1.2.1 bijlage bij aanvraag- Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Sweco | Kruising Burgemeester Falkenaweg Heerenveen Projectnummer: 51008007 Datum: 04-04-2022
Versie: D02 32/32
Bijlage 1 Tekening strijdige bestemmingen
1a. 1b. 2a. 2b. 3a. 4a. 3b.
2c.
4b.
-0.97 -0.97
5.
strijdige bestemming
0
GEMEENTE
HEERENVEEN
5
10
15
20m
Bijlage 2 Memo verkeerskundige onderbouwing voorkeursvariant VRI
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
12 januari 2022 Jan Westrik Klaas Kuperus Jacques Torenbosch Nico Veenstra Rotonde Midden Heerenveen 472237 Verkeerskundige onderbouwing voorkeursvariant VRI
Huidige situatie: belangrijke schakel in verkeersnetwerk staat onder druk Het kruispunt Burgemeester Falkenaweg – Oranje Nassualaan in Heerenveen is op dit moment ingericht als een enkelstrooks rotonde, inclusief fiets- en voetgangersoversteken op alle takken. De rotonde draagt de naam ‘Midden’. Gemotoriseerd verkeer heeft voorrang op langzaam verkeer. De rotonde Midden vormt een belangrijke schakel in het verkeersnetwerk van Heerenveen. Op het kruispunt kruisen twee belangrijke doorgaande routes binnen Heerenveen elkaar, één in oost-west richting en één in noord-zuid richting. Dit geldt zowel voor gemotoriseerd verkeer als fiets verkeer. In oostwest richting verbindt het kruispunt de A32 en de achterliggende wijken Skoatterwald/ Oranjewoud met het westelijke deel van Heerenveen en dorpen aan de westkant buiten Heerenveen. Daarnaast wordt het centrum van Heerenveen en aangrenzende woonwijken via de Burgemeester Falkenaweg ontsloten via dit kruispunt en kan in zuidelijke richting onder meer de woonwijk De Akkers worden bereikt. De fietsroute via de Burgemeester Falkenaweg is aangewezen als snelfietsroute en vormt daarmee een belangrijke schakel in het regionale fietsnetwerk in en rondom Heerenveen. In de huidige situatie1 staat de verkeersdoorstroming van gemotoriseerd verkeer op drukke momenten via de rotonde onder druk.
Dit leidt (vaak nog kortstondig) tot wachtrijen op de aanleidende wegen. Dit is met name op beide takken van de Burgemeester Falkenaweg het geval. Op overige momenten van de dag kan de rotonde het verkeer goed verwerken. Langzaam verkeer moet voorrang verlenen aan gemotoriseerd verkeer. Op rustige momenten zijn er voldoende hiaten voor langzaam verkeer om over te steken. Op drukke momenten zijn deze hiaten er (veel) minder. Dit maakt het oversteken voor langzaam verkeer lastiger. Voordeel op drukke momenten is dat ook de doorstroming van gemotoriseerd verkeer stokt, waardoor langzaam verkeer vaak de gelegenheid krijgt om tussen wachtende auto’s door alsnog over te steken. Per saldo blijft de hinder voor langzaam verkeer daardoor beperkt. Toekomstige situatie: de doorstroming van het verkeer loop vast Allereerst blijkt uit verkeerstellingen dat de hoeveelheid verkeer via deze route gestaag stijgt. Onder andere als gevolg van de groei van Skoatterwâld. Daarnaast wordt op korte termijn de aansluiting bij de Oranje Nassaulaan op de A32
1
Let op: dit beschrijft de verkeerssituatie voordat Corona arriveerde in Nederland. Corona zorgt voor een tijdelijke afname van de verkeersdruk in Nederland en dus ook op de rotonde Midden. Het Kennisinstituut Mobiliteit (KIM) geeft aan te verwachten dat landelijk in 2022 of 2023 het verkeersvolume weer op het niveau van 2019 zit. Vervolgens wordt een verdere groei van het verkeer verwacht. (Bron: https://www.kimnet.nl/mobiliteitsbeeld/publicaties/publicaties/2021/11/18/mobiliteitsbeeld-2021)
blad 1 van 3
opgewaardeerd. Uit berekeningen met het verkeersmodel is gebleken dat dit zorgt voor extra verkeer over de Oranje Nassaulaan in de toekomst en dat zonder een ingreep op de rotonde Midden het verkeer hier vastloopt. De herinrichting van de rotonde Midden is dus noodzakelijk om de doorstroming van het verkeer op deze belangrijke schakel in het netwerk binnen Heerenveen op peil te houden. Om deze reden zijn de mogelijkheden onderzocht om de doorstroming van het verkeer te verbeteren. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is dat de verkeersveiligheid op orde dient te zijn. Beschouwde oplossingsrichtingen Alternatieve routes verkeer welke de rotonde Midden ontlasten geen optie Er zijn diverse opties aangedragen om doorgaand verkeer binnen Heerenveen via andere routes binnen het bestaande netwerk te leiden, waardoor dit kruispunt ontlast zou kunnen worden. Er blijken echter geen goede opties voor handen te zijn. Kort samengevat komt het er op neer dat deze alternatieve routes of te weinig oplossend vermogen hebben, of de verkeersproblematiek (lucht, geluid, verkeersveiligheid e.d.) op andere plekken (bewoners) in Heerenveen neergelegd wordt.
Onderzochte maatregelen ombouw kruispunt De volgende mogelijkheden zijn onderzocht voor de herinrichting van het kruispunt: Autoverkeer: Diverse (partiële) turborotonde uitvoeringen; Ovonde (plus); Voorrangsplein; Bril-rotonde (2x drietaks); Verkeersregel installatie (VRI). Fietsverkeer: Kruislings onder de Burgemeester Falkenaweg door; Aan één of twee zijden van de Burgemeester Falkenaweg ongelijkvloers; In Oost/ West richting (U-variant) ongelijkvloers; Gecombineerde ongelijkvloerse kruising van meerdere fietsstromen; Fietsbrug. Belangrijkste opties alternatieve aansluiting Hoflaan: via de parallelweg Burgemeester Falkenaweg Zuid; via een aantakking op de Oranje Nassaulaan; rechtstreeks op de rotonde. In eerste instantie zijn deze mogelijkheden globaal verkeerskundig onderzocht. Dit is gedaan op basis van verkeergegevens uit het verkeersmodel Heerenveen (basisjaar 2016), aangevuld met een verkeerstelling op het kruispunt uit 2019. Hieruit is gebleken dat qua opties voor het autoverkeer de ovonde (plus) én het voorrangsplein verkeerskundig onvoldoende capaciteit hebben om de doorstroming van het verkeer in 2030 op orde te hebben. Ook na optimalisaties van deze ingrepen blijft het kruispunt een knelpunt. Resteren een turborotonde uitvoering, een brilrotonde en een VRI die nader zijn uitgewerkt en geanalyseerd met behulp van dynamische simulaties.
