Raadsmonitor sociaal maatschappelijke verbinging 2020.pdf
Tekst van het document
1
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................... 4 Corona ................................................................................................................................. 5 Jeugd ................................................................................................................................... 7 Programma ...................................................................................................................... 7 Doelen ............................................................................................................................. 7 Uitgevoerd beleid 2020 ................................................................................................... 8
Pilot straathoekwerker .......................................................................................... 8
Aantallen jeugdigen i n de gemeente .............................................................................. 9 Jongeren en corona ....................................................................................................... 11 Gebruik vrij toegankelijke- en individuele voorzieningen ............................................ 14 Voorzieningen en kosten naar interventieniveau .......................................................... 16 Type verwijzingen ......................................................................................................... 18 Doelrealisatie ................................................................................................................ 19 Conclusie Jeugd ............................................................................................................. 21 Participatie ......................................................................................................................... 23 Programma ...................................................................................................................... 23 Doelen ............................................................................................................................ 23 Totaalstand bijstandsgerechtigden ......................................................................................
24 Indeling naar trajecten ...................................................................................................... 27 Gemiddelde prijs per bijstandsuitkering ............................................................................... 29 Kosten bijzondere bijstand en minimabeleid ......................................................................... 31 Armoedebestrijding – schulddienstverlening ......................................................................... 32 Conclusie Participatie ........................................................................................................ 40 Wmo .................................................................................................................................. 41 Programma ...................................................................................................................... 41 Doel Wmo ........................................................................................................................ 41 Algemene voorziening schoon en leefbaar huis ..................................................................... 42 Aantal klanten AVSLH ..................................................................................................... 43 AVSLH Financieel overzicht .............................................................................................
44 AVSLH Klanttevredenheid 2020 ....................................................................................... 45 Algemeen voorziening regieondersteuning (AVR) .................................................................. 45 AVR verloop klanten ....................................................................................................... 46 AVR Financieel overzicht ................................................................................................. 47 Wmo maatwerkvoorzieningen............................................................................................. 48 Maatwerk financieel overzicht .......................................................................................... 48 Maatwerk immaterieel klanten ......................................................................................... 51
2
Conclusie Wmo: ............................................................................................................. 52
3
Inleiding Voor u ligt de monitor van de afdeling Sociaal Maatschappelijke Verbinding over 2020. De monitor van de afdeling Sociaal Maatschappelijke Verbinding ontvangt u twee keer per jaar. De monitor wordt vergezeld van een mondelinge toelichting middels een presentatie. In deze monitor treft u de hoofdlijnen aan in relatie tot de financiën en aantallen cliënten op het gebied van jeugd, participatie en Wmo. Management samenvatting: De corona crisis heeft uiteraard een grote stempel gedrukt op het sociaal domein in 2020, we zien hiervan verschillende effecten bij zowel jeugd, participatie als Wmo en we zullen tevens in een aparte paragraaf aandacht besteden aan de rol die de gemeente heeft gevoerd in relatie tot corona. Jeugdzorg wordt getekend door stijgende kosten en licht dalende aantallen, dit beeld is zowel landelijk als in de gemeente Heerde zichtbaar en heeft mogelijk een corona gerelateerde oorzaak. (Vroeg)signalering is lastiger in een wereld waarin veel contact digitaal is en waarin jongeren niet meer in groepen samen kunnen komen. Uit peilingen van de GGD blijkt ook dat naarmate de situatie voortduurt jongeren meer irritaties en spanningen ervaren in de thuissituaties. Onze gezinscoaches geven aan dat problematiek complexer is. Dit zien we ook terug in forse hogere gemiddelde kosten van met name jeugd GGZ trajecten.
Daarnaast zien we een stijging in de kosten voor jeugdreclassering en jeugdbescherming; hierop hebben we als gemeente geen invloed. Wel zullen de kosten hiervoor vanaf 2021 door invoering van het woonplaatsbeginsel voor rekening van de gemeente van oorsprong komen. Op het gebied van participatie zien we een lichte stijging (+4,3% t.o.v. 2019) in het aantal bijstandsgerechtigde, met name in de leeftijdscategorie 31-40. Net als in het eerste halfjaar zijn er nog geen significante effecten te zien van de corona crisis, het UWV ziet al wel een forse stijging van het aantal WW uitkeringen, de verwachting is dat een deel hiervan op termijn zal uitstromen naar de bijstand. Dit betreft veelal 50+ers, die al een langer WW recht hebben opgebouwd, dus de instroom in de bijstand zal over de komende jaar verspreid zijn. Bij schuldhulpverlening zien we minder aanmeldingen dan normaal, dit is een landelijk beeld. Door de corona crisis is de stijging bij schoon en leefbaar huis minder groot uitgepakt dan verwacht. In 2020 is het aantal cliënten met 9% gestegen ten opzichte van 2019 (begroot 20%). Naar verwachting zal de stijging zich verspreiden naar 2021. De algemene voorziening regieondersteuning is in 2020 afgebouwd, cliënten zijn waar mogelijk onder STIP en waar nodig in maatwerk opgevangen. Hierdoor zien we een stijging in het aantal immateriële maatwerkvoorzieningen.
Naast de uitstroom uit de AVR spelen ook de uitstroom vanuit bescherm wonen, de stijging in verband met vergrijzing en mogelijk de invoering van het abonnementstarief hier in mee. In kosten zien we een totale stijging van 18% ten opzichte van 2019. De toename is met name te zien in de lichtere ondersteuningsvormen door de instroom vanuit de AVR. De uitstroom bij complexere zorg is te danken aan tijdige signalering van toenemende zorgzwaarte en het inzetten van Wlz zorg daar waar dit vereist is. Ook de kosten voor woonvoorzieningen zijn aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2019, dit komt door een aantal grote woningaanpassingen welke moeilijk te voorspellen zijn. De kosten voor rolstoelen en vervoersmiddelen zijn ten opzichte van 2019 met 12,5% afgenomen.
4
Corona Het corona virus heeft op veel manieren invloed op onze samenleving en onze gemeente. Met name in het sociaal domein is dit merkbaar. In deze paragraaf willen we u informeren over de stand van zaken met betrekking tot de gevolgen van corona. Welke maatregelen zijn uitgevoerd en welke gevolgen zijn te zien. De maatregelen en gevolgen zijn toegelicht in de monitor per domein. In dit hoofdstuk wordt een totaaloverzicht gegeven van de impact van corona binnen het sociaal domein. Jeugd en WMO: Om te zorgen dat de zorg en ondersteuning doorgang kon vinden en instellingen niet in de problemen zouden komen zijn door het rijk de continuïteitsbijdrage en de meerkostenregeling opgesteld. De regelingen zijn in samenwerking met de zorgregio uitgevoerd. Vanuit het Rijk is een compensatie van €68.000,- ontvangen voor jeugd en WMO samen, we hebben als gemeente €89.000,- uitgekeerd. Dit is in lijn met de uitleg van de overheid dat een deel van de kosten voor de continuïteitsbijdrage voor weggevallen zorg is, als de zorg wel was verleent hadden we de kosten ook gehad. Hierbij is echter geen rekening gehouden met de complexer wordende problematiek als gevolg van latere signalering of vanwege de effecten van de maatregelen op het welzijn. De impact op de jeugd zelf is echter veel groter blijkt uit onderzoek van de GGD.
Ten opzichte van het begin van de crisis voelen jongeren zich aanzienlijk minder gelukkig, de thuissituatie wordt als minder leuk ervaren en jongeren maken zich zorgen over leerachterstanden. Ook eenzaamheid neemt toe. Daarnaast zien we de in de jeugdzorg de problematiek complexer wordt, mogelijk door latere signalering omdat de reguliere ontmoetingsplaatsen gesloten of beperkt geopend zijn, mogelijk doordat de corona crisis zelf invloed heeft op het geestelijk welzijn. De verwachting is dat dit beeld van complexere problematiek zich in 2021 zal doorzetten. En daarbij ook de stijgende kosten. We zien de effecten van corona vooral bij de algemene voorziening schoon en leefbaar huis, waar de instroom beperkt is tijdens de eerste en tweede golf. Hierdoor zijn de kosten in 2020 aanzienlijk minder hard gestegen dan vooraf gedacht. Mogelijk zal deze instroom in 2021 alsnog plaatsvinden. Kunst en Cultuur: Binnen de cultuursector hebben organisaties een aanvraag kunnen doen ter tegemoetkoming van weggevallen inkomsten en meerkosten. Hiervoor is een subsidieregeling opgesteld. Dit gaat bijvoorbeeld om het cultuurplein en het dorpshuis Heerde. Vanuit de rijksoverheid is voor 2020 een steunpakket ontvangen van €104.000,- voor cultuur en €12.000,- voor buurt- en dorpshuizen.
