1.3 Bijlage 3 Bestemmingsplan Heerenveen - Woongebouw Burgemeester Kuperusplein
Tekst van het document
Een risicoberekening is niet zinvol. De aanwezigheid van de A32 vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de buisleiding langs de A32, kenmerk N- 500-20-KR-008-1en 2, N-500-20-KR-009. De buisleiding is dientengevolge niet relevant voor het bestemmingsplan en vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het plan.
4.11 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden 92 woningen mogelijk gemaakt. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
31/398
4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied.
4.13 Wind Als een bestemmingsplan bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger mogelijk maakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de windhinder. Als lager dan 30 meter gebouwd mag worden, moet er een afweging plaatsvinden of de bebouwing kan leiden tot windhinder. In dit geval wordt bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 30 meter mogelijk gemaakt (namelijk 58 meter). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is daarom een windhinderonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 11. In dit onderzoek is het windklimaat ter plaatse van de openbare buitenruimte in kaart gebracht. Windhinder wordt ingedeeld in de kwaliteitsklassen A (hoogste) tot en met E (laagste). Afhankelijk van het gebruiksdoel van de locatie wordt een bepaalde klasse gekarakteriseerd als goed, matig of slecht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de activiteiten doorlopen, slenteren en langdurig zitten. Uit de berekeningen blijkt dat de windcondities rond de woontoren gekenmerkt worden door de windklassen A tot en met D. In de gebieden waar klasse C heerst kan men comfortabel lopen en slenteren. De gebieden waar klasse D aanwezig is kan men enkel comfortabel doorheen lopen. Nabij de entree van de woontoren is een zone waargenomen waar klasse C en D aanwezig zijn. Dergelijke klasses zijn niet geschikt voor de plaatsing van een entree.
Hierdoor worden ten behoeve van de entree maatregelen voorgesteld om de windcondities te verzachten. Op de zuidelijke hoek van de woontoren is een beperkt risico op windgevaar waargenomen. Omdat deze zone zich dichtbij de entree van de toren bevindt zijn er maatregelen voorgesteld om dit risico weg te nemen. Conclusie Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor dit plan. Bij de uitwerking van het ontwerp en de inrichting van het gebied zullen wel maatregelen moeten worden toegepast om de windhinder bij de entree van de woontoren te beperken. Het voorstel dat er nu ligt is dat de opening in de westgevel naast de entree wordt afgesloten met een dichte pui. Gezien het gebruik van de openbare ruimte zijn er verder geen aanpassingen noodzakelijk.
32/398
4.14 Schaduw Als een bestemmingsplan nieuwe bebouwing toestaat moet beoordeeld worden of deze bebouwing effect heeft op de omgeving. Ook bij de nieuwbouw zelf moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat de nieuwe tuinen, terrassen, speelplekken, openbare ruimte etc. voldoende zon moeten krijgen. In het bestemmingsplan kan door de wijze van bestemmen van de bouwmassa's en openbare ruimte voorkomen worden dat er onaanvaardbare schaduwwerking optreedt. Bijvoorbeeld door lagere bebouwing en zongericht verkavelen. Bevoegd gezag weegt af of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Als er een toename is van schaduw, kan het toch een wenselijke ontwikkeling zijn. Er vindt een afweging plaats tussen verschillende belangen. In het kader van dit bestemmingsplan is een zonnestudie uitgevoerd, waarvan de uitkomsten zijn opgenomen in bijlagen 12 en 13. In bijlage 12 zijn zowel de 'lichte' als de 'strenge' TNO normen opgenomen. De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.
Door de forse hoogbouw is er sprake van meer schaduwwerking afkomstig uit het plangebied, op de omgeving. In de rapporten is duidelijk weergegeven waar deze schaduw overheen valt. Omdat het in dit geval gaat om een relatief 'smal en hoog' gebouw, is de periode per dag dat een woning in de omgeving schaduw ondervindt door de woontoren, beperkt. Om die reden wordt het plan als uitvoerbaar beschouwd voor dit aspect.
33/398
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Het juridische systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemming
De woonhuizen krijgen in de nieuwe situatie de bestemming 'Wonen - Woongebouw'. Rondom het voorgenomen woongebouw is een bouwvlak gelegd. Op dit bouwvlak is in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan een maximum aantal wooneenheden (zijnde 92 woningen) en maximum bouwhoogtes opgenomen, die zijn afgestemd op het stedenbouwkundige ontwerp. Voor de bouwhoogte van het voorgestelde woongebouw wordt uitgegaan van 15 meter voor de lagere delen van het woongebouw en 58 meter voor de toren op de hoek.
34/398
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ruimtelijke ordening is voor een groot deel een belangenafweging. Uit deze belangenafweging blijkt de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Om dit aan te tonen doorloopt het bestemmingsplan de in de wet vastgelegde bestemmingsplanprocedure: Vooroverleg en inspraak Het voorontwerp is op basis van de inspraakverordening niet voor inspraak ter inzage gelegd. Inspraak vindt plaats op basis van 'n Gouden Rand (stedenbouwkundige uitwerking van de gebiedsdeals E, F en G). Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg voorgelegd aan de betrokken overleginstanties. Van de provincie Fryslân is naar aanleiding hiervan een reactie op het voorontwerp bestemmingsplan gekomen. Deze reactie is als bijlage 14 bij deze toelichting gevoegd. De provincie geeft aan dat de provinciale belangen in het plan geen aanleiding geven tot het maken van opmerkingen. De provincie heeft nog wel een aantal opmerkingen in het kader van goede ruimtelijke ordening en plantechnisch/juridische aspecten. De provincie merkt bijvoorbeeld op dat het beeldkwaliteitsplan tegelijk met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage moet. Ook moet nog ingegaan worden op het onderwerp parkeren en zijn er een paar omissies geconstateerd. Deze punten zijn in dit ontwerp bestemmingsplan aangevuld / hersteld. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens zes weken ter inzage gelegen.
Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar te maken (artikel 3.8 Wro). Gedurende deze periode is één schriftelijke zienswijze ingediend. In bijlage 15 is de nota van zienswijzen opgenomen. Hierin wordt de ingediende zienswijze voorzien van een gemeentelijke reactie. De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Vaststelling Het bestemmingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten voor het realiseren van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer.
35/398
Aangenomen wordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikt om de woningen te kunnen realiseren. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten om het kostenverhaal te verzekeren. Hierin zijn onder andere de kosten met betrekking tot het begeleiden van de bestemmingsplanprocedure en daaraan verwante kosten opgenomen. Tevens is hierin het aspect planschade afgedekt.