Op basis van de nadere analyse van de verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer, de uitwerking voor langzaam verkeer (zie nadere toelichting in volgende paragraaf), een globale uitwerking van de overgebleven opties op schetsontwerpniveau (inpasbaarheid), een bijeenkomst met de omgeving en overleggen met de werkgroep Rotonde Midden, heeft dit geresulteerd in vier haalbare varianten2. Dit zijn: Variant A: 2x3-taksrotonde: twee rotondes met drie richtingen, twee fietstunnels met een fietsrotonde als centraal punt. Fietstunnel aan de Oostzijde van de BF-weg zuid. Variant B: 2x3-taksrotonde: twee rotondes met drie richtingen, drie fietstunnels met een fietsrotonde als centraal punt. Fietstunnel aan de Westzijde van de BF-weg zuid. Variant C: Turborotonde: turborotonde voor autoverkeer met twee fietstunnels en twee fietskruispunten. Fietstunnel aan de Westzijde van de BF-weg zuid. Variant D: Verkeersregel Installatie: kruispunt met verkeerslichten voor auto’s, fietsers en voetgangers. Fietsers en voetgangers kruisen gelijkvloers het kruispunt, daarom geen fietstunnels nodig. Alle vier de varianten zijn uitgewerkt op schetsontwerpniveau waarmee (globaal) de inpasbaarheid aangetoond is en dynamisch gesimuleerd om de effecten op de doorstroming van het verkeer te toetsen. Ook zijn de varianten beoordeeld op landschappelijke inpasbaarheid en is een globale kostenindicatie opgesteld.
2
Van deze varianten zijn simulatiefilms te bekijken op: https://www.heerenveen.nl/actueel/project-rotonde-heerenveen-midden/
blad 2 van 3
Veilige en vlotte oversteken voor langzaam verkeer belangrijke randvoorwaarde Belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking van de vier varianten is de inpassing van het langzaam verkeer. Parallel aan de analyse van het gemotoriseerd verkeer is onderzocht wat haalbare opties zijn om het fietsverkeer veilig en vlot het kruispunt te kunnen laten passeren. Bij drie van de vier haalbare varianten (variant A, B en C) is dit alleen mogelijk door middel van ongelijkvloerse kruisingen (fietstunnels). Er is ontwerptechnisch gekeken hoe de fietstunnels ingepast kunnen worden in de krappe beschikbare ruimte. Daarbij is ook aandacht geweest voor verkeersveiligheid en sociale veiligheid. De noodzaak tot fietstunnels bij drie van de vier varianten betekent dat de benodigde ingreep op het kruispunt fors groter wordt. Gelijkvloerse alternatieven voor fietsverkeer zijn in deze varianten echter niet haalbaar. Uitzondering is de VRI. Kort samengevat heeft een gelijkvloerse oversteek voor langzaam verkeer met meer dan twee rijstroken vanuit oogpunt van verkeersveiligheid niet de voorkeur en is een oversteek waarbij vier rijbanen of meer door langzaam verkeer moeten worden overgestoken onwenselijk. Vanuit de omgeving is in een later stadium het verzoek gekomen om nog eens goed te kijken of toch een haalbare oplossing is met een oversteek voor langzaam verkeer over 4 rijstroken.
Dit heeft geleid tot een second opinion door Betty’s Travels3. In deze second opinion wordt bevestigd dat een oversteek voor langzaam verkeer van 4 rijstroken vanuit oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is. Voorkeur om bewoners Hoflaan direct op de Oranje Nassaulaan te ontsluiten Na uitwerking van de vier hoofdvarianten is gebleken dat de beste wijze om de bewoners van de Hoflaan te ontsluiten is door middel van een rechtstreekse aansluiting op de Oranje Nassaulaan. Dit is in overleg met de werkgroep Rotonde Midden vastgesteld. Belangrijkste voordelen van deze optie is dat deze verkeersveilig kan worden ingericht, goed inpasbaar is en het een rechtstreekse aansluiting op de Hoflaan betreft. Voorkeursoplossing: verkeersregelinstallatie De vier varianten zijn onder andere beoordeeld op veiligheid, landschappelijke inpassing, doorstroming én financiën. De uitkomsten hiervan, inclusief de raadpleging van inwoners en vastgoedeigenaren uit de wijk De Akkers of Heerenveen Midden die via een stemming hun eerste en tweede voorkeur hebben aangegeven, zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad heeft maandag 5 oktober 2020 besloten om voor scenario D – een kruispunt met verkeerslichten – te kiezen.
3
Betty’s Travels (18 okt 2021) Second opinion fietsoversteken turborotonde
blad 3 van 3
Bijlage 3 Bomen Effect Analyse
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen
projectnummer 0475917.100 definitief revisie 01 17 februari 2022
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen
projectnummer 0475917.100 definitief revisie 01 17 februari 2022
Auteur Dagmar Broström
Opdrachtgever Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen
datum vrijgave 17-02-2022
beschrijving revisie 01 definitief
gecontroleerd J. Bekkema
vrijgave N.Veenstra
Inhoudsopgave Blz. 1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Situatie
1 1
2
Onderzoeksmethode
3
2.1 2.2 2.3 2.3.1
Bureaustudie Visuele boomcontrole Groeiplaatsonderzoek Richtlijnen wortelschade
3 3 5 5
3
Onderzoeksresultaten
7
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2
Bureaustudie Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) Inventarisatie gegevens Boomveiligheidscontrole (BVC) Groeiplaatsonderzoek Bomen 1 en 2 Boom 3
7 8 8 8 8 9 11
4
Conclusie en advies
13
4.1 4.1.1 4.1.2
Conclusie en advies Bomen 1 en 2 Boom 3
13 13 16
5
Samenvatting
19
Bronnen
20
Bijlage Bijlage 1 Bijlage 2
Situatietekening nieuwe situatie Bomenposter
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Heerenveen is bij drie bomen langs de Burgemeester Falkenaweg in Heerenveen een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Het betreffen drie bomen die binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden staan (zie Figuur 1). De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het wijzigen van de verkeersituatie ter plaatse van de huidige rotonde tussen de Burgemeester Falkenaweg, Oranje Nassaulaan en de Rottumerweg. Het voornemen bestaat om de huidige rotonde te vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Voor deze BEA zijn de bomen visueel gekeurd door middel van een boomveiligheidscontrole (BVC) en is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze bomen. De BEA geeft antwoord op de vraag of de bomen in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden kunnen blijven. Tevens is een beoordeling gemaakt van de toekomstverwachting van de bomen in de huidige situatie.
1.1
Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de gemeente Heerenveen om de huidige rotonde in de Burgemeester Falkenaweg te vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Om dit te kunnen realiseren dienen ook wijzigingen aan de rijbanen van de Burgemeester Falkenaweg te worden uitgevoerd. Gemeente Heerenveen heeft Antea Group gevraagd een BEA uit te voeren naar de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden op de aanwezige bomen. Deze BEA is gebaseerd op de door de gemeente Heerenveen ter beschikking gestelde informatie, te weten het Concept Verkeerskundig Model en de Optie Burg. Falkenaweg Zuid. Deze tekeningen zijn toegevoegd als bijlage 1. Uit opgave door de opdrachtgever blijkt dat de betreffende bomen zich binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden bevinden.
1.2
Situatie Het onderzoeksgebied is gelegen aan de Burgemeester Falkenaweg in Heerenveen. De locatie bestaat uit een hoofdrijbaan en een parallelbaan. Tussen de hoofdrijbaan en de parallelbanen is een groenstrook met bomen aanwezig. Aan de noordoostzijde van de hoofdrijbaan betreft dit een smalle strook met een heesterbeplanting en een bomenrij. Aan de zuidwestzijde van de hoofdrijbaan is een brede grasstrook met een bomenrij aanwezig. Twee van de onderzochte bomen bevinden zich in de smalle groenstrook aan de noordoostzijde van de hoofdrijbaan en één boom bevindt zich in de brede grasstrook aan de zuidwestzijde van de hoofdrijbaan.
