1.1.28 bijlage 28 aanvraagformulier 61A_Heerenveen_-_Heremaweg_22_ROB_versie_2 (geanonimiseerd)_1
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Heerenveen - Heremaweg 22 ROB Heerenveen
DATUM IMRO IDN
20-04-2022 NL.IMRO.0074.ntb-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Heerenveen - Heremaweg 22
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Zwanenburg Projecten 20210235
AUTEUR STATUS
concept
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Projectgebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
8
Beschrijving van het plan
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
2.3
Behoefte
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
16
3.3
Gemeentelijk beleid
17
Milieu- en omgevingsaspecten
20
4.1
Milieuzonering
20
4.2
Verkeer en parkeren
21
4.3
Water
22
4.4
Geluid
24
4.5
Bodem
26
4.6
Archeologie
26
4.7
Cultuurhistorie
27
4.8
Ecologie
27
4.9
Externe veiligheid
30
4.10
Trillingen
31
4.11
Kabels en leidingen
33
4.12
Luchtkwaliteit
33
4.13
Mer-beoordeling
34
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
36
5.1
Algemeen
36
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
36
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
3/178
5.3
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
36
Conclusie
37
Bijlagen toelichting
39
Bijlage 1
Parkeerbalans
41
Bijlage 2
Watertoets
43
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
51
Bijlage 4
Bodemonderzoek
83
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
135
Bijlage 6
Ecologische QuickScan
147
Bijlage 7
Advies FUMO externe veiligheid
165
4/178
Ruimtelijke onderbouwing
5/178
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan Heremaweg 22 bevindt zich de oude Vestalocatie. Het voornemen is om op deze locatie een topsportcentrum met onder andere huisvesting ten behoeve van topsporters te realiseren. Hierbij wordt een deel van pand gesloopt en vervangen door een toren 8 bouwlagen bovenop een plint. Hierin wordt voorzien in een programma van 80 kamers voor huisvesting topsporters en 32 appartementen voor de verhuur. Op de begane grond van zowel de bestaande bebouwing als de toren worden padelbanen, een fitnessruimte, een bijeenkomstenruimte en een fysio gerealiseerd. Ten westen van de bebouwing is er ruimte voor buitensport. Het geldende bestemmingsplan Thialf en omgeving staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning aangevraagd ter planologische afwijking van het bestemmingsplan.
1.2
Projectgebied
In figuur 1.1 is de ligging en begrenzing van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied ligt aan de zuidkant van Heerenveen, ten zuiden van het Thialf stadion.
6/178
Figuur 1.1
1.3
Globale ligging van het projectgebied
Planologische regeling
Het projectgebied is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Thialf en omgeving, vastgesteld op 4 oktober 2010. Een uitsnede van dit bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.2.
7/178
Figuur 1.2
Uitsnede bestemmingsplan Thialf en omgeving
Het projectgebied heeft de bestemming 'detailhandel' (roze). De zuidwestelijke rand valt in de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' (roodbruin). Verder heeft een deel van het projectgebied de dubbelbestemming 'Leiding - gas' (gestippeld). De ontwikkeling is niet mogelijk, omdat het perceel bestemd is voor detailhandel en er een maximale bouwhoogte van 6,5 meter geldt. Binnen deze regels wordt niet voorzien in het wonen en de sportfuncties van het topsportcentrum. Omdat de ontwikkeling niet past binnen het bestemmingsplan wordt een procedure doorlopen ter planologische afwijking van het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
8/178
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving van het plan
Huidige situatie
Het projectgebied bestaat uit de voormalige Vesta locatie en is gelegen aan de Heremaweg. Na jaren van leegstand is het bedrijvenpand gekocht en fungeert nu als tijdelijk onderkomen voor Sport- en lifestylecenter Balans. Het projectgebied grenst aan de westzijde aan de spoorlijn Leeuwarden - Zwolle. Veel gebouwen in de omgeving van het projectgebied zijn sportgerelateerd. De ligging van IJstadion Thialf is voor een groot deel bepalend voor de inrichting van het gebied rondom Thialf. Topsportcampus Thialf heeft drie functionaliteiten: een topsport trainingscentrum, een plek voor breedtesport en een evenementencentrum. Direct rondom het ijsstadion en de ijshockeyhal liggen diverse leisure-functies zoals een kartbaan, trampolinepark, bowling en partycentrum en een overdekt speelcentrum. In de bredere gebiedscontext liggen verschillende functies waaronder (woon)zorgvoorzieningen, verschillende horecafuncties, bedrijventerrein Heerenveen-Zuid en een golfbaan. Het gebied wordt gekenmerkt als een gemengd gebied met diverse (top)sport, leisure- en dienstverlenende functies. Het ijsstadion en de ijshockeyhal hebben in geval van evenementen een sterke publiek aantrekkende functie. In figuur 2.1 is een luchtfoto weergegeven van de huidige situatie.
