0 BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg 25-02-2025
Tekst van het document
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg Versie 1: juli 2024, Versie: 25 februari 2025
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Inhoudsopgave
Motivering
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Leeswijzer
4 4 4 5
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving bestaande situatie 2.2 Beschrijving nieuwe situatie 2.3 Landschappelijke inpassing 2.4 Geldende regeling in het omgevingsplan 2.5 Beschrijving strijdigheid
6 6 6 6 12 14
Hoofdstuk 3 Toetsing aan regelgeving en beleid 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
14 14 17 20 21
Hoofdstuk 4 Beperkingen fysieke leefomgeving 4.1 Hinder van (bedrijfsmatige) activiteiten 4.2 Water 4.3 Ecologie 4.4 Omgevingsveiligheid 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Bodem 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Duurzaamheid en gezondheid 4.11 Kabels en leidingen en privaatrechtelijke belemmeringen 4.12 M.e.r.-beoordeling
23 23 24 26 28 28 29 30 30 31 32 33 33
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
34 34 34
Hoofdstuk 6 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties 6.1 Toetsingskader 6.2 Afweging 6.3 Conclusie
35 35 35 36
3
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggende buitenplanse omgevingsplanactiviteit heeft betrekking op het realiseren van een Sinnefjild (zonnepark) aan de Leeuwarderstraatweg in Heerenveen. Het gebied heeft een agrarische bestemming conform het Omgevingsplan van rechtswege (tijdelijke deel). Realisatie is niet mogelijk binnen de regels van het geldende omgevingsplan. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet vervangt onder andere de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit houdt in dat een procedure onder de Omgevingswet moet worden doorlopen, namelijk het afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: Bopa). Ten behoeve daarvan moet worden gemotiveerd dat met afwijking sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende motivering (voorheen ruimtelijke onderbouwing) voorziet daarin.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied heeft betrekking op drie agrarische percelen (Tjalleberd K507, 539 en 540) langs de Leeuwarderstraatweg in Heerenveen. Aan de andere zijde van het projectgebied bevindt zich het bedrijventerrein Leeuwarderstraatweg, gesitueerd langs de Hearresleat. Het bedrijventerrein biedt plek aan diverse soorten bedrijven. Van groot tot klein. In de meeste gevallen zijn de bedrijven watergebonden. In dit gebied ligt ook een aantal woonarken. Deze zijn gesitueerd ter hoogte van de zuidzijde van het plangebied. De projectlocatie ligt op een steenworp afstand van de A32 en is aan de noordelijke- en oostelijke zijde omsloten door (productie)bos.
4
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 1. Ligging projectgebied (bron: Google Maps, 2024)
1.3
Leeswijzer
Deze motivering bestaat uit een aantal hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Daarna behandelen hoofdstuk 5 en 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving bestaande situatie
In de bestaande situatie is het projectgebied in gebruik als grasland. De bodem van de projectlocatie is minder geschikt voor normaal agrarisch gebruik, omdat het daarvoor te nat is. Kwalitatief en kwantitatief is sprake van een slechte opbrengst vanwege onder andere de smalle percelen en de vele sloten. De locatie is daardoor moeilijk bewerkbaar met grote machines. Een agrariër moet veel bufferstroken langs deze sloten vrijhouden. Het projectgebied betreft voor een deel veengrond en wordt al jaren niet meer intensief agrarisch gebruikt. Daarnaast is de oppervlakte aan de kleine kant voor intensief agrarisch gebruik en ligt het plangebied niet in de buurt van een agrarisch bedrijf. Bovendien hebben agrarische bedrijven geen belang bij de grond, vanwege de insluiting door snelwegen, waterwegen, bos en bebouwing. Het bewerken van deze percelen is duurder voor melkveebedrijven in verband met de reisafstand om bijvoorbeeld de oogst thuis te krijgen. Verder is het projectgebied omgeven door bebossing. Langs de Leeuwarderstraatweg bevindt zich een bomenrij.
2.2
Beschrijving nieuwe situatie
In de nieuwe situatie bevindt zich een zonneweide met een oppervlakte van circa 6,5 hectare in het projectgebied. Het geïnstalleerde vermogen van de zonneweide wordt circa 9 MWp. De verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie is 8.000.000 kWh. Dit staat gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse stroombehoefte van circa 3.000 huishoudens. Bij deze elektriciteitsproductie wordt uitgegaan van de huidige stand van de techniek. In de uiteindelijke uitgevoerde situatie bestaat de mogelijkheid dat door de verdere ontwikkeling van de techniek het opgestelde vermogen en de en de energieopbrengst hoger is. Afhankelijk van de technische en financiële haalbaarheid zou het zonnepark in de toekomst uitgebreid kunnen worden met een energieopslagsysteem. De voorliggende BOPA-motivering heeft echter uitsluitend betrekking op de realisatie van de zonneweide. Ten tijden van het aanvragen van de omgevingsvergunning zijn een aantal eigenschappen van het energiepark / zonnepark nog niet tot in definitief detail uitgewerkt. Reden hiervoor is dat de keuze voor toe te passen materialen (zoals type zonnepaneel) en de beschikbaarheid daarvan, sterk afhankelijk is van (ontwikkelingen op) de internationale markt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het gaat om ondergeschikte eigenschappen. Het gaat in beginsel voor niet-deskundigen om niet-waarneembare afwijkingen.
De systematiek om een bandbreedte voor wat betreft de afmetingen van de te gebruiken technische toepassingen aan te vragen, is toegelaten op grond van jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:1947). De omgevingsvergunning wordt binnen minimum en maximum afmetingen (bandbreedte) aangevraagd. De aanvraag omgevingsvergunning gaat uit van een bandbreedte van verschillende technische toepassingen op de onderstaande onderdelen: 1. type zonnepaneel en paneelopstelling; 2. transformatoren
2.3
Landschappelijke inpassing
Landschap Het plangebied was oorspronkelijk onderdeel van de open veenpolder, maar door grote veranderingen is dit nauwelijks nog te zien. Dit is op de topografische kaarten te zien. Door de aanleg van de snelweg, het bedrijventerrein en de aanplant van het bos is in de huidige situatie juist een heel besloten gebied ontstaan. Bijna tegenovergesteld aan de grootschalige openheid die er eerst was.