36/398
Bijlagen toelichting
37/398
38/398
Bijlage 1
39/398
Beeldkwaliteitsplan
BEELDKWALITEITSPLAN BURGEMEESTER KUPERUSPLEIN 66-68
Februari 2022 Status: Definitief
INHOUDSOPGAVE 1.
Inleiding
3
3.
Beleidsintentie
7
2.
4.
Planlocatie
3.1.
3.2.
Welstandsnota
Burgemeester Kuperusplein 66-68
Criteria
4.2.
Referenties
4 7 8
11 14
2
1.
INLEIDING
In december 2019 is de centrumvisie ‘Heerenveen centrum: Ook ’n gouden plak’ vastgesteld. In deze centrumvisie is op hoofdlijnen de ontwikkelrichting van het centrum vastgelegd. Aan de hand van het fysieke raamwerk en de bijbehorende ambities zoals die in de visie zijn opgenomen, wordt een nadere uitwerking van de specifieke deelgebieden gevraagd.
Het initiatief van WoonFriesland om op de locatie van het voormalig postkantoor aan het Burgemeester Kuperusplein circa 90 appartementen te willen realiseren, is de aanleiding om voor de gehele oostelijke centrumrand een stedenbouwkundige uitwerking te maken. Deze uitwerking schetst een meer gedetailleerd beeld van de potenties van het gebied en biedt een kapstok voor het uitwerken van diverse ontwikkellocaties.
In de komende jaren zal het centrum aan deze zijde stapsgewijs getransformeerd worden. De eerste stap is de herontwikkeling van de locatie van het voormalige postkantoor aan het Burgemeester Kuperusplein 66-68. Voor deze eerste fase is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld.
3
2.
PLANLOCATIE
Op onderstaande kaart is de begrenzing van het plangebied weergegeven.
De planlocatie bevindt zich in de noordoosthoek van het Burgemeester Kuperusplein. De oostelijke zijde van de planlocatie oriënteert zich op de Van Kleffenslaan. Het Burgemeester Kuperusplein is een belangrijk bronpunt voor het centrum. De nadruk ligt hier sterk op de verkeersfunctie. Deze stedelijke ruimte is primair ingericht voor het autoverkeer. Aan de noordzijde van plein, grenzend aan de planlocatie, is er voldoende ruimte voor de voetganger. Het domein dat hier voor de voetganger is gereserveerd heeft echter niet tot nauwelijks een
4
relatie met de voorzieningen die in de plint zijn gelegen. De beperkte interactie tussen gebouwen en het openbaar gebied is een terugkerend thema in alle gevelwanden rondom het plein. De bebouwing is, zeker in vergelijking met andere delen in het centrum, grootschalig van opzet. Gebouwen met een brede korrelmaat en een gemiddelde hoogte van 4 á 5 bouwlagen bepalen het straatbeeld. Zeker aan de westzijde van het plein is de gevelwand opgebouwd uit individuele panden. Deze korrelmaat is door vertaald naar de oostelijke gevelwand. Staande op een doorlopende plint zijn hier 3 woontorens gelegen. In de plint is ruimte voor commerciële activiteiten, echter is ook hier de leegstand zichtbaar.
Enige vorm van ruimtelijke samenhang in de noordelijk gevelwand, waar de planlocatie onderdeel van uit maakt, is er nauwelijks. Vele meters blinde gevel verstopt onder grote overstekken of overkappingen grenzen aan een relatief breed voetpad. In de noordwesthoek van het plein staat een kiosk.
Vanaf linksboven met de klok mee: de noordelijke gevelwand van het Burgemeester Kuperusplein, de appartementen op de commerciële plint aan de oostzijde en verscholen achter de rij platanen de westelijke gevelwand met daarin onder andere de bioscoop. Linksonder in beeld de toegang vanaf de Van Kleffenslaan naar het Burgemeester Kuperusplein.
5
De gevels rondom het Burgemeester Kuperusplein worden gekenmerkt door een grote mate van diversiteit als het gaat om kleur- en materiaalgebruik. De diversiteit is vooral te zien in de westelijke gevelwand. De oostelijke en noordelijke gevelwand zijn hoofdzakelijk uit een gele baksteen opgetrokken.
6
3.
BELEIDSINTENTIE
3.1. Welstandsnota
In de Welstandsnota 2016, vastgesteld 21-12-2015, is de beleidsintentie voor het centrum als volgt omschreven:
Het centrum van Heerenveen is het meest publieke en representatieve gebied van de gemeente. Het beleid is gericht op behoud en versterken van de bestaande ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarde binnen de verschillende karakteristieken die in het centrum te vinden zijn. Van belang is het versterken van de representativiteit van het centrum. Met betrekking tot de entrees van het centrum, daar waar het Burgemeester Kuperusplein onder valt, wordt het volgende aan de algemene beleidsintentie toegevoegd: Met het oog op de publieke ligging van deze entrees van het centrum, dient de bebouwing een representatief karakter te hebben. Streven is de stedelijke beleving van de entrees te versterken, waarbij de samenhang tussen de gebouwen en de openbare ruimte en een kwalitatieve uitstraling op de begane grond, van wezenlijk belang is. Dit impliceert sterke hoofdlijnen en een afgewogen detaillering, die de grote lijnen van het ontwerp ondersteunt.
Deze algemene beleidsintenties voor het centrum zijn ook van toepassing op deze planlocatie. In de volgende paragraaf zijn de intenties voor deze specifieke plek nader beschreven.
7
3.2. Burgemeester Kuperusplein 66-68
Gelegen op de hoek van het Burgemeester Kuperusplein en de Van Kleffenslaan is het perceel een belangrijke schakel in de verbinding tussen het kernwinkelgebied en het Sportstad gebied. Deze positie binnen de structuur van het centrum is vertaald in een kwalitatief hoogwaardige architectonische uitwerking. De bebouwing kent representatieve gevels richting de Van Kleffenslaan en het Burgemeester Kuperusplein. De noordelijke gevelwand van het Burgemeester Kuperusplein grenst een stuk openbaar gebied dat een verblijfskarakter heeft en die tevens een belangrijke voetgangersverbinding is tussen het centrum en Sportstad.
De functie van het Burgemeester Kuperusplein zal veranderen. Als bronpunt van het centrum zal de plek nog belangrijker worden. De parkeercapaciteit zal worden vergroot en met een heroriëntatie van verschillende voorzieningen zal de dynamiek van de plek een boost krijgen. In volgende fases zullen de wanden rondom het Burgemeester Kuperusplein vernieuwd worden om ook in uitstraling aan te sluiten bij de nieuwe status van de plek.