9/178
Figuur 2.1
2.2
Luchtfoto van de huidige situatie van het projectgebied en de directe omgeving
Toekomstige situatie
Het project bestaat uit de realisatie van een topsportcentrum met gedeeltelijke sloop van de voorzijde van het pand aan de Heremaweg 22. Hier wordt de gevel recht getrokken en komt aan de zuidwestzijde een woontoren met 8 verdiepingen. In de toren wordt een programma van 80 studio's (oppervlakte 28 m2) voor topsporters en 32 (reguliere) huurappartementen (oppervlakte 49 m2) uit het laagsegment voorgesteld. In de plint wordt een flexibel in te richten programma van sport- en lifestyle gerelateerde functies. De volgende (top)sport gerelateerde voorzieningen worden in de plint gerealiseerd: Sportschool (circa 1.200 m2); Vier padelbanen; Dienstverlening, inclusief fysiotherapie met 10 behandelkamers; Sportbijeenkomstenruimte (334 m2) Gemeenschappelijke lobby en overige ondersteunende ruimten t.b.v woontoren. Dit zijn functies die het concept versterken en zich toespitsen op de thema's (top)sport, gezondheid en vitaliteit. Het voornemen is besproken met de gemeente Heerenveen. Er is een omgevingsanalyse gemaakt om te
10/178
onderzoeken of de beoogde ontwikkeling mogelijk is. Tevens zijn de plannen besproken met Sportstad en Thialf, die hier positief op hebben gereageerd. De ontwikkelaar is tevens in gesprek gegaan met het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO), vanwege de huisvesting van de topsporters in Heerenveen waar zij de zorg voor dragen. Topsport Noord zet zich in voor goede begeleiding en ontwikkeling van talenten en topsporters in het CTO in Noord-Nederland. Deze begeleiding en ondersteuning spelen een cruciale rol in de carrière van talenten en topsporters. De woontoren met studio's en appartementen wordt voornamelijk als huisvestingslocatie voor topsporters gerealiseerd. Verder zijn de reguliere appartementen uit het laagsegment bestemd voor alleenstaanden en starters. Zoals reeds benoemd wordt de begane grond ingericht met mogelijkheden voor ondersteunende sportgerelateerde faciliteiten voor (top)sporters. Het buitenterrein betreft bijbehorend terrein zal worden ingericht voor parkeren. Daarnaast worden er groenvoorzieningen met boombeplanting gerealiseerd en zijn er mogelijkheden voor buitensport op de strook ten westen van de bebouwing. Figuur 2.2 t/m 2.4 geven een impressie van de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 2.2
11/178
Voorgestelde situatie
Figuur 2.3
Impressie voorgenomen ontwikkeling
Figuur 2.4
Impressie voorgenomen ontwikkeling
De voormalige Vesta locatie belooft een (excel)lerende topsportomgeving te worden waarbij alles zo is ingericht dat talenten zich optimaal kunnen ontwikkelen tot zelfstandige topsporters met het vizier op prestaties. De kamers worden goed doordacht ontworpen en de vele gemeenschappelijke voorzieningen maken de huisvesting tot de perfecte basis voor sporters.
12/178
2.3
Behoefte
In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De regeling houdt in dat een project dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien er een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit project stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro. Er is daarom geen afweging over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren nodig. Wel moet overwogen worden of er behoefte is voor de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Woningbouw Voor de woningbouw in het projectgebied geeft het gemeentelijk woonbeleid, resulterend in een woningbouwprogrammering en regionale woningbouwafspraken, inzicht in de behoefte aan nieuwe woningen. In het woonplan en het daarbij behorende achtergronddocument wordt ingegaan op ontwikkelingen en trends en ook verwachtingen op de woningmarkt. Hier wordt aangegeven dat het onder meer van belang is dat Heerenveen als Stad van Sport moet worden gekoesterd.
Dit vanwege onder andere de bijdrage die dit levert aan de aantrekkelijkheid van Heerenveen als woonplaats, voor bewoners in het algemeen en specifiek in relatie tot sporters die hier wonen. Zowel private partijen als de gemeente geven aan dat er te weinig mogelijkheden zijn voor huisvesting voor topsporters waarbij de woonkwaliteit een waardevolle toevoeging is aan de behoeften van topsporters. Stichting Topsport Noord regelt de huisvesting van tientallen topsporters in Heerenveen. Er is momenteel geen structurele mogelijkheid om de topsporters te huisvesten. Aangegeven wordt dat voor een echt topspportklimaat de huisvesting ook op orde moet zijn. De gemeente Heerenveen heeft ten behoeve van het opstellen van beleid omtrent kamerverhuur, een inventarisatie gedaan naar de mogelijkheden voor kamerverhuur. Hierbij is ook gekeken naar de huisvesting van topsporters. Uit de inventarisatie blijkt dat zowel het aantal gehuisveste topsporters als het aantal toptalenten stabiel is geweest in de afgelopen jaren. Ook de verwachting voor de komende periode is dat deze stabiel zal blijven. Topsport Noord faciliteert huisvesting voor circa 70 personen en SC Heerenveen voor circa 20 personen. SC Heerenveen geeft aan dat de huidige huisvesting goed voldoet en dat er geen aanleiding voor verandering is. Wel is er een vraag naar enige uitbreiding.
