CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting Heerenveen 2022

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Begroting 2022 en meerjarenperspectief 2022-202524.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Het aandeel verstrekte leningen is stabiel en zeer gering. De uitkomsten hiervan zijn in lijn met de netto schuldquote zonder dat deze gecorrigeerd is voor verstrekte leningen. Criterium voor mate van gezondheid: “De netto schuldquote gecorrigeerd is lager of gelijk aan 100%”. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. Bij een ratio kleiner dan 20% heeft een gemeente zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Normaal bevindt de ratio van een gemeente zich tussen de 20% en 70%. De ontwikkeling van de solvabiliteit is stabiel. Criterium voor mate van gezondheid: “De solvabiliteitsratio is groter of gelijk aan 20%”.

66

Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Criterium voor mate van gezondheid: “De grondexploitatie is minimaal 0%”. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. In de jaarschijf 2022 en 2024 is er een tekort. Criterium voor mate van gezondheid: “De structurele exploitatieruimte is groter of gelijk aan 0%”. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lokale lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De uitkomsten laten zien dat wij boven het landelijk gemiddelde uitkomen. De stijging van de lasten wordt grotendeels veroorzaakt door een stijging van de rioolheffing.

Het is onduidelijk of wij voor de komende jaren inderdaad boven het landelijk gemiddelde uitkomen. Aangezien de vergelijkende cijfers voor het landelijk gemiddelde op hetzelfde niveau zijn gebleven als de begroting 2021. Criterium voor mate van gezondheid: “De woonlasten ten opzichte van het landelijke gemiddelde zijn lager dan 100%”.

67

5.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De gemeente beheert in de openbare ruimte kapitaalgoederen, waaronder wegen (verhardingen en gladheidsbestrijding), groen en bomen, bruggen, oevers, kaden, steigers, duikers, straat- en parkmeubilair. Maar ook verlichting, speelvoorzieningen, riolering, watergangen en bebordingen. Het beleidsmatig en financieel kader voor het duurzaam in stand houden van deze kapitaalgoederen is geborgd in het kwaliteitsplan openbare ruimte, de nota kapitaalgoederen, met een looptijd tot en met 2020. Eind 2021 is deze nota geactualiseerd voor de periode 2021-2022. Onderdeel van deze nota kapitaalgoederen zijn de onderliggende beheerplannen voor Verhardingen, Kunstwerken, Oevers en Groen. Tevens is voor deze periode een beheerplan gebouwen en beeldende kunst geactualiseerd. In deze beheerplannen zijn de onderhoudsopgaven, benodigde budgetten en onderbouwing van onderhoudsvoorzieningen opgenomen. In deze beheerplannen zijn tevens de investeringen opgenomen die als krediet in deze begroting zijn verwerkt. In de eerste helft van 2022 ontvangt u een brede nota kapitaalgoederen voor de periode 2023-2027 om vast te stellen en financieel te betrekken bij de Perspectiefnota 2022.

In deze brede nota kapitaalgoederen 2023 – 2027 worden ook gebouwen en beeldende kunst opgenomen, waarbij het voordeel wat bij gebouwen ontstaan is, niet is betrokken in deze begroting, maar wordt ingezet voor het verwachte nadeel en opgave bij verhardingen voor 2023 en verder. In deze brede nota kapitaalgoederen kunt u keuzes maken over de kwaliteit van onderhoud, wat vervolgens wordt verwerkt in de beheerplannen. De financiële uitkomsten van die beheerplannen worden vervolgens jaarlijks verwerkt in de begroting, ter aansluiting op de planning en control cyclus, waarbij de resultaten jaarlijks wordt verantwoord in de jaarrekening. Op de wijze waarop het huidige beheer en onderhoud wordt ingevuld, wordt uitvoering gegeven aan het vastgestelde kwaliteits- en veiligheidsniveau en tevens voorkomen dat kapitaalvernietiging plaatsvindt. Met deze criteria wordt veel, extra en (deels) onherstelbare schade in de vorm van achterstallig onderhoud voorkomen.

Infrastructuur Wegen (verhardingen) De gemeente beheert in totaal ruim 3,9 miljoen vierkante meter aan fietspaden, voetpaden, parkeerterreinen, rijbanen en overige verhardingen (inritten). Wegen moeten veilig en functioneel zijn en er moet geen sprake zijn van kapitaalvernietiging. Daarom is het beheerplan wegen 2021-2022 met investeringen en onderhoud vastgesteld. De investeringen zijn met een krediet opgenomen in deze begroting.

68

De gemeente voert elke twee jaar een inspectie uit naar de kwaliteit van wegen (verhardingen). Op basis hiervan anticiperen we op de staat van onderhoud in relatie tot het beschikbare budget. Alles wordt vastgelegd in het gemeentelijke beheerssysteem Obsurv. Aan de hand van rekenregels stellen we een kwalitatieve planning op, die we na een maatregeltoets omzetten naar een beheerplan. De laatste inspectie was 2020. Op een aantal plekken wordt het basisniveau, ondergrens rapportcijfer 5,5, niet gehaald. Op bedrijventerreinen wordt een 5,2 gescoord. In het woongebied haalt asfalt het basisniveau niet. Elementenverharding krijgt gemiddeld een 5,1. In het buitengebied en centra wordt het basisniveau net gehaald. Voor verhardingen zien we na 2023-2025 een opgave in het beheer. Ondanks sommige lage scores is de veiligheid gegarandeerd. Civieltechnische kunstwerken De gemeente beheert bruggen (vast en beweegbaar), tunnels en viaducten, steigers en duikers. In totaal 558 civieltechnische kunstwerken. Het beheer is op basis van de landelijke erkende CROW systematiek, richtlijnen voor kunstwerkenbeheer en geldende NEN-normering (2767-4). Het doel is de duurzame instandhouding, veiligheid en functionaliteit van de kunstwerken. Elke vijf jaar voeren we een volledige conditiemeting uit. Alles wordt vastgelegd in Obsurv. In 2019 is dit voor het laatst gebeurd.