Ter dekking van de loonkosten hebben zowel het cultuurplein als het dorpshuis gebruik gemaakt van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) van het Rijk. Voor 2021 hebben we vanuit de overheid een bedrag van €51.000,- ontvangen voor ondersteuning van de culturele sector. We gaan in overleg om te kijken hoe we dit bedrag het best kunnen besteden. Sport: Sportverenigingen hebben voor het wegvallen van de kantine omzet gebruik kunnen maken van de Tegemoetkoming Amateursportorganisaties (TASO) regeling van het Rijk. Vanuit de gemeente zijn de huren voor de buitensportorganisaties voor april tot en met juni kwijtgescholden (€14.796). Daarnaast heeft de gemeente zelf inkomsten (€37.000) misgelopen voor de verhuur van sporthallen. Voor beide posten is een subsidie van het rijk aangevraagd en verkregen. Daarnaast is er een subsidieregeling opengesteld voor sportverenigingen. Ze konden de betaalde OZB over de corona periode 2020 (half maart tot en met december) terugvragen. Hiervoor heeft het college middelen beschikbaar gesteld.
5
Inkomen en participatie: Voor de WSW is vanuit het Rijk een bedrag van €161.535,- ontvangen: dit bedrag is volledig doorgezet naar onze partner Lucrato. Door de corona bijdragen heeft Lucrato een veel lager negatief resultaat dan verwacht, hierdoor is de bijdrage in het exploitatietekort aanzienlijk verlaagd. TOZO: De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) is door de gemeente uitgevoerd. We hebben tot 30 juni Tozo 2020 een bedrag van € 813.000,- aan Tozo uitkeringen betaald en aan Tozo bedrijfskrediet € 40.000,-. De verwachting is dat de kosten van de Tozo gedekt kunnen worden door bijdragen van de Rijksoverheid. In tozo 1 hebben 210 zelfstandigen een uitkering ontvangen , vanaf tozo 2 is ook het partnerinkomen meegenomen in de beoordeling en zijn er circa 30 uitkeringen verstrekt. Vervoer: Door de verplichte sluiting vanwege corona van scholen en dagbesteding zijn er ook aanzienlijk minder ritten gereden in het route gebonden vervoer. Ook het aantal ritten in het vraagafhankelijke vervoer (Regiotaxi) is lager door corona. Voor de vervoerders is een landelijk regeling van kracht waarbij zij 80% van de gemiste ritten kunnen declareren ter dekking van de kosten. Plus OV heeft om deze reden lagere kosten waardoor de bijdrage van gemeente Heerde hierin ook lager was dan begroot.
Onderwijs & educatie: Om de noodopvang voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep op te zetten heeft de gemeente een grote inspanning geleverd, hiervoor zijn flink meer uren gemaakt. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet bekend. Er is van het rijk een bedrag van €31.000 ontvangen voor de noodopvang.
6
Jeugd Programma Tabel 1: Inhoudsopgave raadsmonitor jeugd
Onderwerp Doelen Uitgevoerd beleid Jongeren en corona Gebruik vrij toegankelijkeen individuele voorzieningen Voorzieningen gebruik en kosten naar interventie Type verwijzingen Kwaliteit Doelrealisatie
Toelichting De doelen op hoofdlijnen van de gemeente op basis van de Jeugdwet. Uitgevoerde maatregelen die zijn ingezet in dit halfjaar om de doelen te behalen. Een korte doorkijk naar de gevolgen van de coronacrisis voor jongeren op het gebied van zorg en welzijn. Aantallen cliënten die gebruik maken van ondersteuning van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en van individuele voorzieningen. Gespecificeerd naar leeftijdsen geslachtskenmerken van cliënten. Kosten worden inzichtelijk gemaakt per interventie en in vrij toegankelijke voorzieningen. Tevens wordt er een beeld gegeven van de gemiddelde kosten per cliënt. Verwijzingen per afzender naar interventieniveau. Cliëntdoelen behaald of voortijdige uitval en cliëntervaring. Korte terugblik op eerdere hoofdstukken en conclusies
Doelen Alle jeugdigen hebben het recht op gezond, veilig en geslaagd opgroeien en ontwikkelen. Versterken van het gewone opvoeden en gezond leven; Informatie, advies en lichte ondersteuning (preventieve overige voorziening) zijn versterkt, sluit aan op de vraag van jeugdigen en hun ouders en gaat uit van de eigen kracht en netwerk; Er wordt tijdig gesignaleerd, preventie en zorg zijn verbonden met het onderwijs; Inzet van ondersteuning bij opgroeien en ontwikkelen door het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en zo nodig door jeugdhulp; Toegang tot jeugdhulp en inzet van jeugdhulp is efficiënt en effectief, zo kort als nodig en zo lang als moet.
7
Uitgevoerd beleid 2020
GZ-psycholoog toegevoegd aan Team Jeugd Sinds de tweede helft 2019 is een GZ-psycholoog werkzaam in het CJG. Dit is gedaan omdat we minder medicalisering en dus minder verwijzingen door huisartsen bij psychische, psychiatrische en psychosociale klachten/gedragsproblemen ontvangen. Ook beogen we hiermee een kortere behandelingsduur in de SGGZ, psycho-educatie aan ouders en onderwijs. Daarnaast kan de GZ-psycholoog zo nodig diagnostiek en overbruggingszorg bij wachttijden leveren. Deze GZ-psycholoog kan zelfstandig diagnosticeren en behandelen en is daarmee een gelijkwaardige gesprekspartner voor GGZ-specialisten in de eerste en tweede lijn. Waardoor afschalen sneller kan en nog specifiekere doorverwijzingen plaats kunnen vinden. Deze functie is bewust gekoppeld aan het CJG, zodat we deze expertise ‘in huis’ hebben en anderen de GZ-psycholoog kunnen consulteren. Verder kan de GZ-psycholoog ingezet worden op vindplaatsen waarvan we weten dat er sprake is van een groter aantal kinderen met angsten, eetstoornissen, dwang of andere psychische problemen. De GZ-psycholoog maakt, evenals de straathoekwerker, vanaf 2021 deel uit van team STIP.
Pilot straathoekwerker Samen met de Wmo is in 2020 een pilot gestart om naast de jongerenwerker een straathoekwerker te laten werken. Deze straathoekwerker heeft als doel om meer ‘de straat op’ te gaan en zo beter problematiek te signaleren onder jongeren en jongvolwassenen. Er was meer inzicht nodig in de verschillende doelgroepen jongeren met problematiek, zoals middelengebruik, afstand tot de arbeidsmarkt, vroegtijdig schoolverlaten en loverboys. Ook zorgt de straathoekwerker ervoor dat jongeren niet terugvallen in oude problematiek.
8
Aantallen jeugdigen in de gemeente Figuur 2: aantal jongeren tot 18 jaar naar leeftijd
(Bron: Gemeentelijke basisadministrie (GBA))
Figuur 3: aantal jongeren van 18 tot 23 jaar naar leeftijd
(Bron: GBA)
Toelichting: We zien in Figuur 1 dat het aantal jongeren tot 18 jaar en in Figuur 2 het aantal jongeren van 18 tot 23 jaar, in 2019 en 2020. De stijging van het aantal jongvolwassenen in onze gemeente in het eerste halfjaar van 2020 heeft zich verder doorgezet naar het tweede halfjaar van 2020 (zie figuur 2). In het eerste halfjaar van 2020 woonde 19% meer jongvolwassenen in onze gemeente en dit is doorgestegen naar 21,4% meer jongvolwassen in onze gemeente vergeleken met 2019. Deze grote stijging is niet zichtbaar onder jongeren van 0-18 jaar. Hieruit zouden we kunnen concluderen kunnen dat er minder jongvolwassenen uit onze gemeente zijn vertrokken in 2020 dan in 2019. Een 9
oorzaak zou het coronavirus kunnen zijn: door het geven van digitaal onderwijs is de noodzaak om op kamers te gaan afgenomen. Hier zouden ook andere oorzaken aan ten grondslag kunnen liggen, denk bijvoorbeeld aan krapte op de huizenmarkt. Om te bezien of dit een eenmalige toename is of een meer langdurige trend, zullen we de cijfers over een langere periode in de gaten moeten houden.
