CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmonitor SMV H1 2022 definitief.pdf

Raad themabespreking 21 november 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Raadsmonitor - een selectie van de grafieken wordt toegelicht9.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

1

Inhoud Samenvatting ....................................................................................................................... 4 WMO.................................................................................................................................... 5 Programma WMO................................................................................................................ 5 Doel WMO.......................................................................................................................... 5 Algemene Voorziening Schoon en Leefbaar Huis (AVSLH) ........................................................ 6 Algemeen ....................................................................................................................... 6 Aantal klanten AVSLH ....................................................................................................... 7 Stijging mantelzorgondersteuning ...................................................................................... 8 Financieel overzicht AVSLH ............................................................................................... 8 STIP..................................................................................................................................

9 WMO-maatwerkvoorzieningen .............................................................................................. 9 Algemeen ....................................................................................................................... 9 Persoonsgebonden Budget (PGB) ....................................................................................... 9 Financiën materiële en immateriële voorzieningen.............................................................. 11 Woonvoorzieningen ........................................................................................................ 11 Rolstoel- en vervoersvoorzieningen .................................................................................. 12 Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen ................................................................... 12 Algemeen ..................................................................................................................... 12 Financiën MOBW ............................................................................................................ 12 Toekomstplannen .......................................................................................................... 12 Conclusies WMO ...............................................................................................................

13 Inkomen en participatie ....................................................................................................... 14 Programma Inkomen en participatie.................................................................................... 14 Doelen Inkomen en Participatie .......................................................................................... 14 Participatiewet Werk ......................................................................................................... 15 Werkwijze ..................................................................................................................... 16 WW-cijfers .................................................................................................................... 17 Beleidsontwikkelingen Participatiewet Werk ....................................................................... 17 Participatiewet Inkomen .................................................................................................... 17 Kosten van Bijzondere bijstand en Minimabeleid ................................................................ 17 Armoedebestrijding en schulddienstverlening .................................................................... 18 Beleidsontwikkelingen Participatiewet Inkomen..................................................................

18 Conclusies Inkomen en Participatie ..................................................................................... 19 Jeugd ................................................................................................................................. 20 Programma Jeugd ............................................................................................................. 20 Doelen Jeugd ................................................................................................................... 20

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

2

Uitgevoerd Beleid ............................................................................................................. 21 Algemeen ..................................................................................................................... 21 Extra thuisbegeleider...................................................................................................... 21 Ontwikkelingen in het jongerenwerk ................................................................................. 21 Nieuwkomersonderwijs en Oekraïne ................................................................................. 21 Veilig Verkeer Nederland................................................................................................. 22 Kansrijke start.................................................................................................................. 22 Gebruik Jeugdvoorzieningen............................................................................................... 23 Verwijzingen Individuele voorzieningen ............................................................................... 26 Financiën Jeugdzorg .......................................................................................................... 27 Kwaliteit ..........................................................................................................................

29 Conclusies Jeugd .............................................................................................................. 30

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

3

Samenvatting Voor u ligt de raadsmonitor over het eerste half jaar (H1) van 2022. Deze tussentijdse monitor omvat minder informatie dan de jaarlijkse monitor, omdat bepaalde onderwerpen zich minder goed lenen voor een halfjaarlijks perspectief. De risico’s zijn ongewijzigd ten opzichte van de laatste monitor en daarom niet opgenomen. We leven in een rumoerige tijd. In de staart van de Covid-19-pandemie worden we geconfronteerd met de Russische invasie in Oekraïne met alle uitdagingen voor ons land en gemeente, zoals de opvang van Oekraïense vluchtelingen, de sterke inflatie en in het bijzonder de hoge energieprijzen. Daarnaast vragen ook de opgaven uit de kadernota onze aandacht. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het sociaal domein in het eerste half jaar. Binnen de WMO is de AVSLH (Algemene Voorziening Schoon en Leefbaar Huis) een aandachtspunt. Door het invoeren van de bewustwordingsperiode, een wachttijd bij aanvang van 12 weken, en de inzet van de huishoudcoach is de sterke groei van de aanvragen geremd. Door vergrijzing en drukte op de woningmarkt zijn de kosten voor woonvoorzieningen, zoals een traplift of gelijkvloers wonen, toegenomen. Veel inwoners hebben hun weg naar STIP gevonden met een hulpvraag voor persoonlijke begeleiding of voor dagbesteding.

Door de inzet van deze voorliggende voorziening wordt een sterke toename van WMO-maatwerkvoorzieningen voorkomen. Niet alle groei kan vermeden worden, maar dit is een landelijk beeld. Veel van de geboden zorg heeft een relatie met de Covid-19-pandemie. Er is sprake van uitgestelde zorg en problemen die veroorzaakt zijn door langdurige sociale isolatie. Bij MOBW (Maatschappelijke Opvang Beschermd Wonen) wordt nagedacht over de diverse aspecten van de aankomende overgang van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en de rijksbijdrage die komende jaren afneemt. Ondanks alle uitdagingen is het prettig om vast te stellen dat de begroting voor de WMO toereikend is. Op basis van de halfjaarlijkse cijfers verwachten we dit jaar binnen de afgesproken budgetten te blijven. Bij Participatie en Inkomen ligt de focus op het helpen van het toenemende aantal inwoners met financiële tekorten. Bijvoorbeeld door het verstrekken van bijzondere bijstand aan huishoudens met een laag inkomen en door mensen met oplopende schulden te helpen met een plan van aanpak. Door de sterke inflatie, in het bijzonder de energielasten, komen steeds meer mensen in de financiële problemen. De gevolgen hiervan verspreiden zich naar het domein van WMO en Jeugd. De verstrekte energietoeslagen worden vergoed door de Rijksoverheid en drukken daardoor niet op de gemeentelijke begroting.

Daarmee verwachten we voor Participatie en Inkomen alleen een overschrijding van €15.000 voor minimabeleid op de begroting. Bij Jeugd worden plannen ontwikkeld om Jeugdzorg meer integraal te organiseren. Door kinderen en hun ouders vanaf de geboorte tot 18 jaar doorlopend te ondersteunen bij het opgroeien. Over het hele land is een afname van het welzijn van jongeren te zien, vooral bij meiden. Door de Covid-19pandemie en bijbehorende maatregelen is die afname in welzijn extra zichtbaar geworden. Het aantal aanmeldingen is niet zozeer veranderd, maar wel het gewicht van de problematiek. Door de preventieve inzet van jongerenwerkers en thuisbegeleiders wordt het aantal maatwerkvoorzieningen beperkt. Daarnaast is er veel aandacht voor het terugdringen van middelengebruik. Door de invoering van het woonplaatsbeginsel zijn de trends in de cijfers van de individuele voorzieningen iets vertekend, maar het aantal jongeren met een voorziening dat verblijft in onze regio is weinig veranderd, alleen de financiële verantwoordelijkheid. Financieel gezien blijft ook het aandeel van Jeugdzorg in onze gemeente naar verwachting binnen de begroting 2022. In de verschillende hoofdstukken van deze monitor worden de bovengenoemde thema’s verder beschreven en soms verduidelijkt met een grafiek of een tabel. Wij wensen u veel leesplezier.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

4

WMO Programma WMO Onderwerp

Toelichting

Doel(en)

De doelen op hoofdlijnen op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het kaderdocument Sociaal Domein gemeente Heerde 2017-2022

AVSLH

Algemene Voorziening Schoon en Leefbaar Huis (AVSLH) de ontwikkeling van aantal klanten en een financieel overzicht over de verslagperiode

STIP

Ontwikkelingen algemene voorziening individuele begeleiding en groepsbegeleiding

WMO Maatwerkvoorzieningen

Financiële cijfers over de eerste helft (H1) van 2022 en ontwikkelingen van het aantal klanten met een individuele voorziening

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Stand van zaken en ontwikkelingen binnen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in relatie tot aankomende grote veranderingen