8
Het plein zal een prominente plek worden op de nieuwe voetgangersverbinding van het centrum richting Sportstad. De route die nu nog een informeel karakter heeft, zal een formele route worden om de noordelijke parkeerterreinen in Sportstad beter bereikbaar te maken voor bezoekers van het winkelcentrum. Dit heeft tot gevolg dat er aandacht moet zijn voor de vormgeving van de kopgevel van de planlocatie die zich op de Van Kleffenslaan oriënteert. Zowel in massa als in vormgeving dient dit aanzicht zich te onderscheiden van de naastgelegen gebouwen. Vanaf de Van Kleffenslaan is er zicht op een representatieve kopgevel van de nieuwbouw en de woontoren.
Daar waar voorzieningen in de plint zijn opgenomen is een sterke interactie tussen gebouw en openbare ruimte een vereiste. Als er woningen op de begane grond zijn gelegen wordt een overgang gevraagd die voldoende privacy geeft richting de woonfunctie zonder dat de interactie tussen gebouw en openbaar gebied wordt ondermijnd. Deze overgang van het privé domein naar het openbaar gebied vraagt om een afgewogen detaillering. De nieuwbouw op dit perceel bestaat uit 2 volumes, die een twee-eenheid vormen:
De twee-eenheid bestaat uit een hoogteaccent op de westzijde van het perceel en ten oosten van het hoogteaccent een wand met een kopse kant die zich op de Van Kleffenslaan oriënteert. Het hoogteaccent kent een klassieke opbouw zoals dat schematisch op deze pagina is weergegeven. Het silhouet van Heerenveen zal hiermee een nieuw icoon krijgen. De vormgeving van de kroon van het hoogteaccent zorgt voor een verbijzondering van het Heerenveense silhouet. Het hoogteaccent versterkt de nieuwe dynamiek en levert een bijdrage aan het vergroten van de allure van deze plek in het centrum. Het hoogteaccent heeft een sterke verticale geleding en kent een klassieke opbouw: voet (linker referentiebeeld), middenstuk en kroon (rechter referentiebeeld).
9
3.2.1. KLEUR EN MATERIAAL GEBRUIK Bakstenen in verschillende geeltinten bepalen het gevelbeeld aan de noord- en oostzijde van het plein. Het contrast met het gevelbeeld aan de westzijde van het plein is groot. De kleinere korrel van de gebouwen en het daarmee gepaard gaande verschillende materiaal en kleurgebruik, zorgt voor weinig samenhang in het gevelbeeld. Een herontwikkeling van de noordelijke gevelwand vraagt om eenduidige vormgeving en dient terughoudend te zijn in het toepassen van verschillende materialen en kleuren. Er worden geen trendgevoelige materialen en of kleuren toegepast. Inspiratie kan worden gevonden bij andere iconische gebouwen in en rondom het centrum. Iconische Heerenveense gebouwen kennen veelal een (licht) bruin/ rode kleurstelling. Opvallend is de hoeveelheid aandacht die is besteed aan de verschillende details met betrekking tot het metselwerk. Eenduidige aanpak in toegepaste materialen en detaillering voor de bouwmassa als geheel.
10
4.
CRITERIA
Kernbegrippen: karakteristiek, levendig, stedelijkheid, iconisch, representatief, wonen, winkelen en ontmoeten. Bij een aantal criteria is onderscheid gemaakt tussen de criteria die gelden voor het hoogteaccent en de criteria die gelden voor de wand.
Bij een aantal criteria wordt middels een cijfer (vb: (4)) verwezen naar een referentiebeeld.
De nieuwbouw bestaat uit drie segmenten: -
Bouwdeel A: Een toren Bouwdeel B: Wand Burgemeester Kuperusplein Bouwdeel C: Appartementen dakpark
C
A
B
4.1.1. ALGEMEEN - De nieuwbouw vormt een samenhangend geheel. - De architectuur is sprekend en eigentijds en voegt zich vanzelfsprekend in de bestaande omgeving. - De toren is een kwalitatieve toevoeging aan het Heerenveense silhouet. Het markeert de plek en versterkt de identiteit van de plek en het centrum. - De nieuwbouw heeft een sterke interactie met het openbaar gebied. - De aansluiting op het (2e) maaiveld is zorgvuldig vormgegeven. 4.1.2. PLAATSING - De toren is aan de westzijde van het perceel gelegen, - De toren springt licht naar voren ten opzichte van de gevel van de wand.
11
4.1.3. HOOFDVORM - De nieuwbouw kent een heldere en evenwichtige massaopbouw. o Bouwdeel A ‘Toren’: maximaal 17 bouwlagen o De toren heeft een klassieke opbouw ( plint, middendeel en kroon), waarbij de kroon een herkenbaar silhouet vormt (1, 2, 4) o Bouwdeel B ‘Wand’: maximaal 4 bouwlagen plat afgedekt o Bouwdeel C ‘Dakpark’: maximaal 3 bouwlagen gerekend vanaf het dakpark - Dakopbouwen voor liften of andere technische installaties moeten geïntegreerd worden in de bouwmassa en vallen hierdoor binnen het silhouet van het gebouw. - Aan de zijde van de Van Kleffenslaan bestaat de nieuwbouw uit 1 bouwvolume. 4.1.4. AANZICHTEN - Toren (A): o heeft een alzijdig karakter, (2, 10) o heeft een klassieke opbouw ( plint, middendeel en kroon) (1, 2) o heeft een plint minimaal 2 á 3 lagen afgestemd op overhoekse oriëntatie en 2e maaiveld. Aandacht is er voor de aansluiting op het 2e maaiveld, (1,7) o heeft een kroon die de verticaliteit van het hoofdvolume versterkt, (4) o heeft een geleding van de gevels die de verticaliteit van het hoofdvolume versterkt, (1, 2, 9, 10) o heeft een uitnodigend vormgegeven entree waarbij er aandacht is voor de menselijke maat, (7) o heeft gevels met een open en lichte uitstraling, (9, 10) o heeft reliëf in detailniveau ter verrijking van de uitstraling van de gevel, (beleefbare plastiek, verspringingen in geveldiepte).
Dit reliëf versterkt de verticaliteit, (1, 11) o heeft balkons die zijn geïntegreerd in het gevelontwerp en zijn in principe inpandig. Eventuele uitkragende balkons worden ingetogen vormgegeven en domineren niet het gevelbeeld, (13) -
Wand zijde Burgemeester Kuperusplein (B) en appartementen dakpark (C): o wijkt in geleding af van de sterke verticale geleding die de toren kenmerkt o heeft op de hoek met de Van Kleffenslaan een duidelijke kopgevel die zich oriënteert op de Van Kleffenslaan (in de zichtlijn vanaf Sportstad) (8) o heeft reliëf in detailniveau ter verrijking van de uitstraling van de gevel, (beleefbare plastiek, verspringingen in geveldiepte, geen volledig vlakke gevels). (1, 11) o heeft balkons die zijn geïntegreerd in het gevelontwerp en zijn in principe inpandig. Eventuele uitkragende balkons worden ingetogen vormgegeven en domineren niet het gevelbeeld, (13) o heeft ook aan de zijde van de binnenplaats gevels met een zekere mate van representativiteit.
