CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.5. Bestemmingsplan Veldweg 9 Heerde Toelichting

Raadscommissie 12 februari 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Veldweg 9 Heerde11.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN ‘Veldweg 9 Heerde’

Planstatus: vastgesteld Datum: 2023-12-21 IMRO code: NL.IMRO.0246.620ONTBPVeldweg9-VA01

Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

Inleiding ................................................................................................................................... 6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel .................................................................................................................. 6 Ligging en begrenzing plangebied ......................................................................................... 6 Geldend bestemmingsplan..................................................................................................... 6 Opzet van de toelichting ......................................................................................................... 7

2

Beschrijving van de huidige situatie ....................................................................................... 8

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding ................................................................................................................................... 8 Historische ontwikkeling en stedenbouwkundige structuur ................................................... 8 Omliggende bebouwing ......................................................................................................... 8 Plangebied .............................................................................................................................. 8

3

Planbeschrijving .................................................................................................................... 11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Inleiding ................................................................................................................................. 11 Ontwikkelingen...................................................................................................................... 11 Bouwplan .............................................................................................................................. 11 Landschappelijke inpassing ................................................................................................. 12 Duurzaamheid ....................................................................................................................... 12 Strijdigheid geldend bestemmingsplan ................................................................................ 13

4

Relevant ruimtelijk beleid ...................................................................................................... 14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding ................................................................................................................................. 14 Europees beleid .................................................................................................................... 14 Rijksbeleid ............................................................................................................................. 15 Provinciaal beleid .................................................................................................................. 17 Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 18 Conclusie relevant ruimtelijk beleid ...................................................................................... 20

5

Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................. 21

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Inleiding ................................................................................................................................. 21 Bodem ................................................................................................................................... 21 Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 21 Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 22 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................... 23 Industrielawaai ...................................................................................................................... 24 Externe veiligheid .................................................................................................................. 25 Luchtkwaliteit......................................................................................................................... 27 Watertoets ............................................................................................................................. 28 Flora en fauna .......................................................................................................................

29 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 32 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................ 33

6

Toelichting op de regels ....................................................................................................... 34

6.1 6.2 6.3

Inleiding ................................................................................................................................. 34 Opzet regels .......................................................................................................................... 34 Nadere toelichting op de regels............................................................................................ 35

7

Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 37

7.1 7.2 7.3

Inleiding ................................................................................................................................. 37 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 37 Anterieure overeenkomst ...................................................................................................... 37

8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 38

8.1 8.2

Inleiding ................................................................................................................................. 38 Zienswijzen............................................................................................................................ 38

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

5

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemer is voornemens om aan de Veldweg 9 in Heerde (hierna het plangebied) één vrijstaande woningen mogelijk te maken. Het college van de gemeente Heerde heeft op 30 november 2021 een positieve grondhouding aangenomen wat betreft het toepassen van de roodvoor-groen regeling voor het plangebied. Voorgenomen initiatief is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’. Om de beoogde ontwikkeling juridischplanologisch mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied gewijzigd te worden. Voorliggende toelichting vormt de onderbouwing voor deze bestemmingsplanwijziging.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de Veldweg, ten noorden van de kern Heerde, in het buitengebied. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Heerde, sectie A, nummer 2733. Dit perceel heeft een oppervlakte van 12.666 m2. Op de westelijke helft van het plangebied is een vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig. Op het perceel wordt een tweede vrijstaande woning gerealiseerd. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. De oostzijde wordt gevormd door het perceel behorende bij de woning aan de Veldweg 7. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de 2e Hoornerveenseweg en het perceel behorende bij de woning aan de 2e Hoornerveenseweg 17.

Ligging plangebied (rood omkaderd, bron www.googlemaps.nl)

1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’. Binnen het bestemmingsplan heeft de bestaande woning een woonbestemming en de aangrenzende tuin een tuinbestemming. De omliggende percelen (waaronder de locatie waar de nieuwe woning is voorzien, hebben de bestemming ‘Agrarisch – landschappelijke waarde’. Naast de bestemming ‘Agrarisch – landschappelijke waarde’ heeft het terrein de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. Binnen de agrarische bestemming ter plaatse van de voorziene woning is geen woning toegestaan. Om een woning te realiseren dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

6

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’, plangebied rood omlijnd. (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 Opzet van de toelichting Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beschrijving van de bestaande situatie. In het derde hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk vier en vijf wordt het bouwplan getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijk beleid en milieu- en omgevingswaarden. In hoofdstuk zes wordt een toelichting gegeven op de planregels behorende bij dit bestemmingsplan. Tot slot komt in hoofdstuk zeven de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

7

2 Beschrijving van de huidige situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de historische ontwikkeling, stedenbouwkundige structuur en de omliggende bebouwing de huidige situatie beschreven.