Aan de hand van rekenregels maken we een kwalitatieve planning en begroting, die we verwerken in het beheerplan kunstwerken 220212022. Met een onderbouwing van de benodigde investeringen, waarvoor kredieten in deze begroting zijn opgenomen en de onderbouwing van de onderhoudsvoorziening. De gemeten kwaliteit, van uitstekend tot zeer slecht, laat zien dat de afgelopen jaren veel werk is gedaan. Het merendeel is uitstekend tot goed. In totaal scoren 29 kunstwerken slecht tot zeer slecht. Ondanks deze (zeer) slechte scores is de veiligheid voor gegarandeerd of worden er maatregelen genomen dat er geen sprake is van gevaar. Oevers en kaden De gemeente beheert oevers en kaden, beschoeiingen, damwanden, kaden maar ook natuurlijke oevers. In totaal ruim 55 kilometer oevers. In de periode 2016-2020 is alles geïnspecteerd. Dit gebeurt elke vijf jaar en als het nodig is tussentijds. De gegevens verwerken we in Obsurv. Het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om hiermee kapitaalvernietiging te voorkomen en de functionaliteit te behouden. Op basis van de conditiemetingen (conform de NEN 2767-4) wordt een onderhoudsplanning gemaakt die verwerkt wordt in het beheerplan oevers 20212022. Dit gebeurt aan de hand van vastgelegde cyclische normeringen. In het beheerplan is opgenomen welke investeringen benodigd zijn en die zijn als kredieten opgenomen in deze begroting.

Ook is er een onderbouwing van de onderhoudsvoorziening opgenomen. Net als bij kunstwerken wordt de kwaliteit van het areaal beoordeeld als “uitstekende conditie tot zeer slechte conditie”. Het grootste deel van de oevers scoort een uitstekende conditie, het gaat dan om bijna 38 kilometer. Ruim 17 kilometer scoort matig, slecht tot zeer slecht. Deze opgave is vertaald in het beheerplan 2021 - 2022 met doorkijk naar 2025. Daar waar sprake is van (zeer) slechte scores zijn, indien de situatie hier om vraagt, maatregelen genomen zodat de veiligheid gegarandeerd is.

69

Riolering Gemeentelijke watertaken Voor een gezonde, veilige leefomgeving en het duurzaam en toekomstbestendig maken van Heerenveen zijn goede rioleringen en robuuste wateren nodig. Ze zorgen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu (waterkwaliteit). Ook spelen ze een belangrijke rol in het tegengaan van wateroverlast. De taken zijn vastgelegd in het watertakenplan 2021-2024. We beheren 19.000 kolken, 450 kilometer vrijvervalriolen, 950 rioolgemalen en grote ondergrondse bergingskelders voor rioolwater. Samen hebben ze een vervangingswaarde van ruim € 330 miljoen. Om alle watertaken uit te voeren hebben we in de planperiode gemiddeld € 7 miljoen per jaar aan rioolheffingsinkomsten nodig. Het beheer en onderhoud is gericht op het functioneel en veilig houden en kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor een goed beeld voeren we jaarlijks inspecties van een deel van het areaal uit. Die inspecties worden verwerkt in het rioolbeheersysteem. Op basis daarvan worden, volgens een vaste methodiek, onderhoudsmaatregelen bepaald en uitgevoerd. Bij het watertakenplan 2021-2024 is een kostendekkingsplan opgesteld met onderbouwing van de kosten voor het beheer en onderhoud. Dit kostendekkingsplan geeft een doorkijk voor de lange termijn (2040), met een lange termijn ontwikkeling van het riooltarief.

Hiermee borgen we het beheer, onderhoud en de vervanging op een duurzame manier. Het kostendekkingsplan houdt voor de eerste vier jaar ook rekening met maatregelen in het kader van klimaatadaptatie.

Water Waterbeheer bestaat uit beheer van water in stedelijk en landelijk gebied en vaarwegen. Vaarwegen De provincie Fryslân heeft per verordening de vaarwegen in Friesland aan zich zelf en aan het Wetterskip Fryslân toebedeeld. De gemeente Heerenveen heeft geen vaarwegen in beheer en onderhoud. De wateren die aansluiten op de vaarwegen onderhoudt de gemeente wel. Hiervoor stellen we beleid op, zie het thema wonen en leven. Daarin is opgenomen dat er een baggerbeheerplan wordt opgesteld. Stedelijk water Het stedelijk water is in 2016 overgedragen van de gemeente naar het Wetterskip Fryslân. De gemeente voert het feitelijk onderhoud nog wel steeds uit, op basis van een door het Wetterskip Fryslân te verstrekken vergoeding. Deze vergoeding, die de te maken kosten voor het beheer en onderhoud van het water dekt, is in 2021 herzien voor 2021 en 2022. Het onderhoud betreft het tijdig uitmaaien van de watergangen, waardoor die functioneel blijven. Het beheer en onderhoud (welke maatregelen en wanneer uit te voeren) zijn in afstemming met het Wetterskip Fryslân bepaald en opgenomen in het gemeentelijk beheersysteem. In totaal onderhouden wij voor het Wetterskip Fryslân 95 kilometer en 60 hectare water in het stedelijk gebied.