6
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
De oorspronkelijke kenmerken van de veenpolder zijn niet helemaal verdwenen. De opstrekkende verkaveling is nog te zien in de lange sloten en de langgerekte kavels. Maar vooral aan de lage ligging is de veenpolder nog herkenbaar. Het plangebied ligt op -1,50 tot -1,80 NAP. Bijna 2 meter lager dan de Leeuwarderstraatweg.
Figuur 2. Topografische kaart 1923 (Bron: Topotijdreis.nl)
Figuur 3. Topografische kaart 1973 (Bron: Topotijdreis.nl)
Figuur 4. Topografische kaart 2023 (Bron: Topotijdreis.nl)
Kenmerken/kwaliteiten Opvallend zijn de beslotenheid, het groene karakter, de lage ligging en de verkavelingsstructuur. De beslotenheid vormt een contrast met de oorspronkelijke openheid van de veenpolder waar dit gebied onderdeel van was. Het groene natuurlijke karakter is hier kenmerkend omdat het bedrijventerrein juist zo verhard en versteend is.
7
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
In de lage ligging en de verkavelingsstructuur is de oorspronkelijke structuur van de veenpolder herkenbaar. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing is het resultaat van het gevolgde participatie traject (zie paragraaf participatie), de wensen en randvoorwaarden van de gemeente en het Wetterskip en het inspelen op de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten. De landschappelijke inpassing bestaat uit de volgende ingrepen: Het toepassen van brede randsloten t.b.v. veiligheid, waterberging en natuurwaarden. Aanleg van een ecologische zone langs de Leeuwarderstraatweg. Aanleg van natuurvriendelijke oevers. Aanleg van een wandelpad en een ecologische zone langs de zuidrand van het plangebied. Rechthoekige opstelling van de panelen, passend bij de verkavelingsstructuur. Ruime zuidgeoriënteerde opstelling van de panelen met daartussen en daaronder ruimte voor groen. Er worden, met uitzondering van een toegangshek, geen hekken toegepast.
Figuur 5. Landschappelijke inpassing
Volledigheidshalve is de landschappelijke inpassing ook als bijlage te raadplegen. Hetzelfde geldt voor de dwarsprofielen uit figuur 6. Deze zijn te raadplegen als bijlage. De bestaande sloten rondom het plangebied, met uitzondering van de sloot aan de oostzijde, worden verbreed tot minimaal 5 meter. Door de brede sloten zijn er geen hekken nodig om het park. Alleen bij de toegang van het park zal een hek nodig zijn. Aanvullend op de brede sloten wordt het zonnepark ingepast met een natte ecologische zone langs de
8
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Leeuwarderstraatweg. De breedte hiervan is 10 meter (aanvullend op de sloot). Tussen de natte ecologische zone en het zonnepark ligt een onderhoudsstrook van 5 meter. De onderhoudsstrook wordt vormgegeven met een verhoogd dijkje ten behoeve van de waterberging (zie paragraaf waterberging).
Figuur 6. Dwarsprofielen
De hellingen van de oevers in de natte ecologische zone zullen variëren zodat kansen worden geboden voor diverse soorten beplantingen. Op zeer flauwe oevers en in plasdraszones zal veel rietvorming mogelijk zijn. Op plekken met steilere oevers wordt ruimte geboden voor inheemse struiken en bomen (o.a. grauwe wilg, els, krent, lijsterbes, vuilboom en vogelkers). Op deze manier ontstaat en gevarieerd beeld en een gevarieerd leefgebied. Ter hoogte van de woonarken worden ook groenblijvende struiken (hulst, wilde liguster) toegepast. Langs de zuidrand van het plangebied wordt een wandelverbinding aangelegd met het bos. Dit wandelpad sluit aan op de Leeuwarderstraatweg en het maaipad van Staatsbosbeheer. De wandelstrook wordt van het zonnepark gescheiden met een brede sloot met natuurvriendelijke oevers en heeft hierdoor het karakter van een dijkje tussen water. De zonnepanelen staan in een rechthoekige opstelling, passend bij de verkavelingsstructuur. De zonnepanelen staan zuidgeoriënteerd en staan dus evenwijdig aan de korte zijde van het plangebied. De opstelling van de panelen heeft een maximale hoogte van 2,4 meter ten opzichte van het maaiveld. Ter plaatse van de woonarken, de zuidrand van het plangebied, wordt de opstelling van de panelen 0,60 tot 0,65 meter lager. De panelen liggen daar gelijk met de bovenzijde van de weg.
Vanuit de woonarken zal hierdoor over de panelen heen gekeken kunnen worden naar het bos van Staatsbosbeheer. Tussen de panelen wordt minimaal 2,0 meter vrijgehouden ten behoeve van de kwaliteit van de bodem.
9
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 7. 3D-impressie in te passen zonnepark ter hoogte van de woonarken.
Technische aspecten zonnepanelen De zonnepanelen zijn ongeveer op het zuiden georiënteerd. De maximale tiphoogte van de zonnetafel is 2,4 meter. Aan de zuidzijde is deze hoogte 0,6 tot 0,65 meter lager. De minimale ruimte tussen maaiveld en zonnetafel is 60 cm. De afstand tussen de stellages is minimaal 2,0 meter. Het principe is in onderstaande doorsnede verbeeld.
Figuur 8. Principe opstelling panelen (Bron: Pondera)
Waterberging De sloot midden in het gebied wordt gedempt (2600 m2 ). Langs de randen wordt voorzien in 2.700 m2 nieuw water. Per saldo neemt het oppervlak aan water met 100 m2 toe. Daarnaast wordt in het plan voorzien in ruimte voor extra waterberging (gedurende de exploitatieperiode van het zonnepark). Om dit mogelijk te maken wordt een aarden wal rondom het plangebied gemaakt. De bovenkant van deze wal komt 20 tot 30 centimeter hoger te liggen dan het maaiveld waarop de zonnepanelen staan. Dit valt dus bijna niet op. Maar hierdoor kan wel veel water worden vastgehouden bij stevige regenbuien. De lage wal wordt gecombineerd met het onderhoudspad.