12
4.1.5. OPMAAK - Toren (A): o kent een plint en een middenstuk dat is vervaardigd uit baksteen, o kent een kroon waar ook een ander hoogwaardig gevelmateriaal kan worden toegepast, o metselwerk geeft karakter aan de gevels. Dit uit zich door de toepassing van bijvoorbeeld verschillende metselverbanden en/of detaillering van voegwerk en/of een afwijkend steenformaat (16, 17) o kent een (licht) (rood)bruine kleurstelling (16, 17) o heeft gevels met een karakteristieke plasticiteit, o kent een zorgvuldige detaillering afgestemd op het architectonisch concept. -
Wand zijde Burgemeester Kuperusplein (B) en appartementen dakpark (C): o is vervaardigd uit baksteen, o metselwerk geeft karakter aan de gevels. Dit uit zich door de toepassing van bijvoorbeeld verschillende metselverbanden en/of detaillering van voegwerk en/of een afwijkend steenformaat (16, 17) o kent een (licht) (rood)bruine kleurstelling (16, 17) o heeft gevels met een karakteristieke plasticiteit, o kent een zorgvuldige detaillering afgestemd op het architectonisch concept,
4.1.6. OVERGANG NAAR HET OPENBAAR GEBIED - Robuuste vormgeving van de overgang tussen het privégedeelte en het openbaar gebied. - Vanaf het openbaar gebied is de menselijke maat beleefbaar. Het gedeelte van de gevel dat grenst aan het maaiveld De gevels kennen geen anonieme uitstraling. - Overgangszone maakt onderdeel uit van de architectuur van het gebouw.
13
4.2. Referenties
4.2.1. AANZICHTEN EN OPMAAK
1.
2.
Het hoogteaccent heeft een sterke verticale geleding en kent een klassieke opbouw: voet (linker referentiebeeld), middenstuk en kroon (rechter referentiebeeld).
3.
4.
Met een fraaie uitwerking van de kroon krijgt het silhouet van Heerenveen een kwaliteitsimpuls.
5.
6.
Er is aandacht voor de overgang van privé naar het openbaar gebied. De woonfunctie heeft een sterke relatie met het aangrenzende openbaar gebied, zonder dat hierbij het gevoel van privacy in het geding is. De overgang is robuust vormgegeven.
14
7.
De entree is zichtbaar in de plint. De entree heeft zorgvuldige vormgeving met aandacht voor het behoud van de menselijke maat.
8.
Aan de zijde van de Van Kleffenslaan presenteert het gebouw zicht met een representatieve kopgevel. De plint zoals die aan de zijde van het Burgemeester Kuperusplein is toegepast, is ook in de kopgevel zichtbaar.
9.
10
Referenties van gevels met een zeer sterke verticale geleding. Het rechtse referentiebeeld laat zien dat wanneer de hoeken open worden gelaten, de verticaliteit nog een impuls krijgt.
15
11
12
Referenties van uitwerkingen die de gevel reliëf geeft. Het reliëf versterkt het verticale karakter van de gevel
13
Balkons die uitkragen zijn ingetogen vormgegeven en domineren niet het gevelbeeld.
14
De gevels hebben een warme kleurstelling.
15
16
16
17
Kleurreferentie voor het metselwerk.
17
4.2.2. BRONNEN REFERENTIEBEELDEN 1. Woontoren 900Mahler te Amsterdam Architect: Inbo (Amsterdam) Link naar beeld: https://www.inbo.com/nl/projecten/900mahler-zuidas-amsterdam 2. Blok59 te Eindhoven Architect: diederendirrix architectuur & stedenbouw (Eindhoven) Foto: Arthur Bagen Link naar beeld: https://www.diederendirrix.nl/nl/projecten/blok-59/ 3. Woontoren Frits, Strijp S te Eindhoven Architect: JSA (Rotterdam) Link naar beeld: http://www.jsa-rotterdam.nl/nederlands/projecten/files/133.php 4. De Zon te Breda Architect: MIX architectuur (Ede) Link naar het beeld: https://www.mix-architectuur.nl/werk/breda-de-zon/ 5. The Beacons, te Zeeburg Amsterdam Architect: Paul de Ruiter Architects (Amsterdam) Link naar beeld: https://paulderuiter.nl/projects/the-beacons/ 6. The Beacons, te Zeeburg Amsterdam Architect: Paul de Ruiter Architects (Amsterdam) Link naar beeld: https://www.am.nl/referentieprojecten/the-beacons/ 7. Leo Vromantoren te Gouda Architect: 01-10 architecten (Rotterdam) Link naar beeld: http://www.eentien.nl/projecten/2029-leo-vromantoren/ 8. De Lofts te Amsterdam Architect: Inbo (Amsterdam) Foto: IC Netherlands Link naar beeld: https://www.inbo.com/nl/projecten/de-lofts-amsterdam 9.
