CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3 Bijlage 3 Bestemmingsplan Heerenveen - Woongebouw Burgemeester Kuperusplein

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heerenveen - Woongebouw Burgemeester Kuperusplein21.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2020.0711

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

Toetsingskader geluid Wet geluidhinder

•

7

2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.

De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

3.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het plangebied volgens figuur 2.1/2.2 geldt dat dit binnen de zone van de Koornbeursweg is gelegen en dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie. De maximale grenswaarde bedraagt L den = 63 dB.

3.3.

30 km-wegen

Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

3.4.

Cumulatie

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.2:

kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]

geluidkwaliteit

<45

zeer goed

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden

46-50

goed

51-55

redelijk

56-60

matig

61-65

slecht

>65

zeer slecht

2020.0711

8

Uitgangspunten en modellering

4. Uitgangspunten en modellering

4.1.

Rekenmethoden

Het akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodellen zijn opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 5.21 van dgmr-software. De relevante invoergegevens (brongegevens) zijn gegeven in bijlage 2.

4.2.

Uitgangspunten wegverkeerslawaai

Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur/etmaal passeert. Door de gemeente Heerenveen is voor het peiljaar 2032 de verkeersintensiteit aangeleverd voor de Koornbeursweg. In principe dient uit te worden gegaan van een peiljaar 10 jaar na plandatum. In voorliggend onderzoek is uitgegaan van de aangeleverde gegevens voor 2032. De Van Kleffenslaan (30 km-weg) ligt in het verlengde van de Nieuwstraat. Voor de Nieuwstraat zijn eveneens verkeersgegevens aangeleverd door de gemeente Heerenveen. In 2019 is een intensiteit gemeten van 5.609 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Voor 2030 (10 jaar na peildatum) bedraagt op basis van jaarlijks 1% autonome groei de etmaalintensiteit op de Nieuwstraat/Van Kleffenslaan 6.258 mvt/etmaal. De voertuig- en etmaalverdelingen zijn gebaseerd op de door de gemeente Heerenveen aangeleverde gegevens en gegeven in bijlage 2. De Van Kleffenslaan is voorzien van een SMA 0/11 wegdekverharding (akoestisch gelijk aan referentiewegdek). Een overzicht van in de berekeningen gehanteerde uitgangspunten is gegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: gehanteerde verkeersintensiteiten t.b.v. Burgemeester Kuperusplein omschrijving weg(vak) Koornbeursweg Van Kleffenslaan

intensiteiten 2030 [mvt/etmaal] 12.075 6.258

wegdek

rijsnelheid

SMA 0/8 SMA 0/11 (deels klinkers)

50 km/uur 30 km/uur

Voertuigcategorieën De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); zware voertuigen (zware vrachtauto's). De voertuig- en etmaalverdelingen zijn gebaseerd op de door de gemeente Heerenveen aangeleverde gegevens en gegeven in bijlage 2.

2020.0711

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

Uitgangspunten en modellering

4.3.

9

Rekenmodel

Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (ingevoerde wegen). De gebouwen en bodemgebieden zijn niet afzonderlijk opgenomen in de bijlagen omdat vanwege de herkomst uit PDOK de gegevenslijst zeer uitgebreid is. In figuur 4.1 zijn de bodemgebieden en gebouwhoogten weergegeven. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 100% reflecterende bodem (Bf = 0,0) vanwege de stedelijke situatie. De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. De ingevoerde banen zijn afkomstig (inclusief hoogten) van het Geluidregister Spoor. Ter plaatse van het nieuwe appartementengebouw zijn toetspunten zijn ingevoerd met voor de bouwhoogte relevante waarneemhoogten (15 m/58 m). Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB).

In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Figuur 4.1:

overzicht van het wegverkeerslawaai rekenmodel met de ingevoerde wegen, objecten (met gebouwhoogten), bodemvlakken en rekenpunten

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden

2020.0711

10

Berekeningsresultaten en conclusie

5. Berekeningsresultaten en conclusie

5.1.

