1.1 Bijlage1_Brede Nota Kapitaalgoederen - Gemeente Heerenveen - v3
Tekst van het document
Om deze negatieve effecten zoveel mogelijk op te vangen wordt ingezet op maatregelen voor klimaatadaptatie en op het gebied van biodiversiteit. Een van de gevolgen van deze maatregelen is dat op diverse plaatsen, waar mogelijk, grijs (verharding) wordt vervangen door groen (bomen, beplanting, gazon). De consequentie is dat het bestaande areaal verhardingen naar verwachting afneemt en het areaal groen toeneemt. Dit heeft effect op het beheer en onderhoud en de kosten. Bij herzieningen van deze Nota worden de daadwerkelijke aanpassingen meegenomen en financieel vertaald. Bij grote veranderingen tijdens de looptijd van een vigerende nota worden zo nodig separaat voorstellen uitgewerkt/voorgelegd. 32
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
4
Bewust beheer
4.1
Algemene uitgangspunten De huidige beleidslijn (zie paragraaf 4.3) “bewust beheer” zoals die in 2016 en 2021 is vastgesteld, wordt voortgezet. Hierbij is afhankelijk van de ligging, differentiatie op onderdelen in onderhoudsniveau toegepast. Dit is over het algemeen het meest kosteneffectief, met beheersbare risico’s ten aanzien van kapitaalvernietiging, functionaliteit en veiligheid. In de paragrafen 4.3 en 4.4 is een korte motivatie gegeven ten aanzien van effect op de leefomgeving en is de budgetbehoefte voor de komende 5 jaar aangegeven. Achtergrondinformatie met betrekking tot risico’s en kwaliteitsniveaus Ieder kwaliteitsniveau kent in meer of mindere mate risico’s, al naar gelang: ▪ Het gebruik (bijvoorbeeld intensief bereden wegen); ▪ De ligging (bijvoorbeeld buitengebied); ▪ Het onderdeel (bijvoorbeeld fietspad). De beoordeling van de assets vindt plaats op basis van visuele inspecties (kunstwerken en verharding) en schouwen. De constructieve veiligheid van bijvoorbeeld kunstwerken is geen onderdeel van deze rapportage (zie ook paragraaf 3.5.2). In hoofdlijn geldt het volgende: ▪ Risico’s zijn er bij niveau hoog en zeer hoog niet tot nauwelijks7; ▪ Bij niveau basis zijn de risico’s hanteerbaar; ▪ Bij het niveau laag is er sprake van risico's (denk aan: kans op gevaarlijke situaties, ongelukken, aansprakelijkheid en kapitaalvernietiging).
De mate waarin dit risico zich voordoet, wordt daarbij beïnvloed door type asset, de ligging en/of het gebruik; ▪ Bij het niveau zeer laag is er een exponentiele toename van hetgeen hierboven gesteld. De gemeente draagt bij aan de verkeersveiligheid van het weggebruik door de voorzieningen zichtbaar, heel en schoon te houden. Het gaat bijvoorbeeld om het tegengaan van scheuren en spoorvorming (aquaplanning), leesbare bebording, zichtbare markeringen en stabiele bermen. Buiten deze reguliere omstandigheden is het garanderen van de verkeersveiligheid tijdens werkzaamheden, bijvoorbeeld door goede bebording of omleidingen, een belangrijk item. De mate van tevredenheid van burgers of de ergernis over de openbare ruimte, hangt samen met het aanzien, de (sociale) veiligheid en het comfort dat de gebruiker ervaart. Als het aanzien slordig is, bijvoorbeeld door een grote hoeveelheid zwerfafval, hoeft dit voor veiligheid nog geen consequenties te hebben.
7
Bijvoorbeeld voor bereikbaarheid, ongelukken of imagoschade gerelateerd aan de kwaliteit van het object bij normaal gebruik. Vanzelfsprekend heeft een weg op een hoog niveau in een woongebied wel risico als je er met 100 km/u overheen rijdt.
33
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Aan de andere kant leiden gaten of spoorvorming in de verharding bijvoorbeeld tot de behoefte om het rijgedrag aan te passen. Dit kan wel degelijk van invloed zijn op het comfort en daarmee de tevredenheid.
4.2
Financiering: Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De gemeente heeft een groot vermogen geïnvesteerd in de objecten in de openbare ruimte (assets) zoals bruggen en beschoeiing, groen, gebouwen en wegen/verhardingen. Deze kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het wonen, werken, winkelen en recreëren. Onderhoud is noodzakelijk vanuit de zorgplicht voor de veiligheid van alle gebruikers. Maar, er is ook een financiële verantwoordingsplicht van de gemeente voor deze kapitaalgoederen. Het BBV onderscheidt hierbij twee typen: • Met economisch nut: Dit zijn de kapitaalgoederen waar je inkomsten uit kunt genereren. Voor de openbare ruimte gaat dit bijvoorbeeld om het rioolstelsel. Hier kun je immers heffingen en rechten voor innen. Het BBV stelt dat deze investeringen geactiveerd moeten worden, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. • Met maatschappelijk nut: Dit zijn kapitaalgoederen waar geen inkomsten uit te halen zijn, maar die wel duidelijk een publieke functie hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om wegen, water en groenvoorzieningen. Met ingang van 2017 moeten deze investeringen ook worden geactiveerd, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. Financieren van beheer Grofweg kun je beheer-, onderhoudsmaatregelen of vervangingen op drie manieren financieren: • Je betaalt de maatregelen direct vanuit je jaarlijkse beschikbare budget (exploitatie).
