8.6. Wapenveld - Jacoba's Hof_TOELICHTING_Bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Wapenveld - Jacoba's Hof Gemeente Heerde Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan Wapenveld - Jacoba's Hof Gemeente Heerde Bijlagen bij toelichting
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Bureau Maris E. van Beek Gildenveld 18 3892 DG Zeewolde
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0246.218BPNachtegGrotew-ON01 Wapenveld - Jacoba's Hof
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 11 oktober 2021 N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Projectleider:
R. den Heijer
Auteur:
M. Ottink
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Stikstofdepositieberekening
Bijlage 2
Stikstofdepositieberekening
Bijlage 3
Stikstofdepositieberekening
Bijlage 4
Quickscan flora & fauna
Bijlage 5
Bodemonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
Bijlage 7
Geluidsonderzoek
Bijlage 8
Watertoets
Bijlage 9
Onderzoek hazelworm
Bijlage 10
Memo participatieproces
Bijlage 11
Externe veiligheid
Wapenveld - Jacoba's Hof
1
Wapenveld – Jacoba’s Hof Gemeente Heerde Stikstofdepositieberekening
Wapenveld – Jacoba’s Hof Gemeente Heerde Stikstofdepositieberekening
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Bureau Maris b.v. T.a.v. C. Maris
Kerkewijk 156
Gildenveld 18
3904 JJ Veenendaal
3892 DG Zeewolde
T. 0318 – 50 56 37
I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS Projectnummer:
K19119
Datum:
5 juli 2023
Titel:
Stikstofdepositieberekening Wapenveld - Groteweg / Nachtegaalweg
Auteur:
M. Ottink
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding................................................................................................................................. 4
1.2
Wettelijk kader .......................................................................................................................... 4
2
Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ..................................................................... 6
2.2
Uitgangspunten ........................................................................................................................ 6 2.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 6
3
2.2.2
Gebruikersfase .......................................................................................................... 7
2.2.3 2.2.4
Realisatiefase ............................................................................................................ 7 Referentie- versus gebruikersfase ............................................................................ 8
Conclusie ..................................................................................................................... 9
Separate bijlagen: -
Bijlage 1 – Gebruikersfase Bijlage 2 – Realisatiefase
1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn, na intern salderen, geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens op de hoek van de Groteweg en Nachtegaalweg te Wapenveld, gemeente Heerde, op het perceel acht woning te realiseren. Deze woningen zullen geen gasaansluiting krijgen en hiermee voldoen aan de wettelijke vereisten. Voor de planlocatie geldt een agrarische bestemming en het perceel wordt gebruikt voor het weiden van voornamelijk schapen. In onderstaande afbeelding is de planlocatie nader aangeduid.
Afbeelding 1 - Aanduiding planlocatie (bron: Bureau Maris)
1.2
Wettelijk kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was.
Stikstofdepositieberekening
4
Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 6 april 2023, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.
Stikstofdepositieberekening
5
2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Veluwe, op circa 20 meter afstand van de planlocatie ligt.
Afbeelding 2 - Ligging planlocatie (i) t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator)
2.2
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2022 (beschikbaar sinds 26 januari 2023). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1
Referentiesituatie
Op de planlocatie bevindt zich nu wel een bron die zorgt voor stikstofemissie. De referentiesituatie is daarom wel meegenomen in deze berekening. De grond is in gebruik voor de beweiding van schapen. Conform de gegevens die bekend zijn omtrent de uitstoot van de dieren bij een natuurlijk stalsysteem, bedraagt de ammoniakuitstoot per schaap 0,7 NH3 per jaar. De bezetting van het gebied door de schapen is gebaseerd op een gemiddelde bezetting van 10 tot 16 schapen per hectare. Bij een oppervlakte van 0,6 hectare, houdt dit in dat er ruimte is voor 8 schapen (afgerond van 7,8, bij een gemiddelde van 13 per hectare). Het perceel wordt slechts maximaal 5 maanden per jaar beweid. Uitgaande van een ammoniakuitstoot van 0,7 NH3 per schaap per jaar, geven 8 schapen voor een termijn van 5 maanden per jaar een gezamenlijke ammoniakuitstoot van 2,333 kg/jaar NH3.
Stikstofdepositieberekening
6
Daarnaast is de toegestane bemesting van de landbouwgrond op locatie opgenomen in de berekening. Conform de kengetallen van BIJ12 ligt het projectgebied in het gebied met ID 43, waarvoor een NH3 emissie van 30,99 kg per hectare per jaar geldt. Uitgaande van 0,6 hectare plangebied, komt de emissie hiermee uit op afgerond 18,6 kg NH3 per jaar. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de referentiesituatie wel stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied, met een hoogste bijdrage van 4,72 mol/ha/jaar. 2.2.2
Gebruikersfase
In de nieuwe situatie worden er acht nieuwe duurzame woningen gebouwd. De nieuwe woningen zullen geen gasaansluiting krijgen. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 heeft een gasloze woning een stikstofemissie gelijk aan nul. Wel vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de nieuwe woning. Conform CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ hebben de woningen een gezamenlijke verkeersgeneratie van 67,2 mvt ‘licht verkeer’ per etmaal. De bronlijn loopt vanaf de ontsluitingsweg vanuit de planlocatie in westelijke richting tot aan de kruising met de Groteweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2025. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase wel stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied, met een hoogste bijdrage van 0,01 mol/ha/jaar. In verhouding met de referentiesituatie is er echter sprake van een afname van depositie. De rekenresultaten zijn te vinden in de bijbehorende uitdraai. 2.2.3
Realisatiefase
Om het plan te kunnen realiseren zijn er bouwwerkzaamheden nodig. Hoewel wordt getracht om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te bouwen, is het niet mogelijk om een volledig stikstofemissieloze realisatiefase te bewerkstelligen. Er wordt gebruik gemaakt van machines, maar er is ook een verkeersaantrekkende werking door bouwverkeer. De bouw van de woningen zal grotendeels op basis van prefab onderdelen zijn. Op de planlocatie zal de fundering worden gerealiseerd. Door middel van vrachtverkeer worden pre-gefabriceerde onderdelen geleverd, waarna deze op de planlocatie tot woning worden gerealiseerd. Hierdoor is de inzet van groot materieel op locatie beperkt in vergelijking met traditionele bouw. Als peiljaar is gekozen voor 2023. Bouwverkeer Om de bouw mogelijk te maken zal er sprake zijn van bouwverkeer. Voor de bouwperiode wordt gerekend op 40 vrachten zwaar vrachtverkeer om materiaal naar de bouw te vervoeren. Daarnaast zal bouwend personeel zorgen voor 250 ritten licht verkeer. De aantallen zijn verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer). De totale aantallen zijn verdeeld over de bouwduur van 4 jaar. De bronlijn loopt vanaf de ontsluitingsweg vanuit de planlocatie in westelijke richting tot aan de kruising met de Groteweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Stikstofdepositieberekening