70

Het baggeronderhoud maak ook onderdeel uit van de overdracht uit 2016. Met het Wetterskip Fryslân hebben we afgesproken dat voor 2024 alle (achterstallige) bagger op basis van 50/50 kostenverdeling wordt weggewerkt. Nadat het achterstallige baggeronderhoud is uitgevoerd, is ook het baggeronderhoud van het stedelijk water overgedragen aan het Wetterskip Fryslân. Water landelijk gebied In het landelijk gebied voeren wij zelf deels het onderhoud van de watergangen uit. Dit gebeurt veelal op basis van de schouwplicht die ons door het Wetterskip Fryslân is opgelegd. Daarnaast voeren agrariërs onderhoud voor ons uit. Hiervoor krijgen ze van ons een vergoeding. In totaal onderhouden wij in het landelijk gebied ruim 250 kilometer watergangen.

Groen Het beheer en onderhoud van het groen doen we op basis van het kwaliteitskader zoals vastgelegd in de nota kapitaalgoederen 2021-2022. We maken onderscheid in bomen, bos, bosplantsoen, gras, hagen, heesters, houtwallen, plantenbakken en vaste plantvakken op basis van een gebiedsindeling: Bedrijventerrein, Buitengebied, Centra, Groengebied, Hoofdwegen en Woongebied. Het kwaliteitsniveau van eerdere jaren continueren we op basis van het niveau bewust beheer. Op sommige plekken streven we een laag niveau na. Op andere een basis en een hoog niveau. Het onderhoud aan het groen wordt betaald vanuit de onderhoudsbudgetten. Zoals wettelijk verplicht zorgen wij voor het beheer en onderhoud, waaronder onze zorgplicht voor bomen en de Wet Natuurbescherming. Wij willen vooral optreden als goede rentmeester, waarbij we kapitaalvernietiging tegengaan. Bij het beheer en onderhoud houden wij waar mogelijk rekening met biodiversiteit, klimaatontwikkeling, plaagdierbestrijding en invasieve soorten. De kwaliteit van de openbare ruimte beoordelen wij op basis van rapportcijfers en drie keer per jaar houden we een schouw om de kwaliteit te meten. Al ons areaal is vastgelegd in ons groenbeheersysteem. We beheren ongeveer 6,5 miljoen vierkante meter groen, waarvan ruim 40.000 bomen.

Voor het groenbeheer werken we met maatregelenpakketten (arbeid, materiaal) en maken een begroting van de benodigde kosten van onderhoud. Dat doen we aan de hand van het ambitieniveau bewust beheer. In 2020 voerden we in juni, september en november een schouw uit. De technische staat van de groenonderdelen scoren rond het rapportcijfer 7 (basisniveau). Dat past bij het huidige ambitieniveau basis. Qua verzorging scoort het groen gemiddeld hoger, met uitzondering van de onkruidgroei (basis).

71

Gebouwen De gemeente Heerenveen heeft 76 gebouwen en 68 beeldende kunstobjecten in eigendom en beheer. Voor het planmatig en efficiënt uitvoeren van onderhoud is het belangrijk te weten welk bouwkundig- en installatietechnisch onderhoud nodig is. In 2021 is daarom de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en de daaraan verbonden installaties in kaart gebracht. Uitgevoerd op basis van de landelijke NEN 2767 norm, een methodiek. De uitkomst was dat alle gebouwen in redelijke staat van onderhoud zijn. De inspecties en de gebouw-specifieke data (kwantiteit: bouwjaar, adres, m2, etc.) zijn in het gebouwenbeheersysteem opgenomen. Dat systeem kan een meerjarige planning maken voor het hele gebouw inclusief installaties waar onderhoud of vervanging nodig is. Dat leidt een financiële onderhoud- en vervangingsbehoefte voor de komende jaren.

Huisvesting onderwijs De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende huisvestingscapaciteit en een adequate huisvestingssituatie van het onderwijs in de gemeente. Dit geldt voor het basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs. Het middelbaar beroepsonderwijs kent geen gemeentelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting. Budget In de begroting is jaarlijks budget geregeld voor calamiteiten en voor een eerste inrichting van onderwijsleerpakketten en/of meubilair bij uitbreidingen door autonome ontwikkelingen. Huisvesting primair onderwijs Op 23 juni 2016 heeft u de Herijking toekomstperspectief huisvesting basisonderwijs gemeente Heerenveen vastgesteld. Dit plan geeft tot en met 2030 inzicht in het huisvestingsperspectief voor de basisscholen in de gemeente. Voor de bekostiging van de onderwijsvoorzieningen is de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Heerenveen (vastgesteld op 18 december 2017) het uitgangspunt. De bijbehorende dekking is geregeld in de begroting. We monitoren en evalueren het plan jaarlijks met de schoolbesturen. De afgelopen 4 jaar waren er veel ontwikkelingen van invloed op de huisvesting van het basisonderwijs, bijvoorbeeld krimp of samenvoeging van basisscholen. Daarom is in 2021 gestart met de herijking van het huisvestingsplan.

Bij deze herijking worden relevante beleidsterreinen en onwikkelingen, die impact hebben op de huisvesting, meegenomen. De verwachting is dat we de financiële vertaling meenemen bij de Perspectiefnota 2022. De Buitenkans Het gemeentelijke schoolgebouw waarin de Buitenkans is gehuisvest, is ruim 40 jaar oud. Daarom hebben we een conditiemeting uitgevoerd. Uit deze nulmeting komt het advies om het gebouw te renoveren of nieuw te bouwen. Een voorkeursscenario leggen we uw raad ter besluitvorming voor. De financiële vertaling hiervan nemen we mee bij de herijking van het huisvestingsplan primair onderwijs.

