CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Aanvraagformulier en bijlagen

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen 2 woningen en 2 bijgebouwen Prinses Marijkelaan tegenover nummer 1 in Oranjewoud11.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning

Formulierversie 2020.01

Aanvraaggegevens Algemeen Aanvraagnummer

7671627

Aanvraagnaam

Realisatie 2 woningen Pr_Marijkelaan te Oranjewoud

Uw referentiecode

Pr_Marijkelaan

Ingediend op

20-03-2023

Soort procedure

Reguliere procedure

Projectomschrijving

Realisatie van twee nieuwbouwwoningen aan de Prinses Marijkelaan nr. 9 en 10 te Oranjewoud

Opmerking

-

Gefaseerd

Nee

Blokkerende onderdelen weglaten

Nee

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen

n.v.t.

Bijlagen n.v.t. of al bekend

n.v.t.

20 maart 2023

Geen

Bevoegd gezag

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Naam:

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Crackstraat 2 8441 ES Heerenveen

Postadres:

Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Telefoonnummer:

0513-617617

Faxnummer:

0513-617475

E-mailadres:

vergunningen@heerenveen.nl

Website:

www.heerenveen.nl

Contactpersoon:

Dienst Publiek en Veiligheid

Aanvraagnummer: 7671627

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 1 van 9

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Aanvragergegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Woning bouwen • Bouwen Bijlagen

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Aanvraagnummer: 7671627

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 2 van 9

Aanvrager bedrijf 1

2

Bedrijf

KvK-nummer

02045178

Vestigingsnummer

000017562309

(Statutaire) naam

Zethoven Vastgoed Groep B.V.

Handelsnaam

Zethoven Bouwplan Groep

Contactpersoon

Geslacht

3

4

Man Vrouw

Voorletters

D

Voorvoegsels

-

Achternaam

Zethoven

Functie

Directeur

Geen

Vestigingsadres bedrijf

Postcode

8448JB

Huisnummer

10

Huisletter

-

Huisnummertoevoeging

-

Straatnaam

Abe Lenstra boulevard

Woonplaats

Heerenveen

Geen

Geen

Correspondentieadres

Adres

Abe Lenstra boulevard 10 8448JB Heerenveen

6

Akkoordverklaring

Akkoordverklaring

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Aanvraagnummer: 7671627

Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag/melding naar waarheid heb ingevuld, dat ik correspondentie over mijn aanvraag/melding wil ontvangen op het door mij opgegeven e-mailadres of op het door mij opgegeven adres van de berichtenbox en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 3 van 9

Locatie 1

Kadastraal perceelnummer

Burgerlijke gemeente

Heerenveen

Kadastrale gemeente

Knijpe

Kadastrale sectie

B

Kadastraal perceelnummer

5190

Bouwplannaam

Princes Marijkelaan

Bouwnummer

1 en 2

Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen? 3

Toelichting

Eventuele toelichting op locatie

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Ja Nee

Aanvraagnummer: 7671627

Het betreft twee bouwkavels a.d. Prinses Marijkelaan (kavel 1 en 2)

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 4 van 9

Bouwen

Woning bouwen

1

Woonboten en drijvende objecten

Betreft de woning een woonboot of ander drijvend object met een woonfunctie? 2

3

Ja Nee

Woning

Gaat het om de bouw van één of meer woningen?

Ja Nee

Voor welke functie wordt de woning gebouwd?

Eigen bewoning Zorgwoning Anders

Is er sprake van particulier opdrachtgeverschap?

Ja Nee

De bouwwerkzaamheden

Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting

Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst Het betreft twee nieuw te bouwen woningen op een bestaande bouwkavel te Oranjewoud

Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 4

Plaats van het bouwwerk

Waar gaat u bouwen? 5

Ja Nee

Terrein

Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Ja Nee

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

472

Aanvraagnummer: 7671627

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 5 van 9

6

Bruto inhoud bouwwerk

Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?

7

Ja Nee

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

1645

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

8

9

Ja Nee

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

344

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor? Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt.

Wonen Overige gebruiksfuncties bouwkavels

Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken?

Wonen Overige gebruiksfuncties

Wat wordt de gebruiksoppervlakte van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

366

Wat wordt de vloeroppervlakte van het verblijfsgebied van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

270

10 Huurwoningen

Wat is het aantal huurwoningen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

Wat is het aantal huurwooneenheden waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

11 Koopwoningen

Wat is het aantal koopwoningen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd? Datum aanvraag: 20 maart 2023

Aanvraagnummer: 7671627

2

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 6 van 9

Wat is het aantal koopwooneenheden waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

12 Algemeen

Bent u na voltooiing van de werkzaamheden bewoner van het bouwwerk?

Ja Nee

13 Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels

-

-

- Plint gebouw

-

- Gevelbekleding

-

- Borstweringen

-

- Voegwerk

-

Kozijnen

-

- Ramen

-

- Deuren

-

- Luiken

-

Dakgoten en boeidelen

-

Dakbedekking

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Zie geveltekening

14 Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Aanvraagnummer: 7671627

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 7 van 9

Bijlagen Formele bijlagen

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Naam bijlage

Bestandsnaam

_Ruimtelijke-onderbouwing_2023-03-20_pdf

Alg_RO___RuimtBestemmingsplan, elijke-onderbouwing_- beheersverordening 2023-03-20-.pdf en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Alg_RO__Bodemrapportkavels_1--2_pdf

Alg_RO__Bodemrapport-kavels_1--2.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

_RO__Situering--kavels_1-2_2023-03-06_pdf

Alg_RO__Situeringkavels_1-2_2023-03-06-.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Alg_RO_Bijlage_1_BEA_pdf

Alg_RO_Bijlage 1_BEA.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

g_RO_Bijlage_2_Ecologische_quickscan_pdf

Alg_RO_Bijlage 2_Ecologische quickscan.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Alg_RO_Bijlage_3_AERIUS-berekening_pdf

