1.1 Bijlage1_Brede Nota Kapitaalgoederen - Gemeente Heerenveen - v3
Tekst van het document
Brede Nota Kapitaalgoederen periodeKapitaalgoederen 2023 - 2027 Brede Nota 2023 t/m 2027
projectnummer 0473459.100 concept 3 maart 2022
Grip op de assets in de leefomgeving Gemeente Heerenveen
Projectnummer: 473459.100 Datum: 26 oktober 2022 Revisie: definitief concept 3.0
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
projectnummer 0473459.100 v3.0 (definitief) 31 oktober 2022
Auteurs A. Boek Luuk Bos
Opdrachtgever Gemeente Heerenveen Crackstraat 2 8441 ES HEERENVEEN
Foto’s: Aale Boek en Marcel van der Werff (Antea Group) tenzij anders vermeld.
datum 31 oktober 2022
beschrijving V3.0 (definitief concept)
vrijgave Oane Hornstra
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Inhoudsopgave
Blz.
Managementsamenvatting
3
1
Introductie
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Wat vooraf ging Scope van de Brede Nota Kapitaalgoederen Leeswijzer
6 8 9 10
2
Aanpak
11
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4
Planvorming Cyclisch beheerproces Kapitaalgoederen Openbare Ruimte Kwaliteitsgestuurd beheren Meetlatten Differentiatie Gebouwen
11 11 13 13 15 16
3
De huidige situatie
18
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2
Areaal Uitgangspunten en methodiek De relatie tussen beheerkosten en kwaliteitsniveaus (theorie) Kwaliteit Overige topics Ontwikkelingen Aandachtspunten
18 21 22 24 28 28 29
4
Bewust beheer
33
4.1 4.2 4.3
Algemene uitgangspunten Financiering: Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Voortzetting ‘huidig beleid’ (bewust beheer: alles basis + geringe differentiatie)
33 34 35
5
Vervolg
39
Bijlage 1 Wettelijk kader Bijlage 2 Impressie in beeld Bijlage 3 Beheerplannen
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
2
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Managementsamenvatting Voor u ligt de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027. Deze nota volgt de in oktober 2021 vastgestelde Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 en het Beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) 2021 & 2022 op. De Brede nota vormt het kaderstellend beleid voor de periode 2023 - 2027 voor de opgaven in de openbare ruimte (en de gebouwen) ten aanzien van het beheer & onderhoud en de vervanging van onze beheerobjecten: civieltechnische kunstwerken & oevers, gebouwen, verharding en groen/bomen. Aanleiding De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk en daarmee dé ontmoetingsplek in de gemeente. De beleving van de gebruikers van deze leefomgeving is afhankelijk van de inrichting, de voorzieningen en het functioneren hiervan. De openbare ruimte levert daarmee een grote bijdrage in sociaal-maatschappelijk en economisch opzicht voor de gemeente! Ook de mate van beheer en de kwaliteit van de aanwezige kapitaalgoederen, zoals wegen, groen en bruggen, dragen bij aan de beleving van de gebruiker. Hierbij gaat het om de technische staat (heel en veilig) en de verzorgingsgraad (schoon en netjes). Daarnaast heeft de gemeente vanuit diverse wetgeving ook (zorg)plichten om in ieder geval veilig gebruik van de openbare ruimte voldoende te borgen.
Het is van belang dat de kapitaalgoederen voldoende worden beheerd om onder meer aan wetgeving te voldoen (veiligheid), maar ook om kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit laatste is een toets criterium van de provincie vanuit haar toezichthoudende rol. Als onderdeel van de begroting is er dan ook sprake van een verplichte opname van de paragraaf ‘Onderhoud Kapitaalgoederen’. Dit uitgangspunt geeft, naast de financiële kaders, richting aan de manier waarop de kapitaalgoederen beheerd (kunnen) worden. In deze rapportage wordt uitgegaan van de voortzetting van de huidige beleidslijn, zoals die in 2016 (en in 2021) is vastgesteld. Om veilige, hele en schone wijken en dorpen te behouden, is het zo efficiënt mogelijk invullen van de levenscyclus van de kapitaalgoederen belangrijk. Met name het tijdig onderhouden en vervangen van assets dragen hier sterk aan bij. De gemeente levert met doelmatig en efficiënt beheer direct een bijdrage aan het behalen van dit doel. ‘We willen dat onze openbare ruimte voor iedereen toegankelijk is.’ Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 Daadkrachtig veranderen ‘Schoon, heel en veilig in beheer en onderhoud van de openbare ruimte.’ (Afwegingskader) Strategische Agenda 2022-2040
3
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Doel De doelstelling van de Nota Kapitaalgoederen is om inzicht te geven: ▪ In de huidige onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte; ▪ Inzicht te geven in de meerjarige opgaven en benodigde middeleninzet op basis van de gewenste kwaliteit (ambitie). Hoe liggen de openbare ruimte en de gebouwen er nu bij Voor het bepalen van de huidige kwaliteit van de openbare ruimte is gebruik gemaakt van de kwaliteitsgestuurde methodiek. Deze methodiek is gericht op de landelijke systematiek van CROW1, vastgelegd in de 'Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte'. In deze catalogus staan de verschillende kwaliteitsniveaus voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte concreet beschreven met foto's, omschrijvingen en normen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen technische staat (heel en veilig) en verzorging (schoon/netjes). Voor gebouwen geldt de NEN2767. Deze Nederlandse richtlijn is leidend voor de inspecties aan gebouwen. De onderhoudsstaat van de assets wordt regelmatig onderzocht. Zo wordt er regulier een aantal keer per jaar geschouwd, en zijn de wegen, kunstwerken en oevers technisch geïnspecteerd. De bij schouw en inspectie geconstateerde kwaliteit komt grotendeels overeen met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Wel blijkt uit de laatste inspectie (2022) dat het kwaliteitsniveau voor verhardingen in m.n. woongebieden en op bedrijventerreinen daalt.
Voor groen wordt gemiddeld een basisniveau voor zowel de technische staat (heel en veilig) en verzorging (schoon/netjes) behaald. Een beperkt deel van de kunstwerken en oevers scoort nog onvoldoende. De gebouwen behalen een conditiemeting score van 3. Dat houdt in dat de gebouwen in redelijke conditie verkeren. Financiën Het huidige beleid vormt ook het beleidskader voor de periode 2023 - 2027. Bij het opstellen van het onderhoudsscenario is in 2016 gedifferentieerd onderhoud ingevoerd, door te kiezen voor ‘bewust beheer’. In 2021 is besloten dit beleidskader voor 2021 & 2022 voort te zetten. Bij dit beleid (‘bewust beheer’) is, afhankelijk van de ligging (gebiedstype) en het beheeraspect (b.v. rijbaan, fietspad), differentiatie in onderhoudsniveau toegepast. Met dat beleid is sprake van een goede basis voor de onderdelen schoon, heel en veilig. Dit is over het algemeen het meest kosteneffectief, met beheersbare risico’s ten aanzien van kapitaalvernietiging, functionaliteit en veiligheid. Voor de uitvoering van het scenario ‘bewust beheer’ zijn de volgende middelen benodigd. Kunstwerken, oevers, wegen en groen Technische staat
Verzorging
Vervanging exploitatie
Klein onderhoud
Subtotaal onderhoud
Vervangingactivering
Totaal onderhoud en vervangingen
Subtotaal kunstwerken
€
1.255.551
€
71.456
€
1.327.007
€
141.581
€
1.468.588
Subtotaal oevers
€
103.527
€
31.096
€
134.623
€
311.315
€
445.938
Subtotaal wegen
€
2.133.889
€
541.634
€
230.000
3.894.825
Subtotaal groen
€
2.494.270
€
657.285
Totaal
€
5.987.237
€
1.198.920
€
332.552
€
2.905.523
€
989.302
€
€
308.195
€
3.459.750
€
587.086
€
4.046.836
€
308.195
€
7.826.903
€
9.856.188
Exploitatie/Voorziening
Activering
Totaal
1 Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. CROW is een
belangrijk en leidend kennisplatform voor beheer en aanleg van infrastructuur.