Wooncomplex te Moskou Architect: Sergey Skuratov Architects (Moskou, Rusland) Link naar beeld: https://www.skuratov-arch.ru/portfolio/zhiloj-kompleks-nanovoalekseevskoj-ulitse-fotografii-daniila-annenkova/?lang=en 10. Leo Vromantoren te Gouda Architect: 01-10 architecten (Rotterdam) Link naar beeld: http://www.eentien.nl/projecten/2029-leo-vromantoren/ 11. Woontoren Onyx te Eindhoven Architect: diederendirrix architectuur & stedenbouw (Eindhoven) Foto: Hugo Thomassen Link naar beeld: https://www.reynaers.nl/nl-NL/inspiratie/aluminiumprojectreferenties/onyx-toren 12. Leo Vromantoren te Gouda Architect: 01-10 architecten (Rotterdam) Link naar beeld: http://www.eentien.nl/projecten/2029-leo-vromantoren/ 13. Blok 63 te Eindhoven Architect: Pauwert architectuur (Eindhoven) Link naar beeld: https://www.pauwert.nl/wonen/blok-63-genomineerd-voor-de-reynaersprojectprijs-2017/
18
14. Vivaldipark te Hilversum Architect: MIX architectuur (Ede) Link naar het beeld: https://www.mix-architectuur.nl/werk/hilversum-vila/ 15. Heerenhage te Heerenveen Architect: TWA architecten (Burdaard) Link naar het beeld: https://www.twa-architecten.nl/projecten/nieuwbouw-heerenhage/ 16. Vandersanden Gevel Link naar het beeld: https://www.vandersanden.com/nl-nl/products-and-solutions/umber Link naar het beeld: https://www.vandersanden.com/nl-nl/products-and-solutions/brama Link naar het beeld: https://www.vandersanden.com/nl-nl/products-and-solutions/lagos
17. Vandersanden Gevel www.rodruza.nl: Lucca (Natural Bont) HF VB WS www.rodruza.nl: Rodruza Bellagio Nero HF VB WS www.rodruza.nl: Rodruza Burano Nero (Rood Bont Gesinterd) HF VB WS
19
Bijlage 2
59/398
Memo dynamische parkeerbalans centrumgebied Heerenveen
Memo dynamische parkeerbalans centrumgebied Aanleiding De gemeente Heerenveen heeft Over Verkeer en Meer gevraagd om een dynamische parkeerbalans voor het centrumgebied van Heerenveen op te stellen. Recent is deze parkeerbalans opgeleverd. Per gebiedsdeal in het centrum zijn de gevolgen voor het parkeren in beeld gebracht. Indien alle ontwikkelingen doorgang vinden dan ontstaat op termijn een tekort aan 200 parkeerplaatsen in het centrum. De parkeercapaciteit en bezettingsgraad is gebaseerd op parkeeronderzoeken die november 2015 zijn uitgevoerd. Als onderlegger van de parkeervisie uit 2017.
Parkeerbalans na transitie Centrumgebied Heerenveen Parkeeraanbod Huidige aanbod parkeerplaatsen Piekvraag zaterdagmiddag Restcapaciteit zaterdagmiddag
Aantal pp 1442 1283 159
Toelichting Berekende parkeercapaciteit opgenomen in Parkeervisie 2017 Uitkomsten metingen parkeerdruk opgenomen in Parkeervisie 2017 89%
Mutatie parkeercapaciteit toekomst Gebied EFG BK-plein Ernst van Harenplein Gashoudersplein Kleffenslaan Subtotaal
Aantal pp
Toelichting
100 -45 -30 -30 -5
Huidige capaciteit 275 pp. Nieuw garage 225 pp en 150 maaiveld Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren
Gebied H Saldo mutaties Centrumgebied
45 40
Fortuin
Restcapaciteit na mutaties
199
Mutatie restcapaciteit Centrumgebied Gebiedsdeal A Gebiedsdeal B Gebiedsdeal C Gebiedsdeal D
Aantal pp* -62 -15 73 7
Gebiedsdeal EFG zie hieronder Sloop aantal BVO m2 Sloop Postkantoor Realisatie winkels AH
27 0 0
Realisatie woningen diverse segmenten
-128
Gebiedsdeal H Totale extra vraag
-151 -250
Saldo extra vraag minus restcapaciteit *Op basis van eerder opgestelde balans
-51
Capaciteit bij bezetting 90% van 1482 pp
148
Benodigd aantal pp na transitie centrum
200
Toelichting Winkelgebied Dracht Horecacluster Geerts Willigenplein Winkels en horeca aan het water Cultuurkwartier, ABC-locatie en BK-plein Parkeernorm voor 1000 m2 Geen aftrek ivm langdurige leegstand Aantal BVO m2 blijft gelijk aan huidige situatie 90 appartementen huur 0,7 norm per pp + 50 woningen koop midden 1,3 norm per pp Molenplein
Vanaf 90% bezetting pp na transitie(1442 +40 pp) is het uitgangspunt dat geen pp meer beschikbaar zijn. Op dat moment ontstaat veel zoekverkeer
Tabel cijfers Parkeervisie 2017 en onderzoeken 2015
In de berekening is uitgegaan van de beschikbare parkeercapaciteit binnen het Centrumgebied. En is geen rekening gehouden met de parkeercapaciteit in de omliggende wijken van het Centrum. Deze wijken zijn ingericht als betaald parkeergebied. Parkeerders die een bezoek willen brengen aan het centrum kunnen het voertuig hier ook tegen betaling parkeren.
1
Verder is uitgegaan van de benodigde parkeercapaciteit tijdens het piekmoment van de week. Uit de bezettingsgraadonderzoeken die ook als basis hebben gediend voor de Parkeervisie 2017 was het piekmoment de zaterdagmiddag. Tot slot is in de berekening ervan uitgegaan dat de parkeerplaatsen in het centrumgebied vol zijn bij een bezettingspercentage van 90%. Op dat moment ontstaat teveel zoekverkeer. Maar feitelijk is in het centrumgebied nog wel 10% parkeercapaciteit beschikbaar. In de berekening is rekening gehouden met 148 parkeerplaatsen. Probleemstelling In december 2019 is de centrumvisie Heerenveen vastgesteld. Vervolgens is gewerkt aan de gebiedsontwikkeling centrum-oost. In mei 2021 heeft de Raad ingestemd met de hoofdlijnen van de visie. De visie heeft vervolgens ter inzage gelegen voor inspraak en wordt in de raadsvergadering van januari 2022 besproken. Onderdeel van de gebiedsvisie centrum Oost is de realisatie van een woontoren door WoonFriesland, de verplaatsing van de Albert Heijn (AH), de realisatie van een parkeergarage onder het BK-plein en de herinrichting van het openbaar gebied inclusief een dak passage als verbinding tussen het Gashoudersplein en het BK-plein op het dak van de nieuwe AH. Inmiddels is het voorontwerp bestemmingsplan voor de woontoren afgerond. Rond maart 2022 is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
Iets later volgt ook het ontwerpbestemmingsplan voor de parkeergarage onder het BK-plein en de verplaatsing van de Albert Heijn. Op korte termijn dient aangetoond te worden dat deze ontwikkelingen een goede toekomstige parkeersituatie niet in de weg staan. Het huidige berekende toekomstige tekort aan parkeerplaatsen in het centrumgebied staan deze ontwikkelingen mogelijk is de weg. Daarom is eerder een memo opgesteld waarin verschillende suggesties zijn gedaan om het tekort aan parkeerplaatsen op te lossen. Deze oplossingsrichtingen zijn als bijlage toegevoegd aan deze memo. De memo is besproken met wethouders Van Veen en Zoetendal. Op basis van dit gesprek is de parkeerbalans nader onderzocht en is de relatie met de gebiedsvisie en de bestemmingsplannen geduid. Hieronder de resultaten. Aanvullende inzichten Parkeerbalans Hiervoor is aangegeven op basis van welke aannames de dynamische parkeerbalans is opgesteld. Per onderdeel wordt onderstaand aangegeven hoe met andere invalshoeken naar de opgesteld parkeerbalans kan worden gekeken. Parkeercapaciteit centrum en uitkomsten bezettingsgraadonderzoeken 2018 In maart 2018 is door dezelfde marktpartij een nieuw bezettingsgraadonderzoek uitgevoerd. De geïnventariseerde parkeercapaciteit in het centrum is toen vastgesteld op 1.500 parkeerplaatsen. De piekbezetting was op de zaterdagmiddag.