Conclusies WMO

Kernpunten van de voorliggende hoofdstukken

Doel WMO Het meedoen met de samenleving en de zelfredzaamheid van inwoners van de gemeente Heerde versterken door: • Meer inzet vanuit eigen kracht/omgeving • Toenemende inzet via algemene voorzieningen • Minder inzet van maatwerk

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

5

Figuur 1. Stappenplan inzet WMO-voorziening

Toelichting De visie van de gemeente Heerde met betrekking tot de transformatie is dat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor de inrichting van hun leven. Zij houden zoveel mogelijk de regie en geven zelf aan wat zij aan ondersteuning nodig hebben. Zij zoeken eerst naar oplossingen in de eigen kracht en in het eigen netwerk. Daarna kunnen ze gebruik maken van voorliggende en algemene voorzieningen. Een voorliggende voorziening betekent dat je de kosten of diensten op een andere manier vergoed kunt krijgen. Dat kan bijvoorbeeld via de zorgverzekeraar zijn, een maaltijdservice, een vervoerder of een uitkeringsinstantie. Het verschilt per persoon welke mogelijkheden dat zijn. De algemene voorziening is laagdrempelig, wordt hoofdzakelijk door de gemeente gefinancierd en is voor iedereen zonder verwijzing toegankelijk. Een individuele voorziening is alleen na verwijzing van een deskundige toegankelijk en is individueel en op maat gemaakt. Dit zijn vaak dure vormen van hulpverlening en worden grotendeels door de gemeente betaald. Deze stappen zijn in het bovenstaande stappenplan gevisualiseerd. Voor het versterken van de eigen kracht en het eigen netwerk zijn binnen STIP o.a. een coördinator mantelzorg en vrijwilligerswerk, een coördinator ouderen, Social Workers, thuisbegeleiders en (buurt)coaches aanwezig.

Zij inventariseren welke ondersteuning nodig is en helpen bij het verbinden binnen de eigen netwerken en het doorverwijzen naar de voorliggende voorzieningen.

Algemene Voorziening Schoon en Leefbaar Huis (AVSLH) Algemeen In 2022 is de AVSLH als voorziening voor ondersteuning in het huishouden voortgezet. Een inwoner die aanspraak heeft op de voorziening, krijgt gemiddeld 2 uur ondersteuning per week. Daarnaast is er binnen de regeling in sommige gevallen nog een aanvulling mogelijk in de vorm van mantelzorgondersteuning. Die kan ingezet worden onder de AVSLH (gemiddeld 0,5 uur per week). Deze is ook in 2022 verder gegaan. De raad heeft 5 juli 2021 besloten om de AVSLH nog twee jaar (2022 en 2023) voort te zetten. Sinds 1 januari dit jaar wordt er voor deze voorziening een bewustwordingsperiode van 12 weken gehanteerd. Nadat de aanmelding is ontvangen start een wachttijd van 12 weken. In deze periode krijgt de inwoner thuis bezoek van de huishoudcoach. De huishoudcoach bespreekt mogelijke alternatieven binnen de eigen mogelijkheden van de inwoner en de urgentie van de gewenste werkzaamheden. Daarna wordt door de coach vastgesteld of de huishoudelijke ondersteuning vanuit de gemeente noodzakelijk is. Pas 12 weken na de ontvangst van de aanvraag en het onderzoek van de huishoudcoach in de tussenliggende periode, komt er daadwerkelijk hulp bij de inwoner thuis. Het doel van de bewustzijnsperiode met het onderzoek van de huishoudcoach is het vaststellen of huishoudelijke ondersteuning vanuit de AVSLH noodzakelijk is.

Voor inwoners in een kwetsbare situatie geldt die bewustwordingsperiode niet.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

6

Aantal klanten AVSLH

Aantal klanten AVSLH 2022 750,00

672

676

680

683

687

668

653

662

642

649

658

638

645

6

7

8

9

10

11

12

700,00

650,00

642 642,00

646

650

657

661

635

636

4

5

653

633,00

633,00

633

1

2

3

665

600,00

550,00

500,00

450,00

400,00

0

AVSLH 2022 werkelijk

AVSLH 2022 prognose

AVSLH 2021

AVSLH 2020

AVSLH 2019

AVSLH 2018

AVSLH 2017

AVSLH 2016

Figuur 2. Aantal klanten AVSLH op peildatum

Toelichting Vorig jaar verwachtten we in 2022 een stijging (bovenste groene lijn) van 7% van het aantal klanten (+4% i.v.m. aanzuigende werking abonnementstarief, +6% i.v.m. vergrijzing en -3% instroombeperking door de inzet van de huishoudcoach). Vanaf 1 januari 2022 is de bewustwordingsperiode en de inzet van de huishoudcoach gestart. Hierdoor is de instroom 12 weken uitgesteld en de instroom beperkt. In de grafiek zijn de werkelijke klantaantallen (paarse stippellijn) voor heel 2022 geëxtrapoleerd. Daling AVSLH-klanten In januari 2022 was er een daling van 9 klanten. Dit komt door een combinatie van het invoeren van de bewustwordingsperiode met de inzet van de huishoudcoach en uitstroom van klanten naar de Wlz (Wet langdurige zorg). In het tweede kwartaal steeg het aantal klanten (5 klanten). Deze stijging was minder dan voorzien. We verwachten dat in de tweede helft van dit jaar de stijging van het aantal klanten weer zal toenemen. We kunnen concluderen dat de inzet van de bewustwordingsperiode in combinatie met de huishoudcoach zijn vruchten lijkt af te werpen.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

7

Stijging mantelzorgondersteuning

Aantal klanten mantelzorgondersteuning AVSLH H1 2022 155

152 148

150 144

145

148

145

140

Q1 AVSLH Aanvullend

Q2 AVSLH aanvullend begroot

Figuur 3. Mantelzorgondersteuning AVSLH

Toelichting Door de uitstroom van klanten naar de Wlz 1 is er extra mantelzorgondersteuning ingezet aanvullend op de schoonmaakondersteuning. Deze mantelzorgondersteuning is in de eerste helft van dit jaar licht toegenomen met 3 klanten. Financieel overzicht AVSLH

Financieel overzicht AVSLH € 2.500.000 € 2.012.582

€ 2.000.000

€ 2.127.655

€ 1.687.441

€ 1.500.000

€ 1.340.100 € 1.154.083

€ 1.110.966

€ 1.000.000 € 500.000 €-

kosten 2018

kosten 2019

Kosten 2020

kosten 2021

Begroting 2022

2022 Q2

Figuur 4. Financiën AVSLH

Toelichting Ondanks de afname van het aantal klanten in het eerste kwartaal, is er geen daling van de kosten na de eerste helft van 2022 zichtbaar in de grafiek. Dit komt doordat de laatste kolom alleen de kosten weergeeft. In de begroting en bij de overige kolommen zijn de ontvangsten eigen bijdrage per jaareinde op de kosten in mindering gebracht. Dit vertekent het verloop in deze grafiek. Indien de kostenontwikkeling zich zo doorzet, blijven we voor Schoon en Leefbaar Huis binnen de begroting.

1

Wet langdurige zorg

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

8

STIP In 2021 is de algemene voorziening regieondersteuning voor volwassenen overgegaan naar STIP (Steun- en InformatiePunt Heerde). De individuele begeleiding wordt bij STIP ingevuld door Social Workers en de ambulante thuisbegeleiders. De dagactiviteiten binnen STIP gebeuren onder leiding van de coördinator ouderen en de activiteitenbegeleider voor de dagbesteding. De activiteiten zijn gericht op inwoners met een lichte ondersteuningsbehoefte door psychosociale en/of problemen als gevolg van ouderdom. De activiteiten en de bijbehorende begeleiding dienen twee doelen. Ten eerste kan hiermee heeft als doel zwaardere of langdurige ondersteuning zoveel mogelijk worden voorkomen. In de gevallen waarbij de preventieve interventies niet of niet voldoende helpen, kan er een maatwerkvoorziening ingezet worden. Ten tweede worden mantelzorgers even ontlast. Afgelopen periode zijn de informatiebronnen gerangschikt bij STIP. Met de komst van de nieuwe geautomatiseerde systemen i-Samenleving en i-Participatie verwachten we dit beter inzichtelijk te kunnen maken in de Raadsmonitor van 2023.

