CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.7 Bijlage 7 Bestemmingsplan Klaverblad Noordoost_sm

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplannen Klaverblad Noordoost en Deprogrammering IBF en Beeldkwaliteitsplan Klaverblad Noordoost26.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting bestemmingsplan Projectnummer: 370407 Referentienummer: Datum: 29-08-2022

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost Toelichting

Vaststelling

Opdrachtgever: Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Gebiedsadvies Groningen Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Mervin Rozema Adviseur/projectleider ruimtelijke ontwikkeling M +31 6 51 59 30 57

Revisiebeheer Revisie C1 D1 D2 D1 D2 D3 D1

Datum 22-08-2021 07-10-2021 18-10-2021 03-03-2022 17-05-2022 19-05-2022 29-08-2022

Status Concept voorontwerp Voorontwerp Ontwerp Ontwerp Ontwerp Vaststelling

Belangrijkste wijzigingen Opzet toelichting voorontwerp Bp Opmerkingen aug ‘21 verwerkt Laatste aanpassingen Inspraak en overleg verwerkt Onderzoeken + aanvulling MER toegevoegd Laatste aanpassingen Zienswijzen verwekt, nota toegevoegd

0

Verantwoording Titel

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost

Subtitel

Toelichting

Projectnummer

370407

Revisie

Vaststelling

Datum

29-08-2022

Auteur

Mervin Rozema

E-mailadres

mervin.rozema@sweco.nl

Gecontroleerd door

Alice Schuiling

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Tim Verver

Paraaf goedgekeurd

1

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Begrenzing plangebied ............................................................................................ 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................ 5

2

Beleidskader .......................................................................................................... 6

2.1

Rijksbeleid ............................................................................................................... 6

2.2

Provinciaal beleid..................................................................................................... 8

2.3

Regionaal beleid .................................................................................................... 10

2.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 11

3

Voorgeschiedenis en planbeschrijving ............................................................. 13

3.1

Beleidsmatige voorgeschiedenis ........................................................................... 13

3.2

Planbeschrijving..................................................................................................... 15

4

Omgevingsaspecten ........................................................................................... 21

4.1

M.e.r. ...................................................................................................................... 21

4.2

Natuur .................................................................................................................... 22

4.3

Archeologie ............................................................................................................ 25

4.4

Waterparagraaf ...................................................................................................... 28

4.5

Bodem ................................................................................................................... 29

4.6

Milieuzonering........................................................................................................ 31

4.7

Geluid .................................................................................................................... 32

4.8

Luchtkwaliteit ......................................................................................................... 34

4.9

Externe veiligheid .................................................................................................. 35

4.10

Kabels en leidingen ............................................................................................... 38

5

Juridische toelichting ......................................................................................... 40

5.1

Plansystematiek..................................................................................................... 40

5.2

Toelichting op de regels ........................................................................................ 40

6

Uitvoerbaarheid ................................................................................................... 47

6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................... 47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................... 47

2

Bijlagen Bijlage 1 Ladderonderbouwing (Sweco, 15 oktober 2021) Bijlage 2 Waterstructuurplan bedrijventerrein KNO (Roelofs, 4 juni 2021) Bijlage 3 Vergunningencheck Digitale Watertoets KNO Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Klaverblad Noordoost (3 maart 2022) Bijlage 5 MER KNO Hoofdrapport (Sweco, 1 nov 2021) Bijlage 6 Aanvulling MER (Sweco, 17 mei 2022 Bijlage 7 Ecologische quickscan (3 maart 2022) Bijlage 8 Notitie stikstofdepositie (Sweco, 24 februari 2022) Bijlage 9 Archeologie BO en IVO (Sweco, 8 maart 2022) Bijlage 10 Archeologie IVO karterend (Sweco, 13 mei 2022) Bijlage 11 Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit (Sweco, 6 okt 2021) Bijlage 12 Verkennend (water)bodemonderzoek (Sweco, 4 feb 2022) Bijlage 13 Verhardingenonderzoek (Sweco, 14 feb 2022) Bijlage 14 Rapportage geluidonderzoek (Noorman, 12 okt 2021) Bijlage 15 Rapportage luchtkwaliteitsonderzoek (Noorman, 2 sep 2021) Bijlage 16 Advies externe veiligheid (FUMO, 9 nov 2021) Bijlage 17 Advies externe veiligheid (Brandweer Fryslân, 4 juni 2021) Bijlage 18 Verslag inspraak en vooroverleg (12 mei 2022) Bijlage 19 Nota van zienswijzen

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Ten noordoosten van het klaverblad van Knooppunt Heerenveen, dat de A7 met de A32 verbindt, liggen enkele agrarische percelen die de gemeente Heerenveen om wil vormen tot een duurzaam bedrijventerrein met ruimte voor een zonnepark en natuurinclusieve landbouw. Het bedrijventerrein krijgt de naam Klaverblad Noordoost (KNO) en zal bestaan uit 20 hectare bedrijventerrein, 30 hectare zonnepark inclusief groen en water en 50 hectare natuurinclusieve landbouw. Het geheel wordt afgewisseld door (natte) natuur- en bosstroken. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met landschappelijke aspecten zoals de verkavelingsstructuur en zichtlijnen. Het voorliggende bestemmingsplan Klaverblad Noordoost voorziet in de realisatie van 10 hectare netto bedrijventerrein als eerste fase. Een tweede 10 hectare kan in de toekomst ontwikkeld worden als bedrijventerrein, maar hiervoor geldt een agrarische bestemming met wijzigingsbevoegdheid. 1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied voor het plan Klaverblad Noordoost (KNO) ligt langs de A7 ten noordoosten van de kern Heerenveen. Het plangebied is gelegen ten noorden van de A7, tussen knooppunt Heerenveen en afslag Tjalleberd. In het noorden wordt het plangebied omsloten door de watergang Binnendykster Haadfeart, in het oosten door de weg Pastoriesingel en in het westen door de weg Mercurius.

Figuur 1.1: Ligging Klaverblad Noordoost (KNO)

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

In het plangebied is momenteel het bestemmingplan Buitengebied 2007 van kracht. Dit plan is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 mei 2007, grotendeels goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Fryslân op 5 februari 2008 en onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 mei 2009. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State heeft de gemeenteraad op 1 maart 2010 de ‘Correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2007’ vastgesteld.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op voor dit bestemmingsplan relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 wordt het plan beschreven. In hoofdstuk 4 komen de milieuaspecten aan bod en de daaraan verbonden onderzoeken. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridisch bestuurlijke aspecten. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

5

2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen algemene regels moeten worden gesteld om de doorwerking van de nationale belangen op lokaal niveau te borgen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen voorzien van juridische kaders. De volgende nationale belangen uit het Barro zijn van toepassing op het plangebied • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen: de A7 en A32 behoren tot het hoofdwegennet; • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen: In Heerenveen lopen meerdere hoofdtransport gasleidingen, maar zijn gelegen buiten het plangebied. Dit bestemmingsplan heeft geen directe betrekking op regels in het Barro, maar staat deze regels ook niet in de weg. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de Rijksbrede visie op de fysieke leefomgeving. In de visie komt naar voren dat Nederland voor grote uitdagingen staat die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. De NOVI brengt de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven.