Alg_RO_Bijlage 3_AERIUS-berekening-.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Alg_RO_Bijlage_4_Bodemonderzoek_pdf

Alg_RO_Bijlage 4_Bodemonderzoek.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

jlage_5a_Onderzoek_wegverkeerslawaai_pdf

Alg_RO_Bijlage 5a_Onderzoek wegverkeerslawaai.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

ge_5b_Onderzoek_geluidwering_gevels__pdf

Alg_RO_Bijlage 5b_Onderzoek geluidwering gevels..pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Alg_RO_Bijlage_6_Digitale_watertoets_pdf

Alg_RO_Bijlage 6_Digitale watertoets.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

jlage_7_Onderzoek_externe_veiligheid_pdf

Alg_RO_Bijlage 7_Onderzoek externe veiligheid.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_B01-gevels_11-10--2022_pdf

Kv 1_De Jong_B01gevels_11-10-2022.pdf

Welstand

20-03-2023

In behandeling

Aanvraagnummer: 7671627

Type

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Datum ingediend

Status document 20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

Pagina 8 van 9

Datum aanvraag: 20 maart 2023

Naam bijlage

Bestandsnaam

Type

Datum ingediend

Kv_1_De_Jong_B02-plg_04-11-202_pdf

Kv 1_De Jong_B02plg_04-11-202.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_B03-drsn_04--11-202_pdf

Kv 1_De Jong_B03drsn_04-11--202.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_B04-det_11-10-2022_pdf

Kv 1_De Jong_B04det_11-10-2022.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_BBS_11--10-2022_pdf

Kv 1_De Energiezuinigheid en Jong_BBS_11-10--2022-.pdf milieu

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_Constr-overz_2023-01-11_pdf

Kv 1_De Jong_Constr-overz_2023-01-11.pdf

Constructieve veiligheid complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_Rap-BENG_pdf

Kv 1_De Jong_RapBENG.pdf

Energiezuinigheid en milieu

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_Rap-Bouwfysica_pdf

Kv 1_De Jong_RapBouwfysica-.pdf

Energiezuinigheid en milieu

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_S01-situ_11--10-2022_pdf

Kv 1_De Jong_S01situ_11-10--2022-.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_1_De_Jong_Sondering_22-B6778_pdf

Kv 1_De Jong_Sondering_22B6778.pdf

Constructieve veiligheid complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

1_De_Jong_Statische_berek_2023-01-11_pdf

Kv 1_De Constructieve veiligheid Jong_Statische complexere bouwwerken berek_2023-01-11.pdf

20-03-2023

In behandeling

_1_De_Jong_TB1--tech_overz_04-11-2022_pdf

Kv 1_De Jong_TB1tech_overz_04-11-2022.pdf

20-03-2023

In behandeling

2_vAsperen__Rap-BENG-bouwfysica-vent_pdf

Kv 2_vAsperen_ Rap- Energiezuinigheid en BENG-bouwfysica-milieu vent-.pdf

20-03-2023

In behandeling

peren_B6001_Totaaltekening_08--3-2023_pdf

Kv 2_vAsperen_B6001_Totaaltekening_08--3-2023.pdf

Welstand

20-03-2023

In behandeling

peren_B6002_detailtekening_08--3-2023_pdf

Kv 2_vAsperen_B6002_detailtekening_08--3-2023.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

_2_vAsperen_B6003_det_DT1_15-03-2023_pdf

Kv 2_vAsperen_B6003_det_DT1_15-03-2023.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

vAsperen_Constructiebrief_2023-02-24_pdf

Kv 2_vAsperen_Constructiebrief 2023-02-24.pdf

Constructieve veiligheid complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

v_2_vAsperen_S01_situatie_15-03-2023_pdf

Kv 2_vAsperen_S01_situatie_15-03--2023-.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Kv_2_vAsperen_TB1_Constr_15-03-2023_pdf

Kv 2_vAsperen_TB1_Constr_15--03-2023.pdf

Constructieve veiligheid complexere bouwwerken

20-03-2023

In behandeling

Aanvraagnummer: 7671627

Constructieve veiligheid complexere bouwwerken

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Status document 20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

20 maart 2023

Pagina 9 van 9

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

PR. MARIJKELAAN ORANJEWOUD

COLOFON RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PR. MARIJKELAAN ORANJEWOUD

IBAN: NL84 RABO 0308 1446 51 Btw-nr.: NL001665107B28 KvK nr. : 65329732 P/A Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Zethoven Bouwplan Groep Bureau voor Planvorming & Advies | Zwolle

Opgesteld door Datum Versie

maart 2023 Definitief

Inhoud 1

2

3

Inleiding ............................................................ 4 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Huidige situatie plangebied ................................ 5 2.1

Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................... 5

2.2

Geldende planologische situatie ............................................................................................. 6

2.3

Afwijking van het geldende planologische regime.................................................................. 7

Beschrijving van het initiatief ............................. 8 3.1

4

3.1.1

Achtergrond..................................................................................................................... 8

3.1.2

Stedenbouwkundige inpassing ........................................................................................ 8

3.1.3

Verschijningsvorm ........................................................................................................... 9

Beleidskader .................................................... 12 4.1

Algemeen............................................................................................................................... 12

4.2

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 12

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ....................................................................... 12

4.2.2

Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) ................................................ 12

4.2.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ................................................................................. 12

4.3

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 13

4.3.1

Omgevingsvisie Fryslân 2020 ........................................................................................ 13

4.3.2

Verordening Romte 2014 (geconsolideerde versie) ..................................................... 14

4.4

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 14

4.4.1

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 ................................................................................ 14

4.4.2

Woonvisie gemeente Heerenveen 2015 - 2020 ............................................................ 15