Berekeningsresultaten

Een overzicht van de berekeningsresultaten voor de verschillende wegen is gegeven in bijlage 3. Een samenvatting van de resultaten is gegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1:

samenvatting van de berekeningsresultaten

rekenpuntnummer 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 1 2

2020.0711

waarneemhoogte [m]

berekende geluidbelasting Lden in dB Koornbeursweg1 Van Kleffenslaan1 Cumulatief2 1,5 43 49 55 4,5 43 51 56 7,5 44 51 56 10,5 44 51 57 13,5 45 51 57 1,5 44 51 56 4,5 44 52 58 7,5 45 52 58 10,5 46 52 58 13,5 46 52 58 1,5 41 46 52 4,5 41 48 54 7,5 44 48 55 10,5 45 48 55 13,5 45 48 55 1,5 45 44 53 4,5 45 46 53 7,5 46 46 54 10,5 47 47 55 13,5 47 47 55 4,5 47 43 54 10,5 49 44 55 16,5 49 44 56 22,5 49 44 55 28,5 49 44 55 34,5 49 44 56 16,5 45 15 50 22,5 46 -51 28,5 46 -51 34,5 46 -51 40,5 46 -51 46,5 46 -51 Inclusief aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh. Exclusief aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

Berekeningsresultaten en conclusie

11

In tabel 5.1 zijn de berekende waarden voor de Koornbeursweg en Van Kleffenslaan zijn gegeven inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. De cumulatieve waarden zijn gegeven exclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. De nummering van de rekenpunten is gegeven in figuur 4.1.

5.2.

Conclusie

Voor een nieuw te realiseren woongebouw aan de noordzijde van het Burgemeester Kuperusplein in Heerenveen wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Koornbeursweg en in de nabijheid van de Van Kleffenlaan. De berekende geluidbelasting vanwege deze wegen bedraagt ten hoogste Lden = 49 dB vanwege de Koornbeursweg en Lden = 52 dB vanwege de Van Kleffenslaan. Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB vanwege de Koornbeursweg gering overschreden op alleen de zuidgevel van de woontoren. De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden, zodat het plan realiseerbaar is binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de Van Kleffenslaan is 4 dB hoger dan de als richtwaarde te beschouwen voorkeurswaarde van Lden = 48 dB (30 km-weg). Vanwege de geringe overschrijding vanwege de Koornbeursweg zal een hogere waarde procedure moeten worden gevoerd. Een hogere waarde kan worden verleend als er geen maatregelen mogelijk zijn, dan wel dat deze stedebouwkundig niet gewenst zijn. Het toepassen van geluidreducerend asfalt op de Koornbeursweg al wegnemen omdat er slechts een reductie van 1 dB is vereist. Het is aan de gemeente Heerenveen om te bepalen of dit in de toekomst gaat gebeuren. Mogelijk dat dit kan worden meegenomen in de herontwikkeling van het centrumgebied.

De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste L den = 58 dB. Gebruikelijk is om bij het dimensioneren van de geluidwering rekening te houden met de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh. De karakteristieke geluidwering GA;k dient dan minimaal GA;k = 58 – 33 = 25 dB(A) te bedragen op basis van de hoogst berekende waarde. Samenvattend: het plan is realiseerbaar binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder middels een hogere waarde. Mogelijk dat ontwikkelingen in het kader van de herontwikkeling dit overbodig maken (geluidreducerend asfalt, wellicht verkeerskundige veranderingen). Onder de Omgevingswet (2022) vervalt ook de hogere waarde en blijft er uitsluitend een toets aan het nieuwe normenstelsel over.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden

2020.0711

Bijlage 5

85/398

Historisch Bodemonderzoek Gasfabriekterrein Heerenveen (2009)