4
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Nota bene: Alle bedragen zijn gemiddelden per jaar over de periode 2023 - 2027, inclusief indexering van 15% op wegen, kunstwerken en oevers, en 10% op groen. Eenmalige opgaven (in deze periode) Ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het inhalen van een achterstand door een eenmalige upgrade zijn er incidentele middelen nodig. Dit betreft: Herstel bermen door verzakking2 € 100.000,Vervanging halfverharding € 50.000,Achterstallig onderhoud verharding sportterreinen € 58.500,Parkeerterrein sportveld Akkrum € 30.000,Parkeerterrein sportveld Aldeboarn € 45.000,Gebouwen Voor het planmatig en efficiënt kunnen berekenen van de beheer- en vervangingsopgaven voor gebouwen is het van belang te weten welk bouwkundig- en installatietechnisch onderhoud uitgevoerd moet gaan worden en wat de hierbij te verwachten (meerjarige) kosten zijn. Om dit te bepalen heeft de afdeling IBOR in samenwerking met adviesbureau Antea Group de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen en gebouw gebonden installaties in kaart gebracht. Hierbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met te verwachten ontwikkelingen in het areaal/de opgaven. 2023
2024
2025
2026
2027
788.004 €
865.155 €
850.073 €
857.270 €
882.887
Gebouwen Begroti ng Voorzi eni ng Vervangi ngs i nves teri ng (VVI 40)
Totaal
€
€ 2.408.383 € 1.227.905 € 1.349.642 € €
12.900 €
-
€
-
€
973.456 € 1.004.288 -
€
-
€ 3.209.287 € 2.093.060 € 2.199.715 € 1.830.726 € 1.887.175
*) In de begroting 2023 (incl. meerjarenperspectief t/m 2026) is het gemiddelde bedrag (€ 840.200,-) over die periode opgenomen. In beide financiële overzichten is rekening gehouden met prijsstijgingen van 10% voor de beheergroep groen en van 15% voor de overige beheergroepen. Deze prijsstijging is het gevolg van inflatie en de toegenomen kosten voor arbeid en (bouw)materialen.
2 In het veengebied van Akkrum en Aldeboarn
5
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
1
Introductie Zodra je de voordeur uitstapt, kom je in de openbare ruimte. Deze openbare ruimte vormt het geraamte - de backbone - voor het functioneren van de gemeente en gemeenschap. Niet alleen beschouwd vanuit functies, zoals bereikbaarheid, parkeren en verblijven, maar ook in relatie tot het welzijn van inwoners, zoals het vertoeven in een prettige woon- en werkomgeving en de economische ontwikkeling van de gemeente. De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk en daarmee dé ontmoetingsplek in de gemeente. De beleving van de gebruikers van deze leefomgeving is afhankelijk van de inrichting, de voorzieningen en het functioneren hiervan. De openbare ruimte levert daarmee een grote bijdrage in sociaal-maatschappelijk en economisch opzicht voor de gemeente! Ook de mate van beheer en de kwaliteit van de aanwezige kapitaalgoederen, zoals wegen, groen en bruggen, dragen bij aan de beleving van de gebruiker. Hierbij gaat het om de technische staat (heel en veilig) en de verzorgingsgraad (schoon en netjes). Kapitaalgoederen zijn alle objecten (of assets) in de openbare ruimte, die samen de leefbaarheid en veiligheid van die openbare ruimte vormen. Deze objecten vertegenwoordigen een grote waarde voor de gemeente en voor de gebruikers en moeten op adequate wijze in stand worden gehouden of worden verbeterd, om de leefbaarheid van de openbare ruimte te garanderen.
Naast de kapitaalgoederen in de openbare ruimte is in deze nota ook het kapitaalgoed ‘(eigen) vastgoed’ opgenomen. Vandaar de naam Brede Nota Kapitaalgoederen. Voor u ligt de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027. Deze nota volgt de in oktober 2021 vastgestelde Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 en het Beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) 2021 & 2022 op. De Brede nota vormt het kaderstellend beleid voor de periode 2023 - 2027 voor de opgaven in de openbare ruimte (en de gebouwen) ten aanzien van het beheer & onderhoud en de vervanging van onze beheerobjecten: civieltechnische kunstwerken & oevers, gebouwen, verharding en groen/bomen.
1.1
Aanleiding Kapitaalgoederen (het woord zegt het al) is het kapitaal in de leefomgeving. Steeds vaker wordt het woord Kapitaalgoederen ook wel vervangen door het woord ‘asset(s)’. Een asset wordt daarbij al volgt gedefinieerd: ‘Een asset is een object(groep) die potentiële of actuele waarde heeft voor de gemeente/gemeenschap.’ Dit geldt voor alle objecten in de openbare ruimte, zoals wegen, een brug, oevers, maar ook voor bomen, gras en onze gebouwen. Ze dragen integraal bij aan het functioneren van de gemeente en haar gemeenschap in sociaal en economisch opzicht en hebben dus waarde voor de gemeente en gemeenschap. Assets dragen bij aan gezonde, leefbare wijken en dorpen!
6
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Nadat kapitaalgoederen aangelegd zijn is het belangrijk om een efficiënte, doelmatige beheerstrategie te hanteren om invulling te geven aan de levenscyclus van het kapitaalgoed (de asset). Het is van belang al in de planvorming rekening te houden met deze gehele levenscyclus (assetmanagement).
Figuur 1.1.1 Bron: iAMPro CROW3
Daarnaast heeft de gemeente vanuit diverse wetgeving ook (zorg)plichten om in ieder geval veilig gebruik van de openbare ruimte voldoende te borgen. Het is van belang dat de kapitaalgoederen voldoende worden beheerd om onder meer aan wetgeving te voldoen (veiligheid), maar ook om kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit laatste is een toetscriterium van de provincie vanuit haar toezichthoudende rol. Als onderdeel van de begroting is er dan ook sprake van een verplichte opname van de paragraaf ‘Onderhoud Kapitaalgoederen’. Dit uitgangspunt geeft, naast de financiële kaders, richting aan de manier waarop de kapitaalgoederen beheerd worden. In deze rapportage wordt uitgegaan van de voortzetting van de huidige beleidslijn zoals die in 2016 (en in 2021) is vastgesteld. Het inzicht in de staat van onderhoud van een object op basis van inspectie of kwaliteitsmeting is belangrijk voor het blijvend veilig kunnen gebruiken van de objecten en het kostenefficiënt inplannen van noodzakelijk onderhoud en het voorkomen van kapitaalvernietiging: daarom inspecteert de gemeente het areaal. Onderhoud wordt daardoor gestuurd door reële inzichten in de werkelijke situatie. Om veilige, hele en schone wijken en dorpen te behouden, is het zo efficiënt mogelijk invullen van de levenscyclus van de kapitaalgoederen belangrijk.
Met name het tijdig onderhouden en vervangen van assets dragen hier sterk aan bij. De gemeente levert met doelmatig en efficiënt beheer direct een bijdrage aan het behalen van dit doel.
3 Kennisplatform voor beheer en aanleg van infrastructuur
7
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
‘We willen dat onze openbare ruimte voor iedereen toegankelijk is.’ Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 Daadkrachtig veranderen ‘Schoon, heel en veilig in beheer en onderhoud van de openbare ruimte.’ (Afwegingskader) Strategische Agenda 2022-2040
Figuur 1.1.2 Cover Hoofdlijnenakkoord & Strategische Agenda
Naast het gebruik of het natuurlijke verweer (verouderen) van de kapitaalgoederen, spelen ook externe ontwikkelingen of nieuwe kaders een rol bij de onderhoudsstrategie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan prijsstijgingen, het toepassen van zo mogelijk circulaire/duurzame producten, ‘werk met werk’ maken, de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV: zie paragraaf 4.2) en/of klimaatmaatregelen. Een ding is zeker en uitgangspunt bij het opstellen van deze Brede Nota Kapitaalgoederen: Iedere gebruiker wil veiligheid (fysiek: geen uitstekende delen, gevaarlijke situaties door overhangend groen of kuilen en gaten in wegen), leefbaarheid (sociale veiligheid, doordat er bijvoorbeeld verlichting aanwezig is, geen enge bosjes, et cetera: het is prettig wonen) en kwaliteit (mooi en schoon) ervaren in de openbare ruimte.