2.2 Historische ontwikkeling en stedenbouwkundige structuur Historische ontwikkeling Het gebied dat nu bekend is als Hoornerveen is tussen 1850 en 1900 in ontwikkeling genomen voor agrarische doeleinden. Voor 1850 bestond het gebied voornamelijk uit woeste gronden die in westelijke richting overgingen in de bossen van de Veluwe. Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw komt er steeds meer bebouwing in Hoornerveen en verdwijnt langzaam maar zeker het kleinschalige agrarische karakter van het gebied en gaat over in een ‘buiten woon-karakter’. Veel oorspronkelijke boerderijen hebben plaatsgemaakt voor nieuwe woningen die aan de hedendaagse woonbehoefte voldoen. Door de afmetingen van deze nieuwe woningen is het kleinschalige karakter op een aantal plekken ook onder druk komen te staan. Stedenbouwkundige structuur Hoornerveen kenmerkt zich doordat het aan de rand van Heerde ligt, relatief verstedelijkt is en toch onderdeel is van het landelijk gebied van de gemeente. De bebouwing en het grondgebruik zijn wisselend van kwaliteit en vertonen wisselende samenhang met het landschap. Zowel de landschappelijke kwaliteit en samenhang, als ook de overwegende woonfunctie staan daardoor onder druk. Binnen Hoornerveen maakt het plangebied deel uit van het zogenaamde ‘open ontginningslandschap’. Binnen dit landschap staat landschapsbouw centraal. Het gebied is vrij intensief bebouwd.

De aanwezige open percelen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van houtsingels die haaks op de weg langs de perceelgrenzen staan.

2.3 Omliggende bebouwing De omgeving van het plangebied is de afgelopen decennia getransformeerd van een agrarisch gebied naar een gebied waar overwegend gewoond wordt. Veelal wordt de woonfunctie gecombineerd met werk aan huis en hobbymatige agrarische activiteiten. Recent is ten oosten van het plangebied ook woningbouw gerealiseerd.

2.4 Plangebied Het plangebied ligt in het Hoornerveen, aan de noordwestzijde van de kern van Heerde. De bestaande woning is vanuit twee kanten ontsloten: aan de zuidzijde vanaf de 2e Hoornerveenseweg en aan de oostzijde vanaf de Veldweg. Op de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven. Rood omkaderd de bestaande woning, geel omkaderd het zoekgebied voor de nieuwe woning.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

8

Zoekgebied nieuwe woning

Op de volgende afbeeldingen is een impressie van de bestaande situatie aan de Veldweg 9 gegeven.

Zicht op de bestaande woning gezien vanaf de oprit naast de 2e Hoornerveenseweg nummer 17, zicht vanaf de bestaande woning richting de 2e Hoornveenseweg

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

9

Zicht op de zoeklocatie van de nieuwe woning

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

10

3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven en wordt invulling gegeven aan een stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt beschreven op welke punten de ontwikkelingen afwijken van het geldende bestemmingsplan.

3.2 Ontwikkelingen Beoogd wordt om binnen het plangebied één woning met bijgebouw te realiseren. Hiervoor is een meerwaardenotitie en een inrichtingsplan gemaakt, deze zijn als bijlage 1 en 2 bij deze toelichting opgenomen. Onderstaande afbeelding verbeeldt het schetsontwerp van de beoogde ontwikkeling.

Schetsontwerp beoogde ontwikkeling

Om bovengenoemde voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient in het nieuwe bestemmingsplan een bouwvlak voor één woning en eventuele aan- of bijgebouwen te worden opgenomen. Teneinde het doorzicht ten westen van de hierboven geschetste bebouwing te beschermen, zijn het hoofdgebouw en aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen slechts toegestaan binnen het bouwvlak.