WMO-maatwerkvoorzieningen Algemeen Onder maatwerkvoorzieningen vallen immateriële en materiële voorzieningen. Immateriële voorziening zijn o.a. individuele begeleiding, groepsbegeleiding en respijtzorg. Respijtzorg is het tijdelijk overdragen van zorg, in verband met vakantie bijvoorbeeld. Materiële voorzieningen zijn de rolstoel-, vervoer- en woonvoorzieningen. Persoonsgebonden Budget (PGB) De kosten voor PGB zijn licht gestegen, omdat het aantal cliënten in het tweede kwartaal met 4 is toegenomen ten opzichte van het eerste kwartaal. Door de regionale inkoop via een open raamcontract wordt er beperkt gebruikgemaakt van de PGB’s. Door het open raamcontract kunnen nieuwe aanbieders makkelijk toetreden. Daarom is een PGB-constructie in veel gevallen niet meer noodzakelijk. Nieuwe PGB-aanbieders moeten aan dezelfde kwalitatieve eisen voldoen als aanbieders die reeds bij het regionale raamcontract ingeschreven zijn. Hierdoor is er meer controle op de kwaliteit van de inzet van PGB’s.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

9

Klantaantallen maatwerkbegeleiding 140 121

120 101

100

83

91

80 61

60 35

40 20 0

14

54

43 32

26 29

36

27

22

ZIN 2017

ZIN 2018

49 50

30 20

8 7

Begeleiding Individueel Begeleiding Individueel Complex licht /Basis

43

1 2 2

0 0 0

Dagbesteding complex/gespecialiseerd

Dagbegeleiding licht /Basis

ZIN 2019

ZIN 2021

ZIN 2020

9

15

Dagbesteding duurzaam

ZIN 2022 Q2

Figuur 5. Klantaantallen Zorg In Natura (ZIN) op peildatum

Toelichting Het aantal klanten met Individuele begeleiding licht/basis is op 1 juli 2022 toegenomen ten opzichte van 31 december 2021. Bij alle andere vormen van begeleiding is aantal klanten meer constant. De stijging in de individuele begeleiding zit vooral in de Individuele begeleiding basis. Dit is voornamelijk de uitstroom van STIP naar maatwerk. De daling in 2021 en de toename in 2022 is te verklaren door verschillende oorzaken. De cliëntaantallen zijn in 2021 afgenomen door de invloed van de Coronapandemie. Hierdoor hebben sommige inwoners hun hulpvraag uitgesteld. Hierdoor is soms de situatie verergerd. Daarnaast is door de tussenkomst van STIP de instroom naar een individuele voorziening soms uitgesteld. En het derde argument is dat de problematiek van de nieuwe aanmeldingen in zwaarte toeneemt. Alle ondersteuning die via lichte begeleiding plaatsvindt, wordt eerst vanuit STIP aangeboden door de social workers en thuisbegeleiders. Als deze vorm van ondersteuning ontoereikend blijkt, omdat ondersteuning langdurig noodzakelijk is, of als er een zwaardere vorm van begeleiding nodig is, wordt individuele begeleiding basis vanuit maatwerk ingezet.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

10

Financiën materiële en immateriële voorzieningen

Kosten woon-, rolstoel-, vervoersvoorzieningen € 1.600.000 € 1.367.450

€ 1.400.000 € 1.200.000 € 1.000.000 € 800.000

€ 589.637

€ 600.000 € 343.550

€ 400.000 € 200.000

€ 197.370 € 195.960

€ 144.104 € 15.600

€-

begroot 2022 Vervoersvoorziening

Rolstoelen

€ 110.079 € 83.702

€ 15.801

werkelijk Q2 2022 Woonvoorziening

immaterieel ZIN

immaterieel PGB

Figuur 6. Financiën materiële en immateriële voorzieningen

Toelichting Omdat nog niet alle facturen op de peildatum zijn ontvangen en verwerkt, lijken de kosten voor woonvoorzieningen na de eerste helft van dit jaar lager dan begroot. Als de nog te betalen bedragen worden meegenomen, liggen de kosten voor alle materiele en immateriële voorzieningen in lijn met de begroting. De kosten voor Zorg In Natura zijn de eerste zes maanden van dit jaar iets lager dan de helft van de begroting. De categorieën woonvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen worden sterk beïnvloed door incidentele grotere en/of duurdere aanpassingen. Woonvoorzieningen Er worden in de tweede helft van dit jaar nog een paar grotere woningaanpassingen gerealiseerd. Deze aanpassingen zijn voorzien in de begroting. Er blijven steeds meer mensen langer thuis wonen. Dit wordt vanuit de overheid gestimuleerd. Er is in Heerde, maar ook landelijk, een tekort aan passende woonruimte. Dit zorgt ervoor dat er meer, grotere en duurdere woningaanpassingen noodzakelijk zijn. Daarnaast neemt het aantal verstrekkingen van trapliften toe. De vergrijzing vraagt om meer aangepaste woningen, zeker in relatie met de zorg die zoveel mogelijk thuis moet worden geleverd. Vanuit de overheid en de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt ingezet op Wlz-zorg in de eigen woning. De zorg wordt betaald vanuit de Wlz, maar de aanpassingen van woningen komen voor rekening van de gemeente.

Regionaal is er ook een kostenstijging voor woonvoorzieningen geconstateerd. De reden voor de toename van deze kosten, naast het langer thuis wonen, wordt gekoppeld aan het invoeren van het abonnementstarief. In het nieuwe coalitieakkoord van de regering is geen compensatie of maatregel opgenomen voor de toename van grotere en/of duurdere woningaanpassingen. Ondanks deze ontwikkelingen blijven de kosten voor woonvoorzieningen, op basis van de huidige inzichten, binnen de begroting.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

11

Rolstoel- en vervoersvoorzieningen De kosten voor rolstoel- en vervoervoorzieningen liggen in lijn met de begroting. Het bedrag voor rolstoelvoorzieningen ligt iets hoger dan het begrote budget. Dit heeft te maken met het verstrekken van duurdere type rolstoelen. Dit zorgt voor een verwachte toename in de kosten ten opzichte van de begroting. Daarentegen daalt het aantal verstrekkingen voor vervoersvoorzieningen. Dat heeft te maken met de inzet van ergotherapeuten bij het verstrekken van scootmobielen. De totale kosten in de verslagperiode, de eerste helft van 2022, voor rolstoel- en vervoersvoorzieningen zijn lager dan begroot.

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Algemeen Gemeente Heerde werkt voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) samen in de regio Oost-Veluwe. MOBW is voor mensen met psychische of psychosociale problemen. Vanaf 1-12024 is de samenwerking in de regio veranderd, omdat de financiën binnenkomen per gemeente en niet langer via de centrumgemeenten. In 2015 is de doordecentralisatie van MOBW gestart. Er is toen eerst met een transformatieagenda in de regio gewerkt en vanaf 2019 met een convenant. In juni 2021 is door de gemeenteraad het regionale kaderdocument en het regionale ontwerp ‘Beschermd Thuis’ vastgesteld. Met het regionale kaderdocument wordt richting gegeven aan de transformatie. Hierbij staat de verandering van beschermd wonen (intramuraal) naar beschermde thuisomgeving (beschermd thuis) centraal. In het regionale ontwerp is geconcretiseerd welke stappen er genomen moeten worden om in de regio te blijven samenwerken op gebied van andere afspraken. Deze afspraken hebben betrekking op het samenwerkingsconvenant, en de opgaven rond de afbouw van het aantal plekken intramuraal beschermd wonen en de verdeling van de financiën in de regio. Financiën MOBW Vanaf 2024 zijn er minder financiële middelen in de regio beschikbaar. De afbouw loopt van 37 miljoen naar 23 miljoen in 2032.

