7.2. Ruimtelijke onderbouwing Soerelseweg (def.)
Tekst van het document
Geluidscherm gezien vanuit de achtertuin van de vrijstaande woning (bron: De Bruin Architecten bv BNA)
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
30
Geluidscherm ter hoogte van het appartementengebouw (bron: De Bruin Architecten bv BNA) Uit deze afbeeldingen kan worden geconcludeerd dat een afscherming noodzakelijk is met een hoogte van circa 2 bouwlagen. Gezien vanaf het parkeerterrein van de Aldi (afbeelding 1) wordt het zicht op de omgeving onttrokken. Dit doorbreekt het dorpse karakter van dit deel van het centrum van Heerde dat wordt gekenmerkt door afwisselende bebouwing, doorzichten tussen en achter bebouwing en al om aanwezig zicht op groen en bomenstructuur. Een hoog scherm zorgt voorts voor onaanvaardbaar veel schaduw in de tuin van de vrijstaande woning en het appartementengebouw (afbeelding 2 en 3). C) Maatregelen ontvanger Het staken van de voorgenomen ontwikkeling is niet aan de orde. Door de gemeente Heerde, zowel ambtelijk als bestuurlijk, en door de omgeving is overwegend positief op de plannen gereageerd. Het staken van de voorgenomen ontwikkelingen betekent tevens dat het perceel in de huidige situatie gehandhaafd blijft. Vanuit ruimtelijke kwaliteit, het goede woon- en leefklimaat en de veiligheid in het centrum van Heerde is dat ongewenst. a. Verplaatsen pand tot buiten geluidszone Het verplaatsen van het pand leidt tot een verschuiving richting omwonenden. Deze omwonenden hebben aangegeven hier geen prijs op te stellen.
Daarnaast wordt de inrichting van het totale plangebied dan anders, wat ook effect heeft op de situering van parkeerplaatsen. Ruimtelijk gezien is dit niet wenselijk. b. Aanpassing indeling pand De aanpassing van het pand is eveneens niet wenselijk. De ruimten waar nu sprake is van een hoger akoestisch niveau betreffen slaapkamers. Overdag zijn hier geen mensen. In de nachtperiode wel, maar dan is het akoestisch niveau lager. Het is juist goed om deze ruimten in plaats van bijvoorbeeld een woonkamer aan deze zijde van het pand te situeren. Conclusie Het plaatsen van een geluidscherm is vanuit stedenbouwkundig opzicht onwenselijk en heeft een te grote impact op de ruimtelijke kwaliteit in het centrum van Heerde en het goede woon- en leefklimaat, als gevolg van schaduwwerking, voor de nieuwe woningen in het besluitgebied. Ook het verplaatsen van het gebouw, maatregelen aan de bron en een andere indeling van het pand zijn niet wenselijk zoals hiervoor beschreven. Om de realisatie van de woning mogelijk te maken dient een hogere waarde te worden vastgesteld. Daarnaast zal in een aanvullend onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelwering dusdanig is dat een binnenniveau van 33 dB wordt gewaarborgd. Hierover meer in paragraaf 5.6.3, waarin ook de gevelmaatregelen zijn beschreven die nodig zijn om het juiste akoestische niveau te kunnen bereiken.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
31
5.6 Industrielawaai 5.6.1 Beoordelingskader Bij de afweging of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening is aansluiting gezocht bij de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ editie 2009. Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen op een verantwoorde afstand van elkaar worden gesitueerd. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de aard van de omgeving. In de VNG publicatie wordt onderscheidt gemaakt in omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De omgeving van het besluitgebied, is mede gelet op de aanwezige bedrijvigheid, te typeren als gemengd gebied. In de VNG publicatie is het volgende toetsingskader opgenomen: Ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, in een gebiedstype gemengd gebied, bedraagt het toetsingskader in eerste aanleg: • •
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode; maximaal (piekgeluiden): 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.
Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau kan gemotiveerd een 5 dB hogere norm worden toegestaan en mogen de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) als gevolg van aan- en afrijdend verkeer worden uitgesloten van toetsing. 5.6.2 Onderzoek Het plangebied is gelegen in de directe nabijheid van een Supermarkt [Aldi], welke akoestisch van invloed is op de optredende geluidbelastingen op de gevels van dit geprojecteerde woningbouwplan. Hiervoor dient een onderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig het gestelde in het Activiteitenbesluit, waarbij de bestaande woonbebouwing in eerste instantie leiding gevend is bij de bepaling van de bestaande planologische geluidruimte voor de supermarkt. Het onderzoek is als bijlage 4 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Uit jurisprudentie blijkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing eveneens moet worden uitgegaan van de planologisch maximale invulling van de geluidsruimte voor de betreffende inrichting en mag deze niet enkel gebaseerd zijn op de vergunde situatie. Enkel wanneer beide situaties zijn beschouwd, kan worden gesteld dat er geen sprake is van een belemmering van de (toekomstige) bedrijfsvoering en dat de inrichting niet in haar belangen zal worden geschaad.
