7.2.3. Toelichting ontwerpbestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde.pdf
Tekst van het document
4.13
M.e.r.-beoordeling
De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) is bedoeld om het milieubelangvolwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r.-procedure is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r.-procedure zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieu-effectrapportage (hierna Besluit). In de Wm en in het Besluit wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde onderdeel C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde onderdeel D-activiteiten). Voor onderhavig initiatief is activiteit D11.2 uit onderdeel D van de Bijlage van het Besluit m.e.r. van
Toelichting (ontwerp)
57
bestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde toepassing: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer Hieronder wordt beschreven of de onder 1 tot en met 3 genoemde drempelwaarden al dan niet worden overschreden. Ad 1: De oppervlakte van het initiatief bedraagt aanzienlijk minder dan 100 hectare. Aldus geldt dat de drempelwaarde niet wordt overschreven. Ad 2: Het initiatief heeft geen betrekking op het bouwen van woningen. Deze drempelwaarde is daarom niet relevant en wordt dus niet overschreden. Ad 3: Het vloeroppervlak van het kenniscentrum bedraagt aanzienlijk minder dan 200.000 m2 of meer, aldus geldt dat de drempelwaarde niet wordt overschreden. Nu de drempelwaarde(n) niet worden overschreden geldt dat sprake is van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Met de inwerkingtreding van het gewijzigde Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 is er procedureel geen verschil meer tussen een vormvrije-m.e.r.-beoordeling en een (gewone) m.e.r.-beoordeling.
Dit betekent dat ook bij ‘vormvrij’ voorafgaand aan het vaststellen van een bestemmingsplan het bevoegd gezag de m.e.r.-beoordeling uitvoert. Na de beoordeling neemt het bevoegd gezag een besluit (m.e.r.-beoordelingsbesluit) waarin staat aangegeven of wel of niet MER moet worden opgesteld. Wanneer het besluit inhoudt dat geen MER hoeft te worden opgesteld dient dit besluit van de m.e.r.-beoordeling als bijlage bij het bestemmingsplan te worden gevoegd. Is echter de conclusie dat wel een MER moet worden opgesteld dan moet het MER als bijlage worden bijgevoegd. Conclusie Op basis van een aanmeldnotitie ten behoeve van een m.e.r.-beoordeling zal het bevoegd gezag (in dit geval het college van Burgemeester en wethouders) een besluit (m.e.r.-beoordelingsbesluit) nemen waarin staat aangegeven, of er wel of niet een MER moet worden opgesteld.
58
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.
5.1
Opzet van de regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen. In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten. Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan. Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, et cetera). Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn. Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming. In paragraaf 5.2 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel. Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen.
Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan een keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels
Toelichting (ontwerp)
59
bestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde Hierin is een regeling opgenomen voor parkeren en laden en lossen. Algemene gebruiksregels. In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels voorzien in de mogelijkheid om de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen en om eventueel de woning te splitsen. Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de verschillende bestemmingen. Bedrijf Deze bestemming is toegekend aan alle gronden binnen het plangebied, met uitzondering van de afschermende beplanting aan 3 zijden van het plangebied. Binnen deze bestemming kan het "circulair kenniscentrum" met bijbehorende bedrijfshallen gerealiseerd worden alsmede de te verplaatsen ambulancepost. Binnen de bestemming Bedrijf is een inwaartse milieuzonering toegepast, uitgaande van een "gemengd gebied". Hierbij wordt per zone een bepaalde afstand in acht genomen ten opzichte van de bestaande woningen aan de Zwarteweg en de Eperweg. Dit resulteert in het aangeven van een aantal zones op de plankaart, waarin bedrijven tot en met een bepaalde milieucategorie zijn toegestaan op basis van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. In het plangebied wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal zones, waarin: tussen 30 en 50 meter uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan zijn; tussen 50 en 100 meter uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan zijn; tussen 100 en 200 meter uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan zijn. Op de plankaart is te zien, dat de zone, waarin bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 zijn toegestaan slechts beperkt van omvang is. De beide andere zones zijn aanzienlijk groter in oppervlakte.
Gesteld kan dan ook worden, dat het meerendeel van de activiteiten van het circulaire kenniscentrum zullen afspelen in de zone tot en met milieucategoirie 3.2 en de zone tot en met milieucategorie 4.1. Omdat van tevoren niet precies is aan te geven welke activiteiten er precies zullen plaatsvinden in een bepaalde zone, kan het voorkomen, dat activiteiten, die volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten thuishoren in categorie 4.1 toch zullen plaatsvinden in de zone 3.2. Dit zou een strijdigheid opleveren met het bestemmingsplan. Om dit te ondervangen is nagegaan of de werkelijke activiteiten van het circulair kenniscentrum met bijbehorende hallen ingepast kunnen worden, rekening houdend met de doorslaggevende milieufactor, te weten 'geluid'. Dat blijkt goed te kunnen. Om deze reden is aan het hele gebied met de bestemming Bedrijf een functieaanduiding toegekend: "Specifieke vorm van bedrijf circulair kenniscentrum". Dit biedt de mogelijkheid om de gronden voor de gewenste bestemming te benutten. In de begripsbepaling is een definitie opgenomen van een circulair kenniscentrum. Met nadruk dient er op gewezen te worden, dat het hier niet gaat om het verwerken van afvalstoffen, maar om het bewerken van bouwmaterialen, die vrijgekomen zijn door sloop elders en die als grondstof benut kunnen worden voor "nieuwe" materialen. Dit alles ten behoeve van het circulair bouwen.