Bijvoorbeeld groenbeheer: uitvoeren van terugkerende cyclische maatregelen, maar ook bijvoorbeeld klein onderhoud aan verhardingen; • Je hebt ervoor gespaard en betaalt de maatregelen daarvan (voorziening of reserve). Bijvoorbeeld gebouwen: fluctuaties in de planning worden zo opgevangen. Dit is toegestaan mits er een actueel beheerplan aanwezig is; • Je leent er geld voor (activeren). Bijvoorbeeld kunstwerken: betalen voor een vervanging van een brug. Activeren wil zeggen dat je een grote uitgave niet direct betaalt uit je beschikbare middelen (de exploitatie). Je doet een investering die je over de komende jaren gaat afschrijven (de afschrijvingsperiode) via een jaarlijks bedrag aan aflossing en rente (de kapitaallasten). Deze kapitaallasten komen vervolgens wel ten laste van de exploitatie. De BBV eist dat er bij activeren sprake moet zijn van het toevoegen van waarde: een investering. Onderhoud of investering? In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen vaak door elkaar gebruikt. Tot 2017 was het verschil ook minder van belang, maar nu is het onderscheid tussen onderhoud en vervanging cruciaal, vanwege de regels die de BBV stelt aan de financiering van de kosten. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen.
Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
34
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging zoals rehabilitatie van bijvoorbeeld een weg. Maar ook andere maatregelen aan een bestaand object gelden als investering, als dat leidt tot: • Een significante kwaliteitsverbetering en/of; • Levensduurverlenging en/of; • Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld investeringen in een brug of brugwachtershuisje om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften). Samengevat betekent dit: • Klein onderhoud en ‘niet levensduur verlengende maatregelen’ mogen niet geactiveerd worden. • Levensduur verlengende of kwaliteit verbeterende maatregelen mogen wel worden geactiveerd. In deze nota is de toerekening van kosten gebaseerd op een eenduidige toerekening van de kosten ten laste van: de exploitatie, de (onderhouds-)voorziening of investering (activering). Bij de voorbereiding en uitwerking van de opgaven wordt echter pas duidelijk of de opgaven gelden als onderhoud of dat er (alsnog) sprake is van significante kwaliteitsverbetering of levensduurverlenging. Dan kan er sprake zijn van aanmerking als investering. In de gevallen waar sprake is van een sterk gewijzigde toerekening vindt hiertoe specifieke besluitvorming plaats.
Vooralsnog wordt de toerekening gehanteerd zoals opgenomen in deze nota.
4.3
Voortzetting ‘huidig beleid’ (bewust beheer: alles basis + geringe differentiatie) In zijn algemeenheid worden hierbij (bijna) alle kapitaalgoederen op een basisniveau onderhouden. Dit geldt zowel voor de technische staat (heel en veilig) als de verzorgingsgraad (schoon en netjes). Daarmee is het veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. In de eerste 3 jaar van het meerjarenplan wordt binnen de afgesproken kaders verhoudingsgewijs sterker ingezet op de verbetering van het niveau van asfaltverharding. Dit met doel om kapitaalvernietiging te voorkomen. Zie ook paragraaf 3.4 onderdeel wegen. Specifiek wordt de verzorgingsgraad in het centrumgebied op een hoog niveau uitgevoerd. Het bosplantsoen en het bos in het buitengebied wordt op een laag niveau (technisch) onderhouden. Het kruidenrijk gras/bermen wordt in de hele gemeente (met uitzondering van centra) op een laag niveau (technisch) onderhouden. In de in bijlage 3 opgenomen assetbladen (beheerplannen) wordt per kapitaalgoed nader en samenvattend inzicht geboden. Deze beheerplannen vormen de opmaat voor een nadere uitwerking in uitvoeringsplannen. De planning voor de periode 2023 t/m 2027 is daarbij gebaseerd op de uitgevoerde inspecties en de hieruit voortkomende noodzakelijke opgaven gekoppeld aan het kwaliteitsniveau “bewust beheer”.