4.4.3

Notitie Binnenstedelijk verdichten ................................................................................ 16

4.4.4

Welstandsnota 2016 ..................................................................................................... 16

4.5 5

Het plan ................................................................................................................................... 8

Conclusie ............................................................................................................................... 17

Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten18 5.1

Algemeen............................................................................................................................... 18

5.2

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 18

5.2.1

Archeologie.................................................................................................................... 18

5.3

Flora en fauna........................................................................................................................ 19

5.4

Bodem ................................................................................................................................... 21 2

6

5.5

Geluid .................................................................................................................................... 21

5.6

Water ..................................................................................................................................... 23

5.7

Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 23

5.8

Externe veiligheid .................................................................................................................. 24

5.9

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 29

5.10

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 30

5.11

M.E.R. - beoordeling .............................................................................................................. 31

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

33

6.1

Algemeen............................................................................................................................... 33

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 33

6.3

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................... 33

Bijlagen ................................................................... 34 Bijlage 1. Bomeneffect analyse ......................................................................................................... 34 Bijlage 2. Ecologische quickscan ........................................................................................................ 35 Bijlage 3. AERIUS-berekening ............................................................................................................ 36 Bijlage 4. Bodemonderzoek............................................................................................................... 37 Bijlage 5a. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. ..................................................................... 38 Bijlage 5b. Onderzoek geluidwering gevels....................................................................................... 39 Bijlage 6. Digitale watertoets ............................................................................................................ 40 Bijlage 7. Onderzoek externe veiligheid ............................................................................................ 41

3

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van een perceel aan de Prinses Marijkelaan te Oranjewoud, gemeente Heerenveen, kadastraal bekend Knijpe, sectie B, nummer 5190. Het plan ligt voor om ter plaatse twee vrijstaande woningen te realiseren. Het realiseren van de woningen past niet binnen het geldende planologische kader. Er is sprake van een woonbestemming, echter ontbreekt het bouwvlak om de twee woningen te kunnen bouwen. Om het plan mogelijk te maken dient afgeweken van het bestemmingsplan. De afwijking vindt plaats op basis van een Omgevingsvergunning met een uitgebreide voorbereidingsprocedure. Bij de aanvraag Omgevingsvergunning dient een ruimtelijke onderbouwing opgenomen te worden. Onderliggend ruimtelijke onderbouwing vormt de bijlage van de aanvraag omgevingsvergunning, waarin op basis van ruimtelijke, stedenbouwkundige, beleidsmatige en milieukundige overwegingen wordt onderbouwd en aangetoond dat de wijzigingen van het bouwplan niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke onderbouwing.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingezoomd op het plangebied. Hierbij wordt ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele kenmerken van het plangebied. Tevens wordt de geldende planologische situatie in beeld gebracht en wordt aangegeven op welke onderdelen wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 vormt een overzicht van het relevante beleidskader. De ruimtelijke en milieukundige aspecten die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 5 toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan toegelicht.

4

2

Huidige situatie plangebied

2.1 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Prinses Marijkelaan te Oranjewoud. Op onderstaande afbeelding is de locatie van het plangebied weergegeven.

Ligging plangebied Pr. Marijkelaan, Oranjewoud . Bron: Google Earth.

De Prinses Marijkelaan is via de Prinses Margrietlaan te bereiken. Op de volgende afbeelding is dit weergegeven.

Entree richting Prinses Marijkelaan. Op de achtergrond het plangebied in een groene setting. Bron; Google maps.

5

Het plangebied betreft in de huidige situatie een braakliggend perceel. Aan de voorzijde van het perceel bevindt zich veel waardevol groen. Het plangebied wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door woningen met de daarbij behorende tuinen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door het Tussenpad en de oostzijde wordt begrensd door de Prinses Marijkelaan. Aan de Prinses Marijkelaan bevinden zich enkele bungalows. Deze bungalows maken onderdeel uit van de bungalowwijk ‘Oranjewoud Woudzoom’. Deze wijk is in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw gerealiseerd om tegemoet te komen aan de toen bestaande vraag naar bungalows.

2.2 Geldende planologische situatie Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van toepassing: − − −

bestemmingsplan ‘Oranjewoud-dorp (2013)’ partiële herziening bestemmingsplannen parkeren (2021) partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur (2021)

Bestemmingsplan ‘Oranjewoud – dorp (2013)’ Het bestemmingsplan ‘Oranjewoud - dorp (2013)’ is het meest relevant voor voorliggend plan. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede uit de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Oranjewoud – dorp (2013)’ weergegeven.

Uitsnede bestemmingsplan www.ruimtelijkeplannen.nl

met

rood

aangegeven

het

plangebied.

Bron

afbeelding:

Het perceel kent binnen het bestemmingsplan ‘Oranjewoud – dorp (2013)’ de volgende bestemming: −

Wonen – Lintbebouwing 1

6

Beknopte toelichting op de bestemming De voor ‘Wonen – Lintbebouwing 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen al dan niet in combinatie met een ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. In voorliggend plangebied is geen bouwvlak aanwezig. Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren Het ‘Parapluplan Parkeren’ vult het bestaande bestemmingsplan aan met een regel die het parkeren regelt. Uitgangspunt van dit parapluplan is dat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden. Als dit niet gebeurt, is er sprake van een weigeringsgrond om een omgevingsvergunning te verlenen. Dan dient afgeweken te worden van het parapluplan op basis van de ‘Nota parkeernormen gemeente Heerenveen’. Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur Op 8 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Heerenveen beleid vastgesteld voor kamerverhuur. In het vastgestelde beleid is uiteengezet hoe de gemeente om wil gaan met kamerverhuur. Ter juridischplanologische verankering hiervan is besloten om een paraplubestemmingsplan op te stellen. Met dit bestemmingsplan worden alle bestemmingsplanen in de gemeente op dit onderdeel aangevuld, zo ook het bestemmingsplan van het voorziene plan.