10
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 9. Impressie waterberging (bron: Nederlandopgewekt.nl)
In de huidige tijd met steeds heftiger wordende buien, is de extra waterbuffer een toekomstgerichte bijdrage van het zonnepark aan de omgeving. De toepassing van waterberging zal bovendien een ecologische meerwaarde hebben, fluctuatie in waterpeil is een natuurlijk proces en bevorderlijk voor bepaalde soorten. Overige wateraspecten De middensloot wordt gedempt met gebiedseigen materiaal dat nog enigszins nazakt. De te dempen sloot wordt hierdoor een glooiende laagte voor waterberging op het maaiveld zelf, vergelijkbaar met een ondiepe greppel/slenk. De hoogte/diepte van de greppel is ongeveer -2,00 m NAP oplopend naar -1,90 m NAP. De greppel heeft een verbinding met de dwarssloot aan de zuidzijde van het plangebied. De huidige dam tussen het plangebied en de Leeuwarderstraatweg blijft bestaan en fungeert als toegangsdam voor het zonnepark en het plangebied. De initiatiefnemer heeft de keuze om (a) de duiker uit de dam te graven en de dam waterdicht te sluiten of (b) de huidige duiker in de toegangsdam te behouden. In situatie a wordt de toegangsdam tevens een peilscheidingsdam. Indien sprake is van situatie b, dan zal het Wetterskip Fryslân een nieuwe peilscheiding in de vorm van een gronddam (met daarop een toegangshek en slootwaaiers) of betonnen damwand in de noordwesthoek van het plangebied realiseren en financieren met behulp van de Regiodeal.
Het onderhoud van de nieuwe grond of damwand komt in situatie b voor rekening en risico van initiatiefnemer. Ecologische meerwaarde Het zonnepark heeft een natuurinclusief ontwerp. Er worden maatregelen genomen die bijdragen aan de biodiversiteit in het gebied. In het plan wordt uitgegaan van een natte ecologische zone met flauw hellende taluds. Deze variëren van 1:3 tot 1:7. Geleidelijke overgangen van nat naar droog geeft de meeste kans op diverse soorten boven en onder het wateroppervlak. Dieren zijn welkom op het zonnepark. Met het planvoornemen wordt alleen een hekwerk geplaatst op de toegangsdam. Hierdoor wordt de barrièrewerking van het zonnepark geminimaliseerd. Het maaiveld wordt ingezaaid met gevarieerd inheems bloemen- en kruidenrijk grasmengsel zodat veel soorten vegetatie in het gebied worden geïntroduceerd. Dit betekent een verrijking van het gebied, omdat in de huidige situatie alleen sprake is een eenzijdig grasland.
11
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 10. Bloemen- en kruidenrijk grasmengsel tussen panelen (Bron: Debeterewereld.nl).
Het beheer van het soortenrijke grasland zal op een natuurvriendelijke manier plaatsvinden. Dit betekent een verandering van agrarisch beheer met bemesting en onkruidbestrijding naar natuurvriendelijk verschralingsbeheer, met schapen die periodiek in het gebied zullen grazen. Belangrijk voor de kwaliteit van de bodem is de opstelling van de panelen. De panelen krijgen een zuidgeoriënteerde opstelling met stellages met zonnepanelen, zodat het zonlicht (en regenwater) de bodem bereikt. Hiermee wordt ook reflecterend zicht en weerkaatsing van geluid richting omwonenden zoveel als mogelijk voorkomen. De hiervoor beschreven maatregelen zorgen voor een meerwaarde van de rijkdom in flora en fauna.
2.4
Geldende regeling in het omgevingsplan
Voor deze ontwikkeling zijn de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Heerenveen van toepassing. Het omzetten van het oude naar het nieuwe stelsel kost tijd. Het omgevingsplan komt stapsgewijs tot stand. Zolang het definitieve omgevingsplan voor de gehele gemeente nog niet is vastgesteld, gelden nog de oude regels, zoals het oude bestemmingsplan. Die oude regels worden vanaf 1 januari 2024 aangeduid als 'het tijdelijke deel' van het omgevingsplan. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de voormalig geldende bestemmingsplannen opgenomen. Voor het projectgebied zijn daarom de regels uit de voormalige bestemmingsplannen nog van toepassing. In dit geval betreffen dat regels uit het bestemmingsplan Buitengebied 2007. Dit vormt het vertrekpunt voor de voorliggende BOPA. In het onderstaande fragment is een uitsnede uit de plankaart van dat bestemmingsplan weergegeven.
12
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 11. Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2007 (bron: Omgevingsloket - regels op de kaart, 2024). Rode contour: globale begrenzing projectgebied.
Op het bovenstaande figuur is te zien dat het projectgebied volledig is bestemd als 'Agrarisch gebied 1'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijfsvoering, behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het open landschap en cultuurgrond. Sloten, beken en waterlopen zijn binnen deze bestemming inbegrepen. Verder is een aandachtszone industrielawaai van toepassing op het projectgebied. De gronden met deze aandachtszone zijn naast de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting van een geluidsgevoelige bestemming, vanwege de geluidzoneringsplichtige inrichtingen op een industrieterrein.
13
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Naast het voorgaande zijn de volgende bestemmingsplannen van toepassing op het projectgebied: Thematisch bestemmingsplan Gebouwen bij woningen en beroepsuitoefening-aan-huis (vastgesteld 7 december 2009) Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren (vastgesteld 7 oktober 2021) Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur (vastgesteld 16 december 2021) 1e Aanpassing partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur (vastgesteld 28 maart 2024) Partiële herziening Harmonisatie Buitengebied (vastgesteld 24 juni 2024) De partiële herziening bestemmingsplannen parkeren wordt behandeld in paragraaf 4.5. De overige plannen zijn, gelet op de aard van het planvoornemen (realisatie zonneweide), niet relevant voor deze Bopa.
2.5
Beschrijving strijdigheid
Het projectgebied is conform de regels uit het geldende omgevingsplan bestemd voor agarische bedrijvigheid, behoud, herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het open landschap en cultuurgrond. Binnen zowel de gebruiks- als bouwregels zijn geen mogelijkheden opgenomen om een zonneweide te realiseren. Door middel van een Bopa wordt afgeweken van de geldende regels uit het omgevingsplan van rechtswege, om de realisatie van de zonneweide planologisch mogelijk te maken.