72

De Greiden Er loopt op dit moment, op grond van het huidige toekomstperspectief, een haalbaarheidsonderzoek naar toekomstige huisvesting van vier basisscholen in De Greiden. Hierin zijn meerdere scenario’s in beeld gebracht. Zodra er vanuit inhoudelijke en financiële argumenten een gedragen scenario is gekozen, leggen we deze aan uw raad voor. Huisvesting voortgezet onderwijs Voor het voortgezet onderwijs (VO) ontbreekt nog een dergelijk inzicht. Op dit moment verkennen we met alle relevante partners de vastgoedopgave. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de toekomstige huisvesting van het VO (inclusief het bewegingsonderwijs) in de gemeente moeten we binnen dit proces nog andere keuzes maken. In de dekking van de benodigde investeringsbehoefte is nog niet voorzien. Voor de inhoudelijke verkenning, die vertaald wordt naar de vastgoedopgave, is meer tijd nodig dan vooraf gedacht. We verwachten dat we u in 2022 een voorstel over het toekomstperspectief huisvesting VO voor kunnen leggen, waarin het langjarige bestendige beheer zowel technisch als financieel inzichtelijk is.

Sportvelden en bijbehorende gebouwen De gemeente onderhoudt de gemeentelijke sportvelden. Bij sommige sportvelden zijn de dagelijkse onderhoudswerkzaamheden overgedragen aan de verenigingen, die hiervoor jaarlijks een vergoeding ontvangen. Sportvelden Voor de sportvelden is de meerjarenonderhoudsplanning Actualisatie nulmeting sportvelden Heerenveen van 6 januari 2016 het uitgangspunt. De financiële dekking van de benodigde onderhoudsmaatregelen is geregeld in het product Sportaccommodaties in de Begroting en in de Voorziening Sportvelden. In dit budget zijn ook de periodieke renovatiekosten van de natuur- en kunstgrasvelden en van de kunststofatletiekbaan opgenomen. Bij de vaststelling van het Actualisatie Accommodatieplan Sport op 23 juni 2016 besloot u dat beheer en onderhoud van de sportvelden bij de gemeente blijft. Uitbreiding en/of vernieuwing Voor specifieke uitbreiding en/of vernieuwing van sportvoorzieningen (anders dan renoveren) reserveren we niet. Dit betekent dat hiervoor van geval tot geval een investeringskrediet nodig is, waarvan we de lasten in de Begroting verwerken. Bij de vaststelling van eerder genoemde Actualisatie Accommodatieplan Sport besloot uw raad dat, bij verzoeken voor dergelijke investeringen in sportaccommodaties, een vereniging in principe 1/3e van de werkelijke kosten (mee)betaalt.

Informatiemanagement en ICT De basis-ICT, met de onderhoudscontracten en een investeringsplan, valt onder kapitaalgoederen. De vervanging van software voor primaire, bedrijfsvoering-, mid- en frontoffice processen nemen wij niet op onder kapitaalgoederen. Vervanging van deze software is namelijk afhankelijk van het functioneren, het aanbod van leveranciers, de wijzigingen in wet- en regelgeving en andere invloeden. Daar zit geen ritme van vervanging in. Op langere termijn (4 tot 8 jaar) voorzien wij een kanteling van investeren naar huren door ontwikkelingen in de technologie. Wij verwachten dat investeringen in rekenkracht (servers), opslag (storage), netwerk, backup, recovery en systeemprogrammatuur in de toekomst vervangen zullen worden door het huren van deze faciliteiten voor digitale werkplekken. Onze verwachting is dat dit dan beter beheersbaar, betaalbaar en veilig is.

73

5.3 FINANCIERING Algemeen In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico’s vast. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Net als de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, bevat ook de paragraaf Financiering informatie over de financiële risico’s die een gemeente loopt. De risico’s in deze paragraaf zijn goed kwantificeerbaar. Het gaat hier bijvoorbeeld om krediet-, rente- en liquiditeitsrisico’s. In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico’s vast. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Net als de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, bevat ook de paragraaf Financiering informatie over de financiële risico’s die een gemeente loopt. De risico’s in deze paragraaf zijn goed kwantificeerbaar. Het gaat hier bijvoorbeeld om krediet-, rente en liquiditeitsrisico’s.

Kaders Voor de uitvoering van de treasuryfunctie heeft de gemeente te maken met verschillende wettelijke kaders. De belangrijkste zijn: de Wet HOF, Wet Fido, Ruddo. Treasurystatuut, financiële verordening. In het treasurystatuut zijn binnen de mogelijkheden van de wet Fido en de Ruddo de kaders vastgelegd voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Er is een onderzoek uitgevoerd naar hoe wij op dit moment deze functie invullen. Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek zijn een aantal concrete maatregelen getroffen: • We stellen per kwartaal een actuele liquiditeitsprognose op; • We evalueren jaarlijks onze werkwijze en passen deze zo nodig aan. Financieringsbehoefte In de afgelopen jaren is onze financieringsbehoefte voornamelijk ‘lang’ gefinancierd. Gezien de gunstige rentepercentages en de financiële positie van de gemeente werd hiermee het risico op renteschommelingen zoveel mogelijk opgevangen. Volgens het schatkistbankieren moeten overtollige middelen in de schatkist van het rijk worden aangehouden. Doordat hier enkele uitzonderingen op zijn kan de gemeente profiteren van haar financieringsoverschot. Overtollige middelen kunnen bijvoorbeeld uitgezet worden in de vorm van een lening aan een andere gemeente of er kan voor worden gekozen bestaande leningen vervroegd af te lossen. De leningen aan de bank kunnen alleen niet zonder boetes vervroegd worden afgelost.

