1.1.28 bijlage 28 aanvraagformulier 61A_Heerenveen_-_Heremaweg_22_ROB_versie_2 (geanonimiseerd)_1
Tekst van het document
Het GR voor transport is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een transportroute in een keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde (inspanningsverplichting). Indien de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt overschreden, legt dit vaak ook ruimtelijke beperkingen op aan een gebied buiten de 10-6-contour (PR). Inventarisatie risicobronnen Bij de inventarisatie van de risicobronnen die in de omgeving van het projectgebied aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van de nationale risicokaart. Hieruit blijkt is dat met betrekking tot de externe veiligheid alleen een hogedruk aardgastransportleiding relevant is. Deze loopt over de zuidezijde van het perceel, langs de Heremaweg. Voor de leiding geldt geen PR-contour, waarbinnen wettelijke beperkingen voor kwetsbare objecten gelden. Wel ligt het projectgebied in het invloedsgebied waar het GR verantwoord moet worden. De zone is in twee delen geknipt: eerste 25 meter, 100% letaliteit, alle aanwezig personen, zowel binnen als buiten gebouwen, komen in geval
30/178
van een incident te overlijden. 25-45 meter, 1% letaliteit, letaliteit neemt af van 100% naar 1%, personen binnen gebouwen hebben voldoende bescherming, slachtoffers vallen vooral buiten. Toetsing Uit de inventarisatie van de externe veiligheidsrisico's in en rondom het projectgebied blijkt dat direct ten zuiden van het topsportcentrum een hogedruk aardgasleiding is gelegen met een diameter van 108 mm en een werkdruk van 40 bar. Het plaatsgebonden risicocontour is gelegen op de leiding. Wel is de bebouwing voor een zeer klein deel gelegen binnen de 1% letaliteitszone en voor een deel in de 1% letaliteitszone van deze aardgasleiding. Om deze reden dient verantwoording aan het groepsrisico (GR) plaats te vinden. Door de FUMO (bijlage 7) is om een advies gevraagd ten aanzien van de externe veiligheidsrisico's. Hierin wordt tevens de hoogte van het groepsrisico berekend en verantwoord. Uit de berekening van de FUMO blijkt dat het GR door de ontwikkeling van het topsportcentrum met meer dan 10% toeneemt, wel is deze nog steeds ruim onder de oriëntatiewaarde gelegen. Het GR ten gevolge van de ontwikkeling is nog steeds zeer laag. Een uitgebreide verantwoording van het GR is nodig omdat de ontwikkeling plaatsvindt binnen de 100% letaliteitszone en 1% letaliteitszone.
Door Brandweer Fryslân is gevraagd om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding. Dit advies is ook verwerkt is het advies van de FUMO (bijlage 7). Hieruit blijkt dat het projectgebied goed bereikbaar is via twee onafhankelijke routes en dat er met dit project sprake is van redzame personen. Ook zijn er nabij voldoende bluspunten voor de brandweer. Ook wordt geadviseerd om het fakkelbrandscenario en het bijbehorende handelingsperspectief te communiceren met de bewoners en werknemers van het topsportcentrum. Het groepsrisico is daarmee voldoende verantwoord.
4.10 Trillingen
Toetsingskader In Nederland bestaan op dit moment geen wettelijke regelingen en normen, die duidelijke grenswaarden met een beoordelingssysteem voor trillingen geven. Sinds 1993 is er wel de meet- en beoordelingsrichtlijn van de SBR “Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen”, waarin streefwaarden worden gegeven, waarbij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er geen hinder optreedt. De SBR-publicatie is in 2002 geactualiseerd. Vanwege de toenemende aandacht voor trillingen en trillinghinder langs spoorlijnen (met name waar veelvuldig goederentreinen rijden) is er sinds mei 2019 de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). In de Handreiking wordt twee afstandscriteria aangegeven t.a.v. van de beoordeling van het aspect trillingen. Vindt een plan of project plaats binnen een afstand van 100 m van een spoorlijn, dan wordt geadviseerd een quickscan trillinghinder uit te voeren op basis van paragraaf 10.1 van de Handreiking. Vindt een plan of project plaats binnen 250 m afstand van een spoorlijn, dan moet worden beoordeeld in hoeverre klachten, bodemopbouw en/ of het treinbeeld aanleiding geven voor het doen van
31/178
nader onderzoek. Toetsing Het projectgebied aan de Heremaweg 22 te Heerenveen ligt op korte afstand van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle; de optopping met de studio's komt op circa 28 meter van de buitenste spoorstaaf. In algemene zin geldt dat door het rijden van treinen over de spoorlijn trillingen kunnen worden opgewekt, welke zich voortplanten door de bodem en vervolgens de gebouwfundering kunnen aanstoten en in trilling kunnen brengen. Deze trillingen planten zich voort in de gebouwconstructie. Eventuele (objectiveerbare) trillinghinder is afhankelijk van de optredende trillingssterkten en de mate van voorkomen (hoe vaak is een trilling voelbaar). Voor het projectgebied is de situatie t.a.v. spoortrillingen beoordeeld op basis van een quickscan zoals beschreven in paragraaf 10.1 van de Handreiking, waarin tevens is aangegeven dat bij voorkeur ook aandacht wordt besteed aan eventuele ontwikkelingen aan de bron (wijzigingen aan het spoor, wijzigingen in treintypen, etc.). In de Handreiking staan de volgende informatiebronnen genoemd die gebruikt kunnen worden voor een quickscan: bodemgesteldheid en opbouw, ligging waterpartijen, treinbeeld, locatie ES-lassen, wissels en overgangsconstructies, locatie bebouwing en type bebouwing en eventuele toekomstige wijzigingen aan het spoor.