10
Jongeren en corona De coronacrisis haalt de wereld van jongeren flink overhoop. Een heel groot deel van hun ‘oude leven’ is weggevallen. Ze mogen niet meer uitgaan, in grote groepen bij elkaar komen, verliezen hun bijbaantje, komen moeilijk aan een stage, moeten (grotendeels) online onderwijs volgen en kunnen door de avondklok elkaar ook niet meer gemakkelijk in de avonduren ontmoeten. Er zijn dan ook landelijk signalen dat jongeren zich meer eenzaam voelen, spanningen thuis oplopen en meer last hebben van psychische problemen dan voor de coronacrisis. Maar hoe is dat voor de jongeren in onze gemeente? De GGD NOG voert Coronapeilingen uit onder verschillende doelgroepen, waaronder onder de jongeren van 12-18 jaar. In mei 2020 is de eerste peiling uitgevoerd en in maart dit jaar wordt de tweede peiling uitgevoerd. De resultaten die hieronder gepresenteerd worden gaan dus over de periode van de ‘eerste golf’ en ‘tweede golf’ (maart 2020 en maart 2021) en geldt voor alle jongeren uit de regio Noord-Oost Gelderland1. Welbevinden In de eerste lockdown gaven jongeren een 7,3 als gemiddeld rapportcijfer van het leven op dit moment. Hierbij valt op dat jongens gemiddeld een hoger cijfer geven dan meisjes, vmbo’ers het leven hoger waarderen dan havo/vwo’ers en jongeren t/m 14 jaar meer tevreden zijn over het leven dan jongeren van 15 jaar of ouder.
Jongeren geven aan zich te vervelen (54%) en minder hebben om naar uit te kijken (58%). Jongeren zijn over het algemeen veerkrachtig: de meesten accepteren de huidige situatie, zoeken afleiding of zijn zelfs bezig met het zoeken naar oplossingen. Een enkeling geeft aan chagrijnig te zijn of helemaal niets meer te doen. In maart 2021 gaven de jongeren een gemiddeld rapportcijfer van een 6,6 over hun leven. Dit is daling ten opzichte van het cijfer in de eerste lockdown. Vier op de tien jongeren (39%) gaven zich aan te vervelen. Ruim één derde van de jongeren (35%) geven aan dat ze minder hebben om naar uit te kijken. Deze twee percentages zijn iets gedaald ten opzichte van de eerste coronapeiling. De meeste jongeren zoeken afleiding om met de coronacrisis te kunnen omgaan. Dit gaven meer jongeren aan in deze peiling dan tijdens de peiling in 2020. Ook gaven meer jongeren aan vaker chagrijnig tegen anderen zijn ten opzichte van 2020. In de eerste peiling gaven de meeste jongeren aan dat de sfeer thuis niet is
https://www.ggdnog.nl/over-de-ggd/nieuws/hoe-gaat-het-met-de-jeugd-coronapeiling-jeugd-vande-ggd-geeft 1
11
veranderd. Een ander groot deel van de jongeren gaf aan dat de sfeer soms beter en soms slechter is. In de tweede coronapeiling zijn er andere cijfers naar voren gekomen. Zo geeft nu 58% aan dat het leuk thuis is terwijl dat voor de coronacrisis (in 2019) nog 88% was. De meest genoemde reden hiervoor zijn spanningen, irritaties en ruzies thuis. Meer dan de helft (53%) van de jongeren voelt zich gelukkig. Dit was in 2019 nog 87 procent. Het aandeel jongeren dat zich (zeer) ongelukkig voelt, was in het najaar van 2019 gaf nog 3 procent, dit is gestegen naar 14% procent in maart 2021. De jongeren maken zich steeds meer zorgen over bepaalde zaken zoals het achterraken met schoolwerk (niet over gaan naar het volgende jaar bijvoorbeeld) en over corona de ziekte zelf. Ook eenzaamheid is erg groot onder jongeren, één op de vijf jongeren voelt zich eenzaam. Jongeren en (thuis)onderwijs Jongeren genieten niet van het thuisonderwijs: jongeren waarderen het thuisonderwijs een stuk lager dan zij school waardeerden toen zij nog fysiek naar school mochten (zie de figuur hieronder. De meeste jongeren mogen nu deels naar school en hebben deels digitaal les. Jongeren geven aan dat digitale lessen niet altijd even goed te begrijpen zijn. Ze geven aan dat het op school makkelijker is om aan te geven als je de lesstof niet begrijpt.
Tijdens de tweede peiling in maart 2021 zijn de zorgen over het onderwijs gestegen. Het percentage middelbare scholieren dat het gevoel heeft achter te lopen met schoolwerk doordat zij (deels) thuisonderwijs volgen, is gestegen van 26% in mei 2020 naar 43% in maart 2021.
Algemeen Bijna negen op de tien jongeren (86%) gaf aan last te hebben van de coronacrisis tijdens het onderzoek in maart 2021, dat was in mei 2020 tijdens de vorige onderzoek van de GGD nog 72%.
Ervaringen jongeren Noordgouw Ook hebben we jongeren van de Noordgouw gesproken en gevraagd hoe het met hen ging. Zij geven met name aan het contact in grotere groepen te missen. Tentfeesten, afspreken met vrienden, sportwedstrijden en familie van ver weg opzoeken, zijn zaken die jongeren op dit moment missen. Ze geven aan dat op het moment vrijwel alles digitaal is (les op school, muziekles). Vaak is het werk de enige plek waarop zij nu nog mensen ontmoeten. Ze missen het fysiek ontmoeten en het fysiek leskrijgen. Zoals één jongere het mooi verwoordt: “Alles wat online is, werkt meer demotiverend”. Maar jongeren zijn ook creatief. Zo blijven ze wel 1-op-1 afspreken met vrienden en kan buiten vissen met vrienden op 1,5 meter afstand nog prima. Ook hebben jongeren met hulp van de gemeente een evenement opgezet. Hierover meer bij het kopje ‘Hoe helpt de gemeente jongeren in coronatijd?’. 12
Leefstijl Het leven in coronatijd heeft invloed op de leefstijl: jongeren geven aan veel meer schermtijd te hebben, meer te gamen en minder te bewegen. Een deel van de jongeren is gezonder gaan eten, maar een ander deel juist weer ongezonder. Wel geven jongeren aan minder alcohol te drinken en minder te roken dan voor de coronacrisis. Hoe helpt de gemeente jongeren in coronatijd? Kwetsbare jongeren Onze jongerenwerkers zijn deels fysiek, deels online druk doende om kwetsbare jongeren op te sporen, contact met hen te leggen en vast te houden. Denk hierbij aan de straathoekwerker die afstapt op de jongere op straat en de jongerenwerker die een plusgroep begeleidt die niet op een reguliere wijze aansluiting kunnen vinden bij hun leeftijdsgenoten. Met hen wordt in deze tijd gewhatsappt, online spelletjes en als het nodig is wordt er één-op-één afgesproken. Ook gaat het project Move-it! van onze Gezinscoach met aandachtsgebied verslaving door en gaan een gezinscoach en een jongerenwerker de training volgen voor JIM 2. Daarnaast hebben we binnen STIP een eigen GZ-psycholoog. Zij gaat laagdrempelig met jongeren in gesprek als ze aangeven dat het minder goed met ze gaat en verwijst door als dat nodig is. Niet-kwetsbare jongeren In beginsel is het zo dat de ouder van het kind aan zet is om erop toe te zien hoe het met het kind gaat, en daarop actie te ondernemen.