1.2
Wat vooraf ging De openbare ruimte is van groot belang voor een leefbare gemeente en gemeenschap. Daarom is in 2016 gestart met de systematiek van beheren die ook ten grondslag ligt aan de werkwijze rondom beheer en onderhoud en deze brede nota. In 2016 is het “Kwaliteitsplan Kapitaalgoederen en beheer 2016-2020” vastgesteld. Destijds is er inzicht gegeven in drie beheerscenario’s. Er is toen gekozen voor het scenario ‘bewust beheer’. Dit scenario is onder andere tot stand gekomen met input van bewoners. Met dit scenario ging er in de periode 2016 – 2020 extra aandacht naar de verzorgingsgraad van de openbare ruimte in centrumgebieden en werden bermen/kruidenrijk gras op een laag niveau (behalve langs ontsluitingswegen in bebouwde omgeving) beheerd. In 2021 is een overbruggingsnota vastgesteld waarmee voortzetting van het toen geldende beleid geborgd werd. De doelstelling was om grip te houden op en sturing te bieden aan de kapitaalgoederen van de openbare ruimte voor de periode 2021 en 2022 in perspectief van de financiële situatie op dat moment en de mogelijkheden binnen de BBV voorschriften. De voorliggende Brede Nota Kapitaalgoederen geeft de opgaven weer voor de jaren 2023 – 2027. De opgaven zijn daarbij bepaald op netwerkniveau en behoeven op onderdelen zeker nog nadere uitwerking om te komen tot concrete uitvoeringsplannen.
8
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
1.3
Scope van de Brede Nota Kapitaalgoederen De basis onder deze nota en de keuzes die gemaakt worden, zijn gebaseerd op metingen van de ‘huidige’ kwaliteit van het actuele areaal aan te beheren assets. Zo geeft de kapitaalgoederennota u een handvat om efficiënt en doelmatig op de afgesproken doelen en vastgesteld ambitieniveau te kunnen sturen. De gekozen beleidsambitie wordt vervolgens vertaald naar de verschillende beheerplannen en/of separate beleidsnota’s. De volgende onderdelen (kapitaalgoederen/assets) in de openbare ruimte worden in deze nota belicht: Civieltechnische kunstwerken & oevers ▪ Bruggen ▪ Tunnels/viaducten ▪ Steigers ▪ Duikers ▪ Kadeconstructies/oevers Wegen ▪ Verharding ▪ Verkeerstekens/bebording Groen ▪ Bomen, heesters en gras Meubilair ▪ Straatmeubilair ▪ Parkmeubilair Gebouwen ▪ Gemeentelijke gebouwen ▪ Beeldende kunstobjecten Verzorging van de openbare ruimte ▪ Onkruid ▪ Zwerfafval ▪ Drijfvuil Nota bene: Het beheer, onderhoud en vervanging van de objecten voor spelen en openbare verlichting is vastgelegd in separate plannen en budgetten. Deze assets maken dan ook geen onderdeel uit van deze nota. Dit geldt ook voor riolering. Riolering is geborgd in het Watertakenplan wat in 2020 is vastgesteld. Het waterbeheer is opgenomen in het Watertakenplan en in overeenkomsten met het Wetterkip Fryslân.
9
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methodiek rondom het beheerproces toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de huidige situatie. In dit hoofdstuk worden het areaal, de huidige kwaliteit, belangrijke ontwikkelingen, thema’s en aandachtpunten besproken. Hoofdstuk 4 gaat in op het voorgestelde beleid. Er wordt inzicht gegeven in de effecten en de kosten. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 inzicht gegeven in de vervolgstappen.
Figuur 1.4.1 Hekwerk bij ligplaatsen aan It Stalt te Akkrum
Figuur 1.4.2 Nieuwe walbeschoeiing in Nes
10
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
2
Aanpak In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op hoe het cyclische beheerproces wordt toegepast en welke meetlatten er gebruikt zijn om de huidige kwaliteit van het areaal in beeld te brengen. Daarnaast wordt aangegeven waarom het efficiënt is om de kwaliteit per gebied of onderdeel te differentiëren.
2.1
Planvorming Kaderstelling (Nota Kapitaalgoederen) De Nota Kapitaalgoederen vormt de kapstok voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en is daarmee kaderstellend voor de uitvoering van het beheer en onderhoud in 2023 tot en met 2027. Dit (strategisch) kader wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Uitvoering (beheer- en uitvoeringsplan) Het strategisch kader vindt uitwerking in beheer- en uitvoeringsplannen per onderhoudsdiscipline (wegen, groen, etc.), waarin staat welke beheeractiviteiten worden uitgevoerd om te voldoen aan het vastgestelde kader (kwaliteitsniveau). De beheerplannen zijn onderdeel van de Nota Kapitaalgoederen (bijlage 3). De planning en begroting voor de beheeronderdelen in deze nota vormen het uitgangspunt voor de doorrekening van de budgetbehoefte.
2.2
Cyclisch beheerproces Kapitaalgoederen Openbare Ruimte In het optimale cyclische beheerproces vormen zes aandachtspunten de basis voor professioneel en efficiënt beheer. Deze aandachtspunten maken onderdeel uit van de jaarlijks te doorlopen stappen. Beleid Om een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke doelen is het van belang een vertaling te maken naar specifiek beleid en financiële kaders voor beheer. Met dit beleid wordt de ambitie van beheer vastgesteld door het bestuur. Het is aan te raden beleid op te stellen voor een planperiode van 4 à 5 jaar. Immers, de wereld van beheer verandert (eisen en wensen, bestuurlijke doelen) en ook de toestand van het areaal wijzigt door gebruik, het toegepaste beheer en onderhoud en externe invloeden. Figuur 2.2.1 Beheermodel Antea Group
Deze nota kapitaalgoederen voorziet in het maken en vaststellen van dit beleid. Het beleidskader wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
11
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Programmeren Het beleid wordt vertaald naar benodigde beheermaatregelen op korte- en middellange termijn en de financiële behoefte (programmeren). Hiermee ontstaat eveneens tijdig inzicht in aankomende vervangingspieken. In deze fase bieden afstemmingsmogelijkheden tussen de beheerdisciplines en andere domeinen en projecten kansen om de leefomgeving zo weinig mogelijk te belasten en ‘werk met werk’ te maken. Bijvoorbeeld tussen riolering en wegen, maar ook tussen de binnendienst en buitendienst. De buitendienst zijn immers de oren en ogen buiten in de gemeente. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoeringsprogramma’s. Deze twee stappen vormen de eerste fase van het beheerproces in een ideale situatie. Afspraken en inzichten worden met ‘beleid maken’ vastgelegd in de (brede) Nota Kapitaalgoederen. Hier dient een duidelijke (herleidbare en aantoonbare) koppeling te zijn tussen gemeentelijke doelen, kwaliteitsambities (onderhoudsscenario) en de financiële behoefte (benodigde middelen om het gekozen onderhoudsscenario uit te voeren). Dit betreft inzicht in onderhoud en vervangingen (met betrekking tot de maatregelen en het budget). Vervolgens wordt de ambitie geprogrammeerd in een beheerplan. Zo is voor de komende jaren duidelijk welke maatregelen per discipline een bijdrage leveren aan de strategische doelen. Kwaliteitsambities zijn niet geheel vrijblijvend in te vullen.
Zo is een gemeente (wettelijk) verplicht areaal op deugdelijke wijze te onderhouden, de veiligheid te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Zie hiervoor ook bijlage 1. Voorbereiden Met de programmering is duidelijk geworden welke activiteiten de komende jaren uitgevoerd moeten worden, om te voldoen aan het ambitieniveau. Deze werkzaamheden worden ondergebracht bij de eigen dienst, of uitbesteed. Daarbij wordt gekeken of het mogelijk is om werkzaamheden te combineren, bijvoorbeeld in afstemming met de planning van de gemeentelijke watertaken (riolering), of met nieuwbouwprojecten vanuit RO (Ruimtelijke Ontwikkeling) om ’werk met werk’ te maken. Realiseren en onderhouden Na het opstellen van de plannen en een planning, worden de werkzaamheden uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerd werk wordt het beheersysteem up-to-date gehouden. Dit geldt ook voor het vastleggen van inspectiehistorie. Areaaluitbreiding dient bijgehouden te worden om ervoor te zorgen dat ook de onderhoudsbudgetten ‘meegroeien’. Gebeurt dit niet, dan kan op termijn de beoogde kwaliteit niet gewaarborgd worden.