Voor Topsport Noord geldt dit niet; de huidige huisvesting in de Oranjewoudflat zal worden beëindigd. Topsport Noord is daarom op zoek naar nieuwe accommodatie, waarbij het pand Heremastate in beeld is. Voor de woningbouw in het projectgebied geeft het gemeentelijk woonbeleid, resulterend in een woningbouwprogrammering en regionale woningbouwafspraken, inzicht in de behoefte aan nieuwe woningen. In het woonplan en het daarbij behorende achtergronddocument wordt ingegaan op ontwikkelingen en trends en ook verwachtingen op de woningmarkt. Hieruit wordt geconcludeerd dat de verwachting is dat de bevolking van de gemeente Heerenveen zal blijven toenemen, hoewel de groei langzamerhand afneemt. De provincie Fryslân heeft in januari 2017 de 'de bevolking en huishoudensprognose 2016-2040' vastgesteld. Hierin wordt op
13/178
termijn een afname van het aantal inwoners verwacht, maar tot 2030 nog wel een groei van het aantal huishoudens. Als het aantal huishoudens groeit, zal ook de woningvoorraad verder moeten groeien om ieder huishouden te kunnen huisvesten. Voor de regio Zuidoost Fryslân wordt tot een 2030 nog een gunstig beeld geschetst, met een verwachte gemiddelde groei van het aantal huishoudens met bijna 4% van 2020 tot 2035. De prognose is de aanleiding geweest voor nieuwe regionale woningbouwafspraken voor de periode 2016 tot 2026. De geprognosticeerde woningbehoefte voor de regio Zuidoost Fryslân bedraagt circa 3.400 woningen. Voor de Heerenveen is mede op basis hiervan een woningbouwruimte van 1.313 woningen vastgelegd. De gemeente Heerenveen heeft in 2016 de woonvisie vastgesteld, waar het achtergronddocument met de analyse van de woningmarkt de basis voor is. In deze analyse wordt over de balans tussen vraag en aanbod in het algemeen. Kwalitatief wordt de groei vooral in huishoudens van alleenstaanden en 1 ouder gezinnen gezien. Het plan speelt hierop in. De 32 appartementen zijn gericht op kleine gezinnen of alleenstaanden. Ook zijn ze geschikt voor ouderen. Deze differentiatie zorgt voor meer dynamiek en variatie in het plan.
Sportfuncties De Sportnota 'In Heerenveen Beweegt het' wordt ingegaan op de behoefte aan sportaccommodaties en (top)sportgerelateerde voorzieningen binnen de gemeente Heerenveen. Met dit project wordt er voorzien in een fitnessruimte, vier padelbanen, een sportbijeenkomstruimte en een fysio. Uit de nota blijkt dat er voornamelijk sprake is van een versnippering van accommodaties en sportaanbod binnen de gemeente, wat leidt tot suboptimaal gebruik. Het project voorziet in toename van een concentratie van sportfuncties nabij het bestaande sportgebied Thialf, waar onder andere (top)sporters in het Thialf gebruik van kunnen maken. Het project gaat daarmee de versnippering tegen en zorgt voor bundeling van sportvoorzieningen. Daarnaast wil de gemeente volop ruimte bieden voor vernieuwend sportaanbod. Met dit project worden vier padelbanen gerealiseerd. Padel is één van de snelst groeiende sporten in Nederland. Binnen de gemeente zijn er op dit moment slechts 2 padelbanen terwijl er groeiende interesse is in deze sport. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking. De vraag naar woningen in het specifieke segment in Heerenveen overstijgt het aanbod, ook is er voldoende vraag naar de sportgerelateerde voorzieningen die worden gerealiseerd.
Het plan komt tot stand via herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied en doet daarbij ook recht aan de ruimtelijke kwaliteit van deze omgeving.
14/178
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Friesland is niet aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord-Nederland wordt een omgevingsagenda opgesteld, waar Heerenveen onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.
15/178
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Provincie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030 - 2050 uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. De insteek om de ambities te realiseren is niet door verandering tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. In de visie worden stedelijke centra in perspectief bekeken. Aangegeven wordt dat sportstad Heerenveen een ontwikkelcluster is van sportvoorzieningen, gezondheid en sportopleidingen. De provincie wil een compleet palet bieden van steden en dorpen met gevarieerde en aantrekkelijke woningen, bedrijvigheid en voorzieningen. Steden en dorpen vullen elkaar aan en vormen een netwerk. Goede bereikbaarheid is essentieel voor dit netwerk. Bovendien wil de provincie zuinig omgaan met het ruimtegebruik en ambities koppelen. Eén van de opgaven van de provincie is Leefbaar, Vitaal en Bereikbaar.
Hierbij bestaat de opgave onder andere uit het aanbod van woningen en voorzieningen afstemmen op de bevolking. De provincie ondersteunt gemeenten bij keuzes over spreiding en of concentratie voorzieningen en een uitnodigende, gezonde omgeving. De ontwikkeling op de Vestalocatie sluit aan bij de ambitie van Heerenveen als sportstad. Deze ambitie wordt door de provincie ondersteund. Met de huisvestingslocatie wordt aan topsporters een voorziening geboden die noodzakelijk kan zijn om op hoog niveau sport te beoefenen. De ontwikkeling biedt ruimte aan diverse soorten voorzieningen voor (top)sporters. Met de keuze voor een inbreidingslocatie wordt zuinig omgegaan met de beschikbare ruimte. Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het projectgebied ligt binnen het stedelijk gebied. Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern.