Door een wetswijzing valt een deel van de cliënten van beschermd wonen (BW) vanaf 2021 onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Er zit een fluctuatie in het aantal BWcliënten in de gemeente Heerde. In de eerste helft van 2022 waren er circa 10 BW-cliënten in Heerde. In de regio ging het in totaal om circa 490 BW-cliënten. In de regio zijn afspraken gemaakt dat elke gemeente 85% van de ontvangen gemeentelijke rijksvergoeding beschermd wonen overhevelt naar het regiobudget. Dit percentage wordt jaarlijks vastgesteld. Om de lokale zorginfrastructuur zo in te richten dat we integraal herstel kunnen (blijven) bieden, wordt de resterende 15% van de ontvangen rijksvergoeding beschermd wonen lokaal ingezet. In 2022 is er in de regio voorgesorteerd op het feit dat er in 2023 een andere inkoopstrategie wordt gebruikt. We gaan werken met minder zorgaanbieders (ongeveer 10 tot 12 aanbieders). Hierbij wordt rekening gehouden met voldoende spreiding van de zorgaanbieders over de regio. Zo kan er gericht gewerkt worden aan een integrale benadering van cliënten die (beter) kunnen herstellen in hun eigen omgeving. Voor de cliënten die een beschermde woonvorm nodig hebben, blijven de intramurale voorzieningen beschikbaar. Toekomstplannen Er zijn nu jaarlijks financiële overschotten in de regio. In 2021 was dit ruim 6 miljoen. Heerde ontving 4% van deze overschotten, omgerekend 238.000 euro.

Ook in 2022 wordt er een soort gelijk overschot verwacht. Deze gelden worden gereserveerd. Dit is nodig voor de afbouw van de regionale rijksbijdragen en de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis. De regionale rijksbijdrage voor beschermd wonen wordt vermoedelijk vanaf 1-1-2024 met een tijdpad van 10 jaar afgebouwd. Daarom is een financiële buffer van belang. Voor de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis richten we lokaal nieuwe voorzieningen in. Zo is in 2022 de Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

12

pilot straathoekwerk ingezet. En is de Inloop GGZ als algemene voorziening beschikbaar gesteld. We ontwikkelen nieuwe plannen om de lokale infrastructuur te versterken voor de toekomst. In 2022 ligt de focus vooral op preventie en inrichten van de zorginfrastructuur, zodat we vroegtijdig kunnen signaleren en de risicofactoren kunnen verkleinen. Hiermee richten we ons op het bevorderen van maatschappelijk herstel, waarbij kwetsbare mensen zoveel mogelijk een zelfredzaam leven kunnen leiden. .

Conclusies WMO De kosten van de Algemene Voorziening Schoon en Leefbaar Huis namen het eerste kwartaal van 2022 iets af door het toepassen van de bewustwordingsperiode van 12 weken. Hierdoor werd de instroom met 12 weken uitgesteld. Na deze periode stroomde een groot deel van de klanten toch in, maar dit aantal was lager dan verwacht. Het aantal toetreders wordt beperkt door de inzet van de huishoudcoach in de bewustwordingsperiode. Een aantal mensen vindt dan andere oplossingen en mogelijkheden om zelfstandig het huishouden te kunnen voeren en ziet af van de aanvraag. Vanuit STIP zijn er preventieve interventies ingezet, zowel op individuele basis als op collectieve basis. Hierdoor is de instroom naar maatwerkvoorzieningen beperkt gebleven. Het aantal inwoners met een basis/lichte immateriële maatwerkvoorziening is in de eerste helft van dit jaar toegenomen. Dit heeft vooral te maken met de uitstroom vanuit STIP. Uitstroom vindt plaats als de inzet vanuit STIP ontoereikend blijkt te zijn, bijvoorbeeld als langdurige ondersteuning noodzakelijk is of als er een zwaardere vorm van begeleiding nodig is. In deze situaties wordt individuele begeleiding vanuit maatwerk ingezet. Er zijn duurdere typen rolstoelen verstrekt. Daardoor zijn de kosten hoger uit gekomen dan het begrote budget.

Daarentegen daalden het aantal verstrekkingen voor vervoersvoorzieningen door de inzet van ergotherapeuten bij het verstrekken van scootmobielen. Hierdoor zijn de kosten voor alle vervoersvoorzieningen in de verslagperiode lager dan begroot. De kosten voor woningaanpassingen stijgen. Dit komt doordat mensen langer thuis blijven wonen en doordat mensen niet kunnen verhuizen naar een passende woning door de krapte op de woningmarkt. Hierdoor zijn meer en grotere aanpassingen noodzakelijk. Daarnaast stijgt ook het prijsniveau van de werkzaamheden om de aanpassing te realiseren. Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang blijven we samenwerken in de regio OostVeluwe. We hebben te maken met minder financiële middelen de komende jaren. We bereiden ons voor op een zorglandschap waarin integraal herstel in de eigen omgeving centraal staat.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

13

Inkomen en participatie Programma Inkomen en participatie Onderwerp

Toelichting

Doelen

De doelen op hoofdlijnen van de gemeente op basis van de Participatiewet

Participatiewet Werk

Inzicht trends in aantal mensen in de bijstand, leeftijdsopbouw en uitkeringsduur

Participatiewet Inkomen

Overzicht in instroom bij de verschillende vormen van financiële hulpverlening

Conclusie Participatie en Inkomen

Kernpunten van de voorliggende hoofdstukken

Doelen Inkomen en Participatie Inwoners van de gemeente Heerde voorzien zoveel als mogelijk in hun eigen inkomen; De gemeente Heerde biedt mensen, indien nodig, ondersteuning bij het vinden van werk. Hierbij geldt als regel dat ondersteuning alleen wordt ingezet als het efficiënt en effectief is; Inwoners die niet kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, participeren naar eigen vermogen in de samenleving, bijvoorbeeld door het uitvoeren van vrijwilligerswerk; De gemeente Heerde biedt een vangnet voor mensen die het financieel moeilijk hebben; De gemeente Heerde wil armoede en schulden onder de inwoners van de gemeente waar mogelijk voorkomen dan wel bestrijden.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

14

Participatiewet Werk

Figuur 7. Aantal bijstandsgerechtigden op peildatum

Toelichting In deze grafiek ziet u de totaalstand van het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet, IOAW 2, IOAZ 3 of Bbz 4. We zien hier dat het aantal bijstandsgerechtigden in 2022 met twee is gestegen ten opzichte van 2021. De stijging is te verklaren door de instroom van de Bbz-light-groep. Hieronder vallen de ZZP’ers die ondersteuning via de Bbz-regeling ontvingen vanwege de covid-19-pandemie. Per 1 juni is deze Bbz-light-regeling gestopt en zijn deze mensen doorgestroomd naar de bijstand.

Indeling Bijstandsgerechtigden op leeftijd 200 8 177 150

8 166

9 169

71

64

56

43

35

28

10 163

8 164

58

63

41

38

37

34

35

30

29

27

25

28

27

27

2018 Q4

2019 Q4

2020 Q4

2021 Q4

2022 Q2

100 50 0

Jonger dan 31

31-40

41-50

51-64

65+

Totaal

Figuur 8. Verdeling Bijstandsgerechtigden naar leeftijd

Toelichting We zien in bovenstaande grafiek dat de groep bijstandsgerechtigden in de leeftijdscategorie 51-64 jaar met 5 is toegenomen en de groep 65-plussers met 2 is afgenomen. Het totaal aantal bijstandsgerechtigden is de laatste jaren nauwelijks veranderd.