Met een bezetting van (slechts) 791 parkeerplaatsen. Een groot verschil met de uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken in november 2015. Kennelijk is het centrumbezoek in Q4 van een kalenderjaar hoger dan in Q1 van een kalenderjaar. Indien met deze cijfers wordt gerekend dan ontstaat het volgende beeld.
2
Parkeerbalans na transitie Centrumgebied Heerenveen Parkeeraanbod Huidige aanbod parkeerplaatsen Piekvraag zaterdagmiddag Restcapaciteit zaterdagmiddag
Aantal pp 1500 791 709
Toelichting Berekende parkeercapaciteit opgenomen in Parkeervisie 2017 Uitkomsten metingen parkeerdruk opgenomen in Parkeervisie 2017 89%
Mutatie parkeercapaciteit toekomst Gebied EFG BK-plein Ernst van Harenplein Gashoudersplein Kleffenslaan Subtotaal
Aantal pp
Toelichting
100 -45 -30 -30 -5
Huidige capaciteit 275 pp. Nieuw garage 225 pp en 150 maaiveld Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren
Gebied H Saldo mutaties Centrumgebied
45 40
Fortuin
Restcapaciteit na mutaties
749
Mutatie restcapaciteit Centrumgebied Gebiedsdeal A Gebiedsdeal B Gebiedsdeal C Gebiedsdeal D
Aantal pp* 14:00-15:00 0 0 0
Gebiedsdeal EFG zie hieronder Sloop aantal BVO m2 Sloop Postkantoor Realisatie winkels AH
27 0 0
Realisatie woningen diverse segmenten
-128
Gebiedsdeal H Totale extra vraag
-45 -146
Saldo extra vraag minus restcapaciteit *Op basis van eerder opgestelde balans
603
Capaciteit bij bezetting 90% van 1500 pp
150
Benodigd aantal pp na transitie centrum
-453
Toelichting Winkelgebied Dracht Horecacluster Geerts Willigenplein Winkels en horeca aan het water Cultuurkwartier, ABC-locatie en BK-plein Parkeernorm voor 1000 m2 Geen aftrek ivm langdurige leegstand Aantal BVO m2 blijft gelijk aan huidige situatie 90 appartementen huur 0,7 norm per pp + 50 woningen koop midden 1,3 norm per pp Molenplein
Vanaf 90% bezetting pp is het uitgangspunt dat geen pp meer beschikbaar zijn. Op dat moment ontstaat veel zoekverkeer
Tabel cijfers parkeeronderzoeken maart 2018
Parkeercapaciteit inclusief aanliggen wijken centrumgebied en bezettingsgraad Het betaald parkeergebied in Heerenveen bestaat uit 2.161 parkeerplaatsen. Met name de parkeerplaatsen direct gelegen aan het centrumgebied kunnen ook worden benut om tegen betaling te kunnen parkeren. Hiermee neemt de te benutten parkeercapaciteit met 679 parkeerplaatsen toe. In maart 2018 bezettingsgraadonderzoeken uitgevoerd binnen het gehele betaald parkeergebied. Gemeten is op een donderdag en een zaterdag. Uit deze cijfers blijkt het volgende. Restcapaciteit centrum totaal totaal Bezetting Donderdag 0500-0600 Donderdag 1030-1130 Donderdag 1400-1500 Donderdag 1830-1930 Donderdag 2000-2100 Zaterdag 0500-0600 Zaterdag 1030-1130 Zaterdag 1400-1500
2161 2161 2161 2161 2161 2161 2161 2161
655 867 1035 1149 1035 677 1110 1160
restcap. abs. % 1506 70% 1294 60% 1126 52% 1012 47% 1126 52% 1484 69% 1051 49% 1001 46%
3
Indien we dit benutten als cijfers voor de dynamische parkeerbalans dan ontstaat het volgende beeld.
Parkeerbalans na transitie Centrumgebied Heerenveen Parkeeraanbod Huidige aanbod parkeerplaatsen Piekvraag zaterdagmiddag Restcapaciteit zaterdagmiddag
Aantal pp 2161 1160 1001
Toelichting
Mutatie parkeercapaciteit toekomst Gebied EFG BK-plein Ernst van Harenplein Gashoudersplein Kleffenslaan
Aantal pp
Toelichting
100 -45 -30 -30 -5
Huidige capaciteit 275 pp. Nieuw garage 225 pp en 150 maaiveld Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren Vermindering capaciteit straatparkeren
Gebied H Saldo mutaties Centrumgebied
45 40
Fortuin
Restcapaciteit na mutaties
1041
Mutatie restcapaciteit Centrumgebied Gebiedsdeal A Gebiedsdeal B Gebiedsdeal C Gebiedsdeal D
Aantal pp* Toelichting -62 Winkelgebied Dracht -15 Horecacluster 73 Geerts Willigenplein 7 Winkels en horeca aan het water
Gebiedsdeal EFG zie hieronder Sloop aantal BVO m2 Sloop Postkantoor Realisatie winkels AH
27 0 0
Realisatie woningen diverse segmenten
-128
Gebiedsdeal H Totale extra vraag
-151 -250
Saldo extra vraag minus restcapaciteit *Op basis van eerder opgestelde balans
791
Capaciteit bij bezetting 90% van 2.162 pp
148
Benodigd aantal pp na transitie centrum
-643
Cultuurkwartier, ABC-locatie en BK-plein Parkeernorm voor 1000 m2 Geen aftrek ivm langdurige leegstand Aantal BVO m2 blijft gelijk aan huidige situatie 90 appartementen huur 0,7 norm per pp + 50 woningen koop midden 1,3 norm per pp Molenplein
Vanaf 90% bezetting pp na transitieis het uitgangspunt dat geen pp meer beschikbaar zijn. Op dat moment ontstaat veel zoekverkeer
Tabel capaciteit centrumgebied + woonwijken en parkeeronderzoeken maart 2018
Indien beide voorgaande berekeningen worden gehanteerd dan slaat het berekende tekort van 200 parkeerplaatsen om in een overschot van 453 respectievelijk 643 parkeerplaatsen. Voor de gebiedsvisie Oost mag maar een deel van deze capaciteit hieraan worden gerelateerd. En wel parkeercapaciteit tot een afstand van 100 tot 150 meter. Vanaf de toekomstige locatie van de woontoren is een beoordeeld welke straten vallen binnen een afstand van 150 meter. Dit betreft een aantal straten gelegen in Centrum Oost, te weten de Thorbeckestraat (ged.), A. Kuyperstraat, P.J. Troelstralaan en de Atalantastraat. En de Coehoorn van Scheltingaweg (ged.) en de Europalaan (ged.) De parkeercapaciteit in deze straten bedraagt totaal 143 parkeerplaatsen. Tijdens de meting op een donderdagavond is de hoogste parkeerdruk gemeten, namelijk 51 geparkeerde voertuigen. Dit betekent dus dat 92 parkeerplaatsen nog benut konden worden (betaald parkeren).