In Artikel 3 van de verordening is specifiek aangegeven dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 is nader uiteengezet
16/178
hoe het voornemen binnen het woningbouwprogramma past. Daarmee is het plan in overeenstemming met artikel 3 van de Verordening Romte Fryslân. De provinciale verordening bevat geen regels betreffende sportgerelateerde functies. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Heerenveen 2040 vastgesteld. De samenleving en de leefomgeving veranderen snel en de gemeente Heerenveen geeft aan dat het goed is in deze verandering een gezamenlijk richtpunt te hebben en te bepalen wat de ambities zijn. De Omgevingsvisie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van he gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. In de visie komt staat de vraag centraal wat de gemeente wil bereiken in 2040 en wat gaat de gemeente daar voor doen tot 2030. De gemeente geeft aan dat de omgevingsvisie een dynamisch document is. De stip aan de horizon blijft daarbij hetzelfde, maar de route om er te komen wordt daarbij aangepast aan ontwikkelingen en nieuwe inzichten. De kern van de visie is: 'In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken.
En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken.' In deze visie worden de ambities van de gemeente aangegeven. Onder andere Heerenveen blijft stad van sport. Aangegeven wordt dat sport en Heerenveen onlosmakelijk met elkaar zijn vebonden. De aanwezigheid van topsport wil de gemeente gebruiken om Heerenveen aantrekkelijker te maken om te wonen, te recreëren en te werken. Topsport en amateursport versterken elkaar en daarmee draagt topsport bij aan de vitaliteit van Heerenveen en haar inwoners. In 2040 is dit profiel versterkt door de topsportvoorzieningen verder te verbinden met andere (economische) functies en voorzieningen. Door een combinatie van functies zijn het Sportstadgebied en het gebied rond Thialf uitgegroeid tot levendige en aantrekkelijke gebieden. Ook elders in Heerenveen zijn nieuwe faciliteiten toegevoegd die bijdragen aan het beoefenen, analyseren en verbeteren van sportprestaties. Waar mogelijk wordt tussen de sportorganisaties, kennisorganisaties, overheden, onderwijs en bedrijfsleven samengewerkt op het gebied van programma's, organisatie en accommodaties. De gemeente Heerenveen hanteert 4 kernopgaven waarmee zij aan de slag wil tot 2030. Kernopgave 1 is 'Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen'. De gemeente geeft aan
17/178
dat om het (top)sportprofiel en de bijbehorende economische spin-off op lange termijn vast te houden, het belangrijk is dat (de gebieden rondom) Sportstad en Thialf aantrekkelijk zijn en goed blijven functioneren. Kernopgave 2 is 'Bouwen aan toekomstbestendige woningen'. Wat betreft nieuwbouw gaat de gemente scherper kijken naar de realisatie van nieuwe projecten. Daarbij wordt de afweging gemaakt wat de woningen toevoegen aan het bestaande woningaanbod en of er op de langere termijn ook vraag is naar deze woningen. De omgevingsvisie is ook gebiedsgericht uitgewerkt. Een aantal gebieden heeft een gemengd karakter die een bovenlokale of zelfs een (boven)regionale functie hebben, door de aanwezigheid van één of meer regionale voorzieningen. Voobeelden zijn de sportgebieden bij Sportstad en Thialf. In de visie worden met betrekking tot het Thialfgebied de volgende ambities en uitgangspunten genoemd: Met de relevante stakeholders in het gebied - NOC-NSF, KNSB, ISU en Provincie Fryslân - onderzoeken we de mogelijkheden om de exploitatie van Thialf te verbeteren en het aanbod uit te breiden met ijsgerelateerde sporten (curling, ijsdansen, etc). In dit kader kijken we ook naar de mogelijkheden om een multifunctionele ijshockeyhal te realiseren; Nieuwe (commerciële) functies in het gebied zijn ondersteunend aan het profiel met (top)sport, evenementen en leisure.
Ze vormen daardoor een aanvulling op de ontwikkeling van het centrum van Heerenveen; Langs de Heremaweg zien we mogelijkheden voor transformatie van de bestaande detailhandels- en bedrijfsfuncties. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan functies die passen in het profiel van het gebied: (top)sport, evenementen en leisure. Daarnaast zijn kleinschalige combinaties van werken en wonen mogelijk. Waar mogelijk wordt daarbij het groene karakter van de Heremaweg versterkt. Voor de locatie Jongbloed zijn al plannen in ontwikkeling; We onderzoeken de mogelijkheden om het parkeerterrein multifunctioneel te benutten in het kader van duurzaamheid. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen nadat in 2019 en 2020 verschillende dialoogsessies hebben plaatsgevonden, een enquête is afgenomen en er sessies zijn geweest met de gemeenteraad. Een belangrijk aandeel in de omgevingsvisie heeft betrekking op Heerenveen als (top)sportstad. In de kern wordt aangegeven dat in 2040 ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder is versterkt en verbreed. Het beleid van de gemeente is sterk gericht op (top)sport. Dat is het huidige beleid en dat zal het de komende jaren ook blijven. Eén van de kernkwaliteiten van de gemeente Heerenveen is het hebben van een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente.
Deze kernkwaliteit wil de gemeente Heerenveen vasthouden en versterken door het bieden van faciliteiten als huisvesting die gericht is op topsporters. Het project voorziet in de realisatie van een topsportcentrum met huisvesting waardoor er mogelijkheden worden gecreëerd voor topsporters. Aan de sporters worden hoge eisen gesteld en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat werkt stimulerend. Verder biedt het topsportcentrum een verscheidenheid aan (top)sportgerelateerde voorzieningen aan, waardoor er bundeling van voorzieningen ontstaat binnen het Thialf gebied en het aanbod wordt versterkt. Het project past dan ook binnen de gemeentelijke omgevingsvisie.
