CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie 1

Raad 27 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Vaststelling omgevingsvisie Heerde van de toekomst18.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Lilian Visscher

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:

zondag 26 november 2023 15:56 reactie ontwerp omgevingsvisie gemeente Heerde motie.pdf; .Kamerbrief - Zonnebrief 1.pdf; Dorpsvisie Hoorn, 9 januari 2013.pdf

Geacht heer/mevrouw, Middels deze mail reageren wij op het ontwerp omgevingsvisie gemeente Heerde die op dit moment ter inzage ligt. In deze visie wordt op meerder plekken verwezen naar het uitnodigingskader voor windenergie en zonne-energie op land. De verwijzing van dit kader in de visie is niet correct en dient dan ook te worden geschrapt om de volgende redenen. 1. Het uitnodigingskader voor windenergie en zonne-energie op land, welke vanuit de motie Reg. door uw gemeente zelf “on hold” is gezet (zie bijlage), kan niet met een omgevingsvisie worden vastgesteld. Een visie kan niet verwijzen naar stukken die nog niet definitief zijn vastgesteld of “on hold ” staan. 2. Zoals bekend bij de gemeente zijn er ten aanzien van dit uitnodigingskader vanuit omwonenden zeer veel bezwaren. Wij zijn hierover (zelfs nog na de zomer van 2023) met de gemeente in gesprek. Wij schrikken daarom ook dat nu het uitnodigingskader toch, zonder dat wij hiervan door uw gemeente op de hoogte zijn gebracht, met de omgevingsvisie door onze neus wordt gedrukt. Ik had vanuit de gemeente Heerde een proactieve en transparante houding verwacht om dit vooraf te delen met ons als betrokken en belanghebbende burgers. 3. Ten aanzien van zonnepanelen op land heeft de minister van klimaat en Energie op 6 juli 2023 een brief gestuurd (zie bijlage).

In deze brief wordt aangegeven dat de groei in opwek van zonnestroom succesvoller is dan scenario’s voorspelden. De snelle groei van kent echter ook uitdagingen. Daarom scherpt de minister het beleid aan langs de lijnen, zoals aangeven in de kamerbrief, zie bijlage, om de randvoorwaarden voor een duurzame en verantwoorde groei van op orde te brengen. Er zijn meerdere redenen en verwijs naar de brief maar voor ruimtegebruik is het beleid als volgt omschreven: Het kabinet wil de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk benutten met behoud van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ook willen we landbouw- en natuurgronden waar mogelijk ontzien. Daarom wordt voor de hernieuwbare opwek met de Voorkeursvolgorde gevolgd. In de afweging voor hernieuwbare opwek met wordt daarbij door initiatiefnemers samen met bevoegd gezag in volgorde gezocht naar, hernieuwbare opwek met op: 1. daken en gevels; 2. terreinen en objecten binnen bebouwd gebied; 3. terreinen en objecten in het landelijk gebied (m.u.v. landbouw- en natuurgronden); 4. landbouw- en natuurgronden. Pas als trede 1, 2 en 3 onvoldoende mogelijkheden bieden komen locaties op trede 4 in beeld. Daarmee ontzien we landbouw en natuur (trede 4). 4.

De provincie Gelderland heeft een motie aangenomen waarin is aangegeven dat er geen nieuw zonneveld in Gelderland mag worden aangelegd tot duidelijk is op welke plekken er in de provincie nog ruimte is op het elektriciteitsnet. Op 23 oktober bent u als gemeente in de themabijeenkomst geïnformeerd over de netcongestie. In korte bewoording komt het erop neer dat het energienet vol zit en er eerst nieuwe kabels en trafo’s aangelegd moeten worden voor we verder kunnen met bijvoorbeeld woningbouw uitbreidingen en grootschalige energietransitie. Daarnaast stelt de provincie in het coalitie akkoord: 1

Zonnepanelen plaats je wat ons betreft op daken of eventueel via andere vormen van dubbel ruimtegebruik. In ieder geval niet op goede landbouwgrond. 5. In de Dorpsvisie Hoorn welke ook nog van kracht is worden beleving en zichtlijnen als onderdeel gezien van de ruimtelijke analyse van het landschap. Het uitnodigingskader voor windenergie en zonne-energie op land is tegenstrijdig met deze dorpsvisie met name ten aanzien van behoud zichtlijnen en daarmee het weidse behoud van het landschap. 6. De gemeente Heerde heeft zichzelf uitgeroepen tot een citta slow gemeente en wat ook in de visie wordt behouden. Dit houdt in dat er aandacht wordt geschonken aan rust, stilte, natuur, landschap, lokale producten en cultuur. Het plaatsen van zonnepanelen (industriële look, niet inheems) in het buitengebied staat haaks op deze principes. Het zal leiden tot aantasting van weidse uitzichten, vernietiging van de natuurlijke habitat van dieren en verstoring van de vredige omgeving waarin wij wonen. Ik wil graag benadrukken dat ik niet tegen duurzame energie ben, integendeel. Ik heb zelf zonnepanelen op het dak om te voldoen aan mijn eigen energie behoefte, wij hebben een warmtepomp in onze woning, hebben daardoor geen gasaansluiting en rijden elektrische auto’s.

Daarnaast hebben wij vanuit de gemeente de verplichting meegekregen met de inrichting van onze tuin om te voldoen aan landschapsplan en biodiversiteiten plan met inheemse planten wat wij omarmd hebben. Het voelt daarom krom dat er mogelijkheden bestaan dat er zonnepanelen in ons gebied komen voor anderen in de gemeente die geen bijdrage leveren waaronder ook de bedrijven en industrie waar nog voldoende daken beschikbaar zijn om te voorzien van zonnepanelen.Ik ben van mening dat het noodzakelijk is om ons steentje bij te dragen aan het verminderen van onze ecologische voetafdruk. Echter, de manier waarop de gemeente Heerde dit wil doen veroorzaakt meer schade dan goed. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen en streven naar een duurzaam beleid dat niet alleen goed is voor het milieu, maar ook het welzijn van de lokale bevolking en de natuur behoudt. Ik roep dan ook de gemeente Heerde op om haar principes van citta slow gemeente te respecteren en een duurzaam beleid te hanteren dat niet ten koste gaat van ons prachtige landschap en de natuurlijke habitat van dieren en het proces van de zonneladder te volgen.De zonneladder moet voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond gelegd worden als dat niet nodig is. De gemeente Heerde is een groene gemeente met hoge natuurwaarden. De gemeente Heerde neemt rentmeesterschap voor het landschap serieus.

De hoge natuurwaarde en landschapsontwikkeling is dan ook leidend voor de gemeente Heerde. Daarom hanteert de gemeente Heerde ‘landschap is leidend’ als één van de uitgangspunten. U heeft als gemeente een stimulerende en regisserende rol bij het zorgen voor draagvlak voor duurzame energie-initiatieven. U laat nu rechtstreeks met omwonenden communiceren waar geen enkel draagvlak voor is bij omwonenden. Conclusie omwonenden willen geen zonneparken in ons buitengebied. Laat de gemeente Heerde zijn verantwoordelijkheid nemen om een duurzame toekomst te creëren die zowel goed is voor het milieu als voor ons welzijn. Met vriendelijke groet

2

Motie Agendapunt : Vreemd aan de agenda Onderwerp : Zon op land en het uitnodigingskader De raad van de gemeente Heerde in vergadering bijeen op 5 juni 2023, gehoord de beraadslaging, overwegende dat: -