Die komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Dit bestemmingsplan draagt bij aan deze vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Dit bestemmingsplan biedt ruimte aan verschillende maatregelen in het kader van de energietransitie. Er wordt een circa 30 hectare grote zonneweide gerealiseerd voor de opwekking van duurzame energie. Duurzaam economisch groeipotentieel Binnen Heerenveen en de regio Zuidoost Fryslân bestaat een grote behoefte aan vestigingslocaties voor nieuwe, grootschalige bedrijvigheid. Met het realiseren van een nieuw bedrijventerrein krijgt Heerenveen de mogelijkheid economisch te blijven groeien. Het bedrijventerrein wordt duurzaam ontwikkeld. Sterke en gezonde steden en regio’s De ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein draagt bij aan de economische ontwikkeling van Heerenveen en daarmee aan een sterke regio. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Met het deel van het plangebied dat voor natuurinclusieve landbouw is bestemd draagt dit bestemmingsplan bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het zonnepark levert een bijdrage aan de energietransitie.

6

Besluit ruimtelijke ordening Op grond van het Bro moet voor een ruimtelijk plan dat voorziet in uitbreiding van stedelijke functies de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ worden toegepast. Ten behoeve van het bedrijventerrein KNO is een Ladderonderbouwing uitgevoerd. In de Ladderonderbouwing (bijlage 1) is aangetoond dat er sprake is van een behoefte voor het realiseren van een bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het Rijksbeleid geen belemmeringen oplevert voor het realiseren van het bedrijventerrein KNO.

7

2.2

Provinciaal beleid

Verordening Romte Op grond van het Bro (zie hierboven) moet voor een ruimtelijk plan dat voorziet in uitbreiding van stedelijke functies de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ worden toegepast. Deze bepaling uit het Bro is in de provincie Fryslân vertaald in de Verordening Romte (artikel 2.3.1, ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en artikel 4.1.1, ‘programmering bedrijventerreinen en kantorenterreinen). Ten behoeve van het bedrijventerrein KNO is een toetsing aan artikel 2.3.1 en 4.1.1 van de Verordening Romte uitgevoerd. In de Ladderonderbouwing (bijlage 1) is aangetoond dat er sprake is van een behoefte voor het bouwen van een bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied. In de Verordening Romte is ook een artikel opgenomen ten aanzien van ruimtelijke plannen die voorzien in opstellingen voor zonne-energie (zonneparken) In artikel 9.6.3 onder 1 staat dat een ruimtelijk plan in het landelijk gebied slechts kan voorzien in een opstelling voor zonne-energie wanneer dit onder andere aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of nabij bestaand stedelijk gebied, mits het zonnepark een redelijke aansluiting heeft of krijgt op het stedelijk weefsel van stad of dorp. Het bedrijventerrein KNO grenst aan het stedelijk gebied. Daarnaast wordt het zonnepark gerealiseerd in een gebied dat na ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied. Het past goed in het ‘snelweglandschap’.

In voorliggende bestemmingsplantoelichting wordt in paragraaf 3.2 onderbouwt dat het zonnepark inpasbaar is binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Het plan is hierdoor in overeenstemming met artikel 9.6,3 lid 1. Verder stelt de verordening dat als artikel 9.6.3. lid 1 wordt toegepast ook aan de voorwaarden van lid 4 moet worden voldaan. Hierover volgt de toetsing van de leden a tot en met f: a. voor de locatiekeuze en landschappelijke inpassing is gebruik gemaakt van de methodiek van de Sinnetafel. Voor het plan is een uitgebreid vormgevingsproces doorlopen; b. de omvang van de opstelling is afgestemd op de energiebehoefte van de kern, of van enkele samenwerkende kernen. In het kader van de uitvoering van het plan wordt een onderzoek uitgevoerd waarin de oppervlakte en opbrengst nog gedetailleerder worden uitgewerkt. Globaal geldt het volgende: • Het elektriciteitsverbruik van Heerenveen (postcodegebieden 8441-8449) is circa 250 mln kWh (dat is dus exclusief gas); • Er ligt nu 9,5 mln kWh aan PV op dak, er is nog een potentie voor 46 mln kWh aan PV op dak en verder zijn er zonneparken reeds vergund voor circa 56 mln kWh; • De resterende opgave voor elektriciteit (elektrificatie van vervoer en warmte nog niet meegenomen) is daarmee 138,5 mln kWh • Het zonnepark waar dit bestemmingsplan op toeziet voorziet in circa 28-30 mln kWh.

Het zonnepark sluit daarmee aan bij de energiebehoefte; c. de omvang van de opstelling is passend bij de schaal van de kern, tot maximaal 5 ha bij een overige kern, tot maximaal 15 ha bij een regionaal centrum, tot maximaal 20 ha bij een stedelijk centrum en tot maximaal 25 ha bij Leeuwarden. De omvang is afgesteld op de kernen hiërarchie. Voor Heerenveen is dat dus 20 ha. Dit bestemmingsplan ziet toe op een zonnepark van 21,5 ha, het gaat dus om een beperkte overschrijding. In de toelichting bij de wijziging (versie 2021) staat “Van deze norm kan op grond van artikel 9.6.3, vijfde lid worden afgeweken. Er kan dan alsnog een groter park op landbouwgronden worden toegestaan, wanneer het initiatief is

8

d.

e. f.

voortgekomen uit een lokaal maatschappelijk initiatief (minimaal 50% in eigendom lokale gemeenschap) en een grotere omvang nodig is om tegemoet te komen aan de energiebehoefte van één of meerdere samenwerkende kernen.” Gezien het feit dat er sprake is van een integrale gebiedsontwikkeling met combinatie van functies (plan, dras, biodiversiteit), er sprake is van een lokaal maatschappelijk initiatief waarbij de omgeving actief betrokken is bij de planvormen, er sprake is van een zeer geringe overschrijding en een grote bijdrage aan de energiebehoefte, wordt deze geringe overschrijding als passend in het beleid gezien. er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om combinaties te maken met andere functies waarbij in ieder geval ruimte wordt gereserveerd voor het versterken van de biodiversiteit. Het plan voldoet hieraan. Zoals ook onder c genoemd, voorziet dit plan in een integrale gebiedsontwikkeling. Rondom de vier velden van het zonnepark is ruimte gereserveerd voor plasdraszones waarmee de biodiversiteit wordt versterkt. Ook in de andere onderdelen van het plan (bedrijventerrein en natuurinclusieve landbouw) is biodiversiteit een belangrijke ambitie. de locatie ligt niet in de ecologische hoofdstructuur of natuur buiten de ecologische hoofdstructuur.

Het plan voldoet hieraan de omgeving wordt betrokken bij het planproces en ten minste 50% van het zonnepark is in eigendom van de lokale gemeenschap. De omgeving is nauw betrokken bij de planvorming. Het voornemen is om 50% lokaal eigendom te bereiken, dit is vastgelegd in eerder genomen raads- en collegebesluiten.