7
Inzet mobiele werktuigen Om de bouw mogelijk te maken is er sprake van de inzet van mobiele werktuigen. Hierbij is uitgegaan van woningen die grotendeels in prefab onderdelen naar locatie worden gebracht om daar in elkaar te zetten. De fundering wordt wel op locatie gerealiseerd. De inzet kan zich door de prefab onderdelen beperken tot een graafmachine, hijskraan, betonstorter en shovel. Deze worden in totaal respectievelijk 40, 12, 8 en 16 uur ingezet. Naast de inzet van deze mobiele werktuigen zal ook gebruik worden gemaakt van elektrisch materieel. Bij elektrisch materieel vindt geen stikstofemissie plaats, waardoor deze niet zijn ingevoerd in de berekening. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de realisatiefase wel stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied, met een hoogste bijdrage van 0,82 mol/ha/jaar. In verhouding met de referentiesituatie is er echter sprake van een afname van depositie. De rekenresultaten zijn te vinden in de bijbehorende uitdraai. 2.2.4
Referentie- versus realisatie- en gebruikersfase
Zoals eerder aangegeven is de referentiesituatie meegenomen in de berekening. Bij het wegzetten van de nieuwe gebruikersfase en de tijdelijke realisatiefase tegenover de referentiesituatie komt uit de berekening naar voren dat er geen toename is van stikstofdepositie. Binnen de realisatiefase is er sprake van een grootste afname van 3,90 mol/ha/jaar. Binnen de gebruikersfase is er sprake van een grootste afname van 4,74 mol/ha/jaar.
Stikstofdepositieberekening
8
3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Door de nieuwe gebruikersfase en tijdelijke realisatiefase tegenover de referentiesituatie te plaatsen is er geen sprake van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Stikstofdepositieberekening
9
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
Stikstofdepositieberekening
10
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Kubiek Ruimtelijke Plannen Groteweg, 8191 JW Wapenveld Wapenveld - Jacoba's Hof Ontwikkeling 8 vrijstaande woningen.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RoUwKyMTwtbE 05 juli 2023, 15:37 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Referentiesituatie - Referentie Gebruikersfase - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Gebruikersfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
2022 2025
4,72 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j 0,00 ha 1.403,56 ha 0,00 mol/ha/j 4,71 mol/ha/j
20,9 kg/j 16,5 g/j 5597202 5600260
0,3 kg/j Veluwe Veluwe
2/8
Projectberekening
Gebruikersfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
16,5 g/j
0,3 kg/j
3/8
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 2
Anders... | Anders... | Referentiesituatie beweiding Landbouw | Landbouwgrond | Referentiesituatie bemesting
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,3 kg/j 18,6 kg/j
-
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruikersfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
1.403,56
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Veluwe (57) Rijntakken (38)
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
1.382,67 20,89
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
2.359,33
2.359,33 2.099,90
0,00
0,00 0,00
0,00
0,00 0,00
1.403,56
1.382,67 20,89
4,71
4,71 0,07
6/8
Projectberekening
Gebruikersfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersgeneratie gebruikersfase X:201112,93 Y:493520,19 49,21 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 59,3 g/j Hoogte - NH₃ 16,5 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
67,2 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2022 1
Anders... | Anders...
Naam Referentiesituatie Uittreedhoogte beweiding Warmteinhoud Locatie X:201123,78 Spreiding Y:493471,57 Oppervlakte 0,55 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Referentiesituatie Uittreedhoogte bemesting Warmteinhoud Locatie X:201123,78 Spreiding Y:493471,57 Oppervlakte 0,55 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Mestaanwending (dierlijke mest)
0,0 m 0,000 MW 0m
NH₃
2,3 kg/j
0,5 m 0,000 MW 0m
NH₃
18,6 kg/j
Stof
NOₓ NH₃
Emissie
0,0 kg/j 18,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RoUwKyMTwtbE (05 juli 2023)
8/8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Kubiek Ruimtelijke Plannen Groteweg, 8191 JW Wapenveld Wapenveld - Jacoba's Hof Ontwikkeling 8 vrijstaande woningen.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RmPfvJKiE3qN 05 juli 2023, 15:37 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Referentiesituatie - Referentie Realisatiefase - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
2022 2023
4,72 mol/ha/j 0,82 mol/ha/j 0,00 ha 929,13 ha 0,00 mol/ha/j 3,90 mol/ha/j
20,9 kg/j 0,3 kg/j 5597202 5597202
38,8 kg/j Veluwe Veluwe
2/8
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Realisatiefase Verkeersnetwerk
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j 0,0 kg/j
38,8 kg/j 20,6 g/j
3/8
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 2
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
Anders... | Anders... | Referentiesituatie beweiding Landbouw | Landbouwgrond | Referentiesituatie bemesting
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,3 kg/j 18,6 kg/j
-
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
929,13
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Veluwe (57) Rijntakken (38)
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
911,26 17,87
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
2.099,92
2.069,75 2.099,92
0,00
0,00 0,00
0,00
0,00 0,00
929,13
911,26 17,87
3,90
3,90 0,06
6/8
Projectberekening
Realisatiefase, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Realisatiefase X:201123,93 Y:493472,78 0,56 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Brandstofverbruik
620 l/j
38,8 kg/j 0,3 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
40 u/j
0 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Hijskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
168 l/j
12 u/j
0 l/j
NOₓ NH₃
Betonstorter Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel Shovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
32 u/j
NOₓ NH₃
260 l/j
16 u/j
0 l/j
NOₓ NH₃
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersgeneratie realisatiefase X:201112,93 Y:493520,19 49,21 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
20,7 kg/j 0,1 kg/j 5,6 kg/j 40,3 g/j 3,8 kg/j 28,2 g/j 8,7 kg/j 62,4 g/j
Links Rechts NOₓ 20,6 g/j Type scherm - NO₂ 5,6 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
500,0 p/jaar 0,0 p/jaar 80,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2022 1
Anders... | Anders...