Voor de periode daarna (2028 t/m 2032) zijn de kosten voor de opgaven geraamd als gemiddelde van de jaaropgaaf in de periode 2023 t/m 2027. Op deze wijze is er een langere doorkijk beschikbaar en is de dotatie aan de voorziening bepaald. Bij actualisatie van deze nota in 2026/2027 kan dan wederom op basis van dan uitgevoerde inspecties de daadwerkelijke opgave voor 2028 t/m 2032 worden bepaald en bijstelling plaatsvinden van de dotaties. 35
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bedrijventerrein
Buitengebied
Centra
Groengebied
Hoofdwegen
Woongebied
Kunstwerken, oevers, wegen en groen (+ verzorging)
Civieltechnische kunstwerken Kunstwerken
B
B
B
B
B
B
€
1.327.007
€
141.581
Oevers
B
B
B
B
B
B
€
134.623
€
311.315 847.081
Kosten per beheergroep
Onderhoud
Vervanging
Wegen Rijbanen
B
B
B
B
B
B
€
1.539.497
€
Fietspaden
B
B
B
B
B
B
€
108.205
€
6.577
Parkeervakken
B
B
B
B
B
B
€
224.152
€
42.438
Voetpaden
B
B
B
B
B
B
€
232.938
€
81.392
Overige
B
B
B
B
B
B
€
29.096
€
11.815
Klein onderhoud Groen Bomen
B
B
B
B
B
B
€
230.000
B
B
B
B
B
B
€
617.025
€
512.086
Bos
B
L
B
B
B
B
€
26.658
€
-
Bosplantsoen
B
L
B
B
B
B
€
32.043
€
12.182
Gras (gazon)
B
B
B
B
B
B
€
812.538
€
56.676
Gras (kruidenrijk & bermen)
L
L
B
L
L
L
€
442.512
€
37.101
Hagen
B
B
B
B
B
B
€
44.525
€
23.841
Heesters
B
B
B
B
B
B
€
126.408
€
73.461
Singels/hakhout/houtwal
B
B
B
B
B
B
€
221.720
€
84.030
Plantenbak
B
B
B
B
B
B
€
2.785
€
1.077
Vaste planten
B
B
B
B
B
B
€
11.418
€
15.962
Speeltoestellen
B
B
B
B
B
B
Meubilair
B
B
B
B
B
B
€
70.927
€
75.000
Half- en onverhard Verzorging Verzorging verharding
B
B
B
B
B
B
€
85.711
€
3.865
B
-
H
B
B
B
€
541.634
Verzorging groen
B*
B**
H*
B*
B*
B*
€
649.585
Drijfvuil in water
B
B
B
B
B
B
€
7.700
Technische staat
Technische staat
Verzorging
H* = alles op hoog, maar meubilair op basis B* = alles op basis, maar gras (kruidenrijk/berm) op laag B** = alles op basis, maar gras (kruidenrijk/berm), bos en bosplantsoen op laag Gemiddelde bedragen per jaar Technische staat
Verzorging
Vervanging exploitatie
Klein onderhoud
Subtotaal onderhoud
Vervangingactivering
Totaal onderhoud en vervangingen
Subtotaal kunstwerken
€
1.255.551
€
71.456
€
1.327.007
€
141.581
€
Subtotaal oevers
€
103.527
€
31.096
€
134.623
€
311.315
€
445.938
Subtotaal wegen
€
2.133.889
€
541.634
€
230.000
€
2.905.523
€
989.302
€
3.894.825
Subtotaal groen
€
2.494.270
€
657.285
€
587.086
€
4.046.836
Totaal
€
5.987.237
€
1.198.920
€
9.856.188
€
332.552
€
308.195
€
3.459.750
€
308.195
€
7.826.903
Exploitatie/Voorziening
Activering
1.468.588
Totaal
Nota bene: Alle bedragen zijn gemiddelden per jaar over de periode 2023 - 2027, inclusief indexering van 15% op wegen, kunstwerken en oevers, en 10% op groen. 36
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Gemeentelijk vastgoed Bij gebouwen is het uitgangspunt niveau 3. Dit betreft een redelijke conditie. Vanuit het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), zoals dat op basis van de inspecties in het beheersysteem is bepaald, zijn de benodigde financiële middelen vertaald naar een Meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB). Binnen de MJOB zijn de kosten voor het kort cyclisch (klein onderhoud/begroting), het lang cyclisch onderhoud (groot onderhoud/voorziening) en de vervangingen apart in beeld gebracht. Nota bene: Als gevolg van de in de begroting 2023 (incl. meerjarenperspectief) separaat opgenomen maatregelen - in het kader van het Integraal Huisvestingsplan - heeft bijstelling plaatsgevonden in de opgaven voor gebouwen binnen deze brede Nota kapitaalgoederen. De financiële opgave voor gebouwen is als volgt: 2023
2024
2025
2026
2027
788.004 €
865.155 €
850.073 €
857.270 €
882.887
Gebouwen Begroti ng Voorzi eni ng Vervangi ngs i nves teri ng (VVI 40)
Totaal
€
€ 2.408.383 € 1.227.905 € 1.349.642 € €
12.900 €
-
€
-
€
973.456 € 1.004.288 -
€
-
€ 3.209.287 € 2.093.060 € 2.199.715 € 1.830.726 € 1.887.175
*) In de begroting 2023 (incl. meerjarenperspectief t/m 2026) is het gemiddelde bedrag (€ 840.200,-) over die periode opgenomen. Gevolgen voor/impact op de leefomgeving Op tijd onderhouden en vervangen van assets draagt bij aan veiligheid en leefbaarheid. Met de voortzetting van het huidige beleid levert de gemeente met doelmatig en efficiënt beheer - op voornamelijk een basisniveau - direct een bijdrage aan het behalen van dit doel. Daarmee draagt het onderhoud bij aan toegankelijkheid en schoon, heel en veilig. Met de voortzetting van het huidig beleid wordt invulling gegeven aan: ▪ Wetgeving: Het vervullen van de wettelijke zorgplichten (zie bijlage 1 – wettelijk kader); ▪ Doelstelling hoofdlijnenakkoord ‘We willen dat onze openbare ruimte voor iedereen toegankelijk is’; ▪ Doelstelling Strategische Agenda raad ‘Schoon, heel en veilig in beheer en onderhoud van de openbare ruimte’. Er is sprake van: ▪ Differentiatie in niveaus binnen de structuurelementen; ▪ Nette en schone centra. Er is in hoofdzaak in de centra (Heerenveen) vrijwel geen sprake van zwerfvuil en onkruid.