Blad 1 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Figuur 1. Globale ligging van de onderzoeksgebied in Heerenveen (rode kader). Bron achtergrond: PDOK Viewer.
Blad 2 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
2
Onderzoeksmethode Voor het uitvoeren van de BEA zijn drie werkstappen doorlopen, te weten: 1. bureaustudie; 2. visuele boomcontrole; 3. groeiplaatsonderzoek.
2.1
Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit documentatieonderzoek naar de status van de bomen binnen de gemeente Heerenveen. Er wordt antwoord gegeven op de vraag of voor de onderzochte bomen een omgevingsvergunning noodzakelijk is indien de boom verwijderd wordt. Tevens wordt specifieke projectinformatie verzameld zoals de beoogde werkzaamheden en eigendomssituaties.
2.2
Visuele boomcontrole De onderzochte boom is beoordeeld volgens de richtlijnen Boomveiligheidsregistratie 2018. Deze richtlijnen zijn te raadplegen in het Handboek bomen 2018, H10 Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) en kent onder andere de volgende stappen in de procedure: algemene gegevens zoals datum controle, naam controleur en boomnummer; opnemen boomsoort, stamdiameter op 130 cm boven het maaiveld (dbh), boomhoogte en kroondiameter (straal); bepalen conditie en toekomstverwachting van de boom in de huidige situatie; resultaten visuele boomcontrole zoals afwijkingen en/of gebreken; indeling boomveiligheidscategorie zoals boom zonder (noemenswaardige) gebreken, attentieboom of risicoboom. Bij deze keuringsmethode worden bomen individueel bekeken en beoordeeld. Hierbij wordt onder andere gelet op de kroonopbouw en de kwaliteit van de stam(voet). De nadruk van deze inspectie ligt bij het opsporen van signalen die duiden op verstoringen van de balans binnen de boom.
Blad 3 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Op basis van de visuele kenmerken wordt de conditie van de boom als goed, redelijk, matig of slecht beoordeeld. Hierbij is de indeling als volgt verklaard. Goed Redelijk
Matig
Slecht
De boom toont een goede toename van de biomassa. De blad/knopbezetting en takscheutlengte zijn als goed beoordeeld voor de betreffende soort. De boom vertoont een verminderde toename van de biomassa. De blad/knopbezetting en de takscheutlengte is minder dan van de soort verwacht mag worden. De boom functioneert wel naar behoren. De boom vertoont geen tot nauwelijks toename van de biomassa. De blad/knopbezetting blijft sterk achter met wat van de soort verwacht mag worden. Er is nauwelijks nog sprake van lengte groei van de takscheuten. De biomassa van de boom neemt sterk af. In de kroon is veel dood hout aanwezig en kroondelen en/of de top zijn afgestorven. De boom heeft geen of nauwelijks vermogen tot herstel.
Tevens wordt een inschatting gemaakt van de toekomstverwachting van de bomen in de huidige situatie. De indexering hiervan is als volgt. Indexering toekomstverwachting Slecht <5 jaar Matig 5-10 jaar Redelijk Goed
10-15 jaar >15 jaar
Aan de hand van de visuele beoordeling worden de bomen in veiligheidsklasse ingedeeld. De gehanteerde veiligheidsklasse worden hieronder uitgelegd. Veiligheidsklasse Geen verhoogd risico
Attentieboom
Risicoboom
Omschrijving Bij deze bomen zijn geen gebreken waargenomen waarvan de verwachting is dat deze binnen een visuele keuringsinterval van drie jaar tot een veiligheidsrisico zullen leiden. Bij deze bomen is visueel een gebrek geconstateerd dat op termijn tot een veiligheidsrisico kan leiden. Het aangetroffen gebrek is echter niet van dien aard dat nader technisch onderzoek noodzakelijk is of dat deze bomen verwijderd dienen te worden. Wel dienen deze bomen jaarlijkse visuele gecontroleerd te worden. Bij deze bomen is visueel een dermate ernstig gebrek geconstateerd dat een nader technisch onderzoek of een maatregel noodzakelijk is om het risico voor de omgeving te bepalen of te minimaliseren.
Blad 4 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
2.3
Groeiplaatsonderzoek Bovengrondse groeiplaats De bovengrondse groeiplaats is visueel beoordeeld op beschikbare groeiruimte en geschiktheid voor de betreffende boomsoort. Ondergrondse groeiplaats De ondergrondse groeiplaats is door middel van twee profielsleuven en twee grondboringen onderzocht en omvatten de volgende facetten: het vaststellen van de samenstelling, indringingsweerstand en samenhang van de bodem; het vaststellen van het bewortelingspatroon van de boom; het vaststellen van de grondwaterstand.
2.3.1
Richtlijnen wortelschade Bij werkzaamheden rondom bomen kan gemakkelijk schade aan de boom ontstaan. Deze schade kan bestaan uit bovengrondse schade door bijvoorbeeld aanrijschade of ophoging van het maaiveld. Ook ondergrondse schade is een veel voorkomend probleem bij werkzaamheden rondom bomen. Ondergrondse schade kan bestaan uit de beschadiging van wortels maar ook uit verstoring van de bodemstructuur. Beschadiging van wortels en/of de bodemstructuur is in het algemeen de hoofdoorzaak van het voortijdig uitvallen van bomen binnen de bebouwde kom. Deze schade wordt vaak pas na jaren zichtbaar. Onderverdeling wortelschade Opnamebeworteling: lichte beworteling zorgt voor de opname van water en nutriënten. Deze beworteling bevindt zich hoofdzakelijk aan de buitenste zone van het wortelgestel. Het verwijderen van deze beworteling zal voor een (tijdelijke) terugval in conditie zorgen. Er is vaak geen sprake van een afname in stabiliteit. Stabiliteitsbeworteling: zwaardere beworteling die de stabiliteit van de boom waarborgt. Deze beworteling bevindt zich in de zone direct rond de stamvoet. Deze zone heeft theoretisch een straal van ca. 5 maal de stamdiameter (dbh). Schade aan stabiliteitsbeworteling kan de standvastigheid en daarmee de veiligheid van de directe omgeving van de boom in gevaar brengen (kans op windworp).