In artikel 2.5.1 is gesteld dat binnen een afstand van 400 meter gemeten vanaf de grens van een autosnelweg of een autoweg geen bouwmogelijkheid zijn voor een reclamemast met een hoogte van meer dan 6 meter. In voorliggend plan worden dergelijke reclamemasten niet mogelijk gemaakt: niet binnen 400 meter conform het provinciaal beleid, en ook niet op meer dan 400 meter afstand omdat dat binnen de landschappelijke zone valt (zie paragraaf 5.2). Omgevingsvisie De Romte Diele In de Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ wordt gesteld dat er over algemeen voldoende locaties voor woningbouw, bedrijvigheid en voorzieningen beschikbaar zijn om in de vraag te voorzien. Nieuwe locaties kunnen nodig zijn voor bedrijvigheid in het segment transport, logistiek en distributie. Ook voor nieuwe activiteiten als onderdeel van de circulaire economie zal ruimte beschikbaar moeten komen. Benutting van bestaande locaties en bestaande capaciteit staat voorop. Wanneer in het bestaand bebouwd gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, is uitbreiding van stad of dorp mogelijk. Omvang en invulling van de uitbreiding passen in het samenhangend netwerk van steden en dorpen. Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, zorgt de provincie voor regionale afstemming van plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume.

Via flexibele programmering kan worden ingespeeld op veranderingen in de markt. De provincie maakt in dit verband actuele prognoses, monitort ontwikkelingen en herijkt geregeld regionale afspraken met gemeenten. Voor de regio Zuidoost-Friesland zijn deze afspraken in 2019 gemaakt (zie ook paragraaf 2.3). De provincie ondersteunt gemeenten met het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Van belang hierbij is dat stedelijke functies naar aard en schaal passen bij stad of dorp, en daarop aansluiten. En dat ze goed ontsloten worden, waarbij vervoersknooppunten zoveel mogelijk benut worden.

9

In 2020 is in de provinciale Verordening Romte de ’zonneladder’ geïntroduceerd voor nieuwe zonneparken op landbouwgrond. Omdat voor het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost het Sinnetafelproces is doorlopen en het zonnepark samen met de energiecoöperaties wordt ontwikkeld, is de zonneladder voor KNO niet van toepassing (zie ook paragraaf 3.1). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het provinciale beleid geen belemmeringen oplevert voor het realiseren van het bedrijventerrein KNO. 2.3

Regionaal beleid

Afspraken bedrijventerreinen regio Zuidoost Fryslân 2019-2026/2030 Het document “Regio Zuidoost Volop in Bedrijf! – Afspraken bedrijventerreinen regio Zuidoost Fryslân 2019-2026/2030” bevat afspraken tussen de gemeenten Heerenveen Opsterland, Smallingerland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf over het benodigde programma aan bedrijventerreinen in deze regio. Hierbij is op regionale schaal gekeken naar de verwachte economische ontwikkelingen, en naar de vraag en aanbod van bedrijventerreinen die hieruit voortvloeit. Ook is gekeken naar het thema zuinig ruimtegebruik en de mogelijkheden voor herstructureren en revitaliseren van bestaande bedrijventerreinen. De gemeenten in de regio Zuidoost onderschrijven de noodzaak om nieuw aanbod aan bedrijventerreinkavels groter dan 2 hectare te ontwikkelen bij de kernen Drachten en Heerenveen. De ontwikkeling van dit aanbod zal in onderlinge samenhang tussen Smallingerland en Heerenveen worden opgepakt. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Verordening Romte Fryslân moeten gemeenten bij het toestaan van een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied een verantwoording opstellen waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

Deze verantwoording wordt ook aangeduid als de ‘Ladderonderbouwing’. Voor KNO is een ‘Ladderonderbouwing’ opgesteld (bijlage 1). Hierin is aangetoond dat er voor de beoogde segmenten transport/distributie, logistiek/warehousing en andere vormen van grootschalige bedrijvigheid een regionale behoefte is naar grote kavels (groter dan 2 hectare) die op deze locatie gerealiseerd kunnen worden. Deze ruimtebehoefte voor het bedrijventerrein KNO kan niet binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente Heerenveen worden ingevuld. Regionale Energiestrategie Fryslân 1.0 De Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015) zijn uitgewerkt inhet Klimaatakkoord. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. De provincie Friesland wordt aangeduid als één RESregio met een regionale energie strategie. De volgende doelstelling is opgenomen in de RES: Fryslân produceert in 2030 tenminste 3,0 TWh aan duurzame elektriciteit op land. Ook zon op veld moet hier aan bijdragen.

De ambitie die toegevoegd is ten opzichte van de concept-RES uit 2020 (2,5 TWh) is 0,5 TWh, wat resulteert in een totale Friese RES-bijdrage op 3,0 TWh. Momenteel geldt een opwek (huidig, in aanbouw en vergund) van 0,31 TWh aan zonne-energie op het veld.

10

De realisatie van het zonnepark draagt bij aan het behalen van de doelstelling om in 2030 tenminste 3,0 TWh aan duurzame energie op land te produceren. Waterbeheerplan 2016 – 2021 Wetterskip Fryslân In het waterbeheerplan wordt genoemd dat een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet worden bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van water. Als gevolg van een toename aan verharding binnen de contouren van het plan, onder andere door de aanleg van het bedrijventerrein, is er in het kader van het bestemmingsplan een waterstructuurplan opgesteld (zie bijlage 2). Hieruit blijkt onder andere dat er voldoende compensatie voor het toenemende verharde oppervlak gerealiseerd wordt. Ook wordt een voorstel gedaan voor het (zo lang mogelijk) vasthouden van schoon hemelwater in het gebied en het afvoeren van afvalwater. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het regionale beleid geen belemmeringen oplevert voor het realiseren van het bedrijventerrein KNO. 2.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Met de omgevingsvisie werkt de gemeente Heerenveen aan het realiseren van de Global Goals. Deze zijn gebruikt bij het formuleren van de strategische doelstellingen van de gemeente. Er zijn kernkwaliteiten benoemd die relevant zijn voor het planvoornemen. Zo kent Heerenveen een uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid (via snelweg, spoor en water) en daarbij behorend vestigingsklimaat en werkgelegenheid; en zijn de verschillende landschapstypen rond Heerenveen zeer herkenbaar, met name de (veen)ontginningen. De gemeente hanteert de volgende doelstelling: ‘In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is.’ De gemeente wil tot 2050 een CO2 reductie van 95%. Een deel van de energie-opgave die wordt uitgewerkt in de Regionale Energiestrategie zal terecht komen in het landelijk gebied. Daarnaast speelt het landelijk gebied een rol bij de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. De gemeente geeft in haar omgevingsvisie aan koploper te zijn van circulaire economie in Noord-Nederland en is onder de noemer ‘Circular Valley’ bezig om dit thema onder de aandacht van ondernemers te brengen. Het planvoornemen wordt onder de noemer integrale gebiedsontwikkeling Klaverblad Noordoost toegelicht in de Omgevingsvisie.