Inkomensvoorziening Oudere en (gedeeltelijk) Arbeidsongeschikte Werknemers Inkomensvoorziening Oudere en (gedeeltelijk) Arbeidsongeschikte Zelfstandigen 4 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2 3

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

15

Indeling Bijstandsgerechtigden naar uitkeringsduur 200 150

177

169

166

163

164

65

53

64

64

71

79

79

71

66

60

33

34

34

33

33

2018 Q4

2019 Q4

2020 Q4

2021 Q4

2022 Q2

100 50 0

<1 jaar

1-5 jaar

>5 jaar

Totaal

Figuur 9. Overzicht Bijstandsgerechtigden naar uitkeringsduur

Toelichting Het aantal bijstandsgerechtigden uit de ‘middengroep’ (1-5 jaar bijstandsgerechtigd) is met 6 afgenomen ten opzichte van vorig jaar. De groep met inwoners die meer dan 5 jaar in de bijstand zitten is met 7 toegenomen . 131 mensen (80%) hebben langer dan een jaar een bijstandsuitkering. In het algemeen kunnen we zeggen dat de kans op uitstroom naar betaald werk kleiner wordt naarmate inwoners langer een uitkering ontvangen. Werkwijze Binnen de gemeente hebben wij de werkzoekenden Participatiewet onderverdeeld in vier groepen: Re-integratie: Activering: Participatie: Vrijgesteld:

binnen < 1 jaar naar werk tussen 1 en 3 jaar nodig voor werk kans op deelname aan de arbeidsmarkt is klein (tijdelijk) vrijgesteld van werk vanwege persoonlijke omstandigheden

De groep re-integratie en een aantal activeringskandidaten, ontvangen dienstverlening van het Werkleerbedrijf Lucrato. Jaarlijks maken wij afspraken met Lucrato over de uitstroom van de Participatiewet kandidaten, het aantal inwoners dat met een loonkostensubsidie aan het werk is, de uitstroom naar parttime werk en de uitstroom van statushouders. In de volgende raadsmonitor over heel 2022 wordt verder ingegaan op de gemaakte afspraken en de behaalde resultaten. Als mensen een relatie hebben, richten we ons met de dienstverlening en bij de ondersteuning naar werk op beide partners, omdat ze beide bijstandsgerechtigd zijn. Als één van beide een betaalde baan vindt, kan dit resulteren in voldoende inkomen. Dan hoeft het gezin geen beroep meer te doen op de bijstand. Niet uitkeringsgerechtigden (de zogenaamde Nuggers) hebben in veel gevallen ook recht op ondersteuning bij het vinden van werk en ontvangen daarbij begeleiding door Werkleerbedrijf Lucrato. Personen met een verminderde loonwaarde worden geregistreerd in het doelgroepenregister. Hierdoor is het instrument loonkostensubsidie inzetbaar. De gemeente Heerde heeft de verplichting om deze personen te ondersteunen bij het vinden van een passende arbeidsplaats. Zij maakt hiervoor gebruik van de dienstverlening van Werkleerbedrijf Lucrato.

Een plaatsing met loonkostensubsidie levert de gemeente geen besparing op voor het BUIG-budget, maar voorkomt wel dat jongeren uit beeld raken en pas jaren later met diverse problemen op ons pad komen.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

16

WW-cijfers Op 1 juli 2022 ontvingen 111 inwoners van de gemeente Heerde een WW uitkering van het UWV. Dit is een daling van 30,6% ten opzichte van 1 juli 2021. Als we kijken naar de WW-gerechtigden op basis van leeftijd, zien we dat de groep > 50 jaar de grootste groep is. Leeftijdsklasse <27 jaar: 27 – 50 jaar: > 50 jaar:

Aantal WW-ers 0 43 61

De groep ouder dan 50 jaar heeft vaak langer WW recht opgebouwd, maximaal drie jaar. Hierdoor zal deze groep later een mogelijk beroep op bijstand doen. Analyses van het UWV laten zien dat ongeveer 5%-6% van de WW-gerechtigden doorstromen naar de bijstand. Dit zou, met de aantallen per 1 juli 2022, betekenen dat de gemeente Heerde de komende jaren een instroom kan verwachten van 5 tot 7 personen na het aflopen van het WW-recht. Of deze personen daadwerkelijk instromen in de bijstand is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het inkomen van de partner, vermogen uit eigen woning of ander vermogen. Hierdoor is er in de sommige gevallen geen recht op bijstand. Beleidsontwikkelingen Participatiewet Werk Wetswijziging Breed Offensief Deze wet is inmiddels aangenomen in de Tweede Kamer en staat voor onderzoek voor de Eerste Kamer. De wetswijziging Breed Offensief betreft maatregelen om mensen met een arbeidsbeperking nog beter aan het werk te kunnen helpen. We zien dat bepaalde elementen uit deze wetswijziging al worden doorgevoerd, bijvoorbeeld het vereenvoudigen van de aanvraag en uitbetaling van de loonkostensubsidie. In 2021 hebben wij dit preferente proces geïmplementeerd. Daarnaast is per 1 april 2022 de hoogte van de individuele studietoeslag in alle gemeenten in Nederland gelijk gesteld op €300,00 per maand.

Regionale Uniformering In de regio zijn we bezig met de uniformering van re-integratiemiddelen voor zowel werkzoekenden als werkgevers. Zo hebben alle werkzoekenden en werkgevers in onze regio dezelfde dienstverlening.

Participatiewet Inkomen Door tijdelijke onderbezetting bij de uitkeringsadministratie in Oldebroek hebben we geen financiële cijfers ontvangen en ontbreken de grafieken die de kosten voor de bijstandsuitkeringen, de minimaregelingen en de bijzondere bijstand weergeven. Kosten van Bijzondere bijstand en Minimabeleid Bij het bepalen van de definitieve kosten voor bijzondere bijstand en minimabeleid zijn de kosten voor de eerste helft van 2022 verhoogd met hetzelfde percentage waarmee de kosten in de tweede helft 2021 zijn gestegen. Bij het Minimabeleid (activiteitenbijdrage) en de Bijzondere bijstand stijgen de kosten ten opzichte van vorig jaar. De stijging van het minimabeleid en de bijzondere bijstand zijn een gevolg van de huidige economische situatie waarin veel mensen te maken krijgen met hoge kosten voor energie, brandstof en boodschappen. Bij het minimabeleid verwachten we €15.000,tekort te komen op de begroting. Bij de bijzondere bijstand blijven we binnen de begroting.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

17

Kosten van de bijstandsuitkeringen We verwachten een lichte stijging van de kosten van de bijstandsuitkeringen, omdat er een kleine toename van uitkeringsgerechtigden is. Het BUIG-budget 5, is dit jaar gesplitst in twee componenten. Een deel ter dekking van de bijstandsuitkeringen en een deel ter dekking van de loonkostensubsidie. Het deel ter dekking van de bijstandsuitkeringen is voor het grootste deel gebaseerd op historische resultaten van twee jaar geleden en voor een deel op basis van objectieve maatstaven die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor de loonkostensubsidie krijgen we de werkelijke kosten van het voorgaande jaar vergoed. De kosten van de bijstandsuitkeringen blijven binnen onze begroting; het Buig-budget is naar verwachting niet toereikend. Met de huidige berekeningen houden we rekening met een tekort van €150.000,- op het BUIG Budget en met een overschot van €25.000,- op de begroting. Armoedebestrijding en schulddienstverlening

100 80

87

Aanvragen Schulddienstverlening Heerde aanvragen

75 52

60 34

40 20 0

Naar SDV Zwolle

50

5

14 15

14

2018

3 2019

9

7 5 5

10 7

2020

2021

1

9 8

0

Naar Grip op de Knip Naar Social Work

Q2 2022

Figuur 10. Aantal aanvragen Schulddienstverlening tot peildatum

Toelichting Er zijn dit jaar per 1 juli bijna net zo veel aanmeldingen voor schulddienstverlening als in heel 2021. Dit is een landelijk beeld. Door de structurele toename van het aantal hulpaanvragen is extra inzet noodzakelijk. Problematische schulden (grotere schulden en meerdere schuldeisers) worden doorverwezen naar de Schulddienstverlening (SDV) Zwolle. Het aantal mogelijke crisissen is laag. Onder crisis wordt een huisuitzetting of een afsluiting van de energie verstaan. We hebben goede afspraken met de woningcorporatie. En er zijn landelijk afspraken gemaakt dat er geen huishoudens worden afgesloten van energie. Beleidsontwikkelingen Participatiewet Inkomen We hebben begin dit jaar een energietoeslag verstrekt van €800,-. Dit bedrag is enige tijd geleden verhoogd naar €1.300,-. We verwachten dit jaar 515 huishoudens een energietoeslag te verstrekken van €1.300,-. Uitgaande van de cijfers van het CBS is dit een bereik van 95%. De financiën hiervoor zijn verstrekt bij de meicirculaire 2022 en de septembercirculaire 2022.