74

Garantstellingen Door garantstellingen en financiële deelnemingen worden middelen ingezet voor derden die geheel of gedeeltelijk publieke taken uitvoeren. De financiering van instellingen in de sectoren zorg en woningbouw is in het verleden veelvuldig gepaard gegaan met garantiestelling door de gemeente. Sinds 2001 worden geen nieuwe directe garantiestellingen meer verleend aan instellingen op het gebied van zorg en woningbouw, omdat deze instellingen de mogelijkheid hebben leningen aan te trekken via het Waarborgfonds sociale woningbouw of het Waarborgfonds Zorgsector. Vanuit het verleden is er nog een aantal directe garantiestellingen verleend aan instellingen in de sectoren zorg en woningbouw. In het in 2014 vastgesteld beleidskader Garanties is opgenomen onder welke voorwaarden de gemeente bereid is alsnog een borg- of garantstelling af te geven. De gemeente staat bijvoorbeeld garant voor een lening ten behoeve van MFA Aengwirden en Sportstad Heerenveen BV. Relatiebeheer De (kort geld) financiering van de gemeente komt grotendeels tot stand via de BNG via rekening-courant en kasgeldleningen. Daarbij vindt saldoregulatie plaats. Daarnaast wordt ook bij de ABN-AMRO bank een rekening-courant aangehouden.

Visie en beheer Rentevisie De gemiddelde rente op de leningen van de huidige vaste schuld bedraagt circa 2,4%. De verwachting is dat zowel de rente op de geld- als kapitaalmarkt voorlopig op een laag niveau blijft. Kredietrisico Kredietrisicobeheer kunnen we omschrijven als het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van onze vorderingen als gevolg van insolventie of deficit van tegenpartijen.

75

Renterisicobeheer Kasgeldlimiet De gemiddelde netto vlottende schuld per kalenderkwartaal wordt getoetst aan de kasgeldlimiet. Bij een begrotingsomvang van € 181,5 miljoen. bedraagt de toegestane kasgeldlimiet 8,5% van dit bedrag ofwel € 15,4 miljoen. Dit is het maximale bedrag dat met kort geld mag worden gefinancierd. Aan de hand van de liquiditeitsprognose wordt dit gemonitord. Op de volgende pagina is de kasgeldlimiet voor de begroting 2022 - 2025 weergegeven.

Renterisiconorm De hoogte van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen van opgenomen leningen wordt getoetst aan de renterisiconorm. In de Wet FIDO is het renterisico bepaald op 20% van het begrotingsvolume. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven. Hieruit blijkt dat de norm niet wordt overschreden.

76

Renteschema programmabegroting 2022 - 2025 Door toepassing van de rente-omslagmethode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties in de programmabegroting. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 25% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden. Hieronder is de berekening van de renteomslag opgenomen.

77

5.4 BEDRIJFSVOERING Algemeen De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de thema’s te realiseren. Het betreft de beleidsmatige (primaire) processen, de ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan. Verbetering getrouwheid en/of rechtmatigheid Op basis van de bevindingen die de accountant heeft gedaan tijdens de interim controle is het format en de inhoud van de managementletter verder doorontwikkeld. Hieronder is per onderdeel de actie op de bevindingen van de accountant opgenomen. Naar verwachting moeten gemeenten voor het verslagjaar 2022 voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening (onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring). De commissie BBV heeft hiervoor een modeltekst opgesteld die we opnemen in de Jaarrekening 2022. Naast de rechtmatigheidsverantwoording worden in de paragraaf bedrijfsvoering de bevindingen over de interne beheersing en de acties hierop weergegeven. Op basis van de bevindingen van de accountant, hebben we het format en de inhoud van de managementletter verder doorontwikkeld. Hieronder treft u per proces aan welke actie(s) we hebben ingezet (evaluatie, controle).

Een belangrijke bevinding houdt in dat dit óf leidt tot een frauderisico óf tot een verhoogde kans op een materiële fout in de jaarrekening. Alle bevindingen hieronder zijn niet significant.

Proces Jeugdzorg/WMO & Uitkeringen (Participatiewet) Uitkeringen (Participatiewet): Autorisatie van de ingevoerde normbedragen wordt niet technisch afgedwongen. Opvolging: Als de component- en normwijzigingen zijn ingevoerd, controleert en parafeert een andere collega die. De aanvraag van technisch afdwingen, is doorgegeven aan de leverancier van het softwarepakket. We handhaven de huidige procedure, omdat het niet haalbaar wordt geacht dit in de software in te laten bouwen. Uitkeringen (Participatiewet): Er is geen zichtbare toetsing op toewijzing van uitkeringen. Opvolging: Bij toekenning toetsen we op dit moment op rechtmatigheid en juistheid met de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). We zijn bezig met het ontwikkelen van lijncontroles (IC) op dit gebied om daarmee op tijd (systematische) fouten te ontdekken en te kunnen bijsturen. Jeugdhulp/Wmo: Er is geen zichtbare inhoudelijke toetsing op de toekenning van de zorg en/of voorzieningen. Opvolging: Bij Jeugdhulp krijgt de gedragswetenschapper de ondersteuningsplannen die gevolgd worden door een beschikking, ter beoordeling en ondertekening. Het gaat dan om kinderen en jongeren waarvan de gemeente vindt dat ze in aanmerking komen voor Jeugdhulp.