De kernkwaliteiten van dit gebied zijn de duurzame mix van bedrijventerrein, zonnepark en natuurinclusieve landbouw en de kansen voor recreatief medegebruik en hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Het planvoornemen past binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie. Het sluit nauw aan bij de gebiedsgerichte uitwerking voor de integrale gebiedsontwikkeling Klaverblad Noordoost. Klaverblad Noordoost wordt stapsgewijs en duurzaam ontwikkeld met ruimte voor natuurinclusief agrarisch gebied, zonneweide en bedrijventerrein. De opzet van het planvoornemen speelt in op de landschappelijke kwaliteiten. De robuuste groene inpassing is gebaseerd op de aanwezige langschappelijke structuren en draagt bij aan de vergroting

11

van de biodiversiteit en klimaatadaptieve inrichting van het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost. Duurzaamheidsprogramma gemeente Heerenveen 2019 In dit document is beschreven dat de gemeente in 2030 40% duurzame energie wil opwekken (49% CO2 reductie) en in 2050 energieneutraal wil zijn. Ook wil de gemeente dan klimaatrobuust zijn met een circulaire economie, en optimale omstandigheden creëren ter bevordering van de biodiversiteit. KNO voorziet in de ontwikkeling van een zonnepark en het eventueel gebruik van daken/gevels van de bedrijfspanden voor de opwek van duurzame energie. Bovendien wordt in het kader van KNO natuurinclusieve landbouw ontwikkeld. Niet alleen voor de natuurinclusieve landbouw, maar voor het hele bedrijventerrein is het algemene principe om de biodiversiteit te versterken uitgangspunt bij het ontwerp geweest. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het gemeentelijke beleid geen belemmeringen oplevert voor het realiseren van het bedrijventerrein KNO.

12

3

Voorgeschiedenis en planbeschrijving

3.1

Beleidsmatige voorgeschiedenis

De locatie KNO is al geruime tijd in beeld voor de ontwikkeling tot bedrijventerrein. In dit hoofdstuk zijn diverse beleidsdocumenten genoemd waarin de locatie KNO is benoemd als (mogelijk) toekomstig werkgebied. Een deel van dit beleid is inmiddels vervallen en vervangen door de Omgevingsvisies van provincie en gemeente. Actueel beleid dat relevant is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein is in hoofdstuk 2 beschreven. Streekplan Fryslân (2007) In het Streekplan is vermeld dat Joure-Heerenveen een bundelingsgebied is waar ruimte is voor verstedelijking (zie figuur 3.1). Het streekplan biedt voor dit bundelingsgebied ontwikkelingsruimte om de opgaven voor wonen, werken en voorzieningen te kunnen realiseren. In het Streekplan wordt aangegeven dat na de Streekplanperiode (die in beginsel tot 2016 liep maar later is verlengd) het noordoostkwadrant van de kruising A32/A7, oftewel het plangebied Klaverblad Noordoost, in beeld is voor verdere bedrijventerreinontwikkeling. Het streekplan is inmiddels vervangen door de Omgevingsvisie.

Figuur 3.1: Kaart bundelingsgebied Heerenveen-Joure (Streekplan Fryslan – kaart 25)

13

Integrale Visie Heerenveen-Skarsterlân (2005) Deze Visie is in 2015 vastgesteld door de gemeenteraden van Heerenveen en Skarsterlân. In deze visie is vermeld dat snelweglocaties de beste ‘biotoop’ vormen voor bedrijventerreinen, mede vanwege de goede bereikbaarheid. Ook is beschreven dat, na de afronding van Internationaal Bedrijvenpark Friesland (IBF), gekeken wordt naar de locatie in het noordoostelijke kwadrant van het klaverblad. Dit zal moeten gebeuren binnen de landschappelijke kaders met ruime afstand tot het dorp Tjalleberd.

Figuur 3.2: Kaart Intergemeentelijke Visie Heerenveen-Skarsterlân (onderdeel “Structuurvisie 2030”) met Klaverblad Noordoost aangeduid als “werkgebied”

Beleidsvisie bedrijventerreinen 2010-2020 (2011) In deze visie geeft de gemeente Heerenveen aan dat (samen met de provincie) wordt onderzocht of het plangebied KNO kan worden benut voor duurzame energie. In eerste instantie zijn er ideeën geweest voor wind op land, maar dit paste niet in het provinciale beleid. Vervolgens is het plangebied in beeld gekomen voor een zonnepark. De beleidsvisie is inmiddels vervangen door de Afspraken bedrijventerreinen regio Zuidoost Fryslân 20192026/2030. Beleidskader zonneparken (2016) In dit beleidskader is Klaverblad Noordoost reeds opgenomen als bijzonder initiatief waarbij de gemeente gezamenlijk met de provincie zoekt naar passende initiatieven. Om hier uitwerking aan te geven heeft de gemeente tussen 2017 en 2019 voor KNO een Sinnetafelproces doorlopen. Dit is een door de provincie Fryslân ontwikkelde werkwijze waarin initiatiefnemers en omwonenden gezamenlijk kijken naar de mogelijkheden voor inpassing van grote zonneparken. In 2020 is in de provinciale Verordening Romte de ’zonneladder’ geïntroduceerd voor nieuwe zonneparken op landbouwgrond. Omdat voor KNO het Sinnetafelproces reeds was afgerond en het zonnepark samen met de energiecoöperaties wordt ontwikkeld, is de zonneladder voor KNO niet van toepassing.

Masterplan Klaverblad Noordoost (2021) De resultaten van het Sinnetafelproces waren input voor een ontwerpproces dat heeft geleid tot een Schetsontwerp. Dit proces heeft uiteindelijk geresulteerd in het Masterplan

14

Klaverblad Noordoost voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein, het zonnepark en natuurinclusieve landbouw, dat de basis is geweest voor dit bestemmingsplan (zie de beschrijving in paragraaf 3.2). Omgevingsvisie Heerenveen (juli 2021) De omgevingsvisie benoemt Klaverblad Noordoost als een integrale gebiedsontwikkeling. KNO is een bijzonder plan vanwege het gevoerde proces (samen met de inwoners) én het te behalen inhoudelijke eindresultaat: een kwalitatief hoogwaardige en integrale gebiedsontwikkeling met een (duurzaam) bedrijventerrein, een zonnepark en natuurinclusieve landbouw. Het schetsontwerp laat zien dat het terrein op een bijzondere manier en in samenhang is ingepast in het landschap. Zie voor een uitgebreidere beschrijving van de Omgevingsvisie paragraaf 2.4. 3.2

Planbeschrijving

Klaverblad Noordoost bestaat uit een gebied van circa 120 hectare aan de noordzijde van de A7, tegenover het bedrijventerrein IBF Heerenveen. Hier wil de gemeente Heerenveen een gebiedsontwikkeling realiseren die bestaat uit een bedrijventerrein van ongeveer 20 hectare, een zonnepark van ongeveer 30 hectare inclusief groen en water en ongeveer 50 hectare natuurinclusieve landbouw. Het bedrijventerrein wordt gefaseerd ontwikkeld. Fase 1 is het bedrijventerrein dat in voorliggende bestemmingsplan een bedrijfsbestemming krijgt, fase 2 betreft de wijzigingsbevoegdheid die geldt voor een deel van de agrarische bestemming. In deze toelichting wordt de planologische uitvoerbaarheid aangetoond van fase 1 en 2. In figuur 3.3 staat het voorlopige ontwerp weergegeven. De basis voor dit ontwerp, het Masterplan, is op 9 september 2021 vastgesteld (zie bijlage 2 bij de regels). In deze paragraaf worden de ruimtelijke uitgangspunten die de basis vormen voor dit plan samengevat.