Hierbij dienen de optredende geluidbelastingen op de in de directe omgeving van de supermarkt aanwezige bestaande woningen, gerelateerd aan de ter plaatse maximaal mogelijke langtijdgemiddelde geluidniveaus, daarom eveneens als uitgangspunt te worden aangehouden. Een van de beide doelstellingen van dit ingestelde aanvullende akoestische onderzoek is dan ook om na te gaan in hoeverre naar aanleiding van de optredende geluidbelastingen op de bestaande woonbebouwing in de directe omgeving van de supermarkt, nog geluidsruimte over is voor mogelijke uitbreidingen. In de regel wordt bij het vaststellen van de maximale planologische bedrijfssituatie de representatieve bedrijfssituatie beschouwd, vermeerderd met de nog aanwezige geluidsruimte ter plaatse van de voor de te onderzoeken plangebied relevante bestaande woningen. Tijdens het doornemen van het akoestische onderzoek van de supermarkt, is gebleken dat er bij het uitwerken van het rekenmodel onder anderen rekening is gehouden met de afschermende werking van een in de huidige situatie aanwezige berging op het terrein van de buurman. Deze berging is in het rekenmodel gemodelleerd als geluidscherm, met een hoogte van 3,0 meter en een lengte van ongeveer 45 meter. Dit betreft een incorrecte aanname.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
32
Deze berging heeft namelijk in het vigerende bestemmingsplan geen positieve bestemming als onlosmakelijke geluidafscherming voor de naastgelegen inrichting. Deze behoort toe aan de naast gelegen woning van derden. Dit houdt in dat dit een niet recht zekere afscherming betreft, die voor het vastleggen van de maximale planologische geluidsruimte niet mag worden meegerekend. Om na te kunnen gaan of er ook na het weglaten van de betreffende afschermende bergingen en het terugplaatsen van een geluidscherm met een hoogte van 2,00 meter op de betreffende erfscheiding, nog sprake is van enige geluidruimte bij het representatief in werking hebben van de betreffende supermarkt, is gericht onderzoek uitgevoerd. Er is uitgaande van het door de supermarkt uitgewerkte akoestische onderzoek, met name op de verdiepingen van de bestaande woningen, sprake van een overschrijding van het optredende langtijdgemiddelde geluidniveau. Deze overschrijding is met name afkomstig van de laad- en loshandelingen welke in het kader van de toetsing aan het Activiteitenbesluit gedurende de dag periode niet behoeft te worden meegenomen, maar bij de beoordeling van de ruimtelijke inpassing wel. Voor de maximaal optredende geluidbelastingen zullen laad- en loshandelingen in de avond- en nachtperiode in de bestaande situatie, eveneens zorgen voor een forse overschrijding van de toegestane toetsingswaarden.
Dit temeer omdat LAmax voor laden en lossen niet vrijgesteld is van toetsing. Dit houdt in dat laad- en losactiviteiten in de avond- en nachtperiode op basis van de bestaande bebouwing reeds zijn uitgesloten. De invoergegevens voor het bepalen van de optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde nieuwbouw, zijn overgenomen uit het akoestische onderzoek dat ten grondslag heeft gelegen aan de realisatie van de supermarkt. Deze zijn deels aangevuld en aangepast op basis van de momenteel te hanteren uitgangspunten. Om de maximale planologische geluidruimte ter plaatse van de geprojecteerde bebouwing te kunnen bepalen, zijn er naast de door Buijvoets Bouw- en geluidsadvisering ingevoerde representatieve bedrijfssituatie, de volgende aanpassingen en aanvullingen door ons bureau in het uit te werken rekenmodel opgenomen: 1. het weglaten van de planologisch niet rechtzekere afscherming van een aanwezige op het belendende perceel aanwezige berging met een hoogte van 3,00 meter; hiervoor in de plaats is het aanwezige geluidscherm met een hoogte van 2,00 meter opgenomen; 2.