18/178
Woonvisie gemeente Heerenveen 2015-2020 Het (strategisch) beleid op het gebied van wonen is opgenomen in de Woonvisie 2015-2020. Op basis van de Woonvisie 2015-2020 heeft de gemeente Heerenveen woningbouwafspraken gemaakt met de provincie en buurgemeenten in Zuidoost-Friesland. Het aanbod van gevarieerde woonmilieus in wijken en dorpen is een van de kernkwaliteiten van het wonen in Heerenveen. De gemeente geeft aan in de komende periode te willen blijven investeren in deze kwaliteiten om de gemeente als aantrekkelijke woonplaats te behouden en waar mogelijk te versterken. Hierbij is het onder meer van belang dat Heerenveen als Stad van Sport moet worden gekoesterd vanwege onder andere de bijdrage die dit levert aan de aantrekkelijkheid van Heerenveen als woonplaats, voor bewoners in het algemeen en specifiek in relatie tot sporters die hier wonen. De focus verschuift naar toekomstgericht woningaanbod. Nieuwe kwaliteit (doelgroepen, typologieën, architectuur, stedenbouw) wordt gestimuleerd in plaats van meer toevoegen van hetzelfde. Addendum De gemeenteraad heeft op 22 juni 2020 besloten in te stemmen met het verlengen van de woonvisie 2015-2020 voor de periode van tenminste 2 jaar. Ter aanvulling op de woonvisie is er een aantal beleidsregels en een actueel woningbouwprogramma toegevoegd aan de Woonvisie met een addendum.
In het addendum zijn een aantal beleidslijnen als aanvulling op de woonvisie geformuleerd. Het gaat om de volgende beleidslijnen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Focus op het centrum van Heerenveen; Focus op inbreiding en verbetering van het bestaande; Focus op toekomst gericht aanbod; Focus op kwaliteit; Focus op het afronden uitbreidingslocaties Jubbega, Nieuwehorne en Tjalleberd; Focus op goede regulering en spreiding van (zorg) doelgroepen.
Bij nieuwe woningbouwinitiatieven worden verder een aantal vragen gesteld waarbij het van belang is dat het initiatief kwalitatief onderscheidend is en dat er sprake is van een multipliereffect (positief effect) op het centrum, de A32 zone, de gemeente of de gemeente. Conclusie Eén van de kernkwaliteiten van de gemeente Heerenveen is het hebben van een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente. Deze kernkwaliteit wil de gemeente Heerenveen vasthouden en versterken door het bieden van faciliteiten als huisvesting en een innoverend/vernieuwend aanbod die gericht is op topsporters. Door het bieden van huisvesting en (top)sport gerelateerde voorzieningen worden er mogelijkheden gecreëerd voor topsporters. Aan de sporters worden hoge eisen gesteld en een aantrekkelijk woon-, leef-, en sportklimaat werkt stimulerend. Met het toevoegen van woningaanbod voor topsporters en het bundelen van (top)sportvoorzieningen rondom het Thialf kan de gemeente een bijdrage leveren aan het succes van de sportstad. Geconcludeerd kan worden dat het gemeentelijk beleid in overeenstemming is met de voorgenomen ontwikkeling.
19/178
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De VNG brochure Bedrijven en milieuzonering wordt gebruikt als hulpmiddel bij de onderbouwing van ruimtelijke ordeningsbesluiten. De brochure bevat een indeling van bedrijfstypen in milieucategorieën. Naar mate een bedrijfstype in een hogere milieucategorie is ingedeeld, moet een grotere afstand worden aangehouden ten opzichte van woningen. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een voormalig bedrijfspand voor detailhandel naar gedeeltelijk wonen.
Daarmee wordt een nieuwe milieugevoelige functie geïntroduceerd. Van belang is dat deze ontwikkeling de bestaande bedrijvigheid niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Bij de toepassing van de VNG brochure wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen: het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en het omgevingstype gemengd gebied. Het projectgebied is gelegen in een gebied met een hoge mate van functiemenging, waardoor het gebied bestempeld kan worden als gemengd gebied. Er wordt daarom uitgegaan van de richtafstanden tot woningen in een gemengd gebied. Direct omliggende functies zijn detailhandel, dienstverlening en lichte sportfuncties. Dit zijn functies uit ten hoogste milieucategorie 2, waarbij een richtafstand van 10 meter tot woningen in een gemengd gebied geldt. De woontoren komt op ruim 50 meter vanaf deze functies. Op het bedrijventerrein ten zuiden van het projectgebied zijn woningen en bedrijven gesitueerd. De dichtsbijzijnde bedrijven zijn bedrijven met ten hoogste milieucategorie 2. Daarnaast is schuin tegenover het projectgebied een autospuiterij aanwezig, uit milieucategorie 3.1. De grootste richtafstand die voor de functies op het bedrijventerrein en de autospuiterij wordt gehanteerd is 30 meter.
De afstand van de nieuw te realiseren huisvesting tot de bedrijven op het bedrijventerrein en de autospuiterij is groter dan 30 meter.