Dit zijn middelen die de gemeente van het rijk ontvangt, ter dekking van de bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidie 5

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

18

Conclusies Inkomen en Participatie Het aantal mensen in de bijstand is met 2 gestegen. We verwachten daarom dat de kosten iets hoger uitvallen. Het aantal mensen in de bijstand met een afstand tot de arbeidsmarkt is structureel hoog. We verwachten een tekort van €150.000,- op de inkomsten die we van het rijk ontvangen ter dekking van de bijstandsuitkeringen. We verwachten dit jaar een toename in totale kosten van de vangnetregelingen en het minimabeleid waardoor we niet binnen de begroting blijven. We verwachten hier een overschrijding van €15.000,Het aantal mensen dat zich meldt voor schulddienstverlening, neemt fors toe. Halverwege het jaar 2022 hebben we al bijna net zoveel aanvragen als in heel 2021 en meer dan in 2020. Dit jaar staat in het teken van de energietoeslag. We verwachten dit jaar 515 huishoudens een energietoeslag te verstrekken van €1.300,-. Uitgaande van de cijfers van het CBS is dit een bereik van 95%.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

19

Jeugd Programma Jeugd Onderwerp

Toelichting

Doelen

De doelen op hoofdlijnen van de gemeente op basis van de Jeugdwet

Uitgevoerd beleid

Uitgevoerde maatregelen die zijn ingezet afgelopen halfjaar om de doelen te behalen

Kansrijke Start

Actieprogramma waarbij aandacht is voor de eerste 1000 dagen van een kind

Gebruik jeugdvoorzieningen

Aantal cliënten dat gebruikmaakt van ondersteuning van STIP Jeugd en Gezin en van individuele voorzieningen. Gespecificeerd naar leeftijds- en geslachtskenmerken

Verwijzingen individuele voorzieningen

Overzicht verwijzingen per type verwijzer naar interventieniveau

Financiën Jeugdzorg

Kosten worden inzichtelijk gemaakt per interventie en voor de vrij toegankelijke voorzieningen. Ook wordt er een beeld gegeven van de gemiddelde kosten per cliënt

Kwaliteit

Cliëntdoelen behaald, voortijdige uitval en cliëntervaring

Conclusies Jeugd

Kernpunten van de voorliggende hoofdstukken

Doelen Jeugd Alle jeugdigen hebben het recht op gezond, veilig en geslaagd opgroeien en ontwikkelen. Versterken van het gewone opvoeden en gezond leven; Informatie, advies en lichte ondersteuning (preventieve overige voorzieningen) zijn versterkt, sluiten aan op de vraag van jeugdigen en hun ouders, en gaan uit van de eigen kracht en netwerk; Er wordt tijdig gesignaleerd; preventie en zorg zijn verbonden met het onderwijs; Inzet van ondersteuning bij het opgroeien en het ontwikkelen door STIP Jeugd en Gezin en zo nodig door jeugdhulp; Toegang tot jeugdhulp en inzet van jeugdhulp is efficiënt en effectief, zo kort als nodig en zo lang als moet.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

20

Uitgevoerd Beleid Algemeen In 2022 zijn we begonnen met het ontwikkelen van uitvoeringsprogramma’s voor het sociaal domein op basis van het kaderdocument 2022-2027. Hierin komen veel opgaves terug die raken aan de (ontwikkeling van) jongeren, zoals het vergroten van het mentale welzijn onder kinderen en jongeren. Begin 2023 worden deze programma’s voorgelegd aan de raad. Extra thuisbegeleider STIP Jeugd en Gezin bestaat uit gezinscoaches, orthopedagogen en een GZ-psycholoog. Sinds 2021 zijn hier thuisbegeleiders aan toegevoegd. Dit zijn medewerkers die lichte hulp kunnen bieden als de behandeling wordt afgeschaald. Hierbij kan je denken aan het oefenen van sociale vaardigheden en het (h)erkennen van en leren omgaan met psychosociale problematiek. Deze begeleiding wordt afhankelijk van de specifieke gezinssituatie ‘veranderingsgericht’ ingezet of om te ‘stabiliseren’. Nadat de caseload van de eerste twee thuisbegeleiders zo groot werd dat er een wachtlijst ontstond, is dit jaar een derde thuisbegeleider aangenomen. Hierdoor voorkomen we dat jeugdigen en hun ouders naar een maatwerkproduct doorverwezen worden. Ontwikkelingen in het jongerenwerk In november 2021 is besloten een tweede jongerenwerker structureel op te nemen in het team van STIP met als doel het voorliggend veld voor jongeren en jongvolwassenen te versterken.

Sinds dat besluit is het echter lastig gebleken om die 2 fte voor het jongerenwerk te vullen. Eind 2021 hebben we één jongerenwerker kunnen aannemen. Met uitzondering van een aantal maanden vlak voor de zomer is de tweede jongerenwerk nog niet gevonden. Net als op zoveel plekken in de samenleving hebben wij namelijk last van het personeelstekort. Wel is er sinds mei een tijdelijke extra parttime jongerenwerker aangenomen voor 2022 voor 0,67 fte. De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben een grote impact gehad op jongeren. We zien dat de mentale gezondheidsklachten, met name onder jonge meiden, toeneemt. De tijdelijk extra jongerenwerker heeft de opdracht om een brede doelgroep van jongeren (12–18 jaar) te activeren en met hen zinvolle vrijetijdsbesteding op te zetten, waarbij het ontwikkelen van de talenten van jongeren centraal staat. Vanuit het IJslandse preventiemodel van het Trimbos Instituut weten we dat dit bijdraagt aan het vergroten van het welzijn van jongeren en het verminderen van middelengebruik. Nieuwkomersonderwijs en Oekraïne De gemeenten Epe en Heerde subsidiëren samen een NT2-taalklas (Nederlands als tweede taal) voor nieuwkomerskinderen. Kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar volgen ongeveer een jaar lang intensief taalonderwijs. Daarna gaan ze naar het reguliere basisschoolonderwijs.

De NT2-taalklas valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van Stichting ProCon en bevindt zich op de K. Norelschool in Epe. Hiervoor zetten wij ook leerlingenvervoer in. Het aantal kinderen in de NT2taalklas fluctueert sterk. Er is daarom goede samenwerking nodig tussen beide gemeenten en de schoolstichting om de voorziening in stand te houden. In maart 2022 startten, in samenspraak met beide gemeenten, naast de reguliere NT2-taalklas ook drie Oekraïense taalklassen door ProCon. Twee daarvan (een onderbouw- en bovenbouwklas) bevinden zich in de gemeente Heerde. In het schooljaar 2022-2023 zijn de kinderen voor de middellange termijn ondergebracht op de twee locaties van de Lichtbron in Wapenveld. Kinderen en ouders kregen een fiets, fietslessen en fietsinstructies met medewerking van Stichting Present en Veilig Verkeer Nederland.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

21

Veilig Verkeer Nederland Middelbare scholieren uit Oekraïne hebben voor de zomer van 2022 noodonderwijs gevolgd op de Noordgouw. De eindverantwoordelijkheid lag bij de ISK (Internationale Schakelklas) Landstede in Zwolle. Docenten van de Noordgouw hebben zich vrijwillig voor deze groep jongeren ingezet. De scholieren hadden ook de mogelijkheid om digitaal Oekraïens thuisonderwijs te volgen. Eén keer per week werd op vrijwillige basis sport verzorgd door Aventus Apeldoorn in samenspraak met de buurtsportcoach. Vanaf schooljaar 2022-2023 volgen de Oekraïense jongeren onderwijs bij ISK Landstede.