12
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Figuur 2.1.2 Vervanging van damwanden in Akkrum
Monitoring Periodiek wordt er op basis van inspecties en schouwen geanalyseerd of de toestand van de kapitaalgoederen op zich en de leefomgeving als geheel voldoet aan de vastgestelde ambities c.q. de afgesproken kwaliteit uit deze Brede Nota Kapitaalgoederen en ander beheerbeleid. Hierover wordt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in de begroting jaarlijks een update gegeven. Evaluatie Deze verkregen informatie biedt mogelijkheden om de processen te verbeteren, financiën bij te stellen of beleid bij te sturen. De bevindingen kunnen worden meegenomen in de begroting als onderdeel van de Planning & Control cyclus (P&C).
2.3
Kwaliteitsgestuurd beheren De gekozen beheermethodiek wordt ook wel kwaliteitsgestuurd beheer genoemd. Daarbij wordt het gewenste onderhoudsniveau vertaald in een kwaliteitsniveau, opgenomen in een landelijke meetlat, met eenduidige normen. Zo zijn de uitgangspunten voor iedereen hetzelfde.
2.3.1
Meetlatten Kwaliteitsscenario’s worden opgesteld aan de hand van landelijke richtlijnen van CROW (meetlatten) die verschillende kwaliteitsniveaus weergeven in norm, beschrijving en beeld. Deze kwaliteitsniveaus zijn per discipline uitgewerkt.
13
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
In de standaard kwaliteitscatalogus is voor verschillende onderdelen van de openbare ruimte de kwaliteit vastgelegd in een 5-schaal: de kwaliteitsmeetlat. Om een indruk te krijgen is in het onderstaande figuur per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van asfaltverharding.
Figuur 2.2.1 Meetlat asfaltverharding
Om een bepaalde kwaliteit in de openbare ruimte te realiseren zijn verschillende ambitieniveaus te onderscheiden. De keuzemogelijkheden voor de gewenste kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte zijn als volgt te typeren: Niveau Zeer hoog Hoog Basis Laag Zeer laag
Algemene beschrijving Uitstekend onderhouden, als nieuw Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot
Rapportcijfer Cijfer > 9,5 Cijfer 7,5 – 9,4 Cijfer 5,5 – 7,4 Cijfer 3,5 – 5,4 Cijfer < 3,4
Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen. Daarmee zijn de kwaliteitsniveaus meetbaar, zodat de kwaliteitskeuzes in het beleid ook in de werkelijkheid gerealiseerd, bijgestuurd en getoetst kunnen worden. Het uitgangspunt is dat er bij de niveaus laag en zeer laag onveilige situaties kunnen ontstaan door de staat van het onderhoud van het areaal. Deze niveaus zijn niet per definitie onveilig, maar de kans op onveilige situaties neemt bij deze niveaus wel toe doordat de ondergrens wordt overschreden. Dit brengt extra risico’s met zich mee ten aanzien van aansprakelijkheid. Bij de civiele kunstwerken en oeverbescherming is uitgegaan van een gewenst onderhoudsniveau op basis van heel en veilig en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Dit is vergelijkbaar met een basisniveau. 14
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bij bomen geldt een zorgplicht (zie ook bijlage 1) om deze in verband met de veiligheid op minimaal het niveau basis te onderhouden en tijdig te vervangen. Controle van de veiligheid vindt plaats op basis van een zogenaamde VTA inspectie (Visual Tree Assessment).
2.3.2
Differentiatie De kwaliteit van de kapitaalgoederen hoeft niet overal gelijk te zijn. Het kan efficiënt zijn om te differentiëren in kwaliteit per gebied of object, afgestemd op het gebruik en de gebruiker. Daarnaast kan met differentiatie beter ingespeeld worden op bepaalde doelen, zoals bijvoorbeeld extra inzet op het gebruik van de fiets en de kwaliteit van fietspaden. Gebiedsgericht Door verschillende structuurelementen te benoemen, wordt er per gebied gekeken wat de passende kwaliteit is. Deze structuurelementen verschillen van elkaar in functie, inrichting en gebruik. In deze nota onderscheiden wij de volgende structuurelementen: ▪ Bedrijventerrein ▪ Centrumgebied (Heerenveen) ▪ Groengebied/parken ▪ Hoofdweg ▪ Woongebied ▪ Buitengebied
Figuur 2.3.2 Structuurelementenkaart Heerenveen
15
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
2.4
Gebouwen Voor het planmatig en efficiënt kunnen berekenen van de beheer- en vervangingsopgave voor gebouwen is het van belang te weten welk bouwkundig- en installatietechnisch onderhoud uitgevoerd moet gaan worden en wat de hierbij te verwachten (meerjarige) kosten zijn. Om dit te kunnen bepalen heeft de afdeling IBOR in samenwerking met adviesbureau Antea Group de actuele onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen en gebouw gebonden installaties in 2021 in kaart gebracht. Dit is deels uitgevoerd op basis van de landelijke NEN2767 norm, een objectieve methodiek om de technische staat waarin een bouw- of installatiedeel zich bevindt, vast te stellen (i.c. genormaliseerde inspectiemethodiek). Voor een ander deel van de gebouwen, waarvan bekend is dat er in de komende jaren ontwikkelingen zijn te verwachten, is de kwaliteit in eigen beheer opgenomen. Hierbij is niet conform de NEN 2767 geïnspecteerd. Gelet op deze ontwikkelingen is een relatief kostbare inspectie volgens de NEN2767 bij deze gebouwen als niet doelmatige beoordeeld.
Een voorbeeld waarbij inspectie in eigen beheer is uitgevoerd is het gemeentehuis waarbij ontwikkelingen spelen in het kader van de huisvesting van de gemeentelijke organisatie en bijvoorbeeld een aantal gymzalen waarvoor plannen voor renovatie of nieuwbouw worden/zijn ontwikkeld en waartoe inmiddels ook besluiten zijn genomen (in het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)). Op basis van de gebouwopnames/-inspecties is het door de gemeente gebruikte beheersysteem gevuld. Naast gebouw-specifieke data (kwantitatief: bouwjaar, adres, m2, etc.) zijn in dit systeem de inspecties (kwaliteit) toegevoegd. Aan de hand van de inspectie is het systeem in staat een meerjarige (onderhoud) planning te genereren voor alle onderdelen van het gebouw (inclusief de installaties) waar onderhoud of vervanging nodig is. Deze planning leidt tot een bepaalde financiële onderhoud- en vervangingsbehoefte voor de komende jaren. De methodiek conditiemeten NEN2767 kent de volgende onderhoudsniveaus:
Figuur 2.4.1 Conditiescores NEN 2767
Deze Brede Nota voorziet niet in de verduurzaming van gebouwen. Het richt zich, net als bij de overige onderdelen, op de instandhouding van het vastgoed (beheer en onderhoud) en dus niet op de verduurzamingsopgaaf, zoals die onder meer is vastgelegd in het duurzaamheidsprogramma Samen duurzaam in Heerenveen 2019-2022. Daar waar het technisch en financieel mogelijk is, wordt wel ingezet op verduurzaming. Te denken valt dan vooral aan de vervanging van bouwkundige onderdelen zoals kozijnen (HR+++ glas) en het (na) isoleren van (platte)dakbedekking. Ook bij vervanging van installaties is door voortschrijdende technologische ontwikkeling en wetgeving ook al vaak sprake van 16
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
duurzamere/energiezuinigere installaties. Een mogelijk gewenste ‘extra plus op deze vervanging’ zit er echter helaas vaak niet in. Ambtelijk en bestuurlijk zal echter worden gekeken naar maximale doelmatige maatregelen binnen de (financiële) mogelijkheden die er o.b.v. de voorziening zijn.