3.3 Bouwplan Momenteel is er nog geen bouwplan voorhanden. Wel zijn de kaders van het toekomstige bouwplan duidelijk. Het bouwplan dient te voldoen aan de hierboven beschreven ligging van het bouwvlak waarbinnen hoofdgebouw, aan-, uit- en bijgebouwen dienen te worden gerealiseerd. De bouwhoogte van de te realiseren woning is maximaal 10 meter.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

11

3.4 Landschappelijke inpassing In het inrichtingsplan zijn maatregelen opgenomen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe woning. Op onderstaande afbeelding zijn deze maatregelen opgenomen.

Maatregelen ten behoeve van landschappelijke inpassing

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

extensief, kruidenrijk gras, bloemrijk, 2x per jaar maaien en ruimen; halfverhard pad: leemgrind of vergelijkbare halfverharding met uitzichtpunt en zitbank; verharding: oud-hollandse tegel, groot formaat (terras) of klein formaat (werkruimten); haag: beuk, kniphaag, 2x per jaar knippen/scheren; solitaire bomen: hoogstamfruit, historische rassen (o.a. Walnoot); solitaire boom: Winterlinde (bijenboom/schaduwboom); waterelement: hemelwateropvang/-infiltratie, moeraszone en open water/zwemvijver; toegangspad, grindpad met grasmiddenberm; grasstrook, doorlooppad paarden, werkruimte.

De bovenstaande nummers komen overeen met de nummers op de afbeelding. In het inrichtingsplan zijn de maatregelen verder uitgewerkt in een beplantingsplan. In het beplantingsplan zijn de soorten, aan te planten grootte, aantallen en plantverbanden beschreven.

3.5 Duurzaamheid Het streven is een in het gebruik zo duurzaam mogelijke woning te realiseren. Technische ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regelgeving op dit vlak volgen elkaar op dit moment in hoog tempo op. Om die reden wordt dit streven nog niet concreet gemaakt. Bij de landschappelijke inpassing van het bouwplan is al wel rekening gehouden met duurzaamheid. Voorgesteld wordt om een divers aantal soorten aan te planten, de boomgaard wordt ingevuld met verschillende soorten hoogstam fruitbomen die in een bloemrijk grasland wordt aangeplant. Op deze

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

12

manier wordt bijgedragen aan biodiversiteit en het behoud van insectensoorten. De landschappelijke inpassing is uitgewerkt in de als bijlage bij deze toelichting opgenomen meerwaardenotitie.

3.6 Strijdigheid geldend bestemmingsplan Het plangebied heeft in het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingsgebieden’ de bestemming ‘Agrarisch – Landschappelijke Waarde’ met dubbelbestemming ‘Archeologisch Waardevol Gebied’. Binnen deze bestemming is wonen niet toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling aan de Veldweg is derhalve in strijd met het geldend bestemmingsplan.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

13

4 Relevant ruimtelijk beleid 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in deze toelichting afgewogen.

4.2 Europees beleid 4.2.1

Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit

In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 5.8 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan. 4.2.2

Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 5.9. 4.2.3

Natura 2000

Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. Deze zijn opgenomen in de Flora- en faunawet. In en rond Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten geldt voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de natuur een vergunningplicht. Activiteiten uitvoeren zonder vergunning is strafbaar. In paragraaf 5.10 wordt besproken in hoeverre de beoogde ontwikkeling de aanwezige natuurwaarden raakt. 4.2.4

Verdrag van Malta

Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 5.10 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

14

4.3 Rijksbeleid 4.3.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

n de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI.

In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd 4.3.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Barro geeft juridische kaders voor borging van het ruimtelijke rijksbeleid. Het Barro is in werking getreden op 30 december 2011. In het Barro wordt een aantal onderwerpen dat van rijksbelang is concreet benoemd. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen onderwerpen die van rijksbelang zijn zoals opgenomen in het Barro. 4.3.3

Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid

De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) verlangt niet alleen dat verantwoordelijkheden en belangen worden benoemd, maar ook dat inzichtelijk is hoe deze belangen zullen worden verwezenlijkt. Het Rijk heeft de nationale ruimtelijke belangen opgenomen in de zogenaamde 'Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid'. Nationale ruimtelijke belangen zijn zaken waarvoor de rijksoverheid een specifieke verantwoordelijkheid neemt, hetgeen blijkt uit de inzet van diverse bevoegdheden en instrumenten om deze belangen te behartigen en te realiseren. Het overzicht van nationale belangen in de Realisatieparagraaf is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de Planologische Kernbeslissingen (PKB's) van het Rijk. De uitspraken in deze PKB's zijn op een beleidsneutrale wijze, dat wil zeggen inhoudelijk ongewijzigd, verwerkt in het overzicht van nationale ruimtelijke belangen, aangevuld en waar aan de orde geactualiseerd. Een beperkt aantal belangen zal worden geborgd met de (toekomstige) AMvB Ruimte. Het Rijk geeft met deze werkwijze een transparante en scherp geselecteerde invulling aan de sturingsfilosofie 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Het resultaat hiervan is een heldere en scherpe markering van datgene wat centraal moet. Hierdoor wordt niet alleen voor medeoverheden duidelijk wanneer afstemming moet worden gezocht met het Rijk, maar wordt ook voor burgers,

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

15

maatschappelijke en andere private organisaties duidelijk waar het Rijk voor staat. De Realisatieparagraaf heeft de status van structuurvisie. 4.3.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

Met ingang van 1 oktober 2012, is in artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: de Ladder) opgenomen. In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet vanaf genoemde datum beschreven worden dat de ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Naast voor bestemmingsplannen is deze onderbouwingsplicht van overeenkomstige toepassing voor andere planologische besluiten, zoals de omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken, het uitwerkings- en wijzigingsplan en de provinciale ruimtelijke verordening. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6, tweede en derde lid Bro (de Ladder) gewijzigd. Per genoemde datum is het de bedoeling dat bij het toepassen van de Ladder wordt beschreven welke behoefte aan de ontwikkeling bestaat, en als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 4.3.4.1 Wettelijk kader De twee treden van de Ladder schrijven vooraf geen bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling.

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. In artikel 1.1.1 Bro worden de relevante begrippen 'stedelijke ontwikkelingen' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: • •

Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen; Bestaand stedelijk gebied (BSG): bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

4.3.4.2 Uitwerking Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens de twee treden van de Ladder uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij woningbouw is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer het woningbouwprogramma uit twaalf of meer woningen bestaat. 4.3.4.3 Conclusie Onderhavig initiatief betreft de ontwikkeling van één woning en wordt daardoor niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder kan dan ook achterwege blijven. Geconcludeerd wordt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 4.3.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale ruimtelijke belangen en voldoet aan de criteria van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

16

4.4 Provinciaal beleid 4.4.1

Algemeen

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 4.4.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: • • • • • • •

4.4.3

Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik

Ten aanzien van duurzame verstedelijking dient het accent te verschuiven van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. De provincie en partners gaan nieuwe ontwikkelingen bezien in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 4.4.4 Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 4.4.5

Conclusie provinciaal beleid

Binnen de provincie Gelderland ligt het plangebied in de regio Noord­Veluwe. Deze regio kenmerkt zich onder andere door het afwisselende landschap, rijke cultuurhistorie, gastvrijheid en goede verbinding. De provincie heeft een aantal opgaven geformuleerd voor de regio Noord­Veluwe. Zo moet innovatie in het bedrijfsleven bijdragen aan de economische ontwikkeling, dienen bestaande kwaliteiten behouden en versterkt te worden en moeten de kernen met natuurgebieden verbonden worden. Onderhavige ontwikkeling draagt, door de verplichte bijdrage aan het behouden en versterken van deze kwaliteiten, zoals verwoord in het als bijlage bij deze toelichting opgenomen landschappelijk

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

17

inpassingsplan, bij aan de doelstellingen van de provincie Gelderland. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkelingen niet in strijd zijn met provinciale ruimtelijke belangen en passen binnen het relevante ruimtelijke beleid van de provincie.

4.5 Gemeentelijk beleid 4.5.1

Structuurvisie gemeente Heerde 2025

De Structuurvisie gemeente Heerde 2025, vastgesteld op 17 september 2012, is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Heerde naar de toekomst. De gemeente is in deze structuurvisie opgedeeld in drie zones: • • •

Natuurlijkheid; Nieuwe zakelijkheid en gezondheid; Cultuur, natuur en voedselproductie.