Uiteraard zal via het milieuspoor er voor gezorgd worden, dat alleen activiteiten toegelaten worden, die goed ingepast kunnen worden in de (woon)omgeving.
60
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde
Op de plankaart zijn verder 2 bouwvlakken aangegeven. Deze bouwvlakken mogen geheel bebouwd worden (bebouwingspercentage 100). Daarbij geldt voor het kleinere bouwvlak nabij de Zwarteweg, dat hier tot maximaal 13 meter hoog gebouwd mag worden. Voor het grote bouwvlak is onderscheid gemaakt tussen een tweetal maximale bouwhoogten: 28 meter voor het gedeelte, waarin het kenniscentrum gesitueerd zal worden; 13 meter voor het gedeelte, waarin de hallen gesitueerd zullen worden. Buiten de bouwvlakken is uitsluitend opslag toegestaan op het achterterrein tot een hoogte van 6 meter. Om de buitenopslag van bovenmaatse bouwonderdelen ook mogelijk te maken mag de ruimte tussen het gebouw en de snelweg benut worden voor buitenopslag tot een hoogte van 12 meter. Daarnaast is het mogelijk gemaakt om het gebied, waar buitenopslag tot een hoogte van 12 meter wordt toegestaan aan de zijde van de Eperweg en aan de zijde van de gronden met de bestemming Bos een erfafscheiding te realiseren tot een maximale hoogte van 12 meter. Bos De overige delen van het plangebied hebben de bestemming Bos gekregen. Het betreft hier de bestaande (te handhaven) bosstroken aan de zijde van de Zwarteweg en aan de zijde van de A50. Bebouwing is binnen deze bestemming niet toegestaan, met uitzondering van andere bouwwerken, geen gebouw zijnde.
Teneinde de instandhouding van deze bosstroken te waarborgen is in de regels bij de bestemming "Bedrijf" een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarin wordt bepaald, dat de gronden met de bestemming "Bedrijf" alleen voor de toegelaten doeleinden gebruikt mogen worden indien de duurzame instandhouding van de bosstroken op de gronden met de bestemming "Bos" verzekerd is. Om deze bosstroken duurzaam in stand te kunnen houden zal plaatselijk groot onderhoud verricht moeten worden. Hiertoe zal een (groot) onderhoudsplan opgesteld worden.
Toelichting (ontwerp)
61
bestemmingsplan Zwarteweg 2, Heerde
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente Heerde zal voordat het plan in procedure gaat met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten, zodat de economische uitvoerbaarheid 'anderszins verzekerd' is. De kosten voor de uitvoering van dit bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren. Hiermee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op 11 december 2019 is een informatieavond gehouden voor direct omwonenden/ belanghebbenden. Een verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in Bijlage 17. Op basis van dit verslag zijn de volgende aandachtpunten en overwegingen van omwonenden voor de verdere planuitwerking naar voren gekomen: Omwonende(n) direct gelegen aan de Zwarteweg vroegen zich af of transportbewegingen van Lagemaat over het eigen terrein (lees nieuwe perceel) zouden kunnen plaatsvinden, ook de bewegingen naar de huidige locatie van Lagemaat (kantoor en milieustraat)?; Omwonende (n) direct gelegen aan de Zwarteweg zouden graag één van de twee bestaande in- en uit inritten ter plaatse van de ambulancepost gehandhaafd zien, waardoor meer verkeersafwikkeling op eigen terrein mogelijk is; Omwonende direct gelegen aan de Zwarteweg is van mening dat hij nu vanuit zijn woning tegen een groene bosrand aankijkt en dat straks een situatie zou kunnen ontstaan dat hij in de verte tegen een gevel van het circulaire kenniscentrum aankijkt. Hij stelt voor om de bestaande bosrand -plaatselijk- te verhogen. De initiatiefnemers zeggen toe de punten mee te nemen/te onderzoeken in de verdere uitwerking maar doen en kunnen ook geen toezeggingen doen aan omwonenden.
Op 20 januari 2020 is er een themabijeenkomst gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis .Het college van Burgemeester en wethouders alsmede een zeer ruime vertegenwoordiging van de gemeenteraad was daarbij aanwezig. Tijdens die avond is de raad alsmede het college bijgepraat over de ontwikkelingen op het perceel aan de Zwarteweg. Door middel van een presentatie is inzicht verschaft in de complexe wereld van de circulaire economie. Tijdens de avond zijn er door diverse raadsleden informatieve vragen gesteld, die door de vertegenwoordigers van Lagemaat beantwoord zijn. Door meerdere aanwezigen is positief gereageerd op de plannen. Een verslag van deze bijeenkomst is opgenomen als Bijlage 18 in deze toelichting.
Naar aanleiding van het invullen van de digitale watertoets is overleg geweest over de te nemen maatregelen op het gebied van water. Zie voor meer informatie 4.2. Het plan is voorgelegd aan de provincie Gelderland ter beoordeling. Op 5 november heeft de provincie per mail aangegeven, dat zij geen belemmeringen zien die voortvloeien uit de provinciale omgevingsverordening. Sterker nog: de provincie is positief over het plan gezien de ruimtelijke kwaliteitswinst die gerealiseerd gaat worden op die plek en vanwege de positieve impact op circulair bouwen die met deze ontwikkeling samenhangt.
62
Toelichting (ontwerp)