Door de coronacrisis is een hele generatie kwetsbaar geworden en de vraag rijst dan ook steeds meer of gemeenten er ook meer voor deze doelgroep zou moeten zijn. Via een aantal overheidssubsidies kunnen wij ook een extra stapje zetten voor deze jongeren. Dit is dan ook waar we op het moment mee bezig zijn:
2
Onze jongerenwerkers organiseren veel online-activiteiten. Zij zetten die ook open voor jongeren die nog niet aangesloten zijn bij het jongerencentrum of bekend zijn bij de jongerenwerkers. Ook worden de activiteiten gedeeld op de gemeentelijke sociale media kanalen. We hebben de Wintereditie van Jeugd aan Zet aangevraagd en toegekend gekregen. Wij hebben de leerlingenraad gevraagd met een idee te komen. Dit hebben ze gedaan en hebben de activiteit ook georganiseerd en uitgevoerd. DJ Jay-Connor een concert gegeven in de aula van de Noordgouw. Dit concert is opgenomen en op 12 maart via een online stream uitgezonden voor alle jongeren in onze gemeente. Om zoveel mogelijk jongeren te trekken hebben de leerlingen van de Noordgouw hier ook een wedstrijd aan verbonden waar prijzen van lokale ondernemers mee te winnen waren. We zijn in gesprek met Spectrum Elan om handen en voeten te geven aan ‘jongerenparticipatie’. We willen in het kader van participatie voor het kaderdocument ‘adviesvangers’ inzetten. Dit is een brainstormsessie met jongeren, geleid door een jongeren zelf. Ook willen we Spectrum-Elan vragen ons te adviseren hoe dit te borgen. We zijn binnen het sociaal domein bezig met het opstellen van een preventieakkoord. Binnen dit akkoord gaan we samen met lokale ketenpartners preventieve thema’s oppakken.
De mentale druk en psychische gezondheid van jongeren in coronatijd zal door de gemeente als één van de belangrijke thema’s worden aangedragen.
Jouw ingebrachte mentor: https://jimwerkt.nl/ 13
Gebruik vrij toegankelijke- en individuele voorzieningen Figuur 4: aantal cliënten die zijn geholpen door STIP Jeugd en Gezin naar leeftijd
Aantal cliënten Jeugd en Gezin leeftijd 600 479 466 460
500 400 300
244 243 246
209 209 200
200 100
13 8
13 6
8
6
0 man
vrouw
man
0 tot 18
vrouw 18 plus
2019
Q2 2020
Eindstand
Q4 2020
Figuur 5: aantal cliënten die een individuele voorziening hebben ontvangen naar leeftijd
Toelichting: In Figuur 3 is het totaal aantal unieke cliënten weergegeven die ondersteuning/jeugdhulp ontvangen vanuit het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Eind 2019 werden er 479 cliënten geholpen door het CJG, dit is gedaald naar 466 cliënten in de eerste helft van 2020 en verder gedaald naar 460 cliënten aan het eind van 2020. Er is dus een dalende trend zichtbaar in het aantal cliënten dat het CJG oppakt. Deze daling komt door een afname in capaciteit bij STIP Jeugd en Gezin. Veel gezinscoaches hebben hun eigen aandachtsgebied en bouwen daar steeds meer expertise op (denk hierbij aan verslaving of veiligheid). Dit heeft als gevolg dat zij ook steeds vaker bezig zijn om hun expertise te delen met collega’s of ketenpartners. Met als gevolg dat er minder casussen opgepakt kunnen worden. Hoewel het goed is om op te merken dat er veel expertise is binnen STIP Jeugd en Gezin, is het geen wenselijke ontwikkeling dat het aantal casussen die zij oppakken, daalt. De casussen die STIP Jeugd
14
en Gezin oppakt zijn namelijk goedkoper dan wanneer we ze door moeten zetten naar een individuele voorziening. Om het aantal casussen in 2021 weer te doen laten stijgen wordt er dit jaar een extra gezinscoach aangetrokken voor, in eerste instantie, twee jaar. In Figuur 4 zien we de aantallen naar leeftijd van unieke cliënten die een individuele voorziening (IVJ) ontvangen. In de eerste helft van 2020 constateerden we een flinke daling in het aantal individuele voorzieningen. Deze daling heeft zich deels doorgezet in de tweede helft van 2020: het aantal individuele voorzieningen is nog steeds lager ten opzichte van 2019, maar is wel met 4,6% gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2020. De forse daling en vervolgens een lichte stijging in het aantal voorzieningen heeft uiteraard te maken met de coronacrisis: we zagen in de eerste lockdown een flinke afname in het aantal nieuwe voorzieningen. Dit doordat verschillende toegangen van Jeugdhulp slecht bereikbaar waren (denk aan de huisarts) en er kon minder worden gesignaleerd door bijvoorbeeld de scholen. Met de versoepeling van de maatregelen (met name vanaf september) zien we weer een toename in het aantal individuele voorzieningen. Dit correspondeert met het landelijke beeld.
Wanneer we de aantallen kinderen en jongeren die een jeugdvoorziening ontvangen (STIP Jeugd en Gezin of een IVJ) afzetten tegen het totaal aantal jongeren dan zien we dat 9,5% van de jongeren tot 18 jaar en 1,1% van 18 tot 23 jaar ondersteuning heeft gekregen in 2020. Zoals in de tabel hieronder te zien is de absolute afname in het aantal voorzieningen ten opzichte van 2019 ook een relatieve afname. In 2020 heeft 1,1% minder jongeren tot 18 jaar een individuele voorziening en onder jongvolwassenen is het aandeel zelfs gehalveerd. Tabel 1: Percentage jongeren dat hulp ontvangt
Percentage gebruik Jeugdvoorziening t.o.v. inschrijving in BRP Aantal jongeren tot 18 jaar
Aantal jongeren van 18 tot 23 jaar
Man
31-122019 12,1%
30-062020 7,7%
31-122020 8,6%
Vrouw
9,0%
10,5%
10,4%
Totaal
10,6%
9,1%
9,5%
Man
1,8%
1,3%
1,4%
Vrouw
2,7%
1,0%
0,8%
Totaal
2,2%
1,1%
1,1%
15
Voorzieningen en kosten naar interventieniveau Figuur 6: aantal voorzieningen (IVJ) naar interventieniveau
Ambulant= alle vormen van ambulante begeleiding. Jeugd GGZ= alle GGZ behandeling voor jeugd. JB/JR= Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, uitvoering gevende aan uitgesproken maatregelen van de (kinder)rechter. Verblijf = alle vormen van verblijfszorg zoals gezinshuizen en residentiële zorg .
Toelichting: In figuur 5 worden het aantal voorzieningen (IVJ) naar interventieniveau getoond. In dit figuur wordt zichtbaar dat de meeste individuele voorzieningen jeugd, Jeugd-GGZ betreft, gevolgd door ambulant. Het aantal Jeugd-GGZ-trajecten is in 2020 afgenomen. Ook is het aantal ambulante trajecten afgenomen ten opzichte van 2019. Een verklaring voor deze afname is tweeledig: enerzijds speelt, zoals eerder benoemd, de coronacrisis een belangrijke rol in deze afname. Een andere belangrijke reden voor de afname, met name de daling Jeugd-GGZ-trajecten, is een resultaat van het inzetten van een GZ-psycholoog in het CJG. Deze GZ-psycholoog kan zelfstandig diagnosticeren en behandelen. De inzet was dat huisartsen steeds vaker naar haar doorverwijzen. Dit leidt tot een lager aantal ingezette Jeugd-GGZtrajecten. En als ze worden ingezet, dan veel meer gericht. Verder zien we dat het aantal Jeugdbescherming en Jeugdreclasseringstrajecten (JB/JR) licht gedaald zijn, en het aantal verblijfsvoorzieningen gestegen. Deze vormen van zorg hebben, ondanks de coronacrisis, optimaal gewerkt, omdat het één van de meest cruciale vormen van jeugdhulp is. Wachten met het leveren van zorg als er een crisis is of als onveiligheid speelt, gebeurt niet.
Ook is het signaal vanuit team Jeugd dat door alle maatregelen en het tijdelijk ontbreken van preventie, situaties ook vaker zodanig complex of ‘uit de hand lopen’, dat de inzet van een zware zorgvorm onvermijdelijk is.