Voor de specifieke situatie te Heerenveen is met name gekeken naar trillingsinformatie van een vergelijkbare locatie in de omgeving. Dit is gevonden in een trillingsonderzoek t.b.v. het bestemmingsplan Wolvega – Lindewijk Deelgebied 2 (voorontwerp 9 februari 2021). Wolvega ligt ten zuiden van Heerenveen en het treinverkeer ter hoogte van Wolvega heeft dezelfde samenstelling als in Heerenveen. Daarnaast geldt dat de bodemopbouw vergelijkbaar is. Ter hoogte van het projectgebied in Heerenveen is de rijsnelheid van het treinverkeer lager dan in Wolvega ter hoogte van de Lindewijk omdat er al wordt vertraagd in de richting van het station Heerenveen. Lagere snelheden geven in principe een lagere trillingsbelasting. De conclusie van bovengenoemd rapport is gebaseerd op trillingsmetingen in de bodem/maaiveld en prognoseberekeningen voor de trillingsoverdracht naar grondgebonden woningen. Uit worst-case prognose-berekeningen blijkt dat tot een afstand van ca. 30 m er weinig tot geen trillingshinder zal optreden. In deze berekening is voor de berekening van de trillingsoverdracht van de bodem naar gebouw uitgegaan van “laagbouw op staal” met geen overdrachtsverzwakking in de maatgevende tertsband van 12,5 Hz.
In tabel 4 van het rapport is aangegeven dat voor utiliteitsbouw (4 tot 8 lagen) er sprake is van een relevante overdrachtsverzwakking van bodem naar gebouw van -6 dB bij 10/12,5 Hz, oplopend naar -14 dB bij 125 Hz. De toren met studio's aan de Heremaweg valt onder deze categorie. De afstand tot het spoor is weliswaar lager, maar op basis van de grotere overdrachtsverzwakking bodem-gebouw is, gelet op de metingen in Wolvega en de daar aan verbonden conclusies, trillingshinder in de studio's niet te verwachten. Aanvullend geldt dat het relatief kleine studio's zijn; er zijn geen grote vloervelden waarbij nog sprake van kan zijn van opslingeringseffecten binnen de studio's (er is voldoende ondersteuning van binnenwanden). Hoewel de nieuwe bebouwing/bouwvlakken op korte afstand van het spoor komen te liggen, is het op grond van bovenstaande niet aannemelijk dat hinder vanwege spoortrillingen zal optreden. Ook blijkt uit de
32/178
RIVM-publicatie “Wonen langs het spoor- Gezondheidseffecten trillingen van treinen”, RIVM rapport 2014-0096 dat het optreden van trillingshinder vooral gerelateerd is aan het rijden van goederentreinen. Op de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle rijden zeer beperkt of geen goederentreinen. Tenslotte dient te worden opgemerkt dat op andere locaties langs de spoorlijn in Heerenveen al bestaande (oudere) woningen op vergelijkbare of kortere afstand zijn gelegen. Er zijn geen klachten bekend ten aanzien van trillingshinder afkomstig van deze locaties. Op grond van trillingsmetingen op een vergelijkbare locatie aan dezelfde spoorlijn Leeuwarden-Zwolle, het feit dat er niet of nauwelijks sprake is van goederentreinen en voor zover bekend geen klachten zijn t.a.v. trillingshinder elders in Heerenveen, kan trillingshinder binnen de nieuwe studio's aan de Heremaweg 22 worden uitgesloten.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing Anders dan gasleiding, lopen in of nabij het projectgebied geen planologisch relevante kabels of leidingen. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied. De gasleiding kent een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding, waarbinnen bepaalde bodemingrepen en bouwactiviteiten worden tegengegaan. De bebouwing wordt net als in de huidige situatie zoveel mogelijk buiten de belemmeringstrook gesitueerd.
4.12 Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Toetsing Het project voorziet in de realisatie van een woontoren met 80 kamers en 32 huurappartementen. Ook worden er enkele bedrijfs- en sportvoorzieningen gerealiseerd. Voor dit project geldt dat er geen sprake is van een
33/178
relevante verkeerstoename, omdat het plan is gericht op een kwalitatieve verbetering, zonder dat er sprake is van intensivering. Het project overschrijdt niet de grenswaarde van luchtkwaliteit en draagt dan ook niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit plan.
4.13 Mer-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planMER-plichtig (onderdeel C en D), projectMER-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarden liggen op een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De stedelijke ontwikkeling die dit project mogelijk maakt is van zodanige omvang en is dus niet rechtstreeks planMER-, projectMER of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Kenmerken van het project Het project voorziet in twee onderdelen, namelijk de bouw van een woontoren en de functieverandering van de plint. Alleen de bouw van de woontoren kan als stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., worden aangemerkt. Het gaat om 80 kamer voor kamerverhuur en 32 woningen (appartementen) in één gebouw. De bouw vindt plaats op een locatie waar al bebouwing aanwezig is. De uitbreiding vindt uitsluitend plaats in de hoogte. In de directe omgeving zijn functies of waarden aanwezig die belangrijke effecten ondervinden van de beoogde bouwhoogte. Vanuit de kenmerken van het project wordt geen belangrijke milieueffecten verwacht. Plaats van het project Het projectgebied ligt in een binnenstedelijk gebied, in een gemengd gebied met bedrijven en woningen. Met de beide belangen (mogelijkheden bedrijven en hinder woningen) is in de planvorming rekening gehouden. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn. Kenmerken potentiële effecten De potentiële effecten van de ontwikkeling zijn in de voorgaande paragrafen onderzocht. Het gaat uitsluitend om lokale effecten.