het verlagen van het bronvermogen van de koelmotor van de koelwagen; deze is zoals dit binnenstedelijk verplicht is, vervangen door een hybride-koelinstallatie, waarbij wij op basis van binnen ons bureau beschikbare meetgegevens, zijn uitgegaan van een maximaal bronvermogen van 93 dB(A) en een bronhoogte van 3.50 meter; 3. het opnemen van de optredende maximale geluidbelasting L Amax afkomstig van het laden en lossen van goederen en de overige representatieve activiteiten binnen de inrichting gedurende de dagperiode; 4. de bronlocatie voor het wisselen van de vuilcontainer is, overeenkomstig de daadwerkelijke situatie, naar de juiste plek verschoven. Uitwerking bronniveaus laden en lossen Om de optredende geluidbelastingen in het kader van de ruimtelijke inpassing te kunnen toetsen, dienen met name de maximale bronniveaus afkomstig van de maatgevende laad- en loshandelingen nog te worden bepaald. Omdat er in 2019 een gerichte geluidmeting (gedurende een week) heeft plaats gevonden in de directe omgeving van het te projecteren appartementencomplex, wordt voorgesteld om de optredende maximale geluidbelasting als gevolg van het laden en lossen, te baseren op de uitkomsten van deze meetgegevens.
Omdat er geen laad- en loshandelingen in de avond- en nachtperiode plaats kunnen vinden als gevolg van het overschrijden van de optredende geluidbelastingen op de bestaande woonbebouwing in de directe omgeving, worden deze met name gebaseerd op de meetuitkomsten zoals deze gedurende de dag periode zijn vastgesteld.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
33
Uit het meetoverzicht blijkt dat het optredende maximale geluidniveau ter plaatse van de meetlocatie [TPmeet] op enige afstand van de laad- en loslocatie, gedurende de dag periode op maandag 85 dB(A) betrof, op dinsdag 84 dB(A), op woensdag 81 dB(A), op donderdag 89 dB(A), op zaterdag 88 dB(A) en op zondag 76 dB(A). Omgerekend naar een ter plaatse van de laad- en loslocatie uitstralend bronniveau, zoals deze kan worden ingevoerd in het rekenmodel, zal deze omgerekend liggen tussen de 114 dB(A) en 120 dB(A). Al naar gelang het te kiezen tijdsbestek waarover de maximale geluidbelasting wordt bepaald. Omdat er geen sprake is geweest van een permanent bemande geluidmeting, is er geen registratie bijgehouden van eventueel stoorgeluid. Wij gaan er daarom van uit dat de gemeten geluidbelastingen allen afkomstig zullen zijn van laaden loshandelingen. Dit ondanks het feit dat er wel sprake is van een relatief grote spreiding tussen de gemeten piekwaarden voor LAmax. Deze spreiding bedraagt namelijk 8 dB(A). Om er zeker van te zijn dat er in ieder geval niet zal worden ondergedimensioneerd bij het kiezen van maatregelen, is het advies van de Omgevingsdienst om ervoor te kiezen om de maximaal optredende geluidbelasting, zoals deze tijdens de meetweek op 2 dagen per week gedurende een kort tijdsbestek als piekwaarde is geregistreerd, als uitgangspunt te hanteren.
Wij hebben dit overgenomen en daarom een bronniveau in het rekenmodel ingevoerd van 120 dB(A). Conclusie Activiteitenbesluit Ter plaatse van het geprojecteerde appartementencomplex wordt, na afronding, op alle ontvangerpunten voldaan aan de gestelde grenswaarden van het Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Overeenkomstig de meetgegevens in de onmiddellijke omgeving van de te projecteren appartementen, weergegeven onder TPmeet op 5,00 meter, is in de dag-, avond-, en nachtperiode een langtijdgemiddeld geluidniveau gemeten van respectievelijk 50,5 dB(A), 45,7 dB(A)en 42,9 dB(A). De in het rekenmodel opgenomen rekenuitkomsten, welke zijn gebaseerd op de voor dit onderzoek uitgewerkte representatieve bedrijfssituatie, zijn hiermee nagenoeg vergelijkbaar [liggen ongeveer 1 dB(A) hoger], zodat deze inderdaad als representatief kunnen worden beschouwd. Ter plaatse van de geprojecteerde vrijstaande woning is sprake van een overschrijding van toetsingswaarde voor het langtijdgemiddelde geluidniveau van maximaal 5 dB(A) op de naar de supermarkt gerichte zijgevel op de verdieping. Door deze gevel uit te voeren als ‘Dove gevel’ is er ter plaatse van de slaapvertrekken in de avondperiode nog slechts sprake van een overschrijding van het maximale geluidniveau van maximaal 3 dB(A).