16
Figuur 7: gemaakte kosten jeugdhulp naar individuele voorziening
Kosten IVJ naar interventieniveau 1.800.000 1.600.000 1.400.000
1.585.047 1.569.184
1.320.641 1.297.628
1.200.000
843.843
1.000.000
760.571
800.000 356.434
600.000
314.776
400.000 200.000 0 IVJ -Ambulant
IVJ - JB/JR 2019
IVJ - Jeugd GGZ
IVJ - Verblijf
2020
Ambulant= alle vormen van ambulante begeleiding. Jeugd GGZ= alle GGZ behandeling voor jeugd. JB/JR= Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, uitvoering gevende aan uitgesproken maatregelen van de (kinder)rechter. Verblijf = alle vormen van verblijfszorg zoals gezinshuizen en residentiële zorg.
In Figuur 6 zien we de kosten naar interventieniveaus van 2019 en 2020. Hierbij valt als eerste op, wanneer wordt gekeken naar de eerdere dalingen in het aantal voorzieningen IVJ, dat de gemaakte kosten niet zijn gedaald, maar gestegen ten opzichte van 2019. Een andere belangrijke verklaring voor de kostenstijging, terwijl het aantal voorzieningen zijn gedaald, is zoals eerder benoemd de problematiek die complexer is geworden. De coronacrisis zorgt voor meer stress en spanning thuis en daar is door de maatregelen lastig aan te ontsnappen. Vroegsignalering is lastiger geworden en daarmee is ook minder preventieve zorg ingezet is. Problemen blijven daardoor langer bij het kind en/of het gezin en krijgt meer de kans om te verergeren. Dit is ook terug te zien in de gemiddelde kosten per traject met name bij GGZ, zie de tabel hieronder. Mogelijk heeft de tijdelijke sluiting en deels behandeling op afstand hier ook aan bijgedragen omdat dit toch minder effectief is dan face-to-face contact. Tabel 2 : Gemiddelde kosten per traject individuele voorzieningen
Gemiddelde kosten per traject IVJ -Ambulant IVJ - JB/JR IVJ - Jeugd GGZ IVJ - Verblijf
2019 7.961 5.246 2.438 34.458
2020 8.863 6.145 3.221 32.024
% 11% 17% 32% -7%
We stimuleren pleeggezinnen/gezinshuizen boven verblijf in 3-milieusverziening (school, slapen en zorg, bv perspectiev) In 2020 campagne georganiseerd om pleegouderschap te stimuleren.
17
Type verwijzingen Figuur 7: type verwijzer naar interventieniveau eerste helft 2020 en van 2019
Type verwijzer naar interventieniveau 2020 en 2019 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
157 137 121 119
133 83
4 11 11
2 1 1
32 29
14 16
Gecertificeerde Instelling
2 0 Gemeente
6 12
0 0 1 1
10 0 4
Huis-/jeugdarts
Ambulant 2020
Ambulant 2019
Jeugd GGZ 2020
Jeugd GGZ 2019
JB/JR 2020
JB/JR 2019
Verblijf 2020
Verblijf 2019
17 0 0 0 0
Medisch specialist
Ambulant= alle vormen van ambulante begeleiding. Jeugd GGZ= alle GGZ behandeling voor jeugd. JB/JR= Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, uitvoering gevende aan uitgesproken maatregelen van de (kinder)rechter. Verblijf = alle vormen van verblijfszorg zoals gezinshuizen en residentiële zorg.
Toelichting: Binnen de jeugdwet heeft niet alleen de gemeente het recht om door te verwijzen, maar zijn er meer verwijzers, namelijk de huisarts, gecertificeerde instelling en de medisch specialist. Zij kunnen verwijzen naar specifieke vormen van jeugdhulp, waarbij de financiële gevolgen voor de gemeente zijn. Om inzicht te krijgen in hoe onze verwijzers handelen, is in figuur 7 een uitsplitsing gemaakt van type verwijzer naar interventieniveau over 2019 en 2020. Allereerst is te zien dat de gemeente de grootste verwijzer is geweest in 2020. Als gemeente verwijzen wij het meeste door naar ambulante hulp en jeugd GGZ. De huisarts is een goede tweede verwijzer, met 910 verwijzingen over 2020. De huisarts verwijst vrijwel in alle gevallen door naar Jeugd-GGZ. In vergelijking met 2019 valt op te maken dat het aantal verwijzingen vanuit de huisarts is gedaald en het aantal verwijzingen vanuit de gemeente is gestegen, dit geldt met name voor de doorverwijzingen naar de Jeugd-GGZ. Net als de daling in het aantal voorzieningen Jeugd-GGZ is dit de verklaren door de inzet van de GZpsycholoog en doordat de huisarts in de maanden van de lockdown minder heeft kunnen verwijzen.
De toename in het aantal verwijzingen door de gemeente heeft hier ook mee te maken: STIP Jeugd en Gezin (destijds nog CJG) is gedurende de coronaperiode open gebleven en heeft zichzelf actief zichtbaar gemaakt in de samenleving. Op deze manier is de toegang tot zorg altijd open gebleven voor de inwoner van de gemeente Heerde en is te zien dat daar gebruik van is gemaakt.
18
Doelrealisatie Vanaf 2019 kunnen we monitoren of jeugdhulpverleningstrajecten bij zorgaanbieders doelmatig zijn. Dat wil zeggen dat we inzichtelijk kunnen maken of doelen bereikt zijn of dat trajecten voortijdig stoppen. In 2020 is bij 583 cliënten het doel bereikt, bij 9 cliënten was er sprake van voortijdige uitval. Daarnaast wordt er elk jaar een cliëntervaringsonderzoek gedaan waarbij ouders en jongeren bevraagd worden naar hun ervaring met het CJG en verdere jeugdhulp. In 2019 is gestart met continu meten van de cliënttevredenheid. Dit houdt in dat er maximaal 3 maanden na de start een vragenlijst wordt opgestuurd met vragen over het opstarten van de zorg. Dit maakt dat de opgehaalde gegevens meer accuraat zijn en kunnen veranderingen (bijvoorbeeld in tevredenheid) over de tijd beter worden waargenomen. Tabel 3: Tevredenheid jeugdige uit Cliëntervaringsonderzoek (CEO)*
Omgang medewerker Deskundigheid medewerker Snelheid waarmee geholpen Informatie mogelijke oplossingen
Zeer Ontevreden Neutraal Tevreden Zeer ontevreden tevreden 8% 3% 5% 30% 54% 3%
3%
11%
36%
47%
3%
8%
6%
50%
33%
3%
3%
22%
39%
33%
*Gegevens op basis van continumeting peildatum 6 januari 2021, respons 12,5% Tabel 4: Tevredenheid ouder(s) uit CEO*
Omgang medewerker Deskundigheid medewerker Snelheid waarmee geholpen Informatie mogelijke oplossingen
Zeer Ontevreden Neutraal Tevreden Zeer ontevreden tevreden 2% 1% 7% 53% 37% 2%
3%
9%
53%
33%
4%
1%
17%
52%
26%
3%
2%
9%
55%
31%
*Gegevens op basis van continumeting 6 januari 2021, respons 17,7%
19
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kunnen we de volgende conclusies trekken: • Een groot deel van de jeugdigen en ouders is tevreden over de uitvoering van de jeugdhulp. Met name de omgang van de medewerker met de jeugdige wordt hoog gewaardeerd door de jeugdige zelf en de ouder(s). • Ook de deskundigheid van de hulpverleners wordt hoog gewaardeerd: hulpverleners weten voldoende om jeugdigen goed te kunnen helpen. • Over het algemeen zijn de jeugdigen en ouders tevreden over de snelheid waarmee de hulp is opgestart. Wel wordt er aangegeven dat een tussentijdse terugkoppeling soms wordt gemist. Dit is besproken met de uitvoerenden. • Ouder en kind zijn over het algemeen tevreden over de informatie die wordt verstrekt over mogelijke oplossingen. Het onderzoek laat echter wel zien dat de tevredenheid hierover onder jongeren iets lager ligt • In 2019 is gestart met continu-meten om tevredenheid van de cliënten te blijven volgen in de tijd (monitoren). Ook bij deze vorm van onderzoek blijft het lastig om ervaringen van jongeren op te halen, hoewel het responspercentage landelijk gezien relatief hoog ligt. Op het moment wordt de vragenlijst verbeterd en ingekort en worden er naar mogelijkheden gekeken om het cliëntervaringsonderzoek verder te digitaliseren. Denk hierbij aan het toevoegen van een QR-code op de brief die verwijst naar de digitale vragenlijst.