Er zijn geen risico's ten aanzien van het intreden van verloedering van de omgeving of een slechte waardering van inwoners of middenstand en bezoekers; ▪ Enige mate van ontbrekende delen, uitspoeling of functieverlies bij oevers en bruggen; ▪ Enige mate van overhangende takken, ontbrekende beplanting, dood hout, kuilen en kale plekken in berm of gazon; ▪ Enige mate van dwarsonvlakheid, spoor - en scheurvorming bij wegen, er zijn redelijk veel reparaties zichtbaar, dit heeft enige impact op het aanzien en comfort, maar de veiligheid is niet in het geding; ▪ In het buitengebied (in bos en bosplantsoen) is sprake van meer overhangende takken, ontbrekende beplanting en dood hout, waardoor op specifieke locaties de (sociale) veiligheid kan afnemen. Dit geldt niet voor bomen langs de wegen; 37
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
▪
Plaatselijk zichtbare veroudering bij gebouwen. De functievervulling van bouw en installatiedelen is niet in gevaar;
Daarbij worden: ▪ Onveilige situaties z.s.m. na signalering of melding opgepakt. De focus ligt daarbij op veilig gebruik van de leefomgeving door de gebruikers (o.a. inwoners); ▪ Schriftelijke meldingen geregistreerd en afgehandeld. Telefonische/mondelinge meldingen worden direct afgehandeld.
38
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
5
Vervolg De gemeente geeft op zorgvuldige wijze invulling aan de cyclische stappen in het beheerproces door: ▪ De vaststelling van een nieuwe Brede Nota Kapitaalgoederen (2023-2027); ▪ Een actuele financiële afweging voor het onderhouden en vervangen van de gemeentelijke kapitaalgoederen in de openbare ruimte; ▪ Kwaliteitsniveaus vast te stellen; ▪ En te implementeren in de beheerstrategie. De beheerders geven structureel en procesmatig invulling aan het (integraal) beheer van de openbare ruimte op basis van beeldkwaliteit, afgestemd op de beschikbaar gestelde financiën. Monitoring/Inspecteren Het is belangrijk om de behaalde kwaliteit te meten, op basis van de resultaten bij te sturen op de bedrijfsvoering en om terug te koppelen aan het bestuur ten aanzien van gerealiseerde resultaten en vastgestelde doelen door middel van de P&C cyclus. Op basis van duidelijke meetlatten is er een eenduidig kwaliteitsbeeld afgegeven, waarmee bestuur, beheerders en gebruikers eenduidig geïnformeerd en meegenomen kunnen worden over werkwijze, beleid en stand van zaken en waarmee de uitgangspunten voor het gewenste beheerniveau van de kapitaalgoederen zijn vastgelegd. Omdat de kwaliteit van de wegen afneemt is het Figuur 5 Beheermodel Antea Group belangrijk hier vinger aan de pols te houden. Eind 2023/begin 2024 wordt er opnieuw een weginspectie uitgevoerd.
Op basis van de resultaten wordt een tussentijdse review opgesteld, waarmee inzicht wordt gegeven in de verdere kwaliteitsontwikkeling van het areaal en de acties die daaruit voortvloeien, in het licht van het vastgestelde beleid. De volgende concrete stappen zijn belangrijk: Periodieke monitoring van de kwaliteit op basis van schouwen bij groen en verzorging. Met de resultaten houden beheerders vinger aan de pols en zijn zij in staat snel bij te sturen. Uitvoeren van een periodieke weginspectie om de kwaliteit van de wegen in beeld te brengen en de juiste keuzes voor het onderhoud te maken. Hiermee krijgt de beheerder inzicht in de benodigde werkzaamheden voor de komende 5 jaar en kan tijdig bijsturing plaatsvinden en het uitvoeringsplan worden geactualiseerd. Dit is al onderdeel van de beheerplanning en input voor tussentijdse reviews. Vinger aan de pols houden ten aanzien van de kwaliteit van kunstwerken en oevers. Op dit moment is er ruim inzicht in de staat van het areaal op basis van de NEN inspectie uit 2020. Een deel is matig tot (zeer) slecht onderhouden. Het is belangrijk om hier de risico’s te beoordelen en een gepaste onderhoudsstrategie uit te voeren. 39
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Periodiek actualiseren van MJOP’s Het monitoren en inspecteren van het areaal leidt tot hernieuwde inzichten in de staat van het areaal de beheer- en vervangingsopgave voor de komende jaren voor de disciplines in de scope van deze nota. Met deze informatie dienen de meerjarenprogramma’s periodiek geactualiseerd te worden binnen de gestelde kaders van de Brede Nota Kapitaalgoederen. Op deze wijze kan ook geanticipeerd worden op thema’s en mogelijke bijstellingen in strategische doelen. Vastleggen kennis in beheersysteem In het traject om te komen tot deze Brede Nota Kapitaalgoederen zijn maatregelpakketten en eenheidsprijzen geactualiseerd en aangepast aan de gemeentelijke situatie. Het is belangrijk deze aanpassingen door te voeren in het beheersysteem. Jaarlijkse terugkoppeling Jaarlijkse terugkoppeling naar het College en de Raad vindt plaats via de reguliere P&C cyclus. Het bestuur wordt jaarlijks op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen (begrotingsonderdeel). Aan het eind van de beleidsperiode van deze Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 vindt een herijking plaats van het kader waarin de dan geldende ontwikkelingen en de actuele arealen/kwaliteit worden meegenomen. Tijdens deze herijking wordt het beleidskader opnieuw afgewogen door de Raad. Met inzicht in de meest actuele budgetten, kwaliteit en risico’s.