Echter is de ‘Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur’ niet relevant voor voorliggend plan.

2.3 Afwijking van het geldende planologische regime Het plan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen op het perceel kadastraal bekend Knijpe, sectie b, nummer 5190. Binnen de geldende bestemming ‘Wonen – lintbebouwing 1’ mogen woningen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. In voorliggend geval is geen sprake van een bouwvlak. Daarnaast geldt dat de breedte van een hoofdgebouw ten hoogste 12 meter bedraagt. Voorliggend plan voorziet in een hoofdgebouw van 13 meter. Aan de overige in de bestemming ‘Wonen – lintbebouwing 1’ opgenomen bepalingen, voldoet voorliggend bouwplan. Op basis van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het realiseren van de twee woningen niet leidt tot nadelige ruimtelijke en milieukundige effecten en dat het plan geen afbreuk doet aan een goed woon- en leefklimaat.

7

3

Beschrijving van het initiatief

3.1 Het plan 3.1.1 Achtergrond Het plangebied waar de twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd kent een woonbestemming. Het bouwvlak waarbinnen woningen gerealiseerd kunnen worden ontbreekt. De woonbestemming sluit aan op de naastgelegen woonpercelen aan de Prinses Marijkelaan. In het verleden maakten deze percelen gezamenlijk deel uit van één groot kadastraal perceel. Door het wijzigen van het bestemmingsplan in 2017 zijn aparte kavels ontstaan die zijn bebouwd met vrijstaande woningen. Met voorliggend plan wordt hier ruimtelijk en functioneel op aangesloten.

3.1.2 Stedenbouwkundige inpassing De bouw van deze twee woningen wordt aangemerkt als een ‘verdichting in het bestaand stedelijk gebied’. Het initiatief voor de bouw van deze woningen is daarom, net als de naastgelegen woningen, getoetst aan de notitie ‘Binnenstedelijk verdichten’. In hoofdstuk 4 wordt hier dieper op ingegaan. Het beleid van de gemeente er is op gericht geen binnenstedelijke verdichting toe te staan, tenzij er sprake is van enkele specifiek benoemde uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingssituaties betreft ‘uitzonderlijke’ initiatieven welke voorzien in de uitgifte van nieuwbouwkavels, waar elders in het woningbouwprogramma niet in wordt voorzien. Daar is in voorliggend plan sprake van. Op de volgende afbeelding is de stedenbouwkundige inpassing weergegeven.

Ligging plangebied Pr. Marijkelaan, Oranjewoud . Bron: Zethoven Bouwplan Groep.

8

Bij de stedenbouwkundige inpassing van de woningen is de afstemming op de bestaande woningen aan de Prinses Marijkestraat een belangrijk uitgangspunt. De woningen worden gerealiseerd op twee ruime kavels en de voorgevelrooilijn, met name van de woning op kavel 2, is afgestemd op de naastgelegen bebouwing. Hierdoor is sprake van een natuurlijke opvulling van het lint. De woningen worden, in navolging van de regels uit het bestemmingsplan, op ruime afstand van de zijdelingse perceelgrens gerealiseerd. Ten behoeve van de ontsluiting van de kavels wordt de bestaande groenstructuur deels doorbroken. Bestaande bomen, die zorgen voor het groene karakter van de straat, blijven behouden omdat ze van waarde zijn. Dat blijkt uit een uitgevoerde bomen effectanalyse (BEA). Deze BEA is al bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.

Ligging plangebied Pr. Marijkelaan, Or anjewoud, met daarop zichtbaar de ontsluiting en watergang aan de voorzijde van de kavels. Bron: Zethoven Bouwplan Groep.

3.1.3 Verschijningsvorm Binnen het plangebied worden twee woningen gerealiseerd die in verschijningsvorm van elkaar verschillen. De woning op kavel 1 (vanaf de weg gezien de rechter woning) bestaat uit twee lagen met een hoge dwarskap. De woning wordt symmetrisch uitgevoerd met in het middel een entree. Aan de linker zijde van de woning bevindt zich een garage. De linker woning (kavel 2) betreft een bungalow. Het betreft een lagere woning dan de woning op kavel 1. De woning heeft een flauwe langskap die

9

wordt onderbroken door de entree en raampartijen. Op de volgende afbeeldingen zijn impressies van de woningen weergegeven.

Kavel 1 (boven) en kavel 2 (beneden).

Op de volgende afbeelding is het zicht op beide woningen vanaf de weg weergegeven.

10

Zicht op de woningen vanaf de weg.

In het bestemmingsplan zijn uitgangspunten ten aanzien van het realiseren van hoofdgebouwen opgenomen. De goothoogte is daarbij gemaximaliseerd op 4 meter en de breedte van de woning mag ten hoogte 12 meter zijn. In voorliggend plan is overeenkomstig het bestemmingsplan sprake van een goothoogte van minder dan 4 meter. De breedte van het hoofdgebouw is 13 meter en wijkt daarmee af van het bestemmingsplan. Gezien de omvang van de kavel (ruime opzet) en de omvang van de omliggende woningen, doet deze geringe afwijking geen afbreuk aan het stedenbouwkundige en architectonische beeld. Naast de woning wordt een vrijstaand bijgebouw gerealiseerd. De stijl en materialisatie van het bijgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

11

4

Beleidskader

4.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ruimtelijke ingrepen of initiatieven in meer of mindere mate getoetst aan rijks-, provinciaal en/of gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk vindt deze toetsing voor zover relevant plaats.

4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

4.2.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Relatie met het initiatief Onderliggend plan maakt geen onderdeel uit van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur, waardoor de Barro niet van toepassing is.

4.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.