Ook kijken we naar de mogelijkheden om de vragenlijst via Whatsapp te kunnen versturen. Cliëntervaringsonderzoek Jeugd gemeente Heerde 2020
20
Conclusie Jeugd
In de eerste monitor over 2020 zagen we dat er een stuk meer jongvolwassenen in de gemeente Heerde wonen. De cijfers van de tweede helft van 2020 laten zien dat deze jongeren en jongvolwassenen in onze gemeente zijn gebleven. Ten opzichte van 2019 wonen er nu 21,4% meer jongvolwassenen in onze gemeente. Naar alle waarschijnlijkheid komt dit doordat jongvolwassenen door de coronacrisis minder op kamers gaan dan daarvoor en dus langer thuis blijven wonen. Het aantal kinderen dat wordt ondersteund door STIP Jeugd en Gezin is iets gedaald. Het aantal kinderen met een individuele voorziening is met 10% gedaald ten opzichte van 2019 gedaald. De grootste afname is te zien bij de Jeugd-GGZ-trajecten: in 2020 zijn er 16% minder lopende Jeugd-GGZ-trajecten. Ook de ambulante voorzieningen zijn iets gedaald ten opzichte van 2019 (daling van 9%). Huisartsen en medisch specialisten hebben minder doorverwezen in 2020, STIP Jeugd en Gezin daarentegen heeft meer doorverwezen naar individuele trajecten dan in 2019. Deze afname in individuele trajecten is grotendeels te wijten aan de uitbraak van de coronacrisis en de daaropvolgende lockdown met alle gevolgen van dien. Zo heeft de huisarts een tijd lang niet kunnen verwijzen en was het in sommige gevallen lastig om een traject op te starten (denk aan diagnosticeren en intakegesprekken op afstand).
Een andere belangrijke verklaring voor de afname in individuele hulp, en dan met name de Jeugd-GGZ-trajecten, is de inzet van de GZ-psycholoog binnen STIP. Hierdoor zijn meer kinderen doorverwezen naar STIP in plaats van dat ze zijn doorverwezen naar een jeugdzorgaanbieder. Ook laat het werk van de straathoekwerker haar eerste effecten zien. We hebben beter inzicht in de doelgroep van 16 tot 24 jaar en zijn beter op de hoogte van de spelende problematiek in deze doelgroep. Dit helpt ons om een meer gerichte aanpak te formuleren. Een uitgebreide evaluatie volgt later dit jaar. Verder valt op dat de gemaakte kosten niet zijn mee gedaald met het aantal individuele hulpvoorzieningen. Dit is met name te wijten aan de JB/JR en de jeugd GGZ, vooral deze laatste zijn per traject flink duurder geworden door complexere problematiek. De mogelijkheden voor vroegsignalering zijn door corona grotendeels weggevallen. Bijvoorbeeld door de tijdelijke sluiting van scholen, huisartsen minder beschikbaar waren en gezinscoaches en jeugdgezondheidszorgmedewerkers minder op scholen en ander vindplaatsen aanwezig konden zijn. Inloopspreekuren zijn afgelast en gezondheidsonderzoeken zijn alleen nog maar op afspraak. Hierdoor hebben we afgelopen jaar minder zicht gehad op onze kinderen.
Dit zien we terug in de cijfers in deze monitor: minder jeugdigen zijn bereikt en er is een duidelijke toename in complexiteit van problematiek zichtbaar. Minder mogelijkheden tot signaleren lijkt er ook voor zorgen dat we meer kosten per kind moeten maken. Vroegsignalering is dus belangrijk en heeft daadwerkelijk een functie. Bovengenoemde trend wordt regionaal en landelijk herkend en het lijkt er dus op dat de coronacrisis de boosdoener is3. Om dit met zekerheid te kunnen vaststellen zal er echter meer onderzoek naar moeten worden gedaan Daarnaast is het de vraag of de afname in het aantal individuele hulpvoorzieningen een trend is of dat slechts de gevolgen van de lockdown zien en we later geconfronteerd zullen worden met doorgeschoven zorg. Een voorbeeld hiervan is dat er niet altijd op tijd heeft kunnen worden afgeschaald, doordat men niet bij elkaar kon komen om goede afspraken te maken. Met name als de veiligheid in het geding is, lopen trajecten langer door. Dit om toch de
https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/lek-jeugdzorg-moet-boven-waterkomen.16325853.lynkx?tid=TIDP643225XC2453E634D0345A284B729BD76E7FD83YI5&utm_campai gn=BB_NB_Sociaal&utm_medium=email&utm_source=binnenlandsbestuur 3
21
veiligheid van het kind te kunnen garanderen van het kind. Uit de volgende raadsmonitor zal blijken of dit daadwerkelijk het geval is en of er dientengevolge een stijging zichtbaar wordt in het aantal hulptrajecten. Verder transformeren blijft belangrijk. De resultaten van de ingezette maatregelen om de transformatie te versnellen tekenen zich langzaam af door minder verwijzingen naar Jeugd GGZ vanuit de huisarts en medisch specialist. We zien verdere mogelijkheden voor transformatie in de opstart van STIP begin 2021, door uitbreiding van STIP Jeugd en Gezin met een gezinscoach en het oppakken van scheidingsproblematiek.
22
Participatie Programma Onderwerp
Toelichting
Doelen
De doelen op hoofdlijnen van de gemeente op basis van de Participatiewet
Stand Bijstand
Aantal mensen in de bijstand en het verloop over meerdere kwartalen
Trajecten
Het aantal mensen dat een traject heeft
Financiën
Kosten van de uitkering ten opzichte van het Buig Budget
Financiën Open einde regeling
Financiën van de bijzondere bijstand, het minimabeleid en de kwijtscheldingen
Armoede en schulddienstverlening
Instroom en Uitstroom
Doelen •
• •
Inwoners van de gemeente Heerde voorzien zoveel als mogelijk in hun eigen inkomen; • De gemeente Heerde biedt mensen indien nodig, ondersteuning bij het vinden van werk. Hierbij geldt als regel dat ondersteuning alleen wordt ingezet als het efficiënt en effectief is; • Inwoners die niet kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, participeren naar eigen vermogen in de samenleving, bijvoorbeeld door het uitvoeren van vrijwilligerswerk; De gemeente Heerde biedt een vangnet voor mensen die het financieel moeilijk hebben; De gemeente Heerde wil armoede en schulden onder de inwoners van de gemeente Heerde waar mogelijk voorkomen dan wel bestrijden.
23
Totaalstand bijstandsgerechtigden
Totaal aantal bijstandsgerechtigden 250 213 200
192
184
177
181
150
169 162
164
31-12-2019
30-6-2020
100
50
0 30-6-2017
31-12-2017
30-6-2018
31-12-2018
30-6-2019
31-12-2020
Figuur 8
Toelichting In deze grafiek ziet u de totaalstand van het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet, IOAW, BBZ en IOAZ. We zien hier dat het aantal bijstandsgerechtigden in 2020 met zeven (4,3% t.o.v. 2019) is gestegen, dat ligt in lijn met de landelijke stijging van 3,6%
24
Indeling bijstandsgerechtigden naar leeftijd in % (per 30-06-2020)
Indeling bijstandsgerechtigden naar leeftijd in % (per 31-12-2020)
17%
18% 17%
23%
59%
66%
Jonger dan 30 +
31-40
41-65+
Jonger dan 30 +
31-40
41-65+
Figuur 9
We zien in bovenstaande grafieken dat de groep bijstandsgerechtigden tot en met 40 jaar met zeven procent is toegenomen ten opzichte van de groep die ouder is dan 41 jaar.
Indeling bijstandsbestand naar uitkeringsduur in % per (30-062020)
Indeling bijstandsbestand naar uitkeringsduur in % (per 31-122020)
18%
20% 42%
46% 36%
< 1 jaar
>5 jaar
38%
1-5 jaar
< 1 jaar
>5 jaar
1-5 jaar
Figuur 10
De ‘middengroep’ die 1-5 jaar bijstandsgerechtigd is, is met vier procent afgenomen. De groep die tot een jaar in de bijstand zit is met twee procent toegenomen evenals de groep die langer dan vijf jaar in de bijstand zit.