In de planvorming zijn eventuele effecten overwogen, waarmee de plannen zijn bijgesteld
34/178
(voldoende parkeren, risicobeheersing gasleiding, etc.) Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.
35/178
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. Verder dient de Raad om een verklaring van geen bedenkingen te worden gevraagd. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.3
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Om deze reden wordt deze omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald.
36/178
Hoofdstuk 6
Conclusie
Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van een topsportcentrum met een woontoren en sportgerelateerde voorzieningen in de plint mogelijk wordt gemaakt. Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
37/178
38/178
Bijlagen toelichting
39/178
40/178
Bijlage 1
41/178
Parkeerbalans
Heerenveen ‐ Vesta locatie
Gezondheid (per kamer) Gezondheidscentrum Fysio
m id da g Zo
av on d Za
m id da g Za
Na ch t
Av on d
M id da g
0 0 0 0 0 16 0 8 0
0 0 0 0 0 16 0 8 0
0 0 0 0 0 28,8 0 14,4 0
0 0 0 0 0 32 0 16 0
0 0 0 0 0 19,2 0 9,6 0
0 0 0 0 0 25,6 0 12,8 0
0 0 0 0 0 22,4 0 11,2 0
0 27 0 0 0
0 27 0 0 0
0 27 0 0 0
0 1,35 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 1
0 0
0 0
0 0,3
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
200 1200
10 16
10 16
7,5 12
1 1,6
0 1
1 1,6
1 1,6
1 1,6
1200 0
55,2 0
27,6 0
27,6 0
55,2 0
0 1
55,2 0
55,2 0
41,4 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
156,2
104,6
98,1
102,35
51
86,6
96,2
77,9
80
1000 0
n.v.t.
5 10
Sport (per 100m2 bvo) Sportschool (per 100m2 bvo) Sporthal (per 100m2 bvo) Horeca (per 100m2 bvo) Cafe/bar ( per 100m2 bvo) restaurant Totaal
Totaal BVO plint BVO van invloed op parkeren Onbenoemde ruimte is onderdeel van opslag wonen/fysio/sportschool/bergingen etc. Deel gemeenschappelijke lobby
nd
0 0 0 0 0 32 0 16 0
32
Winkelen (per 100m2 bvo) Supermarkt Supermarkt xl hoofdwinkelcentrum dorpscentrum bouwmarkt Tuincentrum
Oc ht e
Aa nt a
Functie Wonen* Koop, hoog segment > 350.000 Koop, middensegment 225.000‐350.000 Koop, laag segment < 225.000 Huur, hoogsegment >1000 Huur, middensegment <1000 Huur, laagsegment <liberalisatiegrens Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten) per kamer Kamerverhuur, studenten, niet‐zelfstandig (per kamer) Kliene eenpersoonswoning (tiny house) * is inclusief 0,3 pp bezoekers parkeren Werken(per 100m2 bvo) Kantoor zonder baliefunctie (per 100m2 bvo) Commerciële dienstverlening kantoor met baliefunctie (per 100m2 bvo) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekers extensief (industrie, lab, werkplaats) (per 100m2 bvo) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief (loods, opslag, transport) (per 100m2 bvo) Bedrijfsverzamelgebouw
lk am er s/ w Aa on nt in al ge m n 2 bv o No rm ‐re st be bo Ei uw s de ko m
Parkeren
3600
4450 3600 500 350
Bijlage 2
43/178
Watertoets
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 09-09-2021
Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Normale procedure
2.
Advies regionale en lokale kering
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
09-09-2021, 13:50
P agina 1 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee
3.
Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee
4.
Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee
5.
Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee
6.
Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee
7.
Raak je de laag primaire waterkeringen? nee
8.
Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? ja
9.
Raak je de laag hoofdwateren? nee
10.
Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee
11.
Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee
09-09-2021, 13:50
P agina 2 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee
13.
Raak je de laag vrij voor de boezem? nee
14.
Raak je de laag waterzuiverings object? nee
09-09-2021, 13:50
P agina 3 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 09-09-2021, 13:50
P agina 4 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .
Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
09-09-2021, 13:50
P agina 5 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies regionale en lokale kering Je raakt een regionale en/of lokale waterkering.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? We verzoeken je om rekening te houden met de aanwezige lokale en/of regionale waterkering zie: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/kaarten/leggerkaart.Werkzaamheden binnen de zonering van de lokale- en/of regionale waterkering betreffen een vergunnings plichtige activiteit https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wettenen-regels /vergunning-check-meteen-of-maak-een-afs praak.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.2 & 4.2.3) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wetten-enregels /leidraad-watertoets _2013.pdf
09-09-2021, 13:50
P agina 6 van 6
https://dewatertoets.nl
50/178
Bijlage 3
51/178
Akoestisch onderzoek
HEERENVEEN - HEREMAWEG 22 Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder 13 september 2021
1/12
2/12
DATUM KENMERK
13 september 2021 20210302_0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Heerenveen - Heremaweg
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Zwanenburg Projecten 20210235
AUTEUR STATUS
Definitief
INHOUD 1. 2. 3.
4.
5.
6.