Hoofdstuk 3
Toetsing aan regelgeving en beleid
Er moet worden voldaan aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. Ook mag het plan niet in strijd zijn met de waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. Tot slot moet het plan passen binnen het gemeentelijke beleid. In dit hoofdstuk worden deze aspecten afgewogen en waar nodig gemotiveerd.
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel
14
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en, 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economisch sterk Nederland. Relatie met het planvoornemen Het projectvoornemen draagt bij aan prioriteit 1: ruimte voor klimaadaptatie en energietransitie. Er wordt een zonnweide gerealiseerd die voorziet in de productie van nieuwe duurzame energie. Daarnaast is bij het ontwerp van het zonnepark aandacht besteedt aan waterberging. Op die wijze wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Ook wordt rekening gehouden met de afwegingsprincipes van de NOVI: er is sprake van meervoudig ruimtegebruik in de vorm van hernieuwbare energieproductie en waterberging (afwegingsprincipe 1). Daarnaast vormen de kenmerken en identiteit van het projectgebied uitgangspunt voor de inpassing. Het projectvoornemen zoals genoemd in paragraaf 2.4 geeft invulling aan en is niet strijdig met het beleid zoals genoemd in de NOVI. 3.1.2
Instructieregels Rijk
In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl) is een groot aantal instructieregels opgenomen. Aan deze instructieregels moet worden voldaan. De meest relevante instructieregel betreft de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer: het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de waterbelangen; het beschermen van de gezondheid en van het milieu; het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Niet alle instructieregels zijn relevant. In onderstaande tabel zijn de voor dit planvoornemen van toepassing zijnde thema's waarover in het Bkl instructieregels staan opgenomen. In de tabel is per thema aangegeven in welke paragraaf in deze motivering hier nader op in is gegaan. Tabel 1. Voor het planvoornemen relevante Rijksinstructieregels
Thema
Paragraaf Bkl
Paragraaf motivering
Omgevingsveiligheid
5.1.2
4.4
Waterbelangen
5.1.3
4.2
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
4.7
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
4.1
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
4.6
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
4.8
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
4.9
15
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
3.1.3
SDE++ subsidie
Het voorliggende zonnepark komt in aanmerking voor de SDE++ subsidie. De Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) levert een belangrijke bijdrage aan het kosteneffectief realiseren van de klimaat- en energietransitie. Voor de SDE++ subsidie vallen natuurinclusieve zonneparken in een aparte categorie. Directe aanleiding hiervoor is de brief van de Minister Klimaat en Energie aan de Tweede Kamer. Natuurinclusief valt nu onder het basisbedrag van de SDE++. Het ministerie van EZK heeft aangegeven dat de eisen die aan natuurinclusiviteit worden gesteld, opgenomen dienen te worden in de omgevingsvergunningen. Dit is minder arbeidsintensief dan bij gemeentelijke beleidskaders. Om een grens te trekken waar in ieder geval aan voldaan moet worden, stelt de Minister van Klimaat en Energie vier minimum eisen: 1. 2.
3.
4.
Van bovenaf gezien, moet er minimaal 25% open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen zijn. Initiatiefnemer zorgt voor een inrichtingsplan en een beheerplan die beschrijven wat Initiatiefnemer doet om te voorkomen dat de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit gedurende de subsidieperiode achteruitgaan. De Initiatiefnemer monitort de effecten van de productie-installatie op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. Als het nodig is, neemt Initiatiefnemer aanvullende maatregelen om te voorkomen dat de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit gedurende de subsidieperiode achteruitgaan. Initiatiefnemer voert een nulmeting uit om de huidige waarde van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit vast te stellen.
Bij dit project is sprake van realisatie van een natuurinclusief zonnepark. Alle eerdergenoemde eisen worden in de omgevingsvergunning opgenomen. In de landschappelijke inpassing is ervoor gezorgd dat er 25% open ruimte tussen en om de tafels met zonnepanelen zit. De landschappelijke inpassing als onderdeel van deze Bopa motivering voorziet in het genoemde inrichtingsplan. Het beheerplan is uitgewerkt als bijlage bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. De ecologische nulmeting is uitgevoerd in het kader van de uitvoerbaarheid van dit project. De resultaten hiervan zijn in paragraaf 4.3 beschreven. De monitoring van de effecten op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer. Voor de beoordeling van de SDE++ aanvraag door RVO is het van belang dat de gemeente de criteria zoals hierboven beschreven (als voorschriften) opneemt in de omgevingsvergunning. En dat de gemeente bevestigt dat in dit geval sprake is van een natuurinclusief zonnepark en de PV-opstelling minimaal 25% open ruimte tussen de zonnetafels heeft. De hierboven beschreven SDE++ criteria zijn omgevormd tot voorschriften in de omgevingsvergunning. Hiermee komt het initiatief in aanmerking voor de SDE++ subsidie en wordt geborgd dat er sprake is van een natuurinclusief zonnepark.
3.1.4
Conclusie
Het planvoornemen is niet in strijd met de Rijksinstructieregels en het Rijksbeleid.
16
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Fryslân
De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie heeft het strategisch beleid van de provincie vervangen dat eerder in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan opgenomen was. In de provinciale omgevingsvisie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: 1. 2. 3. 4.
Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptatief inrichten; Versterken biodiversiteit.
Het voorliggende project levert een bijdrage aan de tweede integrale opgave: energietransitie met kracht voortzetten. De provincie wil inzetten op een vitale en veerkrachtige fysieke leefomgeving. Deze bestaat naar inzien van de provincie mede uit duurzame energievoorziening, een stabiele grondwatervoorraad en een innovatieve kringlooplandbouw. De realisatie van de zonneweide als gevolg van deze Bopa zorgt voor een bijdrage aan de energietransitie en een duurzame energievoorziening. Daarnaast levert het project een bijdrage aan de klimaatadaptieve inrichting van Fryslân en een versterking van de biodiversiteit. Bij de landschappelijke inpassing is aandacht besteedt aan waterberging en biodiversiteit. Dit is uitvoerig beschreven in paragraaf 2.3. Voor nadere onderbouwing wordt dan ook naar die paragraaf verwezen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Omgevingsvisie Fryslân. Conclusie Deze BOPA is in lijn met de Omgevingsvisie Fryslân. 3.2.2
Instructieregels Provincie
Inleiding Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Omgevingsverordening Fryslân Op grond van artikel 2.1, lid 1 van de verordening wordt in een omgevingsplan aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) of van een met de provincie afgestemde gemeentelijke verdiepingsslag. In paragraaf 4.9 wordt in het kader van erfgoed nader ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden.