78

Bij Wmo maken de meitinkers het gespreksverslag/ondersteuningsplan en wordt dit plan in de backoffice WMO geaccordeerd. Hierna wordt de beschikking afgegeven. Wij zijn van mening dat bij de betreffende bevindingen voldoende sprake is van controle. De genoemde resteren risico’s worden daarom laag ingeschat. In 2021 gaan we aan de slag met procesevaluaties. Daarin betrekken we deze bevinding en adviezen verder.

Proces Investeringskredieten Geen zichtbare monitoring/toekenningscontrole op investeringskredieten Opvolging: Naast de bestaande controles op afwijkingen in de investeringskredieten, gaan wij de controle op juistheid (bijvoorbeeld kostenverdeling) zichtbaar borgen.

Proces Subsidies Zichtbare controle op de toetsing van de subsidieaanvragen wordt niet zichtbaar consistent toegepast. Opvolging: Met de invoering van het subsidievolgsysteem in 2021 wordt de zichtbare samenhang gewaarborgd. Hierbij nemen we de subsidieaanvragen structureel op in lijstwerk.

Proces Tussenrekeningen Periodieke beoordeling/controle van de tussenrekeningen worden niet zichtbaar vastgelegd. Opvolging: Het proces van tussenrekeningen wordt meer (zichtbaar) beheersmatig ingericht.

Ontwikkelingen Het is onze ambitie om maximaal bij te dragen aan een veranderende samenleving. Vanuit de organisatiekoers Samen voor Goud ontwikkelen we de organisatie vanuit het hier en nu, én in de toekomst. Dat kan alleen als we stappen maken in de ontwikkeling van onze bedrijfsvoering. Waarbij wij bedrijfsvoering niet zien als een apart onderdeel binnen de organisatie, maar als een integraal onderdeel van de organisatie. In de organisatiekoers is het gedachtegoed Werken vanuit de bedoeling verankerd. Bij het werken vanuit de bedoeling gaat het erom dat medewerkers en teams in hun werk aansluiten bij wat echt nodig is voor de samenleving. Binnen onze koers kennen we de volgende doelen voor organisatieontwikkeling: • Toekomstbestendig leiderschap • Nieuwe vormen sturing en control • Toekomstbestendige medewerkers •C  ontinu verbetering bedrijfsvoering

Toekomstig leiderschap Wij hebben leidinggevenden ondersteund met een programma voor leiderschaps-ontwikkeling. In 2022 zetten we in op: •V  erdere groei en ontwikkeling van leidinggevenden, individueel en/of als team •O  ndersteuning van nieuwe leidinggevenden • Feedback op leiding geven

79

Nieuwe vorming sturing en control Financiën De planning en control cyclus van de organisatie is in ontwikkeling. Met als bovenliggende bedoeling om college en raad in staat te stellen verantwoorde afwegingen en keuzes te maken over beleidsdoelstellingen en inzet van middelen. Verantwoord betekent dat keuzes in samenhang worden afgewogen en dat deze ook passen in de lange termijn doelstellingen en financiële draagkracht van de gemeenten. Afgelopen jaar is gebleken dat het begrotingsproces binnen de gemeente niet op orde is, daartoe heeft de raad besloten om het externe bureau Necker van Naem in te schakelen. Op basis van aanbevelingen van Necker en Naem zijn wij gestart met een verbetertraject van de Planning- en controlcyclus. Wij richten ons in 2022 op: • Verder verbeteren van de kwaliteit, leesbaarheid, inhoud en opzet van de P&C-cyclus. In samenspraak met uw raad; • Sturing op de samenwerking in de P&C cyclus. Duidelijkheid over rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de verschillende stakeholders. • Het explicieter verbinden van doelen en middelen in de begroting en de jaarrekening. •D  e cultuur, waar openheid, aanspreken, leren van fouten, samenwerking en eigenaarschap kernwaarden zijn en waar kritisch vermogen aanwezig is. Om dit verbetertraject voort te zetten zijn er extra middelen nodig. Dit traject loopt naast de bestaande werkzaamheden.

Toekomstige medewerkers Werken vanuit de bedoeling Wij gaan door met de ontwikkeling en implementatie van het Werken vanuit de bedoeling. Onder andere door het trainen van teams en afdelingen. We willen doen wat helpt. Dit geldt bij alles, van maatschappelijke opgaven tot individuele vragen van inwoners. Dat is onze missie. Toekomstbestendige medewerkers en strategische personeelsplanning De maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende behoeften vragen andere kwaliteiten van onze medewerkers. Om deze ontwikkelingen vanuit HR te faciliteren maken we een plan van aanpak Strategische PersoneelsPlanning die we gefaseerd willen implementeren. Hierbij is aandacht voor de taakstellingen flexpool en digitalisering.

Continu verbetering bedrijfsvoering Nieuwe ICT visie In 2018 is een voorlopige ICT visie vastgesteld. Door continu en snelle ontwikkelingen biedt deze visie niet meer voldoende houvast voor de kortere en langere termijn. Daarom zijn wij gestart met het maken van een nieuwe visie. Die visie past binnen de door u vastgestelde huisvestingsvisie en de dienstverleningsvisie die in ontwikkeling is. Zodra de dienstverleningsvisie door uw raad is vastgesteld, ronden we de ICT visie af en leggen deze aan u voor.