3/12
INLEIDING PLANBESCHRIJVING TOETSINGSKADERS GELUID
4 4 5
3.1
Wegverkeerslawaai 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Nieuwe situaties 3.1.3 30 km-wegen
5 5 5 6
3.2 3.3
Spoorweglawaai Cumulatie
6 6
UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING
7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
7 7 7 8 8
Rekenmethoden Uitgangspunten wegverkeerslawaai 50 km-wegen 30 km-wegen Gegevens spoorlijn Leeuwarden-Zwolle Rekenmodellen
BEREKENINGSRESULTATEN
9
5.1 5.2
Weg- en spoorweglawaai Cumulatieve geluidbelastingen
9 10
BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE
11
1. INLEIDING Aan de Heremaweg 22 te Heerenveen wordt een huisvestingslocatie voor topsporters mogelijk gemaakt, waarbij het bestaande pand op de locatie wordt aangepast/uitgebreid. De aanpassing bestaat uit een optopping/woontoren met 8 bouwlagen, waarin studio’s worden gerealiseerd. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan, waarin het perceel is bestemd voor detailhandel en een maximum bouwhoogte van 6,5 meter geldt. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch toch te kunnen regelen, wordt een omgevingsvergunning ter planologische afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle, de Heremaweg, de Industrieweg/Rotstergaastweg en de Zanden. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege rail- en wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
2. PLANBESCHRIJVING Een globaal overzicht van het plangebied is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Het plangebied ligt naast de spoorlijn (nabij NS-station Heerenveen IJsstadion). Figuur 2.1: plangebied Zwolseweg 180 (bron: Google maps)
4/12
3. TOETSINGSKADERS GELUID 3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1
Algemeen
Wettelijke zones langs wegen
Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken
5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
-
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden
De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh
De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. 3.1.2
Nieuwe situaties
Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat
5/12
maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het plangebied volgens figuur 2.1/2.2 geldt dat dit binnen de zone van de Heremaweg, Industrieweg/Rotstergaastweg en De Zanden is gelegen en dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie. De maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. 3.1.3
30 km-wegen
Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.
3.2
Spoorweglawaai
In het Besluit Geluidhinder van 1 juli 2012 is het wettelijk kader van geluidhinder vanwege spoorwegen opgenomen. Op grond van artikel 1.4a is de zonebreedte van de trajecten in Nederland vastgesteld. Deze zonebreedte is afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond (hierna GPP). Deze GPP’s zijn op 1 juli 2012 door een wetswijziging van de Wet milieubeheer voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. GPP’s zijn berekende waarden op referentiepunten en stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van het geluid door toenemend verkeer. Deze referentiepunten liggen om de 100 meter op 4 meter boven lokaal maaiveld, op een vaste afstand van 50 meter aan weerszijden van het spoor. De GPP’s, brongegevens en relevante besluitinformatie zijn opgenomen in het zogenaamde geluidregister. Dit register is openbaar, digitaal toegankelijk via de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het plangebied is, op basis van de referentiepunten van het spoor ter hoogte van het plangebied, gelegen in de geluidzone van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle (zonebreedte 200/300 m). Akoestisch onderzoek naar aanleiding van spoorweglawaai is daardoor noodzakelijk. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 55 dB voor woningen en de maximale grenswaarde Lden = 68 dB.
3.3
Cumulatie
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast.
6/12
Tabel 3.2:
kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]
geluidkwaliteit
<45
zeer goed
46-50
goed
51-55
redelijk
56-60
matig
61-65
slecht
>65
zeer slecht
4. UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING 4.1
Rekenmethoden
Het akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodellen zijn opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie V2021.1 van dgmr-software. De relevante invoergegevens (brongegevens) zijn gegeven in bijlage 2 (met uitzondering van de registerdata).
4.2
Uitgangspunten wegverkeerslawaai 50 km-wegen
Verkeersintensiteiten
De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur/etmaal passeert. Door de gemeente is Heerenveen is voor het peiljaar 2031 de verkeersintensiteit aangeleverd voor de relevante wegen. Een overzicht van in de berekeningen gehanteerde uitgangspunten is gegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: gehanteerde verkeersintensiteiten t.b.v. Heremaweg 22 Heerenveen omschrijving weg(vak)
intensiteiten 2031 [mvt/etmaal]
wegdek
rijsnelheid
Heremaweg
3.336
SMA 0/11
50 km/uur
Industrieweg
5.820
SMA 0/11
50 km/uur
Rotstergaastweg
3.276
slijtlaag 4/8
50 km/uur
De Zanden
6.028
SMA 0/11
50 km/uur
Voertuigcategorieën
De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); zware voertuigen (zware vrachtauto's). De voertuig- en etmaalverdelingen zijn gebaseerd op de door de gemeente Heerenveen aangeleverde gegevens en gegeven in bijlage 2.
4.3
30 km-wegen
Rond het plangebied ligt geen relevante 30 km-wegen.
7/12
4.4
Gegevens spoorlijn Leeuwarden-Zwolle
De spoorlijn Leeuwarden-Zwolle is onderdeel van het digitaal te raadplegen geluidregister. Sinds juli 2012 dient voor gegevens van spoorverkeer gebruik gemaakt te worden van het Geluidregister Spoor. Om over deze gegevens te beschikken zijn de relevante bestanden gedownload van de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu op 16 februari 2021. De gegevens zijn rechtstreeks en ongewijzigd in Geomilieu geïmporteerd.
4.5
Rekenmodellen
Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (ingevoerde wegen). Omdat de invoergegevens voor het spoor zijn ontleend aan het Geluidregister Spoor en de datalijst zeer uitgebreid is, wordt verwezen naar het register. De gebouwen en bodemgebieden zijn niet afzonderlijk opgenomen in bijlage 2 omdat vanwege de herkomst uit PDOK de gegevenslijst zeer uitgebreid is. In figuur 4.1 zijn de bodemgebieden en gebouwhoogten weergegeven. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5). De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. De ingevoerde banen zijn afkomstig (inclusief hoogten) van het Geluidregister Spoor. Ter plaatse van het nieuwe appartementengebouw zijn toetspunten zijn ingevoerd met een hoogte ho = +1,5 m t/m ho = +21,5 m.
Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Een overzicht van het wegverkeerslawaai rekenmodel is gegeven in figuur 4.1. Het railverkeersmodel is voor wat betreft objecten en bodemgebieden gelijk.
8/12
Figuur 4.1:
overzicht van het wegverkeerslawaai rekenmodel met de ingevoerde wegen, objecten (met gebouwhoogten), bodemvlakken en reken-/toetspunten
5. BEREKENINGSRESULTATEN 5.1
Weg- en spoorweglawaai
Op de gevels van de appartementen is een aantal rekenpunten gelegd. De nummering is gegeven in figuur 4.1. De appartementen worden gerealiseerd vanaf de eerste verdieping.
9/12
In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de berekende geluidbelastingen op de verschillende rekenpunten vanwege de verschillende wegen en spoorweglawaai. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn inclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh (5 dB). Per rekenpunt is de hoogst berekende waarde weergegeven over de verschillende waarneemhoogten. De getalswaarden zijn per rekenpunt ook gegeven in bijlage 3. Tabel 5.1:
overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege wegverkeerslawaai (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh) en railverkeerslawaai
waarneempunt en omschrijving
5.2
01
Vesta ZW1
02
Vesta ZW2
03
Vesta ZW3
04
Vesta NW1
05
Vesta NW2
06
Vesta NW3
07
Vesta NO1
08
Vesta NO2
09
Vesta NO3
10
Vesta ZO1
11
Vesta ZO2
12
Vesta ZO3
Heremaweg
Industrieweg/Rotstergaastweg
34 31 29 31 31 32 49 50 52 50 49 48
De Zanden
44 44 43 32 31 29 31 33 33 48 48 49
spoor Leeuwarden-Zwolle
42 42 42 41 41 40 27 27 27 31 31 32
68 68 68 64 62 61 48 48 47 63 64 65
Cumulatieve geluidbelastingen
Bij een (mogelijke) samenloop van verschillende geluidsbronnen dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden bepaald, waarbij een beoordeling dient plaats te vinden of de gecumuleerde geluidbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbaar niveau. De cumulatieberekening dient plaats te vinden conform de rekenmethode uit hoofdstuk 2 van bijlage I bij het RMV2012, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis-effect relaties van de verschillende geluidsbronnen. De verschillende geluidsbronnen worden aangeduid als LRL, LLL, LIL, LVL waarbij de indices respectievelijk staan voor spoorwegverkeer, luchtvaart, industrie en (weg)verkeer. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij de bepaling van LVL met deze rekenmethode niet toegepast. Al deze grootheden moeten zijn uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarbij de geluidsbelasting volgens de geldende wettelijke definitie wordt bepaald. De Lden geluidsbelastingen worden omgerekend naar een met wegverkeer vergelijkbare waarde volgens: -
L*RL = 0,95 LRL –1,40 L*LL = 0,98 LLL + 7,03 L*IL = 1,00 LIL + 1,00 L*VL = 1,00 LVL + 0,00
De gecumuleerde waarde Lcum kan worden berekend door energetische sommatie van de L*-waarden. In onderstaande tabel 5.2 is een overzicht gegeven van de berekeningen per waarneempunt uit figuur 5.1, waarbij in tabel 2 de maximale waarde is gegeven per waarneempunt (het maximum over de verschillende waarneemhoogten). Tabel 5.2:
overzicht van de berekende cumulatieve geluidbelastingen Lcum in dB
waarneempunt en omschrijving
10/12
LRL
LVL
L*RL
L*VL
LCUM
01
Vesta ZW1
68,05
51,04
63,25
51,04
63
02
Vesta ZW2
67,9
50,56
63,105
50,56
63
03
Vesta ZW3
67,82
50,41
63,029
50,41
63
04
Vesta NW1
63,76
46,11
59,172
46,11
59
05
Vesta NW2
62,42
45,6
57,899
45,6
58
06
Vesta NW3
61,36
45,21
56,892
45,21
57
07
Vesta NO1
47,81
54,04
44,0195
54,04
54
08
Vesta NO2
48,16
55,16
44,352
55,16
55
09
Vesta NO3
36,93
54,87
33,6835
54,87
55
10
Vesta ZO1
47,45
56,62
43,6775
56,62
57
11
Vesta ZO2
62,63
57,42
58,0985
57,42
61
12
Vesta ZO3
63,53
56,84
58,9535
56,84
61
6. BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE Wegverkeerslawaai Op basis van de berekeningsresultaten voor wegverkeer (zie tabel 5.1) blijkt de geluidbelasting vanwege zowel de Heremaweg als de Industrieweg/Rotstergaastweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde Lden = 48 dB. De maximale grenswaarden van Lden = 63 dB worden echter niet overschreden. De hoogste berekende waarde bedraagt Lden = 52 dB vanwege de Heremaweg en Lden = 49dB vanwege de Industrieweg/Rotstergaastweg. Voor wat betreft wegverkeerslawaai is de realisatie van het studio’s dan ook mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wgh; wel is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Voor wat betreft het wel/niet toepassen van geluidreducerende maatregelen geldt dat het toepassen van een stiller wegdektype tot een lagere geluidbelasting kan leiden, maar naar verwachting niet een zodanig reductie oplevert dat er kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Omdat een ander type wegdek niet alleen ter plaatse van het plangebied moet worden aangebracht, maar over een grotere lengte van de Heremaweg en Industrieweg is het toepassen van gevelmaatregelen meer kosteneffectief. Het plaatsen van geluidschermen is vanuit stedebouwkundig oogpunt niet gewenst. In het gevelontwerp wordt rekening gehouden met de geluidbelasting.