Verder kan schade aan deze beworteling leiden tot conditieverval en vormt het een ingangspoort voor houtparasitaire schimmels. Totale wortelschade De optelsom van de verwijderde/beschadigde beworteling geeft een beeld van de wortelschade ten opzichte van het totale wortelvolume. Percentage wortelschade ten opzichte van het totale wortelvolume Wortelschade <20% Wortelschade tussen 20% en 40% Wortelschade >40%
Blad 5 van 23
Indicatie van de lange termijn gevolgen voor de boom Boom kan behouden blijven Risicogebied Boom kan niet duurzaam behouden blijven
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Het risicogebied Indien de totale wortelschade tussen de 20 en 40% (risicogebied) ligt, is er een individuele beoordeling van de schade nodig om vast te stellen wat de overlevingskans voor de betreffende boom is. De vragen en richtlijnen hierbij zijn als volgt: Historie van de boom: hebben er eerder werkzaamheden plaatsgevonden? Is er nog iets bekend/onderzocht over de toegebrachte schade bij de eerdere werkzaamheden? De boomsoort: wat is de uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm? Hoe sterk is de houtkwaliteit en hoe goed grendelt de boom verwondingen af? Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? De groeiplaats van de boom: wat is de grondsoort? Hoe is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? De locatie van de boom: betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)? De locatie van de te verwijderen beworteling: bevinden de te verwijderen wortels zich aan de zijde met de hoogste windbelasting van de boom waar zich normaal gesproken de trekwortels bevinden die tijdens piekbelasting de stabiliteit moeten garanderen? Wat is de afstand van de te verwijderen beworteling tot de stamvoet van de boom? Kan de windvang van de boom worden beperkt door middel van uitdunsnoei of
eventueel door kroonreductie? Berekening wortelschade In principe worden er twee rekenmodellen voor het bepalen van wortelschade gehanteerd: De eerste methode is het tellen van het aantal wortelaanzetten, waarbij het deel aan beschadigde wortelaanlopen een indicatie geeft van de toegebrachte schade. Bijvoorbeeld: een boom met vijf wortelaanzetten waarvan er twee zijn of worden beschadigd geeft een globale schade van 2 : 5 = 40 %. Een meer verfijnde methode is het berekenen van de oppervlakte van de groeiplaats, waarbij de beworteling tot circa anderhalve meter buiten de kroonprojectie wordt aangetroffen. Hiernaast is de schematische kroonprojectie van een boom in een natuurlijke situatie weergegeven. De locatie van de beworteling, het bewortelingspatroon en diepte van de graafwerkzaamheden zijn de variabelen in deze berekening en moeten door de onderzoeker worden geïnterpreteerd. De eerste methode richt zich vooral op de stabiliteit van de boom. De tweede methode wordt veelal gebruikt om het percentage aan opname-beworteling in kaart te brengen. In de onderliggende rapportage is de tweede methode gebruikt.
Blad 6 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
3
Onderzoeksresultaten
3.1
Bureaustudie Eigendom De onderzochte bomen zijn eigendom van de eigenaar van de grond waar de bomen in staan omdat deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De onderzochte bomen zijn eigendom van de gemeente Heerenveen. Omgevingsvergunning Het verwijderen van bomen is in de gemeente heerenveen aan een aantal voorwaarden gebonden. Voor het kappen van waardevolle en monumentale bomen moet u een omgevingsvergunning aanvragen. Bomen die als beschermwaardig (en vergunningplichtig) zijn aangegeven staan vermeld op de Bomenlijst van de gemeente Heerenveen. Alle drie de onderzochte bomen staan op de bomenlijst van de gemeente Heerenveen (Figuur 3.0).
Figuur 3.0. Uitsnede van de kaart met waardevolle en monumentale bomen van Heerenveen. De onderzochte bomen zijn met de rode cirkels weergegeven. Bron: gemeente Heerenveen.
Herinrichting Uit opgaven van de opdrachtgever blijkt dat het voornemen bestaat nabij de onderzochte bomen het wegprofiel te wijzigen ten opzichte van het huidige wegprofiel.
Blad 7 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
3.2
Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) Bij de onderzochte bomen is een visuele boom veiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd.
3.2.1
Inventarisatie gegevens De onderzochte bomen betreffen drie zomereiken (Quercus robur). De inventarisatiegegevens per boom worden in onderstaande tabel weergegeven. Boom Nr. 1 2 3
3.2.2
Boomsoort Quercus robur Quercus robur Quercus robur
Dbh (cm) 91 75 59
Hoogte (m) 25 25 20
Kroonprojectie (straal in m) 6 6 6
Boomveiligheidscontrole (BVC) Boom Nr. 1 2 3
Boomsoort
Conditie
Toekomstverwachting
Veiligheidsklasse
Quercus robur Quercus robur Quercus robur
Redelijk Matig Matig
Redelijk Redelijk Redelijk
Risicoboom Attentieboom Attentieboom
De boom met nummer 1 is als risicoboom aangemerkt omdat ter hoogte van stamvoet vruchtlichamen van de dikrandtonderzwam zijn waargenomen.
3.3
Groeiplaatsonderzoek In het kader van de BEA heeft naast de bovengrondse beoordeling een onderzoek plaatsgevonden naar de ondergrondse groeiplaatsen. Om de ondergrondse groeiplaatsen goed te kunnen beoordelen zijn twee profielsleuven gegraven, verdichtingsmetingen en twee grondboring uitgevoerd. Eén profielsleuf is gegraven tussen de bomen 1 en 2 en één profielsleuf is gegraven naast boom 3. De grondboringen zijn op verschillende afstanden van de bomen uitgevoerd maar allemaal binnen de kroonprojectie van de betreffende boom.
Blad 8 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
3.3.1
Bomen 1 en 2 Bovengrondse groeiplaats De onderzochte zomereiken staan in een smalle groenstrook met rozenbottelstruiken. De breedte van de groenstrook is circa 230 cm. Aan de zuidwestzijde van de onderzochte bomen is de hoofdrijbaan van de Burgemeester Falkenaweg gelegen. Deze hoofdrijbaan heeft een asfaltverharding. De hoofdrijbaan ligt circa 50 cm hoger dan de aan de noordoostzijde van de onderzochte bomen gelegen parallelweg. De parallelweg heeft een klinkerverharding. Bovengronds zijn er geen beperkingen in de groeiruimte. De onderzochte bomen zijn ruim opgekroond om voldoende doorrijdbare hoogte te garanderen. Dit geldt zowel voor de hoofdrijbaan als de parallelweg.
1
2
Figuur 3.1. Foto van de onderzochte bomen (rode cirkels).
Blad 9 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Ondergrondse groeiplaats Om de ondergrondse groeiplaats goed te kunnen beoordelen is een profielsleuf gegraven en is een grondboring uitgevoerd. De profielopbouw in de groenstrook tussen de bomen 1 en 2 wordt in Figuur 3.2 weergegeven. Figuur 3.2. Schematische weergave van de profielopbouw rond de onderzochte boom.
Mv
Matig humeusarmzand 2% organische stof. Indringingsweerstand <3 Mpa. Matig intensieve fFijne beworteling ø tot 2 cm.
-100 cm Matig humeusarmzand 2% organische stof. Indringingsweerstand <3 Mpa. Intensieve beworteling ø tot 4 cm.
-120 cm
Tot een diepte van 120 cm onder het maaiveld is geen grondwater aangetroffen (2-2-2022) Door het poreuze goed luchtdoorlatende bodemmateriaal hebben de bomen een diep (tot meer dan 120 cm onder het maaiveld van de parallelweg) wortelgestel ontwikkeld. Een deel van de beworteling bevindt zich onder de hoofdrijbaan. Ook loopt de beworteling onder en door de parallelweg naar de aangrenzende tuinen. Aan de hand van de gegevens van het ondergrondse groeiplaatsonderzoek en uit gegevens van omwonenden blijkt dat de hoofdrijbaan verschillende malen flink opgehoogd is. Op een diepte van circa 50 cm onder het huidige niveau van de hoofdrijbaan is een klinkerverharding aangetroffen. Dit is waarschijnlijk de oude hoogte van de hoofdrijbaan en de hoogte waarop de bomen circa 100 jaar geleden zijn aangeplant. Een deel van de dikkere stabiliteits-beworteling bevindt zich onder de oude hoofdrijbaan op een diepte van meer dan 60 cm onder de huidige hoofdrijbaan. Onder de parallelweg loopt de beworteling dicht onder de bestrating. Op enkele plaatsen loopt de beworteling hier tussen de klinkers door.