Kansrijke start Elk kind verdient een goede start. Helaas is dit niet voor ieder kind weggelegd. Eén op de zes baby’s in Nederland heeft niet zo’n goede start. De eerste 1000 dagen, van voor de bevruchting tot de tweede verjaardag, zijn cruciaal voor de groei en ontwikkeling van een kind. In deze periode ontwikkelt de baby zich razendsnel. Een kind dat in de eerste 1000 dagen blootstaat aan chronische stress, mishandeling, roken, slechte voeding of andere risicofactoren, begint met een achterstand aan het leven. Daarom is het belangrijk om aanstaande ouders in een kwetsbare situatie zo vroeg mogelijk te bereiken en beter te begeleiden. Daarom zijn we in 2022, in samenwerking met buurtgemeente Hattem, gestart met het oprichten van een Kansrijke Start alliantie. De professionele keten, maar ook andere organisaties en voorliggende voorzieningen die zich bezighouden met jonge gezinnen, slaan hiermee de handen ineen om de eerste 1000 dagen van kinderen in Heerde zo kansrijk mogelijk te maken. De afgelopen jaren werd er al veel nagedacht en gedaan op het gebied van de jeugdgezondheidszorg en hoe we kinderen in onze gemeente een zo goed mogelijke start in het leven kunnen geven. Zo zijn er plannen om een doorgaande lijn te organiseren in plaats van een scheiding tussen 0 tot 4 jaar (Vérian) en vanaf 4 jaar (GGD).

Ook zijn er initiatieven geweest om ouders te versterken in hun eigen traject. Voorbeelden hiervan zijn onze eigen coördinator ouderbetrokkenheid bij STIP, die onder andere werkt aan het project #Opladers, en de ‘centering pregnancy’, georganiseerd door de verloskundigenpraktijk, waarbij vrouwen voor de geboorte in contact komen met andere zwangere vrouwen en zo kennis, steun en ervaringen kunnen delen met elkaar. De Kansrijke Start alliantie geeft aan dit alles een boost en een impuls aan vernieuwingen. Voor de tweede helft van 2022 staat een onderzoek op de planning, waarbij een behoeftepeiling wordt gedaan onder ouders van jonge kinderen in Hattem en Heerde. Daar gaan we in gesprek met ouders over hun ervaringen bij de eerste 1000 dagen van hun kind: wat ging er goed, wat miste je en waar had je juist veel aan? Voor ons interessant om in kaart te brengen wat er buiten de keten van professionele zorg nog meer gemist wordt en waar kansen liggen om zo in de toekomst de eerste 1000 dagen van kinderen in Heerde nóg kansrijker te maken.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

22

Gebruik Jeugdvoorzieningen

Aantal cliënten STIP 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

man

vrouw

man

0 tot 18

vrouw 18 plus

31-12-2021

Eindstand

30-6-2022

Figuur 11. Aantal cliënten geholpen bij STIP

Toelichting Figuur 11 laat het aantal jeugdigen dat hulp heeft ontvangen vanuit STIP Jeugd en Gezin zien. In totaal waren dat in het eerste halfjaar van 2022 466 jeugdigen. Daarmee is het aantal cliënten bij STIP ten opzichte het laatste half jaar 2021 zo goed als gelijk gebleven: toen waren het er 471. Iets meer jongens dan meiden ontvangen hulp van STIP. Dit is over de jaren heen gelijk gebleven. Hoewel het aantal jeugdigen vrijwel gelijk blijft, geven professionals bij STIP aan dat de problematiek verzwaart. Dit is een landelijk fenomeen, waarin Heerde niet achterblijft. Zo blijkt uit de gezondheidsmonitor van het RIVM en de GGD dat ook in Heerde het geluksgevoel van jongeren afneemt 6 In het eerste halfjaar van 2022 hebben we bij STIP te maken gehad met langdurige ziekte van gezinscoaches. Hiervoor was deels vervanging gevonden. Toch is er geen cliëntenstop ingesteld. Dit heeft ervoor gezorgd dat gedragswetenschappers extra casuïstiek hebben opgepakt en dat hierdoor hun caseload in de eerste helft van 2022 groter was dan eigenlijk gewenst.

6

Bron: Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, GGD en RIVM

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

23

Aantal cliënten individuele voorziening 400 350 300 250 200 150 100 50 0

0 tot 4

5 tot 12

13 tot 18

31-12-2020

31-12-2021

18plus

Totaal

30-6-2022

Figuur 12. Aantal cliënten met individuele voorziening op peildatum

Toelichting In de bovenstaande figuur is het aantal jeugdigen te zien dat op de peildatum een maatwerkvoorziening had. Dit zijn jongeren die doorverwezen zijn naar een zorgaanbieder. Dit waren er 354. De cliëntenaantallen zeggen niets over het verloop van trajecten of het totaal aan jeugdhulp dat geleverd is. Een jeugdige die begin 2022 een traject is ingegaan en voor 30-06-2022 alweer was gestopt, is bijvoorbeeld niet meegenomen in deze cijfers. Het totaal aantal jeugdigen dat in het eerste halfjaar (en op de andere peildata die worden genoemd) een voorziening ontving, is meer dan 354. In de volgende monitor zullen we het aantal jeugdigen dat in heel 2022 een voorziening ontving laten zien ten opzichte van de jaren ervoor. Voor het eerste halfjaar van 2022 lijkt er een kleine afname te zijn ten opzichte van 1 juli 2021 (371) en 1 januari 2020 (362). Dit beeld is echter vertekend door het nieuwe woonplaatsbeginsel dat is ingevoerd op 1 januari 2022. Met dit nieuwe woonplaatsbeginsel valt een jeugdige met een verblijfsvoorziening niet langer onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar de jeugdige verblijft, maar onder de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Voor Heerde betekende dit dat 33 jongeren per 1 januari overgedragen zijn naar een andere gemeente.

Met deze jongeren hadden wij geen inhoudelijke betrokkenheid als gemeente, omdat dit belegd was bij de gecertificeerde instellingen (Jeugdbescherming en Jeugdreclassering), maar wel een financiële verantwoordelijkheid. Vijf jeugdigen zijn onder financiële verantwoordelijkheid van onze gemeente gekomen. Ten opzichte van het vorige halfjaar zijn er 28 jeugdigen met verblijf minder. Als we bovenstaande ontwikkeling meenemen, zien we dat het aantal jeugdigen met een voorziening ook dit halfjaar is gestegen. Dit sluit aan bij het beeld dat het HBSC-rapport van de Universiteit Utrecht, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Trimbos-instituut schetst, namelijk een toename in mentale problemen onder jongeren. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. De onderzoekers noemen als belangrijke oorzaak de prestatiedruk bij jongeren. Mogelijk is die druk toegenomen door de opgelopen onderwijsachterstanden door de coronaperiode.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

24

Opbouw cliëntenbestand individuele voorziening 400 350 300 250 200 150 100 50 0

0 tot 4

5 tot 12

13 tot 18 Man

Vrouw

18plus

Eindtotaal

Eindtotaal

Figuur 13. Opbouw cliëntenbestand met individuele voorziening op peildatum

Toelichting In deze diagram staat nogmaals het aantal cliënten met een individuele voorziening, maar nu verdeeld naar geslacht. In de vorige diagram zagen we dat door de jaren heen meer jongens dan meiden hulp ontvingen vanuit STIP. Dat geldt niet voor jeugdigen met een individuele voorziening. Daar zien we dat het aantal meiden - met name in de leeftijdscategorie 5 tot 12, maar ook in totaal - hoger ligt dan het aantal jongens. Als we het aantal jeugdigen onder de 18 met een jeugdvoorziening afzetten tegen het totaal aantal jeugdigen in Heerde, dan heeft 8,3% van de jongens en 10,2% van de meiden een voorziening. Dit sluit aan bij het beeld dat het HBSC 7-rapport schetst, namelijk dat de mentale gezondheid onder jongeren het sterkst is gedaald onder jonge meiden.