In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is

12

bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015 (ECLI:NBL:RVS:2015:2921) een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Relatie met het initiatief Dit betekent dat voor wat betreft het voorziene plan, dat voorziet in de realisatie van twee wooneenheden, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling op basis waarvan de behoefte aangetoond dient te worden.

4.3 Provinciaal beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 Op 23 september 2020 heeft de provincie Friesland de ‘Omgevingsvisie Fryslân 2020’ vastgesteld. In de omgevingsvisie staat beschreven waar de provincie Friesland tot 2050 naar toe wil werken. De provincie Friesland heeft binnen de omgevingsvisie 4 opgaven geformuleerd: 1. Opgave 1: Leefbaar, vitaal en bereikbaar Provincie wil Friesland leefbaar, vitaal en bereikbaar maken en houden door de bestaande bebouwing grootschalig op te knappen, het aanbod van woningen en voorzieningen af te stemmen op de bevolking, het stimuleren van nieuwe economische impulsen, -gekoppeld aan aantrekkelijke huisvesting voor (nieuwe) doelgroepen, het stimuleren van (ervaren) gezondheid van mensen, o.a. door het stimuleren van gezond leven, bewegen en ontmoeting. Daarnaast nieuwe vervoersconcepten en -technieken te benutten, een goede en snelle aansluiting op de economische centra realiseren en de Friese economie circulair te maken. 2. Opgave 2: Energietransitie Provincie Friesland zet in op de energietransitie. Hierbij heeft de provincie de ambitie om de uitstoot van broeikassen omlaag te schroeven, of helemaal van de fossiele brandstoffen af te zijn. Daarnaast wil de provincie de balans vinden tussen duurzaamheidsdoelstellingen en het ruimtegebruik. Met als doel om in 2050 fossielvrij te leven en een reductie CO2 van 49% in 2030. 3.

Opgave 3: Klimaatadaptatie Provincie Friesland gaat Friesland klimaatbestendig inrichten en meebewegen met de veranderingen in het klimaat. Met als doelstelling dat Friesland in 2050 water-robuust en klimaatbestendig is ingericht. 4. Opgave 4: Versterken biodiversiteit Provincie Friesland heeft als ambitie om de biodiversiteit in de provincie te versterken via het herstel van de kwaliteit van de leefgebieden en de verbinding te leggen tussen biodiversiteit en de samenleving. Met als doel om de neergaande lijn van de biodiversiteit om te buigen en opgaande lijn voor de lange termijn vast te houden. Daarnaast heeft de provincie als doelstelling dat het aantal bedreigde, beschermde soorten waar Friesland belangrijk voor is, elke 10 jaar afneemt met 20% door toename van plant- en diersoorten.

13

Relatie tot het initiatief Voorliggend plan draagt bij aan de ambities van de provincie. Door het realiseren van de twee woningen wordt op kwalitatieve wijze voorzien in een woningbehoefte. Het plan draagt daardoor bij aan de leefbaarheid van Oranjewoud. De wijze waarop dit gebeurt is duurzaam van aard. Er is sprake van een inbreidingslocatie. Hierdoor wordt een duurzame nieuwe invulling gegeven aan een bestaande locatie. De wijze waarop dat gebeurt is door het realiseren van woningen die worden gebouwd op basis van de laatste duurzaamheidseisen. In onderliggend plan wordt rekening gehouden met de bestaande groenstructuur. Deze groenstructuur wordt voor een belangrijk deel behouden. Dit draagt bij aan de biodiversiteit ter plaatse.

4.3.2 Verordening Romte 2014 (geconsolideerde versie) Binnen dat wettelijke kader hebben Provinciale Staten op 15 juni 2011 de Verordening Romte Fryslân vastgesteld. Deze is per 1 augustus 2011 in werking getreden. Op grond van ontwikkelingen is de verordening diverse keren geconsolideerd, waaronder in 2021. Voor voorliggend plan is het aspect ‘wonen’ van belang. In de verordening is ten aanzien van wonen in artikel 3.2.2 lid 1 opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking van voorgaande kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan, indien: a) het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat, en b) in de plantoelichting is gemotiveerd dat en op welke wijze overschrijding van het woningbouwprogramma van het woonplan kan worden voorkomen door uitwisseling of fasering van projecten. In voorliggend geval is sprake van minder dan drie wooneenheden welke niet zijn opgenomen in het woonplan. In de woonvisie en de omgevingsvisie is opgenomen dat behoefte bestaat aan woningen. daar wordt in dit plan invulling aan gegeven.

De wijze waarop dit gebeurt is in voorliggende ruimtelijke onderbouwing toegelicht en onderbouwd.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040 De ‘Omgevingsvisie Heerenveen 2040’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 8 juli 2021. Deze omgevingsvisie is bindend voor de gemeente Heerenveen bij de uitwerking van nieuw beleid voor de fysieke leefomgeving. Binnen de omgevingsvisie is de gemeente opgedeeld in verschillende deelgebieden. Zo is er voor elk gebied een duidelijk toekomstperspectief in beeld gebracht. Oranjewoud behoort met de Koningin Julianaweg en de Koningin Wilhelminaweg tot het deelgebied ‘Historische lintstructuren Heerenveen’.