17
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
3
De huidige situatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie: hoe staan we ervoor? De huidige hoeveelheden worden gepresenteerd die de basis vormen voor het beheerscenario. Daarnaast wordt ingegaan op: ▪ Areaal; ▪ Uitgangspunten en methodiek (financieel); ▪ Kwaliteit; ▪ Relatie beheerkosten en kwaliteitsniveaus; ▪ Ontwikkelingen, aandachtpunten en thema’s.
3.1
Areaal In deze paragraaf wordt per asset op hoofdlijn inzicht gegeven in de hoeveelheid te beheren areaal. Dit areaal is vastgelegd in het beheersysteem (Obsurv). Muteren van areaalgegevens Tijdens frequente monitoringsmomenten, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een weginspectie, wordt de hoeveelheid areaal systematisch bijgewerkt. Nieuwe aanleg (een nieuwe wijk), omvorming (bijvoorbeeld van beschoeide oever naar natuurvriendelijk) of het opruimen van objecten (bijvoorbeeld het kappen van bomen) hebben invloed op het te beheren areaal, en daarmee ook op het benodigde beheerbudget. Het effect is dat er steeds meer en beter (actueler en completer) inzicht komt in het te beheren areaal. Logischerwijs heeft dit effect op de budgetbehoefte.
Civieltechnische kunstwerken en oevers De beheergroep kunstwerken bestaat grotendeels uit: ▪ Bruggen ▪ Duikers4 ▪ Tunnels ▪ Vlonders ▪ Steigers ▪ Viaducten
4
Duikers maken onderdeel uit van het watersysteem en zijn daarom ook deels meegenomen in het Watertakenplan.
18
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
De beheergroep oevers bestaat grotendeels uit: ▪ Beschoeiing ▪ Damwand ▪ Kade ▪ Natuurlijke oever (onverdedigd)
Wegen De beheergroep wegen bestaat grotendeels uit: ▪ Fietspad ▪ Voetpad ▪ Parkeren ▪ Rijbaan ▪ Overig (bv. inrit)
Terreinen sportvoorzieningen5 De gemeente is daarnaast ook verantwoordelijk voor het groot onderhoud en renovatie van verhardingen rondom sportterreinen. Dit betreft circa 52.000 m² en is als uitbreiding (bij de nota in 2021) toegevoegd aan het areaal te beheren verhardingen. Deze arealen zijn meegenomen in de doorrekeningen. Het kleine onderhoud wordt door de verenigingen zelf uitgevoerd. Onderhoud viel onder de verantwoordelijkheid van de afdeling ‘sport en recreatie’, maar het onderhoud aan de verhardingen 5
De gele arcering betekent dat het beheer hier door de accommodatie zelf wordt uitgevoerd.
19
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
was niet als structureel onderhoud geborgd. De nog gewenste/noodzakelijke aanpassingen aan de overgedragen arealen (i.c. P-terreinen Akkrum en Aldeboarn en verharding sportterreinen) worden als incidentele werkzaamheden opgevoerd. Groen De beheergroep groen bestaat grotendeels uit: ▪ Bomen ▪ Bos ▪ Bosplantsoen ▪ Gazon ▪ Kruidenrijk gras/berm ▪ Haag ▪ Heesters ▪ Houtwal ▪ Halfverharding ▪ Rozen/vaste planten ▪ Plantenbakken ▪ Meubilair
Meubilair Het areaal meubilair bestaat onder andere uit bankjes en afvalbakken.
20
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Gebouwen De beheergroep Gebouwen bestaat uit: ▪ Gebouwen ▪ Kunstobjecten De gemeente beheert 76 gebouwen met een grote verscheidenheid aan functies, waaronder schoolgebouwen (overige gemeentelijke objecten), gymlokalen, toiletgebouwen (openluchtrecreatie), dierenverblijven (parken) en gebouwen voor ambtelijke huisvesting, wijkbeheer en het facilitair bedrijf. Kunstobjecten In de gemeente staan 68 te beheren kunstobjecten, waaronder De Ljepper, Us Famke en De Zaaier.
Figuur 3.1.1 De Zaaier, Ús Famke en De Ljepper (foto: keunstwurk.nl)
3.2
Uitgangspunten en methodiek In de begroting 2023 (inclusief meerjarenperspectief) zijn budgetten opgenomen voor onderhoud en vervangingsinvesteringen, die aansluiten bij de gewenste ambitie (kwaliteitsniveaus) voor de verschillende assets en dus het - in deze nota - opgenomen beleid. De middelen voor het borstelen van de verharding (onkruidbestrijding) en van het onderhoud van meubilair (bankjes en afvalbakken) zijn onderdeel van de groenposten. Vegen van het straatvuil wordt gedekt binnen riolering (70%) en afval (30%) en kent daarmee zijn eigen dekkingsbron (rioolheffing versus afvalstoffenheffing). Het is belangrijk dat beleid waarin het onderhoud van de kapitaalgoederen geregeld wordt voldoet aan de algemeen geldende kaders en wetgeving (zie bijlage 1). Dit wordt vanuit de rijksoverheid gevraagd van lokale overheden. Daarnaast is het zaak dat de financiële effecten van 21
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
keuzes die op basis van deze nota worden gemaakt worden doorvertaald in de begroting. Daardoor is het essentieel dat er in de toegepaste normkostensystematiek uitgegaan wordt van een reële methode die aansluit bij de situatie in de praktijk. In de begroting 2023 (inclusief meerjarenperspectief) is dit ook zo verwerkt. De normering bij de kwaliteitsniveaus (beelden, normen en beschrijvingen) zijn ervaringsnormen van Antea Group. Deze sluiten aan bij landelijke normen zoals CROW, RAW, Nederland Schoon, Alterra. Met behulp van de kwaliteitsniveaus is op elk niveau (bestuurder, beheerder en burger) sprake van dezelfde taal en duidelijke communicatie over en weer.
3.3
De relatie tussen beheerkosten en kwaliteitsniveaus (theorie) De kwaliteit van de (nieuw aangelegde) infrastructuur wordt logischerwijs minder bij het verstrijken van de tijd. In theorie begint nieuwe aanleg op een (zeer) hoog niveau en daalt de kwaliteit, tot het moment van ingrijpen. Het moment van onderhoud is gebaseerd op de minimaal geaccepteerde kwaliteit en dus op kwaliteitskeuzes in het beleid. In de praktijk wijkt het moment waarop er ingegrepen moet worden soms af van wat er op basis van de planning is voorspeld. Daarom is het van belang om regelmatig te monitoren. In de volgende paragraaf wordt hier verder op ingegaan. De relatie tussen het verloop van de kwaliteit en de onderhoudskosten is lastiger. De twee meest voorkomende situaties zijn: ▪
▪
De kosten dalen bij een lagere kwaliteit (met dus een later ingrijpmoment). Een lagere kwaliteit accepteren betekent in dit geval minder inspanning leveren waardoor het onderhoud goedkoper is. De kosten dalen tot een bepaald niveau en gaan dan weer stijgen (zie onderstaande grafiek). Dit is een zeer veel voorkomend effect in het beheer en onderhoud. De term ‘economisch minimum’ wordt gebruikt voor het onderste punt van deze ‘U’. De kosten nemen toe bij een lagere kwaliteit doordat: 1.
2.
Later ingrijpen, vraagt een onderhoudsmaatregel die duurder is dan de maatregel bij eerder ingrijpen voor een hogere kwaliteit. Dit is op basis van ervaring goed te voorspellen en in deze gevallen ligt het kiezen voor een lagere kwaliteit dus niet voor de hand. Een voorbeeld is het technisch onderhouden van asfalt (verhoogt risico op het ontstaan van kapitaalvernietiging). Ten gevolge van uitgesteld onderhoud is naarmate de tijd verstrijkt een steeds 'zwaardere' maatregel nodig om weer een goed basisniveau te bereiken. Dit mechanisme geldt niet voor alle onderdelen binnen de infrastructuur. Bijvoorbeeld niet voor verkeersborden, maar zeker wel voor asfaltverharding en onderdelen binnen het groenbeheer. Er meer niet gepland ingrijpen en onderhoud nodig is, zoals het uitvoeren van noodreparaties. Denk bijvoorbeeld aan winterschade. Figuur 3.3.1 Ingrijpmomenten in de tijd
22
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
3.