Blad 10 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
3.3.2
Boom 3 Bovengrondse groeiplaats De onderzochte zomereik staat in een extensief beheerde grasstrook. De breedte van de grasstrook is circa 700 cm. Aan de noordoostzijde van de onderzochte boom is de hoofdrijbaan van de Burgemeester Falkenaweg gelegen. Deze hoofdrijbaan heeft een asfaltverharding. De hoofdrijbaan ligt circa 50 cm hoger dan de aan de zuidwestzijde van de onderzochte boom gelegen parallelweg. De parallelweg heeft een klinkerverharding. Bovengronds zijn er geen beperkingen in de groeiruimte. De onderzochte boom is ruim opgekroond om voldoende doorrijdbare hoogte te garanderen.
Figuur 3.1. Foto van de onderzochte boom (rode cirkel).
Blad 11 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Ondergrondse groeiplaats Om de ondergrondse groeiplaats goed te kunnen beoordelen is een profielsleuf gegraven en is een grondboring uitgevoerd. De profielopbouw in de groenstrook tussen de bomen 1 en 2 wordt in Figuur 3.2 weergegeven. Figuur 3.2. Schematische weergave van de profielopbouw rond de onderzochte boom.
Mv
Matig humeusarmzand 2% organische stof. Indringingsweerstand <3 Mpa. Matig intensieve fFijne beworteling ø tot 2 cm.
-100 cm Matig humeusarmzand 2% organische stof. Indringingsweerstand <3 Mpa. Intensieve beworteling ø tot 4 cm.
-120 cm
Tot een diepte van 120 cm onder het maaiveld is geen grondwater aangetroffen (2-2-2022) Door het poreuze goed luchtdoorlatende bodemmateriaal heeft de boom een diep (tot meer dan 120 cm onder het maaiveld van de parallelweg) wortelgestel ontwikkeld. Een deel van de beworteling bevindt zich onder de hoofdrijbaan. Ook loopt de beworteling onder en door de parallelweg naar de aangrenzende tuinen. Aan de hand van de gegevens van het ondergrondse groeiplaatsonderzoek en uit gegevens van omwonende blijkt dat de hoofdrijbaan verschillende malen flink opgehoogd is. Op een diepte van circa 50 cm onder het huidige niveau van de hoofdrijbaan is een klinkerverharding aangetroffen. Dit is waarschijnlijk de oude hoogte van de hoofdrijbaan en de hoogte waarop de bomen circa 100 jaar geleden zijn aangeplant. Een deel van de dikkere stabiliteits-beworteling bevindt zich onder de oude hoofdrijbaan op een diepte van meer dan 60 cm onder de huidige hoofdrijbaan.
Blad 12 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie en advies In dit hoofdstuk wordt een conclusie gegeven voor de boven- en ondergrondse situatie van de onderzochte bomen. Aangegeven wordt wat de gevolgen zijn van de voorgenomen werkzaamheden op de aanwezige bomen. Als laatste wordt een advies gegeven over de randvoorwaarden welke noodzakelijk zijn wanneer duurzaam boombehoud het uitgangspunt is. In verband met de status van de bomen (behoudswaardig) is voor het verwijderen van de omen een omgevingsvergunning noodzakelijk.
4.1.1
Bomen 1 en 2 Huidige situatie De onderzochte bomen bevinden zich in de volwassenfase. De leeftijd van de bomen wordt geschat op circa 100 jaar. In de huidige situatie hebben de bomen bovengronds voldoende groeiruimte om nog verder uit te kunnen groeien. Ondergronds is de groeiruimte zeer beperkt. De bomen staan is een voor bomen van dit formaat veel te kleine groenstrook. Verder is nagenoeg de gehele groeiplaats verhard. Door de sterk versteende groeiplaats groeien de boomwortels ook naar de aangrenzende tuinen. Het aanwezige groeimedium is van een matige kwaliteit voor bomen. Echter door de diepe grondwaterstand en de poreuze bodemsamenstelling hebben de bomen wel een diep en wijdverspreid wortelgestel ontwikkeld. Mede hierdoor is er ook nog beworteling onder de oude hoofdrijbaan aanwezig. Door het inspoelen van nutriënten, de aanwezigheid van condens-vocht en ruimte heeft zich tussen en direct onder de klinkerverharding van de parallelweg een fijnmazig wortelpakket ontwikkeld. Door de matige groeiplaatsomstandigheden zijn de bomen gevoelig voor droogtestress in periodes met langdurige droogte. Dit is terug te zien in de terug lopende conditie van de bomen. Bij boom 1 zijn vruchtlichamen van de dikrandtonderzwam waargenomen. Deze parasitaire zwam is waarschijnlijk de boom binnengedrongen door afgestorven wortels.
Dit als gevolg van eerder uitgevoerde werkzaamheden nabij de boom. De parasitaire dikrandtonderzwam zorgt voor rot in de stam(voet) en in het wortelgestel. Gezonde bomen kunnen deze aantasting (vaak) nog jaren overleven door het aanmaken van nieuw hout. Nader onderzoek naar de mate van aantasting kan inzicht geven of er nog voldoende gezond hout aanwezig is om de boom veilig te kunnen handhaven. Ook kan aan de hand van een nader onderzoek beter inzicht worden verkregen over de toekomstverwachting van de boom. Conclusie met betrekking tot voorgenomen werkzaamheden De onderzochte bomen staan binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden (zie Figuur 4.0). Volgens opgave van de gemeente Heerenveen worden geen werkzaamheden binnen het huidige groenstrookje waar de betreffende bomen in staan uitgevoerd. Wel worden werkzaamheden aan het wegoppervlakte van zowel de hoofdrijbaan als de parallelweg uitgevoerd. De werkzaamheden ter plaatse van de parallelweg bestaan uit het uitnemen van de huidige bestrating. Vervolgens wordt hetzelfde bestratingsmateriaal weer terug gebracht. Indien aan de bij het advies aangegeven randvoorwaarden wordt voldaan is duurzaam behoud van beide bomen mogelijk.
Blad 13 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Figuur 4.0. Overzicht voorgenomen profielwijziging witte lijnen ten opzichte van de huidige situatie bij de bomen 1 en 2.
Blad 14 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Advies (boombehoud) Om de onderzochte bomen duurzaam te kunnen behouden dienen de volgende randvoorwaarden in acht te worden genomen. Voer een nader technisch onderzoek uit bij boom 1 om de aantasting met dikrandtonderzwam inzichtelijk te maken. Aan de hand van de uitkomst van dit nader onderzoek kan de toekomstverwachting van de betreffende boom bepaald worden; Voer de werkzaamheden aan de parallelweg binnen een straal van 10 meter van de beide bomen zoveel mogelijk handmatig (of met klein materieel) uit. Hierbij wordt oppervlakkige beworteling zoveel mogelijk gespaard. Hierop wordt toezicht gehouden door een toezichthouder bomen; Wanneer boomwortels worden aangetroffen, worden deze indien noodzakelijk recht en haaks op de houtrichting afgezaagd. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de toezichthouder bomen; De groenstrook waar de bomen in staan wordt in zijn geheel afgezet met een stevig hek. Binnen dit hek mogen geen werkzaamheden plaatsvinden, materiaal of materieel worden opgeslagen of ophogingen >10 cm plaatsvinden; De werkzaamheden rond de bomen worden begeleid door een ter zake deskundige toezichthouder bomen (ETT); Om de kwaliteit van de bomen voor de toekomst te waarborgen wordt geadviseerd de ondergrondse groeiplaats te verbeteren. Dit kan gedaan worden door middel van de pneumatische injectie methode.