20/178
Op grotere afstand zijn een kunststof verwerkend bedrijf uit milieucategorie 4.1 en bedrijven uit milieucategorie 3.2 aanwezig. Deze bedrijven liggen op minimaal 100 meter vanaf de woontoren, waarmee ook wordt voldaan aan de richtafstanden. Dit geldt ook voor Thialf. De ijshal en evenementenlocatie ligt op 150 meter afstand. Voor de bedrijven op het bedrijventerrein en voor Thialf geldt dat er op kleinere afstand ook al woningen aanwezig zijn, waarmee de woontoren in het projectgebied niet bepalend wordt voor eventuele bedrijfsontwikkeling. In het projectgebied zelf wordt een parkeerterrein gerealiseerd. Parkeerterreinen vallen onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De dichtsbijzijnde woningen buiten het projectgebied liggen op circa 20 meter afstand van het projectgebied. Er kan dus aan de richtafstand worden voldaan. Het betreft hier een kleinschaliger parkeerterrein in vergelijking tot parkeerterrein Thialf, waardoor eventuele geluidsoverlast van parkerende auto's al erg beperkt is. De realisatie van het parkeerterrein vormt dan ook geen belemmering voor de woningen. Binnen het projectgebied worden in de plint sportgerelateerde voorzieningen gerealiseerd. Het gaat hier om fitnessruimte (sportschool), fysiotherapie, padelbanen en buitensport.
Deze functies vallen onder milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand van geldt van 10 meter in gemengd gebied. De dichtsbijzijnde woningen zijn op 20 meter gelegen van het projectgebied waardoor er aan de richtafstand kan worden voldaan. Het is van belang dat de sportgerelateerde voorzieningen het wonen in het plangebied niet belemmeren. Om te zien of er geen sprake is van belemmering door functie menging is bijlage 4 van VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de dienstverlening (fysio) onder categorie A valt en de fitnessruimte en padelbanen onder categorie B2. Voor activiteiten in categorie A geldt dat deze direct naast of beneden woningen kunnen worden uitgevoerd. Voor categorie B2 geldt dat deze in een gemengd gebied kunnen worden uitgevoerd, mits bouwkundig afgescheiden van woningen. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan of er andere bouwkundige voorzieningen worden getroffen waardoor milieubelasting wordt voorkomen. De padelbanen en de fitnessruimte wordt wel in de plint gerealiseerd. De fitnessruimte ligt direct onder de toren waar de woningen worden gerealiseerd. De padelbanen ligt binnen de bebouwing maar niet direct onder de toren. In het ontwerp van de constructie en de gevel van de woontoren rekening gehouden met het beperken van de geluidsbelasting.
Hierdoor is de realisatie van de fitnessruimte en de padelruimte in de plint acceptabel. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een verantwoorde afstemming tussen bedrijven en het wonen.
4.2
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en dat de parkeersituatie geen onevenredige hinder mag veroorzaken. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit de CROW
21/178
publicatie 381 (2018). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van parkeernormen uit de Parkeernormennota 2020 van de gemeente Heerenveen. Hierin worden de gebieden Centrum Heerenveen, Schil Heerenveen, Overig bebouwde kom en Buitengebied onderscheiden. Voor het projectgebied zijn de normen voor Overig bebouwde kom van toepassing. Toetsing Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie van de woningen en kamers wordt uitgegaan van gemiddelde kentallen, namelijk 1,6 mvt/etmaal per woning en 0,7 mvt/etmaal per kamer. Dit komt neer op 108 mvt/etmaal voor 32 woningen en 80 kamers met elk hun eigen huisnummer. Voor de functies in de plint geldt dat de huidige sportschool met 34 mvt/etmaal per 100 m2 de bepalende functie is. De verkeersgeneratie zal ten opzichte van de huidige situatie niet relevant toenemen. De Heremaweg heeft bovendien voldoende capaciteit om het verkeer af te wikkelen. Er is bovendien sprake van een overzichtelijke situatie. Parkeren De parkeerbalans voor het plan is opgenomen in bijlage 1. Deze is gebaseerd op dubbelgebruik, zoals ook in de parkeernormen van de gemeente wordt aangehaald. De parkeerbehoefte betreft maximaal 104 parkeerplaatsen. De initiatiefnemer heeft met de gemeente een overeenkomst gesloten waarbij een extra strook grond naast het topsportcentrum wordt overgenomen door de initiatiefnemer, zodat deze grond ook kan worden gebruikt voor parkeren.
Hiermee kan het parkeren op eigen terrein worden opgelost. In totaal worden er circa 109 parkeerplekker op eigen terrein gerealiseerd, zie figuur 2.2.
4.3
Water
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het project op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. De watertoets is een procesvereiste in het kader van de ruimtelijke procedure. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (bijlage 2). Uit de resultaten van de digitale watertoets blijkt dat vanwege de potentiële effecten op de waterhuishouding de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Het waterschap stelt hiervoor een wateradvies op. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Veilig Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke ordening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie
22/178
lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang. Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht. Bijvoorbeeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen. Met dit project worden geen gevoelige functies zoals bedoeld door het waterschap voorgesteld. De Heremaweg vormt een regionale waterkering. De waterkering betreft geen dijk maar wordt gevormd door hoge gronden. Het volledige terrein van Jongbloed is op hoogte gebracht. Rondom de kering is een beschermingszone aangegeven. De ontwikkelingen binnen het projectgebied vinden buiten deze beschermingszone plaats. De kering komt als gevolg van dit plan niet in gevaar aangezien. Voor ingrepen in de beschermingszone is een watervergunning nodig. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het projectgebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het projectgebied groener in te richten. Uit de Klimaatatlas Friesland blijkt dat er in het projectgebied sprake kan zijn van wateroverlast. Hiermee moet bij de dimensionering van het watersysteem rekening gehouden. Met deze aspecten is rekening gehouden door zuinig om te gaan met verhardingen.