Naam Referentiesituatie Uittreedhoogte beweiding Warmteinhoud Locatie X:201123,78 Spreiding Y:493471,57 Oppervlakte 0,55 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Referentiesituatie Uittreedhoogte bemesting Warmteinhoud Locatie X:201123,78 Spreiding Y:493471,57 Oppervlakte 0,55 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Mestaanwending (dierlijke mest)
0,0 m 0,000 MW 0m
NH₃
2,3 kg/j
0,5 m 0,000 MW 0m
NH₃
18,6 kg/j
Stof
NOₓ NH₃
Emissie
0,0 kg/j 18,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RmPfvJKiE3qN (05 juli 2023)
8/8
Projectnummer:
Oktober 2019
Quickscan Wet natuurbescherming Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
In opdracht van: Drie Gilden Ontwikkeling Projectnummer: 2019-134
© 2019 Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, Culemborg Ecologisch Adviesbureau Viridis bv Randweg 30 4104 AC Culemborg T 0345 753 275 E info@bureau-viridis.nl W www.bureau-viridis.nl KvK 110 557 87
Btwnr
NL 820598215B01
IBAN
NL46 TRIO 0198 4486 00
Tekst: Veldonderzoek: Foto’s: Foto voorblad:
P. (Pascalle) Dekker & M.A. (Marco) Snijder P. (Pascalle) Dekker & E. (Ewoud) van der Ploeg P. (Pascalle) Dekker Plangebied Nachtergaalweg en Groteweg
Projectnummer: Wijze van citeren:
2019-134 Dekker, P. & Snijder, M.A., 2019. Voortoets en Quickscan Wet Natuurbescherming, Nachtegaalweg en Groteweg. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2019-134.
In opdracht van: Contactpersoon:
Drie Gilden Ontwikkeling Elma van Beek (Bureau Maris b.v.)
Datum: Ondertekening: Paraaf:
29 oktober 2019 E. (Ewoud) van der Ploeg
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, fotokopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecologisch Adviesbureau Viridis is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal (Basis Registratie Topografie Kadaster 2019, tenzij anders wordt vermeld) inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van Ecologisch Adviesbureau Viridis. De opdrachtgever vrijwaart Ecologisch Adviesbureau Viridis voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Ecologisch Adviesbureau Viridis is mede om die redenen lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus.
Hierdoor zijn wij zo goed mogelijk op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij onze onderzoekskwaliteit. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.
P. (Pascalle) Dekker & M.A. (Marco) Snijder
Quickscan Wet Natuurbescherming Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
In opdracht van: Drie Gilden Ontwikkeling
Inhoud
Samenvatting
1
4.1
Vraagstelling
25
1
3
4.2
Resultaten en effectenbeoordeling
25
2
3
Aanleiding 1.1
Situatie
3
4.2.1
Vaatplanten
25
1.2
Beschrijving van het plangebied
3
4.2.2
Grondgebonden zoogdieren
25
1.3
Probleemstelling
3
4.2.3
Vleermuizen
26
Onderzoeksvragen
3
4.2.4
Vogels
26
Onderzoeksmethode
6
4.2.5
Andere soorten
26
2.1
Literatuuronderzoek
6
2.2
Veldonderzoek
6
2.3
Voortoets Natura2000
6
2.4
Stikstofproblematiek
7
2.5
Quickscan soortbescherming
7
Voortoets Natura2000
Conclusie en advies 5.1
28
Voortoets N2000
28
5.1.1
Conclusie
28
5.1.2
Cumulatieve effecten
28
5.2
Quickscan Soortenbescherming
29
8
Mitigerende maatregelen
29
5.2.1
29
3.1
Vraagstelling
8
3.2
Instandhoudingsdoelstellingen
8
3.3
Ligging t.o.v. Natura 2000-gebieden
9
6.1
Literatuur
30
3.5
Veluwe
10
6.2
Websites
30
6
Conclusie
Bronnen
Habitattypen en -soorten
10
3.5.2
Effectbeoordeling
10
Wet natuurbescherming
31
3.5.3
Habitattypen
13
Zorgplicht (art. 1.11)
31
3.3.4
Habitatsoorten
14
Natura 2000-gebieden (artikel 2)
31
3.5.4
Broedvogels
16
Soortbescherming (artikel 3)
31
17
Vogelrichtlijn (artikel 3.1)
31
Rijntakken
Overzicht algemene vrijstellingen
30
3.5.1
3.6
4
5
31
3.6.1
Habitattypen en -soorten
17
Habitatrichtlijn (artikel 3.5)
32
3.6.2
Effectbeoordeling
17
Nationale beschermde soorten (artikel 3.10)
32
3.6.3
Habitattypen
21
Beschermde houtopstanden (artikel 4)
33
3.6.4
Habitatsoorten
22
Ontheffing, vergunning of vrijstelling
33
3.6.5
Broedvogels
23
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
33
3.6.6
Niet-broedvogels
24
Overzicht algemene vrijstellingen
35
25
Ter zake kundige
36
Quickscan Soortbescherming
Samenvatting
Op de hoek van de Nachtegaalweg en de Groteweg te Wapenveld worden acht woningen gerealiseerd door Drie Gilden Ontwikkeling in samenwerking met Bureau Maris. De realisatie van nieuwbouwwoningen kan negatieve effecten veroorzaken op ter plaatse voorkomende beschermde soorten of de naastgelegen beschermde Natura2000 gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming overtreden. In dit kader heeft Drie Gilden Ontwikkeling aan Ecologisch Adviesbureau Viridis gevraagd een onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten middels een verkennend natuurwaardenonderzoek (Quickscan) en het uitvoeren van een voortoets voor N2000 gebieden. Voortoets Natura2000 Uit de voortoets blijkt dat negatieve effecten door toename van stikstofuitstoot niet op voorhand zijn uitgesloten. Er bevinden zich enkele stikstofgevoelige habitats in de directe omgeving en ook zijn er een aantal stikstofgevoelige habitatsoorten te verwachten in de directe omgeving die invloed kunnen ondervinden. Er dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden waaruit vervolgens beoordeeld kan worden of de ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen veroorzaken op de doelsoorten of habitats in N2000 gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’, zie tabel 1.