Deze zones hebben elk hun eigen kenmerken, maar zijn onderling met elkaar verbonden door structuren en knooppunten. Het plangebied bevindt zich in de zone ‘Nieuwe zakelijkheid en gezondheid’. Voor deze zone geldt dat de nadruk met name ligt op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de zone als woon-, werk- en leefgebied en het benutten van kansen op het gebied van leefstijl, gezondheid en zorg met respect voor de omgeving. Het plangebied maakt in deze zone deel uit van de zoekzone landschapsversterking. De nadruk bij ontwikkelingen binnen de zone Nieuwe zakelijkheid en gezondheid ligt op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de zone als woon-, werk-, en leefgebied. De beoogde ontwikkeling van één woning past binnen de visie van de gemeente Heerde. De gemeente voorziet namelijk een ontwikkeling van het gebied, met een voorkeur voor inbreiding of herstructurering boven uitbreiding. De bouw van één woning binnen bestaand stedelijk gebied draagt hieraan bij. Daarnaast ligt het plangebied in de zoekzone landschapsversterking, waardoor een ontwikkeling een verplichte bijdrage dient te leveren aan het behoud en de versterking van het landschap. Hierin wordt voorzien doormiddel van de meerwaardenotitie met inrichtingsplan.

Uitvoeringsparagraaf Als onderdeel van de Structuurvisie is een uitvoeringsparagraaf opgenomen mede met als doel het kostenverhaal te regelen indien de gemeente niet zelf de grond voor het bouwen van woningen uitgeeft. In een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij worden de kosten die de gemeente maakt voor de voorgenomen ontwikkeling afgewenteld. Deze kosten bestaan uit het bestemmingsplan, bijdrage bovenwijkse werken en planschade. Daarnaast kunnen bijdragen worden gevraagd aan een fonds ten behoeve van het ontwikkelen van sociale woningbouw in de gemeente indien de ontwikkelende partij daarin zelf niet in voldoende mate in voorziet en in een fonds voor de versterking van de GBCV (groen, blauwe, culturele vervlechting). Afhankelijk van het gebied of de locatie van een plan kan aan een aspect meer of minder waarde worden toegekend. Het gemeentebestuur zal dit per plan beoordelen. In het kader van voorgaande is voor onderhavige ontwikkeling een meerwaardenotitie opgesteld welke als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. 4.5.2

Toekomstvisie Heerde 2025

Om op toekomstige maatschappelijke en economische ontwikkelingen in te spelen heeft de gemeente Heerde een toekomstvisie opgesteld: ‘Visie gemeente Heerde 2025’. Deze visie vormt een agenda voor zowel eigen burgers, instellingen als ondernemers.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

18

Deze toekomstvisie bevat ambities die centraal staan bij de toekomstige ontwikkelingen binnen de gemeente Heerde. Een aantal van deze ambities zijn relevant voor het onderhavige initiatief. Zo ziet de gemeente Heerde graag dat de beleving van het landschap, biodiversiteit, natuur en cultuurhistorie behouden en versterkt wordt. Het initiatief om één woning binnen het plangebied te bouwen dient gepaard te gaan met de versterking van de landschappelijke waarden van het gebied. Een beschrijving van de meerwaarde en de landschappelijke inpassing van onderhavig initiatief is verwoord in de als bijlage bij deze toelichting opgenomen meerwaardenotitie. 4.5.3

Woonvisie Heerde 2015-2025

In de structuurvisie worden geen grootschalige nieuwe uitleglocaties voor woningbouw meer voorgesteld. Om te voorzien in de behoefte aan nieuwe woningen wordt ingezet op inbreiding in stedelijk gebied, transformatie en functieverandering van bestaande bebouwing. Nieuwe woningen worden gebouwd wanneer de bestaande voorraad niet in de vraag kan voorzien en niet aansluit bij de vraag van de woningzoekenden. Bij het beoordelen van initiatieven ligt de nadruk voornamelijk op de kwaliteit en de aangetoonde maatschappelijke meerwaarde van het initiatief. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie buiten bestaand stedelijk gebied, maar valt binnen de zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen, zoals beschreven in paragraaf 4.5.4. Daarnaast wordt de woning pas gebouwd zodra de bouwkavel is verkocht en er dus concrete behoefte bestaat. 4.5.4

Gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen

Op 15 juli 2013 heeft de gemeente Heerde de ‘Gebiedsvisie zoekzone landschappelijke versterking Hoornerveen’ vastgesteld. Deze visie is opgesteld omdat Hoornerveen door de gemeente Gelderland is aangewezen als zogenaamde zoekzone voor landschappelijke versterking. In ruil daarvoor mag de gemeente Heerde in deze zone een aantal woningen bouwen, mits daarmee tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in het landschap. Op deze manier wordt de landschappelijke kwaliteit van Hoornerveen behouden en versterkt. Deze visie geeft een inzicht in de wensen en eisen van de gemeente wat betreft deze landschappelijke versterking. De investering dient een combinatie te zijn van zelfrealisatie (minimaal 60%) en een groenfonds (maximaal 40%). Daarnaast is Hoornerveen onderverdeeld in vier herkenbare zones. Het plangebied maakt deel uit van het ‘open ontginningslandschap’. In deze zone staat landschapsbouw centraal. Dit gebied is al vrij intensief bebouwd, maar heeft door het ontbreken van structurele beplanting een open karakter. Spelregels De gemeente Heerde heeft een aantal ‘spelregels’ opgesteld waaraan moet worden voldaan bij de bouw van een woning. Een aantal van deze regels hebben betrekking op alle te bouwen woningen: • Plangebied valt binnen zoekgebied voor nieuwe bebouwing; • Bebouwing moet maximaal verspreid worden.

Geen clusters; • Afstand tot naastgelegen woning bedraagt minimaal 25 meter; • Bebouwing aan weg moet landelijke uitstraling hebben; • Gebruik van landelijke beplanting is een pre; • Bebouwing kan in het veld worden gerealiseerd wanneer er een wandelroute of –verbinding wordt gerealiseerd; • Er wordt uitgegaan van een kavel van 1.000 m². Daarnaast zijn er een aantal “spelregels” die betrekking hebben op het ‘kleinschalig ontginningslandschap’:

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

19

• • • •

Nieuwe woningen in dit gebied kunnen alleen aan de achterzijde van een bestaande bouwkavel worden opgericht. Er mogen in dit deelgebied geen nieuwe woningen aan de weg worden gerealiseerd, om de openheid en doorzichten maximaal in stand te houden. Het aantal woningen dat achter elkaar mag worden gesitueerd is maximaal 2. Om clustervorming tegen te gaan mogen er geen twee woningen naast elkaar (aangrenzend) aan de achterzijde van een perceel worden opgericht, behalve als er een zandpad of weg tussen ligt. Zo’n zandpad mag ook nieuw worden aangebracht.

Onderhavige ontwikkeling voldoet aan voornoemde “spelregels”. Voor een verduidelijking hieromtrent wordt verwezen naar het als bijlage bij deze toelichting opgenomen landschappelijke inpassingsplan. 4.5.5

Cittaslow

Heerde bezit sinds enkele jaren het keurmerk Cittaslow gemeente. Dit internationale keurmerk is toebedeeld aan gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van de authentieke identiteit van de omgeving hoog in het vaandel dragen. De kwaliteit van de leefomgeving is voor deze gemeenten een speerpunt. Met uitvoering van hetgeen beschreven in de meerwaardenotitie draagt onderhavig initiatief bij aan het behoud en de versterking van het landschap van Heerde en hiermee het imago van de gemeente Heerde als Cittaslow gemeente. 4.5.6

Conclusie gemeentelijk beleid

De beoogde ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid. Het plangebied ligt in de zoekzone voor landschappelijke versterking. In ruil voor het bouwen van een woning dient een investering gedaan te worden om de landschappelijke waarden van Hoornerveen te behouden en te versterken. Hiervan dient maximaal 40% geïnvesteerd te worden in een groenfonds. De overige 60% dient geïnvesteerd te worden in versterkingen van het landschap.

4.6 Conclusie relevant ruimtelijk beleid De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in strijd met ruimtelijke belangen van de verschillende overheden en passen binnen het relevante ruimtelijke beleid.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

20

5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. De aspecten bodem, wegverkeerslawaai, water, stikstof en archeologie zijn afzonderlijk onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

5.2 Bodem 5.2.1

Verkennend bodemonderzoek

In februari en maart 2022 heeft Mateboer Milieutechniek BV ter plaatse van het plangebied en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van verkennend bodemonderzoek is om vast te stellen en te bepalen of de bodem in milieuhygiënisch opzicht geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er in de onderzochte grondmengmonsters geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. In het grondwater is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor de beoogde bouwplannen binnen het plangebied. 5.2.2

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3 Verkeer en parkeren 5.3.1

Verkeer

Verkeersaantrekkende werking In de bestaande situatie zijn er geen functies met een verkeersaantrekkende werking binnen het plangebied aanwezig. Onderhavige aanvraag behelst de realisatie van één vrijstaande woning. Deze ontwikkeling heeft, zij het gering, een verkeersaantrekkende werking tot gevolg. De verkeersaantrekkende werking is berekend aan de hand van de publicatie van CROW (nr. 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie d.d. oktober 2012). In de kencijfers van de publicatie voor de verkeersgeneratie is een bandbreedte opgegeven. Uitgaande van de maximale verkeersgeneratie voor een vrijstaande woning (koop), bedraagt deze 8,3 verkeersbewegingen per dag. Voor de Veldweg en de 2e Hoornseveenseweg leveren deze verkeersbewegingen geen onaanvaardbare extra belasting op. Ontsluiting De vrijstaande woning wordt ontsloten via de 2e Hoornseveenseweg. Dit is een 50 km/uur-weg op nog geen vijf minuten rijden van het centrum van Heerde. 5.3.1.1

Conclusie verkeer

Het plangebied heeft een goede ontsluiting en bereikbaarheid en de, met de ontwikkeling gepaard gaande toename aan verkeersbewegingen vormt geen probleem voor de Veldweg en de 2e Hoornseveenseweg.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

21

5.3.2

Parkeren

Voor het berekenen van de parkeerbalans is uitgegaan van de ASVV en de ‘Parkeernormennota gemeente Heerde’ uit 2013. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. Voor woningen in de dure sector geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Het totaal benodigd aantal parkeerplaatsen bedraagt hiermee afgerond 2 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen dienen op het eigen terrein te worden opgevangen. 5.3.2.1 Conclusie parkeren Geconcludeerd wordt dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen en dat de parkeerbalans van de directe omgeving hiertoe niet wordt verstoord. 5.3.3

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1

Beoordelingskader

Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Indien een activiteit plaatsvindt in een gebied waar meerdere functies naast elkaar voorkomen is er sprake van een gemengd gebied. Voor deze gebieden kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd, de richtafstand voor een rustig woongebied kan met één stap worden verlaagd. De genoemde richtafstanden zijn indicatief. Afwijken van deze indicatieve richtafstanden is mogelijk indien de afwijking wordt gemotiveerd. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie.

Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 5.4.2

Bepaling gebiedstype

In de VNG-publicatie zijn twee omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: • ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ • ‘gemengd gebied’ “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.“

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

22

Op basis van de aanwezige functies zoals deze zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied en de directe omgeving, is volgens de omgevingstypering sprake van gemengd gebied. Het plangebied ligt aan een doorgaande 60km/uur-weg in een lint in het buitengebied waar verschillende functies voorkomen. 5.4.3

Voorgenomen ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning. De beoogde woning betreft een gevoelige functie in het kader van bedrijven en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijven. 5.4.4

Aanwezige bedrijven

Ten westen van het plangebied is een bedrijventerrein gevestigd. Voor dit bedrijventerrein zijn functieaanduidingen opgenomen. De maximaal toegestane milieucategorie betreft 4,1. Dit is specifiek opgenomen voor de bedrijven aan de Europaweg 24 en 28, welke kunststofverwerkende bedrijven met fenolhansen zijn. De richtafstand voor deze bedrijven betreft 200 meter. De afstand tussen het bouwvlak van de beoogde woning en de bestemmingsgrens van de genoemde bedrijven bedraagt circa 600 meter en valt hiermee niet binnen de genoemde richtafstand. Geconcludeerd wordt dat met de realisatie van onderhavige ontwikkeling geen bestaande bedrijven worden belemmerd in hun bedrijfsvoering of een eventuele toekomstige uitbreiding. Tevens liggen de burgerwoningen aan de Europaweg dichter op genoemde bedrijven dan de beoogde vrijstaande woning. Mochten deze bedrijven dan al worden belemmerd in hun bedrijfsvoering of een eventuele toekomstige uitbreiding dan zal dit komen door de bestaande burgerwoningen. 5.4.5

Conclusie

Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.5 Wegverkeerslawaai 5.5.1

Beoordelingskader

De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van de ruimtelijke procedure moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn uitgesloten van akoestisch onderzoek. Met de realisatie van de beoogde woning wordt er een geluidsgevoelige functie aan de omgeving toegevoegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat langs wegen geluidszones liggen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Het plangebied ligt in buitenstedelijk gebied (buitengebied). De breedte van de geluidszones is als volgt: • •

een weg met één of twee rijstroken: 250 meter; een weg met drie of meer rijstroken: 400 meter.