4
Restcapaciteit Aangegeven is dat de parkeerterreinen in het centrum van Heerenveen bezet zijn bij 90% bezetting. Formeel zijn de parkeerplaatsen pas bezet bij 100%. Indien we uitgaan van de parkeercapaciteit in het centrum dan zijn tijdens de piekmomenten nog 148 parkeerplaatsen beschikbaar. En is het tekort op basis van de parkeervisie 2017 nog maar 200-148 = 52 parkeerplaatsen. Op basis van de onderzoeken uit 2018 is er een overschot aan parkeerplaatsen van 453 + 150 = 603 parkeerplaatsen. Uit het “verzorgingsgebied” rondom de toekomstige woontoren blijkt dat tijdens het maatgevende moment nog 92 parkeerplaatsen onbenut waren. Indien deze parkeerplaatsen worden betrokken bij het tekort aan parkeerplaatsen op basis van de parkeervisie 2017 dan slaat het tekort aan parkeerplaatsen van 52 om in een overschot van 40 parkeerplaatsen. Door de transitie van het centrum, met andere functies in het centrum, zal het parkeergedrag wijzigen. De piek voor parkeren voor wonen ligt niet op zaterdagmiddag (60% van de norm) maar in de avond- en nachtelijke uren (100% van de norm). Hierdoor is sprake van dubbelgebruik en kan om die reden uitgaan worden van een 100% bezetting. Conclusies Het berekende toekomstige tekort aan parkeerplaatsen is in aanvang berekend op 200 parkeerplaatsen.
Hierbij gaan we uit van de onderzoeksgegevens uit 2015/2017 die een hogere bezettingsgraad kennen dan recenter onderzoek uit 2018. Door de wijziging in functies met een andere parkeerbehoefte kan voor de zaterdagmiddag uitgegaan worden van 100% gebruik van parkeerplaatsen. Dan is het tekort aan parkeerplaatsen in plaats van 200 nog maar 48 parkeerplaatsen. Door vervolgens de beschikbare parkeerruimte rondom de woontoren – centrum schil - mee te nemen kan de toekomstige parkeervraag worden afgedekt. Hiermee kan de parkeerbehoefte voor het bestemmingsplan Woontoren naar verwachting worden onderbouwd en kan het vaststellen van de gebiedsvisie centrum Oost doorgang vinden. Tegelijkertijd is het wel zaak om de komende maanden te benutten voor goed onderzoek naar de verwachte parkeerbalans in het centrum en de schil. Er gebeurt veel in het centrumgebied, Sportstad en de schilwijken. Daarnaast laten de onderzoeken geen eenduidig beeld zien, en is het de vraag of de cijfers nog representatief zijn. Door hier onderzoek naar te doen, kunnen tijdig onderbouwde keuzes gemaakt worden voor een gezonde parkeerbalans. Keuzes zoals in de bijlage benoemd, waaronder een eventuele tweede parkeerlaag onder het BK-plein. Vervolgkeuzes en stappen • Gebiedsvisie: de gebiedsvisie centrum Oost met inspraaknotitie staat gepland voor raadsbehandeling in januari 2022.
Met de in deze memo beschreven onderbouwing kan dit proces doorgang vinden.
5
•
•
Bestemmingsplannen (waaronder woontoren): de bovenstaande onderbouwing kan voorlopig dienen als basis voor het bestemmingsplan. M.b.t. bestemmingsplan en parkeren zijn twee keuzes mogelijk: o Tweede laag als wijzigingsbevoegdheid opnemen: dit heeft als voordeel dat relatief eenvoudig een tweede laag gerealiseerd kan worden op een later moment. Het nadeel is dat nu al onderzoeken uitgevoerd moeten worden wat de nodige kosten met zich mee brengt. o Het bestemmingsplan niet aanpassen, uitgangspunt is vooralsnog één laag. Hierdoor hoeven geen kosten gemaakt te worden voor onderzoeken. Blijkt echter dat op een later moment alsnog een tweede laag gewenst is, dan dient het planologisch traject opnieuw doorlopen te worden. Dit levert tijdsvertraging op. Visie op het parkeren: hoewel de parkeerbalans voor het bestemmingsplan woontoren onderbouwd kan worden, is een visie op het parkeren en eventueel te nemen maatregelen zeer gewenst. Uit de cijfers blijkt dat het aanbod erg krap is voor de vraag, en gastvrijheid onder druk komt te staan. Daarnaast volgen in de komende jaren nog tal van ontwikkelingen, waardoor de druk verder kan toenemen. Ook gaan we in de cijfers uit van gebruik van de schil; dit is een afweging die in het licht van andere maatregelen bekeken moet worden.
Door hier in de eerste helft van 2022 zorgvuldig onderzoek naar te doen, kan tijdig besloten worden voor één of meerdere maatregelen uit de bijlage. Zodat een goede toekomstige parkeersituatie in het centrum van Heerveen wordt gecreëerd.