25
Tabel 5
Cijfers van de website Waar staat je gemeente Omschrijving
Landelijk
Regio (Epe en Hattem)
Gemeente Heerde
Aantal banen per 1000 inwoners
677
522
518
Personen met een bijstandsuitkering per 1000 inwoners
46,0
25,6
14,7
Huishoudens met een bijstandsuitkering in % ten opzicht van het totaal aantal huishoudens
5,2%
2,6%
2,1%
Werkloosheid
3,4%
2,7%
2,4%
Deze gegevens laten zien dat het aantal banen in de gemeente Heerde lager is dan landelijk. De bijstands- en werkloosheidscijfers zijn lager dan landelijk en in de regio. Dat betekent dat relatief veel mensen buiten Heerde werken. Deze cijfers zijn in lijn met voorgaande jaren.
26
Indeling naar trajecten
Indeling naar Trajecten 180 160 140
32
39 39
120 100
52
47
40
80 60 40
76
60
68
0 31-12-2018
8
7
31-12-2019
31-12-2020
20 0
Bijstandsgerechtigde Vrijgesteld
Participatie
Activering
Re-integratie
Figuur 11
Toelichting In deze grafiek ziet u het aantal inwoners dat een bijstandsuitkering heeft en waarvoor de gemeente een inspanningsverplichting heeft. De werkzoekenden zijn in vier groepen onderverdeeld: Re-integratie: binnen < 1 jaar naar werk; Activering: tussen 1 en 3 jaar nodig voor werk; Participatie: kans op deelname aan de arbeidsmarkt is klein; Vrijgesteld: (tijdelijk) vrijgesteld van werk vanwege persoonlijke omstandigheden.
We stellen vast dat 25% van de groep re-integratie uit nieuwkomers (statushouders) bestaat. Dit is een positieve ontwikkeling want dat betekent dat deze mensen een kortere afstand naar de arbeidsmarkt hebben dan voorheen. Jaarlijks maken wij afspraken met Werkbedrijf Lucrato over de uitstroom van de Participatiewet kandidaten. In 2020 hebben wij afgesproken dat er een uitstroom gerealiseerd zou worden van 30. Lucrato heeft 31 gerealiseerd. Gezien de omstandigheden in 2020 is dit een hele mooie prestatie. Als mensen een relatie hebben richten we ons, met de dienstverlening en in de ondersteuning naar werk, op beide partners, omdat ze beide bijstandsgerechtigd zijn. Als een van beide werk vindt, kan dit resulteren in voldoende inkomen waardoor het gezin geen beroep meer hoeft te doen op de bijstand. Per 31-12-2020 hebben we 43 partners van bijstandsgerechtigden een traject aangeboden. Niet uitkeringsgerechtigden (de zogenaamde Nuggers) hebben in veel gevallen ook recht op ondersteuning bij het vinden van werk. Per 31-12-2020 hebben we 66 Nuggers een traject aangeboden. Dit zijn meestal kwetsbare jonge mensen die thuis wonen en, waar ze vroeger in aanmerking kwamen voor een Wajong-uitkering, niet meer in aanmerking komen voor een
27
uitkering. De personen met een verminderde loonwaarde worden geregistreerd in het doelgroepenregister waardoor het instrument loonkostensubsidie inzetbaar is. De gemeente Heerde heeft de verplichting om hen te ondersteunen bij het vinden van een passende arbeidsplaats en maakt hiervoor gebruik van de dienstverlening van Lucrato. Een plaatsing met loonkostensubsidie levert ons geen besparing op het BUIG-budget op, maar voorkomt dat jongeren uit beeld raken en pas jaren later met diverse problemen op ons pad komen. Van de niet uitkeringsgerechtigden zijn er 31 werkzaam met loonkostensubsidie.
Bijstandsuitkeringen en Loonkostensubsidie € 2.900.000
€ 2.763.980
€ 2.712.867 € 2.700.000
€ 135.799
€ 2.500.000
€ 2.540.613 € 180.006
€ 2.652.236 € 267.652
€ 2.347.235
€ 2.300.000
€ 160.000
€ 2.100.000 € 1.900.000
€ 2.763.980 € 2.577.068
€ 1.700.000
€ 2.360.607
€ 2.384.584
Uitgaven 2019
Uitgaven 2020
BUIG-budget 2020
Loonkostensubsidie
Totaal
€ 2.187.235
€ 1.500.000 € 1.300.000 € 1.100.000 Uitgaven 2018
Uitkeringen
Begroting 2020
Figuur 12
Toelichting Deze grafiek geeft de financiële stand van zaken aan ten opzichte van de bijstandsuitkeringen in 2020. We hebben hier de uitgaven van de Tozo buitengelaten. Het definitieve Buig-budget is dit jaar naar boven bijgesteld. We hebben voor het Buig-Budget € 2.664.655,- begroot. In werkelijkheid hebben we € 2.763.980,- ontvangen. Dat is € 99.325,- meer dan begroot. We hebben dus geen tekort op het Buig-budget. Wel hebben we een tekort op onze reguliere begroting. Dit komt mede omdat we een € 50.000,aan Loonkostensubsidie uit 2019 is betaald in 2020. De Loonkostensubsidie laat zich vooralsnog lastig plannen, hier wordt wel aan gewerkt. Ook zijn de uitgaven van de bijstand hoger dan ons reguliere budget. Een van de oorzaken is dat het aantal bijstandsgerechtigden iets is gestegen maar de voornamelijk oorzaak is de stijging van de kosten van een bijstandsuitkering. De ene bijstandsuitkering is duurder dan de andere, een gezin ontvangt meer dan een alleenstaande. Iemand die parttime werkt ontvangt een deel van de uitkering net als een uitkeringsgerechtigde waarop de kostendelersnorm van toepassing is. We kunnen geen invloed uitoefenen op de hoogte van de norm.
28
Gemiddelde prijs per bijstandsuitkering In deze grafiek wordt de stijging van de uitkeringen in beeld gebracht.
Figuur 13 bron: Divosa Benchmark
Covid-19 (coronacrisis) In juli 2020 zagen we een behoorlijke stijging in WW uitkeringen. Werden er in juli 2019 nog 65 WW uitkeringen verstrekt aan inwoners in de gemeente Heerde, in juli 2020 waren dit 237 WW uitkeringen. Deze stijging was een landelijk beeld. Wel zagen we dat na juli deze stijging afnam. In december 2020 werden er 219 WW uitkeringen verstrekt aan inwoners in Heerde. Als we kijken naar de leeftijd van de mensen in de WW uitkeringen dan zien we voor Heerde het volgende: <27 jaar: 24 27- 50 jaar: 83 >50 jaar: 112* *Cijfers zijn van december 2020 Van de inwoners die nu een WW uitkering ontvangen, kan een gedeelte uiteindelijk doorstromen naar een bijstandsuitkering. Het UWV gaat naar aanleiding van een analyse uit van een percentage van 5% tot 6% van mensen die doorstroomt van WW naar bijstand. In crisissituatie zou dit ook op 10% kunnen liggen. Op basis van 219 WW uitkeringen (december 2020) zou dit de komende jaren kunnen leiden tot een instroom bijstand van 22 uitkeringen. Hoeveel dit uiteindelijk exact gaan zijn is echter moeilijk te voorspellen omdat dit van meerdere factoren afhangt. Daarnaast zien we dat de groep >50 jaar de grootste groep WW gerechtigden zijn, die mogelijk een langer WW recht hebben en dus later in de bijstand instromen. Het effect in groei bijstand kunnen wij dus ook later te zien krijgen.
Vanuit het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld aan de arbeidsmarktregio om de werkloosheid door corona op te vangen. Hierop wordt vol ingezet door bijvoorbeeld het aanbieden van her- en omscholingstrajecten en focus te leggen op de kansberoepen als zorg, onderwijs, techniek en ICT. Vangnetuitkering Bij een overschrijding van het BUIG-budget kan de gemeente in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering, de zogenaamde vangnetuitkering. In 2020 is er geen tekort op het BUIGbudget.