De afstand wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook van de weg tot de gevel van het gebouw.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

23

5.5.2

Toetsing wegverkeerslawaai

Het plangebied ligt niet binnen de zone van een geluidgezoneerde weg. Hiertoe is het gestelde in de Wet geluidhinder onderdeel wegverkeerslawaai niet van toepassing. Voor de volledigheid is onderstaand een uitsnede van de wegverkeerslawaai kaart van de Atlas Leefomgeving opgenomen. Uit de kaart blijkt dat ter plaatse van het plangebied een geluidbelasting <45 dB ten gevolge van wegverkeer heerst. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Met een conform Bouwbesluit minimale gevelwering van 20 dB wordt het binnen niveau van maximaal 30 dB gegarandeerd.

Uitsnede kaart wegverkeerslawaai (plangebied rood omkaderd, bron: www.atlasleefomgeving.nl)

5.5.3

Conclusie

Het aspect ‘wegverkeerslawaai’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.6 Industrielawaai 5.6.1 Beoordelingskader Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

24

aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken richting de bedrijven. 5.6.2 Conclusie Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein of een richtafstand voor geluid afkomstig van een bedrijf, inrichting en/of terrein. Hiertoe is toetsing aan industrielawaai in onderhavige situatie niet aan de orde. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘industrielawaai’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7 Externe veiligheid 5.7.1

Beoordelingskader

Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: • • • •

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes; Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi.

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008). Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • •

risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen;

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

25

•

bovengrondse hoogspanningslijnen.

Uitsnede risicokaart (plangebied aangeduid met blauwe bolletje) (bron: www.atlasleefomgeving.nl(

5.7.2

Inrichtingen

Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied bevindt zich één risicovolle inrichtingen. Het betreft Hegin BV. Metal Finishing aan de Sportlaan 8. Binnen de inrichting bevindt zich een zuiveringsinstallatie met een maximale inhoud van 1.000 liter zeer giftige vloeistoffen. Met een kortste afstand van circa 855 meter tot het plangebied, levert deze inrichting geen belemmering op. 5.7.3

Transportroutes gevaarlijke stoffen

Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied bevinden zich geen transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 5.7.4

Buisleidingen

In de nabijheid van het plangebied liggen geen hogedrukaardgastransportleidingen of K1-, K2-, K3brandstofleidingen of bovengrondse hoogspanningslijnen. 5.7.5

Conclusie

Duidelijk is dat er in de omgeving van het plangebied geen objecten liggen, die in het kader van externe veiligheid dienen te worden beschouwd. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

26

5.8 Luchtkwaliteit 5.8.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerzijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •

CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

27

5.8.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.9 Watertoets Het doel van de watertoets is om in vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is op 11 oktober 2022 uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het waterschap Vallei en Veluwe een wateradvies uitgebracht. De watertoets is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. 5.9.1

Advies Waterschap

Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies afgegeven. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ drainen van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaande aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoonhouden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Gebiedsspecifieke aandachtspunten Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt binnen de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om daarmee toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Bij het ontwerp van de woning kan hierop in worden gespeeld. 5.9.2

Hemelwater

Het hemelwater dat op de daken, de erfverharding en de onverharde delen valt, wordt op het eigen terrein in de bodem geïnfiltreerd door middel van het aanleggen van een wadi.

7 augustus 2023 | Bestemmingsplan ‘Veldweg 9 Heerde’ | Buro Stedenbouw

28

5.9.3

Afvalwater

Conform de Leidraad Rioleringen en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen. Het afvalwater van de vrijstaande woning wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Hiervoor wordt te zijner tijd een vergunning aangevraagd. 5.9.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=2a765ed1-125f-4615-a3e4-8fc65101f00f