De gemeente Heerde een opgave heeft voor terugdringen CO2 uitstoot, onder andere d.m.v. opwek van duurzame energie; de raad van Heerde daartoe in juni 2022 het ‘lokaal uitnodigingskader zon en wind’ heeft vastgesteld; in dit uitnodigingskader uitgangspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen voor de ontwikkeling van zonneparken op land; deze uitgangspunten en randvoorwaarden betrekking hebben op participatie, ruimtelijke kwaliteit en het te doorlopen proces bij een initiatief;

van mening dat: -

De gemeente Heerde op een zorgvuldige en verantwoorde wijze invulling wil geven aan haar opgave voor de opwek van duurzame energie; Zij daarbij oog moet/wil hebben voor het welzijn van haar inwoners; Hiervoor (bij bestaande en toekomstige initiatieven voor zonneparken) bijzondere aandacht nodig is voor verschillende in het uitnodigingskader opgenomen randvoorwaarden en uitgangspunten, zoals: o de totstandkoming en invulling van de zogeheten ‘omgevingsraad’; o de omvang en positionering van de zonnepanelen, juist ook in relatie tot buren en direct aanwonenden; o het (tussentijds) evalueren van het uitnodigingskader;

roept het college van burgemeester en wethouders op om: 1. bij bestaande en toekomstige initiatieven een actieve houding aan te nemen t.a.v. de totstandkoming van de omgevingsraad en deze omgevingsraad voor lopende initiatieven zo snel mogelijk in te stellen; 2. het voorzitterschap van deze omgevingsraad door een onafhankelijk persoon (of partij) professioneel in te vullen. Deze persoon (of partij) dient in staat te zijn zorgvuldig te luisteren naar de verschillende belangen en dient sturing te geven aan het opstellen van het advies door de omgevingsraad; 3. de gemeenteraad regelmatig te informeren over de invulling en voortgang van de omgevingsraad; 4. bij de beoordeling van initiatieven alert te zijn op omvang en positionering van de zonnepanelen, juist ook in relatie tot buren en direct aanwonenden; 5. In de volgende raadsvergadering een onderbouwd voorstel aan de raad te doen voor aanpassing van het kader met in dat voorstel een afstandseis tussen 100 en 200 meter; 1/2

6. In dat voorstel ook de maatvoering voor de zogeheten korrelgrootte mee te nemen; 7. In de tussentijd geen initiatieven te honoreren en daarmee het uitnodigingskader ‘on hold’ te zetten; 8. de voorgenomen (tussen)evaluatie van het uitnodigingskader uiterlijk in januari 2024 voor te leggen aan de gemeenteraad, zodat hij het uitnodigingskader waar nodig kan aanscherpen/aanpassen;

en gaat over tot de orde van de dag,

Namens de fracties van:

Resultaat stemming: Aangenomen/verworpen met Voorzitter,

stemmen voor en griffier,

stemmen tegen 2/2

Datum Betreft

6 juli 2023 Zonnebrief

Geachte Voorzitter, In deze tweede zonnebrief informeer ik uw Kamer, mede namens de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), over de ontwikkeling van zonne-energie. Hierbij schets ik met name de uitdagingen die liggen op het vlak van realisatie en wat ik wil doen om een duurzame groei te bereiken. De volgende moties doe ik in deze brief af: de motie van de leden en de motie van het lid De volgende toezeggingen aan uw Kamer doe ik af:

De volgende toezegging doet de minister van EZK af:

De ontwikkelingen voor zonnepanelen zien er zonnig uit. Nederland is Europees koploper als het gaat om de opwek van zonnestroom per hoofd van de bevolking. De groei van was nog nooit zo hoog als in het afgelopen jaar. Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben in 2022 gezamenlijk ruim 4,2 GW laten installeren.1 De groei in opwek van zonnestroom is daarmee succesvoller geweest dan scenario’s voorspelden. haalt bovendien de innovatieve en creatieve kracht van Nederland naar boven. In mei dit jaar heb ik de eerste Nederlandse zonnepanelenfabriek geopend waar lichtgewicht en volledig circulaire zonnepanelen worden geproduceerd. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) schetst het kabinet welke rol in een CO2-vrij elektriciteitssysteem kan spelen De integrale infrastructuurverkenning van de netbeheerders2 laat voor 2050 een mogelijke doorgroei van zien tot 173 GW. De snelle groei van kent echter ook uitdagingen. Daarom scherp ik beleid aan langs de volgende lijnen om de randvoorwaarden voor een duurzame en verantwoorde groei van op orde te brengen: 1. Ruimtelijke aspecten; 2. Verantwoorde en kwalitatieve ontwikkeling van z 1 2

https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/82610NED https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten Pagina 1 van 16

3. 4. 5. 6.

Netcapaciteit en systeeminpassing; Rechtvaardige verdeling van de baten van opwek met Vergroting productiecapaciteit van in Nederland en Europa; Veilig werken en veilige installatie van

1. Ruimtelijke aspecten Het kabinet wil de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk benutten met behoud van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ook willen we landbouw- en natuurgronden waar mogelijk ontzien. Daarom wordt voor de hernieuwbare opwek met de Voorkeursvolgorde Zon gevolgd. In de afweging voor hernieuwbare opwek met wordt daarbij door inititiatiefnemers samen met bevoegd gezag in volgorde gezocht naar, hernieuwbare opwek met op: 1. daken en gevels; 2. terreinen en objecten binnen bebouwd gebied; 3. terreinen en objecten in het landelijk gebied (m.u.v. landbouw- en natuurgronden); 4. landbouw- en natuurgronden. Pas als trede 1, 2 en 3 onvoldoende mogelijkheden bieden komen locaties op trede 4 in beeld. Daarmee ontzien we landbouw en natuur (trede 4). Ten aanzien van heeft Generation Energy3 in opdracht van een zeer grove inschatting gemaakt van de theoretische potentie van op trede 1 (145 GW), en trede 2 en 3 (9,5 GW). Samen met de minister voor VRO wil ik deze potentie zoveel mogelijk realiseren en benutten. Dit najaar ga ik met Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES), medeoverheden, netbeheerders, de sector en maatschappelijke organisaties en burgers4 in gesprek over de mogelijkheden om 20 TWh te verzilveren, bovenop de 35 TWh, uit het RES-bod voor 20305.

Hierbij wil ik ook in gesprek over nieuwe afspraken voor hernieuwbare opwek op land voor na 2030. Niet alle potentie kan worden benut wegens financiële of technische beperkingen. Daarom kijk ik ook naar innovatieve gamechangers zoals de ontwikkeling van z op water en innovaties op het gebied van slimme functiecombinaties. Denk daarbij aan geïntegreerd in gevels, balkons, ramen en objecten, maar ook aan a , waarbij boven de teelt van zacht fruit wordt geplaatst, of verticale zonnepanelen (met opwek aan beide kanten) als hekwerk rond een wei. kan daarbij dienen als verdienmodel voor boeren of lokale energiegemeenschappen. Hieronder beschrijf ik mede namens de minister voor VRO hoe ik de de opschaling van volgens de Voorkeursvolgorde Zon wil realiseren, namelijk door te inspireren, stimuleren, faciliteren en normeren.

Samenvatting te vinden op https://www.rvo.nl/onderwerpen/zonne-energie/geschikte-daken, publicatie rapport wordt binnenkort verwacht. 4 Kabinetsvisie burgerbetrokkenheid bij de energietransitie 5 Voor het RES-bod zal ook kleinschalige worden meegeteld, mits: 1) deze boven de aanvankelijk verwachte autonome groei van 7 TWh komt en 2) grootschalig wind en zon samen al tot 35 TWh zijn gekomen. PBL wordt gevraagd om de groei van kleinschalige in de volgende RES-monitor mee te nemen. 3

Pagina 2 van 16

1. Inspireren Ruimtelijke kwaliteit Naast locatiekeuze is de vormgeving en inpassing van van belang. Niet alleen voor draagvlak bij omwonenden, maar ook voor de effecten op cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden. Vormgeving en ruimtelijk ontwerp kunnen hiertoe al in een vroeg stadium innovatieve ideeën en/of creatieve oplossingen bieden. Om ruimtelijke kwaliteit onder de aandacht te brengen heeft de minister voor VRO het programma Mooi Nederland opgericht. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen in dat kader bijvoorbeeld handvatten mee voor de vormgeving en inpassing van Zon op water In navolging van de routekaart zon op water is in 2022 ongeveer 230 MWp aan zon op water gerealiseerd, zoals bijvoorbeeld op zandwinplassen en (drink)waterbassins. Gebrek aan kennis van ecologische effecten van de uitrol van zonneparken op binnenwateren remt verdere uitrol. Daarom worden momenteel diverse onderzoeksprogramma’s opgezet om effecten van drijvende zonnepanelen op de waterkwaliteit en biodiversiteit te onderzoeken, en daarbij te bepalen welke randvoorwaarden voor ontwerp een minimale of positieve impact hebben op het watersysteem en de omgeving. Voor zon op zee heeft het kabinet in het aanvullend klimaatpakket de ambitie aangekondigd om rond 2030 3 GWp gerealiseerd te hebben binnen windparken op zee. Daartoe heeft het kabinet €44,5 mln.