6
Bijlage: Oplossingen tekort aan parkeerplaatsen Nr
Oplossing tekort pp
Voordelen
Nadelen
Uit te voeren Maatregel
1
Bouw 2e parkeerlaag in garage BK plein (225 pp mogelijk)
-Parkeren geconcentreerd in één locatie; -Geen extra beslag openbare ruimt -Via PRIS systeem verkeer geleiden (incl. vol-vrij) -Toekomstige vraag aan pp in te vullen
-Bouwen voor de piek is duur. -Exploitatietekort bij bouwen voor de piekvraag -Veel verkeer naar en van één locatie
1
Geen vergunning verlenen aan bewoners en bedrijven die beschikken over eigen parkeergelegenheid
2
Bij herontwikkeling eis stellen van parkeren op eigen terrein
-Betere benutting van beschikbare parkeerruimte op eigen terrein. -Geen aanleg extra parkeerplaatsen in openbare ruimte -Geen aanleg extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte -Verantwoordelijkheid bij ontwikkelaar leggen
-Bewoners en bedrijven zijn gewend om tegen laag tarief op straat te parkeren. -Weerstand tegen maatregel Gewenste ontwikkeling kan geen doorgang vinden
-Dekking zoeken voor het exploitatietekort; -Uitvoeren aanvullend verkeersonderzoek; -Zoeken naar alternatieve parkeerlocaties in of rond het centrum. Bijv. 1 laags parkeergarage Molenplein of realisatie HUB in Stadiongebied of bij Mac Donalds Uitgiftecriteria parkeervergunningen aanscherpen. POET = geen vergunning
3
Capaciteit in de schil rondom het centrum benutten voor parkeren door centrumbewoners en bedrijven
-Betere benutting beschikbare openbare parkeerruimte
4
Stimuleren dat bezoekers aan het centrum met de fiets of OV komen
5
Stimuleren dat bezoekers aan het centrum op andere momenten naar de stad komen dan de zaterdagmiddag Minder centrumbezoek door ander koopgedrag (meer via Internet)
Minder verkeersbewegingen naar en in het centrum. (Milieu, veiligheid, gezondheid) -Uitvoering geven aan Fietsplan -Werkgelegenheid bewaakte fietsenstallingen Afvlakken piekvraag op de zaterdagmiddag
-Bewoners schil niet blij met vreemdparkeerder -Loopafstand naar woning centrum groter -Kosten verbeteren fietsinfrastructuur +stallingsplaatsen; -Minder inkomsten parkeren
6
Geen aanleg extra parkeerplaatsen noodzakelijk
Geen
Minder inkomsten uit parkeren. -Leegstand en hierdoor minder economisch sterk kernwinkelgebied
Criteria opstellen voor al dan niet economisch of sociaal gewenste ontwikkeling. Op basis hiervan al dan niet ontheffing verlenen (incl. afkoop pp) Aanwijzingsbesluit parkeren aanpassen.
-Verbeteren fietsinfrastructuur -Realisatie (bewaakte) fietsenstallingen (Gepland in garage BKplein!)
-Overleg met handelsvereniging over acties -Tariefdifferentiatie parkeren door de week en in het weekend Periodieke monitoring gebruik parkeerplaatsen
7
Bijlage 3
67/398
Watertoets
datum 22-9-2020 dossiercode 20200922-2-24308 Wateradvies korte procedure Project: Heerenveen - Burgemeester Kuperusplein Gemeente: Heerenveen Aanvrager: Stephan Latuputty Organisatie: Rho Adviseurs
Geachte heer/mevrouw Stephan Latuputty, Voor het plan Heerenveen - Burgemeester Kuperusplein heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Heerenveen - Burgemeester Kuperusplein heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.
Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.
Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve
maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m²)
Landelijk (>1.500 m²)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet,
Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl
www.dewatertoets.nl
70/398
Bijlage 4
71/398
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Heerenveen Heerenveen Burgemeester Kuperusplein
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
2020.1363
8-10-2020
projectleider:
opdrachtgever:
ing. E. Venema
WoonFriesland
auteur(s):
ir. R. Koster
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Planbeschrijving
4
3.
Toetsingskader geluid Wet geluidhinder
6
4.
Uitgangspunten en modellering
8
5.
Berekeningsresultaten en conclusie
10
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 4.1. 4.2. 4.3. 5.1. 5.2.
Algemeen Nieuwe situaties 30 km-wegen Cumulatie
Rekenmethoden Uitgangspunten wegverkeerslawaai Rekenmodel Berekeningsresultaten Conclusie
6 7 7 7 8 8 9
10 11
Bijlagen: Bijlage 1:
Begrippen
Bijlage 2:
Invoergegevens wegverkeerslawaai (bronnen)
Bijlage 3:
berekeningsresultaten wegverkeerslawaai
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
2020.0711
2
2020.0711
Inhoud
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
1. Inleiding
3
Aan de noordzijde van het Burgemeester Kuperusplein te Heerenveen staat een gebouw met bedrijven/kantoorfuncties. Aan. Het voornemen is om het gebouw te slopen en ter plaatse een appartementencomplex met in totaal 92 appartementen te realiseren. Ook wordt een deel van het naastgelegen winkelpand hiervoor gesloopt. Hiermee krijgt het plangebied uitsluitend een woonfunctie. De geldende beheersverordening “Heerenveen Centrum” staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Beleidsmatig bestaat echter ruimte voor herstructurering. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het plangebied ligt in het centrum van Heerenveen binnen de wettelijke geluidzone (Wet geluidhinder) van de Koornbeursweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Naast de geluidbelasting vanwege de gezoneerde wegen is de geluidbelasting berekend vanwege de niet gezoneerde 30 km-wegen (Van Kleffenslaan). De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
2020.07111363
4
Planbeschrijving
2. Planbeschrijving
De verbeelding van het bestemmingsplan is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Het plangebied ligt in de noordoosthoek van het Burgemeester Kuperusplein, met aan de achterzijde het Gashoudersplein. In het plangebied staat momenteel een kantoorgebouw bestaande uit drie bouwlagen. Direct naast het plangebied aan de westzijde staat een detailhandelsvestiging met snookercentrum op de verdieping. Ten zuiden van het plangebied ligt het Burgemeester Kuperusplein (parkeerterrein) en rondom onder andere eerdere dienstverlenende instellingen. Ten noordoosten van het plangebied staat onder meer een tankstation. Het plan stelt de sloop voor van het huidige kantoorgebouw en van een deel van de naastgelegen detailhandelsvestiging. Het voornemen is om ter plaatse een nieuw woongebouw te realiseren, bestaande uit drie delen: het oostelijke en het noordwestelijke deel zullen bestaan uit vier bouwlagen met een bouwhoogte van 15 meter. Op de zuidwesthoek komt een woontoren bestaande uit 17 bouwlagen met een bouwhoogte van 58 meter. In het pand worden 92 woningen gerealiseerd. In figuur 2.2 is een impressie gegeven van het voorgenomen appartementengebouw. De ontwikkeling is onderdeel van een grote herontwikkeling van het centrum van Heerenveen. Figuur 2.1:
2020.0711
verbeelding plangebied Burgemeester Kuperusplein
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Planbeschrijving
Figuur 2.2:
5
impressie van het nieuwe appartementencomplex
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2020.0711
6
Toetsingskader geluid Wet geluidhinder
3. Toetsingskader geluid Wet geluidhinder
3.1.
Algemeen
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken
5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
-
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat L den (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt;