CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2.1 bijlage bij aanvraag- Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 1 december 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen veranderen van een rotonde in een kruising met verkeerregelinstallaties (VRI's) Burgemeester Falkenaweg, Oranje Nassaulaan en Rottumerweg te Heerenveen19.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Jaarrond beschermde nestplaatsen Buiten het broedseizoen vallen de meeste nestplaatsen niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming, maar een aantal vogelsoorten maakt gedurende het gehele jaar gebruik van de nestplaats of keert bijvoorbeeld jaarlijks terug op dezelfde plaats. Hun nesten en de functionele leefomgeving daarvan worden daarom het gehele jaar beschermd. In augustus 2009 is onder de Flora- en faunawet een indicatieve lijst opgesteld van soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen. Deze lijst is per 1 januari 2017 onveranderd overgenomen bij de Wet natuurbescherming. Tijdens het uitgevoerde veldbezoek werden geen (mogelijkheden voor) nestplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Er kunnen wel soorten als Huismus en Gierzwaluw in de omliggende woningen nestelen. Vanwege de grote mate van constante menselijke verstoring in het plangebied worden deze echter niet verstoord door de werkzaamheden. Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van nestplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten.

A&W-notitie 21-027

5

Conclusie vogels Door uitvoering van de plannen ontstaat mogelijk een conflict met de Wet natuurbescherming indien broedende vogels en hun nesten worden verstoord. Maatregelen om dit te voorkomen worden hierboven beschreven. 4.5 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor gelden voor deze soorten striktere beoordelingscriteria bij ontheffingsaanvragen dan bij de meeste andere beschermde zoogdiersoorten. Om deze reden worden de vleermuizen in een aparte paragraaf besproken en worden de 'overige zoogdiersoorten' in §4.6 behandeld. In de omgeving van het plangebied komt een aantal vleermuissoorten voor (Melis 2012), waaronder Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis en Watervleermuis. Een deel van de bovengenoemde soorten kan in potentie gebruik maken van het plangebied. Voor vleermuizen zijn drie elementen van het leefgebied te onderscheiden die van belang zijn voor de functionaliteit ervan. Deze zijn: verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Hieronder worden deze drie elementen besproken. Verblijfplaatsen In zowel de zomerperiode als de baltsperiode hebben vleermuizen in Nederland hun verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen en bomen. Tijdens de winter verblijven zij onder andere in gebouwen, bomen, bunkers en kelders.

Alle potentieel geschikt (grotere) bomen zijn gecontroleerd op holtes. Er zijn geen woningen of bomen met holtes welke worden aangetast door de werkzaamheden. Er worden daarom geen negatieve effecten verwacht van de werkzaamheden op verblijfplaatsen van vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes Bij verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebied maken vleermuizen gebruik van lijnvormige landschapselementen om zich te oriënteren. Daarbij gaat het om bomenlanen, watergangen en stratenpatronen. Binnen het plangebied zijn lijnvormige landschapselementen aanwezig in de vorm van watergangen. Deze worden niet dusdanig aangetast dat ze hun eventuele functie als vliegroute zullen verliezen. Het is bovendien onwaarschijnlijk dat vleermuizen een vliegroute hebben langs de A32 waar veel verlichting aanwezig is. Om te voorkomen dat eventueel aanwezige vliegroutes worden aangetast, adviseren wij om lichtuitstraling op het water te voorkomen bij werkzaamheden gedurende avond en nacht. De opgaande begroeiing binnen het plangebied is in principe geschikt voor vleermuizen om te foerageren. De aanwezige grazige vegetatie is hiervoor slechts marginaal geschikt. Het plangebied en de omgeving hiervan worden grotendeels verlicht. Hierdoor is het plangebied geen optimaal foerageergebied.

Hoewel verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied niet worden aangetast, wordt mogelijk wel (een gedeelte van) het foerageergebied van vleermuizen die verblijven in de omgeving van het plangebied aangetast. Omdat er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied voor vleermuizen aanwezig blijft, zal de functionaliteit van in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen echter niet worden aangetast.

6

A&W-notitie 21-027

Conclusie Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van vleermuizen. 4.6 Overige zoogdiersoorten Zoogdiersoorten artikel 3.5 Wnb (exclusief vleermuizen) Van de zoogdiersoorten beschermd volgens artikel 3.5 Wnb komt in de omgeving van het plangebied alleen de Otter voor. In 2018 is een waarneming van de Otter gedaan langs de Willem de Zwijgerlaan, op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden aanwezig voor rust- en verblijfplaatsen van de Otter, door het ontbreken van brede watergangen met een goed ontwikkelde oevervegetatie. De kans is zeer klein dat er sporadisch zwervende dieren gebruik maken van het plangebied. De dieren zullen echter de mogelijkheid hebben om bij de uitvoering van de plannen ander leefgebied in de omgeving op te zoeken. Door uitvoering van de plannen zal daarom geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van de Otter. Overige zoogdiersoorten beschermd volgens artikel 3.5 Wnb worden binnen het plangebied niet verwacht. Overige zoogdiersoorten artikel 3.10 Wnb Uit verspreidingsgegevens van zoogdieren blijkt dat in de omgeving van het plangebied een aantal (redelijk) algemeen voorkomende zoogdiersoorten voorkomt die zijn beschermd volgens artikel 3.10 Wnb.