Figuur 3.3: Voorlopig Ontwerp (bron: Masterplan Klaverblad Noordoost)

15

Landschappelijk raamwerk Het landschappelijk raamwerk (zie figuur 3.4) vormt de basis van het plan voor Klaverblad Noordoost. Het raamwerk bestaat uit onder andere bosstroken, waterpartijen en plas-dras zones om het bedrijventerrein en het zonnepark goed in te laten passen in het landschap. Bosstroken vormen ruimtelijke ‘kamers’ waarbinnen het bedrijventerrein tot ontwikkeling kan komen, en refereren aan de (ruilverkavelings)bosjes in de omgeving en de ‘pestbosjes’ uit het verleden. De bosstroken zorgen met een breedte van 25 tot 30 meter voor een robuuste structuur waarmee het zicht vanuit de Streek (noordzijde) op de toekomstige bedrijfsbebouwing wordt afgeschermd. Samen met de in 2014 aangelegde groenstroken langs onder meer de Binnendijksche Hoofdvaart, ontstaat een stevige groene buffer tussen De Streek en de ontwikkeling van KNO. De noord-zuid richting van de belangrijkste delen van het raamwerk zijn gebaseerd op de verkavelingsrichting van het landschap. Met de bosstrook aan de oostzijde van het plangebied wordt het landelijke karakter van de toegangsweg naar het dorp Tjalleberd behouden. De bosstroken liggen consequent aan de noordzijde van de hoogspanningslijn, en concentreren zich op de oostelijke helft van het gebied.

Ten zuiden van de hoogspanningslijn bestaat het landschappelijk raamwerk hoofdzakelijk uit brede waterpartijen, plas-dras zones en kruidenrijke bermen. Hiermee wordt aangesloten op de landschappelijke kenmerken van de polder en op de veenontginningsgeschiedenis van dit gebied. Met het open karakter van dit plandeel blijven lange zichtlijnen op de omgeving in stand. Ook de westzijde van het gebied blijft zoveel mogelijk open, om hier de natuurinclusieve landbouw de ruimte te geven. De noord-zuid lijn als onderdeel van het landschappelijk raamwerk heeft hier als uitzondering een open karakter met een laagblijvende (kruiden)beplanting en plas-dras gebied.

16

Figuur 3.4: Landschappelijk raamwerk (bron: Masterplan Klaverblad Noordoost)

Landschappelijke inpassing De oost-west lijnen direct ten noorden van het bedrijventerrein komen tegemoet aan een nadrukkelijke wens vanuit het participatieproces rond de Sinnetafels. Omdat deze landschappelijk gezien afwijken van de overheersende noord-zuidstructuur zal bij de verdere uitwerking worden onderzocht in hoeverre onderscheid kan worden gemaakt in beplantingstyplogie tussen de noord-zuid en oost-west lijnen, zodanig dat de oost-westlijnen minder dominant in het beeld aanwezig zullen zijn. Bedrijventerrein Het bedrijventerrein ligt direct ten noorden van de hoogspanningslijn, op een afstand van circa 250 meter vanaf de A7. Deze afstand is groter in vergelijking met het bedrijventerrein IBF aan de zuidzijde. Hiermee wordt het landschappelijk karakter van KNO nogmaals onderstreept. Door het op afstand leggen van het bedrijventerrein (een duidelijk grotere afstand dan de rand van het IBF tot aan de snelweg) blijft de beleving van openheid (landschap) behouden. Het landschappelijk raamwerk is ook in deze zone nadrukkelijk aanwezig in de kenmerkende noord-zuid richting. Weliswaar komt hier een zonnepark, maar wel ingepast binnen het raamwerk. Zichtlijnen op de omgeving blijven behouden doordat de zonnepanelen tot een maximale hoogte zijn toegestaan waardoor vanaf de rijksweg over de zonnepanelen heen gekeken kan worden. Zo blijft het landschappelijk karakter behouden.

Door de beperkte hoogte van het zonnepark is de toekomstige bebouwingsrand duidelijk zichtbaar vanaf de A7.

17

Figuur 3.5: Flexibele invulling fase 1 (bron: Masterplan Klaverblad Noordoost).

De eerste fase van de ontwikkeling van het bedrijventerrein bestaat in totaal uit 10 hectare. Dit kan in bepaalde mate flexibel worden ingevuld binnen twee ruimtelijke ‘kamers’ van elk maximaal 8 hectare (zie figuur 3.5). Hiermee ontstaat de mogelijkheid om ook een grote kavel van één bedrijf in het plan een plek te geven. Het deel van de grond wat overblijft binnen de genoemde kamers blijft eerst in gebruik als landbouwgrond. Het raamwerk in noord-zuid richting ligt daarbij vast. Het raamwerk in oost-west richting (aan de noordzijde van het bedrijventerrein), is enigszins variabel qua positie. Afhankelijk van de plek en omvang van benodigde bedrijfskavels kunnen deze bosstroken meer of minder in noordelijke richting worden verschoven. De eventuele tweede fase beslaat nog eens 10 hectare, grotendeels in een derde ruimtelijke ‘kamer’ aan de westzijde van fase 1. Hiervoor geldt in dit bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid. Het gaat om het deel dat in eerste instantie nog wordt gebruikt als landbouwgrond. Met de ontwikkeling van fase 2 worden ook de bosstroken ten noorden en westen van de derde ruimtelijke kamer versterkt. Beeldkwaliteit Voor het bedrijventerrein is een kwalitatief hoogwaardige, integrale en evenwichtige gebiedsontwikkeling beoogd.

De hoofdopzet is in het Masterplan geduid en de richtlijnen voor de concrete invulling van het terrein en de percelen staan in het Beeldkwaliteitsplan Klaverblad Noordoost (zie bijlage 4). Voor de omgevingsvergunningaanvragen vormt dit document het welstandskader. Er gelden eisen voor de invulling van de bedrijfskavels en per beeldzone zijn welstandscriteria geformuleerd. Het beeldkwaliteitsplan bevat ook handreikingen voor duurzaamheid en de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan maakt na vaststelling deel uit van het welstandsbeleid van de gemeente Heerenveen.