Het terrein is in de huidige situatie grotendeels verhard. Alleen de zone langs het spoor is nog onverhard. Per saldo neemt de oppervlakte bebouwing op het terrein af. Voor de nieuwe parkeerplaatsen langs de randen van het terrein wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van halfverharding. Compensatie Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 200 m2 in het stedelijk gebied. Dit project stelt een herinrichting van een bestaand stedelijk gebied voor. Het projectgebied is al voor een belangrijk deel verhard. Het uitgangspunt is dat het verhard oppervlak niet toeneemt. Waar mogelijk wordt verharding vervangen door halfverharding. Peilbeheer Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het waterpeil en de aanleghoogte van de bebouwing. De nieuwbouw wordt op dezelfde hoogte gerealiseerd als de huidige bebouwing. Grondwateronttrekking Voor het (tijdelijk) onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig.
Ook op het lozen van onttrokken grondwater is de meldingsplicht van toepassing.
23/178
Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater gescheiden af te voeren. In dit geval wordt de nieuwbouw aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Er wordt vanuit gegaan dat het systeem voldoende capaciteit heeft. Afstromend hemelwater vanaf de verhardingen kunnen infiltreren of worden afgevoerd op de waterpartij die langs het woongebied wordt aangelegd. De waterpartij wordt gekoppeld aan de schouwwatergang die langs de zuidwestzijde van het projectgebied ligt. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen.
4.4
Geluid
Toetsingskader Wegverkeerslawaai Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Spoorweglawaai In het Besluit Geluidhinder van 1 juli 2012 is het wettelijk kader van geluidhinder vanwege spoorwegen opgenomen.
Op grond van artikel 1.4a is de zonebreedte van de trajecten in Nederland vastgesteld. Deze zonebreedte is afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond (hierna GPP). Deze GPP's zijn op 1 juli 2012 door een wetswijziging van de Wet milieubeheer voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. GPP's zijn berekende waarden op referentiepunten en stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van het geluid door toenemend verkeer. Deze referentiepunten liggen om de 100 meter op 4 meter boven lokaal maaiveld, op een vaste afstand van 50 meter aan weerszijden van het spoor. De GPP's, brongegevens en relevante besluitinformatie zijn opgenomen in het zogenaamde geluidregister. Dit register is openbaar, digitaal toegankelijk via de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
24/178
Toetsing Ten behoeve van de ontwikkeling in het projectgebied is een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai (bijlage 3) uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Wegverkeerslawaai Op basis van de berekeningsresultaten voor wegverkeer blijkt de geluidbelasting vanwege zowel de Heremaweg als de Industrieweg/Rotstergaastweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde Lden = 48 dB. De maximale grenswaarden van Lden = 63 dB worden echter niet overschreden. De hoogste berekende waarde bedraagt Lden = 52 dB vanwege de Heremaweg en Lden = 49dB vanwege de Industrieweg/Rotstergaastweg. Voor wat betreft wegverkeerslawaai is de realisatie van het studio's dan ook mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wgh; wel is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Voor wat betreft het wel/niet toepassen van geluidreducerende maatregelen geldt dat het toepassen van een stiller wegdektype tot een lagere geluidbelasting kan leiden, maar naar verwachting niet een zodanig reductie oplevert dat er kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Omdat een ander type wegdek niet alleen ter plaatse van het projectgebied moet worden aangebracht, maar over een grotere lengte van de Heremaweg en Industrieweg is het toepassen van gevelmaatregelen meer kosteneffectief.
Het plaatsen van geluidschermen is vanuit stedebouwkundig oogpunt niet gewenst. In het gevelontwerp wordt rekening gehouden met de geluidbelasting. Spoorweglawaai Het projectgebied is, op basis van de referentiepunten van het spoor ter hoogte van het projectgebied, gelegen in de geluidzone van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle (zonebreedte 200/300 m). Akoestisch onderzoek naar aanleiding van spoorweglawaai is daardoor noodzakelijk. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 55 dB voor woningen en de maximale grenswaarde Lden = 68 dB. De geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai bedraagt ten hoogste Lden = 68 dB op de naar het spoor gerichte gevel. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van Lden = 55 dB (woningen) wordt daarmee overschreden, maar de maximale grenswaarde van Lden = 68 dB niet. De realisatie van het appartementengebouw is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wgh voor wat betreft railverkeerslawaai; wel is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Eventuele maatregelen aan het spoor kunnen bestaan uit het plaatsen van geluidschermen.
Omdat dit met ProRail moet worden afgestemd, de kosten van dergelijke schermen naar verwachting relatief hoog zullen zijn ten opzichte van de bouwkosten van het project en omdat er sprake is van een overweg waar geen geluidschermen mogelijk is, is het plaatsen van een geluidscherm langs het spoor ook niet nader afgewogen. Daarbij geldt tevens dat ter hoogte van het projectgebied nog de perrons staan van het NS-station Heerenveen IJsstadion. Dit station is niet meer in gebruik, maar de perrons/perronranden staan er nog wel en zorgen voor enige afscherming. Wat op termijn hiermee gaat gebeuren is niet bekend.