De kwaliteit zo ver daalt dat deze niet meer te verbeteren is met een beheermaatregel, maar vraagt om vervanging van de hele voorziening. Denk bijvoorbeeld aan het instorten van een weggedeelte.
Bovenstaande wordt geïllustreerd in de grafiek op de vorige pagina. Bij de laatste twee ingrijpmomenten is de voorspelbaarheid minder omdat het gaat om risico’s die wel of niet optreden. Omdat beheerders deze situaties proberen te voorkomen is er weinig praktijkervaring met dergelijke strategieën. De kosten ervan zijn daardoor niet goed in te schatten. Metafoor: onderhoud van een kozijn Het op tijd reinigen en schilderen van het kozijn verlengt de levensduur. Reinigen en schilderen zijn daarbij een relatief goedkope maatregel. 1) Zodra schoonmaakbeurten en schilderbeurten worden overgeslagen, of uitgesteld treedt het verval (er ontstaan kale plekken, er trekt vocht in en het gaat rotten) eerder in en is er een duurdere ingreep nodig om het kozijn weer in goede staat te brengen. 2) Rotte plekken worden uitgekapt en vervangen, gaten worden opgevuld met kneedbaar hout, er wordt bijgeschaafd. 3) Veel eerder dan gepland, is het kozijn aan volledige vervanging toe.
23
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
3.4
Kwaliteit Voor het bepalen van de huidige kwaliteit van de openbare ruimte is gebruik gemaakt van de kwaliteitsgestuurde methodiek. Deze methodiek is gericht op de landelijke systematiek van CROW, vastgelegd in de 'Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte'. In deze catalogus staan de verschillende kwaliteitsniveaus voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte concreet beschreven met foto's, omschrijvingen en normen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen technische staat en verzorging. Wegen (verharding) In de eerste maanden van 2022 zijn de verhardingen in de gemeente geïnspecteerd op basis van de methode ‘globale visuele inspectie’ volgens CROW publicatie 146. Duidelijk is dat de kwaliteit van de wegen, zoals ook vermeld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022, op onderdelen (negatief) afwijkt van de gewenste ambitie. De nieuwe inspectie (2022) bevestigt dit beeld. Er is sprake van een verdere achteruitgang: in meerdere mate voor asfalt en in mindere mate voor elementen.
Figuur 3.4.1 Kwaliteitsontwikkeling van de verharding, onderverdeeld naar verhardingssoort
In het geïnspecteerde areaal zijn in tegenstelling tot de inspectie in 2020 ook de inritten opgenomen. Deze inritten zijn niet altijd van goede kwaliteit, en worden alleen aangepakt als er sprake is van een reconstructie/renovatie of een calamiteit. Hierdoor is er enigszins sprake van een vertekend beeld in de grafieken. De daling in kwaliteit is bij asfalt relatief het grootst. Dit wordt met name veroorzaakt door de achteruitgang van asfaltverharding op de bedrijventerreinen en in de woongebieden. Op De Kavels staan Venus en Jupiter al op de planning. Tijdens de inspectie waren deze wegen nog niet uitgevoerd, waardoor een enigszins vertekend kwaliteitsbeeld ontstaat. Ook de overige wegen op dit bedrijventerrein moeten in de komende jaren opgepakt worden. Daarnaast is op het Businesspark en in enkele woongebieden sprake van achteruitgang. Hier wordt een inhaalslag gemaakt, zoals op De Greiden in Heerenveen en het gebied rondom Leppehiem in Akkrum. In de 24
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
voorgestelde strategie (zie paragraaf 4.3) wordt hier verder op ingegaan. Genoemde gebieden worden in de periode 2023 – 2027 aangepakt. De weginspectie wordt eens in de twee jaar uitgevoerd. Hiermee heeft de beheerder een goed sturingsmiddel voor het bepalen van de planning. Groen Net als voorgaande jaren is er in 2022 een schouw uitgevoerd om de kwaliteit van de technische staat (heel, veilig) en de verzorging (schoon, netjes) van het groen te monitoren. Er zijn op moment van schrijven twee metingen verwerkt: juni en september. In het kader van de zorgplicht wordt de kwaliteit van bomen via de veiligheidsinspectie opgenomen. Deze inspectie is gebiedsgericht, vanwege de omloop van 5 jaar die de zorgplicht vraagt en het aan de inspectie gekoppelde beheer van bomen. Alle bomen worden minimaal 1x per 5 jaar geïnspecteerd en gesnoeid. De resultaten van de schouw zijn in de figuur opgenomen. De gemeente heeft hiermee inzicht in een uitgebreide reeks aan kwaliteitsresultaten, die aangewend kunnen worden in de communicatie met het bestuur en de bijsturing op de inspanningen in de buitenruimte door de Wijkteams/afdeling R&W.
Figuur 3.4.2 Kwaliteitsontwikkeling beheergroep groen
25
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Over het algemeen scoren de groenonderdelen op de technische staat (heel en veilig) gemiddeld over drie rondes tussen de 6 en de 7 (basisniveau). Dit past bij het huidige ambitieniveau. Ook de verzorgingsgraad voldoet aan het ambitieniveau huidig beleid. In uitvoering is de keuze gemaakt vroeg in te grijpen, zodat in bepaalde gevallen soms hoog gescoord wordt. Kunstwerken en oevers (inspectie 2020) Kunstwerken en oevers worden volgens landelijke normen één keer per 5 jaar geïnspecteerd op basis van een NEN-normering. Hierbij worden zes labels/kwaliteitsniveaus gehanteerd (zie grafiek). 196 objecten scoren uitstekend. Veruit de meeste kunstwerken (243) scoren goed. 58 met redelijk en 16 met matig. In totaal scoren 29 kunstwerken slecht tot zeer slecht. Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet mogelijk. Duidelijk is dat het overgrote deel in een redelijke, goede of uitstekende staat verkeerd.
Figuur 3.4.3 Kwaliteitsoordeel kunstwerken
Nota bene: Uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal.
26
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Figuur 3.4.3 Kwaliteitsoordeel oevers
Nota bene: Uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal. Het grootste deel van de oevers scoren uitstekend tot redelijk. Dit betreft 37.616 strekkende meter. Dit past binnen het vastgestelde beleidsuitgangspunt van een basisniveau. 17.580 strekkende meter oever scoort matig, slecht of zeer slecht. Deze oevers hebben nog onderhoud nodig. Er is sprake van de nodige opgaaf voor vervanging. Waar mogelijk wordt bij vervanging gekeken naar aanbrengen van een natuurlijke oever in plaats van vervanging (nieuw voor oud) van de aanwezige constructie. Gebouwen De conditie van een gebouw is een gemiddelde van de condities van alle op een gebouw aan onderhoud onderhevige onderdelen. De conditie van een onderdeel van een gebouw wordt bepaald door zijn functionaliteit. Conditie zegt dus (bijna) niets over de esthetiek, leeftijd of waarde. Conditie zegt iets over functionaliteit en de staat van onderhoud. Voor de gebouwen die volgens de NEN 2767 zijn geïnspecteerd (ca. 70% van de gebouwen) wordt een conditie aangehouden die op niveau 3 ligt. De meeste gebouwen zijn al enigszins op leeftijd en er zullen dus altijd bouwkundige- en installatietechnische onderdelen zijn, die plaatselijk zichtbare veroudering laten zien. Dit is in lijn met de vastgestelde beleidskaders.
Aan de overige gebouwen die niet volgens de NEN 2767 zijn beoordeeld/geïnspecteerd (ca. 30% van het totaal), zijn geen conditiescores gehangen. Deze gebouwen zijn door ons zelf geïnspecteerd door bouw- en installatie deskundige medewerkers. De genoemde gebouwen zijn zodanig beoordeeld dat functievervulling van het gebouw en de installaties niet in gevaar komen. Deze beoordeling is daarmee te vergelijken met een niveau 3 van de NEN 2767. Antea Group heeft bij de inspectie geconstateerd dat alle volgens de NEN 2767 geïnspecteerde gebouwen aan het onderhoudsniveau 3 voldoen. Deze conclusie houdt in dat de gebouwen voldoende onderhouden zijn en er geen sprake is van kapitaalvernietiging. 27
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
3.5
Overige topics Er spelen een aantal ontwikkelingen, aandachtspunten en thema’s binnen het beheer van de openbare ruimte. In de onderstaande (sub)paragrafen worden de belangrijkste inzichten benoemd. Deze topics kunnen impact op het benodigde budget hebben. In hoofdstuk 4 wordt hier rekening mee gehouden (tenzij hieronder anders vermeld).