Het betreft soorten zoals Egel, Steenmarter en verschillende (spits)muizensoorten (NDFF, Melis 2012). Voor enkele van deze soorten kunnen het plangebied en de directe omgeving deel uitmaken van het leefgebied. Provinciale Staten van Fryslân heeft vrijstelling van de Wnb verleend voor bovenstaande soorten bij projecten in het kader van ruimtelijk ontwikkeling. Daarnaast komen in de omgeving van het plangebied een aantal zoogdiersoorten voor die zijn beschermd volgens artikel 3.10 Wnb, maar niet zijn vrijgesteld. Het betreft Boommarter, Damhert en Das. Van deze soorten zijn waarnemingen gedaan in het Oranjewoud. Door de ligging naast de N32 en binnen de bebouwde komt is binnen het plangebied voor deze soorten echter geen geschikt leefgebied aanwezig. Overige zoogdiersoorten die zijn beschermd volgens artikel 3.10 Wnb en geen vrijstelling hebben, komen in de omgeving van het plangebied niet voor en worden binnen het plangebied ook niet verwacht. Conclusie overige zoogdiersoorten Ten aanzien van overige zoogdiersoorten (exclusief vleermuizen) zal door uitvoering van de plannen geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan.

A&W-notitie 21-027

7

5. Conclusies Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen voor het plangebied de onderstaande conclusies ten aanzien van de ecologische wet- en regelgeving (Wet natuurbescherming, EHS en overige gebiedsbescherming) worden getrokken: Gebiedsbescherming Natura 2000 Door uitvoering van de plannen zijn geen (significant) negatieve effecten op het nabijgelegen Natura 2000-gebieden de Deelen en Rottige Meenthe en Brandemeer te verwachten. Voor het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Rottige Meenthe en Brandemeer wordt een AERIUS berekening geadviseerd. Overige Natura 2000-gebieden zijn gelegen op een zodanig grote afstand vanaf het plangebied dat ook op deze gebieden geen negatieve effecten te verwachten zijn. Overige gebiedsbescherming Gebieden die behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) of zijn aangewezen als Ganzenfoerageergebied of Weidevogelkansgebied zijn op relatief grote afstand van het plangebied gelegen. Om die reden veroorzaken de plannen geen conflict met de betreffende regelgevingen ten aanzien van overige vormen van gebiedsbescherming. Soortbescherming Door uitvoering van de plannen ontstaat mogelijk een conflict met de Wet natuurbescherming indien broedende vogels en hun nesten worden verstoord. Maatregelen om dit te voorkomen worden in paragraaf 4.4 beschreven. Daarnaast adviseren wij om geen licht te laten schijnen op watergangen na zonsondergang.

Ten aanzien van algemene soorten vissen, amfibieën en zoogdieren moet men rekening houden met de zorgplicht. Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van overige beschermde soorten.

8

A&W-notitie 21-027

Literatuur Krijn, M. 2019. Aanvullend onderzoek Poelkikker en Rietorchis langs de A32 t.h.v. Heerenveen A&W-notitie 3140_2. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Melis, J. 2012. Werkatlas zoogdieren provincie Fryslân. Provincie Fryslân, Leeuwarden. Melis, J. & M. Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen. Schut, E. 2018. Ecologische beoordeling van de werkzaamheden ten behoeve van de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan. A&W-notitie 3140. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Van Delft, J., J. Kranenbarg & P. Frigge 2019. Waarnemingenoverzicht 2017-2018. Bijlage bij RAVON 73, jaargang 21 (2). Websites NDFF Natura2000.nl

A&W-notitie 21-027

9

Bijlage 1 Locaties Japanse duizendknoop

Bijlage 5 AERIUS-berekening

17-02-2022

Notitie

Versie: 02 Auteur: Sergej Jansen Projectnummer: 51008007 Onderwerp: RO Burgemeester Falkenaweg

Voor de ruimtelijke onderbouwing voor de realisatie van een verkeersregelinstallatie (VRI) op de kruising van de Burgemeester Falkenaweg met de Oranje Nassaulaan en de Rottumerweg is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Hierbij zijn de mogelijke effecten onderzocht van de wijziging in verkeersstromen ten gevolge van de wijzing van een rotonde naar een VRI. Daarbij is nagegaan of ten gevolge van het project negatieve effecten optreden in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden.