14

In het algemeen draagt volgens de gemeente een aantrekkelijke en herkenbare hoofdstructuur bij aan de beleving en identiteit van locaties. Een goede inrichting van de openbare ruimte zorgt ervoor dat men zich makkelijk kan oriënteren en dat men zich veilig voelt. Het maakt een plaats leefbaar en stimuleert bovendien het gebruik ervan. Een hierbij passende inrichting en beheer van de hoofdstructuur is daarom van belang voor het functioneren van de ruimtelijke structuur. Voor de historische lintstructuren in Heerenveen zijn binnen de omgevingsvisie de volgende ambities- en uitgangspunten opgesteld: − −

De focus in de linten ligt op een zorgvuldige ontwikkeling van de historisch gegroeide lintstructuur. Het behouden en versterken van de aanwezige kernkwaliteiten staat centraal; Binnen stedelijk gebied is het invullen van lege plekken in het lint over het algemeen wenselijk en mogelijk (inbreiding). Bij het toevoegen van nieuwe bebouwing houdt de gemeente rekening met de bestaande kenmerken en cultuurhistorische waarden binnen de lintstructuur. Het bebouwingsritme van het lint wordt zoveel mogelijk behouden en versterkt.

Relatie met het initiatief Het voorziene plan maakt het mogelijk om twee bouwvlakken voor twee vrijstaande woningen te realiseren aan de Prinses Marijkelaan. Deze Prinses Marijkelaan is een aftakking van de Koningin Julianaweg en de Koningin Wilhelminaweg, waarin de bebouwing en de wegenstructuur als historische lintstructuren worden gezien. Op basis van een goede ruimtelijke inpassing worden de twee vrijstaande woningen meegebouwd in het lint van de omliggende bebouwing.

4.4.2 Woonvisie gemeente Heerenveen 2015 - 2020 Het gemeentelijk woonbeleid van Heerenveen is vastgelegd in de ‘Woonvisie gemeente Heerenveen 2015 – 2020’. In de ‘Woonvisie gemeente Heerenveen 2015 – 2020’ staan de doelen en de richtingen voor het beleidsveld wonen. De gemeenteraad heeft op 22 juni 2020 besloten de ‘Woonvisie 2015 – 2020’ met tenminste 2 jaar te verlengen. Binnen de ‘Woonvisie gemeente Heerenveen 2015 – 2020’ wordt de focus gelegd op de inbreiding, transformatie en verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Het doel is om de woningvoorraad en de ruimtelijke structuur van wijken en dorpen op peil te houden en te verbeteren. Het hoofddoel van de woonvisie is dat alle inwoners van de gemeente binnen hun eigen financiële mogelijkheden hun woonwensen moeten kunnen vervullen. De gemeente Heerenveen stimuleert nieuwbouw in de hogere prijsklassen ten gunste van de doorstroming in de woningmarkt. Voor nieuwe woningbouwinitiatieven worden binnen de gemeente de volgende uitgangspunten gehanteerd: − − −

−

Incidentele, kleinschalige inbreiding in de dorpen is mogelijk als het voldoet aan de specifieke, onderbouwde lokale behoefte; Centrumontwikkeling gaat voor op ontwikkeling buiten het centrum; Gewenste koppelkansen (versterken van een ander belang) worden positief meegewogen. Voorbeelden hiervan zijn: tegengaan van verpaupering of een herbestemming van een historisch pand; De gemeente kijkt meer naar inbreidingsplekken dan de voor de hand liggende woningbouwlocaties. Bijvoorbeeld in een bestaande wijk waar grond beschikbaar is met een andere bestemming. 15

Relatie tot het initiatief Voorliggend plan is in lijn met de Woonvisie omdat er sprake is van een toename van de ruimtelijke kwaliteit en er wordt invulling gegeven aan een behoefte aan woningen in hogere prijsklasse op een inbreidingslocatie.

4.4.3 Notitie Binnenstedelijk verdichten De notitie ‘Binnenstedelijk verdichten’ is vastgesteld door de gemeenteraad op 24 november 2014. In deze notitie is beleid vastgesteld over wanneer en ‘zo ja’, onder welke voorwaarden planologische medewerking wordt verleend aan het toevoegen extra woningen in het bestaand stedelijk gebied. Als algemeen beleidsuitgangspunt is opgenomen dat in beginsel geen medewerking wordt verleend aan initiatieven om het bestaand stedelijk gebied te verdichten (het toevoegen van extra woningen). Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. Tot een zwaarwegend maatschappelijk belang wordt in ieder geval gerekend: 1. een vanuit het oogpunt van volkshuisvesting aanmerkelijke verbetering van de situatie; 2. een vanuit het oogpunt van stedenbouw aanmerkelijke verbetering van de situatie, zoals het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (ruimtelijke kwaliteitsverbetering); 3. een vanuit het oogpunt van het woningbouwprogramma (diversiteit en keuzevrijheid in het woningaanbod) een (aanmerkelijke) verbetering. Ten aanzien van het eerste en tweede punt geldt in voorliggend geval dat sprake is van een afronding van de lintbebouwing aan de Pr. Marijkelaan, waarbij een onbenut perceel onderdeel wordt van de woonomgeving. Dit biedt voor de omgeving een meerwaarde.

De wijze waarop het bouwplan wordt vormgegeven is afgestemd op de architectuur/verschijningsvorm van de rest van de straat. Hierdoor is sprake van ruimtelijke kwaliteit. Het behoud van beeldbepalende groene elementen op en rondom het plangebied dragen ook bij aan een natuurlijke en passende inpassing van het bouwplan. Het bouwplan vormt op deze wijze een passende opvulling van een ‘holle kies’ in de dorpse opbouw van dit deel van Oranjewoud, waarbij tevens een afscherming van de achtergelegen tuinen wordt gerealiseerd. In voorliggend geval is eveneens sprake van een plan dat invulling geeft aan het derde aspect. Het plan voorziet in een bouwplan voor een woningcategorie waarin elders niet wordt voorzien in de gemeente. De naastgelegen woningen zijn ook mede op basis van dit argument vergund. Het gaat om grote woningen op ruime kavels die op basis van een groene inpassing worden gerealiseerd.