Deze overschrijding kan worden opgevangen door de al aanwezige extra geluidwering van de schilconstructie overeenkomstig het gestelde in het Bouwbesluit. De buitenruimte ter plaatse van de geprojecteerde appartementen en aan de achterzijde van de geprojecteerde woning kan worden aangemerkt als geluidluw, omdat hier de grenswaarde van de etmaalwaarde van 50 dB(A) niet wordt overschreden. Omdat het Activiteitenbesluit het laden en lossen en de hieraan gerelateerde handelingen voor de dagperiode uitsluit van toetsing en er geen laad- en losactiviteiten plaats (kunnen) vinden in de avond- en nachtperiode, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een overschrijding van de maximale geluidbelasting. Ter plaatse van de geprojecteerde woning is, uitgaande van het aanbrengen van een ‘dove gevel’ ter plaatse van de naar de supermarkt gerichte gevel, sprake van een overschrijding van de optredende geluidbelasting op de voor- en achtergevel, van 3 dB(A) Deze overschrijding kan worden opgevangen door de al aanwezige extra geluidwering van de schilconstructie overeenkomstig het gestelde in het Bouwbesluit. Conclusie ruimtelijke inpassing Ter plaatse van het geprojecteerde appartementencomplex wordt, na afronding van de optredende geluidbelastingen, op alle ontvangerpunten voldaan aan de gestelde grenswaarden van het Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
34
Ter plaatse van de geprojecteerde vrijstaande woning is sprake van een overschrijding van toetsingswaarde voor het langtijdgemiddelde geluidniveau van maximaal 5 dB(A) op de naar de supermarkt gerichte zijgevel op de verdieping. Door deze gevel uit te voeren als ‘Dove gevel’ is er ter plaatse van de slaapvertrekken in de avondperiode nog slechts sprake van een overschrijding van het maximale geluidniveau van maximaal 3 dB(A). Deze overschrijding kan worden opgevangen door de al aanwezige extra geluidwering van de schilconstructie overeenkomstig het gestelde in het Bouwbesluit. De maximale overschrijding van 12 dB(A) als gevolg van het tijdens het laden- en lossen optredende maximale geluidniveau ter plaatse van het appartementengebouw, vindt enkel plaats gedurende de dag periode, zodat er geen sprake is van slaapverstoring. Gedurende de avond- en nachtperiode is er namelijk geen sprake van laad- en losactiviteiten, omdat deze op basis van de optredende geluidbelastingen op de bestaande bebouwing reeds zijn uitgesloten. Daarnaast kan nog worden opgemerkt dat wij hierbij zijn uitgegaan van de optredende hoogste twee piekbelastingen gedurende een beoordelingsperiode van een gehele week. Ter plaatse van de geprojecteerde woning is de optredende maximale overschrijding op de naar de supermarkt gerichte gevel 9 dB(A) tijdens de dagperiode en van 6 dB(A) in de avondperiode.
Deze geluidbelastingen treden dagelijks op vanwege het passeren van voertuigen. Door de naar de supermarkt gerichte gevel uit te voeren als ‘Dove gevel’ is er ter plaatse van de slaapvertrekken in de avondperiode nog slechts sprake van een overschrijding van het maximale geluidniveau van maximaal 3 dB(A). Deze overschrijding kan worden opgevangen door de al aanwezige extra geluidwering van de schilconstructie overeenkomstig het gestelde in het Bouwbesluit. Aanbeveling Om ervoor te zorgen dat het toegestane binnenniveau in de voor geluidgevoelige ruimten van de geprojecteerde woonbebouwing niet zullen worden overschreden, wordt voorgesteld om zodanige geluidwerende voorzieningen in de buitengevels aan te brengen, dat de optredende maximale geluidbelastingen ten behoeve van de ruimtelijke inpassing, minus de gevelweerstand, voldoen aan de hieraan gestelde grenswaarden. Hiervoor dient bij de indiening van de aanvraag Omgevingsvergunning, een akoestisch onderzoek ‘Geluidwering gevels’ te worden overlegd. Dit onderzoek is uitgevoerd en wordt in de volgende paragraaf behandeld.