Doordat negatieve effecten niet voor alle invloeden kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling vereist. Tabel 1 | Samenvatting voortoets
Habitattype / habitatsoort H2330 H4030 H2320 H9120 H91E0B H1166
Zandverstuivingen Droge heiden Binnenlandse kraaiheidebegroeiing Beuken-eikenbossen met hulst Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Kamsalamander Broedvogels Niet-broedende vogels
Effecten?
Type effect?
Vervolgstappen?
Mogelijk
stikstofdepostitie
Stikstofberekening en effectenanalyse
Soortenbescherming (quickscan) Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied geen beschermde plantensoorten voorkomen. Er zijn geen beschermde diersoorten aangetroffen. Uit literatuuronderzoek blijkt dat er in het plangebied beschermde diersoorten kunnen voorkomen zoals vleermuizen, das en de hazelworm. De bomenrij aan de westzijde van het plangebied zal behouden blijven waardoor er geen negatief effect ontstaat voor vleermuizen en de hazelworm. Daarnaast is het plangebied geen essentieel foerageergebied voor de das en vleermuizen, waardoor negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Nestplaatsen van algemene broedvogels kunnen niet uitgesloten worden.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
1
Tabel 2 | Samenvatting effecten en vervolgstappen per aangetroffen of verwachte soortgroep
Soortgroep Vleermuizen Reptielen Jaarrond beschermde nesten Grondgebonde zoogdieren Algemene broedvogels
Effecten? Nee Nee Nee Nee Mogelijk
Vervolgstappen? N.V.T. N.V.T. N.V.T. N.V.T. Werken buiten broedseizoen
Met inachtneming van de beschreven mitigerende maatregelen, zijn negatieve effecten van de voorgenomen realisatie van nieuwbouwwoningen op beschermde soorten uitgesloten. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek en een ontheffing van de Wet natuurbescherming is vooralsnog niet nodig. Evenwel dient de uitslag van de stikstofberekening te worden afgewacht. Indien de kastanje gedurende het broedseizoen wordt gekapt, dient een broedvogelcontrole plaats te vinden. Mitigatie Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedgevallen van algemene broedvogels in het omliggend groen. In het broedseizoen, 15 maart tot ca. 31 augustus, mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden die negatieve effecten op broedende vogels kunnen veroorzaken. Indien de werkzaamheden wel in het broedseizoen uitgevoerd moeten worden dient, voorafgaand aan de werkzaamheden, het gebied op de aanwezigheid van broedvogels gecontroleerd te worden.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
2
1 Aanleiding
1.1
Situatie
Op de hoek van de Nachtegaalweg en de Groteweg te Wapenveld worden acht woningen gerealiseerd door Drie Gilden Ontwikkeling in samenwerking met Bureau Maris. Het bouwen van nieuwe woningen kan negatieve effecten veroorzaken op ter plaatse voorkomende beschermde soorten1. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. Voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden is een voortoets en een onderzoek naar het mogelijke voorkomen van beschermde plant- en diersoorten uitgevoerd middels een verkennend natuurwaardenonderzoek (Quickscan). In onderhavig rapport worden de kaders, uitvoering, resultaten en effectbeoordeling van deze toets beschreven.
1.2
Beschrijving van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de kruising van de Nachtegaalweg en Groteweg aan de rand van Wapenveld, gemeente Heerde. Het bestaat uit een grasland dat wordt omsloten door houtwallen. Centraal op het grasveld staat een grote kastanjeboom. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een bomenrij. De omgeving van het plangebied bestaat uit de bebouwde kom van Wapenveld, weiland en naaldbos. Aan de andere kant van de Groteweg grenst het plangebied aan Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’. Het Natura 2000-gebied de ‘Rijntakken’ bevindt zich op ongeveer 700 meter afstand. In Figuur 1.1 en 1.2 en Afbeelding 1.1 t/m 1.5 is een impressie van het plangebied en de directe omgeving te zien.
1.3
Probleemstelling
Er worden acht woningen gerealiseerd op de huidige landbouwgrond. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming Art 2.7 lid 2, 3.1 lid 1, 2 en 4 en Art 3.5 lid 1, 3 en 4 overtreden. Bijlage A ‘Wettelijk kader’ worden de relevante verbodsartikelen verder toegelicht. Voor de werkzaamheden worden geen bomen gekapt. Onderzoeksvragen Om goed voorbereid te zijn op een eventueel noodzakelijke vergunning- of ontheffingsaanvraag van de Wet natuurbescherming geeft deze rapportage antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Voortoets Natura 2000 • Zijn er negatieve effecten op plaatselijk aangewezen habitatsoorten en -typen te verwachten? • Ondervinden de aangewezen instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’ negatieve effecten van de ontwikkelingen? • Is het noodzakelijk een Verslechteringstoets of Passende Beoordeling op te stellen voor het plan? Quickscan Soortenbescherming • Zijn in het plangebied beschermde soorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? • Ondervinden aanwezige beschermde soorten negatieve effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en de benodigde werkzaamheden? • Is het mogelijk om optredende negatieve effecten op beschermde soorten te mitigeren? Zo ja, op welke wijze dient dit te geschieden? • Is het noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te voeren?