80

Digitaal duurzaam werken De door uw raad beschikbaar gestelde financiële middelen voor het programma Samen Digitaal zijn grotendeels besteed. Voor de continuïteit van de dienstverlening en/of bedrijfsuitoefening en voor verdere ontwikkeling van digitaal duurzaam werken zijn nieuwe financiële middelen nodig. Daarom werken wij digitaal duurzaam werken in 2021 uit naar toegevoegde waarde voor de doelen in de thema’s in de Perspectiefnota en de Begroting. In de Perspectiefnota 2022 leggen wij de daarvoor noodzakelijke financiële middelen aan uw raad voor. Nieuw werkconcept Ook in Heerenveen zijn de veranderingen rondom het werken op kantoor radicaal veranderd. Dit vraagt aanpassingen op het gebied van ‘bricks, bytes & behaviour’. We verwachten dat dit vanaf 2022 steeds meer gewoon wordt en we stapsgewijs een nieuwe manier van (samen) werken ontwikkelen. Dit vraagt, vooruitlopend op het realiseren van de nieuwe huisvesting, investeringen op verschillende terreinen. Bijvoorbeeld om hybride overleggen en samenwerken met de samenleving en onze stakeholders mogelijk te maken. We komen hier bij u op terug. Informatiemanagement Informatiemanagement is een van de basisingrediënten voor een goede dienstverlening aan individuen en groepen, en essentieel bij participatietrajecten. De komende jaren is digitaal werken en digitaliseren van processen een ontwikkelpunt binnen onze organisatie.

De verwachting is dat per 2022 nieuwe wetten ingaan die directe en vergaande consequenties hebben voor de inrichting van onze informatiehuishouding. We moeten regelen dat bijna alle informatie actief openbaar wordt gemaakt. Daarnaast vraagt deze verandering om een professionaliseringsslag van het vakgebied. Hiervoor ronden we in 2022 een structuurplan af. Besluit digitale toegankelijkheid en inclusie Nieuwe wetgeving schrijft voor dat onze digitale dienstverlening en informatievoorziening ook goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking (visueel of auditief) of met een lager taalniveau. In 2022 gaan wij aan de slag met het breder doorvoeren van deze nieuwe wetgeving. Verzekeringen De WGA verzekering (Wet gedeeltelijk arbeidsgeschikten) en de APPA-verzekering (kapitaalverzekering ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor politieke ambtsdragers) worden met ingang van 1 januari 2022 herzien. Eventuele financiële consequenties zijn bij het opmaken van deze begroting nog niet duidelijk. Arbobeleid Wij zijn verplicht om er voor te zorgen dat onze werknemers veilig en gezond kunnen werken. Uit de Risico evaluatie en –inventarisatie kwam naar voren dat ons arbobeleid verouderd is. In 2022 wordt nieuw arbobeleid, waaronder ook thuiswerkbeleid, gemaakt. Dan nemen we de arbobudgetten opnieuw onder de loep en nemen we dat mee in de P&C cyclus.

81

5.5 SAMENWERKING Algemeen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Is er alleen sprake van een financieel belang dan gaat het niet om een verbonden partij. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en risico’s van de verbonden partijen op het gebied van samenwerken toegelicht.

Nota samenwerken Sinds 2019 werkt de gemeente Heerenveen volgens de Nota Samenwerken. Door uw raad vastgesteld op 16 september 2019. Deze nota bestaat uit drie pijlers: 1. Samenwerking is breder dan alleen verbonden partijen De vorige nota Verbonden partijen uit 2006 zag uitsluitend toe op samenwerkingsverbanden die voldoen aan de criteria van het BBV, de verbonden partijen. De Nota Samenwerken kijkt breder. Namelijk ook naar partijen die grote invloed hebben op het realiseren van onze doelen. Dit noemen we de Nota Samenwerken-partijen. 2. Geen kaders vooraf, maar maatwerk Het beleggen van een publieke taak bij een andere organisatie heeft als gevolg dat de gemeenteraad geen directe controle heeft. In plaats van dat uw raad bijvoorbeeld een besluit neemt over een begroting, dient uw raad een zienswijze in. De afweging om een taak zelf te doen of hierin samen te werken kan daarom voor uw macht verminderen. Afhankelijk van het maatschappelijk belang, wat noodzakelijk is om dit belang te dienen en de sturing die u hier zelf op wilt houden kan samenwerken een prima oplossing zijn. Ondanks dat uw directe beïnvloedbaarheid zal afnemen. Het is op voorhand erg lastig te zeggen of samenwerken of zelf doen de juiste keuze is. Ook de vorm is situatie afhankelijk en dus maatwerk.

Wij brengen uw raad daarom op voorhand in positie en samen kijken we of samenwerken gewenst is en in welke vorm. 3. Meer grip op onze samenwerkingspartners De gemeente Heerenveen voert verschillende taken uit. Soms worden deze taken door externe organisaties uitgevoerd. Ook in deze gevallen is het van belang om hier voldoende inzicht in en grip op te houden. Een risicoanalyse biedt zicht op de risico’s. Daarom werken we aan een risicoanalyses van de Nota Samenwerken-partijen. De uitkomsten van de analyse bepalen uiteindelijk ook welke beheersmaatregelen we inzetten. Dat is maatwerk.

Categorieën In onderstaand overzicht ziet u in de categorieën Gemeenschappelijke regelingen, Vennootschappen en coöperaties en Stichtingen en verenigingen de vormen van samenwerking die voldoen aan de definitie van verbonden partijen zoals opgenomen in het BBV en waarin de gemeente Heerenveen participeert.