4.4.4 Welstandsnota 2016 Op 21 december 2015 heeft de gemeenteraad van Heerenveen de ‘Welstandsnota 2016’ vastgesteld. Binnen de ‘Welstandsnota 2016’ wordt de gemeente Heerenveen opgedeeld in gebiedscategorieën. Het plangebied valt volledig in de gebiedscategorie ‘Stedenbouwkundige hoofdlijnen; Lange lijnen en hoofdwegen’, welstandniveau 2 (licht).

16

Ligging plangebied binnen gebieds categorieën welstandsnota.

Relatie tot het initiatief Het plan ligt binnen de gebiedscategorie ‘Stedenbouwkundige hoofdlijnen; Lange lijnen en hoofdwegen’, maar sluit ruimtelijke en functioneel aan op het naastgelegen gebied dat is aangeduid als ‘Stedenbouwkundige hoofdlijnen; oude Kernen en linten’. Het ontwerp van voorliggend bouwplan is afgestemd/overeenkomstig dit naastgelegen gebied. Ten aanzien van het naastgelegen gebied heeft welstandsadvies plaatsgevonden. Daarbij is opgemerkt dat de gekozen materialisatie passend is. Ook is de verhouding tussen hoofdgebouw en bijgebouw akkoord bevonden en komt de detaillering van het bouwplan overeen met de redelijke eisen van welstand.

4.5 Conclusie Voorliggend plan is getoetst aan rijks-, provinciaal – en gemeentelijk beleid. Op basis van deze toets wordt geconcludeerd dat het plan in lijn is met dit beleid. Op basis van inbreiding wordt een kwaliteitsslag gemaakt waarbij invulling wordt gegeven aan een woningbehoefte, waardoor op duurzame wijze een toekomstbestendige invulling van het plangebied wordt gerealiseerd.

17

5

Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten

5.1 Algemeen Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. In dat kader dient te kunnen worden aangetoond dat de wijziging van het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt onder meer het toekomstige gebruik afgezet tegen ruimtelijke en milieukundige omstandigheden ter plaatse en in de omgeving. In dit hoofdstuk vindt deze toets plaats voor aspecten die voor onderliggend initiatief relevant zijn.

5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.2.1 Archeologie Kader In de Erfgoedwet en de Monumentenwet stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Daarnaast dient aangetoond te worden dat het voorziene plan geen afbreuk doet aan bestaande cultuurhistorische waarden. Hiervoor is de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) een bruikbaar instrument. Op deze kaart is voor de hele provincie aangegeven wat de verwachtingswaarde is op het aantreffen van archeologische resten. Hieraan zijn adviezen gekoppeld over hoe om te gaan met deze waarden. Analyse In de FAMKE zijn voor twee tijdperioden adviezen afgegeven voor het plangebied: de Steentijd – Bronstijd en IJzertijd – Middeleeuwen. Steentijd – Bronstijd Van onderliggend plangebied wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, echter is dit niet met zekerheid te zeggen. De provincie Friesland beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5000 m2 een quickscan te verrichten.

Fragment FAMKE periode Steen tijd - Bronstijd. Bron: www.fryslan.frl.

18

IJzertijd-Middeleeuwen Voor de periode ‘IJzertijd-Middeleeuwen’ geeft de FAMKE voor het plangebied het advies om een ‘karterend onderzoek 3 (middeleeuwen)’ uit te voeren. In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen bevinden uit de steentijd, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologische resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie Friesland beveelt daarom aan om bij ingrepen meer dan 5000 m2 een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren.

Fragment FAMKE periode IJzertijd – Middeleeuwen. Bron: www.fryslan.frl.

Conclusie De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.337 m2. Op grond van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat dit niet leidt tot een onderzoeksplicht en dat het aspect ‘Archeologie’ de uitvoering van dit voorziene plan niet in de weg staat.

5.3 Flora en fauna Kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse Voorafgaand aan de uitvoering van de plannen dient te worden onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied streng beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden

19

aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De quickscan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effecten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit deze quickscan blijkt of de plannen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolgstappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De quickscan bestaat uit een onderzoek naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. De resultaten van het onderzoek zijn als volgt. Soortenbescherming In het kader van voorliggend plan heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. De quickscan is als bijlage 2 opgenomen. Uit de quickscan komt ten aanzien van het aspect ‘soortbescherming’ het volgende naar voren.

Hieruit blijkt dat er mogelijk verstoring optreedt van beschermde soorten, maar dat geen vervolgonderzoek nodig is. In de onderzoeksrapportage zijn aanbevelingen gedaan en is de algemene zorgplicht opgenomen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat geen beschermde soorten worden verstoord. Gebiedsbescherming Gezien de afstand en kleinschaligheid zijn negatieve effecten (met uitzondering van stikstof) op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura-2000 gebieden uitgesloten. Negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen kunnen niet worden uitgesloten. In de toekomstige gebruiksfase kan mogelijk een toename van stikstofdepositie ontstaan en op minder dan 10 kilometer afstand van de

20

projectlocatie is stikstofgevoelig habitat. Een verdiepende toetsing van effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden is nodig om negatieve effecten uit te sluiten. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden aan de hand van een AERIUS-berekening. De uitkomsten van deze berekening zijn als bijlage 3 opgenomen. Uit de berekening blijkt dat de instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van toegenomen stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase tijdens dit project niet gevaar komen. Er zijn geen vervolgstappen nodig. De voorgenomen werkzaamheden aan de Prinses Marijkelaan te Oranjewoud kunnen uitgevoerd worden zonder verdere noodzakelijke vervolgonderzoeken of natuurvergunningaanvragen inzake de stikstofdepositie. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘ecologie’ uitvoerbaar.

5.4 Bodem Kader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse In het kader van voorliggend plan is noodzakelijk om te onderzoeken of de bodemkwaliteit in overeenstemming is met de voorziene functie van het plan, in voorliggend geval een woonfunctie. Om de bodemkwaliteit in beeld te brengen heeft verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 4 opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem- en grondwaterkwaliteit van het plangebied geschikt zijn voor het voorziene gebruik van de locatie. Voor de analyseresultaten wordt verwezen naar bijgevoegd onderzoek. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘bodemkwaliteit’ uitvoerbaar.