18

Infrastructuur en verkeer De hoofdontsluiting naar het bedrijventerrein is gekoppeld aan de rotonde in de Pastoriesingel, bij afrit 26A (Tjalleberd) van de A7. Vanaf de hoger gelegen rotonde daalt de rijbaan in een bocht af naar de noordzijde van de hoogspanningslijn. Hier ligt de hoofdontsluiting in oost-west richting, evenwijdig aan de hoogspanningslijn. De bedrijfskavels direct ten noorden van de hoofdontsluiting sluiten hier via een inrit op aan. Eventuele hierachter gelegen kavels worden ontsloten via een lusvormige ontsluitingsweg. De exacte ligging van de lus wordt bepaald door de grootte van de uit te geven kavels. Aan de noordzijde ligt een calamiteitenroute (grasbermen), waarmee een noodaansluiting op de Pastoriesingel wordt gemaakt. Evenwijdig aan de hoofdontsluiting wordt een fiets-/voetpad aangelegd. Dit pad vormt de toekomstige verbinding tussen de Mercurius aan de westzijde van het plangebied en de Pastoriesingel aan de oostzijde. Aan het nu nog wijdmazige fietspadennet rondom het plangebied wordt hiermee een aantrekkelijke route toegevoegd. Vanuit Heerenveen is het nieuwe bedrijventerrein hiermee rechtstreeks ontsloten. Rondom het bedrijventerrein, door het landschappelijk raamwerk en langs de Binnendijksche Hoofdvaart worden nieuwe wandelpaden aangelegd.

Nabij het bedrijventerrein wordt dit een half verhard pad, verderop vooral als graspaden, wat aansluit op het landschappelijke karakter van het gebied. Zonnepark Een zonnepark is gesitueerd aan de zuidzijde van het plangebied, tussen de hoogspanningslijn en de A7. De bruto oppervlakte is ca 32 ha, de netto oppervlakte voor het zonnepark is ca 21 ha. De verweving van het zonnepark met het landschappelijk raamwerk resulteert in een opdeling in vier afzonderlijke velden. Dit raamwerk bestaat uit brede sloten, plas-dras-zones en kruidenrijke bermen. Het zonnepark zelf krijgt ook een natuurlijke invulling. De panelen worden bewust iets hoger van de grond geplaatst met relatief smalle tafels. Hierdoor zal er sprake zijn van veel lichtdoorval waardoor het bodemleven behouden blijft en onder en tussen de panelen structuurrijke vegetatie kan ontstaan. Vanuit de duurzaamheidsdoelstellingen, het klimaatakkoord, de Verordening Romte (zon) van de provincie Fryslân en de gevoerde overleggen met de omgeving (Sinnetafels) is gekozen voor samenwerking in de exploitatie van het zonnepark. Doelstelling is om op gelijkwaardige basis én gelijkwaardige deelname (50/50), tussen gemeente en de inmiddels opgerichte Samenwerkende Heerenveense Energie Coöperaties (SHEC), samen te werken in de ontwikkeling en de exploitatie van dit zonnepark.

Hiermee geven we invulling in het streven naar 50% lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten. Tussen de snelweg en het zonnepark is een zone gereserveerd voor de eventueel toekomstige Lelylijn. Deze zone is nu ingevuld als waterrijk onderdeel van het landschappelijk raamwerk met brede sloot, plas-dras en kruidenrijke bermen. Natuurinclusieve landbouw Een van de gestelde doelstellingen is om Klaverblad Noordoost duurzaam en evenwichtig te ontwikkelen. Om deze reden is in het plan veel aandacht voor biodiversiteit, water, klimaat en groen. Vanuit de ambitie om de biodiversiteit te vergroten wordt ingezet op vormen van natuurinclusieve landbouw. Dit betekent dat de natuur niet alleen optimaal wordt benut voor landbouw, maar dat natuurwaarden ook worden gespaard en verzorgd. Het beheer van de agrarische percelen is in handen van de toekomstige pachters. Door voorwaarden mee te geven aan het beheer kan hierop gestuurd worden. Er zijn uitgangspunten opgesteld voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering en beheer.

19

Zo is er de voorkeur voor variatie in beplanting en landbouwgewassen, zoals kruidenrijke mengsels, strokenteelt, wisselteelt. Oevers worden niet bemest en maaien wordt uitgesteld. Randen van akkers worden ingezaaid met een inheems kruidenmengsel. De sloten worden ecologisch ingericht en beheerd. Chemische bestrijdingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen worden in principe niet gebruikt. Er wordt nog gewerkt aan de precieze uitwerking van de uitgangspunten, die uiteindelijk in de pachtovereenkomsten komt. Aanvullende functies Het raamwerk van het bedrijventerrein (zie paragraaf 3.2) draagt in brede zin bij aan de vergroting van de biodiversiteit, door het verbinden van groenstroken en daarmee het vergroten van leefomgeving voor biodiversiteit (natuurnetwerk). De specifieke inrichting van de groenstroken draagt eveneens bij aan de vergroting van de biodiversiteit in het plangebied, gericht op bij het gebied passende soorten. Met de aanleg en ontsluiting van het bedrijventerrein neemt de hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied toe. Ter compensatie hiervan, maar ook met het oog van het dempen van een aantal bestaande watergangen, worden nieuwe watergangen in het landschappelijk raamwerk toegevoegd. Ook vormt de groenstructuur een compensatie voor de opwarming die als gevolg van de toename van bedrijventerrein en wegen ontstaat.

Tot slot heeft het raamwerk een meerwaarde als recreatieve functie. Duurzaamheid Duurzaamheid speelt een centrale rol in het nieuwe bedrijventerrein. Door de integrale aanpak wordt een hoogwaardige en duurzame gebiedsontwikkeling gecreëerd. Het zonnepark levert een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsambitie en hoewel een groot bedrijventerrein commercieel aantrekkelijk is, is er nadrukkelijk gekozen voor een ontwikkeling in een breder perspectief. In de gebiedsontwikkeling KNO is daarom veel ruimte voor biodiversiteit, water, klimaat en groen. Op dit moment wordt gewerkt aan de criteria waaraan de te vestigen bedrijven moeten voldoen. En ook in het beeldkwaliteitsplan is aandacht voor duurzaamheid. De beoogde bedrijfscategorieën worden daarnaast afgestemd op woonfuncties in de omgeving, zodat het woon- en leefklimaat van omwonenden beschermd is.

20

4

Omgevingsaspecten

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de aspecten natuur, archeologie, water, bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en kabels en leidingen. Vanaf paragraaf 4.2 komen deze aspecten achtereenvolgens aan de orde, voorafgegaan door de beschrijving van de m.e.r. plicht in paragraaf 4.1. 4.1 M.e.r. In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) 1 doorlopen moet worden. Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke activiteiten een m.e.r. plicht kan ontstaan. In bijlage C en D bij dit Besluit zijn de activiteiten opgesomd, en is aangegeven voor welke plannen een m.e.r. plicht ontstaat en voor welke besluiten een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Het nieuwe bestemmingsplan voor Klaverblad Noordoost biedt naar verwachting een ruimtelijk kader voor bedrijfsactiviteiten die voorkomen in bijlage C en/of D bij het Besluit m.e.r..