Dit kan worden toegepast in de groenstrook en onder de parallelweg.
Blad 15 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
4.1.2
Boom 3 Huidige situatie De onderzochte boom bevindt zich in de volwassenfase. De leeftijd van de boom wordt geschat op circa 100 jaar. In de huidige situatie heeft de boom bovengronds voldoende groeiruimte om nog verder uit te kunnen groeien. Ondergronds is de groeiruimte voldoende van omvang. Echter de ondergrondse groeiruimte is niet evenredig rond de boom verdeeld. De boom staat in een strook met een extensief beheerde grasvegetatie. Hier wordt de meeste (fijne) beworteling aangetroffen. Het aanwezige groeimedium in de grasstrook is van een redelijke kwaliteit voor bomen. Door de diepe grondwaterstand en de poreuze bodemsamenstelling hebben de bomen een diep en wijdverspreid wortelgestel ontwikkeld. Mede hierdoor is er ook nog beworteling onder de oude hoofdrijbaan aanwezig. Door de samenstelling van het groeimedium in de grasstrook bestaat er wel gevaar voor bodemverdichting. Dit kan een belemmering voor wortelgroei veroorzaken. Bodemverdichting kan bijvoorbeeld optreden door betreding van de groeiplaats met (zware) machines. Conclusie met betrekking tot voorgenomen werkzaamheden De onderzochte boom staat binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden (zie Figuur 4.1). Volgens opgave van de gemeente Heerenveen worden werkzaamheden aan de rand van de huidige grasstrook waar de boom in staat verricht.
Dit betekend dat een klein deel van de huidige ondergrondse groeiplaats verloren gaat en daar aanwezige beworteling verwijderd wordt. Dit betreft alleen fijn opname beworteling. Indien de in het advies aangegeven randvoorwaarden in acht worden genomen zal de schade aan de beworteling <1% van het totale volume aan beworteling bedragen. Indien aan de bij het advies aangegeven randvoorwaarden wordt voldaan is duurzaam behoud van de boom mogelijk.
Blad 16 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Figuur 4.1. Overzicht voorgenomen profielwijziging witte lijnen ten opzichte van de huidige situatie ter plaatse van boom 3 (rode cirkel).
Blad 17 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Advies (boombehoud) Om de onderzochte boom duurzaam te kunnen behouden dienen de volgende randvoorwaarden in acht te worden genomen. Voer geen werkzaamheden uit in de grasstrook binnen een straal van 10 meter (kwetsbare zone) van de boom met uitzondering van de nieuwe bandenlijn voor de verbreding van de weg (zie bijlage 1); Aangetroffen boomwortels worden indien noodzakelijk recht en haaks op de houtrichting afgezaagd. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de toezichthouder bomen; De grasstrook waar de boom in staat wordt in een straal van 10 meter (kwetsbare zone) rond de boom afgezet met een stevig hek. Binnen dit hek mogen geen werkzaamheden plaatsvinden, materiaal of materieel worden opgeslagen of ophogingen >10 cm plaatsvinden. Ter plaatse van de werkzaamheden wordt het hek zo dicht mogelijk langs het werkgebied geplaatst. Dit wordt beoordeeld door de toezichthouder bomen; De werkzaamheden rond de bomen worden begeleid door een ter zake deskundige toezichthouder bomen (ETT); Om de kwaliteit van de boom voor de toekomst te waarborgen wordt geadviseerd de ondergrondse groeiplaats te verbeteren. Dit kan gedaan worden door middel van de pneumatische injectie methode. Dit kan worden toegepast in de grasstrook.
Ook het aanbrengen van een mulch laag op de groeiplaats (na verwijderen van het gras) kan bijdragen aan een verbetering van de nutriënten huishouding rond de boom. Hiervoor kan door een ter zake deskundige (ETT) een plan worden opgesteld.
Blad 18 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
5
Samenvatting Het voornemen bestaat om de huidige rotonde in de Burgemeester Falkenaweg in Heerenveen te vervangen door een kruispunt met verkeerslichten. Dit voornemen zal nabij een locatie plaatsvinden waar in de huidige situatie drie bomen staan. Indien de werkzaamheden conform de in het advies aangegeven randvoorwaarden worden uitgevoerd is duurzaam boombehoud van alle drie de onderzochte bomen mogelijk. De huidige groeiplaatsen van de onderzochte bomen is van een matige kwaliteit. Dit zal ook in de nieuwe situatie zo blijven als de groeiplaatsen niet verbeterd worden. Om de kwaliteit van de bomen voor de toekomst te waarborgen wordt geadviseerd de groeiplaatsen te verbeteren (zie advies). Bij boom 1 is een aantasting met dikrandtonderzwam geconstateerd. Geadviseerd wordt een nader technisch onderzoek bij deze boom uit te voeren om een goede beoordeling van de toekomstverwachting te kunnen maken.
Algemeen advies Houdt bij werkzaamheden rond bomen altijd rekening met de randvoorwaarden zoals worden aangegeven op de Bomenposter (bijlage 1). Indien er zich tijdens de werkzaamheden knelpunten met betrekking tot bomen voordoen neem dan altijd contact op met een ter zake deskundige (ETT).
Blad 19 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Bronnen Stadsbomen Vademecum deel 2, IPC Groene ruimte Stadsbomen Vademecum deel 3A, IPC Groene ruimte Bomenwerk Kosten en Techniek, Reed Business Stiboka, Nederlandse Bodemkundige Vereniging Website, Gemeente Heerenveen
Blad 20 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Bijlage 1 Situatietekening nieuwe situatie
Blad 21 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Blad 22 van 23
Boom Effect Analyse Rotonde Burgemeester Falkenaweg Heerenveen projectnummer 0475917.100 17 februari 2022 revisie 01 Gemeente Heerenveen
Bijlage 2 Bomenposter
Blad 23 van 23
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 06-15134454 E. nico.veenstra@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Bijlage 4 Ecologisch onderzoek
Ecologische beoordeling van de werkzaamheden ten behoeve van de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan Opdrachtgever Referentie
Gemeente Heerenveen Kroezen, E. 2020. Ecologische beoordeling van de werkzaamheden ten behoeve van de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan. A&W-notitie 21-027. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
Projectcode Status Datum Projectleider Kwaliteitscontrole Autorisatie
21-027 Definitief 30 maart 2021 E. Kroezen E. van der Heijden E. van der Heijden
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Situatieschets en plannen Gebiedsbescherming en beoordeling Soortbescherming en beoordeling Conclusies Literatuur
Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden tel. 0511 – 474764 email: info@altwym.nl website: www.altwym.nl
A&W-notitie 21-027
1
Foto's 1 t/m 3: impressie van het plangebied (foto's A&W). Eerste foto: Burgermeester Falkenaweg, tweede foto: waterpartij nabij oprit A32 en de derde foto: watergang langs de Oranje Nassaulaan.
2
A&W-notitie 21-027
Figuur 1. Ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden in de omgeving.