5.6.3 Onderzoek geluidwering gevels In voorgaande paragraaf is geconstateerd dat onderzoek noodzakelijk is naar de minimaal op te nemen benodigde geluidwerende voorzieningen ten gevolge van het optredende geluidniveau afkomstig van het representatief in gebruik zijn van een supermarkt ter plaatse van een te realiseren appartementencomplex en een vrijstaande enkele woning aan de Soerelseweg te Heerde. Het onderzoek is als bijlage 5 opgenomen. Het doel van het ingestelde onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het optredende binnenniveau in de verschillende verblijfsruimten (en verblijfsgebieden) ten gevolge van het optredende geluidniveau afkomstig van de supermarkt. Hierbij is met name het geluid afkomstig van laad- en loshandelingen maatgevend. Voorts dient te worden nagegaan welke voorzieningen er moeten worden getroffen om te kunnen voldoen aan de hieraan in het kader van het Bouwbesluit gestelde grenswaarden. Conclusies onderzoek Volgens de uitgangspunten die in het rapport zijn beschreven, is voor de maatgevende verblijfsgebieden en ruimten de karakteristieke geluidswering (Ga,k) berekend. De resultaten van deze berekeningen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tevens staan in deze tabel de minimale karakteristieke geluidswering (Ga,k norm [min]) weergegeven, waaraan de gevels moeten voldoen. De uitgebreide berekeningen als bijlage van het onderzoek opgenomen.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
35
Woning Type A
Verblijfscode A B C D E F G H I J K L M N
Type B
Woning
Verblijfsruimte Woonkamer R.03 Slaapkamer R.04 Woonkamer R.03 Slaapkamer R.08 Slaapkamer R.07 Woonkamer R.03 Woonkamer R.03 Slaapkamer R.04 Slaapkamer R.07 Woonkamer R0.03 Keuken R0.04 Slaapkamer R1.02 Slaapkamer R1.03 Slaapkamer R1.04
G a,k Norm 25,0 25,0 24,0 25,0 23,0 27,0 27,0 21,0 20,0 26,0 26,0 27,0 31,0 31,0
G a,k Berekend 27,9 25,6 30,2 31,1 32,6 28,3 29,0 25,8 30,4 35,2 33,3 39,0 31,8 38,7
Uit de berekeningen blijkt dat de karakteristieke geluidswering van de gevel(s), volgens de in het onderzoeksrapport vermelde uitgangspunten, voldoet aan de minimaal hieraan te stellen vereiste karakteristieke geluidswering. Wanneer er in de achtergevel (Zuid) en de linker zijgevel (Oost) van het appartementencomplex een akoestische beglazing [Thermobel Stratobel 44.2-16-33.2, o.g.] wordt opgenomen en gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesystemen in de appartementen en voor de beide overige gevels een standaardbeglazing [4/15/5 mm] wordt toegepast, dan kan aan de gestelde binnenwaarden worden voldaan. Voor de vrijstaande woning kan, ervan uitgaande dat er eveneens sprake is van een gebalanceerd ventilatiesysteem, ook een standaardbeglazing worden toegepast. In het kader van voorliggend plan is invulling gegeven aan deze maatregelen. 5.6.4 Conclusie Voor de vrijstaande woning dient ten gevolge van de overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Soerelseweg een hogere waarde bij het college van burgemeester en wethouders te worden aangevraagd en vastgesteld. Daarnaast dienen, de in het als bijlage opgenomen onderzoek geluidwering gevels, vereiste bouwkundige maatregelen of maatregelen met een soortgelijk effect te worden toegepast.
Met inachtneming van voorgaande, wordt geconcludeerd dat het aspect ‘akoestiek’ geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
5.7 Externe veiligheid 5.7.1 Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: • • • •
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes; Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
36
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008).
Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • • •
risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen; bovengrondse hoogspanningslijnen.
Uitsnede risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl) 5.7.2 Inrichtingen Binnen een straal van 1 kilometer rondom het besluitgebied bevindt zich één risicovolle inrichting. Het betreft Hegin BV. Metal Finishing aan de Sportlaan 8. Binnen de inrichting bevindt zich een zuiveringsinstallatie met
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
37
een maximale inhoud van 1.000 liter zeer giftige vloeistoffen. Met een kortste afstand van circa 780 meter tot het plangebied, levert de inrichting geen belemmering op. 5.7.3 Transportroutes gevaarlijke stoffen Binnen een straal van 1 kilometer rondom het besluitgebied bevinden zich geen transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 5.7.4 Buisleidingen In de nabijheid van het besluitgebied liggen geen hogedrukaardgastransportleidingen of K1-, K2-, K3brandstofleidingen of bovengrondse hoogspanningslijnen. 5.7.5 Conclusie Duidelijk is dat er in de omgeving van het besluitgebied geen objecten zijn gelegen die in het kader van externe veiligheid dienen te worden beschouwd. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
5.8 Luchtkwaliteit 5.8.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
38
De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerzijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling zijn criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
5.8.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning en zes appartementen. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
5.9 Watertoets Het doel van de watertoets is om in vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is op 26 oktober 2018 uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het waterschap Vallei en Veluwe een wateradvies uitgebracht. De watertoets is als bijlage 6 opgenomen in de Bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. 5.9.1 Advies Waterschap Beoordeling In het besluitgebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies afgegeven. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het besluitgebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.
Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / drainen van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaande aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
39
Grondwaterfluctuatiezone Het besluitgebied ligt binnen de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om daarmee toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. 5.9.2 Hemelwater Het hemelwater dat op de daken, de erfverharding en de onverharde delen valt, wordt op het eigen terrein in de bodem geïnfiltreerd. De grondwaterstand ligt ter plaatse van het besluitgebied circa 1,50 meter beneden maaiveld en de bodemopbouw bestaat voornamelijk lemig (leemarm, zwak lemig tot lemig) fijn zand. Op basis van deze condities is infiltratie van het hemelwater in de bodem goed mogelijk. Hiertoe worden de nieuwe verhardingen en de daken van de nieuwe bebouwing aangesloten op een infiltratieriool dat bestaat uit infiltratiebuizen en –kratten. De toegangsweg en het parkeerterrein bieden voldoende ruimte om deze voorzieningen aan te kunnen leggen. 5.9.3 Afvalwater Conform de Leidraad Rioleringen en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen.
Het afvalwater van de vrijstaande woning en het appartementencomplex wordt respectievelijk aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering zoals aanwezig onder de Soerelseweg en de J.A. te Nuijlstraat. Hiervoor wordt te zijner tijd een vergunning aangevraagd. 5.9.4 Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. 5.9.5 Conclusie Op basis van de watertoets heeft Waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies afgegeven. Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
5.10 Flora en fauna 5.10.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Update rapport Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
40
De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10). Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Update rapport Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie.
In een zogenaamd beheer-plan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
41
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.10.2 Quickscan flora en fauna Tuitert Natuuronderzoek uit Zwolle heeft een quickscan flora en fauna (projectnummer: AT/2017/20.05, versie D1; datum 20 mei 2017) uitgevoerd ter hoogte van het besluitgebied. Het doel van de quickscan is het inzichtelijk maken van eventuele wettelijk beschermde planten- en dierensoorten in en direct rondom het plangebied. Daarnaast wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden er uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. Het onderzoek is als bijlage 7 opgenomen in de Bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Gezien de doorlooptijd van het plan heeft een actualisatie van de ecologische quickscan plaatsgevonden. De resultaten zijn als bijlage 7a opgenomen en verwerkt in deze paragraaf. 5.10.3 Gebiedsgerichte natuurbescherming Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht, geluid en optische verstoring op voorhand worden uitgesloten.
Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening voor de aanleg- en toekomstige gebruiksfase nader onderzocht. Het onderzoek is als bijlage 8 opgenomen in de Bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de AERIUS-berekening volgt dat zowel voor de aanlegfase als voor de toekomstige gebruiksfase geen sprake is van depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. De aanleg en het toekomstig gebruik vormen met betrekking tot het aspect stikstof daarmee geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Om die reden is voor de voorgenomen ontwikkeling geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. Verdere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Ook leidt de ontwikkeling niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk. Verder toetsing in de vorm van een ‘nee, tenzij-toets’ is niet aan de orde.