Gelet op het voorgaande geldt voor het bestemmingsplan de verplichting om een plan-m.e.r.-procedure te doorlopen2. De m.e.r. procedure is gestart met de publicatie van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Op basis van deze notitie heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: commissie m.e.r.) een advies uitgebracht over het op te stellen MER. In het MER (zie bijlage 5 bij dit bestemmingsplan) zijn de milieueffecten van het plan Klaverblad Noordoost onderzocht. Eerst zijn de milieueffecten van het zogenoemde “Basisalternatief” van de gebiedsontwikkeling KNO beschreven. Vervolgens is in het MER separaat ingegaan op de milieueffecten van drie varianten, te weten “Aardgasloos bedrijventerrein”, “Minimaal ruimtebeslag zonnepark” en “Ander peilregime natuurinclusieve landbouw”. De variant ”Aardgasloos bedrijventerrein” wordt door de gemeente overgenomen. De gemeente vindt de extra voordelen van deze variant voor natuur en klimaatmitigatie belangrijk. De variant ”Minimaal ruimtebeslag zonnepark” wordt door de gemeente niet overgenomen. Deze variant heeft voordelen voor behoud van het open landschap maar de gemeente geeft de voorkeur aan het Basisalternatief waarin het zonnepark ruimer is opgezet.

In dit Basisalternatief blijft bovendien de mogelijkheid bestaan om aanvullend op het bedrijventerrein energie op te wekken met zon, waardoor de totale opwek binnen KNO nog groter wordt. De variant ”Ander peilregime” wordt door de gemeente ook niet overgenomen. Deze variant heeft voordelen voor de waterkwaliteit en de biodiversiteit, maar

Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt. 2 De Besluit m.e.r.-categorieën D9 (Landinrichting), D11.2 (Stedelijk ontwikkelingsproject), D11.3 (Industrieterrein) en D22.1 (Elektriciteitsproductie) zijn ook beschouwd. Gelet op de inhoudelijke omschrijving en/of de bijbehorende drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. leiden deze categorieën niet tot een (plan-) m.e.r.-plicht. 1

21

leidt ook tot beperkingen voor de landbouwactiviteiten doordat de drooglegging minimaal wordt. De gemeente kiest dus voor het ”Basisalternatief” inclusief de variant ”Aardgasloos bedrijventerrein”. In het MER worden ook mitigerende maatregelen benoemd om milieueffecten te verzachten. Enkele van deze maatregelen neemt de gemeente over. Door haar positie als grondeigenaar kan de gemeente de uitvoering van de meeste maatregelen borgen, enerzijds in het bestemmingsplan c.q. het beeldkwaliteitsplan, anderzijds in overeenkomsten / afspraken. Op verzoek van de gemeente heeft de commissie m.e.r. op 15 december 2021 een toetsingsadvies uitgebracht over het MER. De commissie m.e.r. adviseert om het MER op twee onderdelen aan te vullen. Het gaat daarbij om: 1) Het effect van de natuurinclusieve landbouw op de natuur/biodiversiteit; en 2) De beoordeling van de gevolgen voor het landschap. Naar aanleiding van dit advies is een ’Aanvulling MER’ opgesteld (zie bijlage 6 bij dit bestemmingsplan). Uit de Aanvulling blijkt dat de MER-variant ”Minimaal ruimtebeslag zon” op de criteria ’Landschappelijke structuren en elementen’ en ’Openheid van het landschap’ gunstiger wordt beoordeeld dan de Basisalternatief. De informatie uit de Aanvulling leidt niet tot een andere keuze. De gemeente geeft de voorkeur aan het Basisalternatief waarin het grondgebonden zonnepark ruimer is opgezet.

In dit Basisalternatief blijft de mogelijkheid bestaan om aanvullend op daken van het bedrijventerrein energie op te wekken met zon, waardoor de totale opwek binnen KNO nog groter wordt. De variant ”Minimaal ruimtebeslag zon” heeft deze uitbreidingsmogelijkheid niet omdat daarin de daken direct al worden benut. 4.2

Natuur

Wet- en regelgeving In het kader van de Wet natuurbescherming moet voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen worden onderzocht of er sprake is van effecten van de voorgenomen werkzaamheden op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden. De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk of beleidsmatig zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS), Natura 2000-gebieden, natuurreservaten en andere in bestemmingsplannen aangeduide natuurgebieden. Alleen voor de bescherming van Natura 2000 geldt een wettelijk kader, dit is de Wet natuurbescherming. Naast gebiedsbescherming wordt de soortenbescherming onderscheiden. Het gaat hierbij om de bescherming van specifieke planten- en diersoorten. Soortenbescherming is ook wettelijk geregeld in de Wet natuurbescherming. Onderzoek Altenburg & Wymenga heeft in 2019 een ecologische beoordeling uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van het gebied Klaverblad Noordoost. Omdat het planvoornemen en indeling van het gebied bij het uitvoeren van deze beoordeling nog niet definitief was, is het gehele plangebied geïnventariseerd en beoordeeld. In 2022 is het ecologische onderzoek geactualiseerd.

Hieronder staan de belangrijkste conclusies van het onderzoek beschreven. In bijlage 7 is het onderzoek opgenomen.

22

Gebiedsbescherming Natura 2000 Wet natuurbescherming: Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn 'De Deelen’, 'Sneekermeergebied' en 'Van Oordt's Mersken' (zie figuur 4.1). Ganzensoorten en Smient In het plangebied liggen graslandpercelen. Deze graslandpercelen zijn vanwege de relatief korte afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden goed bereikbaar als foerageergebied voor ganzen en Smient. In het plangebied zijn foeragerende groepen ganzen waargenomen (NDFF). Het gaat daarbij voornamelijk om tientallen tot enkele honderden Kolganzen. Door de herinrichting van het plangebied zal het beschikbare areaal foerageergebied verder afnemen. Voor de ganzen en Smient is in de directe omgeving van de Deelen voldoende alternatief biotoop aanwezig. Bovendien blijft de agrarische functie in de westelijke helft van het plangebied in stand. Om bovenstaande redenen worden er geen negatieve effecten verwacht op de aangewezen ganzensoorten en Smient. Er is daarom geen knelpunt met de Wnb ten aanzien van Natura 2000-gebiedsbescherming.

Figuur 4.1: Ligging plangebied t.o.v. beschermde gebieden

Overige soorten De overige soorten en habitattypen, waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, zijn gebonden aan de biotopen in het Natura 2000-gebied en bevinden zich binnen de begrenzing van deze Natura 2000-gebied. Om die reden is er geen ecologische relatie tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden voor deze soorten. Daarom is er geen knelpunt met de Wnb.

23

Stikstofdepositie De mogelijke effecten op Natura 2000 door stikstofdepositie zijn onderzocht. Er is een berekening uitgevoerd met het programma AERIUS. In deze berekening is rekening gehouden met het beëindigen van het landbouwkundig gebruik op gronden waar o.a. het bedrijventerrein en zonnepark komt (op deze delen van KNO zal geen bemesting meer plaatsvinden zodat stikstofemissie door bemesting wegvalt). Ook is rekening gehouden met het feit dat KNO aardgasloos wordt ontwikkeld. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de toename op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. In bijlage 8 is een notitie over stikstofdepositie opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan niet leidt tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Er is daarom geen knelpunt met de Wet natuurbescherming te verwachten ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Gebiedsbescherming - overige gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN, zie figuur 4.1). Op deze NNN-gebieden worden geen negatieve effecten verwacht. Door het aardgasloos uitvoeren van het bedrijventerrein neemt de stikstofdepositie op NNN-gebieden niet toe. Ganzenfoerageergebieden en weidevogelkansgebieden liggen ook op ruime afstand van het plangebied KNO, namelijk ten noorden van het bebouwingslint van Luinjeberd.