cc

_i

Historisch Onderzoek Gemeente Heerenveen Project B02037.000043 nrOl9

Gasfabriek Heerenveen

Gemeente Heerenveen

4-5-2009

ReGii’ Historisch onderzoeksbureau

-

0 0 0

Inhoudsopgave 1

Inleiding

2

Resultaten

3

2.1

Ligging

2.2

Uitgangsgegevens

2.3

Opmerking

2.4

Activiteiten

2.5

Geveicheck

Conclusies en aanbevelingen Begrippenlijst

Bijlagen Bijlage 1

Overzichtstekening + legenda

Bijlage 2

Fotos gevelcheck

3

1 Inleiding Bodemverontreiniging kan leiden tot risico’s voor mens, milieu of verspreiding in het grondwater. Het kabinetsbeleid is er op gericht om locaties, waarbij sprake is van onaanvaardbare risico’s, gesaneerd of beheerst te hebben voor 2015. Deze locaties, spoedlocaties genaamd, moeten daarom in beeld gebracht worden. Op basis van archiefvermeldingen en databestanden is een lijst van potentiële spoedlocaties locaties opgesteld. Deze locatie komt voor op die lijst. Dit onderzoek gaat een stap verder. Aan de hand van archiefonderzoek, bescbikbaar gekomen bodemonderzoeken en met behulp van landelijk vastgestelde criteria (HO protocol spoedlocaties, Register historisch onderzoeksbureau, 19 april 2007) zijn de volgende drie wagen beantwoord: 1. Is deze locatie een zogenaamde potentiële spoediocatie, een locatie waar een goede kans bestaat dat er sprake is van bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s? 2. zo ja, welke productieprocessen en welke deeflocaties zijn van belang om in de volgende stap in de aanpak van potentiële spoediocaties, het uitvoeren van bodemonderzoek, de aandacht op te richten en zodoende vast te stellen of de verdenking van verontreiniging terecht is? 3. In welke fase van (bodem)onderzoek bevindt de locatie zich en in welk kader moet verder onderzoek en mogelijk sanering opgepakt worden?

5

de onderzoeks- en saneringswerkzaamheden die zijn uitgevoerd in de periode 1981 tot 2001. Uit deze onderzoeken is een aantal leemten gedestilleerd die als uitgangspunt dienen voor het daadwerkelijke aanvullend onderzoek: Tijdens de diverse onderzoeksfasen zijn (deels) buiten de ontgravingscontour verontreinigingen aangetoond die niet zijn afgeperkt. Na afloop van de sanering is oostelijk van de begraafplaats nog een sterke verontreiniging met cyanide en PAK aangetoond. De omvang van deze verontreinigingen is niet bekend. Tijdens de diverse onderzoeksfasen zijn (deels) dieper dan de ontgravingsdiepte verontreinigingen aangetoond of restverontreinigingen achter gebleven. Deze bevinden zich hoofdzakelijk onder het nieuwe winkelcentrum. In het ondiepe grondwater ter plaatse van de voormalige zuidelijke gashouder is mogelijk nog een sterke benzeen, xylenen en fenol verontreiniging aanwezig. De omvang van deze verontreiniging is niet bekend. In het diepe grondwater (>6m -mv) ter plaatse van de voormalige zuidelijke gashouder is mogelijk nog een sterke PAK verontreiniging aanwezig. De omvang van deze verontreiniging is niet bekend. [GA Heerenveenll.777.212/Gashouderspleinl03.023531 -

-

-

-

-

2008: Uit het besprekingsverslag van het onderzoek van Royal Haskoning blijkt dat de herontwikkeling van de gasfabrieklocatie vermoedelijk niet voor 2015 zal plaatsvinden. Op termijn zal op de gasfabriekslocatie de bebouwing gesloopt worden en is er woningbouw en bouw van kantorenlwinkels voorzien. De voorkeur is uitgesproken voor ondergronds parkeren. Er zal hieraan voorafgaand nog een aanvullend onderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek zal gericht moeten zijn op gasfabriekgerelateerde (rest-)verontreinigingen en het bepalen van risico’s bij het huidige en toekomstige gebruik. [GA Heerenveenll.777.212/Gashouderspleinlo3.023531

t4 Activiteiten Periode 1860-

Ubi

4004

Omschrijving gasfabriek

Klasse

8

2.5 Geveicheck Datum:

31-3-2009

Opmerkingen:

Op de locatie is nu gevestigd Winkelcentrum De Passage. Hier zijn onder andere vestigingen van Albert Heijn, Blokker en C&A aanwezig. Verder zijn er deels ook appartementen boven de winkels. Achter de winkels ligt een parkeerterrein.

‘Huidig Gebruik infrastructuur/verkeer Bedrijven, kantoren

Omgeving: Verharding:

gemengd verhard/onverhard

Segment:

Stedelijk gebied

Dekking 50 50

3 Conclusies en aanbevelingen Uit het historisch onderzoek is gebleken dat op de locatie potentieel bodemverontreinigende activiteiten hebben plaats gevonden. Als gevolg daarvan kan een heterogene bodemverontreiniging zijn ontstaan. Tijdens het onderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties bepaald: Gasfabriek -

Op de locatie zijn reeds saneringen uitgevoerd. De sanering van de locatie betrof een Gefaseerd (hele geval), waarbij alle verdachte deellocaties zijn onderzocht dan wel gesaneerd. Uit de eerste versie van het aanvullende onderzoek uit 2008 komt naar voren dat er nog leemten zijn in de onderzoeksresultaten en dat een aantal verontreinigingen nog niet zijn afgeperkt. Hiernaar eordt een aanvullend onderzoek aanbevolen dat voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie uitgevoerd dient te worden gericht op risico’s bij het huidig en toekomstig gebruik. Aangezien reeds een aanvullend onderzoek gepland is hoeft er in het kader van de aanpak van spoedlocaties niet nog apart een oriënterend onderzoek plaats te vinden, ook omdat er in het verleden al saneringen hebben plaats gevonden. Het reeds geplande aanvullend onderzoek volstaat om de nog bestaande risico’s op de locatie in beeld te brengen.