vrijgemaakt uit het Klimaatfonds programma 2024 tot en met 2030. Ik wil opties verkennen om in de tenders voor wind op zee mee te nemen. Ook wordt een ecologisch onderzoekprogramma gestart naar de impact van zon op zee. Zon op monumenten Ook monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten kunnen bijdragen aan het vergroten van opwek met . Hoewel niet breed bekend, is plaatsing van op monumenten vaak mogelijk, onder de voorwaarde dat rekening wordt gehouden met cultuurhistorische waarden. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft voor op monumenten een handreiking gepubliceerd die al door verschillende gemeentes opgenomen is in gemeentelijk beleid6. Ik roep gemeenten die dat nog niet hebben gedaan op om dit voorbeeld te volgen. Met het Actieplan op monumenten werk ik met de Staatssecretaris van Cultuur en Media (CM) aan de verduurzaming van monumenten, ook via Hierbij wordt ingezet op actieve communicatie over verduurzamingsopties en het monitoren van . De staatssecretaris voor CM onderzoekt met de minister voor VRO en mijzelf aanpassing van wet- en regelgeving om op monumenten te versnellen. Ook zal ik na de zomer de Erfgoed Deal medeondertekenen, een samenwerking tussen Rijk, medeoverheden en maatschappelijke organisaties. Hiermee worden projecten ondersteund, gericht op ruimtelijke kwaliteit en verduurzaming van het erfgoed.

https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2023/01/01/zonnepanelen-in-beschermde-stads--endorpsgezichten 6

Pagina 3 van 16

2. Stimuleren In onderzoek: natuurinclusiviteit, Vereniging van Eigenaren (VvE’s), extra stimulering zon op dak Er is in het Klimaatfonds gereserveerd om meer op daken en objecten te realiseren. Dit wordt verder uitgewerkt in het meerjarenprogramma 2025. Uw Kamer wordt hierover eind dit jaar geïnformeerd. Verder bekijkt PBL of en hoe in combinatie met dakversterking of lichtgewicht in de SDE++ 2024 kan landen. In de openstellingsbrief zal ik hierop ingaan. Met de minister voor Natuur en Stikstof (N&S) verken ik actievere samenwerking in het kader van de Agenda Natuurinclusief. Ook werk ik met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) aan eisen rond natuurinclusiviteit in de lokale vergunningen voor zonprojecten. Het NP RES onderzoekt hoe ruimtelijke en financiële instrumenten kunnen worden ingericht voor een bredere borging van ruimtelijke kwaliteit en natuurinclusiviteit en of additionele middelen of instrumenten nodig zijn. Verder wordt onderzocht of de subsidieregeling voor verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE)7 kan worden doorontwikkeld door projectondersteuning voor zonprojecten hierin onder te brengen. Ook wordt onderzocht welke knelpunten er in de VvE-besluitvormingsregels zijn bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen.

Een uitwerking van de versnellingsagenda verduurzaming, zoals eerder aangekondigd voor VvE’s zal voor de zomer aan uw Kamer worden gezonden door de minister voor VRO. Inzet Rijksvastgoed De inzet van eigen vastgoed voor hernieuwbare opwek past in de bredere duurzaamheidsopgave voor het Rijksvastgoed. De inzet van Rijksvastgoed gebeurt in samenwerking met andere overheden en de andere Rijksorganisaties die vastgoed en grond beheren8. Verder zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt om in 2030 80% van de geschikte overheidsdaken te benutten voor een tweede functie, zoals hernieuwbare opwek. Voor het Rijksvastgoed geldt daarbij het ‘ja, tenzij’ principe. Naar verwachting kan eind dit jaar worden vastgesteld hoeveel panden geschikt zijn en hoeveel Rijksdaken eind 2025 worden belegd met . Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is bezig met een monitor hoe overheidsdaken met bijdragen aan de verduurzamingsopgave. In het najaar informeert de minister voor VRO uw kamer over het inzetten van overheidsdaken voor een tweede functie. Met het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) wil het kabinet een substantiële bijdrage leveren aan de RES-doelstelling door de inzet van Rijksgronden en -wateren. OER neemt op verzoek van de RES-regio’s locaties op.

Door deze locaties voor te bereiden en te tenderen voor opwek met van Rijksgronden draagt dit programma bij aan multifunctioneel ruimtegebruik (bijvoorbeeld in snelwegbermen, langs spoorlijnen, op baggerdepots, sluizen en 7 8

De SVVE is per 1 januari 2023 in werking getreden. Kamerbrief Verbreding takenpakket Rijksvastgoedbedrijf Pagina 4 van 16

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Strategie Energiesysteem

Defensieterreinen). Daarbij geldt als voorwaarde dat opwek kan worden Ons kenmerk DGKE-DSE / 27657405 gecombineerd met de primaire functie vanuit de gebruikende Rijksvastgoedhoudende organisatie. In samenspraak met de RES-regio’s, provincies en gemeenten zijn 24 OER-projecten in gang gezet en zijn er 12 projecten geprogrammeerd. Recent heeft EZK vanuit 18 verschillende RES-regio’s aanvragen gekregen voor meerdere Rijkslocaties. Hoewel de aanvragen nog inhoudelijk beoordeeld moeten worden, is de verwachting dat hier onvoldoende uitvoeringscapaciteit beschikbaar is. Dit kan aanleiding zijn om OER komend najaar verder uit te breiden. Ook onderzoek ik met uitvoeringsorganisaties en medeoverheden opties om onderwerpen als circulariteit, ecologie en Internationaal Maatschappelijk verantwoord Ondernemen (IMVO) structureler mee te nemen in overheidsprojecten. 3. Faciliteren Versnellen van vergunningsprocedures De Europese Commissie (EC) heeft diverse initiatieven genomen om doorlooptijden van vergunningsprocedures te versnellen. Eind 2022 is de ‘EU Verordening tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen’9 van kracht geworden. Deze noodverordening bevat termijnen voor vergunningsprocedures voor en geldt voor 18 maanden. Voor medeoverheden is er een handreiking10 hierover opgesteld.

Daarnaast ligt er een Commissievoorstel voor herziening van de richtlijn hernieuwbare energie (RED III). Dit bevat maatregelen om vergunningprocedures voor hernieuwbare energieprojecten te versoepelen en te versnellen, en maximumtermijnen voor vergunningsprocedures voor . Eén van de maatregelen is dat lidstaten gebieden aanwijzen voor versnelling van hernieuwbare energieprojecten, waarbij vrijstelling geldt van de verplichting tot een milieueffectrapportage op projectniveau (o.g.v. de MER-richtlijn). Daarnaast introduceert RED III afwijkingen van gebieds- en soortenbescherming o.g.v. de Vogel- en Habitatrichtlijn. De onderhandelingen over RED III zijn afgerond. Ondersteunen realisatie door NP RES NP RES biedt ondersteuning aan de RES-regio’s om de uitrol van op gebouwen en objecten te versnellen. In januari is de Helpdesk Zonopwek11 online gegaan. Deze biedt instrumenten die regio’s en overheden ondersteunen bij de verdere beleidsvorming. In februari is een handreiking12 gepubliceerd die de regio’s en de gemeenten helpt een Uitvoeringsstrategie Zon op daken en objecten op te stellen. Ook heeft NP RES sprintsessies georganiseerd om regio’s en gemeenten op gang te helpen hiermee.

10

11 12

Pagina 5 van 16

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Strategie Energiesysteem

4. Normeren Inmiddels zijn er stappen gezet in de verdere uitwerking van normering en zijn er relevante ontwikkelingen ten aanzien van nieuwe EU-regelgeving. Dat licht ik hieronder toe.