25/178
Cumulatieve geluidniveaus Het projectgebied heeft te maken met wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. Bij een (mogelijke) samenloop van verschillende geluidsbronnen dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden bepaald, waarbij een beoordeling dient plaats te vinden of de gecumuleerde geluidbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbaar niveau. De berekende cumulatieve geluidbelasting op de gevels kan als matig tot slecht worden beoordeeld. Een acceptabel woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd in het gevelontwerp door het niveau van gevelgeluidwering. Bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012 dient te worden uitgegaan van de maximaal berekende geluidbelasting vanwege weg- of railverkeerslawaai, waarbij voor wegverkeer moet worden uitgegaan van de berekende geluidbelasting exclusief aftrek o.b.v. art. 110g Wgh. De maximale gevelbelasting kan per gevel worden bepaald. In het kader van de Omgevingsvergunning bouw (bouwvergunning) wordt de gevelgeluidwering nader bepaald. In het ontwerp wordt rekening gehouden met balansventilatie en geluidwerende beglazing waar nodig. Voor de ontwikkeling zal voor zowel het wegverkeerslawaai als het spoorweglawaai een hogere waarde procedure gevolgd moeten worden. Bovendien wordt in het gevelontwerp rekening gehouden met het lawaai als gevolg van de wegen en de spoorweg.
4.5
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Volgens informatie uit het Bodemloket is in 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Volgens het loket moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. Om deze reden is een bodemonderzoek uitgevoerd die is toegevoegd als bijlage 4. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de baksteenhoudende ondergrond licht verontreinigd is met minerale olie en PAK. Deze verontreinigingen overschrijden de interventiewaarden niet. Het grondwater is niet verontreinigd. Er is geen aanleiding om aanvullend onderzoek uit te voeren. De bodem is geschikt voor de toekomstige functies.
4.6
Archeologie
Toetsingskader In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek
26/178
archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden: de ijzertijd-middeleeuwen en de steentijd-bronstijd. Toetsing Op basis van de provinciale archeologisch verwachtingskaart Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is er voor de periode ijzertijd - middeleeuwen karterend onderzoek 3 noodzakelijk. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroeg-middeleeuwse ontginningen. Op basis van FAMKE is er voor de periode steentijd - bronstijd voor het projectgebied een quickscan noodzakelijk. Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5000 m² een quickscan te verrichten. Het project maakt geen bodemingrepen van meer dan 5000 m2 mogelijk. Aanvullend archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk op basis van het FAMKE.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Toetsing De gemeente Heerenveen heeft in zijn erfgoednota cultuurhistorisch beleid vastgelegd. Het projectgebied ligt in een gebied met naoorlogse uitbreiding tot 1971. Dit gebied is bebouwd aan de hand van deelplannen. In de omgeving van het projectgebied is een aantal grote, autonome bouwvolumes gestitueerd zoals het IJsstadion Thialf. In de nota is het projectgebied niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Er is geen nader onderzoek naar cultuurhistorie noodzakelijk.
4.8
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
27/178
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Natura-2000 gebieden zijn gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden en aangewezen zijn door de minister van Economische Zaken. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. Bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Toetsing Gebiedsbescherming Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het projectgebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het projectgebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Rottige Meenthe & Brandemeer is wel gevoelig voor stikstofdepositie. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit of ligt niet in een gebied dat beschermd is in het kader van de Wet natuurbescherming. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Rottige Meenthe & Brandemeer op circa 8 kilometer afstand. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen is er geen sprake van directe aantasting, zoals
28/178
effecten door geluid of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie De Rottige Meenthe & Brandemeer alsook natuurgebieden die op nog grotere afstand liggen (Van Oordt's Mersken, Weerribben en Drents-Friese Wold & Leggelderveld) kennen habitats die gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Voor deze ontwikkeling is beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Met het programma AERIUS Calculator (versie 15 oktober 2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn).
Wat valt onder de vrijstelling: het bouwen en slopen van een bouwwerk; het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Voor het stikstofonderzoek voor dit project betekent de vrijstelling dat de effecten van stikstofemissie in de aanlegfase niet meer hoeven te worden berekend. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit komt (bijlage 5). Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg.
Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt op een afstand van circa 850 meter van een gebied dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland, maar maakt er geen onderdeel van uit. Hierdoor is ruimtebeslag en directe aantasting van het Natuuurnetwerk Nederland op voorhand uitgesloten. Soortenbescherming
29/178
De plannen voor het topsportcentrum hebben mogelijk invloed op de aanwezige planten- en diersoorten. Om de aanwezigheid van planten- en diersoorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming te onderzoeken is een QuickScan uitgevoerd, waarvan de resultaten in bijlage 6 zijn weergegeven. Uit de QuickScan is gebleken dat effecten op beschermde soorten in en binnen de verstoringszone van het projectgebied uitgesloten zijn, zolang buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient het projectgebied voorafgaand aan het broedseizoen broedvogelvrij gehouden te worden. De werking van de preventieve maatregelen dient gecontroleerd te worden door een ter zake kundig ecoloog.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze zich onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren. Dit zijn lijnen die punten met een zelfde risico met elkaar verbinden op een topografische kaart. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsgebouwen). De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico wordt voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gesteld op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 contour mogen geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.