5.5 Geluid Kader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van

21

geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. Analyse Het plangebied ligt in de directe nabijheid van ten minste een zoneplichtige weg, namelijk de A32. Voor een goede ruimtelijke inpassing van het voorziene plan zijn ook in de directe nabijheid van het plangebied gelegen niet-zoneplichtige wegen, met een 30 km/uur regime, in het akoestisch onderzoek betrokken. Het onderzoek is als bijlage 5a opgenomen. Wegverkeerslawaai De te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het wegverkeer op de A32 op de gevels van de binnen het plangebied geprojecteerde woonbestemmingen, bedraagt 53 dB of minder. Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer wordt overschreden. De A32 vormt volgens de Wet geluidhinder, zonder dat hiervoor voorzieningen zouden worden getroffen, daarom een belemmering voor de realisatie van het voorziene bouwplan. Naar verwachting zullen de verkeersintensiteiten op de voor het plangebied relevante A32 in de toekomst niet verminderen en ook zal het verlagen van de rijsnelheid niet aan de orde zijn.

Als de bronmaatregel kan mogelijk een ander type wegverharding worden toegepast. Er is echter al sprake van de toepassing van een ZOAB-wegdekverharding. Reductie van het bronvermogen, zal daarom geen optie zijn bij het reduceren van de optredende gevelbelastingen. Maatregelen in de overdracht van het geluid worden in de regel gerealiseerd via het aanbrengen van een geluidscherm of -wal. Er is al sprake van de aanwezigheid van een geluidscherm met een hoogte van ongeveer 1,80 meter. Een verhoging van dit scherm, zal een dermate forse investering betekenen voor de realisatie van een relatief gering plangebied. Dit zal ervoor zorgen dat de realisatie van het voorziene plan om financiële redenen, niet meer haalbaar zal zijn. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek kan geconcludeerd dat ter plaatse van een aantal geluidsgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeerlawaai wordt overschreden. Omdat het slechts gaat over een relatief beperkt aantal geluidsgevoelige bestemmingen waar sprake is van een overschrijding, stuiten bron- of overdrachtsmaatregelen om financiële en stedenbouwkundige redenen op bezwaar. Om realisatie van het voorziene plan alsnog mogelijk te maken, dient er bij de gemeente Heerenveen om een besluit hogere grenswaarden te worden verzocht.

Bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning dient daarom een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels toegevoegd te worden. Dit aanvullende onderzoek heeft plaatsgevonden en is als bijlage 5b opgenomen. In het onderzoek zijn berekeningen uitgevoerd die op basis van voorgestelde geluidwerende voorzieningen, leiden tot een goed akoestisch niveau. Bij de bouw van de woningen wordt rekening gehouden met deze voorzieningen.

22

Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘akoestiek’ uitvoerbaar indien de gemeente een besluit hogere grenswaarde neemt en het bouwplan voldoet aan de bouwtechnische voorwaarden zoals opgenomen het onderzoek ‘geluidbelasting gevels’.

5.6 Water Kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Analyse In het kader van onderliggend initiatief heeft een digitale watertoets plaatsgevonden (zie bijlage 6). Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap van belang. Daarom dient de normale procedure te worden doorlopen. Daarom is het plan kenbaar gemaakt bij het Watterskip Fryslan. Op basis van dit plan dient rekening te worden gehouden met de in de watertoets benoemde uitgangspunten. Toename verhard oppervlakte Ten gevolge van het plan neemt het verhard oppervlakte toe met meer dan 200 m2 met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Hierdoor wordt het oppervlaktewater extra belast. Om overlast te voorkomen is het nodig dat de initiatiefnemer de toename aan verhard oppervlak compenseert in hetzelfde peilgebied. Het waterschap hanteert hiervoor een compensatienorm van 10%.

Wetterskip Fryslan heeft een verbod opgenomen in de Keur voor de toename van verhard oppervlak met meer dan 200 m2. Er wordt vrijstelling op dit verbod gegeven wanneer voor een plan een wateradvies is afgegeven en de uitvoering van de compensatie geschiedt conform het wateradvies. In dat geval is voor de realisatie van het verhard oppervlak geen watervergunning nodig. In overleg met het waterschap wordt bepaald welke maatregelen genomen moeten worden om te voldoen aan de wateropgave. De kavels liggen aan een schouwwatergang. Dit betekent dat het perceeleigenaren verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de watergang. De kavels worden ontsloten door een dam die het water niet belemmert. Als er sprake is van een dam die breder is dan 10 meter ziet het waterschap dit als demping en moet dit gecompenseerd worden. Conclusie Op basis van voorliggend plan neemt de hoeveelheid verhard oppervlakte toe. Daarom dient compensatie plaats te vinden. Met het waterschap worden afspraken gemaakt om deze compensatie vorm te geven.

5.7 Bedrijven en milieuzonering Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving van een beoogde ontwikkeling worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van

23

gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het gaat hierbij om interne en externe werking. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving getypeerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’ Analyse Het plan voorziet in het realiseren van twee woningen binnen een woonbestemming, in een bestaand woongebied. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven.

De woningen worden zodoende niet gerealiseerd binnen de richtafstanden van bedrijven en zijn milieutechnisch inpasbaar. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ uitvoerbaar.

5.8 Externe veiligheid Kader Uitgangspunt bij het externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere groepen mensen aanvaard worden (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid luidt: ‘Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s. De overheid garandeert een zogenaamd ‘basisbeschermingsniveau’ voor externe veiligheid.’ Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=a5685a5b-0c16-41f5-8b37-ded3071e3662