Ons kenmerk DGKE-DSE / 27657405

Zon op daken en gevels – nieuwbouw (trede 1) Voor nieuwbouw zet het kabinet in op het zoveel mogelijk benutten van de zonpotentie van daken waar dat technisch, functioneel en economisch haalbaar is. De minister voor VRO werkt daartoe een nieuwe standaard uit mede ter voorbereiding van de implementatie van de herziene richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze richtlijn bevat namelijk waarschijnlijk nieuwe bepalingen ten aanzien van zonne-energie en nieuwe gebouwen.13 Ter voorbereiding verkent de minister voor VRO hoe een dergelijke standaard juridisch kan worden verankerd. Er is ook aandacht voor de samenhang met de bijna energie-neutrale gebouw (BENG)-eisen en de milieuprestatie van gebouwen (MPG)-eisen. De minister voor VRO is namelijk voornemens om deze eisen aan te scherpen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met minimumeisen die nu en in de toekomst worden gesteld ten aanzien van zon op dak. Meer installaties op of in gebouwen betekent immers een hogere milieubelasting. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd in het kader van de implementatie van de herziening van de EPBD. Zon op daken en gevels - bestaande bouw (trede 1) Voor bestaande bouw is een aantal voorstellen aangekondigd in de vorige zonnebrief.

Allereerst wordt per 1 juli 2023 de Erkende Maatregelenlijst van de energiebesparingsplicht uitgebreid met het plaatsen van op daken van bedrijfs- en utiliteitsgebouwen. Op deze lijst staan de verplichte maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen en gelden voor bedrijven en instellingen die jaarlijks vanaf 50.000 kWh en 25.000 m3 aardgasequivalenten gebruiken. Deze maatregel verdient zich met de gehanteerde energieprijzen alleen binnen vijf jaar terug als er een zeer grote installatie van ten minste 300 kWp geïnstalleerd kan worden (op 2000 m2 geschikt dak). Ten tweede geeft de minister voor VRO gemeenten de mogelijkheid om eigenaren van bestaande utiliteitsgebouwen met een gebruiksoppervlakte > 250 m 2 te verplichten om de (volledige) dakpotentie te benutten voor de opwek van zonneenergie via een maatwerkvoorschriftbevoegdheid die wordt geintroduceerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is gespiegeld met hetgeen geregeld is in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor bedrijven en procesgebonden energie. In eerste instantie kan een gemeente verplichten tot het opwekken van hernieuwbare energie via zon op dak tot ten hoogste het energiegebruik van het gebouw of het nieuwbouwniveau.14 De streefdatum voor inwerkingtreding van deze bevoegdheid is medio 2024.

Vervolgens wordt er bij de uitwerking van de Inzet voor de onderhandelingen is conform het BNC-fiche EU zonne-energiestrategie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/05/18/def-bnc-fiche-2-mededeling-eu-zonneenergiestrategie 14 Voor utiliteitsgebouwen met een industriefunctie is er nog geen nieuwbouwniveau vastgesteld, dus kunnen gemeenten de verplichting in deze gevallen baseren op het energiegebruik van het gebouw. Er volgt een leidraad voor gemeenten om het werken met het voorschrift in de praktijk te vereenvoudigen. 13

Pagina 6 van 16

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Strategie Energiesysteem

herziene EPBD geregeld dat eigenaren van deze gebouwen (kunnen) worden verplicht om de volledige dakpotentie te benutten. De implementatie van de herziening van de EPBD richtlijn start naar verwachting begin 2024.

Ons kenmerk DGKE-DSE / 27657405

Ten derde gaat het om het aanscherpen van de verplichting voor een minimumwaarde hernieuwbare energie bij ingrijpende renovaties van gebouwen. Dit zal verder worden vormgegeven wanneer de definitieve EPBD is vastgesteld, omdat dit nauw verband houdt met eventuele bepalingen voor zonne-energie en gebouwen in de EPBD. Ten slotte volgen twee verplichtingen uit de nieuwe RED III. De eerste is een verplichting voor een minimumniveau van hernieuwbare energie bij vervanging van verwarmingssystemen in bestaande gebouwen wanneer dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is. De tweede verplichting gaat over de voorbeeldrol voor publieke gebouwen door bijvoorbeeld daken van publieke en semipublieke gebouwen beschikbaar te stellen aan derden voor een zonneenergiesysteem. Het kabinet werkt de nieuwe bepalingen in de RED tijdig uit. Uw Kamer wordt via de reguliere kanalen geïnformeerd over de vertaling in nationale wet- en regelgeving. Zon op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied (trede 2), in het landelijk gebied (trede 3) of landbouw- en natuurgronden (trede 4) Het kabinet zet met de Voorkeursvolgorde Zon in op zoveel mogelijk op daken en gevels en op multifunctioneel gebruik op overige gronden, anders dan landbouw- en natuurgronden.

Alleen als het benutten van de potentie op daken en gevels en deze terreinen redelijkerwijs niet mogelijk is, of de RES-opgave voor hernieuwbare opwek onder druk komt te staan, kan gekeken worden naar multifunctioneel op landbouw- en natuurgronden (trede 4). Het kabinet wil de doorwerking van de Voorkeursvolgorde Zon naar provincies en gemeenten versterken en meer richting geven aan de volgordelijkheid ervan. BZK heeft een verkenning laten uitvoeren naar de mogelijkheid van het inzetten van instructieregels voor de voorkeursvolgorde zon15. Daarnaast heeft Bosch en Van Rijn16 in opdracht van EZK en BZK de effectuering van de Voorkeursvolgorde Zon in de praktijk in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat alle provincies, en ook veel gemeenten, een vorm van een zonneladder hebben opgenomen in hun beleid, zij het niet op dezelfde wijze. Hierbij zijn niet exact de treden uit de Voorkeursvolgorde Zon gevolgd. Ook worden er veel verschillende definities gebruikt rondom het begrip multifunctioneel ruimtegebruik bij z en wat daarmee toegestaan wordt. Uitgangspunt van het Kabinet en medeoverheden is de voorkeursvolgorde Zon en het stimuleren van op trede 1, 2 en 3. Multifunctioneel op trede 2 en 3 draagt bij aan de doelen voor hernieuwbare opwek en kan, mits landschappelijk vormgegeven en ingepast, maatschappelijke meerwaarde creëren

Verkenning instructieregels volkeursvolgorde zonnepanelen en dubbelgebruik, Troelstra Consulting, 30 april 2022. Zie Bijlage 1 bij deze brief 16 Verdere verankering Voorkeursvolgorde Zon, Bosch en Van Rijn, 23 mei 2023. Zie bijlage 2a+2b bij deze brief. 15

Pagina 7 van 16

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Strategie Energiesysteem

via lokaal eigendom of een bijdrage aan de gebiedsontwikkeling en een impuls aan landschap, ecologie of natuur.

Ons kenmerk DGKE-DSE / 27657405

Kabinet en medeoverheden zijn alle voor het beperken van zon op landbouw- en natuurgronden en werken samen toe naar regels met de strekking “nee, tenzij” om landbouw- en natuurgronden zo veel mogelijk te vrijwaren van . Er zal een beperkt aantal uitzonderingen voor op landbouw- en natuurgronden, “nee, tenzij”, worden geformuleerd, waarbij de voorwaarden tijdelijkheid en multifunctioneel gebruik in ieder geval zullen gelden. Deze voorwaarden worden in de komende maanden verder uitgewerkt. Bovenal geldt dat de treden 1, 2 en 3 zo veel als redelijkerwijs mogelijk is moeten zijn doorlopen, om aan de uitzonderingen voor trede 4 toe te komen. Inzet is om de Voorkeursvolgorde Zon, de verplichting tot boven nieuwe parkeerplaatsen en de “nee, tenzij” juridisch te verankeren voor 1 juli 2024. Wij werken toe naar juridische verankering in provinciale regels met of zonder een Rijksinstructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In september zal daarover worden besloten. Tevens zal de impact van de “nee, tenzij” op de RESdoelstellingen voor duurzame opwek middels in kaart worden gebracht. De minister voor VRO en ik verkennen hoe invulling gegeven kan worden aan de motie van de leden om boven bestaande parkeerplaatsen te stimuleren of verplichten, met in achtneming van schaduwwerking en transportcapaciteit op het elektriciteitsnet.