3.5.1
Ontwikkelingen Overdracht oevers langs vaarwegen In 2014 zijn de vaarwegen in Friesland toebedeeld aan de verschillende overheden (provincie, Wetterskip en gemeenten). Hierbij zijn afspraken gemaakt over het toekomstige beheer en onderhoud en de overdracht. Het ging hierbij om de overdracht van het vaarweggedeelte (het zgn. natte profiel). Naast de overdracht van vaarwegen speelt ook nog de overdracht van oevers langs deze vaarwegen. Vertegenwoordigers van de genoemde overheden hebben de afgelopen jaren in gezamenlijke werkgroepen beoordeeld onder welke condities overdracht van oevers plaats kan vinden. Dit is een uitvoerig proces geweest. In januari 2021 hebben Provinciale Staten (PS) als bevoegd orgaan een principebesluit genomen. Inmiddels heeft nadere uitwerking en afstemming/overleg plaats gevonden naar aanleiding van dit besluit. De gemeenten zijn gevraagd hun standpunt hierop kenbaar te maken. De provincie is in oktober 2022 van het gemeentelijk standpunt op de hoogte gebracht. Ook de gemeenteraad is over dit standpunt en de overwegingen hierbij (per brief) geïnformeerd. Na definitieve vaststelling door PS (naar verwachting januari 2023) van de toedeling en overdracht worden de effecten inzichtelijk. Vooralsnog zijn in deze Brede Nota Kapitaalgoederen nog geen arealen/bedragen opgenomen voor deze toedeling/overdracht.
Aangezien wordt gekoerst op besluitvorming door PS in januari 2023 en daarna nog inspraak en vervolgens definitieve vaststelling moet plaatsvinden is verwerking in deze nota nu niet opportuun. Uitstellen tot het moment van herziening van deze nota in 2027 lijkt daarbij te ver weg. Wij verwachten via separate voorstellen of via de reguliere P&C-cyclus voorstellen tot het beschikbaar stellen van middelen voor onderhoud/vervanging met betrekking tot deze oeverarealen voor te leggen. Teercomponent in asfalt De PAK’s (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) in teerhoudend asfalt zijn kankerverwekkend. Werknemers en het milieu lopen daardoor risico’s wanneer een teerhoudende asfaltweg op de schop gaat. Het vrijkomende materiaal moet dus goed worden gescheiden, afgevoerd en verwerkt. Een van de bepalingen in het Besluit Bodemkwaliteit waarmee de wegbeheerder direct te maken krijgt, is dat teerhoudend asfalt sinds 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Als bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat dit asfalt moet worden aangeboden bij een erkende verwerker van teerhoudend asfalt. Bij reconstructie van asfaltwegen vindt onderzoek plaats naar een eventuele teercomponent. Er geldt geen saneringsplicht voor teerhoudend asfalt.
Dit betekent dat er sec bij het gebruik van de wegen geen problemen ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit zijn. 28
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten in deze Brede Nota Kapitaalgoederen is geen rekening gehouden met eventuele meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt en eventuele onderzoekskosten van overige bouwstoffen. Prijsontwikkelingen materialen, energie en arbeid Als gevolg van onder meer ontwikkelingen op de wereldmarkt en de oorlog in Oekraïne is er sprake van forse kostenstijgingen in materiaal, de inzet van materieel (w.o. energie), de beschikbaarheid van materialen, de logistiek en arbeid. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor het beheer, onderhoud en vervanging voor de diverse kapitaalgoederen navenant fors toe. In deze nota is als uitgangspunt voor de kostenberekeningen prijspeil 2021 gehanteerd met toepassing van indexering. Voor het kapitaalgoed “groen” is daarbij voorzien in toepassing van een index van 10% en voor de overige kapitaalgoederen 15%. Beschikbaarheid materialen: De hierboven benoemde redenen hebben invloed op de beschikbaarheid aan materialen. Het is niet uit te sluiten dat het niet (tijdig) beschikbaar komen van materialen van invloed is op de geprognosticeerde opgaven en uitvoering. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een langere periode tot het moment van onderhoud c.q. vervanging (met andere woorden: kans op uitstel).
De kans op het uitvallen van systemen of functies, doordat er niet tijdig (reparatie)onderdelen beschikbaar zijn, neemt toe. Gevolg hiervan kan zijn dat (op onderdelen) in de nota beoogde kwaliteitsniveaus (tijdelijk) niet zullen worden bereikt of niet kunnen worden gehandhaafd. Beschikbaarheid aan specialisten/vakmensen: De huidige arbeidsmarktomstandigheden leiden ertoe dat het steeds moeilijker wordt specialisten en/of vakmensen voldoende en tijdig in te kunnen zetten op de diverse opgaven. Hierdoor kan er vertraging optreden in het moment van onderhoud of reparatie. Ook kan er sprake zijn van een hoger inhuurtarief, of bestaat er kans op uitval van systemen en functies, langere herstelperiodes en/of meer inzet op tijdelijke (vaak kostenverhogende) oplossingen. Gevolg hiervan kan zijn dat (op onderdelen) in de nota beoogde kwaliteitsniveaus (tijdelijk) niet zullen worden bereikt of niet kunnen worden gehandhaafd. Vertraging door bijvoorbeeld onvoldoende capaciteit bij Nutsbedrijven (voor het omleggen kabels/leidingen of het realiseren van aansluitingen) kunnen ook van invloed zijn op de voorbereiding, de uitvoering en de planning.
3.5.2
Aandachtspunten Afstandsbediening c.a. Poolsbrug (meegenomen als onderhoud) Met de aanleg van een glasvezelnetwerk van de provincie kan de gemeente Heerenveen meeliften om ook de Poolsbrug in de nabije toekomst op afstand te bedienen. Zo kunnen in de nabije toekomst de Warrebrêge (provincie), de Hooivaartbrug (RWS) en de Poolsbrug (gemeente) op afstand bediend worden vanuit het Swettehûs in Leeuwarden. Het gaat om alle bruggen gelegen in de Hooivaart. Dit vergt onderhoud aan de Poolsbrug van € 350.000 in 2023 (exclusief voorbereiding, directie en toezichtkosten). Het betreft het aanbrengen van camerabewaking en onderhoud/verbetering van de technische installatie. Daarnaast is er jaarlijks € 15.000 structureel nodig voor de bediening vanuit het Swettehûs. Dit vergt een ophoging van de begroting voor brugbediening vanaf 2024. 29
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Hooivaartsbrug Op dit moment is de Hooivaartbrug nog in eigendom en beheer van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft aangegeven deze brug over te willen dragen. Een projectgroep, waarin Rijkswaterstaat, Provincie Fryslân, en de gemeente Heerenveen, vertegenwoordigd zijn, werkt een plan uit voor een mogelijke overdracht. Voor overdracht moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden: ▪ De brug dient geheel gerenoveerd te worden, ofwel de brug moet tiptop in orde zijn; ▪ Er mag geen sprake meer zijn van achterstallig onderhoud; ▪ De brug moet voldoen aan de technische eisen die op dat moment gesteld worden; ▪ Fietsveiligheid op de brug moet worden verbeterd > realiseren van minimaal 2,50 breed fietspad; ▪ Met een overdrachtsdocument wordt ook de financiële paragraaf geregeld. Op basis van de Wet Brokx moet Rijkswaterstaat zorgdragen voor een afkoopsom voor het onderhoud voor de komende 30 jaar. Tevens dient voor deze periode de toekomstige bediening (op afstand) afgekocht te worden. Verzwaring/versteviging bermen Buitengebied De bermen in het buitengebied zijn onvoldoende ingericht voor het steeds zwaarder wordende landbouwverkeer. Daarnaast telt de gemeente veel loonbedrijven die binnen en buiten de gemeentegrens werk uitvoeren. Om de veiligheid van de weggebruikers te borgen moeten diverse bermen beter ingericht worden voor uitwijkend verkeer.