17
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Lid 2 van artikel 2.1 regelt dat in een omgevingsplan dat een regeling bevat voor gronden buiten het bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd wordt op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, en het bevat regels die nodig zijn om deze kernkwaliteiten zo veel mogelijk te behouden en te versterken. In paragraaf 2.3 is onderbouwd dat er sprake is van een landschappelijke inpassing van het zonnepark. De kernkwaliteiten zoals genoemd in Grutsk op 'e Romte zijn daarbij in acht genomen. De Bopa voldoet dan ook aan het gestelde in lid 2. Op grond van lid 3 van artikel 2.1 bevat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, een onderbouwing van de wijze waarop het plan de omgevingskwaliteiten benut als ontwerpbasis, en het borgt het zorgvuldig situeren en inrichten van nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies op basis van de omgevingskwaliteiten. In paragraaf 2.3 is onderbouwd dat rekening wordt gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten. Hiermee voldoet de Bopa aan lid 3. Daarnaast is artikel 2.2 van toepassing op het planvoornemen.
Als een ontwikkeling die mogelijk aanzienlijke effecten op de omgevingskwaliteiten heeft, buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, wordt een ruimtelijk inrichtingsplan met behulp van een omgevingstafel opgesteld. Bij het voorliggende project is een ruimtelijke inrichtingsplan gemaakt als gevolg van een zogeheten 'Sinnetafel' traject. Het verslag van het sinnetafeltraject is als bijlage bij deze motivering te raadplegen. Verder is artikel 2.3 van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Een ruimtelijk plan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat voor die functies een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik, waaruit tenminste blijkt dat de functie voorziet in een behoefte, het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel, en dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk benut worden. In een later deel van deze paragraaf is in kader van de Zonneladder uitgebreid ingegaan op het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik. Ook in kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ingegaan op zuinig- en meervoudig ruimtegebruik in paragraaf 4.8. Hiermee voldoet het plan aan artikel 2.3.
Op grond van artikel 2.4 moet een ruimtelijk plan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, voor die functies een onderbouwing bevatten van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven van de leefomgeving. Voorbeelden zijn energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een zonneweide die in de stroombehoefte van circa 3.000 huishoudens kan voorzien. Dit draagt bij aan de energietransitie. Ook draagt het project bij aan de klimaatadaptatie. In het ontwerp van het zonnepark is rekening gehouden met waterberging. Ook zijn in de landschappelijke inpassing maatregelen voor een versterking van de biodiversiteit opgenomen. Dit alles is nader gemotiveerd in paragraaf 2.3. Al met al levert het project een positieve bijdrage aan diverse opgaven in de fysieke leefomgeving. Op basis van artikel 2.5 moet een ruimtelijk plan dat in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies voorziet, een onderbouwing bevatten van de wijze waarop effecten op de gezondheid en veiligheid zijn meegewogen in het plan. In paragraaf 4.10 is ingegaan op gezondheid. In paragraaf 4.4 is ingegaan op omgevingsveiligheid. Hiermee voldoet het project aan artikel 2.5.
Daarnaast dient een project op grond van artikel 2.5 zo nodig een onderbouwing te bevatten van de wijze waarop rekening wordt gehouden met het risico op wateroverlast of overstroming vanuit de Friese boezem. In paragraaf 4.2 is in het kader van waterbelangen ingegaan op wateroverlast en overstromingsgevaar. Zonneladder Tot slot is Afdeling 6.2 'Opstellingen voor zonne-energie' van toepassing op het planvoornemen. Op basis
18
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
van dit artikel is het meewerken aan een opstelling voor zonne-energie op gronden in het landelijk gebied of in een natuurgebied alleen mogelijk, wanneer uit onderzoek blijkt dat de opstelling noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke ambitie voor duurzame energie, waarbij toepassing is gegeven aan de volgende prioritering voor het vinden van locaties voor zonne-energie: a. b. c. d.
op daken en gevels; op gronden binnen bestaand stedelijk gebied; op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond, zoals vuilstorten, nutsvoorzieningen, zandwinputten en infrastructuur; op landbouwgronden of in natuurgebieden
Voor het succesvol doorlopen van de zonneladder dienen een aantal stappen gevolgd te worden, voordat overgegaan kan worden tot het kiezen van een locatie. Een zonneladder-onderzoek begint met het bepalen van de lokale behoefte aan energie. De omvang van de opstelling is afgestemd op de energiebehoefte van Heerenveen. Uit een onderzoek van adviesbureau Overmorgen blijkt dat als de volledige potentie voor de eerste drie treden van de zonneladder voor 2030 wordt gerealiseerd, nog ongeveer 33 miljoen kWh aan duurzame elektriciteitsopwekking nodig is om in de ambitie van Heerenveen te voorzien. Er resteert daarom een forse opgave voor zonneparken op agrarische gronden in het buitengebied van Heerenveen. In het beleidskader zonneparken (zie ook 3.4.2) is aangegeven dat er tot 2030 ruimte is voor 58 hectare zonneparken op landbouw- en natuurgronden. Momenteel zijn er twee parken operationeel die samen goed zijn voor 24,5 hectare. Los van deze initiatieven is er nog 33,5 hectare 'beschikbaar' op landbouwgrond. Het zonnepark dat met dit project mogelijk wordt gemaakt bedraagt 6,5 hectare. Er is dus in beleidsmatige en planologische zin voldoende capaciteit beschikbaar om in het onderhavige zonnepark te kunnen voorzien. Het planvoornemen voorziet daarmee in een behoefte aan zonne-energie.