Railverkeerslawaai De geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai bedraagt ten hoogste Lden = 68 dB op de naar het spoor gerichte gevel. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van Lden = 55 dB (woningen) wordt daarmee overschreden, maar de maximale grenswaarde van Lden = 68 dB niet. De realisatie van het appartementengebouw is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wgh voor wat betreft railverkeerslawaai; wel is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Eventuele maatregelen aan het spoor kunnen bestaan uit het plaatsen van geluidschermen. Omdat dit met ProRail moet worden afgestemd, de kosten van dergelijke schermen naar verwachting relatief hoog zullen zijn ten opzichte van de bouwkosten van het project en omdat er sprake is van een overweg waar geen geluidschermen mogelijk is, is het plaatsen van een geluidscherm langs het spoor ook niet nader afgewogen. Daarbij geldt tevens dat ter hoogte van het plangebied nog de perrons staan van het NS-station Heerenveen IJsstadion. Dit station is niet meer in gebruik, maar de perrons/perronranden staan er nog wel en zorgen voor enige afscherming. Wat op termijn hiermee gaat gebeuren is niet bekend. Cumulatieve geluidniveaus De berekende cumulatieve geluidbelasting op de gevels kan als matig tot slecht worden beoordeeld.
Een acceptabel woonen leefklimaat wordt gerealiseerd in het gevelontwerp door het niveau van gevelgeluidwering.
11/12
Bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012 dient te worden uitgegaan van de maximaal berekende geluidbelasting vanwege weg- of railverkeerslawaai, waarbij voor wegverkeer moet worden uitgegaan van de berekende geluidbelasting exclusief aftrek o.b.v. art. 110g Wgh. De maximale gevelbelasting kan per gevel worden bepaald. In het kader van de Omgevingsvergunning bouw (bouwvergunning) wordt de gevelgeluidwering nader bepaald. In het ontwerp wordt rekening gehouden met balansventilatie en geluidwerende beglazing waar nodig.
12/12
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 1 2 3a 3b 2
Omschr. Heremaweg Industrieweg/Rotstergaastweg Industrieweg/Rotstergaastweg 50% Industrieweg/Rotstergaastweg 50% Industrieweg/Rotstergaastweg
X-1 192470,22 192200,58 192433,03 192433,06 192497,19
Y-1 549995,59 549887,61 549977,81 549977,83 549926,32
X-n 192814,43 192433,06 192497,22 192497,19 192682,14
Y-n 550287,03 549977,83 549926,41 549926,32 549654,28
H-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
4
De Zanden
192115,77
550342,05
192319,19
549927,36
0,00
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie
Bijlage 2: ingevoerde wegen
Model: Groep:
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 1 2 3a 3b 2
H-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
M-1 1,86 1,85 1,72 1,72 1,84
M-n 1,98 1,72 1,84 1,84 1,69
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
V(MR(D)) 50 50 50 50 50
V(MR(A)) 50 50 50 50 50
V(MR(N)) 50 50 50 50 50
4
0,00
1,61
1,57
0,00
Verdeling
False
1,5
50
50
50
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Naam 1 2 3a 3b 2 4
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 50 50 50 50 50
V(LV(A)) 50 50 50 50 50
V(LV(N)) 50 50 50 50 50
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 50 50 50 50 50
V(MV(A)) 50 50 50 50 50
V(MV(N)) 50 50 50 50 50
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 50 50 50 50 50
--
50
50
50
--
50
50
50
--
50
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Naam 1 2 3a 3b 2 4
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(ZV(A)) 50 50 50 50 50
V(ZV(N)) 50 50 50 50 50
V(ZV(P4)) ------
30 km/uur False False False False False
50
50
--
False
Wegdek W1 W1 W1 W1 W1
Totaal aantal 3336,00 2723,00 2509,00 2509,00 5018,00
%Int(D) 6,83 6,93 7,18 7,18 7,18
%Int(A) 2,18 3,34 1,47 1,47 1,47
%Int(N) 1,17 0,44 0,99 0,99 0,99
%Int(P4) ------
3336,00
6,83
2,18
1,17
--
W1
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Naam 1 2 3a 3b 2 4
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %MR(D) ------
%MR(A) ------
%MR(N) ------
%MR(P4) ------
%LV(D) 91,00 96,00 91,00 91,00 91,00
%LV(A) 92,00 98,00 95,00 95,00 95,00
%LV(N) 89,00 97,00 91,00 91,00 91,00
%LV(P4) ------
%MV(D) 6,00 3,00 4,00 4,00 4,00