5.10.4 Beschermde flora en fauna Quickscan 2017 Het plangebied vormt in beperkte mate geschikt leefgebied voor de algemeen voorkomende zoogdiersoorten zoals de egel. Het betreft andere beschermde soort (art. 3.10 Wn), waarvoor een provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming geldt. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. De bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen en vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats zoals huismus en gierzwaluw. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. In de begroeiing rondom de bebouwing en in de bebouwing zelf kunnen algemeen voorkomende zangvogels broeden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen dient voorkomen te worden, bijvoorbeeld door te werken buiten het broedseizoen op plaatsen waar vogels kunnen broeden. Actualisatie 2023 De grote loodsen in het onderzoeksgebied zijn recent door vleermuizen gebruikt als verblijfplaats. Niet duidelijk is of alleen sprake is van een hangplek van foeragerende gewone grootoorvleermuizen of dat de dieren de gebouwen ook gebruiken als (kraam)verblijfplaats. Dit zal aan de hand van aanvullend
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
42
vleermuisonderzoek moeten worden vastgesteld. Dit onderzoek wordt toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning indien het onderzoek is afgerond. Indien sprake is van een vaste rust- of voortplantingsplaats van vleermuizen, dan is voor de sloop daarvan een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In het onderzoeksgebied kunnen de kleine marterachtigen bunzing en wezel voorkomen. Aan de hand van onderzoek met een camera kan worden vastgesteld of sprake is van een vaste rust- of voortplantingsplaats of van essentieel leefgebied van deze kleine marterachtigen. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het aanvullende onderzoek wordt aan de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd zodra dit onderzoek uitgevoerd is. Verder zijn geen niet-vrijgestelde beschermde soorten of vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aanwezig in het onderzoeksgebied. Wel kunnen in de begroeiing rondom de bebouwing en in de bebouwing zelf algemeen voorkomende zangvogels broeden. Nesten van deze vogels zijn niet jaarrond beschermde. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen dient voorkomen te worden, bijvoorbeeld door te werken buiten het broedseizoen op plaatsen waar vogels kunnen broeden.
5.10.5 Conclusie Op basis van de quickscan wordt aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen gedaan en wordt aanvullend onderzoek naar marterachtigen uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten van de onderzoeken worden noodzakelijke maatregelen getroffen. De onderzoeksresultaten worden aan de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd zodra de onderzoeken gereed zijn.
5.11 Archeologie en cultuurhistorie 5.11.1 Archeologie Greenhouse Advies bv uit Huissen heeft een archeologisch bureauonderzoek (projectnummer: BSB04318, versie 1.0; datum 29 april 2019) uitgevoerd met als doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Het onderzoek is als bijlage 9 opgenomen in de Bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. 5.11.1.1 Beoordelingskader Het plangebied ligt conform de gemeentelijke beleidskaart deels in een zone met een hoge verwachting en deels in een zone met middelhoge verwachting. In deze zone is archeologisch vooronderzoek verplicht bij ingrepen dieper dan 40 cm en/of met een oppervlakte groter dan respectievelijk 100 m² en 1.000 m². De afbeelding op de volgende pagina verbeeldt de ligging van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Heerde.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
43
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Heerde (bron: gemeente Heerde). 5.11.1.2 Bureauonderzoek Het uitgevoerde onderzoek heeft geresulteerd in de volgende gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de geomorfologische en bodemkundige gegevens en onderzoek in vergelijkbare geologische condities in de omgeving kan worden gesteld dat voor het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting geldt voor alle archeologische perioden. Het plangebied was in principe zonder onderbreking geschikt voor bewoning en gebruik, waarbij het droge dal door de lagere ligging iets minder aantrekkelijk was. Er kunnen archeologische resten verwacht worden in de vorm van verspreide begraving, (periodieke) bewoning en landgebruik uit de vroegere perioden (steentijd, Bronstijd). Daarbij zal het vermoedelijk gaan om losse vondsten van sporen en artefacten. Archeologische resten vanaf de IJzertijd kunnen bestaan uit nederzettingsresten en voor de betreffende periode kenmerkend vondstmateriaal, zoals aardewerk, bouwkeramiek en glas. Eventuele archeologische resten kunnen direct vanaf maaiveld verwacht worden in het esdek en in de top van het onderliggende zand. Gezien de hydrologische condities in het plangebied is de verwachting dat de conservering van eventuele organische archeologische resten matig tot slecht is.