2. Verantwoorde en kwalitatieve ontwikkeling van Circulariteit Het is van groot belang om de transitie naar een circulaire economie ook in de uitrol van door te maken. Het terughalen van productie van naar ons land is daarbij belangrijk, omdat hier innovatieve kennis is. Circularity-bydesign van moet daarbij een vast onderdeel worden. Wanneer de levenscyclus van meer circulair wordt, kan dit de grondstoffenvoetafdruk verlagen. Daarom zet ik via innovatieregelingen in op circulariteit. Vanaf 1 juli wordt de verplichte afvalbeheerbijdrage voor zonnepanelen verhoogd naar 4 cent/kg. Dit leidt ertoe dat stichting OPEN een meer realistisch fonds op kan bouwen om voor te bereiden op grootschalige recycling van wanneer deze in grotere hoeveelheden verwijderd worden. De zichtbaarheid van de bijdrage voorkomt freeridergedrag. Meer circulaire zonnepanelen zijn tevens nodig voor een lagere milieubelasting van de gebouwde omgeving. Milieueffecten die samenhangen met de levenscyclus van bouwmaterialen, waaronder tellen namelijk steeds zwaarder door als gevolg van het aanscherpen en verbreden van de milieuprestatie-eis in de bouwregelgeving voor nieuwe gebouwen17. Ik wil voorkomen dat dit in de weg staat van de verdere uitrol van op daken en 17

Kamerbrief Beleidsagenda normeren en stimuleren circulair bouwen Pagina 8 van 16

gevels en van de woningbouwopgave. Daarom bekijk ik met mijn collegaministers voor VRO en van IenW hoe de milieuprestatie van zich verhoudt tot deze beleidsdoelen en hoe met een lagere milieu-impact de nationale standaard kan worden. IMVO Op 6 maart jl. heb ik met 34 organisaties uit de hernieuwbare energiesector het IMVO-convenant ondertekend voor een maatschappelijk verantwoorde energietransitie. Organisaties die zich hieraan committeren zullen risico’s voor mens en milieu in de gehele keten identificeren en stappen nemen om deze te mitigeren. Ik roep de hele zonnesector op om deel te nemen. Jaarlijks zal ik uw Kamer informeren over de voortgang. Voor Rijksprojecten met ben ik voornemens de eisen standaard op te nemen. Op 15 juni 2021 is uw Kamer geïnformeerd over een pilot waarin wordt gekeken hoe bedrijven IMVO kunnen toepassen via bijvoorbeeld de SDE++ . Adviseurs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die de regeling uitvoeren geven in hun contact met aanvragers en beschikkinghouders advies over IMVO. Zoals eerder toegezegd aan uw Kamer bekijk ik tevens hoe IMVO een betere plek kan krijgen in de SDE++ vanaf de openstellingsronde in 2024. In de openstellingsbrief ga ik hierop in. Financiering De kosten van mate waarin

zijn fors gedaald. Dat vergt een nieuwe afweging van de opwek gesubsidieerd wordt door de overheid. In de RES-brief heb ik aangegeven dat de SDE++ niet meer passend is om zon en wind op land te blijven ondersteunen, onder andere vanwege de grote kans op overwinsten . Ik onderzoek opties voor de stimulering van zon en wind op land met een lichtere mate van ondersteuning, maar wel met voldoende investeringszekerheid om de uitrol niet te laten stagneren. Ook onderzoek ik hoe ik daarbij rekening kan houden met randvoorwaarden als draagvlak, circulariteit, natuurinclusiviteit en het voorkomen van netcongestie. Ik verwacht begin september de resultaten. Alternatieve stimulering verwacht ik op zijn vroegst in 2025 te kunnen introduceren. Tot die tijd worden zonne- en windenergie gestimuleerd via de SDE++. In de openstellingsbrief van de SDE++ 2024 zal ik aangeven onder welke voorwaarden dit zal zijn.

3. Netcapaciteit en systeeminpassing veroorzaakt door de opwekpieken relatief meer netcongestie dan bijvoorbeeld wind. Bovendien zal bij verdere groei steeds vaker meer elektriciteit opwekken dan er op dat moment vraag naar is, zodat voor benutting van de opgewekte elektriciteit parallelle ontwikkeling van opslag, conversie of (flexibele) vraag nodig is. Het blijft prioriteit van het kabinet om in samenwerking met de netbeheerders en betrokken partijen het elektriciteitsnet zo snel mogelijk uit te breiden, zodat het net de groei van de elektriciteitsvraag, en de CO2-vrije invulling daarvan middels onder andere hernieuwbare opwek uit zon en wind zoveel mogelijk kan faciliteren. Efficiënte benutting van het elektriciteitsnet en andere energie-infrastructuur (zoals opslag- en conversiefaciliteiten en Pagina 9 van 16

curtailment) is daarbij van belang. Om efficiënte benutting van infrastructuur ook in het toekomstige energiesysteem te borgen beziet het kabinet in het NPE de ontwikkeling van in samenhang met de energievraag en de overige opwekkingsmix, zodat bronnen als en windenergie elkaar aanvullen en de vraag en aanbod in de tijd op elkaar aansluiten. Daarnaast zet het kabinet samen met de netbeheerders in op het toepassen van slimme oplossingen zoals het lokaal ‘energiedelen’ en het slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het afkoppelen van op piekmomenten. Vergroting van netcapaciteit blijft een grote uitdaging gezien het tekort aan materiaal en technisch geschoold personeel, ruimtelijke inpassing en de benodigde vergunningen. Tot slot kan kostendaling de toepassing van ook bij lagere transporteerbaarheid van ‘overschotten’ interessant maken. In de praktijk zou terugleveren op het elektriciteitsnet dan niet per se nodig zijn op alle momenten. Landelijk Actieplan Netcongestie Via het Landelijk Actieplan Netcongestie (LAN) werk ik met betrokken partijen aan drie hoofddoelen om de netcongestie te verminderen: 1) sneller bouwen en het sneller realiseren van netuitbreidingen, 2) sterker sturen op betere benutting van het net; en 3) het vergroten van flexibele capaciteit door industrie en bedrijfsleven.

Daarnaast wordt een vierde spoor ingericht om het laagspanningsnet sneller uit te breiden en slimmer te gebruiken. Ook kleinverbruikers, zoals huishoudens, moeten worden geprikkeld om het net te gebruiken wanneer daarvoor ruimte is, bijvoorbeeld door op zonnige dagen zoveel mogelijk opgewekte zonne-energie binnenshuis te gebruiken. Het streven is om eind dit jaar spoor 4 gereed te hebben. Onlangs heb ik uw Kamer geïnformeerd over de eerste analyse en oplossingsrichtingen voor laagspanningscongestie en op de andere acties uit het LAN Opslag bij In de Routekaart Energieopslag heb ik uw Kamer geïnformeerd over thuis- en buurtbatterijen. Thuisbatterijen worden niet gezien als rendabele investering voor huishoudens en vermindering van netcongestie is hoogst onzeker. Grootschalige batterijen kunnen zorgen dat meer zonneparken zonder netverzwaring kunnen worden aangesloten. Het gaat hier in potentie om enorme benodigde batterijvermogens en hoeveelheden (volgens 5,5 GW batterijopslag voor 7,5 GWp zonneparken18). Stimulering hiervan is wenselijk omdat het enorme kansen biedt voor de energietransitie. Het is cruciaal dat de grootschalige batterijen bij zonneparken ook daadwerkelijk ingezet worden voor uitgestelde levering en CO2- reductie.