Binnen het bestaand stedelijk weefsel is onvoldoende ruimte beschikbaar om in een zonneweide van deze omvang te kunnen voorzien. Aangezien bij dit project sprake is van een opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden, moet getoetst worden aan artikel 6.6. Dit artikel zegt dat in een ruimtelijk plan voor locaties buiten het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in een opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden die aansluiten op het bestaand stedelijk gebied of die een redelijke aansluiting hebben of krijgen op het stedelijk weefsel van de kern (artikel 6.6 lid 1 sub a). Bij dit plan is sprake van landbouwgronden die aansluiten op het bestaand stedelijk gebied. Ten westen van het projectgebied bevinden zich stedelijke functies die door de provincie zijn aangewezen als bestaand stedelijk gebied. Er is dus sprake van een zonneweide die aansluitend op het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In een dergelijk geval moet rekening worden gehouden met de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de locatiekeuze en landschappelijke inpassing komen tot stand met behulp van een sinnetafel, en de omvang van de opstelling is afgestemd op de energiebehoefte van de kern, of van enkele samenwerkende kernen, en de omvang van de opstelling voldoet aan de maximale omvang, zoals aangegeven op de kaart Maximale omvang opstellingen voor zonne-energie in Bijlage 6.1, en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om combinaties te maken met andere opgaven en ambities, waarbij in ieder geval ruimte wordt gereserveerd voor het versterken van de biodiversiteit, en de locatie ligt niet het in natuurnetwerk Nederland of in natuur buiten het natuurnetwerk Nederland, en de omgeving wordt betrokken bij het planproces en ten minste 50 procent van het zonnepark is in eigendom van de lokale gemeenschap.
Ad a Het projectgebied is in het gemeentelijk zonneparkenbeleid van 2016 aangewezen als zoekgebied waar grootschalige zonnevelden onder voorwaarden zijn toegestaan. Dit beleid is tot stand gekomen met behulp van een uitgebreid participatietraject. Vervolgens is de ontwikkeling van het voorliggende zonnepark tot stand gekomen met behulp van een sinnetafel. Het hierbij behorende participatieverslag is als bijlage te raadplegen. Ad b
19
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
In zowel de voorgaande alinea's als paragraaf 3.4.2 is de energiebehoefte van Heerenveen toegelicht. Gemotiveerd is dat de realisatie van de zonneweide passend is binnen deze energiebehoefte. Ad c De maximale omvang van een zonnepark bedraagt 20 hectare in Heerenveen. Het voorliggende project voorziet in de realisatie van een park met een omvang van 6,5 hectare. Er wordt dan ook voldaan aan de maximale omvang opstellingen voor zonne-energie. Ad d Bij dit zonnepark is sprake van een combinatie van opgaven in de vorm van duurzame energieproductie en waterberging. Bij de ontwikkeling van de zonneweide is aandacht besteedt aan natuurinclusiviteit en biodiversiteit. De zonneweide wordt een aantrekkelijk habitat voor vogels, bijen, vlinders en andere insecten om in te verblijven en te foerageren. De zonneweide wordt ingericht met kleine faunapassages, beschutte plekken en microbiotopen, takkenrillen, wortelkluiten, bijenhotel en reptielenhopen. Ook worden bestaande sloten langs de Leeuwarderstraatweg verbreed. Hierbij wordt uitgegaan van een natte ecologische zone met flauw hellende taluds. Deze variëren van 1:3 tot 1:7. Geleidelijke overgangen van nat naar droog geeft de meeste kans op diverse soorten boven en onder het wateroppervlak. Dit betekent een meerwaarde voor de rijkdom in flora en fauna.
Verder wordt bijgedragen aan de biodiversiteit door het inzaaien van inheemse zaadmengsels voor kruidenrijk grasland. Het onderhoud en beheer is uitgewerkt in het beheerplan dat als bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning is gevoegd. Zie paragraaf 2.3 voor uitgebreidere motivering op het vlak van natuurinclusiviteit. Ad e De locatie maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland of natuur buiten het Natuurnetwerk Nederland. Ad f De omgeving is betrokken bij het planproces in de vorm van een sinnetafel. Daarnaast wordt 50% van de zonneweide in eigendom van de Samenwerkende Heerenveense Energie Coöperatie (SHEC).
3.2.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet beperkt door provinciale instructieregels.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Energie Strategie (RES) Fryslân
Op 1 april 2021 is de Regionale Energie Strategie (hierna RES) Fryslân vastgesteld. De RES beschrijft de bijdrage van de RES-regio Fryslân aan de onderdelen Elektriciteit en Gebouwde Omgeving uit het Klimaatakkoord. De doelstelling van het Klimaatakkoord is om de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990, en met 100% te verminderen in 2050. De RES 1.0 bouwt voort op de Concept RES die in juni 2020 door alle Friese overheden is vastgesteld en aan het Nationaal Programma RES is aangeboden. Met de RES 1.0 zet Fryslân in op het doel om in 2030 tenminste 3 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken. In het kader van de RES Fryslân is nieuw beleid voor zonne-energie verankerd in de vorm van de Zonneladder. In paragraaf 3.2.2 is het planvoornemen getoetst aan de zonneladder. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de Zonneladder. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in lijn met de strategische lijn van de RES.
20
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
3.3.2
Regio Deal Zuidoost Friesland
In 2019 hebben de gemeenten Ooststellingwerf, Opsterland, Heerenveen, Smallingerland, Weststellingwerf, Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân samen een voorstel gedaan aan het Rijk voor een Regio Deal Zuidoost Fryslân. Met Regio Deals wil het Rijk de brede welvaart in de regio's versterken. In de zomer van 2020 is de deal gesloten. In de regiodeal zijn diverse pijlers vastgelegd. Eén van die pijlers heeft betrekking op vitale kernen. Voor vitale kernen hebben de diverse partijen onder andere als doel een impuls te geven aan energietransitie en de zorgeconomie. De realisatie van een zonnepark in Heerenveen zorgt voor meer hernieuwbare energie, wat bijdraagt aan de energietransitie. Het planvoornemen past daarom goed binnen deze doelstelling. Verder worden de aanlegwerkzaamheden, stuwen, duikers, dammen en grondwalletjes ten behoeve van de waterberging, (deels) door Wetterskip Fryslan gefinancierd met behulp van de Regiodeal. 3.3.3
Conclusie
Het regionaal beleid zorgt niet voor belemmeringen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Heerenveen
Met de omgevingsvisie werkt de gemeente Heerenveen aan het realiseren van de Global Goals. Deze zijn gebruikt bij het formuleren van de strategische doelstellingen van de gemeente. Er zijn kernkwaliteiten benoemd die relevant zijn voor het planvoornemen. Zo kent Heerenveen een uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid (via snelweg, spoor en water) en daarbij behorend vestigingsklimaat en werkgelegenheid; en zijn de verschillende landschapstypen rond Heerenveen zeer herkenbaar, met name de (veen)ontginningen. De gemeente hanteert de volgende doelstelling: ‘In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is.’ De gemeente wil tot 2050 een CO2 reductie van 95%. Een deel van de energie-opgave die wordt uitgewerkt in de Regionale Energiestrategie zal terecht komen in het landelijk gebied. Daarnaast speelt het landelijk gebied een rol bij de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. De gemeente geeft in haar omgevingsvisie aan koploper te zijn van circulaire economie in Noord-Nederland en is onder de noemer ‘Circular Valley’ bezig om dit thema onder de aandacht van ondernemers te brengen. De gemeente Heerenveen heeft de ambities voor 2040 vertaald naar strategische doelen voor 2030. Vaak spelen meerdere opgaven in hetzelfde gebied en liggen er kansen om deze in samenhang aan te pakken.