Klant: Gemeente Heerenveen Projectleider: Martin Haan

In het onderzoek zijn de wegvakken meegenomen die aansluiten op het kruispunt en waar een relevante wijziging in de verkeersintensiteiten optreedt tussen de autonome ontwikkeling en de plansituatie (zie figuur 1). De autonome ontwikkeling is de situatie met een rotonde bij het kruispunt. De plansituatie is de situatie met een VRI bij het kruispunt.

Figuur 1 onderzochte wegvakken (rood) in relatie tot de omliggende Natura 2000gebieden (groen) met de daarin gelegen stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden (paars). Ondergrond: OpenTopo achtergrondkaart, PDOK.

Voor de verkeersintensiteiten in beide situaties is uitgegaan van de gegevens uit het regionale verkeersmodel van de gemeente Heerenveen. Deze modelberekeningen zijn uitgevoerd door Royal Haskoning DHV. En zijn aangeleverd in pdf format (zie appendix 2). Dit betreft werkdaggemiddelden voor het jaar 2030. Deze zijn ook in het rekenmodel AERIUS gehanteerd i.p.v. de voor het model gebruikelijke weekdaggemiddelden (worst case uitganspunt).

Sweco

Postbus 485

Sweco Nederland B.V.

Sergej Jansen

NL 6800 AL Arnhem

Handelsregister 30129769

Consultant IV

Netherlands

Statutair gevestigd te: De Bilt

sergej.jansen@sweco.nl

T +31 88 811 6600

M +31 6 51546072

www.sweco.nl

Document referentie: https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/nl22-648800269-17077.docx

1/5

Op basis van tellingen op de betreffende wegen is een verdeling van 90% licht verkeer en 10% vrachtverkeer gehanteerd. Hierbij is voor het vrachtverkeer uitgegaan van zwaar vrachtverkeer (worst case uitganspunt). De emissies bij transportbewegingen worden automatisch bepaald door het rekenmodel AERIUS Calculator op basis van emissiefactoren (g/km) per type voertuigen en per snelheidsprofiel, het aantal vervoersbewegingen per voertuigtype en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging. Voor alle wegvakken is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom’ toegepast.

17-02-2022 Versie: 02

Op basis van de emissiebronnen is de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden berekend. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2021. Voor de berekeningen is het rekenjaar 2022 gehanteerd. Het resultaatbestand van de AERIUS Calculator berekening is los meegeleverd met deze rapportage en is tevens opgenomen in appendix 1. De maximale toename van de depositie ten gevolge van het project op stikstofgevoelige habitattypen/ leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW bedraagt 0,00 mol N/ha/jaar. Op basis van bovenstaande zijn negatieve effecten in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden uitgesloten en is voor het project een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.

2/5

Appendix 1 AERIUS Calculator rekenresultaat

17-02-2022 Versie: 02

3/5

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

---, -- -VRI Burg. Falkenaweg VRI Burg. Falkenaweg

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekencon guratie

S179maS6d9FM 16 februari 2022, 13:46 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Autonoom - Referentie Plan - Beoogd

Rekenjaar 2022 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon

Autonoom - Referentie Plan - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

S179maS6d9FM (16 februari 2022)

Emissie NH3 0,2 ton/j 0,2 ton/j

Emissie NOx 9,7 ton/j 9,7 ton/j Gebied

0,00 ha 0,00 ha 0,00 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

2/7

Projectberekening

Plan (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

S179maS6d9FM (16 februari 2022)

Emissie NH3 0,2 ton/j

Emissie NOx 9,7 ton/j

3/7

Projectberekening

Autonoom (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

S179maS6d9FM (16 februari 2022)

Emissie NH3 0,2 ton/j

Emissie NOx 9,7 ton/j

4/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S179maS6d9FM (16 februari 2022)

5/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Plan" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

S179maS6d9FM (16 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S179maS6d9FM (16 februari 2022)

7/7

Appendix 2 Verkeersgegevens

17-02-2022 Versie: 02

4/5

17-02-2022 Versie: 01

Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Stikstofdepositie RO Burgemeester Falkenaweg 51008007 Gemeente Heerenveen NL22648800269-17077 2

Datum:

17-02-2022

Auteur: E-mailadres:

Sergej Jansen sergej.jansen@sweco.nl

Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:

Carolien van der Weijst/ Martin Haan

Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:

Rob Cornelis

5/5

Bijlage 6 Watertoets

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=346986f6-1f4e-4f3c-814f-a8515de9caad