82

Overzicht (bijdragen) verbonden partijen

Nota Samenwerken-partijen De commissie BBV adviseert gemeenten om ook andere organisaties op te nemen. Bij deze organisaties is geen sprake van een financieel belang, maar wel van structurele bekostiging en grote mate van afhankelijkheid van de gemeente. Dit betreft de volgende partijen: •S  tichting Caleidoscoop • Stichting Maatschappelijk Werk Friesland • Bibliotheken Mar en Fean • Atelier Majeur •M  useum Heerenveen •K  inderwoud Kinderopvang •S  port Fryslân • InPublic • Werken in Friesland • Heerenveen ‘n Gouden Plak

83

Gemeenschappelijke regelingen

84

85

86

87

88

89

Vennootschappen en coöperaties

90

91

92

93

94

95

96

Stichtingen en verenigingen

97

98

99

5.6 GRONDBELEID Algemeen Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. De paragraaf Grondbeleid moet in ieder geval bestaan uit: • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting. • Een omschrijving van hoe de gemeente het grondbeleid uitvoert. • Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie. •E  en onderbouwing van de geraamde winstneming. • De beleidsuitgangspunten voor de reserves van grondzaken in relatie tot de risico’s van grondzaken. Nota Grondbeleid De actuele nota Grondbeleid, die uw raad op 7 november 2013 heeft vastgesteld, beschrijft de gehanteerde kaders. Kaders in de vorm van beleidsregels. Onderstaand worden de kaders voor het grondbeleid, zoals in deze nota beschreven en voor zover in de huidige situatie relevant, vermeld: • De gemeente legt de nadruk op de instrumenten van het kostenverhaal. Wij willen gemaakte kosten terugverdienen tegen een zo beperkt mogelijk risicoprofiel. • De gemeente neemt een kritische houding aan over het behoud van haar vastgoed en grondportefeuille.

• Met het grondprijsbeleid beoogt de gemeente de bouwgrond te verkopen tegen marktconforme condities en prijzen. Daarbij houden we voortdurend rekening met wijzigingen in marktomstandigheden. • We geven gronden tegen marktwaarde uit. We stellen deze waarde objectief en transparant vast. In eerste aanleg wordt gebruik gemaakt van de residuele grondwaardebepaling. Waar nodig huren we expertise in van makelaars, taxateurs en adviseurs om bouwkosten te toetsen. • Voor niet-commerciële functies hanteert de gemeente in eerste aanleg de kostprijsmethode. • Voor alle grondexploitaties maken we onderbouwde exploitatieberekeningen. • De exploitatieberekeningen bieden we uw raad ter vaststelling aan en worden jaarlijks herzien. • Wij informeren uw raad minimaal twee maal per jaar over de voortgang van de grondexploitatie. Dit doen we naast de reguliere informatie in het kader van de P&C-cyclus en het vaststellen van de grondexploitaties. Via deze monitoring betrekken wij uw raad bij de inhoudelijke en kwalitatieve voortgang binnen de afzonderlijke projecten. Afwijkingen worden vroegtijdig gesignaleerd, zodat we kunnen bijsturen als dat gewenst is. • Bij het opstellen van grondexploitaties stellen we ook risicoanalyses op. • Verlies nemen we door een voorziening te treffen ter grootte van het volledige verlies. Het verlies wordt direct genomen zodra het zich voordoet.

100

Monitoring projecten grondbedrijf, risicoanalyse en actualisatie De monitor grondbedrijf is inmiddels enkele jaren actief. De monitor voldoet aan de verwachtingen en geeft goede handvatten voor het beheersen van de grondexploitaties. Ook maakt de monitor de inhoudelijke voortgang van de verschillende projecten en processen inzichtelijk. Bij het monitoren richten we ons telkens op de referentiesituatie zoals die jaarlijks wordt vastgesteld bij de behandeling van de themarekening. Daarbij wordt per project de situatie per 1 januari van het betreffende jaar geschetst en vastgelegd in de vorm van: • Boekwaarde. •E  xploitatie resultaat. •P  rogrammering en fasering (welke kosten en opbrengsten voor de komende jaren). •N  og te realiseren opbrengsten en te maken kosten. Voor de jaarrekening stellen wij een position paper op. In dit document beschrijven wij de waardering van de grondexploitaties en gehanteerde parameters. Dit maakt ons in control doordat we aangeven welke werkzaamheden we verrichten, wie dit vervolgens documenteert en wie de werkzaamheden controleert. De ramingen in de grondexploitaties zijn betrouwbaarder en we signaleren potentiële risico’s eerder. Risicomanagement grondbedrijf Al enkele jaren wordt voor het grondbedrijf via de GREX-manager een risico-analyse uitgevoerd.

De GREX-manager biedt de mogelijkheid om per complex en rekening houdend met de looptijd en omvang, de financiële risico’s te bepalen. Op deze manier brengen we per complex de risico’s in kaart. In onderstaande tabel is het totaal aan risico’s opgenomen.

De benodigde buffer dekt 90% van de mogelijke scenario’s af. De benodigde buffer wordt met een factor 1,4 verhoogd omdat er mogelijk risico’s ontbreken (‘zwarte zwanen’) en er strengere regels voor winstneming zijn ingevoerd. Dit heeft als gevolg dat de buffer door potentiële winst hiermee niet langer aanwezig is. Het percentage van 90% zekerheid en de factor 1,4 is gelijk aan de uitgangspunten zoals uw raad die voor het ‘algemene weerstandsvermogen’ heeft vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=86af491e-6f67-4c78-b0bd-7d6522c1482f