7

Health Behaviour in School-aged Children

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

25

Verwijzingen Individuele voorzieningen Type verwijzer individuele voorzieningen jeugd H1 2022 Type verwijzer IVJ per einde periode (bron: jeugd_voorz1 interventieniveau + verwijzer)

Ambulant

JB/JR

Jeugd GGZ

Verblijf

Onbekend

Totaal

Niet ingedeeld

1

2

2

4

1

10 (2%)

Gecertificeerde instelling

4

2

1

5

0

12 (2%)

Gemeente

146

0

143

20

24

Huis-/Jeugdarts

8

0

65

0

0

333 (68%) 73 (15%)

Medisch specialist

0

0

9

0

2

11 (2%)

Rechter/RvdK/OvJ

0

20

0

0

0

20 (4%)

Zelfverwijzer

0

0

29

0

5

34 (7%)

Totaal

158

24

249

29

32

493

Type verwijzer individuele voorzieningen jeugd H1 2021 Type verwijzer IVJ per einde periode (bron: jeugd_voorz1 interventieniveau + verwijzer) Gecertificeerde instelling

Ambulant

JB/JR

Jeugd GGZ

Verblijf

Totaal

6

0

8

14

28 (5%)

Gemeente Huis-/Jeugdarts

134 10

2 0

159 80

56 3

351 (66%) 93 (17%)

Medisch specialist Rechter/RvdK/OvJ

0 0

0 47

3 0

1 0

4 (1%) 47 (9%)

Zelfverwijzer Totaal

0 150

0 49

7 257

2 76

9 (2%) 532

Toelichting Naast de gemeente kunnen ook de huisarts, gecertificeerde instellingen en medisch specialisten doorverwijzen naar jeugdhulp. In alle gevallen betaalt de gemeente de kosten. Om inzicht te krijgen in het aantal verwijzingen is in de bovenstaande tabellen een uitsplitsing gemaakt van het type verwijzer naar interventieniveau in het eerste halfjaar van 2022 en van 2021. De tabellen laten zien dat in Heerde de gemeente de grootste verwijzer was en blijft. Van alle verwijzingen wordt 68% gedaan door de gemeente, ten opzichte van 66% in 2021. Dit is een goede ontwikkeling. STIP zet hier bewust al jaren op in. Zo heeft STIP sinds 2021 een eigen GZ-psycholoog in huis. Het idee is dat de professionals bij STIP beter thuis zijn in de problematiek van gezinnen en jongeren en in de wereld van aanbieders. Zij kunnen beter doorverwijzen dan de andere specialisten. Hiermee ontzien we bovendien de huisartsen en hebben we als gemeente beter in beeld hoe het ervoor staat met onze gezinnen. Daarnaast betaalt de gemeente daarmee minder vaak voor door derden geïndiceerde jeugdhulptrajecten en wordt onze grip en invloed op het te besteden budget vergroot. Opvallend is de totale afname, die met name wordt veroorzaakt door minder doorverwijzingen naar jeugdbescherming, jeugdreclassering en verblijf. Dit valt te verklaren door de invoer van het woonplaatsbeginsel.

Door deze wijziging hebben wij als gemeente minder jongeren in ons bestand die gebruik maken van jeugdhulp met verblijf, omdat een deel van deze jongeren sinds januari onder verantwoordelijkheid valt van andere gemeenten. Hier zijn geen inhoudelijke uitspraken over te doen, omdat het een administratieve wijziging betreft. Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

26

Bij de categorie –zelfverwijzer- geldt voor 3 van de 34 gevallen dat het scholen zijn die hebben doorverwezen naar aanbieders voor dyslexie, die vallen onder Jeugd GGZ. Van de overige 31 ‘zelfverwijzers’ is de toelichting ‘geen verwijzer’. Ook van de categorie -niet bekend- weten we niet wie naar wie heeft doorverwezen. Dit zou niet mogelijk moeten zijn in het systeem, omdat altijd een doorverwijzer is. We gaan kijken hoe we dit kunnen aanpassen voor een volgende monitor om nog meer duidelijkheid te krijgen over doorverwijzingen.

Financiën Jeugdzorg

Totale kosten per jaar 4.500.000,00 4.000.000,00 3.500.000,00 3.000.000,00 2.500.000,00 2.000.000,00 1.500.000,00 1.000.000,00 500.000,00 0,00

2018

2019

2020

2021

Prognose 2022

Figuur 14 Kosten Jeugdzorg 2018 - 2022

Toelichting In figuur 15 zijn de totale kosten per jaar vanaf 2018 naast elkaar gezet. Voor 2022 is een prognose gemaakt door middel van extrapolatie van de kosten tot nu toe. Na een jarenlange stijging in kosten zien we dat de kosten dit jaar dalen. Dit is geen daadwerkelijke daling van jeugdzorgkosten. De daling is een gevolg van het woonplaatsbeginsel. Als het woonplaatsbeginsel niet vernieuwd was, dan zou er ook dit jaar sprake geweest zijn van een stijging. In het eerste halfjaar van 2022 zouden we dan ongeveer 7 ton meer hebben uitgegeven. Dit is een grove schatting en niet zomaar te verdubbelen voor een prognose van het hele jaar. Wel laat het zien dat de kosten nog steeds stijgen, ondanks dat de cijfers nu lijken aan te geven dat dit niet het geval is. In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat (gecorrigeerd voor het woonplaatsbeginsel) het aantal voorzieningen toeneemt en daarmee de kosten.

Monitor sociaal maatschappelijke verbinding 1e helft 2022

27

Figuur 15 Kosten per voorziening Toelichting

In de figuur zijn de kosten van het eerste halfjaar van 2022 afgezet tegen de kosten van het eerste halfjaar van 2021 per type voorziening. Ten opzichte van vorig jaar zijnde kosten voor verblijf en jeugdbescherming en -reclassering sterk afgenomen. Dit heeft wederom te maken met het nieuwe woonplaatsbeginsel. Het meest opvallend is de stijging in kosten van ambulante jeugdhulp: iets meer dan 30%. Waarschijnlijk speelt een aantal zaken hierbij een rol. Ten eerste kan het een gevolg zijn van de eerder benoemde krapte bij het eigen lokale team van STIP (wegens ziekte). Hierdoor is er vaker doorverwezen naar een ambulante jeugdhulpvoorziening, terwijl dit anders zelf opgepakt had kunnen worden. Maar het kan ook samenhangen met de daling in de kosten van de Jeugd GGZ. De wachtlijsten in de GGZ groeien en het aanbod van GGZ verdwijnt uit de buurt. Wanneer een kind op een wachtlijst van een halfjaar terechtkomt, wordt ter overbrugging vaak ambulante jeugdhulp ingezet. Of er wordt geprobeerd het eerst met ambulante jeugdhulp op te lossen, waarbij anders doorverwezen zou zijn naar de Jeugd GGZ. Het is belangrijk om deze ontwikkelingen goed in de gaten te blijven houden. De capaciteit bij STIP is bijna weer volledig. Hierdoor is het interessant om te monitoren of de kosten van ambulante jeugdhulp weer afnemen in de tweede helft van 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=c228aa67-f969-40a3-b4e3-eb46b9bdddb8