Heerenveen kiest voor het aanpakken van vier kernopgaven, waarin meerdere opgaven met elkaar samenhangen. We zetten in op de volgende vier kernopgaven: 1. 2. 3. 4.
Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen. Bouwen aan toekomstbestendige woningen. Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen. Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied.
Relatie met het planvoornemen Het voorliggende plan heeft met name betrekking op de vierde kernopgave. Een belangrijk onderdeel voor de opgave in het landelijk gebied is dat nieuwe ontwikkelingen aan moeten sluiten op het landschap. Dit op een zodanige wijze dat de diverse landschapstypen herkenbaar blijven of zelfs worden versterkt. Specifiek
21
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
voor zonneparken geldt dat de gemeente rekening houdt met bestaande kernkwaliteiten. In paragraaf 2.3 is uiteengezet hoe bij de inpassing van de zonneweide rekening is gehouden met het landschap. Het project is in lijn met de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.4.2
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Op 19-12-2022 heeft de gemeenteraad het "Beleidskader zonneparken in Heerenveen" vastgesteld. In dit beleidskader legt de gemeente vast waar ruimte is voor zonneparken en welke voorwaarden daarbij van toepassing zijn. In het onderstaande wordt per kernpunt beschreven hoe hieraan tegemoet wordt gekomen. Ruimte voor zonneparken Tot 2030 is er ruimte voor 58 hectare zonneparken op landbouw- en natuurgronden. Momenteel zijn er twee parken operationeel die samen goed zijn voor 24,5 hectare. Los van deze initiatieven is er nog 33,5 hectare 'beschikbaar' op landbouwgrond. Het zonnepark dat met dit project mogelijk wordt gemaakt bedraagt 6,5 hectare. Er is dus in beleidsmatige en planologische zin voldoende capaciteit beschikbaar om in het onderhavige zonnepark te kunnen voorzien. Bovendien mag een zonnepark in Heerenveen maximaal 20 hectare bedragen. Met een omvang van 6,5 blijft de voorgenomen ontwikkeling hier ruim onder. Duurzaam ruimtegebruik onder de zonneladder In het kader van duurzaam ruimtegebruik wordt bij initiatieven in het landelijk gebied de Zonneladder doorlopen. Dit is gebeurd in paragraaf 3.2.2. Hieruit blijkt dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Lokaal eigendom De gemeente streeft naar minimaal 50% eigendom van de lokale omgeving in een zonnepark in het landelijk gebied.
Onder lokaal eigendom verstaat Heerenveen: "het geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van de energie-opwekker (productie-installatie)". Het zonnepark is voor 50% in eigendom van energie coöperatie SHEC. Participatie Een eis voor de ontwikkeling van zonneparken in het landelijk gebied is een participatieplan waarin staat hoe de omgeving betrokken wordt bij de planvorming tijdens Sinnetafels. Een dergelijk plan is opgesteld en als bijlage bij deze motivering te raadplegen. Ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit Het beleidskader stelt als eis dat voor elk initiatief in het landelijk gebied een inrichtings- en beheerplan wordt opgesteld waarin de kwaliteitsimpuls concreet wordt gemaakt, passend bij het landschapstype. Het betreft hier ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit. In de paragrafen 2.2 en 3.2.2 is uitgelegd hoe de ontwikkeling van de zonneweide bijdraagt aan het landschap in de zin van ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit. Een beheerplan is als bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. Ook zijn de uitgangspunten van het plan getoetst aan de Gedragscode Zon op land. 3.4.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van het project wordt niet belemmerd door gemeentelijk beleid.
22
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Hoofdstuk 4
Beperkingen fysieke leefomgeving
4.1
Hinder van (bedrijfsmatige) activiteiten
4.1.1
Toetsingskader
In paragraaf 5.1 van het Bkl stelt het Rijk instructieregels voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit en andere milieuregels uit het Bkl hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: a. b.
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de VNG bezig is met de ontwikkeling van een nieuwe VNG uitgave die beter aansluit op de systematiek van de Omgevingswet. Het is echter nog niet bekend wanneer deze vernieuwde uitgave wordt gepubliceerd. Derhalve wordt voor deze motivering de bestaande publicatie uit 2009 gebruikt. 4.1.2
Toetsing
Twee vragen spelen een rol bij de toetsing: 1. 2.
Past de functie in de omgeving? (externe werking); Laat de omgeving de functie toe? (interne werking)
Omgevingstype De omgeving van het projectgebied is te karakteriseren als een overgangszone/inpassingszone tussen het open buitengebied en de bebouwde kom. Het project is omgeven door bedrijvigheid aan de westzijde en productiebos aan de oostzijde. Gelet op de aard van de omgeving wordt het projectgebied gekenmerkt als "rustig buitengebied". Dit betekent dat het principe van functiescheiding wordt gehandhaafd. Externe werking Deze Bopa voorziet in het planologisch mogelijk maken van een nieuwe zonneweide. Een zonneweide is niet opgenomen als functie in de VNG-publicatie. De gezamenlijke installatie voor het zonnepark brengt een piekvermogen van circa 9 MWp met zich. Gelet hierop kan aangesloten worden bij de functie "elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA". Voor deze activiteit geldt een richtafstand van 30 meter op basis van geluid.