Deze stimulering van batterijopslag bij bleek eerder niet goed binnen de bestaande SDE++ te passen, onder meer vanwege de hoge subsidie-intensiteit per ton vermeden CO2. Het kabinet zet in op elektriciteitsopslag door het investeren in batterij-innovaties en het verplichten van batterijen bij grootschalige zonneparken. Hiertoe is een reservering van €416,6 mln. opgenomen in het meerjarenprogramma 2025. Voorwaarde is dat de uitvoering aansluit bij het streefdoel van een klimaatneutrale elektriciteitssector in 2035. Uiterlijk eind 2023 informeer ik uw Kamer hierover. 18

https://ce.nl/publicaties/omslagpunt-grootschalige-batterijopslag/ Pagina 10 van 16

Eigen verbruik huishoudens verhogen Om netcongestie te verminderen helpt het als huishoudens het eigen verbruik op piekmomenten verhogen. De afbouw van de salderingsregeling stimuleert huishoudens zoveel mogelijk elektriciteit te verbruiken op momenten waarop veel elektriciteit oplevert. Dit is financieel interessant omdat het de elektriciteitsprijs per kWh inclusief belastingen uitspaart, terwijl een kWh die aan het net wordt geleverd door de afbouw van de salderingsregeling geleidelijk steeds minder oplevert. Het verhogen van het eigen verbruik kan bijvoorbeeld door de (af)wasmachine te laten draaien of de elektrische auto op te laden als het zonnig is. Dit staat ook op Rijksoverheid.nl.19 Daarnaast heb ik Milieu Centraal als onafhankelijke organisatie subsidie gegeven om op hun website uitgebreid informatie en tips voor het eigen verbruik van opgewekte elektriciteit te delen 20. Hiermee doe ik de motie van de leden Bontenbal en Van der Plas af

4. Rechtvaardige verdeling van baten bij Afbouw salderingsregeling en tegemoetkoming huurders De salderingsregeling is een succesvolle regeling geweest om investeringen in aantrekkelijk te maken. De kosten voor zijn sinds 2004 hard gedaald en de terugverdientijd van de investering is veel korter geworden. Om de energietransitie op kosteneffectieve wijze vorm te geven, volgt een afbouw van stimulering zodra technieken rendabel worden. Op 7 februari jl. heeft uw Kamer ingestemd met het wetsvoorstel voor afbouw van de regeling. Tijdens de behandeling hebben verschillende leden vragen gesteld over de consequenties van de afbouw voor de huursector. Ik constateer dat één op de drie huiseigenaren heeft, terwijl dit in de huursector slechts één op de zes is. Er komt tijdelijk een subsidie voor corporaties en particuliere verhuurders in het gereguleerde segment indien de salderingsregeling wordt afgebouwd. Hiervoor heb ik samen met de minister voor VRO vrijgemaakt, waarvan een gedeelte uit het Klimaatfonds. Hiermee worden de netto investeringskosten voor lager en kunnen verhuurders met een lagere vergoeding van de huurder toe. Daardoor wordt de instemming door huurders makkelijker. De opgewekte stroom moet naar de huurder gaan. Ik heb de investeringsmogelijkheden voor zonnepanelen in de huursector laten onderzoeken.

Ik gebruik de uitkomsten om met de minister voor VRO en Aedes te kijken naar effectieve inzet van het geld. Inzet is dat woningcorporaties kunnen investeren en huurders mee doen en mee profiteren met de energietransitie.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/energie-thuis/plan-kabinet-afbouw-salderingsregelingzonnepanelen 20 https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/meer-zonnestroom-zelf-verbruiken/ 19

Pagina 11 van 16

t

Ondersteuning Midden- en kleinbedrijf (MKB) bij aanschaf Ik heb gedragsonderzoek laten doen naar de motivaties en belemmeringen van MKB-ondernemers (met eigen dak) om te realiseren21. Belangrijke prikkels om dit te doen zijn: rendabiliteit, een geplande renovatie of nieuw bedrijfspand, verwachtingen van klanten, een duurzaam imago, zelfvoorzienenden toekomstbestendigheid. Toch gaat niet elke MKB-ondernemer over tot actie vanwege de moeite en tijd die het kost om de juiste informatie te vinden en onzekerheid over de betrouwbaarheid van uitvoerende en adviserende partijen. Ook ervaren ondernemers gebrek aan maatwerk in de informatie- en energiebesparingsplicht en hebben zij het gevoel dat de overheid met name negatieve feedback geeft. Tot slot ervaren ze onduidelijkheid over het lange termijnbeleid als belemmering voor het realiseren van . Ik waardeer de inzet die MKB-ondernemers plegen op het verduurzamen van hun bedrijfspanden. Ik erken dat beleidswijzigingen soms lastig zijn en dat dit investeringen hiermee on hold kunnen worden gezet door onzekerheid. Om MKB-ondernemers te ondersteunen in hun goede voornemens ben ik in gesprek met MKB-NL en Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) over opties om hen beter te voorzien van informatie over installateurs en financiering.

Onderdeel van dit gesprek is dat ik de bekendheid van bestaande certificeringen van installateurs wil vergroten om daarmee de onzekerheid over uitvoerende partijen als drempel voor installatie te verkleinen. Voor maatwerk rondom de energiebesparingsplicht ben ik bezig met het herzien van de handreiking voor omgevingsdiensten. Ook wordt er extra geïnvesteerd in opleidingen, waaronder een communicatietraining. Tot slot organiseer ik in samenwerking met MKB-NL en RVO bijeenkomsten voor branches om onderling informatie en kennis te delen als het gaat om de aanschaf van zonnepanelen.

5. Vergroting productiecapaciteit van in Nederland en Europa Zowel op nationaal als op EU-niveau wordt gewerkt aan de stimulering van lokale productie van . Dit gebeurt zowel door stimulering van de aanbodzijde, als ook de vraagzijde. Hier zijn verschillende redenen voor, waaronder een gemiddelde lagere CO2-voetafdruk van zonnepanelen, -cellen en -wafers bij Europese productie ten opzichte van productie in Azië en veel innovatieve kennis in Europa, bijvoorbeeld met betrekking tot circulair ontwerp van Ook de grote afhankelijkheid van productie buiten Europa (>94%), voornamelijk van China (~90%) speelt een rol. Voor toelichting daarover verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van de leden Erkens en Van Strien en de Kamerbrief over de Kabinetsaanpak Strategische Afhankelijkheden . Lid Erkens heeft op 26 januari jl. een motie ingediend om te onderzoeken hoe beleid kan stimuleren dat meer zonnepanelen worden geproduceerd in Nederland en Europa. Hieronder schets ik hoe het kabinet invulling geeft aan de motie, namelijk via trajecten die ingaan op de aanbod- en vraagzijde van .

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-04/Rapportage-gedragsanalyse-MKB-ondernemerszonnepanelen.pdf 21

Pagina 12 van 16

Stimulering aanbod Het Groeifondsvoorstel creëert het innovatie-ecosysteem voor lokale ontwikkeling van nieuwe technologieën en de industrialisatie ervan. Op 30 juni jl. is bekend gemaakt dat dit voorstel €135 mln. toegekend heeft gekregen en €227 mln. voorwaardelijk. Het heeft als doel drie innovatieve technologieën te ontwikkelen en te industrialiseren, die elk concurrerend zijn op hun respectieve markten: (1) hoog-rendements silicium heterojunctie 'HJT' cellen, (2) flexibele perovskiet folies, en (3) op maat gemaakte producten voor integratie in gebouwen en automotive toepassingen. In elk van de technologieën en producten wordt een ‘design-for-circularity’-principe toegepast. Het voorstel is ingediend door een breed consortiummet coördinatie en ondersteuning vanuit EZK. Via de innovatieregelingen onder de Topsector Energie wordt onderzoek naar en het ontwikkelen van nieuwe technologieën ondersteund. Zo worden via de MOOI-regeling (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) innovatieprojecten ondersteund die integrale oplossingen ontwikkelen voor de klimaat- en energietransitie. Het ondersteunen van productiecapaciteit is lastig, vanwege de staatsteunregels die gelden onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Hierbinnen kan enkel investeringssteun versterkt worden als dit leidt tot een direct milieuvoordeel (CO2-reductie).