Door deze afstand zijn geen effecten te verwachten. Het plangebied grenst aan een gebied dat de status Natuur buiten NNN heeft (zie figuur 4.1). Het betreft een bosgebied aan de noordoostkant van het plangebied. Het natuurbeheertype dat aan dit bosgebied is toebedeeld is “Vochtig bos met productie”. Het bedrijventerrein is voorzien in de noordoosthoek van het plangebied. Tussen de natuur buiten NNN en de bedrijfskavels wordt een aanzienlijke buffer van natuurinclusieve landbouw voorzien. In de huidige situatie is dit nog reguliere landbouw. Negatieve effecten op omliggende Natuur buiten NNN-gebieden worden dan ook niet verwacht. Het plangebied ligt niet in of nabij overige beschermde gebieden. Door uitvoering van de plannen zal daarom geen conflict ontstaan met de ecologische wet- en regelgeving ten aanzien van overige vormen van gebiedsbescherming in Fryslân. Soortenbescherming Ongewervelden Tijdens het aanvullend onderzoek in 2019 is de Gestreepte waterroofkever aangetroffen aan de oostkant van de Binnendijksche Hoofdvaart. Deze vaart fungeert als leefgebied voor deze soort. De sloten in het plangebied zijn niet geschikt voor de Gestreepte waterroofkever. Wanneer de Binnendijksche Hoofdvaart niet wordt aangetast zijn er voor de Gestreepte waterroofkever geen belemmeringen wat betreft de Wet natuurbescherming. In 2019 is nader onderzoek naar de Groene glazenmaker uitgevoerd.

De Groene glazenmaker is waargenomen aan de westelijke kant van het plangebied. In de zomer van 2022 wordt dit onderzoek geactualiseerd om na te gaan of en in welke watergangen deze soort op dit moment aanwezig is.Indien watergangen waarin de Groene glazenmaker voorkomen worden aangetast door uitvoering van de werkzaamheden, ontstaat daardoor een conflict met de Wet natuurbescherming. In dat geval dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een ontheffing te zijn verkregen bij de provincie Fryslân.

24

Rugstreeppad Indien door de aanlegwerkzaamheden geschikt habitat ontstaat voor de Rugstreeppad kan een conflict met de Wnb ontstaat. Dit conflict kan worden voorkomen worden door maatregelen te treffen, zoals de werkzaamheden uitvoeren in de winterrust van de Rugstreeppad (oktober – eind maart) of het werkterrein goed te egaliseren. Broedvogels Door uitvoering van de plannen ontstaat mogelijk een conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van de jaarrond beschermde nestplaats van een Buizerd. De bossstrook waarin de nestplaats zich bevindt blijft behouden maar het nest zou kunnen worden verstoord door werkzaamheden binnen een straal van 75 meter vanaf de nestplaats in de periode waarin de Buizerd gebruik maakt van het nest (grofweg van februari tot en met augustus). Indien het verstoren van de nestplaats van Buizerd niet kan worden voorkomen, dient voor aanvang van de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming te zijn verkregen bij het bevoegd gezag (Provincie Fryslân). Ten aanzien van overige broedvogels geldt dat een knelpunt met de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen door te voldoen aan de voorwaarden beschreven in het ecologische onderzoek. Vleermuizen Door uitvoering van de plannen zal geen knelpunt met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van vleermuizen, mits er geen licht op watergangen en bosschages wordt geschenen.

Overige zoogdieren Bij het dempen van sloten gaan er mogelijk verblijfplaatsen van Hermelijn verloren. Wanneer dit gebeurt is er een conflict met de Wnb. Om na te gaan of er verblijfplaatsen aanwezig zijn wordt in de zomer van 2022 nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit een verkennend bezoek waarbij alle te dempen sloten worden onderzocht op de aanwezigheid van geschikte holen. Indien nodig wordt een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd voor deze soort. Zorgplicht Ten aanzien van vissen, amfibieën en zoogdiersoorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Dit kan door dieren de mogelijkheid te geven zich weg te bewegen van de werkzaamheden. Bij werkzaamheden aan watergangen dient te worden gewerkt in de richting van een open einde. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.3

Archeologie

Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet

25

mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Onderzoek De gemeente volgt in haar archeologiebeleid het provinciale archeologische beleid zoals dat is vervat in de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) zijn archeologische verwachtingswaarden aangegeven. Intussen is de FAMKE geactualiseerd. Deze versie is nog niet vastgesteld maar wordt al wel aangehouden bij nieuwe plannen. In de planvorming voor KNO is de geactualiseerde FAMKE daarom geraadpleegd en gebruikt als uitgangspunt voor het onderzoek. FAMKE Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (zie figuren 4.2 en 4.3) geldt voor het overgrote deel van het plangebied een lage archeologische verwachting op resten uit de periode IJzertijd – Middeleeuwen. Hier is geen verder onderzoek voor noodzakelijk.

Figuur 4.2: Uitsnede FAMKE – IJzertijd Middeleeuwen

Aangaande de Steentijd – Bronstijd wordt vanuit de geactualiseerde FAMKE het advies gegeven een karterend onderzoek uit te voeren naar de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden (zie figuur 4.3). De FAMKE adviseert een onderzoek uit te voeren bij ingrepen van meer dan 2.500 m² waardoor de bodemopbouw en de mate van gaafheid daarvan in het plangebied vastgesteld kan worden.

26

Figuur 4.3: Uitsnede FAMKE – Steentijd Bronstijd

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek In 2022 is door Sweco een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9 bij dit bestemmingsplan). In het bureauonderzoek is op basis van verschillende geraadpleegde bronnen een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze verwachting bestaat uit middelhoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de periode Laat Paleolithicum-Mesolithicum en mogelijk ook uit het Vroeg-Midden Neolithicum. Deze resten kunnen aanwezig zijn op de relatief hogere delen van het afgedekte dekzandlandschap, waar een podzol is gevormd in de top van het dekzand. Om die verwachting te toetsen is voor de delen van het plangebied waar in het kader van de gebiedsontwikkeling bodemingrepen zijn voorzien (zoals het bedrijventerrein en het zonnepark) een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat in vrijwel alle boringen de bodemopbouw niet meer intact is en bestaat uit een zogenaamd AC-profiel. Hierin ligt de recent bewerkte bouwvoor op de C-horizont van het dekzand. In enkele geïsoleerd liggende boringen is een (restant van een) podzol aangetroffen in de top van het dekzand. In enkele andere boringen is onder de bouwvoor of verstoorde laag een dun restant van het oorspronkelijke veenpakket nog aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=2ee3fb60-71b5-45cb-8575-3982d0d26be8