1
Beschermde soorten: alle onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten in de provincie Gelderland.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
3
Voorliggend rapport geeft advies met betrekking tot de mogelijkheden om de geplande ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming met de Wet natuurbescherming uit te voeren.
Figuur 1.1 | Overzicht plangebied aan de Nachtegaalweg en Groteweg te Wapenveld.
Afbeelding 1.1 I Oostzijde plangebied
Afbeelding 1.2 I Noordzijde plangebied
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
4
Afbeelding 1.2 I Westzijde plangebied
Afbeelding 1.3 I Struweel plangebied
Afbeelding 1.4 I Aanzicht kastanjeboom
Figuur 1.2 | Het plangebied aan de Nachtegaalweg en Groteweg te Wapenveld, Inrichtingsvoorstel van bureau Maris.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
5
2 Onderzoeksmethode
Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvragen is een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hiermee is de ecologische waarde van het plangebied door middel van een literatuuronderzoek en een veldinventarisatie onderzocht. Op deze manier wordt het voorkomen van beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming bepaald. De gebruikte onderzoeksmethoden worden hieronder beschreven.
2.3
2.1
1. Er is zeker geen negatief effect. Negatieve gevolgen kunnen worden uitgesloten. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig. Dit betekent tevens dat verdere toetsing en aanvullende beoordeling niet nodig is;
Literatuuronderzoek
Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), verspreidingsatlassen van relevante soorten, het archief van Bureau Viridis en vrij beschikbare verspreidingsgegevens. De resultaten van het literatuuronderzoek hebben uitgewezen welke beschermde soorten in de omgeving van het plangebied verwacht kunnen worden. Tijdens het veldbezoek is speciale aandacht besteed aan het mogelijke voorkomen van deze soorten.
2.2
Veldonderzoek
Naast het literatuuronderzoek heeft Ecologisch Adviesbureau Viridis een veldbezoek uitgevoerd. Dit veldbezoek heeft plaatsgevonden op 5 september 2019. Bij het veldbezoek is op basis van geografische ligging, terreingesteldheid en expert judgement beoordeeld of in en rond het plangebied beschermde soorten voorkomen. Er is eveneens beoordeeld of voor beschermde soorten geschikt leefgebied aanwezig is. Daarnaast is gekeken of soortgericht onderzoek noodzakelijk is om de aanwezigheid van beschermde soorten en effecten van de werkzaamheden te kunnen beoordelen.
Voortoets Natura2000
De Voortoets verkent of door de ontwikkelingen waarin het plan voorziet mogelijk negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’. De Voortoets bestaat uit verschillende stappen, waarbij de volgende vraag centraal staat: is er een kans op een significant negatief effect? Op deze vraag zijn drie antwoorden mogelijk:
2. Negatieve gevolgen kunnen weliswaar niet worden uitgesloten, maar leiden zeker niet tot significante aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. In dit geval dient een ‘Verslechteringstoets’ te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de kans op een effect beoordeeld. 3. Er kunnen negatieve gevolgen verwacht worden die kunnen leiden tot significante aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied. In dit geval dient een ‘Passende Beoordeling’ te worden uitgevoerd. Hierbij wordt in detail de kans op een significant effect beoordeeld. De gegevens van het literatuuronderzoek en de veldinventarisatie vormen de basis voor de toetsing. Tijdens het veldonderzoek zijn aanwezige habitattypen en -soorten in en rondom de uitbreidingslocatie in beeld gebracht.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
6
2.4
Stikstofproblematiek
In Nederland is sprake van een hoge mate van stikstofuitstoot. Deels door stikstofoxide uit huishoudens, de bouw, lucht/scheepvaart en wegverkeer en voor een deel uit ammoniak uit de landbouwsector. Voornamelijk natuurgebieden op droge zandgronden worden negatief beïnvloed door vermesting en/of verzuring door een toenemende depositie van stikstof uit de lucht. Artikel 2.7, lid 2 van de Wet Natuurbescherming geeft aan: ‘Het is verboden zonder vergunning een project te realiseren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen’ Tussen 2015 en 2019 heeft de Nederlandse overheid het Programma aanpak stikstof (PAS) geïntroduceerd, deze aanpak stond toe dat stikstofdepositie pas na de uitvoering van projecten gecompenseerd zou kunnen worden. Onder het PAS is er destijds ruimte gecreëerd om vergunningen te verlenen. Effectieve compensatie bleef echter vaak achterwege en ook bleken maatregelen niet te werken. Het Europese Hof van justitie concludeerde in november 2018 dat de PAS niet handelt volgens de Europese richtlijnen om natuur te beschermen. De Raad van State heeft in mei 2019 de PAS dan ook afgekeurd.
De Aerius calculator is destijds ontwikkeld om voor de PAS berekeningen uit te voeren om te beoordelen of een initiatief een Natura 2000-gebied negatief zal beinvloeden door toenemende stikstofdepositie. De RIVM heeft recent de rekenmodellen aangepast. Deze modellen staan toe om een groot scala aan initiatieven en scenario’s te berekenen. Het kabinet is op het moment bezig om nieuw beleid op te stellen t.a.v. de problematiek rond vergunningverlening voor stikstof en Natura 2000-gebieden. Naar verwachting zal er eind 2019 meer duidelijkheid zijn over de maatregelen die het kabinet neemt. Het is daarom op dit moment onduidelijk hoe een vergunning verkregen kan worden als een initiatief negatieve effecten veroorzaakt op Natura 2000-gebieden.