A&W-notitie 21-027
3
1. Inleiding De gemeente Heerenveen is voornemens om de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan opnieuw in te richten. In verband met dit voornemen is onderzoek in de vorm van een ecologische quickscan nodig om te bepalen hoe deze activiteiten zich verhouden tot de ecologische wet- en regelgeving. Dit betreft o.a. de Wet natuurbescherming en de regelgeving omtrent het Natuurnetwerk Nederland (in Fryslân genaamd Ecologische Hoofdstructuur). De gemeente Heerenveen heeft Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek (A&W) opdracht gegeven om deze ecologische beoordeling uit te voeren. Indien van toepassing, worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en eventueel aanvullend onderzoek. Dit rapport betreft een update en uitbreiding van eerder gedane ecologische beoordeling door Altenburg en Wymenga:
-
Schut, E. 2018. Ecologische beoordeling van de werkzaamheden ten behoeve van de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan. A&W-notitie 3140. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.
In onderhavige notitie zijn de resultaten van het ecologisch onderzoek gepresenteerd. Het onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van relevante natuurwaarden is gebaseerd op twee benaderingen. Ten eerste zijn recente bronnen geraadpleegd (verspreidingsatlassen, overzichtswerken en websites) over de aanwezigheid van beschermde gebieden en soorten in en nabij het plangebied. Er is daarbij onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Daarnaast is op 24 februari 2021 een oriënterend veldbezoek uitgevoerd, waarbij is gelet op de (mogelijkheden voor de) aanwezigheid van beschermde en/of kritische soorten. Altenburg & Wymenga presenteert in deze notitie de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek. Het onderzoek spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde. Aan deze ecologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.
2. Situatieschets en plannen Het plangebied is gelegen langs de A32 ter hoogte van de Oranje Nassaulaan, binnen de bebouwde kom van Heerenveen. Gedeeltelijk betreft het de bestaande wegdelen, daarnaast zal een nieuwe rotonde worden aangelegd. Ook zullen er bijbehorende structuren, zoals geluidsschermen worden aangebracht (zie figuur 2). Aan de noordwestkant van de aansluiting A32/Oranje Nassaulaan zullen bovendien werkzaamheden worden uitgevoerd aan waterpartijen. De bestaande waterpartijen worden deels gedempt en er zal worden gegraven om nieuw water aan te leggen (figuur 3). Voor de uitvoering van de werkzaamheden zal mogelijk bomenkap en het verwijderen van houtige begroeiing nodig zijn en worden kruidenrijke vegetaties verwijderd.
Figuur 2. Locatie van de werkzaamheden (bron: Gemeente Heerenveen).
A&W-notitie 21-027
Figuur 3. Verkeerskundige tekening (bron: Gemeente Heerenveen).
1
3. Gebiedsbescherming en beoordeling In Nederland zijn de meeste beschermde gebieden beschermd volgens de Wet natuurbescherming (Natura 2000) of regels omtrent het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Fryslân aangeduid met de naam Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Daarnaast kunnen gebieden ook worden beschermd vanwege hun natuurwaarden via verordeningen of het bestemmingsplan. 3.1. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt aan de zuidkant van Heerenveen. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Deelen en Rottige Meenthe en Brandemeer, gelegen op circa 5 km vanaf het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op aanzienlijk grotere afstanden van het plangebied, waardoor kan worden aangenomen dat de plannen geen invloed hebben op de aangewezen natuurwaarden daarvan. De Deelen is aangewezen voor een aantal broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten, de Rottige Meenthe en Brandemeer is aangewezen voor een aantal (stikstofgevoelige) habitattypes en habitatrichtlijnsoorten. Omdat het plangebied grotendeels uit wegen bestaat met een hoge mate van menselijke verstoring worden er geen aangewezen Natura 2000-vogelsoorten verwacht. Verder is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor de aangewezen habitatrichtlijnsoorten. Er is dus geen ecologische relatie tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden.
Om die reden is niet te verwachten dat de werkzaamheden negatieve effecten zullen veroorzaken op de instandhoudingsdoelen van deze soorten in de Deelen en Rottige Meenthe en Brandemeer. Stikstofdepositie Het is mogelijk dat door uitvoering van de plannen een toename in stikstofdepositie veroorzaakt wordt. Stikstofdepositie kan schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen ter bescherming van stikstofgevoelige habitattypen. Om de toename in stikstofdepositie te beperken, werd tot voor kort gewerkt volgens het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het PAS, waaruit blijkt dat de regeling in de huidige vorm niet voldoet. Op dit moment dient voor alle projecten een AERIUS berekening te worden uitgevoerd. Voor projecten waarvoor de AERIUS berekening voor geen enkel Natura 2000-gebied een depositie groter dan afgerond 0,00 mol/ha/jr laat zien, kunnen omgevingsvergunningen worden aangevraagd. Voor projecten die leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr kunnen vooralsnog geen omgevingsvergunningen aangevraagd worden. Wij adviseren om voor die projecten door middel van intern of externe salderen de netto stikstofuitstoot dusdanig te verminderen dat deze projecten een netto depositie hebben van minder dan 0,00 mol/ha/jr.
Om duidelijkheid te verkrijgen over een mogelijke toename in stikstofdepositie, adviseren wij om een AERIUS berekening te laten uitvoeren. Conclusie Natura 2000-gebiedsbescherming Door uitvoering van de plannen zijn geen negatieve effecten op het nabijgelegen Natura 2000gebieden de Deelen te verwachten. Voor het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Rottige Meenthe en Brandemeer wordt een AERIUS berekening geadviseerd. Overige Natura 2000-gebieden zijn gelegen op een zodanig grote afstand vanaf het plangebied dat op deze gebieden geen negatieve effecten te verwachten zijn.
A&W-notitie 21-027
1
3.2. Overige vormen van gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot de Ecologische Hoofdstructuur van Fryslân is gelegen ten oosten van het plangebied op een afstand van circa 1,5 kilometer. Gebieden die zijn aangewezen als Ganzenfoerageergebied of Weidevogelkansgebied zijn op een nog grotere afstand van het plangebied gelegen. Vanwege de grote afstand tot deze beschermde gebieden veroorzaken de plannen geen conflict met de betreffende regelgevingen ten aanzien van overige vormen van gebiedsbescherming. 3.3. Conclusie gebiedsbescherming De plannen veroorzaken mogelijk een conflict met de wet- en regelgeving ten aanzien van stikstofdepositie in beschermde gebieden in de omgeving. Om duidelijkheid te verkrijgen over een mogelijke toename in stikstofdepositie, adviseren wij om een AERIUS berekening te laten uitvoeren.
2
A&W-notitie 21-027
4. Soortbescherming en beoordeling Soortbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Aan de Wet natuurbescherming zijn drie lijsten met soorten gekoppeld. Het gaat om artikel 3.1 waar soorten van de Vogelrichtlijn onder vallen, artikel 3.5 waar soorten van de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn onder vallen en artikel 3.10 voor overige soorten. Soorten uit de eerste twee artikelen zijn daarmee Europees beschermd, terwijl soorten van artikel 3.10 nationaal beschermd zijn. Provincies hebben de mogelijkheid om voor soorten uit artikel 3.10 een vrijstelling te verlenen van enkele verbodsbepalingen. De Provincie Fryslân hanteert vanaf 1 januari 2017 een dergelijke lijst met (dier)soorten die een vrijstelling genieten bij o.a. ruimtelijke ontwikkeling. Gezien de ligging van het plangebied in bebouwd gebied in Heerenveen en het voedselrijke karakter van het gebied, zijn er beperkte mogelijkheden voor soorten die beschermd zijn volgens de Wnb. Hieronder is beschreven welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen en wat de consequenties daarvan zijn voor de beoogde ingrepen. 4.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in een omgeving met een relatief hoge mate van menselijke verstoring door de aanwezigheid van de snelweg.