9

‘1

(0

-

cD

CD :3

-‘

0 CD

(1) :30

G)

CD CD C)

w

Bijlage 3 : Gashoudersplein

c,

019

Bijlage 6

93/398

Verkennend milieukundig bodemonderzoek (2002)

1 1

037Ö'Ö1

I

Wiertsema & Partners Raadgevend Ingenieiirsbureau bv FeiHispark 6 9356 BZ Tolbert Postbus 27 9356 ZG Tolbert Telefoon (0594) 51 68 64 Fox (0594) 51 64 79 E-mail: info@wiertsema.nl

Wiertsema & Partners RAADGEVEND INGENIEURS

I 1

Verkennend milieukundig bodemonderzoek Ten behoeve van een voorgenomen uitbreiding van het kantoor Patrimonium aan het Burgemeester Kuperusplein 68 te Heerenveen

I

1 Opdrachtnummer

1

VN-29803

1

Opdrachtgever Ingenieursbureau Wiersma-VIagsma

I

J.H. Kruisstraat 12 8441 BV Heerenveen

J J I J J

X-coördinaat 191,38

Y-coördinaat 552,41

Datum rapport 4 december 2002

J J I

- 6 KC. 2002

i

Wiertsema & Portners

A VN-29803

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

2 2.2

Vooronderzoek/hypothese Vooronderzoek Hypothese

2 2 2

3 3.1 3.2

Uitvoering onderzoek Veldwerk Chemische analyse

3 3 3

4 4.1 4.2

Onderzoeksresultaten Bodemopbouw en zintuiglijk onderzoek Chemische analyses

4 4 4

5

Conclusies en aanbevelingen

11

2.1

Bijlagen; 1) Overzichtskaart 2) Situatietekening 3) Boorstaten 4) Analyseresultaten

1

J J Wiertsemo & Partners

I

A VN-29803 BIz. 1

1

Inleiding

In opdracht van Ingenieursbureau Wiersma-Vlagsma te Heerenveen heeft Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners bv een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd aan het Burgemeester Kuperusplein 68 te Heerenveen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in verband met voorgenomen bouwactiviteiten. Het onderzoek dient om vast te stellen of er sprake is van een verontreinigingsituatie en, indien dat het geval blijkt te zijn, een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats van voorkomen en concentratie van de verontreinigende stoffen. Het onderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 uitgevoerd. In dit rapport is het uitgevoerde onderzoek beschreven en zijn de resultaten van zowel het bodemtechnische als het chemische onderzoek weergegeven. Gebaseerd op de richtlijnen van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zijn de resultaten geïnterpreteerd en geëvalueerd.

Wiertsema & Portners

1

1

% ▲ VN-29803 Blz.2

2 2.1

Vooronderzoek/hypothese Vooronderzoek

Het onderzochte terrein is gelegen aan het Burgemeester Kuperusplein 68, zie bijlage 1 (overzichtskaart). De oppervlakte van de onderzochte locatie is ± 100 Het perceel ligt in de gemeente Heerenveen.

1

Op het onderzochte terreindeel is een uitbreiding van het bestaande kantoorpand gepland. Ten tijde dat de veldwerkzaamheden zijn verricht was het te bebouwen terreindeel verhard met tegels. In de nabije omgeving van de locatie bevinden zich geen milieuhygiënisch verdachte locaties en/of activiteiten die van invloed zijn op het onderzochte terrein.

2.2 Hypothese Op basis van de bekende gegevens kan worden gesteld dat potentieel verontreinigende activiteiten en bronnen op het terrein ontbreken, zodoende kan redelijkerwijs verondersteld worden dat de bodem niet is verontreinigd. Het terrein wordt als onverdacht beschouwd.