23
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Aan de andere kant van de Leeuwarderstraatweg bevindt zich het bedrijventerrein Leeuwarderstraatweg. Hier bevinden zich diverse bedrijven met bedrijfswoningen, evenals woonarken. De afstand tussen het meest nabije deel van het zonnepark en de gevel van de dichtstbijzijnde woonark bedraagt 40 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. Bovendien moet worden opgemerkt dat de hinderveroorzakende onderdelen van het zonnepark (transformatoren en omvormers) meer richting de oostzijde, verder van de woonarken af, worden ingepast. De werkelijke afstand is derhalve nog groter dan 40 meter. Er is al met al geen sprake van onevenredige hinder vanuit het zonnepark op omliggende hindergevoelige functies. Interne werking Een zonneweide met bijbehorende voorzieningen is geen hindergevoelig object. Vanuit het oogpunt van interne werking is er dan ook geen sprake van hinder. 4.1.3
Conclusie
Wat hinder van (bedrijfsmatige) activiteiten betreft is de voorliggende Bopa uitvoerbaar.
4.2
Water
4.2.1
Toetsingskader
Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. 2. 3.
het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.
Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van artikel 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. 4.2.2
Onderzoek
In het kader van deze Bopa is de digitale watertoets doorlopen op 12 december 2023. Het digitaal vervaardigde advies is als bijlage bij deze motivering te raadplegen. Uit de watertoets blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Wetterskip Fryslân acht de volgende aspecten belangrijk in relatie tot deze Bopa. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde
24
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. In dit geval is er sprake van een zonneweide in het landelijk gebied. Feitelijk is daarbij geen sprake van een toename van verharding, omdat het regenwater vanaf de zonnepanelen op het perceel loopt en niet via een uitstroomvoorziening versneld naar de sloot gaat. Het Wetterskip heeft in een nader advies aangegeven dat er in verband daarmee geen compensatieverplichting is. Wel wordt de sloot in het midden van het projectgebied gedempt. Initiatiefnemer compenseert hiervoor door middel van de verbreding van de sloten met natuurvriendelijke oevers en de realisatie van waterberging. Zodoende wordt voldaan aan de compensatienorm.
Ten behoeve van de demping wordt een vergunning bij Wetterskip Fryslân aangevraagd. In de navolgende alinea wordt nader ingegaan op het aspect waterberging. Initiatiefnemer en Wetterskip Fryslân hebben vooroverleg gehad omtrent waterberging. Hierbij heeft het wetterskip aangegeven dat aandacht voor waterberging wenselijk is. Om waterberging mogelijk te maken wordt een laag aarden walletje rondom het projectgebied gerealiseerd. De bovenkant van deze wal komt 20 tot 30 centimeter hoger te liggen dan het maaiveld waarop de zonnepanelen staan. Door deze onopvallende maatregel kan veel water worden vastgehouden bij forse regenbuien. Naast de waterberging heeft deze maatregel een ecologische meerwaarde. Fluctuatie in waterpeil is een natuurlijk proces, wat bevorderlijk kan zijn voor sommige plant- en diersoorten. De panelen krijgen een zuidopstelling met stellages met zonnepanelen. Hierdoor kan het regenwater de bodem bereiken. Verder worden bestaande sloten rondom het projectgebied verbreed tot minimaal 5 meter. Ook hiermee wordt voorzien in extra waterberging. De sloot aan de oostzijde wordt niet verder verbreed. Deze is al 5 meter breed. Voor nadere onderbouwing wordt gerefereerd naar het onderdeel "waterberging" uit paragraaf 2.3. De functie als waterberging is alleen relevant gedurende de exploitatieperiode van het zonnepark en dus de termijn van de BOPA.
Als het zonnepark wordt ontmanteld, stopt dus ook de functie voor waterberging. Verder worden de aanlegwerkzaamheden, stuwen, duikers, dammen en grondwalletjes ten behoeve van de waterberging, (deels) door Wetterskip Fryslan gefinancierd met behulp van de Regiodeal. Onderhoud schouwsloten Het onderhoud en de bereikbaarheid van de schouwsloten (langs de noord-, west-, oost- en zuidzijde van het projectgebied) is belangrijk. In de nadere planuitwerking worden hierover afspraken gemaakt tussen initiatiefnemer en de gemeente en mogelijk met de eigenaren van percelen aan de andere zijde van de sloot. Het uitgangspunt is dat slootonderhoud vanaf het projectgebied plaatsvindt. Piekpeil Bij de aanleg van het zonnepark wordt rekening gehouden met het hoogste waterpeil (piekpeil). De peilenrange wordt circa 30 cm tussen normaal peil en piekpeil. Het betreft -2,0 (praktijkpeil) en -1,70 m NAP. Hiermee wordt voorkomen dat de apparatuur van de zonnepanelen in geding komt door hoge waterstanden. 4.2.3
Conclusie
Het voorliggende project is wat het aspect water betreft uitvoerbaar.
25
BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
4.3
Ecologie
4.3.1
Toetsingskader
De ecologische wet en regelgeving is in de Omgevingswet in grote lijnen onderverdeeld in Natura 2000-activiteit (gebiedsbescherming), flora- en fauna-activiteit (soortbescherming) en houtopstanden. De Omgevingswet regelt onder meer activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Binnen de Omgevingswet geldt, in tegenstelling tot de vorige Wet natuurbescherming, de specifieke zorgplicht. Onderdeel van de specifieke zorgplicht is dat de initiatiefnemer redelijkerwijs moet kunnen inschatten of een initiatief negatief effect kan hebben op Natura 2000-gebieden, beschermde flora en fauna en houtopstanden. Buiten de Omgevingswet worden een aantal (natuur)gebieden op provinciaal niveau beschermd. 4.3.2
Onderzoek
Gebiedsbescherming: effecten Natura 2000-gebied Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is gelegen op ±3.1 kilometer van het plangebied (figuur 12). Het betreft Natura 2000-gebied de Deelen. In het kader van Natura 2000 zijn voor elk landschapstype zogenaamde ‘kernopgaven’ geformuleerd. De kernopgaven moeten leiden tot een duurzame bescherming van gebieden en een gunstige staat van instandhouding van specifieke habitattypen en soorten. Op basis van de afstand en het planvoornemen tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten (door externe werking) op de instandhoudingsdoelstellingen, door bijvoorbeeld oppervlakteverlies, geluid, licht en trillingen op voorhand grotendeels uit te sluiten.