2.5
Quickscan soortbescherming
De uit het literatuuronderzoek en veldonderzoek verkregen verspreidingsgegevens van beschermde soorten planten en dieren zijn geanalyseerd om te onderzoeken of er bij de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk verbodsbepalingen (art. 3.1, 3.5 of 3.10) van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Wanneer blijkt dat er mogelijk beschermde soorten voorkomen die negatieve effecten kunnen ondervinden van de plannen is dit beschreven. Wanneer mogelijk worden alternatieven aangeboden om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten. Indien het voorkomen van de soorten en/of de negatieve effecten nader onderzoek behoeft, wordt dit aangegeven in de toetsing.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
7
3 Voortoets Natura2000
Met behulp van een Voortoets wordt onderzocht of de werkzaamheden (significant) negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen binnen de Natura 2000-gebieden. De Voortoets bestaat uit een beschrijving van het plan, de te verwachten effecten binnen en buiten het Natura 2000-gebied, en een analyse of daarbij (mogelijkerwijs) sprake is van (significante) negatieve effecten.
3.1
Vraagstelling
Om goed voorbereid te zijn op een eventueel noodzakelijke vergunning van de Wet natuurbescherming is antwoord op de volgende vragen nodig: • Zijn er negatieve effecten op plaatselijk aangewezen habitatsoorten en -typen te verwachten? • Ondervinden de aangewezen instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en/of ‘Rijntakken’ negatieve effecten van de ontwikkelingen? • Is het noodzakelijk een Verslechteringstoets of Passende Beoordeling op te stellen voor het project? De antwoorden op deze vragen komen terug in hoofdstuk 3.6 en wordt beargumenteerd in hoofdstukken 3.4 en 3.5.
3.2
Instandhoudingsdoelstellingen
Voor de Natura 2000-gebieden is een aantal algemene instandhoudingsdoelen geformuleerd: • Behoud van de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie. • Behoud van de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van het Natura 2000-netwerk zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie.
• Behoud en waar nodig herstel van de ruimtelijke samenhang met de omgeving ten behoeve van de duurzame instandhouding van de in Nederland voorkomende natuurlijke habitattypen en soorten. • Behoud en waar nodig herstel van de natuurlijke kenmerken en van de samenhang van de ecologische structuur en functies van het gehele gebied voor alle habitattypen en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. • Behoud of herstel van gebied specifieke ecologische vereisten voor de duurzame instandhouding van de habitattypen en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Voor alle Natura 2000-gebieden in Nederland zijn naast de algemene instandhoudingsdoelstellingen tevens specifieke instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Het gaat hierbij om gerichte doelstellingen voor habitattypen of -soorten van de Habitatrichtlijn en/of soorten van de Vogelrichtlijn waarvoor het gebied van bijzondere waarde is. Specifieke instandhoudingsdoelstellingen zijn soortof habitatgebonden. Per soort en habitattype is een oordeel gegeven over de landelijke staat van instandhouding. Tevens is het belang van het gebied en de daarbij behorende specifieke instandhoudingsdoelstellingen aangegeven. Op grond van de staat van instandhouding en het relatief belang van soorten en habitattypen zijn de belangrijkste verbeteropgaven en doelen op landelijk niveau vastgesteld.
Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. Zo is uiteindelijk per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstelling wat betreft de oppervlakte en kwaliteit van het gebied weergegeven. De gebiedsdoelen zijn geformuleerd in termen van behoud, verbetering van de kwaliteit en uitbreiding verspreiding.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
8
3.3
Ligging t.o.v. Natura 2000-gebieden
Bij de beoordeling van de mogelijke effecten van de werkzaamheden speelt de ligging van het project ten opzichte van wettelijke beschermde Natura 2000-gebieden een grote rol. Het perceel aan de Groteweg te Wapenveld ligt tegen het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en op ca. 700 meter van de ‘Rijntakken’, zie
figuur 3.1. De ontwikkelingen zullen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied worden uitgevoerd. Er zijn mogelijk negatieve effecten te verwachten van de werkzaamheden of externe werking op de aangewezen habitattypen en -soorten en de instandhoudingsdoelstellingen. Een Voortoets voor de werkzaamheden is noodzakelijk.
Figuur 3.1 | Plangebied met ten westen het Natura 2000-gebied Veluwe en ten oosten de Rijntakken met de aangewezen habitattypen, ongekleurde delen binnen de N2000 begrenzing zijn niet gekarteerd.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
9
3.5
Veluwe
De ‘Veluwe’ bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. 3.5.1 Habitattypen en -soorten De aangewezen habitattypen en -soorten voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ zijn weergegeven in de onderstaande Tabel 3.1. Het gebied is aangewezen voor 19 habitattypen, 7 habitatsoorten en 10 broedvogelsoorten. Bij de aangewezen habitattypen en -soorten zijn de instandhoudingsdoelstellingen weergeven.
In de eerste kolom achter de habitattypen en -soorten is de landelijke staat van instandhouding weergegeven, vervolgens de doelstelling voor de oppervlakte en/of kwaliteit en de doelstelling voor het leefgebied en/of omvang van de populatie. In figuur 3.1 is de ligging van de gekarteerde habitattypen weergegeven.
3.5.2 Effectbeoordeling Niet alleen ingrepen in een Natura 2000-gebied kunnen invloed hebben op instandhoudingsdoelen, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt ’externe werking’ genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. De mogelijke schadelijke factoren op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied zijn inzichtelijk gemaakt met behulp van de effectenindicator (Ministerie van EZ, 2013). De effectindicator geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren. In Tabel 3.2 is de effectenindicator voor het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ weergegeven. De werkzaamheden kunnen mogelijk leiden tot (significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de aangewezen habitattypen- en soorten. De volgende effecten zijn getoetst: • Verlies leefgebied; • Verstoring door geluid; • Verstoring door licht; • Verstoring door trillingen; • Optische verstoring, en; • Verstoring door mechanische effecten. De te verwachten effecten zullen in onderstaande tekst per soort besproken worden.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
10
Tabel 3.1 | Habitattypen en -soorten van Natura 2000-gebied Veluwe. Habitattypen
Landelijke SVI --
Doelst. Kwal.