%MV(A) 4,00 1,00 1,00 1,00 1,00
%MV(N) 6,00 2,00 5,00 5,00 5,00
%MV(P4) ------
%ZV(D) 3,00 1,00 5,00 5,00 5,00
--
--
--
--
91,00
92,00
89,00
--
6,00
4,00
6,00
--
3,00
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Naam 1 2 3a 3b 2 4
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %ZV(A) 4,00 1,00 4,00 4,00 4,00
%ZV(N) 5,00 1,00 4,00 4,00 4,00
%ZV(P4) ------
MR(D) ------
MR(A) ------
MR(N) ------
MR(P4) ------
LV(D) 207,34 181,16 163,93 163,93 327,87
LV(A) 66,91 89,13 35,04 35,04 70,08
LV(N) 34,74 11,62 22,60 22,60 45,21
LV(P4) ------
MV(D) 13,67 5,66 7,21 7,21 14,41
4,00
5,00
--
--
--
--
--
207,34
66,91
34,74
--
13,67
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie
Bijlage 2: ingevoerde wegen
Model: Groep:
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 1 2 3a 3b 2
MV(A) 2,91 0,91 0,37 0,37 0,74
MV(N) 2,34 0,24 1,24 1,24 2,48
MV(P4) ------
ZV(D) 6,84 1,89 9,01 9,01 18,01
ZV(A) 2,91 0,91 1,48 1,48 2,95
ZV(N) 1,95 0,12 0,99 0,99 1,99
ZV(P4) ------
LE (D) Totaal 106,97 105,48 106,16 106,16 109,17
LE (A) Totaal 102,04 102,12 98,84 98,84 101,85
4
2,91
2,34
--
6,84
2,91
1,95
--
106,97
102,04
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Model: Groep:
Naam 1 2 3a 3b 2 4
Bijlage 2: ingevoerde wegen
wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) Totaal 99,67 93,41 97,45 97,45 100,46
LE (P4) Totaal ------
99,67
--
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:28:34
Heerenveen - Vesta locatie Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 3.1: berekeningsresultaten Heremaweg (inclusief aftrek art. 110g Wgh)
Resultatentabel wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Heremaweg Nee
Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C 01_D 01_E
Omschrijving Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1
X 192421,97 192421,97 192421,97 192421,97 192421,97
Y 550036,54 550036,54 550036,54 550036,54 550036,54
Hoogte 6,50 9,50 12,50 15,50 18,50
Dag 36,9 37,7 13,5 ---
Avond 32,0 32,7 8,6 ---
Nacht 29,6 30,3 6,2 ---
Lden 38,0 38,7 14,6 ---
01_F 02_A 02_B 02_C 02_D
Vesta ZW1 Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW2
192421,97 192417,53 192417,53 192417,53 192417,53
550036,54 550043,22 550043,22 550043,22 550043,22
21,50 6,50 9,50 12,50 15,50
-34,0 34,6 5,4 --
-29,1 29,7 0,5 --
-26,7 27,3 -1,8 --
-35,1 35,7 6,6 --
02_E 02_F 03_A 03_B 03_C
Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta ZW3
192417,53 192417,53 192412,60 192412,60 192412,60
550043,22 550043,22 550050,48 550050,48 550050,48
18,50 21,50 6,50 9,50 12,50
--32,1 32,5 12,0
--27,2 27,6 7,1
--24,8 25,2 4,7
--33,2 33,6 13,1
03_D 03_E 03_F 04_A 04_B
Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta NW1 Vesta NW1
192412,60 192412,60 192412,60 192414,42 192414,42
550050,48 550050,48 550050,48 550056,55 550056,55
15,50 18,50 21,50 6,50 9,50
---32,2 34,9
---27,3 30,0
---25,0 27,6
---33,4 36,0
04_C 04_D 04_E 04_F 05_A
Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW2
192414,42 192414,42 192414,42 192414,42 192421,69
550056,55 550056,55 550056,55 550056,55 550061,44
12,50 15,50 18,50 21,50 6,50
24,3 10,6 --32,6
19,4 5,6 --27,7
17,0 3,4 --25,3
25,4 11,8 --33,7
05_B 05_C 05_D 05_E 05_F
Vesta NW2 Vesta NW2 Vesta NW2 Vesta NW2 Vesta NW2
192421,69 192421,69 192421,69 192421,69 192421,69
550061,44 550061,44 550061,44 550061,44 550061,44
9,50 12,50 15,50 18,50 21,50
34,9 24,5 11,7 ---
29,9 19,6 6,7 ---
27,5 17,2 4,5 ---
36,0 25,6 12,8 ---
06_A 06_B 06_C 06_D 06_E
Vesta NW3 Vesta NW3 Vesta NW3 Vesta NW3 Vesta NW3
192428,41 192428,41 192428,41 192428,41 192428,41
550065,96 550065,96 550065,96 550065,96 550065,96
6,50 9,50 12,50 15,50 18,50
33,8 35,9 25,4 14,9 --
28,8 31,0 20,4 9,9 --
26,4 28,6 18,1 7,6 --
34,9 37,0 26,5 16,0 --
06_F 07_A 07_B 07_C 07_D
Vesta NW3 Vesta NO1 Vesta NO1 Vesta NO1 Vesta NO1
192428,41 192434,98 192434,98 192434,98 192434,98
550065,96 550065,57 550065,57 550065,57 550065,57
21,50 6,50 9,50 12,50 15,50
-51,9 52,8 52,9 52,8
-47,0 47,9 48,0 47,9
-44,6 45,5 45,6 45,5
-53,0 53,9 54,0 53,9
07_E 07_F 08_A 08_B 08_C
Vesta NO1 Vesta NO1 Vesta NO2 Vesta NO2 Vesta NO2
192434,98 192434,98 192439,76 192439,76 192439,76
550065,57 550065,57 550058,54 550058,54 550058,54