40
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 1 Wettelijk kader
41
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 1 Wettelijk kader Wet- en regelgeving Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze weten regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. In deze bijlage wordt de meest relevante wet- en regelgeving beschreven, die uitgangspunt vormt voor het beheer en onderhoud in de gemeente Heerenveen. Wegenwet De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (ook van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. Artikel 15 1. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg. 2. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar. 3.
Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de bermsloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort. Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat. In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de wegenwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte en dat de aansprakelijkheid bij optredende schade door het niet voldoen aan deze zorgplicht geregeld is in het Burgerlijk Wetboek. De algemene aansprakelijkheidsregeling staat in artikel 6:162 (zie verderop in deze paragraaf). Waterwet De Waterwet regelt het beheer van regen- en grondwater en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Traditioneel ging waterbeheer vooral over beheer van meren, waterwegen, havens en kunstwerken (bijvoorbeeld baggeren en beschoeiing). Tegenwoordig strekt de zorgplicht zich ook uit tot hemel- en grondwater.
In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de waterwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte die de afstroming/opvang
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
van hemelwater, de kwaliteit en peil van het grondwater en de afvoer van afvalwater regelen. Deze zorgplicht heeft met name impact op het Watertakenplan. Wet Natuurbescherming In het verleden beschermde de Boswet bomen en houtopstanden in het buitengebied met als doel te voorkomen dat het bestaande bosareaal verder afneemt. In algemene zin hield dit in dat de beheerder moest voorkomen dat het bestaande bosareaal in het buitengebied afneemt, of alternatieven moet bieden. Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan en is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Boswet is vrijwel geheel ondergebracht in de nieuwe Wet natuurbescherming. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. Ook wordt de bescherming van soorten geregeld. Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in het groen; bossen, natuurterreinen en parken, rekening moet worden gehouden met de Flora- en Faunawet. De wet kent een zorgplicht. Hierbij moet voldoende zorg in acht genomen worden voor in het wild levende dieren en planten.
Om helder te krijgen wat 'voldoende zorg' is, wordt er gewerkt met gedragscodes. Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I8 moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen. Zorgplicht t.a.v. bomen9 Uit bovenstaande artikelen is ook de zorgplicht ten aanzien van bomen voortgekomen. Het woord zorgplicht is niet letterlijk genoemd, maar is ontstaan in de rechtspraak. Er zijn drie vormen van zorgplicht. De algemene zorgplicht bestaat eruit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, boomsoort, omvang en groeiplaats gaat het dan over jaarlijkse tot vijfjaarlijkse controles. Wanneer de boom op een plaats staat waarbij is te voorzien dat bij omvallen of afbreken van een tak er aanzienlijke schade kan ontstaan, dan is er sprake van verhoogde zorgplicht.
Een dergelijke boom moet minstens jaarlijks worden gecontroleerd en behoeft eventueel extra onderhoud. Ook geldt er een onderzoeksplicht. Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden.
8 Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 9 Bron: www.bomenrecht.nl
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Burgerlijk Wetboek Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174: Artikel 6:162 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. 3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Artikel 6:174 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht.
Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk. Gebouwen De wetgeving waar een gebouw aan moet voldoen, is afhankelijk van het soort gebouw. Daarnaast zijn er eisen en normen, ook daar zit per type verschil in. Het is de wettelijke verantwoordelijkheid van de eigenaar en de gebruiker om gebouwen en installaties adequaat te beheren en onderhouden. Het wettelijke kader hiervoor ligt in de Woningwet, maar ook de Wet Milieubeheer, de Arbeidsomstandighedenwet Bouwbesluit, bestemmingsplan en gemeentelijke bouwverordening. Voor zwembaden en monumenten gelden nog aanvullende eisen. Met de term ‘compliance’ wordt aangeduid dat een gebouwenbeheerder werkt volgens geldende wet- en regelgeving. Dit wordt vertaald in de mate waarin een specifiek gebouw voldoet aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op het gebouw en de gebouwgebonden installaties. Als eigenaar of beheerder van gebouwen is het noodzakelijk altijd inzicht te hebben in de toepasselijke wet- en regelgeving en te kunnen rapporteren over naleving.
Indien er niet voldaan wordt, kan dit gevolgen hebben, bijvoorbeeld op het gebied van aansprakelijkheid en er sprake is van schade voor personen of organisaties. Zie ook Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174. De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen en in 2030 aan energielabel A.
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 2 Impressie in beeld
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 2 Impressie in beeld Impressie: Voortzetting huidige beleid
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 3 Beheerplannen Assetbladen
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bijlage 3 Beheerplannen In deze bijlage zijn de assetbladen opgenomen voor de volgende beheergroepen: ▪ Wegen/verhardingen ▪ Kunstwerken ▪ Oevers ▪ Groen ▪ Vastgoed
Beheerplan Verhardingen
Beheerplan Verhardingen Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de verhardingen in de gemeente Heerenveen. Onderhoud aan wegen wordt tot op heden bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot een kapitaallast (rente en aflossing). In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging zoals rehabilitatie/reconstructie van een weg. Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot: ▪ ▪ ▪
Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de herinrichting van een weg); Een levensduurverlenging; Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit: ▪ ▪
Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting. Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het wegbeheer. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). Binnen de asset wegen vallen naast de verhardingen ook de onderdelen openbare verlichting en bebording. Het onderdeel verhardingen is in dit beheerplan nader beschreven. Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022.