29
Tozo De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is één van de noodmaatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Een Tozo-1 uitkering kon worden aangevraagd over de periode vanaf maart tot en met mei 2020. De regeling is verlengd met de Tozo-2. De aanvraagperiode voor Tozo-2 gold voor de periode vanaf 1 juni tot 1 oktober 2020. Van 1 oktober tot en met 31 maart 2021 is de Tozo-3 van kracht. Tozo-4 loopt van 1 april tot en met 30 juni 2021. Vanaf Tozo-2 geldt een partnerinkomenstoets. Alleen in Tozo-1 telde het inkomen van de partner nog niet mee voor het recht op de regeling. De Tozo-regeling voor de woongemeente Heerde kan worden aangevraagd bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen te Zwolle die deze regeling voor ons uitvoert. We hebben tot 30 juni Tozo 2020 een bedrag van € 812.946,- aan Tozo uitkeringen betaald en aan Tozo bedrijfskrediet € 40.410,- De verwachting is dat de kosten van de Tozo gedekt kunnen worden door bijdragen van de Rijksoverheid. 210 zelfstandigen hebben een Tozo-1 uitkering ontvangen en 30 zelfstandigen een Tozo-2 uitkering. In oktober, november en december 2020 ontvangen respectievelijk 21, 26 en 33 personen een Tozo-3.
Heroriëntatiegesprekken voor de zelfstandig ondernemer Eind 2020 hebben wij alle Tozo 2 ontvangers gebeld met de vraag hoe het met ze gaat en welke steun zij mogelijk nog nodig hebben van de gemeente. Dit ook al ter voorbereiding op de volgende fase binnen de Tozo. Per 1 januari 2021 ondersteunen gemeenten zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst. Alle zelfstandigen met een hulpvraag, die redelijkerwijs niet in staat zijn om zonder hulp verder te komen, kunnen met hun hulpvraag bij de gemeente terecht. Gemeenten inventariseren samen met zelfstandig ondernemers of en welke ondersteuning nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. Dit kan voor de inwoners die een Tozo-uitkering ontvangen, maar ook andere ondernemers die door de coronacrisis misschien een andere weg willen inslaan. Nieuwkomers (Statushouders) Omdat het aantal nieuwkomers een belangrijke groep van de bijstand vormt zetten we naast de reguliere dienstverlening van zowel de gemeente Heerde als Lucrato, fors in op activiteiten die de integratie en de toeleiding naar werk bevorderen.
Naast het geven van Informatie en Advies verzorgt Vluchtelingenwerk Oost Nederland (VWON) ook de maatschappelijke begeleiding en het traject voor de Participatieverklaring; organiseert speciale ochtenden voor het geven van Informatie & advies; Het Taalpunt verzorgt extra taalles voor nieuwkomers en voor vrouwelijke nieuwkomers organiseren we empowermenttrainingen;
In voorbereiding ter ondersteuning van nieuwkomers
De gemeente Heerde bereidt zich samen met partners en regiogemeenten voor op de nieuwe wet Inburgering die als doel heeft om nieuwe inburgeraars zo snel mogelijk te laten meedoen in Nederland en op de arbeidsmarkt; TopTaal, een dienstverlenende onderwijsinstelling voor volwasseneneducatie Nederlands, gaat een training Taal en Werk geven aan 14 deelnemers. We hopen dit jaar nog te starten met deze training van TopTaal. Met de Zomerschool geven we extra taalondersteuning en educatie tijdens de zomervakantie aan kinderen van nieuwkomers en zetten we een programma op voor de ouders; We willen een Sleutelfiguur inzetten met dezelfde culturele achtergrond als de nieuwkomers met als doel Nieuwkomers te ondersteunen bij hun integratie in de gemeente Heerde, optreden als ambassadeur, vertrouwenspersoon en schakel tussen de nieuwkomer en de gemeentelijke organisatie;
30
Kosten bijzondere bijstand en minimabeleid € 450.000
€ 415.195 € 400.000
€ 24.398
Kosten bijzondere bijstand en minimabeleid Minimabeleid
€ 346.734
€ 350.000
Bijzondere bijstand € 379.578
Kwijtscheldingen € 370.620
€ 37.778
€ 32.406
€ 289.957
€ 287.014
Totaal € 380.950 € 30.000
€ 40.643 € 300.000
€ 250.000
€ 334.662 € 200.000
€ 294.950
€ 254.736 € 150.000
€ 100.000
€ 50.000
€ 56.135
€ 51.355
€ 51.843
€ 51.200
€ 56.000
Kosten 2017
Kosten 2018
Kosten 2019
Kosten 2020
Budget 2020
€-
Figuur 14
Toelichting In deze grafiek ziet u het cumulatieve verloop van de kosten van de bijzondere bijstand en minimabeleid ten opzichte van het budget en dezelfde periode vorig jaar. Dit zijn openeindfinancieringen: elke inwoner van de gemeente Heerde kan een beroep doen op deze regelingen wanneer het inkomen lager is dan de inkomensgrens. De inkomensgrens is 120% van de bijstandsnorm. Minimabeleid: Dit zijn de kosten van de toekenningen voor een activiteitenbijdrage. In 2020 zijn de kosten in overeenstemming met het vorige jaar en het budget.
31
Armoedebestrijding – schulddienstverlening
SDV gemeente Heerde stand per 31 december 2020: 21 mensen die een beroep doen op de dienstverlening van SDV van de gemeente Heerde 100
78
80
53
60
41
40
40
50
36
34
34 23 11
20
26
9
0 instroom uitstroom instroom uitstroom instroom uitstroom instroom uitstroom instroom uitstroom instroom uitstroom 1e helft 2018
2e helft 2018
1e helft 2019
2e helft 2019
1e helft 2020
2e helft 2020
Figuur 15
Toelichting Er zijn dit jaar minder aanmeldingen voor schulddienstverlening dan normaal, dit is een landelijk beeld. Problematische schulden (grotere schulden en meerdere schuldeisers) worden doorverwezen naar de Schuldhulpverlening Zwolle (Stadsbank). Het aantal mogelijke crisissen is laag. Onder crisis wordt een huisuitzetting of een afsluiting van de energie verstaan. We hebben goede afspraken met de woningcorporatie. In 2020 zijn zeven mensen doorverwezen naar de Schuldhulpverlening Zwolle en vijf mensen naar Algemeen Maatschappelijk werk; drie mensen zijn doorverwezen naar Grip op de Knip. Schuldhulpverlening Zwolle We hebben een samenwerkingsverband met Schuldhulpverlening Zwolle. Bij problematische schulden wordt de inwoner doorverwezen naar Schuldhulpverlening Zwolle, die meer instrumenten kan inzetten zoals schuldregelingen en budgetbeheer. In 2020 heeft het college besloten om ook een saneringskrediet toe te passen. Het saneringskrediet is een vorm van schuldhulpverlening.
Kosten Schuldhulpverlening Zwolle (Stadsbank) € 45.000
€ 42.108
€ 42.020
€ 40.732
€ 40.000
€ 37.215
€ 35.000 € 29.593
€ 30.000 € 25.000 € 20.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000 €Kosten 2017
Kosten 2018
Kosten 2019
Kosten 2020
Begroting 2020
Figuur 16
32
Per 31 december 2020 maakten 41 inwoners van de gemeente Heerde met problematische schulden gebruik van de diensten van de Stadsbank. Grip op de Knip (Schuldhulpmaatje) In 2020 zijn er in totaal 6 intake gesprekken geweest en werden er 29 hulpvragers begeleid. Het totaal aantal intake gesprekken vanaf het najaar van 2016 tot en met 2020 is 109. Er is een nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties in de gemeente én met de gemeente Heerde. Er zijn 2 coördinatoren actief voor Grip op de Knip, 19 ‘maatjes’ en in totaal 25 vrijwilligers. De scholing en bijscholing van de maatjes kost veel geld. Financiering vindt plaats door landelijke en lokale fondsen en kerkelijke organisaties. De gemeente Heerde geeft jaarlijks € 7.000,- subsidie. Voedselbank De Voedselbank Heerde – Epe – Vaassen ontvangt € 4.000,- subsidie. In 2020 maakten er gemiddeld 20 tot 30 mensen gebruik van de Voedselbank. Het college heeft veel inzet getoond om de voedselbank te ondersteunen, toen ze, door de coronalockdown, niet meer de pakketten konden blijven verstrekken vanuit de ontmoetingskerk. Nadat een inwoner en later de Heerder stichtingen een tijdlang de pakketten betaalden die werden uitgereikt door de Jumbo, is de voedselbank nu weer op de ‘oude’ locatie bij de ontmoetingskerk terug.