-
Doelst. Opp.vl. > =
H2310 H2320
Stuifzandheiden met struikhei Binnenlandse kraaiheidebegroeiingen
H2330
Zandverstuivingen
--
>
>
H3130
Zwakgebufferde vennen
-
=
=
H3160
Zure vennen
-
=
>
H3260A
Beken en rivieren met waterplanten
-
>
>
H4010A
Vochtige heide (hogere zandgronden)
--
>
>
H4030
Droge heiden
--
>
>
H5130
Jeneverbesstruwelen
-
=
>
H6230
*Heischrale graslanden
--
>
>
H6410
Blauwgraslanden
--
>
>
H7110B
*Actieve hoogvenen (heideveentjes)
--
>
>
H7140A
Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
--
=
=
H7150
Pioniervegetaties met snavelbiezen
-
>
>
H7230
Kalkmoerassen
--
=
=
H9120
Beuken-eikenbossen met hulst
-
>
>
H9190
Oude eikenbossen
-
>
>
H91D0
*Hoogveenbossen
-
=
=
H91E0C
*Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
-
=
>
Doelst. Pop.
> =
Habitatsoorten H1042
Gevlekte witsnuitlibel
--
>
>
>
H1083
Vliegend hert
-
>
>
>
H1096
Beekprik
--
>
>
>
H1163
Rivierdonderpad
-
>
=
>
H1166
Kamsalamander
-
=
=
=
H1318
Meervleermuis
-
=
=
=
H1831
Drijvende waterweegbree
-
=
=
=
Broedvogels A072
Wespendief
+
=
=
100
A224
Nachtzwaluw
-
=
=
610
A229
IJsvogel
+
=
=
30
A233
Draaihals
--
>
>
A236
Zwarte specht
+
=
=
(her)vestiging 400
A246
Boomleeuwerik
+
=
=
2,400
A255
Duinpieper
--
>
>
A276
Roodborsttapuit
+
=
=
(her)vestiging 1100
A277
Tapuit
--
>
>
100
A338
Grauwe klauwier
--
>
>
40
Landelijke SVI = Landelijke staat van instandhouding: Doelstelling voor oppervlakte en kwaliteit:
+ gunstig; - matig gunstig; -- zeer ongunstig. = behoud; = (<) Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering; > uitbreiding.
Doelstelling voor leefgebied en/of omvang populatie:
= behoud; > uitbreiding/verbetering.
* voor een naam betekend het prioritaire soort of habitattype. Hiervoor zijn spoedmaatregelen gewenst.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
11
Tabel 3.2 | Storingsfactoren op instandhoudingsdoelen Veluwe volgens de effectindicator van het Ministerie van EZ (rood = zeer gevoelig; oranje = gevoelig; groen = niet gevoelig; wit = onbekend; X= niet van toepassing; … = onbekend).
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X … …
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X … …
…
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X … … … … …
…
… … …
X
X
X
X
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
mechanisch
optisch
licht
trillingen
geluid
stikstof depositie
verontreiniging
oppervlakteverlies
Stuifzandheiden met struikhei Binnenlandse kraaiheidebegroeiingen Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Beken en rivieren met waterplanten Vochtige heide (hogere zandgronden) Droge heiden Jeneverbesstruwelen *Heischrale graslanden Blauwgraslanden *Actieve hoogvenen (heideveentjes) Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Pioniervegetaties met snavelbiezen Kalkmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Oude eikenbossen *Hoogveenbossen *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Gevlekte witsnuitlibel Vliegend hert Beekprik Rivierdonderpad Kamsalamander Meervleermuis Drijvende waterweegbree Wespendief Nachtzwaluw IJsvogel Draaihals Zwarte specht Boomleeuwerik Duinpieper Roodborsttapuit Tapuit Grauwe klauwier
…
… …
12
3.5.3 Habitattypen Er zijn 19 habitattypen aangewezen voor het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (Tabel 3.1). In de omgeving van het plangebied liggen de habitattypen droge heiden (H4030), binnenlandse kraaiheidebegroeiingen (H2320) en zandverstuivingen (H2330). De landelijke staat van instandhouding van Binnenlandse kraaiheidebegroeiing is matig ongunstig (Tabel 3.1). De landelijke staat van instandhouding van droge heiden en zandverstuivingen is zeer ongunstig. Voor binnenlandse kraaiheidebegroeiing geldt een instandhoudingsdoelstelling voor oppervlakte en voor kwaliteit. Voor droge heide en zandverstuivingen geldt voor zowel de oppervlakte en de kwaliteit van de habitattypen een uitbreidingsdoelstelling. Droge heiden (H4030)
Het habitattype droge heiden ligt verspreid op de Veluwe ten westen van Wapenveld. De landelijke staat van instandhouding van droge heiden is zeer ongunstig (tabel 3.1). Voor zowel de oppervlakte en de kwaliteit van de habitats geldt een uitbreidingsdoelstelling. Effecten Droge heiden zijn gevoelig voor oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoring en mechanische verstoring. Het is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Oppervlakteverlies Werkzaamheden worden buiten de begrenzing van dit habitattype uitgevoerd. Negatieve effecten op dit habitattype door oppervlakteverlies zijn uit te sluiten. Verontreiniging Droge heiden zijn zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Het is onbekend in welke mate de voorgenomen plannen in zowel de aanleg als de gebruiksfase tot een vermeerdering van stikstof depositie uit de lucht zal leiden en welke effecten dit geeft. Hiervoor is een berekening nodig om te kijken of er überhaupt sprake is van toename.
