CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.5. Bestemmingsplan Veldweg 9 Heerde Toelichting

Raadscommissie 12 februari 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Veldweg 9 Heerde11.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waterkwaliteit

Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC, niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. 5.9.5

Conclusie

Op basis van de watertoets heeft Waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies afgegeven. Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.10 Flora en fauna 5.10.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden.

Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10). Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland 7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

29

ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.10.2 Quickscan flora en fauna Mateboer Milieutechniek B.V. heeft in het kader van onderhavige ontwikkeling op 16 maart 2022 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het doel van de quickscan is het inzichtelijk brengen van eventuele wettelijk beschermde planten- en dierensoorten in en direct rondom het plangebied. Daarnaast is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden er uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. De quickscan flora en fauna is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat binnen het plangebied alleen algemene soorten zijn aangetroffen. Op basis van het karakter en het gebruik van het terrein zijn bedreigde en zwaar beschermde soorten uit te sluiten.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

30

Van fauna is het voorkomen van algemene grondgebonden zoogdieren en foeragerende vogels mogelijk. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming in geval van ruimtelijke ontwikkeling. De voorgenomen activiteiten kan leiden tot lichtverstoring op foerageergebied en verblijfplaatsen van vleermuizen, dit is echter eenvoudig te voorkomen door een aangepast verlichtingsregime toe te passen en spaarzaam te zijn met verlichting in de actieve periode van vleermuizen. Tijdens de quickscan is vastgesteld dat nabij het plangebied nestkasten zijn waargenomen van de steenuil. Hiervoor is een aanvullend onderzoek, welke als bijlage 6 bij deze toelichting is gevoegd. In het plangebied en directe omgeving tijdens de vier inventarisatierondes geen waarnemingen of sporen van steenuil gedaan. Tijdens deze vier inventarisaties is in de directe omgeving één nest in de haag naast de weg naar de 2e Hoornerveenseweg 15 te Heerde waargenomen. Het is onbekend van welke algemene vogelsoort deze was, ook was dit nest sterk verouderd. Ook zijn veel andere soorten broedvogels zoals merel, pimpelmees, koolmees en huismus aanwezig rondom het plangebied. Op basis van de uitgevoerde veldinventarisaties kan gesteld worden dat in het plangebied geen nesten van steenuil zijn vastgesteld en dat eveneens geen territorium aanwezig is.

De herontwikkeling van het plangebied heeft geen negatieve effecten op steenuilen. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn, met uitzondering van een stikstof-berekening en het voorkomen van lichtverstoring op vleermuizen, geen aanvullende maatregelen of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Wel dient men rekening te houden met algemene zorgplicht. 5.10.3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en – depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist. Hiertoe heeft Mateboer milieutechniek BV een AERIUSberekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. Het rapport is als bijlage 7 bij deze toelichting opgenomen. 5.10.3.1 Conclusie AERIUS-berekening Op basis van de AERIUS-berekeningen, rekening houdend met ‘worst-case’ aannames, blijkt dat de voorgenomen uitbreiding en herontwikkeling van het perceel en de bouw- en sloopwerkzaamheden niet resulteren in een verhoging van de stikstofdepositie ter plaatse van de nabijgelegen Natura-2000 gebieden.

Het uitgangspunt hierbij is dat de bouw- en sloopwerkzaamheden geheel of grotendeels worden uitgevoerd met elektrisch aangedreven materieel. Bij de aanvraag en toetsing van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woningen dienen de uitgangspunten uit de AERIUS-berekening opgevolgd te worden. Er is derhalve geen sprake van (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Nader onderzoek (zoals een voortoets) in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet aan de orde. 5.10.4 Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ‘stikstof’ geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

31

5.11 Archeologie en cultuurhistorie 5.11.1 Beoordelingskader De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Conform het geldende bestemmingsplan ligt het plangebied binnen een zone met dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. Hiertoe geldt onderzoeksplicht bij bodemverstoringen van >100m². Onderhavige ontwikkeling maakt een woning met een bouwvlak van 10 bij 15 meter met bijbehorend bijgebouw mogelijk. Daarnaast zal grondwerk plaatsvinden voor de aanleg van riolering en nutsvoorzieningen.

Hiermee wordt de onderzoeksgrens van 100 m² overschreden en dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. 5.11.2 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Door Greenhouse Advies is een archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een aansluitend inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Het rapport is als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een woning binnen het plangebied, ten zuidwesten van de bestaande woning alwaar nu nog een paardenweide ligt. Dit plan dient ingepast te worden in het bestemmingsplan. Rondom de nieuwe woning zal een tuin worden aangelegd en komen er wat extrahagen en bomen bij, naast de al bestaande hagen en bomen(rijen)dit om het geheelmeer in te passen in het landschap. Het gehele plangebied(bouwvlak nieuwbouwengroen)is meegenomen in het bureauonderzoek. Het booronderzoek heeft zich geconcentreerd op de zuidwestelijke deellocatie waar ontgravingen gaan plaatsvinden (bouwvlak).