Door het huidige beheer (vegetatie is kort gemaaid) en een voedselrijke ondergrond, is er geen potentie voor zeldzame schrale habitattypen. De watergangen/partijen in het plangebied bevatten weinig tot geen watervegetatie. Onder de huidige omstandigheden zijn beperkte mogelijkheden voor natuurwaarden aanwezig. Het is onwaarschijnlijk dat in het plangebied wettelijk beschermde soorten uit de volgende soortgroepen voorkomen en/of worden beïnvloed door uitvoering van de plannen:
Planten Ongewervelde diersoorten
De redenen die aan deze conclusie ten grondslag liggen, zijn één of meer van de volgende:
Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van deze soorten. In het plangebied is geen geschikt biotoop voor deze soorten aanwezig. Uitstralende effecten van de ingreep reiken niet dermate ver buiten de begrenzing van de locatie dat daardoor (mogelijk) leefgebied van deze soorten wordt beïnvloed.
De werkzaamheden veroorzaken om deze redenen geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van bovengenoemde soortgroepen. Aanwezigheid exoten Er zijn tijdens het veldbezoek geen groeiplaatsen van Japanse Duizendknoop aangetroffen echter komt dit waarschijnlijk door eerdere maaiwerkzaamheden. Volgens gegevens van de gemeente Heereveen (Bijlage 1) is de plant wel aanwezig naast en in het plangebied. Om de planten te verwijderen kan de gemeente de grond af graven tot het punt wanneer men geen wortels meer ziet. De uitgegraven grond kan worden gezeefd (en het liefst verbrand) om daarna weer terug geplaatst te worden. Hiervoor gebruikt men bij voorkeur een fijne zeef om kleine stukken wortel te kunnen scheiden van de grond.
A&W-notitie 21-027
3
4.2 Vissen Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van de volgens artikel 3.10 Wnb beschermde Grote modderkuiper (Melis & Koopmans 2015). Binnen het plangebied wordt de Grote modderkruiper echter niet verwacht, omdat de watergang van recente oorsprong is en de ligging geïsoleerd is van andere watergangen in de omgeving waarin de Grote modderkruiper kan voorkomen. Door uitvoering van de plannen zal daarom geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van Grote modderkruiper. Andere beschermde vissensoorten komen niet voor in Fryslân. Er kunnen wel algemene soorten vissen als 10-doornige stekelbaars voorkomen. Deze soorten zijn beschermd onder de zorgplicht. Samenvattend Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van beschermde vissensoorten. Ten aanzien van algemeen voorkomende vissensoorten dient wel de zorgplicht in acht te worden genomen. Dit betekent dat bij het uitvoeren van werkzaamheden in waterlopen de vissen de gelegenheid moeten krijgen het werkgebied te verlaten. Werkzaamheden aan waterlopen mogen niet uitgevoerd worden bij een temperatuur onder het vriespunt.
4.3 Amfibieën Amfibieënsoorten artikel 3.10 Wnb Uit verspreidingsgegevens van amfibieën blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied enkele algemeen voorkomende soorten voorkomen, zoals Gewone pad, Bruine kikker en/of Kleine watersalamander (van Delft et al. 2019). Deze soorten zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. De waterlopen binnen het plangebied kunnen door deze soorten worden gebruikt om zich voort te planten. De grazige- en rietvegetatie kan door deze soorten worden gebruikt om te foerageren. Winterbiotoop kan aanwezig zijn op plaatsen waar bosschages staan. Door uitvoering van de plannen zullen oevers worden aangetast en zal oeverlengte verloren gaan. Daar komt een bredere watergang voor in de plaats, die mogelijk minder geschikt is voor amfibieënsoorten. Voor deze algemeen voorkomende amfibieënsoorten heeft Provinciale Staten van de provincie Fryslân echter vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming verleend voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Bij werkzaamheden dient wel de zorgplicht in acht te worden genomen. Voor werkzaamheden aan de watergangen geldt voor deze amfibieën dezelfde werkwijze als die bij de vissen wordt gehanteerd.
Overige amfibieënsoorten die zijn beschermd volgens artikel 3.10 Wnb, maar geen vrijstelling genieten, komen in de omgeving van het plangebied niet voor en worden binnen het plangebied dus ook niet verwacht. Amfibieënsoorten artikel 3.5 Wnb In de wijdere omgeving van het plangebied zijn beschermde amfibieën volgens artikel 3.5 Wnb aangetroffen. Het gaat dan om Poelkikker, Heikikker en Rugstreeppad. Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van deze soorten. Geschikt leefgebied is in het plangebied uitsluitend aanwezig voor de Poelkikker. In 2019 is er door Altenburg en Wymenga een onderzoek uitgevoerd naar Poelkikker (Krijn, 2019). Deze is tijdens het onderzoek niet aangetroffen. Omdat de situatie sindsdien niet is gewijzigd, wordt de soort ook nu niet in het plangebied verwacht. Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van amfibieënsoorten van artikel 3.5 Wnb.
4
A&W-notitie 21-027
Samenvattend Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van beschermde amfibieënsoorten. Ten aanzien van algemeen voorkomende amfibieënsoorten van artikel 3.10 Wnb waarvoor een vrijstelling is verleend van de verbodsbepalingen, dient wel de zorgplicht in acht te worden genomen. Werkzaamheden aan waterlopen mogen niet uitgevoerd worden bij een temperatuur onder het vriespunt. 4.4 Vogels Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten vallen onder artikel 3.1 Wnb. Bij werkzaamheden moet volgens de Wet natuurbescherming rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is dat verstoord kan worden. Aantasting van nesten is niet toegestaan. Broedende vogels algemeen Binnen het plangebied zijn mogelijkheden aanwezig voor broedende vogels. In de opgaande begroeiing kunnen soorten zoals bijvoorbeeld Merel en Winterkoning tot broeden komen en in hogere bomen kunnen soorten al Zwarte kraai en Ekster broeden. Langs de watergangen zijn er mogelijkheden voor broedende Grauwe gans, Wilde eend en Meerkoet. Er zijn in dit geval goede mogelijkheden om de beoogde werkzaamheden uit te voeren zonder een conflict met de Wet natuurbescherming te veroorzaken ten aanzien van broedende vogels.
De meest zekere aanpak is werken buiten het broedseizoen van vogels. Indien dit niet mogelijk is, dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor vogelnesten. Indien het werkterrein niet vooraf ongeschikt gemaakt is voor vogelnesten, kunnen werkzaamheden eventueel tijdens de broedperiode worden uitgevoerd, maar dan alleen wanneer het plangebied door een deskundige op het gebied van vogels is gecontroleerd op aanwezigheid van nesten. Bij aanwezigheid van een in gebruik zijnde nest kunnen verstorende werkzaamheden pas plaatsvinden na het einde van de broedperiode van de betreffende soort. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient te worden voorkomen dat alsnog nesten ontstaan die kunnen worden verstoord. Dit is uitvoerbaar door te voorkomen dat geschikte nestlocaties ontstaan, door bijvoorbeeld bouwmateriaal goed af te dekken, riet en oevervegetatie kort te maaien en kap- en snoeiafval tijdig te verwijderen. Mochten er toch vogels tot broeden komen en door de werkzaamheden worden verstoord, dan ontstaat er een conflict met de Wet natuurbescherming en moeten de verstorende werkzaamheden gestaakt worden tot na de broedperiode van de betreffende soort(en).