functies, zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies, zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijk-functionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de
29
bestemmingsplan Poiesz en omgeving - Akkrum
publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten in gebieden met functiescheiding (omgevingstype 1: rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied). De grootst aangegeven afstand is bepalend. In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’ wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe bestaat de methode dat de bij functiescheiding op grond van de VNG-publicatie aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, etc.).