18,50 21,50 6,50 9,50 12,50
52,7 52,6 53,9 53,9 53,9
47,8 47,6 49,0 49,0 49,0
45,4 45,3 46,6 46,6 46,6
53,8 53,7 55,1 55,0 55,0
08_D 08_E 08_F 09_A 09_B
Vesta NO2 Vesta NO2 Vesta NO2 Vesta NO3 Vesta NO3
192439,76 192439,76 192439,76 192444,20 192444,20
550058,54 550058,54 550058,54 550052,02 550052,02
15,50 18,50 21,50 6,50 9,50
53,8 53,6 53,5 55,4 55,1
48,8 48,7 48,6 50,5 50,1
46,5 46,3 46,2 48,1 47,8
54,9 54,8 54,6 56,5 56,2
09_C 09_D 09_E 09_F 10_A
Vesta NO3 Vesta NO3 Vesta NO3 Vesta NO3 Vesta ZO1
192444,20 192444,20 192444,20 192444,20 192442,39
550052,02 550052,02 550052,02 550052,02 550047,76
12,50 15,50 18,50 21,50 6,50
54,9 54,7 54,6 54,4 54,3
50,0 49,8 49,6 49,5 49,3
47,6 47,4 47,3 47,1 47,0
56,0 55,8 55,7 55,5 55,4
10_B
Vesta ZO1
192442,39
550047,76
9,50
54,3
49,3
47,0
55,4
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:30:22
Heerenveen - Vesta locatie Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 3.1: berekeningsresultaten Heremaweg (inclusief aftrek art. 110g Wgh)
Resultatentabel wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Heremaweg Nee
Naam Toetspunt 10_C 10_D 10_E 10_F 11_A
Omschrijving Vesta ZO1 Vesta ZO1 Vesta ZO1 Vesta ZO1 Vesta ZO2
X 192442,39 192442,39 192442,39 192442,39 192434,78
Y 550047,76 550047,76 550047,76 550047,76 550042,60
Hoogte 12,50 15,50 18,50 21,50 6,50
Dag 54,1 53,9 53,8 53,6 53,0
Avond 49,2 49,0 48,9 48,6 48,1
Nacht 46,8 46,6 46,5 46,3 45,7
Lden 55,2 55,0 54,9 54,7 54,1
11_B 11_C 11_D 11_E 11_F
Vesta ZO2 Vesta ZO2 Vesta ZO2 Vesta ZO2 Vesta ZO2
192434,78 192434,78 192434,78 192434,78 192434,78
550042,60 550042,60 550042,60 550042,60 550042,60
9,50 12,50 15,50 18,50 21,50
53,0 52,9 52,7 52,6 52,5
48,1 47,9 47,8 47,7 47,6
45,7 45,6 45,4 45,3 45,2
54,1 54,0 53,8 53,7 53,6
12_A 12_B 12_C 12_D 12_E
Vesta ZO3 Vesta ZO3 Vesta ZO3 Vesta ZO3 Vesta ZO3
192426,77 192426,77 192426,77 192426,77 192426,77
550037,18 550037,18 550037,18 550037,18 550037,18
6,50 9,50 12,50 15,50 18,50
51,8 51,9 51,7 51,6 51,5
46,9 47,0 46,7 46,6 46,6
44,5 44,6 44,4 44,3 44,2
52,9 53,0 52,8 52,7 52,6
12_F
Vesta ZO3
192426,77
550037,18
21,50
51,4
46,4
44,1
52,5
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-9-2021 10:30:22
Heerenveen - Vesta locatie Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 3.2: berekeningsresultaten Industrieweg/Rotstergaast (inclusief aftrek art. 110g Wgh)
Resultatentabel wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Industrieweg/Rotstergaastweg Nee
Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C 01_D 01_E
Omschrijving Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1 Vesta ZW1
X 192421,97 192421,97 192421,97 192421,97 192421,97
Y 550036,54 550036,54 550036,54 550036,54 550036,54
Hoogte 6,50 9,50 12,50 15,50 18,50
Dag 48,9 49,2 49,0 48,5 48,6
Avond 43,3 43,8 43,8 43,7 43,8
Nacht 39,3 39,6 39,2 38,4 38,4
Lden 48,9 49,3 49,1 48,5 48,6
01_F 02_A 02_B 02_C 02_D
Vesta ZW1 Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW2
192421,97 192417,53 192417,53 192417,53 192417,53
550036,54 550043,22 550043,22 550043,22 550043,22
21,50 6,50 9,50 12,50 15,50
48,6 48,1 48,5 48,3 47,8
43,9 42,5 43,0 43,0 43,0
38,4 38,5 38,9 38,5 37,7
48,6 48,1 48,6 48,3 47,8
02_E 02_F 03_A 03_B 03_C
Vesta ZW2 Vesta ZW2 Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta ZW3
192417,53 192417,53 192412,60 192412,60 192412,60
550043,22 550043,22 550050,48 550050,48 550050,48
18,50 21,50 6,50 9,50 12,50
47,7 47,7 47,6 48,2 47,7
43,1 43,1 41,9 42,6 42,4
37,4 37,4 38,1 38,7 37,9
47,7 47,7 47,7 48,2 47,7
03_D 03_E 03_F 04_A 04_B
Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta ZW3 Vesta NW1 Vesta NW1
192412,60 192412,60 192412,60 192414,42 192414,42
550050,48 550050,48 550050,48 550056,55 550056,55
15,50 18,50 21,50 6,50 9,50
46,9 46,8 46,7 36,3 37,2
42,1 42,2 42,2 30,5 31,4
36,8 36,6 36,3 26,9 27,8
46,9 46,8 46,7 36,4 37,3
04_C 04_D 04_E 04_F 05_A
Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW1 Vesta NW2
192414,42 192414,42 192414,42 192414,42 192421,69
550056,55 550056,55 550056,55 550056,55 550061,44
12,50 15,50 18,50 21,50 6,50
31,8 27,6 25,9 24,4 35,3
27,1 24,3 22,6 21,0 29,8
21,7 15,6 13,9 12,3 25,7
31,8 27,4 25,7 24,2 35,3
05_B 05_C 05_D 05_E 05_F