Indien daar archeologische waarden in de ondergrond voorkomen dan zullen deze bij de uitvoering van het plan vrijwel zeker vernietigd worden 5.11.3 Advies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en met name het inventariserend veldonderzoek wordt vervolgonderzoek geadviseerd indien toekomstige graafwerkzaamheden binnen het bouwvlak tot onder de bouwvoor reiken. De kans dat bij de realisatie van de beoogde woning en de daarmee gepaard gaande graafwerkzaamheden namelijk archeologische waarden worden verstoord, wordt aannemelijk geacht binnen (een deel van) het onderhavige bouwvlak vanwege het daar aangetroffen vermoedelijk bewerkte vuursteen in relatie tot de waargenomen podzolprofielen (onverstoorde oude bodems). Als daar daadwerkelijk een vuursteenvindplaats voorkomt dan zullen de toekomstige graafwerkzaamheden naar verwachting een onevenredige verstoring daaraan toebrengen. Bij de overige bodemingrepen binnen dit plan (haag en bomen) lijkt de kans daarop minder te zijn vanwege de beperktere bodemroeringen (het planten) die daarmee gepaard gaan. Er wordt geadviseerd binnen het nieuwe bestemmingsplan een Waarde – Archeologie (hoge verwachting) te handhaven ter hoogte van het gehele plangebied. Daarbij echter het planten van een haag en (middelgrote) bomen vrij te stellen van voorafgaand archeologisch onderzoek.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

32

Ter verkrijging van een omgevingsvergunning (om te komen tot realisatie) kan dan een nader inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk worden geacht ter hoogte van het beoogde bouwvlak. Eventueel toekomstig archeologisch proefsleuvenonderzoek dient in ieder geval plaats te vinden ter hoogte van boring 4 (uit onderzoek). Middels het proefsleuvenonderzoek kan een eventueel aanwezige vindplaats worden opgespoord en vervolgens worden gewaardeerd op behoudenswaardigheid. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan de beoogde overheid (gemeente Heerde) een besluit nemen onder de noodzakelijk geachte vervolgstappen (vrijgave, opgraving of planaanpassing) binnen de verdere ontwikkeling van dit ruimtelijk plan. 5.11.3.1 Archeologisch vervolgonderzoek Het archeologisch vervolgonderzoek ter plaatse van de nieuwe woning wordt uitgevoerd. 5.11.4 Cultuurhistorie Sinds de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om naast archeologisch bodemonderzoek ook cultuurhistorische waarden mee te wegen in het bestemmingsplan. 5.11.5 Aanwezige cultuurhistorische waarden De provinciale cultuurhistorische waardenkaart laat geen objecten zien binnen het plangebied. 5.11.6 Conclusie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

Ten aanzien van archeologische dient het bevoegd gezag (gemeente Heerde) op basis van het uitgevoerde bureauen inventariserend veldonderzoek een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

5.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken, vormen de relevante milieuen omgevingsaspecten geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

33

6 Toelichting op de regels 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzes voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ wordt de beoogde realisatie van een nieuwe woning mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’ en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

De regels zijn, voor zover nodig, op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Inleidende regels; • Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3 Algemene regels; • Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

6.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 6.2.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen., voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

34

6.2.2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; • Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen; • Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; In paragraaf 6.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 6.2.3

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: • artikel 6 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen wanneer een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom – nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel – wordt betrokken; • artikel 7 Algemene bouwregels: dit artikel bevat regels ten aanzien van de minimale afstand tot wegen die geldt voor het bouwen van gebouwen. • artikel 8 Algemene gebruiksregels: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming met de ter plekke geldende bestemming. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het bestemmingsplan geldende bestemmingen. • artikel 9 Algemene afwijkingsregels: in dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het voor het bevoegd gezag mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • artikel 10 Algemene wijzigingsregels: in dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven.

Deze regels voorzien in de mogelijkheid om de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen. • artikel 11 Algemene procedureregels: in dit artikel wordt de procedure beschreven van eventueel nadere eisen. • artikel 12 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden: in dit artikel wordt beschrevenvoor welke werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning noodzakelijk is en welke voorwaarden hieraan worden gesteld. • artikel 13 Nadere eisen: in dit artikel zijn de onderwerpen opgenomen waaraan het college nadere eisen kan stellen. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 14 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 15 is de officiële benaming van dit bestemmingsplan opgenomen.

6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

35

bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning mogelijk op een huidig agrarisch perceel binnen het plangebied mogelijk. De ter plekke geldende bestemming ‘Agrarisch – Landschappelijke waarden’ staat geen woningen toe. Derhalve is de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’ ter plekke van de beoogde woning. Tot slot is aansluiting gezocht bij de regels uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ van de gemeente Heerde, zoals vastgesteld op 16 april 2012. Deze regels zijn gedeeltelijk overgenomen en specifiek gemaakt voor onderhavige situatie.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

36

7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.

7.2 Financiële uitvoerbaarheid De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Hoofdstuk 4 (artikelen 4.1 - 4.3) Wabo, Financiële bepalingen) gaat ervan uit dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan het kostenverhaal verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast vormt het realiseren van een bouwrecht een uitwerking van de Gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen. Per nieuwe woning wordt een totale investering in het landschap verlangd van €50.000,-. Dit is vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente.

7.3 Anterieure overeenkomst Ten aanzien van het kostenverhaal en eventuele planschade als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen sluiten de gemeente en de initiatiefnemer een overeenkomst. Hiermee is het verhaal van kosten verzekerd.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

37

8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).

8.2 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en is tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.heerde.nl) en de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl). Voorafgaand is hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend. De samenvatting en de beantwoording van de zienswijze is opgenomen in een de Nota van Zienswijzen. Deze is als bijlage bij de toelichting opgenomen in het bestemmingsplan en maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit ruimtelijke plan.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

38

Bijlage 1: Meerwaardenotitie Bijlage 2: Inrichtingsplan Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Aanvullend onderzoek flora en fauna Bijlage 7: AERIUS berekening Bijlage 8: Archeologisch onderzoek

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=2a765ed1-125f-4615-a3e4-8fc65101f00f