Het vervaardigen van valt hier niet onder, omdat deze pas reductie behalen als ze in gebruik zijn. Binnen deze kaders is het wel mogelijk als de productiefaciliteit zelf tot een CO2-reductie leidt ten opzichte van het gangbare alternatief. Op deze manier kan via de DEI+-regeling de aanbodzijde van innovatieve Nederlandse ondersteund worden.22 Op 16 maart jl. heeft de EC de Net Zero Industry Act (hierna NZIA) gepresenteerd. In de NZIA zijn strategische netto-nul technologieën gedefinieerd, waaronder en thermische zonne-energie, die door middel van versnelde vergunningverlening een impuls moeten krijgen om Europese productiecapaciteit te stimuleren. Op 26 april jl. is het BNC-fiche over de NZIA met de Kamer gedeeld . Het kabinet verwelkomt de NZIA, aangezien er in Nederland bedrijven actief zijn om innovatieve apparatuur voor zonnepanelen te produceren. De NZIA kan deze groeiplannen mogelijk versnellen. Wel ziet het kabinet verbeterpunten rond de samenhang van EU wet- en regelgeving. In de komende periode wordt in Brussel over de NZIA onderhandeld. Stimulering vraag Allereerst worden circulaire zonnepanelen via de nationale regeling groenprojecten gestimuleerd. Daarnaast zouden lichtgewichtpanelen de Nederlandse lichtgewicht zonnepanelenindustrie kunnen ondersteunen, als deze in de SDE++ zouden komen (nog in onderzoek).

Op EU-niveau vinden onderhandelingen plaats over een Ecodesign maatregel en een Energielabel. Beiden kunnen een voordeel voor Nederlandse en Europese panelen opleveren. Nederland zet zich actief in bij deze onderhandelingen om de beiden instrumenten zo vooruitstrevend mogelijk te maken. Ook het Carbon Border Adjustment Mechanism kan bijdragen aan de 22

Voorbeeld DEI+: https://projecten.topsectorenergie.nl/projecten/ Pagina 13 van 16

vraag naar Europese panelen, door ervoor te zorgen dat producenten uit derde landen een gelijke prijs betalen voor de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld metalen, zoals staal en aluminium voor het frame van zonnepanelen. Als producenten in Europa duurzamer produceren dan in derde landen levert dit een voordeel op. Risicovolle Strategische Afhankelijkheden Stimulering van de Nederlandse en Europese industrie kan verschillende publieke belangen dienen. Zonnepanelen dragen bij aan het verminderen van energieafhankelijkheid. Over de kabinetsaanpak voor risicovolle strategische afhankelijkheden is uw Kamer op 12 mei 2023 geïnformeerd . EZK voert een analyse uit om te bepalen óf er sprake is van een risicovolle strategische afhankelijkheid in de keten van zonnepanelen en zo já, of extra overheidsingrijpen, afgezet tegen onze gestelde ambities noodzakelijk en wenselijk is. Zonnemobiliteit Ook zonnemobiliteit (Vehicle Integrated PV, VIPV) is een veelbelovende toepassing. Tijdens het commissiedebat Innovatie van 1 november jl. heeft uw Kamer mijn EZK-collega gevraagd naar de kansen en knelpunten voor de Mede namens de minister van EZK geef ik hier invulling aan haar toezegging om uw Kamer hierover te informeren. Dit antwoord steunt op het onderzoek dat SEO in opdracht van EZK hiervoor heeft uitgevoerd23. De Nederlandse sector is klein.

Met name een paar start-ups richt zich op toepassing in wegtransport (auto’s, vrachtwagentrailers) en de binnenvaart. in voertuigen vergroot de actieradius en verkleint de afhankelijkheid van laadinfrastructuur. VIPV heeft een meerprijs (zonnepaneelkosten), maar verkleint door de ‘aan boord’ opgewekte energie de totale energiebehoefte24. Ondanks de beperkte omvang concludeert SEO dat de kansrijk is. Wereldwijd werken diverse bedrijven aan toepassingen. Tegelijk staat de sector nog in de kinderschoenen. Nederland heeft een kleine, maar goed gepositioneerde uitgangspositie. Bedrijven die toepassen op vrachtwagentrailers of op de dekluiken van binnenvaartschepen lopen hierbij technisch en commercieel voorop. De CO2-reductie door is echter beperkt. Knelpunten voor verdere groei zijn zowel generiek als specifiek van aard. Generieke knelpunten zijn de beschikbaarheid van technisch personeel, grondstoffen, infrastructuur en innovatie-financiering. EZK en andere departementen werken al aan de eerste drie knelpunten. Voor innovatiefinanciering kunnen bestaande instrumenten (bv. WBSO, Innovatiekrediet, indirect EIA, MIA/VAMIL) en ondersteunende instanties (Invest-NL, ROMs, Topsector Energie, beleidsdirecties) worden benut. De sector lijkt de weg naar deze instrumenten en instanties goed te vinden.

https://www.seo.nl/publicaties/ Zo blijkt uit berekeningen van SEO dat zonneauto’s in NL ‘s winters tussen de 2-3 en ’s zomers tussen de 1520 extra kilometers kunnen rijden. Dit vertaalt zich naar een terugverdientijd van 7-8 jaar nu (huidig prijspeil), teruglopend tot c.a. 3 jaar in 2030. 23 24

Pagina 14 van 16

Daarnaast zijn er specifieke knelpunten. Zo gelden bestaande aankoopstimuli (bv. btw-vrijstelling, ISDE) niet voor zonnepanelen op auto’s. De Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen (SRVB) is niet van toepassing op geïntegreerde zonnepanelen op binnenvaartschepen. Ook zonnepanelen op trailers komen, in tegenstelling tot stationaire toepassingen, niet direct in aanmerking voor subsidie. Wel zijn er andere regelingen en faciliteiten die direct of indirect VIPV ondersteunen. Zo kan de Energie Investeringsaftrek (EIA) dit jaar gebruikt worden voor zonnepanelen op binnenvaartschepen of vrachtwagens en de MIA/VAMIL voor personenauto’s met geïntegreerde zonnepanelen. Zonnedaken op hybride auto’s kunnen ervoor zorgen dat de wegenbelasting binnen het halftarief valt, waardoor deze auto’s aantrekkelijker worden. Innovatiesubsidies zoals de WBSO en het Innovatiekrediet staan ook open voor de Aanvullend instrumentarium specifiek voor de acht ik daarom niet wenselijk. Wel zeg ik toe dat mijn ministerie graag bereid is voor specifieke aandachtspunten in contact te treden met betrokken partijen.

6. Veilig werken en veilige installatie van De veiligheid van zonnepanelen installateurs en kwaliteit van installatie moet voldoende geborgd zijn. De grote vraag van klanten en het tekort aan zonnepanelen installateurs zet druk op de markt waardoor klanten vaak lang moeten wachten voordat zonnepanelen worden geïnstalleerd. Aandacht voor de borging van veiligheid in deze sector is, soms onbewust, nog onvoldoende in deze groeiende markt. Ik volg de inspanningen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de zonnepanelensector en blijf hierover in gesprek. Naast veilig werken, is een veilige installatie van van belang. Dit beperkt het brandrisico en zorgt ervoor dat áls er brand is, het gebouw blusbaar blijft. Tegelijk wordt het hierdoor gemakkelijker om en het pand te verzekeren. Toch ontstaat er soms een brand en door steeds meer installatie van op gebouwen zal dit ook steeds vaker een gebouw zijn dat op het dak heeft. In dat geval bestaat het risico dat zonnepaneeldeeltjes van n de wijde omgeving terecht komen. Met de sector en medeoverheden ben ik in gesprek over deze onderwerpen. Ook loopt er in opdracht van EZK een onderzoek bij TNO, NIPV en het NEN over de oorzaken van brand met gebouwgebonden en worden data verzameld. Eind dit jaar worden de eerste resultaten verwacht, waarna ik uw Kamer zal informeren.

Daarnaast is er een risico dat een brand minder goed blusbaar is wanneer aaneengesloten op woningen is geplaatst. Dit was het geval bij een recente brand in Arnhem op 18 juni. De Brandweer doet hier nu onderzoek naar. De minister voor VRO informeert uw Kamer dit najaar over de onderzoeksresultaten en het vervolg. Over de motie van leden geef ik u de stand van zaken. Er zijn verschillende zaken te verzekeren: de installatie, het pand waarop de installatie is aangebracht en hetgeen in het pand is opgeslagen dan wel het (productie)proces dat in het pand plaatsvindt. Het Verbond van Verzekeraars (VvV) geeft aan dat bedrijven met goed verzekerbaar zijn. Het kan wel zijn dat verzekeraars eisen stellen, zoals Pagina 15 van 16

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Strategie Energiesysteem

bijvoorbeeld een onafhankelijke beoordeling van de geschiktheid van een dakconstructie, installatie door een gekwalificeerd bedrijf en een onafhankelijke inspectie. Het staat verzekeraars vrij eisen te stellen en de premie te bepalen. Wel ga ik in gesprek met het VvV, de sector en NP RES over onverzekerbaarheid van specifieke cases. Over het opruimen van zonnepaneeldeeltjes na een brand met een ben ik in gesprek getreden met onder andere medeoverheden en de sector om te leren hoe in de praktijk gehandeld wordt en of verder handelen van het Rijk nodig is. Mogelijk kan extra communicatie over door brand verspreidde zonnepaneeldeeltjes ook bijdragen aan zorgvuldig handelen en het goed afhandelen van schade. Daarna zal ik bezien of het inrichten van een garantstellingsfonds nodig is. Dit is namelijk ook afhankelijk van de polis die bedrijven hebben afgesloten. Het VvV geeft aan dat hier inmiddels verzekermogelijkheden zijn.