Voor het beheer van wegen betekent dit dat de verharding, fietspaden en verkeerstekens op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Beheerplan Verhardingen Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van enige dwarsonvlakheid, scheurvorming of rafeling en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt. Areaal De gemeente beheert ruim 4 miljoen m² verharding. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal m² opgenomen. Objectsoort Rijbaan
Fietspad
Parkeervak
Voetpad
Overig
Type Bedrijventerreinen Buitengebied Centra Groengebied Hoofdwegen Woongebied Asfalt 192.036 562.553 24.567 5.546 474.692 330.333 Beton 77 100.974 199 5.472 2.292 Elementen 59.217 42.399 28.998 3.497 51.067 728.820 subtotaal 251.329 705.926 53.765 9.043 531.232 1.061.444 Asfalt 10.952 42.039 5.520 87.750 61.191 Beton 10.540 19.563 Elementen 1.666 553 1.171 16.807 12.296 subtotaal 12.618 53.132 1.171 5.520 124.120 73.487 Asfalt 304 3.396 1.050 17.460 Beton 45 1.521 102 1.817 Elementen 16.418 6.166 26.001 537 9.449 148.194 subtotaal 16.767 11.083 26.001 537 10.601 167.471 Asfalt 30 1.913 769 1.739 6.256 Beton 254 964 11 3.009 Elementen 14.761 15.700 65.233 302 65.454 455.394 subtotaal 14.791 17.866 66.965 302 67.205 464.660 Asfalt 3.501 6.465 24 156 3.890 3.437 Beton 1.241 8.778 80 3.057 258 Elementen 34.646 24.959 3.756 197 40.887 72.405 Half-/onverhard 487 86.820 4.423 1.730 2.466 38.070 subtotaal 39.875 127.022 8.203 2.163 50.300 114.170 Totaal 335.381 915.029 156.105 17.565 783.458 1.881.233
Totaal 1.589.726 109.014 913.999 2.612.739 207.452 30.103 32.494 270.049 22.210 3.485 206.765 232.460 10.707 4.238 616.843 631.789 17.473 13.413 176.850 133.997 341.733 4.088.770
Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor wegen resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. Weginspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het wegbeheer is het resultaat van de weginspectie. De globale visuele weginspectie volgens de nieuwste publicaties 146 t/m 147 van de CROW - waarbij het gehele areaal aan verhardingen wordt beoordeeld en de kwaliteit van de verharding wordt gerapporteerd – resulteert in een basisplanning en – begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De gemeente voert deze inspectie elke 2 jaar uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. De laatste inspectie is in de eerste maanden van 2022 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de weginspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning wegen opgesteld.
Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de globale visuele weginspecties geconstateerde kwaliteit van de wegvakonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet
Beheerplan Verhardingen Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten. In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld het toeristische belang van fietspaden), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het gehele wegennet de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het wegbeheer. Kwaliteit en aanpak Uit de inspectie blijkt dat de kwaliteit van de wegen, zoals ook vermeld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 2022, op onderdelen (negatief) afwijkt van de gewenste ambitie. De nieuwe inspectie (2022) bevestigt dit beeld. Er is sprake van een verdere achteruitgang: in meerdere mate voor asfalt en in mindere mate voor elementen. In het geïnspecteerde areaal zijn in tegenstelling tot de inspectie in 2020 ook de inritten opgenomen. Deze inritten zijn niet altijd van goede kwaliteit, en worden alleen aangepakt als er sprake is van een reconstructie/renovatie of een calamiteit. Hierdoor is er enigszins sprake van een vertekent beeld in de grafieken.
De daling in kwaliteit is bij asfalt relatief het grootst. Dit wordt m.n. veroorzaakt door de achteruitgang van asfaltverharding op de bedrijventerreinen en in de woongebieden. Op De Kavels staan Venus en Jupiter al op de planning. Tijdens de inspectie waren deze wegen nog niet uitgevoerd, waardoor een enigszins vertekend kwaliteitsbeeld ontstaat. Ook de overige wegen op dit bedrijventerrein moeten in de komende jaren opgepakt worden. Daarnaast is op het Businesspark en in enkele woongebieden ook sprake van achteruitgang. Hier wordt een inhaalslag gemaakt, zoals op De Greiden in Heerenveen en het gebied rondom Leppehiem in Akkrum.
Financien Budgetbehoefte De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere en klein onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 3.894.825 (gemiddeld over de jaren 2023 2027 met een indexering van 15%). 2023 Verhardingen kl ei n onderhoud (begr.) groot onderhoud (voorz.) vervangen (acti v.) verzorgi ng
2024
€ € € €
230.000 1.821.703 1.619.450 541.634
€ € € €
€
4.212.787 €
230.000 1.993.597 1.220.638 541.634
2025 € € € €
3.985.870 €
230.000 2.692.315 600.196 541.634
2026 € € € €
4.064.146 €
230.000 2.297.118 764.640 541.634
2027 € € € €
230.000 1.754.749 851.548 541.634
3.833.393 €
3.377.931
Nota bene: Verzorging betreft onkruidbestrijding op verhardingen. Stand voorziening Tot op heden verliep het (groot) onderhoud via de exploitatie. Voorgesteld wordt het groot onderhoud (technische staat) van verhardingen voortaan via een in te stellen (onderhouds)voorziening te laten verlopen. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de uit te voeren werken, zoals opgenomen in de onderhoudsplanning, met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van verhardingen is weergegeven in onderstaande tabel.