Verstoring Doordat de bouwwerkzaamheden op ruime afstand (ca. 700 m) van het habitattype plaatsvinden en deze werkzaamheden van tijdelijke aard zijn worden er geen negatieve effecten verwacht door verstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype. Effecten op het habitattype zijn tijdens de gebruiksfase ook uitgesloten omdat er een grote buffer bestaat tussen de heide terreinen en het plangebied in de vorm van bossen. Binnenlandse kraaiheidebegroeiing (H2320)
Het habitattype binnenlandse kraaiheidebegroeiing komt zuid-westelijk van Wapenveld voor, zie figuur 3.1. De landelijke staat van instandhouding van binnenlandse kraaiheidebegroeiing is zeer ongunstig (tabel 3.1). Voor zowel de oppervlakte en de kwaliteit van de habitats geldt een behoudsdoelstelling. Effecten Binnenlandse kraaiheidebegroeiing is gevoelig voor oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoring en mechanische verstoring. Het is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Oppervlakteverlies Werkzaamheden worden buiten de begrenzing van dit habitattype uitgevoerd. Negatieve effecten op dit habitattype door oppervlakteverlies zijn uit te sluiten. Verontreiniging Binnenlandse kraaiheidebegroeiing is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Het is onbekend in welke mate de voorgenomen plannen in zowel de aanleg als de gebruiksfase tot een vermeerdering van stikstof depositie uit de lucht zal leiden en welke effecten dit geeft. Hiervoor is een berekening nodig om te kijken of er überhaupt sprake is van toename. Verstoring Doordat de bouwwerkzaamheden op ruime afstand (ca. 2,5 km) van het habitattype plaatsvindt en deze werkzaamheden van tijdelijke aard zijn worden er geen negatieve effecten verwacht door verstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype.
Effecten op het habitattype zijn tijdens de gebruiksfase zijn ook uitgesloten omdat er een grote buffer bestaat tussen de heide terreinen en het plangebied in de vorm van bossen.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
13
Zandverstuivingen (H2330)
Het habitattype zandverstuivingen is zuidwestelijk van Wapenveld gelegen. De landelijke staat van instandhouding van zandverstuivingen is zeer ongunstig (tabel 3.1). Voor zowel de oppervlakte en de kwaliteit van de habitats geldt een uitbreidingsdoelstelling. Effecten Zandverstuivingen zijn gevoelig voor oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoring en mechanische verstoring. Het is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Oppervlakteverlies Werkzaamheden worden buiten de begrenzing van dit habitattype uitgevoerd. Negatieve effecten op dit habitattype door oppervlakteverlies zijn uit te sluiten. Verontreiniging Zandverstuivingen zijn zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Het is onbekend in welke mate de voorgenomen plannen in zowel de aanleg als de gebruiksfase tot een vermeerdering van stikstof depositie uit de lucht zal leiden en welke effecten dit geeft. Hiervoor is een berekening nodig om te kijken of er überhaupt sprake is van toename. Verstoring Doordat de bouwwerkzaamheden op ruime afstand (ca. 2,5 km) van het habitattype plaatsvinden en deze werkzaamheden van tijdelijke aard zijn worden er geen negatieve effecten verwacht door verstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype.
Effecten op het habitattype zijn tijdens de gebruiksfase zijn ook uitgesloten omdat er een grote buffer bestaat tussen de heide terreinen en het plangebied in de vorm van bossen. Conclusie habitattypen • Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen zijn niet uitgesloten. De toename van stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase zullen berekend moeten worden om uit te sluiten of er negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelstellingen. Omdat negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd waarin de effecten nauwkeurig worden beschreven en wordt bepaald of en zo ja
welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten zoveel als mogelijk te beperken. 3.3.4 Habitatsoorten Er zijn 7 habitatsoorten aangewezen voor het Natura 2000-gebied Veluwe (Tabel 3.1). Deze worden hieronder per soortgroep besproken. Planten De drijvende waterweegbree (H1831) is een aangewezen habitatsoort voor het Natura 2000-gebied. De landelijke staat van instandhouding van drijvende waterweegbree is matig gunstig (Tabel 3.1). Voor zowel de oppervlakte en de kwaliteit geldt een behoudsdoelstelling voor deze soort. Vanuit de NDFF (2019) zijn in of in nabijheid van het plangebied (± 10km) geen recente (<5 jaar) waarnemingen bekend van de drijvende waterweegbree. Ook ontbreekt geschikt leefgebied voor deze soort in het plangebied en ruimere omgeving. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling voor de drijvende waterweegbree zijn door het plan uitgesloten. Conclusie planten • Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor drijvende waterweegbree zijn uitgesloten. Vleermuizen De meervleermuis (H1318) is een aangewezen habitatsoort voor het Natura 2000-gebied. De landelijke staat van instandhouding van meervleermuis is ongunstig (Tabel 3.1). Voor zowel de oppervlakte als de kwaliteit geldt een behoudsdoelstelling voor deze soort.
Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen wordt onderscheid gemaakt in verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Vanuit de NDFF zijn in of in nabijheid van het plangebied (± 5km) geen waarnemingen bekend van de meervleermuis.
Ecologisch Adviesbureau Viridis |Nachtegaalweg en Groteweg Wapenveld
14
Verblijfplaatsen Meervleermuis is een gebouwbewonende soort en bebouwing ontbreekt geheel in het plangebied. In het omliggende terrein staan wel gebouwen. Meervleermuizen verblijven in de actieve periode (april tot oktober) in de omgeving van grotere wateren. Doordat water in de omgeving geheel ontbreekt is het voorkomen van de meervleermuis in de actieve periode uitgesloten. Het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is vooral geschikt voor de meervleermuis als overwinteringslocatie. Er staan verschillende oude bunkers die een geschikt onderkomen voor de meervleermuis vormen om in te overwinteren. De meervleermuizen worden hier ook jaarlijks geteld door vrijwilligers van de Zoogdiervereniging. De bunkers hebben een dikke betonnen muur die ervoor zorgen dat er een constante tempratuur binnen aanwezig is. Daarnaast moet de luchtvochtigheid hoog genoeg zijn en moet er voldoende rust zijn. Ook deze structuren ontbreken in de directe omgeving van het plangebied (±5 km). Vliegroute Vleermuizen oriënteren zich door middel van echolocatie. Ze zenden ultrasone geluiden uit. De terugkaatsende geluiden van bijvoorbeeld gebouwen, struiken, bomen of oevers geven de dieren een beeld van de omgeving. Om deze reden vliegen de vleermuizen vaak langs opvallende oriëntatiepunten zoals een rij bomen, langs rietkragen, langs huizenrijen, etc.