Ons kenmerk DGKE-DSE / 27657405

Tot slot Verantwoorde groei van met vraagt om blijvende inzet van overheden, bedrijven en burgers. De diverse acties die ik in deze brief benoem dragen daaraan bij. De keuzes van vandaag moeten realistisch zijn en logisch passen in het energiesysteem van morgen. Door de sterk groeiende inzet van in het energiesysteem wil ik uw Kamer volgend jaar weer informeren over de ontwikkelingen en de daaruit volgende keuzes voor beleid rondom zonne-energie.

Pagina 16 van 16

Stedenbouwkundige visie dorpskern en omgeving Hoorn, gemeente Heerde

1. Inleiding

Bijlage: Beleid

1.1 Doelstelling en ambitie

0.1 Structuurvisie Gelderland

1.2 Studiegebied

0.2 Landschapsontwikkelingsplan

1.3 Leeswijzer

0.3 Toekomstvisie Heerde 0.4 Structuurvisie Heerde

2. Ruimtelijke analyse 2.1 Historie

0.6 Wonen in het landelijk gebied

2.2 Landschap

0.7 Ontwikkelingsvisie Apeldoorns Kanaal

2.3 Functionele analyse

0.8 Bestemmingsplan Hoorn

2.4 Ruimtelijke analyse 2.5 Kwaliteiten

3. Stedenbouwkundige visie 3.1 Ontwikkelingsvisie 3.2 Lintzone Beatrixweg en Kanaalzone 3.3 Oostzijde lint 3.4 Westzijde lint en Vosbergerweg 3.5 Knooppunt Hoorn 3.6 Knooppunt Oosterbaan

Inhoud 2

0.5 Visie wonen en werken in Heerde tot 2015

1.1 Doelstelling en ambitie

1.2 Studiegebied

Het doel van deze stedenbouwkundige visie is om een

Hoorn ligt ruim een kilometer ten noorden van de bebouw-

ruimtelijk afwegingskader op te stellen waaraan bestaande

de kom van Heerde in het gebied tussen de Zwolseweg in

en toekomstige ontwikkelingen in Hoorn beoordeeld kun-

het westen en het Apeldoorns Kanaal in het oosten. Vlak ten

nen worden. Door middel van deze visie wordt invulling

zuiden van het dorp ligt een complex van bossen,singels

gegeven aan de provinciale zoekzone landschappelijke

en weiden met daarin het landgoed Vosbergen. Via de Vos-

versterking/kleine kernen. Uit de visie komt naar voren waar

bergerweg en de Zwolseweg is Hoorn verbonden met het

het binnen de stedenbouwkundige structuur mogelijk is

dorpscentrum van Heerde. De begrenzing van het studiege-

woningen te bouwen en op welke wijze eventuele nieuw-

bied is gebaseerd op de samenhang in ondergrond waarop

bouw past in het landschap en de structuur van het dorp. De

Hoorn is ontstaan. De grenzen van het studiegebied vormen

stedenbouwkundige uitspraken zijn van ook enkel uit een

een landschappelijke eenheid waarbinnen ruimte is voor

stedenbouwkundig oogpunt gedaan. Consequenties voor

versterking van deze landschappelijke identiteit.

bijvoorbeeld milieu-aspecten, verkeer en volkshuisvesting zijn daarbij niet in beeld gebracht. Bij de uitwerking van de

1.3 Leeswijzer

plannen in bijvoorbeeld een bestemmingsplan of omge-

In hoofdstuk 2 wordt de ruimtelijke structuur van Hoorn

vingsvergunning moet een dergelijke integrale afweging

beschreven. Aan de hand van een historische, landschap-

wel worden gemaakt.

pelijke en ruimtelijke analyse en het benoemen van de gebiedskwaliteiten wordt gezocht naar handvatten voor de

1. Inleiding 4

Luchtfoto Hoorn 1:10.000

Deze stedenbouwkundige visie is daarmee geen integrale

stedenbouwkundige visie voor Hoorn. Deze visie wordt in

dorpsvisie, structuurvisie in het kader van de Wet ruimte-

hoofdstuk 3 beschreven. In dit hoofdstuk worden randvoor-

lijke ordening (Wro) of ontwikkelingsvisie waarin concrete

waarden gegeven ten behoeve van bestaande en nieuwe

ontwikkelingen in het dorp integraal worden afgewogen.

ontwikkelingen binnen het studiegebied. In bijlage 1 is een

Wel moet de voorliggende visie beschouwd worden als vast-

beleidskader opgenomen met het relevante beleid voor de

gesteld beleid. Dit betekent dat de gemeente zichzelf bindt

voorliggende visie.

aan de inhoud van de visie bij de beoordeling van nieuwe en bestaande ontwikkelingen in de kern Hoorn.

5

In hoofdstuk 2 wordt de ruimtelijke structuur van Hoorn beschreven. Aan de hand van een historische, landschappelijke en ruimtelijke analyse en de benoeming van de gebiedskwaliteiten wordt gezocht naar handvatten voor de stedenbouwkundige ontwikkelingsrichting voor Hoorn.

2. Ruimtelijke analyse 6

7

2.1 Historie

Hoorn Het dorp ligt op de Hoornsche Enk. Het kanaal heeft Hoorn

Be

Be

at ri

at ri

xw eg

xw eg

g ewe ens

Me ixweg

Ape ldoo

rns k an Kan aal aald ijk

Beatr

Hoorn ± 1900 1:15.000

eg sew

en

Me ixweg

Ape ldoo rn

s ka n Kan aal aald ijk

Beatr

Apeldoorns Kanaal

en de enk in tweeën gedeeld. Het dorp bestaat in de huidige

In 1825 is men in opdracht van Koning Willem I begonnen

situatie uit het historisch gegroeide lint, met daaromheen

met het graven van het Apeldoorns Kanaal. Het doel was

verspreid liggende agrarische bebouwing. Ten westen en

Apeldoorn via Hattem te verbinden met de IJssel. In eerste

noordoosten van Hoorn is het reliëf van de enk nog duidelijk

instantie was het de bedoeling om de naastliggende Grift

te herkennen. Oorspronkelijk vond de hoofdzakelijk agra-

beter bevaarbaar te maken. Echter is door weerstand van de

rische bebouwing vooral plaats aan de randen van de enk.

eigenaren van de bruggen en watermolens besloten een

De Beatrixweg vormt in de huidige situatie gevoelsmatig de

geheel nieuw kanaal te graven, parallel aan de Grift. In

kern van het dorp. Echter is dit lint pas in een later stadium

1829 voer het eerste schip tussen Apeldoorn en Hattem. De

bebouwd dan de Meenseweg en de Vosbergerweg, waar het

exploitatie van het kanaal bracht echter te weinig op. Het

accent meer lag op agrarische bebouwing. Rond 1900 lag

onderhoud aan sluizen en bruggen kostte meer dan sluis- en

het accent aan de oostzijde van het Apeldoorns Kanaal en

bruggelden opleverden. Later werd besloten om een

bestond Hoorn uit een groepje verspreid gelegen agrarische

doorgaande vaarroute te maken vanaf de IJssel bij Dieren

erven rondom de Meenseweg. Het café aan het Apeldoorns

via Apeldoorn weer terug naar de IJssel bij Hattem. In de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=6ec27b22-32eb-442f-a36d-9bcca07e5139