Beheerplan Verhardingen Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Beginstand: Dotatie: Aanwending: Eindstand:
2023 2.283.000 1.821.700 461.300
2024 461.300 2.283.000 2.319.000 425.300
2025 425.300 2.283.000 2.692.300 16.000
2026 16.000 2.283.000 2.297.100 1.900
2027 1.900 2.283.000 1.754.700 530.200
Voetnoot bij bovenstaande tabel: Te zien is dat de aanwending van de voorziening voor 2024 afwijkt van het benodigde budget groot onderhoud bij de tabel op vorige pagina. Dit verschil is te verklaren omdat de eenmalige kosten voor verhardingen (zie paragraaf 3.5.2) niet zijn opgenomen in het budgetoverzicht op de vorige pagina.
Beheerplan Kunstwerken
Beheerplan Kunstwerken Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de kunstwerken in de gemeente Heerenveen. Onderhoud aan kunstwerken wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of bij het vervangen van een aanzienlijk deel van een brug. Aanvullend geeft de BBV hierin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot: ▪ ▪ ▪
Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een aanzienlijk deel van een brug); Een levensduurverlenging; Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit: ▪ ▪
Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting. Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het kunstwerkenbeheer. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). Binnen de asset kunstwerken worden onder andere de volgende onderdelen meegenomen: ▪ Bruggen (vast en beweegbaar) ▪ Tunnels/viaducten ▪ Steigers ▪ Duikers Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de
Beheerplan Kunstwerken Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van kunstwerken betekent dit dat de objecten op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft. Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van schades (bijvoorbeeld uitspoeling) en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt. Areaal De gemeente beheert 563 civieltechnische kunstwerken . In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal kunstwerken opgenomen. Objectsoort Bedrijventerrein Buitengebied Centra Groengebied Hoofdwegen Woongebied Brug, beweegbaar 15 1 6 6 Brug, vast 5 53 4 45 22 139 Duiker 12 36 3 11 48 Geluidsscherm 2 Helling-Trap 3 1 1 3 Keerwand 1 1 8 Remmingwerk 2 7 Steiger 2 20 1 5 1 34 Tunnel 2 6 3 4 Viaduct 4 16 8 Waterreguleringswerk 7 1 1 4 9 Eindtotaal 24 145 7 54 65 268
Totaal 28 268 110 2 8 10 9 63 15 28 22 563
Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor kunstwerken resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van functieverlies of kapitaalsvernietiging. Kunstwerken inspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het kunstwerkenbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan kunstwerken wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in een basisplanning en begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2019 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de kunstwerkinspecties zijn de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning kunstwerken gedraaid.
Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele
Beheerplan Kunstwerken Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de kunstwerkonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten. In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van kunstwerken in het centrum), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan kunstwerken de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het kunstwerkenbeheer. Kwaliteit 2020 Kunstwerken worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet direct mogelijk. Wel wordt duidelijk dat er de afgelopen jaren veel werk is uitgevoerd aan de kunstwerken. 196 objecten scoren uitstekend. Veruit de meeste kunstwerken (243) scoren goed. 58 met redelijk en 16 met matig.
In totaal scoren 29 kunstwerken slecht tot zeer slecht. In de figuur hieronder zijn de kwaliteitsscores uit de kunstwerkeninspecties gepresenteerd.
Nota bene: uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal.
Beheerplan Kunstwerken Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Financien Budgetbehoefte De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 1.468.588,- per jaar voor de periode 2023 – 2027, inclusief 15% indexering. 2023
2024
2025
2026
66.299 € 1.302.176 € 19.188 €
70.181 € 1.307.757 € 493.166 €
73.600 € 1.133.497 € 29.394 €
73.600 € 1.904.380 € €
-
€
-
€
-
29.394 €
-
€
166.158
1.977.980 €
869.701
Kunstwerken kl ei n onderhoud (begr.) onderhoud (voorz.) vervangen (acti v.)
€ € €
anders
€
-
hout en installaties
€
19.188 €
493.166 €
€
1.387.663 €
1.871.104 €
1.236.491 €
€
-
€
2027 73.600 629.944 166.158
Nota bene: Ten aanzien van klein onderhoud is in de begroting 2023 een gemiddeld bedrag per jaar opgenomen (€ 71.500,-). Stand voorziening Het onderhoud van kunstwerken wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de uit te voeren werken zoals opgenomen in onderhoudsplanning met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van civiele kunstwerken is weergegeven in onderstaande tabel. Beginstand: Dotatie: Aanwending: Eindstand:
2023 687.937 1.240.000 1.302.200 625.737
2024 625.737 1.240.000 1.307.800 557.937
2025 557.937 1.240.000 1.133.500 664.437
2026 664.437 1.240.000 1.904.400 37
2027 37 1.240.000 629.900 610.137
BeheerplanBrede Verhardingen Nota Kapitaalgoederen periode2023-2027 2023 - 2027 Kapitaalgoederen 2023 - 2027 projectnummer 0473459.100 3 maart 2022 Gemeente Heerenveen
Beheerplan Oevers
Beheerplan Oevers Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de oevers in de gemeente Heerenveen. Onderhoud aan oevers wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). Er is bij oevers meestal sprake van vervangingen. Herstel van damwanden/beschoeiing leidt meestal tot vervanging (nieuw voor oud) en niet tot onderhoud (behoudens beperkt herstel of oplossen calamiteit/lek). In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg.
Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot: ▪ ▪ ▪
Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een beschoeiing); Een levensduurverlenging; Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit: ▪ ▪
Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting. Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het beheer van oevers. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte).
Beheerplan Oevers Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Binnen de asset oevers worden de volgende onderdelen meegenomen: ▪ Beschoeiing ▪ Damwand ▪ Natuurlijke oever ▪ Kade Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de oevers. De wettelijke zorgplicht van oevers is geborgd in de Waterwet en Wegenwet (voor civieltechnische constructies). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van oevers betekent dit dat de objecten op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft. Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van schades en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal De gemeente beheert bijna 55 kilometer oevers. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement de hoeveelheid (strekkende meter) oevers opgenomen. Objectsoort Beschoeiing Beschoeiing-NVO Damwand Glooiing Kade Eindtotaal
Bedrijventerrein Buitengebied Centra Groengebied Hoofdwegen Woongebied Totaal 768 213 485 44 3.902 5.413 2.455 2.188 1.240 9.740 15.623 3.254 5.583 192 110 519 8.773 18.431 6.263 529 2.464 9.257 545 1.534 1.260 8 2.836 6.183 6.254 16.337 1.665 1.124 1.811 27.716 54.906
Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor kunstwerken resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van functieverlies of kapitaalsvernietiging. Bij vervangingen wordt wel gekeken om daar waar mogelijk om te vormen naar natuurlijke/natuurvriendelijke oever. Oever inspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het oeverbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan oevers wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in
Beheerplan Oevers Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
een basisplanning en -begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2020 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de oeverinspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning oevers gedraaid. Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de oeveronderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten.
In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van damwanden in het centrum of een lager risico van beschoeiingen met gebreken in het buitengebied), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan oevers de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het oeverbeheer. Kwaliteit 2020 Oevers worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet mogelijk. Het grootste deel van de oevers scoren uitstekend tot redelijk. Dit betreft 37.616 strekkende meter. Dit past binnen het vastgestelde beleidsuitgangspunt van een basisniveau. 17.580 strekkende meter oever scoort matig, slecht of zeer slecht. Deze oevers hebben nog onderhoud nodig. Er is sprake van de nodige opgaaf voor vervanging. Waar mogelijk wordt bij vervanging gekeken naar aanbrengen van een natuurlijke oever in plaats van vervanging (nieuw voor oud)
Beheerplan Oevers Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
van de aanwezige constructie. In de figuur rechts worden de kwaliteitsscores uit de oeverinspecties gepresenteerd. Nota bene: Uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal. Financien Budgetbehoefte De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 445.938,- per jaar voor de periode 2023 – 2027, inclusief een indexering van 15%. 2023
2024
2025
Oevers kl ei n onderhoud (begr.) onderhoud (voorz.) vervangen (acti v.)
€ € €
anders
€
-
hout en installaties
€
444.584 €
€
563.095 €
697.992 €
31.096 € 87.415 € 444.584 €
2026
2027
31.096 € 227.211 € 439.685 €
31.096 € 122.742 € 395.921 €
-
€
204.043 €
-
439.685 €
191.878 €
76.343 €
200.043
549.759 €
107.439 €
311.407
€
31.096 € € 76.343 € €
31.096 80.268 200.043 -
Stand voorziening Het onderhoud van oevers wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte gebaseerd wordt op de uit te voeren werken zoals opgenomen in de onderhoudsplanning met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van oevers is weergegeven in onderstaande tabel. Beginstand: Dotatie: Aanwending: Eindstand:
2023 127.055 103.500 87.400 143.155
2024 143.155 103.500 227.200 19.455
2025 19.455 103.500 122.700 255
2026 255 103.500 103.755
2027 103.755 103.500 80.300 126.955
BeheerplanBrede Verhardingen Nota Kapitaalgoederen periode2023-2027 2023 - 2027 Kapitaalgoederen 2023 - 2027 projectnummer 0473459.100 3 maart 2022 Gemeente Heerenveen
Beheerplan Groen
Beheerplan Groen Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van groen in de gemeente Heerenveen. Onderhoud aan groen wordt bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Bij groen zijn er geen kapitaallasten die voortvloeien uit vervangingen, omdat vervangingen niet worden geactiveerd. Vervangingen zoals het planten van nieuwe bomen of inboet, worden daarom net als regulier onderhoud, bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Een uitzondering betreft de groeiplaatsverbetering van bomen, waarbij dus met ingang van 2023 sprake is van activeren. Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027, geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het groenbeheer. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte).
De norm wordt bepaald door de landelijk gehanteerde en erkende CROW systematiek en richtlijnen voor groenbeheer. Groen is onderverdeeld in: ▪ Bomen ▪ Bos ▪ Bosplantsoen ▪ Gras gazon ▪ Kruidenrijk gras/bermen ▪ Hagen ▪ Heesters ▪ Houtwallen ▪ Plantenbakken ▪ Vaste plantvakken Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van het openbare groen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in bijvoorbeeld Europese wetgeving en provinciaal beleid t.a.v. invasieve exoten, de Wet Natuurbescherming en de Zorgplicht t.a.v. bomen. De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van groen betekent dit dat de objecten grotendeels op een basisniveau worden onderhouden. Alleen voor het Kruidenrijk gras/bermen is een niveau laag afgesproken, met