Wiertsema & Partners

ï

I A VN-29803 BIz. 3

3

Uitvoering onderzoek

3.1

Veldwerk

Op basis van de voorgaande hypothese is het volgende onderzoek gepland, conform de opzet van een NEN 5740-onderzoek voor onverdachte locaties: 1 boring + peilbuis tot 3,1 m- maaiveld (B-1); 1 boring tot 2 m- maaiveld (B-4); De overige 2 boringen zijn tot 0,5 m- maaiveld verricht. De boorlocaties zijn gelijkmatig verdeeld over het onderzoeksterrein, zoals aangegeven op de situatietekening bijlage 2. De uitvoering van de boringen, het nemen van de grond- en grondwatermonsters en de conservering is verricht conform de normen NPR 5741, NPR 5746, NEN 5742 t/m 5745 en NEN 5766 c.q. de Voorlopige Praktijkrichtlijnen van het Ministerie van VROM. Het veldwerk is uitgevoerd op 19 november 2002, circa één week na plaatsing van de peilbuis is het grondwater bemonsterd. Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als zintuiglijk onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd; bij het zintuiglijk onderzoek worden waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleuren geur van het bodemmateriaal beschreven. De boorresultaten zijn weergegeven in bijlage 3. 3.2

Chemische analyse

De resultaten uit het vooronderzoek en de zintuiglijke waarnemingen gaven geen aanleiding het standaard NEN-analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden. Ten behoeve van de analyse zijn de volgende grond(meng)monsters samengesteld: : B-1 t/m B-4. Voor het traject tot 0,5 m- maaiveld Voor het traject van 1,0 tot 1,50 m- maaiveld : B-1. Van de ondergrond is 1 grondmonster geanalyseerd daar bij boring B-4 in dit traject veen wordt aangetroffen. Conform NEN 5740 mogen verschillende klassen grond niet opgemengd worden. De grondmonsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van ALcontrol Laboratories te Hoogvliet, dat haar werkzaamheden onder STERLAB-erkenning verricht, geanalyseerd. De resultaten van dit chemisch onderzoek zijn in bijlage 4 opgenomen.

J 1 J I

Wierlsemo & Portners

s

A VN-2g803 Blz.4

4

Onderzoeksresultaten

4.1

I

Bodemopbouw en zintuiglijk onderzoek

De toplaag van de bodem op het onderzoeksterrein bestaat tot tenminste 0,5 m- maaiveld uit matig fijn zand. Bij de boringen B-1 en B-4, waarvan boring B-1 is doorgezet ten behoeve van het grondwateronderzoek, wordt het zand aangetroffen tot 1,25 en 3,1 m- maaiveld. Bij boring B-4 wordt tot de maximaal verkende diepte van 2 m- maaiveld veen aangetroffen. In de doorstaten in bijlage 3 wordt per boring de exacte bodemopbouw beschreven. Het organisch stofgehalte in de bovengrond is bepaald op 0,6 % en het lutumgehalte op < 1 %. In de ondergrond bedraagt het organisch stofgehalte 0,9 % en het lutumgehalte 1,1 %. Zintuiglijk zijn geen afwijkingen aan het bodemmateriaal vastgesteld. De grondwaterstand is tijdens de veldwerkzaamheden aangetroffen tussen 1,2 en 1,5 m- maaiveld. Tevens zijn tijdens de veldwerkzaamheden de pH (7,4) en het geleidingsvermogen (430 pS/cm) gemeten. De aangetoonde waarden kunnen als normaal voor de omgeving worden beschouwd en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. 4.2

I

J

J I

Chemische analyses

Toetsingscriteria Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De toetsingswaarden zijn overgenomen uit de circulaire 'Streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering', d.d. 24 februari 2000. Bij de toetsingswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde streef-, grens- en interventiewaarden: Streefwaarde voor een schone, multifunctionele bodem Streefwaarde = Toetsingswaarde voor (nader) onderzoek Grenswaarde ((Streefwaarde -i- Interventiewaarde) / 2) Interventiewaarde = Interventiewaarde voor sanering(en/of saneringsonderzoek) Toetsingsresultaten De resultaten van de chemische analyses, zoals gegeven in bijlage 4, zijn vergeleken met de toetsingswaarden. De toetsing is weergegeven in de tabellen 4.1 en 4.3. De toetsingswaarden, die voor een aantal parameters bij de grondmonsters afhankelijk zijn van het lutumgehalte en organisch stofgehalte, zijn berekend en weergegeven in tabel 4.2. De toetsingswaarden voor grondwater zijn weergegeven in tabel 4.4.

De volgende terminologie wordt in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes: licht verontreinigd/verhoogd : gehalte tussen de streef- en grenswaarde matig verontreinigd/verhoogd : gehalte tussen de grens- en interventiewaarde sterk verontreinigd/verhoogd : gehalte hoger dan de interventiewaarde.

i

Wiertsema & Partners

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=0e88705a-86d5-48c3-9487-16fef335910e