Er wordt in 2023 - 2027 een plan opgesteld om diverse bermen naar functie en gebruik in te richten. Dit houdt een verhoging in van € 50.000 per jaar en is meegenomen in de doorrekening. De bermen ten noorden van onder meer de A7 hebben veel last van verzakkingen, wat hogere beheerkosten met zich meebrengt. Door de warme en droge zomers van de afgelopen twee jaar verzakken de bermen (inklinking van veen). Het gaat hier om de bermen in het veengebied. Dit is globaal gezien het gebied ten noorden van de rijksweg A7 (o.a. Tjalleberd, Gersloot, Aldeboarn en Akkrum). Om deze bermen te herstellen is eenmalig een bedrag benodigd van € 100.000 (zie onder ‘eenmalige opgaven’ in deze paragraaf). Daarnaast heeft dit impact op de beheerskosten in dit gebied. Voorbereiding en uitvoering (deels) splitsen in jaarschijven In de programmering voor kunstwerken zijn de projectkosten voor de uitvoering van grote(re) projecten verdeeld over de jaarschijven. Hierdoor ontstaat een realistischer beeld, meer afgestemd op de beschikbare capaciteit en praktijk. Regelmatig vragen grotere projecten meer voorbereiding/onderzoek/vergunningstijd, waardoor ‘opknippen’ van de project gerelateerde kosten (voorbereiding/uitvoering) soms leidt tot spreiding over meerdere jaarschijven. De voorbereidingskosten worden in dat geval meegenomen in jaar x.
De uitvoeringskosten worden meegenomen in jaar x+1 en eventueel x+2. In deze planperiode is dit vooralsnog enkel voorzien voor de Weidlânsbrug (2025/2026). Ook voor andere grotere projecten (wegen, oevers, gebouwen) sluit deze methode beter aan bij de praktijk. Bij de nadere uitwerking van meerjarige uitvoeringsplannen wordt deze methode zo nodig toegepast.
30
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Eenmalige opgaven (in deze periode) Ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het inhalen van een achterstand door een eenmalige upgrade zijn er incidentele middelen nodig. Deze middelen zijn opgenomen in de doorrekening. Dit betreft: Herstel bermen door verzakking6 € 100.000,Vervanging halfverharding € 50.000,Achterstallig onderhoud verharding sportterreinen € 58.500,Parkeerterrein sportveld Akkrum € 30.000,Parkeerterrein sportveld Aldeboarn € 45.000,Vervangingsopgave groen (bomen) Door de jaren heen vindt vervanging van (niet vitale) bomen plaats via de exploitatie. In de praktijk wordt daarbij een dode/slechte boom vervangen door een nieuwe. Bij met name bomen in of nabij verharding is echter vaak meer nodig dan een 1:1 vervanging. Om te komen tot een duurzaam bomenbestand met voldoende groeipotentie (komen tot groter aandeel oudere bomen bv. > 40 jaar) is groeiplaatsverbetering nodig. Op basis van een analyse is bepaald dat op het totaal van ca. 42.000 bomen een jaarlijkse vervanging incl. groeiplaatsverbetering nodig is voor 300-350 bomen. In de opzet is rekening gehouden met het groeien naar deze vervangingsomvang door in 2023 te beginnen met 100 bomen en dit aantal per jaar met 50 te verhogen waardoor in 2027/2028 het gewenste vervangingsniveau is bereikt en de projecten/organisatie deze opgaven ook kan verwerken.
Deze activiteit draagt bij aan een kwaliteitsverbetering en levensduurverlenging van de boom en wordt daarom geactiveerd (aangemerkt als investering). Herstellen/in stand houden bomenbestand De komende jaren zijn er investeringen nodig om het bomenbestand en met name doorgaande boomstructuren/lanen in stand te houden en te herstellen vanwege de algehele kwaliteit van de openbare ruimte, de cultuurhistorie, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Boomziekten, kwalitatief onvoldoende ondergrondse groeiruimte (zie ook voorgaande punt), wijzigingen in grondwaterstanden en onvoldoende budget en daardoor oprekken vervangingsmoment hebben geleid tot uitval, kwaliteitsverlies van boomstructuren. Constructieve veiligheid civiele kunstwerken De opgave voor civiele kunstwerken is gebaseerd op de gehouden inspecties in 2020. In de basis wordt hierbij visueel bepaald welke maatregelen moeten worden uitgevoerd in relatie tot het gewenste kwaliteitsniveau. Dit vertaalt zich in maatregelen voor de diverse jaren (2023 – 2027). In deze opzet is geen rekening gehouden met een beoordeling op basis van zogenaamde constructieve veiligheid. Hierbij wordt op basis van (uit te voeren) sterkteberekeningen bepaald of een kunstwerk (nog) geschikt is voor het huidige verkeer.
Immers een kunstwerk (brug, tunnel, viaduct) is in het verleden aangelegd (soms decennia terug) en is destijds ontworpen op de toenmalige normering voor de verkeersbelasting. Inmiddels is soms sprake van een andere verkeersbelasting (zwaarder verkeer) waardoor een herberekening noodzakelijk is om eventueel te komen tot versterking of vervanging van het betreffende kunstwerk.
6 In het veengebied van Akkrum en Aldeboarn
31
Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027
Conserveren (w.o. schilderen) civiele kunstwerken In de onderhoudsopgaven is voorzien in een andere aanpak van conserveren/schilderen van de kunstwerken. Het is de bedoeling dit meer programmatisch aan te pakken en per jaar programma’s op te stellen om hierin te voorzien. De middelen in de planning zijn hierbij afgestemd op deze programmatische aanpak. Een gebiedsgerichte aanpak kan hierin bijvoorbeeld een te overwegen vorm zijn. Het ‘hoe’ wordt echter nog nader bepaald en verder uitgewerkt in de programmatische aanpak. Calamiteiten In de opgaven voor civiele kunstwerken en oevers zijn middelen opgenomen voor calamiteiten (storingen, aanvaring, schades etc.). Aangezien deze post zich moeilijk laat ramen is hiervoor een beperkt bedrag per jaar opgenomen. Het resterende risicoprofiel wordt ingeschat en opgenomen in Naris. Gebouwen (en beeldende kunst) Het beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) komt qua areaal overeen met het beheerplan dat in oktober 2021 door de raad is vastgesteld. Het beheerplan is geactualiseerd op de prognoses zoals die recent zijn opgemaakt.
Met de vaststelling van de Nota Strategisch Vastgoedbeleid in december 2021 is tevens besloten een nadere uitwerking van de vastgoedportefeuille op te maken om daarmee onder meer te kunnen bepalen welke vastgoedobjecten/panden moeten worden behouden, kunnen worden afgestoten of voor (her)ontwikkeling in aanmerking komen. Deze uitwerking wordt op een later moment aan het bestuur voorgelegd. Besluitvorming hierin kan, op een later moment, leiden tot een noodzakelijke/gewenste bijstelling van de opgave binnen het gebouwenbeheer. Invasieve exoten De bestrijding van invasieve soorten is nog niet in de fase van ‘controle’ beland. Na de eerdere eenmalige investering van € 500.000,- en de jaarlijkse beheerbijdrage van € 25.000,- lijkt de controlesituatie nog niet bereikt. Sterker nog, er is sprake van een toename als gevolg van nieuwe soorten. De bestrijdingskosten zullen dan ook fors meer bedragen dan de hiertoe opgenomen beheerbijdrage. Het daadwerkelijk benodigd bedrag moet volgen uit de actualisatie van het Plan van Aanpak Invasieve exoten (eind 2022). Klimaat: groen voor grijs Als gevolg van de klimaatverandering/opwarming van de aarde ontstaan negatieve effecten op onze omgeving. We krijgen steeds meer met extreme weertypes te maken, warme en droge perioden worden afgewisseld met extreem natte perioden. Dit heeft effect op (het beheer en onderhoud van) onze leefomgeving.