Anorganische resten kunnen wel goed bewaard gebleven zijn. Doordat het plangebied reeds deels bebouwd is, dient er rekening mee te worden gehouden dat de bodem ter plaatse (deels) is aangetast en geroerd. Dit zal zijn veroorzaakt door de aanleg van de funderingen van de bebouwing. Afhankelijk van het soort fundering kan men archeologische resten buiten en binnen deze fundering aantreffen. Voor de geplande ontwikkeling dient men er rekening mee te houden dat men ook hier een onverstoorde bodem kan treffen.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
44
5.11.1.4 Conclusie en advies Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek acht Greenhouse Advies bv vervolgonderzoek noodzakelijk. Er wordt geadviseerd om ter plaatse een verkennend booronderzoek uit te voeren om de intactheid van de bodem(-opbouw) in kaart te brengen. Daarmee kan de archeologische potentie van de ondergrond nader worden bepaald. Procedure Bovenstaand advies is ter beoordeling voorgelegd aan het bevoegd gezag, de gemeente Heerde. Het bevoegd gezag heeft beslist over de aard en invulling van eventueel vervolgonderzoek. Het advies tot het uitvoeren van een verkennend booronderzoek wordt door het bevoegd gezag onderschreven. In afwachting van dit vervolgonderzoek kan men nog niet starten met de bodemverstorende activiteiten. 5.11.2 Cultuurhistorie 5.11.2.1 Aanwezige cultuurhistorische waarden In de directe omgeving en binnen de grenzen van het plangebied komen geen beschermde monumenten voor. Het plangebied ligt niet in de nabijheid of is geen onderdeel van een beschermd stads- dorpsgezicht. In of in de nabijheid van het plangebied komen geen andere objecten of structuren voor met een cultuurhistorische waarde op grond van ander beleid (structuurvisies, omgevingsvisies en/of –verordeningen en bestemmingsplannen). 5.11.2.2 Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
5.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken, vormen de relevante milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
45
6. Juridische vormgeving De gewenste ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Heerde - Dorp' van de gemeente Heerde. Er is dan ook een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) noodzakelijk om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de 'omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan 'Heerde - Dorp', bouwplan Soerelseweg 9 - 11', waar één vrijstaande woning en een appartementengebouw met zes appartementen op het perceel worden gerealiseerd.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
46
7. Uitvoerbaarheid
7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1.1 Inleiding De procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning met uitgebreide procedure is geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hoofdstuk 3, artikelen 3.10 - 3.13 Wabo). Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerp-omgevingsvergunning ter visie kan worden gelegd. Bovendien is voor de uitgebreide procedure afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). 7.1.2 Dialoog belanghebbenden De initiatiefnemer heeft intensief contact met buurtbewoners onderhouden middels een voorlichtingsavond en diverse nieuwsbrieven. In december 2017 heeft er een voorlichtingsavond voor omwonenden plaatsgevonden. Tijdens de voorlichtingsavond is het bouwplan op hoofdlijnen besproken en was er de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Over het algemeen is tijdens deze avond positief gereageerd op de bouwplannen. Geïnteresseerden konden tijdens deze bijeenkomst hun gegevens achterlaten om op de hoogte van de voortgang gehouden te worden. Naar aanleiding hiervan zijn in de afgelopen periode (2017 – 2022) regelmatig nieuwsbrieven verstuurd. In enkele gevallen is met individuele omwonenden afzonderlijk gesproken, heeft telefonisch contact plaatsgevonden of heeft mailcontact plaatsgevonden.
Daarnaast heeft in het kader van voorliggend plan diverse keren afstemming plaatsgevonden met de Aldi. Vanwege de AVG-wetgeving wordt deze correspondentie niet bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd maar is deze wel opvraagbaar en reeds bekend bij de gemeente. 7.1.3 Zienswijzen Het ontwerp van de te verlenen omgevingsvergunning zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze tervisieleggingsperiode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Hiervan zal vooraf kennisgeving plaatsvinden op de gemeentelijke website en in de Staatscourant.
7.2 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken. 7.2.1 Financiële uitvoerbaarheid De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Hoofdstuk 4 (artikelen 4.1 - 4.3) Wabo, Financiële bepalingen) gaat ervan uit dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning het kostenverhaal verzekerd is. De voor dit bouwplan en deze omgevingsvergunning te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de betrokken grondeigenaar en initiatiefnemer. 7.2.2 Anterieure overeenkomst Ten aanzien van het kostenverhaal en eventuele planschade als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen sluiten de gemeente en de initiatiefnemer een overeenkomst. Hiermee is het verhaal van kosten verzekerd.
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
47
Bijlagen
Bijlage 1: Bodemonderzoek Bijlage 2: Asbestinventarisatie Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegeverkeerslawaai Bijlage 3a: Berekening geluidscherm Bijlage 4: Akoestische onderzoek ruimtelijke inpassing Bijlage 5: Akoestisch onderzoek geluidwering gevels Bijlage 6: Digitale watertoets Bijlage 7: QS Flora en fauna Bijlage 7a: Actualisatie QS Flora en fauna Bijlage 8: AERIUS-berekeningen Bijlage 9: Archeologisch bureauonderzoek
Februari 2023 | Ruimtelijke onderbouwing ‘Soerelseweg 9 – 11, Heerde’ | Buro Stedenbouw
48